Thank you for your signals.
De uitzondering op mijn eigen regel dat Amerikanen allemaal knetter zijn? Wellicht.
Het was weer zo'n dag.
Op mijn werkplek gebeuren op regelmatige basis dingen waar mijn wenkbrauwen dusdanig van omhoog gaan, dat ik pijn krijg aan mijn aangezichtsspieren.
En wat er een paar dagen geleden gebeurde, is naar mijn niet zo bescheiden mening, gewoon compleet van de pot gerukt.
De passagiers kregen dat ook mee, vooral omdat ik behoorlijk luidkeels in moest grijpen, en daarna mijn wat overgestyleerde armgebaren correct interpreteerden als uit frustratie. Ten slotte was dat wat er gebeurde, niet de eerste keer. En ik zou het persoonlijk erg onprettig vinden als ik getraumatiseerd raak over platgereden mensen.
Anyway: alle pax waren nog intact en we vertrokken. Van een zeer duidelijk Amerikaanse reiziger kreeg ik de vraag of het weer zo'n dag was, en ik verzuchtte dat het inderdaad weer zo'n soort dag was, en dat ik mijn hart vast hield, omdat dit pas mijn 1e rit was, en ik nog tot middernacht door moest. Ondanks dat moesten we beiden grinniken. Blijkbaar hebben we beiden de ervaring dat je soms gewoon "zo'n soort dag" hebt.
Daarna complimenteerde hij me met mijn pet (terecht, wie iets tegen Snoopy en Peanuts heeft, kan mijns inziens geen goed mens zijn) en zo ontspon er zich een heel erg leuk gesprek met de beste man.
Hij was oprecht geinteresseerd in mij en mijn vak, hoe lang ik dit al deed, en wat ik daar voor deed.
Toen ik meldde dat ik ooit beroepsmuzikant was, vroeg hij gelijk waar hij me van kon herkennen, maar zijn enthousiasme werd nóg veel groter toen ik vertelde over de militaire kant van dat beroep.
Heel erg op zijn Amerikaans werd ik uitgebreid bedankt voor mijn "service".
Na Vietnam, hebben die Amerikanen hun veteranenzorg best voortvarend naar een hoger plan gebracht. Er was uiteraard geen tijd om de verschillen tussen de Amerikaanse en Nederlandse militaire inrichting te verklaren, want ik ben natuurlijk helemaal geen veteraan, maar dat weet hij niet. En ik wilde hem ook niet een ongemakkelijk gevoel bezorgen met een correctie.
En veteraan of niet: ik heb mijn land, en mijn voormalige militaire collega's uiteraard wel "gediend".
Mooi dat een Amerikaan dat hoe dan ook inziet, en ook bij een voor hem buitenlandse oud-militair daar een kleine blijk van waardering voor uitspreekt.
Toen ik dit verhaal aan wat oud-collega's vertelde, wist F. mij er bijna van te overtuigen dat ik het verkeerd verstaan had, en dat de beste man "thank you for your signals" zei. Wat op zichzelf ook treffend zou zijn geweest.
Oud-collega R. dacht eigenlijk dat het om de properheid van de buitenkant van de bus ging, "thank you for your surface". Maar wetende wat ik weet, durfde ik dat ten stelligste te ontkennen.
Gesproken over niet zo heel erg slim: ik had weer een passagierend pareltje:
Ik was de tweede bus voor de binnenkomer, en er holde duidelijk een gestresste mevrouw de trap af, die aan een willekeurige snuiter met een knaloranje hesje (niet uw nederige stukjesschrijver) meldde dat ze over drie minuten haar volgende vlucht moest boarden. Die kon niets anders dan haar naar mijn bus verwijzen.
Dat is op zich sneu, vaak houdt de cabin crew wel rekening met overstappers die weinig tijd hebben, blijkbaar was dat even mislukt.
Maar goed, ik moest nog minimaal 40 mensen meenemen, dus mevrouw had nog meer pech.
Mevrouw besloot samen met haar gevolg zich pontificaal in de deuropening te posteren, samen met hun enorme hoeveelheid handbagage. Daarmee blokkeerde ze niet alleen mijn toegang tot mijn stoel en stuur; ik kon er sowieso niet meer in, zelfs niet als ik grof geweld zou gebruiken.
Ik liep naar mijn plekje, en meldde de mensen dat ze naar een andere deur moesten.
Dát waren ze niet van plan, want ze hadden haast.
Dat had ik al wel begrepen, maar ik moest ze toch heus naar een andere deur verwijzen, simpelweg omdat ik anders uberhaupt niet zou kunnen vertrekken.
Neenee, dat kan niet, want ze moesten heel snel weg om hun overstap te halen.
Ik meldde daarop dat ik dat heus begreep, maar dat ze hier nog heel lang zouden staan, omdat ik door hun aanwezigheid niet achter mijn stuur zou kunnen komen, en dat als ik niet achter het stuur kon, die bus nergens heen ging, enzovoorts enzovoorts.
Daar vond het gezelshap wat van. En morrend liepen ze (tot mijn niet zo milde verbijstering) uiterst langzaam, alsof ze mij daarmee zouden irriteren, naar de tweede deur.
Als je dan haast hebt, doe dan in elk geval in hoog tempo wat de enige die je een heel klein beetje zou kunnen helpen, van je vraagt.
Maar blijkbaar is logisch denken niet altijd een prioriteit als je haast hebt.
Ik had me dus opgegeven voor een nieuwe manier van roosteren. Zelfroosteren. Want dan zouden wij meer invloed hebben op onze vrije dagen, zo werd ons lokkend beloofd.
En nee, het moest duidelijk zijn dat het altijd wel ergens een compromis zou zijn, maar er zou gestreefd worden om de behoeften van de chauffeur voor 80% te laten matchen met de behoeften van het bedrijf.
Goed, ik had een klein jaar goeie wantrouwen tegen dit soort systemen, maar uiteindelijk en mede door de voorzichtig positieve ervaringen van collega's, ging ik overstag; enerzijds omdat ik iets meer werken financiëel wel fijn vond, en anderzijds omdat ik steeds lauwer werd van 6 weekenden op rij werken, en één weekend vrij zijn. Ik wil gewoon meer weekends bij mijn gezin zijn, ik werk om te leven en niet andersom. Dat principe.
En dat zou geen probleem moeten zijn.
Dus met enige aarzeling mezelf opgegeven, en samen met mijn eega hebben we "genoeglijk" een aantal uurtjes een werkbaar rooster bij elkaar zitten te verzinnen.
We hadden iets moois verzonnen, dat ingestuurd, en toen was het wachten. In het ergste geval zouden we namelijk nog best wel wat kunnen ruilen. Ook dat was beloofd.
Op vrijdag, kwam de verlossende mail: de "matching" was compleet, en (zo kwaakte de door AI opgestelde tekst, vol trots) ik had een score van maar liefst 84%!!!
Vol verwachting klopte mijn hart. Ik keek, en mijn hart zakte, bonkend op topsnelheid, naar mijn schoenen. Die 84% zou ongetwijfeld kloppen, maar die 16% die niet klopte, kwamen allemaal uit de door mij vrij gezette weekends.
Het is één grote slachtpartij.
Als ik dit moet rijden, ben ik ergens eind maart pas een keer een weekend thuis.
Ja, een paar losse zondagen, want dat schijnt wettelijk verplicht te zijn. Die hebben de slachtpartij als door Gods gratie overleefd. Maar de uitkomst is dat ik nu niet 6 weekenden op rij werk, maar stomweg alle weekends werk.
Als ik dit moet rijden, is dat niet wat men noemt "duurzaam inzetbaar". Daar ga ik aan onder door.
Ik moet zeggen: ik heb nadat ik dit zag, heel de nacht van pure stress en ellende wakker gelegen. En dit letterlijk. Ik heb alle uren van de nacht voorbij zien komen. Verbijsterd, woedend, verslagen, kapot, tot op het bot gefrustreerd.
Ik zag mijn gezinsleven, dat in de weekends 6 weken op rij toch al gedomineerd wordt door een bezopen rooster, helemaal naar de kloten gaan. En dat bezopen rooster gaf me dan op zijn minst nog een week vrij, waarbij ik door het inschieten van 3 snipperdagen nog 11 dagen vrij zou zijn ook.
Ik was er dus niet op vooruit gegaan, maar ben gigantisch voor de bus gegooid. De weekdagen zijn een soort van bizarre gatenkaas geworden, want ja, ik moet wel vrij zijn, dus daar heeft het systeem wat werkdagen willekeurig tussenuit getrokken, zo her en der. Maar de weekends, nee, die mag ik op geen enkele manier van het systeem bij mijn gezin zijn. Daarin zijn mijn behoeftes totaal gegeneerd. Dus die 84% zal best kloppen. Het klopt alleen voor geen meter.
Om half zeven in de ochtend, trok ik het echt niet meer, en rillend van emoties en ellende heb ik Ilse toch maar wakker gemaakt. Ik moest dit delen. In eerste instantie dacht het arme mens dat ik fysiek gezien aan het overlijden was, en ik voelde me extreem schuldig, want ze slaapt al zo slecht, dus ik had haar liever willen laten slapen.
Ook Ilse was op zijn zachtst gezegd 'NOT amused'. Die zag in eerste instantie hoe ik eraan toe was, en zette mij als een ziek vogeltje op de bank. Niet fysiek, maar mentaal toch een stukje rottend afgestorven.
Het arme mens. Moest ze met haar slaapdronken en slaapbehoevende harses nog voor een compleet lamgeslagen lamlul zorgen.
Deze roosterbagger die het systeem over me uit heeft gebraakt, kán ik niet ruilen. Dat is te veel, zeker gezien de tijd en mogelijkheden die ons zijn gegeven. Puur praktisch al niet haalbaar.
Toen maar kenbaar gemaakt aan de betreffende mensen dat dit niet werkbaar is, dat dit niet te doen is, dat ik dit simpelweg niet wil, en niet kán rijden. Ik ga daar kapot aan, mijn gezin gaat daar kapot aan en het voldoet op geen enkele wijze aan de door de arbo-wet gestelde verplichting tot het zorgen voor een optimaal mogelijke balans tussen werken en privé-leven.
