zaterdag 13 april 2024

Stoelen, mieren, oorlog en gekwek

Onze nieuwe stoelen zijn gearriveerd. Dat is een paar weken eerder dan de beloofde leveringsdatum, en daar kunnen heel wat grotere bedrijven dan "de Bommel meubelen" wat van leren.
En ze zijn prachtig. Ze zitten heerlijk.
Als je eenmaal zit, want dat is wennen, en tot op het moment van schrijven nog geen vanzelfsprekend veilige manoeuvre.
Ze werden geleverd om 0730 uur, en op dat moment lag ik nog te snurken.
Kom ik beneden, met een slaapdronken kop, wil neerploffen op een van de nieuwe stoelen, en ik eindig in de keuken.
Niet omdat ik naast de stoel ben gaan zitten, en achterwaarts salto'end richting vaatwasser en oven kukel. Ook niet omdat die stoel in de keuken stond, toen ik mijn omvangrijke achterste erop wilde neervleien. Nee, niets van dat al, maar simpelweg omdat ik niet bedacht was (en ben, en voorlopig zal zijn) op het feit dat er (erg soepel rollende) wieltjes onder zitten.
Bij een normale stoel, ga je zitten. Je denkt er niet over na. Je ploft neer en je gaat zitten doen wat je voornemens was te gaan doen.
Maar Ilse wilde dolgraag wieltjes onder de eettafelstoelen, want dat zou zo leuk zijn.
Ja, maar als ik aan tafel wil gaan zitten, en mijn stoel lanceert me richting keuken, terwijl ik een blog wil gaan typen aan de eettafel, dan heb ik daar toch zo mijn mening over.
Ons huis is nu ook weer niet zo klein dat ik zittend in de keuken bij de laptop op de eettafel kan. Noch heb ik armen die zo lang zijn dat ik dat voor elkaar zou krijgen.
Die wieltjes zijn zó enorm soepel dat ik bij elke beweging die ik maak, mezelf minimaal een centimeter of 2 van mijn oorspronkelijk geplande zitplaats beweeg.
En dan maak ik nog niet eens een beweging die tot doel had om me te verplaatsen in welke richting dan ook.
En als ik er dan in geslaagd ben om te gaan zitten, zonder dat ik via de gang, door de voordeur in de tuin ben beland, en ik heb de euvele moed om iets te verzitten, dan sta ik alsnog halverwege omdat die wieltjes nu eenmaal extreem soepel rollen.
Kortom: wennen.
En dan slaat mijn middelbare leeftijd me weer tussen mijn ogen, want ik ben het soort mens dat niet zonder geluid te maken gaat zitten, of opstaat.
Bij elke beweging van die stoel moet ik mezelf dus ook weer terug bewegen. Ik blijf geluid maken zo.
Maar zonder gekheid: de stoelen zitten wel serieus erg lekker. Lekker dikke zitvlakken. Lekker dikke rugleuningen. Zacht met veel ondersteuning.
Ja, daar kan ik wel 10 jaar op zitten.
En ze passen ook mooi bij onze nieuwe eettafel, hoewel ik persoonlijk, nu ik wat kritischer kijk, denk dat de tafel eigenlijk 10 centimeter te klein is. Of de stoelen 2,5 centimeter per stuk te groot. Maar dat zijn details. En aangezien ik niet op alle vlakken een kniesoor ben, ga ik daar gewoon wat minder op letten. Kan ook niet, want als ik wil gaan zitten, land ik toch te ver van het doel af om er last van te hebben.

De late diensten zitten er weer op, volgende week weer een poosje vroege diensten.
Ik kan nu al voorspellen wat er gaat gebeuren: ik geniet op dit moment eventjes van het feit dat ik alleen thuis ben, want mijn meiden zijn uit kamperen (niet ver weg, maar gewoon in de tuin bij opa en oma). Maar zondagavond is het vroeg te bed gaan, want ik moet er vroeg uit.
En ik gok er zomaar op dat mijn lijf minder snel als mijn verstand in de "vroege modus" gaat.
Dus dat ik om 2100 uur in bed stap, vol goede moed om een verantwoorde nachtrust te hebben. Om 2110 uur dommel ik in, om 2140 ben ik klaar wakker en stommel inwendig vloekend op die uitblijvende slaap naar beneden. Daar rook ik nog maar eens een peuk. Uiteindelijk stijg ik op naar de slaapkamer, omdat mijn lichaam zich (daartoe aangemoedigd door mijn mekkerende ziel) realiseert dat het om 0400 uur echt tijd is om op te staan, en dus val ik, nog steeds binnensmonds mekkerend, toch in slaap. Wetende ook dat het er blijkbaar bijhoort, en dat dit elke keer weer gebeurt, en ik het elke keer toch weer voor elkaar krijg om van vermoeidheid geen totaal bezopen dingen uit te spoken op dat platform.
De afgelopen week gebeurde er weinig opzienbarends. Anders dan dat een chauffeur besloot dat het een goed idee was om een passagier over het radio-kanaal te laten vertellen waar een vergeten koffer zou moeten staan.
Dat ging zo: "Regie, een passagier is een koffer vergeten, ergens bij de gate. Hier komt ze"
Dat leidde tot nogal wat verbazing en wrevel, aangezien het radio-kanaal uitsluitend bedoeld is voor mededelingen die verband houden met ons werk, en absoluut niet door derden gebruikt dient te worden. Los van het feit dat het een absolute inbreuk op de portodiscipline is, is het alleen maar verwarrend als iemand anders, in een vreemde taal, compleet niet ervaren met het gebruik van een porto en hoe je daarover dient te communiceren, ineens begint te rebbelen over zaken die ons in wezen niet aan gaan. Plus het feit dat je op die manier het kanaal verstopt en eventueel dringende berichten, hulpvragen of calamiteiten niet meer door komen.
Tuurlijk, je kunt als chauffeur zelf even kort met de regie overleggen, maar uiteindelijk is (vergeten) bagage niet ons werk, niet onze verantwoordelijkheid.
En achteraf, nadat de wrevel wat was weggetrokken, konden we er ook wel om grijnzen. Ik vooral ook omdat ik op het moment dat het gebeurde, zicht had op de toren, waar onze regie zich bevindt. En toen dit allemaal over de radio galmde, gevolgd door een nogal pijnlijke stilte, kon ik een enorme wolk vol met vraagtekens en onuitgesproken WTF's??!!??!!! om de toren zien drijven. Uiteraard is de betreffende chauffeur (nogmaals, want tijdens je opleiding leer je dat als het goed is, ook) op de hoogte gebracht over de mores en merites op het kanaal.

