Ik heb de afgelopen week weer wat Pareltjes van het Platform mee mogen maken.
De herfst lijkt (ik zeg lijkt, want als ik dat niet zeg, lijkt het erop alsof ik zit te mekkeren over de vele stortbuien die ons land inmiddels weer teisteren, en ik wil niet negatief lijken, dus zeg ik bewust dat het erop lijkt) zijn intrede te hebben gedaan: woeste winden en ratelende regenbuien zijn ons deel.
Het was een vlucht die we niet standaard in ons takenpakket hebben zitten. En op zich is dat wel weer eens interessant. Kijkend naar de antraciete neus van een toestel ergens uit het Midden Oosten, in plaats van het tweekleurig blauw van onze 'Flag-Carrier'.
We werden hierin ondersteund door een van onze onvolprezen busco's.
Het ging om een B&G. Het vliegtuig wordt dan wél aan een brug gezet, maar omdat de grenscontrole een categorie strenger is, moeten de passagiers alsnog naar een andere grenspost worden gebracht, vandaar dat ze alsnog een afslagje eerder moeten nemen, en bij ons in moeten stappen.
Als chauffeur dienen wij dan buiten onze bus te staan, en de reizigers onze bus in te dirigeren.
Omdat contact met cabine-personeel nóg lastiger, zo niet ondoenlijk is, staat de busco erbij om te zorgen dat reizigers niet de mogelijkheid krijgen tot alternatieve en toeristischer escapades.
Maar goed, vlak na het aansluiten van die brug, besloot men tot een extra controle, al in het vliegtuig, waardoor de reizigers letterlijk druppelsgewijs naar mijn bus kwamen. En dan helaas niet druppelsgewijs als de regenbui waar ik in stond te wachten. Het duurde en het duurde.
Het is dat ik over een echt goeie en waterdichte jas beschik, als ik louter afhankelijk was van de verstrekte meuk, was ik serieus minder positief geweest.
Maar onze busco bleek los van een prima gozer om mee te converseren, ook nog eens attent.
Ik voelde op een gegeven moment mijn telefoon trillen in mijn zak, maar goed: ik neem nooit op als ik aan het werk ben. Spelen met mijn telefoon terwijl ik bezig moet zijn met passagiers vind ik nogal karig.
Toen ik omhoog keek, stond de busco naar me te gebaren, en ik begreep dat hij het was die me belde.
Telefonisch kreeg ik de mededeling dat er dus extra controles waren, en dat ik maar droog in mijn bus moest gaan staan.
Dat is nog eens meedenken. Daar word ik heel erg blij van. Oprecht een parel van het platform.
Onze nieuwe bussen, ik ben er wel aardig content mee. Ik zeg bewust: aardig content, want het zijn fijn sturende wagens. Maar, omdat ik mezelf volslagen ongeloofwaardig maak als ik niet een heel klein beetje zou mekkeren, moet ik toch ook melding maken van het feit dat er niet zozeer "wat kinderziektes" in zitten: het zijn op bepaalde punten gewoon hele besmettelijke epidemieën die die bussen teisteren.
Een van die kinderziektes betreft de deuren. Kinderziekte, of een complete poltergeist die af en toe groots en meeslepend wakker wordt om chauffeur en reiziger de stuipen op het lijf te jagen, met slapstick-achtige strapatsen.
Het is me inmiddels vaker voorgekomen, dat ik een lading passagiers bij een vliegtuig breng, ik open de deuren, stap uit om de stroom reizigers in het snotje te houden, en het verdacht kalm vind, op die opstelplaats.
Dan kijk ik eens wat gedetailleerder naar mijn bus, en zie dat die besloten heeft, om zonder dat ik daar expliciet toestemming voor gaf, de deuren gewoon weer dicht te doen.
Ik weet dat dit kan gebeuren, om wat voor idiote reden dan ook, en toch verwacht ik het niet.
En je staat gewoon voor lul. Gevoelsmatig.
Het pareltje in dit geval, is puur cynisch, want het betrof een reiziger die zichzelf erg belangrijk vond. Ik moest hem niet één, niet twee, en zelfs niet drie keer verzoeken (het laatste verzoek betrof een grom, want ik was er klaar mee) om achter de lijn te gaan staan en daar nu eindelijk eens te blijven.
Ik wil ten slotte verkeer van rechts kunnen zien aankomen, zodat ik kan remmen, en als die snuiter daar blijft staan, kan ik dat niet. Nou is het natuurlijk zo, dat als ik verkeer van rechts mis, omdat hij mijn zicht blokkeert, hij ook de eerste is die de hardste klap opvangt, maar goed, dat levert weer allemaal extra papierwerk op en daar heb ik gewoon geen zin in.
Hoe dan ook: ik kwam aan bij het toestel, en meteen drong de man weer naar voren, en wéér moest ik hem naar achteren bulderen. Ik was er nu wel klaar mee. Wat een betonnen bord voor zijn kop.
Na een paar minuten kreeg ik een duimpje van de stewardess, en besloot de poltergeist van mijn bus, om mij op grootse en meeslepende wijze gelijk te geven: ik opende de deuren, betreffende man wilde als een speer naar buiten: maar de poltergeist was sneller, en kwakte die deur meteen weer dicht. "KLABAM" en meneer daverde zomaar tegen die deur aan.
De overige reizigers zagen dit gebeuren, en schoten in een daverende lach.
Ik heb vriendschap gesloten met Paul de Poltergeist van de MAN bussen. Zoveel karma, is gewoon een voedende zalf voor mijn ziel.
Een ander pareltje is collega F. Collega F. is een ADHD'er tot en met, ondanks dat hij dat ontkent, en we carpoolen nogal eens samen. Levert ons beiden nog wat geld op, als het lukt.
Van de week lukte dat niet, want ik was later klaar.
Eenmaal op de a9, was ik er wel klaar mee: ik gaf een lekkere dot gas. In het donker wist ik het zeker: dat mooie donkere blauw, was de Fiat van F. Ik herkende dat kleurtje.
Ik vond het ergens wel wat vreemd dat ik zoveel later, F. op de a9 nog inhaalde, maar ach, de beste man is nogal eens afgeleid dus het verbaasde me ook weer niet heel erg.
Woest toeterend en opgewekt zwaaiend ging ik naast hem rijden.
Om aangestaard te worden door een ouwe dame formaatje Erica Terpstra, die de schrik van haar leven kreeg.
Mijn zwaaiende arm bleef wat schlemielig in de lucht hangen, en mijn laatste toeter stierf een wat besmuikte dood, zo vlak voor de gaasperdammer tunnel.
Hier kon ik me echt niet meer met goed fatsoen uit redden.
Een stevige dot gas dan maar.
Collega F. stond al lang en breed onder de douche, hoorde ik later.
Persvrijheid.
Toch een beetje het nieuws aanhalen.
Ongehoord Nederland. Een flutje van een omroep, waarin zelfverklaarde journalisten voornamelijk complot-theorietjes en platte, halve feiten uit het kamp van conservatief-rechts-gristelijke hoek ophoesten.
Populisme en polariseren, waren nagenoeg de enige talenten van de lieden binnen deze "omroep".
Als je het mij vraagt, was de naam van dit omroepje volstrekt verkeerd gekozen. De doelgroep van deze club was nu juist het soort dat op sociale media en daarbuiten oorverdovend en oogverblindend (dat laatste vooral vanwege het aan analfabetisme grenzende gebrek aan grammaticale vaardigheden) hun meningen en """feiten""" hoorbaar en leesbaar wisten te maken. Niks ongehoords aan.
De minister trekt nu de licentie in vanwege een paar uitspraken over meneer Hitler, welke de druppel waren die de emmer deed overlopen.
Een ongelooflijk stomme fout, als je het mij vraagt.
Ten eerste omdat ik oprecht vind, dat de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting een groot goed is.
En als een omroep die wil gebruiken om zichzelf volstrekt belachelijk te maken: hey: laat gaan. Gewoon doen.
Dat me dat als belastingbetaler een forse klap aan geld gaat schelen, vind ik niet zo relevant.
Wat ik wél relevant vind, is dat wappie-populistisch-gristelijk-rechts nu gaat lopen huilstruiken dat hun omroepje en daarmee hun mening niet gezegd mag worden, en dan wordt zo'n omroepje zomaar een martelaar.
Dom, heel dom. Liever in de openbaarheid, en weten wat zulke mensen bezighoudt. Dan kun je als het nodig is, je onderwijs erop laten inspelen. Mensen wat meer algemene kennis meegeven. Mensen wat stabieler en steviger ter been de maatschappij in laten rollen.
Maar als je het eruit snijdt, mis je dus waar dat soort lieden mee bezig zijn. Een fout die veel dictaturen ook maken: alles wat anders is onderdrukken. Maar dan gaat het ondergronds, en mis je een heleboel vitale informatie.
Had ze lekker laten reutelen. Het leverde op zijn best wat vermakelijke bullshit op, en verbazing mijnerzijds over de stompzinnige argumenten die ze op wisten te dissen.
Dat er zelfverklaarde experts rond banjeren die oprecht vinden dat meneer Hitler een toffe peer was, is toch niet zo vreemd, uit die kringen? En dat mag. Men mag meneer Hitler een toffe peer vinden. Dat je jezelf daarmee nogal belachelijk maakt, is een gevolg. Ten slotte: een mening mag altijd ter discussie staan. Ik vind bijvoorbeeld mensen die meneer Hitler een toffe peer vinden, nogal idioot. Dat vind ik van mensen die oprecht menen dat de aarde plat is, ook.
Hetzelfde gebeurde in Amerika: meneer Trump laat druk uitvoeren op een talkshowmeneer, om niet in gesprek te gaan met een democraat.
Je reinste inperking van persvrijheid.
Nu kun je van een oranje geschilderde baviaan in een apenland als de USA, ook niet veel meer verwachten dan dat, maar dat we in Nederland diezelfde kant op gaan, vind ik zorgwekkend.
Dit betekent overigens niet dat ik mijn blog open ga stellen voor populistisch geneuzel, want hier heerst geen persvrijheid. Mijn mening is de enige die hier verkondigd wordt. Hier op mijn blog ben ik de baas, en iedereen die het er niet mee eens is, klikt het maar gewoon weg.
Een kleine ontboezeming.
In een gesprek met iemand die daar verstand van heeft, werd mij verteld dat ik een nogal dikke muur om mezelf heb opgetrokken. En op zich weet ik dit van mezelf wel.
Toen mijn echtgenote en ik verkering kregen, schreef ik op deze blog daar al eens over dat zij opgewekt de muur om mij heen weghakte en zich gezellig naast me neervleide. Om er niet meer weg te gaan.
Ze hakte wel de muur weg, maar niet het fundament van die muur.
En in no-time stond die muur ook weer. Maar nu als veilige haven voor mezelf, mijn verkering-later-vrouw, en nog weer wat later mijn hele gezin.