En nu maar hopen dat dit opgelost gaat worden. Want anders weet ik het ook even niet meer. Ik vind mijn werk fantastisch, mijn collega's over het algemeen ook, maar het moet wel werken om te leven zijn, en niet andersom.
Dit geschreven hebbende, was mijn weekend weer voorbij, het was door bovenstaande omstandigheden eventjes wat later. Ik wens eenieder een beste werkweek toe.
|
Van alles veel, en dáár een beetje van.
maandag 12 oktober 2026
Pareltjes om van te janken
vrijdag 2 oktober 2026
Wekelijkse beslommeringen.
Het was weer dat moment van de maand: ik toog naar onze oosterburen, omdat mijn tabak op was. Doe ik dat niet tijdig, verander ik in een soort van wilde kat, omdat ik humeurig raak vanwege het gebrek of de werkelijk onbarmhartige prijzen in het Nederland van D66.
De vorige keer dat ik naar Elten reed, deed ik dat op zijn zachtst gezegd slecht voorbereid, moest ik alsnog in het zicht van de goedkope benzine, dure benzine tanken, omdat ik langs allemaal snelwegen raasde.
En hier snap ik google maps echt totaal niet.
Deze keer gaf google maps een aantal opties richting Duitsland. Meer opties in elk geval dan de vorige keer.
Die route riep tal van herinneringen op: ze liep namelijk tot aan Apeldoorn gelijk met de route die ik altijd reed voor mijn werk bij de Lawaai Compagnie van de Blauwe Maffia. Groot deel over de Veluwe dus.
En nog steeds prachtig rijden daar.
In een flits zag ik op de teruggaande baan bij een pompstation dat de benzineprijs daar niet zo krankzinnig was, als in de stad, dus ik besloot om op de terugweg mijn tankje daar af te vullen.
Niet dat dat nu in Duitsland niet ook veel goedkoper is, maar het was simpelweg onzin om die paar liter in Duitsland te tanken, om dan bij terugkomst alsnog.... U snapt: ik had mijn auto de vorige keer te leeg gereden, deze keer niet leeg genoeg.
Aangekomen bij het "Tabaksdepot" leek het erop alsof de mensen me er inmiddels al kenden.
Ze kennen het type, dat is zeker. Maar ook de bezoekers. Uitsluitend Nederlanders. En we weten allemaal wat voor sloebers dat we zijn; het schept een band. Een vriendelijke knik links, een guitig praatje rechts. Het is er heel snel 'ouwe jongens, krentenbrood'.
Ik wilde dus terug via het door mij voorgenoemde tankstationnetje langs de N305, en vol verwachting opende ik Maps maar weer. Geen enkele optie werd genoemd. Daar waar ik op de heenweg dus 4 opties kreeg naar Elten toe, kreeg ik nu, naar huis, maar 1 optie.
Zoeken en swipen langs de route leverde me helemaal niks op, Maps wilde doodweg niet meewerken.
Daar kan ik me dan met volle overgave compleet over verbazen. Waarom de fuck, krijg ik op de heenweg allemaal opties aangereikt, maar op de terugweg niet? Mijn verbazing grenst dan ook wel aan enige frustratie.
Uiteindelijk besloot ik om dan maar via google te zoeken op tankstations langs de N305, en eenmaal gevonden, die in Maps in te voeren.
Ik vind dat volstrekte onzin, maar blijkbaar moet het zo omslachtig.
Overigens: mocht ik ooit wat meer tijd hebben, ga ik met moeder de vrouw langs, want het is los van de goedkope tabak, een hele mooie regio, geloof ik.
Ik ben dus nu definitief overgestapt op 'matching'. Dat is een in het OV veel besproken, en niet eens negatief ervaren planningstool, waarbij ik als chauffeur zelf kan aangeven welke dagen ik vrij wil zijn.
Mijn argumenten om mijn 'fantastische' werkrooster achter me te laten, was vooral het feit dat ik een beetje lauw werd van 6 weekenden achter elkaar werken. En ja: dat leverde me weliswaar 5 vrije dagen op rij op, welke ik met het inschieten van 3 snipperdagen eenvoudig tot 11 dagen kon verlengen, maar dat haalde niet weg dat ik maar 1 weekend per 7 weken thuis was.
Na die rampzalige 40 urige werkweek, die me compleet door de strontmolen haalde, was het hoe dan ook enorm verkwikkend om maar 32 uur te werken, en dus relatief veel vrij te zijn.
Maar na een 3 tal jaren dit gedaan te hebben, begon dus het gebrek aan vrije weekenden me op te breken.
40 uur zag en zie ik niet zitten ,maar 36 uur was een prima compromis. Ik maak dan een beetje het verlies van weekend toeslag goed, en kan mezelf meer weekenden thuis geven.
Dat is althans de theorie.
Want ik zou 40 uur om 32 uur gaan werken. En dat om en om. Om en om.
Bij het invullen, bleek er al snel een bug te zitten in dat programma, waar wij (ik sprak een collega die tegen min of meer hetzelfde aanliep) nogal moedeloos van werden.
En niet alleen een per ongeluk'ke bug, maar ook een intentionele, die niemand die ook maar enigszins beschikt over iets dat lijkt op gezond verstand, zou hanteren: de week begint op zondag. Ja. Je plant dus op zondag. Totaal onoverzichtelijk, en tegen elke vorm van logica ingaand, aangezien de rest van de wereld de week ziet beginnen op maandag.
Een ander nadeel is dat wij in dat systeem alleen horizontaal kunnen plannen, en niet verticaal. Waardoor je dus eigenlijk de bejubelde flexibiliteit te niet doet.
En dan is het alsnog de vraag of ik krijg wat ik invulde. Want je vult dus in wat je wel en niet wil werken, dan gaat het systeem er een paar nachten over slapen, en dan krijg je je definitieve rooster.
Men streeft naar een 80% 'match' en dat zou neerkomen op twee dagen die niet overeen zouden komen. Ik ben dus heel erg benieuwd, of ik mezelf niet enorm enthousiast in mijn eigen voet heb staan schieten.
Op advies ben ik eens wat onderzoek gaan doen naar mijn eigen zielenheil. Er zijn namelijk best wel momenten dat ik denk:"Goh, ik lijk mijn moeder wel". En dat vaak op momenten die op zijn zachtst gezegd wat minder florissant zijn voor mij en (vooral) mijn omgeving.
Ik kan namelijk enorm kritisch zijn, en niet alleen tegenover mijn omgeving, maar vooral en weinig subtiel tegenover mezelf.
Dat onderzoek wordt ondersteund door een man die mogelijk meer dan ikzelf ADHD heeft.
En dat leidt niet alleen tot hilarische momenten der herkenning, maar ook tot de opmerking dat ik eens wat meer zelf-compassie moet hebben.
Meer accepteren dat ook ik grenzen heb, en dat dingen die ik doe nu eenmaal niet altijd 100% perfect zullen zijn. En mezelf dan niet meteen tot de grond toe afbranden, en zeker ook mijn omgeving niet. Maar vooral mezelf niet.
Zelfcompassie dus.
Ik schoot meteen in de verdediging. "Maar het is ook gewoon godvergeten tijdverspilling als ik een deur verf, die dan vervolgens godverdomme naar de godskolere gaat omdat die verf niet zo droog is, als me godverdegodver beloofd was, en als ik godverdetouwtyfus NIET met die hoerendeur tegen de muur was geschaafd dan was er veel minder godverdetouwteringse kutkrassen op die grafdeur geweest, en ik had dat allemaal moeten zien en voorkomen, en zelfs dat kan ik godverdesakkersekutzooi niet en...
Te midden van die tirade zag ik hoe de man me grijnzend aan zat te kijken, ik realiseerde me dat dit dus hét moment was dat een beetje zelfcompassie en acceptatie van het feit dat niet altijd alles in één keer goed zou kunnen gaan, wel op zijn plaats was.
Schaapachtig begon ik te grinniken. Het punt was gemaakt.
Maar ja. Dat is één moment.
Er was nog een moment. En nu kan ik er om grimlachen....
We hadden op verzoek van mijn enige echte eigen Ilse, de klapkar even verplaatst naar de parkeerplaats van ons domeintje.
Hier is meer ruimte om even te experimenteren met diverse voortenten, luifels en ruimte. Iets dat in de voortuin gewoon net niet (helemaal niet) past.
Dus dat ding uit de tuin geplukt, aangehaakt, en bij aankomst op de parking van de tuin, kwamen we er gniffelend achter dat wij beiden de sleutels waren vergeten. Dom en kut, want zonder sleutel kan het dak niet open, en kun je er geen voortent aan proberen.
Goed, Ilse was met de fiets, ik met de auto (klapkar achter een fiets, is echt geen doen), dus ik kon even heen en weer om die vermaledijde sleutels te halen.
Dat gedaan hebbende, gingen Ilse en haar moeder aan de probeer, om te constateren dat de voortent van mijn schoonouders op zich genomen wel zou kunnen, maar dat het eruit ziet alsof het geheel voorover op zijn smoel wil vallen.
Maar de luifel die wél bij zo'n paradiso past, bleek een wat kariger, maar betere optie te zijn.
Zo gezegd, zo gedaan.
Ondertussen was ik een paar dagen woest in de weer met de heg rondom ons domein. Die was veel en veel te hoog (en ook veel en veel te dik, maar dat maakt me nu de pis nog niet lauw) dus die moest ingekort worden.
Dat deden we met elektrische heggenscharen, elektrische kettingzagen, half botte kniptangen en veel geworstel.
De snoeisels: die moest ik in minimaal 15 keer naar de takkenstortplaats rollen. Zoveel kwam er af.
Ik was dus een paar dagen te zeer in de weer met professioneel heggen-worstelen, maar donderdag vond ik een gaatje om die klapkar weer terug naar ons huis te rijden.
Overal aan gedacht.
Ik had zelfs sleutels bij me.
Die sleutel was nodig omdat er een disselslot op zit.