Weekend dus.
Eventjes relaxen. Ik heb veel gelezen afgelopen week. Een boek van krijgshistoricus S. Ambrose, over Easy Company, 506 PIR. Wat me uit dat boek vooral is bijgebleven is een bevestiging van mijn beeld van en mening over goed leiderschap. Niet dat ik daar in mijn werk of privé veel mee te maken heb (ik ben ten slotte maar een chauffeur en huisvader) maar ik vind het indrukwekkende literatuur.
Dit valt niet geheel toevallig samen met het feit dat de periode van herdenkingen er weer aankomt. De ere-signalen, de stiltes en het volkslied voor mensen die voor onze vrijheid en veiligheid gewond raakten of stierven.
Persoonlijk was dat voor mij altijd de mooiste tijd van het jaar. Iets kunnen terugdoen. Ondanks dat veel van de veteranen uit die tijd inmiddels allemaal hun rust wel gevonden zullen hebben, vind ik het voor mezelf belangrijk om wel stil te staan bij het feit dat onze vrijheid, niet goedkoop was. En dat er nog steeds mensen rondlopen die op basis van wat er op het wereldtoneel gebeurde en gebeurt dingen doen die ik niet zelf kan. Dingen gedaan hebben, die wij niet zelf zouden hebben gekund.
Ik zal daar op later moment een wat diepgravender blogje over tikken. Want het raakt me nog steeds. 
En deze periode is dan ook de periode waarin ik het meeste baal van mijn beslissing om nooit meer een trompet aan te raken, want in deze periode vond ik mezelf als trompettist het meest waardevol.
Ik zal hoe dan ook op 4 mei mijn bakkes even houden.

Zelf zijn we op heel kleine schaal, want het gaat niet verder dan huisnummertje 49, ook "in oorlog".
Op de een of andere manier en om de een of andere reden, heeft een mierenkolonie het onzalige plan opgevat om ons huis te bezetten.
Toevallig??? ging dat samen met het feit dat we wat planten in huis hebben gehaald om later, bij langduriger beter weer, definitief in de tuin te planten.
Of dat door die planten komt, weet ik niet, feit is wel dat ze hun aanwezigheid bekend maakten met het plaatsen van de potten.
Ik kan inmiddels niet meer voor de geest halen hoeveel stofzuigerzakken ik vol heb gezogen met die mieren. En het is op zich ook niet zo dat ze van de grond kunnen eten. Want die plavuizen van ons zijn zó schoon, dat ik vrees dat ik ze nooit meer smerig krijg. Er is simpelweg geen voer voor ze. Dat ligt buiten. Waarom ze binnenkomen? Geen flauw benul. Waar ze binnenkomen: ook niet. We hebben alles wel zo'n beetje dichtgekit. Ik verwijderde wat tegels in de tuin om te kijken of daar mierennesten zaten, maar nee. Ook niet.
Dus veel meer dan lagen nootmuskaat (houden ze niet van) strooien, en talrijke charges met de stofzuiger kunnen we vrees ik niet doen. In elk geval niet tot na het weekend als we een ondierenverdelger kunnen laten komen.
Die dan de rol van 506PIR kan gaan vertolken in ons eigen kleine drama.

Hoe dan ook: ik ga tussen het uitmoorden van mieren, verder genieten van mijn weekend, en dit geschreven hebbende, wens ik eenieder weer een beste toe.








vrijdag 5 april 2024

Kadoodjes

 Ons huis kent een aantal rariteiten, en dit is los van de bewoners.
Wij kochten het met die rariteiten, met als insteek om er een aantal zo gaandeweg te veranderen en te vervangen. Een groot deel van die plannen is al omgezet in daden, en zoals dat wel vaker gaat bij (ons?) mensen, een heel deel ook niet.
Een van die dingen was de buitenlamp. Die deed het alleen als die er zin in had. Na vervanging voor wat anders, deed hij het, maar die vervanging was erg lastig. Het materiaal waarin die lamp vast gezet is namelijk geen hout of steen, maar een of andere composiet soort waarin het moeilijk is om te boren.
Een snelle oplossing leverde dan op zich wel een functionerende buitenlamp op, maar ook weer tijdelijk. En ook niet echt heel erg mooi.
Na verloop van tijd, gaf ook de vervangende lamp het op, en niet alleen dat: de montage ervan bleek dusdanig kneuzig dat er water in de lamp kwam.
En we weten allemaal dat water en elektriciteit geen heel erg denderende combinatie is.
Het leverde in elk geval heel wat keren een doorgeslagen stop op. En een hoop irritatie.
Het licht uit laten was de enige optie, en helaas kwam het nogal eens voor dat die knop per ongeluk toch aan getikt werd. En dan vloog de stop er weer uit.
Uiteindelijk was het Ilse die gewapend met wat krimpkous, een schroevendraaier en veel geduld de buitenlamp vakkundig heeft vervangen.
En kwalitatief dusdanig goed dat er geen water meer bij kan, en de stop dus niet hoeft door te slaan.
Wat een vakvrouw.
Het is wel zo dat ik thuis kwam, en in eerste instantie mijn eigen huis voorbij liep, omdat ik niet gewend was om zo'n enorme bak licht bij de voordeur te zien.

Op mijn werk kom ik vaak mensen tegen waarvan ik denk: "wat een cadeautje".  Daar heb ik vaker over geschreven, en het is blijkbaar iets van terugkerende aard.
Een meneer die zijn hele levensverhaal stond te delen met de crew. Op zich snap ik dat, maar ik had een bus vol mensen die naar huis wilden. Of hun overstap moesten halen. En ze stopten daarboven maar niet met ouwehoeren. De mensen in mijn bus werden steeds rustelozer.
Uiteindelijk kwam de beste man naar beneden, en vroeg pompeus, bijna op zijn ouwe-jongens-krentenbroods, of hij nog mee mocht. Met een zo veel mogelijk van irritatie verholen "nou, hop maar", maande ik hem om op te schieten.
Zijn reactie, na alle wachten en naar alle wachtenden: "rustig maar".  Mijn onderkaak viel los. De arrogantie was hemeltergend.
Ja, vriend, zeg dat maar tegen de mensen in de bus, die op jou hebben staan wachten. Volgende keer gaat zo'n klant maar met het crew-vervoer mee.
Ik heb blijkbaar ook dagen waarop mijn gezicht blijkbaar uitstraalt dat ik een praatpaal voor piloten ben.
De één na de ander die naar beneden kwam om eens gezellig met me te babbelen. En stiekem vind ik dat best gezellig. Zo vaak hebben ze die tijd niet, en het geeft mij de kans om wat meer te leren over de secundaire zaken waar piloten of crew mee te maken hebben. We lachen samen om de gekkigheidjes van de passagiers, of om de logica-vermorzelende omgeving die een luchthaven vaak is.
De passagier die ongewild mij een mind-fuck verkocht. Hij of zij stapte uit waar het moest, en verdween de terminal in.
Hij of zij verdween de terminal in, ik sloot de deuren van de terminal en maakte vlug een rondje door de bus. Op een van de stoelen zag ik iets liggen, en dacht er verder vrij weinig van.
Mensen laten wel vaker hun zooi liggen voor de eerlijke vinder.
Dat iets, bleek bij nadere inspectie een briefje van 200. Best veel, zo dacht ik met mijn Europese Euro gewende financiele inzicht.
Dus ik roep, zonder verder te kijken, de buscoördinator op met het verzoek om het geld proberen te herenigen met de sufferd die het in mijn bus achterliet.
De busco komt, en vouwt het briefje open. Het blijkt om 200 Tjechische kronen te gaan. We gaan omrekenen. 8 hele euro's, mensen. 8 euro. Tja. Het zijn alsnog niet mijn 8 hele Euro's, dus ik moet er verder vrij weinig mee.
Volgens de letters van de wet gehandeld, helemaal overtuigd van het bijschrijven van extra karma-punten voor de dag, blijkt het om één enkel, heel erg klein biertje op Schiphol te gaan. Met de busco besloten om dat immense bedrag in een van de donatie-tonnen te gooien die verspreid over Schiphol staan. Dan gaat het naar unicef of zo'n soort goed doel. Gebeurt er nog wat goeds mee.

