vrijdag 15 mei 2026

Een week vol maffe strapatsen.

 Ik ben absoluut tegen. Dat klinkt negatief, maar zo voel ik het. 
Ik ben tegen het immigratiebeleid. Dat klinkt nog steeds heel erg negatief. 
Ik vind dat het immigratiebeleid één grote grap is, die niemand die ook maar enigszins bij zijn volle verstand is, nog serieus kan nemen. Mensonterend. Ontworpen door clowns, uitgevoerd door zatlappen en natnekken. 
Dit soort politieke statements worden hier in mijn huishouden nogal grammig onthaald, dit is één van de zeldzame zaken waar mijn betere helft en ik het fundamenteel over oneens zijn. 
En voor ik nu door al mijn wat "linksere" vriendjes ontvriend en ontvolgd word: nee, ik ben niet tegen het opvangen van vluchtelingen. Echt niet. Mensen in nood, die hierheen komen, omdat hun land aan puin gaat, en ze hun leven niet zeker zijn: hierheen halen. Of laten komen. 
Wij zijn rijk genoeg om dit soort mensen op te vangen, te voeden, te kleden, te helpen. Tot ze weer terug kunnen, of tot ze dusdanig tot rust gekomen zijn, dat ze hier een glorieuze toekomst tegemoet kunnen gaan, als brave belasting-betaler.
Waar ik echter wél tegen ben: de huidige procedure. Oneindig inefficient, totaal gespeend van elke menselijkheid en oncontroleerbaar gierend uit de klauwen geëscaleerd.
Tijd, geld en ruimte verslindende onzin. 
Goed, dat dus even gezegd hebbende, kan ik toegeven: in dit specifieke opzicht, ben ik dus eigenlijk gewoon een abjecte, rechtse bal. 
Ik heb namelijk ergens diep van binnen, best wel begrip voor het feit dat er mensen zijn, die als soort van hoofdeloze kippen hun grote roerganger Wilders napraten. 
Ik snap dat, want het grote en menselijke plaatje is best lastig te doorzien. En als je dan zo'n empathieloze hork als een Geert Wilders hoort praten, die feiten niet van fabels kan onderscheiden, lijkt het inderdaad alsof "de buitenlander" de schuld is van alles wat er in Nederland niet goed gaat. 
En horkje Wilders praat graag. En veel. Scheldt ook graag. En veel. Liegt ook graag. En heel erg veel. Want dat levert hem de stemmen op. 
Geen wonder dus dat de protestacties steeds grimmiger worden. 
Want ja. Nederland wordt zogenaamd onveiliger door al die buitenlanders, toch? 
Ja. 
Nou.... 
Nee. 
Afgelopen week gebeurde er iets waar ik hartelijk om in de lach zou hebben willen schieten, omdat de ironie werkelijk waar te mooi was om waar te zijn. 
Er wordt namelijk door die ultra-orthodoxe PVV-FVD en ander zogenaamd christelijk-rechts gespuis nogal eens geroepen dat Nederland onveilig wordt door al die buitenlanders. "Onze dochters kunnen niet meer naar buiten",  zo stond een kort-pittig-kroketje ooit eens tegen de verslaggever van POW-Ned te huilstruiken. 
En om dat te onderstrepen, togen een aantal mentaal minder valide ariërs naar het AZC van Loosdrecht om daar eens lekker een brandje te stichten. En niet alleen dat: ze hielden de brandweer tegen die de boel kwam blussen. 
Ik herhaal: in een poging Nederland veiliger te maken, besloten een stel mentaal minder valide ariërs om brand te stichten. 
Bij mijn weten is brandstichting een strafbaar en crimineel feit. 
Bij mijn weten, wordt Nederland niet veiliger door brandstichting. 
Ik geloof nooit dat ik mijn dochter nu met geruster hart de straat op stuur, wetende dat de NSB'ertjes van Wilders de straten afschuimen, om nog eens ergens een AZC in de hens te zetten, in een poging om wat asielzoekers te vermoorden. 
Kortom: ironie om van te smullen. 
U snapt het: ik heb geen goed woord over voor dat tuig. 
Dat dat hele immigratiebeleid grondig op de schop moet: helemaal mee eens. Dat dat blijkbaar gepaard moet gaan met brandstichting: te walgelijk voor woorden. 

Maar er is ook leuk nieuws: 
Ik vertelde al dat wij inmiddels trotse eigenaars zijn van niet één, niet twee, maar maar liefst 3 huizen. Waarvan 1 op wielen. 
En die laatste met name zorgt voor nogal wat hoofdbrekens. 
Want ja, we hebben wel zo'n ding, maar hoe en wanneer gaan we ermee op vakantie, nadat we dus eigenlijk besloten hebben om dit jaar lekker in ons domeintje de zomer door te brengen.
Het hoe is dan meteen ook de meest prangende vraag, aangezien het wanneer op zich best duidelijk is, en steeds meer vorm lijkt te krijgen: niet of beperkt.
Het "hoe" zit erin dat we weliswaar een trekhaak op Po de Panda hebben, maar dat ik oprecht wat knikkende knietjes voel bij een monstertocht met een 2 cilinder en een sleurhut. Die trekhaak was meer bedoeld voor een bagagewagentje van een kilo of 150 of een fietsendrager. Niet voor een complete sleurhut.
Aan de andere kant: we hoeven en gaan er niet mee naar Zuid Frankrijk, dus wellicht... 
We hebben inmiddels wel al een aantal beslissingen kunnen nemen ten aanzien van het ding. 
40 jaar oud is ze. 5 jaar jonger dan ik. 
En de bekleding was dat ook. 
Die typische jaren '80 hoezen en gordijnen, die even charmant, oubollig als sleets zijn. 
En hoezeer ik ook van het motto: "ouwe meuk, is leuk" ben, als de matras-inhoud aan de wandel gaat omdat de hoezen sleetser zijn dan de onderbroeken van mijn oma, moet er maar wat anders komen. 
En laat dat nu net een kolfje zijn naar de hand van mijn eega. Gewapend met een tweetal naaimachines, een heel setje ritsen en een compleet gestoorde, nieuwe stof maakte zij nieuwe hoezen voor de kussens. 
Die stof is felgeel met allemaal kattenhoofden erop. 
Je moet er van houden en als je ervan houdt, is het helemaal te gek. En ik persoonlijk vind het te gek. Want het past totaal niet bij de caravan, maar absoluut bij ons. 
Het keukenblokje is uiteraard ook 40 jaar oud. 
Gemaakt van heel erg zwaar spaanplaat, en met echt ouderwets fineer een houtlook gegeven. 
Na 40 jaar gebruik, is het fineer gescheurd, en begint het spaanplaat te verstoffen en te ontsnappen. De opgelijmde randen zitten los, waardoor er nog meer zaagsel verdwijnt. 
Ergens is het zonde, want op zich is het keukenblokje zelf nog in best goede staat. Maar in het kader van gewichtsbesparing en omdat we een veel lichtere en meer praktische keukenopstelling hadden, hebben we besloten om het originele keukenblokje eruit te halen, en eruit te laten. 
Ik zou in theorie dat keukenblokje kunnen strippen, en er met veel lichter triplex iets nieuws van kunnen maken. Dat blijft theorie, want de komende weken heb ik het druk met heel andere zaken. 

Ik ben een loedervader. 
Nu ben je dat in de ogen van een prépuberale dochter al snel, maar van de week had ik een moment van (ongewilde) lompheid waar onze groot-mufti Wilders nog een dikke punt aan zou kunnen zuigen. 
Jente is een paar weken geleden geheel op eigen initiatief met een vriendinnetje naar een of andere kunst-cursus geweest. 
Dit vond ze zó leuk, dat het een terugkerend ritueel is geworden, en zij dus samen na school met de bus naar dat kunstcentrum gaan. 
Daar krijgt ze onderricht in creatieve en beeldende vorming. 
Hartstikke mooi. 
Deze week kwam ze thuis met iets dat ik eigenlijk best wel heel mooi vond. Heel abstract, maar heel creatief. 
Ze legde het op tafel, en vertederd, maar vooral ook verwonderd over de ongebreidelde fantasie en het creatieve gebruik van allerlei materialen, zat ik het werk te bewonderen. 
Ik vond en vind het serieus knap gemaakt. 
Tot ik er dus achter kwam, dat ik vol vaderlijke trots en vervoering de achterkant van het ding aan het bewonderen was, en niet de voorkant. De voorkant was ook een abstract kunstwerk, maar het onderwerp waar het om ging, was met veel minder zichtbare materialen gemaakt. Nog steeds heel knap en creatief, maar... 
Goed, laten we het erop houden dat mijn bewondering en trots eventjes verkeerd geprojecteerd waren. 
Ik heb het Jente nog niet durven vertellen.... 

Wij zijn dus getrakteerd op nieuwe bussen. 
En na een paar duizend kilometer moet ik zeggen: het zijn fijn rijdende wagens. Wat chauffeurs-comfort betreft vind ik er weinig op aan te merken. Het voelt allemaal wat stabieler. 
Dat wil niet zeggen dat het allemaal vlekkeloos is. Zoals bij veel nieuwe dingen, hebben ook wij last van wat kinderziektes. 
Een daarvan kwam tijdens de laatste rit van mijn dienst bovendrijven, en ik moet zeggen dat ik niet weet of dit een kinderziekte betreft, of een wat venijnig spook dat zich in die bus genesteld heeft. 
Ik kwam met mijn ladinkje passagiers aan bij het toestel, kreeg een enthousiaste duim van de stewardess, en ik opende de deuren, om vervolgens als eerste eruit te springen. 
Dat kon makkelijk, want deze vlucht was met 35 passagiers beslist niet winstgevend, denk ik. 
Goed, ik sprong mijn bus uit, en met mij de rest van de mensen. 
Zo dacht ik. 
Direct nadat ik op de grond stond, besloot mijn bus uit eigen beweging, zonder daartoe opdracht gekregen te hebben, en zonder dat dat door mij gewenst was, zijn deuren te sluiten. 
Dat leidde tot de dwaze situatie dat ik buiten werd gesloten, en mijn passagiers binnen. We stonden elkaar verbijsterd aan te staren, de passagiers en ik. 
Van buiten kon ik de deur openen, maar voor ik in kon stappen, sloot dat kreng ongevraagd de deur weer.
Uiteindelijk kon ik naar binnen glippen, maar deze nieuwe bussen hebben niet zoals de oude bussen een reset-knop. En als die er is, mogen wij hem vooral niet weten, want stel je voor je lost de problemen snel even op. 
Uiteindelijk ben ik er toe over gegaan om de hele luchtdruk er maar af te gooien. Want passagiers die met hun smoel tussen de deur beklemd raken, is ook maar slechte reclame voor de luchthaven en de fabrikant.  
Ik meldde de passagiers wat ik van plan was, en wat ik er van vond. En grinnikend konden zij hun vliegtuig enteren. Hopend dat de deuren van hun vliegtuig wat minder een eigen leven zouden gaan leiden. 

Goed, hoe dan ook: ik werk nog even een weekendje door en wens eenieder een heel fijne toe. 


 



vrijdag 8 mei 2026

Shenanigans deeltje veel meer.