Die sleutel, die paste niet. Die sleutel ging niet het gaatje in. Die GODVERGETEN KUTSLEUTEL.
Vloekend en tierend kwam ik thuis.
Ik was de sleutel vergeten, en zo brieste ik tegen Ilse nog wat fraais over het feit dat ik de verkeerde bos sleutels had.
Ik voelde me kortom: een heel klein beetje een sukkel.
Toen ik mijn hartje had gelucht, mijn buikje had gevuld met een bakkie koffie, ging Ilse mee om enerzijds te kijken of ik niet door de klapkar heen zou rijden bij poging 2, maar ook om haar gelijk (ik zou volgens haar de sleutel niet goed genoeg geprobeerd hebben, iets dat ik ten stelligste ontkende) te bewijzen.
Met een schmug-face keek ik toe, sardonisch blij verwachtend dat Ilse dat hoerenslot niet open zou krijgen.
Uiteraard kreeg ze het slot open.
Uiteraard.
Zelfcompassie dus...
Dat heeft wat tijd nodig.
Komt goed.
Nu lachen we erom.
En uiteindelijk is het Jente die ervan gaat profiteren, omdat ik minder mijn moeder ben op momenten dat ik dus wél in staat ben om aan zelfcompassie te doen.
Compassie.
Mijn schoonouders hebben dus ook zo'n domeintje, hemelsbreed een dikke 500 meter bij ons vandaan.
En ik ben er nog wel eens, op uitnodiging, of om een handje toe te steken.
Ook zij leven er in de lekkere rust, als Goden in Frankrijk.
Ik was daar, om even een bakje koffie te slobberen, wat gereedschap uit te wisselen en gezellig te kletsen.
Ons huisje heeft zo'n zonnescherm dat je met een slinger naar omlaag draait, zij hebben een heus frame met een mooi zeil erover.
Daarmee kweek je op het terras een lekker beschut plekje voor als je wel lekker buiten wil zitten, maar niet per se heel erg zit te popelen om nat te regenen.
Dat zeil hebben mijn schoonouders recent helemaal vernieuwd, in de hoop dat die strakker zou zijn, en dus minder water zou opvangen en zou doorzakken.
Dat leek me wel aardig gelukt te zijn. Het ziet er erg strak uit. En ik complimenteerde ze ermee.
De onderwerpen wisselden wat, en mijn schone moeder vroeg me of ik even het tentdoek aan wilde raken.
Ik miste de villeine glimlach op het gezicht van mijn schoonmoeder met kilometers. En mezelf heerlijk onbewust van de valse grap, duwde ik zachtjes tegen het tentzeil.
En kreeg dus een flinke kledder water op mijn smoel. Want blijkbaar was ook het nieuwe zeil niet geheel vrij van het opvangen van hemelwater.
Verbijsterd stond ik, druipend voor mijn daverend lachende schoonouders. Mijn ogen knipperend van de letterlijke en figuurlijke kouwe douche die ik ongewild kreeg.
Die Amerikanen zijn gek.
Dat wisten we uiteraard al, ze stemmen massaal op Trump, dus dat ze het verstandelijke vermogen van een 5-jarige niet halen, is evident.
Maar een jaar of 32 geleden, pleegde een 18 jarig meisje een moord. De achtergrond is me niet bekend, hoe toerekeningsvatbaar ze was, ook niet, maar het toendertijd zijnde kind werd veroordeeld tot de doodstraf.
Logisch zou zijn geweest, als je dan toch per se iemand dood wil hebben na een misdaad (ik ben er moreel heus niet op tegen, praktisch gezien wel, juist vanwege onder andere deze zaak), doe het dan meteen. En doe het goed.
Deze inmiddels dame, heeft vervolgens 32 jaar, verzorgd en wel in de gevangenis doorgebracht. Dat is duur. Dat is een enorme kostenpost. Veel duurder dan een simpele kogel, of een stroomstootje, zo hier en daar.
Nee, eerst moet zo'n mens maar eens 32 jaar op kosten van de belastingbetaler gedwongen uit haar neus zitten smikkelen.
Over inefficient gesproken...
Maar het heuglijke moment brak aan, en na 32 jaar neuspeuteren en wat juridisch gesoebat, kreeg de dame dan eindelijk haar spuitje.
Eind goed, al goed?
Niet helemaal.
Na niet minder dan 7 naalden, en 2 doses aan gif, bleek de fysieke wil om te leven onverminderd groot en de executie een totale martel- en afgang. Ook niet voor het eerst.
En nu komt het: de dader (welke nu dus in mijn ogen slachtoffer is van een compleet debiel systeem (het zijn en blijven verstandelijk gezien 5-jarigen) ligt in het ziekenhuis, waar men HAAR LEVEN PROBEERT TE REDDEN!.
Heb dan toch maar een klein beetje compassie en maak de klus af. Geef dat arme mens toch in vredesnaam een kogel.
Als het niet in- en intriest zou zijn, zou je hier toch om moeten lachen.
Wat een volk.
Gelukkig woon ik in een land dat er niet heel veel meer, maar wel een heel klein beetje meer beschaving op na houdt.
En dat maar weer aan het wereldwijdeweb te hebben toevertrouwd, moet ik toch weer eens doen alsof ik werk. Ik ga er het komende weekend voor de volle 68,7% tegenaan.
Ik wens eenieder een beste.
donderdag 24 september 2026
SHIT!!!! En andere kleine aangelegenheden.
Een paar jaar geleden werd ons toilet gerenoveerd.
Met nieuwe pot.
Want ja. Wat heeft een toiletrenovatie voor zin, als je niet op zijn minst ook de pot vernieuwt. Het kakt toch wat lekkerder, zo'n nieuwe pot.
Zo'n hippe, ultramoderne randloze pot. Wat dat precies aan voordelen biedt, ontgaat mij een beetje, moet ik bekennen. Ik ben geen toiletpottoloog.
Ik zeikstraal erin, ik doe er groots en meeslepend mijn avondmaaltijd op de boot zetten, maar voor de rest: I don't give a shit, om maar treffend bij het onderwerp te blijven.
Als er maar een soft-close bril op zit, want als ik heb staan plassen, vind ik het serieus vervelend als die bril met een enorme klap op de pot stuitert. Ik schijt zeven kleuren van de schrik, als die bril op de pot klapt. Zeker omdat een niet-soft-close bril, die niet helemaal waterpas staat, de neiging heeft, om nog tijdens het klateren al naar beneden te storten, met alle spetterende gevolgen van dien.
Van het feit dat het om een randloze pot gaat, zie ik weinig voordelen, zoals ik al zei. Wél heb ik inmiddels een nadeel ontdekt.
Dat zit zo:
Doordat het om een randloze pot gaat, stroomt het water op een andere manier in de pot. En blijkbaar dus niet meer langs de plaats waar je normaliter het toiletblokje zou hangen. Waar je normaliter dat blokje hangt, blijft het droog, en dus komt er geen verfrissende geur en reinigende meuk door de pot.
Daar had mijn allerliefste, enige echtgenote iets briljants op gevonden: ze hangt hem aan de voorzijde van de pot. Daar komt het water wel, en dus ook langs het toiletblokje, waardoor het toilet weer fris ruikt, en enigszins wordt gereinigd. Iedereen blij. Nietwaar?
Ja hoor, iedereen blij. Hoewel...
In eerste instantie viel mij de plaatsing van dat toiletblokje niet zo erg op. Ik stond erbij, liet de straal klateren, keek ernaar en vervolgde mijn "whereabouts".
Een uurtje later moest ik de grotere variant van het toiletteren in de praktijk gaan brengen. Met dank aan het prikkelbare darm syndroom dat in onze familie welig tiert, moet dat soms wel drie keer per dag. Dit was de eerste keer.
Ik vleide mezelf neer op de pot, en merkte dat er tijdens 'de daad' toch enigszins een ruimte conflict ontstond tussen mijn mannelijkheid en de pot. En een wazig soort schoonmaaklucht steeg van tussen mijn benen omhoog.
Vaag, heel vaag. Ik kon me niet herinneren dat ik enthousiast van de Andy heb lopen slobberen. Ook een stukje unicura-zeep was geen onderdeel van mijn genuttigde avondmaaltje.
Waarom mijn ontlastende wateren en vastere vormen dan ineens zo fris roken, was me eerlijk gezegd een raadsel. Ik stink normaliter. Op de WC, welteverstaan.
Maar goed. Ruimtegebrek op de wc, ik schoof wat naar achteren, maar dat leverde me gevoelsmatig geen winst op. Niet qua ruimte. Maar ook niet qua comfort. Heel de tijd het idee dat ik zo ver naar achteren moest, dat ik bang was om op de achterrand van de bril te kakken. Heb je daar zo'n dampende hoop bruin op een witte bril gelegd. Is ook niet echt charmant.
Goed, na het afronden van dit (on)welriekende avontuur, toog ik aan de koffie en dacht er verder niet meer aan, tot ik wederom voor een kleine boodschap naar het kleinste kamertje toog. Ik lichtte de bril op, keek eens wat beter, en ontwaarde daar het gewraakte toiletblokje. Prominent op een plek waarvan iedereen had kunnen verzinnen dat die direct tot conflicten zou leiden met incidenteel zittende mannelijkheden.
Iedereen, maar niet mijn lieve echtgenote, die om begrijpelijke redenen totaal niet had kunnen verzinnen dat ik mijn piemel op, achter, om en over dat ding moest zien te draperen tijdens het kakken.
En dan nog niet in staat zijn om comfortabel te re-laxeren.
Enfin, ik heb het ding voorlopig maar weer daar gehangen waar die mij niet in de weg zit. Gaat die wel langer mee.
We waren lang in de veronderstelling dat we konden geloven dat de badkamer af was. Uiteraard was dat niet zo. Want voor het mooi moest er wat met de deur gebeuren (en ja, bij een nieuwe en mooie badkamer, wil je geen ouwe, lelijke deur).
Die deur was een standaard huis-, tuin-, keuken- en badkamerdeur. Gewoon zo'n ding van hardboard met een primerlaagje erop, waarbij nooit iemand (ook wij niet) tot het lumineuze idee kwam om daar eens een extra laagje wit op te kwasten, ter verlenging van de levensduur van het ding.
