donderdag 19 maart 2026

Daar zit een draadje...

 Ik ben anders bedraad. 

Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een zekere gelatenheid heb geaccepteerd, verrast het me nog met enige regelmaat. 
Zoals laatst. 
Het is u allen vast niet ontgaan dat ik sinds een maand of twee rondrij in een witte Fiat Panda. Een goedkoop rakkertje waarmee ik werkelijk lach aan de pomp. (Hoewel het met de onwil van de walgelijke Rob Jetten om de staatsrechtelijke diefstal, a.k.a. accijns nu eens te stoppen, steeds meer als een boer met kiespijn is).
Ik volgde hierbij het voorbeeld van Ilse, die al een jaar of 3 rondrijdt in zo'n "Olijk Ootootje".  
Bij het exemplaar van Ilse, viel mij al op dat de autootjes zelf best wel even goed meegaan, maar de meegeleverde hoedenplank is zeker weten niet bedoeld om de bijbehorende auto even lang bij te staan. 
Die hoedenplankjes scheuren en breken, waardoor de praktische inzetbaarheid al afbrokkelend en kruimelend teloor gaat. 
Ook mijn exemplaar begon tekenen van extreme burn-out te vertonen. 
Op het wereldwijde web staan talloze filmpjes van doe-het-zelf-beunen die middels een soort van hitte-pistool allemaal handig voorgevormde "nietjes" in scheurend plastic branden, en daarmee de scheur vastmaken en voorkomen dat het verder scheurt. En daarmee het behandelde ding weer bruikbaar maken. 
In het kader van:"Ik-heb-het-nog-nooit-gedaan-dus-ik-denk-dat-ik-het-wel-kan", bestelde ik bij meneer Li-Del uit Duitsland zo'n apparaatje voor erg weinig euro's. Dit met als achterliggende gedachte dat als ik het niet zou kunnen, ik er in elk geval weinig geld aan verspild zou hebben. Zo'n hoedenplank bij de Fiat-detaillist kost een godsvermogen. Alsof die krengen van goud zijn gemaakt en ingelegd met diamanten, saffieren en opalen. 
Maar even serieus: je kunt beter een nieuwe Panda kopen, dan een losse hoedenplank voor het ding. Wie dat verzonnen heeft, had connecties bij de mafia, ik weet het zeker. 
Hoe dan ook: dat apparaatje (zoiets heet dan een "hot-stapler") deed precies dat wat ik ervan verwachtte. En erg goed ook. 
Het nietje moet je in de pijpjes steken (dat is wat gepriegel) vervolgens druk je op de knop, en wordt dat nietje roodgloeiend. Dat roodgloeiende nietje smelt je vervolgens in de plek waar je hem hebben wil, je schakelt het apparaat uit om de boel te laten koelen, en klaar is Kees. Toegegeven: het ging best aardig allemaal. Bij de eerste poging was het nietje toch wel echt veel te enthousiast, want die brandde doldriest gewoon dwars door de hoedenplank heen. Gelukkig op een wat minder in het oog springende plek, verbazend was het wel.
Bij mijn eigen hoedenplank had ik 10 van die nietjes nodig. Bij die van Ilse het dubbele. Maar het zit prima. En de hoedenplankjes zijn weer stevig in model. 
Hulde. 
Maar nu de intense stommiteit die ik uithaalde, dank zij mijn anders aangelegde bedrading. 
Werkelijk elke randdebiel had zich kunnen realiseren dat gloeiende hitte + metaal + plastic = smelting van het plastic. Ik realiseerde me dat zelfs. 
Waar ik echter totaal aan voorbij ging, was het feit dat smeltend plastic nogal een nare geur, en erger: een niet zo heel erg gezonde damp verspreidt. 
Nadat ik mijn hoedenplankje had gedaan, was ik al enigszins wazig, maar omdat wazig zijn een deel van mijn dagbesteding is, besteedde ik daar niet zoveel aandacht aan. Ik wilde namelijk Ilse's hoedenplankje ook afmaken. Toen dat af was, merkte ik dat de wazigheid over was gegaan in full-blown duizeligheid en sloomheid. Alsof ik in een half uur tijd een lading wiet gerookt had, waar de gemiddelde recreatieve weekend-gebruiker 10 jaar voor nodig heeft.
Ergens in de krochten van mijn hersenpan, realiseerde ik me dat ik als de sodemieter naar buiten moest, en de deur vooral niet achter me dicht moest gooien, en dat heb ik toen maar gedaan. 
En Ilse gebeld. 
Het arme mens. Liet meteen alles uit haar handen vallen om naar huis te komen. 
En een hoop gedoe. Want er moest een doktersadvies komen, terwijl ik zo stoned als een garnaal was. 
Goed, de eindstand: 2 betere hoedenplanken voor minder dan een fractie van de prijs. 
En een wazig hoofd, dat in wezen ook niet echt nieuw is. 
Een ander voorbeeld van mijn wat apart aangelegde hersenpartij: 
Voor op ons domeintje hadden we een apart plekje uitgekozen waar Jente een ruimte had om "te chillen". 
Waar ze naar hartelust kan tekenen, lezen, beetje appen met vriendinnen, lekker luieren. 
Op dat plekje hadden we in eerste instantie een soort van plastic kasje gezet. Ook weer van meneer Li-Del. Maar misschien ook wel van de ACEE-tion. 
Dat bleek een wat minder groot succes. Dat ene lentezuchtje, sloopte dat complete plastic kasje. Niet meer bruikbaar als "chill-plek" voor een pre-puber. 
De boodschap van Ilse leek me toch wel vrij duidelijk: het plastic zeil kan weg, de stokken (van aluminium) bewaren we. Prima, want met de te verwachten planten en bloemenpracht die er nog komt, stijgt de verwachting ook dat we sommigen van die planten met wat stokjes moeten ondersteunen. 
Dus de afgelopen week laadde ik de Panda weer vol met allemaal troep die afgevoerd moest worden naar het recycle-perron van de gemeente. Waaronder dus ook dat zeiltje. 
Toen Ilse en Jente zich die avond bij mij voegden om voor het eerst dit jaar lekker in het zonnetje op ons domeintje buiten de avondmaaltijd te nuttigen, vertelde ik trots wat ik die dag allemaal gedaan had. Wat ik allemaal in Po de Panda had geflikkerd om af te voeren. Waaronder dus dat zeil. AAAIIIIII!!!!!!
Ilse was op haar zachtst gezegd: NOT AMUSED. 
Ik had het compleet verkeerd opgeslagen. Sterker nog: dat hele ding had niet weg gemoeten, want dat zeil wilde ze nog her gebruiken, en als er dan per se iets weg had gemoeten van dat ding, dan waren het die stokken. 
Oh kak. 
Nou ja, we kunnen dus in elk geval wél de te verwachten bloemen en plantenpracht ondersteunen. Alleen niet overdekken. 

En dan is het weer zover. We mogen onze kostbare tijd weer eens verspillen aan de vier-jaarlijkse (af)gang naar de stembus. We mogen (of moeten, afhankelijk van de staat van naïviteit waarin je je bevindt) bepalen welke van de schier onuitputtelijke lijst van lokale kneuzen onze stad gaat regeren. 
Ik denk dat we met ons allen wél kunnen concluderen dat de landelijke partijen afgedaan hebben. 
Geen haar op mijn hoofd die de landelijke partijen een stem zal geven. Ze hebben het allemaal verkloot, en voor wat mij betreft: niet meer te repareren verkloot. 
Allemaal compleet incompetent. Rechts, links, centrum. Het is één lange parade van opportunistische onkundige clowns.
Niet dat ik de illusie heb dat de landelijke politieke smeerlappen zich daar iets van aan zullen trekken: ten slotte heeft hun kiezersbedrog al geleid tot een zachte landing in het Haagse pluche, maar het geeft hun partij in elk geval een lekkere knauw. 
Goed, lokaal dus. In mijn geval. En als u slim bent: ook in uw geval. 
Ik ging dus de stemwijzer invullen, en tot mijn grote schik kwam er inderdaad een lijstje met lokale sufferdjes uit. Iets als Sterk Lokaal Almere. Afgekort: SLA. 
Vat dat op als iets fysieks, dan voel ik daar wel voor. We meppen de huidige politieke bonzen van Almere al lachend het gemeentehuis uit. We meppen het fatsoen en bekwaam bestuur het gemeentehuis weer in. 
Ik vrees echter dat ik het op moet vatten als het voedsel. SLA(p). Hangend. Bedorven. En pas weer opkomend als er teveel meststoffen overheen gaan, die voor niemand gezond zijn. 
Doen we niet. 
Leefbaar Almere. Stond ook hoog op de uitslagenlijst van mijn stemwijzer. Doen we uiteraard ook niet. De herinnering aan de populistische Pim Fortuyn, staat mij nog levendig voor de geest. En de restanten van zijn partij hebben Nederland geen steek verder geholpen, integendeel zelfs. Daar begon het goedkope populisme. Het krakelend ronselen van stemmen, met halve waarheden en hele leugens. Met vooral heel veel uitgeschreeuwde en vreselijk loze beloften.
En dat zogenaamd socialistische sausje dat de lokale variant over zichzelf heeft uitgegoten, kan helaas niet verbloemen dat mijn visie op leefbaarheid toch nét even anders is. Next.
En dan, tot mijn onuitsprekelijke geluk en appellerend aan mijn frequent terugkerende gewoonte om blanco te stemmen, struikel ik al scrollend over de naam 'Blanco'. Lijst 16. 
Verdomd, kan ik niet eens blanco stemmen, zonder dat daar een nare consequentie aan vast zit? 
Ik besluit toch om de partij-site eens te openen. 
Ik scan snel of ik al te populistische onzin zie staan. Dat is niet zo, vinkje 1 kan gezet worden. 
Ik scan snel of ik complot-waanzin zie staan. Ook dat kan afgevinkt worden. 
Sapperloot. 
Mijn gewoonte om vaak blanco te stemmen, kan hier dus gewoon tot politieke verschuiving gaan leiden. 
De ayatollah van deze partij ziet eruit als een doorgesnoven hippie die domweg vergeten is om mee te wandelen naar de 21e eeuw, maar de rest van dat clubje ziet er redelijk normaal uit. Niet alleen maar namen die je met een hete aardappel in je strot uit dient te spreken, en waarvan je op voorhand al kan zeggen dat het carriere-leugenaars zijn.
Ik denk dat mijn wens verhoord is. 
Hoewel.... 
Deze partij is eigenlijk een beetje een trendbreuk. Normaliter zou ik, als ik niet blanco stem, eerder voor een rechtsere partij gaan, dan voor een linksere. En dit is absoluut een linksere partij. 
Ik zeg 'linkser'. Godenzijdank niet zo'n elitaire bralballen partij die zoals de SP, de PVDA of Groenlinks compleet de weg kwijt is, en Nederland naar de galemiezen wil helpen. 
Deze blanco-partij komt, verbazingwekkend genoeg, met behoorlijk realistische wensen. 
Geen kostbare, onhaalbare idealen, die door het plebs (a.k.a. mijzelf) betaald moeten worden. Geen gierende onzin die door mijn strot geramd wordt, maar serieus prettig klinkende plannen, die voor de stad als geheel een prima uitwerking zou kunnen hebben. 
Mijn zegen hebben ze. En als het ze niet lukt, ach, dan ging mijn stem in elk geval niet naar een veel schadelijker landelijke of lokale lamstraal. En dat is ook wat waard. 
Voor mijn huwelijk zie ik eigenlijk ook wel wat voordelen. Ilse kan mij nu met goed fatsoen niet meer de Geert Wilders van de Jan van Goyenstraat noemen. Maar tussentijdse update: helaas heeft mijn stem niet geleid tot een zetel. In Almere heeft PVDA/GroenLinks gewonnen. Ik heb daar een mening over. Die zal ik niet al te zeer ventileren, om te voorkomen dat ik het komende weekend wél weer Geert word genoemd. 