 Het voelde wat kaal en leeg, maar ik kon dat gevoel niet zo snel plaatsen. Meer zo'n vreemd onderbuikgevoel. En dan niet politiek gezien, zeg maar. 
We waren bezig om de laatste spullen te pakken, de troep van een paar dagen vertoefd te hebben in een lucht-bed-en-ontbijt. 
Dat betekent dat je de bedden afhaalt, de vuilnisbakken leegt, je koffers pakt en meer van dat soort huishoudelijke klusjes. 
Aan het eind gekomen van die hele lijst aan taakjes ging ik nog even zitten, en voelde dus iets kaals. 
Ik greep naar mijn pakje sigaretten teneinde er één uit te vissen en op te steken, toen ik mijn rechterhand zag. Het duurde een paar seconden voor ik in de gaten had dat het daar dus mankeerde. Ik zag namelijk niet 2 ringen aan mijn hand, maar nog maar slechts één. 
De missende ring was de ring van mijn oma. 
Het zweet brak me uit. 
Mijn hartslag ging spontaan over op standje Max Verstappen. 
Mijn mond en keel werden droog als de Sahara. 
Adrenaline spoot als stoom uit mijn oren, als tranen uit mijn ogen en middels verbaal braaksel uit mijn mond.
Niet heel erg zachtjes begon ik te vloeken als een bootwerker die een anker op zijn kleine teen voelde wiebelen. 
Als een volslagen getikte begon ik eerst het afgehaalde beddengoed uit de mand te trekken en te bevoelen. Schudden, klapperen, wapperen. (Me te laat realiserend dat als die ring daarin gezeten had, die waarschijnlijk naar een andere niet-herleidbare plek gelanceerd zou worden). 
Mijn rugzak keerde ik binnenstebuiten. 
Ik controleerde de gereedstaande vuilniszak. En met een grom van complete walging en vernedering opende ik de afvalcontainer om dan daar in godsnaam maar te gaan graven naar die sakkerse ring. 
Jente en Ilse zochten mee. Ilse is sowieso veel beter in zoeken en vinden, en Jente is gezegend met een stel ogen waar ik jaloers op ben. 
Helaas. Geen ring. 
De laatste plaats waar je kijkt, vindt je de spullen die je kwijt bent. Dat is nu eenmaal een gegeven. 
En zo vond ik bij het nogmaals omkeren van mijn rugzak, mijn ring terug. 
Rinkelend tussen de de slang en het masker van mijn apneu-apparaat. 
Mijn hartslag kwam tot rust. Het zweet droogde op (sorry mede-reizigers, de deodorant was al ingepakt), mijn mond en keel kregen spontaan weer wat nattigs, en het adrenalinepeil daalde (mogelijk wat traag) tot acceptabele waarden. 
Ik denk zeker te weten waarom die ring daar terecht kwam. 
Ik had namelijk het geniale, doch weinig goed doordachte idee dat die ring beter zou staan om mijn pink, in plaats van om mijn ringvinger. En op zich, esthetisch gezien, klopt dat (als een zwerende vinger). 
Maar mijn vingers en ringen zijn een wat onhandige combinatie. 
Er was een tijd dat ik moeite had met het plaatsen van ringen, want mijn vingers waren wat aan de forse kant. Van die opgepompte knakworstjes. Of eigenlijk meer braadworsten. 
Maar sinds mijn onovertroffen diabetesverpleegkundige mij aan een bepaald spulletje hielp dat mijn bloedsuiker spiegel op een correct niveau wist te krijgen, ben ik wel een kilootje of 25 kwijt geraakt. En dat heeft mijn braadworsten terug gebracht naar het niveau van gecontroleerd bewegende struikentakjes. 
Ringen zitten niet meer zo strak als dat ze eerst zaten. 
En dit akkefietje was niet de eerste ellende die ik daarvan ondervond. Ik vertelde al eens dat ik tot mijn grote schaamte een ring in een toiletborstel-opvang-bak liet kletteren in het ziekenhuis. 
Ook heb ik meermaals tijdens het afdrogen van mijn handen, mijn ring(en) er af gedroogd. 
Dat leidde er toe dat ik een stoere en mannelijke ketting kocht om mijn ringen aan te hangen. Maar goed, de ringen die ik nu draag, passen dus aardig om mijn vingers, mits ik ze op de vingers hou die die ringen dus ook vast kunnen houden. 
Waarom ik toch besloot om de esthetiek voorrang te geven op behoud, zal wel altijd een raadsel blijven. De gedachtengang van deze ADHD'er zijn vaak onnavolgbaar. 
Stupide is het wél. Ik besloot om die ring zelf te gaan dragen, om te voorkomen dat die ergens zou verdwijnen op een plek waar ze niet meer te vinden zou zijn. Jente krijgt het ding later als ze daar groot genoeg voor is, en dan wil ik niet dat we er naar op zoek moeten. 
Maar dan moet ik dus niet vaker dit soort stunts uit gaan halen! Ik ben benieuwd hoevaak dit me nog gaat overkomen. 

Zoals beschreven: mijn handelingen reflecteren niet altijd mijn verder best wel frisse en fruitige verstand. 
Mijn verstand vertelt me namelijk best wel vaak dat het niet noodzakelijk is om andermans eigendommen te stelen of te vernielen. Ik zou het soms wel willen, vooral in vlagen van terechte rancune. Maar moraal en mogelijke consequenties weerhouden me van al te drieste acties. 
Bovendien: als ik rancune in daden om wil zetten, is het veel bevredigender om de persoon zelf te grazen te nemen dan zijn bezit. 
Wat ik dus totaal niet begrijp is dat er untermenschen rondlopen die het momument op de Dam bekladden omdat ze (heel terecht) de schurft hebben aan Netanyahu en zijn bende walgelijke moordenaars. 
Ik ben het helemaal met ze eens: meneer Netanyahu heeft erg goed opgelet toen ome Adolf ons leerde hoe je complete volkeren moet afslachten. Meneer Netanyahu zat waarschijnlijk vooraan in de klas, geilend op de schier onuitputtelijke lijst van truckjes om hele populaties te doen verdwijnen. 
Als ik niet veel te nuchter was, zou ik een theorie kunnen verzinnen waaruit blijkt dat meneer Netanyahu gewoon een zoon was van ome Adolf. 
U ziet: ik ben geen groot fan van dat Israelische monster. 
Maar dat betekent niet dat ik vind dat het bekladden van het monument op de Dam daar ook maar iets aan oplost. Meneer Netanyahu grinnikt daarom, en verzint nog een paar plannetjes om wat mensen uit te moorden. 
Ik vind dus dat het bekladden van een monument zelfs een nogal laffe daad. 
Dat monument is namelijk een monument voor de mensen die een heel andere oorlog niet hebben overleefd. Voor mensen die ervoor hebben gevochten dat wij in alle vrijheid kunnen vinden en roepen dat een man als Netanyahu een walgelijk monster is. Wij mogen roepen dat Geert Wilders een niet te bevatten paardenlul is, en meneer Jetten een smerige huichelaar. 
Dat mogen wij, met dank aan de mensen die we eren middels dat monument. 
Als je dan vindt dat "Nederland" te weinig doet om de moordpartijen van Israel te stoppen, gooi dan een taart tegen het huichelachtige smoelwerk van Wilders, of Jetten. Spuit hun gezicht vol met die verf. Of beter: neem je spuitbussen mee naar Israel, en ga daar de boel onderkalken. Wellicht dat ze, voor ze je met hun geweren aan puin schieten, nog wel enig respect hebben voor de moed die je hebt. 
Maar heb een beetje fatsoen. Met dank aan de mensen die we eren bij dat monument, mag er heel erg veel in dit land. Blijf dus met je graftakken er vanaf. 
Vernielen is in wezen gewoon een gebrek aan intelligentie. En lef. 

Niet lang nadat we ons huisje betrokken, werden we vroeg in de ochtend geconfronteerd met allemaal geluiden die afkomstig leken van de plantsoenendienst. Een driftig geveeg en geruis van nog niet getemd struweel. 
Mooi, zo dacht ik nog, de gemeente neemt de taken van de plantsoenendienst erg serieus. 
Niets was minder waar. De jongens van de plantsoenendienst doen hun werk best aardig, maar niet op die tijd en sowieso niet op de plek waar het geluid vandaan kwam: onze tuin. 
Dat bleek de buurman van een huis verderop te zijn. 
Een heel erg lieve man die het tot zijn missie had gemaakt om alle tuinen in de straat bij te houden. 
In ruil daarvoor voerden wij hem vriendelijkheid, dankbaarheid en aanspraak. 
De jaren sleepten zich voort, en het fantasieloze struweel bleef in toom dankzij onze noest snoeiende buur. 
Totdat de tijdstippen wel erg buitennissig werden. In het pikkezwart van de nacht was de lieve man nog bezig. En vaak ook gehuld in kleding die, als je niet beter wist, niet helemaal gepast was voor het gemiddelde publiek van een vinexwijk. 
En ook niet helemaal passend bij het soms bijtend koude winterweer. 
De praatjes die we maakten met de buurman werden ook steeds moeilijker. En niet zozeer omdat de man geen aanspraak wilde, maar omdat de de praatjes steeds minder coherent leken te worden. 
Een glijdende schaal. 
Tot we ons op een gegeven moment af vroegen of we er niet wat mee moesten. Het begon wel erg ongemakkelijk te worden. De uitdossing en de tijdstippen. 
Ik werd aangesproken door de overbuurman. Die ons inlichtte over wat er de afgelopen dagen allemaal gebeurd is. 
Een kleurrijke man heeft onze straat verlaten. De lieve man zorgde er eigenhandig (tijdmatig ONhandig) voor dat onze straat er keurig bij lag. Dat de tuinen toonbaar waren. Iets waar niet elk huishouden tijd of zin in heeft. 
Hij leeft nog, maar dat afgrijselijk onmenselijke alzheimer heeft hem helaas laten struikelen en ingehaald. 
En ik vraag me af of ik meer had kunnen doen. Ilse heeft wel eens een kopje koffie met hem gedronken (dat opzichzelf was logistiek meer uitdagend dan dat het klinkt) en ook aangegeven dat ze hem best wel eens een lift kon geven naar waar hij dan ook heen wilde. Een incidenteel maaltijdje werd ook wel eens door ons voor hem geregeld. 
Maar toch...
Een beetje spijt ook. Want ook ik zat echt niet altijd te wachten op een praatje. En soms waren de momenten waarop hij besloot onze tuin eens grondig te gaan bijpunten wel erg onhandig, en misschien zelfs wel wat invasief. 
Had ik minder afstandelijk kunnen zijn? Ja, wellicht. En als ik alle ins en outs had geweten, had ik maar.... 
Nu is er door betrokkenen een besluit genomen, waardoor we zeker weten dat de man goed verzorgd wordt. 
Je weet pas wat je mist, als het er niet meer is, is nu wel zo'n uitspraak waar ik aan moet denken. Want ondanks de wat aparte verschijning: het is toch best wel stil... 
Ik haat alzheimer. 

Van de week was mijn beste helft jarig. 46 jaar alweer. Ik zou het haar (veiligheidshalve) niet geven.
En omdat het weer niet eens hondsberoerd leek, wenste zij dat op ons domeintje te vieren. 
Ik geef haar groot gelijk. Als het in maart ook eens briljant weer zou zijn, zou ik dat ook overwegen. 
En dus togen we met taart, poes, kind en versnaperingen naar de tuin. 
Het is lente. Dat is heel duidelijk. Ik heb de eerste passiebloem gesignaleerd, er beginnen knoppen te komen en distels zijn niet veilig voor mijn schopje. 
Mijn schoonvader is tijdens ons verblijf in Engeland als een lijpe lotje tekeer gegaan rondom onze vijver, en dat was absoluut naar onze smaak. Met dien verstande: de nieuwe vijver is de helft kleiner, dus een kale krater met water is een behoorlijk accurate omschrijving. Daar moesten dus wat planten omheen.
Ook dat bleek relatief eenvoudig te realiseren. Ergens in onze tuin, bleek een dapper vergeet-me-nietje (spreek dat eens uit op zijn Duits, dan klinkt het ineens een stuk vieziger) op een wat random plaats enorm te willen bloeien. Mooi dat die rond de vijver mocht. En zo had ik meer kleine, leuke, charmante bloemetjes gevonden die rond de vijver een herplaatsing kregen van me. 
Maar de tuin van mijn schoonouders is al 7 jaar verder, en dus hadden ze over. We zijn daar aan het scheppen gegaan. Varen, bloem x, plant y. Een kar vol. Alles lekker rond de vijver, zodat we lekker veel kleur krijgen daar. 
En uiteraard een vijgenboom. Gewoon omdat die dingen lekker zijn.
Grappig wel: bij veel planten en bloemen kreeg ik de volgende reacties:"Die heb je al, wacht maar af". 
Geduld = afwachten. En laat dat nu net niet mijn sterkste punt zijn. Of:"Ja, maar dat is onkruid". 
Een heel leuk, charmant, roze-wit-rood-oranje bloempje. Klein, bijna fragiel. En het groeit ook in onze tuin, op plekken waarvan ik oprecht denk dat moeder Natuur ons voor het lapje houdt. En zulks noemt men dan onkruid. Terwijl ik het dus serieus heel leuke bloempjes vind. Leuker dan dat walgelijke klimop ding, dat overal zijn naam eer aan doet, saai groen en intens aanwezig, waar ik het dus totaal niet hebben wil. 
En los daarvan: er waren ook allemaal stronken die we in eerdere stadia al tot stronk hadden gedegradeerd. Maar die zaten dus nog in de grond. En die moesten eruit. Gelukkig hebben we de beschikking over maar liefst 3 spades. 
Superfijn, ik hoef in het schuurtje maar te graaien, en de kans is best groot dat ik een spade in mijn handen heb. 
Spade 1, zo kwam ik achter, was echter van bedenkelijke kwaliteit. Als ik er een noest vastzittende stronk mee te lijf wilde gaan, boog die spade gewoon mee, in plaats van dat die de betreffende stronk op lichtte. 
Op zich niet bepaald vertrouwenwekkend. 
Ik kan er ongewensten mee doodmeppen, fijn. Maar dan moet ik alsnog een andere spade halen om zijn of haar graf mee te graven. Kost weer tijd. 
Spade 2: helemaal top. Doet alles. Maar dan moet ik wel de goede pakken, want die lijkt als 2 druppels water op spade 1. 
Spade 3: helemaal van metaal gemaakt. Dat leek ons handig, want metaal: dus sterk. Toch? 
Goed, ik ging dus tijdens het partijtje van Ilse zo af en toe en her en der aan de slag. Her en der wat in de grond, hier en daar wat uit de grond. En dat ging, los van het kraken van mijn 45-jarige lichaam, best voorspoedig. 
Tot ik een stronk tegenkwam, die op zijn zachtst gezegd al niet op de meest makkelijke plek stond. Erom heen stond namelijk een tentje van Jente, en een border-rolletje dat ik vers aan had gelegd, en heel moest blijven. Ik moest dus enige voorzichtigheid betrachten tijdens het woest opgraven van dit staketsel aan wortels en hout. 
Dat ging best aardig. Best voorspoedig. Een grote kniptang bood verlossing voor dikke wortels die in onhandige richtingen liepen, en langzaam, heel erg langzaam kwam er beweging in de stronk. 
Langzaam, want het kostte enorm veel kracht aan wrikken en wroeten. 
Heel erg veel kracht. 
Zó erg veel kracht dat op het hoogtepunt van mijn fysieke dwang en drang, dat die enorm sterke, metalen spade met een scherp gekraak, zomaar in 2 stukken brak. 
Maar die stronk kwam er niet zomaar uit. 
Zo zie je maar weer: moeder natuur is soms (altijd) sterker dan (wat) de mens (maken kan). 
Gelukkig was ik op dat moment onbespied, want ik vermoed dat als mensen hadden gezien hoezeer moeder natuur de draak met me stak, ze me hartelijk uit hadden gelachen. 

