donderdag 13 augustus 2026

Het was er weer zoéén.

 Dit is alweer blogje 801! 

Ik had me totaal niet gerealiseerd dat ik 800 x een heleboel woorden en bandbreedte zou verkwisten aan gekke verhalen. Afwijkende, en dus rare meningen. Idiote avonturen. Gevoelige bekentenissen. 
Als ik bij 1000 kom, ga ik de lezers verrassen met een wedstrijdje. Iemand maakt kans op iets. Of zo. Misschien dat ik na 1000 keer persoonlijke muizenissen, over ga op literaire of lecturaire verhalen. Of soft-erotische gedichten. Moderne sprookjes in een ouderwets jasje gehesen. 
Of misschien ga ik wel gewoon zo door.  

En door.                                                                     
Want we zijn er nog niet. Wat verbouwen betreft. 
Omdat we dus voor de douche aangewezen zijn op ons huisje, en ik niet per se stinkender dan strikt noodzakelijk is, naar mijn werk wil (alleen knoflookmeur is voor mijn collegas en voor de pax meer dan voldoende, vind ik), reis ik via ons domeintje naar mijn werk. 
Ik kan er ff lekker douchen. Iedereen, en vooral ikzelf blij. 
Nu is mijn lijf met allerhande defecten gezegend, en een daarvan is PDS.  
Prikkelbaar darm syndroom. 
Vervelend, doch leefbaar. Betekent dat ik voor mijn werk vaak 3 maal al het toilet van dichtbij heb kunnen bewonderen. 
En dit dus ook in het badkamer annex toiletje op ons domeintje. 
Die indeling is wat anders. Want veel kleiner. Tegenover de pot, hangt namelijk een spiegeltje, met eronder een plankje waarop deodorant van mij en mijn meiden staat. 
Zo voor de grijp. 
De afstand tussen die twee zaken, is iets waar ik nog niet helemaal aan gewend ben. En dat leverde me een debacle op, waar ik toch wel met enige walging op terug kijk. 
Met opgeluchte darmen wilde ik dus opstaan. Was me niet meer echt goed bewust van dat plankje (over het hoofd gezien, letterlijk), want: BOEM!!! Mijn knar tegen dat plankje. 
Het ogenblikkelijke gevolg was dat mijn bus deo gelanceerd werd, tegen, óp en over mijn hoofd, langs mijn nek, schouders en rug, zó de pot in. 
Op mijn nog vers gelegde, nog dampende drol. 
SHIT. 
Doorspoelen kan niet. Dus doen alsof er niks gebeurd is, kan al helemaal niet. Dat trekt het riool niet. Walgend, en kokhalzend en mogelijk wat bijpassend omwelriekend taalgebruik bezigend, trok ik de bus deo uit de verse mest. Gelukkig hebben we een nieuwe en lekvrije buitenkraan, en flink wat desinfectiedoekjes verder, kon ik door met mijn dagelijkse beslommeringen.

Nu even wat eerlijkheid: ik heb de afgelopen week iets over mezelf ontdekt, waar ik nog niet zo goed van weet of ik het allemaal wel zo positief of handig vind. Mijn meiden waren heerlijk op de camping terwijl ik al deels moest werken, en ik ter plaatse zou blijven voor poes en de vakman. Dat kwam nu eenmaal zo uit. 
Vooral ook omdat ik mezelf weinig senang voel op een "blote billen camping". 
Zo gezegd, zo gedaan. Alles verliep zoals het verliep. 
En zondagavond waren mijn meiden thuis, de vakman kwam maandag weer, we overlegden wat. 
En dat was het moment dat mijn ziel heel even uitplugde. 
Alsof er heel wat spanning van de afgelopen dagen los kwam. Ik was gewoonweg even mezelf niet, en ben zo snel ik sociaal en praktisch kon, naar het huisje gevlucht. Tuurlijk: het is allemaal prima geweest en gegaan, maar het is wel zo dat het voor mij pas veilig en vertrouwd voelt, als ik mijn meiden om me heen heb. 
Als alles weer normaal is. Mijn meiden en dan vooral Ilse maakt ons huis, thuis. En ondanks dat ik prima kan bestaan in mijn eentje, vind ik 7 dagen zonder mijn meiden toch wel erg lang. 
Alsof ik dan toch de aarding mis of zo. Ik vind het ook moeilijk om daar mijn meiden (en dan vooral Ilse) mee lastig te vallen, want het laatste dat ik  wil, is er druk op leggen. Ze moet(en) vooral ook lekker dingen doen zonder mij. En zich daar onbezwaard  en vrij in voelen. Vind ik. 

En dan het volgende: 
Ik heb mezelf deze week ontpopt tot heuse Bassie en Adriaan in één. 
Dat zit zo: 
Het hele spektakel van de zonsverduistering heb ik genoeglijk ondergaan in het domeintje van mijn schoonouders. 
Heel gezellig met een hapje en een drankje met later nog aanvulling van alhier opgeduikelde vriendinnen van Jente en hun ouders. 
We aten wat. 
We dronken wat. 
En zo op gezette tijden gristen we de beschikbare zonsverduistering-brilletjes uit elkaars handen, ten einde toch een stukje te zien van iets dat dan niet meer zichtbaar was. 
Na afloop van dit fenomeen togen wij huiswaarts, om en route geconfronteerd te worden met een langsrennende poes, welke ook door kon gaan voor vos. Zeker op die afstand, ik had mijn bril niet op.  Zo'n dier loslopend op ons park is redelijk uniek, dus in mijn enthousiasme om een wilde vos te zien, stoeide ik met mijn bril, en (hoe ironisch, als je je bril probeert te graaien om beter te zien) keek dus niet uit mijn doppen. 
Daardoor miste ik een in het gras verscholen, doch verhoogde put, en in een complete slap-stick was ik gierend onderweg ter aarde te smakken. Oh nee heh... Daar gaan we dan. 
Ik was onderweg om op spectaculaire wijze mijn neus kennis te laten maken met de aarde, maar mijn uitzinnige en gefrustreerde karakter verrekte het om mezelf zó voor lul te zetten. 
Het zag er bijzonder komisch uit, als ik Ilse moet geloven, maar ik bleef overeind. 
Dat wil zeggen: mijn woest maaiende armen, mijn uitzinnig stampende benen, mijn wél horizontaal hangende bovenlijf, en mijn onderlijf dat wanhopig verticaal bleef: potsierlijk is het juiste woord. 
En doordat ik zo manmoedig overeind bleef, moet ik stellen: het was Bassie de clown en Adriaan de acrobaat in één. 
Dat is ook een talent. Miskend, absoluut. Maar de wilskracht die ik hier ten toon stelde, vond ik groots, al zeg ik het zelf. 
Gewoon keihard, maaiend met alle beschikbare ledematen de zwaartekracht en die verrekte, geniepige kut-put weten te weerstaan. Niks van BAM-Jonghuh!!! Gewoon niet vallen. Hopaa!!!
Een gierende lachbui van mijn meiden was mijn deel. En terecht. Ik lach een ander ook uit als diegene al dan niet spectaculair ter aarde stort. Is gewoon een feestje voor mijn (en ieders, neem ik aan) ziel. 
En na mijn initiële gesakker kon ik er de humor ook wel van inzien. 

Goed, na een heel erg gezellige BBQ (ja, wij zijn van die gekken die een BBQ organiseren als de mussen niet zozeer dood, als wel compleet gaar van het dak storten, BBQ onnodig, zou je zeggen) is het weer tijd om iets aan de economie toe te voegen. 
Het frequente verblijf in ons domeintje verlengt het vakantiegevoel op hartverwarmende wijze. Ik kan het iedereen aanraden. De trip van domein naar werk is nagenoeg gelijk, dus ik kom (naar mijn bescheiden mening) veel zen'nerder aan voor ik moet beginnen. Voor de meesten zal het weekend wel beginnen. Ik wens u allen wederom een beste. 



vrijdag 7 augustus 2026

Aanpakken!

 De verbouwing is begonnen. 
Ilse is met Jente naar een camping in Brabant 'gevlucht', en pakt nog net een weekje rust die ze zo hard verdient heeft. 
Ik blijf hier, niet om onze aannemer te controleren (ten slotte: hij is de expert, en heeft ons volle vertrouwen), maar omdat het handig is om hier te blijven, omdat ik mezelf weinig senang voel op een naturisten-camping, omdat er op ons domeintje genoeg te doen is. 
En niet in de laatste plaats omdat Poes haar pilletje 2x daags moet hebben, en het nu gewoon even zo uitkomt. 
Het komt zo uit, omdat Jente eigenlijk met mijn schone-ouders naar die camping zou gaan, maar dat vanwege een ongelukje niet door kon gaan, en dus Ilse ging. 
Volgt u het nog? 
Ik in elk geval maar matig, en dat heeft voornamelijk met mijn andere bedrading te maken. 
Ik ben bijna blij dat ik dit weekend weer mag werken.... 

We ontdekten bij de sloop van de oude badkamer, dat onze eerdere reparatie van de lekkage, niet denderend goed stand heeft gehouden, die laatste jaren. 
We ontdekten ook dat bepaalde afvoer delen, op zijn zachtst gezegd nogal nonchalant aangelegd waren, en zorgden voor heel andere uitdagingen. (Waar Ilse veel beter in is dan ik, moet ik bekennen). 
Goed, godenzijdank is er iemand met verstand van zaken en meer talent bezig, en dat kan geen kwaad. Die man heeft ook de intelligentie om bepaalde zaken niet te doen, en er gewoon een ander voor te laten komen: de elektra. Die was al aangelegd door een dronken malloot met minder denkvermogen dan een garnaal, helaas is dat er nooit beter op geworden. 
Nu gaat dat dus wél gebeuren. Eindelijk. Fijn. 

Maar die lekkages heh? Dat was de afgelopen week een soort van trauma-thema, waar ik serieus grijze haren van kreeg. En niet alleen grijze haren, maar als frustratie tastbaar was geweest, had ik de hele puincontainer er op kunnen laten leunen.
Akte 2 van deze blog, verplaatst zich dan even naar ons domeintje. 
Het was al een flutkraantje uit de jaren '60. Of '70. Misschien wel ouder. Niet jonger. 
En de aansluiting van de Gardena tuinslang, was niet heel veel jonger. Die brokkelde af, als ik er naar keek. 
Erger was het dat het kraantje meer water over het huisje sproeide dan dat hij door het tuitje of door de tot al gammel aangesloten tuinslang perste. Het lekte als een malle. 
En omdat het huisje van hout is, vond ik dat een vervelende gedachte. Heel vervelend. 
Hoe moeilijk kan het wezen. Sluit de hoofdkraan af, draai het kraantje los van de muurplaat, wikkel teflon om een nieuw kraantje, draai het kraantje er goed op, sluit de hoofdkraan weer aan, en problem fixed. 
Ja, dat was de theorie. 
De praktijk echter was vele malen weerbarstiger. 
Dat nieuwe kraantje, bleek namelijk helemaal zo lekker niet te passen. Sterker nog: er zat veel te veel ruimte op. 
En die muurplaat: was ook niet al te fris meer. 
Volgens een meneer moesten we een muurplaat nemen, met knelkoppeling, maar omdat die een andere maat had, moesten we een verloopstukje nemen, en dan zou het goed komen. 
Wederom: dat was de theorie. Een hele mooie theorie. Dat zeker. 
De praktijk echter was vele malen weerbarstiger. 
Dat hoereknelkoppeling wenste maar niet lekvrij te worden. Oke, het lek was kleiner, maar veel spectaculairder spoot het nu met een heel erg scherp straaltje bekant de schuur in. 
Goed. Die theorie gaat de prullenbak in, op naar een andere muurplaat. Gewoon één van de juiste maat, dan gaan we die wel gewoon solderen. 
Dicht is dicht. 
Dat was, althans, de theorie. 
De praktijk echter was vele malen weerbarstiger. 
Mijn schoonvader heeft niet één, niet twee, niet drie, maar vier keer opnieuw de leiding aan dat plaatje moeten solderen. 
Na al deze ellende, zei ik al bij de tweede keer dat als het nog zou lekken, ik de soldeerbrander op het huis zou houden, maar zulks werd door hem afgekeurd. Begrijpelijk ook wel 
Na de derde keer raakte mijn frustratie op een onmeetbare hoogte. Ik geloof dat ik krachttermen heb gebezigd waarvan mijn schoonvader kramp in zijn wenkbrauwen kreeg van verbazing. 
Maar de vierde keer: victorie!!!!!! 
Lekvrij. Mooi kraantje. Hoppa. Als een kind zo blij stond ik te juichen. 
Die hoerenkutkraan heeft het op moeten geven. Dicht is dicht. BAMMM!!!! En zo stond ik te kakelen en te kwaken. 
Hulde. 
Toen kon ik aan de slag met de gootsteen eronder. Een mooie en goed bruikbare aluminium bak. De stellage waar die op stond was me ook een doorn in het oog. Want compleet weg gerot hout. 
En daar komt dan toch de verbouwing van onze badkamer weer handig bij kijken: de douchebak (75 kilo!!!!, hoe verzinnen ze het!) werd geleverd op een stevige (want 75 kilo) pallet. En die pallet was nog dusdanig in goede staat en had een dusdanig mooi formaat, dat ik daar een nieuwe stellage van kon maken voor de gootsteen op ons domeintje. 
Dat leverde me andere, doch veel prettiger hoofdbrekens op, en tot mijn volle tevredenheid en trots kan ik melden dat dat geheel nu staat. Samen met een mooie spatplaat tegen de wand, zodat er nooit meer water tegen het hout kan sproeien. 