Even over draden gesproken: 
Ik ben niet overdreven ijdel. Vind ik zelf althans. Ik rij in een Fiat Panda. Dan kun je als man gewoon niet beschuldigd worden van ijdelheid. En ook een ouwe-lullen fiets zoals ik hem heb, is niet iets voor een ijdele spiegelklever, nietwaar?
Maar ik word nu eenmaal ouder, niet zo lang geleden vierde ik, innig tevreden met de opkomst, mijn verjaardag. 
En laatst keek ik eens wat langer in de spiegel. Terugkerend thema hier: ik word grijs. En ook dat is een zichzelf versnellend proces. 
Waar ik eerst nog oerang-oetan kleurige gezichtsbedekking had, is dat nu erudiet-blond aan het worden. Ik word zo zoetjes aan 'vintage'. 
En steeds 'vintage'r'. 
Als ik mijn hoofdhaar zou laten groeien, en het struikgewas op mijn gezicht af zou scheren, zou het naar alle waarschijnlijkheid minder opvallen, want mijn gezichtsbeharing is over het algemeen donkerder dan mijn hoofdhaar. 
Maar ja. 
Mijn hoofdhaar heeft last van een wijkende grens, waardoor er hele stukken schedel zorgen voor oogverblindende lichtweerkaatsing. Niet handig, in mijn huidige métier. Ik zie de krantenkoppen al voor me: Chauffeur verblind door de weerkaatsing van de zon op het hoofd van collega, rijdt nieuwe Embraer 190 aan puin. Zou wel legendarisch zijn, maar niet geheel het soort legendarisch-heid waar ik op zit te wachten.
Ik kan dus middels mijn hoofdhaar ook niet echt laten zien dat het allemaal wel mee valt. 
Scheren van het struweel op mijn smoel, levert me al sinds ik me kan herinneren een boel dermatologische ellende op (van rooie bultjes tot vulcanische puisten en ingegroeide haren), dus daar ben ik, toen het met goed fatsoen kon (en de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik wat goed fatsoen betreft, erg rekbare grenzen heb) mee gestopt. 
Met dus als gevolg dat ik er niet aan ontkom: ik word grijs. Het is niet meer een verdwaalde haar, die mijn kleur verloren heeft. Het is ook geen bosje. Het is nu echt wel structureel aan het worden. Zó structureel, dat epileren weinig zin meer heeft. 
En ik vind daar wat van. 
Ik vind erudiet-blond niet zo bij me passen. Ik ben namelijk helemaal niet zo erudiet. En voor vintage vind ik mezelf wat te jong. 
Maar er gloort hoop: want na een aantal malen per week noeste arbeid in ons tuintje, begin ik te merken dat mijn lichaam veel minder protesteert. Kan zijn dat die het opgegeven heeft en langzaam, onmerkbaar af aan het sterven is. Dat lijkt me minder voordehand liggend, gezien het feit dat ik niet sterker ruik dan normaal. 
Kan ook zijn dat mijn lichaam is gaan wennen aan die noeste arbeid. 
Waar ik een maand of wat geleden na een dagje zware fysieke arbeid, een week lang kreunend van ellende mijn spieren voelde protesteren, is dat inmiddels toch niet meer zo. 
Met name de strijd tegen de klimop doet wonderen. Ik zie een rank van die groene klootzak, ik buk, graaf, ruk aan het draadje, en hele meters komen de grond uit. En dat ettelijke malen per keer. Kilometers aan klimop die ik naar de compostberg breng. 
Kilo's aan snoeiafval die binnenkort door de versnipperaar gaan, en dan terug mogen komen om als paadje of als mulch te dienen. En het wordt steeds meer naar onze zin. 

PanzerKampfWagen VIII doet inmiddels al kilometers lang trouwhartig dienst als pakezel voor al deze plantenrestanten. Heen een hoeveelheid snoeiafval waaronder die brave kar bijkans compleet verdwijnt, terug een lading houtsnippers die zijn bakje doet kraken in al zijn voegen (en dat zijn er nogal wat!). Maar het rolt nog steeds als een nieuwe. Het stuurt bijzonder precies. 
Alleen het remmen. Dat is iets waar ik nog aan moet wennen. 
Remmen zitten er namelijk niet op. Ik ben de rem. 
Tussen ons huisje en de houtplaats, zit één minuscule glooiing. Mag geen naam hebben. Je rolt naar beneden, en als je vaart hebt, ben je in no-time boven. 
Hoewel de zwaartekracht zich daarbij in de regel niet ongemoeid laat. En die andere natuurkunderegel speelt ook hardhandig mee: massa wil NIET in beweging komen. Maar als massa in beweging is, wil het NIET tot stilstand komen. 
Dus ben ik met de volgeladen PKW VIII op pad, moet ik zorgen dat ik als ik met allemaal snoeiafval onderweg ben, dat ik geen scherpe bochten maak, om voortijdig uitstrooien van snoeigoed te voorkomen. En ik moet ook een beetje zorgen dat de vaart niet te groot wordt, want ook bergop geldt de regel over bewegende massa. En als ik mezelf niet als een soort van betonblok voor de PKW gooi, stormt die zonder meer die hele houtplaats voorbij om bij de tegenover het park gelegen manege niet alle paarden van schrik op hol te doen slaan. 
De terugweg is zelfs wat griezeliger: een volle bak met houtsnippers is veel compacter en dus veel zwaarder. Als ik dan niet oppas dan dendert de PKW VIII dwars door alle met in meer of mindere mate van zorg en liefde onderhouden tuintjes en huisjes zo de A6 over om in het Markermeer uiteindelijk als kunstmatig rif op de bodem te belanden. Kortom: wellicht dat ik er ooit nog toe kom om er toch iets van een setje Brembo remmen op te zetten die men normaliter op een Porsche monteert. Veiligheid is alles, nietwaar? 

Goed. Dit alles maar weer geschreven hebbende, ga ik maar liefst 2 dagen werken. Om er vervolgens weer 3 vrij te zijn. Tegen de tijd dat het hoogseizoen eraan komt, ben ik helemaal vergeten hoe het ook weer was om gewoon een min of meer normaal bestaan als werkend mens te hebben. 
Ik wens eenieder in elk geval een pracht van een weekend toe. 






vrijdag 13 maart 2026

We klussen (en worstelen) je de moeder.

Wij hebben een waterput. 
Nee, niet zo'n horrorput waarin je je schoonloeder op kan bergen als ze zich weer eens bemoeit met zaken waar ze haar hekserige neus niet in hoort te steken, maar een vierkante kuil, waarin zich de hoofdkraan en watermeter bevinden, en de controle pijp van de riolering zit erin verborgen. 
Toen wij ons domeintje kochten, moesten we ons daar in wringen om de stand van de watermeter op te nemen. We zagen toen al dat de wanden niet helemaal fris meer waren. Die wanden waren gemaakt van betonplex, en dat is een hele harde en sterke multiplex-soort, gecoat met kunststof. Spul gaat normaliter een goeie 15-20 jaar mee. 
Dit zat er denk ik in sinds de jaren '70 van de vorige eeuw, en was dan ook kats- en katsverrot. 
De deksel dat erop zat, zat daar meer in naam, dan in de praktijk, want elke zucht van wind liet de vlokken los gerot hout dartelend wegwaaien. 
Ilse besloot in haar wijsheid om dat geheel voor de winter met een fel oranje zeil te bedekken, zodat niemand er per ongeluk op zou kunnen gaan staan, en zichzelf al dan niet zwaar gewond voor lul zou storten. 
Het was wél een volgende belangrijke klus die we voor het voorjaar zouden moeten uitvoeren, aangezien het toch om een vierkante meter puur en in potentie dodelijk gevaar ging. 
Al voor de winter had ik de maten van het deksel opgenomen, want ik ging er toen in mijn naïeve hoop van uit dat een dekseltje alleen wel voldoende zou zijn. 
Dat deksel stond dus al in de schuur te wachten, en van het overgebleven materiaal maakte ik PanzerKampfWagen VIII. 
Inmiddels is het water weer aangesloten, en bij controle op lekkages bleek dat de waterput met mild heftige voorrang toch echt een upgrade nodig had. 
Helaas, met alleen een deksel zou het niet gered zijn, de hele bekisting moest vervangen worden. 
Ik zou kunnen gaan mekkeren dat ik wellicht te enthousiast was met het maken van PKW VIII, maar die heeft ons inmiddels heel veel goede diensten bewezen, dus hop, naar de Gamma om wat meer betonplex te halen. 
[Ongesponsorde reclame voor de Gamma aan de Markerkant in Almere: die jongens en meisjes daar zijn serieus goed. Heel erg klantvriendelijk, denken mee en geven goeie tips].
Ik had de maten van die put serieus goed genomen. Bijna onkarakteristiek goed. Want die platen schoven in de lengte naar beneden als een pijp in een tandeloze mond (vrij naar: Hotze de Roos, Gerben Zonderland in de Kameleon. Een serie kinderboeken waar ik uren leesplezier van had). 
Oke, de wanden waren door moeder Natuur niet heel erg kaarsrecht meer, maar dat kan ik mezelf amper verwijten. En het was ook niet iets dat met een klein beetje subtiel, doch grof geweld niet verholpen kon worden. De rest was een kwestie van hoek-ankers en de bekisting was een feit. 
Het deksel kostte iets meer denkwerk, maar met wat doorzettingsvermogen lukte het me om de mooie, klassieke scharnieren dusdanig te installeren dat die deksel niet wegwaait met een zwoele zomer zucht. 
Het hele proces ging overigens niet zonder een en ander aan ellende. 
De bodem van de put was bereikt, toen ik op de bodem een paar keer onzacht onderuit ging. En dan lig je daar, spartelend in de p(r)ut, jezelf te vervloeken. En die katsverrotte panelen? Ja. Die ook. En bij elke uitgehoestte lentebries waaiden de vlokken betonplex de tuin over. En ik als een malle Jetje erachter aan om toch enigszins de illusie open te houden dat ik niet onverschillig ben ten aanzien van de troep die ik aanricht. 
Uiteindelijk won ik, en ben ik behoorlijk tevreden over het resultaat. 

We hebben ook een bezopen hoeveelheid coniferen. Daar waar ik een conifeer beschouw als een lompe, uit zijn krachten gegroeide, waardeloze kutkerstboom, vond de vorige eigenaar dat niet. In tegendeel zelfs. Hij of zij plaatste niet minder dan 5 van die ondingen  op compleet onwillekeurige plekken in de tuin. 
Oké, ik geef toe: 2 ervan leveren best prettig schaduw op, de rest is gewoon overkill. 
Een van die krengen had mijn schoonvader al omgehakt. Dat wil zeggen: de boom was weg, en er stond op een random plaats een stomp in de tuin. 
Daar moest ik dan telkens omheen. En tegenaan kijken. En bedenken wat we ermee zouden moeten. 
Wat we niet hadden: een paadje naar ons tuintje. Er liep ooit een schelpenpaadje langs, maar het gras is hardnekkiger dan schelpen, dus dat paadje ligt er alleen in naam, en alleen voor mensen met goeie ogen. 
Dat had als gevolg dat we telkens zut en prut van het hele complex mee ons tuintje op klosten. Ongeveer 1,5 meter verder ligt het hoofdpad. Ook een schelpenpad. En veel duidelijker zichtbaar. Ik besloot dat ik een paadje wilde van onze poort naar het hoofdpad, en wat leent zich beter voor een mooi, omkaderd paadje dan de restanten van zo'n ellendige kutconifeer. 
Ik besloot om die stronk van boven naar beneden in kwarten te zagen, en dan het geheel aan de grond af te halen. 
Alles bij elkaar zouden dat 2 zaagsnedes van 110 centimeter zijn, en 1 zaagsnede van de omtrek van de boom. De uitdaging was natuurlijk dat er geen gemotoriseerd verkeer of gereedschap is op het park. Ik was dus aangewezen op een geleende kettingzaag op accu's. Een exemplaar van Parkside, het huismerk van de Lidl, weet u wel? 
Dag 1: ik kwam precies tot de helft, en toen waren beide accu's (het ding is uitgerust met 2x 20V accu's) het opgaven. 
Goed, dat kan toeval zijn, ik kon het apparaat misschien niet helemaal opgeladen in ontvangst hebben genomen. 
Dag 2: ik kon de eerste snede afmaken, en de 2e voor de helft doen. Daarmee was de koek op. 
Ik geloof niet echt in toeval, en meldde de eigenaar enigszins korzelig de gang van zaken. Wellicht wilde hij garantie claimen bij meneer Li Del. 
Dag 3: Eindelijk! Die stomp(zinnige boom) lag in vier stukken op de grond. Ik kon de parten naar hun eindbestemming dragen, het paadje ertussen ruimhartig opvullen met schelpen (we moeten ten slotte wel doen alsof dat zo hoort) en we hebben een knap en enigszins natuurlijk ogend paadje naar de poort. 