Dus ja: soms zou het echt fijn zijn om niet altijd heel erg Marnix te zijn. 
Ik ben geen grote fietser. Ook niet sinds ik een mooie en luxe 'fat-bike-light' heb, is het niet zo dat de kilometers erop vliegen. De kilo's vliegen er ook niet af, maar dat is alleen maar positief, ik heb geen enkele intentie om een levend geraamte te worden. 
Maar van de week kondigde Ilse aan dat ze een lekker end wilde gaan fietsen. En ik? Ik had niks beters omhanden, en ach, waarom zou ik niet eens lekker de beentjes aan het werk zetten. Gezellig ook, met mijn vrouw op pad. Als een ware gids loodst ze mij door de duizelingwekkende hoeveelheid straten, bochten, afslagen en hindernissen. Als zij er niet was, zou ik aan het einde van de wijk kansloos verdwalen om nooit meer gesignaleerd te worden. 
En lekker fietsen was het. 
We fietsten naar de dierendokter, niet omdat we ineens in de overtuiging zijn dat Jente met haar frequente beestachtigheden beter bediend wordt bij de dierenarts, niet omdat Colette iets anders mankeert dan de voortschrijdende ouderdom, maar omdat het dier wél speciaal voedsel nodig heeft, en dat raakte zo zoetjes aan weer op. 
Daarna gingen we door naar de 'campingwinkel'. 
Die hebben we in Almere ook, en ik moet zeggen dat los van het feit dat ze niet tot de goedkoopsten behoren, het is altijd voordeliger om naar de campingwinkel te fietsen of rijden hier om de hoek, dan naar die arrogante hufters van Obelink ergens tegen de Nederlands-Germaanse grens. 
Aldaar liet mijn eega zien welke camper ze wilde, en dat ze mee deed aan een loterij om het ding te winnen. 
En vandaar gingen we door naar een plantenwarenhuis ergens in de outback van Almere. 
Een hele tocht, waarbij we er mijns inziens nogal stupide uit moeten zien. Fietsend met in elke fietstas in de wind ruisende flora. 
Maar goed, dat overleefde de barre tocht, en bij thuiskomst wilde ik eerst wat versnaperingen ter aanvulling van de verstookte energie uit mijn lijf, om vervolgens naar ons domeintje te rijden om het nieuwe struweel in de grond te doen. 
Dat lukte allemaal best aardig. 
Bij thuiskomst, moest ik mijn fiets nog in de schuur zetten, maar waar ik ook zocht: ik nog de sleutels nergens vinden. 
Ilse, met haar zoek-en-vind-kwaliteiten, kon mijn sleutels nergens vinden. 
Jente: druk bezig met een slaappartijtje met haar vriendinnetje: geen interesse, geen sleutels. 
Het verschil met de hierboven beschreven zoektocht naar de ring: totale acceptatie. Ik wist dat ik ergens een reservesetje had, en ja: ik ergerde me mateloos, maar ik accepteerde dat ik nu eenmaal nog best wel een record had gezet wat betreft het NIET kwijtraken van mijn sleutels. Onhandig was het wel. 
Frustrerend ook. Maar geen verbaal braaksel deze keer. 
Ilse sommeerde me om toch maar terug te rijden naar ons domeintje, want de enige mogelijkheid was dat ik mijn sleutels daar ergens had verloren. 
Dat deed ik. Mijmerend over mijn vermogen om dingen kwijt te raken, even vaak in het volle zicht als gewoon in 'het blauwe niets'. 
Auto geparkeerd, parkeerplaats doorzocht en toen mijn wandeling gereconstrueerd. Blik naar de grond, als een slak om geen centimeter te missen. 
Na 12 stappen zag ik ze liggen: mijn fietsensleutels. 
Ik vrees dat de aanwezige mede-tuinders een nachtmerrie kregen, en nu nog schande spreken van een ongure, ongeschoren vent die slenterend over het paadje liep, een luide juichkreet slaakte, waar alle gaaien, duiven, mussen en roodborstjes spontaan van opvlogen. 
Maar ik heb ze. Ik kan weer fietsen. En in geval van diefstal, kan ik de verzekering gewoon twee originele sleutels overleggen. 
BAM!


Anyway: mijn korte mei-vakantie zit er alweer op. Ik ga er weer voor de volle 64,67% tegenaan.
Ik wens eenieder een best weekend toe.





vrijdag 1 mei 2026

Relaxen voor een eigenwijze realist.

Ons "vaste" huisje was even niet beschikbaar. Danny (de eigenaar) had zijn toko reeds verhuurd, of zat er zelf te genieten van de rust en betrekkelijke ruimte op het eiland. Ik kan hem geen ongelijk geven.
Maar ja. Wij wilden ook weer. Het was weer nodig, de tijd was er voor en dus moesten wij uitwijken naar een andere locatie. 
Mijn vader zou mijn vader niet zijn als hij niet met een uiterst vergelijkbare optie aan zou komen. Als een ware 'wizzkid' navigeerde hij moeiteloos over de site van airbnb's naar een zelfde soort arbeiders-tussenwoninkje.  
Charmant. Krakend. Knus. En gemoderniseerd en van alle gemakken voorzien.  
"Seaview!!!" Zo kwaakte de advertentie.  
Oke: hier had de eigenaar wellicht een borreltje teveel op, want de enige 'view' die met de zee te maken heeft, is de incidenteel overwaaiende meeuw, die als je niet oppast, krijsend op je kop poept. (Een ervan wist met welhaast perverse precisie de deurklink aan de buitenzijde te bekakken). De belendende tuin, is redelijk betonnerig, maar op zijn oud-Engels, aangekleed met veel groen, dat niet alleen uit potten groeit, maar ook uit de antiek stenen muren groeit. Vind ik machtig mooi. Vooral omdat ik er dus lekker kan roken, zonder dat de brand alarmen afgaan. En het hele eiland geëvacueerd wordt, nog voor ik mijn peuk heb kunnen doven.
Ons huisje heeft beschikking over 2 slaapkamers, voorzien van twee 2-persoons bedden. Dus Jente ligt als een ware keizerin in een enorm bed. Was de eerste ochtend nog even zoeken, we waren bang dat ze verdwaald was tussen de lakens. Maar het bed dat wij moesten delen... 
Dat was qua maat even groot. Even groot ook als het bed in onze klapkar. We kunnen alvast wennen. Smal dus. Twee anorexia patiënten zouden er comfortabel in kunnen slapen. Maar twee gezonde, Hollandse mensen... We hadden het erg knus. Vooral ook omdat het bed belegd was met een twee-persoons dekbed. Wees gerust: géén broertje of zusje voor Jente.
Geen Easyjet met een eigen plek aan de terminal deze keer. Vooral omdat Easyjet een erg onchristelijk tijdstip van vertrek heeft. Helaas. En dat is dan ook gelijk het enige positieve van de blauwe maatschappij, die in alles verder onderdoet voor Easyjet. Easyjet is vriendelijker, comfortabeler, moderner, goedkoper. 
Hoe dan ook: ik had collega N. gecharterd om ons naar ons vliegtuig te brengen.
Ik wilde mijn gezin natuurlijk wel een zo positief mogelijk beeld geven van mijn werkplek. Gezeur horen ze er al vaak genoeg over, en N. is een topper die dat stukje van de reis door haar persoonlijkheid en kwaliteit van werken toch wat positief kan maken. En iemand die ik de veiligheid van mijn gezin toevertrouw. Ik ken coureurs, waarbij ik lopen naar het vliegtuig als veiliger beschouw.
50 minuten vliegen later, iets te lang wachten op een taxi en daarmee de boot missende die we hadden willen hebben, kwamen we aan op 'het Eiland '.  
Overigens kon het geen kwaad dat we die boot misten, we hadden blijkbaar de verkeerde boot geboekt, en hadden dus sowieso bij de verkeerde terminal gestaan. Eind goed, bijna goed. Dat idee. 
De aankomst op Wight vind ik altijd bijzonder. 
Mijn lijf heeft een soort van fysieke ontspanning als ik van de snelboot af stap, en ik het oude dorpje binnenstap. 
Alsof ik letterlijk even verlost ben van het gewicht van het leven. Ik mag even totaal ontspannen. Datzelfde effect heeft ons tuintje ook op me. Ik voel mijn lichaam gewoon kleiner worden, omdat mijn ziel en spieren eventjes leeglopen of zo. Even geen lasten hoeven torsen. Even alleen dat wat echt belangrijk is voor mijn ziel en lijf.
Er staat de komende dagen erg weinig op het programma. Jente gaat uitgelaten worden door ouwezuslief. Lekker naar het strand. Lekker uitwaaien. Ikzelf wil uiteraard weer naar mijn allerfavorietste uitspanning om knoflook-gerelateerde meuk te kopen (en ik kreeg zowaar een lijstje van Jente mee). En schoenen zijn in Engeland ietwat voordeliger, dus dat zou ik ook op prijs stellen. 
Het is broodnodig, ik kan weer even ademen. 
Het is broodnodig, want ik heb mezelf uiteraard in mijn vrije 5 daagse weer een heleboel op mijn hals gehaald.

Een 'assessment'. Een dag lang jezelf door de mangel laten halen om erachter te komen wat je competenties zijn. Zoiets doet geen enkel mens die bij zijn volle verstand is, voor zijn plezier of zelfs maar voor zichzelf. Ik ook niet. Voor mezelf weet ik al wel wat eruit had moeten en kunnen komen: een prima vent, met gemiddelde intelligentie. En dat kwam er dan ook uit. Plus nog de "officieel" op papier vastgelegde veroordeling dat ik wat minder optimistisch ben, en mogelijk wat eigenwijs. 
Daar ben ik het dan wat minder mee eens. Ik ben geen blije muis, klopt. Ik noem dat realistisch. Niet per se pessimistisch. En eigenwijs ben ik ook niet echt. Een kritische denker, ja. En dat werd ook bevestigd. 
Bij het afscheid nemen van de beul van de dag, greep de beste man mijn uitgestoken hand verkeerd vast, en verwoestte daarmee zijn eigen vinger op mijn zegelring. Aangezien ik mij uitgewrongen voelde, had ik slechts beperkt medelijden met hem.
En dan wordt men aangeraden om zulks voor te bereiden. Dus ja. Dat deed ik dan maar. Iedere dag achter mijn pc oefeningen maken, die uiteindelijk op de dag des oordeels totaal irrelevant leken.
Mooi. Dit allemaal in de pocket. De reden hiervoor volgt later nog wel eens. 