Er zitten nogal wat gelijkenissen tussen ons huis en het huis van ons domeintje. Niet alleen hadden we te kampen met al dan niet gammel herstelde lekkages, ook de elektra is een ding. 
Maandag komt er een beroeps elektricien orde op de zaken thuis zetten. Dat is veiliger en dus goed. 
De elektra op ons domeintje is er wel, maar functioneert alleen als het daar zin in heeft, en zeker niet als ik het nodig heb. Mijn apneumasker moet wel altijd functioneren. Anders verander ik nog meer in een zombie. 
Het was een hele zoekerij, veel vragen stellen aan zonnepanelen-mensen, rekenen en doen, maar tot een echt werkbare oplossing kwam het niet. 
Tot mijn schoonvader belde: hij wilde weten wat wij nodig zouden hebben. Toen kwamen we uit op een powerstation. Want om nu heel de zonnepanelen-santekraam, en alle bedrading te gaan repareren, vervangen en doen, was en is, meer dan we op dit moment kunnen verwerken. 
Maar ja, ik heb nu al een aantal malen met lede ogen moeten toezien hoe mijn echtgenote en mijn dochter er genoeglijke nachten konden slapen, en stiekem is de lol veel groter als je dat samen doet. 
Een powerstation dus. 
En het toeval wil, dat tijdens een open dag van het park, er mensen langs kwamen, die een winkel hebben in die spullen. Die willen dolgraag een huisje bij ons. Zo kwam het balletje aan het rollen. 
Samen met Ilse bedacht wat we nodig zouden hebben, en mijn schoonvader heeft ons een prima powerstation kado gedaan. 
Ik heb er 3 nachten mee geslapen, en het ding heeft maar 20% verbruikt. Wat een briljant apparaat. Ik ben er vreselijk mee in mijn nopjes, en kan niet wachten tot we er met ons drietjes kunnen overnachten. 

Ik heb nu eindelijk ook eens de rust en stilte en absolute 'zen' mogen ervaren van ons tuintje. De ontplofte bloemen pracht (die Ilse er nogal at random in de grond kegelde). De lampjes (die ik eigenlijk tijdens het tuinieren ongelooflijke ondingen vind) die Ilse her en der drapeerde, die een enorm fijne sfeer geven. 
En dan kan ik doen waar ik dus helemaal tot rust van kom: lekker prullen in de tuin. Lekker met mijn handen in de modder (die overigens erg droog was), met de schep mijn bakken maken voor de toekomstige knoflook oogst. 
En dan lekker op het terras met een biertje. 
Alsof je in Frankrijk op een antieke camping zit. Je hoort wat krekels. Er ritselt een muisje door het struweel.  
"Cupcake" komt gewoon even op bezoek, niet in het minst geïntimideerd door mijn aanwezigheid. Cupcake, zo heet het wilde ratje dat in en om al die tuintjes nu eenmaal leeft. Hij woont buiten, kan niet binnenkomen, en voedt zich met dat wat ons tuintje te bieden heeft. Wij zijn inmiddels aan hem gewend, en hij dus ook aan ons. Kan Jente vast wennen aan het idee van een soort van tamme rat. Ten slotte wil ze maar liefst drie van die beesten in huis halen. Maar voor ik daar, al zittende in het avondzonnetje verder over kan filosoferen, wordt mijn aandacht al weer afgeleid door een enorme libelle die op een van de prachtige bloemen aan de vijver gaat zitten relaxen. 
En wee mijn lompe gebeente ik iets te luid ga verzitten, dan word ik door een agressieve roodborst helemaal verrot gescholden. 
Kortom: dat tuintje is pure weldadigheid voor mijn alle kanten op vliegende ziel. Ik kom er zo enorm van tot rust, dat ik vaak meld dat we dat vele malen eerder hadden moeten doen. 


Maar goed. 
Dit alles maar weer geschreven hebbende, tussen alle lawaai van boren, kappen, zagen en klieven, moet ik mezelf opmaken om te accepteren dat deze vakantie wellicht niet de droomvakantie is, die ik verdiend heb, aan de andere kant hebben we straks wel een badkamer die we verdienen. 
Ik moet me mentaal nog even voorbereiden op een weekend werken, het uwe begint zo. 
Ik wens u allen een beste. 



vrijdag 31 juli 2026

Roken en slopen: ik beet mijn tanden erop stuk.

Ik ging van de week naar Ouwezuslief. 
Om een aantal redenen.
Ten eerste is daar de gezelligheid. 
Ten tweede is het voor Jente geweldig om even een dagje extreem verwend te worden door haar Tante Lis. En frietjes te snaaien bij Nayana en haar kerel. En toch even naar het buitenland kunnen.
Ten derde: Ilse kan dan eventjes tot rust komen zonder de onmiddelijke nabijheid van twee rosse belhamels.
Ten vierde: ik kan me gaan verdiepen in de geneugten van goedkope tabak. 
Ook ik zucht onder de bespottelijkheid, de hypocrisie en lafheid van het beleid aangaande tabak. Tot het moment dat ik me realiseerde dat ik bijna evenveel aan roken uitgeef als dat ik aan hypotheek-kosten heb. 
Ho! Stop! Coster, je geeft evenveel aan een verslaving uit, als aan je woning? 
Ja. 
En nee, dat is niet geheel vrijwillig. 
Enerzijds omdat roken een erg nare, misselijke verslaving is. 
Anderzijds omdat onze overheid er met hun even nare en misselijke beleid voor zorgt dat dat zo is. 
En vlotte rekensom met Ouwezuslief bracht mij tot het inzicht dat als stoppen met die nare, misselijke verslaving niet zomaar lukt (ook talloze enthousiaste doch weinig realistische blogs over geschreven), ik op zijn minst zou moeten zorgen voor een drastische kostenreductie, die nog behoorlijk haalbaar zou zijn.
De kille cijfers zijn pijnlijk duidelijk. 
Per maand kost het roken mij 600 euro. Dit dus kopende in Nederland. Wetende dat je belasting op belasting betaalt. 
Koop ik dezelfde hoeveelheid in Duitsland, kost het me 200 euro. Dat is alsnog heel erg veel geld. 
Maar ik betaal voor dezelfde hoeveelheid sigaretten geen 600 euro, maar 140 euro. Dan de benzine erbij, zit ik op 200 euro. 
Dat is een besparing van 400 euro. 
Oké, ik weet heel goed, dat in omringende landen, de overheid veel meer regeert vanuit het idee dat mensen geregeerd moeten worden, en niet als overrijpe puisten uitgeknepen moeten worden. 
Dus dat zaken als tabak, en veel andere zaken, er gewoon tegen fatsoenlijke prijzen verkocht worden, omdat in omringende landen de overheid geen winst-oogmerk lijkt te hebben. Niet voor niks dat ik voorgaande jaren de terugtocht van vakanties vaak dusdanig uitstippelde dat ik via Luxemburg of Duitsland terug kon rijden, om te profiteren van de menselijke prijzen van onder andere rookwaar. 
Maar helemaal beseffen deed ik het niet. 
Tot ik met collega R. zat te praten over een en ander, en hij me vertelde dat hij al een hele poos uit Duitsland haalt, omdat het veel menselijker geprijsd is allemaal. 
Dus toen ik Ouwezuslief meldde wat ik zou willen, en dat in combinatie met een bezoekje, werd ze vrolijk en een datum was snel geprikt. 
Herinneringen ophalen, echte Limburgse vlaai smikkelen (het obligate frikandelbroodje voor de aanstormende puber ontbrak niet), lachen, foto's kijken, en naar Duitsland rijden om voor het eerst in mijn leven af te stappen van de voorgemaakte sigaret. Over op de potten tabak, losse filters, een sigaretten-schieter, wat doosjes en een hoop nieuwe zelfredzaamheid. 
Ik sloeg voor een kleine anderhalve maand aan rookwaar in, en dat kostte me 1/3e van de prijs die ik in Nederland voor een maand zou betalen. Mooi: missie geslaagd!
Bij thuiskomst meteen maar aan het oefenen geslagen: Een uurtje lang therapeutisch fröbelen, en ik had voor een 1,5 dag aan sigaretten "geschoten".  En therapeutisch is het. Gewoon even je hoofd leegmaken en niet geheel gedachtenloos (ik sloeg 1 sigaret compleet mis) gewoon eventjes wat pielen in de marge. 
Ik vind het nog helemaal geen gekke tijdsbesteding. 
Dat gaat over het geheel genomen erg prima. Maar zoals met alles: al doende moet je het leren. Je kan er fouten mee maken. Té nonchalant een oeukje willen 'klik-klakken' en niet alle tabak komt mee, en je verse sigaret valt als een soort van ongeinspireerde strobaal in elkaar. Te winig tabak, en je sigaret brandt in één haal op, sneller dan de bosbranden in Zuid Europa. Te veel tabak, en het vuur krijgt simpelweg geen kans om te branden, en je trekt je een gebroken kaak. Dus niet denken dat het allemaal snel en makkelijk is: ook daar zit een hele wetenschap achter, blijkbaar.
Overigens: Ouwezuslief nam me ook mee naar een soortement Kruitvat, alwaar ik ook met extreem wisselend succes heel erg blij werd. 
Ik kocht er een grootverpakking opzetborstels voor een tandenborstel. Kosten in Nederland: om en nabij de 30 euro. En ja, als je gaat zoeken, kan dat voor minder. In Duitsland hoef je geen aanbiedingen te zoeken, maar kosten ze sowieso dik 10 euro minder. 
Ik kocht er douchegel. Een fles voor mij, kost in Nederland gewoon 4 euro. In Duitsland, ook weer zonder allemaal sites en winkels door te zoeken, maar gewoon standaard in de winkel, de helft. Datzelfde geld voor de deodorant. Hoewel daar een wat minder luchtje aan hing, omdat ik het door mij geliefde geurtje niet vinden kon, en dus een ander geurtje probeerde. Ik probeerde dat rijkelijk over mezelf uit, vond het totaal niet lekker, en vervolgens heb ik de rest van de dag rondgelopen als wandelende expo voor toiletverfrisser. 
Bij de tandpasta ging ik gierend de bocht uit, want die was exact even duur. Dit werd mij door mijn betere helft fijntjes medegedeeld. Evenals de schoonmaakdoekjes, die bij de Wibra net zo goedkoop zouden zijn.
Maar goed. Ik kom tot de conclusie dat ik over krap anderhalve maand een tochtje Duitsland wel weer op de kalender ga zetten. Zelfs met de brandstofkosten in het achterhoofd, is het gewoon te voordelig om mezelf de bespottelijkheid van het Nederlandse uitknijpbeleid te laten ondergaan. 

Ik moet zeggen dat ik het hele tabaksbeleid van de Nederlandse staat onbegrijpelijk vind. 
Zogenaamd vanwege de volksgezondheid vindt men dat het eigenlijk verboden zou moeten worden. 
Ik zie dat voor me: brave huisvaders die na de schemering samenklitten in het speeltuintje om stiekem te roken. Bij elke auto die de straat indraait, worden de peuken haastig in mouwen weggepropt om ze te verstoppen voor een eventuele patrouillerende politie of handhavingsauto. 
Schlemielige Mitchel's die knagend aan hun frikandelbroodje, en/of slobberend van hun energiedrinks op hun fatbike door de wijk rollen, in de hoop dat wanhopige Wendy's nog een paar honderd euro's stuk willen slaan op illegaal geimporteerde peuken. 
Bomaanslagen in Lelystad omdat Jaxx met zijn peuken in het vaarwater ging zitten Desdevanio. Of zo. 
Onbegrijpelijk. Want als het echt om de volksgezondheid zou gaan, zou je het hele roken gewoon verbieden, op straffe van. Net zoals je met drugs zou doen. 
Maar daarvoor brengt het teveel geld in het laatje. (Hoewel, ik ben nu dus ook begonnen met het ontwijken van deze bespottelijke hypocrisie).
Dus het lef om gewoon een verbod in te stellen, heeft men dan weer niet. 
Sowieso vraag ik me af of al dat verbieden nu zo denderend effectief is. De onkosten en onveiligheid die het verbod op harddrugs oplevert, zijn schokkend. 
Het rechtssysteem inclusief de gevangenissen zitten helemaal dichtgeslibt. 
Als je al die meuk nu eens voor redelijke prijzen gewoon via de staat verkoopt, heb je als staat enige controle op de kwaliteit van het spul, waardoor je veel minder ellende op straat krijgt. Waardoor alle criminele activiteiten en daarmee gepaarde kosten, ellende en onveiligheid in één klap wegvaagt. Mensen die verslaafd zijn, en nu totaal niet meer kunnen functioneren, en overlast geven, worden wellicht op deze manier in staat gesteld om naast hun verslaving, toch te werken en iets toe kunnen voegen aan de schatkist, in plaats van er alleen maar uit te tappen door alle onkosten. En uiteraard de de BTW én accijnzen die op een shotje heroine geheven kunnen worden, zouden fabelachtige inkomsten opleveren. 
En: de verboden vrucht, is vaak het lekkerst. Wat al die beeldenstormers ook roepen over verbieden, als iets verboden is, is de smaak vaak het meest interessante. Hef het verbod op, maak het voor iedereen toegankelijk en het is gelijk en met name voor kinderen veel minder interessant. 
Maar goed, dit is nog steeds een veel te revolutionair idee, dus ga er maar vanuit dat onze staat daar veel te bekrompen en veel te laf voor is. 
Anders waren die politici ook wel gewoon een echt vak aan het uitoefenen. 