Dus tijdens het klussen, viel ons al op dat die deur toch wel erg veel en vooral merkwaardige vlekken vertoonde. Die vlekken bleken opbollingen te zijn onder het primerlaagje. Blijkbaar dusdanig dun, dat die het na zoveel jaren gewoon op had gegeven om dat hardboard te beschermen tegen het vocht van een badkamer.
Eventjes hebben we met de aannemer zitten dubben over een nieuwe deur. Danwel opkalefateren van deze.
In onze straat was een snuiter die een naar zeggen "als nieuwe" deur verkocht. Goed, daar ging Ilse even kijken. Blijkt dat wat de één 'als nieuw' vindt, voor ons gewoon een net zo versleten, en sleets geworden deur was. Dus dat niet gedaan.
[Omdat marktplaats in veel gevallen vindt dat men over elkaar reviews moet schrijven, gaf Ilse de man een vriendelijke 4 of 5 sterren beoordeling. Helaas vond deze teringhond dat Ilse zich niet aan de afspraak had gehouden, en gaf dus 1 ster. Als die klootzak gewoon eerlijk was geweest, hadden we sowieso niet komen kijken, eikel. En dat woont dan toevallig ook in deze straat, ik ga hem er nog eens 'vriendelijk' op aanspreken...]
Omdat de tijd begon te dringen, hebben we uiteindelijk besloten om op een later moment de huidige deur op te kalefateren. Blikje verf en parafernalia gekocht, en dan maar aan de kwast.
Die dag was donderdag.
Ik was oprecht in de veronderstelling dat het een kwestie van schuren, afboenen en lakken was.
Helaas bleek het opkalefateren iets meer voeten in de aarde te hebben: een van de scharniertjes was uitgescheurd, en bijna had ik die deur naar die asshole-buurman getrapt, maar na iets langer nadenken, vond ik een manier om die scheur goed en stevig te repareren.
Verder schuren, lakken en toen drogen.
20 uur.
Ja, even niet echt op die verfpot gekeken, anders had ik in de winkel al gekozen voor iets dat sneller droog zou zijn.
Toen verder met het huis wat aan kant brengen, en toen ik buiten ging roken, zag ik tot mijn immense ongenoegen allemaal troepjes op die verf gewaaid.
Les voor de andere kant van die deur: buiten schuren, binnen afhangen en aflakken. Anders blijf ik bezig.
Eén van de zaken die op de verse laklaag van de deur was geland: een vlieg, die die verse laklaag blijkbaar als ultieme landingsbaan zag. Hoeredier. Stompzinnige stuntpiloot.
Ik overwoog serieus om het beest met een tweede laklaag gewoon definitief als een soort van trofee wit en weg te kwasten. Uiteindeljk heb ik dat niet gedaan. Ten slotte gaat het om de mooi, niet om mijn korzelige wraakzuchtigheid.
Met een pincet deed ik een poging om het beest uit de nog natte verf te trekken. Dat leverde mij (en hem) twee geamputeerde poten op. En de uiteindelijke extractie van het beest, leidde dan ook tot zijn onmiddelijke dood.
Maar daar kan ik goed mee leven. Ten slotte gaat het om een mooie badkamer, niet om een soort van mausoleum in de verf van onze badkamer.
Uit het nieuws: alle verkeersboetes gaan omhoog. Maar als je wat kinderen dood rijdt omdat je gewoon een stoere sneue lul bent, dan hoef je voorlopig de gevangenis zelfs niet in. Artikeltje 5, wordt minder zwaar bestraft dan het rijden zonder gordel. Een paar dode kinderen op je ranzige geweten, en je mag gewoon in alle rust en vrijheid je proces afwachten, en waarschijnlijk kom je dan weg met een paar uurtjes schoffelen, en een maandje niet rijden.
Maar owee als de nabestaanden (overigens geheel terecht) besluiten om deze inferieure dwaasbanaan na een paar uur bevlogen martelen, toch maar een kopje kleiner te maken, dan zijn de rapen gaar, en is er ineens op miraculeuze wijze wél plaats in de gevangenis.
Ik vraag me nu wel ineens af of de rechter die dit besloten heeft, zichzelf nog recht aan kan kijken in de spiegel. Ik vraag me af of zijn wijf een welterusten kus van zo'n rechter-lul nog zonder te rillen van afschuw in ontvangst kan nemen.
De rechter hier is net zo ranzig als de moordenaar. Welke rechter laat zo'n untermensch nu nog de maatschappij in wandelen? We hebben geen populisten meer nodig om de rechtspraak in Nederland in twijfel te trekken, dit soort rechters zorgt daar zelf wel voor.
Aanfluiting.
Maar goed, laat ik positief afsluiten: ik geniet van mijn vrije 10-daagse. En dat is voorlopig de laatste keer, denk ik.
Omdat ik er voor heb gekozen om toch maar mee te gaan doen aan dat fan-tas-tische zelfroosteren. Ik ben nog steeds van mening dat een goed bedrijf zorgt voor goede en gebalanceerde roosters. Dat doet mijn bedrijf niet. Die laat het nu over aan het personeel. En met dien verstande dat het programma de uiteindelijke beslissing neemt, en je dus nooit kan overleggen... Tja.
Ik begon toch wel een beetje flauw te worden van 6 uit 7 weekenden werken. Dus toch maar zelf roosteren, met dien verstande dat ik er ook wat voordeel uit wil halen, dus ik wil meer uren werken.
Na flink wat puzzelen heb ik een gebalanceerder rooster weten te maken, waarbij ik meer weekenden thuis ben.
Dat lijkt me een prima zaak. Zeker gezien het feit dat ik het zelfs voor elkaar heb gekregen om eens in de 3 weken 4 dagen achter elkaar vrij te zijn.
Dus een heel erg kleine, heel erg voorzichtige "hoera".
Ik wens in elk geval eenieder een mooi weekend toe.
vrijdag 18 september 2026
Verkeer(d), kippen en compost
Het was weer zo'n weekend waarvan ik het vermoeden kreeg dat de minister van Rijkswaterstaat zijn jeugd-trauma over de pesterijen van de CEO van Schiphol even moest botvieren op alle reizigers rondom Schiphol.
Wat een ellende is dat soms.
Snelwegen dicht, omleidingen hier en file's daar. Ongelukje zus en pech gevalletje zo.
Tuurlijk: ik snap ook wel dat men onderhoud moet plegen, maar de timing en planning is zo volkomen ruk, dat ik vermoed dat ambtenaren daadwerkelijk geen seconde verder kijken dan hun neus kort is.
Op de terugweg was het niet veel beter, en ik besloot om rechtstreeks naar de A4 te rijden, in plaats van binnendoor naar de A4.
Stom, want rechtstreeks, bleek volkomen vast gelopen te zijn, waardoor ik moest besluiten om toch maar terug te rijden en binnendoor te gaan.
Toen ik die route eenmaal uitgereden had, was er verder (behalve dus de alternatieve route, die op zichzelf al kut genoeg is) niet veel aan de hand.
Tot ik de afslag naar mijn huisje genomen had.
In de verte zag ik ze al staan: een hoop oranje zwaailichten. En toen ik naderde, een hoop politie op de been.
In eerste instantie dacht ik aan een heel erg fors ongeluk. Alles stond kris-kras door elkaar, er was een heus tentje op gezet, dus ik begon al medelijden te krijgen met de betrokkenen.
Pas op het moment dat ik links en de vent voor me rechts gedirigeerd werd, kreeg ik in de gaten dat het om een grootschalige alcoholcontrole ging.
En toen begon ik hem wel te knijpen.
Ik draag namelijk zelden een gordel. Alle argumenten voor die gordel ten spijt: ik vind het een hoerending.
Het belemmert me in mijn beweging, en dat voel ik gewoon in mijn ademhaling. Het voelt als opgesloten zijn.
En ja: rijdend langs diverse agenten, die hun beurt af stonden te wachten, leek het me een beetje 'Lord Wanhoop' om nog met mijn gordel te gaan rommelen. Dat zou gegarandeerd meer opvallen, dan het maar gewoon niet te doen, en te doen alsof er niks aan de hand is.
Tot stilstand gekomen, berustte ik in mijn lot: een dikke boete, niet voor alcohol (ik kwam net van mijn werk) maar voor die vermaledijde gordel.
Oom agent (gezien zijn leeftijd, hou ik het op het jonge neefje) groette mij vriendelijk, en gaf instructies over hoe ik in dat apparaat moest blazen. Ik wilde hem al met een royaal gebaar in mijn waffel proppen, maar dat bleek niet nodig. Er naartoe blazen was al voldoende.
Dat ging allemaal erg vriendelijk.
Ik wachtte op een reprimande en een boete, maar kreeg te horen dat ik, zodra de mensen voor me gingen rijden, achter aan kon sluiten om mijn weg te vervolgen.
Dat liet ik mij geen twee keer zeggen, en na een vriendelijk goedenacht over en weer, stormde ik door naar huis.
Om de een of andere reden kom ik altijd mooi weg, met die gordel.
De vorige keer werd oom (neef) agent terwijl hij een boete aan het uitschrijven was, gestoord door een veel belangrijkere zaak, hij kwakte mijn rijbewijs terug en stoof er vandoor.
Maar er was toch wel een soort van karma, want een paar dagen later werd ik ineens aangevallen door een gebakken kip.
Ik eet vrij veel kip, want kip is niet zo vet, met kip kun je veel kanten op en het is niet al te duur.
Toen ik nog wat minder bedreven was in het bereiden van kip, kwam het vrij vaak voor dat ik een homp taaie, droge vogel op mijn bord of in mijn trog had.
Niet te snijden, maar als ik dan wat harder mijn best deed, rafelde dat stuk dier in allemaal van die kleine, taaie, droge draden uit elkaar.
En kauwen... Niet meer normaal.
Maar goed, inmiddels heb ik in het snotje hoe ik een lekkere, sappige en malse kipfilet kan maken.