Die muur is iets moois. Als je hem zou visualiseren: zo'n prachtige heel erg dikke in mergel opgetrokken kasteelmuur, waar allemaal plantjes groeien, gewoon omdat moeder natuur toch wel sterker is dan wat de mens maken kan. Vogeltjes vinden er hun nestplaatsen en uitkijkposten maken dat iedereen die zich binnen die muur bevindt een mooi uitzicht heeft op wat er buiten speelt.
En in die muur zit zo'n grote, dikke donker-eikenhouten poort, die open en dicht kan, om naar alle hartelust binnen of buiten te wandelen.
Binnen die muur kan ik ik zijn. Kan mijn gezin veiligheid, geborgenheid vinden.
Maar hoe mooi en veilig ook: het is en blijft een muur.
Mijn gezin zou ik het liefste niet alleen achter die muur, tot in lengte van dagen beschermd en veilig houden, ik zou ze het liefste in een mooie vitrinekast zetten. Zodat ik weet dat er niks is dat ze zou kunnen raken.
Maar dat kan natuurlijk helemaal niet.
Jente is namelijk veel socialer als ik. Waar ik dagen, weken en misschien wel maandenlang comfortabel en tevreden als een kluizenaar achter mijn muur zou kunnen vertoeven, heeft Jente veel meer behoefte aan sociale contacten.
En die muur, hoe mooi ook, lijkt dat toch wat te belemmeren. En dat maakt die muur een ambivalent ding. Want het laatste wat ik wil, is dat Jente last heeft van die muur. Die is er natuurlijk in eerste plaats voor mij. En Jente's veiligheid ligt misschien niet puur en alleen achter die muur, maar er juist ook buiten.
Ik vind dat lastig. Heel lastig. Want voor mij is die muur een fijn en vertrouwd bouwwerk. Ik moet alleen voorkomen dat die muur voor Jente een gevangenis gaat worden.
En met Ilse als medestander, lukt dat best aardig.
De poort in die muur, staat in elk geval voor Jente in 2 richtingen, wagenwijd open. Althans, dat is mijn bedoeling.
Genoeg werk aan de winkel, dus.
En dat bovenop alle andere zaken die een midlife-kerel bezig houden.
Anyway: dit maar weer geschreven hebbende, begint uw weekend, uiteraard moet ik de economie draaiende houden, dus ik wens u allen een beste toe.
Van alles veel, en dáár een beetje van.
vrijdag 11 september 2026
Pareltjes en muren.
vrijdag 4 september 2026
Dubieuze complimenten, kleptomane vossen en wankele knoflook.
Ik heb wel eens te horen gekregen dat ik positief moet zijn.
Als ik dat zo schrijf, lijkt het erop alsof ik een of andere mopperende boomer ben, persoonlijk vind ik dat meevallen. Ik ben gewoon erg kritisch. Op mezelf, op mijn omgeving.
Dat was mede een reden om geen nieuwsberichten meer aan te halen in mijn blogs. Ten slotte is het zo dat het nieuws nu eenmaal niet echt iets is om enorm blije rondedansjes om te maken.
Tot ik langs een berichtje kwam over een camping in Canada, waar men last heeft van een bende dieven, die het op schoenen gemunt heeft.
Deze rekels zijn beslist niet kieskeurig, het zijn niet alleen belachelijk dure sneakers die gejat worden, maar ook sandalen en slippers werden van nietsvermoedende kampeerders ontvreemd, evenals comfortabele wandelschoenen.
Heel soms verloren de schobbejakken een exemplaar, of vergaten stomweg de linkerschoen mee te nemen, de klachten van kampeerders bleven onverminderd aanhouden.
Wie waren deze onverlaten dan toch?
Een roedeltje van 5 vossen.
5 van die rood-bruine rakkers die 's nachts over de camping struinden, op zoek naar nieuwe patta's.
En waarom ook niet?
Die vossen leven al jaren in het wild, en moeten ineens een kudde mensen in hun domein dulden die ook als een soort van onaangepasten in een vreemd stoffen holletje, in de betrekkelijke wildernis willen vertoeven. Ik snap best dat die vossen daar een soort van tol voor heffen.
En mogelijk vinden ze het ook wel een prettig idee om hun eigen voetkussentjes wat veiliger over die woeste bospaden te kunnen bewegen.
En geef toe: een nieuwsbericht over een kudde kleptomane vossen, is vele malen vermakelijker dan het bericht dat Trump een computerspelletje maakt over het uitzetten van migranten. Niet dat men iets smaakvollers zou verwachten van die oranje kwast, maar toch.
En gesproken over schoenen: het is weer eens zo ver: ik ben een paar schoenen kwijt.
Mijn Meindls.
Schoenen die hun bestaan alweer dik 10 jaar geleden begonnen als stappers onder mijn VT-Blauw van de Koninklijke Marechaussee. Toen ik Het Wapen verliet, wilde men een heleboel terug, maar de schoenen en sokken kwamen niet op het lijstje met in te leveren artikelen voor. Daar was ik wel content mee. Niet zozeer met het feit dat ik die veel te dikke sokken mocht houden, maar een paar Meindls kost je als burger toch al gauw 250 euro, en ik kreeg er 2 zomaar kado.
Het eerste paar is inmiddels overleden, en weg.
Dat tweede paar heeft erg lang dienst gedaan als werkschoen, tot de huidige opdrachtgever besloot dat louter de wanstaltig oncomfortabele en volstrekt niet representatieve veiligheidsschoenen categorie s3 nog gedragen moeten worden. Het verschil is gewoon pijnlijk, letterlijk en figuurlijk. Waar de ene werkgever waarde ziet in goede schoenen, moet je het bij de ander doen met een paar Ali-express klompjes.
Maar goed: na veel zeuren, mocht ik dan toch een ander paar Ali-express klompjes uitzoeken, en ook dat zijn uiteraard geen Meindls, maar het voldoet. Min of meer.
Dus mijn laatste paar Meindls belandde werkloos ergens, en als ik ze weer eens vond, gebruikte ik ze op ons domeintje.
Ons domeintje waarvan ik weet dat er ook vossen leven. En waarvan ik dus nu vermoed dat ook Nederlandse vossen lijden aan een of andere vorm van kleptomanie, want mijn Meindls zijn verdwenen.
Ik kan ze niet meer vinden.
Als Ilse weer een beetje boven Jan is (ze had een forse keelontsteking) laat ik haar eens zoeken, want haar zoek-en-vooral-vind-skills zijn ongeevenaard.
Nederland staat nauwelijks bekend om zijn uitgebreide en extatische porno-productie. Kim Holland, schiet me zo even te binnen. En natuurlijk Don en Ad. Het olijke duo van extreem fout gestileerde kerels die met zinneprikkelende websites als het NK-zaadslikken en Rijschool 69 een hele cultstatus wisten te bereiken.
Zij lieten hun acteurs (of zichzelf, indien zij het "mannelijke acteertalent" waren) als een soort van parodie op het concept "foute man" uitdossen, om vervolgens met zo'n meisje aan de slag te gaan.
Het was zó gruwelijk fout dat ik me met een vlaag van zeldzame empathie afvroeg of zo'n meisje dan niet a) droger dan het aralmeer werd, b) door de slappe lach dusdanig veel trillingen in haar lijf kreeg, dat het mannelijke talent voortijdig tot ontploffing kwam.
Maar goed, dat is dus de Nederlandse porno die ik "ken". Van vroeger.
Ik ben uiteraard niet de enige, want nog niet zo lang geleden was er een collega die mij ervan beschuldigde dat ik op één van die snuiters zou lijken.
Dat zit zo:
Toen onze badkamer af was, had ik dik een maand geleefd zonder daadwerkelijk prettig functionerende spiegel, waarbij ik mijn gezichtsbeharing in toom kon houden.
Ik moest dus redderen met mijn tondeuse, en een spiegel in de gang van ons domeintje, en een dekseltje of iets dergelijks onder mijn kin, om te voorkomen dat wegschietende stoppels overal en nergens zouden belanden.
Toen ik eindelijk in de badkamer aan de slag kon gaan om mijn gezichts-struik bij te werken, was ik ook in alle staten van trots en vreugde, dat ik té enthousiast tekeer ging: daar ging de helft van 1/3e van mijn baard. Maar mijn snor bleef ongemoeid.
Vorige keren dat ik wat lompig uitschoot en mijn smoel-struik ongewenst decimeerde, maakte ik het vloekend af, en schoor ik alles maar weg.
Deze keer (overigens ook niet de eerste poging tot snor) besloot ik om te redden wat er te redden viel, en ik liet mijn snor ongemoeid.
Dat is altijd een beetje puzzelen, want mijn gezicht is verre van symmetrisch, dus ik moet wat knutselen met de tondeuze om het toonbaar te maken, maar naar mijn idee was ik best geslaagd in het in stand houden van iets dat in ontluikende fase van een prachtige snor zou kunnen worden.
Tot een collega me dus fijntjes meldde dat ik hem deed denken aan Don en Ad.
Voorwaar een dubieus compliment.
Maar omdat het toch een compliment is, blijft de snor voorlopig mijn smoel sieren. Waarom ook niet. Eventuele reizigers die ik ermee afschrik, zien mij toch niet meer terug. Dus dat trauma is in elk geval voor mij beperkt. En mensen die me vaker zien, en moeite hebben met het stukkie tuinbouw onder mijn neus, die moeten hun hoofd maar wegdraaien als ze me zien. Daar kan ik prima mee leven.
Het leek een puik plan: haal een hele stapel dakpannen naar ons domeintje, om wat moestuin cq. knoflookbakken van te maken, maak die bakken, gooi er aarde in, en doe de tenen in die aarde. Dát zou er nog eens mooi "cottage" uit zien.
De eerste bak stond vrij snel. Niet perfect, maar wel stevig en als een bak.
Niet perfect, want ik ben nu eenmaal niet heel erg gestructureerd als ik geen ritalinnetje snoepte.
Maar het stond.
Toen kwam ik er achter dat de plek die ik uitkoos, net te weinig zon zou krijgen, dus mogelijk niet de grote opbrengst aan knoflook op zou leveren die ik wenste.
Goddank had ik zoveel dakpannen dat ik een tweede bak kon maken, op een plek die veel meer zon zou krijgen.
Ik had echter weinig rekening gehouden met de bodem, die op zijn zachtst gezegd niet geheel egaal was.
De uitkomst laat zich raden: het staat, maar daarmee is alles gezegd.
En de knoflook, die moest nu toch echt de grond in.
Oke, dat had dus voor mij als knoflookliefhebber een wat meer glorieus moment moeten zijn.
Mijn nieuwe en grotere knoflookbakken in gebruik nemen.
Niet alleen was het veel meer pas- en meetwerk geweest, en was de uitkomst op zijn zachtst gezegd wat wankeltjes: toen ik zover was dat de knoflook daadwerkelijk de grond in ging, regende het pijpestelen.
Daar ging mijn voorgenomen plechtige plant-moment. Doorweekt van de net-niet-meer miezigerige motregen, heb ik in grote haast de tenen onder de grond geschoven, in de hoop dat ik volgend seizoen een majestueuze oogst zal kunnen genieten.