Jente en Ilse hadden een half jaar geleden besloten dat ze naar een theater-achtig concert wilden van Douwe Bob. Theaterconcerten zijn me een gruwel. Douwe Bob is me een gruwel. Maar goed. Daar gingen mijn meiden dus naar toe. Zonder mij. 
En ze hadden een topavond. Toen Douwe de zaal in schalde of er nog vragen waren, wist Jente het voor elkaar te krijgen dat haar prangendste vraag beantwoord werd: houdt Douwe Bob van konijnen. Ja. Dat doet hij. Vooral in een stoof. De lul. Maar dat kind kreeg het ook voor elkaar dat de beste man haar schoenen signeerde. Sterker nog: naar zeggen deed hij niets liever. De slijmbal. En terugkomend op die konijnen: ik moest maar aan de pillen tegen de allergie. Puik plan, doen we niks mee. Goed, die schoenen werden dus zwijmelend bij het hoofdeinde van haar bed geparkeerd en we moeten haar hier op het eiland echt behoeden voor al te enthousiaste strandwandelingen in de zee, want dan is die handtekening weg voor ze haar vriendinnen ermee de ogen uit kan steken.

In ons tuintje hadden we een lekke vijver. Dat losten we op door aanschaf van een vijverbak. Totaal andere maat. Totaal andere vorm. 
Maar ja. De tijd zat ons tegen, dus we vermoedden dat we pas ergens in de zomer eraan toe kwamen om het geheel af en weg te werken. Goddank heb ik een buitenissig energieke schoonvader, die inmiddels die hele bak in heeft gegraven, en ingebouwd. Met behoud van planten en dierenleven. En precies zo, als dat ik mij en wij ons, hadden voorgesteld. 
Dus in de zomer wordt het genieten als God in Frankrijk steeds meer werkelijkheid. 

Goed, dit maar weer geschreven hebbende, zijn wij even aan het genieten. 
Ik wens iedereen een prettig weekend. 





donderdag 23 april 2026

Pareltjes en waterpret.

 We parelen door. 

Zoals op elke werkplek wel zal gelden: er zijn ook parels waarvan de oesters in onbegaanbare staat van ontbinding verkeren. Van die mensen die je op zich een plek in de spotlights wel zou gunnen, maar dan beschenen door een ultra-krachtige laser. En dat achter het behang. 
Maar gelukkig: er zijn ook parels die je met plezier in je oor zou schieten, omdat ze mooie of leuke dingen voor je doen. 
Er is een collega waarmee je intelligente gesprekken kan voeren, iemand die je helpt met vragen over roosters, iemand die net als ik bijzonder weinig met religie heeft. Een goed gevoel voor humor en de man is attent. 
Ik sta inmiddels bekend om mijn buitennissige voorliefde voor knoflook. Ik teel het, ik verwerk het en ik eet het. En sinds ik af gestapt ben van de magnetron-prakkies, geurt de kantine regelmatig naar knoflook als ik mijn trogje open teneinde mijn avondmaaltijd te nuttigen.
De betreffende collega (laat ik hem C. noemen want zijn naam begint met een K) wist mij te melden dat er een marktkraam was in zijn buurt, waar ze allerhande soorten knoflook verkopen, en zo beloofde hij een bolletje voor me mee te nemen. 
Dat vond ik een aardig gebaar, en zo kabbelde het leven voort. 
Tot hij gisteren bij het opstarten van de dienst mij benaderde: "ik heb je zo even nodig".  
Meestal zijn dat soort teksten de opmaat tot forse gesprekken van gewichtige aard, maar een goede 20 minuten later stond hij trots te zwaaien met een tasje vol knoflook. Een tweetal Spaanse en een netje Franse. 
Dat vind ik bijzonder attent. 
Ik vroeg om een 'tikkie', maar C. vond het voldoende als ik eens een maaltijd met de knoflook voor hem maak. Iets dat ik wel kan. 
Ik zit nu echter wel in een spagaat: ik zou deze twee rassen het liefst verdelen in "eet" en "teel" bollen, maar volgens mij is het nu net het seizoen nog niet. 
Hoe dan ook: een fijn gebaar, waar mijn ziel en mijn smaakpapillen nog lang van kunnen nagenieten. En de omgeving ook, zij het dat die meer met de meur te maken hebben dan met de prettige kanten van deze geurige bollen. 

Een ander oprechte parel is collega S. 
Collega S. is een vriendelijke zelfs wat ingetogen kerel. Hij is van niet-westerse afkomst, en we noemen hem wel eens gekscherend "onze kleine taliban". 
Ik heb hem een aantal keren geholpen met wat dingetjes, en de laatste was hem een bouwplan geven voor een kweekbak voor (hoe kan het ook anders) knoflook. Want hij raakte een beetje aangestoken door mijn enthousiasme. 
Zodra mijn knoflook oogstrijp is, krijgt hij een paar bollen, zodat hij ze zelf door kan telen. 
Maar de beste man is niet van het éénrichtingsverkeer. Als hij met zijn auto een plekje voor de deur bemachtigde, en onze diensten lopen gelijk, mag ik altijd met hem mee. 
Zo ook gisteren. De lieve man had eigenlijk 15 minuten eerder einde dienst, maar hij kijkt niet op een minuutje meer of minder, en sommeerde me bij hem in te stappen. Hij zou wel wachten, en accepteerde geen tegenwerpingen. 
Dat is toch goud. 
Gelukkig dacht de busregie (onwetend van dit fraaie staaltje van collegialiteit) positief mee, en kon ik ruim op tijd weg. 

Twee andere kansrijke pareltjes: de zeer jong ogende stewardess die niet oplette. Normaliter laat ik op diverse manieren, en vooral middels lichaamstaal (nee, ik wapper nog net niet met middelvingers) mijn ongenoegen blijken. 
Maar met de komst van de nieuwe bussen, maakt het me weinig uit. Er is veel meer plek voor mensen dan de verdeling aangeeft, dus een paar extra, zal mij de pis niet lauw maken. 
Deze dame lette dus niet heel erg goed op, en voor we het wisten, liepen er 5 man meer naar beneden dan ik had gewild. 
De dame boven me, had het snel in de gaten, en deed uiteindelijk alsnog wat ik verlangde, en toen ik wegliep, riep ze me van boven toe dat het haar speet. 
Dat doen ze nooit, en ik vond dat zo'n verrassend gebaar dat ik van pure verbijstering mijn onderkaak op de grond liet kletteren, waar ik vervolgens bijna letterlijk over struikelde. 
Zo kan het dus ook. Foutjes maken is menselijk, geen groot probleem. Jezelf dan verontschuldigen, is een fraai staaltje van volwassenheid die ik zeer kan waarderen. Ik stak mijn duim op en wenste haar een behouden thuiskomst. 
Geef mij nog 100 van dit soort meiden. Dat voelt vele malen respectvoller en werkt veel lekkerder. En die kreeg ik, niet zo gek veel later:
Het meisje dat een 'un-accompanied minor' begeleidde. 
Vaak rennen deze begeleiders met kind en al naar boven, waardoor de passagiersstroom stokt, en wij met zijn allen nodeloos lang staan te wachten. 
Of er werkelijk een procedure voor is, is mij niet bekend. Maar logischer is het als die begeleiders als laatste gaan, zodat de passagiers zich in hun stoel kunnen nestelen terwijl de begeleider als laatste de papierwinkel afhandelt met de cabincrew. 
Het meisje dat ik van de week in mijn bus had, met UM, snapte dit als geen ander. Stond keurig als laatste in de rij, en maakte daarmee voor alle andere passagiers én voor onze operatie de zaken een stuk soepeler. 
Ik ben erg goed in mekkeren, maar als ik vind dat iemand een compliment verdient, zal ik het in de regel niet laten. Ik stapte op haar af en fluisterde haar toe dat ik het heel prettig vond dat ze deed wat ze deed op de manier zoals ze het deed. 
Tot mijn milde verbazing, reageerde ze helemaal gevleid en verrast. Alsof ze zelden een compliment krijgt voor het feit dat ze iets goeds doet. 
Tja, dat herken ik dan wel. En een vriendelijk woord kan een dag maken of breken. 
Hoe dan ook: beiden hebben we die dag een mooie portie karma-punten verdiend.

En zo stiefelen we alweer af op mijn ingeroosterde vrije 5-daagse, welke ik middels het opnemen van wat snipperdagen heb weten te verlengen tot 11. 
In een wat verder verleden, toen er nog geen sprake was van een klapcaravan, maar wel van een 'casita Coster' besloten we dat de zomer, levend als god in Frankrijk op ons domeintje zouden doorbrengen. 
In ruil voor een niet-buitenlandse vakantie, zouden we dan in mei naar "het Eiland" gaan. Lekker even tot rust komen op the Ilse of Wight. 
En dat komt ras naderbij. Gelukkig nog geen bericht gehad dat we bij moeten betalen voor de kerosine. 
Uiteraard ga ik daar weer wat knoflook gerelateerde meuk kopen. Dat moet. Ik ben er toch. We gaan Jente uitlaten in een exquise vlindertuin. Ilse zal wel weer willen verbroederen met de alpaca's. En ik? Ach, een hele haai die via het beslag en de frituur op mijn bord landt, en een lekker lui uurtje aan het strand, en ik ben helemaal blij. 
In het tuintje bleek de vijver lek. Dat is een ongemakkelijke zaak. Want zoals ik al schreef: die vijver was vele malen groter dan het oog zou kunnen zien, en dat dus nu lek. 
Ik snap dat wel: het is een groots uitgegraven gat, bedekt met vijverfolie. Op zich een mooi concept, maar niet na 20 jaar, vele hoeven van reeën en een misschien wat té speelse Jente. 
En wat moet je in vredesnaam doen met een gat in je tuin die de grootte heeft van een bomkrater van dikke Bertha? Ik denk dat de hele Keutenberg er wel in past. 
Dus op marktplaats een vijverbak gekocht die naar beste inschatting groot genoeg zou kunnen zijn. En in elk geval stevig genoeg om slobberende reeën en iets te speelse Jentes te overleven. 
Die bak staat, en het goede nieuws voor de Schin op Geulenaars: ik heb niet meer de hele Keutenberg nodig, maar nog maar de halve. 
Onze vijver bevatte veel leven, en de halve dag hebben we besteedt om dat leven er uit te krijgen. Niks is sneuer dan een kikker die lekker aan het chillen is tussen de plantjes en het kroos, die ineens verpletterd wordt door een nieuwe habitat die hij zelf louter van een ondoordringbare onderkant zal meemaken. Dus we moesten op handen en knieën achter dat leven aan. Telkens het risico nemend dat we uitgleden door de glibberige bodemtroep die zo'n vijver in zijn 20 jarige bestaan nu eenmaal aan heeft gemaakt. Had overigens nog best koddig geweest: een Ilse die een godsonmogelijke radslag maakt omdat ze uitgleed over de bodemblubber van de vijver. Of ikzelf, maar dan was het minder koddig uiteraard. 
De bak staat, maar de halve Keutenberg is nog niet gearriveerd, dus dat moeten we in de zomer dan maar doen, denk ik. Zand scheppen terwijl de vogeltjes om mijn bezweette hoofd fladderen, en ik zo her en der een besje tot me neem. 
Ja, dat dus. En toen kwam er nog zo'n klapkar. Een paradiso. Een 40 jaar oud oer-Hollands product van inventiviteit, duurzaamheid en pure charme. De fabriek schijnt inmiddels vergane glorie te wezen, maar dit product gaat nog steeds "strong". 
Daar moet vrij weinig mee. Nieuwe hoezen voor de matrassen cq. kussens. Nieuwe gordijntjes. En dat is het dan wel. Want de paradiso is in verrassend uitmuntende staat. We gingen voor de vraagprijs uit van een project van meerdere maanden. Maar het bleek dat alles gewoon klopte. Er was niks echt kapot. Herstel: het linker knipperlicht doet het niet. En het keukenblokje is weliswaar niet kapot, maar begint na 40 jaar te verkruimelen (gemaakt van dun spaanplaat, dat na 40 jaar gewoon langzaam tot stof en as aan het vergaan is). Dat is een leuk projectje om te herstellen, of simpelweg te vervangen voor een langer bed of zitplaatsen. 
Ilse's gekochte biologisch verantwoorde scheidingstoilet past er wel, maar ik moet bekennen dat ik nog een beetje opzie tegen het gebruiken van dat toilet in een caravan met tentdoek-wanden en een polyester dak. Die tentdoek-wanden houden de majesteitelijke ruften al niet tegen (gaan waarschijnlijk enthousiast en op de maat meeklapperen), laat staan dat polyester dak dat dan een soort van ultra-versterkende klankkast wordt. En dan heb ik het puur over het geluid dat over de camping trekt. De geur die in het tentdoek trekt (of de eventuele rondjagende spetters), lijkt me voor de eventuele restwaarde funest, en zou kunnen zorgen voor een paradiso in hell. Voordeel zou wel zijn dat ik dan na de eerste dag heel erg veel ruimte heb om te slapen.
En dat levert dus keuze stress op. Want we hebben dit jaar dus bewust niks gekozen, maar omdat we nu eenmaal 2 paradijsjes hebben, wíl je er toch ook wat mee. 
Gelukkig kan ik zeggen dat het geld wel zo'n beetje op is. Dus verre vakanties zitten er niet meer in, we blijven bij ons plan. Volgend jaar kijken of we ergens een campingkje treffen waar we ons gedurende een weekje kunnen nestelen. En hoe we dan slapen. Want het ding is leuk, maar met een bed van 160 cm breed, is er geen optie dat Jente erbij kan. Die gaat dus in een bijzettentje. Want anders komen pa en moe niet tot slapen. Jente is namelijk in haar slaap niet bepaald een stilleven. Die ziet kans om als een soort levend andreas-kruis het hele bed in beslag te nemen, en dat zie ik niet bepaald ons dagelijks humeur ten goede komen. 

