vrijdag 6 september 2024

Mensenkinderen, wat een beestachtigheid.

Ik heb al veelvuldig kunnen vertellen over hoe vreemd ik sommige mensen vind. Over het feit dat een psycholoog zou kunnen promoveren op het menselijk gedrag op een vliegveld.
Over het algemeen heb ik het gevoel dat ik nog lang niet alles heb meegemaakt, en van de week had ik weer twee van die hoogtepuntjes uit het menselijk bestaan.
Het begon er mee dat het blijkbaar "we-gaan-in-de-deuropening-staan-en-we-maken-vooral-geen-ruimte-voor-de-buschauffeur"-dag was.
Bij nagenoeg elke vlucht die ik afhandelde, moest ik mensen verzoeken naar achteren te stappen, zodat ik bij mijn stuur kon komen, en ik vrij uitzicht naar rechts zou hebben. Ik moet die mensen dit verzoeken, want blijkbaar is het feit dat de chauffeursstoel leeg is, niet voldoende om te beseffen dat de chauffeur nog in moet stappen, en daar ruimte voor nodig heeft.
Ik moet die mensen dit verzoeken, omdat het me simpelweg verboden is om ze fysiek naar achteren te kegelen.
Van mezelf vind ik dat ik niet bepaald moeilijk ben. Mensen zijn op geen enkele manier iets aan mij verplicht. Toegegeven: ik vind het onbeleefd als men naar buiten komt, dwars door me heen kijkt, geen goedemorgen zegt (terwijl je toch echt een gast in mijn bus bent), me volslagen negeert, en gewoon maar mijn bus in stapt. Ik vind het onbeleefd, maar hey: ik snap ook wel dat je niet zit te wachten op een busrit als je verwacht in een vliegtuig te stappen. Dus ik laat het gaan. Bovendien: er zijn talloze mensen die wél vriendelijk groeten, een praatje maken, een gebbetje. Of gewoon wat ongerust zijn, en zich door mij (al dan niet terecht) willen laten geruststellen.
Hoe dan ook: ik kreeg een seintje, en kon vertrekken. Mijn deur stond best vol met mensen die mij even verwachtingsvol aankeken, als ik hen. Het kwartje viel niet, en na een paar ogenblikken verzocht ik die mensen om even achter in de bus plaats te nemen, omdat daar meer ruimte was. Op één dame na, deden ze dat allemaal netjes.
De gerda die dat niet netjes deed, was ook degene die mij bij het instappen al compleet negeerde, geen woord tegen me zei, nu echter keek me ineens wel aan, als door een wesp gestoken en begon met: "goedemorgen".
Waarop ik een vriendelijk "goedemorgen" teruggaf. Vervolgens begon ze te kwaken dat het ook wel wat vriendelijker kon, en dat ze al heel lang..... Blablabla.
Nogmaals: ik vind dat Gerda mij niks verplicht is aan fatsoen. Echt niet. Als ze me in eerste instantie gewoon negeert, prima. Kan ik mee leven. Maar kom niet ineens met fatsoensrakkerij als ik een groepje waar jij toevallig ook bij staat, aanwijzingen geef . Op dat moment geef ik gewoon aan wat er moet gebeuren om veilig te kunnen vertrekken. Ik doe dat zakelijk en vriendelijk. Dat ik gerda's emoties even niet belangrijk vond, is heel jammer, maar het proces moet zo soepel mogelijk verlopen voor alle passagiers. En dus is gerda even minder belangrijk. En daar had ze het moeilijk mee. Maar ja. Gerda is gerda.

Een andere reiziger maakte het, onbedoeld hoop ik, nog een tandje bonter op een veel bontere (letterlijk én figuurlijk) manier. Ik kreeg een seintje van de crew dat het toestel leeg was, en ik naar de terminal kon vertrekken. Ik liep naar mijn deur, en stuitte daar op iemand die gebukt bezig was met zijn schoenveter te strikken. Hij had daartoe zijn voet op de verhoging waarop mijn stoel staat, geplant, waardoor hij met zijn snuit nagenoeg op mijn zitting leunde (dat lijkt mij persoonlijk al geen pretje, maar soit, wie ben ik). Daarbij toonde hij mij een waarlijk ongeëvenaarde buttcrack voorzien van een hoeveelheid haren, waar ik nog jarenlang nachtmerries van zal hebben. Niet alleen vind ik het behoorlijk vervelend als iemand zo dicht in mijn werkruimte komt (ongeacht of ik er zit of niet) maar als dat gepaard gaat met uitzichten waar zelfs mijn maag niet helemaal bestand tegen is, lukt het me niet om mijn gezicht in een neutrale plooi te houden.
De mensen die wat verderop stonden, en dit stuitende tafereeltje gadesloegen, en mijn reactie erop, schoten in een daverende lach, en uiteindelijk lukte het me om een soort van "ach ja" gebaar te maken. De man zelf verontschuldigde zich voor het feit dat hij in de weg stond (maar ook echt alleen daarom en niet voor de aanblik die hij bood, hij zal het zichzelf niet helemaal gerealiseerd hebben) en stiefelde naar achteren.