Het is natuurlijk de bedoeling dat we veelvuldig van ons domeintje gebruik gaan maken. Want los van al het klussen en tuinieren, is het er enorm stil. Als je je smoel houdt, hoor je het vrolijkmakende gekwetter van boze roodborsten, hysterische merels, timmerende spechten, en af en toe een norse uil die maant tot stilte. En het ruisen van de wind. 
In de zon even zitten in het tuintje is leven als God in Frankrijk. Het is er geweldig. En wakker worden met het zonnetje in je tuin, terwijl de vogeltjes aan hun ochtendroutine beginnen heeft iets magisch.
Maar... 
We hebben een andere dierlijke uitdaging: Poes. 
Poes moet mee. Want Poes moet tweemaal daags een pilletje, en om nu elke dag op en neer te rijden om Poes haar pilletje door haar strot te duwen, is wat cru. 
Maar Poes moet dan wel in ons tuintje blijven, want het is niet de bedoeling dat Poes de hort op gaat, kwijt raakt (geen ondenkbare nachtmerrie) en verwildert. Nu ben ik op zich voor dat laatste niet zo bang. Poes is over het algemeen erg lief, heel dom en enigszins onhandig. Die zou dood zijn voor ze de kans krijgt om wild te worden. 
Nu is Poes niet meer zo'n zwervertje. Echt niet. Ze wandelt naar buiten, gaat in het zonnetje liggen soezen, tot ze daar helemaal moe van is. Dan kuiert ze naar een plekje in de schaduw om daar bij te gaan liggen komen van het soezen in de zon. 
Dus wij zaten al te delibereren of we niet een grote ren zouden kunnen maken. 
Maar ja. Daar zit een nadeel aan, namelijk: een grote ren is groot. En ondanks dat we ongeveer 300 vierkante meter tuin hebben, willen we ook weer niet dat dat verkleind wordt met een grote ren. Bovendien: ik wil ook lekker aan de worstel met wilde aardbei (oneetbaar, maar wel erg fanatiek in zijn groei) en klimop. (Ook niet te vreten en net zo fanatiek in zijn gewoeker). 
Dus het bouwen van een grote ren behoort niet per se tot mijn wensen. 
Een lijntje over de tuin spannen, Poes in een tuigje, tuigje met een draadje aan die lijn, zou een andere optie zijn om te proberen. 
Om al eens te oefenen probeerde Ilse Poes van dat tuigje te voorzien. Dat ging niet zonder slag of stoot. Sterker nog: Poes ontketende een oorlog waar de ranzige beroepsmoordenaar Poetin nog een puntje aan kon zuigen. Een tetanus-injectie en een antibiotica-kuur verder, kon Ilse opgaan voor poging 2. (De dierenarts liet ons weten dat voor haar leeftijd Poes een exceptioneel goed gebit heeft, waarvan akte). 
Poging 2 verliep iets prettiger voor Ilse. Want ditmaal probeerde ze door middel van een katten-slobbertje Poes zover te krijgen dat het omdoen van dat tuigje zonder geweld gepaard zou gaan. 
Poes deed heel dramatisch alsof ze niet, maar dan ook echt helemaal niet, heus niet, gewoon niet zou kunnen lopen met zo'n tuigje. 
Tot het tweede slobbertje open ging. Toen kwam ze enthousiast en verdacht soepel aanlopen om dat slobbertje toch maar weg te werken. Het kreng. 
Goed, ook dat is dus nog iets dat we in overweging moeten nemen. 

Een poos geleden kwam ik in contact met de partner van een broer van mijn moeder. Die broer is inmiddels overleden, en de partner wilde een aantal zaken afhandelen. 
Fijn, closure. Prettig. 
Deze beste man toonde zich betrokken, geinteresseerd en vroeg zich af of wij geen interesse hadden in wat spullen uit Velp. Van onze oma. 
En zo werd ik toch een paar keer in de afgelopen maanden teruggeslingerd naar de echt gelukkige jeugdherinneringen. 
Bezoekjes aan mijn oma in Velp. 
Mijn oma had namelijk van die echte ouwe meuk staan. Meubeltjes waar de Ikea alleen maar van kan dromen. In elk geval wat kwaliteit betreft. 
Kastjes met van die roldeurtjes. Ingenieus gemaakte deurtjes die bestaan uit smalle latjes, gelijmd op een stuk linnen die in een sleufje open en dicht kunnen schuiven. En dat schuiven maakt dan zo'n karakteristiek ratelend geluidje. 
Daar konden wij als kind ons uren mee vermaken. Vooral vanwege de inhoud van die kast: Kletskoppen. Gemberkoekjes. Roomboterbabbelaars (de échte, van Werthers). Haagse Hopjes. After Eight. Toblerone chocolade repen. En we mochten er onbeperkt van genieten. 
Daar staat er nu één van als nachtkastje naast mijn bed. En nee: ik doe het Ilse niet aan om als ik naar bed ga, enthousiast met dat deurtje te gaan ratelen. Er liggen toch geen versnaperingen in. 
Een ander kastje, waar ik als kind urenlang gebiologeerd naar kon staren, was een kastje dat (in mijn herinnering althans) op de badkamer hing. Een fraai gestileerd medicijnenkabinetje, met een deurtje met glas-in-lood. Ik kon er lang over fantaseren. Wie die snuiter was die in dat glas-in-lood paneeltje was afgebeeld. Vast een of andere held, anders zou je niet vereeuwigd worden in zo'n kastje, toch? 
Ook dat kastje hangt nu in huis. 
In de gang, dus men moet ons huis met beleid betreden, anders is de held van het kastje meteen "in your face", zullen we maar zeggen.
Ouwezuslief kreeg een hoekkast. En dit letterlijk. Want in de jaren stilletjes bedacht men dat hoeken in een huis weliswaar onontkoombaar waren, maar dat dit soort hoeken zelden bedacht waren voor mooi gestileerde kasten. Maar een kast die in 45 graden in die hoek kon verdwijnen, was toppunt van intelligent met ruimte omgaan. Wederom: zo goed maakt Ikea het niet. 
Ouwezuslief is wat minder bescheten als ik, dus die plaatste die kast in een ongebruikte hoek, en kwastte hem wit. Toch wat minder "in your face". 
Ik kom dus thuis, en waan me gedurende een paar seconden toch weer in dat warme, fijne Velp. Zelfs de geur zit nog enigszins in dat kastje. 

En zo komt mijn vrije 10-daagse tot een einde. Dit weekend mag ik weer wat aan de economie gaan toevoegen. Ik wens eenieder een beste toe.


zaterdag 7 maart 2026

Jarig!

 11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt dat hij/zij mijn kind is). Een rol die, zolang ik leef, bij me zal blijven. 
En tot op heden enorm succesvol, ze leeft ten slotte nog. 
Oké, ik geef toe: ik heb wat schoonheidsfoutjes gemaakt in het proces tot op heden, maar niks onoverkomelijks. Niks dat blijvende (en vooral: zichtbare!) lidtekens heeft achtergelaten. Niks dat tot onuitwisbare trauma's heeft geleid. Tot nu toe. 
Ik vind dat best een succesvol verhaal. 
De start was nogal ruig. De weg is kronkelig, verrassend en vol met heuvels. Maar vaak zonnig, en voorzien van een gulle lach, een giebeltje, een gniffeltje en talloze gekke gesprekken. 
Ja, ik zou het in een oogwenk nog eens overdoen. Zeker als dat kind Jente is. 
Haar verjaarspartijtje was buffelen. Vrijdag was de echte dag. En daar waar Jente normaal gesproken uitslapen nog niet helemaal in haar systeem heeft, moesten wij haar die heuglijke dag wakker maken. Uiteraard met een uit volle borst(en) gezongen "Lang zal je leven". Dat werd met nogal gemengde gevoelens ontvangen, heb ik het idee. Zozeer dat dit uiteraard nog veel leuker is als mevrouwtje echt gaat puberen. Ik kan niet wachten. Vooral omdat ik het vermoeden heb dat mijn zangstem er niet beter op zal worden, de komende jaren.
Om vervolgens op het grote bed de kadootjes uit te mogen pakken. 
Ze kreeg van ons een nieuwe telefoon. Ja, dat is vroeg. Ja, dat is jong. Aan de andere kant: omgaan ermee moet ze ook leren. Ze is veel intelligenter dan wij met dat ding en de eindcontrole is in handen van haar ouders. 
De oude telefoon was een afdankertje van mij. Een ding dat van ellende uit elkaar donderde. Die bij het openen van één enkele app, zijn hele batterij in de strijd moest gooien, en alle chips en processors nodig had voor het versturen van 1 foto via whatsapp. Kortom: voor mij al de hel, laat staan voor een pré-puber die net zoveel (of zo weinig, afhankelijk van welk perspectief je gebruikt) geduld heeft als ik.
Bovendien Jente is Jente, dus het scherm bestond uit 100.000 scherven die door middel van een kunstig gefabriekt beschermlaagje tot een soort van bruikbaar display bij elkaar gehouden werd. Een 'swipe' de verkeerde kant op, en haar vinger veranderde in een bloederige staak aan haar handje. 
Manhaftig hield ze vol dat deze telefoon nog wel meekon, maar vlak voor haar verjaardag ging ze dan toch maar overstag.
Een Samsung, mét extra screenprotector en een hoesje met een konijntje voor eromheen, en een soort van touwtje met meloenen om het ding om haar polsen te kunnen vasthouden.
Iets moderner. Iets groter. Iets meer luxe. 
En redelijk hufterproof, want als er iets is met dat ding, en Ilse is er niet, kan ik helpen. Ik begrijp Iphones totaal niet. Maar Samsung wel. En Ilse is dan weer intelligent genoeg om zich makkelijker door de Samsung heen te worstelen dan ik door een Iphone. 
Ouwezuslief heeft de onhebbelijke gewoonte ontwikkelt om ons (lees: mij) hartverscheurend te irriteren met kerst- en verjaardagskaarten. Er moet per se een jengel in die kaart zitten. Je maakt hem open, en vervolgens kun je je al niet meer focussen op de tekst, want die kaart begint allemaal deuntjes te jengelen. Jente vindt het prachtig. Die leest de teksten toch niet. Want het gejengel, daarmee kan ze mij dan weer op de kast krijgen. En dat is om 0715 uur toch het leukste om te doen. 