En dan krijg ik van ome K. nog een paar extra bolletjes, gewoon omdat meer knoflook altijd beter is.
En dit alles maar weer geschreven hebbende, had ik dus een dagje vrij, dat alweer op zijn einde loopt. Uw weekend staat te beginnen, ik wens u een allerbeste toe.
zaterdag 29 augustus 2026
Van de rokende ratten besnuffeld en bedouched.
De belasting ontwijker.
Met dank aan ouwe-zus-lief, ben ik dus een gedeeltelijke belasting ontwijker geworden.
Zij was zo wakker om mij te wijzen op het feit dat tabak in Duitsland zoveel goedkoper is, en na een net-niet kloppende rekensom, en een gezellig bezoekje in Limburg, beschouw ik mezelf dan maar als iemand die de kleine geneugten des levens niet geheel wil bekostigen met een bedrag dat nagenoeg even hoog is als mijn hypotheek.
Die net-niet-kloppende rekensom, is best belangrijk. En dat zat hem in het feit dat ik behoorlijk minutieus na ging wat ik per dag verstook, bepalen hoeveel er uit één emmer gehaald zou kunnen worden, en hoeveel emmers ik nodig zou hebben.
Samen kwamen we op 2 emmers uit. En dan ging ik uit van 5 weken.
Dat bleek niet helemaal te kloppen: ik kwam uit op krap 4.
En ja: dat is belangrijk, want ik wil maximaal 1x per maand naar Duitsland rijden voor mijn rookwaar, anders ben ik straks aan brandstof kwijt wat ik in Nederland aan tabak kwijt zou zijn, en dan vervalt het argument van de bespottelijke belastingen.
Goed, het was een probeersel, dus ik doe mijn uiterste best niet al te zeer agressieve gedachten te koesteren aan ouwe-zus-lief, die ook alleen maar haar best deed om me te helpen. Ik kreeg zelfs zo'n hulzenschieter van haar kado, en een nauwelijks werkende aansteker. Da's ook wat waard.
En ik moet zeggen: nadat ik jaren verstokt Lucky Strike rookte, ben ik over gestapt op Camel, en dat smaakt me ook prima. Zeker in de wetenschap dat het allemaal behoorlijk veel goedkoper is.
Maar dat dus allemaal daargelaten: ik raakte dus wel een pietsie in paniek toen mijn tweede pot sneller leeg ging dan ik op had geanticipeerd.
En het prikken van een datum om naar Duitsland af te reizen, bleek ook al geen sinecure. Kortom: mijn zenuwen lieten zich niet meer kalmeren door een peukje, want die voorraad slonk zienderogen. (Het bijeffect van een verslaving, zogezegd).
Geforceerd een vrije dag geprikt. Afgelopen maandag. Niet dat we niks beters te doen hadden, met de verbouwing van de badkamer, maar goed, Ilse was terecht bang dat er met mij geen land te bezeilen zou zijn als ik niet snel een oplossing voor dit allesoverheersende probleem zou vinden, dus zij stuurde me op pad.
En eigenlijk ging het tot een kilometer of 10 voor Arnhem best voorspoedig allemaal. Maar toen ging er ineens zo'n oranje lampje op mijn dashboard aan. Po vond namelijk dat hij benzine nodig had. Het aangegeven rijbereik was nog 100 kilometer, de eindbestemming was nog maar 35 kilometer, dus ik vond er niet zoveel van.
Ik vond er slechts heel erg kort niet zo veel van, want dat aangegeven rijbereik liep niet omlaag, het rénde omlaag.
Heel erg hard.
En juist toen ik Duitsland niet eens in de verte zag liggen, kreeg ik, vlak voor diezelfde grens een file voor mijn kiezen, waarvan me niet heel erg duidelijk was waarom die er stond, en hoe lang die zou duren.
Het continu afremmen en optrekken, maakte dat de vrije val van het rijbereik alleen maar voor een nattere bilnaad zorgde.
Nu ken ik wel iemand in het dorpje Zetten, redelijk kortbij, en ik vroeg me al af of ik hem na jaren met een belletje moest verblijden, teneinde een paar litertjes peut te komen brengen naar de kant van de snelweg, waar ik in mijn gruwelendste fantasie zou stranden.
Gelukkig was er, vlak voor de grens nog een Nederlands pompstation, alwaar ik met klotsende oksels tegen een afgrijselijke prijs mijn auto, die inmiddels op resterende benzine dampen aan het voorthoesten was, kon afvullen.
Mijn initiële bestemming was het dorpje Emmerich, vlak over de grens bij Arnhem, maar direct na de grensovergang stond er in twee talen een heus Tabaks-depot aangekondigd, op nog geen 5 minuten rijden. Zelfs nog geen 2.
En daar reed ik naartoe. Die bleek om 10:00 uur open te gaan, en mijn tijd van aankomst was 10:05. De parkeerplaats was voor de helft gevuld met Nederlanders, die net als ik geen enkele behoefte hebben om de staatskas meer te spekken dan strikt genomen noodzakelijk is.
En niet alleen dat: men sprak er redelijk accentloos Nederlands.
Blijkbaar zijn ze er aan rook-asielzoekers gewend. Alleen de obligate kadootjes die je krijgt bij aanschaf van veel rookwaar, hielden ze waarschijnlijk zelf, want ik kreeg ze niet. Dat vond ik wat karig, en iets té zeer geënt op de rook-asielzoeker van de Nederlandse cultuur. Maar soit. Al die kadootjes kun je toch niet oproken, dus heel erg teleurgesteld was ik nu ook weer niet.
Uiteraard had de Aral er ook een vestiging, maar tot mijn milde en magere teleurstelling (of eigenlijk wrokkige opluchting) was de benzine prijs er helemaal niet zoveel voordeliger.
Hoe dan ook: ik hoop dat ik nu voor de komende maand voldoende geurig brandende plantenresten tot mijn beschikking heb om zonder zorgen op mijn gemakje de volgende datum in te kunnen plannen.
Onze dochter is een buitencategorie wat betreft knuffels. En daarmee doel ik niet op de fysieke bezigheid, maar op die zachte, fluffy, pluche beesten in allerlei vormen een voorkomens.
Ze heeft er dusdanig veel dat ze geen matras meer nodig heeft op haar bed, ze kan er op, in en tussen liggen, en heeft dan een comfortabeler bed dan wij.
Er is dus al een paar jaar geleden door ons besloten dat ze geen knuffels meer krijgt, en sinds ze zelf deels kan beslissen en beschikken over haar zakgeld, mag ze ze van ons ook niet meer kopen.
En vrij vaak gaat dat best goed.
Ja, los van die keer dat ik per ongeluk een knuffelbeest uit Engeland meenam. En los van de keren dat ooms, tantes, opa's en oma's ons veto opgewekt negeren, natuurlijk. Maar de aanwas die eerst heel erg gestaag ging, is wel aardig opgedroogd, vooral omdat Ilse haar poot (vaak ook op momenten dat mij dat totaal niet uitkomt, maar dat geheel terzijde) goed stijf kan houden: geen knuffels, is geen knuffels.
Van het weekend was er kermis in het Almeerse, en Jente mocht met haar opa mee erheen.
Uiteraard was er weer voldoende te zwieren en zwaaien (zó heftig dat ze haar ijsje met slagroom niet weg kreeg) en te winnen. En uiteraard won madammeke een knuffel.
Daar werd Ilse dan weer knorrig om, want we waren ondubbelzinnig duidelijk: géén knuffels meer.
Zonder blikken of blozen wist Jente de zaken volledig naar haar eigengereide handje te zetten: er zit immers een lusje aan het ding, dus het is geen knuffel, het is een sleutelhanger ter grootte van een knuffel. En daarmee was de kous voor (de extreem verblufte en overtroefde) moeder en dochter af.
Ik deed er, zij het grinnikend, het zwijgen toe. Maar mooi dat het ding wel aan de verzameling knuffels sleutelhangers aan haar tas gaat.
En over knuffels gesproken:
Afgelopen vrijdag was het de dag der dagen voor wat betreft onze veestapel.
Jente heeft haar ratjes in huis.
Dat begon in de ochtend met toch maar het verplaatsen van de kooi voor die drie dieren. Die zouden als het puur alleen aan mij had gelegen, op Jente's kamer komen. Maar de aangeschafte kooi bleek ongeveer even groot als onze badkamer te zijn (daarover straks meer) en dus niet praktisch in haar kamer. Dat zag ik zelfs wel in.
Omdat die kooi zo groot is als de badkamer, bleek het naar beneden verplaatsen geen sinecure, maar door slim afbraak- en opbouwwerk, lukte het nog voor ik naar mijn werk moest, om die kooi dan maar in de woonkamer te zetten.
Ik vind daar wat van.
Maar wat ik er ook van vind: niks ter wereld maakt mijn dochter zo blij als die drie tamme ratten in de woonkamer.
Ze moeten nog wennen, maar ik heb goeie hoop dat Jente er straks heel veel extra plezier aan ontleent.
Ik moet ook nog wennen. Vooral aan de wat aparte geur die die dieren verspreiden. En het feit dat ik niet meer ongehinderd richting de kast kan kijken, omdat er een enorme kooi met allemaal levende have voor staat.
Ook Colette moet eraan wennen.
De eerste avond zat ze gelijk compleet gebiologeerd naar die kooi met levende have te staren, we kregen heel erg het idee van een klant die bij de Febo-snack-muur staat te besluiten of het een goulash- of een rundvleeskroket moet worden.
Of een hobbykok die zijn favoriete Gordon Ramsay show op tv zit te bekijken.
We moeten er dus verrekt goed voor zorgen dat er geen direct fysiek contact mogelijk is, om trauma's te voorkomen.
En ja: 2 tegen 1, leg ik het als vader met part-time ruggengraat gewoon af.
Overigens moest ik ook heel erg wennen aan de namen van die beesten. Noodles (een albino, een bijzonder uitziend diertje met die rode ogen), Soya en Chopstick. Ons kind blijft toch fan van Aziatisch eten. Dus wellicht op later moment een mooi recept voor babi ratgang, Rat-Tjoi, of Fou-Rat-Hai.
Dus, even verder over onze badkamer.
Die is af. Donderdag al. En vrijdag na de lunch konden we er gebruik van maken. Dat was qua timing dusdanig ruk, dat ik pas zaterdagmiddag voor het eerst een maand lang van onze nieuwe douche heb mogen genieten.
Er is geen bouwtekening aan te pas geweest. Gewoon wat wensen op papier. De tegels uitgekozen. Gedurende het proces de verdere spullenboel uitgekozen, en René zette het er allemaal in.
De electra was volkomen kut, die is vakkundig opnieuw gedaan.
De afvoeren waren volkomen kut, die zijn vakkundig opnieuw gedaan.
En nu is het af.
Uiteraard wilde ik niet alleen groots en meeslepend gaan douchen, ik wilde ook de WC pot inwijden, met een wanstaltig grote drol, maar Jente was me voor. Die eer had zij zichzelf succesvol toebedeeld.