Ik ben hoe dan ook enorm in mijn sas met mijn verschuiving van uitgaven.

Goed, zo langzamerhand druppelen de spullen voor onze badkamer binnen, maar waar we veel te laat mee kwamen: verlichting. 
Nu hebben we onzes inziens een heel fijne, mooie combinatie van tegels, kranen, meubels enzovoorts gekozen, dus een stukje verlichting dat het geheel completeert, is geen overbodige luxe. Ik wil ook niet een dergelijke badkamer verlicht hebben met een goedkoop spotje uit de bouwmarkt, zeg maar. 
Dat zou zijn als een kers op een taart, alleen is de kers dan een beschimmeld klompje rood. 
Badkamer-juweliers hebben zulks niet, en toen we in de showroom een ingebouwde led-snoer achtig iets zagen, waren we gelijk enthousiast. Maar nee, dat behoorde niet tot de collectie. Dat was gewoon een licht om licht te schijnen op het tentoongestelde. Ai. En bij navraag bleek dat ook niet rechtstreeks leverbaar. 
Andere lampenjuweliers hadden van allerlei soorten verlichting, maar voor in de badkamer, was de keuze ronduit treurig. Je zou er spontaan in een diepe depressie of op zijn minst een onomkeerbare coma van raken. De lelijkheid troef. Zo creatief, sfeervol en ronduit gaaf lampen voor een woonkamer kunnen zijn, zo betreurenswaardig is het gesteld met de creativiteit en sfeervolheid en gaafheid als het op badkamer verlichting gaat. 
Dat schijnt dan een commerciële keuze te zijn. Een lamp die beschermd is tegen vocht, is duurder en verkoopt blijkbaar niet. Nee, als je het niet aanbiedt, zal het wel niet verkopen. Dat geloof ik meteen. 
De deur is ook al zo'n dingetje waar we wat laat achter kwamen. De huidige deur is ook wel aan het einde van zijn latijn gekomen. Er beginnen rare bobbels te komen onder de verflaag, dus daarvan verklaarde ik met een zeldzame blijk van pure gulheid dat we ook wel een nieuwe deur moesten hebben. Ik bedoel: een mooie nieuwe badkamer, die afgesloten wordt met een deur die van pure ouderdom 3 jaar geleden al gecremeerd had moeten worden, is natuurlijk armoedig. 
En met een nieuwe deur, vond ik (nog veel guller, ten slotte bespaar ik maandelijks 400 euro) dat er ook nieuw beslag op moest komen. Zwart. Met vierkante rozetten, want die hebben we beneden ook. 
De badkamerkraan en het douchegerei zijn ook binnengekomen. Over een paar dagen komen de tegels. 
En twee maatjes om ons te helpen met de hele huidige teringbende eruit te slopen. 
Ik zie er machtig tegenop, want onvoorspelbaar. 
Maar het eindresultaat... Ja. Dat wordt gaaf. 
Hoop ik. 

Ons kind is in sommige opzichten sneller dan wij. 
Wij waren en zijn dit jaar niet of in elk geval nog niet in staat om iets te doen met de klapkar die we in een vlaag van ongeremde ADHD aanschaften. 
En tot teleurstelling van Jente is er dus dit jaar ook geen mogelijkheid om diep in Frankrijk met dat ding te belanden, al was het maar omdat ik alle vertrouwen in mijn Panda heb, maar niet in een trektocht met een klapkar van meer dan 200 kilometer.
Dus tja. Een tripje naar ouwezuslief was welkom, en volgende week, als de verbouwing echt gaat beginnen, mag ze gelukkig met haar opa en oma mee voor een weekje kamperen. 
Goed, dat moge allemaal klip en klaar zijn; was het van de week een prachtige mogelijkheid om lekker met een vriendinnetje naar het zwembad te gaan. 
En zonder dat wij ook maar enige inspraak in het geheel hadden (of wilden, for that matter, het kind mag best een beetje extra verwend worden) sprak ze met datzelfde vriendinnetje doodleuk af dat ze gingen kamperen. 
De dames gingen kamperen, en wel in onze voortuin. 
In de klapkar. 
Welja. 
Waarom ook niet. 
De mussen storten dood van het dak, en met een klein briesje is het in de klapkar mogelijk prettiger toeven dan in een bed in een betonnen hok. 
En daarmee loopt Jente dus, niet voor het eerst moet ik bekennen, voor op haar ouders. Wij hebben nog helemaal geen nacht in de klapkar door weten te brengen. Wij waren daar nog helemaal niet mee bezig (en lees voor 'wij' vooral 'ik', scribent van deze stukjes proza). 
Ze loopt niet alleen wat dit betreft voor, want ik moet bekennen dat haar kennis omtrent het gebruik van apparatuur, de mijne inmiddels behoorlijk voorbij is gestreefd. 
Ze hadden de nacht van "hun zomer".  
3 stuks ouders die zichzelf meer zorgen maakten, en één ouder die (geholpen door een CPAP) dwars door alle zorgen, gegiebel, gegiechel en geklessebes heensliep. 
Ouders die voorstelden om toch eventjes te gaan "posten". Gewoon om de zorgen weg te nemen. Hetgeen weer tot ander soort zorgen bij de buurtbewoners zou leiden. Staat daar een of andere man/vrouw in een auto, zich verdacht op te houden bij nummer XX. 
Of een middernachtelijke wandeling. Spontaan met de konijnen of onze Colette. Om even te checken of alles wel oké was. Terwijl die kinderen, zalig onwetend (en veel te laat, maar dat terzijde) overal doorheen sliepen, om de volgende dag, naar een waterfeestje te gaan. 

Daags erna begon voor mij dan ook echt de verbouwing. Mijn eerste. Ik ben dik 45 jaar en nog nooit eerder een badkamer verbouwd. Ik zag en zie er huizenhoog tegenop, moet ik eerlijk bekennen. Het is namelijk de eerste keer. Het is namelijk totaal onoverzichtelijk. 
Gelukkig heb ik een uitstekende vakman, die gaat het geheel aan inbouwen doen, en "afslopen" wat ik niet afgesloopt krijg. 
Maar gelukkig heb ik ook twee maatjes die werkzaam in de asbest en de sloop, niet te beroerd zijn om eventjes een avondje een badkamer eruit komen rossen. 
Dus ik hoef het niet alleen te doen. 
Ik begon dus met het verwijderen van de douchecabine-deuren. Dát ging redelijk eenvoudig. 2 x klik en de deuren waren los. Naar beneden, en in de gereedstaande puincontainer leverde me ook geen al te grote ellende op. 
Het kwakken in de container, deed die deuren niks. Stevig spul, die douchecabines. 
Als tweede was het toilet aan de beurt. Dát was al minder een als vanzelfsprekend klusje. De kraan van de stortbak was dusdanig oud, dat die zich alleen met woeste kracht dicht liet draaien. De schroeven waarmee de pot in de grond verankerd zat, wilden helemaal geen sjoege meer geven. Mijn (na een tip van dezelfde sloopmaatjes) oplossing: beuk met een hamer die pot kapot en draag hem naar beneden. Wel had ik nog de tegenwoordigheid van geest om die pot richting de afvoer van de douche te verplaatsen, zodat ik niet al lekkend het halve huis door zou moeten. 
Een wc-pot is dus best zwaar. Niet te zwaar, maar best zwaar. Ik til zelden toiletpotten, ook niet voor de lol bij mijn kornuiten van de Gamma, dus erg veel vergelijkingsmateriaal heb ik niet, maar ik vind ze best log. 
Eenmaal bij de puincontainer, liet ik die pot misschien wat lomp op de douchedeuren vallen. En toen braken ze wel. In 100.000.000 splinters, die niet braaf in die container bleven liggen, maar die mij nogal spectaculair om de oren vlogen. 
En op de stoep belandden. 
Ja, kut. Kan ik eerst die sakkerse stoep gaan vegen, alsof ik niks beters te doen heb. In 30 graden. 
Want dat was het. 30 graden. Dus ik was in mijn blote bast, zwetend als een otter, bezig. 
Op het moment dat ik begon met vegen, kwam de nieuwe buurvrouw aan, met haar 2 pleuters. 1 peuter, 1 kleuter. 
De kleuter was een meisje van wel bijna 5. Naar haar eigen zeggen. Moeders corrigeerde dat, met een stilletjes uitgesproken "net 4". 
Het dametje in kwestie was niet bijzonder verlegen bij het zien van mijn toch wel enorm woeste rabauwen lijf. En vroeg mij, nogal streng, waarom ik in mijn halve blootje aan het vegen was. Nou, omdat ik glas heb laten kletteren op de stoep, en ik niet wil dat jij straks met je sandaaltje ineens splinters in je voet krijgt. En ook voor eventueel langslopende honden zal het niet heel erg fijn zijn om allemaal splinters in hun pootjes te krijgen. 
Ja, dat vond ze ook. 
En toen moesten ze verder. Haar kleine broertje moest toch echt een middagslaapje doen, maar niet nadat ze me beiden een uitgebreide high-five hadden gegeven. 
En daarmee begon voor mij het hakken en breken. 2 lagen tegels van de muren af hakken, en tot mijn verrassing een stroompunt tegen komen, die de vorige klussenkluns voor het gemak maar achter de laatste tegellaag weg had getegeld. 
Nadat ik 2,5 muur met diverse gradaties van grof geweld te lijf was gegaan, was het wel even klaar. Andere dag verder. 
We besloten dat we vanwege de vermoeidheid toch maar een maaltijdje te laten komen, waarop ik prompt mijn tanden stuk beet. Letterlijk. 
Toen ik 9 was, was een vriendje (niet opzienbarend dat dat heden ten dage geen vriend(je) meer is) zo lomp om mij met mijn bakkes tegen een hekwerk aan te gooien. Daarbij verwoestte hij mijn voortand. Hoek eraf. 
Allerijl naar de tandarts (toen nog tandarts, later ging hij voor de FvD in de Eerste Kamer, altijd wel geweten dat veel tandartsen gewoon niet deugen) die die tand gevoelloos maakte en er een stuk aan soldeerde. Of laste. Of kitte. 
Nu, dik 36 jaar later beet ik wat te hard op iets te hard gebakken nacho's van de taco mundo, en hop, die hoek is eraf. Misschien heeft die kroon het einde van zijn levensduur wel gehad, maar dit moment, tussen alle toch al niet echt heel erg overzichtelijke en gemoedelijke toestanden, is toch wel een extreem kutmoment om af te breken. 
Gelukkig heeft die ouwe draak van een tandarts (wat een lul was dat, echt geen wonder dat hij voor de FvD in de Eerste Kamer ging, hij had liegen tegen mij als jongetje echt tot kunst verheven, de kwal) die tand wel voorgoed gevoelloos gemaakt, want anders dan een "KNAK" hoorde en voelde ik niet in mijn waffel. 
Wél voel ik dat ik toch weer wat moet wennen aan een scherp randje in mijn bakkes. Ik slis een beetje, en de rand van die tand is dusdanig scherp dat ik er een bepaalde tandarts zijn keel mee door zou kunnen bijten, zonder al te veel moeite (en wroeging, for that matter).  En dat zal snel moeten, want ik heb geen flauw benul wanneer ik tijd heb om een tandarts op te zoeken, die om kan gaan met een patient die op zijn zachtst gezegd doodsbang is voor tandartsen, die er geen vertrouwen in heeft en meer dan 7 kleuren schijt bij de gedachte alleen al aan de geur van zo'n praktijk. Oh, en gezien het feit dat ik maar een armoedige buschauffeur ben, moet ik dus ook mijn hypotheek nogmaals verhogen, om de tandensadist zelfs maar te kunnen betalen. 
Lekkere timing, Coster, super gewoon.
Oh, fucking DAMN. 
Goed, de sloop-maatjes kwamen, en tot mijn onuitsprekelijke vreugde waren die met een enorme sloophamer in 2 uur klaar. Kan je niet tegenaan hakken met een hamer en beitel. Echt niet. Ze verklaarden me voor gek. 
Wél ontdekten we onder al die tegellagen een ware schat aan weggemoffelde stroompunten. En wij maar redderen met 1 stroompuntje in een half-bereikbare hoek. 
En we ontdekten dat de afvoer van de douche niet pluis is, in combinatie met een eerdere, niet goed verholpen lekkage, leverde dat alsnog een paar druppels op. Gelukkig hebben we een eerste klas vakman ingehuurd, laat hem zijn plasje er maar over doen. (Figuurlijk, anders blijft het lekken). 