Een van de dingen waar ik als vader heel veel moeite mee heb: de hobbies van mijn kind. 
Ik had geen hobbies, daarvoor was geen tijd of ruimte. Ja. Die vermaledijde trompet. Maar omdat dat mijn beroep moest worden, was het per definitie geen hobbie meer, want dat moest alle tijd opslokken. 
Ik heb dus pas op latere leeftijd een begin gemaakt met hobbies zoeken. En daar hebben er al wat de revue gepasseerd. 
Wat is blijven hangen: knoflook en tuinieren. 
Uiteraard is het lijstje langer, maar die zijn allemaal weer stopgezet, afgebouwd of anderzins niet meer actueel. 
Bij Jente gaat het net zo. Dat wil zeggen: Jente krijgt alle ruimte van ons om hobbies te zoeken. Tot nu toe is er niet één bij die beklijft. 
Want karate is inmiddels verleden tijd. Hoe jammer ik dat ook vind. Maar het moet voor haar van toegevoegde waarde zijn. Drumles vindt ze ook maar zo-zo. En eigenlijk wil ze ermee stoppen. Prima. Want echt oefenen thuis deed ze niet. 
Enerzijds: voor mij hoeft dat ook niet. Ze hoeft geen professionele drumster te worden. Waarom? Daar kun je de weg naar Rome mee plaveien, en dan hou je over om een trap naar de maan te maken. 
Thuis oefenen had wel beter geweest, alleen op les leer je het niet. Dus thuis oefenen is wel een vereiste om een solide drummer te worden. Prof of niet. Maar ons kind vlindert door het leven. 
Ze is net een soort van herkauwer die door het leven graast. Hier en daar wat meeneemt, maar liefst gewoon alles opvreet, snel verteert en doorgaat. 
En dan moet ik echt wel op mijn tanden bijten, want dat staat haaks op hoe ik het geleerd heb. 
En precies ook wat ik af moet leren. 

En dan is het mijn verjaardag. 
45. En ik leef nog. Ook dat is best een prestatie. Ik heb, als je heel erg globaal kijkt, geen enorme stommiteiten uitgehaald, want ik heb (tot op heden, en zover ik weet) niemand door mijn keuzes om het leven gebracht, verminkt (in elk geval niet zichtbaar), getraumatiseerd (in elk geval niet heel erg), of anderzins gekwetst. Denk ik. 
En anders weten ze dat het verstandig zou kunnen zijn om uit mijn buurt te blijven.
Ik vier mijn verjaardag zelden. Ik vergeet vaak om iets te regelen, en als ik het doe, is het vaak te laat. Maar goed, je wordt maar 1x in je leven 45 en dat leek me een goeie reden om toch maar weer eens te kijken of er mensen zijn die tijd en zin hebben in een feestje.
Ik gooide er naar goed eigen gebruik een paar appjes uit naar wat mensen dat als ze toevallig zin en tijd hadden, ze van harte welkom waren om mijn 45e jaar met me te vieren. 
En donders, dát heb ik geweten. 
Wat was het enorm fijn om uit alle facetten van mijn huidige leven wat mensen te mogen ontvangen. Wat hebben we het enorm gezellig gehad. Wat heb ik genoten van het bezoek. 
Wat een verwennerij. 
Omdat ik natuurlijk weer spectaculair in gebreke bleef wat organisatie betreft, had ik geen tijden vermeld, en het helemaal aan het beoogde bezoek overgelaten hoelaat men zou willen komen. 
Ik ging er eigenlijk een beetje vanuit (en dat is dus zo'n aanname, waarvan we allemaal wel weten hoe en wat) dat het een soort van automatisch door de dag heen zou plaatsvinden. 
Dat bleek anders te lopen. 
Precies rond 1430 kwam zo'n beetje iedereen tegelijk binnen. En dan is het kanonnetjes druk in ons kleine rijtjeshuisje. 
Nagenoeg alle taart is op. 
Nagenoeg alle fris is op. 
En uiteindelijk hebben we voor de hele bups die er was Chinees besteld om gezellig samen te eten. 
Dat was ook weer zo'n bijzondere aangelegenheid. 
Want we waren met 8 man en een kind. En de betreffende rijsttafels op de thuisbezorgd-app, stonden aangeprezen als: goed voor 2-3 personen. Een simpel rekensommetje leert dan dat je dus 3 van die rijsttafels moet bestellen. Dan heb je genoeg voor 6-9 personen. Volgens hun eigen beschrijving dus. 
Ja. 
Nou, ik weet niet precies hoe die mensen in China dat doen of waar ze dat eten in vredesnaam laten. Het was veel en veel te veel. We waren dus met 8 eters. En flinke eters ook.
Ik denk dat ik volgend jaar met mijn verjaardag de laatste portie Chinese Rijsttafel uit de vriezer kan trekken, om dezelfde hoeveelheid mensen nogmaals te voorzien van een (verder prima) rijsttafel. Er kwam geen scootertje voorrijden met de bestelde smullerij, maar een complete 21 meter lange trailer, getrokken door een heavy-duty vrachtwagen. De bijgevoegde zakjes sambal, waren alleen al goed voor 1 complete boodschappentas vol en de kroepoek kwam in een aparte verhuisdoos. 
Als ik iets altruïstischer zou zijn, zou ik de overgebleven kilo's voer naar de plaatselijke voedselbank kunnen brengen, om vervolgens gehuldigd te worden omdat ik de armen voor de komende 12 maanden gevoederd heb. 
Maar ik ben schandalig verwend. De meest leuke attenties mocht ik zomaar in ontvangst nemen. 
Als glunderen echt visueel was, zou Almere nu een grote, gloeiende vlek op de kaart zijn. 

Ik heb het maar goed gedaan. Met zulke mensen om me heen. 
Hulde ook voor mijn meisje die dit allemaal zomaar met me onderging. 
Want het was allemaal best pittig, 2 van dit soort partijtjes in korte tijd. 

Gelukkig hebben we ons huisje om lekker tot rust te komen. En lekker te klussen en knutselen. 

En zo stormen we internationale vrouwendag in. Zet 'm op dames! 
Ik heb nog een klein weekje vrij, dus ik kan en mag lekker nagenieten van mijn verjaardag. 
En voor de mensen die dit nog net in het weekend lezen: een beste gewenst. 









vrijdag 27 februari 2026

Feestelijke faalhazerij.

 Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan. 
Pipi Langkous sprak deze wijze woorden ooit, en ik probeer dat een beetje mee te nemen. 
Vloertje leggen, kastje bouwen, bolderwagen maken. Allemaal niet perfect, wel functioneel. 
Dus dacht ik: ik kan ook wel een kruidenspiraal maken van natuurstenen die begraven lagen op ons domeintje. 
Ik had me ingelezen. Tips bekeken. Opgezocht wat ik nodig zou kunnen hebben, en met dat allemaal in mijn achterhoofd begon ik met goede moed te stapelen. 
Eerst een lading karton, om het onkruid te doden, zodat het niet omhoog gaat komen tussen mijn kruiden. 
Toen de eerste laag stenen. De een nog mooier en grilliger gevormd dan de ander. Niet dat ik daarin veel keuze heb, het zijn natuurstenen en dus niet keurig netjes plat gemaakt om te stapelen. 
Desondanks kwam ik een heel eind. 70 centimeter op zijn hoogst. 
Trots wilde ik een foto maken, om die aan mijn betere helft te sturen maar ik realiseerde me dat ik 1) mijn vuile, bemodderde handschoenen aan had en 2) dat mijn telefoon nog binnen lag. 
Handschoenen uit, naar binnen lopen, telefoon pakken en toen ik terug kwam, lag dat keurig nette spiraal ineen gezakt op de kartonnen mat. Alsof ik niet net dik 30 minuten had staan zwoegen. 
Kak. 
Poging 2 verliep al niet veel soepeler, ondanks dat ik nu per steen nog meer tijd kwijt was. Ik moest blijkbaar nog secuurder steen op steen zoeken. Maar ook dat bood geen verbetering. Net toen ik het idee had dat dit wel eens beter zou kunnen blijven staan, hoorde ik was geschaaf en geschuur. Jawel: daar donderde de hele bende weer om. 
Toen besloot ik voor poging 3 al eens een paal in de grond te meppen. Zodat ik de hoogste stapel iets van steun kon bieden. 
Dit keer kwam ik tot een respectabele 80 centimeter hoogte. De aanbevolen hoogte. Ik wilde al bijna jubelend gaan denken aan het opvullen van het spiraal (ten slotte zou ook dat stevigheid bieden) maar alsof die stenen me dat voelden denken: de hele santekraam stortte weer opgewekt in. 
Ik gaf het op. Voor de dag. 3 keer is zelfs voor mij scheepsrecht. 
Niet eens vloekend of smijtend met stenen (zijn toch best zware krengen), maar meer berustend. Ik weet nu in elk geval wat ik niet moet doen. 
Nog meer tips gevraagd. 1 van die tips was om die stenen te verlijmen of met kit op elkaar te plakken. Dat had ik inderdaad al eerder gelezen, alleen ik ben een beetje bang dat die rotsen te zwaar zijn voor het dunne lijmlaagje, en sneller omdonderen dan de lijm drogen kan. Het tweede nadeel zou zijn dat ik al die stenen eerst moet afwassen. Want die stenen komen uit de grond, zitten onder de modder en wortelresten, en om nu rotsen met een afwasborsteltje in een teiltje te gaan schrobben, gaat me eigenlijk een beetje te ver.
 Bovendien heb ik dan heel veel kit nodig ter waarde van heel erg veel geld, terwijl het nu juist de bedoeling is, om zo min mogelijk geld in de hardware te stoppen, zodat ik zoveel mogelijk geld kan proppen in de vulling van dat kreng. 
Iemand kwam met het idee om kippengaas te gebruiken. En toen volgde er een hele uiteenzetting over hoe ik een frame van gaas moest maken, en dat vullen met die stenen. Dat lijkt me overdreven, maar kippengaas als binnenlaag is natuurlijk een prima idee. Als ik dat een beetje netjes plooi, en neerzet met wat staaldraad en daar dan de stenen omheen en tegenaan drapeer, zou het op papier een goeie steun hebben. In theorie zou het kunnen werken, want ik heb geconstateerd dat de instortingen altijd naar binnen gebeuren. 
En een rol kippengaas van 15 meter is goedkoper dan een enorme hoeveelheid bussen kit. En dat kippengaas kunnen we voor meer dingen gebruiken. 
Dus we gaan opgewekt door naar poging 4. 
Poging 4 was zo mogelijk nóg frustrerender dan 1 tot en met 3. 
En ik ben op het punt gekomen dat ik heb besloten dat ik mezelf dit niet langer aan ga doen. Die stenen zijn gewoon totaal ongeschikt. Volkomen kut.
Ik snap nu wel waarom de vorige tuinier die dingen gewoon onder een dikke laag aarde wegmoffelde: het zijn gewoon frustrerend gevormde kutdingen die hooguit om de vijver nog enig nut hebben, maar zelfs daar eigenlijk gewoon maar liggen te liggen bij gebrek aan betere functie. 
En zo kwam ik ziedend en briesend thuis. 
En ik besloot om gewoon een stalen kruidenspiraal-achtig ding te gaan kopen. Dat levert me meer plezier op dan het zelf bouwen met materialen die daarvoor niet te porren zijn. En mocht het zo uitkomen dat dat stalen spiraal wat meer "fluf" nodig heeft, knal ik er wel wat van die duivelse stenen omheen. 
Persoonlijk had ik ze het liefste heel dat complex over geschopt, maar dat had tot heel andere en mogelijk bizarre complicaties geleid. 

