dinsdag 29 augustus 2017

Belofte deels ingelost.

Verdwenen Nederlandse woorden. Vaak prachtige woorden, die in onbruik zijn geraakt. Joost mag weten waarom, want ze rollen vaak prachtig over je tong. Als een goede wijn, met een lekker stuk kaas.


Het is inmiddels ver na middernacht dat ik deze blog zit te tikken. Ik kan niet slapen vanwege een paar babiolen. (Wissewasjes).
Het is heet. Ons huis heeft een plat dak, en los van het feit dat dat prima is, want beter een plat dak dan geen dak, is het tijdens deze laatste (?) echt warme zomerdagen wel echt heel warm onder dat platte dak. Zo warm dat je eigenlijk in je bed gewoon aan een vocht-infuus moet om te voorkomen dat je als een menselijke krent eindigt. Opgedroogd en verrimpeld.
Ilse lag er al vroeg in, en toen ik erbij ging liggen, was het niet alleen verstikkend warm; doordat Ilse al sliep, kon ik het niet maken om de ventilator aan te zetten. En bovendien: ze snurkt een beetje (heel lichtjes, heus niet effrayant (schrikwekkend)).
De slaap liet zich niet lieflokken (door vlijen overhalen), en aldus zit ik beneden met de deur open om nog een beetje frisse lucht naar binnen te krijgen met hangende oogleden (ik ben heus moe, na mijn eerste "werkdag") al typend te palaveren (brabbelen) op mijn blogspot.

Ik wil de lezer graag meenemen naar een herinnering. Speelde zich minimaal 15 jaar geleden af, maar mogelijk langer.
De plaats van handeling: het Beekhuizense Bos te Velp. Alwaar mijn oma woonde.
Ik was daar op bezoek, en omdat mijn oma niet zo heel erg best meer liep, en haar huisje best wel heel erg klein was, ging ik lekker zelf even wandelen in dat mooie Veluwsche bos.
Op mijn dooie akkertje kuierde ik langs het beekje, en ik groette wat voorbijgangers die ik vagelijk herkende. Mijmerend over de hoeveelheid voetstappen die ik sinds mijn kinderjaren al in dat bos heb gezet.
Ver voor mij uit liep een oudere dame, met haar hondje en een tasje, zoals veel oudere dames van die typische oudere dames-tasjes hebben.
Net als ik te genieten van het zomerse weer. Van het bos, dat toch de felle zon wat wist te breken en waar het onder de bomen in de schaduw goed toeven was. Of het hondje moest gewoon een plas. Dat kan ook.
Hoe dan ook: bospaadjes zijn nu eenmaal niet van die moderne, geëgaliseerde paden. Daar wil nog wel eens een lompe boomwortel aan de oppervlakte komen. En dan meestal net niet in het oog springend. De krengen. Voor dronken lapswanzen en oudere mensen een pittige vorm van spitsroedelopen. Want denk je net dat je die rottige wortel heus wel boven de grond hebt zien uitsteken, struikel je over die andere, die je dus net niet gezien had.

De dame voor mij maakte een pracht van een buiteling over zo'n boomwortel. Als ik niet beter wist, had ik gedacht dat ze oefende voor een circus-act.
Hoep met de beentjes in de lucht, bijna als een clown gewoon. Oleg Popov was er niets bij. Een lust voor het oog.
Ik kon mijn lachen dus gewoon niet inhouden.
Maar ja, een oudere dame laat je ook niet zomaar op de grond liggen. Dat staat wat slordig. Vooral moreel.
Dus met gezwinde spoed naar de plek des onheils om de dame overeind te takelen. Lachend, dat wel. Ik kon het niet helpen. Ik kon er gewoon niet treurgeestig (droevig/zwaarmoedig) bij blijven.
Inmiddels waren er meer passanten, en die gaven de dame haar tasje en haar hondje (die door de strapatsen (bokkesprongen) van mevrouw heel even onthokkeband (bevrijd) was van de riem) terug.
Mevrouw nam dankbaar haar tasje aan, bedankte mij zelfs, en mepte mij vervolgens mét dat tasje tegen mijn hoofd. "Omdat je me uitlachte!". En kordaat wandelde ze verder.
Daar stond ik dan, toch ineens wat schroomvallig (verlegen) met mijn mond vol tanden.
En toen moesten de omstanders weer lachen, om dit kittige ouwe wijf, die ik van de grond plukte om te voorkomen dat ze er de volgende ochtend nog zou liggen.