Oke, daarmee begint dan ons weekend. Relatieve rust. Ik wens eenieder een beste toe. 










zondag 26 juli 2026

"het Eiland"

 En dat was de vakantie alweer. 
En niet zo voor de hand liggende keuze, dit jaar. Want dit jaar gaat alles anders. 
Alles gaat anders, want wij zijn met ons drietjes (en dan voornamelijk in dit geval, vanwege de gedragen verantwoordelijkheden: met ons tweetjes) anders bedraad. Goed. Genoeg daarover. 
Ilse vond, met de komende strapatsen in ons achterhoofd, en ook omdat dat bij mij niet geheel een standaard ding in het denkpatroon is, dat het een puik plan zou zijn om even een kort weekje wat 'quality-time' met mijn vader te hebben. Zonder vrouw, zonder kind. Alleen hij en ik. Zeker omdat het weer een druk seizoen was geweest, en vooral ook omdat de vakantie verder dus gevuld zou zijn met zaken die ons leven op zijn zachtst gezegd pas in de niet-zo-verre toekomst zouden veraangenamen, doch niet op het moment zelf tot meer rust zouden leiden. 
En niet geheel opportunistisch van haar kant: ook zij vindt het heerlijk om af en toe geen last te hebben van een rond-dartelende Marnix. 
En zo toog ik, met wat gemengde gevoelens naar "het Eiland". 
Gemengde gevoelens, want ik vond het op zich best wel een beetje dubbel: ik wilde graag vakantie vieren met mijn meiden, maar goed, dat was nu eenmaal iets dat dit jaar toch al een hele toer zou zijn geworden. Aan de andere kant: een reisje naar "het Eiland" is natuurlijk een snoepreisje tot en met, in nagenoeg alle betekenissen van dat woord. 
En dat begon eigenlijk al met de heenreis. 
Als je alleen reist, zonder kind, kan je dus via zo'n volautomatische paspoort-scan-dinges. Dat lukt met kinderen onder de 14 niet, maar alleen als (in elk geval volgens de kalender zijnde) volwassene, kan dat wel. Heerlijk. 
Dan begint het grote wachten. Wachten, want uiteraard als je luistert naar de aangeraden tips van de luchthaven, ben je veel te vroeg. Alles verloopt dan uiteraard super soepel. Hulde. 
Ik moest wachten op het boarden, en nog iets langer ook, want ons vliegtuig had een nieuwe band nodig. 
Balen, want iets vertraging, zou leiden tot het missen van de boot in Southampton. 
Uiteindelijk stapte ik als een van de laatsten in de eerste bus die ons naar het vliegtuig zou brengen, en de beste collega was niet heel lullig, gooide per ongeluk/expres de twee achterste deuren net wat later open, zodat ik als eerste het vliegtuig bestormde. Ik hou daarvan. 
Dacht ik nog dat ik de boot zou missen, dat was een beetje buiten de waard gerekend van de piloot, die blijkbaar enorme haast had. Hij jakkerde het toestel met bijna onverantwoordelijke snelheid over de taxibanen, en leek zóveel haast te hebben, dat we nagenoeg loodrecht omhoog gingen. We leken wel een straaljager. Bij het landen, kreeg ik het idiote gevoel dat hij zo snel ging, dat hij de landingsbaan simpelweg voorbij stormde en ons bij wijze van extra service gewoon maar rechtstreeks op "het Eiland" zou parkeren. Het enige echt grote minpunt: het vliegtuig was bezopen koud. Mijn buurvrouw vroeg of de temperatuur iets hoger kon, en kreeg als antwoord dat dat op zich wel zou kunnen, maar dat de temperatuur dan heel erg veel hoger kwam te liggen. Standje 'noordpool' of standje bosbrand, blijkbaar. Het was goed dat mijn persoonlijke luchtblazer al dichtzat, want toen ik keek of ik dat moest doen, bleek het ding ondergekoekt te zitten met jarenlang opgebouwde menselijke resten van niet gewassen handen. Té ranzig. Maar oké. 
Ook in Southampton ging alles van een leien dakje, ik had de taxi nog niet besteld, of ik kon instappen. Het was rustig op de weg, en ik kon nagenoeg gelijk op de boot stappen, die nog geen 5 minuten daarna koers zette naar West Cowes. 
Ik was er. 
En telkens als ik voet aan wal zet in West Cowes, lijkt het alsof er een gewicht van mijn schouders dondert. 
Ik hoef niks meer, en gezien de afstand kán ik niks meer. Ik hoef alleen maar te genieten van het feit dat ik niks hoef en kan. (En mag). 
En gedurende de 5 dagen die ik er was, heb ik daar met volle teugen gebruik van gemaakt. 

Om de een of andere reden, is het mij nog nooit overkomen dat ik in de hoogzomer gebruik heb kunnen maken van de gastvrijheid van mijn vader. Ik ben er wel eens in het najaar geweest. Midden in de winter (een aantal keren, waarbij ik me herinner dat ik eens uit de rijdende en vooral glijdende auto ben gesprongen, om het ding dan maar omhoog te duwen over die compleet be-ijsde weg). In het voorjaar. 
Maar nooit in de zomer. Dat was er simpelweg nooit van gekomen. 
En roep ik altijd dat "het Eiland" zo mooi is? 
Ik roep het nu nog veel harder. 
Zeker in de zomer. 
Dan doet het helemaal middeleeuws en Frans aan. De begroeiing heeft er iets mediterraans, de oude natuurstenen huisjes, het ademt allemaal een sfeer van rust en kalmte uit. Van een plek die nog niet 100% is opgeslokt door de 24-uurs economie. (En ik realiseer me ten volle dat dat een toeristische indruk is, want uiteraard moet men op "het Eiland" ook gewoon werken en zo). 
De enige echte "must" voor mij was een bezoekje aan the Garlic Farm, want augustus en september komen er weer aan, en dat betekent dat ik weer knoflook moet planten. Wil planten. 
En ik heb weer een leuke selectie meegenomen. De rassen die ik wilde, waren er simpelweg niet. Maar wel een paar rassen die ik nog niet gezien had, en me wel heel interessant en lekker lijken. 
En na dik 20 jaar van onregelmatige bezoeken, vond ik het tijd worden om weer eens een kijkje te nemen bij Carisbrook Castle. 
Daar waar we in Frankrijk altijd wel een ruime selectie biedt aan middeleeuwse kastelen, ruïnes en burchten in diverse staten van ontbinding, heeft "het Eiland" er maar één. 
In de afgelopen jaren, kwam het er simpelweg niet van. 
Nu is het zo dat mijn vader, met zijn conditie, niet heel erg meer in staat is om al die muren, wallen en torens te beklimmen. Dus heb ik hem met een krantje geparkeerd op het obligate terrasje, in de schaduw, terwijl ik als een ware kasteelheer een rondgang maakte over de kasteelmuren. Daar heb je een fenomenaal uitzicht over de glooiende oppervlakte van een flink deel van Wight. 
Ook een bezoek aan de botanische tuin hebben we, gedaan. Ongeveer dezelfde set-up. Vaders geparkeerd met zijn krantje, een natje en een droogje, terwijl ik me ging laven aan alle bloemen en planten-pracht. Wonderlijk dat het dorpje Ventnor een soort van eigen micro-klimaat schijnt te hebben, waardoor planten uit tropische oorden als Nieuw Zeeland en Afrika er gewoon welig kunnen tieren. 
Prachtig. Het biedt ook woon- en schuilplaatsen aan fel groen en diep bruin getinte hagedissen. 
Los daarvan, was het culinair ook weer een feestje. 
Iedereen die zegt dat Engelsen geen goede "keuken" hebben, kletst dom uit zijn nek. De Engelsen hebben wel degelijk een goede keuken, je moet alleen niet verwachten dat friet van piet een vaste voet aan wal heeft gekregen. 
Overigens hebben ze wel friet. Fish & Chips is natuurlijk een gegeven. En uiteraard heb ik daar een enorm lekkere portie van op. Deze keer niet zo uitbundig groot als de vorige keer. Ik denk dat het deze keer het kleine neefje was van de haai die ik vorige keer op mijn bord kreeg. Maar absoluut een waanzinnig lekker beest. 
De bijgeleverde garden-peas, daar moet ik eens in duiken. Want om de een of andere reden, zijn doperwten in Engeland toch anders. Waar Nederlandse doperwten in de supermarkt al bijna erwtensoep zijn in de verpakking, zijn Engelse erwten lekker knapperig en veel zoeter. 
Mijn vader, ook fervent liefhebber van Fish & Chips, kiest vaak als bijgerecht voor de mushy peas, ik dus voor de 'garden peas'. 
Mushy peas vind ik minder appetijtelijk. Ik snap dat mijn vader, met zijn wat wrakkige gebit, kiest voor iets dat net wat makkelijker slobbert, ik vind het er echter uitzien alsof de kok, bij wijze van extra service de erwten alvast voor heeft staan kauwen, en vervolgens in een bakje heeft geblubberd. 
Ook de diverse vormen van Pie's zijn werkelijk super lekker. Ik ken de 'cottage pie', de 'sheperd's pie' en deze week had ik de 'beef and ale pie'. Een soort van gebakje met in ale gestoofd rundvlees. Ik vrat er mijn bord bijna bij op. De bijgeleverde boerenkool, was geen stamppot, maar waren de bladeren roer gebakken tot lekker zoutig en bijna knapperig. 
Kortom: mijn culinaire ziel kwam toch wel weer extreem goed aan zijn trekken. 
Dat moest uiteraard bestraft worden. We hadden namelijk niet elke dag van die uitspattingen, er werd ook gewoon makkelijk en snel even wat thuis gemaakt. We kozen één avond voor een zogenaamd verse pizza van de morrison's. 
Extra belegd met wat tomaatjes en diverse vissoorten. Prima en toch gezond. 
Mja. 
Ik weet ook wel dat in nagenoeg alle gevallen dat de pizza niet afkomstig is van een échte pizzabakker, mijn darmen op indrukwekkende wijze duidelijk maken, dat dat een verkeerde keuze was. Zo ook deze keer. 
Pakweg 2 uur na het verorberen van dat deegplakkaat met beleg, maakten zij op indrukwekkend explosieve wijze duidelijk dat die pizza er met grote haast uit moest. En zo geschiedde. 

En dan kreeg ik (waarschijnlijk niet voor het eerst, doch wel voor het eerst bewust) te horen dat mijn vader ook peetvader is. Een oud charmant gebruik in bepaalde lagen van alle bevolkingen. 
Van een meisje. Nu inmiddels vrouw. 
Die heb ik ontmoet tijdens het nuttigen van de voorgenoemde Beef and Ale-pie. Samen met haar echte vader. Leuke mensen. 
Ik heb het meisje (vrouw, ze is ten slotte 27, en daarmee in elk geval volgens de kalender volwassen) duidelijk gemaakt dat ze toch wat tekort is gekomen, en dat ik met alle plezier en vooral met heel erg veel terugwerkende kracht, haar moet overladen met goedmoedig, oudere-broers-pesterijtjes. 
Dat leek haar wel zo eerlijk. Nu maar hopen dat ik daar dan ook de kans voor krijg. 