Wat mijn humeur ook niet beter maakt: het feit dat meneer Trump, u weet wel: die oranje bosaap uit Yankee/Redneck-stan, maar weer eens probeert te laten zien dat hij een held is. Nou ja, de beste man heeft nooit in dienst gezeten, en heeft waarschijnlijk militair gezien de heldhaftigheid van een laffe slang. Maar goed, hij bombardeert Iran naar de tering, Iran blokkeert een belangrijke zeeroute en de hele wereld kan krom liggen voor de moreel hoogstaande waanideeën van die oranje aap.
En ons kabinet. De mensen die wij gekozen hebben om ons land te regeren, beschermen en beter te maken? 
Laat ik volstaan met zeggen dat ik superblij werd toen ik hoorde dat ik in de zomer goedkoper met het OV kan reizen. Echt, ik stond te juichen van.... Ellende. 
Wat een sof. Wat een intens treurig bewijs van hoever meneer Jetten en zijn doorgesnoven kliek staatsmongolen van de alledaagse maatschappij af staan. 
We mogen goedkoop met het ov. Want de dubbele belasting op brandstof gaat die Jetten-draak natuurlijk niet verlagen. Hij kijkt wel uit. Noch dat hij een maximale prijs gaat hanteren die brandstofverkopers mogen rekenen. Nee, de bevolking mag voor andermans oorlogje bloeden, en meneer Jetten gaat er niks aan doen. Hij hoeft ten slotte toch zelf de brandstof voor zijn dienstauto niet te betalen. 
Goedkoop met het OV. Ja. Dat zal helpen. Vooral voor mensen die niet in een provincie wonen waar er OV te vinden is. Want dat is door diezelfde kliek van staatsmongolen uitgekleed, wegbezuinigd en aan de goedkoopst opererende partij uit besteed. 
En als je de pech hebt om tijdens spituren naar je werk te moeten, mag je alsnog het volle pond voor die martelgang betalen. Want alleen tijdens de daluren mag men goedkoop rijden. En vol aplomb wordt dat trots als groots plan gepresenteerd. Dat we wel allemaal weten hoe goed er voor ons gezorgd wordt. 
Oh, het is niet alles kommer en kwel: bedrijven mogen nu belastingvrij niet 23 cent per kilometer betalen, maar 25 cent. Ik vermoed dat ik er likkebaardend aan mag denken, maar dat mijn werkgever alles uit de kast gaat trekken om ons dat niet te gaan geven. Mocht dit wel zo zijn, zal ik uiteraard deze woorden terugnemen, maar ik heb zo mijn vermoedens, gebaseerd op resultaten uit het verleden. 
Maar veel erger: de wereld lijkt gewoon niet te willen leren van het verleden. En ik vraag me af of er in het hiernamaals voormalige vijanden zijn die hoofdschuddend naar de aarde kijken, elkaar aanstoten en zeggen:" Wat zijn die levende zielen toch dom. We hebben al zovaak voorgedaan hoe het niet moet. Kunnen ze nu werkelijk geen 100 jaar onthouden dat oorlogen zelden een oplossing voor een probleem zijn?"
Want uiteindelijk: met 1 huis, 1 mooie volkstuin, 1 prachtige klapcaravan, 1 geweldige vrouw, 1 superdochter en 1 poes waar ik gemengde gevoelens bij heb, hebben we het nog steeds goed. We kunnen eten, we kunnen genieten. Maar de mensen die op dagelijkse basis aan flarden geschoten worden, voor idealen van een of andere ouwe, uitgerangeerde gek, de mensen die op de vlucht moeten omdat ze huis en haard aan puin zien gaan, die hebben het nog vele malen erger dan mijn zeikende persoontje over die Jetten-draak, die oranje bosaap uit Yankee/Redneck-stan en de almaar oplopende inflatie. 
Het relativeert vaak wel om bij alle gezeur even te denken aan de werkelijke slachtoffers. 

Hoe dan ook: nog een paar dagen werken. Ik ga er voor de volle 78,62% tegenaan. Ik wens eenieder een mooi weekend. 







donderdag 16 april 2026

Pareltjes en andere shenanigans.

Pareltjes van het Platform.
 
Vluchten hebben vaak een heel divers karakter. 
Er is een verschil tussen een vlucht van een prijsvechter en een vlucht van een "flag-carrier". 
Dat verschil komt bijvoorbeeld tot uiting in de souplesse van de afhandeling. 
Maar ook aan het publiek merk je de verschillen vaak wel. 
Dat is nu eenmaal een gegeven. De mensen die een vlucht naar een zo goedkoop mogelijk all-in-reservaat boeken, waar ze zich 9 dagen lang louter verplaatsen tussen hun lakentje aan de zonne-grill en het ongelimiteerd vreten in een sfeerloos buffet-restaurant, zijn nu eenmaal niet de mensen die een zakelijke vlucht naar de overkant van het Kanaal boeken. 
Dat merk je vooral aan de reactie op een busrit naar de terminal. Soms verbaasd. Soms ronduit ontevreden gemekker. Tot ze erachter komen dat de busrit dusdanig is, dat een wandeling van die afstand, simpelweg fysiek niet meer haalbaar is na een vakantie die louter bestond uit verkolen in de zon en grazen in het naastgelegen buffet-weiland. 
De doorgewinterde veel-vlieger ziet die bus, stapt in en laat zich lethargisch vervoeren. Of maakt een "ouwe-jongens-krentenbrood-babbeltje" met de dienstdoende bus-coureur. Altijd gezellig. 
Maar het is niet altijd de standaard. 
Zoals de prijsvechter-vlucht, waar ik een jonge gozer vervoerde die als een complete spraakwaterval zijn hele familiegeschiedenis in minder dan 3 minuten aan me vertelde, gelardeerd met vele "bro's", "swa's" en meer straat-taal, en dat afgesloten met een "box-ouwe!!!" van formaat. (Jente zou hiervan smullen, of 'cringen'). 
Of de gesoigneerde Italiaanse passagier die mij zijn ticket onder (en bijkans ín) mijn neus duwde, en verklaarde dat hij recht had (ja, zo zei hij het echt) op een rit naar een of ander hotel. 
Ik gaf aan dat ik hem dat recht niet zou ontnemen, maar dat hij wél eerst even de grens moest passeren, en buiten de terminal op zoek moest naar de shuttle voor dat hotel. 
Even later probeerde hij dat bij een andere collega nogmaals, die hem hetzelfde antwoord gaf. 
De vlucht voor een blauwe maatschappij die ik afhandelde naar een als een zakenbestemming bekendstaande bestemming had een paar passagiers die zich aan het rijtje "next-level-buitennissig" toe kan voegen. 
Ik weet niet meer precies welke bestemming het was, maar het was zo'n luxe oord. Luxemburg, of Geneve. Zoiets. Allemaal min of meer frequente vliegers. Weinig opzienbarend. Allemaal redelijk conservatief gekleed. Kalm. Zoals ik een rit graag heb. 
Degenen die er tot mijn verbijstering uitsprongen: een jong koppeltje. Slungelig joch, de puisten der pubertijd nog net niet helemaal tot rust gekomen. Petje mode-verantwoord achterstevoren nonchalant op het hoofd geparkeerd. Korte broek lieten een paar magere spillebenen zien, die in de schemering haast licht gaven omdat ze door de verse lentezon nog lang niet genoeg mode-verantwoord hadden kunnen bijbruinen. 
Het meisje, vele malen verder, iets minder hipster gekleed, naveltruitje, zo'n badstoffen broek en UGG's. 
Who am I to judge. 
Ze liepen kirrend en giebelend naar boven. Wellicht hun eerste vakantie samen? Het was ergens ook wel aandoenlijk. 
Het was ergens ook wel aandoenlijk, tot het meisje besloot tot een actie die ik tot nu toe toch wel tot de meest vreemde vind horen, sinds de vorige niet minder dan bizarre uiting van liefde die ik in het openbaar mocht zien: Terwijl het joch voor haar omhoog stapte, hief zij haar arm omhoog, strekte haar wijsvinger, om die vervolgens, met dodelijke precizie,  (behoorlijk diep) in het achterste van haar vriendje (en ik hoop bij god dat het ook echt haar vriendje was) te proppen. 
En dat niet één keer. 
De beste jongen reageerde er niet echt op. Alsof ze het dagelijks doet. In het openbaar. 
De vorige, echt bizarre "liefkozing" waar ik tegen wil en dank getuige van mocht, dan wel moest zijn, was ook weer een heel schattig koppeltje, wachtend in de rij voor de trap, waarbij het meisje 'en plein public' de puisten in de nek van haar vriendje begon uit te duwen. Aan het afvegen van haar handen aan het shirt van de beste jongen te zien, met wisselende opbrengst.
Ja. Oke. 
Mogelijk wanen dit soort mensen zich zelfs in het openbaar onbespied, en realiseren zij zich niet dat er op een luchthaven nauwelijks tot geen plekken zijn waar een camera geen zicht heeft. Misschien een vreemd soort fetisj. Nogmaals: wie ben ik om te oordelen.
Laat ik het er op houden dat onze lieve heer, heel erg vreemde kostgangers heeft.

Er gelden een aantal spelregels, zo rondom dat hele busvervoer. Velen daarvan hebben te maken met veiligheid. En een veilige rit, is een soepele rit. Vandaar dat het hele werk verpakt is in procedures, afgelakt met protocollen en versierd met aanvullende regels. En iedere betrokkene, zowel betaald als betalend dient zich eraan te houden. 
En dat gaat niet altijd even soepel, dat is niet altijd uit onwil, vaak ook uit onkunde. 
De laatste keer dat ik in moest grijpen bij een wat onprettigere zaak, was mijns inziens gewoon pure onwil. 
Het is namelijk niet toegestaan om eten en drinken mee te nemen de bus in, richting vliegtuig. Ten eerste omdat er nooit iemand knoeit, maar wij als chauffeurs toch telkens de restanten op moeten ruimen. En daar is geen tijd voor, de volgende vlucht staat al te trappelen. En om de een of andere reden vinden de meeste passagiers de prullenbakjes die die bus heeft, vaak te veel moeite. Heel gek, ik zou nooit bij die lui thuis willen komen. 
Hete dranken hebben als nadeel dat áls het valt, het met 60 graden over iemand heen lazert, en dat doet gewoon pijn. Frisdranken doen datzelfde, maar overlaadt de onschuldige passant met plakkerige suikertroep. Ook een beperkt genoegen, als je een reis in de lucht voor de boeg hebt. 
Ergo: het is gewoon niet toegestaan, en in de gate dient het gate-personeel daar actief op te letten. 
Dat gebeurt zelden, vaak komen mensen met complete maaltijden naar buiten. En die moet ik dan weer naar binnen sturen, of anderzins ongelukkig maken met hun eigen gebrekkige voedings-planning. 
Van de week kwam er weer een argeloze passagier naar buiten met een enorme emmer aan frisdrank. Ik roloogde maar weer eens. Het was een niet te missen halve liter gieter vol met frisdrank. En direct daarna een passagier grazend van een stokbrood waar de meeste Fransen een week van kunnen eten. Die laatste meldde ik dat het brood deugdelijk verpakt wel mee mocht, maar de beste man was sneller dan Max Verstappen, en voor ik uitgesproken was, had hij dat stuk brood als een stofzuiger geinhaleerd. De passagier met de emmer frisdrank vroeg of ze het mocht overgieten in een afsluitbare beker. 
Uiteraard. Dan kan het niet in de rondte spetteren als ik onverhoopt een minder prettige manoeuvre moet maken. 
Toen de gate-agent naar buiten kwam om me richting het vliegtuig te zenden, sprak ik haar aan. Dat een bus geen restaurant is, en voedingsmiddelen toch echt, heus niet mee de bus in mogen. Al jaren niet. 
Dat had ze niet gezien. 
Hoevaak ik die wel niet hoor. Ik kan ze per dienst op de vingers van al mijn collega's al niet meer tellen. 
Dus zo vriendelijk als ik kon, gaf ik aan dat het toch echt om een flinke emmer frisdrank ging, en dat ze mogelijk eens een bezoekje aan een opticiën moest overwegen. 
Aiiii.... 
Uiteraard was dat tegen het zere been van het wichtje, dat .vond dat ik op mijn woorden moest letten. 
Ik schoot in de lach. Een kind van net 20 die mij, na haar eigen weigering om haar werk volledig te doen, gaat vertellen dat ik op mijn woorden moet letten. 
Maar goed, heel veel nut om te discussieren met zoiemand heeft het niet, dus ik wenste haar een fijne dag, en vertrok. 
En ik kreeg gelijk, een opticiën zou echt geen overbodige luxe zijn, want het kind meende te moeten klagen, over een chauffeur in een ouwe, witte bus. Terwijl mijn bus toch echt nieuw en groen is. Een gesprek hierover met onze regisseur was dan ook erg vermakelijk. 