Terug naar mijn eigen kadootje. En dat met nadruk op "doot" in dat woord.
Van de week waren we in gesprek over hoe we het huis zouden verdelen als we ooit tot echtscheiding zouden komen.
Neenee, serieuze plannen in die richting hebben we nog niet. Voorlopig gaat alles helemaal naar wens, en zou ik ondanks komend verhaal, toch niet zo snel van mijn kadootje af willen.
Tijdens dat gesprek bespraken we dat ik de bovenverdieping zou gaan bewonen, en Ilse de benedenverdieping. Of andersom. Met welk recht van welk overpad en welk recht van gebruik van welke tuin.
En tijdens die speelse onderhandelingen, nam ik een hap van mijn wasa.
(Dat zijn gortdroge crackers, die ik vanwege een soepele en gezonde stoelgang eet, en om geen enkele andere reden. Die dingen zijn zó gortdroog dat zelfs weggespoeld met een liter van het allernatste water niet kan voorkomen dat je mond stante pede in de sahara verandert).
Die hap nam de onhandige beslissing om een afslag te missen en zich vast te rollen in mijn luchtpijp.
Ik kreeg de gierende blafhoest die dik 5 minuten aanhield. Een van pure droogte verschrompelde luchtpijp, dat laatste beetje vocht dat ik nog in mijn lijf had, perste zich via mijn traanbuizen naar buiten en mijn neus ging spontaan dichtzitten om een opgewekte bijdrage te kunnen leveren aan mijn naderende ontmoeting met Satan.
Ondertussen hoorde ik Ilse in de verte dodelijk kalm informeren of ze misschien toch maar een klopje op mijn rug moest geven, of dat ze beter 112 kon bellen.
Vanwege die uit de klauwen escalerende gier-hoest kon ik haar niet toesnauwen dat als ze nog rustiger deed, ze die hele echtscheiding wel over kon slaan en het bellen van 112 ook, en dat ze dan blij de DELA op de hoogte kon brengen van het feit dat ik gestikt was in een Wasa.
Dat is toch wel een beetje doodsangst nummer 1. Stikken in een Wasa. Als je dan stikt in een overheerlijk sappige en malse biefstuk, of dat een verse oester zich van keelgat vergist, oke. Dan sterf je ten minste nog terwijl je van culinaire hoogtepunten geniet. Maar stikken in een Wasa.... De tering. Moet er niet aan denken.
Maar goed, ik heb het overleefd, en we zijn dus nog niet naar advocaten op zoek om ons huwelijk te laten ontbinden.

Inmiddels heb ik met dank aan collega P. een reanimatie-cursus mogen volgen, mét AED. Dus nu ben ik wederom gediplomeerd ribbenbreker en electrocuteur. Wat mij dit keer opviel, is dat er kleine verschillen in de uitvoering zitten. Waar ik vroeger leerde om de nek van het slachtoffer te ondersteunen bij de "kin-lift" moet ik nu het voorhoofd gebruiken om de "kin-lift" te ondersteunen.
Wat er in eerste instantie toe leidde dat ik heel erg het gevoel had dat mijn complete en niet bepaald geringe lichaamsgewicht op het hoofd van het zich toch al niet geweldig goed voelende slachtoffer rust. Heeft de arme man niet alleen een hartprobleem, mogelijk gebroken ribben door de ferm uitgevoerde hartmassage, maar ook een hersenkneuzing omdat ik zijn leven redde.
Maar het was een leerzame avond, en goed georganiseerd. En mijn kennis is weer eventjes up-to-date.

Dit geschreven hebbende, is het weekend weer begonnen. Ja, niet voor mij natuurlijk, want ik moet weer bij gaan dragen aan de economie, maar ik wens eenieder een goeie toe.


vrijdag 29 maart 2024

Worstenman, vrije dag en groene vingers.


Die titel klinkt als een clickbait. Want raar. Maar ja, verwacht u iets anders?

De paasdagen komen er weer aan, en wederom ben ik glad vergeten dat dat zou gaan gebeuren, dus drie keer raden wie er weer braaf het Tenderplein af gaat sluiten.
Juist, ondergetekende.
Gelukkig is mijn rooster dan wel weer zo dat ik gemiddeld 5 dagen per week werk, en ik mezelf dus mag verheugen in maar liefst één hele vrije dag, deze week. Want ja, er zijn ook weken waarin ik 4 dagen werk.
Mijn werkgever besloot een 3/4 jaar geleden dat werknemers éénmalig moesten kiezen tussen vroeg en laat, en na lang en pittig verzet bleek dat ik dus gewoon kon blijven afwisselen. Dit omdat ik persoonlijk beter gedij bij late diensten, maar mijn gezin heeft meer behoeftes dan alleen die van mij, dus vandaar dat ik nog steeds late en vroege diensten doe. Wat dan weer tot gevolg heeft dat de avond voor de vroege diensten, ik nauwelijks in slaap te knuffelen ben en de ochtend voor de late diensten, ik onchristelijk vroeg wakker ben. Maar goed, dat is een gevolg van mijn eigen keuze.
Ik vind mijn werk nog steeds heel erg leuk, ik doe het graag, maar geen enkele baan is alleen maar pais en vree. Dat bestaat niet, en het rooster dat het bedrijf verzonnen heeft, in combinatie met de diensten, is één van de dingen die wat mij betreft veel en veel beter kan.

Maar goed, toch een vrije dag, deze week.

