vrijdag 4 april 2025

(Wan)smaak

 De ontdekking.
We hebben een collega. Prima vent. Goeie chauffeur. Typisch product dat bij ons past. Voorheen werkzaam in de horeca en zelf niet vies van een lekkere pint, vertelde hij dat hij er in een dronken bui achter kwam dat bepaalde dingen, die je in nuchtere toestand niet zo heel erg snel zou combineren, toch behoorlijk goed te nassen zijn.
Zo ontdekte de man dat een frikandelletje, gul besprenkeld met stroop, een ware delicatesse is.
Ja.
Nadat we uitgelachen waren, was de consensus dat dat toch echt dronkenmans geklets zou moeten zijn.
Tot hij de mogelijkheid te baat nam om ons van ons ongeloof te verlossen.
Die mogelijkheid ontstond na en naar aanleiding van een heel ander verhaal.
Het verhaal van een andere collega. Die in een dronken bui een frikandelletje in een koekenpan wilde bakken.
Dit in zijn adamskostuum. (Omwille van de goede smaak -pun intended- zal ik geen verdere beschrijving van de beste man geven. Ten slotte is privacy een mooi ding, niewaar?)
En omdat een frikandelletje in een koekenpan blijkbaar voorzien dient te worden van wat kruiden, reikte hij omhoog, en in die beweging belandde zijn kleine janneman in die gloeiend hete pan.
En dat verhaal bleek, nadat we uitgebulderd waren van het lachen, een mooie kans om hem een leuk cadeautje te geven: een piemelpan. Een pan waarin je kleine pannenkoekjes kan bakken, in de vorm van een, jawel: piemel. Hilariteit alom.
En dus werden er op een goeie en vrolijke avond piemelpannenkoeken geserveerd. Met stroop.
Terug naar de frikandel.
Die stroop hadden we dus nog staan, en dat was aanleiding voor het verhaal dat de beste recepten ontstaan op niet meer zo nuchtere ziel: namelijk de voorgenoemde frikandel met stroop.
En dat bleek inderdaad toch serieus een partij lekker.
Ergens ook wel logisch: een (piemel)pannenkoek met spek en stroop is over het algemeen ook gewoon goed te nassen. Dus een zoutige frikandel met zoete stroop, is op zich helemaal niet zo raar, als je erover nadenkt. Suiker en zout zijn elkaars tegenpool, maar vullen elkaar prima aan tot een ware smaakexplosie op je tong.
Dus de volgende keer dat wij frikandelletjes maken thuis, gaat daar, wat mij betreft (en ik kreeg Jente gelijk mee) een gulle kledder stroop overheen.
Zo leer je nog eens wat, tijdens je werk.

Steeds meer mensen, landen, werelddelen gaan er toe over om Amerikaanse producten te boycotten. Vanwege die oranje baviaan en zijn horde griezelige clowns.
En ik snap dat. Die Trump is een ongelooflijk gevaarlijke, hatelijke, onmenselijke parasiet. (Oeps, nu zal ik Amerika niet meer in kunnen. Jammer zeg).
En ik vind oprecht dat als meneer de Baviaan vindt dat hij andere landen kan chanteren met zijn belastingen, ik daar niet per se heel erg toegeeflijk of vergevingsgezind over hoef te zijn.
Laat hem maar barsten. Laat dat hele Amerika maar barsten. Het is hun probleem.
Maar is dat wel zo?
Ik kijk voor de grap even naar beneden.
Mijn voeten zijn gestoken in schoenen van het merk Nike. Converse. Sketchers.
Mijn torso wordt verhuld door een trui van Jack and Jones. 
Ik koekeloer door een bril van Converse.
Mijn sigaretten zijn van Lucky Strike.
Mijn rugzak is van Eastpak.
Mijn laptop draait op windows.
Deze blogsite is volgens mij deel van Google. Net zoals Adroid. Dus mijn telefoon gebruikt ook Amerikaans ontwikkelde software.
En Facebook, welke ik gebruik om me te verlustigen aan gore Rednecks, om me te vermaken met wat vrienden laten zien, en het delen van deze blog....
Ik laat dit even bezinken. Dan kijk ik verder.
Mijn schoenen zijn, ondanks de afkomst, gewoon vervaardigd in lage lonen landen, waar ze een paar kralen en wat roepies krijgen voor hun arbeid. Als ik die meuk niet koop, betekent dat dat ik ergens in de wereld een gezin een kommetje rijst minder geef.
En dat geldt voor de rest ook.
Bovendien: alles wat ik nu aan heb, of gebruik, heb ik gekocht voordat in Amerika die gestoorde oranje Baviaan aan de macht kwam.
En die sigaretten?
En moet ik aan loopcomfort gaan inboeten, omdat ik een oranje baviaan wil straffen, of moet ik er boven staan, en mijn eigen comfort belangrijker vinden dat wat een of andere gestoorde redneck uitspookt?
Moet ik nu op stel en sprong mijn blogs ergens anders plaatsen, of wachten tot die ranzige smeerlap het loodje legt (al dan niet op zijn JFK's?)
Oke, een ander montuur voor mijn ogen, is niet zo moeilijk. Maar een ander voetenbed is toch wel een dingetje.
Adidas heeft me nooit zo kunnen bekoren. Alleen Puma. Maar die zijn nu om de een of andere reden wel duurder dan die redneck-producten.
Qua auto is het dan weer makkelijker. Die oversized Amerikaanse ondingen hoef ik niet. Nooit gehoeven. Zeker niet omdat mijn Fransoos net zo goed, zo niet beter rijdt dan al die overschatte Amerikaanse wannabee-tanks, die toch met geen enkel goed fatsoen door een Nederlandse vinexwijk kunnen manoeuvreren.
Als ik alle Amerikaanse producten ga boycotten, doe ik mezelf dan niet een klein beetje te kort?
En is me dat het waard?
Ik twijfel nog.
Vooral ook omdat die zogenaamde 'tariffs' eerder een last zijn voor rednecks, dan voor de rest van de wereld.
En wie weet, een wonder kan men nooit uitsluiten, en meneer de oranje Baviaan komt bij zinnen, dan was het allemaal een bijzonder opmerkelijke droom.

Mijn vader, die in Nederland was, moest terug naar Engeland. Niet omdat hij op zijn Rednecks gedeporteerd zou worden, ten slotte is Europa nog enigszins beschaafd, maar gewoon. Omdat hij daar woont. Hij maakt die reis liever niet alleen. Dus werd er besloten dat ik als chaperon mee zou gaan. Een klein cadeautje, als je het mij vraagt, ik ga graag naar het eiland.
Ik zal mezelf niet weer verliezen in ellenlange, dodelijk saaie beschrijvingen over hoe geweldig ik het eiland vind, en waarom ik dat vind.
Deze keer waren we er precies nadat de klok een uur verschoof vanwege de overgang naar de zomertijd. En dus klapte ik een paar dagen later weer een uur terug, en bij terugkomst gisteren weer een uur vooruit.
Dat zijn wel heel erg veel uren op en neer daveren, voor bijna niks. Alsof je in een soort van miserabel universum zit, waarin tijd een flauw spelletje met je speelt.
Maar goed. Het waren maar een 2-tal dagen dat ik er zou zijn, en dus moest ik de gelegenheid nemen om mijn geslonken voorraadje van knoflook-gerelateerde spullen aan te vullen.
Dat lukte. Ik wist er zelfs de hand te leggen op een trui die mij uit laat dragen dat ik een fervent liefhebber van dat gezonde, maar bovenal geurige en smakelijke bolgewas ben.
En tot mijn onuitsprekelijke vreugde, was het weer er eens zomers in plaats van winters. Op zich logisch, als je er in de lente naartoe gaat in plaats van in de winter.
Maar goed.
Ik kreeg wederom de kans om in een klassieke Engelse pub een portie Fish and Chips te nuttigen. De portie was op zijn Engelse Pubs' : een belachelijk grote vis, die rechtstreeks vanuit de zee in het beslag-bad sprong, om via de frituur op mijn bord en tafel te belanden. Dat is dan ook zo'n situatie waarin ik mezelf nog maar zelden terug vind. Een maaltijd die stomweg niet op het bord past. En zelfs naar mijn maatstaven iets te veel van het goede is. Dat ik met maag en darmen moet strijden om in elk geval die vis compleet naar binnen te werken. De frieten (op zijn Engels, want heerlijk) rijkelijk besprenkeld met vinegar, moesten dan maar het onderspit delven. De erwtjes wilde ik uiteraard wel eten, want gezond.
De terugreis verliep als volgt: taxi-boot-taxi-vliegtuig-trein-Ilse.
En met name de taxi-chauffeurs sprongen er qua beleefdheid en menselijkheid ver bovenuit. Twee totaal verschillende kerels, die elk hun eigen visie op de wereld hadden, waar ik hartelijk mee heb gelachen, en als ouwe-jongens-krentenbrood een half uur genoeglijk heb kunnen kletsen over de wereld, hoe die te verbeteren is, en onze eigen rol daarin. De laatste taxi-chauffeur was een bereisd man, en wist mij compleet te verrassen door mij in plat Gronings een goede reis en fijne dag te wensen. (Ik weet dat ik niet moet "profileren", maar een naar eigen zeggen trotse Afrikaanse Engelsman, die erudiet de wereld bereisd heeft, is voor mij alsnog geen link naar plat Groningse begroetingen).
Uiteraard wist de NS mijn reis (toch al vertraagd doordat de KLM vertraagd was) nog verder te vertragen.
Ik wist bij het verlaten van het vliegtuig om in de eerste bus te komen. En tot mijn onuitsprekelijke verrassing, was ik in minder dan geen tijd langs de grenscontrole, en zelfs de bagage werd in minder dan de aangegeven tijd op de band geflikkerd. MOOI!!!! Hoppa!!! Ik kan de trein van 2100 uur halen.
"NEEEHEEEEE", zo gniffelde de NS, "We halen gewoon díe trein uit de dienstregeling, je mag een half uurtje wachten! Lekker Puh".  KUT-NS!!!!
Fuckediefuck. Maar dan kan ik wel even op mijn gemakje een paar peuken wegstomen.