Ik ben niet altijd zo ad-rem. 
Twee keer dat ik redelijk "off-guard" gepakt werd door mijn passagiers. 
De eerste was een streng uitziend heerschap die de niet meer helemaal lege bus bekeek, en me nors vroeg waar de businessclass was. Nu vind ik persoonlijk het hele concept van businessclass nogal overrated op kleine regionale vliegtuigjes, maar goed, mensen betalen ervoor en verwachten ook wel dat ze dan met meer égards vervoerd worden. Een service die het busvervoer nu eenmaal niet heeft en kan leveren. 
Geen bus-inessclass dus. Omdat die specifieke vraag me al zeker 4 jaar niet meer gesteld werd, stond ik toch even met mijn mond vol tanden. Ik wees naar een van de deuren, en meldde dat de man alle vrijheid had om een deur naar zijn smaak te kiezen, en een vrije stoel naar keuze mocht gaan bezitten. Dat was niet helemaal zoals hij het (terecht?) voor zich had gezien, maar gelukkig realiseerde hij zich dat hij ook erg weinig keus had, wilde hij toch nog bij zijn vliegtuig komen. 
De tweede was een vlucht naar Scandinavië. Die vluchten vind ik altijd wat dubbel. Ik vind het heerlijk om gewoon lekker in mijn eigen bubbel te zitten, en lekker rustig, zonder al te veel gedoe mijn werk kan doen. En het publiek op die Scandinavische vluchten is over het algemeen totaal niet communicatief. Geen boe of bah. Geen teken van herkenning van een andere menselijke vorm, wandelen ze, mij straal negerend, voorbij om mijn bus te enteren. Prima. Ik vind het wat onbeleefd om de chauffeur die jou veilig bij je vliegtuig moet rijden, straal te negeren, maar aan de andere kant: het beschermt mijn stembanden tegen versnelde slijtage. 
Daarom raakte ik ook in een staat van "fight or flight" toen een vriendelijke oude heer met zijn gezicht onder de klep van mijn pet (nog op mijn hoofd) opdook om me te vragen of hij goed was voor de vlucht naar Linkoping. 
Nu klinkt Linkoping in het Zweeds niet als Linkoping, en met het enorme accent in het Engels van de lieve man, klonk het eerder alsof hij me mededeelde dat hij voornemens was om me te lynchen, dus mijn hele lijf begon zich op te pompen om ervoor te zorgen dat ik heelhuids en ongeschonden bij mijn gezin terug te keren. 
Er is namelijk een nagenoeg onoverbrugbare kloof tussen de gebruikelijke Scandinavische mentaliteit om de buschauffeur straal te negeren, en letterlijk dwars door alle grenzen van mijn aura onder de klep van mijn pet met me te willen praten. Ik schrok mezelf de tering, gelukkig kon ik nog wel aan het vriendelijke gezicht van de man zien, dat hij waarschijnlijk niet echt van plan was om me te lynchen, maar het was een heel erg aparte en ongemakkelijke ervaring. Vooral omdat ik me opmaakte voor het gevecht van de eeuw op airside.  

Een nieuwe mijlpaal. 
Sinds een poos schuimt Jente de straten af op haar fietsje. Ze fietst zelfstandig de wijk door. Gaat zelfstandig naar school. Vertrekt zelfstandig naar vriendinnetjes, om te spelen. (Dat heet dan 'chillen', en geen spelen). 
Daar moest ik al best wel aan wennen. Heb ik eindelijk een fiets naar mijn zin, hoef/mag ik niet meer mee om haar te begeleiden, want ze schaamt zich nog net niet dood. 
Daar is een nieuwe dimensie bij gekomen. 
Éen van haar vriendinnen woont een wijkje verderop. Dat is een heel eind dus. Niet zozeer voor mij persoonlijk. Maar als vader word ik al een beetje wee in mijn benen als ze 2 straten verderop gaat dan haar school. Laat staan een hele wijk. 
Het betreffende vriendinnetje stapt ook zonder morren op haar fiets om hierheen te komen, dus dat Jente dat omgekeerd ook doet, is niet meer dan normaal. 
En als het schemerig wordt, stapt Ilse op de fiets om het kind niet alleen door de schemering terug te laten fietsen. 
En dat doen de betreffende ouders dus ook. 
"Vier frikandellen had ik op!!! En twee grote-mensen-porties friet". Waar ze het laat, mag Joost weten. Maar ze is weer veilig thuis. Ik kan weer opgelucht ademen. Nadat ik heb aangeboden om toch maar een tikkie te betalen voor die bezopen hoeveelheid vette blerf.
In de ochtend, als ze naar school fietst, dan wil ze graag dat ik buiten sta, om haar uit te zwaaien. Kwekkend en kakelend komt ze de brandgang uit, en al kletsend fietst ze de straat en mijn zicht uit. 
Haar kleren kiest ze zelf. Toegegeven: ik ben wellicht niet de meest mode-bewuste figuur op aarde, dus hier heeft ze wellicht gewoon gelijk. En geheel onder (mijn) het motto "Boeit me niet", trekt ze bewust 2 verschillende sokken aan, want dat is vrolijker. 
Ze bakt zelf eieren, en maakt zelf de noodles klaar waar ze zo dol op is. 
Naar de supermarkt gaat ze ook. Niet om boodschappen te doen ("jullie moeten voor me zorgen, ik ben het kind hier"), wél om flesjes in te leveren om van dat geld wat snoep te kopen. 
En heuse pré-puberale meisjes drama's. "Die zei dit-en-dit tegen Pietje, en toen deed Pietje zus-en-zo tegen Klara en toen gingen wij van-zus-en-dit-naar-zo-en-dat". 
En ondertussen zit ik me af te vragen waar toch dat onschuldige dreumesje is die zo lekker kon pruttelen. 
Gelukkig mag ik wel nog af en toe lol met haar maken. 
En het liedje "Dochters" van Ben Saunders en Marco Borsato komt in me op. Een zekere brok in mijn keel kan ik niet voorkomen. Het gaat zo fucking snel. Het zal wel aan mij liggen dat ik haar tempo niet bij kan houden, maar ze groeit en ze groeit. 
En mijn sentimentele ziel heeft moeite met de ongelooflijke snelheid waarmee dat blijkbaar allemaal moet. Misschien moet ik me omscholen tot verkeersagent, puur om de vaart eruit te houden. 

Het is niet alles koek en ei, na de overname van onze 'Casita Coster'. 
Er is namelijk enorm veel te doen. 
De vijver is lek. Helaas. Echt helaas, want ondanks dat ik het idee van een stroompje heb laten varen, was het een florerend geheel van wilde reptielen, buitenissige insecten en wonderlijk struweel. 
Komt dus een grote bak voor in plaats van dat folie, en dan maar het lichaam goed aan het werk zetten. 
Ondertussen zijn er nogal wat zaken die ook onze aandacht vragen. 
We hebben inmiddels echt al wat zaken de grond in gedaan, die grond wat vorm gegeven. Wat borders geplaatst zodat het voor 3 ADHD zielen overzichtelijk blijft. 
Bij de overgenomen boedel zat ook een picknick-tafel. Je weet wel: zo'n houten set die min of meer in te klappen is. Zit niet lekker. Ligt zeker niet lekker, maar wel praktisch. Tenzij de natuur er meer gebruik van maakt dan de mens. Met wat kunst- en vliegwerk kreeg ik het ding klaar voor ronde 2. En we hebben er al aan gegeten. Toen ontdekten we dat er wat planken van het tafelblad waren los gerot. 
Dat ging ik van de week even aanpakken. 
Ik had een hele planning gemaakt: 
-Tafel opkalefateren. 
-Poot-uien de grond in. 
-Achtergebleven stronk de grond uit. 
-Aarde halen om de aardappel-kweek-zak mee te vullen. 
Dat leek me een mooie besteding van een vrije en zonnige donderdag. 
En zoals dat gaat met planningen van Marnix: dat loopt toch anders. 
We hebben een plekje voor spullen die te zijner tijd afgevoerd moeten worden. Die plek heb ik al eens leeggemaakt, maar inmiddels liggen er weer allemaal zaken die niet te redden zouden zijn. 
Waaronder een kweek-kast annex plantenrek. 
Volledig doorgerot. Compleet onbruikbaar geworden. 
Ik had dus de picknick tafel naar mijn tevredenheid weten te verstevigen, en was op weg om het plekje voor de poot-uien in te gaan richten. 
Mijn oog viel op dat rekje, en in een vlaag van verstandsverbijstering cq. ongebreidelde ADHD in uitvoering, besloot ik om eventjes te kijken of ik dat rekje niet zou kunnen voorzien van een levensverlengende operatie. 
Een paar plankjes op maat om de rotte exemplaren te vervangen, zou me geen uren moeten kosten. 
Voelt u hem ook al aankomen, ja? 
Een paar plankjes, leidde al snel tot 8 planken. Want het was niet alleen het middendeel dat vier verrotte planken had. Van de onderste etage was er ook één die niet meer te redden was. En de top etage hing er ook maar verdrietig bij. Nadat dat allemaal vervangen was, besloot ik de bovenste etage op te fluffen met wat extra randjes, haakjes, en mooi schuin afgezaagde plankjes. 
Klaar, dacht ik. Maar tot mijn ongenoegen, wiebelde het ding. Niet van links naar rechts, maar van voor naar achter. Goed, kan ik ook oplossen. 
Inmiddels was het toch echt achter in het midden van de middag, en was die boomstronk nog steeds zijn dans ontsprongen, en de poot-uien zouden van pure verwaarlozing zelf maar een plekje in de grond gaan zoeken. 
Dus heel snel (te snel voor dat gammele lijf van me) die boomstronk eruit gejakkerd, de aarde neergelegd, wat steentjes erachter om erosie tegen te gaan, mest erover en uien de grond in. 
De aardappelen mogen nog heel even geduld hebben. 
Het is niet voor het eerst dat mijn lichaam me voor knettergek verklaart. (En mijn lichaam laat me dit vooral voelen, als het zou kunnen spreken zou hij het op die misselijke toon van Geert Wilders tegen me sneren). De knokkel van mijn rechter middelvinger raakte gewond door een rondslingerende zaag. 
Het topje van mijn linker ringvinger zag kans om tussen twee planken hout te komen, welke ik aan elkaar wilde schroeven. Vraag me niet hoe, maar het topje zat er tussen, en de accuboor is erg sterk en even empathisch met mijn lichaam als mijn werkgever. Ik heb meerdere splinters uit meerdere vingers moeten pulken, er zat er zelfs één in mijn bil (vraag me niet hoe) en ik zag kans om op een op zijn kopje gelandde schroef te gaan zitten, waar door ik sneller overeind kwam dan de monsterlijke pik van Ron Jeremy in 'Deep Throat'.

Goed. Dit alles maar weer geschreven hebbende, gaan we toch maar weer kijken naar een vouwwagen. Niet dat we een auto hebben waarmee we dat ding zouden kunnen verplaatsen. Die hadden we weg gedaan, omdat het nonsens is om een auto te hebben die een caravan kan trekken, en dat maar één keer per jaar doet, terwijl je de rest van het jaar er wel de wegenbelasting, verbruik en verzekering voor moet betalen. 
ADHD iemand? 
Ik ga het weekend lekker bijkomen op mijn werk, geloof ik. Ik wens eenieder een beste toe. 



vrijdag 10 april 2026

Uit de tijd.