We zijn enorm blij met hoe de tegels met elkaar matchen, met de begeleiding wat aanschaf van meubels, bakken, potten, kasten en enorm blij met hoe het allemaal verlopen is.
Het duurde voor mijn gevoel erg lang, maar het was absoluut de moeite waard.
Blij met zo'n René. Blij met de badkamer.
Extra blij, want ik had sinds het lidmaatschap van onze volkstuinvereniging nog geen tuindienst gedaan. En dat moest er maar eens van komen.
Ik had me aangemeld voor het takken transport. Nee, dat is geen scheldwoord, mensen op dat park kunnen tegen vergoeding aan de verenigingskas gebruik maken van wat hand- en spandiensten, waaronder het afvoeren van de takken welke zij in hun tuin weggesnoeid hebben.
Goed, dat bleek een nattige, klus te zijn met deze regen. En toen de regen voorbij was, werd het een nattige vieze klus vanwege het zweten.
Gezellig was het wel, ondanks het feit dat ik elke vorm van menselijk contact voor 9 uur, en anders dan met mijn meiden, als volstrekt onverantwoordelijk beschouw ten aanzien van alle betrokkenen.
Dus kwam ik meurend als een gesmolten, erg oude geitenkaas thuis, en kon ik zomaar onder onze nieuwe douche stappen. Deze is voorzien van een werkelijk enorme douchekop, waardoor ik niet meer met mijn lijf hoef te zoeken naar de meest ideale straal, maar ik kan gewoon staan en het lauwwarme water over mijn lijf laten klateren.
Fijn. Heel fijn.
Goed, dit alles maar weer geschreven hebbende, is mijn weekend in volle gang. Ik wens eenieder een beste toe.
vrijdag 21 augustus 2026
Over peinzingen over pijn, en een beetje fijn.
En zo kwam er ook een einde aan de vakantie van ons kind.
Niet helemaal de vakantie die maakt dat er sprake is van vakantie, maar soit.
De volkstuinvereniging waar ons hutje staat, organiseert enorm veel leuke dingen om het verenigingsgevoel in stand te houden, te vergroten en aan te wakkeren. De meeste van die evenementen blijf ik verre van, ik vind mensen vaak al irritant als ze ademhalen zonder mijn toestemming, laat staan dat ik me er tussen ga mengen voor de lol. En dan heb ik het over mensen die me op zich nog niet eens wat hebben misdaan.
Maar goddank is ons kind een stuk socialer, en geniet ze enorm van alle evenementen, en ik moet zeggen: ze doen het dan ook erg leuk.
Het afgelopen weekend was het laatste weekend van de zomervakantie, en dus werd er (onder andere) een kinderbingo georganiseerd. ALTIJD PRIJS!!!, zo kwaakte de aankondiging.
Dat klopt. Voor kind én vader, zij het voor die laatste niet direct op een manier die sociaal erg aanvaardbaar zou zijn.
Jente won namelijk (onder andere) een speelgoed make-up-beauty-setje. Zo'n doos vol plastic troep waarmee ze kan spelen dat ze een kapsalon annex beautysalon runt.
En of ik maar even 18,50 wilde ophoesten voor een verplichte behandeling.
God, wat was ik blij dat het om plastic tinnef ging, anders had ik me van pure ellende een jaar moeten verstoppen.
Ik kreeg van allerhande plastic meuk tegen (en door) mijn gezicht geduwd. Mijn gemillimeterde haar werd (hardhandig, ik vermoed hier toch enige wraakgevoelens) geborsteld, er werd blush, rouge, lippenstift en gezichtsmasker gesmeerd en een of ander soort 'oogdruppel' werd bekant door mijn ogen gepropt.
Toen werd het tijd voor wat gedetailleerder werk: mijn gezichtshuid werd aan een nadere inspectie onderworpen.
"IEWLLL!!! IK ZIE EEN PUIST!!!!!"
Frutsel-knijp-wrijf
"Zo die is weEEGHUAAARG"
Kokhalzend onderzocht ze me verder.
"Er zit er nog één. Ja, DAHAAG, Daar krijg ik niet genoeg voor betaald hoor. 18,50 alsjeblieft!".
En met die opmerking was mijn schoonheids-sessie afgelopen.
Van wie zou dat kind dat besliste en ietwat ambivalente arbeidsethos hebben?
Dan zeggen ze dat je er zoveel voor terugkrijgt. Ik begin me steeds vaker af te vragen wát dat dan is, dat je terugkrijgt, en of dat wat je dan terugkrijgt wel recht doet aan alles dat je er in investeert. En wanneer?
Inmiddels volgt de verbouwing een mooi en gestaag pad. Er wordt steeds meer zichtbaar, en steeds meer wordt duidelijk dat we de juiste keuze maakten. Zonder enige vorm van bouwtekening begint er iets te ontstaan dat nagenoeg volledig aan onze wensen en verwachtingen voldoet. Hoewel ik nog steeds enigszins te autistisch lijk te zijn om er heel erg van te genieten.
Dat komt wel op het moment dat ik mijn steeds minder vol-romige lichaam voor het eerst onder onze nieuwe douche takel teneinde het eens grondig te reinigen.
Het gebruik van de douche in ons tuinhuisje is toch meer a la camping: snel, efficiënt en weinig luxe.
Daarbij kwam de zoveel-jaarlijkse controle van ons gas-systeem, waaruit bleek dat we er goed aan deden, en heel erg veel geluk hadden dat we met open deuren sliepen, aangezien er nogal een lekkage werd geconstateerd van gas in ons huisje. Daar moet iets mee.
Ook vond men enigszins terecht dat we de elektra opslag van het "oude" systeem toch wel moesten scheiden van de geiser. Dat zou beter zijn.
Dus tja, ook daar echt nog wel wat aan de klus, zeg maar.
Maar goed: de tegels zitten in onze nieuwe badkamer, en de combinatie die we maakten, is op zijn zachtst gezegd enorm persoonlijk, en zal waarschijnlijk geen extra koopargument worden voor ons huis. Als we het ooit gaan verkopen. Maar wat wordt het mooi. Wat zijn we er blij mee. De indeling. De kleuren. De nisjes. De mooie en kwalitatief goeie spullen. Nog een klein weekje en alles is af. De woonkamer staat letterlijk vol met de laatste zaken die erin en erop moeten. Het levert me wel een bos hout voor de deur op, die ik niet meer hoef te kopen, waar ik naar alle hartelust mee kan knutselen. En een boel karton voor de tuin. En een overschot aan tegels, die we elders (lees: ons domeintje) kunnen inzetten.
Uit het nieuws.
Ik had me eigenlijk voorgenomen om weinig tot niks meer uit het nieuws in mijn blogs te verwerken. Ik word er namelijk niet vrolijk van. Sociale media staat er al vol van. Meningen, halve waarheden, complete verdraaiingen en allemaal nonsens worden voor feiten verkondigd, en overgoten met een sausje van haat, moreel gelijk en misselijkmakende lol om andermans leed.
Maar sommige zaken, kan ik niet helemaal negeren. Daar wil ik mijn mening ook wel over kwijt. Omdat het me dan toch meer aan het hart gaat. Omdat ik vader ben. Omdat ik mens ben. Omdat ik leven, maar ook dood een onvervreemdbaar recht van zelfbeschikking vind.
En dan gaat het over: De medische gestapo, en de conservatief-gristelijke bruinhemden.
Er was een meisje van 17, ze was ziek. Heel erg ziek.
Zó ziek dat ze geen andere uitweg zag(en) dan er op humane wijze een einde aan maken.
Enorm verdrietig, iets dat je als ouders gewoon simpelweg niet wil. Niet kan, ook.
Het betrokken team van artsen zal alles uit de kast hebben getrokken om dat meisje vlot te trekken. Eruit te trekken.
Maar hartverscheurend genoeg was niks afdoende, en er bleef een zwart gapend gat achter voor alle nabestaanden.
Tijd om de wonden te likken, en een heel klein beetje in het reine te komen met dit enorme verlies.
Tijd om in alle rust en zonder ellende en poespas een poging te wagen om dit een plekje te geven.
Althans, menselijkheid, respect, fatsoen en empathie zouden dicteren dat alle andere mensen, de nabestaanden zouden gunnen om in alle rust en zonder bemoeienis deze episode op wat voor manier en hoe dan ook af te ronden.
Helaas, dit stukje fatsoen, werd de nabestaanden niet gegund.
Want een stelletje artsen heeft een onderzoek geeist naar de toedracht en de afwikkeling van deze trieste zaak.
6 van deze artsen deden dat op eigen naam, de overigen anoniem.
Ik vind dat een gotspe.
Doe het dan helemaal anoniem, en laat de ouders van het meisje erbuiten. Onderzoek het proces, compleet geanonimiseerd.
En nog erger vind ik dat je, als je overtuigd bent van je grote gelijk, en je wil per sé die nabestaanden nog een extra mes in hun rug proppen, dat je dat dan anoniem doet. Wat een intense lafheid. Wat een gore achterbakse bende.
Ik ga er vanuit dat dit soort lieden geen familie heeft, want die zouden vast niet heel trots zijn geweest op dit verraderlijke, walgelijk stiekeme gedrag.
En dat zijn dan 8 universitaire psychologen en psychiaters. U weet wel: van die hoogopgeleide zielenknijpers die getraind zouden moeten zijn in menselijk gedrag, de consequenties daarvan en hoezeer bepaalde zaken mentaal traumatiserend kunnen zijn. Die lieden, vinden hun eigen mening over euthanasie wel heel erg veel belangrijker dan het peilloze leed van de nabestaanden. Maar hebben dan niet het fatsoen en lef om dat open en op eigen naam te doen, maar doen dat stiekumpjes, lekker anoniem, want dat is veilig. Diezelfde veiligheid die ze dus de nabestaanden niet gunnen. Dat blijkt.
Ik vraag me af of die mensen geschikt zijn voor hun vak. Want enige empathie voor de nabestaanden ontbreekt ten ene malen.
En dan die conservatief-gristelijke bruinhemden die er lucht van gekregen hebben. Die menen de nabestaanden van dat meisje met de dood te moeten bedreigen. Vast ook niet heldhaftig genoeg om dat op eigen naam te doen. Vast ook van achter hun toetsenbordje gedaan.
Is dat dan die Nederlandse cultuur waar we zo trots op moeten zijn? Die fantastische Nederlandse cultuur die door Wilders, Baudet en die honden van de SGP en CU zo worden opgehemeld?
Die in hun morele verontwaardiging vinden dat ze rouwende nabestaanden moeten lastig vallen met onzinnig onderzoek en doodsbedreigingen?
Wauw.
Dan zijn we diep gezonken.
Heel erg diep.