Dus mijn vakantietje zit er bijna op. Mijn weekend begint, want ik heb een extra verlofdagje op genomen. En aldus kan ik morgen met wat vriendjes mijn auto weer toonbaar maken. Ik wens eenieder een goeie toe, en in plaats van naar Redneck-Trumpiestan te gaan, kan ik iedereen aanraden om eens naar het Isle of Wight te gaan. (Liefst niet als ik er ook naartoe ga, want ik hou van wat rust).






donderdag 27 maart 2025

Shitzooi

 Bij vertrekkende kisten, hoef ik niet bij te houden hoeveel passagiers ik in mijn bus krijg. Als het goed is (en soms is het goed) dan tellen de gate-agents binnen de passagiers uit, en geven ons het seintje dat we kunnen rijden. De max is 50, en meestal lukt het de gate-agents om inderdaad die 50 (of minder) mensen naar buiten te sturen. Soms gaat dat mis, en dan blijf ik net zo lang staan tot ze in de gaten krijgen dat ze het verkloot hebben, en het moeten komen oplossen.
Bij binnenkomende kisten, tellen wij de passagiers, en geven de stewards of stewardessen een seintje dat het genoeg is. Soms gaat dat goed, kijken ze en doen ze zelfs wat we van ze verwachten. Soms ook niet. En dan moet je streng optreden.
Vaak is het zo dat er ruim voldoende bussen per vlucht worden aangestuurd, zodat een redelijke verdeling mogelijk is, en we niet inderdaad die max van 50 passagiers in die bus hoeven te proppen.
Soms is het helaas zo dat er te weinig mensen op dienst zijn, en dat we wel moeten proppen. Het is wat het is.
Vaak beseffen passagiers dat dat gekke ronde ding links voorin de bus, vóór die luxe uitziende zetel een stuur is. En dat die grote plasikken doos waar ze in zijn gestapt, niet voor niets op 4 (oke, het zijn er 6, maar dan moet je wel heel erg gedetailleerd kijken) van die grote, zwarte, ronde dingen staat. Dat het een bus is, waar ze zijn in gestapt.
Soms beseffen ze dan dat dat ronde, in het fel oranje gekleedde mannetje die ze verwachtingsvol aan staat de kijken, de chauffeur is van die bus.
En heeeeeel erg soms, gaan ze dan aan de kant. Zodat ik in elk geval bij mijn stuur kan komen. Dan moet ik ze alsnog vaak naar achteren bonjouren. Soms moet ik zelfs uitleggen dat ze niet doorzichtig zijn, en dat als ik van rechts iets mis, zij de eersten zullen zijn die het goed zullen voelen.
Vaak doe ik het af met een grapje, meestal als vriendelijk verzoek. Als ik echt genegeerd word, meld ik ze dat ik even een biertje ga drinken, en dat ze me mogen komen halen als ze klaar zijn met mij negeren.
Dan lachen ze, en gaan ze toch maar aan de kant.
Dit soort gesprekken gaan nagenoeg altijd in het Engels, want ik ga er vanuit dat niet iedereen op Schiphol Nederlands beheerst.
Mijn Engels echter kan behoorlijk roestig zijn.
Zo stonden er wat jong-volwassenen voorin mijn bus. Dicht bij de deur. Mijn stoel en stuur compleet aan mijn zicht te onttrekken. Achterin was meer dan voldoende ruimte over.
Ik liep dus naar daar waar mijn (aan het oog onttrokken door de opeengepakte mensen-lijven) stoel zich zou moeten bevinden (dit op basis van mijn ervaring en inzicht) en vroeg aan de daar staande mensen het volgende: "Guys, can you please use my back-door?"
Een van de aanwezige dames zette ogen op als schoteltjes, één der aanwezige heren, keek me verdacht glazig aan en een tweetal anderen schoot in de lach. En met dat ik het vraagteken aan de zin koppelde, wist ik al dat ik dit anders had moeten verwoorden.
En ik snapte gelijk de mild-hilarische commotie: het is niet dagelijks dat passagiers in een soort van turbotaal uit de porno-industrie gevraagd wordt om de buschauffeur eens even lekker anaal te grazen te nemen.
Zij hadden hem wat eerder in de gaten. Gelukkig snapten ze dat dat toch niet helemaal de bedoeling was. Althans niet voordat ze bij de terminal waren. En gelukkig snapten ze ook dat Engels niet mijn eerste taal is.
Ook ik ben maar een mens.

Alles wat je aandacht geeft, groeit.
Dat is dus ook de reden dat ik als een volstrekte dorpsgek tegen mijn knoflookplantjes aan het kakelen ben. Dat mijn bessenstruiken krankzinnig van me worden als ik weer eens buiten sta. Dat de kersenboom waarschijnlijk van pure frustratie geen kers wenst te ontwikkelen uit zijn bloesem, en dat de rozemarijn mij jaarlijks minimaal 2 volle kruidenpotjes aan gedroogde takjes oplevert.
Dat is ook de reden dat mijn dochter inmiddels niet meer dat kleine hummeltje is, maar een flinke jongedame begint te worden.
Want aandacht is goed voor groei.
Ik heb mezelf samen met 6 andere collega's kandidaat gesteld voor de OR. Om samen met een 2-tal anderen de belangen van de collega's bij het bedrijf te behartigen, en te koppelen aan het bedrijfsbelang. Ten minste, zo staat dat ongeveer omschreven in het handboek van de OR.
Om mezelf kandidaat te stellen, heb ik een klein profieltje gemaakt, een wervend tekstje en een foto. Zodat mijn collega's weten op wie ze kunnen stemmen.
De andere 6 collega's hebben dat ook gedaan, en inmiddels staat dat allemaal online, en ook in de kantine hangen likkebaardende posters van ons allen om ook voor de collega's zonder frequent internetgebruik duidelijk te maken wie we zijn, en wat we zouden willen.
Die posters hangen sinds dit weekend in de kantine, en gisteren kwam ik na 5 dagen weer eens op mijn werk. Daarvan had ik er 3 vrij en 2 was ik er ziek.
Ik kwam dus op mijn werk, en werd gelijk door 2 van de planners aangesproken, of ze mijn poster moesten vervangen, want hij was beklad geworden. Verontwaardiging alom.
Ik was een beetje verbaasd, ik kom net aan. Ik weet van niks. Waar is de brand?
Maar goed, ik loop de kantine in, en zie inderdaad allemaal posters, en die van mezelf prijkt er tussen. Inderdaad flink beklad. Als enige.
Ik kijk wat beter en moet grinniken. Men heeft op kinderlijke wijze (Jente had dit mooier gedaan) een soort van duivel van me proberen te maken. En dat snap ik wel. Mijn bijnaam is ten slotte 'Lucifer', aldus gegeven door een zeer gewaardeerde collega.
Maar goed. Fraai is anders. Echt. Een 4 jarige zou deze tekenaar nog een lesje tekenen kunnen geven.
Verschillende collega's wisten te melden dat ik dit zelf gedaan zou hebben. Ja, superlogisch. Ik ben vrij en/of ziek, maar voor dat soort dingen kom ik wel even naar mijn werk. Tuurlijk. Meteen. Dat deed ik ondanks mijn incourante lijf, ernstig stiekem, want ondanks dat ik ziek was, slaagde ik erin om door niemand gezien te worden. Dat moest ook wel, want als ik ziek ben, maar wél op mijn werk kan verschijnen om mijn eigen poster te bekladden, kan ik evengoed met dat koortsige hoofd gewoon mensen van A naar B rijden. 
Dat je zo'n onzinnige roddel gelooft en verspreidt, zegt veel, maar weinig goeds over je verstandelijke vermogens.
Een aantal collega's gaf aan het beschamend en respectloos te vinden. Ten slotte: als ik in die OR gekozen word, kom ik ook op voor de belangen van de collega die geen tekentalent heeft.
Klopt ook.
Toch heb ik de planners met klem verzocht om het zo te laten hangen. En wel om de reden dat als het daadwerkelijk een grap is, ik er toch geen aanstoot aan neem: ik kon er om grijzen.
Als het geen grap blijkt te zijn: het zal me over het algemeen jeuken wat mensen van me vinden, en in dit specifieke geval, als het geen grap is, nog veel minder.
Sterker nog: laat maar zo hangen. Iedereen die er langs loopt en het ziet, wordt er dan aan herinnerd dat de tekenaar niet alleen volstrekt talentloos is op dat gebied, maar ook te laf is om daadwerkelijk een gesprek aan te gaan. Te laf is om mij aan te spreken. Ballen van een huishoudsponsje. Ook best.
Het lijkt er in elk geval op dat ik één stem minder heb... Oeps...
Maar het weghalen ervan, en dus mogelijk uitlokken dat zoiets weer gebeurt: is ook aandacht geven. Eigenlijk net als deze blog erover. Ach ja.

Wij hebben dus een niet meer zo nieuw toilet. Jaar of 2-3 geleden eens geinstalleerd door de echtgenoot van een collega, want we waren wel toe aan een frisse en nieuwe omgeving. Fijn. Alles doet het. Het ziet er mooi uit.
Een andere collega is thuis bezig met het verbouwen van zijn woning, waarbij er een deeltje als bnb te boek komt te staan. Waarbij hij dus ook een toilet installeerde.
En we kwamen te spreken over de voor en nadelen van de diverse toiletpotten. Wij hadden een plateaupot. Zo'n pot waar je de opbrengst van een paar minuten noest persen nog even kan bewonderen voor je hem op de boot naar het riool zet. Handig ook, zeker met kinderen, want als je moet controleren op wormen, is dat toch makkelijker op zo'n plateau dan dat je moet gaan koekeloeren in de drijvende diepten van een plonspot.
Een van de nadelen (zeker als man) van zo'n plateau-pot, is de voortdurende vrees dat de kilo's mest wat plakkerig zijn, en dat de waterstroom er opgewekt langs raast. Een ander nadeel: dat je zo'n enorm stevige, lange sigaar loost, die dan rechtop staat te wankelen op dat plateau, en dan tergend langzaam voorover kantelt. Met zijn kop nog eventjes subtiel langs je balletjes strijkt. Nou, dan weet je dat je papier tekort gaat komen. Plons doet die dan, in het vooronder, waardoor je balletjes niet alleen een bruine veeg krijgen, maar ook een opgespatte druppel koud water tegen zich aan krijgen.
Een nadeel van de plonspot is precies dat: PLONS!. Die met enorm veel moeite eruit gewerkte boomstronk, die een heuse fontijn doet opspringen. Maar ja. In dat water lag al een sloot aan urine en een paar niet zo losse flodders welke als waarschuwingsschot de hiervoor beschreven boomstam voor gingen.

We reden naar het immer charmante Heeze in Noord Brabant (nooit eerder geweest, het viel oprecht niet tegen), en Jente moest onderweg een plas. Handig, want ik wilde wel een peuk. Maar om nu helemaal naar een ranzig benzine-station toilet te gaan (serieus in Frankrijk langs de tolwegen zijn toiletten schoner dan menig telefoonschermpje) vonden we wat overdreven. En Ilse zou Ilse niet zijn als ze niet voor dit soort gelegenheden beschikte over een plastuit.
Hup, tussen de benen en gaan met die banaan.
Onze dochter is niet superbedreven daarmee, dus werd het een kwestie van veel helpen en aanwijzingen geven.
Echte vent die ik ben, besloot ik de verantwoordelijkheid te delen: ik zou niet kijken maar op de uitkijk staan zodat er zich geen geinteresseerde menigte zou vormen om dit ietwat aparte fenomeen te bewonderen. Het geheel ging niet bijster soepel. Er waren veel iets te luid uitgeroepen aanwijzingen nodig om de plas tot een goed einde (op de grond) te brengen. Rokjes die ineens over de plastuit vielen. Plastuiten die niet helemaal stevig op hun plek werden gehouden. Maar uiteindelijk werd er toch voorkomen dat kleding ondergezeken werd. Er werd voorkomen dat handen nat werden. En belangrijker: er werd voorkomen dat die plas in mijn auto spetterde, ondanks dat de plaats delict tussen de openstaande deuren van mijn auto was. 