Deze keer met een zelf gefabriekt pepersausje, die eigenlijk meer naar ui en knoflook smaakte, dan naar peper, maar dat heeft te maken met het feit dat mijn peperbus leeg was, maar ik nooit een tekort aan knoflook heb.
Iets over de helft van mijn dienst, kreeg ik wat later pauze dan ik op had geanticipeerd. Sterker nog: het is dat mijn laatste vlucht vol zat met mensen waar ik over het algemeen weinig mee op heb, anders was ik hongerig aan de passagiers gaan knagen.
Mocht ik eindelijk mijn kippetje (en de rest) in de magnetron schuiven, om lekker te gaan smikkelen, joepie.
Dat smikkelen leek in eerste instantie goed te gaan, maar lui als ik ben (ik doe niet graag de afwas, zeker niet in een gootsteen waarvan sommige mensen vinden dat ze er hun afgelebberde koffiebekers voor de eerlijke vinder achter moeten laten) besloot ik mijn hele maaltijd met louter mijn lepel aan stukken te hakken.
Zo ook mijn heerlijk sappige, malse stukje kip.
Toen ik voor de derde of vierde hap die lepel in het stukje kip propte, had die kip ook wel genoeg van mijn luie tafelmanieren, en voor straf sproeide hij een flinke straal gepeperde nattigheid met een angstwekkende precisie (voor een dooie kip, that is) in mijn oog.
Hete, gepeperde nattigheid in je oog. Dat doet pijn, kan ik zeggen.
Ik heb nog heel de avond mopperend last gehad van die rancuneuze kutkip.
Maar misschien had het niks met mijn tafelmanieren of mijn gordel te maken. Misschien was het wel gewoon een bang-for-buck-plofkip, die het laatste woord wilde hebben.
Van het beetje hout dat er over is van de badkamer-verbouwing, wilde ik vele dingen maken. Een pergola voor bij de vijver in ons tuintje, was één van die zaken die we beiden willen.
Maar daarvoor ontbrak er toch wel wat aan, en met de herfst en winter in aantocht, is een pergola om lekker buiten te zitten, niet meteen het eerste waar we aan denken.
Wat wél in ons hoofd opkwam: een compostbak.
Onze tuin heeft een veelvoud aan nog onontgonnen hoekjes en plekjes. Het is gewoon een groot ding, en we hebben al heel veel aangepakt en min of meer naar onze smaak gemaakt, maar met name ondergetekende moet heel erg wennen aan het feit dat er in een tuinierseizoen nu eenmaal niet alles mogelijk is. Vooral ook omdat ik nogal gedwongen door mijn betere helft ook moet genieten.
Dat niet alles vandaag af hoeft, en dat perfectie geen vereiste of doel is.
Eén van die hoekjes betreft letterlijk een hoekje. Een hoekje dat ver bij het huisje af ligt, en ook niet erg in het vizier. Er staat een zieltogend perenboompje, begroeid met en verstopt tussen allerhande grondkruipers en woekeraars, en we hadden er "for the time being" de restanten vijverfolie neergekwakt, omdat die zwart-groene lappen nu eenmaal erg ontsierend waren in de rest van de tuin, en we aan afvoeren nog niet toe waren gekomen. (Nog steeds niet, maar soit).
Van dat hoekje besloot ik de afgelopen keren dat ik er was, een klein projectje te maken: ik ging de perenboom bevrijden uit de woekerende greep van wilde braam en andere lianen, de grond eromheen maakte ik vrij van bodembedekkers, die heel wat meer bedekten dan de bodem alleen: niet één keer dat ik op mijn achterste stuiterde omdat de vorige eigenaars er aardigheid in hadden om stalen pijpen de grond in te slaan, die dan 10 centimeter uitsteken. Omdat die dus ook overwoekerd zijn, zag ik ze niet en struikelde ik erover.
Toen bleek dat hoekje toch hoe dan ook nagenoeg onzichtbaar vanuit het huisje en besloot ik dat dat een uitgekiende plek zou zijn voor een compostbak. Ten slotte: ik heb hout, ik heb gaas en karton: wat houdt me tegen om een plekje te maken waar ik zelf compost kan maken?
Ik besloot niet al te moeilijk te doen: het nemen van de maat, deed ik met enige fantasie, en ondanks de voorzichtig opgeworpen bezwaren van mijn eega, toog ik aan de zaag.
Het resultaat is een bak die groot genoeg is om Jente in te laten wonen, als ze later geen kamer kan vinden. Tegen die tijd de compost eruit scheppen, dat is goed voor alle voedsel die ze er dan zelf kan verbouwen.
Ik ben vreselijk uit de bocht gevlogen. Ik had beter wél kunnen meten.
Aan de andere kant: op die plek valt de grootte niet erg op, en eigen compost is toch best een mooi ding.
En dit alles maar weer geschreven hebbende, staat uw weekend te beginnen, het mijne is net achter de rug.
Nog maar vier dagen werken, en ik mag weer genieten van 10 vrije dagen op rij. Tijd zat om Jente's kamer de compostbak te gaan vullen met allerhande snoeirestanten.
Ik wens in elk geval eenieder een fijne toe
vrijdag 11 september 2026
Pareltjes en muren.
Ik heb de afgelopen week weer wat Pareltjes van het Platform mee mogen maken.
De herfst lijkt (ik zeg lijkt, want als ik dat niet zeg, lijkt het erop alsof ik zit te mekkeren over de vele stortbuien die ons land inmiddels weer teisteren, en ik wil niet negatief lijken, dus zeg ik bewust dat het erop lijkt) zijn intrede te hebben gedaan: woeste winden en ratelende regenbuien zijn ons deel.
Het was een vlucht die we niet standaard in ons takenpakket hebben zitten. En op zich is dat wel weer eens interessant. Kijkend naar de antraciete neus van een toestel ergens uit het Midden Oosten, in plaats van het tweekleurig blauw van onze 'Flag-Carrier'.
We werden hierin ondersteund door een van onze onvolprezen busco's.
Het ging om een B&G. Het vliegtuig wordt dan wél aan een brug gezet, maar omdat de grenscontrole een categorie strenger is, moeten de passagiers alsnog naar een andere grenspost worden gebracht, vandaar dat ze alsnog een afslagje eerder moeten nemen, en bij ons in moeten stappen.
Als chauffeur dienen wij dan buiten onze bus te staan, en de reizigers onze bus in te dirigeren.
Omdat contact met cabine-personeel nóg lastiger, zo niet ondoenlijk is, staat de busco erbij om te zorgen dat reizigers niet de mogelijkheid krijgen tot alternatieve en toeristischer escapades.
Maar goed, vlak na het aansluiten van die brug, besloot men tot een extra controle, al in het vliegtuig, waardoor de reizigers letterlijk druppelsgewijs naar mijn bus kwamen. En dan helaas niet druppelsgewijs als de regenbui waar ik in stond te wachten. Het duurde en het duurde.
Het is dat ik over een echt goeie en waterdichte jas beschik, als ik louter afhankelijk was van de verstrekte meuk, was ik serieus minder positief geweest.
Maar onze busco bleek los van een prima gozer om mee te converseren, ook nog eens attent.
Ik voelde op een gegeven moment mijn telefoon trillen in mijn zak, maar goed: ik neem nooit op als ik aan het werk ben. Spelen met mijn telefoon terwijl ik bezig moet zijn met passagiers vind ik nogal karig.
Toen ik omhoog keek, stond de busco naar me te gebaren, en ik begreep dat hij het was die me belde.
Telefonisch kreeg ik de mededeling dat er dus extra controles waren, en dat ik maar droog in mijn bus moest gaan staan.
Dat is nog eens meedenken. Daar word ik heel erg blij van. Oprecht een parel van het platform.
Onze nieuwe bussen, ik ben er wel aardig content mee. Ik zeg bewust: aardig content, want het zijn fijn sturende wagens. Maar, omdat ik mezelf volslagen ongeloofwaardig maak als ik niet een heel klein beetje zou mekkeren, moet ik toch ook melding maken van het feit dat er niet zozeer "wat kinderziektes" in zitten: het zijn op bepaalde punten gewoon hele besmettelijke epidemieën die die bussen teisteren.
Een van die kinderziektes betreft de deuren. Kinderziekte, of een complete poltergeist die af en toe groots en meeslepend wakker wordt om chauffeur en reiziger de stuipen op het lijf te jagen, met slapstick-achtige strapatsen.
Het is me inmiddels vaker voorgekomen, dat ik een lading passagiers bij een vliegtuig breng, ik open de deuren, stap uit om de stroom reizigers in het snotje te houden, en het verdacht kalm vind, op die opstelplaats.
Dan kijk ik eens wat gedetailleerder naar mijn bus, en zie dat die besloten heeft, om zonder dat ik daar expliciet toestemming voor gaf, de deuren gewoon weer dicht te doen.
Ik weet dat dit kan gebeuren, om wat voor idiote reden dan ook, en toch verwacht ik het niet.
En je staat gewoon voor lul. Gevoelsmatig.
Het pareltje in dit geval, is puur cynisch, want het betrof een reiziger die zichzelf erg belangrijk vond. Ik moest hem niet één, niet twee, en zelfs niet drie keer verzoeken (het laatste verzoek betrof een grom, want ik was er klaar mee) om achter de lijn te gaan staan en daar nu eindelijk eens te blijven.
Ik wil ten slotte verkeer van rechts kunnen zien aankomen, zodat ik kan remmen, en als die snuiter daar blijft staan, kan ik dat niet. Nou is het natuurlijk zo, dat als ik verkeer van rechts mis, omdat hij mijn zicht blokkeert, hij ook de eerste is die de hardste klap opvangt, maar goed, dat levert weer allemaal extra papierwerk op en daar heb ik gewoon geen zin in.
Hoe dan ook: ik kwam aan bij het toestel, en meteen drong de man weer naar voren, en wéér moest ik hem naar achteren bulderen. Ik was er nu wel klaar mee. Wat een betonnen bord voor zijn kop.