 Er waren eens drie jongetjes. Ze groeiden op in dezelfde buurt. Gingen naar dezelfde school. Hadden ongeveer dezelfde hobby's. 
Ze zagen elkaar vrij vaak. 
Maar om nu te zeggen dat het vriendjes waren... Nee. Dat niet. 
Jongetje A. Was een beetje een een overheersend typje. Misschien zelfs wel een beetje een bullebakje. Jongetje B. en C. waren wat meer (niet opvallend, maar een heeeeel klein beetje meer) ingetogen. Wat minder bullebakkerig. Wat minder overheersend. 
Het waren geen wilde slachtpartijen, die A. organiseerde tegen B. en C. Nee, het ging allemaal net tegen het beschaafde aan. Meer van die kleine, subtiele pesterijtjes. Een kut-opmerking hier. Een waterballon daar. Een doortrapte stunt zo links en rechts, die maakte dat A. er beter uit kwam dan B. en C. 
De jaren sleepten zich voort, en alle drie de jongetjes groeiden uit tot prima studenten. Je kent het wel: de eerste jaren van de studie economie of zo, werden letterlijk en figuurlijk in de alcohol verzopen, bij zo'n wanstaltige studentenvereniging. En daarna gingen de remmen los om toch nog wat van hun leven te maken. Ze verloren elkaar al lang voor dat moment uit het oog, en geen van drieën had heel veel tijd of behoefte om veel met elkaar bezig te zijn. Ten slotte: de herinneringen aan elkaar waren nu niet echt de meest dierbare. 
Ze werden alle drie behoorlijk succesvol. Alle drie werden ze ergens hoge baas. Hele hoge baas. 
Jongetje B. werd hoge baas bij Rijkswaterstaat. Jongetje C. kwam terecht bij Prorail en jongetje A. mocht zich na jaren hard zwoegen de baas van 's lands grootste luchthaven noemen. 
Zoals ik al zei: behoorlijk succesvol. 
De herinneringen waren dan weliswaar vervaagd tot een wat schrijnend gevoel in de blaas, ze waren er nog wel. En B. en C. roken hun kans om eindelijk eens subtiel, doch onmiskenbaar villein wat wraak te nemen.
En dat lukte. 
Want als baas van Rijkswaterstaat, kon jongetje B besluiten om tijdens het eerste weekend van het vakantieseizoen, nagenoeg álle snelwegen rondom Amsterdam en richting 's lands grootste luchthaven gewoon dicht te gooien. Zogenaamd vanwege verbeteringen. 
Horrorfiles gegarandeerd, vooral voor de werknemers en de reizigers, die gezamelijk in die horrorfiles terecht komen, in de hoop dat ze op tijd zijn voor hun vlucht. 
En dat lukte. 
Want als baas van Prorail, kon jongetje C. een luchtige duit in datzelfde zakje doen, door te besluiten om tijdens datzelfde weekend één van de belangrijkste treinknooppunten richting 's lands grootste luchthaven op slot te gooien, waardoor reizigers en werknemers, minimaal een half uur, zo geen uren langer onderweg zijn onder omstandigheden waarbij bepaalde historische transporten verbleken. 
De wraak is zoet. Zoet van puur en kwaadaardig bederf. 
Even serieus. 
Aankomend weekend zijn dus daadwerkelijk nagenoeg alle wegen naar Schiphol afgesloten. En ook de treinverbindingen liggen er prachtig uit. In het eerste echte weekend van het vakantie-seizoen. 
Welke compleet achterlijke gek verzint dit? Om in één weekend maar gewoon alles dicht te gooien?
En waarom zitten de mensen die dit soort planmatige bullshit uitvoeren, op de plek waar ze dit zo voor elkaar krijgen? 
Elke mongool kan toch bedenken dat dit voor heel veel mensen gaat leiden tot van frustratie afgekloven stuurwielen, en andere gezondheidsklachten? Of... Zit er misschien toch meer achter, en is mijn fantasietje, veel minder fantasie???
Ik kan dus met goed fatsoen niet op een normale manier op mijn werk komen, tenzij ze een helicopter voor me laten vliegen. 
Met de auto: reken op dik 1 uur extra reistijd, als dat al voldoende is. Waarschijnlijk niet. Met de trein hoef ik er al helemaal niet aan te denken, want heen kost me minimaal een uur extra, terug is simpelweg niet mogelijk. 
Ik vind het eigenlijk ook wel bijzonder dat de partijen die alle passagiers vervoeren of op andere wijze in het proces van een luchthaven betrokken zijn, zich muisstil houden. Geen airline, geen luchthaven, geen indirecte partij die voor zijn voortbestaan deels of geheel afhankelijk is van het soepel verlopen rondom die luchthaven, die zijn mond open trekt en tegen Rijkswaterstaat of  Prorail zegt dat dit wel echt een absurd debiele planning is. Dat dit soort stunts blijk geven van een schokkend slecht inzicht in planning. Niemand hoor je er over. 
Ja, de mensen op de werkvloer. Die zien de bui alweer hangen. Een hoop ellende die gewoon te voorkomen zou zijn, door heel even je gezonde verstand te gebruiken. 
Maar ja. Laat dat nu net een dingetje zijn in de lagen (vlak) boven de werkvloer. Er druppelt veel naar beneden, maar helaas staat men boven de werkvloer schokkend weinig open voor gezond verstand dat naar boven wil... 
Het zal wederom een bijzonder weekend worden, wat ik je brom. 

Ik heb de afgelopen dagen maar weer eens enthousiast blijk gegeven van mijn menselijke trekjes. 
Ook ik mis soms wel eens wat scherpte. 
En nee: om dat te demonstreren heb ik geen schade gereden. Heb ik geen mensen op verkeerde plekken afgeleverd, noch heb ik mijn bus de landingsbaan opgereden, waardoor piloten spontaan hun cockpit met zeven kleuren volbaggerden. Het was veel mondainer. 
Ik moest op een bepaalde opstelplaats zijn, want mijn vliegtuig zou daar binnenkomen. Het was op dat moment nog aardig rustig, die hele strook opstelplaatsen was op één vliegtuig na, helemaal leeg. 
Op de plek waar ik moest wezen, stond een collega. Dat kan. Veel collega's weigeren (tot mijn verbazing en soms milde irritatie, zeker bij drukte) om in hun eigen opstelplaats te wachten. Dat heeft te maken met vroeger. Heel vroeger, toen vliegtuigen nog minder sterke remmen zouden hebben. Dat was ook de tijd dat men poep nog met een lange 'oe' schreef.
Maar goed, omdat ik in een van mijn spaarzame, vriendelijke buien was, riep ik de betreffende collega op om plaats voor me te maken, want over een paar minuten zou daar een kist voor mij binnenkomen. 
De collega reed weg, en antwoordde iets, maar dat ging een beetje verloren in de transmissie. Ik dacht er verder niks van en stelde mijn bus keurig in het vak op. 
Even later kwam de betreffende collega met een vriendelijke grijns naar me toe. Of er binnen 10 minuten twee toestellen op die opstelplaats afgehandeld zouden worden. Ik keek, en keek nog eens. 
Kak op een houtvlot. Ik vergiste me, en in de stellige overtuiging van mijn gelijk bonjourde ik onterecht gewoon een correct geparkeerde collega weg. En dat blijkbaar zo overtuigend dat de beste man maar gewoon aan mijn verzoek voldeed. 
De arme man kon dus gewoon de hele ronde rondom die opstelstrook opnieuw doen, en ditmaal gehinderd door 2 arriverende vliegtuigen. 
Aiiii. 
Gelukkig kon de beste man er later om lachen, te meer daar ik alle moeite deed om me te verontschuldigen. Dat kostte wat moeite: ik werk doorgaans zó goed en foutloos, dat ik me nooit voor dit soort stommiteiten hoef te verontschuldigen, ik moest dus echt even zoeken naar de voor dit soort gelegenheden geschikte woorden.
Een ander iets waarvan ik achteraf dacht: hier had ik iets beter over na moeten denken: ik vond mijn voorruit wat vies. 
Nieuwe bus, nog geen grondige schoonmaak gehad. 
Ik stapte in die bus bij aanvang van mijn dienst, en de collega van de ochtend (laat ik hem voor het gemak Robin noemen) vond het noodzakelijk om de troep voor de eerlijke vinder achter te laten. Van voor tot achter lagen er van die medische, rubberen handschoenen in die bus. Ik wil niet weten wat er tijdens zijn dienst voor rectale onderzoeken hebben plaats gevonden in die bus. Doktertje spelen op weg naar je all-in resort. Het kan, op Schiphol. Charmant is anders. 
Goed, een wat smerige bus dus. 
Aan het einde van mijn laatste rit, parkeerde ik het ding, en vertrok om even wat sociale contacten te onderhouden. Vlak voordat we bedankt werden, besloot ik om het voorraam te reinigen, middels de ruitensproeier. 
Nu is het zo dat de voordeur van die bus, naar buiten en naar voren opent. Komt dus naast het voorraam terecht. Dan is het een niet bijzonder gelukkige keuze om je ruitensproeier te gebruiken als die deur open staat, want de hele binnendeur krijgt dan de volle laag. Schoon is die wel. Opvallend schoon zelfs. 
Dus naar buiten kijken, is geen probleem meer. 

En omdat ik zo feilloos ben in mijn werk, merk ik dat mensen er vanuit gaan, dat ik overal verstand van heb. 
Het was een binnenkomer, en de trap moest naar het toestel gerold worden. Toen de trap (na veel vijven en zessen) eindelijk stond, voerde ik in mijn scherm in dat we ging instappen, en ik stapte uit. Dat bleek wat te optimistisch. De trap kwam niet op de juiste hoogte, was kaduuk. Ergo: er moest ergens een andere, wél functionerende trap opgedoken worden. 
Ik liep terug naar mijn bus, plofte in de stoel en voerde in dat ik toch niet aan het instappen was. 
Niet lang daarna kreeg ik via de porto de vraag wat er mis was met die trap. 
Ik overwoog om te melden dat de afhandelaar hem niet omhoog kreeg, maar dat leek me voor een open kanaal waarbij alle passagiers mee kunnen luisteren, niet meteen het beste antwoord, dus ik volstond met zeggen dat ik veel weet op airside, maar dat ik geen trapmonteur ben, en dus niet weet wat er kaduuk is aan die trap, en dat ze ergens een ander op zullen gaan duikelen. 
Dat leidde overigens ook tot wat hilariteit zo her en der. 

Ik was denk ik 27. Het was denk ik de tweede keer dat ik mijn vader ging bezoeken in zijn residentie op wat later in de volksmond van ons gezin "het Eiland" genoemd wordt.
Dat ging toen nog met FlyBe. Zo'n airline die met vliegende sigaren met propellors voor niet al te veel geld naar Southampton vloog. Helaas inmiddels failliet. 
Het was hartje winter, en los van het feit dat ik op de terugweg uit de rijdende auto sprong (nee, mijn vader reed niet zó intens slecht dat een sprong naar de dood te prefereren was, maar de auto gleed weg in de met bakken tegelijk uit de hemel komende sneeuw, en met mijn brute helden actie probeerde ik dat autootje (Hyundai i10, dus kleiner dan mijn fiets) op de weg te houden), en op de terugweg tot het moment van landen onduidelijk was waar dat zou gebeuren, ook weer vanwege die sneeuw in Europa, heb ik aan dat bezoekje ook een wat tastbaarder herinnering over gehouden. 
Een horloge. Een keurig, strak, enigszins ingetogen horloge. Van het merk Police. Alsof het een voorbode was van mijn latere werkgever: de Marechaussee. 
Ik had geen horloge, en gaandeweg mijn leven vond ik een horloge steeds meer een mannelijk en praktisch sieraad. 
Ik wilde dus eventjes kijken bij de plaatselijke horloge-detaillist of ze in Engeland een klokje hadden dat mijn oog zou strelen en mijn pols zou sieren. 
En dat hadden ze. 
Ik was nog vreselijk onervaren. Ik wist totaal niks van die dingen, anders dan wat de goeie merken zouden zijn, die niet al te duur waren. Bij mij dus geen automaten, solars, of merken die horloges maken die duurder zijn dan mijn huidige woning. 
Goed, de Police mocht mee naar huis, met dank aan mijn vader, en de tijd tikte ook aan mijn pols gestaag voort. 
Ik kreeg een vrouw, die me een leuk horloge kado deed in de tijd dat ik nog helemaal de alfa-haan met een BMW was. Ik gaf mezelf eenzelfde horloge van het wat burgerlijker Citroën, en kwam in bezit van diverse automatische horloges. 
Voor een latere verjaardag kreeg Ilse het voor elkaar om samen met wat familieleden mij een pracht van een Timex automaat van Snoopy kado te doen. 
En zo bouwde ik ongemerkt een aardige collectie van voor mij bijzondere klokjes op. 
En zo kon het ook dat het exemplaar waar dat eigenlijk allemaal mee begon in een vitrinekast belandde. Het glaasje leek mij gescheurd, na veelvuldig dragen en het batterijtje was reeds 3x vervangen. Plus dat ik uiteraard andere exemplaren had. 
Tot het moment dat ik in bezit kwam van een automaat uit de jaren '70. Een bijzonder vintage exemplaar. Maar het liep niet lekker meer. Want totaal gebrek aan onderhoud. Een juwelier rekende botweg 600 euro voor een simpele onderhoudsbeurt, en dat vond ik eerlijk gezegd een beetje van de pot gerukt. 
Maar er zijn meer van die lui, dus vandaag toog ik met die automaat naar een ander, en die wilde voor een paar euro's het ding eerst wel eens bekijken, en dan een offerte maken in voorkomend geval dat er echt noodzakelijke reparaties zouden komen. En het stellen van het bandje: gratis. 
Oh, en met een uurtje mocht ik terug komen, want dan zou hij het batterijtje van de Police ook vervangen hebben. En het gescheurde glas: bleek niet gescheurd. Wel wat bekrast, maar als ik er niet mee zou gaan zwemmen, of douchen, was dat geen probleem. Ik zou het later eens kunnen vervangen, als dat echt noodzakelijk zou zijn.
En zo liet ik de automaat achter, en ging ik huiswaarts met mijn eerste horloge. Het klokje waar het mee begon, dat nu weer levenslustig aan mijn pols tikt. 18 jaar oud, dat horloge, en mijns inziens nog steeds stijlvol, sierlijk, en mooi. 





vrijdag 3 april 2026

Wat een grap.