De terugreis ging eigenlijk best wel net zo soepel. 
We waren keurig op tijd voor de boot, en mijn vooraf geboekte taxi kwam ook keurig op tijd aanrijden. Dat bleek een extreem vriendelijke en empathische jongeman te zijn, met wie het al vrij snel de diepte in ging. Voor een jonge gozer, reed hij extreem zorgvuldig door het verkeer, maar hij leek op sommige momenten veel meer een maatschappelijk werker dan een taxi-chauffeur. En al snel hadden we het over de psychologie van een luchthaven. De emoties bij reizigers, en hoe daarmee om te gaan als taxi-chauffeur of buschauffeur. We spraken al gekscherend af dat we samen een boek hierover zouden gaan schrijven. 
En aangezien de luchthaven van Southampton veel kleiner is, is er meer tijd voor nagenoeg alles. En kon ik dus op mijn gemakje mijn koffer inleveren, op mijn gemakje nog een peuk roken, op mijn gemakje door de beveiliging kuieren, en op mijn gemakje boarden. 
Het toestel zag er van buiten uit alsof die betere tijden gekend had. De motor en vleugel waren voorzien van heel wat stroken speed-tape. Dat viel ook de reizigers achter me op, die toch wat verontrust erover babbelden. Ik kon ze met mijn beperkte kennis toch wel enigszins geruststellen: de tape zat er al op toen het toestel naar Southampton vloog, zat nog strak en zou het ook wel houden tot we in Amsterdam waren geland. 
Mijn buurvrouw was een vriendelijke 60-er die ik waarschuwde dat ze me maar moest schoppen als ik al te zeer ging snurken, waarop ze zei dat ze a) zelf waarschijnlijk zou snurken en b) mij inderdaad zou schoppen als ik harder zou snurken dan zij zelf. 
De vent voor me echter maakte dat redelijk onmogelijk. Die nam meer ruimte in dan strikt noodzakelijk, en vond zichzelf blijkbaar enorm belangrijk. 
Ik had een plek min of meer zonder raam uitgekozen, en het raam dat er was, zat voor 1/3e deel bij mijn stoel en 2/3e deel bij zijn stoel. Ergo: we hadden er beiden weinig aan, maar soit. 
Halverwege de vlucht echter besloot meneer zijn stoel naar achteren te kantelen, mij daarmee opzadelend met nog minder ruimte. 
(NB: ik vind oprecht dat die stoelen niet kantelbaar zouden moeten zijn, puur vanwege de onmin en ongemak die dat onvermijdelijk voor mensen oplevert). 
En daarnaast kwakte de beste man dat raampje gewoon maar dicht. 
Met dat laatste had ik niet zoveel moeite. Ik was aan het lezen. Maar met de verkleining van mijn ruimte had ik wél moeite. 
Met de beweging van die rugleuning voor me, kieperde bijna mijn gekregen sinaasappelsap over mijn schoot. 
Gelukkig heb ik erg sterke benen, dus ik roste mijn knieën naar voren en duwde daarmee de rugleuning weer omhoog. 
Met alle respect (of eigenlijk: zonder enige vorm van respect): ik betaal ook voor een ticket. De ruimte is al beperkt, ik heb evenveel recht op dat kleine stukje ruimte dat ik heb, en verdom het om voor iemand anders maar te slikken dat ik ineens nóg minder ruimte heb, zeker als je niet eens het fatsoen hebt om het even te vragen. 
Opflikkeren, eikel. 
De beste man, keerde zich om en meldde dat hij gewoon even wilde slapen. Ik antwoordde dat ik dat helemaal prima vond, maar niet in mijn aura, niet op mijn schoot, en niet ten koste van mijn toch al beperkte ruimte. 
En vraag het dan eerst, voordat je de persoon achter je opzadelt met een fait-accompli. Beetje fatsoen gaat lang mee. En dik kans dat ik dan grommend akkoord was gegaan. Maar niet zonder meer. 
Goed, uiteindelijk had ik toch de ruimte waarvoor ook ik betaald had, en bij aankomst wist ik behoorlijk vlot in de tweede bus bij ome Frank te stappen die ook weer min of meer per ongeluk mij de kans gaf om als een raket naar de grens te gaan. 
Met mijn liefste echtgenote had ik besproken dat ik mogelijk met het OV naar huis zou komen, maar uiteraard was ik dat vergeten, dus zij kwam mij ophalen. 
Ik had moeten weten dat dat niet zonder ludieke actie plaats zou kunnen vinden. En nu weten alle reizigers die bij aankomsthal 2 op hun bagage stonden te wachten, en naar buiten zouden komen dat mijn geslachtsoperatie geslaagd is. 
Ze was er zo trots op. Ze stond helemaal te glunderen van de pret toen ze me, al zwaaiend met die poster op stond te wachten. Het was werkelijk hartverwarmend. 
Ja, los van het feit dat ik het onderwerp was van deze soort van vernederende uiting van ultieme liefde. 

En daarmee was dit stukje vakantie een geslaagde week, voordat de verbouwingen dan ook echt gaan beginnen. 
Ik wens eenieder een mooi restantje weekend toe. 




zaterdag 18 juli 2026

Marktplaats- en keukengepruts.

Marktplaats. 
Een niet aflatende bron van leuke spullen. Niet altijd even realistisch geprijsd, en sommige lieden...
Mijn ervaringen zijn er wisselend. 
Zo wilden we een restant aan laminaat kopen voor diverse ruimtes in ons huisje. De lieve dame was het echter glad vergeten. Ik belde aan. Ik probeerde contact te leggen met het verkregen telefoonnummer. 
Gewoon geen sjoege. 
Na 15 minuten wachten op een aggenebbis stukje van de duurste torenflat van Almere, was ik het zat. 
Bij thuiskomst bleek dat madam gewoon wat anders was gaan doen. Ja, de mazzel. Dan maar niet. 
Ik wilde een hele stapel dakpannen, om in de ware "cottage-style" wat moestuinbakken te maken. 
Snuiter 1 bood ze gratis aan, stuurde me naar een plek waarvan de burgemeester had besloten het huis te sluiten. Ten minste: daar leek het op. Tape voor de ramen, en als je me gezegd had dat de kadavers nog vers dampend in de woonkamer lagen, had ik je zonder twijfel geloofd. Maar de plek waar die dakpannen zouden liggen, was onvindbaar. De man zelf zou niet thuis zijn, want ik kon er zo bij. 
Ja. Goed, grimmig reed ik weg. 
Snuiter 2 bood ze ook gratis aan. Weliswaar in Zeewolde en ongeveer 2 keer de hoeveelheid die ik nodig had, maar die communiceerde in elk geval in heldere, Nederlandse volzinnen. 
Poging 1 verliep weinig hoopgevend (in elk geval voor de andere partij, want ik moest mij ziek melden). Poging 2 verliep erg gunstig. Samen stapelden wij de dakpannen in de inderhaast gehuurde aanhanger en met dik 1,5 uur lagen die dakpannen op ons domeintje. 
Aan de andere kant: 
Ik probeer al een poosje ons bagagewagentje te verkopen. Op facebook-marktplaats. Want de Marktplaats-marktplaats wil gewoon dik 20 euro hebben op een karretje van dik 200 euro. Dat is 10%. Vind ik een te grote investering. Zeker gezien het feit dat ik degene ben die alle onderhandelingen met slecht lezende koeien moet doen. 
Er staat een heel erg duidelijke omschrijving. Met alle voors- en tegens. Er staat een hele fotorapportage. Met alle voors- en tegens. 
En er staat heel erg duidelijk dat de prijs al laag is (dit klopt, ik heb gezocht op prijzen, en staat, en ben daar onder gaan zitten) en dat vragen om de laagste prijs niet aan de orde is. 
De reacties die ik krijg: 
In slecht Nederlands, komende van mensen uit bizarre oorden, die 1000-den kilometers willen rijden voor een bakje, dat je dichter bij huis ook wel kan kopen. 
In slecht Nederlands, tóch vragen naar de minimale prijs. (Ik heb er maar 1500 euro van gemaakt, als je dan niet wil lezen, moet je maar dokken). 
En een of andere snuiter die het serienummer wil "controleren".  Waarom in vredesnaam. Typeplaatje staat er, succes. Waarom zou ik in vredesnaam nogmaals het serienummer voor je opzoeken. En wat wil je eraan controleren. Het gaat om een karretje van 200-en-een-beetje. Tik dat geld af, aankoppelen en wegwezen. 
Of zo'n """alwetende boomer""" die wordt gewezen op het karretje, en vervolgens reageert met de tekst "veel te duur" gevolgd door allemaal dramatisch lachende smilies. 
Daar heb ik maar op gereageerd dat het een van de goedkopere op de markt is, en als zelfs dát nog te duur is, je je geringe vermogen maar bij Autoradam moet investeren in een huur-bakje. Maar dat aan lager wal geraakte boomers misschien beter hun geld kunnen opsparen, dan weggooien aan een internet-abonnement, waarmee ze mensen alleen maar irriteren. 
Kortom: marktplaats: een sociaal experiment dat continu het uiterste vergt van mensen zoals ik. 
Hoewel...
Een week of wat geleden, toonde ik oprechte interesse in een voortent-luifel voor onze klapkar. 
Ten slotte: een paradiso is een leuk ding, maar qua ruimte wat beperkt. Een paradiso is een tent op wielen met een vast dak, en de bijgeleverde luifel, bleek een windscherm te zijn, wat op zich leuk is, maar dat zorgt niet voor de ultieme kampeer-sensatie. 
Een originele en passende luifel of voortent voor een paradiso uit 1986, is best wel zeldzaam. De meeste zijn al tot stof vergaan (excusez de ietwat treffende woordspeling). 
Dus vind er maar eens een. 
Dat deed ik. 
Ik vond er één. 
En voor de prijs van 150 euro, wilde ik het wel aan. Een nieuwe bestaat niet en al helemaal niet goedkoper. (Onthou die prijs: 150 euro).
Ik overlegde met de beste man, en dat leek soepel te gaan, tot ik erachter kwam dat de beste man helemaal in Zeeland woont. 
Dát is een probleem. 
Zeeland is een pracht van een provincie. Heus. Denk ik.
Het is een vermoeden, want ik kom er namelijk nooit. 
Zeeland is (waar je ook vandaan moet komen) een pleuris-eind rijden. Net zoiets als Zoutkamp in Noord-Oost Groningen. De wereld is op zulke plaatsen al lang en breed opgehouden te bestaan, en net als je denkt dat je allemaal levende entiteiten ziet die nog niet door de wetenschap in kaart gebracht zijn, zie je een bordje waaruit je op zou kunnen maken, dat er na het einde van de wereld, toch nog menselijke vormen leven. 
Ik moest dus serieus in de agenda kijken wanneer ik zou kunnen, en dat bleek medio deze maand te zijn. 
Goed, ik wilde afspreken dat ik medio die maand langs zou komen om het ding op te halen, maar dat bleek niet goed. Meneer wenste het ding niet te reserveren, wie het eerst komt, eerst maalt. En er was veeeeeeeeeeel animo voor. 
Ja. 
Goed. 
Geen afspraak maken, is geen afspraak maken, verkoop hem dan maar. Daarin is iedereen vrij. We spraken af dat als die toch niet verkocht zou worden, ondanks die enorme animo, ik een berichtje zou krijgen. 
Lo & Behold: daags voor onze fictieve afspraak, kreeg ik een berichtje dat, ondanks aaaaaallle animo, het ding er nog lag. 
Maar ik had op dat moment alweer andere zaken aan mijn hoofd, en gaf aan niet meer geinteresseerd te zijn. Klaar uit. Zo dacht ik. 
Tot mijn betere helft een weekje later op dat gezichtenboek iets vroeg over een heel andere luifel, en de betreffende snuiter ook reageerde. Met een aanbod. Een luifel, voor maar liefst 50 hele euro's. 
De deal was snel gesloten. Een afspraak snel gemaakt. De beste man kon uiteraard niet weten dat wij getrouwd zijn, onze namen lijken ook niet echt op elkaar. En ik voel me vrij om er niks van te zeggen. Met mij wilde de man niks vasts afspreken vanwege een te grote animo. En dat was zijn goed recht. Het is Ilse's goed recht om haar geld te besteden aan een aantrekkelijk geprijsde luifel. 
En zo is iedereen blij. 
Ik ben blij dat ik die luifel van 150 niet heb gekocht. 
Ilse is blij dat ze een luifel van 50 euro wel koopt. 
En de meneer was blij met alle animo en met de uiteindelijke verkoop van zijn luifel. Geen dubbele win, maar een triple-win.
Ik voel me niet in het minst bezwaard. 
De beste man wenste niet met me af te spreken. En dat is zijn goed recht en zijn vrije keuze. 
De animo was blijkbaar niet zo groot als hij zichzelf wilde doen geloven. Dat een ander lid van mijn huishouden op haar eigen initiatief dan vervolgens de beste man voor veel minder geld van zijn luifel af wil helpen, is ook weer een keuze. Een gevolg van een conclusie en overleg tussen twee heel andere mensen. 
Dat ik daarvan profiteer, is mooi meegenomen. 
Ik zie het als een mooi stukje reversed-karma: voor alle shit waarmee ik met de verkoop van dat karretje moet dealen, krijg ik nu een spotgoedkoop luifeltje terug. 