Op die vrije dag besloten mijn betere helft en ik om maar weer eens naar de worstenman te gaan, tegenover het tuincentrum. Dit omdat het opkweken van de zaadjes voor de moestuin toch best aardig gaat.
Als alles blijft, zoals het opkomt, vrees ik dat ik over een jaar geen andijvie meer kan zien. En dat mensen in mijn omgeving vluchten als ze me aan zien komen, uit angst dat ik nog een andijvie-struik in hun mik wil douwen.
Voor de tomaten ben ik wat minder bang, die eten we zelf graag (Jente en ik) dus hoe meer hoe beter.
Komkommers komen ook wel op. En we hebben een collega die die dingen nagenoeg zonder te kauwen naar binnen schuift, dus als we een overschot aan komkommers hebben, raak ik die ook wel kwijt.
Maar al die stekjes zijn nog erg fragiel en ik wil ze niet al te vroeg in de tuin zetten, want dan gaat de hele lokale wilde fauna er aan vreten.
Ik gun het wilde gedierte alle goeds, maar het zou fijn zijn als ik van mijn liefdevol behandelde smikkelarij zelf het meeste kan genieten.
Dus er moesten wat kweekbakken komen, aarde, en voor de vorm hebben we ook maar wat extra eetbare planten gekocht. Gewoon omdat het kan.
En een spade, want we vonden het enigszins genant worden dat telkens als er iets groters dan iets kleins de grond in moet, we mijn schoonvader moeten smeken of we zijn spade kunnen lenen. Het is een compleet metalen spade geworden. Ik ben namelijk totaal niet bekend met dat soort tuingereedschap. Als ik ermee kan hakken en klieven in de grond, ben ik al lang blij. En een spade met een houten steel was ongeveer 5x zo duur.
Ik overwoog even om een vergelijkend waren onderzoek te doen tussen de houten steel en de metalen steel, maar ik kon niet zo snel een onvriendelijke medemens vinden om ter plekke dood te meppen en begraven, en bovendien vond Ilse dat een slecht plan. We moesten er maar op vertrouwen dat onze nieuwe spade doet wat we van hem verwachten als het moment daar is, dat er puistige pubertjes voor Jente aan de deur staan. En dat die dan niet is doorgeroest.
Oh en natuurlijk moesten er worsten gekocht worden.
Ik verheug me heel erg op het opkomen van alle eetbaarheden, maar ben me ook wel bewust van het feit dat hoe het er nu bij staat en opkomt, geen garantie is op een succesverhaal. De knoflook van eventjes geleden, bleek een ramp en als ik nu naar de knoflook kijk, zie ik al 1 pot die niks op lijkt te leveren. Dus helaas geen 37 bollen, maar 30. Als we dat al halen.
Maakt niet uit. Het is een leuke besteding van mijn vrije dag om al keuvelend tegen al dat opkomende grut de boel te verpotten naar kweekbakken. Ze liefdevol lispelend aan te moedigen om lekker groot te groeien en ons van maar veel boontjes en tomaatjes, komkommers en andijvie te voorzien. En dan blijkt dat ik niet alleen voor mijn medemens best vaak wel wat vriendelijke woorden over heb, maar ook voor de stillere entiteiten op de aardkloot.
Die worstenman tegenover het tuincentrum verkoopt worsten van een buitencategorie. De beste man haalt ze uit Frankrijk, Italie en Spanje. Uit Groningen, Friesland en Drenthe. De meest wilde smakencombinaties. En lekker. Niet de goedkoopste, maar dat maak ik goed door ze zuinig te gebruiken. Met deze worsten heb je geen dikke plakken nodig voor een smaakexplosie die je smaakpapillen tot ongekende orgasmes krijgt.
En dus kan ik wat het beleg voor mijn lunch betreft erg lang doen met zo'n worst.
Hoewel... Ik heb er -tot mijn schande- nu al één op omdat die wat al te lekker was.

Dat geschreven hebbende, is mijn goede vrijdag dus een lange en late dag, en pasen? Ach, mijn schoonouders zijn zo lief om rekening te houden met mijn bizarre werk, zodat ik toch iets van gezelligheid in familiaire kring mee kan maken.
Fijne pasen, fijn weekend en vergeet die dekselse klok niet naar de zomertijd te zetten. Ja, dat halfjaarlijkse gedoe dat alleen maar tot tekorten aan slaap leidt, maar omdat overheden en de BV nederland dat zo wil, moet het maar. 



vrijdag 22 maart 2024

Bijzondere mensen, een observatie.

 Reizigers. Passagiers. Ze zijn er in alle soorten en maten.
Het kleine kereltje van een jaar of 9, die de trap af kwam, zeulend met de veel te grote koffer van een oudere dame (zijn oma?). Bijna beneden gekomen, zag ik hem een traptrede missen, en aanstalten maken om een spectaculaire valpartij te ondernemen.
Hoe hij het deed, weet ik niet, maar het eindigde ermee, dat hij zich op het nippertje aan de trapleuning vast kon grijpen, met zijn benen voorkwam dat die koffer een ravage aan zou richten op het platform alwaar de oudere dame en nog wat mensen stonden.
Toen hij eenmaal stabiel hing, pakte hij die koffer weer op en hipte naar beneden alsof er niks was gebeurd, anders dan wat casual acrobatiek zo halverwege de ochtend. Ik heb hem een applausje gegeven en een "thumbs-up".
Het was een vlucht uit het Midden Oosten, en de passagiers in mijn bus waren allemaal erg vriendelijk. Niet op het eerste moment, vlak na het landen, maar toen ik ze bij de juiste plek in de terminal afzette, heb ik mijn keel schor gekletst, omdat iedereen me een fijne dag toewenste, of een "werk ze", of een gebbetje met me maakte.
Dat overkomt me zelden. Bijna elke vlucht is er op zijn minst wel 1 persoon die me vriendelijk gedag zegt, maar dat alle 44 mensen in mijn bus me vriendelijk gedag zeggen, is een unicum te noemen.
Heel gezellig. Maar mijn keel verklaart me voor gek.

Het pubermeisje, dat met haar ouders en broertje veel en veel te vroeg in mijn bus geparkeerd werd. De catering van het vliegtuig was nog niet klaar, en na twee gezinnen boarden, kwamen ze daar bij de gate ook achter.
Deuren weer dicht, en daar zaten we dan. De regie vroeg me om die mensen dan maar te vermaken, want hij wist het ook niet. Of ik nog een clowns-act in mijn repertoire had.
Vader en zoon, moesten terug naar binnen, want de natuur riep. Geen probleem wat mij betreft.
Het pubermeisje was als een ware puber naast haar moeder neergeploft, en deed ook een soort van poging tot acrobatiek. De handgreep boven haar stoel werd vastgegrepen, en haar beide voeten op de stoel tegenover haar geparkeerd.
Ik besloot het aan te kijken. Enerzijds omdat ik wilde weten of een handgreep (voor de staande reizigers) het volle gewicht van een adolescent kan dragen zonder te breken. En als dat zou breken, zou ik dat om zeer duidelijke redenen niet willen missen. Anderzijds omdat ik wilde weten of moeders haar dochter aan zou spreken over het feit dat je thuis misschien wel met je poten op de bank of stoel mag zitten, maar dat dat in publieke ruimtes toch wat minder sociaal gewenst is.
Beide dingen gebeurden helaas niet. Het vallen niet, maar het toespreken ook niet. Oke, dan doe ik het maar. Ik liep naar het wicht toe, en meldde haar dat een stoel geen voetenbank is, en dat andere mensen ook op een enigszins nette stoel willen zitten.
Haar moeder moest daarom gniffelen, en ik weet niet zo goed of dat was omdat ze het met mijn actie eens was, of omdat ze me uitlachte, maar eerlijk gezegd was voor mij de kous af, want het wicht ging rechtop zitten, met haar voeten daar waar ze horen.

