donderdag 17 juli 2014

Bitterzoet....

Mijn moeder speelde harp. Want in een gegoede familie diende tenminste een iemand een muziekinstrument te bespelen. En voor de kleindochter van de Schout bij Nacht was alleen het duurste goed genoeg. Dus werd er een dure docent in de arm genomen, en een duur instrument gekocht. Een harp.
Niet dat mijn moeder daar iets in te melden had. Maar het was ook een manier voor haar om ten minste gedurende de lessen verlost te zijn van een totaal geschifte en kwaadaardige oma.
Ze bleek talent te hebben. En moest dus naar het conservatorium. Niet dat ze daar veel tegenin kon brengen.
Was ze een toptalent? Zeker niet. Ze moest het daarbij opnemen tegen een telg uit het Rieu geslacht.
Uiteindelijk trouwde ze, en de harp verdween naar de rand van haar leven.

Uiteindelijk maakte een gruwelijke gebeurtenis op een hooizolder een einde aan haar toch al ingekakte harpisten bestaan. Ze wilde er hulp verlenen aan omstanders die een zelfmoordenaar gevonden hadden. Een hooizolder is nu eenmaal geen plat oppervlak, maar gewoon een rijtje balken. Waar ze dus prompt naast stapte.
Dit in combinatie met een sluimerende reumatische aandoening, zorgde ervoor dat harpspelen definitief tot een einde kwam.

Maar gitaar, dat kon nog wel. En dus begon ze met gitaarles. En daarbij hoorde een goeie docent, en een mooie gitaar. En natuurlijk een mandoline orkest en een gitaartrio.

Tot vlak voor haar dood heeft mijn moeder met ijzeren volharding op die gitaar gespeeld. Tot het echt niet meer kon. En tot vlak voor haar dood haalde ze veel voldoening uit het spelen. Uit het samenspelen. Uit haar gitaar.

Na haar dood belandde de gitaar bij mij. Ik had geen flauw benul wat ik ermee moest. Ik speel geen gitaar, en wil dat ook niet. Aan trompet heb ik mijn handen (en mond) meer dan vol.
Wel verkopen, niet verkopen... Het was net als blaadjes van een bloem trekken.
De ene zei:"Niet verkopen. Al was het maar vanwege de emotionele waarde".  En daar was ik het stiekem ook wel mee eens.
De ander zei:"Wel verkopen, want van stilstaan worden gitaren niet beter". En daar was ik het stiekem ook wel mee eens.
De doorslag gaf uiteindelijk dat ik denk dat mijn moeder het zo gewild zou hebben. Verkoop hem aan iemand die er, net als zij, heel veel plezier en voldoening uit zou halen.

Aldus geschiedde. De gitaar is verkocht aan een man die er verguld mee is.
Ik had 2 serieus geinteresseerden. Meneer G. Uit het oosten van het land en meneer H. uit het westen van het land.
Meneer G. mailde dat hij wel wilde komen uitproberen, maar als hij het een fijn instrument vond, niet meer dan de vraagprijs wilde betalen.
Meneer H. mailde dat hij wilde komen kijken.
Dus twee afspraken gemaakt. Een voor deze middag, en een voor deze avond. Eerst meneer H. en deze avond meneer G.

Meneer H. kwam kijken, vond het instrument fijn en mooi en lief en bood me zijn geld aan.
Een harde deal met harde contanten. Dus ik ging akkoord.
Toen moest ik meneer G. bellen. Want hij hoefde niet meer vanuit het oosten van het land naar Tiel komen.
Dat bleek tegen het zere been. Want ik had moeten overleggen. Ik was onbeschoft. Zo diende men geen zaken te doen. Hij was witheet.
Tja, misschien had hij gelijk. Maar aan de andere kant: hij gaf mij geen garantie dat als ik hem liet proberen dat hij hem zou kopen. En dat ik dus wellicht geld zou laten lopen. Ergo: meneer is boos dat ik succes heb met een verkoop via marktplaats, en dat hij net achter het net viste. Hij zou marktplaats wel eens even inlichten en te-dit-en-te-dat.
Ik snap zijn teleurstelling ergens wel. Maar om nu zo overdreven te reageren.