Ik refereerde er al even naar: binnenkort vakantie. 
Voor zover daar sprake van is, uiteraard. En eerst moest er nog gewerkt worden. 
Dáár had mijn lijf heel andere ideetjes over. 
Was ik een goeie maand geleden ziek? Kom, dat doen we nog eens dunnetjes over. Neusverkoudheid, volle kop, bonkend hoofd en lekker koortsig rillen. Waarom niet? Het is zomer. En hoe kun je beter van de zomer genieten dan met een fris virusje dat een reiziger, al dan niet via de airco in je bus (nadeel van het vinden van een bus met daadwerkelijk functionerende airco, best knap eigenlijk) over je uit briest. 
Dus op last van de vrouw uitzieken. 
Want volgende week moet ik wel enigszins fris en fruitig naar mijn vader toe, en het zou toch intens treurig zijn als ik mijn cadeau gekregen virus over mijn pa uit zou proesten. 
Plus dat ik wederom een heel boodschappenlijstje aan knoflook heb dat voor volgend seizoen meemoet, en die verdraaide Garlic Farm doet niet aan verzenden. 
Goed, lamlendig hangend, dacht ik dat ik de opbrengst van die knoflook wel even kon pellen, hakken en invriezen. Slecht plan. 
Na bol 1 was ik al helemaal gaar, en toen moesten er nog 40.... 
Een kweekbak maken, in het zonnetje, op mijn dooie akkertje? 
Nog slechter plan. Na 1 schroef was ik de draad kwijt. 
Kortom: koest, koester, koests geteisterd door hoofdpijn en watervallen achter mijn ogen en uit mijn neus op de bank liggen puffen, snotteren en mezelf extreem zielig vinden.
Vitamines geen gebrek aan, en paracetamol helpt een beetje. 
Ik ga dus naar Engeland. Dat was eigenlijk een idee van mijn betere helft, want straks komt iemand de badkamer renoveren, en dan is het gedaan met de relatieve rust. 

Ik had ooit een onregelmatige rubriek:" Marnix' keukengepruts" op mijn 'socials'. (Dat klinkt leuk: Marnix aan de 'socials'. Gaat niet veel verder dan Hyves en Facebook, maar goed. Alles voor de 'likes' nietwaar). 
In die rubriek deelde ik op ludiek bedoelde wijze de dingen welke ik al dan niet voor huisgenoten, partners, kinderen en/of mezelf maakte. 
Vaak niet zonder zelfspot, als iets vol-le-dig en gierend uit de klauwen escaleerde. 
In dat kader kochten wij een dik jaar geleden, en misschien ook wel meer dan dik een jaar geleden, een heuse luchtfrituur. Een Airfryer. Want dat zou gezond zijn, en als het niet gezond zou zijn, scheelde het in elk geval ruimte op de kookplaat. 
Want die kookplaat... Daarover later meer. Dát is namelijk het echte prutsen. 
Die airfryer dus. 
Daar gaan verschillende soorten knollen en beesten in. Helemaal praktisch. Je drukt op een knop, het apparaat gaat zoemen, en na de ingestelde tijd is het voer klaar voor consumptie. Je hebt er geen omkijken naar. Letterlijk niet, want onze airfryer had een gesloten bak, ondoorzichtig, dus ernaar omkijken had nauwelijks zin. 
Maar goed, notoire krenten die we zijn, kochten we niet een exemplaar van Tefal. Of zo'n soort A-merk. 
Ten eerste omdat we eerst eens wilden ervaren of het wat voor ons zou zijn. En zo nee, dan zou dat ding uiteindelijk onder de trap een hoop stof staan vergaren in de net niet helemaal schoon gemaakte en dus lekker plakkerige, vette bak. Dát leek ons een slecht plan. Beter een apparaat van 3 tientjes onder de trappenkast doen verdwijnen, dan een apparaat van meer dan 10 tientjes. 
Ten tweede omdat wij er vanuit gaan dat de componenten die Tefal gebruikt, dezelfde Chinese zooi is die Tefal inkoopt, maar dan zonder het A'merk-labeltje erop geprint. 
Een Princess werd het dus. En al snel werd het onze keukenprinses. Want we gebruikten het ding met heel erg grote regelmaat. Voor van alles en nog wat. Ilse ging zelfs zover dat ze er een kunststof inzetbakje voor kocht, zodat de bak zelf een beetje in goede staat bleef. 
De Princess deed haar werk altijd en altijd erg goed. De maaltijden werden er een stuk makkelijker door. 
Totdat de Princess een week of wat geleden met en na een hartverscheurende, erbarmelijke piep, tot stilstand kwam, en niet meer wenste te 'airfryen'. Bekijk het maar. Haal de kolen maar in huis, want de Princess op de erwt was er klaar mee. Finito. 
Kut. 
Want inmiddels was het wel een vertrouwd maatje geworden. 
Want nu zouden we dus alles weer op de kookplaat moeten doen. 
Dat is ook kut. 
Gaan we niet (helemaal) doen. Tijdens mijn halfjaarlijke vader-dochterdate naar de bioscoop, kreeg ik het voor elkaar om na de film even snel de mediamarkt in de stoten. Zowel Jente als ik hebben de grafschurft aan de Mediamarkt. Dat gekrijs van die reclame, hebben ze daar tot unique selling point gemaakt. Maar het was de enige toko die op zondag open was, en ik wilde er snel en uitsluitend bij die moderne voedsel-crematoria gaan kijken. Van een Princess zijn we overgestapt naar een Koenic. Dat zoveel betekent als koning. En die was nog aardig geprijsd ook. Heeft een kijkglaasje, dus we kunnen life meemaken hoe de aardappelen langzaam tot briketten worden gebakken. Grote blij, want dit scheelt ruimte op de kookplaat. 
Die kookplaat, daarover nu meer: 
Die kookplaat is inductie. Want Almere is voor een groot deel van het gas af, en daarmee moeten we dus op een inductieplaat koken. 
En op zich gaat dat best. Ik moet zeggen dat ik als ouwe lul, me met gas toch altijd wat meer op mijn gemak voel. Dat kan ik namelijk zien. Bij inductie is het pas zichtbaar als het daadwerkelijk iets doet, en dan moet je hopen dat het dat wat het moet doen, niet te snel doet. Want dan heb je geen medium-doorbakken biefstuk, maar een stuk dierlijke houtskool in je pan. 
Of rijst die je met geen dynamiet nog uit de pan geklopt krijgt. 
Die inductieplaat heeft bij ons 4 "zones".  Oftewel: vier pitten, waar je de pan op moet zetten. 2 grote en 2 kleine. Maar de pannen moeten wel exact, tot de micrometer nauwkeurig binnen de lijntjes geplaatst worden, anders dan weigert die plaat elke dienst. En wee je gebeente je de pan per ongeluk niet helemaal exact tot op de micrometer nauwkeurig terugplaatst: rauwe kip kun je krijgen, kut!
Oké, ik overdrijf een beetje: een iets te grote pan, is niet zo'n probleem. Dat lukt wel. Maar zet daar een perfect passende pan naast, en je verschuift al snel een milimetertje en dan is het wel een probleem. Als je niet oplet, is je kip nog klam en lauw van binnen, en op de aardappels kan je je tanden breken. 
Kortom: een aanslag op je geduld. Mijn geduld. 
En dan heb je natuurlijk pannen die weliswaar geschikt zijn voor inductie, maar nóg meer precisie nodig hebben, en wee je gebeente je de lappen dood beest om wil draaien: dan ben je weer kostbare tijd kwijt om die kut-pan zó secuur terug te plaatsen, dat dat dooie beest alleen al van mijn frustratie doorbakken dreigt te raken. 
[Iemand vertelde me dat als dat gebeurt, het best wel eens zo zou kunnen zijn, dat de hitte elementen onder dat veiligheidsglas wel eens kromgetrokken zouden kunnen zijn. Het zou me niks verbazen].
Goed. Het geschetste plaatje is wel duidelijk. 
Nu is Jente inmiddels zover dat ze een heel behoorlijk eitje kan bakken. Ze doet het graag, en peuzelt meerdere malen per week wel een eitje weg. Ze kan aardig overweg met dat apparaat, en bedenkt haar eigen creaties. Wat meer moeite heeft ze met het gewicht van de pan. En dat ging mis. Eén keer die pan wat te hard neerzetten, en er zit een fikse scheur in de kookplaat. 
(Zwartige splinter in mijn hand, toen ik het ding afnam met een doekje). 
Hij doet het nog wel. Maar uit veiligheidsoogpunt moeten we toch maar omzien naar een ander exemplaar. 
Overigens: bij onze keuken werd 7 jaar geleden apparatuur van het merk Indesit geleverd. Schijnt ook een submerk van een B-merk te wezen. Maar als die niet onzacht in aanraking was gekomen met een pan, had die het nu nog gewoon gedaan. (Met alle frustrerende trekjes die dat soort apparatuur voor mij persoonlijk met zich meebrengen). 

Goed, dit alles geschreven hebbende, op een zondagmorgen, ga ik straks aan mijn laatste werkdag voor mijn vakantie beginnen. 
Uw weekend is alweer halverwege, maak voor de rest er wat moois van. Ik wens eenieder een beste. 








donderdag 9 juli 2026

Auto-errors en andere vermakelijkheden

 Auto-errors. 

Ik geef vaak hoog over mezelf op, zeker als buschauffeur. Ik ben nu eenmaal erg goed in mijn vak. En hey: als niemand het zegt, moet je het zelf zeggen, nietwaar? Een beetje waardering op zijn tijd is echt geen overbodige luxe, en dus geef ik mezelf vrij vaak een compliment. 
Wil dat zeggen dat ik nooit rariteiten uithaal? Nee, zeker niet. Geloof het of niet: ik ben ook maar een mens, en ook ik zie kans om nog dingen te leren. En goddank heb ik hele fijne collega's die daar erg goed in zijn. 
Zoals gezegd: ook ik haal wel eens rariteiten uit, en nog niet zo lang geleden, leidde dat bijna tot 2 in puinpoeier gereden automobiele gebakjes. 
Po de Panda had namelijk weer behoefte aan vloeibaar goud in zijn tank, en dus moest ik, voor ik collega F. oppikte even wat van dat spul rijkelijk van de ene naar de andere tank laten stromen. Zelfs met Po de Panda is het tegenwoordig slikken, dus nadat ik had afgerekend, startte ik Po weer op en reed het tankstation af. 
Dan heb je geen voorrang. Dus links kijken, rechts kijken en gas erop. 
Gas erop om vervolgens oog in oog te staan met een gebakje op wielen dat van rechts was gekomen. En waar die vandaan kwam, mag Joost weten (en als die het weet, mag die het mij vertellen) maar ik had die hele Aygo totaal over het hoofd gezien. Hij mij niet. Goddank. 
Gillende remmen. Geen getoeter. Dat geef ik hem na. 
Grote schrik en een stoot adrenaline waar mijn restanten haar van recht overeind gingen staan, kippenvel en zweet dat uitbrak op plaatsen waarvan ik niet eens had kunnen vermoeden dat er porieën zaten. 
En dat neem ik aan keer 2. 
Ik stak mijn hand op. Een gebaar van spijt. Van sorry. Trok op, en parkeerde meteen op een plek waar dat kon, om eventjes tot mezelf te komen. Eventjes op adem te komen. (Het was die knallend hete dag). 
Ik stak nogmaals mijn hand naar de beste man op. Sorry gozer, voor de schrik. Sorry, ik keek echt blijkbaar niet goed uit. 
Verwachtte half en half dat de man zou stoppen om me de les te lezen, maar dat deed hij niet. In een flits zag ik een hand opsteken, en niet eens met een (eigenlijk ook wel terechte) middelvinger. 
Soit. Gebeurt, mensen maken fouten. Alles en iedereen nog heel, no harm, no foul. 