Inmiddels is het alweer 3 uur in de nacht en ik zie steeds meer op tegen de dag. Want laten we wel wezen: Jente slaapt lekker door, en is dus om 7 uur wel wakker.
En dan is het nog een hele lange dag te gaan.
Ik voorzie dus dat ik niet alleen op mijn tandvlees ga lopen, maar dat ik ook over mijn oogleden ga struikelen in een poging om mijn dochter bij te houden als ze de dag weer gaat doorbrengen met allemaal onvoorziene leermomenten.

Ik ga het nogmaals proberen. Ik ben namelijk wél moe, zo moe dat ik er een beetje weepsch (zouteloos) van word.

Slaap wel, wereld!








vrijdag 25 augustus 2017

Vakantie en uitdagingen

.......En we zijn weer terug.
Voor het eerst als gezinnetje alleen op vakantie. Het was er eerder stomweg nog niet van gekomen. Tuurlijk, we zijn met de Wilk én Jente meermalen al op pad geweest, maar deze keer was het voor ons als gezin, de eerste keer.
Ik ben denk ik een slechte vader, of in elk geval: niet een echt gewende vader, want hemeltjelief, ik ben gebroken.
Continu achter Jente aanrennen, omdat ze zelf vindt dat ze heel goed zelfstandig naar een speelweide ergens ver weg kan. Daar moet ze heen, want er zijn daar meer glijbanen, meer zandbakken, meer noemmaarop dan bij ons veldje.
En als we dan een hele dag met Jente op pad waren geweest naar Kabouterbossen, Hunebedden, markten, speeltuinen, nog meer sprookjesbossen en klautertuinen, dan was het bij terugkomst nog niet genoeg, en moest ze weer naar de grote speeltuin.
Dus je begrijpt: het eten was gezond, voedzaam doch zeeeeeeer eenvoudig van aard. (Datgene dat we zelf kookten, wel te verstaan). Want we zaten nog nauwelijks aan tafel, of madam moest alweer lopen.
Heel soms wilde ze wel voetballen op het veld, maar meestal was het lopen een opmaat tot weer ettelijke meters achter Jente aan naar dat vermaledijde speelveld. Het is een zeer ondernemende jongedame.
En als ze dan eindelijk in bed lag, was het net te donker om nog goed te kunnen lezen.
Maar het gemekker even laten voor wat het is: het was een prima vakantie.
We hebben genoten van alles waar Jente van genoot, we hebben ons vergaapt aan een vakantiefabriek. Het was namelijk een enorm grote camping (die voor de helft vol was, dus ruimte te over), met enorm grote plaatsen. Het treintje voor de kindertjes ging stipter dan de gemiddelde trein van de NS, en de meeste mensen waren gewoon vriendelijk.

Ik heb op vreemde plekken, en zeker op campings eigenlijk altijd een soort van moeite met poepen.
De eerste dagen lijkt het wel alsof de boel blokkeert. Er komt gewoon niks uit.
Blijkbaar moeten mijn lijf en ziel onafhankelijk van elkaar wennen aan het idee dat je (in dit geval) met een wc-rol onder je arm naar het toilet stiefelt.
En ik vind dat altijd een beetje genant. Iedereen die je ziet lopen met die wc-rol, weet wat je gaat doen. En als je van het persen met een rood hoofd terugloopt, weet iedereen wat je gedaan hebt.
Bovendien: de eerste deur die ik opende toen ik er mijn eerste plasje wilde plegen, opende een soort van helle-kamer van half doorgetrokken mannendrollen ter grootte van een half gesneden volkoren bruin van de Albert Heijn. Maar dan met een lucht waar zelfs de toch best in groten getale aanwezig zijnde vliegen niet op af wilden komen.
Maandag kwamen we aan, en donderdag kwam mijn eerste poepsessie op gang.
En inmiddels zijn we dus weer thuis. Mag ik mijn aanminnige achterste weer op mijn eigen pot vleien.