Ons kind wordt binnenkort 11. En dat is in een mensenleven slechts éénmalig. Een heus elfje. Dat doet me denken aan haar allereerste (en enige) dansvoorstelling. Waarin ze op geheel eigen wijze extreem snoezig de show stal door haar eigen choreografie uit te voeren in plaats van de ingestudeerde van de dansjuffrouw. 
Ze was 3 of zo. De voorstelling was tranentrekkend schattig en extreem vertederend. En goddank maar 20 minuutjes, anders was mijn hart van pure vaderliefde uit mijn borstkas gebonkt.
Inmiddels wordt ze dus 11, en ze is nog steeds redelijk eigenzinnig. Op momenten nog steeds snoezig, maar haar eigenzinnigheid maakt ook dat het "hebben" van zo'n kind met wat meer zorgen komt, en de snoezigheid soms wat naar de achtergrond glijdt. Mijn vaderhart bonkt hoe dan ook vaak nog uit mijn borstkas.
En er moest een slaapfeestje komen. En dat leidde op sommige momenten tot wat hilariteit. Ik nodigde wat vriendjes uit voor mijn eigen verjaardag, en toen een ervan aangaf te willen komen, en ik dat tevreden aan Ilse meldde, ging Jente er van uit dat ik het over haar slaapfeestje had. 
De vriend in kwestie die bij een slaapfeestje van een paar prépuberale giebelende en kwekkende meisjes zou aanschuiven, was voor mijn geestesblik te veel en ik schoot in een daverende lach. Die arme kerel zou de rest van zijn leven totaal getraumatiseerd zijn. 
Ook ons eerste slaapfeestje trouwens. Een stuk of 6 prépuberale giebelende en kwekkende meisjes die uiteraard geen seconde zullen slapen. Er wordt een tafel vol patat aangerukt, en nog zo wat gekkigheid aangericht. En dan gaan ze hun goddelijke gang. Zij zullen niet tot nauwelijks slapen, en ik als vader dien uiteraard verre te blijven van alle getut, gegiebel, gelach, getut, gegiebel en gelach. 
Ik vermoed dat ik er de komende dagen nog meer dan gewoonlijk, uitzie als een zombie. 
Hoe dan ook: dat viel op zich niet tegen. 
We hadden voor 8 personen patat in huis gehaald. Voor 16 personen frikandellen, voor 12 personen kroketten en kipnuggets om een heel weeshuis mee te voeren. Daar hebben we van over: voor 6 personen patat, voor 14 personen frikandellen, voor 11 personen kroketten en 20 kilo kipnuggets. 
Maar verder: hoe mooi dat een zelfstandig in elkaar gezet slaapfeestje net zo enthousiast onthaald word door die kinders als een gezamelijk uitje naar een of ander prijzig feesthok. Een krijspaleis hoort ook tot het verleden. En tot mijn eigen stomme verbazing zeg ik dit toch wel met enige weemoed. (Al was het maar dat het personeel van zo'n krijspaleis niet zo complet perplex staat bij de verspilling van al het voorgenoemde voedsel, en daadwerkelijk ook betaald wordt om de tyfuszooi op te ruimen). 
Ilse had een speurtocht uitgezet langs alle speeltuinen in de wijk, waarbij er op gezette plekken opdrachten waren, en ik was onderdeel van één daarvan. 
Mijn opdracht was: laat al die kinderen een gedichtje voor elkaar maken. 
En al die meiden deden dat. Niet eens giebelend, maar veel serieuzer en leuk grappiger dan ik had verwacht. En met overgave. De ene deed het uiteindelijk liever privé, en de ander had wat hulp nodig om haar eigen woorden te onthouden, maar het was van een veel verderder gevorderd niveau en empathie dan ik had verwacht. 
Maar goed, bij thuiskomst moest er omgekleed worden naar pyama en vervolgens met allerhande make-up geklooid worden, en daar was ik als vader expliciet niet welkom bij. Dus kon ik met goed fatsoen de bende ontvluchten. 
Toen ik volgende ochtend beneden kwam, ontdekte ik dat 6 van die slapende meiden gewoon enorm meuren. Ik pakte het koffie-apparaat, om boven in de slaapkamer wat koffie te kunnen maken, en liep op mijn tenen langs die snurkende dametjes. 
Goddelijke stilte gemengd met een helse meur die de duivel nog tot braken zou brengen. Het kan. 
Jente heeft het in elk geval enorm naar haar zin gehad met haar vriendinnen. 

Goed, dat was dus een redelijk succes, en met het genietende snoetje van Jente op mijn netvliezen gestanst, kan ik met gerust gevoel morgen weer enigszins gemotiveerd om aan het werk te gaan. Maar liefst drie hele dagen. 
Ik wens eenieder een heel goed weekend toe. 




donderdag 19 februari 2026

Shenanigans, we gaan gewoon verder.

 Het was weer eens valentijnsdag, afgelopen zaterdag. Een door Yanks ingestelde commerciële bullshitdag, waarmee te vadsig volgevreten CEO's liefhebbende lieden proberen over te halen om nóg meer geld uit te geven aan in China of Taiwan gemaakte tinnef. En Europese commercie doet er handenwringend aan mee. En consumenten net zo. Alsof je (ge)liefde niet meetelt als je op 30 februari een bosje blommen uit het gemeenteperkje jat. 
Ilse plakt al sinds ik haar ken, niet zo heel erg subtiele hints in de kalender. Superhandig dat we een week-kalender hebben, en ik dus pas een paar dagen van te voren de hint zie, waardoor ik eigenlijk altijd te laat ben. 
Romanticus die ik ben, heb ik wel eens een sleutelhanger-hartje gemaakt, van hout. En heb ik haar 7 jaar geleden wel eens meegenomen naar een restaurantje. 
Dit jaar was ik beter voorbereid. Komt ook omdat ik deze maand geen flikker te doen heb, dus ik had de kans om eens wat vooruit te blikken. 
Een reservering bij ons favoriete restaurant was snel gemaakt. De mededeling dat Ilse die avond vrij moest houden voor frivool, verrassend en lekker vermaak, leidde tot nogal wat innerlijke hilariteit (in elk geval bij mij, vooral omdat ik me zo voorstelde wat mijn eega zich allemaal in haar hoofd zou kunnen halen). 
En zo togen we die heuglijke dag, nadat we Jente hadden gestald bij haar opa en oma, naar ons gezamenlijke favoriete restaurant. Seni. 
Een vermelding waard, overigens: Seni. Een Eritrees restaurant waar het gebruik van mes en vork met enig misnoegen wordt bezien. Men eet er met de handen. 
Men eet er Eritrees. Wat op zich niet wonderbaarlijk is, gezien de afkomst van het gezin dat de tent runt. 
Eerst even over het eten. Dat wordt geserveerd op een soort van pannekoeken, dat men "injera" noemt. 
Allemaal kleine gerechtjes, van groenten, en vlees. Het een nog lekkerder gekruid dan het ander. 
Je scheurt een stuk pannekoek af, en daarmee schep je wat van het door jou verlangde gerechtje op. En dat breng je vervolgens (absoluut zonder te knoeien, anders is het zonde van dat Godenvoer) naar je mond. En dat proces herhaal je, tot de plaat leeg is. En dan ga je door, want ik heb het krankzinnige idee dat zelfs die plaat gewoon goddelijk lekker is. 
Het een en ander spoel je weg met heerlijk fris flesje kokosbier, dat in een halve kokosnoot geserveerd wordt. (Mits je niet moet rijden).
De tent wordt gerund door (ik denk) een familie van Eritreërs. De een nog liever dan de ander. Deze keer was een meisje van een jaar of 14 onze ober. En ze deed het heel natuurlijk. Heel vriendelijk. 
Even later sprak ik met de gastvrouw, die blij verrast was dat ons bord tot de laatste kruimel leeg was. Ze vertelde dat ze het zo zonde vindt dat veel gasten de zompig geworden "injera" laten liggen. 
Dat vind ik ook. Op die "injera" liggen alle gerechtjes, en de kruiden en smaken van al die gerechtjes zakken naar, door én in die "injera", die daardoor zo mogelijk nóg goddelijker smaakt. Ja, goed. Het is dan wat zompig, en wellicht wat kledderig om te eten, maar doe dat gewoon. Je tong gaat spontaan klaarkomen van de verrukkelijkheid. 
Uiteraard deed Seni ook mee aan die Valentijnsgekte, maar dat kon me geen bliksem schelen. Als ik niet net voldoende opvoeding had gehad, had ik daar de tent gewoon leeggevroten. Want het zijn superlieve mensen, die ook nog eens belachelijk lekker eten maken. Mensen die ik het gun om wat extra winst te maken. Gewoon, omdat ze zijn wie en wat ze zijn. 

Daags erna was een dag waarop Jente en ik samen onze eerste keer beleefden. Op de fiets, wel te verstaan, voor ik allemaal moeilijke vragen krijg.
Want ik had besloten dat het een mooie dag was om met de fiets naar ons domeintje te gaan. 
Het was weliswaar bespottelijk koud, maar daar konden we ons op kleden. 
Ilse was er om de weg te wijzen, en zo zouden we gezellig gedrieën lekker peddelen.
Oke. Los van het feit dat mijn fiets (ik noem hem Gert, een knipoog naar de tweede naam van de gulle mogelijkmaker) fantastisch zijn werk doet, had ik me moeten realiseren dat ik me dan wel gekleed had op de kou, maar dat mijn handen daarbij toch enigszins tekort kwamen. 
Ik had nota bene mijn door Defensie geschonken, leren handschoenen aan, maar de ijzige kou, waaide daar opgewekt doorheen. 
En eenmaal op het tuintje, kon het natuurlijk niet uitblijven dat Jente haar wollen handschoenen niet droog hield met haar (toegestane, sterker nog: meer dan gegunde en gestimuleerde) gespeel rond de vijver. 
Die waren uiteraard nog niet droog toen we weer huiswaarts fietsten, en dat leverde zowel Jente als mij compleet verijsde tengels op. Ik ben niet geheel onbekend met het feit dat je je net niet goed genoeg afkleedt tegen de weersomstandigheden: ik heb van mijn 12e tot mijn 18e dagelijks 22 kilometer door weer en wind gefietst naar school. Dus ik heb wat kou moeten verduren. 
Maar dat mijn vingers compleet dood voelden, heb ik vermoedelijk vakkundig uit mijn geheugen verbannen. 
Het was dus de eerste keer naar ons huisje. De eerste lange (Ilse zou me hier uitlachen, zij is dit gewend) tocht op Gert. Die dat, aangedreven door ondergetekende, zeer manmoedig en onverdroten deed. 
Voor Jente was het dus ook de eerste lange tocht. En voor haar was het een barre-dere tocht dan voor mij. Jente heeft geen e-bike, die moet dus zelf trappen. Her en der ondersteund door Ilse die haar een duwtje in de goede richting gaf. 
Dat was wel een box-ouwe! waard, en hoezeer ik Jente die ook gunde: een heel ervaren fietser ben ik niet meer, en zij nog niet, dus was ik bang dat hetzij mijn box tegen haar smoel zou landen, of haar box tegen de mijne, met alle pijnlijke en hilarische gevolgen van dien. 
Ik moet dus wel mijn fiets nog uitrusten met kloeke fietstassen en een wat langere zadelpen, aangezien ik net niet helemaal mijn benen gestrekt krijg tijdens het peddelen, maar ik ben er verguld mee. 
Nooit van zijn levensdagen had ik kunnen vermoeden zó opgewekt te zijn met zo'n luxe fiets. Gelukkig hoef ik niet gelijk op zoek naar betere handschoenen, Ilse had zowaar nog een compleet paar heel erg dikke, wollen/fleece handschoenen liggen, die mij wonder boven wonder nog als gegoten zitten. 