De Scandinaviërs die mij een klein applausje gaven.
We waren koud 20 meter onderweg vanuit het toestel naar de terminal, toen ik een 180 graden draai moest maken. En op zich was er, voor de verandering, best wel genoeg ruimte om die draai te maken. Alleen aan het einde van die draai, zo had ik al gezien, stond een collega, maar ik gokte erop dat ik daar geen last van zou hebben.
Ik draaide dus redelijk nonchalant in, tot ik de 180 graden bereikte, en kwam toen tot de nogal kneuzige conclusie dat ik het geheel veel en veel te optimistisch had ingeschat. Het zal me toch niet gebeuren dat ik met passagiers en al achteruit moet terugsteken omdat ik een bocht totaal verkeerd inschatte? Ik besloot vaart te minderen tot stapvoets, en gewoon maar te zien hoe het uit zou komen. In het uiterste geval zou ik de collega kunnen vragen om een metertje op te schuiven. Daar zou ik al rode konen van schaamte door hebben gekregen, maar alles beter dan schade rijden.
Ik drukte door, en door, en door en de bus van de collega kwam steeds dichterbij. Het werd allengs stiller achter me.
Mijn rechterspiegel kwam angstwekkend dichtbij de linkerachterhoek van de andere bus. Heel erg angstwekkend. En net op het moment dat ik mijn portofoon wilde pakken om toch maar mijn collega te smeken een metertje op te schuiven, zag ik hoe mijn spiegel, met minder dan 1 centimeter tussenruimte (het pdc alarm aan de voorzijde van mijn bus brulde inmiddels van pure doodsangst) langs de andere bus ging, en ik vrij baan had.
Mijn trotse "HA!" kwam er iets te enthousiast uit, maar de passagiers die getuige waren van dit kunststukje milimeter proppen, gaven me een welgemeend applaus.
Ik heb maar niet verteld dat als ik de route iets anders ingeschat had, er helemaal geen zweetmomentjes waren geweest.
Maar hey: ook ik ben maar een mens.

De gigantische groep dames van vermoedelijk 20-30 jaar die uit het toestel van een prijsvechter kwamen.
Allemaal geblondeerd haar, opgespoten lippen, en allemaal behoorlijk geurend. Ze hadden zichzelf niet zozeer besprenkeld met zoete, weeë parfum, ik denk dat ze onder een douche van dat spul zijn gaan staan.
En niet dezelfde geur, nee, allemaal hadden ze zich in een ander parfumbad gedompeld. En al die verschillende geuren, zwaar en wee, vermengden zich in mijn bus tot een gifgasbad die in de loopgraven tijdens de eerste wereldoorlog absoluut tot slachtoffers zou hebben geleid.
Ik snap dat je, als je naar een ander land gaat, om wat voor reden dan ook, een goede indruk wil maken. Maar dat je je geurspoor zó agressief achter wil laten, vind ik verbijsterend.

Het is ieder jaar weer een stress-ellende tot en met. Ik ben als mens gewoon niet toegerust op het doen van belasting-aangifte. We weten ten slotte allemaal wat een frauduleuze bende het daar is, maar o wee als je zelf een klein foutje maakt. Dan gaan ze door tot je zelfmoord pleegt, je kind uit huis geplaatst wordt of dat je een belastingkantoor van een bommetje voorziet. Ilse deed dit soort zaken dan ook altijd naar alle tevredenheid. Al was het maar om te voorkomen dat ik van pure ellende computers, kinderen, katten of tafels door het huis zou smijten.
Dit jaar besloten we het aan de kenners van mijn vakbond over te laten. Ten slotte: die service verlenen ze, dus waarom er niet eens gebruik van maken.
Dat maakte de stress iets minder.
Iets dus.
Want we moesten alsnog zelf allemaal zooi aanleveren. En codes opvragen. En zovoorts.
De afspraak was in het gebouw van het leger des heils in Almere. We werden daar opgewacht door lieve mensen van het leger, en in een apart zaaltje zaten aan tientallen tafels allemaal vriendelijk ogende grijsaards die geen pupillen in hun ogen hadden, maar cijfers.
Allemaal waren ze even droog als grijs.
Het stresslevel steeg binnen 10 minuten tot ongekende hoogten. Ik had er namelijk niet op gerekend dat de site van de belastingdienst er minimaal 30 minuten over zou doen, om de belastingmeneer toegang te geven tot onze "omgeving".  Want zelfs met alle correcte codes en zooi, bleef het systeem hem eruit smijten.
En ik moest de volgende ochtend gewoon vroeg op.
Ik heb mijn BSN wel 40 keer opgenoemd (en 39 keer tikte de lieve man het verkeerd in, en moest hij het corrigeren). Ik denk dat hij na die 40 keer mijn BSN wel kan dromen. Dat hij er nachtmerries van gaat hebben.
We krijgen dus terug. Joechei. En we kregen als tip mee dat we door een paar foefjes, het kindgebondenbudget kunnen aanvragen, zonder risico's om tot fraudeur bestempeld te worden, met alle verstrekkende gevolgen van dien.

Dit geschreven hebbende, heb ik weekend. Ik wens eenieder een beste toe.






vrijdag 15 maart 2024

Auto en flora.

Let op: verkapte reclame!!!
Zoals iedereen weet: een auto rijden kost geld. Vorig jaar, vlak na ons huwelijksreisje kocht ik van vriendje Ken een andere auto. Want de auto van Ilse was op dat moment, nadat mijn eigen auto richting de eeuwige snelwegen vertrok, de enige auto die we toen hadden, en die begon ook al aan het einde van zijn latijn te komen.
Inmiddels ben ik dik 20.000 zeer genoeglijke kilometers met Bea verder, en vond ik het tijd worden voor een beurt. Uiteraard net niet synchroon lopend met een APK, maar goed, ik vind goed onderhoud belangrijker dan de apk-datum.
Auto gisteren ingeleverd, en ik kreeg als vraag of er nog bijzonderheden zijn.
Ik vind dat prettig, dat er niet zomaar wordt ingesteld op een beurt en dat is dat. Maar dat een garagist ook vraagt of er bijzonderheden zijn, dingen die me opvallen. Dingen die ik misschien extra of anders wil.
Dat er geen dingen gemist worden. Fijne manier van werken.
Dus ik zei (wat angstig) dat ik vermoedde dat de aandrijfassen, of de homokineten, of stuurpomp aan zijn einde raakte, want ik voelde wat vage en vreemde trillingen.
Hij zou gaan kijken. (Ken kan niet alleen goed auto's repareren, maar ook geruststellend knikken heeft hij tot kunst verheven).
Einde van de dag werd ik gebeld. De auto was klaar.
Verhip, das snel. Ik vroeg gelijk naar de trillingen, en kreeg in bedekte termen te horen dat ze me graag allemaal dure onderdelen zoals aandrijfassen, homokineten of een stuurpomp wilden verkopen, maar dat ik een enorme sukkel was (dat heeft hij niet letterlijk zo gezegd, hij liet het aan mij om tot de conclusie te komen dat ik een sukkel ben, vanwege het gebrek aan bandencontrole mijnerzijds), omdat mijn banden ver, maar dan ook heel ver beneden de minimale spanning zaten, en dat dat verreweg de grootste oorzaak van trillingen was, samen met het feit dat die dure klote banden van het merk Michelin, veel en veel te snel waren gaan cuppen.
Vanmorgen de auto opgehaald, en bij het napraten even gevraagd of er nog apk dingen te verwachten waren, maar veel verder dan die vermaledijde banden kwamen ze niet.
Blij reed ik naar huis. En inderdaad, met opgepompte banden (die hoe dan ook gecupt en dus kut zijn) zijn de trillingen nagenoeg verdwenen, en de nieuwe bougies die komen bij een grote beurt, maken dat Bea weer enthousiast op het gaspedaal reageert, en over het algemeen veel rustiger rijdt.
Ken heeft het een en ander in zijn bedrijf verandert, en ik moet zeggen: dat is niet verkeerd geweest. Ik kwam er graag, en kom er dus nog steeds graag. Zeker als ik een auto mee terug krijg, die weer fris en fruitig rijdt.