Al met al dus best een fijne vakantie gehad.

En dan begint het nieuwe seizoen weer, met wat uitdagingen, en wat leuke snabbels.
Niet alleen voor mij, en mijn collega's begint het seizoen met uitdagingen. Ook sommige muziekscholen beginnen met een uitdaging.
Zo is er een muziekschool die voor 10 euro per uur (ja, ik lieg niet) docenten zoekt, die ook nog meerdere instrumenten kunnen lesgeven, op ZZP basis.
Dat houdt dus in, dat je bijna negatief uitkomt.
Te schandalig. Waarschijnlijk wil deze muziek"school" geen professionals, maar van die halve tamme ezels die leerlingen alleen maar naar de vernieling helpen. Voor die prijs, gaan ze niemand vinden. Hoop ik. Toch?

Ook voor een violiste, ergens uit de wereld, begint het nieuwe seizoen met uitdagingen. Zij heeft namelijk haar viool afgegeven, om in het ruim mee te gaan. Mocht blijkbaar niet bovenin.
Resultaat: viool gecrashed.
Ik vind dit raar.
British Airways staat sowieso niet bekend om heel erg veel compassie of zelfs maar meedenken met hun muzikale passagiers.
Maar als je als violist te horen krijgt dat je je instrument af moet staan, dan ga je toch niet mee?
Ik heb inmiddels behoorlijk wat vluchten met mijn instrument gemaakt, en nooit, maar dan ook nooit was het een probleem. Zelfs enorme bastrombone koffers mochten gewoon mee bovenin.
Ik kreeg ooit als tip: als ze ineens moeilijk doen: zeggen dat je niet meegaat, en dan mogen ze niet vertrekken mét jouw bagage, dus levert dat vertraging op, die ze niet willen, ergo: spul mag toch mee.
En als het niet mag: een vliegticket omboeken is altijd goedkoper dan het laten repareren of vervangen van een gecrashte viool. Lijkt mij. Maar misschien heb ik het mis.
Hoe dan ook: toen ik mijn verbazing op de voor mij zo kenmerkende manier kenbaar maakte, kreeg ik te horen dat ik vast niet vaak genoeg vloog, en dus geen mening mocht hebben.
Tja, dat klopt. Maar ik heb wél genoeg ervaring met vluchten die gewoon goed gaan. En vind het oprecht ongelooflijk stom dat je je waardevolle viool afstaat.
Zeker als je weet dat je met British Airways vliegt, dat toch al een slechte naam heeft wat muzikanten betreft.
Maar goed, stupid is, as stupid does, volgens de moeder van Forrest Gump, dus heel erg veel medelijden met zo'n chick heb ik dan toch weer niet.

Ik wens al mijn collega's een mooi muzikaal seizoen toe, en mijn vriendjes een prachtig (school)jaar met mooie nieuwe uitdagingen en leuk werk.

Tot lees! 



woensdag 16 augustus 2017

Vakantie? Uhuh...