We waren dus in ons tuintje, want er komt zo'n hippe kruidenspiraal. En alsof de eigenaar van jaren geleden dat rook, had die in de grond een hoeveelheid natuursteen begraven, waar een rechtgeaard tuinder spontaan obstipatie in combinatie met erectiestoornissen zou krijgen.
Zo veel, en redelijk diep, dat er een complete boom tussen was gegroeid. Die zijn wortels om meerdere keien had weten te wikkelen. 
Die boom was uiteindelijk nog maar een stronk en die moest er ook uit. Telkens als ik de spade de grond in stak om een die stronk een rotschop te geven, hakte ik op een steen. Mijn ellebogen zullen me eeuwig dankbaar zijn, vrees ik.
Bij oplevering mag maximaal 30% van je tuin uit steen bestaan, ik vermoed dat dit de manier was om er vanaf te komen. Wat een kneus. 
Aan de andere kant: ik heb denk ik een aardig deel boven water (aarde) gekregen, dus die kruidenspiraal maken, wordt steeds gratis-er. En leuker. Want ik begon met fantaseren over bakstenen, en tegels. Maar met natuurstenen, is het eigenlijk veel kunstiger. Veel rustieker. Veel Marnix'er en Ilse'er. 
Ik denk dat ik nog een paar uurtjes moet schatgraven, maar dat ik dan kan beginnen met egaliseren, karton erop en een spiraal kan gaan maken van die stenen. En wat kunstigheid, want ik vermoed dat dat er ook bij komt kijken. 
Iets dat minder gratis was, als dat we hoopten: De vloer. 
Even iets om duidelijk te maken: de vloer in ons grote huis moet vervangen worden, maar er zijn op ons domeintje 2 ruimtes die ook wel wat vernieuwing gebruiken kunnen, in verband met het feit dat Jente nogal stof-allergisch is, en er in haar kamertje tapijttegels liggen. En in het halletje ligt laminaat dat zó onkundig gelegd is, dat het gewoon pijn doet aan je ogen. 
We struinden dus de diverse marktplaatsen af naar goedkope restantjes ergens, want in totaal ging het maar om een 7 vierkante meter. Heel weinig dus. Nauwelijks de moeite voor een grote zaak om je er mee bezig te houden, zo dachten we. En verhip, als het niet waar is: ergens in Almere Poort woont een dame die een slordige 7 vierkante meter over had, en die voor een klein bedragje wel wilde verkopen. 
Hatsee, zo dachten we. Fijn. 
Ja. Heel fijn. Tot ik bij een torenhoge, sfeerloze, flat kwam, temidden van allemaal zandbergen (het heet daar "Duin", what's in a name) en al wat er gebeurde op de afgesproken tijd: niemand deed open. 
Sta ik daar met mijn goede gedrag, naast een sfeerloze flat, temidden van allemaal zandbergen. 
Dat heb ik precies 5 minuten volgehouden, en toen ben ik gegaan. De dame in kwestie vriendelijk (ja, heus) gevraagd of haar deurbel kapot was, kreeg ik later een bericht terug dat ze boodschappen was gaan doen, en onze afspraak stomweg vergeten was. 
Okeee. 
Mijn frustratie was groot, maar mijn hoofd te vol, dus ik heb er helemaal niet meer op gereageerd. Het zal wel. 
En bovendien: zulks had ons ook kunnen overkomen, iets met ADHD en zo. 
Daags erna togen we, naar wat vloerenwinkels om eens te kijken wat er voor wèhnág te koop is bij winkels. Eigenlijk op zoek naar een couponnetje. Een zeiltje. Alles wat we zelfs bij de Kwantum aantroffen, was duurder dan we in gedachten hadden. En dan heb je het uitsluitend over een vinyllen lapje op de grond. En dan pas per 2 maart in de aanbieding. Niet helemaal wat ik in mijn gedachten had. Niet qua kwaliteit, niet qua timing. En ook niet echt qua prijs. Door maar weer. 
We liepen een winkel in die ons middels allemaal reclameborden buiten toebrulde dat ze tot wel 70% korting gaven. 
We liepen binnen, en daar werden we in eerste instantie lekker met rust gelaten. Ten slotte zijn we beiden ADHD'er genoeg om heel even onze gedachten op een goeie rij te moeten dwingen. 
Maar toen we eenmaal met wat vragen kwamen, werden we ook geholpen alsof we 1000 vierkante meter vloer wilden gaan bestellen. De betreffende dame liep helemaal leeg qua informatie, en uiteindelijk hebben we er dus inderdaad voor veel minder geld dan we hadden gevreesd een 3 tal pakken heuse PVC-vloer en ondervloer kunnen kopen, waardoor zowel het halletje als Jente's kamertje er straks keurig netjes bij liggen. 
En als ze al zo vriendelijk en behulpzaam zijn bij 7 vierkante meter, kom ik er graag terug als we onze woonkamer willen laten doen. 

En dan kom je dus op zo'n punt in je leven, dat je een keuze moet maken die gewoon hartverscheurend is. 
We zijn in verregaande staat van een wisseling van school onderzoeken. En dit op zo kort mogelijke termijn. De reden daarvan is dat Jente zich niet meer veilig voelt op school. 
Gelukkig wordt ze niet persoonlijk gepest, en haar rapporten zijn zonder uitzondering goed, maar als je bijna dagelijks een dodelijk vermoeid, overprikkeld en verdrietig kind thuis krijgt omdat school de groepsdynamiek in de klas jarenlang genegeerd heeft, en pas nu, in groep 7 erachter komt dat ze er toch wat mee moeten, is het wat mij en ons betreft allemaal 'too little, too late'. 
Hartverscheurend, want je wil helemaal niet dat je kind roept dat ze zich niet veilig voelt op school. Hartverscheurend, want ondanks dat Jente niet meer naar school wil, en het liefst morgen al naar een andere school wil, wil ze dit ook niet, want ze heeft zoveel vriendjes in de klas. 
En dan toch zelf met de mededeling komen dat ze een andere school wil, omdat dat voor haar beter is, is groots. Van haar. Want ze weet ook wel wat de gevolgen zijn. 
En dat is een situatie waarin ik nooit had gewild dat mijn kind terecht zou komen. 
Inmiddels 2 hele gesprekken gehad met de baas van de school, en een groepje ouders wiens kinderen ook zoveel hinder ondervonden. Alleen maar om te constateren dat de budgetten op zijn, en dat ze alles op alles zetten. Tja. 
However, moest ik na dat laatste gesprek eventjes apart genomen worden, want men maakte zich zorgen om Jente. Joh.... Ook beter laat dan nooit, zeker.
En toen lieten ze een schrift zien, waarin Jente (en alle andere kinderen for that matter) onder andere hun doelen van de dag moesten noteren. 
En Jente's doelen sprongen er met kop en schouders bovenuit. 
1) Niet doodgaan. (Vind ik een prima doel, als je het mij zou vragen). 
2) Baas van de school niet schoppen. 
En die laatste vond men zorgwekkend. Besefte Jente wel dat ook de baas van de school er voor haar was? 
Eh... 
Er is een reden waarom we Jente zo snel mogelijk van school halen? Ik denk het dus eigenlijk niet. Met het ontbreken van dat besef (realistisch en pijnlijk genoeg) een hoop frustratie van mijn kind ten aanzien van alle volwassenen die keihard hebben gefaald om voor haar (en haar vriendjes) een veilige en fijne leeromgeving te realiseren. 
Overigens: geen kwaad woord over de leerkracht zelf. Die doet alles en meer dan wat er gevraagd kan worden, maar een rotte groepsdynamiek die zo lang genegeerd wordt, is gewoon te veel voor 1 persoon. Jente was en is ook heel loyaal aan de leerkracht. Dat stemt hoopvol. 
Maar damn. Dit is totaal niet wat we hadden gewild. 
Ik wist niet zo goed of ik moest lachen of huilen toen ik dat stukje tekst van Jente las. 
Ondanks dit, toch een lekker kind gebleven. 

En dit geschreven hebbende, mag ik nog 1 dagje een beetje prullen in de tuin. Dat wil zeggen: de vloeren afwerken met plak(toch-lekker-niet-ondanks-de-naam)plinten, een paar kleine andere dingetjes afwerken, en dan mag ik toch weer een weekendje mijn kop laten zien op mijn werk. 
Ik ben benieuwd ik het allemaal nog weet. 
Ik wens u in elk geval een beste,






vrijdag 13 februari 2026

Shenanigans deeltje kon-en-30

 Onze Panzerkampfwagen VIII is af. Dat wil zeggen: er was een klein detail, bijna niet noemenswaardig hoor, namelijk een band die lek was. Ik overdrijf niet als ik zeg dat Ilse er dik 5 uur aan besteed heeft om het ding te plakken. Kent u die ouwe Donald Duck strips nog, waarin hij rond rijdt met banden die voorzien zijn van meer plakkers dan daadwerkelijk profiel? Nou, zo zag de binnenband van dat wiel er ook uit. 
En dan heb ik het niet over de (hopelijk niet blijvende) schade aan Ilse's vingers na 5 uur buffelen op die helse band. 
Maar goed, we kraaiden victorie, pompten de band op, en gingen met een voldaan gevoel te bed. 
De volgende ochtend bleek dat we veel en veel te vroeg kraaiden, want die band was weer (of nog steeds) lek. Niet plat, maar wel ongewoon zacht. 
Te zacht. 
Godver. 
Een lekke band is voor een bolderkar die het gewicht van een PKW én belading moet torsen niet alleen een nogal schlemielige afgang, het is ook gewoon onhandig. 
Toch meegenomen naar ons tuintje, want ten slotte: het ding stond in zijn volle glorie in de woonkamer gewoon ontzettend in de weg. En ik kon gelijk uittesten of de rest van het ding wél gewoon wilde doen waarvoor ik hem in elkaar gezet had. 
En dat deed hij. Zonder kraken of piepen vervoerde hij de lasten die ik hem te torsen gaf. 
Omdat ik Ilse niet nogmaals wenste te belasten met het wederom loshalen van die duivelse band (vanwege de leeftijd was het ding helemaal stijf, stug, verdord, verdroogd, en muf. Ik heb het nu over de band, niet over Ilse, voor alle duidelijkheid), besloot ik om een setje nieuwe buitenbanden en 2 setjes nieuwe binnenbanden te bestellen. 
Als die binnen zijn, snij ik met alle plezier die muffe ouwe troep (ja, ouwe meuk is leuk, maar daar zitten wél grenzen aan) van de velg af, en ik vermoed dat de nieuwe banden zich toch wat meegaander opstellen bij het monteren ervan. En zo niet: dan volgt er een nieuwsbericht over toevallige passanten die geraakt worden door langszeilende bolderkar-wielen.

En daar bleek dat de Panda gewoon een ruimte-wondertje is. 
Die hele PKW VIII paste er gewoon in. Banken plat, en schuiven maar. Kostte me wel bijna een ruit omdat ik vergat dat de trekstang eraf moest, maar dat is ook weer zo'n klein detail. 
En omdat we een opstapje nodig hebben naar de tuindeur (we willen op onze leeftijd toch een beetje voorkomen dat we ter aarde storten als we van binnen naar buiten willen, en vice versa, het hoogteverschil is toch wel flink dus vandaar besloten dat we een opstapje nodig hadden) ging ik op zoek naar een pallet. 
En pallets zijn best flink. 
Zoeken op markplaats (niet eens die van facebook, daar zitten over het algemeen weinig bruikbare mensen op) leverde me een hit op, in de stad. Een gratis pallet, op te halen in de stripheldenbuurt. Dus hop, in de Panda naar de Stripheldenbuurt. Banken plat en schuiven maar. De pallet was wat te lang, dus ik moest hem iets schuin omhoog zetten tegen de stoel, maar het paste. 
Overigens: ik zal dit niemand aanraden, want als ik van achteren aangereden was, was mijn hoofd, samen met die pallet door de voorruit naar buiten gekegeld, en dan moet je dat verzekeringstechnisch weer uitleggen. En het staat voor de crematie zo slordig. Een hoofd op een pallet, toch een vreemd, misschien wel luguber beeld. Hoewel het dan een veel te dure kist uitspaart. Dat dan wél. 
Maar goed, de pallet bleek in verrassend goede staat, we konden met precies 45 tikken van de hamer, de nagels eruit rossen, en precies 12 zaagsneden verder, hebben we een prima opstapje, waar we nieuwe deurmatten op hebben geschroefd, want we willen bij het betreden van ons huisje de tuin wel buiten laten, en niet mee naar binnen klossen. 
Ook hier werd ik door mijn echtgenote teruggefloten. Ik wilde namelijk op 1 (één) dag álles aan en met dat opstapje af hebben. Halen, zagen, kloppen, schroeven, beitsen, op zijn plek leggen en klaar. 
Uiteraard liep dat anders. Want beitsen van een pallet, die je straks niet meer ziet, is enigszins overkill. Pallets leven een leven lang een hard leven in weer en in wind, en kunnen meer aan dan wij in ons tuintje hem voor zijn voeten (pun intended) gooien. 
En aangezien de beits die ik heb, niet bepaald geschikt is voor gebruik in een woonkamer, besloten we om het beitsen dan ook maar achterwege te laten. Toen het af was, zag ik dat er voor alle veiligheid misschien toch maar een extra plankje aan de voorzijde moest komen, om de kans op struikelen (en daarmee de meest fantastische en gezond voor de ziel zijnde, acrobatische toeren) te verminderen. Volgens Ilse was dat onzin en moesten we gewoon uit onze doppen kijken. Ja, dat is leuk, tot we dus een ambulance nodig hebben omdat één van ons drietjes dus inderdaad al back-flippend, handstand'end en radslagend naar binnen of buiten davert. 