 Als de basis niet goed is, wordt het een wankel geheel. 
Dat is een stelling die eigenlijk voor alles in het leven op gaat. Het fundament, waaronder je dat ook plaatst, moet goed zijn. Moet stevig zijn. 
En zo komen we terug bij de PanzerKampfWagen VIII. 
Met bloed, zweet en (vooruit, om het spreekwoord af te maken:) tranen, heb ik dat ding zelf verzonnen, opgebouwd en in elkaar gezet. 
Dat vereiste een hoop nadenk werk. Ik waande me een heuse ingenieur, architect en monteur in één. 
En uiteindelijk stond er iets, waar ik oprecht van geloofde dat het een stabiel geheel was. 
Let wel: ik ben natuurlijk geen ingenieur, geen architect en ook geen monteur. 
Dus dat mijn oplossingen geen professioneel geheel opleverde, nam ik voor lief. Ten slotte: ik moet het toch leren. 
Ik ging er vanuit dat het dusdanig in elkaar zat, dat eventuele fouten vanzelf boven kwamen drijven, en relatief eenvoudig op te lossen zouden zijn. 
En daar kwam ik achter... 
PKW VIII kreeg het direct al goed voor zijn kiezen. Kilo's aan grond, houtsnippers, afval, gereedschap, boodschappen en kinderen vervoerde hij zonder al te veel ellende. 
Voortgetrokken door een heuse Mustang (a.k.a. ikzelf) over min of meer egale paden, dan wel compleet on-egale tuinoppervlakten, vervoerde de PKW alles wat ik in die bak kwakte. 
Hotsend en botsend over de paden en lanen, zonder een krimp te geven. 
Was het daarmee compleet foutloos? 
Nee hoor. 
Want de stuurpen, die de stuuras aan de bak vasthield, bleek dusdanig te trillen en te schokken, dat de moer die de stuuras op zijn plek hield, lichtelijk vermoeid een bijna geslaagde ontsnappingspoging deed. 
Dat was dan reparatie (of eigenlijk: verbetering) nummer 1. Gewoon simpelweg een gaatje boren in de stuurpen, vlak onder die moer. En dan door dat gat een spijker duwen en krom trekken. Dan gaat die moer nergens meer heen. 
Een aantal dagen geleden kwam een andere "flaw" aan het licht. 
Ik had de achteras met twee draadpennen aan de bak vast gemaakt. Speciaal voor hele dikke draadpennen gekozen, zodat het geheel niet alleen erg zwaar, maar ook erg stabiel en stevig was, zo leek me. 
Dus lekker aan de klus, 160 liter tuinaarde gehaald, in de PKW gedonderd, maar voor het zover was dat ik die tuinaarde kon deponeren waar ik het hebben wilde, was mijn tijd op en wilde ik vanwege de regen huiswaarts. 
Omdat de PKW van betonplex (is hout) gemaakt was, wil ik hem over het algemeen liefst droog of overdekt stallen. We hebben het schuurtje inmiddels dusdanig begaanbaar gemaakt, dat de PKW ook gewoon lekker droog in het schuurtje terecht kan. 
Met een ferme duw, wilde ik de PKW de drempel over krijgen, en toen bleek dat het gewicht van 160 liter tuinaarde, plus mijn kracht om het geheel over de drempel te duwen, toch teveel was voor de draadpennen van de achteras. 
Compleet scheefgezakt, sloegen de achterwielen vast tegen de bak. Geen beweging meer in te krijgen. 
Had ik toch maar die draadpennen iets meer "vlees" gegeven als versteviging. Om juist dit soort strapatsen te voorkomen. Ik had er in het ontwikkel-stadium nog over zitten denken, maar mijn achteloze ziel had blijkbaar toch de overhand. 
Ondanks dat ik niemand anders dan mezelf de schuld kon geven, stond ik toch heel even mijn ongenoegen over deze ontwikkeling verbaal te demonstreren. 
Gelukkig stopte het op dat moment met regenen (niets zo beklagenswaardig als een midlifecrisis-vent die in de regen staat te mekkeren), want ik kon meteen aan herstel-operaties beginnen. 
De as los rukken. De pennen recht slaan. Stuk hout op maat zagen, voorboren en op de juiste plek vastzetten. As er terug overheen. (Dat was nog de grootste uitdaging, met 2 niet meer helemaal strakke en rechte pennen). En toen die as eenmaal zat, heb ik alle profieltjes, hoekjes, haakjes en ankertjes die ik nog had liggen er tegen en er over geschroefd. Dan maar een beetje "over-engineren". 
En het staat weer. Als een huis. Na een fundament-reparatie. Na een aardbeving (letterlijk, gezien de lading). 
Als die nog eens zo'n stunt uithaalt, dan heb ik al een paar krasse daden in mijn gedachten, welke ik ermee uit ga spoken. 
Ja, of ik bouw hem opnieuw op. Ten slotte leert de ervaring mij dat ik best plezier heb in het bouwen van zaken. 

Toen we het huisje kochten, zat daar een enorme hoeveelheid boedel bij. Daar moesten we dik voor bijbetalen, want het was allemaal wel "bruikbaar". 
En toegegeven: er zaten een paar dingen tussen die inderdaad bruikbaar zijn. 
Maar ook een heleboel spul dat zijn uiterste houdbaarheidsdatum al lang en breed gepasseerd was. 
Waaronder een kast. 
Die kast was al niks toen die in het huisje stond, dus die werd naar het schuurtje verplaatst. Daar bleek dat het minder dan niks was, want de lades weigerden elke dienst. Het was kapot, en niet van zins om te functioneren. Goedschiks niet. Maar onder het genot van wat uitgebraakte liederlijkheden, kwaadschiks ook niet. 
Of ik die kast dan niet kon repareren. 
En of ik al bedacht had hoe ik die kast ging repareren. 
En wanneer ik die kast zou kunnen gaan repareren. 
En of ik die kast al had gerepareerd. 
Nee. Nee, nee. En nee. 
Dus kwam Ilse op het idee om dan maar op marktplaats een specifieke Ikea kast te kopen. Een trofast. Zoek maar op. 
Hoefde dan niet mooi of als nieuw te zijn, want die kast mag het einde van zijn levensduur in dat schuurtje afwachten. 
Marktplaats. Een plaats waar mensen komen die ofwel een loden pijp voor goud willen verkopen. Ofwel mensen die een gouden pijp voor lood willen kopen. 
Waar mensen zitten die wél willen verkopen, maar te belazerd zijn om te reageren. En ga zo maar door. Heel (voor de retail gefaald) Nederland koopt en verkoopt er de duvel en zijn ouwe moer. En communiceert ook zo. Totaal kansloos. 
Maar.... Ik trof een pareltje aan. En niet eens cynisch. Integendeel.
De dame die mij het begeerde kastje ging verkopen, reageerde snel, beleefd en maakte op een schappelijk moment een afspraak. Hulde! 
Daar aangekomen, bleek het om een vriendelijke jongedame te gaan, die geheel traditioneel gekleed mij te woord stond. Het was immers suikerfeest. Ik verslikte me zowat. Oke, ik wilde die kast wel snel, maar om nu tijdens een voor jou belangrijk feest een wild vreemde toe te staan om een marktplaats transactie te voltooien, vond ik erg hoffelijk van haar. 
En daar hield de service niet op. Want mijn panda, mijn trouwe pakezeltje, bleek toch echt een maatje te smal voor dit toch niet denderend grote kastje. 
Snel vloog de dame naar binnen, en kwam terug met een gereedschapssetje zodat ik het kastje uit elkaar kon halen. 
En dit alles in vriendelijke harmonie. Ik was niet zo snel als gehoopt weer op weg naar ons huisje om dat kastje daar af te leveren. Uiteraard niet voordat ik keurig betaald had, en haar een spetterend suikerfeest had toegewenst. 

1 April. Altijd weer voer voor grapjes. 
Ouwe zuslief vond dat dat geen meerwaarde meer heeft, de realiteit waarin we leven, is al één grote grap. En dan kun je er maar beter om lachen, dan je zorgen maken. Toch? 
Ik mocht werken die dag, en het was een dag als alle anderen. In de luchtvaart worden sowieso geen grappen gemaakt. 
Hoewel. 
Ik had een opdracht, op een plek vanwaar iedereen met enigszins functionerende ogen de enorm en fel verlichtte tekst AMS Schiphol, zonder enige moeite zou kunnen zien. 
Op mijn bus staat ook, in helder oranje ledlampjes niet te missen: AMS Schiphol. 
Dus ik ging er voetsstoots vanuit dat mijn grapje tot niks meer dan een glimlach zou leiden. 
Ik verwelkomde de mensen met: Good evening people, welcome tot Brussels Airport Zaventem, I will bring you to the terminal in a few moments. 
Van de 5 mensen zonder koptelefoon op, die het meekregen, schrokken er 3 en begonnen paniekerig rond te kijken, de andere twee grinnikten, en wezen de paniekerige lieden op de niet te missen zo fel verlichtte letters Schiphol, en na wat gemutter konden zij er ook wel de "grap" van inzien. 
Maar toch bij de terminal even vragen of het wel écht Schiphol was. 
Ik heb blijkbaar een korte fase van heel erg veel dijenkletsende humor. 
Het was een vertraagde vlucht, en de banden van onze nieuwe bussen, zijn nog zo nieuw, dat ze wortel schieten in het asfalt, als ze te lang stilstaan. En we stonden lang stil. Wél kwam er een passagier naar beneden die doodgemoedereerd zijn hondje uit ging laten. 
Nu is een luchthaven niet bepaald ingericht voor dit soort zaken, maar de passagier bleek samen met het diertje al 12 uur in de lucht te hebben gehangen, en het beestje moest nu eenmaal de roep van de natuur volgen. Een voor een Jack Russel indrukwekkende stroom van het hek naar het beton was het gevolg. De Maas was een lullig slootje vergeleken bij de hoeveelheid die dit kleine keffertje wist te produceren. 
Maar verder boarden: ho maar. 
Ik nam contact op met de regie, en die gaf aan dat het rustig was, en dat hij verder ook niet wist wat hij anders in mijn boordsysteem moest zetten. 
Daarop antwoordde ik dat ik een "einde dienst" ook wel een heel erg prima voortzetting van de dag zou vinden. 
Dat leidde tot wat gegrinnik over het kanaal, maar dat het met nog 6 uur te gaan, misschien wat vroeg zou zijn. 

Pasen. We vieren dat kindje Jezus aan een paar houten latten werd genageld, en dat doen we middels het vreten van al dan niet tot rotsen gekookte eieren, die we eerst verstoppen (ten slotte werd het kadaver van kindje Jezus ook verstopt) voor de kinderen. We eten exquise kerststollen die over waren, en een paastintje krijgen. We eten knapperige matzes, met een hoeveelheid beleg waar je spontaan een hartvervetting van krijgt om de smakeloze droge pent wat te maskeren. 
Maar wij gaan lekker naar ons tuintje. Een paar kleine klusjes en dan lekker relaxen en genieten. En wellicht dat ik er nu ook eens toe kom om er lekker te slapen. 
Ik ben in elk geval vrij, en dat is dan weer een mooi ding. 
Ik wens eenieder een mooi weekend toe. 







Een week vol maffe strapatsen.

 Ik ben absoluut tegen. Dat klinkt negatief, maar zo voel ik het.  Ik ben tegen het immigratiebeleid. Dat klinkt nog steeds heel erg negatie...