Stel je hebt een vrolijke, ontdekkende dochter van 2,5 jaar oud.
Dat gegeven alleen is al voldoende voor veel mensen om voortijdig grijze haren te krijgen. Maar goed, hele volksstammen gingen je voor, dus hop, niet klagen.
Maar stel je voor: je combineert dat feit, met het feit dat het terras in de achtertuin toch wel een beetje wat werk nodig heeft, en dat er voor dat werk toch wel wat attributen nodig zijn, zoals een bats, een spade, een hamer en meer van zulks.
Dan heb je een logistieke uitdaging.
Want net als je met je spade een flinke hap grond uit je tuin wil scheppen, staat je dochter in de scheprichting, en je spade schiet los en zwiept met welhaast dodelijke precisie 3 millimeter over je dochters hoofd.
En net als je met een ferme mep van de grote rubber hamer een tegel op zijn plek wil rossen, wil je dochter "ook doen" en in een split-second moet je die zware rubberhamer van richting doen veranderen om te voorkomen dat je het handje van je dochter tot pap mept.
En dochterlief is van die nipt voorkomen rampen écht niet onder de indruk of zelfs maar geschrokken. Wel is ze onder de indruk van het feit dat u (wél geschrokken) binnensmonds behoorlijk wat aan het foeteren bent.
U snapt nu waarschijnlijk wat beter waarom mijn vreselijke hekel aan alles wat ook maar een beetje met de tuin te maken heeft, niet minder is geworden in de afgelopen jaren.
Het mooiste aan deze klus was nog wel die ploppende geluidjes van kapot kokende mieren-poppen, waar ik de soldeerbrander opzette. Ik heb heus geen bezwaar tegen wat levende beesten in de tuin, maar alles met mate, en meerdere mierennesten vind ik niet met mate, dus ik heb er een stuk of drie in de fik gezet.
Jente ging vandaag naar het kinderdagverblijf, en die tijd heb ik gebruikt om heel erg snel even alles te doen wat we noodzakelijk achten om het volgende verjaardagskado van Jente te kunnen herbergen.
Paadje iets aangepast, onkruid eruit getrokken (sommige wortels nog dikker dan mijn grote teen), terrasje iets verplaatst, grond, gras en zand iets verplaatst en het ligt er (slordig) maar iets gemakkelijker bij.
Niet helemaal goed ge-tegel-d, getuige het feit dat ons kleine boefje bij stap één al struikelde over een opstaand tegeltje en op haar snoetje pletterde.

Van verven is het nog niet gekomen. Dit is een klus die ik (los van het feit dat ik een enorm lange ladder nodig heb om bij de kozijnen boven te komen) wel goed zelf kan en leuk vind.
Het is simpelweg nog niet lang genoeg droog geweest om met goed fatsoen wat liter verf tegen het hout te kledderen.
En we vonden op 1 dag 3 dooie en 3 bijna dooie wespen in Jente haar kamertje. (Waarvan er één in slaagde om ondanks zijn stervensproces, Ilse nog eens even lekker venijnig te steken).
Dat zijn er 6.
Vonden we toch wat veel, voor één kinderkamer. En ook naar onze mening wat te toevallig. Want verder geen wesp gezien in heel het huis.
Het verdelgingsbedrijf (waarvoor hulde, want ze hadden echt wel kennis in huis) doorliep met mij eerst een telefonisch intake gesprek. En samen kwamen we tot de conclusie dat het wel heel raar was dat er verder om en in het huis geen sprake was van wespen activiteit. Alleen dus een paar dooie en stervende wespen. Meer niet.
Maar goed, deze dame vond het toch wat alarmerend, en zij zou een paar kranige kerels sturen, die ons verder zouden helpen.
En kranige kerels waren het.
Een van de twee pakte gewoon zo'n stervend beest op, liet het op zijn hand rondlopen, en sprak (bijna verdrietig):"Deze is stervende. Totaal verzwakt".
Jaja, de tranen van gevoel, biggelen langs mijn smoel. Maar hoe nu verder.
Ze hebben goed onderzoek gedaan, maar konden geen aanwijzingen vinden dat er een wespennest zou zitten.
Wel werd ik erop gewezen dat er nogal wat naden waren in Jente's kamer, en voor de zekerheid werd me gezegd dat ik die naden maar even dicht moest kitten.
Dus ik heb 2 bussen kit leeggespoten, en verrek: geen wesp meer gevonden.
Blijkbaar toch ergens een nest met stervende wespen gehad, die nu nergens meer heen kunnen en dus allemaal ergens in een spouw dood liggen te gaan.
Dikke prima. Ik heb geen morele bezwaren tegen wespen in het algemeen. Maar in het bijzonder in Jente's kamer heb ik dat wél, en aangezien die beesten niet echt interesse in of mogelijkheid tot overleg hebben, moeten ze maar gewoon dood. Liever 300 dode wespen dan 1 Jente die niet begrijpt wat haar overkomt, en brullend van de pijn niet meer op haar kamertje durft te slapen.
Sorry Marianne Thieme, je bent een lieve meid, maar als je wil dat ik mier en wesp op een diervriendelijker wijze uit huis en tuin verwijder: maak het geld voor dergelijke stunts maar even over op mijn bankrekening.