Ik hoop dat de nabestaanden de kracht vinden om die anonieme medische SS'ers en billenlikkende conservatieve, gristelijke bruinhemden te achterhalen, en ze openbaar te maken. Als straf voor hun walgelijke anonieme lafheid. En dat we als normaal denkende groep mensen ze kunnen nawijzen. Uitlachen. Belachelijk maken. En wellicht een beetje pijn doen. Gewoon omdat dat leuk zou zijn.
Of zo.
Ik begrijp best dat euthanasie een heftig onderwerp is. En ik begrijp ook best dat daar over gesproken moet worden. Want er zijn altijd mensen die dit in de praktijk moeten brengen.
Maar dit is niet de manier. Lafjes en anoniem een onderzoekje eisen over de rug van een overleden patient en haar nabestaanden.
Doodsbedreigingen aan het adres van de nabestaanden. Het is zo platvloers. Zó onmenselijk. Zo walgelijk.
Laat die mensen met rust. Alsjeblieft.
Maar goddank mocht ik ook weer wat prima onbekenden ontmoeten.
Tijdens mijn werk probeer ik altijd vriendelijk en afstandelijk te zijn. Ten slotte: niemand zit op een (gratis) sight-seeing te wachten met een bus, van of naar zijn of haar vliegtuig.
Als mensen toevallig beleefd genoeg zijn om me te begroeten, groet ik vriendelijk terug, en als ze iets van informatie nodig hebben, en ik weet toevallig wat ze willen weten, geef ik in helder Nederlands of Engels een antwoord waar ze wat mee zouden kunnen.
En als het uitkomt, wijs ik mensen op de verplichting van het volgen van de door de luchthaven opgestelde regels.
Ik doe dit zo professioneel mogelijk. Iets anders heeft geen zin.
En toch blijkt maar weer dat ook ik een mens ben.
Het was een vrolijk stel waarvan ik de jongedame moest wijzen op het feit dat haar geopende blikje bier niet mee kon de bus in. Dit om de reden dat als het valt, de overige passagiers een ongewilde bierdouche zouden krijgen (iets dat in het leger een traditie is bij het stijgen door de rangen) en ik de plakkerige en meurende restanten na afloop op moet ruimen, beiden zaken waar niemand op zit te wachten.
Ondanks de waanzinnige prijs van een halve liter blik op de luchthaven, en de daarbij behorende spijt bij de toch wel vriendelijk blijvende, drinkers, ontstond er een gesprek over de mores en merites op luchthavens, en waren ze bereid om staande waar ze stonden dat biertje weg te klokken.
Dát ging toch echter minder snel dan ze verwachtten, en blijkbaar waren het ook weer niet van die geoefende drinkers, dat ze hun strotteklepje open konden zetten om zo'n halve liter in één teug naar binnen te gieten.
Ergo: er bleef wat over. Waarop de jongeman van het stel al grappend zei dat ik het dan maar moest opdrinken.
En in een verbijsterende, en voor mijzelf ook al extreem onverwachte vlaag van verbroedering, pakte ik dat blikje aan, deed (nogal overdreven nep) alsof ik een ferme slok nam en na de standaard mededeling dat ik af kon rijden van de grond-stewardess, knipoogde ik naar het stel, en deed alsof ik dronken naar mijn stuur banjerde. Dat leverde me een lachsalvo op, en dat niet alleen van het betreffende stel, maar ook van de omstanders die getuige waren van dit korte en gezellige tafereel.
Dat lachsalvo werkte blijkbaar zó aanstekelijk, dat toen ik eenmaal weg reed, de halve bus stond te grinniken.
Achteraf realiseerde ik me dat dat wellicht toch niet heel handig was, want als er reizigers waren die werkelijk dachten dat ik dat bier had gedronken, hadden die serieus alle recht om enorm te steigeren, en mogelijk moet je dit soort grappen als serieuze buschauffeur nu weer niet maken. Maar ach. Ook ik ben wel eens een mens.
Een mens dat ooit koos voor de relatieve rust van de avonddiensten. Blijkt dat de naweeën van het hoogseizoen ongebruikelijk druk zijn, met ongebruikelijke ritopdrachten. Zozeer, dat ik de busregie verzuchtte dat dit soort fratsen nu precies de reden zijn dat ik in de avond was gaan werken.
Gelukkig zijn de regisseurs toppers die hun pappenheimers wel zo'n beetje kennen.
En dit alles maar weer geschreven hebbende, begint uw weekend. Ik moet nog even wachten tot maandag. Ik wens u allen een beste toe.
donderdag 13 augustus 2026
Het was er weer zoéén.
Dit is alweer blogje 801!
Ik had me totaal niet gerealiseerd dat ik 800 x een heleboel woorden en bandbreedte zou verkwisten aan gekke verhalen. Afwijkende, en dus rare meningen. Idiote avonturen. Gevoelige bekentenissen.
Als ik bij 1000 kom, ga ik de lezers verrassen met een wedstrijdje. Iemand maakt kans op iets. Of zo. Misschien dat ik na 1000 keer persoonlijke muizenissen, over ga op literaire of lecturaire verhalen. Of soft-erotische gedichten. Moderne sprookjes in een ouderwets jasje gehesen.
Of misschien ga ik wel gewoon zo door.
En door.
Want we zijn er nog niet. Wat verbouwen betreft.
Omdat we dus voor de douche aangewezen zijn op ons huisje, en ik niet per se stinkender dan strikt noodzakelijk is, naar mijn werk wil (alleen knoflookmeur is voor mijn collegas en voor de pax meer dan voldoende, vind ik), reis ik via ons domeintje naar mijn werk.
Ik kan er ff lekker douchen. Iedereen, en vooral ikzelf blij.
Nu is mijn lijf met allerhande defecten gezegend, en een daarvan is PDS.
Prikkelbaar darm syndroom.
Vervelend, doch leefbaar. Betekent dat ik voor mijn werk vaak 3 maal al het toilet van dichtbij heb kunnen bewonderen.
En dit dus ook in het badkamer annex toiletje op ons domeintje.
Die indeling is wat anders. Want veel kleiner. Tegenover de pot, hangt namelijk een spiegeltje, met eronder een plankje waarop deodorant van mij en mijn meiden staat.
Zo voor de grijp.
De afstand tussen die twee zaken, is iets waar ik nog niet helemaal aan gewend ben. En dat leverde me een debacle op, waar ik toch wel met enige walging op terug kijk.
Met opgeluchte darmen wilde ik dus opstaan. Was me niet meer echt goed bewust van dat plankje (over het hoofd gezien, letterlijk), want: BOEM!!! Mijn knar tegen dat plankje.
Het ogenblikkelijke gevolg was dat mijn bus deo gelanceerd werd, tegen, óp en over mijn hoofd, langs mijn nek, schouders en rug, zó de pot in.
Op mijn nog vers gelegde, nog dampende drol.
SHIT.
Doorspoelen kan niet. Dus doen alsof er niks gebeurd is, kan al helemaal niet. Dat trekt het riool niet. Walgend, en kokhalzend en mogelijk wat bijpassend omwelriekend taalgebruik bezigend, trok ik de bus deo uit de verse mest. Gelukkig hebben we een nieuwe en lekvrije buitenkraan, en flink wat desinfectiedoekjes verder, kon ik door met mijn dagelijkse beslommeringen.
Nu even wat eerlijkheid: ik heb de afgelopen week iets over mezelf ontdekt, waar ik nog niet zo goed van weet of ik het allemaal wel zo positief of handig vind. Mijn meiden waren heerlijk op de camping terwijl ik al deels moest werken, en ik ter plaatse zou blijven voor poes en de vakman. Dat kwam nu eenmaal zo uit.
Vooral ook omdat ik mezelf weinig senang voel op een "blote billen camping".
Zo gezegd, zo gedaan. Alles verliep zoals het verliep.
En zondagavond waren mijn meiden thuis, de vakman kwam maandag weer, we overlegden wat.
En dat was het moment dat mijn ziel heel even uitplugde.
Alsof er heel wat spanning van de afgelopen dagen los kwam. Ik was gewoonweg even mezelf niet, en ben zo snel ik sociaal en praktisch kon, naar het huisje gevlucht. Tuurlijk: het is allemaal prima geweest en gegaan, maar het is wel zo dat het voor mij pas veilig en vertrouwd voelt, als ik mijn meiden om me heen heb.
Als alles weer normaal is. Mijn meiden en dan vooral Ilse maakt ons huis, thuis. En ondanks dat ik prima kan bestaan in mijn eentje, vind ik 7 dagen zonder mijn meiden toch wel erg lang.
Alsof ik dan toch de aarding mis of zo. Ik vind het ook moeilijk om daar mijn meiden (en dan vooral Ilse) mee lastig te vallen, want het laatste dat ik wil, is er druk op leggen. Ze moet(en) vooral ook lekker dingen doen zonder mij. En zich daar onbezwaard en vrij in voelen. Vind ik.
En dan het volgende:
Ik heb mezelf deze week ontpopt tot heuse Bassie en Adriaan in één.
Dat zit zo:
Het hele spektakel van de zonsverduistering heb ik genoeglijk ondergaan in het domeintje van mijn schoonouders.
Heel gezellig met een hapje en een drankje met later nog aanvulling van alhier opgeduikelde vriendinnen van Jente en hun ouders.
We aten wat.
We dronken wat.
En zo op gezette tijden gristen we de beschikbare zonsverduistering-brilletjes uit elkaars handen, ten einde toch een stukje te zien van iets dat dan niet meer zichtbaar was.
Na afloop van dit fenomeen togen wij huiswaarts, om en route geconfronteerd te worden met een langsrennende poes, welke ook door kon gaan voor vos. Zeker op die afstand, ik had mijn bril niet op. Zo'n dier loslopend op ons park is redelijk uniek, dus in mijn enthousiasme om een wilde vos te zien, stoeide ik met mijn bril, en (hoe ironisch, als je je bril probeert te graaien om beter te zien) keek dus niet uit mijn doppen.
Daardoor miste ik een in het gras verscholen, doch verhoogde put, en in een complete slap-stick was ik gierend onderweg ter aarde te smakken. Oh nee heh... Daar gaan we dan.
Ik was onderweg om op spectaculaire wijze mijn neus kennis te laten maken met de aarde, maar mijn uitzinnige en gefrustreerde karakter verrekte het om mezelf zó voor lul te zetten.
Het zag er bijzonder komisch uit, als ik Ilse moet geloven, maar ik bleef overeind.
Dat wil zeggen: mijn woest maaiende armen, mijn uitzinnig stampende benen, mijn wél horizontaal hangende bovenlijf, en mijn onderlijf dat wanhopig verticaal bleef: potsierlijk is het juiste woord.
En doordat ik zo manmoedig overeind bleef, moet ik stellen: het was Bassie de clown en Adriaan de acrobaat in één.
Dat is ook een talent. Miskend, absoluut. Maar de wilskracht die ik hier ten toon stelde, vond ik groots, al zeg ik het zelf.
Gewoon keihard, maaiend met alle beschikbare ledematen de zwaartekracht en die verrekte, geniepige kut-put weten te weerstaan. Niks van BAM-Jonghuh!!! Gewoon niet vallen. Hopaa!!!