Dat als opmaat voor heel andere "shitty business":

Net als velen met mij heb ik mij zitten verbazen over het tempo waarin en de manier waarop MAGA zich voltrekt. Make America Great Again.
Dat dat een recept is voor hilarische en treurige strapatsen, was al op voorhand bekend. De wereld heeft zich al eens 4 jaar mogen verbazen en verkneukelen om die oranje gekledderde baviaan. En nu is hij bezig aan ronde twee.
Een tot op het bot bezorgde en weldenkende Amerikaan liet zich ontvallen:" Please, God help us".  Nee, vriend. Jullie stemden voor deze primaat, en op dat moment vertrok onze lieve heer uit Amerika, om er pas weer terug te komen als die enge redneck verdwenen is.
De wereld kijkt toe: vol ergernis, verbazing en hilariteit.
Maar persoonlijk vind ik oprecht dat we Amerika moeten helpen.
Amerika mag wel weer groots worden. En daar hebben ze alle handjes bij nodig. Dus laten we in vredesnaam alle Amerikanen terugsturen naar Amerika. Ze zullen het daar vast fantastisch hebben, en zo niet: dan hebben ze alle handjes nodig om het (al dan niet ná Trump) weer een heel klein beetje op te bouwen.
Het zou mij niet verbazen als die oranje baviaan binnenkort met een decreet komt waarin staat dat hij meer dan deze ambtstermijn nodig heeft om Amerika great te maken, en dat hij de verkiezingen voor onbepaalde tijd uitstelt. Ten slotte moeten hij en zijn billenmaat Musk wél genoeg tijd krijgen om zoveel mogelijk geld uit Amerika (en zijn bondgenoten) te persen.
Ik gok er zomaar op dat dat decreet er komt. Ik hoop het niet. Maar ik vrees.
Maar ik heb ook wel een paar tips voor de goede, de realistische Amerikaan, die net als de rest, last heeft van Trump en zijn idioterie.
De geschiedenis kan zich herhalen op heel veel vlakken.
De Fransen hadden een verdomd goede plek om hun eigen idioot (Napoleon) op te bergen: een eiland, ver weg. En met de huidige middelen, zouden ze die oranje Baviaan zomaar ergens op een onbewoond eiland kunnen zetten, en er verdomd goed voor zorgen dat hij daar blijft. Dan hoeven ze zich ook niet een nieuw JFK-schandaal op de hals te halen.
De communisten hadden ook zo hun manieren om mensen te laten verdwijnen. Want het werkelijke verhaal van de laatste Tsaar is wellicht wel erg bloederig, maar door zoveel theorieën en onzin omgeven, dat niemand precies weet hoe het nu werkelijk zit. Bottomline: levend of niet, de tsaar was wél weg.
Stel je voor: meneer Trump weet het inderdaad zo voor elkaar te boxen dat hij nog een paar termijntjes als onbetwistte alfa-baviaan op de rots mag blijven zitten, gaan we gegarandeerd een exodus zien aan brave en bange Amerikanen die geen zin meer hebben om te lijden onder die oranje geschilderde dwaas. Wat moeten we als wereld daar dan mee?
Ik ben ervoor om eens te kijken welke landen er procentueel gezien de meeste kolonisten naar Amerika stuurden. Frankrijk, Engeland, Duitsland?
Die landen moeten dan maar ergens een eilandje ontruimen om al die terugkerende nazaten van die eerste kolonisten op te slaan. En als ze dan weer helemaal beschaafd en Europees zijn geworden, mogen ze best in Europa blijven. Op voorwaarde dat ze geen aanspraak maken op rechten op wapens en dergelijke. Anders zitten we hier in no-time ook met massale schietpartijen op scholen. En dat moeten we niet hebben.
Al met al wel een veel levendigere situatie dan in Nederland. Wij hebben Schoof. Wij hebben Wilders. Steekt toch wel schrilletjes af.
Want Wilders doet het in de peilingen niet zo best. En dat snap ik. Henk en Ingrid stemden massaal op onze eigen haat-predikant. Want ome Geert zou het leven voor Henk en Ingrid betaalbaar maken.
Maar nu blijkt dat ome Geert helemaal niks voor Henk en Ingrid betekend heeft. Of gaat betekenen. Want het leven is helemaal niet betaalbaarder geworden. Integendeel zelfs. Het is alleen maar duurder geworden. En in plaats van aan zijn beloftes te werken, zit ome Geert op X te kwaken. Over zaken die totaal niks te maken hebben met zijn beloftes om het leven van Henk en Ingrid goedkoper te maken.
Ome Geert is door de mand gevallen. Zijn partij heet dan wel niet VVD, PVDA, CDA of D66. Maar als PVV doet ome Geert precies hetzelde: stemmen ronselen met mooie praat. En vervolgens de kiezer aan zijn laars lappen.
Gelukkig vindt ome Geert het nog niet meteen nodig om in navolging van die oranje Baviaan uit Amerika, de anus van Poetin schoon te lebberen. Want dan zou ik misschien wat minder positief over hem zijn.




vrijdag 21 maart 2025

Les jeux sont fait.