Toch even wat bedenkingen bij de Panda. 
Het is een prima wagentje. Lekker bij de les, extreem zuinig en doet alles wat ik er van wil. 
Willen is hier het woord, waar het om draait. Ik wilde graag een witte. Sterker nog: dat was één van de voornaamste eisen die ik aan de nieuwe auto stelde. Yin moest door Yang gecompleteerd worden. 
En natuurlijk wéét ik ook wel, dat een witte auto behoorlijk besmettelijk is. Letterlijk álles zie je erop, behalve witte vogelkak. Ik zag en zie met regelmaat auto's rijden, waarvan ik me afvraag of de eigenaar zich niet schaamt om erin te rijden, zo goor is het ding. 
Nu ik zelf een witte auto heb, vraag ik mezelf vrij regelmatig af waarom ik mezelf niet schaam om in zo'n gore auto te rijden. 
Schiphol is nu eenmaal niet bepaald de meest schone plaats van de wereld, de zooi komt zelfs zonder regen uit de lucht vallen, en met een week is een witte auto, muffig, grijs-zwart. 
Ik wist dit wel, maar ik had die kennis niet bepaald enthousiast tot me genomen. Ik wil(de) namelijk een witte. 
Ik wil(de) ook graag een auto die zuiniger en dus goedkoper zou zijn. Ook dat is me gelukt. De panda verbruikt bij hetzelfde gebruik, 20 liter in plaats van de 40 liter die de Citroen lustte. Dat in combinatie met het veel lagere gewicht van de auto, maakt dat ik fors bespaar. 
Ik wist ook heus wel dat er uiteraard een verschil moet zijn tussen een auto die nieuw 34.000 euro kost en een auto die nieuw 14.000 euro kost. Maar nu ik er een goeie drie weken mee rij, valt het wel op, dat er een verschil zit. Kan ook niet anders. Ik wist dit wel, maar het realiseren dat dat ook echt zo is, zijn twee heel verschillende dingen. 
Het is geen auto waarin je even stoer laat zien dat je met een groot, lomp monster onderweg bent. Daarvoor is de panda te klein. Misschien zelfs wel te ielig. 110 op de teller is zuinig, en voelt hard zat. Bovendien: boven die 110 km per uur, hoor je, behalve het rijgeluid, dat door besparing op isolatie toch best goed doorkomt, de tank gewoon leeg-gorgelen. Dan gaat die auto van heel zuinig, naar Amerikaanse Pick-Up achtige bullshit, en daar heb ik hem nu net weer niet voor gekocht. 
Bumperkleven, vond ik al onzin, maar om met een Panda een dikke BMW uit de 7 serie op te gaan duwen, is natuurlijk gewoon krankzinnig. Ik rij dus meestal gewoon rechts, en daar is het wegbeeld op de tijd dat ik rij, heerlijk rustig. 
Bedenkingen, klinkt negatief, misschien had ik het overwegingen moeten noemen. Want ik ben absoluut niet negatief over de Panda. In tegendeel. Ik kan nu mijn tankje volgooien met '98, en alsnog goedkoper uit zijn. Lachen aan de pomp. Het overkwam me de afgelopen jaren zelden, en dan eigenlijk alleen nog als iemand uitgleed en fysiek gezien compleet onmogelijke dingen liet zienz. Nu durf ik weer een waterig lachje te vertonen als ik naar de kassa van de pomp loop.
De ruitenwissers beginnen te wennen, de schakelmomenten beginnen ook steeds logischer te voelen, dus ik vermoed dat we over niet al te lange tijd van vriendjes, naar BFF zullen gaan, de Panda en ik. 

Onze Colette. Het enige nog levende dier in onze kleine menagerie. Let wel: dierlijk gedrag vertonen wij gedrieën wel, maar Colette is de enige die dat recht daadwerkelijk heeft, gezien haar lidmaatschap van de familie der Felidae. 
Toch vertoont zij ook wat menselijke trekjes. En nee, dat heeft weinig te maken met het feit dat ik als kattenliefhebber nu eenmaal dusdanig geconditioneerd ben dat ik dat dier onbewust van menselijke trekjes voorzie, ik observeer haar gedrag, en kom tot de conclusie dat Colette gewoon een pathologische leugenaar is, dement aan het worden is, of gewoon een klein kind met vacht is. 
Van Ilse kreeg Colette in de ochtend haar pilletje, omgeven met wat kneedbaar voer, zodat ze ongemerkt dat pilletje toch binnenkrijgt, zonder dat ik haar in haar nekvel moet grijpen en dat pilletje door haar strot moet rammen. 
Bij Claus moest dat altijd wel, die trapte er niet in, vrat het kneedbaar voer dankbaar op, maar haalde wel dat pilletje er tussen uit. Dat was keer op keer een vechtpartij, waarbij ik met her en der wat bloederige schade, toch won. 
Colette vreet het gewoon op zoals het komt. 
En dan, in de ochtend, als dat pilletje in haar maag zit, krijgt ze een vloeibaar kattensnackje. Een slobbertje. Zoals wij dat noemen. Het klinkt ranzig. En zo ruikt het ook. Geeft niet, want Colette is er tuk op. We krijgen nauwelijks de kans om dat schoteltje met slobber neer te zetten, ze vreet bijkans het schoteltje erbij op. 
Meestal begint ze in de ochtend al te mauwen, dat het tijd is voor haar pilletje (weet zij veel) en vooral: haar slobbertje. 
Ik krijg nog niet eens de kans om rustig te ontdooien, mijn koffie te drinken en mijn peuk te roken, want dat beest zit zó klaaglijk te mauwen dat je zou geloven dat ze de afgelopen jaren nauwelijks te eten kreeg.
Ik kan dat beter negeren dan Ilse, dus ondanks gemauw en boos kijken, ga ik eerst mijn koffie drinken en mijn peuk roken. En dan, als ik mijn tweede kopje koffie aan het tappen ben, wil ik me wel bezig houden met haar pilletje en haar slobber. 
Dan, een uurtje later, komt Ilse beneden. 
Tot mijn grote verbluffing, begint het gemauw en gejengel opnieuw. Wederom wil Colette, maar nu van Ilse haar voertje en haar slobber. 
Bijna ging dat mis, maar ik wist Ilse nog net op tijd te vertellen dat die smerige rooie leugenaar toch echt haar ochtend fouragementen gehad heeft. Waar ze het gore lef vandaan haalt, om mij in gebreke te laten lijken, is me een raadsel. 
Maar ach, op sommige momenten is ze lief hoor. Vooral als ze slaapt. 

Spanning en sensatie. 
Want omdat wij wij zijn, en omdat ik ik ben, leek het ons nu eens een uitgelezen mogelijkheid om, naast alles wat er toch al prioriteit heeft in ons leven, eens te gaan kijken naar een nieuwe badkamer en een nieuwe vloer. 
Spannend. Want dit komt rechtstreeks met het vernieuwen van de hypotheek, en het daarmee te benutten deeltje van de overwaarde van ons huis, dat we ervoor willen gaan gebruiken. 
Goddank hebben we een puike adviseur in dienst, die ons door de toch al onoverzichtelijk mellée heen loodst. 
Sensationeel is de keuze te noemen aan winkels die vloeren en badkamers verkopen. Er is simpelweg veel te veel keuze, en ik merk dat ik er in vastloop. Nu al. 2 uurtjes wezen struinen, en van alles tegen gekomen. 
Laat ik met de vloeren beginnen. 
Geen gietvloer, want dat is geen handige keuze met de piano. Geen PVC vloer, want piano. Geen tapijt, want allergie. Geen laminaat, want gewoon niet zo denderend en veel te dik. Geen beton, want we wonen niet in een fabriekshal. Hout blijft over, maar dat gaat werken, en is ook te dik. Wat blijft er over? Geen nieuwe vloer? Ja, maar dat moet toch eens, want die is na dik 20 jaar aan het einde van zijn Latijn. 
De verkopers, waren van simpelweg ongeinteresseerd, tot veel te geinteresseerd. Van half-wetend, tot volstrekt onbetrouwbaar. Ik had er de vloer mee aangeveegd, zeg maar. 
Na alle (on)behulpzame info over vloeren, in ons opgenomen te hebben, en nadat we onze ogen hebben kapot gekeken naar allemaal lelijke "dessins" die volgens VT-wonen helemaal hip zijn, waren we gevloerd, zo gezegd. 
Toen nog even een rondje badkamers. Stom, hadden we kunnen laten. 
De badkamerverkopers lieten ons links liggen, schatten correct in dat we "inspiratie op kwamen doen". 
Mijn verbijstering over het feit dat je voor een badkamer-wastafel 1000 euro zou willen betalen, bleef op de achtergrond dooretteren. Vooral omdat ook die weer "VT-wonen-approved" was. 
Vanaf nu weet ik dat als er likkebaardend VT-wonen bij een product staat, ik er met een grote boog, (mogelijk op voorhand al kotsend) omheen loop. 

Goed, aldus opgetekend, begint mijn weekend. Van maar liefst 7 dagen. Wettelijk mag mijn werkgever mijn opgespaarde ATV dagen gewoon, zonder overleg inroosteren. Want het zou ons geen geld kosten. 
Drumroll: Dat doet het wél, want zeg maar dag met je handje tegen je toeslagen. En aangezien overleg nu eenmaal niet in het vocabulaire voorkomt van bepaalde lieden, ben ik gewoon maar weer 7 dagen vrij. 
Op zich om heel andere redenen vind ik het niet eens heel erg, maar charmant is absoluut anders. 
Ik ga er van genieten. Want ten slotte: het overkomt me ook weer niet heel vaak dat ik een weekend met mijn meiden mag doorbrengen. 
Ik wens eenieder een heel beste toe. 

 

vrijdag 6 februari 2026

Bommen en granaten! (En loodzware pantserwagens).

