zaterdag 27 april 2019

Keukengepruts. Wat een trots.

Wie mij tien jaar geleden had verteld dat ik over tien jaar op de bank uit zou puffen van drie dagen noest klussen, had ik keihard in zijn gezicht uitgelachen. Ik? Klussen? Man, ik heb 2 linker handen.... No way dat er uit mijn handen iets nuttigs kan komen.
Toch zit ik nu op de bank uit te puffen van drie dagen knallen, bikkelen en puzzels oplossen. De ene uitdaging was nog niet overwonnen, of de andere stond al te trappelen om aan gegaan te worden.
Maar hij staat. Onze nieuwe keuken.
De oude keuken was in de jaren '90 van de vorige eeuw best heel hip. Toen retro net weer een beetje 'in' was.
En ik gok dat die oude keuken, best goed heeft gefunctioneerd.
Maar toen wij erin trokken, had die keuken zijn beste tijd al wel gehad. En we beloofden elkaar dat er rap een nieuwe zou komen. Met dank aan mijn vader lukte dat inderdaad ongeveer drie jaar later dus ook echt.
Ik heb toevallig een vriendje die erg goed kan tekenen. En dit doet voor een keukenzaak. En ik heb een vrouw die qua smaak niet heel erg afwijkt van mij. En die vrouw van mij heeft een handige vader, die weer handige vrienden heeft. En zo kon het gebeuren dat drie dagen geleden onze zeer strakke keuken werd bezorgd. Zeer strak wit, maar met een paar waanzinnig gave details. Zwarte kraan en spoelbak. Een soort van steentjes-mozaïek werkblad. Antraciet-zwarte handgrepen. En een oven die niet stuk is, niet de stoppen uit de meterkast door het dak jaagt van ellende, maar die gewoon functioneert.
Al die mooie tekeningen, en handige vrienden konden niet voorkomen dat het zelf inbouwen van de keuken gewoon een enorme klus is die je aangaat, als je dat nog nooit eerder hebt gedaan.
En ik ben blij dat ik rook, want af en toe stond het huilen mij nader dan het lachen. Frustratie als dat mooi bedachte stukje, toch net ff iets anders moest, omdat het mooi ontworpen afvoertje, toch echt op geen enkele andere manier in het huis gerost wenste te worden.
Frustratie toen we erachter kwamen dat er toch een paar dingen bij de gamma gekocht moesten worden. En uiteraard spierpijn op plaatsen waarvan ik niet wist dat er überhaupt spieren zaten. Want je wringt je nogal eens wat in bochten, als je een keuken inbouwt. Bochten waarvan je van te voren niet wist dat het mogelijk was om die met je lijf te maken. In elk geval niet met mijn volronde lichaam.
Maar hij staat. Ik stink als een bunzing, want mijn hoeveelheid kluskleding is niet berekend op 3 dagen, en ik heb voor mijn gevoel even veel vocht via mijn poriën verloren als via mijn urineweg. Mijn bril is nauwelijks meer doorzichtig, omdat we nogal wat hebben moeten zagen, en het uitpakken van alle (keurig netjes voorgemonteerde) kasten, heeft meer sneeën veroorzaakt dan waar een automutilant van kan dromen.
En dus zaten Ilse en ik voldaan uit te puffen van 3 pittige dagen.
Dagen die ook voor Jente behoorlijk pittig waren. Want ook zij moest in haar vakantie maar accepteren dat haar huis ineens nog veel erger een soort van vuilstort was van gereedschap, tijdelijk geparkeerd keukengerei en verpakkingsmaterialen. Om nog maar te zwijgen van de voor haar onverwacht klinkende herrie van boren, zagen, hakken en vloeken.

Hulde ook voor Ilse die er de moed in hield als ik het ff niet meer zag zitten, ondanks zeer kundige hulp. Voor het regelen van vele randvoorwaarden, en toch telkens maar weer voor elkaar kreeg om Jente (die in het hele proces kans zag om een nieuwe mijlpaal te bereiken: de eerste keer van de trap lazeren) te kalmeren en bezig te houden.

Hebben we onderdelen overgehouden: ja! Onderdelen waarvan ik hoop dat niet blijkt dat ze van substantieel belang zijn om de keuken staande te houden. Onderdelen waarvan ook eigenlijk wel een beetje gezegd had kunnen worden: RTFM!!!!! Want die hebben we zo af en toe wel gezien, maar net als bij vele gereedschappen: we waren het even vaak kwijt als rijk. En uiteraard net als ik vervanging had gezocht en gevonden, dook het oorspronkelijke stuk benodigde gereedschap weer op.