We gaan toch nog op vakantie. Een klein weekje met de caravan naar Drenthe. De vrouw had iets leuks gevonden.
We gaan dus met ons drieen, en op zich is dat heel erg leuk en tof en zo. Maar alle voorgaande keren waren we met meer. Dus was er altijd wel iemand die Jente even afleidde, zodat Ilse en ik (in alle rust en harmonie) de voortent konden opzetten.
Nu zijn we dus maar met ons tweeen dus dik kans dat ik onder de nog niet helemaal opgezette voortent op mijn smoel val, omdat Ilse ineens wegrent om Jente ervan te weerhouden de snoeppot uit de voortent van de buren leeg te vreten.
Dik kans dat Ilse een voortent-stok tegen haar hersens krijgt omdat ik moet voorkomen dat Jente zichzelf in het zwembad stort, met kleren en al.
Dik kans dat we die avond gewoon nog steeds niet klaar zijn met het opzetten van die vermaledijde voortent, en dat we allebei totaal doorweekt zijn van het zweet, terwijl Jente lekker in haar bedje ligt.
Maar omdat dat zo is, kunnen we die voortent alsnog niet opzetten omdat Jente dan weer wakker wordt, en ze slaapt net.
Ik ben helemaal geen doemdenker, maar dit is toch wel een puntje van spanning voor me.
Maar goed, misschien gaat het ook allemaal wel goed.
We hebben voldoende scheerlijn mee, dus we kunnen haar gewoon ook (onderweg) even aan een boom binden.

Nog twee weekjes vakantie en dan begint het seizoen weer. Wie weet wat ik allemaal weer meemaak.
Gaat vast wel goedkomen. Vandaag voor het eerst sinds de vakantie weer even gespeeld, en het ging niet heel erg slecht. Dat gaat best goedkomen.

Denk ik.




woensdag 2 augustus 2017

Over mijn auto's.

Het is zomervakantie. En een lange, verre reis hebben we voor dit jaar niet geboekt.
Tijd dus om wat te klussen (ik heb van een oude pallet en wat restanten planken, 42 deuvels, 16 schroeven, 4 zwenkwieltjes, een halve pot houtlijm en een pot witte primer een tof salontafeltje annex bijzettafeltje gemaakt) met Jente spelen en stoeien en kroelen (toen ze net voor de zoooooveelste keer om papa en mama brulde vanuit haar bed, ben ik even streng doch rechtvaardig op gaan treden. Waarop het spruitje wist te melden dat papa boos was).

Maar ook een moment om eens wat zaken de revue te laten passeren.
In minder dan 5 maanden tijd, zijn er in mijn familie, door droeve omstandigheden 3 auto's doorheen gegaan. Bij mij Madame Jeanette (de C5 break) en Puck (de xantia break), en bij zuslief haar Mazda Demiootje, want een of ander stuk onbenul reed door het rood, ramde mijn zus, en wist bij het uitstappen te melden dat hij best wel kon rijden. Nee, lul, als je door het rood gaat, kun je niet rijden.

Gelukkig hebben we allebei een fijne vervangende wagen.
En toen, tijdens het mijmeren onder het genot van een fijne bak koffie, kwamen alle auto's eens langs.
Voor degenen die niks met auto's hebben, of niks met Citroën: helaas. Deze blog bevat veel plaatjes en verhalen over/met mijn auto's. Mocht u dat niks vinden, heb ik een verzoek. De wereldberoemde jazz-muzikant Stan Kenton heeft ooit een plaat opgenomen getiteld:" Kenton plays Wagner". Als u deze blog toch liever niet leest, zou u dan op het wereldwijdeweb voor mij naar die cd/lp op zoek willen gaan? Dank alvast.