 Het moment dat ik de peper in kleine stukjes begon te hakken, was ook het moment dat mijn telefoon ging.
Een wel heel ongemakkelijk moment, want mijn vingers waren rood-klam van het vocht van de pepers, en stonken nogal naar de ui en knoflook die ik eerder al te grazen had genomen. Indische stoofschotel zou het worden. Met lekker veel kruiden, lekker veel smaken.
In een flits zag ik dat het nummer niet afgeschermd was, en het eindigde met dezelfde vier cijfers als het mijne.
Grappig, dacht ik nog.
Ik nam op met een kort "Ja, hallo?"
Daarop volgde een unheimlich gesprek, gevolgd door een bezoek dat niet minder dan mindblowing was.
"Hallo, met Marnix, spreek ik met Marnix?"
"Ehh, ja."
"Ik zou graag met u afspreken, want ik heb veel vragen". Het stemgeluid aan de andere kant van de lijn kwam me vaag bekend voor, en er klonk een urgentie in door die ik niet helemaal kon thuis brengen.
"Okeee, nou, ik heb een vrije dag, dus kom maar langs". Nadat ik mijn adres had gegeven (waarom? Waarom zou ik dat doen?) ging ik verder met het hakken van het vlees, en het mengen van de ingrediënten.
Een uurtje later ging de deurbel, en omdat ik nog steeds aan het hannessen was met de stoofschotel, rook het huis heerlijk naar een mengeling van vleesgebraad, knoflook, uien, gember en ketjap.
Ik deed open en staarde naar een jongeman die me niet een heel klein beetje aan mijn jongere ik deed denken. Halflang rood haar, een beetje onbeholpen. Pukkelige huid. Een beetje schuwig. En brilloos.
Ik keek mijn 16-jarige zelf aan.
Ik rilde, van ongemak. Van verbijstering. En ik vroeg me af of ik mezelf in een vlaag van verstandsverbijstering een compleet delirium had gezopen.
"Ik ben Marnix Coster, en jouw jongere zelf. En ik wil wat vragen." Hij sprak verrassend zacht. Timide bijna. Niet sprekend de puber waarvan ik dacht dat ik het was.
"Ja, dat zei je al. Maar ik weet niet zo goed of ik de aangewezen persoon ben om je antwoorden te geven. Ten eerste ben ik te zeer verbijsterd door het feit dat ik hier blijkbaar tegenover mijn jongere zelf kan zitten. Ten tweede: de toekomst is pijnlijk onvermijdelijk. Wat ik ook ga zeggen, verandert daar niks aan".
"Ik twijfel heel erg. Volgens mama wil ik naar het conservatorium. En dat moet ook, want ik heb zoveel talent. Maar word ik daar ook echt gelukkig van? Ik twijfel heel erg, want stiekem zou ik ook wel verpleegkunde willen gaan studeren, maar ik heb geen biologie gekozen, want dat vond ze niet nodig, want dat is geen vak dat aan het conservatorium gegeven wordt. Maar wil ik wel echt naar het conservatorium?".
Tering. Heb ik dit? Ik weet allang dat ik niet gelukkig werd van het muzikantenleven in het algemeen, en het conservatorium in het bijzonder. Maar moet ik hem dit nu vertellen, in de zekere overtuiging dat het toch geen donder uitmaakt? Ik zit hier. Ben buschauffeur, moet ik hem dat vertellen? Ik zit hier, ben vader. En mijn jongere ik, zal geen andere keuzes maken, om de simpele reden dat ik hier zo zit. Bizar. Heb ik echt geen delirium? En wil ik wel dat hij andere keuzes maakt? Want als hij dat doet, zit ik hier dan na ons gesprek nog wel?
"Luister knul: het korte antwoord is een simpel nee. Je wordt niet gelukkig van het conservatorium. Je wordt niet gelukkig als muzikant. En tegen de tijd dat je daar achter bent, is het te laat om nog naar een HBO-V opleiding te gaan kijken. Kost teveel geld. Kost teveel tijd. Kost teveel energie. Zaken die je allemaal niet hebt, tegen de tijd dat dat ook maar enigszins relevant kan zijn.
Maar je gaat het toch doen. En je gaat een heel erg pittige tijd tegemoet. Je gaat ontdekken wie je werkelijk bent, en waar je waarde werkelijk ligt. De muziek zal ook tijdens je studie een bijzaak zijn, want je gaat alle zeilen bij moeten zetten om je opvoeding aan de kant te zetten en jezelf te ontwikkelen. En te ontdekken hoe je in het leven staat en past".
"Maar is het dan allemaal voor niks?"
Is het allemaal voor niks? Ik weet het niet. Ook daar is eigenlijk geen kort antwoord op te geven.
"Het is in die zin voor niks, dat je uiteindelijk dat ontwikkelde talent nooit echt zal kunnen gebruiken, omdat je erachter gaat komen dat talent zonder passie een doodlopende straat is. Je zult je lange tijd heel erg alleen voelen, omdat je een theaterstukje moet opvoeren, omdat je collega's, je muzikale vrienden niet begrijpen wat er in je kop speelt. Aan de andere kant: dankzij de muziek, zet je je eerste stappen op het relationele vlak. Je gaat relaties aan met meisjes die dat totaal niet waard zijn. Maar ook met meisjes die echt veel voor je betekenen. Je gaat vriendschappen sluiten. Sommigen voor het leven. Sommigen voor een aantal jaren. Je gaat ontdekken wat je zoekt in andere mensen, en je zult een heel erg strak, misschien wel te strak gevoel voor goed en kwaad ontwikkelen. Dankzij die toeter, ga je naar landen, die voor veel mensen als gewone toerist al niet eens zomaar zijn weggelegd. Daar ga je levenslange indrukken en prachtige herinneringen aan overhouden. En dankzij die toeter ontmoet je de vrouw van je leven, met wie je uiteindelijk een gezin zal stichten".
Laat ik dingen weg? Moet ik mezelf vertellen dat dat strakke gevoel voor goed en kwaad, me nogal eens in rare situaties brengt, omdat ik ook simpelweg mijn waffel niet vaak genoeg dicht hou?
En maakt dat uit? Ten slotte: hier zit ik.
"Maar zal ik, als ik dan geen muziek maak, mama ooit trots kunnen maken?"
Ik wil in de lach schieten, maar realiseer me voor de eerste 'ha' eruit komt, dat dat té cynisch is. Bovendien weet hij nog niet dat hij op 31 jarige leeftijd moederloos wordt. Ik weet echter ook, wat ik toen blijkbaar al instinctief wist: nee. Dat zal niet gebeuren. Dat gebeurde al niet na mijn eindexamen aan dat verrekte conservatorium in 2007 omdat ik geen master wilde doen. Dat gebeurde niet omdat ik na 3 jaar nog steeds geen aanstalten had gemaakt om verder te auditeren dan het Orkest van de Marechaussee. Dat gebeurde zeker ook niet toen ik dat busrijbewijs ging halen, in eerste instantie gewoon voor de lol. Daar werd simpelweg niet over gesproken. Dat werd genegeerd. 
Trots? Nee, dat is ze waarschijnlijk nooit echt geweest.
"Die trots, moet uit jezelf komen, kerel".
"Ja, maar hoe dan? Wat moet ik dan doen? Het zou zo prettig zijn als ik wist dat ik gesteund werd."
"Je gaat op een gegeven moment tot de conclusie komen dat de mening van een ander maar heel beperkt belangrijk is. Je gaat op een gegeven moment het besluit nemen dat je voor jezelf gaat zorgen. En voor jezelf gaat kiezen. Voor jezelf dingen gaat doen, die voor jou op dat moment goed voelen. Je gaat je busrijbewijs halen. Niet eens om echt buschauffeur te worden, maar gewoon, om voor jezelf te bewijzen dat je het kan. Je gaat besluiten dat je een deel van je muzikale bezigheden op gaat geven, omdat het rijden van een bus leuker is dan lesgeven. En doordat je dat doet, word je gelijk een stuk frisser. Lichter. Want het is een besluit dat jij voor jezelf neemt, in plaats van iemand voor jou. En dat is één van die kleine dingen, waar je weer wat later trots op terugkijkt. En uiteindelijk: trots omdat je een goede partnerkeuze kon doen. Trots omdat je met die partner een huis koopt en een gezin sticht, dat, ondanks allemaal hobbels op de weg, toch best goed draait". 
"En wat vindt mama daar dan allemaal van? Bemoeit ze zich net zo veel met jouw gezin als dat ze nu met mij doet?"
Een zekere opluchting komt over me als ik me bedenk dat dat dus totaal niet aan de orde is. Waarom wil ik hem dan toch niet vertellen dat zijn moeder over 15 jaar dood gaat? Misschien omdat het ook wel die moeder is die met harde hand zorgt dat veel oneffenheden die veroorzaakt werden door dat veel te strakke keurslijf toch weggepoetst werden?
"Nee, ze bemoeit zich niet met mijn gezin. Ze zal dat niet meer meemaken. Ze wordt ongeneselijk ziek, doet dat 2 jaar en gaat dan dood".
Toch maar de waarheid. Het is zoveel makkelijker. En hij lijkt er niet eens heel erg door geschokt.
Mijn jongere zelf kijkt eens om zich heen. Hij ziet er toch wat verloren uit. Ik herken dat gevoel wel. Hij ziet mijn kast vol model-auto's en op de kast alle lego die ik gebouwd heb. Hij kijkt er verwonderd en zelfs ietwat jaloers, zo lijkt het, naar.
"Zijn dat jouw autootjes en lego?"
"
Ja".
En meteen realiseer ik me nog iets. Autootjes en lego. Na mijn 10e speelde speelgoed geen grote rol in mijn leven. Ik was muzikant. Dus ik kreeg CD's (met de meest prachtige muziek, dát wel). Of parafernalia voor mijn muzikale carrière. Ik kreeg een digitale piano met aanslag-gevoeligheid. Een duur en lomp kreng waar ik nooit echt liefde voor heb gevoeld, en die bij een van de vele verhuizingen, stomweg ooit vergeten werd. Boeken kreeg ik ook. Dat was wel fijn, want daarin kon ik me verliezen. Hyperfocus in verhalen van Thea Beckmann en Evert Hartman of Jan Terlouw. Ik snap de jaloezie van mijn 16-jarige ik wel. Toen ik 16 was, wilde ik dolgraag Lego. Of een scooter.
Een nieuw bureau voor mijn huiswerk, leek leuk. En vast goedbedoeld. Mijn huiswerk werd er volgens mij niet beter door.
En meteen bevestigde hij wat ik al dacht: "Ik zou willen dat ik wat lego kreeg voor mijn verjaardag". Er klonk wat weemoed in zijn stem.
"Weet je, gap? Jouw of onze moeder. Ze had een onverzettelijkheid en een onverzoenlijkheid over zich, die jou of ons, en haarzelf haar hele leven dwars heeft gezeten. Ik geloof oprecht wel dat ze goede bedoelingen had. En in jouw geval: heeft. Alleen haar gebrek aan empathie tegenover ons, speelt ons uiteindelijk allemaal parten. Heb nog 20 jaar geduld. Dan heb jij ook Lego".
Nu schieten we beiden in de lach, omdat het behoorlijk absurd is om nog 20 jaar te moeten wachten op de vrijheid om te besluiten dat je eens even lekker met de Lego kan gaan knutselen. Of autootjes kan gaan verzamelen.
"Rook je nog?"
"Sakker! Ja. Zou je me een lol kunnen doen, en daar niet mee beginnen? Zou best wel fijn zijn, eigenlijk Het stoppen heb ik 11 keer geprobeerd, en telkens op grandioze wijze weer begonnen, jij pannekoek".
Hij grijnst, en ik snap waarom. Die éne kleine daad van verzet. Dat kleine, maar belangrijke middelvingertje. Dat kleine stukje "Marlboro-man" vrijheid om stiekem achter bij de fietsenstalling van school stoer te doen. Ik grijns mee. Waarom zou hij ook?
"Zal ik uiteindelijk gelukkig worden?"
Allemachtig. Wat een vraag. Ik ben zelf pas 44. Ben ik er dan al? Is dat niet iets veel te abstracts om daar een simpele 'ja' op te kunnen geven? Moet ik hier nu eerlijk zijn, of moet ik pappen en nathouden?
Om mezelf een houding te geven, sta ik op. Ik pak nog wat koffie voor ons en roer ondertussen in de stoofpot die inmiddels heerlijk geurend stond te pruttelen.
"Leef gewoon het leven. In heb begin is het allemaal gericht om jou bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest te krijgen. Maar goddank krijg je tijdig in de gaten dat dat niet het leven is dat jij moet leiden. En ga je steeds meer tegen de stroom in. Je zult echt serieus flink aan je stutten moeten trekken om overeind te blijven. En ik beloof je dat je diep zult vallen. Heel diep. Maar je krabbelt ook weer op. Heus. Elke keer weer. En dat gegeven op zich is al iets om trots op te zijn.  Wat krassen op je ziel hier en wat deuken in je ego daar, maar je zult weer op je beide voeten terechtkomen.
En uiteindelijk zul je je losmaken van alles wat je gevormd heeft. En je eigen gevoel gaan volgen. Je eigen plan gaan trekken.
Je zult zelfs weer in contact komen met pa, Marte en Larissa".
"Huh??? Wat zeg jij nu?" De verbijstering is echt. De verontwaardiging ook.
Oeps. Hier vergat ik even hoezeer manipulatie op een jonge puber een diep effect kan hebben. Ik had toen inderdaad geen behoefte aan contact. Dat klopt. Ik werd op zijn zachtst gezegd gevoerd met iets te eenzijdige informatie. Misschien toch een bruggetje te ver?
Maar dan zie ik toch een wat meer bedachtzame blik. Mijn jongere ik lijkt het te overdenken. Te overwegen.
En ik vervolg: "Het zullen de enige familieleden zijn die je hebt, over een poos. En dat is best een uitdaging. Want je hebt nu eenmaal de pech om uit een compleet dysfunctionele familie te komen, zoals je wellicht weet". En ik knipoog.
"Maar het belangrijkste is, dat ik denk dat je uiteindelijk best gelukkig zult zijn met het leven dat je gaat kiezen. Ook dat is geen leven zonder hobbels, valkuilen en muren waar je tegenaan loopt of stomweg over struikelt. Maar dat doe je niet alleen. Je hebt een goede vrouw, een fijne (schoon)familie en een pracht van een dochter. En lego. Dus ja.
"Oke, dat wilde ik weten. Soms lijkt het erop alsof ik alles alleen moet doen. Maar het is fijn om met mijn toekomstige 'ik' te kunnen sparren. Dank je wel".
Hij stond op omhelsde me, en gaf me vervolgens een enorme duw. Ik viel plat achterover. Maar in plaats van verontwaardigd te schreeuwen, deed ik mijn ogen open en tot mijn verbazing zag ik dat ik uit bed was gevallen.

Toch een delirium? Of bijwerkingen van de koortsigheid. Ik ben namelijk door de laatste rondwapperende griepviruscellen te grazen genomen. Het snot komt er weer eens per liter links en rechts uit. Mijn hoofd bonkt, en mijn bed lonkt. Wat een ironie. Het weer is prachtig. Lente doet zijn intrede. Het is zonnig, zachtwarm lenteweer. En ik moet de laatste uitwassen van de griep te pakken krijgen.
Overigens: de Indische Stoof bleek eenmaal bij kennis, toch erg lekker te smaken. Het loopt allemaal een beetje door elkaar heen. Tijd voor een tukkie.
Ik wens vanuit dat bed eenieder een beter weekend dan de zakdoeken in huize Coster zullen krijgen.












vrijdag 14 maart 2025

Reizen...