Na een paar minuten kreeg ik een duimpje van de stewardess, en besloot de poltergeist van mijn bus, om mij op grootse en meeslepende wijze gelijk te geven: ik opende de deuren, betreffende man wilde als een speer naar buiten: maar de poltergeist was sneller, en kwakte die deur meteen weer dicht. "KLABAM" en meneer daverde zomaar tegen die deur aan.
De overige reizigers zagen dit gebeuren, en schoten in een daverende lach.
Ik heb vriendschap gesloten met Paul de Poltergeist van de MAN bussen. Zoveel karma, is gewoon een voedende zalf voor mijn ziel.
Een ander pareltje is collega F. Collega F. is een ADHD'er tot en met, ondanks dat hij dat ontkent, en we carpoolen nogal eens samen. Levert ons beiden nog wat geld op, als het lukt.
Van de week lukte dat niet, want ik was later klaar.
Eenmaal op de a9, was ik er wel klaar mee: ik gaf een lekkere dot gas. In het donker wist ik het zeker: dat mooie donkere blauw, was de Fiat van F. Ik herkende dat kleurtje.
Ik vond het ergens wel wat vreemd dat ik zoveel later, F. op de a9 nog inhaalde, maar ach, de beste man is nogal eens afgeleid dus het verbaasde me ook weer niet heel erg.
Woest toeterend en opgewekt zwaaiend ging ik naast hem rijden.
Om aangestaard te worden door een ouwe dame formaatje Erica Terpstra, die de schrik van haar leven kreeg.
Mijn zwaaiende arm bleef wat schlemielig in de lucht hangen, en mijn laatste toeter stierf een wat besmuikte dood, zo vlak voor de gaasperdammer tunnel.
Hier kon ik me echt niet meer met goed fatsoen uit redden.
Een stevige dot gas dan maar.
Collega F. stond al lang en breed onder de douche, hoorde ik later.
Persvrijheid.
Toch een beetje het nieuws aanhalen.
Ongehoord Nederland. Een flutje van een omroep, waarin zelfverklaarde journalisten voornamelijk complot-theorietjes en platte, halve feiten uit het kamp van conservatief-rechts-gristelijke hoek ophoesten.
Populisme en polariseren, waren nagenoeg de enige talenten van de lieden binnen deze "omroep".
Als je het mij vraagt, was de naam van dit omroepje volstrekt verkeerd gekozen. De doelgroep van deze club was nu juist het soort dat op sociale media en daarbuiten oorverdovend en oogverblindend (dat laatste vooral vanwege het aan analfabetisme grenzende gebrek aan grammaticale vaardigheden) hun meningen en """feiten""" hoorbaar en leesbaar wisten te maken. Niks ongehoords aan.
De minister trekt nu de licentie in vanwege een paar uitspraken over meneer Hitler, welke de druppel waren die de emmer deed overlopen.
Een ongelooflijk stomme fout, als je het mij vraagt.
Ten eerste omdat ik oprecht vind, dat de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting een groot goed is.
En als een omroep die wil gebruiken om zichzelf volstrekt belachelijk te maken: hey: laat gaan. Gewoon doen.
Dat me dat als belastingbetaler een forse klap aan geld gaat schelen, vind ik niet zo relevant.
Wat ik wél relevant vind, is dat wappie-populistisch-gristelijk-rechts nu gaat lopen huilstruiken dat hun omroepje en daarmee hun mening niet gezegd mag worden, en dan wordt zo'n omroepje zomaar een martelaar.
Dom, heel dom. Liever in de openbaarheid, en weten wat zulke mensen bezighoudt. Dan kun je als het nodig is, je onderwijs erop laten inspelen. Mensen wat meer algemene kennis meegeven. Mensen wat stabieler en steviger ter been de maatschappij in laten rollen.
Maar als je het eruit snijdt, mis je dus waar dat soort lieden mee bezig zijn. Een fout die veel dictaturen ook maken: alles wat anders is onderdrukken. Maar dan gaat het ondergronds, en mis je een heleboel vitale informatie.
Had ze lekker laten reutelen. Het leverde op zijn best wat vermakelijke bullshit op, en verbazing mijnerzijds over de stompzinnige argumenten die ze op wisten te dissen.
Dat er zelfverklaarde experts rond banjeren die oprecht vinden dat meneer Hitler een toffe peer was, is toch niet zo vreemd, uit die kringen? En dat mag. Men mag meneer Hitler een toffe peer vinden. Dat je jezelf daarmee nogal belachelijk maakt, is een gevolg. Ten slotte: een mening mag altijd ter discussie staan. Ik vind bijvoorbeeld mensen die meneer Hitler een toffe peer vinden, nogal idioot. Dat vind ik van mensen die oprecht menen dat de aarde plat is, ook.
Hetzelfde gebeurde in Amerika: meneer Trump laat druk uitvoeren op een talkshowmeneer, om niet in gesprek te gaan met een democraat.
Je reinste inperking van persvrijheid.
Nu kun je van een oranje geschilderde baviaan in een apenland als de USA, ook niet veel meer verwachten dan dat, maar dat we in Nederland diezelfde kant op gaan, vind ik zorgwekkend.
Dit betekent overigens niet dat ik mijn blog open ga stellen voor populistisch geneuzel, want hier heerst geen persvrijheid. Mijn mening is de enige die hier verkondigd wordt. Hier op mijn blog ben ik de baas, en iedereen die het er niet mee eens is, klikt het maar gewoon weg.
Een kleine ontboezeming.
In een gesprek met iemand die daar verstand van heeft, werd mij verteld dat ik een nogal dikke muur om mezelf heb opgetrokken. En op zich weet ik dit van mezelf wel.
Toen mijn echtgenote en ik verkering kregen, schreef ik op deze blog daar al eens over dat zij opgewekt de muur om mij heen weghakte en zich gezellig naast me neervleide. Om er niet meer weg te gaan.
Ze hakte wel de muur weg, maar niet het fundament van die muur.
En in no-time stond die muur ook weer. Maar nu als veilige haven voor mezelf, mijn verkering-later-vrouw, en nog weer wat later mijn hele gezin.
Die muur is iets moois. Als je hem zou visualiseren: zo'n prachtige heel erg dikke in mergel opgetrokken kasteelmuur, waar allemaal plantjes groeien, gewoon omdat moeder natuur toch wel sterker is dan wat de mens maken kan. Vogeltjes vinden er hun nestplaatsen en uitkijkposten maken dat iedereen die zich binnen die muur bevindt een mooi uitzicht heeft op wat er buiten speelt.
En in die muur zit zo'n grote, dikke donker-eikenhouten poort, die open en dicht kan, om naar alle hartelust binnen of buiten te wandelen.
Binnen die muur kan ik ik zijn. Kan mijn gezin veiligheid, geborgenheid vinden.
Maar hoe mooi en veilig ook: het is en blijft een muur.
Mijn gezin zou ik het liefste niet alleen achter die muur, tot in lengte van dagen beschermd en veilig houden, ik zou ze het liefste in een mooie vitrinekast zetten. Zodat ik weet dat er niks is dat ze zou kunnen raken.
Maar dat kan natuurlijk helemaal niet.
Jente is namelijk veel socialer als ik. Waar ik dagen, weken en misschien wel maandenlang comfortabel en tevreden als een kluizenaar achter mijn muur zou kunnen vertoeven, heeft Jente veel meer behoefte aan sociale contacten.
En die muur, hoe mooi ook, lijkt dat toch wat te belemmeren. En dat maakt die muur een ambivalent ding. Want het laatste wat ik wil, is dat Jente last heeft van die muur. Die is er natuurlijk in eerste plaats voor mij. En Jente's veiligheid ligt misschien niet puur en alleen achter die muur, maar er juist ook buiten.
Ik vind dat lastig. Heel lastig. Want voor mij is die muur een fijn en vertrouwd bouwwerk. Ik moet alleen voorkomen dat die muur voor Jente een gevangenis gaat worden.
En met Ilse als medestander, lukt dat best aardig.
De poort in die muur, staat in elk geval voor Jente in 2 richtingen, wagenwijd open. Althans, dat is mijn bedoeling.
Genoeg werk aan de winkel, dus.
En dat bovenop alle andere zaken die een midlife-kerel bezig houden.
Anyway: dit maar weer geschreven hebbende, begint uw weekend, uiteraard moet ik de economie draaiende houden, dus ik wens u allen een beste toe.
vrijdag 4 september 2026
Dubieuze complimenten, kleptomane vossen en wankele knoflook.
Ik heb wel eens te horen gekregen dat ik positief moet zijn.
Als ik dat zo schrijf, lijkt het erop alsof ik een of andere mopperende boomer ben, persoonlijk vind ik dat meevallen. Ik ben gewoon erg kritisch. Op mezelf, op mijn omgeving.
Dat was mede een reden om geen nieuwsberichten meer aan te halen in mijn blogs. Ten slotte is het zo dat het nieuws nu eenmaal niet echt iets is om enorm blije rondedansjes om te maken.
Tot ik langs een berichtje kwam over een camping in Canada, waar men last heeft van een bende dieven, die het op schoenen gemunt heeft.
Deze rekels zijn beslist niet kieskeurig, het zijn niet alleen belachelijk dure sneakers die gejat worden, maar ook sandalen en slippers werden van nietsvermoedende kampeerders ontvreemd, evenals comfortabele wandelschoenen.
Heel soms verloren de schobbejakken een exemplaar, of vergaten stomweg de linkerschoen mee te nemen, de klachten van kampeerders bleven onverminderd aanhouden.
Wie waren deze onverlaten dan toch?
Een roedeltje van 5 vossen.
5 van die rood-bruine rakkers die 's nachts over de camping struinden, op zoek naar nieuwe patta's.
En waarom ook niet?
Die vossen leven al jaren in het wild, en moeten ineens een kudde mensen in hun domein dulden die ook als een soort van onaangepasten in een vreemd stoffen holletje, in de betrekkelijke wildernis willen vertoeven. Ik snap best dat die vossen daar een soort van tol voor heffen.
En mogelijk vinden ze het ook wel een prettig idee om hun eigen voetkussentjes wat veiliger over die woeste bospaden te kunnen bewegen.