 Na mijn aanvankelijke teleurstelling omtrent het niet functioneren van mijn fiets, hebben we vrede gesloten: ik neem de luttele seconden "opstart-tijd" in acht, en mijn fiets doet wat hij doen moet: mij ondersteunen. 
Dat gaat goed: de fiets doet wat hij doen moet. 
Fijn. 
Maar nu het volgende: ik verkeer een beetje in een imago-crisis met het ding. 
Dat zit zo: ik mocht en wilde uiteindelijk geen fatbike. Vanwege het gevaar van het ding, en mijn fysieke en mentale lompheid. 
Dus koos ik voor een bejaardenfiets, waarvan je met heel veel (en hier bedoel ik ook echt ENORM veel) fantasie nog zou kunnen zeggen dat het om een fatbike "light" zou kunnen gaan. 
Ja, leuk bedacht, maar er is werkelijk geen hond op aarde die dat gelooft. Ik geloof het zelf niet eens.
Ik kan wel als een Alfa-haantje stoerig op die fiets klauteren, maar dat ziet er eerder aandoenlijk uit, dan stoer. Dat probeerde ik dan ook één keer, en mijn versleten heup had daar serieus een héél andere mening over dan ik, en ik kon nog net een stroom liederlijkheden inslikken. Niet zozeer omdat ik moreel gezien tegen het uitbraken van liederlijkheden ben, integendeel, maar omdat ik het niet zo charmant vind om in toevallige aanwezigheid van een paar passerende peuters allemaal liederlijkheden in de rondte te strooien. Het nadeel van "mij" zijn, is dat ik toch wel enig gevoel voor decorum heb, en ik het aan de betreffende ouders vind om peuters wel of geen liederlijk vocabulaire bij te brengen. 
Maar goed. Ik ben dus weer helemaal in mijn sas met mijn fiets. Ik probeer alleen uit te vogelen hoe ik erbij moet kijken. 
Ik bedoel: Petje, oorbelletje, tattoo. Kortom: stoere gozer. 
Op een behoeftige-bejaarden-fiets. 
Hoe kijk ik daarbij? Hanig om me heen, en wie doet me wat? Nou: mijn heup. Die me kort, doch heel erg krachtig vertelt dat ik echt op geen enkele wijze hanig, stoer of hip moet proberen te doen. Het beklimmen van die fiets moet met zorg voor heup gebeuren, anders zal ik er van lusten. Imago of niet. 
Of dan toch maar accepteren dat de jaren beginnen te tellen, en als een wat versleten 40+'er voorzichtig mijn fietsje bestijgen en op hoop van zege dat niemand me ziet wegpeddelen? 
En het is zaak dat ik op niet al te lange termijn een (of twee) fietstassen op de kop tik. 
De rugzak die ik nu gebruik, is eigenlijk te klein. Daar kwam ik achter toen ik mijn boodschappen erin probeerde te proppen. De eieren bleken net een maatje te groot. Of het brood, dat zich net niet lekker in de overgebleven ruimte wenste te laten proppen. Om nu de tomaten vroegtijdig tot soep te prakken, leek me voor niemand enig voordeel te bieden, en de pot honing was té noodzakelijk om niet meer mee te nemen. 
Zo stond ik dus bij de zelfscan van de AH te klootviolen, dusdanig lang dat het systeem begon te mekkeren dat ik er te lang over deed. 
Bovendien: als de temperaturen boven de 12 graden gaan komen, wíl ik helemaal geen rugzak. Want die zit (de naam doet het al vermoeden) op mijn rug, en als ik dan terug kom, thuis, wil ik geen natte plakrug van die rugzak. Als ik geen rugzak om heb, kan de wind eventuele nattigheid wel van me afwaaien, maar met zo'n rugzak blijft het werkzweet (zelfs mét ondersteuning) gewoon tussen mij, mijn shirt en die tas hangen. En dat is vies. Al van kinds af aan, hou ik niet van plakkerige zaken. 
Dus een goeie, grote fietstas is toch wel een must. 

Uit het nieuws: 
Klik hier om u te verbazen Link naar NU.nl
Ik ben echt niet vies van heel erg bizarre gesprekken. Heus niet. Er gaat geen dag voorbij op mijn werk dat gesprekken niet volledig en compleet, gierend uit de klauwen escaleren. Dat blijft dan wel bij gesprekken met de meest krankzinnige en buitenissige uitspraken. Nooit dat dergelijke uitspraken in de praktijk gebracht worden. (Dat neem ik aan. Dat hoop ik, van ganserharte. Ik in elk geval niet, wat mijn collega's thuis uitspoken, durf ik niks van te zeggen. Weet ik niet, en dat hou ik liever zo).
En dán heb je een Fransman. 
De beste man moest na de hulp die hij kreeg, op gesprek bij de Gendarmerie om eens uitgebreid en eerlijk uit de doeken te doen, hoe hij in vredesnaam aan een granaat uit de eerste wereldoorlog kwam, en hoe hij er nog in vredesnamer bij kwam om het ding van 3,7 centimeter doorsnede (!!!!), in zijn reet te proppen. 
Op welk moment van de dag besloot je dat dát nu echt een puik plan zou zijn? 
En had je daar dan een bepaald middel voor nodig, om tot die beslissing te komen? Ik hoop oprecht niet dat de man een ferme slok wijn op had, want dan ga ik van zijn levensdagen geen druppel Franse wijn meer durven drinken.
En dacht je dan niet: 3,7 centimeter doorsnede, is wellicht wat groot? Misschien eerst eens oefenen met een 7,26 NATO mitrailleur kogel? Net zo dodelijk, maar wellicht anaal ingebracht wat minder pijnlijk, en minder roestig, dus minder kans op infecties. Nieuwer, minder instabiel, dus minder kans op een daverend einde. 
Had je niet het idee dat een roestig (en daarmee dus niet meer soepel en glad, maar juist rafelig en scherp) voorwerp in je anus en endeldarm douwen, wellicht niet heel erg gezond zou kunnen aflopen? Los van het feit dat een eventuele BOEM, dan toch ook echt wel een definitief HO, is? 
Ik heb zomaar het vermoeden (maar ik zou dolgraag een afschrift of opname van dat verhoor willen lezen of zien) dat de man wat denkvermogen betreft, niet helemaal vooraan in de rij stond toen dat werd uitgedeeld. 
En dan de ondervragers. Nu al een shitload aan respect voor die lui. Je zal zo'n vent moeten verhoren. Zou het ze lukken om hun gezicht in de plooi te houden? Hoe zouden ze zich daarop voorbereiden? Operatief al hun gezichtszenuwen uit laten schakelen, om maar niet met een al te grote, verbijsterde grijns de verhoorkamer binnen te komen, misschien. 
Als het nu niet gelukt was om die granaat te verwijderen, was er een heel ander soort nieuwsbericht de wereld in gekomen. Dan had de explosieven-opruimings-dienst die granaat wellicht ter plekke moeten laten ontploffen. Met de man er nog omheen. Zie dat verzekeringstechnisch maar uit te leggen. 
Wel een koddige, nieuwe toevoeging aan het toch al onuitputtelijke gender-alfabet. Kon er ook nog wel bij. De munitiofiel. Munitiofilie. Voelt zich aangetrokken tot, en komt klaar op granaten in zijn of haar hol. 
Ik denk persoonlijk dat Darwin likkebaardend toekeek hoe dit heeft kunnen gebeuren. 
Als de man dus wél spectaculair aan zijn einde was gekomen, stel ik me zo voor dat hij aan Petrus uitlegt waarom hij ietwat voortijdig aan de hemelpoort komt kloppen. Hij kan niet liegen, want dan gaat hij naar de hel. Maar de waarheid zou ook wel eens kunnen leiden tot een doorreis naar ome Lucifer. Waar hij het beste op zijn plek zou zijn... Als we kijken naar de Romeinse goden, zou hij wellicht een plekje verdienen naast de God Eros en Godin Venus. Die zouden gegarandeerd bijzonder in hun nopjes zijn met deze buitennissige seksuele uitspatting (letterlijk en figuurlijk). In elk geval een levende legende. Nu al. Knap gedaan. Absoluut.
De beste man zou hier ook nog wel eens steenrijk van kunnen worden, want als hier filmpjes van zijn, gaan die goud geld opleveren. 

We hebben nieuw vervoer: een Panzerkampfwagen VIII
Op ons tuintje is weinig te doen. 
HUH???!!!
Ja. Het weer zuigt even keihard, en ondanks dat ik graag met mijn handen in de aarde zit te wroeten, verrek ik het toch om in de ijzige regen te gaan tuinieren. Ik ben wel een mooi-weer mens. (Zo ook met de fiets). En los daarvan: alles dat opgekweek is, en/of besteld wordt, kan toch pas per maart de grond in gedonderd, dus geduld. GE-DULD.
Maar dat wil niet zeggen dat ik niks doe vóór ons tuintje. 
Vanwege het feit dat gemotoriseerd verkeer nagenoeg onmogelijk is op dat terrein, zien we veel mensen met bolderwagens hobbelen om groter materieel of bulkgoederen te verplaatsen. Mijn schoonouders gebruiken daar een haast antiek fietskarretje voor, dat eruit ziet alsof het elk moment van pure oververmoeidheid in kan storten. Maar het blijft gewoon functioneren. 
Ilse had in het verleden een prachtig fietskarretje gekocht, die we min of meer voor dat doel kunnen gebruiken, maar eigenlijk te mooi en zeker te fragiel is voor alle woeste klussen die het ding zou moeten klaren. 
We hebben wel een kruiwagen, maar daarvan heeft één van de lasjes losgelaten, en bovendien voor het vervoer van grote, lompe goederen is zo'n kruiwagen niet echt handig. Dat wordt een balanceer-act, uitgevoerd door een clown met een motorische stoornis. Frustrerend op zijn slechtst, lachwekkend op zijn best. 
 Een zogeheten hondje op van die plastic wieltjes, is vanwege de schelpenpaadjes gewoon een marteling voor mens en goeder (ervaring: ondanks dat zo'n hondje 250 kg zou moeten kunnen dragen, is het verplaatsen van 55 kg over een schelpenpaadje gewoonweg een helse rit naar de hemelpoort). 
Halfhartig op marktplaats zoeken naar gratis bolderkarren, leverde me vooral misleidende advertenties op van bedrijven die doen alsof je de mooiste karren gratis kan krijgen, maar wél pas na betaling van serieus wereldschokkende bedragen. 
Twee keer een bod gedaan op iets dat veelbelovend leek, maar goed, dat bleef bij lijken, aangezien ik naast het net viste. 
En toen was hij er ineens: verstopt tussen alle luxe, nieuwe, hippe, Amsterdam-Zuid-Superrrrrr-Duuuurrrrrrr bolderkarren voor kinderen en havermelk-frappucchino-moedertjes, een onooglijk klein fotootje van iets dat op een bolderkar leek. 
Even aanklikken, en mijn Ouwe-meuk-is-leuk-hart begon bijna geil te bonken. Louter een onderstel van een bolderkar uit de jaren '60 of '70 van de vorige eeuw. Witte wieltjes, roestige assen, en een trekstang voorzien van handgrepen die in de jaren '80 van de vorige eeuw al niet meer helemaal compleet of zelfs maar fris waren. 
In de schuur had ik nog betonplex platen van een vorige klus in ons tuintje, dus ik werd stante pede hitsig verliefd. Dáár zou ik het door ons begeerde wagentje van kunnen maken. 
We kwamen snel tot zaken, en na een prachtige rit naar de periferie van Ouderkerk aan de Amstel, kon ik het geheel halen. 
Inmiddels staat de bak klaar. In alle rust het ding in elkaar gezet. Platen op maat gezaagd. De achter-as gemonteerd, en de boel in de rubberseal gezet, daar waar het hout open en bloot in weer en wind moet zien te overleven. 
Uiteraard heb ik een 6-tal gaten verkeerd geboord. Die moest ik dicht plamuren. Uiteraard heb ik mezelf misrekend. Het ding is niet meer een bolderkarretje, qua maatvoering kun je denken aan die idioot grote landbouw karren die je tijdens de bietencampagne op de weg ziet. 
En laat ik over het gewicht maar niet beginnen, ik was even vergeten dat betonplex gewoon een met lood verzwaarde versie van multiplex is. Als ik dat in de Panda moet laden om mee te nemen naar de tuin, vrees ik dat de eerste grote reparatie een feit is: nieuwe achterveren. 
Stevig is die wel. Veilig genoeg om een granaat uit de Eerste Wereldoorlog in te laten exploderen zonder dat er schade ontstaat. Het is gewoon een pantserwagen in het klein. Ik zal een belletje naar Frankrijk plegen om mijn diensten aan te bieden. 
Omdat de kar nog niet af is, staat die wat onhandig in de woonkamer, te drogen na alle beschermende spullen die ik erop smeerde. 
Moet nog even afgewerkt worden. De vooras (de stuuras) moet er nog op, en dat moet ik wel even netjes doen, want als dat niet goed functioneert, heb ik veel tijd zitten in een loodzwaar, niet te handelen kreng op wielen, en dat wil ik voorkomen. 

Dit alles geschreven hebbende, heb ik ook weekend. (En dus tijd om het karretje af te maken). 
Ik wens eenieder een beste toe. En onthou: een granaat is geen speelgoed. 






Daar zit een draadje...

 Ik ben anders bedraad.  Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een...