 Als het werk gedaan is, dat wil zeggen: alle vliegtuigen voor de dag zijn leeg, dan wel vol gereden, kunnen we naar huis. En soms is dat wat eerder dan de officiële eindtijd van de dienst.
Die eindtijden komen zelden echt lekker uit met de vertrektijden van de trein, maar gelukkig zijn er vrij vaak collega's die de laatste dienst hebben, die ons een lift naar plaza kunnen geven, zodat we niet buitenom hoeven en moeten wachten op een OV-bus.
Soms ook niet, en dan heb je pech.
Van de week was zo'n dag. We hadden pech. We konden geen lift krijgen, dus we moesten de OV-bus pakken. En vanaf de poort naar de bushalte, is een tippel van ongeveer 3 minuten. Lang eind lopen, en dan is het helemaal frustrerend als je halverwege bent, en je ziet de bus komen. Dan weet je dat je a) die bus gaat missen en b) de trein waarschijnlijk ook.
Ik liep met collega J. naar de bushalte, en we zagen de bus aankomen. J. vond dat we die bus best konden halen, en zette een sprint in. Ik deed datzelfde, half en half in de veronderstelling dat het allemaal voor niks zou zijn. En tot mijn grote verbijstering zag ik de in het donker gestoken achterkant van J. compleet verdwijnen in de nachtelijke verte. Ik dacht dat ik rende, maar vergeleken met J.'s tempo leek ik wel een slak die terug in de tijd kroop. 
Het was gewoon een Looney Tunes slapstick. De vent was absurd snel. Sifan Hassan zou kansloos zijn geweest bij J.
Gelukkig was J. zo clever en vriendelijk om in de deuropening van de bus te blijven staan, zodat ik mezelf hoestend, puffend, ruftend en met een gierende ademhaling die bus in kon hijsen.
Victorie!! Gehaald!
Ja, toen waren we er nog niet, want bij aankomst op plaza had ik nog 2 minuten om vanaf de bushalte via een incheckpaal naar het perron en in de trein te komen.
Dus wederom een stevige sprint trekken, en tijdens het fluitsignaal mezelf als een soort van in katzwijm gevallen walrus die trein in geworpen.
Bijna kruipend op handen en kniëen kon ik richting zitplaats schuifelen.
Victorie!! Gehaald!
Ik was euforisch, en niet veel later zat ik grinnikend om mezelf wat voor me uit te staren.
Dat lachen verging me als sneeuw voor de zon, toen ik de volgende ochtend op stond. En alle volgende dagen, for that matter.
De wijze waarop de spieren in mijn benen kenbaar maken dat ik geen 20 meer ben, grenst aan het onmenselijke.
Grote goden, wat ik heb ik een spierpijn. Ik kan niet zonder van pijn te grimassen opstaan. En dat levert me tijdens mijn werk nogal wat rare blikken op. Een van pijn kreunende buschauffeur die achter zijn stuur vandaan komt. En dan zie ik er nog niet eens bijzonder oud uit.
Met de huidige werkzaamheden aan het spoor bij Schiphol begint mijn aanvankelijke motivatie om met de trein te gaan, we serieuze deuken op te lopen. De intercities rijden gemakshalve maar niet, wat betekent dat de sprinters overvol zitten. En uiteraard zul je zien dat er dan allemaal extra storingen zijn, waardoor die sprinters een lekkere vertraging oplopen. Dus zit je nog langer op stoelen die gemaakt zijn met een soort van billen-mishandeling voor de reiziger in het achterhoofd. Die sprinter neem ik alleen maar voor één enkele halte, om dan in de intercity te stappen, die veel comfortabeler stoelen heeft. Maar om nu dik 3 kwartier mijn toch niet echt graatmagere en dus van behoorlijk wat zitvlees voorziene kont op een hard houten bank te moeten vleien vind ik toch wel erg onprettig.
Dus ja. Dus. Ja. Ik snap ook wel dat die sporen onderhouden moeten worden, maar dit soort strapatsen doet me wel heel erg vermoeden dat onverschilligheid ten aanzien van de reiziger bij deze werkzaamheden de boventoon voert.

Bij de laatste rit die ik maakte van Schiphol naar huis, ging het dus lekker mis. Ik had gehoopt op een intercity, werd getrakteerd op een sprinter met mishandelbanken, die voor het gemak een paar minuten vertraging had, en waarvan ze dreigden om hem niet verder dan Almere Centrum te laten rijden vanwege een wisselstoring. Prima, ik ben de lulligste niet (ik heb ook geen andere optie, dus kan ik wel de lulligste wezen, maar dat brengt me ook niet thuis, en de gemiddelde kaartjesknippert kan op zich ook niet veel veranderen aan het pest-de-reiziger-beleid) ik ga eerst even een peuk roken en dan ga ik me inchecken en naar het perron.
Na het inchecken, blijkt dat het op zich wel terecht is dat Schiphol iets wil verbouwen aan het station. De roltrappen zijn namelijk niet alleen door allemaal paaltjes beschermd tegen reizigers die al te grote bagagestukken op levensveranderende wijze naar beneden willen laten sodemieteren, ze hebben ook glazen panelen geplaatst tussen de ingang naar beneden, en de uitgang naar boven. En dat glazen plaatje, is (je voelt hem aankomen) onzichtbaar, want beneden ooghoogte, en jawel: doorzichtig. Driemaal raden wie er bijna een complete salto maakte over dat verdomde plaatje. Juist. Ik. En met een hoge zichtbaarheids jas aan, valt dat behoorlijk op, zo merkte ik aan de kletsende tantes achter me, die mijn ongewilde en ongeplande acrobatiek voor hun ogen zagen gebeuren.
Ook hier: ik kon er uiteindelijk best wel om lachen. Vooral ook omdat het niet zozeer pijnlijk was, alswel gewoon enorm lomp.

Een paar weken geleden kondigde ik trots aan dat we een nieuwe, grote-mensen bank gekocht hebben.
Een paar weken daarna kondigde ik schaapachtig aan dat we niet echt goed zijn in het meten, want de nieuwe bank blijkt toch echt een maat groter te zijn, en dus een hele uitdaging gaat vormen om die in huis een plaats te geven.
Maar ik ben getrouwd met een gek die vrouw is op dit soort uitdagingen. Ze heeft een plattegrond gemaakt, met daarin op schaal een indeling van alle meubels, mét onze nog te komen bank. (En ja: dit hadden we moeten doen voor we die dekselse bank gingen kopen, maar zo zitten onze hoofden blijkbaar niet in elkaar).
En zo is ze dus met dat papieren schaalmodel gaan spelen, telkens aan mij vragend wat ik er van zou vinden.
Nu is het zo dat ik zelden heel erg uitgesproken enthousiast ben. Dus mijn ge-"hmhm" en ge-"best hoor" bleken voor haar de ultieme toestemming om, terwijl ik nietsvermoedend aan het werk was, de hele huiskamer maar eens danig op de schop te nemen.
Lief als ze was, wilde ze me voorbereiden op de shock, en stuurde me een paar foto's van wat "real-life" voorbereidende probeersels. Met als tekst: "Ik heb een beetje met de meubels gerommeld".
Ik zal de foto's beschrijven: het leek erop alsof er een cluster-fragmentatie-granaat bedoeld en onbedoeld ontploft waren.
Dat was echt geen BEETJE...
Ik kwam thuis, en was een klein beetje minder in shock dan ik zou zijn geweest als ik die foto's niet had gezien. Ik was ook wel onder de indruk van het feit dat ze in haar uppie de bank, de kasten én de piano door de woonkamer had gegoocheld om een zo optimaal mogelijke plek voor die infame nieuwe bank te creeren.
Grappig was wel dat ze die app-uitwisseling begon met een tekst in de strekking dat ze van me houdt. Je zou bijna denken...

En dan toch weer zo'n kadootje.
Het was een wat verlate binnenkomer uit Spanje, Marokko, Italie of Turkije. Een vakantievlucht. Overduidelijke jonge boomers, die hadden overwinterd of vakantie gevierd op zonniger plekken dan het winterse Nederland.
Veruit het grootste deel van de buslading mensen was vrolijk doch toe aan een nachtje weer in hun eigen bed, in plaats van in zo'n All-in-Opslagplek voor weinig avontuurlijke zonaanbidders. 
Ik stond braaf te monitoren dat de mensen ook allemaal naar binnen stiefelden. En dat deden ze ook allemaal braaf.
Op één zenuwachtig rondstampende vrouw na. Type Gerda.
Maar dan geen kort-pittig kroketje, maar met lange, slonzige blonde lokken. Middelbare leeftijd met een legging. Dat idee.
Ze liep maar rond te stampen, duidelijk op zoek naar iets. En juist toen ik aanstalten ging maken om haar naar binnen te verzoeken, kreeg ik in de gaten waarom ze zo zenuwachtig aan het hobbelen was: Letterlijk vloekend en krijsend dat ze 4 uur in een vliegtuig zat, en geen peukje op mocht steken. Wat een kutland was Nederland toch, en kutschiphol en godverdehierendaar. Haar slonzige voorkomen en haar compleet verwilderde blik maakten dat ik niet subtiel in de lach schoot. Ik hoefde verder niks te zeggen, achtervolgd door mijn geschater stampte de dame zelf naar binnen. Ik geloof dat ze me niet eens echt gezien heeft. Maar damn, zelfs ik als roker heb meer decorum dan dat. Ben je lekker uitgerust op zonnige oorden, is het eerste dat je doet als je terugkomt, je vakantieherinnering zó afsluiten. Die had een paar weken (of jaren) langer moeten boeken...

Goed, dit alles maar weer geschreven hebbende, begint uw weekend. Geniet ervan.










zaterdag 8 maart 2025

Weer een jaartje verder.

 Jente. Mijn (groeiende, dus niet meer zo) kleine boefje.
Op sommige punten begint het al een heel dametje te worden. Ze heeft een mening en is totaal niet bang om die te pas maar vooral te onpas te ventileren. En omdat ze inmiddels geen peuter, kleuter of klein kind meer is, komt die mening ook in steeds betere en mooiere volzinnen naar buiten. Soms (lees: vaak) niet geheel genuanceerd en/of gewenst, moet ik zeggen.
Ze schiet in de lengte aardig omhoog, en qua gewicht is het ook al geen echt hummeltje meer.
En ze begint zich langzamerhand steeds bewuster te worden van zichzelf.
Ik mag bijvoorbeeld niet meer zomaar op haar billen petsen. Vroeger wel, maar inmiddels niet meer.
Dus, brave vader die ik ben, doe ik dat dan ook niet meer. Ten slotte moeten we haar ook leren dat grenzen aangeven en bewaken een goed ding is. En als ze ooit een vriendje krijgt, wil ik dat ze een goed voorbeeld heeft. Een man moet haar netjes, respect- en liefdevol behandelen, en haar grenzen accepteren en respecteren.
Gelukkig is ze ook nog zo onbevangen dat ze doodgemoedereerd in haar blootje door het huis kan banjeren (ik vermoed dat we een naturiste in de dop hebben). En stoeien doen we ook nog wel eens. Dat begon ooit als "Lol maken op het grote bedje". Toen ze een jaar of 3 was.
Ik koos voor stoeipartijtjes ooit ons bed, omdat ik daar zonder al te veel restricties gewoon lekker lomp kon stoeien. Met haar gooien, kietelen en rauzen, met als ondergrond zachte matrassen, veel dekens en kussens. En de landingen waren altijd zacht, want ze is nooit naast het bed gesodemieterd.
Voor mezelf bleef en blijft het oppassen, want toen ze 3 was, wist ze van niks en kon een ongecontroleerd, door het kietelen zwaaiend lichaamsdeel behoorlijk onzacht in mijn lijf of smoel gepompt worden. En nu ze groter is, moet ik oppassen dat die grotere ledematen mij niet met meer kracht dan vroeger alle lucht uit mijn longen drijven, of dat ze met haar volle gewicht mijn hoofd niet in een wel heel aparte hoek aan mijn nek draait.
Het zogenaamde tellen van haar ribben (omdat ik toch moet controleren of ze ze allemaal nog heeft, en ik daarmee de gelegenheid neem om haar uitgebreid te kietelen) mag nog steeds wel, en anders wordt het met mijn middelmatig ontbrekende talent voor het pianospel, gewoon "piano-spelen" op haar ribben. Haar geschater is dan letterlijk en figuurlijk de muziek voor mijn oren.
Die onbevangenheid heeft ze ook naar eten toe. Ze proeft alles, blijkt daarna behoorlijk "picky" te zijn, maar eet vooral zoals het haar goeddunkt.
Bestek? Welnee, waarom zou ze. Terwijl we haar toch echt hebben geleerd hoe ze die dingen moet gebruiken. Pure luiheid aan alle kanten.
Of toch een dosis Afrikaans bloed in haar lijf? In Afrika doen ze niet vaak aan tafelzilver. Ik moet misschien Ilse eens streng aankijken....
Haar onbevangenheid etaleert ze ook op nog minder prettige manier. Dat wil zeggen: voor mijn neus.
Sta ik lekker uitgebreid te douchen, komt ze heel casual de badkamer binnen, een vos-achtige grijs krijg ik, ze laat haar broek zakken en gaat, terwijl ik heerlijk sta te genieten van de hete stralen water, eens uitgebreid zitten poepen.
Mijn protesten worden opgewekt weggewuifd. En terwijl de walgelijke kakdampen (die ik zeer meisjes-onwaardig acht) zich vermengen met mijn heerlijke douchegel-geur, zit ze me al kakkend en ruftend hartelijk uit te lachen.
Kokhalzend van ellende droog ik me, zo snel ik kan, af en vlucht de badkamer uit.
U begrijpt, lieve lezer, dat ik wraak ga nemen. Zodra de mogelijkheid zich voordoet, ga ik terwijl zij staat te douchen, ook eens uitzinnig naar de wc. En ik weet toevallig dat Jente's dieet minder vlees bevat, en dat mijn excrementen derhalve veel heftiger meuren dan de toch al zeer heftige meur van een bijna 10 jarig meisje (ten tijde van het verschijnen van deze blog, is het meisje in kwestie al 10).
10 jaar geleden, op 6 maart, werd ik vader. 33 was ik, en had totaal geen ervaring met geboortes. En dat proces op zich, beviel maar matig. Na de bevalling werd Jente weggeraced naar de afdeling neonathologie en Ilse naar een operatiekamer, voor verdere opknapbeurten. En ik? Ik stond plotsklaps en verdwaasd in een compleet stille en lege kamer. Mijn eerste reactie was om dan maar een peuk op te steken, maar een toevallig passerende verpleegkundige, vond dat (enigszins terecht) een slecht plan. In plaats daarvan duwde ze me een beker onverdunde, dus mierzoete ranja in mijn mik en verwees me naar buiten.