Het begon allemaal met een Peugeot, die ik liever vergeet. Afgezet bij autobedrijf Schaepkens, die echt geen afspraken nakwam, en ondanks de BOVAG garantie mij gewoon in de drek liet zakken. Ik koop denk ik nooit meer Peugeot en al helemaal niet bij die smeerlappen van Schaepkens.
Maar daarna kwam al vrij rap de Berlingo. VV-RJ-23.
Deze dus. Deze auto was wél heel betrouwbaar. En wél bij een betrouwbaar bedrijf gekocht (Ronald van Rootselaar in Zaandam). Ik was nog niet zover in mijn leven dat ik auto's een naam gaf, maar heel veel schik had ik er wel mee. De eerste keer dat ik ermee een bocht doorging, en in mijn spiegel keek, schrok ik mezelf het apelazarus. Ik dacht oprecht dat er iemand ongelooflijk aan het bumperkleven was, maar dat bleek de bak van mijn eigen Berlingo te zijn. Ik leerde mijn Berlingo goed kennen. En ook leerde ik olie peilen en bijvullen, want het ding zoop het zoals ik koffie drink. Snel was het ding niet. Luxe zeker ook niet. Maar het reed altijd. Zelfs met een bijna onverantwoordelijk laag oliepeil, bleef hij gaan. Het ding reed gewoon heel erg goed. Ongelooflijk veel avonturen mee beleefd ook. Ik zou bijna zeggen: achter in die Berlingo zijn dingen gebeurd die niet zouden misstaan op de site van the BangBus (parental advisory: very explicit site), of rijschool 69 van Don en Ad (parental advisory: very explicit site). Ik heb met die Berlingo de Keutenberg bedwongen. En er zelfs wielrenners mee ingehaald, zo snel ging dat berg-op nog. Okee, het directe gevolg van die actie was dat die wielrenners door zo'n dikke rookwolk moesten trappen, dat ze volgens mij verdwaald raakten. In die Berlingo hebben 2 mensen overnacht, die te dronken waren om nog naar huis te rijden (jammer dat daarna de laadbak een toch wat zure lucht bleef houden) en zelf heb ik er ook eens een nacht in geslapen nadat ik mijn huissleutel was kwijt geraakt. Midden in de winter, dus een stevige verkoudheid was het resultaat. Na een paar uur slapen, was namelijk de diesel op. Ook niet slim. Hoe dan ook, dit is zo'n auto waar ik nog steeds een beetje spijt van heb, dat ik hem verkocht.

Het gebrek aan luxe, maar vooral ook het olie-verbruik van de Berlingo, deed mij verlangen naar iets moderners. En dat kreeg ik. Ik haalde de allerstomste stunt uit ooit: ik sloot een persoonlijk krediet af om die auto te kopen, en dat doe ik dus noooooooit meer, eeuwig stom, ondanks dat het een heel erg leuk wagentje was. De C3. Die kocht ik met 88.000 maagdelijke kilometers op de teller. Dit was de auto die ik in krap 4 jaar tijd naar de 240.000 kilometer zou rijden. Ritten vooral als mantelzorger. Wekelijks meerdere keren op en neer naar Limburg. Als het al niet het persoonlijke krediet was dat me financieel totaal leegzoog, was het wel dat ik bijna elke 2 maanden bij de garage stond voor een beurt. Tikte behoorlijk aan, die kar. Maar soepel rijden deed het wel. En de airco deed het ook. Een auto ook waarmee ik mijn eerste schade reed: op de dag dat ik mijn busrijbewijs mocht halen bij de gemeente Ede, reed ik over een hekje een, en daarmee de achterbumper compleet los. Bij het hospice waar mijn stervende moeder lag, reed ik, onder toeziend oog van net iets te veel mensen een paaltje omver. (Smoes: ik was gewoon oververmoeid). Een ongeluk komt zelden alleen, zo gaat het spreekwoord. Mijn moeder was amper dood, of ik zat aan een kilometerstand waarbij praktisch alles mis ging. De koppeling was versleten. De airco was lek, de distributie moest gedaan worden, ergens was er een probleem met de vering. Dat kon ik me niet veroorloven. Weg met die auto. Wederom stom. Want dat krediet was nog lang niet afbetaald. Ik besefte toen pas dat de rente op dat soort kredieten echt crimineel hoog zijn. Maar goed, je bent jong en dom en je wil wat.