Jente heeft een fiets. En daarop fietst ze heel de wijk door op weg naar haar vriendinnen. En buiten de wijk. Naar opa en oma. Of daar woonachtige vriendinnen. Dat betekent dat de banden slijten. Lekke band: daar is gelukkig een opa voor of een Ilse, want banden plakken is iets dat ik voor het laatst deed in mijn pubertijd. Nu niet meer. Ik kan dat niet. Heb daar geen geduld voor. Een kast kan ik maken. Een band plakken: mij niet bellen. 
Goed, opa belde: Jente heeft een lekke band. Die is geplakt, maar er moeten wel 2 nieuwe buitenbanden op, want dit kan echt niet meer. 
Ik had naar de fietsenjuwelier kunnen gaan, waar ik mijn nieuwe fiets kocht, maar dan moet ik mijn hypotheek nogmaals verhogen. In onze wijk zit echter een dagbesteding alwaar men voor veel vriendelijker prijzen banden vernieuwt. Win-win. 
Fiets achterin Po de Panda en hoppa. 
Op de terugweg draaide ik mijn straat in, en wilde lekker naar huis knorren. 
Dát was buiten de waard gerekend van een dame die achteruit haar parkeervak uitreed. En doordrukte. 
Ik moest dus best wel even in mijn remmen. 
De logische actie van haar zou zijn geweest: er komt verkeer aan, ik heb geen voorrang, krijg het ook niet, en dus trap ik hem naar voren. 
Ja. Maar logica is soms ver te zoeken. Dan anticipeer ik wel, en wacht even. Niks aan de hand. 
Niks aan de hand, maar mevrouw vond het niet nodig om te erkennen dat ze fout zat, even een handje op te steken en door te rijden. 
Neeeeeee, mevrouw maakte de zaak nóg vervelender en ging tergend langzaam, kruipend de straat door. 
Leek vervolgens verbaasd dat ik daar dan weer niet echt op kon anticiperen, en eigenlijk ook: dat ik gewoon door naar huis wilde, en kwam weer tot stilstand. 
Wat nu alweer. 
De rechterdeur ging open, en er stapte niet minder dan een soort van princess Fiona uit Shrek uit, maar dan bleek. En eerlijk gezegd: nóg lelijker dan de originele Oger waar ze op leek.
Die kwam verhaal halen. 
Waarom ik er zo dicht op bleef rijden. 
Haar dochter was beginnend bestuurder en zou mij vast wel over het hoofd hebben gezien. 
Ik meldde haar dat het bizar is dat ze voorrang neemt waar ze het niet heeft, en vervolgens blijft treiteren. En dat ik vriendelijk genoeg ben om haar gebakje niet in puin te rijden, deels ook uit eigenbelang natuurlijk en in mijn auto te blijven zitten, maar dat mijn engelengeduld met onzin niet oneindig is, met daaraan het nu nog vriendelijke verzoek om als de weerlicht in te stappen en weg te wezen. 
Goddank geen directe buren. 
Damn. Waar een maandag morgen al niet goed voor is. 

Het WK voetbal. Een evenement dat ik nauwelijks volg. Ik volg dat hele voetbal nooit. Er was een duistere tijd waarin ik als 7-jarige bij de F-jes van de Struchter-Boys in Schin op Geul een balletje trapte. 
De waarheid gebiedt me te zeggen dat ik toen al weinig geldingsdrang had, en als we al wonnen, was het doordat ik vriendschappelijke banden aanknoopte met de keeper van de tegenstanders, die daardoor zó afgeleid raakte, dat mijn teamgenootjes de bal ongehinderd in het doel konden proppen. 
Mijn grootste wapenfeit was dat ik per ongeluk (dat dan weer wel) in bal bezit was gekomen, en dat ding van pure verbijstering zó enorm hard en vooral ongecontroleerd weg poeierde, dat die met een ziekmakend kletsende klap tegen het nogal omvangrijke achterwerk van de scheidsrechter smakte, die daardoor een sprongetje van pijn en schrik maakte. Sociaal gezien had ik ook al een achterstand, omdat alle teamgenootjes op de lagere school van Schin op Geul zaten, en ik niet. Dat in combinatie met mijn nogal vlinderende aanwezigheid (ik denk dat de ADHD toen ook al wel aanwezig was, alleen was niemand zo bij de pinken om mij eens te laten controleren), maakte dat mijn teamgenootjes mij nogal raar vonden. Ik denk wel enigszins terecht. Een hele lange carriere als voetballer leek voor mij niet weggelegd.
En toen moest ik op muziekles, en was mijn lot bezegeld. 
Uiteraard volgden wij thuis wél alle Europese en Wereldwijde kampioenschappen, welke het Nederlands elftal diende te voltooien. En mijn moeder was een zeer luid uitgesproken lid van die 16 miljoen bondscoaches. 
Tot aan mijn pubertijd, vond ik daar weinig van. 
Tijdens mijn pubertijd (en waarschijnlijk daarvoor ook al wel) vond de hele straat er wel wat van. Bij elk gemist schot op doel, en dat waren er nogal wat, kon niet zozeer het huizenblok, niet alleen de straat, maar de hele godvergeten regio meegenieten van de uitgekrijste mening van één dametje. De teleurstelling als Pieter Hoogenband toch weer een bal langs de doellijn liet razen. De oprechte woede. Of de oprechte blijdschap als Erben Wennemars eindelijk doel had gevonden. Het was genant. En daags na de wedstrijd, als ik de hond moest uitlaten, kreeg ik de blikken. De opmerkingen. Men had alleen maar ramen en deuren open hoeven zetten om aan mijn moeders ongecontroleerde gekrijs te horen hoe de wedstrijd verliep. 
Mijn moeder vond haar gelijke in de buurman. De buurman was een wat simpele kerel, niet onaardig, en zeer voetbalfan. Zo'n Limburgse semi-profclub of zo. Rodo-KV? Uit Kerkrade. 
Dus bij die man was het niet alleen de EK's en de WK's die zorgden voor aan strafbaarheid grenzend burengerucht, maar ook elke wedstrijd van zijn clubje. 
De buurman keek al die wedstrijden, en gilde net zo hard mee. Maar dan met een veel lagere bas-stem. Het ding met de buurman was, dat hij elke wedstrijd de dag erna, wéér keek. En zich dan verbaal wederom niet in kon houden. 
Zie dan maar eens met droge ogen huiswerk te maken. 
Anno 2026 is er weer eens een WK. En wat ik ervan meekrijg, is dat het Nederlandse team al lekker aan een welverdiende vakantie begonnen is. Ik zou willen dat ik een dergelijk arbeidscontract had. Je hoeft niet je best te doen, je mag blunderen en falen. En als beloning krijg je een zak geld mee waar je U tegen zegt, en eerder vakantie. Met die hoeveelheid arbeidstijd, red ik het met mijn huidige conditie en spelkennis ook nog wel. 
De organiserende organisatie, stond onder leiding van Sjef Bladder al niet bekend als een organisatie waar nooit enige vorm van corruptie plaats vond, de huidige baas van dit schimmelige clubje, een of andere vent met een nogal infantiele naam, liet zich door de Amerikaanse president verleiden om een rode kaart van een Yanken-speler ongeldig te laten verklaren. 
Uiteraard is de man omgekocht. Zo gaat dat in die kringen, en tegenwoordig hoeft dat niet eens meer verdekt en verstopt. Dat gaat gewoon zo. 
Dat hele voetbal is al jarenlang moreel zo failliet als een van de vele bedrijfjes van Trump. 
De Belgen protesteerden daar fel tegen, het Belgische team deed het veel beter: veeg dat Yanken-team gewoon van de kaart, en vier die overwinning met een parodie op die bespottelijke dansjes van redneck Trump. Opgelost. Prachtig. Ik hoop dat Belgie wereldkampioen wordt. Mijn zegen hebben ze. En als de Europese voetbalbond ook maar enige kloten heeft, verrekken ze het om ooit nog één WK te spelen als die infantiele Infantino nog aan het hoofd staat. 
Maar hey: wat weet ik er nu van. 
Veel meer dan wat ik langs zie komen van collega's of de NOS, godenzijdank niet. 
Maar smullen van dit soort stunts doe ik dan wel weer. 

Smullen.... 
De eerste 'batch' knoflook is reeds geoogst. Hangt te drogen. Of is inmiddels ingevroren. En uiteraard via mijn smullende smaakpapillen richting de plaatselijke waterzuiveringsinstallaties gegaan. 
De bak die ik vorig jaar maakte, stond een week of wat leeg, wachtend op wat komen gaat. 
(De laatste 'batch' zou gaan om Spaanse knoflook, en die doet geheel het tegenovergestelde als wat ik zou verwachten van iets of iemand met Spaans temperament: het hangt er wat verdrietig bij, ondanks alle goede zorgen. Futloos en slap, nog voor het zijn tijd is om geoogst te worden. Vreemd). 
Het plan is inmiddels om de knoflook-teelt naar ons domeintje te verplaatsen, daartoe kocht ik een hele stapel dakpannen, om daar, heel erg 'cottage-style' verantwoord een paar moestuinbakken mee te maken. Dat heeft als voordeel dat ik qua schaal iets kan vergroten: ik zet in op 500 bollen oogsten. Geen flauw benul wat ik ermee zou moeten, maar het zal wel op raken, aangezien ik knoflook als ontbijt zou kunnen eten, door de koffie doen, en wellicht gebruiken als massa-vernietigingswapen.
De bak thuis, is nog niet ingestort, er staan wat kruiden in die ik zelden eet, en een Japanse Wijnbes die nog een jaartje nodig heeft om vruchten te gaan dragen. 
Een mooi bloemenperkje zou leuk zijn, en ook zeker geen onlogische keuze, ware het niet dat er een of andere gruwelijk vervelende kutstruik in de buurt staat, die het plan heeft opgevat om de hele wijk over te nemen. De enige reden dat die er nog staat, is dat mijn eega het ding zo leuk vindt, ik zie alleen maar de nadelen van het woekerende kreng. 
Nu wil het ding, dat mijn kornuiten van de Gamma een rekje hebben staan in de winkel met allemaal zaden. Eén zo'n zakje kost geloof ik een euro, en daartussen trof ik een zakje met struikbonen aan. Op het plaatje was een laag soort sperzieboon afgebeeld, en laten wij nu met ons drieën een milde voorkeur voor die groene rakkers hebben. Pik in, 't is winter. Zo dacht ik. 
Minder dan een week geleden, had ik eventjes tijd en ruimte, en ik begon die boontjes kwistig in de grond te stoppen. Eigenlijk niet echt in de verwachting dat er iets op zou komen uit een zakje zaad van 1 euro bij een bouwmarkt. 
Dus lekker rijkelijk gestrooid. Minder dan een week geleden, dus. En inmiddels ziet de bruine aarde groen van alle opkomers. Met een aan waanzin grenzend enthousiasme zijn die boontjes uit hun boontjes-stadium gekropen, en sieren de bruine vlakte met flink dikke groene uitlopers. 
Mooi. Alleen, als die plantjes net zo enthousiast boontjes gaan geven, als dat ze opkomen, heb ik wel een probleem. Want om nu tot mijn pensioen elke dag sperziebonen te eten, gaat me wat ver. Dan moeten we serieus gaan omzien naar een oud vriezertje om de zooi in te vriezen, want het zou ook zonde zijn om de hele meuk weg te gooien. 

De airline met de groene letters. Bekend van 'goedkope' vakantievluchten. En bij ons wijd en zijd berucht om de wijze van afhandelen. 
Het was een vlucht waarbij mensen niet eens heel erg begonnen te mekkeren dat ze hun (tijdens hun vakantie opgedane, nieuwe) energie niet meteen kwijt waren aan hectometers lange wandelingen. Volgzaam stapten ze in de bus, en achter mij hoorde tijdens het wegrijden wat hilariteit en vrolijkheid. Mooi. Die zijn echt uitgerust van hun vakantie teruggekomen, zo dacht ik. 
Een rit zonder bijzonderheden. 
Tot ik aan kwam bij de terminal, de bus stil zette en de deuren opende. Toen klonk er ineens een oorverdovend applaus. In mijn richting. En een netjes in de maat gescandeerd: Dank je wel, buschauffeur!
Ik was verbluft. 
In al die 8 jaar, is me dat nog nooit overkomen. 
En uiteraard, in die verbluffing, wist ik me geen houding te geven. Normaal als ik iets dergelijks meemaak, weet ik wel ongeveer een passende reactie te geven. Ik kwam niet veel verder dan een nonchalante, zwierige zwaai en de mensen vrolijk een behouden thuiskomst te wensen. 
Leuk. Een vlucht vol vrolijke mensen. 
Zoals ik al zei: de afhandeling van deze airline, is nog wel eens reden tot gemekker aan onze kant. Hoewel de afhandelaar van deze maatschappij mijns inziens enorme stappen heeft gezet en serieus veel soepeler is gaan werken, vergeleken met het begin. 
De tweede vlucht van de week, werd begeleid door een heel klein, ielig manneke, die na het aankoppelen van de trap naar boven stormde en de stewardess opdracht gaf om in contact met me te blijven. 
Zijn woorden bij terugkomst beneden:" Ze zei dat ze het zou proberen". 
Meestal betekent dat iets in de zin van: "Barst maar, als ze beneden staan, is het jouw probleem". 
De afhandelaar was echter niet voor één gat te vangen, en zei me dat hij er wel bij zou blijven, mocht het toch gierend uit de klauwen escaleren. 
De stewardess echter, werkte soepel mee, en nadat ik ze beiden wel kon zoenen (hetgeen ik om heel veel praktische en morele bezwaren na ampel beraad met mezelf, toch maar niet heb gedaan) kon ik gaan. 
(Eigenlijk is het vreemd dat je zo blij wordt van het feit dat de andere partij zijn of haar werk doet, zoals het in de werkinstructies staat. Zou normaal moeten zijn...).