Ik vreesde eigenlijk ook dat ik opmerkingen zou krijgen over de geur die in mijn auto hing. Want van de week reed ik naar mijn werk, en begon ik vlak bij de parkeerplaats een heel indringend geurtje te ruiken. Omdat ik het niet meteen thuis kon brengen, opende ik bij aankomst de motorkap, maar kon nergens iets vinden van lekkende zaken.
Na mijn dienst, deed ik de deur open, en een weeïge, scherpe geur kwam als een mokerslag naar buiten.
Ergens in de diepten van mijn hersenpan ging een lampje branden en met angst en beven opende ik de achterklep, om daar mijn jerrycan ruitenvloeistof aan te treffen.
Zonder dop.
Leeg.
Kut.
En ik wist zeker dat daar minimaal 3 liter in had moeten zitten. Maar ja, zonder dop, zijn die 3 liters hun eigen weg gaan bestromen en dat verdween dus in de mazen van de stoffen bekleding van de achterbak.
En 3 liter antivries-ruitensproeier in je bekleding ruikt niet alleen weeïg, ik werd er zelfs een beetje high van.
Bij thuiskomst die auto uit staan schrobben, vloekend en tierend (zachtjes, want het was al tegen middernacht) en alle zooi er maar uit gegooid en weggegooid wat niet meer bruikbaar was.
In de loop van de week werd het al minder, tot het punt dat het mij niet meer opvalt. Ik ga denk ik een rubber kuipmat bestellen voor achterin. Dan kan ik eventueel volgende lekkende verpakkingen gewoon eruit laten lopen zonder dat mijn hele auto ermee bezoedeld wordt.

Ilse en ik staan niet bepaald bekend om onze groene vingers. Wij laten (spreekwoordelijk geschreven) nepplanten nog afsterven van de dorst. Ik vind tuinieren ook helemaal niet leuk. En omdat ik dat niet leuk vind, heb ik besloten dat onkruid geen onkruid is, maar waardevolle en zeldzame flora die louter in onze tuin tot mooie wasdom komt.
Een aantal uitzonderingen: alles wat eetbaar is, heidestruikjes, lavendel, sneeuwklokjes en vergeet-me-nietjes.
En dat staat zowel in voor- als achtertuin tot mijn innige tevredenheid wel of niet te (over)leven.
Dat staat te overleven, maar daar doe ik ook wel mijn best voor. Eetbaarheden worden door mij niet alleen verbaal vertroeteld, ze krijgen wat ze nodig hebben. En laatst kreeg ik van een bevriende collega een aantal zakjes met zaad om allerlei nieuw lekkers in de tuin te kweken.
Die moest ik eerst binnen opkweken, dus die staan nu in kartonnen bekertjes met moestuin aarde binnen te ontkiemen. Als ik ze weer brommerig en verliefd aan het toe-koeren ben, krijg ik nog wel eens vreemde blikken van mijn meiden te verwerken, maar ik verdedig dat met de opmerking dat het ook hun sperziebonen, komkommers, tomaten en andijvie zijn, waar ik liefdevol mee omga.
Maar er vinden ook vreemde dingen plaats.
Van de week trof ik, gewoon op de stoep, een plant aan. In een pot. Random door de wind of een onduidelijk figuur precies op de grens tussen het tuinpad en de stoep neergelegd. Een plant die ik niet kon thuisbrengen. Geen bloem eraan, alleen maar groen struweel in een potje.
Ik vond dat vreemd, maar omdat het niet mijn plant was, en ik het ding niet kon identificeren, zette ik het op het muurtje dat onze tuin van de stoep scheidt. Wellicht dat de eigenaar het ding zou vinden en blij weer mee naar binnen zou kunnen nemen.
De volgende ochtend stond die plant een paar meter verderop in onze tuin. Vreemd.
Beducht op invasieve exoten, vroeg ik mijn schoonouders om raad, en het bleek om een of andere varen-soort te gaan. Maar zij waren ook niet bekend met varens die zelfstandig aan de wandel gaan. Voorlopig komt die plant mijn huis niet in. We kennen allemaal vleesetende planten, stel je nu voor dat dit een wandelende en vleesetende plant is. Ik zie al voor me dat die pot ergens in de gang staat, met alleen nog een rode of zwarte kattenstaart eruit stekend. En de volgende ochtend vlak voor ons bed staan likkebaarden omdat er nog meer uitstekend vlees voorhanden is.
Nee, spontaan aanwaaiende flora moet ik niet echt. Laat ik me maar concentreren op alles wat er toch al staat en mijn aandacht verdient.

Goed, hoe dan ook: ik wederom geen weekend, maar wens eenieder een goeie toe.



vrijdag 8 maart 2024

Finale der feestelijkheden. Voorlopig.