Een gierende lachbui van mijn meiden was mijn deel. En terecht. Ik lach een ander ook uit als diegene al dan niet spectaculair ter aarde stort. Is gewoon een feestje voor mijn (en ieders, neem ik aan) ziel.
En na mijn initiële gesakker kon ik er de humor ook wel van inzien.
Goed, na een heel erg gezellige BBQ (ja, wij zijn van die gekken die een BBQ organiseren als de mussen niet zozeer dood, als wel compleet gaar van het dak storten, BBQ onnodig, zou je zeggen) is het weer tijd om iets aan de economie toe te voegen.
Het frequente verblijf in ons domeintje verlengt het vakantiegevoel op hartverwarmende wijze. Ik kan het iedereen aanraden. De trip van domein naar werk is nagenoeg gelijk, dus ik kom (naar mijn bescheiden mening) veel zen'nerder aan voor ik moet beginnen. Voor de meesten zal het weekend wel beginnen. Ik wens u allen wederom een beste.
vrijdag 7 augustus 2026
Aanpakken!
De verbouwing is begonnen.
Ilse is met Jente naar een camping in Brabant 'gevlucht', en pakt nog net een weekje rust die ze zo hard verdient heeft.
Ik blijf hier, niet om onze aannemer te controleren (ten slotte: hij is de expert, en heeft ons volle vertrouwen), maar omdat het handig is om hier te blijven, omdat ik mezelf weinig senang voel op een naturisten-camping, omdat er op ons domeintje genoeg te doen is.
En niet in de laatste plaats omdat Poes haar pilletje 2x daags moet hebben, en het nu gewoon even zo uitkomt.
Het komt zo uit, omdat Jente eigenlijk met mijn schone-ouders naar die camping zou gaan, maar dat vanwege een ongelukje niet door kon gaan, en dus Ilse ging.
Volgt u het nog?
Ik in elk geval maar matig, en dat heeft voornamelijk met mijn andere bedrading te maken.
Ik ben bijna blij dat ik dit weekend weer mag werken....
We ontdekten bij de sloop van de oude badkamer, dat onze eerdere reparatie van de lekkage, niet denderend goed stand heeft gehouden, die laatste jaren.
We ontdekten ook dat bepaalde afvoer delen, op zijn zachtst gezegd nogal nonchalant aangelegd waren, en zorgden voor heel andere uitdagingen. (Waar Ilse veel beter in is dan ik, moet ik bekennen).
Goed, godenzijdank is er iemand met verstand van zaken en meer talent bezig, en dat kan geen kwaad. Die man heeft ook de intelligentie om bepaalde zaken niet te doen, en er gewoon een ander voor te laten komen: de elektra. Die was al aangelegd door een dronken malloot met minder denkvermogen dan een garnaal, helaas is dat er nooit beter op geworden.
Nu gaat dat dus wél gebeuren. Eindelijk. Fijn.
Maar die lekkages heh? Dat was de afgelopen week een soort van trauma-thema, waar ik serieus grijze haren van kreeg. En niet alleen grijze haren, maar als frustratie tastbaar was geweest, had ik de hele puincontainer er op kunnen laten leunen.
Akte 2 van deze blog, verplaatst zich dan even naar ons domeintje.
Het was al een flutkraantje uit de jaren '60. Of '70. Misschien wel ouder. Niet jonger.
En de aansluiting van de Gardena tuinslang, was niet heel veel jonger. Die brokkelde af, als ik er naar keek.
Erger was het dat het kraantje meer water over het huisje sproeide dan dat hij door het tuitje of door de tot al gammel aangesloten tuinslang perste. Het lekte als een malle.
En omdat het huisje van hout is, vond ik dat een vervelende gedachte. Heel vervelend.
Hoe moeilijk kan het wezen. Sluit de hoofdkraan af, draai het kraantje los van de muurplaat, wikkel teflon om een nieuw kraantje, draai het kraantje er goed op, sluit de hoofdkraan weer aan, en problem fixed.
Ja, dat was de theorie.
De praktijk echter was vele malen weerbarstiger.
Dat nieuwe kraantje, bleek namelijk helemaal zo lekker niet te passen. Sterker nog: er zat veel te veel ruimte op.
En die muurplaat: was ook niet al te fris meer.
Volgens een meneer moesten we een muurplaat nemen, met knelkoppeling, maar omdat die een andere maat had, moesten we een verloopstukje nemen, en dan zou het goed komen.
Wederom: dat was de theorie. Een hele mooie theorie. Dat zeker.
De praktijk echter was vele malen weerbarstiger.
Dat hoereknelkoppeling wenste maar niet lekvrij te worden. Oke, het lek was kleiner, maar veel spectaculairder spoot het nu met een heel erg scherp straaltje bekant de schuur in.
Goed. Die theorie gaat de prullenbak in, op naar een andere muurplaat. Gewoon één van de juiste maat, dan gaan we die wel gewoon solderen.
Dicht is dicht.
Dat was, althans, de theorie.
De praktijk echter was vele malen weerbarstiger.
Mijn schoonvader heeft niet één, niet twee, niet drie, maar vier keer opnieuw de leiding aan dat plaatje moeten solderen.
Na al deze ellende, zei ik al bij de tweede keer dat als het nog zou lekken, ik de soldeerbrander op het huis zou houden, maar zulks werd door hem afgekeurd. Begrijpelijk ook wel
Na de derde keer raakte mijn frustratie op een onmeetbare hoogte. Ik geloof dat ik krachttermen heb gebezigd waarvan mijn schoonvader kramp in zijn wenkbrauwen kreeg van verbazing.
Maar de vierde keer: victorie!!!!!!
Lekvrij. Mooi kraantje. Hoppa. Als een kind zo blij stond ik te juichen.
Die hoerenkutkraan heeft het op moeten geven. Dicht is dicht. BAMMM!!!! En zo stond ik te kakelen en te kwaken.
Hulde.
Toen kon ik aan de slag met de gootsteen eronder. Een mooie en goed bruikbare aluminium bak. De stellage waar die op stond was me ook een doorn in het oog. Want compleet weg gerot hout.
En daar komt dan toch de verbouwing van onze badkamer weer handig bij kijken: de douchebak (75 kilo!!!!, hoe verzinnen ze het!) werd geleverd op een stevige (want 75 kilo) pallet. En die pallet was nog dusdanig in goede staat en had een dusdanig mooi formaat, dat ik daar een nieuwe stellage van kon maken voor de gootsteen op ons domeintje.
Dat leverde me andere, doch veel prettiger hoofdbrekens op, en tot mijn volle tevredenheid en trots kan ik melden dat dat geheel nu staat. Samen met een mooie spatplaat tegen de wand, zodat er nooit meer water tegen het hout kan sproeien.
Er zitten nogal wat gelijkenissen tussen ons huis en het huis van ons domeintje. Niet alleen hadden we te kampen met al dan niet gammel herstelde lekkages, ook de elektra is een ding.
Maandag komt er een beroeps elektricien orde op de zaken thuis zetten. Dat is veiliger en dus goed.
De elektra op ons domeintje is er wel, maar functioneert alleen als het daar zin in heeft, en zeker niet als ik het nodig heb. Mijn apneumasker moet wel altijd functioneren. Anders verander ik nog meer in een zombie.
Het was een hele zoekerij, veel vragen stellen aan zonnepanelen-mensen, rekenen en doen, maar tot een echt werkbare oplossing kwam het niet.
Tot mijn schoonvader belde: hij wilde weten wat wij nodig zouden hebben. Toen kwamen we uit op een powerstation. Want om nu heel de zonnepanelen-santekraam, en alle bedrading te gaan repareren, vervangen en doen, was en is, meer dan we op dit moment kunnen verwerken.
Maar ja, ik heb nu al een aantal malen met lede ogen moeten toezien hoe mijn echtgenote en mijn dochter er genoeglijke nachten konden slapen, en stiekem is de lol veel groter als je dat samen doet.
Een powerstation dus.
En het toeval wil, dat tijdens een open dag van het park, er mensen langs kwamen, die een winkel hebben in die spullen. Die willen dolgraag een huisje bij ons. Zo kwam het balletje aan het rollen.
Samen met Ilse bedacht wat we nodig zouden hebben, en mijn schoonvader heeft ons een prima powerstation kado gedaan.
Ik heb er 3 nachten mee geslapen, en het ding heeft maar 20% verbruikt. Wat een briljant apparaat. Ik ben er vreselijk mee in mijn nopjes, en kan niet wachten tot we er met ons drietjes kunnen overnachten.
Ik heb nu eindelijk ook eens de rust en stilte en absolute 'zen' mogen ervaren van ons tuintje. De ontplofte bloemen pracht (die Ilse er nogal at random in de grond kegelde). De lampjes (die ik eigenlijk tijdens het tuinieren ongelooflijke ondingen vind) die Ilse her en der drapeerde, die een enorm fijne sfeer geven.
En dan kan ik doen waar ik dus helemaal tot rust van kom: lekker prullen in de tuin. Lekker met mijn handen in de modder (die overigens erg droog was), met de schep mijn bakken maken voor de toekomstige knoflook oogst.
En dan lekker op het terras met een biertje.
Alsof je in Frankrijk op een antieke camping zit. Je hoort wat krekels. Er ritselt een muisje door het struweel.
"Cupcake" komt gewoon even op bezoek, niet in het minst geïntimideerd door mijn aanwezigheid. Cupcake, zo heet het wilde ratje dat in en om al die tuintjes nu eenmaal leeft. Hij woont buiten, kan niet binnenkomen, en voedt zich met dat wat ons tuintje te bieden heeft. Wij zijn inmiddels aan hem gewend, en hij dus ook aan ons. Kan Jente vast wennen aan het idee van een soort van tamme rat. Ten slotte wil ze maar liefst drie van die beesten in huis halen. Maar voor ik daar, al zittende in het avondzonnetje verder over kan filosoferen, wordt mijn aandacht al weer afgeleid door een enorme libelle die op een van de prachtige bloemen aan de vijver gaat zitten relaxen.
En wee mijn lompe gebeente ik iets te luid ga verzitten, dan word ik door een agressieve roodborst helemaal verrot gescholden.
Kortom: dat tuintje is pure weldadigheid voor mijn alle kanten op vliegende ziel. Ik kom er zo enorm van tot rust, dat ik vaak meld dat we dat vele malen eerder hadden moeten doen.
Maar goed.
Dit alles maar weer geschreven hebbende, tussen alle lawaai van boren, kappen, zagen en klieven, moet ik mezelf opmaken om te accepteren dat deze vakantie wellicht niet de droomvakantie is, die ik verdiend heb, aan de andere kant hebben we straks wel een badkamer die we verdienen.
Ik moet me mentaal nog even voorbereiden op een weekend werken, het uwe begint zo.
Ik wens u allen een beste.
vrijdag 31 juli 2026
Roken en slopen: ik beet mijn tanden erop stuk.
Ik ging van de week naar Ouwezuslief.
Om een aantal redenen.