En geef toe: een nieuwsbericht over een kudde kleptomane vossen, is vele malen vermakelijker dan het bericht dat Trump een computerspelletje maakt over het uitzetten van migranten. Niet dat men iets smaakvollers zou verwachten van die oranje kwast, maar toch.
En gesproken over schoenen: het is weer eens zo ver: ik ben een paar schoenen kwijt.
Mijn Meindls.
Schoenen die hun bestaan alweer dik 10 jaar geleden begonnen als stappers onder mijn VT-Blauw van de Koninklijke Marechaussee. Toen ik Het Wapen verliet, wilde men een heleboel terug, maar de schoenen en sokken kwamen niet op het lijstje met in te leveren artikelen voor. Daar was ik wel content mee. Niet zozeer met het feit dat ik die veel te dikke sokken mocht houden, maar een paar Meindls kost je als burger toch al gauw 250 euro, en ik kreeg er 2 zomaar kado.
Het eerste paar is inmiddels overleden, en weg.
Dat tweede paar heeft erg lang dienst gedaan als werkschoen, tot de huidige opdrachtgever besloot dat louter de wanstaltig oncomfortabele en volstrekt niet representatieve veiligheidsschoenen categorie s3 nog gedragen moeten worden. Het verschil is gewoon pijnlijk, letterlijk en figuurlijk. Waar de ene werkgever waarde ziet in goede schoenen, moet je het bij de ander doen met een paar Ali-express klompjes.
Maar goed: na veel zeuren, mocht ik dan toch een ander paar Ali-express klompjes uitzoeken, en ook dat zijn uiteraard geen Meindls, maar het voldoet. Min of meer.
Dus mijn laatste paar Meindls belandde werkloos ergens, en als ik ze weer eens vond, gebruikte ik ze op ons domeintje.
Ons domeintje waarvan ik weet dat er ook vossen leven. En waarvan ik dus nu vermoed dat ook Nederlandse vossen lijden aan een of andere vorm van kleptomanie, want mijn Meindls zijn verdwenen.
Ik kan ze niet meer vinden.
Als Ilse weer een beetje boven Jan is (ze had een forse keelontsteking) laat ik haar eens zoeken, want haar zoek-en-vooral-vind-skills zijn ongeevenaard.
Nederland staat nauwelijks bekend om zijn uitgebreide en extatische porno-productie. Kim Holland, schiet me zo even te binnen. En natuurlijk Don en Ad. Het olijke duo van extreem fout gestileerde kerels die met zinneprikkelende websites als het NK-zaadslikken en Rijschool 69 een hele cultstatus wisten te bereiken.
Zij lieten hun acteurs (of zichzelf, indien zij het "mannelijke acteertalent" waren) als een soort van parodie op het concept "foute man" uitdossen, om vervolgens met zo'n meisje aan de slag te gaan.
Het was zó gruwelijk fout dat ik me met een vlaag van zeldzame empathie afvroeg of zo'n meisje dan niet a) droger dan het aralmeer werd, b) door de slappe lach dusdanig veel trillingen in haar lijf kreeg, dat het mannelijke talent voortijdig tot ontploffing kwam.
Maar goed, dat is dus de Nederlandse porno die ik "ken". Van vroeger.
Ik ben uiteraard niet de enige, want nog niet zo lang geleden was er een collega die mij ervan beschuldigde dat ik op één van die snuiters zou lijken.
Dat zit zo:
Toen onze badkamer af was, had ik dik een maand geleefd zonder daadwerkelijk prettig functionerende spiegel, waarbij ik mijn gezichtsbeharing in toom kon houden.
Ik moest dus redderen met mijn tondeuse, en een spiegel in de gang van ons domeintje, en een dekseltje of iets dergelijks onder mijn kin, om te voorkomen dat wegschietende stoppels overal en nergens zouden belanden.
Toen ik eindelijk in de badkamer aan de slag kon gaan om mijn gezichts-struik bij te werken, was ik ook in alle staten van trots en vreugde, dat ik té enthousiast tekeer ging: daar ging de helft van 1/3e van mijn baard. Maar mijn snor bleef ongemoeid.
Vorige keren dat ik wat lompig uitschoot en mijn smoel-struik ongewenst decimeerde, maakte ik het vloekend af, en schoor ik alles maar weg.
Deze keer (overigens ook niet de eerste poging tot snor) besloot ik om te redden wat er te redden viel, en ik liet mijn snor ongemoeid.
Dat is altijd een beetje puzzelen, want mijn gezicht is verre van symmetrisch, dus ik moet wat knutselen met de tondeuze om het toonbaar te maken, maar naar mijn idee was ik best geslaagd in het in stand houden van iets dat in ontluikende fase van een prachtige snor zou kunnen worden.
Tot een collega me dus fijntjes meldde dat ik hem deed denken aan Don en Ad.
Voorwaar een dubieus compliment.
Maar omdat het toch een compliment is, blijft de snor voorlopig mijn smoel sieren. Waarom ook niet. Eventuele reizigers die ik ermee afschrik, zien mij toch niet meer terug. Dus dat trauma is in elk geval voor mij beperkt. En mensen die me vaker zien, en moeite hebben met het stukkie tuinbouw onder mijn neus, die moeten hun hoofd maar wegdraaien als ze me zien. Daar kan ik prima mee leven.
Het leek een puik plan: haal een hele stapel dakpannen naar ons domeintje, om wat moestuin cq. knoflookbakken van te maken, maak die bakken, gooi er aarde in, en doe de tenen in die aarde. Dát zou er nog eens mooi "cottage" uit zien.
De eerste bak stond vrij snel. Niet perfect, maar wel stevig en als een bak.
Niet perfect, want ik ben nu eenmaal niet heel erg gestructureerd als ik geen ritalinnetje snoepte.
Maar het stond.
Toen kwam ik er achter dat de plek die ik uitkoos, net te weinig zon zou krijgen, dus mogelijk niet de grote opbrengst aan knoflook op zou leveren die ik wenste.
Goddank had ik zoveel dakpannen dat ik een tweede bak kon maken, op een plek die veel meer zon zou krijgen.
Ik had echter weinig rekening gehouden met de bodem, die op zijn zachtst gezegd niet geheel egaal was.
De uitkomst laat zich raden: het staat, maar daarmee is alles gezegd.
En de knoflook, die moest nu toch echt de grond in.
Oke, dat had dus voor mij als knoflookliefhebber een wat meer glorieus moment moeten zijn.
Mijn nieuwe en grotere knoflookbakken in gebruik nemen.
Niet alleen was het veel meer pas- en meetwerk geweest, en was de uitkomst op zijn zachtst gezegd wat wankeltjes: toen ik zover was dat de knoflook daadwerkelijk de grond in ging, regende het pijpestelen.
Daar ging mijn voorgenomen plechtige plant-moment. Doorweekt van de net-niet-meer miezigerige motregen, heb ik in grote haast de tenen onder de grond geschoven, in de hoop dat ik volgend seizoen een majestueuze oogst zal kunnen genieten.
En dan krijg ik van ome K. nog een paar extra bolletjes, gewoon omdat meer knoflook altijd beter is.
En dit alles maar weer geschreven hebbende, had ik dus een dagje vrij, dat alweer op zijn einde loopt. Uw weekend staat te beginnen, ik wens u een allerbeste toe.
zaterdag 29 augustus 2026
Van de rokende ratten besnuffeld en bedouched.
De belasting ontwijker.
Met dank aan ouwe-zus-lief, ben ik dus een gedeeltelijke belasting ontwijker geworden.
Zij was zo wakker om mij te wijzen op het feit dat tabak in Duitsland zoveel goedkoper is, en na een net-niet kloppende rekensom, en een gezellig bezoekje in Limburg, beschouw ik mezelf dan maar als iemand die de kleine geneugten des levens niet geheel wil bekostigen met een bedrag dat nagenoeg even hoog is als mijn hypotheek.
Die net-niet-kloppende rekensom, is best belangrijk. En dat zat hem in het feit dat ik behoorlijk minutieus na ging wat ik per dag verstook, bepalen hoeveel er uit één emmer gehaald zou kunnen worden, en hoeveel emmers ik nodig zou hebben.
Samen kwamen we op 2 emmers uit. En dan ging ik uit van 5 weken.
Dat bleek niet helemaal te kloppen: ik kwam uit op krap 4.
En ja: dat is belangrijk, want ik wil maximaal 1x per maand naar Duitsland rijden voor mijn rookwaar, anders ben ik straks aan brandstof kwijt wat ik in Nederland aan tabak kwijt zou zijn, en dan vervalt het argument van de bespottelijke belastingen.
Goed, het was een probeersel, dus ik doe mijn uiterste best niet al te zeer agressieve gedachten te koesteren aan ouwe-zus-lief, die ook alleen maar haar best deed om me te helpen. Ik kreeg zelfs zo'n hulzenschieter van haar kado, en een nauwelijks werkende aansteker. Da's ook wat waard.
En ik moet zeggen: nadat ik jaren verstokt Lucky Strike rookte, ben ik over gestapt op Camel, en dat smaakt me ook prima. Zeker in de wetenschap dat het allemaal behoorlijk veel goedkoper is.
Maar dat dus allemaal daargelaten: ik raakte dus wel een pietsie in paniek toen mijn tweede pot sneller leeg ging dan ik op had geanticipeerd.
En het prikken van een datum om naar Duitsland af te reizen, bleek ook al geen sinecure. Kortom: mijn zenuwen lieten zich niet meer kalmeren door een peukje, want die voorraad slonk zienderogen. (Het bijeffect van een verslaving, zogezegd).
Geforceerd een vrije dag geprikt. Afgelopen maandag. Niet dat we niks beters te doen hadden, met de verbouwing van de badkamer, maar goed, Ilse was terecht bang dat er met mij geen land te bezeilen zou zijn als ik niet snel een oplossing voor dit allesoverheersende probleem zou vinden, dus zij stuurde me op pad.