Het uitproberen van de koper geschiedde overigens in alle rust, en met alle respect voor mij, en de gitaar. Het fijne was, dat zowel koper als ik bevlogen docenten zijn, en bevlogen muzikanten.
Maar stiekem is het ook wel triest om dat laatste stukje van mijn moeder te zien vertrekken. Ik weet dat de gitaar bij hem meer tot zijn recht komt, dan bij mij op zolder. (Waar het nog steeds lekt). En ik weet dat het iemand is met hart voor het instrument, die er zelf veel mee gaat spelen. Maar toch...

Bitterzoet voelt dat.


vrijdag 4 juli 2014

Een lans breken

In 2001 veroorzaakte Daniel Barenboim een controverse: hij dirigeerde namelijk in Israel muziek van Wagner. Wagner werd daar niet meer gespeeld, vanwege diens antisemitische overtuigingen.
Maar Barenboim trotseerde de kritiek, en stelde de mensen aldaar bloot aan de muziek van Wagner, die ondanks zijn droevige overtuigingen toch zulke prachtige muziek kon schrijven.

Hij brak dus met een verleden, en hij brak een lans voor prachtige muziek.

In Nederland brak een rechter met een traditie. Een lange traditie. Zwarte Piet. Want die zou discriminerend zijn.

Jammer dat ik als voorstander van Zwarte Piet zo veelvuldig te horen krijg dat hij beledigend is. Dat hij discriminerend is. Dat hij mensen kleineert. Jammer ook dat ik veelvuldig te horen krijg, dat we maar eens met een dubieuze (want riekend naar slavernij) traditie moeten breken.

Want, net als Barenboim in Israel, hadden de klagers ook kunnen breken met dat (verder heel vervelende en nare) stukje van onze geschiedenis. Zeker omdat het niet bewijsbaar is dat Zwarte Piet een slaaf was, al dan niet vrijgekocht. De klagers hadden er ook een punt achter kunnen zetten. Want in tegenstelling tot de klagers: in Israel woonden en wonen heel veel nabestaanden en overlevenden van de holocaust van nog maar 70 jaar geleden. Maar de mensen die nu klagen, weten niet eens wat slavernij is.

Puur op basis van een mening (ja, ik vind Zwarte Piet geen discriminatie, omdat ik totaal geen verband wens te leggen met een neger) wordt dus nu een traditie de nek omgedraaid.

Jammer, want Nederland ligt al jarenlang op ramkoers met zijn cultuur. Met kunst. Met dat wat Nederland zijn identiteit geeft. Kunst en cultuur, al jarenlang wordt erop beknibbeld. En dit spelletje rondom Zwarte Piet, is daar een voorbeeld van.
Een klein groepje klagers heeft een mening, en een suffe rechter, die politiek zo correct is dat zijn toga er stijf van staat, geeft ze gelijk. Wéér een stukje Nederlandse identiteit veranderd.

Waarom moeten we toch altijd de klagers met de grootste bek gelijk geven? Waarom kunnen die mensen niet gewoon eens een schop onder hun kont krijgen? Niet zo zeuren, en door met het leven?

Waar ik overigens slecht tegen kan: het gemauw van Geert Wilders. Die loopt te blaten over onze cultuur. Geert Wilders vindt kunst een linkse hobby, die hij liever kwijt dan rijk is, maar als het over Zwarte Piet gaat, trekt hij ineens zijn muil open. Ik weet nu waar dat grijze haar vandaan komt: het is niet grijs, het is wittig, van de enorme berg boter die hij op zijn onsympathieke kop heeft.




Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...