Mijn verjaardag. Een jaarlijks terugkerend evenement waar ik ambivalente gevoelens bij heb.
In eerste plaats vind ik het, vanwege het herhalende karakter ervan, meestal maar gewoon gedoe. Bovendien heb ik voor mezelf in een ver verleden eens bepaald dat mijn verjaardag niet echt waardevol voor me is, waardoor ik elke keer weer in een spagaat sta, om mezelf onkarakteristiek bescheiden te verstoppen als het zover is terwijl ik aan de andere kant heel blij word van alle aandacht die ik krijg tijdens die heugelijke dag.
En een stukje weemoed. Weer een jaar dichter bij de dood. Weer wat ouder, grijzer, en discutabel verstandiger.
Ik ben wederom goed verwend. Elk jaar gebeurt dit, en elk jaar voel ik me er opgelaten doch blij mee. Fijn dat er mensen zijn die er meer dan ik om geven. Misschien wordt het tijd dat ikzelf ook weer eens wat waarde aan die dag geef. Ten slotte, ik ben maar één keer geboren op 7 maart. Ik kreeg van mijn eega en haar ouders, van mijn schoonbroer en zus wat aan lego. Lego is na mijn modelautoverzameling, mijn grote (en dure) hobby. Maar ik ga er goed op. Voor ingewijden in Harry Potter: ik kreeg de uil, dobby en een deel van het kasteel. Geweldig om te bouwen. Sfeervol, mooi en ongelooflijk creatief gemaakt.
En dat mag ik op verstolen momenten bouwen.
Dat deed en doe ik aan tafel. De eettafel. Onze vorige eettafel was wit, vierkant en had rechte randen. Onze nieuwe eettafel, waar we beiden heel blij mee zijn, is niet wit, niet vierkant en heeft schuin aflopende randen.
Dat is met vloeibaar eten en doperwten best lastig, want een ontsnappende doperwt, blijft dus niet op tafel liggen, die rolt van je bord, zonder te remmen, tegen de grond. Want aflopende tafelrand...
En als je soep knoeit, garandeer ik je dat die zonder al te veel obstakels tegen te komen, in je schoot belandt. En hete soep in je schoot, is serieus niet fijn.
Met lego vind ik dit nog griezeliger, want lego die op de vlucht slaat, en via die vaart-versnellende tafelrand het ruime sop van de woonkamer kiest, verdwijnt onder kasten, kattenvoerbakken of gewoon in het luchtledige. Dus ik moet met lego nog eventjes wennen aan onze nieuwe tafel.
Ik ga in elk geval proberen om volgend jaar weer vrij te krijgen, want hoezeer ik 90% van mijn collega's ook waardeer om hun sociale kunnen en hun vakbekwaamheid: als ze gaan proberen te zingen, lijkt het "lang zal hij leven" meer op een dodenmars, dan op iets vrolijks. Ik zal niet zeggen dat ik plaatsvervangende schaamte voelde, een behoorlijke dosis ongemakkelijkheid kwam er wel bij kijken. Vooral omdat ik niet zo goed wist of ik moest huilen van het lachen om de vriendelijke vrolijkheid die er achter het gezang zat, of moest huilen om de erbarmelijk ontbrekende zangtalenten van mijn collega's. In elk geval een reden om vrij te vragen, want altruïstisch als ik ben, vind ik dat je soms mensen ook een beetje tegen zichzelf in bescherming moet nemen.
Gelukkig lieten de meeste collega's het bij een hand en vrolijke welgemeende felicitaties.
De verwennerij voor Jente's verjaardag nam ook dit jaar weer walgelijke vormen aan. Jammer voor haar was wel dat ze dit jaar tijdens het gezamelijke partijtje als een ziek vogeltje op de bank lag.
Dikke koorts, en niet in staat tot het uitpakken van dat wat haar ten deel viel. Het was onmeunig zielig. Ze was de dagen erna nog koortsig, bibberig, koud en warm tegelijk en algehele malaise. En zoals elke ouder weet: een ziek kind is niet alleen ziek, maar ook hartezeer opwekkend zielig. Helemaal als dat juist op die dag is dat ze met een glunderende snoet moet genieten van taart, limonade en kadootjes.
Juist het feit dat Jente zo goed kan glunderen, maakte het tot iets intens zieligs.

Maar goed, dat wil niet zeggen dat ze geen lol heeft van alle speelgoederen die ze kreeg. Want de huiskamer is niet meer op orde te houden door alle lego, kinetische zanden, en plastic prullaria. Van ons kreeg ze een heus grote-mensen-fototoestel, en misschien dat ik straks met dat toestel ga oefenen. Plaatjes maken van alle rotzooi die ze veroorzaakt heeft, en dan haar als opdracht geven om foto's te maken van de kamer zónder alle plastic zooi. (Die ze dus eerst moet opruimen, voor ze met haar camera mag spelen).
Of zou dat opvoedkundig gezien té verantwoord zijn? Marie Condo zou me een schouderklop geven voor dit idee.

En dan zitten de feestelijkheden er voorlopig wel weer op. Eerst komende verjaardag in ons huishouden is die van Ilse. En ik heb al een paar leuke dingen waarvan ik weet dat ze ze graag hebben wil, in mijn gedachten. (Om te kopen).
En natuurlijk ons 10-jarig jubileum als getrouwd stel. Laten we dat niet vergeten. Uitje geregeld, dagje vrij gekregen. Mooi moment om weer eens naar de apenheul te gaan. De vorige keer lukte het Ilse niet om daar een dagje door te brengen zonder een spectaculaire struikelpartij. Misschien dat als we met ons tweetjes gaan, ik haar bijtijds op kan vangen als ze weer acrobatische gedachten krijgt.
Dit is een grapje, we gaan helemaal niet naar de apenheul. We gaan veel verder weg.
Ons eerste echte uitje als stelletje, toen er van een huwelijk nog geen sprake was, was namelijk naar Duitsland. Geen flauw benul waarom, maar toen we net samen waren, belandden we ergens vlak over de grens in Xanthen a/d Rijn. Prachtig mooi Romeins theater gezien, en misschien nog wel meer, maar dat ben ik in die 10 jaar gewoon kwijt geraakt.
Nu gaan we naar een of ander ecologisch volstrekt verantwoord, zwart geschilderd huisje gemaakt van golfkarton en koeienmest, ergens in het noorden van Duitsland. Om te genieten van rust, reinheid en regelmaat.
Ook dat is een grapje. We gaan er helemaal niet genieten van regelmaat. Dat kan ook helemaal niet als je getrouwd bent met een buschauffeur. Buschauffeurs kennen niet zoiets als regelmaat. En dat werkt dan per definitie door in je relatie. Of elke andere vorm van leven buiten het werk
Tuurlijk, mijn rooster is elke 7 weken hetzelfde. Maar aangezien de rest van de wereld een totaal ander rooster heeft, is de regelmaat van mijn werk totaal niet compatibel met de rest van het leven, ergo: regelmaat is in ons huishouden niet bestaand.

Maar goed, de feestelijkheden zitten erop, vandaag kwam mijn laatste kadootje binnen, in de vorm van wederom een ring met lapis lazuli. Ik heb daar wat mee. Ik vind dat mooi. Mooi dus.
Ik zit nog midden in mijn late-diensten serie dus in de ochtenden heb ik lekker de tijd aan mezelf. En vrouw en kind.
Voor de rest van de mensheid die niet in onregelmatigheid werkt, begint het weekend, ik moet morgen gewoon weer in elk geval doen alsof ik werk.
Ik wens eenieder een beste toe.










vrijdag 1 maart 2024

Feestelijkheden.