Hij staat, en functioneert. Het is niet iets waarvan ik zeg: kom, we doen dat binnenkort nog eens. Maar het was leerzaam, en uiteindelijk leuk om trots naar te kunnen kijken, en zeggen: fak dat shit man, heb ik ff gedaan! Morgen nog eventjes de laatste zut opruimen, en we gaan opgewekt door met alledag.

Om bovenstaande heb ik dus dat hele koningsdagfestijn totaal gemist. Ik zag in een flits wel heel even op de tv hoe de koning door een straat in Amersfoort gejaagd werd om allemaal uitzinnige mensen de hand te schudden. En ik hoor in de verte het feestgedruis in het centrum van Almere.

Los van dit alles, was het eigenlijk een lekker rustige week. Wat mij wel opviel was dat de efteling weer eens negatief het nieuws haalde.
Er waren blijkbaar mensen die het nodig vinden om hun liefde voor dieren op een wat onhandige wijze kenbaar te maken.
De efteling heeft namelijk wat knolletjes in dienst die met een vlammende deken een showtje moeten lopen voor allemaal rijk grut, en dat vinden de dierenvriendjes niet zo leuk. Dus bedachten de dierenvriendjes dat het wel eens een goed idee zou zijn om de knollenshow te verstoren.
Gevolg: kindjes over de zeik, knolletjes waarschijnlijk erger geschrokken van het veganistische gepeupel dan van dat hete dekentje, efteling boos, en de veganistische dierenvriendjes hebben een boel vijanden gemaakt. Kortom: NIEMAND blij.
Dat je als dierenvriend vaak meer hebt met dieren dan met mensen, kan ik me voorstellen. Dat je als dierenvriend meer met dieren hebt, dan met het gebruik van gezond verstand, is ook niet echt uitzonderlijk te noemen. Maar dit soort acties doen ze vaker, en er wordt eigenlijk alleen maar meer tegenstand mee opgewekt. Je zou bijna zeggen: dit moeten we anders doen voortaan.
En die tegenstand gaat ver.
Mensen die durven zeggen dat een dergelijke show dier onvriendelijk is, krijgen letterlijk alle vormen van ziektes toegewenst, en hersendiarree en overige hatelijkheden over zich uitgestort. Zó heftig en erg, dat ik me afvraag wie er nu precies getikt is. Die vegan-streaker-dierenactivisten, of de reaguurders daar weer op. (Die overigens vaak hun hersenbraaksel niet eens zonder grammaticale ellende uit hun toetsenbord krijgen). Het zou voor sommige lieden helemaal geen kwaad kunnen om het idee van doeslief wat meer in praktijk te brengen.

En over doe eens lief gesproken: ik wil mijn blog toch een beetje positief afsluiten: gisteravond waren Ilse en ik best wel moe en gaar al, en mijn dochter heeft dan feilloos in de gaten hoe ze dat kan uitbuiten.
Ze vindt het geweldig om in het grote bed te slapen. Liefst tussen papa en mama in, maar als één van ons tweeën opduvelt en ergens anders slaapt, vindt ze dat ook best.
Dus toen het voor haar bedtijd was, vroeg ze met een briljant gevoel voor timing, opportunisme en pure schalksheid of ze in het grote bed mocht slapen.
En wij, sukkels, waren net te gaar om meteen nee te zeggen. Ilse bood al gelijk aan om op ons nieuw aangeschafte logeerbed te slapen (nou ja, nieuw: van marktplaats, dit omdat we besloten dat als mijn vader komt logeren, we hem echt niet meer op een matras op de grond kunnen laten slapen. De man is echt al behoorlijk op leeftijd, en de logeermatrassen hebben we inmiddels ook al weggegooid, dus dat had voor onprettige nachten gezorgd).
Ik kegelde Jente op bed, en toen ik vanmorgen wakker werd, keek ik dus in de stralende, lachende oogjes van mijn dochter. Langzaam wakker worden. En dan haar stemmetje, nog wat timide van de slaap: goeiemorgen papa. Wat knuffelen. Beetje stoeien. Wat kietelen. Ze wil over me heen lopen. En dan naar beneden.
Tja.
Op de een of andere manier zijn dat soort momenten goud. Zelfs als je dan beneden komt in een puinbak omdat de keuken nog niet af is.
Dat soort momenten zijn de geluksmomenten van het vader zijn.

Dat geschreven hebbende, begint nu mijn weekend.


vrijdag 19 april 2019

Keuken gepruts deeltje zoveel.