Ten eerste is daar de gezelligheid.
Ten tweede is het voor Jente geweldig om even een dagje extreem verwend te worden door haar Tante Lis. En frietjes te snaaien bij Nayana en haar kerel. En toch even naar het buitenland kunnen.
Ten derde: Ilse kan dan eventjes tot rust komen zonder de onmiddelijke nabijheid van twee rosse belhamels.
Ten vierde: ik kan me gaan verdiepen in de geneugten van goedkope tabak.
Ook ik zucht onder de bespottelijkheid, de hypocrisie en lafheid van het beleid aangaande tabak. Tot het moment dat ik me realiseerde dat ik bijna evenveel aan roken uitgeef als dat ik aan hypotheek-kosten heb.
Ho! Stop! Coster, je geeft evenveel aan een verslaving uit, als aan je woning?
Ja.
En nee, dat is niet geheel vrijwillig.
Enerzijds omdat roken een erg nare, misselijke verslaving is.
Anderzijds omdat onze overheid er met hun even nare en misselijke beleid voor zorgt dat dat zo is.
En vlotte rekensom met Ouwezuslief bracht mij tot het inzicht dat als stoppen met die nare, misselijke verslaving niet zomaar lukt (ook talloze enthousiaste doch weinig realistische blogs over geschreven), ik op zijn minst zou moeten zorgen voor een drastische kostenreductie, die nog behoorlijk haalbaar zou zijn.
De kille cijfers zijn pijnlijk duidelijk.
Per maand kost het roken mij 600 euro. Dit dus kopende in Nederland. Wetende dat je belasting op belasting betaalt.
Koop ik dezelfde hoeveelheid in Duitsland, kost het me 200 euro. Dat is alsnog heel erg veel geld.
Maar ik betaal voor dezelfde hoeveelheid sigaretten geen 600 euro, maar 140 euro. Dan de benzine erbij, zit ik op 200 euro.
Dat is een besparing van 400 euro.
Oké, ik weet heel goed, dat in omringende landen, de overheid veel meer regeert vanuit het idee dat mensen geregeerd moeten worden, en niet als overrijpe puisten uitgeknepen moeten worden.
Dus dat zaken als tabak, en veel andere zaken, er gewoon tegen fatsoenlijke prijzen verkocht worden, omdat in omringende landen de overheid geen winst-oogmerk lijkt te hebben. Niet voor niks dat ik voorgaande jaren de terugtocht van vakanties vaak dusdanig uitstippelde dat ik via Luxemburg of Duitsland terug kon rijden, om te profiteren van de menselijke prijzen van onder andere rookwaar.
Maar helemaal beseffen deed ik het niet.
Tot ik met collega R. zat te praten over een en ander, en hij me vertelde dat hij al een hele poos uit Duitsland haalt, omdat het veel menselijker geprijsd is allemaal.
Dus toen ik Ouwezuslief meldde wat ik zou willen, en dat in combinatie met een bezoekje, werd ze vrolijk en een datum was snel geprikt.
Herinneringen ophalen, echte Limburgse vlaai smikkelen (het obligate frikandelbroodje voor de aanstormende puber ontbrak niet), lachen, foto's kijken, en naar Duitsland rijden om voor het eerst in mijn leven af te stappen van de voorgemaakte sigaret. Over op de potten tabak, losse filters, een sigaretten-schieter, wat doosjes en een hoop nieuwe zelfredzaamheid.
Ik sloeg voor een kleine anderhalve maand aan rookwaar in, en dat kostte me 1/3e van de prijs die ik in Nederland voor een maand zou betalen. Mooi: missie geslaagd!
Bij thuiskomst meteen maar aan het oefenen geslagen: Een uurtje lang therapeutisch fröbelen, en ik had voor een 1,5 dag aan sigaretten "geschoten". En therapeutisch is het. Gewoon even je hoofd leegmaken en niet geheel gedachtenloos (ik sloeg 1 sigaret compleet mis) gewoon eventjes wat pielen in de marge.
Ik vind het nog helemaal geen gekke tijdsbesteding.
Dat gaat over het geheel genomen erg prima. Maar zoals met alles: al doende moet je het leren. Je kan er fouten mee maken. Té nonchalant een oeukje willen 'klik-klakken' en niet alle tabak komt mee, en je verse sigaret valt als een soort van ongeinspireerde strobaal in elkaar. Te winig tabak, en je sigaret brandt in één haal op, sneller dan de bosbranden in Zuid Europa. Te veel tabak, en het vuur krijgt simpelweg geen kans om te branden, en je trekt je een gebroken kaak. Dus niet denken dat het allemaal snel en makkelijk is: ook daar zit een hele wetenschap achter, blijkbaar.
Overigens: Ouwezuslief nam me ook mee naar een soortement Kruitvat, alwaar ik ook met extreem wisselend succes heel erg blij werd.
Ik kocht er een grootverpakking opzetborstels voor een tandenborstel. Kosten in Nederland: om en nabij de 30 euro. En ja, als je gaat zoeken, kan dat voor minder. In Duitsland hoef je geen aanbiedingen te zoeken, maar kosten ze sowieso dik 10 euro minder.
Ik kocht er douchegel. Een fles voor mij, kost in Nederland gewoon 4 euro. In Duitsland, ook weer zonder allemaal sites en winkels door te zoeken, maar gewoon standaard in de winkel, de helft. Datzelfde geld voor de deodorant. Hoewel daar een wat minder luchtje aan hing, omdat ik het door mij geliefde geurtje niet vinden kon, en dus een ander geurtje probeerde. Ik probeerde dat rijkelijk over mezelf uit, vond het totaal niet lekker, en vervolgens heb ik de rest van de dag rondgelopen als wandelende expo voor toiletverfrisser.
Bij de tandpasta ging ik gierend de bocht uit, want die was exact even duur. Dit werd mij door mijn betere helft fijntjes medegedeeld. Evenals de schoonmaakdoekjes, die bij de Wibra net zo goedkoop zouden zijn.
Maar goed. Ik kom tot de conclusie dat ik over krap anderhalve maand een tochtje Duitsland wel weer op de kalender ga zetten. Zelfs met de brandstofkosten in het achterhoofd, is het gewoon te voordelig om mezelf de bespottelijkheid van het Nederlandse uitknijpbeleid te laten ondergaan.
Ik moet zeggen dat ik het hele tabaksbeleid van de Nederlandse staat onbegrijpelijk vind.
Zogenaamd vanwege de volksgezondheid vindt men dat het eigenlijk verboden zou moeten worden.
Ik zie dat voor me: brave huisvaders die na de schemering samenklitten in het speeltuintje om stiekem te roken. Bij elke auto die de straat indraait, worden de peuken haastig in mouwen weggepropt om ze te verstoppen voor een eventuele patrouillerende politie of handhavingsauto.
Schlemielige Mitchel's die knagend aan hun frikandelbroodje, en/of slobberend van hun energiedrinks op hun fatbike door de wijk rollen, in de hoop dat wanhopige Wendy's nog een paar honderd euro's stuk willen slaan op illegaal geimporteerde peuken.
Bomaanslagen in Lelystad omdat Jaxx met zijn peuken in het vaarwater ging zitten Desdevanio. Of zo.
Onbegrijpelijk. Want als het echt om de volksgezondheid zou gaan, zou je het hele roken gewoon verbieden, op straffe van. Net zoals je met drugs zou doen.
Maar daarvoor brengt het teveel geld in het laatje. (Hoewel, ik ben nu dus ook begonnen met het ontwijken van deze bespottelijke hypocrisie).
Dus het lef om gewoon een verbod in te stellen, heeft men dan weer niet.
Sowieso vraag ik me af of al dat verbieden nu zo denderend effectief is. De onkosten en onveiligheid die het verbod op harddrugs oplevert, zijn schokkend.
Het rechtssysteem inclusief de gevangenissen zitten helemaal dichtgeslibt.
Als je al die meuk nu eens voor redelijke prijzen gewoon via de staat verkoopt, heb je als staat enige controle op de kwaliteit van het spul, waardoor je veel minder ellende op straat krijgt. Waardoor alle criminele activiteiten en daarmee gepaarde kosten, ellende en onveiligheid in één klap wegvaagt. Mensen die verslaafd zijn, en nu totaal niet meer kunnen functioneren, en overlast geven, worden wellicht op deze manier in staat gesteld om naast hun verslaving, toch te werken en iets toe kunnen voegen aan de schatkist, in plaats van er alleen maar uit te tappen door alle onkosten. En uiteraard de de BTW én accijnzen die op een shotje heroine geheven kunnen worden, zouden fabelachtige inkomsten opleveren.
En: de verboden vrucht, is vaak het lekkerst. Wat al die beeldenstormers ook roepen over verbieden, als iets verboden is, is de smaak vaak het meest interessante. Hef het verbod op, maak het voor iedereen toegankelijk en het is gelijk en met name voor kinderen veel minder interessant.
Maar goed, dit is nog steeds een veel te revolutionair idee, dus ga er maar vanuit dat onze staat daar veel te bekrompen en veel te laf voor is.
Anders waren die politici ook wel gewoon een echt vak aan het uitoefenen.
Ik ben hoe dan ook enorm in mijn sas met mijn verschuiving van uitgaven.
Goed, zo langzamerhand druppelen de spullen voor onze badkamer binnen, maar waar we veel te laat mee kwamen: verlichting.
Nu hebben we onzes inziens een heel fijne, mooie combinatie van tegels, kranen, meubels enzovoorts gekozen, dus een stukje verlichting dat het geheel completeert, is geen overbodige luxe. Ik wil ook niet een dergelijke badkamer verlicht hebben met een goedkoop spotje uit de bouwmarkt, zeg maar.
Dat zou zijn als een kers op een taart, alleen is de kers dan een beschimmeld klompje rood.
Badkamer-juweliers hebben zulks niet, en toen we in de showroom een ingebouwde led-snoer achtig iets zagen, waren we gelijk enthousiast. Maar nee, dat behoorde niet tot de collectie. Dat was gewoon een licht om licht te schijnen op het tentoongestelde. Ai. En bij navraag bleek dat ook niet rechtstreeks leverbaar.
Andere lampenjuweliers hadden van allerlei soorten verlichting, maar voor in de badkamer, was de keuze ronduit treurig. Je zou er spontaan in een diepe depressie of op zijn minst een onomkeerbare coma van raken. De lelijkheid troef. Zo creatief, sfeervol en ronduit gaaf lampen voor een woonkamer kunnen zijn, zo betreurenswaardig is het gesteld met de creativiteit en sfeervolheid en gaafheid als het op badkamer verlichting gaat.
Dat schijnt dan een commerciële keuze te zijn. Een lamp die beschermd is tegen vocht, is duurder en verkoopt blijkbaar niet. Nee, als je het niet aanbiedt, zal het wel niet verkopen. Dat geloof ik meteen.