10 jaar vaderschap. Ik doe maar wat. Soms vol twijfel, want welke battle moet ik kiezen. Soms met een brok in mijn keel. Soms hartelijk lachend. Ik ben ook wel beestachtig trots op dat kind. Want ergens heeft ze het ook niet altijd even makkelijk. 2 ADHD ouders, zelf ADHD, een minder dan optimaal gezonde moeder en een vader die nagenoeg fulltime werkt. En geen broertjes of zusjes om mee te kunnen spelen. Ja, het is soms sub-optimaal. Maar ze doet het toch allemaal maar. Ze doet het best goed op school. Sociaal is ze een combinatie van haar moeder en mij, dus vriendjes genoeg.
En ze heeft nog steeds geen eeuwig-durend toegangsverbod bij karate, dus ook daar mag ze zichzelf ontwikkelen.
Ja, we doen het ondanks onszelf, met ons drietjes eigenlijk best aardig.
10 jaar geleden, op 7 maart, was ik dus net 1 dag vader. Vrouw en kind werden vertroeteld en opgelapt in het ziekenhuis, en ik verplaatste mij enkele malen per dag richting dat ziekenhuis. Mijn verjaardagsdiner dat jaar bestond uit een pizza van de New York Pizza. Inmiddels iets waar mijn gevoelige darmen van gaan protesteren als extinction rebellion op een snelweg of luchthaven (en ik begreep dat die lieden die dit weekend op Schiphol protesteerden, in elk geval net zo'n lichaamsmeur verspreidden als Jente op het toilet).
Vanwege het feit dat onze verjaardagen zo dicht op elkaar liggen (ik vind het toch stiekem een beetje jammer dat Jente zo'n haast had. Ten slotte is een kind krijgen op je eigen verjaardag een kado van formaat, nietwaar?) is het de dagen rondom onze verjaardagen altijd gezellig, chaotisch feestelijk.
Wie langs komt, komt en komt met kadootjes voor hetzij Jente of mij of ons allebei. En we zijn weer walgelijk verwend. Van hele doordachte kleine dingetjes, tot mooie hobby-dingen. Van verse sokken tot een auto-upgrade. Knutselspullen tot bouwpaketten. Ja, Jente en ik, wij hebben het mooi voor elkaar. Het was een fijn weekend zo.
Op mijn verjaardag zelf moest ik werken. Een van die keren dat ik stomweg vergat om verlof te vragen. Omdat ik mezelf wilde verwennen, koos ik ervoor om de trein de trein te laten, en lekker met de auto te gaan. En om mezelf nog meer te verwennen, koos ik er daarna voor om de auto lekker voor de poort te parkeren. Dat is een traktatie van formaat, want brave burger die ik vaak ben, kost dat behoorlijk wat aan parkeergeld. Echt serieus veel geld. En wee je ondoordachte gebeente als je niet betaalt: de afgekeurde agenten van parkeerbeheer komen vaak likkebaardend van enthousiasme langs om boetes uit te delen. Kost je toch 90 euro.
Ik zette mijn brave voiture neer, zag een collega en al kletsend gingen we naar binnen. En u raadt het al: ik vergat totaal om mijn burgerlijke plicht te doen en mijn parkeermeter aan te zetten. Ik kwam er pas achter toen de termijn verstreken was. Kak!
Maar tot mijn grote vreugde bleek dat de afgekeurde agenten op 7 maart blijkbaar iets beters te doen hadden, want er prijkte geen trotse boete onder mijn ruitenwisser. (En de eerlijkheid gebied me te zeggen: ik heb er inmiddels zó vaak gratis gestaan, dat een eventuele boete nu alsnog voordeliger is dan gewoon braaf betalen. Als dat geen prachtig verjaardagskadootje is van de gemeente Haarlemmermeer, weet ik het ook niet meer).

Iedereen die mij via welke kanalen dan ook feliciteerde: heel erg dank, wordt gewaardeerd.

Meta. Na mijn eerdere gefilosofeer over social media, heb ik nog niet echt stappen ondernomen om zelf iets te doen. Want naar mijn idee ontbreken goede alternatieven.
Aan de andere kant: hoe lang moet ik zelf nog bijdragen aan de welvaart van Edolf Musk, Marc Fuckerberg en SinaasappelTrump?
Toen kwam er iemand met de suggestie om over te stappen op Signal. Dat zou een goed alternatief zijn.
Daarmee sponsor je in elk geval geen brallende rednecks die de wereld alleen nog maar sneller naar de sodemieter helpen.
Dat vind ik absoluut een groot pluspunt.
En dat het bedrijf achter Signal geen data van je verzamelt om er op welke manier dan ook rijk van te worden, vind ik ook een prima ding.
Echter, hoorde ik van de personen achter Signal, dat ze met hun bedrijf liever een land verlaten, dan dat ze informatie door zouden spelen aan bijvoorbeeld een Openbaar Ministerie. En dat vind ik serieus wel een ding.
Ik begrijp dat ze privacy een heel erg groot en belangrijk ding vinden. Maar ik vind de privacy van een pedo-netwerk nu net weer iets dat niet zou moeten worden ondersteund. Ik vind oprecht dat mensen die plannen maken om Almere op te blazen, daar geen mogelijkheid toe zouden moeten krijgen via iets als een communicatie-middel. En als je ook dat soort lieden absolute privacy wil gunnen, omdat je geen onderscheid kunt of wilt maken, vind ik dat toch niet helemaal een prettig beleid.
Dat is ook een van de redenen waarom ik geen Telegram gebruik. Het middel van allemaal russische walgnekken die minder frisse zaken van plan zijn. Daar wil ik me niet aan of mee verbinden.
Maar goed, ik ga Signal een kans geven, vooral ook omdat ik niet per se vind dat Marc Fuckerberg, Edolf Musk of SinaasappelTrump hoeven te genieten van mijn ranzige en/of katten-filmpjes. Overigens: Whatsapp zal voorlopig nog wel blijven, simpelweg omdat Signal nog niet iedereen heeft over genomen.
Alleen voor Facebook zal ik nog wel even op zoek blijven naar een goeie vervanger.

Goed, dit was dan bijna weer mijn weekend. Nog ff een kinderfeestje in het zwembad zien te overleven, en ik mag weer een paar dagen uitrusten op mijn werk.
Ik wens eenieder een beste zondag.










vrijdag 28 februari 2025

Opgefietst!

 Hij hoorde het remmen van het voertuig wel, wielen krijsten over het wegdek. Het geloei van de claxon kwam heus wel binnen, maar in zijn onmetelijke arrogantie, ging hij ervan uit dat dat met hem niks te maken had.
De klap was alles-verpletterend.
Hij voelde de eerste impact.
En pijn was alles wat hij nog kende. 
Zijn heup leek in een witte waas te exploderen in een alles versplinterende, hels-witte pijn.
Hij voelde hoe zijn ribben braken, en enigszins verbijsterd nam hij waar dat de gebroken uiteinden, rafelig en scherp, zijn ingewanden rauw en telkens weer stekend doorboorden.
Maag, darmen, en longen.
Meteen proefde hij bloed, maar hij kon toen al niet meer bepalen of dat bloed uit zijn maag kwam, of bij elke ademhaling door zijn longen naar boven werd gestuwd.
Door de klap werd hij van zijn fiets geslagen en teleurgesteld zag hij in een flits hoe zijn nieuwste aanwinst onder het rechtervoorwiel van die bus vermorzeld werd.
Vaag bedacht hij zich nog dat het wel fijn was dat hijzelf niet onder dat wiel terecht kwam...
Met een keiharde bons sloeg zijn hoofd tegen de stoeprand te pletter, en zijn laatste gedachte was:" van die fiets heb ik minder lang plezier gehad dan ik had gehoopt".  Bloederig schuim vormde zich met elke ademtocht om zijn lippen.
En pijn was alles dat hij nog kende.
Toen werd het donker. Heel donker, en alle gedachten aan fietsen, en andere ongein die hij andere mensen aan had gedaan, vervaagden tot niks....

Bovenstaande is een uitwerking van een klein, doch gezien en ondanks de omstandigheden, vreugdevol fantasietje van me. Uiteraard gaat dat om de klootzak die mijn fiets jatte op het station.
Dat fantasietje kwam in mij op toen ik naar huis liep (godzijgedankt tussen de buien door) nadat ik ontdekte dat mijn fietsje meegenomen was door iemand die niet over de sleutels beschikte.
"Nounounou, is het doodwensen van een inferieure fietsendief niet een beetje al te sterk, Marnix?"
Ja, misschien wel.
Maar als u goed heeft gelezen, staat er nergens dat die minderwaardige kaffer doodgaat. Hoewel ik er moreel en praktisch geen bezwaren in zie, om te fantaseren over diens dood.
Puur pragmatisch: Stel de minderwaardige overleeft het door mij gefantaseerde ongeluk. Dan kostte hij mij een fiets, krijg ik niet meer terug. Geld weg. Een aangezien dit vast niet de enige fiets is die hij jatte, heeft hij de maatschappij meer dan voldoende op kosten gejaagd.
Maar als hij het overleeft, mag de maatschappij óók nog opdraaien voor de gezondheid, de eindeloze revalidatie en ziekenuitkering van zo iemand. Kost vele tonnen per jaar. Voor iemand die weinig tot geen maatschappelijke waarde heeft.
Terwijl als hij wel dood zou gaan, wij als maatschappij verlost zijn van iets dat weinig normen en waarden heeft meegekregen, en uitsluitend een dodelijk irritante onkostenpost is. Ik zie werkelijk weinig sociale en economische waarde in een fietsendief. Echt niet. Wat mij betreft liever dood dan levend.