Het was een wat strak, zakelijk uitziend heerschap. De piloot met wie ik een serie ongemakkelijke, onherkenbare signalen uitwisselde. We begrepen elkaar totaal niet. En dat duurde zeker 2 minuten. 
Twee minuten wachten, duurt lang, met name voor wachtende passagiers. 
Maar de piloot stak wat vingers op, en ik begreep daaruit dat er nog x-tal pax aan boord waren. 
Ik gaf een duimpje terug, ten teken dat ik het begrepen had, en bleef op mijn gemakje staan wachten. 
De piloot keek naar me, trok wat vragend zijn wenkbrauwen op, en stak nogmaals zijn vingers op. Ik gaf nogmaals mijn duimpje. 
De piloot begon te praten, en wat ik daaruit opmaakte, was niet meer dan een herhaling van eerdere vingertjes, dus ik grijnsde en knikte. Geen zorgen, ik wacht wel, makker. 
Vervolgens praatte hij nog wat, en toen begon ik te vermoeden dat we elkaar toch niet helemaal snapten. 
Ik liep omhoog en meldde hem dat ik het vage vermoeden had dat we een heel klein beetje mis aan het communiceren waren. Ik was toch van de assistentie? Hij had nog wat klantjes voor me. 
Ik schoot in de lach, en zei dat de pakjes wel op elkaar leken, maar dat ik de buslul was. (En ja, vanwege de verbindingen in mijn hoofd, kwam dat er echt zo ongegeneerd uit, lang leve de ADHD). Dat was voer voor een lachsalvo van de strakke, zakelijke piloot en zijn cabincrew. We kwamen er achter dat het soms wat lastig communiceren is, met dergelijke hoogte verschillen, maar na een paar gegrinnikte opmerkingen konden we allen ons weegs. 

En zo loopt mijn werkweek tot een einde en heb ik weer eens weekend. 
Nog 6 dagen werken, en ik heb FUKANSIEEEEEEEEE. 
Ik wens eenieder een beste.  




zaterdag 4 juli 2026

Ochtendstond en rariteiten

 De start van de dag is een belangrijke. Vooral ook hoe je hem start. 
Ikzelf geef er de voorkeur aan om dat in alle stilte te doen. Geen mensen die aan mijn kop beginnen te ratelen, en de grenzen van mijn geduld tot het uiterste weten te rekken. 
Maar gewoon kalme, vredige rust. 
Koffie.
Fluitende vogeltjes. 
Het zicht op de kruiden, of knoflook, of prachtige zonnebloemen die ik zelf kweek.
Het zonnetje dat op menslievende temperatuur mijn verkreukelde smoelwerk wat opwarmt, terwijl ik worstel met mijn aansteker om die eerste peuk op te steken. 
Dát gebeurt me dus niet vaak. 
Nagnoeg 95% van alle ochtenden ben ik altijd wel als eerste wakker. 
En heel soms ook nog dusdanig veel vroeger (dan gewenst) dat ik in alle rust mijn eerste kopje koffie kan tappen. 
Dan stommel ik naar buiten. Maar de vogeltjes, die zijn stil. Op wat lelijk krassende eksters na. Ik heb de schurft aan die beesten. Ze zitten in de boom bij de parkeerhaventjes van de auto's, en kakken derhalve die auto's onder alsof het hun persoonlijke toilet is. 
Het zonnetje laat zich niet zien. Niet omdat het daar nog niet de tijd voor is, maar omdat er een drenzerige regenwolk voor hangt. 
De kruiden, gaan goed. Maar de knoflook is geoogst en de daarna geplantte boontjes geven nog geen teken van leven. De zonnebloemen komen op, maar er is er momenteel maar één die ook daadwerkelijk een bescheiden bloem laat zien. 
De aansteker die ik van tafel griste, weigert alle dienst, en binnen hoor ik het vredige gebrom van de nespresso die mijn koffie tapt, ruw onderbroken worden door gerinkel en een klap. Ja. Want dat kreng trilt soms zó erg dat het kopje (half gevuld met die wonderolie) eraf trilt en met daverend geweld naar beneden dendert, en in die ondergang de halve keuken bespettert met koffie. 
(Soms niet) binnensmonds vloekend als een bootwerker druk ik mijn peuk uit, laat de teringzooi de teringzooi, tap een nieuw kopje, en voor ik daadwerkelijk het gevoel heb dat ik over menselijke eigenschappen beschik, moet ik tegen mijn natuurlijke staat van ochtend-ontbinding knokken, want Jente is beneden. 
Vrolijk kletsend over wat ze gedroomd heeft, wat ze gisteren gemaakt heeft, en wil ze me van alles laten voelen en doen. 
En dan moet ook Jente zich klaar maken voor de dag. 
En dat gaat en moet veel sneller, want Jente heeft steeds vaker wél het talent om uit te slapen. Soms ziet Ilse hoezeer ik moet vechten tegen alle elementen die mijn humeur tot een dodelijk wapen maken, en maant ze Jente tot iets meer kalmte, soms ziet ook Ilse dit niet. Ik moet dan mijn tanden tot hun wortels toe afknarsen om als een ware boer met kiespijn te grimlachen, en in elk geval een poging te doen alsof ik net als de rest van het huishouden, met een jubelende stemming en mijn goede been uit bed ben gerold. 
Dus in alle rust wakker worden: het zit er voor mij niet altijd in. 
Ik ontbijt met cornflakes. 
Cornflakes zijn namelijk erg neutraal, ze worden niet al te klef met een plons melk, en met een paar scheppen suiker, is het voor mijn verschrompelde bakkes één van de weinige zaken die niet ogenblikkelijk zorgen voor anti-peristaltische ellende, zo in de vroege morgen. 
Ik ontbijt met tanden langer dan de allerlangste brandweerslang. 
De cornflakes van meneer Kellogg's zijn het beste: Dun, knapperig, smaken naar niks, en zijn zó weg. 
De cornflakes van 's lands grootste hamsteraar doen er niet voor onder, en voor iemand die ontbijten sowieso een voortzetting van een nachtmerrie vindt, net zo goed. Dun, knapperig, smaken naar niks, en zijn zó weg. 
Beiden met vier scheppen suiker en het is acceptabel, en dat is wat ik nodig heb. 
Toen kwam mijn eega met een pak eigen-merk cornflakes thuis van de Jumbo. Een supermarkt, die wij niet in onze buurt hebben, en ik moet zeggen: dat is geen gemis. 
Ilse was daar op doorreis, en omdat er cornflakes op haar lijstje stonden, nam ze een pak mee. Prima. 
Dacht ik. 
Naar mijn mening moet cornflakes dus naar niks smaken. Je maakt het acceptabel met melk, suiker en dan knikker je dat door je strot naar binnen. 
Ik kan me zelfs herinneren dat wij in Velp dat kregen met vers geperste sinaasappelsap. En in die herinnering was dat een ware traktatie, maar mogelijk is dat vooral ook vanwege de sfeer die mijn oma sowieso wist te kweken. 
Hoe dan ook: ik moest ontbijten, opende dat pak Jumbo cornflakes, en tot mijn (walgende) verrassing steeg er een wat muffe geur op uit dat pak. 
Aangezien die zooi gedroogd is, en er geen schimmelwolken opstegen of anderszins levende entiteiten uit dat pak kropen, ging ik er vanuit dat het goed was. 
Gooide mijn schaaltje vol, flikkerde er wat scheppen suiker over en een kledder melk, zette mij aan tafel en nam een hap. 
Mijn god, wat een enorm ranzige barf in een bakje. 
De jumbo is er in geslaagd om cornflakes een smaak te geven. En dat bedoel ik beslist niet positief. 
Die gribuszooi van de Jumbo smaakt dus gewoon naar karton. Ik weet nu hoe karton smaakt. Het is serieus een marteling voor je smaakpapillen, die spontaan krijsend afsterven zodra je een hap van die bende neemt. Zelfs suiker kan niet maskeren hoezeer de Jumbo intens faalde. 
Ik snap oprecht niet waarom je karton-smaak aan cornflakes zou toevoegen en hóe ze dat gedaan hebben. Het is serieus knap hoezeer een bedrijf iets op de markt kan brengen dat zo gruwelijk onheilsspellend smaakt dat je spontaan begint te geloven in het bestaan van duisterder zaken dan de duivel zelf. De Jumbo moest blijkbaar meer geld verkwisten aan hun wielrenclubje dan aan acceptabele cornflakes. Wat een treurniswekkende troep. 
Kokhalzend van pure walging werk ik dat bakje weg. Ten slotte moet mijn lijf wel enige brandstof hebben om mijn ochtendhumeur aan de kant te blijven duwen. 
Ik moet ten slotte nog werken... 

Ik moest dus werken, en het wordt zo zoetjes aan weer wat drukker. 
De spitsjes lopen wat meer in elkaar over, en dat betekent dat we wat constanter aan het rijden zijn. 
Ervaren als ik ben, weet ik dat ik tijdens die spitsen niet moet gaan lopen zeuren, tenzij ik zie dat er zaken wat soepeler zouden kunnen, omdat het systeem soms dingen doet, die niet altijd even logisch zijn. 
Een van die dingen was, dat het systeem te veel bussen aanmaakte voor een vlucht, en omdat ik vond dat ik als goede werknemer soms toch iets van iniriatief moet tonen, vroeg ik de regie of het voor zo weinig passagiers wel noodzakelijk was om zoveel bussen in te zetten, en of ik niet wat beters zou kunnen doen, dan afwachten tot ik gegarandeerd zou horen dat ik niet nodig was. 
Kwestie van pro-actief zijn. 
De regie waardeerde mijn pro-activiteit, mompelde iets onverstaanbaars, en vond dat ik maar lekker moest gaan genieten van een kop koffie. 
De spits was voorbij en we konden rustig afdieselen. 
Niet helemaal wat ik voor ogen had, maar het leverde me van alle kanten wat sardonisch gegrinnik op. 
Ook een manier om een stand-by te krijgen. 
Denk ik ook eens pro-actief te zijn. Werd het een pro-passief. 
En kwam ik toch weer een pareltje tegen. 
Een dame in mijn bus, die blijkbaar vanuit haar achtergrond behoorlijk wat kennis had over het reilen en zeilen op een luchthaven. 
We raakten aan de praat, en het was niet eens een opzienbarend gesprek. Maar wél weer zo'n gesprek waar je als ietwat cynische chauffeur weer een dagje op voort kan. 
Dat was het gevolg van een van mijn favoriete TC'ers die de onfortuinlijke mededeling kwam doen dat er helaas een 5-tal minuten aan kink in de kabel was gekomen. Die TC'er is een topper, altijd vriendelijk en vrolijk. En als hij een minder fijne mededeling komt doen, klinkt het altijd alsof hij je persoonlijk een uitnodiging komt doen voor een legendarisch feest. Die man is geweldig. 
De dame achter mij hoorde het, en zo ontspon zich een gesprek over vriendelijkheid, wonen, vrije tijd en de belangrijke zaken in het leven. 
De 5 minuten werden er 3, en dat betekende wederom een meevaller voor alle betrokkenen. 
Zo kan het dus ook.

Als deze 5-daagse erop zit, moet ik nog een serie van 3 dagen, nog een serie van 3 dagen en als laatste nog een van 2 dagen, en dan heb ik vakantie. 
Dus in totaal nog 10 dagen werken, en dan hebben we vakantie. 
Dit jaar voor het eerst geen vast omlijnde plannen, omdat de ADHD ons allemaal grondig in de weg zat, en voorlopig is me dat prima. 
In zoverre dat ik een paar daagjes naar Engeland ga. Naar mijn pa. Eventjes gezellig "ouwe jongens krentenbrood". Uiteraard knoflook halen voor komend seizoen. 
We hebben in een vlaag van alles verterende duo-adhd dus een vouwwagen gekocht, en ik merk dat ik met alle zaken die eraan komen deze vakantie (want uiteraard zijn er wél vast omlijnde plannen, alleen hebben die met vakantie geen bliksem te maken) totaal geen ruimte in mijn hoofd heb voor vakantieplannen met de klapkar. 
We kochten dat ding, want voor zo weinig geld, zo'n puike klapkar, is natuurlijk een buitenkansje. Maar ja. We wilden de zomer eigenlijk lekker op ons domeintje doorbrengen. 
En we willen de badkamer gerenoveerd hebben. 
En eigenlijk hebben we ook helemaal de auto niet om naar Frankrijk af te zakken met een klapkar, want de Panda is een wondertje op wielen, maar mijns inziens totaal ongeschikt om vele duizenden kilometers te rijden met een klapkar door de heuvels van onze zuiderburen. 
Dus ik vermoed zomaar dat de zomer weer eens anders zal verlopen dan ik voorzie. En ik probeer nu al te anticiperen op het onverwachte dat zich naar verwachting zal openbaren. 

Nog eventjes een weekendje werken. 
Ik wens eenieder een prima toe. 




Het was er weer zoéén.

 Dit is alweer blogje 801!  Ik had me totaal niet gerealiseerd dat ik 800 x een heleboel woorden en bandbreedte zou verkwisten aan gekke ver...