Toen de C3 ging hemelen, beging ik meer stomme fouten: een BMW (hoewel een goede auto, uiteindelijk niet helemaal mijn ding). Een Nissan (rotte motor). Een Volvo (niet eens een hele slechte, maar gewoon niet zo bijzonder. Wapenfeit: dat ding tot maar liefst 160 kilometer per uur krijgen, want ik moest met Ilse naar het ziekenhuis. Ik had oprecht niet gedacht dat dat ding nog eens de 160 aan zou tikken. Een Ford (rotte motor).

Ondertussen kocht ik voor Ilse (of Ilse kocht op mijn advies) een Saxo. Dat was de eerste echt goede auto die ik in best wel wat tijd uitzocht. Mijn eigen auto's na de C3 waren eigenlijk niet veel soeps. De Saxo was een diesel en werd Abby gedoopt. Sinds ik met Ilse ben, hebben onze auto's namen. Een diesel, want er moesten meer kilometers gemaakt worden voor haar werk, een Citroen omdat ik bekend was met die oude dieselmotoren, en die waren gewoon goed. Luxe, want stuurbekrachtiging en electrische ramen. We zijn ermee naar Parijs gereden. Terug via allemaal kleine landweggetjes terug, en dat hadden we beter niet kunnen doen. Op de een of andere manier kreeg de kleine Abby een storm van steentjes te verduren. Ondanks dat we heel erg veel afstand hielden tot de voorganger. Vloekend op de schade zijn we verder gereden. Maar Abby gaf geen krimp. Ze reed wonderlijk lekker. Heel erg comfortabel ondanks het ouderwetse geklop van de dieselmotor in het vooronder, en als je eenmaal vaart had (geduld was een schone zaak, de 0-100 werd niet in seconden maar in kwartieren geteld) was het leuk rijden op klaverbladen. Ook Ilse had er veel plezier van. Even uitgezonderd het moment dat IK erin reed, en haar een boete aansmeerde door nét effies te snel langs een laser-controleur te rijden. En uitgezonderd ook het moment dat Abby weer de verkoop in moest. Een diesel rijden terwijl je hard op zoek bent naar werk, is nu eenmaal geen heel erg goede combinatie. Dus met een traan van spijt moest Abby het veld ruimen.

Nadat ik de Ford wegdeed vanwege wederom een hoog olie verbruik (elke 350 kilometer was het carter leeg, dan was zelfs de Berlingo met zijn litertje per 1000 kilometer nog een zuunige Zeeuw) had ik even niks. En dat was problematisch, want mijn auto's waren altijd de aangewezenen binnen ons gezin om de caravan te trekken. (Breng een vrouw maar eens aan het verstand dat een kleine chick-blik niet echt geschikt is voor een caravan, laat staat met belading en alle koffers en troep die met een baby meemoeten. Dus moest er voor mij wederom een grote auto komen. Ook al omdat ik die zelf met mijn kilometers prettiger op de snelweg vind dan al die kleine gebakjes. En daar kwam de eerste C5. Madame Jeanette. Wat had ik een plezier van deze auto. Voor de grootte en zwaarte van de auto, was ze verrassend zuinig. Het veercomfort was ongeevenaard, alle luxe die ik maar wilde -én meer!- zat erop, ze trok de caravan als een tierelier (zelfs toen Ilse tot mijn wilde verbijstering op de snelweg zomaar aan de sleutel draaide en daarmee de auto (met caravan) gewoon uitzette. Haar reden: ze wilde de radio zachter zetten, maar vergiste zich. Ze dacht dat de sleutel de stuurbediening van de radio was. Zouden op elkaar lijken). Door madame Jeanette ben ik me veel meer gaan verdiepen in het fenomeen Citroën. Ben lid geworden van een paar clubs om meer info te vergaren. Meer kennis en inzicht te krijgen. Heb door madame Jeanette ook wat vriendschappen opgedaan. Zelf een paar keer mogen sleutelen. Haar mooier gemaakt met chiquere velgen. Het werd een hobby, die uitmondde in fijne sociale contacten en die ook weer nieuwe hobby's genereerde: het verzamelen van modelauto's (uiteraard Citroën) en hobby'en met hout. Kilo's hout, lange planken. Ze slikte het allemaal goedmoedig. Ook met caravan en andersoortige aanhangers had ze geen problemen. Want ik onderhield haar goed.
Toen ik eigenlijk net zover was, dat ik voor mijn gevoel niks meer kon doen om haar mooier te krijgen, sloeg het noodlot toe: ik prakte haar in een vangrail. Total Loss. Ik kon wel janken. Heb ik ook gedaan, trouwens. Als beloning voor alle TLC, en toen het erop aankwam, hield ze ons heel. Met een lach (als de spreekwoordelijke boer met kiespijn) en een traan (okee, het waren er meer) hebben we haar voort laten leven in diverse andere c5'en en zelfs een Xsara Picasso, een Peugeot en een Berlingo hebben delen van haar gekregen.