Maar goed, wat ik fantaseer, is uiteraard niet meer dan dat. Gebeurt weinig mee. (In sommige gevallen: helaas).

Waarom het voor mij leidt tot een behoorlijk heftige, doch ook wel gelukzalige fantasie over het lijden van de dader?
Het was --->mijn<--- fiets.
Een paar jaar geleden voor mijn verjaardag gekregen van mijn betere helft (die zich door mij onheus bejegend voelde, toen ik briesend en stomend van wilde razernij eindelijk thuis was gekomen, waarover later meer).
Het was, zover ik weet, de 2e keer in mijn leven dat ik voor mijn verjaardag een hele nieuwe fiets kreeg.
Voor mijn 12e kreeg ik er één, omdat ik toen van Schin op Geul naar Heerlen moest gaan fietsen. Retour 22 kilometer, over de glooiende, heuvelachtige wegen van Limburg). 
Een heuse Gazelle, met (voor Limburgse begrippen erg weinig, doch maar toch) drie hele versnellingen. En het was een prachtige fiets.
Die heeft het behoorlijk lang vol gehouden.
Bijna de totale destructie ingereden door tijdens een stunt (je blijft een pubermannetje) bergafwaarts over de kop te slaan, en net niet plat gereden te worden door achterop komend verkeer. Voorvork krom, ik verstrikt in het frame, zieltogend op het asfalt.
Toen kwam er een mountain-bike. Zelf voor gespaard. Top ding. Mocht mee naar Amsterdam. En tijdens een verhuizing waarschijnlijk stomweg vergeten.
Nog een paar krakkemikkige karretjes tussendoor gehad, mag geen naam hebben.
Tot ik dus van mijn beste helft, een hele mooie vouwfiets kreeg. Eigenlijk helemaal niet zo bijzonder. Gewoon massaproductie. Per 1000 tegelijk door de decathlon naar Nederland verscheept.
Maar wél uit liefde gegeven. En dus per definitie waardevoller dan de winkelprijs. En inmiddels ben ik de 40 ook al weer ruim gepasseerd, dus ben ik beter op de hoogte van de waarde van spullen. Zowel in economisch opzicht als in emotioneel opzicht.

Goed, ik ontdekte dus dat een of andere drabzak mijn fiets gejat heeft, en kokend van woede en diep beledigd, marcheerde ik hetzelfde stuk naar huis. Ondertussen dus fantaserend over een welverdiende dood voor de minkukel die liever jat dan werkt.
Ik moet bekennen dat ik per stap toch wel een centimeter hoger in mijn emotie kwam.
Dus toen ik thuis kwam, moest ik serieus even bekomen, voor ik naar mijn bed kon. Dat is sowieso al met late diensten: je komt thuis en kan niet gelijk naar bed. Als ik dat gisteren gedaan had, waren de lakens in de brand gevlogen van de hitte.
Ik ging uiteindelijk naar bed, en toen Ilse mij slaapdronken vroeg hoe mijn dag was, antwoordde ik naar waarheid dat mijn fiets gejat was.
Ilse schoot wakker, en vroeg me hoe of ik dan naar huis was gekomen. In mijn wederom opborrelende ongenoegen meldde ik dat ik was komen vliegen.
Dat was niet helemaal gestoeld op de waarheid, hoewel ik zó boos was, dat het had gekund.
Het arme mens kon er natuurlijk ook niks aan doen.

Het beste mens (Ilse dus) had wel al een andere oplossing: haar 15 jaar oude Batavus. Ooit eens middels een fietsenplan belastingtechnisch voordelig bij de Marine vandaan gehaald (waarvoor nog dank aan alle belastingbetalers, met terugwerkende kracht), belandde die uiteindelijk bij ons in en naast het schuurtje.
Een behoorlijk goed onderhouden, donkerroze cq. lichtpaarse (vraag me niet naar de kleur, want ik ben niet zo goed met het benoemen ervan) damesfiets, mét krat op het stuur.
Daar moest wel een nieuwe voorband op, een nieuw zadel (ik zal de plattitudes overlaten aan de fantasie van de lezer, ik heb hierboven ten slotte al een pracht van een fantasie beschreven) en een slot. Want ja. Als ik na het weekend weer ga fietsen, gaat er een slot op, waarmee ik indien nodig (zo'n moment komt, als ik mijn ouwe vouwfietsje zie rijden, zonder mij als rechtmatige bestuurder) ferme meppen uit kan delen. Zo'n slot die dat gore tuig niet zomaar doorgeslepen of doorgeknipt krijgt.
Dat krat wordt nog uitdagend. Want hoewel ik de voordelen van dat krat echt wel zie (denk aan mijn tas met voer erin, zodat ik die niet op mijn rug hoef te hangen, waardoor mijn rug een klamme, kleffe, zweterige plakboel wordt), zie ik ook wel wat nadelen. Zoals het feit dat het sturen daarmee toch wat ongebalanceerder wordt.
Dus fijn. Fiets gejat, fiets erbij. Of zo.
Ik zat zelf te kijken naar een elektrische step of zo. Die kan ik gewoon meenemen naar mijn werk. Maar ja. Die dingen schijnen niet op de openbare weg te mogen. En zul je uiteraard net zien: als ze mijn fiets jatten, ligt de dikbetaalde prinsemarij te snurken in hun verstopte dienstwagens, als ik voorbij kom zoeven op mijn elektrische stepjes, worden ze wakker, en zijn ze er als de kippen bij om me te beboeten.
Hoewel, aangezien ze toch nooit aanwezig zijn, hoef ik daar misschien niet eens bang voor te zijn.
Dus toch maar geen elektrische step. Niet omdat ik het braafste jongetje van de klas ben, Ilse is wél het braafste meisje, en ik durf er gif op in te nemen dat ze deze alinea rologend en facepalmend leest.

Na weken opgewekt, bemoedigend te hebben staan kletsen tegen mijn knoflook in de tuin, beginnen alle 33 gepootte tenen te ontspruiten. En niet alleen die 33 tenen komen op: ik had laatst een enthousiast uitgelopen ui gestript, en doormidden gesneden, en beide delen in de grond gezet. Gewoon om te kijken wat voor pracht van een plant eruit komt, en of er toevallig animo is voor het kweken van maar liefst 2 uien.
Voor de achterburen, die eventueel uit hun slaapkamerraam in onze tuin kijken, moet het een bizar gezicht zijn: een grote, stoere kerel. Petje op zijn hoofd, tattoo, oorringetje, die vertederd staat te koeren tegen wat sprieterige plantjes. Je zou bijna zeggen dat ik macrobiotische, biologische wiet aan het kweken ben.
Dit stinkt net zo hard, alleen dan lekkerder.

Goed, ook dit maar weer aan het wereldwijde web toevertrouwd te hebben, begint hiermee uw weekend. Ik wens u een mooie toe.








donderdag 20 februari 2025

Faceboekwerk.

In navolging van inmiddels een steeds groter wordende groep vrienden, familie, collega's, vage kennissen en andere snuiters/snuiterinnen, begin ik steeds meer minne punten te zien van Meta. Facebook specifiek.
De rest van al die sociale media kanalen heb ik niet, hoewel de berichtenservice van Meta, Whatsapp genaamd, wel kwistig door mij gebruikt wordt, vooral voor het doordelen van ranzige of leuke plaatjes.
Maar Facebook.
Ik ben in beginsel aanhanger van het principe: je gebruikt het gratis, dus je moet niet al te veel zeuren over schier eindeloze stroom aan (ir)relevante reclames die je netvliezen teisteren. Je gebruikt het gratis, dus je moet niet al te veel zemelen over het feit dat alles wat je op dat platform deelt, door de aanbieder gebruikt wordt.
Alle mensen die die telkens terugkerende hoaxen delen over het omzeilen van die reclames of innames van je prive gegevens en foto's vind ik altijd hilarisch-treurig. Als je dat namelijk zo erg vindt, is de beste optie om je account op te doeken.
Maar als je er gebruik van maakt, zonder ervoor te betalen, betaal je toch. En daar kies je voor. Elke keer weer. Waarom zou meneer Zuckerberg enorme servers betalen uit zijn eigen zak, zodat Pietje uit Schubbekutteveen, ver weg van dat walgelijke Amerika, gratis gebruik kan maken van een dienst?
Maaaaaar..... Meneer Zuckerberg heeft besloten om als een kwijlend schoothondje achter de walgelijke SinaasappelTrump en de griezelige ElectroMusk aan te kwispelen, en dus heeft Meta voor mij ook wel serieus een teleurstellend diepe deuk in hun imago opgelopen.
Ik begin inmiddels zelf ook moeite te krijgen met de onuitputtelijke stroom aan irrelevante reclames die ik voor mijn voeten krijg, als ik gewoon wil zien wat mijn vrienden te delen hebben. En natuurlijk: die reclamemakers betalen meer voor hun bijdragen aan het in stand houden van Meta dan ik, maar dit begint serieus idiote vormen aan te nemen. Dit heeft met sociaal en verbinden helemaal niks meer te maken.
Maar nog meer moeite heb ik met de enorme hoeveelheden haat en arrogantie tegenover anders-zijnden en anders-denkenden. De angst van de populisten voor alles dat nieuw is, alles dat niet helemaal strookt met de kruimige pieper, met de tot snot gekookte spruiten en het bruin gebakken slavinkje.
Als je vindt dat we beter voor onze aardkloot moeten zorgen: haat en nijd krijg je.
Als je een elektrische auto wil: haat en nijd krijg je.
Als geen vlees eet: haat en nijd krijg je.
Als je geen hetero bent: haat en nijd krijg je.
Als je niet krijsend van enthousiasme achter SinaasappelTrump staat: haat en nijd krijg je.
Als je gewoon jezelf bent.... Je raadt het al.
En een van de mooiere dingen die Meta had, het zogenaamde "factchecken". Ach, feiten zijn lastig voor de meeste populisten, zeker als die feiten niet ondersteunen wat de onderbuik loopt te reutelen, dus doek dat maar op. En zo wordt Meta alleen maar dommer.
Ik heb vaker een halfbakken soort oproep gedaan om eens wat vriendelijker met elkaar om te gaan, maar ik ben maar ik en mijn invloed reikt niet zover. In mijn eentje verander ik geen heel social medium platform.
Dus zo zoetjes aan ga ik toch eens op zoek naar iets anders. Want ik ben eerzuchtig genoeg om wél mijn schrijfsels van hier aan de wereld op te dringen en mijn (naar eigen zeggen prachtige) foto's te laten zien.
En ik ben ook wel gehecht genoeg aan de groepjes die ik volg om niet meteen als een dolle stier weg te rennen. Maar als er mensen zijn die een soort van sociale facebook weten, hou ik me aanbevolen.