De deur is ook al zo'n dingetje waar we wat laat achter kwamen. De huidige deur is ook wel aan het einde van zijn latijn gekomen. Er beginnen rare bobbels te komen onder de verflaag, dus daarvan verklaarde ik met een zeldzame blijk van pure gulheid dat we ook wel een nieuwe deur moesten hebben. Ik bedoel: een mooie nieuwe badkamer, die afgesloten wordt met een deur die van pure ouderdom 3 jaar geleden al gecremeerd had moeten worden, is natuurlijk armoedig.
En met een nieuwe deur, vond ik (nog veel guller, ten slotte bespaar ik maandelijks 400 euro) dat er ook nieuw beslag op moest komen. Zwart. Met vierkante rozetten, want die hebben we beneden ook.
De badkamerkraan en het douchegerei zijn ook binnengekomen. Over een paar dagen komen de tegels.
En twee maatjes om ons te helpen met de hele huidige teringbende eruit te slopen.
Ik zie er machtig tegenop, want onvoorspelbaar.
Maar het eindresultaat... Ja. Dat wordt gaaf.
Hoop ik.
Ons kind is in sommige opzichten sneller dan wij.
Wij waren en zijn dit jaar niet of in elk geval nog niet in staat om iets te doen met de klapkar die we in een vlaag van ongeremde ADHD aanschaften.
En tot teleurstelling van Jente is er dus dit jaar ook geen mogelijkheid om diep in Frankrijk met dat ding te belanden, al was het maar omdat ik alle vertrouwen in mijn Panda heb, maar niet in een trektocht met een klapkar van meer dan 200 kilometer.
Dus tja. Een tripje naar ouwezuslief was welkom, en volgende week, als de verbouwing echt gaat beginnen, mag ze gelukkig met haar opa en oma mee voor een weekje kamperen.
Goed, dat moge allemaal klip en klaar zijn; was het van de week een prachtige mogelijkheid om lekker met een vriendinnetje naar het zwembad te gaan.
En zonder dat wij ook maar enige inspraak in het geheel hadden (of wilden, for that matter, het kind mag best een beetje extra verwend worden) sprak ze met datzelfde vriendinnetje doodleuk af dat ze gingen kamperen.
De dames gingen kamperen, en wel in onze voortuin.
In de klapkar.
Welja.
Waarom ook niet.
De mussen storten dood van het dak, en met een klein briesje is het in de klapkar mogelijk prettiger toeven dan in een bed in een betonnen hok.
En daarmee loopt Jente dus, niet voor het eerst moet ik bekennen, voor op haar ouders. Wij hebben nog helemaal geen nacht in de klapkar door weten te brengen. Wij waren daar nog helemaal niet mee bezig (en lees voor 'wij' vooral 'ik', scribent van deze stukjes proza).
Ze loopt niet alleen wat dit betreft voor, want ik moet bekennen dat haar kennis omtrent het gebruik van apparatuur, de mijne inmiddels behoorlijk voorbij is gestreefd.
Ze hadden de nacht van "hun zomer".
3 stuks ouders die zichzelf meer zorgen maakten, en één ouder die (geholpen door een CPAP) dwars door alle zorgen, gegiebel, gegiechel en geklessebes heensliep.
Ouders die voorstelden om toch eventjes te gaan "posten". Gewoon om de zorgen weg te nemen. Hetgeen weer tot ander soort zorgen bij de buurtbewoners zou leiden. Staat daar een of andere man/vrouw in een auto, zich verdacht op te houden bij nummer XX.
Of een middernachtelijke wandeling. Spontaan met de konijnen of onze Colette. Om even te checken of alles wel oké was. Terwijl die kinderen, zalig onwetend (en veel te laat, maar dat terzijde) overal doorheen sliepen, om de volgende dag, naar een waterfeestje te gaan.
Daags erna begon voor mij dan ook echt de verbouwing. Mijn eerste. Ik ben dik 45 jaar en nog nooit eerder een badkamer verbouwd. Ik zag en zie er huizenhoog tegenop, moet ik eerlijk bekennen. Het is namelijk de eerste keer. Het is namelijk totaal onoverzichtelijk.
Gelukkig heb ik een uitstekende vakman, die gaat het geheel aan inbouwen doen, en "afslopen" wat ik niet afgesloopt krijg.
Maar gelukkig heb ik ook twee maatjes die werkzaam in de asbest en de sloop, niet te beroerd zijn om eventjes een avondje een badkamer eruit komen rossen.
Dus ik hoef het niet alleen te doen.
Ik begon dus met het verwijderen van de douchecabine-deuren. Dát ging redelijk eenvoudig. 2 x klik en de deuren waren los. Naar beneden, en in de gereedstaande puincontainer leverde me ook geen al te grote ellende op.
Het kwakken in de container, deed die deuren niks. Stevig spul, die douchecabines.
Als tweede was het toilet aan de beurt. Dát was al minder een als vanzelfsprekend klusje. De kraan van de stortbak was dusdanig oud, dat die zich alleen met woeste kracht dicht liet draaien. De schroeven waarmee de pot in de grond verankerd zat, wilden helemaal geen sjoege meer geven. Mijn (na een tip van dezelfde sloopmaatjes) oplossing: beuk met een hamer die pot kapot en draag hem naar beneden. Wel had ik nog de tegenwoordigheid van geest om die pot richting de afvoer van de douche te verplaatsen, zodat ik niet al lekkend het halve huis door zou moeten.
Een wc-pot is dus best zwaar. Niet te zwaar, maar best zwaar. Ik til zelden toiletpotten, ook niet voor de lol bij mijn kornuiten van de Gamma, dus erg veel vergelijkingsmateriaal heb ik niet, maar ik vind ze best log.
Eenmaal bij de puincontainer, liet ik die pot misschien wat lomp op de douchedeuren vallen. En toen braken ze wel. In 100.000.000 splinters, die niet braaf in die container bleven liggen, maar die mij nogal spectaculair om de oren vlogen.
En op de stoep belandden.
Ja, kut. Kan ik eerst die sakkerse stoep gaan vegen, alsof ik niks beters te doen heb. In 30 graden.
Want dat was het. 30 graden. Dus ik was in mijn blote bast, zwetend als een otter, bezig.
Op het moment dat ik begon met vegen, kwam de nieuwe buurvrouw aan, met haar 2 pleuters. 1 peuter, 1 kleuter.
De kleuter was een meisje van wel bijna 5. Naar haar eigen zeggen. Moeders corrigeerde dat, met een stilletjes uitgesproken "net 4".
Het dametje in kwestie was niet bijzonder verlegen bij het zien van mijn toch wel enorm woeste rabauwen lijf. En vroeg mij, nogal streng, waarom ik in mijn halve blootje aan het vegen was. Nou, omdat ik glas heb laten kletteren op de stoep, en ik niet wil dat jij straks met je sandaaltje ineens splinters in je voet krijgt. En ook voor eventueel langslopende honden zal het niet heel erg fijn zijn om allemaal splinters in hun pootjes te krijgen.
Ja, dat vond ze ook.
En toen moesten ze verder. Haar kleine broertje moest toch echt een middagslaapje doen, maar niet nadat ze me beiden een uitgebreide high-five hadden gegeven.
En daarmee begon voor mij het hakken en breken. 2 lagen tegels van de muren af hakken, en tot mijn verrassing een stroompunt tegen komen, die de vorige klussenkluns voor het gemak maar achter de laatste tegellaag weg had getegeld.
Nadat ik 2,5 muur met diverse gradaties van grof geweld te lijf was gegaan, was het wel even klaar. Andere dag verder.
We besloten dat we vanwege de vermoeidheid toch maar een maaltijdje te laten komen, waarop ik prompt mijn tanden stuk beet. Letterlijk.
Toen ik 9 was, was een vriendje (niet opzienbarend dat dat heden ten dage geen vriend(je) meer is) zo lomp om mij met mijn bakkes tegen een hekwerk aan te gooien. Daarbij verwoestte hij mijn voortand. Hoek eraf.
Allerijl naar de tandarts (toen nog tandarts, later ging hij voor de FvD in de Eerste Kamer, altijd wel geweten dat veel tandartsen gewoon niet deugen) die die tand gevoelloos maakte en er een stuk aan soldeerde. Of laste. Of kitte.
Nu, dik 36 jaar later beet ik wat te hard op iets te hard gebakken nacho's van de taco mundo, en hop, die hoek is eraf. Misschien heeft die kroon het einde van zijn levensduur wel gehad, maar dit moment, tussen alle toch al niet echt heel erg overzichtelijke en gemoedelijke toestanden, is toch wel een extreem kutmoment om af te breken.
Gelukkig heeft die ouwe draak van een tandarts (wat een lul was dat, echt geen wonder dat hij voor de FvD in de Eerste Kamer ging, hij had liegen tegen mij als jongetje echt tot kunst verheven, de kwal) die tand wel voorgoed gevoelloos gemaakt, want anders dan een "KNAK" hoorde en voelde ik niet in mijn waffel.
Wél voel ik dat ik toch weer wat moet wennen aan een scherp randje in mijn bakkes. Ik slis een beetje, en de rand van die tand is dusdanig scherp dat ik er een bepaalde tandarts zijn keel mee door zou kunnen bijten, zonder al te veel moeite (en wroeging, for that matter). En dat zal snel moeten, want ik heb geen flauw benul wanneer ik tijd heb om een tandarts op te zoeken, die om kan gaan met een patient die op zijn zachtst gezegd doodsbang is voor tandartsen, die er geen vertrouwen in heeft en meer dan 7 kleuren schijt bij de gedachte alleen al aan de geur van zo'n praktijk. Oh, en gezien het feit dat ik maar een armoedige buschauffeur ben, moet ik dus ook mijn hypotheek nogmaals verhogen, om de tandensadist zelfs maar te kunnen betalen.
Lekkere timing, Coster, super gewoon.
Oh, fucking DAMN.
Goed, de sloop-maatjes kwamen, en tot mijn onuitsprekelijke vreugde waren die met een enorme sloophamer in 2 uur klaar. Kan je niet tegenaan hakken met een hamer en beitel. Echt niet. Ze verklaarden me voor gek.
Wél ontdekten we onder al die tegellagen een ware schat aan weggemoffelde stroompunten. En wij maar redderen met 1 stroompuntje in een half-bereikbare hoek.
En we ontdekten dat de afvoer van de douche niet pluis is, in combinatie met een eerdere, niet goed verholpen lekkage, leverde dat alsnog een paar druppels op. Gelukkig hebben we een eerste klas vakman ingehuurd, laat hem zijn plasje er maar over doen. (Figuurlijk, anders blijft het lekken).
Oke, daarmee begint dan ons weekend. Relatieve rust. Ik wens eenieder een beste toe.
Pareltjes en muren.
Ik heb de afgelopen week weer wat Pareltjes van het Platform mee mogen maken. De herfst lijkt (ik zeg lijkt, want als ik dat niet zeg, lij...
-
Het marsenboekje. Een lullig plastic ding, met hetzij marsen erin, hetzij koralen. Een beetje afhankelijk van het soort dienst dat we moeten...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...
-
Ik ben anders bedraad. Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een...