Omdat ik madame Jeanette nog lang niet af had geschreven, was er dus geen budget voor een waardige vervanger, dus kocht ik via een vriendje een Xantia. Vanuit dit vriendje in de hoop dat ik een verstokte Xantia liefhebber zou worden. Het was voor ons allemaal duidelijk: tot de APK en niet verder. Voor 300 euro moet je niet klagen, en mag je blij zijn dat je een auto hebt, die rijdt. En rijden deed ze, Puck. Maar dat was ook het enige. Want geen airco, geen elektrische ramen, geen sleutel met afstandsbediening, geen lekkere vering (want veerbollen waren op) koppeling die niet meer helemaal fris was. Veel gebruikerssporen en roest. Kortom: geen heel denderende auto. Maar ik kon weer vooruit.
De APK zou in november zijn, maar een paar maanden geleden haalde ik het in mijn stomme kop om de verkeerde brandstof te tanken. E10. Want die is zo lekker goedkoop. Ja, maar motoren voor 2000 kunnen dat spul niet hebben. Ergo: het leek erop dat de motor me dit helemaal niet in dank af zou nemen. En als kers op de instort-taart: een gevalletje van pech-hulp die wél spectaculair was. De accu verkeerd aansluiten om starthulp te geven. (Niet mijn fout, deze keer). Vuurwerk gezien dat bij oud en nieuw niet zou misstaan. Wat óók heel spectaculair zou zijn: mijn gevloek omdat die auto bij élke rembeweging afsloeg. Bij filerijden of zelfs maar afremmen om een haakse bocht te nemen, sloeg die motor af. Doodeng, want dan deed ook de rembekrachtiger het niet meer, om nog maar te zwijgen van de stuurbekrachtiging, waardoor bochten ook ineens wel heeeeel erg ruim werden, als ik al niet in de berm zou verdwijnen. Een en ander leidde wél tot een onbehoorlijk goed geoefend benenspel en gepeddel onderin. Gas los, remmen, koppeling in, gas in, remmen, koppeling in, gas los, remmen etc, om die bak maar aan het draaien te houden. Mijn kuiten zijn 3 maten gegroeid, zoveel spieren heb ik eraan over gehouden.
Kortom: weg ermee. Het voelde niet goed, niet vertrouwd, maar vooral: niet veilig.


En daarmee deed Renée haar intrede. Genoeg over haar geschreven. Ze krijgt nog wat kleine cosmetische correcties, maar daar houdt het op. Er zitten al knappe nieuwe velgen op, er moeten nog een paar dingetjes met de ophanging die op zich voor de veiligheid niet erg zijn, maar voor het gevoel wel jammer, en een rubbertje zo her en der. En dan is het een kwestie van haar net zo veel tlc geven als madame Jeanette. Qua looks is ze mooier. Qua comfort is ze iets beter. En ik ben vast van plan om haar langer mee te laten gaan.
Bent u tot hier gekomen met lezen?
Dus van u krijg ik niet te horen waar ik "Kenton plays Wagner" kan vinden? Jammer.
Ik hoop dat dit Citroënnistisch geleuter een kleine glimlach heeft gegeven. Anders heb ik geen Kenton plays Wagner, en u een paar minuten volstrekt verspild.
De volgende blog zal wat minder auto's bevatten, maar aangezien deze alleen maar auto's bevat, is dat niet heel moeilijk.

Santé.

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...