 Het zal niet heel onverwacht zijn als ik stel dat ik geen uitgesproken carrière-tijger ben. Hogerop komen is voor mij niet echt een doel op zich. Ik ben tevreden met mijn werk, tot op zekere hoogte, en status vind ik nikszeggend. Status is voor pronkende pauwen (dank aan vriendje/collega Mark, die de peacock zo treffend introduceerde), die vinden dat ze zonder kennis en inzicht moeten lopen reutelen en baasje spelen. Daar heeft iedereen op dagelijkse basis in zijn werkzame leven wel mee te maken, denk ik zo. En ik voel weinig behoefte om me op die manier te laten gelden, of me in die kudde te moeten voegen. Ik respecteer mezelf en mijn collega's iets teveel om me daaraan te buiten te gaan.
Status komt voor mij uit mezelf en niet uit mijn werk of bezit. Ik werk om te leven, en absoluut niet andersom. Ik werk om mijn gezin te voorzien, maar ik vind het dan ook wel erg belangrijk dat ik dat gezin op gestelde tijden ook zie. Anders kan ik het net zo goed laten.
Dat soort ideeen.
Dat wil niet zeggen dat ik niet zo af en toe eens kijk wat er allemaal "op de markt" is, en of ik elders ook van waarde zou kunnen zijn. En of "elders" misschien ook wel waarde in mij ziet. 
Dat leverde op zijn zachtst gezegd wat bijzondere ervaringen op.

Een paar jaar geleden solliciteerde ik (meer uit nieuwsgierigheid) bij het CBR. Voor een functie als examinator. Dat was ten tijde van corona, dus alles moest per sé online via een van die digitale communicatie-programma's die als paddenstoelen uit de grond vlogen. Het leek me een heel leuke, nieuwe uitdaging.
Er werd over en weer gemaild met alle informatie, en ik downloadde (naar mijn idee) het juiste klets-programma, en op het moment supreme zat ik klaar om te beginnen met het gesprek.
Ja, never happened, ik had stomweg het verkeerde programmaatje gedownload. Wat wel volgde was een gesprek met een of ander draak van een wijf dat me op hoge toon de les las. Tja, het was slordig, maar goed, ik ben ook maar een mens, en een dergelijke snauwpartij vond ik op zijn zachtst gezegd nogal onprofessioneel, en dan druk ik me genuanceerd uit. Het meisje dat me daarna belde om een nieuwe afspraak in te plannen, was een stuk vriendelijker.
Goed, het sollicitatiegesprek was met een meneer die zichzelf betitelde als "poortwachter" voor het CBR, zogenaamd om alle kaf van het koren te scheiden.
En ik was duidelijk kaf. Vanaf het eerste moment. (Ik denk dat eerder genoemde Gerda-draak, deze "poortwachter" vooraf informeerde).
De beste man onderbrak me na ongeveer elke zin, gaf me geen kans om uit te praten, praatte vaak door me heen en bevond me te licht.
Dat hele proces in ogenschouw nemende, denk ik dat het helemaal zo gek niet is om daar niet aangenomen te zijn. Je zal met zulke mensen 8 uur per dag, 5 dagen per week opgescheept zitten.
Dat zijn dan 8 lange uren, gedurende 5 helse dagen per week. Zie er dan maar een gezond gezinsleven op na te houden. Of humeurig, omdat je om 0800 uur in de ochtend geconfronteerd werd met de betreffende Gerda, je eerste examen-kandidaten vloekend laten zakken, om je eigen frustratie kwijt te raken. Dodged a bullet, om het zo maar eens te zeggen.

In recenter geschiedenis solliciteerde ik als conducteur bij de NS. Dat was letterlijk als uit de reclame van weleer: "Opeens heb je het, je wordt conducteur". Ook weer vooral uit nieuwsgierigheid, omdat ik nogal eens de trein neem naar mijn werk.
Hele santekraam opgetuigd, kreeg ik als eerste een gesprekje via Whatsapp beeldbellen met een lagere recruiter.
Die vond mij op het eerste gezicht geschikt. Ik was dat met hem eens, en hij zette me door voor een langer gesprek met een teamleider en een hogere recruiter. Weer via zo'n beeld-bel-klets-programma. (En ja: deze keer had ik de goeie op mijn telefoon staan).
Hier kreeg ik meer informatie, over verdiensten, roosters, opleiding en meer van zulks. Ook zij vonden mij de moeite waard (ik was wederom de laatste die hun ongelijk zou geven) en stuurden me door voor een psychologische keuring.
Daar zat een goeie anderhalve week tussen, en in die week begon ik een beetje koudwater-vrees te ontwikkelen.
Omdat het impliceert dat je je warme en vertrouwde nest zou moeten verlaten.
En ook omdat ik vrij onomwonden te horen kreeg dat ik pas per volgend jaar in een (en ook hier) onregelmatig voorkeursrooster zou komen. Met wat goeie wil, zou ik in juli al werkend instromen, en tot en met december zou ik dan in een reserverooster komen, en alles invullen wat open kwam. (Zeg maar dag met je handje tegen een min of meer gezond rooster, want pas per volgend jaar krijg je iets dat ergens op lijkt, ga ik dan maar vanuit).
Maar goed, leek me alsnog niet een enorm probleem, zolang je maar communiceert. Ilse was wat wantrouwender (en mogelijk verstandiger) in dezen. Die vond het een wat uitdagender probleem, zeker omdat ik binnen mijn huidige onregelmatigheid, toch wel erg goed gedij op zoveel mogelijk regelmaat.
En daar heeft ze op zich gelijk in.
Maar goed, voorafgaande aan die keuringsdag moest ik allemaal vragenlijsten invullen, en op de keuringsdag zelf, moest ik nog meer vragenlijsten invullen. Allemaal online.
En niet alleen vragenlijsten. Ook ellenlange rijen aan tests met betrekking tot ruimtelijk inzicht en rekenkundig inzicht kwamen voorbij. Tot ik hangende oogeleden kreeg.
En een reactievermogenstest. Zo'n test waarbij je in oplopend tempo kleurtjes ziet, waarbij je dan op het toetsenbord het corresponderende knopje in moet rammen. En niet alleen kleurtjes, maar ook geluidjes en pedaaltjes.
En daar faalde ik. Ik faalde grandioos. Het tempo was op een gegeven moment niet meer bij te houden, en mijn gedachten dwaalden af. Ver af. Tot aan het verslinden van een wafeltje en een paar slokken spa aan toe.
Die test moest ik maar "herkansen" alvorens ik een gesprek kreeg (wederom via een beeld-bel-klets-kanaal). Die herkansing verliep overigens al even indrukwekkend als de eerste keer.
Tijdens dat gesprek werd er een rollenspel gedaan waarbij de dienstdoende psychologe de rol van Gerda in een vakantiepark speelde (je moet wat, als je voor een rollenspel van 5 minuten geen acteur wil inhuren), en vervolgens werd ik binnenstebuiten gekeerd in een 30 minuten durend gesprek.
In die 30 minuten werd er over van alles en nog wat gesproken, maar ze vond me uiteindelijk niet geschikt.
Ten eerste omdat ik aangaf wel op te zien tegen dik een half jaar aan gaten-in-rooster-vulling zijn.
Ten tweede omdat ik die reactievermogentest zo spectaculair verknoeide. Want, zo zei ze: dan kun jij in calamiteiten of bij incidenten ook misschien wel niet zo doeltreffend zijn.
Okeeee. Of ze die afwijzing dan niet voorafgaand aan dat gesprek had kunnen doen, had ons toch zeker 30 minuten bespaard. Maar nee, zo werkt dat dan toch weer niet. Uitwringen zullen ze je.
Ik weet één ding heel zeker: als ik met dezelfde vaart als waarmee ik die knopjes moest bedienen, op een calamiteit of incident af zou stormen, zou ik regel 1 (je eigen veiligheid) compleet verzaken. Die knopjes staan mijns inziens op geen enkele manier gelijk aan een calamiteit of incident. Als men van mij verwacht net zo gedachtenloos alleen maar primitief te reageren op wat ik zie, tijdens daadwerkelijke calamiteiten of incidenten, vind ik oprecht dat dat soort door kantoorlieden verzonnen testjes voor uitvoerend personeel totaal bezopen zijn. Zo wil je dus niet dat personeel reageert tijdens incidenten waarbij altijd andere mensen betrokken zijn.
En toen ik dat aangaf, kreeg ik te horen dat dat nu eenmaal Europese richtlijnen zijn.
Huh? Miste ik iets groots? Ik solliciteerde toch bij de Nederlandse Spoorwegen, en niet bij de Europese Spoorwegen? Waarom dan geen Nederlandse richtlijnen? Ja, de inspectie leefomgeving en transport had er ook wat mee te doen, maar die werken volgens mij ook allemaal niet als conducteur.
Later ook nog even zitten mijmeren over dat reserverooster. Ik zou in juli in kunnen stromen, als het allemaal wel gelukt was. Dan is het een kwestie van botte onwil als je gedurende een half jaar iemand niet in een voorkeursrooster kan zetten. Dat je zoiets misschien niet doet als het gaat om een maandje, desnoods zes weken, kan ik me voorstellen. Maar als het om een half jaar gaat, kun je iemand (zeker als je mensen echt hard nodig hebt, zoals in dit geval) best wat meer ter wille zijn.
Goed, alles overwegende, denk ik dat het helemaal niet zo erg is, dat dit niet lukte. Toch wat te veel rare hobbels, zo. Again: dodged a bullet? Waarschijnlijk.

Beide sollicitaties hebben nóg een ding gemeen: ik heb bij beide bedrijven, in beide procedures niet één keer iemand de hand kunnen schudden. Niet één keer iemand recht in de ogen kunnen kijken, zonder tussenkomst van een camera. Ik vind dat zó vreselijk onpersoonlijk. Tuurlijk, het is lekker makkelijk. Het bespaart ook serieus reistijd en reiskosten. Maar het is afstandelijk. Lichaamstaal valt weg. Soms valt ook de intonatie in het gesprek weg. Als je pech hebt, ga je context missen. Of de verbinding valt helemaal weg. Noem me ouderwets, maar toen ik nog bij het ouwe HTM solliciteerde, had ik een gesprek met een vent die ik voor me zag. (Hoewel, ook dat wat meer uitdagingen had, want de beste man van de HTM kon het gebouw waar het gesprek plaats zou vinden, niet uit. En ik kon het gebouw bij gebrek aan toegangspas niet in. Dus stonden we alsnog telefonisch, gescheiden door een grote glazen wand, elkaar wat ongemakkelijk grinnikend te woord. Maar we konden elkaar in elk geval zien, aankijken en een virtuele box geven omdat we beiden banden met de KMar hadden, en de beste man nam me aan.).
Dus ja. Vind ik het jammer dat ik niet naar de NS ga? Ja, op zich wel. Maar ik denk oprecht dat als je als bedrijf zo hard mensen nodig hebt, je wel wat meer moeite mag doen. Maak het persoonlijker. Ga niet af op stomme tests die nikszeggend zijn, en er alleen maar voor zijn om kantoorpikkies aan het werk te houden. Zorg dat je roosters, hoe onregelmatig ook, hapbaar en duidelijk zijn. En menselijk.
Dus ik denk ook dat het verlies voor de NS nu groter is, dan voor mij.
En ik vind mijn werk op Schiphol (ondanks dat daar ook bijzondere cadeautjes rondlopen) nog steeds een van de mooiste banen die ik ooit had kunnen krijgen. Dus ach...


Dit geschreven hebbende, eindigt mijn weekend, waar het uwe begint. Ik wens u een allerbeste toe.














(Wan)smaak

 De ontdekking. We hebben een collega. Prima vent. Goeie chauffeur. Typisch product dat bij ons past. Voorheen werkzaam in de horeca en zelf...