Jente's feestje moest wederom in een krijspaleis plaats vinden. Want dat vinden kinders op die leeftijd het einde. (Wij ook, om heel veel andere redenen, vooral apocalyptisch van aard).
Omdat er altijd in de week voor (of dicht op) haar verjaardag een studiedag van haar juf is, gebruiken we die dag voor het feestje, want dan is de kans het grootst dat alle uitgenodigde vriendjes ook daadwerkelijk kunnen komen.
Dit ook uit een soort van altruïsme om de ouders van die kinders een beetje te helpen. Iets waar we volgend jaar toch een stop op gaan zetten.
Want 5 uur in een krijspaleis is behoorlijk dodelijk voor trommelvliezen en eerlijk gezegd ook voor de gezondheid van je ziel als vader of moeder.
Jente is door haar vriendinnetjes bijna dood verwend, zoveel leuke en lieve kadootjes als ze kreeg, maar dat kon toch niet helemaal voorkomen dat er ook heel wat meidenvenijn, tekortkomende communicatie en tranen van andere oorzaak werden geplengd.
Dan de ene, dan de ander. En noch Ilse, noch ikzelf konden ons herinneren dat wij op onze kinderfeestjes tranen lieten. In mijn geval was het vaak: de jarige is jarig, dus die mag kiezen. En er waren geen 5 of 6 vriendjes, er waren er 3, tops.
Jente's vriendinnetjes en vriendjes ken ik wel, zijn hartstikke leuke kinderen, maar veel minder van het idee dat de jarige jarig is, en dus bepaalt. De jarige is dan weliswaar jarig, maar moet maar gewoon mee in "the flow" en zo niet, dan niet, maar de flow gaat.
En die dan daar het nadeel van een krijspaleis: communicatie gaat verloren en omdat het groot en overrompelend is, voelen ze zich allemaal soms wat verloren. Wellicht ook omdat er in onze tijd (in elk geval mijn tijd) geen krijspaleizen waren, en we dus veel strakker aangewezen waren op de creativiteit van ouders. (Welke ontbrak, maar goed: ik kreeg louter vriendjes op bezoek met dezelfde interesses dus wij vermaakten ons sowieso wel. Redelijk low-maintenance, zeg maar).
Moe, en totaal overprikkeld, kilo's kadootjes rijker keerden we allemaal huiswaarts.

We keerden huiswaarts, want ik had een etentje met wat collega's.
Gewoon spontaan een etentje geregeld door een paar leuke mensen, met een paar (27!) collega's.
Bij de van der Valk. En gezellig was het. Omdat we gewoon eens konden praten over dingen die niet per se werkgerelateerd waren.
Ik kwam te zitten naast een collega waar ik een heel informatief gesprekje had over ambities. Hij verklaarde zonder enige schaamte dat hij nogal ambitieloos is, en kon dat voor zichzelf ook gewoon goed verantwoorden. En die verantwoording, was voor mij een eye-opener. Want het bleken woorden te zijn die ik al een poosje zocht om voor mezelf te verklaren waarom ik intens tevreden ben met mijn baan als chauffeur. En waarom ik geen enkele motivatie heb, of wil hebben om meer te zijn dan een verdomd goeie buschauffeur.
Tuurlijk: ik heb ambities. Zorgen voor mijn meisjes. Voor mijn gezin. Leuke vakanties, genieten van het leven. 
Maar een carriere-tijger ben ik niet. Nooit echt geweest, en zal ik niet worden ook. Voor mij geen wens om manager te worden. Of meer dan wat ik ben. Geen stress, geen toneelstukjes. En in de hedendaagse maatschappij heb ik het idee dat daar toch wat raar naar gekeken wordt. Of je niet meer wil verdienen. Meer verantwoordelijkheid wil. Doorgroeien. Het wordt ook allemaal gebruikt bij wervingsadvertenties. Je moet haast wel verantwoordelijkheid willen dragen. En je moet willen doorgroeien.
Maar uiteindelijk zijn dat soort dingen niet iets dat ik zoek. Ik definieer mezelf niet aan de hand van mijn carriere. Mijn werk is het middel dat ik gebruik om te leven. Maar mijn leven gebruik ik niet om te werken. En dat is misschien ook wel iets dat me in mijn vorige leven opbrak. Ik ontkwam er niet aan om mijn werk als musicus mee naar huis te nemen. Al was het maar omdat ik die toeter niet op het square kan laten staan na een beëdiging. Staat zo slordig. En voorbereiden en conditie houden moest ook wel.
Nu kan ik mijn werk niet meenemen naar huis. Even los van het feit dat die bussen puur voor het platform bedoeld zijn, en geen kenteken hebben: die elektrische bussen halen Almere waarschijnlijk net aan wel, maar aangezien ik geen laadpaal heb, kan ik ze nooit meer terug naar het platform krijgen. Nog los van het feit dat het manoeuvreren in de wijk hier op zijn zachtst gezegd erg spannend zou zijn, ik zou enorm raar aan worden gekeken, als ik een bus at random mee naar huis zou nemen. Wel een stunt op zich...

Over dat werk gesproken:
Een van de wat meer nadelige aspecten, is dat ik, om überhaupt maar in de buurt te komen van mijn bus, de beveiliging door moet. Door een deur, door een scanner en dan door een scanpoort. Als die scanpoort begint te blèren, moet ik gefouilleerd worden. De meesten kennen je, doen hun werk grondig, en zijn klaar.
Sommigen doen hun werk met het enthousiasme van een kampcommandant uit de jaren dat de mensheid nóg minder beschaafd was. Die hengsten, rukken en trekken. Doen een prostaatonderzoek zonder je de testuitslag te geven en proberen je keel te visiteren via de achteruitgang. En dat met een attitude waar je kriebels van krijgt, want ze hebben "macht" over je.
Als je dan aan de beurt bent, moet je tas ook gecontroleerd worden. De meesten checken en klaar. Sommigen zijn van plan om meteen maar je hele eten handmatig tot puree te verwerken. Daar trek ik een grens. Ik vind alles best, maar hun taak is niet mijn eten te controleren op eventuele nucleaire resten. Voor de rest: ze doen maar.
Maar er gloort hoop. Want inmiddels hebben ze zo'n stokje met een doekje. Daarmee gaan ze over je lijf, en dat doekje gaat in een apparaat. Als dat sein veilig geeft, kan iedereen door met zijn/haar leven.
De eerste keer dat ik dat meemaakte, werd mij verzocht mijn armen uit te steken, zodat er met dat stokkie over geaaid kon worden. Toen kreeg ik een verzoek dat ik blijkbaar compleet verkeerd interpreteerde. "Omdraaien".
Ik ben de lulligste niet, en maakte op mijn allercharmantst een pyrouette. En keek vervolgens in de compleet verbijsterde gezichten van de beveiligers die dat niet hadden zien aankomen. Die verwachtten dat ik mijn handen zou omdraaien, en niet mijn complete lichaam. Maar goed: dat soort kampbewakers moet je soms een koekje van eigen deeg geven: totaal onverwachts exact doen wat ze zeggen, in plaats van wat ze verwachten dat je doet, als gevolg van een incompleet gedaan verzoek. We konden er uiteindelijk hartelijk om lachen.
En voor de duidelijkheid: er lopen een paar van die machtsgeile bewakers rond, het merendeel is gewoon erg leuk en vriendelijk. Kun je gezellig een saffie mee roken als het zo uitkomt.

Dit alles geschreven hebbende, begint mijn weekend.
Het wordt wederom een drukke zaterdag, want bezoek voor Jente's en mijn verjaardagen komende week.
Ik wens eenieder een mooie toe.




Stoelen, mieren, oorlog en gekwek

Onze nieuwe stoelen zijn gearriveerd. Dat is een paar weken eerder dan de beloofde leveringsdatum, en daar kunnen heel wat grotere bedrijven...