Mijn dochter en onze hond hebben een paar dingen gemeen: ze zijn wat enthousiast op onhandige momenten. En kunnen dat soms maar moeilijk beteugelen. Dat is op zich niet erg, ze leren het vanzelf wel. Soms met milde aandrang, soms met slechts een woeste blik, soms...
We hadden na het zwemdiploma heel erg de wens om Jente op een sport te houden. Het liefst een zelfsverdedigingssport, iets als Krav Maga, Kick boxen, MMA, of judo. Voor cage-fighting vonden we haar bij nader inzien nog wat te jong, en leverde bij navraag een vermanend vingertje van de kinderbescherming op. Na dik een jaar prakkezeren en overleggen, twijfelen, aarzelen en vooral ook vergeten van goeie voornemens, was het eindelijk zo ver.
Het werd karate. En zoals bij zoveel nieuwe dingen: ze zag er als een himalaya tegenop. Maar goed, met Ilse op de fiets, terwijl ik de hond bewaakte, en mezelf pijnigde met haar tandjes, die ze soms (on)opzettelijk in mijn lijf zette.
Bij thuiskomst was ze helemaal enthousiast. (Jente dus, niet de hond. Ja, de hond ook, maar die dan weer niet per sé over karate). Ze wilde wel op karate (Jente dus, niet de hond), want het was zo enorm leuk geweest. En meteen wilde ze voordoen wat ze allemaal geleerd had.
Ik was wat minder alert, en had waarschijnlijk eerder, sneller en verder op heel erg grote afstand moeten gaan staan.
De eerste armzwaaien kwamen aan tegen mijn buik en borst. Flinke tikken, maar te overleven. De eerste (en gelijk ook laatste) beenzwieper kwam met onwaarschijnlijke precisie terecht in mijn edele delen. Ik spuwde mijn ballen bekant uit van ellende. Goddank dat we toch geen kinderen meer willen.
Als peuter heeft Jente heus wel eens een onhandig wapperend been in mijn kloten gezet, maar dat was als peuter die niet veel controle had. Dit was anders.
Dit was veel gecontroleerder. Veel preciezer. Veel harder ook. Heel veel harder. Maar goed, we zetten door, want het lijkt me fantastisch als ze later minder frisse mannetjes ook op die manier hun balletjes uit kan laten spugen. Gewoon uit noodzaak, of simpeler: omdat het kan.

Oh ja, de hond. We hebben een hond. Gucci. Het is een lekker beest, dat volop aan het ontdekken is hoe de wereld werkt, wat wel en vooral niet werkt. En wij ontdekken wat wel en vooral niet werkt.
Met vallen (ik heb haar al een salto zien maken, waar menig acrobaat jaloers van zal worden) en opstaan (ze heeft serieus ongelooflijk massieve poten voor zo'n klein turfje). Uiteraard gaat het allemaal veel minder snel dan ik dacht. En haar tandjes (die ze heel geniepig soms op heel gekke plekken weet los te laten) zijn serieus scherp. Ze doet me het meest denken aan een ADHD'er die teveel energie heeft. En dan ineens zomaar "plop" uit valt.
Volgens de begeleidster van KNGF die ons dan weer ondersteunt, doet Gucci het prima, en wij dus ook. We hebben alweer een nieuwe hoeveelheid dingen die we de hond bij moeten brengen in het kader van haar komende opleiding. Fijne opstekers.
Maar gelukkig mag ze ook nog pup zijn. En daartoe kochten we een knuffel bij de IKEA. Een knuffelhond die nu nog ongeveer 2 keer zo groot is.
Toen we die gaven, werd ze wild van vreugde. Niet omdat ze een lekker zachte knuffel had om lekker tegenaan te liggen, nee: ze begon met bijten, knagen, schudden, sleuren, slingeren. De meest gymnastische toeren zie ik haar uithalen met dat pluchen beest, waarbij ik vermoed dat het knuffelbeest het geen half jaar vol gaat houden.
Om uiteindelijk in standje 69 ermee in haar bench in slaap te vallen.
Ondanks dat Ilse de hoofd-aannemer van deze klus is, vind ik het best vermoeiend allemaal. Als ik thuiskom van een lange dag werken, word ik hartelijk begroet door mijn meiden. Leuk vind ik dat altijd wel. De hartelijkheid van de laatste dagen komt hoofdzakelijk door het feit dat er een extra iets/iemand binnenkomt waarmee gestoeid kan worden. Wiens schoenen beknaagd kunnen worden. En even rust voor de overige meiden.
Colette is het er nog steeds niet mee eens, maar inmiddels heeft ze haar "kom-niet-dichterbij-of-ik-sla-krab-bijt-en-gooi-je-aan-de-kant-blik" helemaal geperfectioneerd, en Gucci houdt meestal een respectvolle afstand in acht. Alsof ze bang is voor covid.

Dat alles maar weer geschreven hebbende: mijn weekend is begonnen. De volle 2 dagen. Om nog 4 dagen er voor de volle 64,7% er tegenaan te gaan in de vroege diensten. Ik wens eenieder een goeie toe.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

HANDelingen

 De herkomst of bestemming van de vliegtuigen die ik leeg, dan wel vol rij, is mij niet vaak bekend. Dat is voor het uitvoeren van mijn werk...