En eigenlijk ging het tot een kilometer of 10 voor Arnhem best voorspoedig allemaal. Maar toen ging er ineens zo'n oranje lampje op mijn dashboard aan. Po vond namelijk dat hij benzine nodig had. Het aangegeven rijbereik was nog 100 kilometer, de eindbestemming was nog maar 35 kilometer, dus ik vond er niet zoveel van.
Ik vond er slechts heel erg kort niet zo veel van, want dat aangegeven rijbereik liep niet omlaag, het rénde omlaag.
Heel erg hard.
En juist toen ik Duitsland niet eens in de verte zag liggen, kreeg ik, vlak voor diezelfde grens een file voor mijn kiezen, waarvan me niet heel erg duidelijk was waarom die er stond, en hoe lang die zou duren.
Het continu afremmen en optrekken, maakte dat de vrije val van het rijbereik alleen maar voor een nattere bilnaad zorgde.
Nu ken ik wel iemand in het dorpje Zetten, redelijk kortbij, en ik vroeg me al af of ik hem na jaren met een belletje moest verblijden, teneinde een paar litertjes peut te komen brengen naar de kant van de snelweg, waar ik in mijn gruwelendste fantasie zou stranden.
Gelukkig was er, vlak voor de grens nog een Nederlands pompstation, alwaar ik met klotsende oksels tegen een afgrijselijke prijs mijn auto, die inmiddels op resterende benzine dampen aan het voorthoesten was, kon afvullen.
Mijn initiële bestemming was het dorpje Emmerich, vlak over de grens bij Arnhem, maar direct na de grensovergang stond er in twee talen een heus Tabaks-depot aangekondigd, op nog geen 5 minuten rijden. Zelfs nog geen 2.
En daar reed ik naartoe. Die bleek om 10:00 uur open te gaan, en mijn tijd van aankomst was 10:05. De parkeerplaats was voor de helft gevuld met Nederlanders, die net als ik geen enkele behoefte hebben om de staatskas meer te spekken dan strikt genomen noodzakelijk is.
En niet alleen dat: men sprak er redelijk accentloos Nederlands.
Blijkbaar zijn ze er aan rook-asielzoekers gewend. Alleen de obligate kadootjes die je krijgt bij aanschaf van veel rookwaar, hielden ze waarschijnlijk zelf, want ik kreeg ze niet. Dat vond ik wat karig, en iets té zeer geënt op de rook-asielzoeker van de Nederlandse cultuur. Maar soit. Al die kadootjes kun je toch niet oproken, dus heel erg teleurgesteld was ik nu ook weer niet.
Uiteraard had de Aral er ook een vestiging, maar tot mijn milde en magere teleurstelling (of eigenlijk wrokkige opluchting) was de benzine prijs er helemaal niet zoveel voordeliger.
Hoe dan ook: ik hoop dat ik nu voor de komende maand voldoende geurig brandende plantenresten tot mijn beschikking heb om zonder zorgen op mijn gemakje de volgende datum in te kunnen plannen.
Onze dochter is een buitencategorie wat betreft knuffels. En daarmee doel ik niet op de fysieke bezigheid, maar op die zachte, fluffy, pluche beesten in allerlei vormen een voorkomens.
Ze heeft er dusdanig veel dat ze geen matras meer nodig heeft op haar bed, ze kan er op, in en tussen liggen, en heeft dan een comfortabeler bed dan wij.
Er is dus al een paar jaar geleden door ons besloten dat ze geen knuffels meer krijgt, en sinds ze zelf deels kan beslissen en beschikken over haar zakgeld, mag ze ze van ons ook niet meer kopen.
En vrij vaak gaat dat best goed.
Ja, los van die keer dat ik per ongeluk een knuffelbeest uit Engeland meenam. En los van de keren dat ooms, tantes, opa's en oma's ons veto opgewekt negeren, natuurlijk. Maar de aanwas die eerst heel erg gestaag ging, is wel aardig opgedroogd, vooral omdat Ilse haar poot (vaak ook op momenten dat mij dat totaal niet uitkomt, maar dat geheel terzijde) goed stijf kan houden: geen knuffels, is geen knuffels.
Van het weekend was er kermis in het Almeerse, en Jente mocht met haar opa mee erheen.
Uiteraard was er weer voldoende te zwieren en zwaaien (zó heftig dat ze haar ijsje met slagroom niet weg kreeg) en te winnen. En uiteraard won madammeke een knuffel.
Daar werd Ilse dan weer knorrig om, want we waren ondubbelzinnig duidelijk: géén knuffels meer.
Zonder blikken of blozen wist Jente de zaken volledig naar haar eigengereide handje te zetten: er zit immers een lusje aan het ding, dus het is geen knuffel, het is een sleutelhanger ter grootte van een knuffel. En daarmee was de kous voor (de extreem verblufte en overtroefde) moeder en dochter af.
Ik deed er, zij het grinnikend, het zwijgen toe. Maar mooi dat het ding wel aan de verzameling knuffels sleutelhangers aan haar tas gaat.
En over knuffels gesproken:
Afgelopen vrijdag was het de dag der dagen voor wat betreft onze veestapel.
Jente heeft haar ratjes in huis.
Dat begon in de ochtend met toch maar het verplaatsen van de kooi voor die drie dieren. Die zouden als het puur alleen aan mij had gelegen, op Jente's kamer komen. Maar de aangeschafte kooi bleek ongeveer even groot als onze badkamer te zijn (daarover straks meer) en dus niet praktisch in haar kamer. Dat zag ik zelfs wel in.
Omdat die kooi zo groot is als de badkamer, bleek het naar beneden verplaatsen geen sinecure, maar door slim afbraak- en opbouwwerk, lukte het nog voor ik naar mijn werk moest, om die kooi dan maar in de woonkamer te zetten.
Ik vind daar wat van.
Maar wat ik er ook van vind: niks ter wereld maakt mijn dochter zo blij als die drie tamme ratten in de woonkamer.
Ze moeten nog wennen, maar ik heb goeie hoop dat Jente er straks heel veel extra plezier aan ontleent.
Ik moet ook nog wennen. Vooral aan de wat aparte geur die die dieren verspreiden. En het feit dat ik niet meer ongehinderd richting de kast kan kijken, omdat er een enorme kooi met allemaal levende have voor staat.
Ook Colette moet eraan wennen.
De eerste avond zat ze gelijk compleet gebiologeerd naar die kooi met levende have te staren, we kregen heel erg het idee van een klant die bij de Febo-snack-muur staat te besluiten of het een goulash- of een rundvleeskroket moet worden.
Of een hobbykok die zijn favoriete Gordon Ramsay show op tv zit te bekijken.
We moeten er dus verrekt goed voor zorgen dat er geen direct fysiek contact mogelijk is, om trauma's te voorkomen.
En ja: 2 tegen 1, leg ik het als vader met part-time ruggengraat gewoon af.
Overigens moest ik ook heel erg wennen aan de namen van die beesten. Noodles (een albino, een bijzonder uitziend diertje met die rode ogen), Soya en Chopstick. Ons kind blijft toch fan van Aziatisch eten. Dus wellicht op later moment een mooi recept voor babi ratgang, Rat-Tjoi, of Fou-Rat-Hai.
Dus, even verder over onze badkamer.
Die is af. Donderdag al. En vrijdag na de lunch konden we er gebruik van maken. Dat was qua timing dusdanig ruk, dat ik pas zaterdagmiddag voor het eerst een maand lang van onze nieuwe douche heb mogen genieten.
Er is geen bouwtekening aan te pas geweest. Gewoon wat wensen op papier. De tegels uitgekozen. Gedurende het proces de verdere spullenboel uitgekozen, en René zette het er allemaal in.
De electra was volkomen kut, die is vakkundig opnieuw gedaan.
De afvoeren waren volkomen kut, die zijn vakkundig opnieuw gedaan.
En nu is het af.
Uiteraard wilde ik niet alleen groots en meeslepend gaan douchen, ik wilde ook de WC pot inwijden, met een wanstaltig grote drol, maar Jente was me voor. Die eer had zij zichzelf succesvol toebedeeld.
We zijn enorm blij met hoe de tegels met elkaar matchen, met de begeleiding wat aanschaf van meubels, bakken, potten, kasten en enorm blij met hoe het allemaal verlopen is.
Het duurde voor mijn gevoel erg lang, maar het was absoluut de moeite waard.
Blij met zo'n René. Blij met de badkamer.
Extra blij, want ik had sinds het lidmaatschap van onze volkstuinvereniging nog geen tuindienst gedaan. En dat moest er maar eens van komen.
Ik had me aangemeld voor het takken transport. Nee, dat is geen scheldwoord, mensen op dat park kunnen tegen vergoeding aan de verenigingskas gebruik maken van wat hand- en spandiensten, waaronder het afvoeren van de takken welke zij in hun tuin weggesnoeid hebben.
Goed, dat bleek een nattige, klus te zijn met deze regen. En toen de regen voorbij was, werd het een nattige vieze klus vanwege het zweten.
Gezellig was het wel, ondanks het feit dat ik elke vorm van menselijk contact voor 9 uur, en anders dan met mijn meiden, als volstrekt onverantwoordelijk beschouw ten aanzien van alle betrokkenen.
Dus kwam ik meurend als een gesmolten, erg oude geitenkaas thuis, en kon ik zomaar onder onze nieuwe douche stappen. Deze is voorzien van een werkelijk enorme douchekop, waardoor ik niet meer met mijn lijf hoef te zoeken naar de meest ideale straal, maar ik kan gewoon staan en het lauwwarme water over mijn lijf laten klateren.
Fijn. Heel fijn.
Goed, dit alles maar weer geschreven hebbende, is mijn weekend in volle gang. Ik wens eenieder een beste toe.
Pareltjes om van te janken
Thank you for your signals. De uitzondering op mijn eigen regel dat Amerikanen allemaal knetter zijn? Wellicht. Het was weer zo'n dag...
-
Het marsenboekje. Een lullig plastic ding, met hetzij marsen erin, hetzij koralen. Een beetje afhankelijk van het soort dienst dat we moeten...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...
-
Ik ben anders bedraad. Ja, dit staat er echt, en het is echt waar. De draden in mijn brein lopen net even anders, en hoewel ik dat met een...