Het zal de lezer verbazen, mij kennende, maar ik kan heel bedachtzaam zijn. Zó bedachtzaam, dat ik mezelf (en mijn gezin) opzadel met problemen die er niet waren geweest als ik wat minder bedachtzaam was, en wat sneller zou zijn.
Aanstaande donderdag wordt onze nieuwe keuken geleverd, en op verzoek van de electriciën moeten we woensdag de keuken al leeg hebben, zodat hij een extra draad kan trekken, voor de nieuwe groep en groepenkast die erin moet komen.
Omdat ik wél gewoon moet werken, en ik Ilse niet met al het sloop en breekwerk wilde opzadelen, ben ik afgelopen donderdag begonnen met het ontmantelen van de keuken die er nu inzit.
Ruim van te voren, stukje bij stukje, zodat ik (we) in alle rust kunnen werken naar een lege keuken.
We willen ten slotte niet meer rampen veroorzaken, die tegen hoge kosten dan weer hersteld moeten worden.
Mijn angst zat er voornamelijk in dat de muur waaraan de keuken voor een deel is opgehangen, gewoon uit simpele gipsblokken is opgetrokken, en ik wilde dus per se geen hele brokken muur mee trekken als ik de kasten eraf zou halen.
Ilse had zichzelf de rol van "inpakker" toebedeeld. Zij zou de keuken leeghalen, zodat ik hem kon verwijderen. Dit in de stellige overtuiging dat als ik de keuken leeg zou halen, we de komende week alle keuken-instrumenten kwijt zouden raken. En daar heeft ze een punt.
Hoe dan ook: de "L-poot" van de keuken was leeg, en met de voor mij zo onkarakteristieke bedachtzaamheid klauterde ik op een trapje om de eerste boven-kastjes er af te schroeven. In minder dan 5 minuten had ik in de gaten hoe de ophanging werkte, en kon ik mij gaan zitten verbazen over het feit dat onze afzuigkap dus wel degelijk een aan/uit knop heeft, als je hem maar weet te vinden. Boeit niet, kan naar het oud ijzer. Ook zat ik mij te verbazen over het feit dat die afzuigkap op nogal lompe manier verbonden was met de kastjes links en rechts ervan. Dat betekende dat ik dus 2 kastjes en een afzuigkap in 1 keer van de muur zou moeten trekken, in de hoop dat hun gezamenlijke gewicht mij niet van het trapje zou slingeren.
Uiteindelijk besloot ik om dan toch maar wat lompheid in te zetten (elke vezel in mijn lichaam juichte bij dit vooruitzicht) en te beginnen met het rechterkastje los te schroeven van de muur, en vervolgens los te scheuren van de afzuigkap. Heel bedachtzaam allemaal, en in minder tijd dan ik dacht, had ik de hele rij bovenkasten en afzuigkap in de voortuin liggen.
Door met die prachtige tegels. Ook hier weer, zeer bedachtzaam, want gipsen muur, die niet met de tegels in de tuin zou moeten eindigen.
Een klauwhamer deed eigenlijk "the trick". Klauw erachter, kantelen en de tegels vielen mij enthousiast in de armen. En de muur bleef onaangedaan zonder noemenswaardige schade gewoon staan.

Mooi, lekker gewerkt, pik.

Lekker gewerkt, maar als het allemaal zo makkelijk gaat, staan we over een uur al in een galmende ruimte elkaar hongerig aan te kijken, zonder mogelijkheid om eten klaar te maken. Dus maar besloten om het werktempo omlaag te brengen. En rustig alle deurtjes te demonteren, alle hang en sluitwerk te scheiden, want degene die ons komt helpen met het afhangen van de keuken, wil graag alle oud ijzer mee. En in dat proces vond het onderblok, met oven en kookplaat het nodig om alvast los van de muur te komen. Dat is op zich handig, want het scheelt veel lichaamskracht.
We besloten om zo lang mogelijk de kookplaat en het water te laten staan, om ons leven tot de komst en oplevering van de nieuwe keuken zo makkelijk mogelijk te maken.

En ondanks die goede voornemens, is dat toch enigszins mislukt. Een keuken slopen levert nu eenmaal een enorme bende op. Ten minste, in ons huishouden. Alle kast-inhoud staat nu achter de tafel, en in campingkastjes, die op hun beurt ook weer ruimte innemen.
Tel daarbij op dat Jente haar nieuwsgierigheid en zelfstandigheid vaak niet weet in te tomen, en de bende is niet meer te overzien. Jente vind namelijk dat ze af en toe best mag spelen met de accu-schroefmachine, of met de hamer. Ik vind van niet, en dat leidt tot woedebuien. Ook zijn er gaten en kieren ontstaan tussen vloer en keuken, die er eerst niet waren, en blijkbaar minutieus onderzocht moeten worden. Onze vier-jarige speleoloog in spe moet daarbij niet worden onderbroken, want interessant, al die nisjes enzo. En heb niet het lef om haar viezige handjes af te willen vegen.
Jente's snoepgoed ligt nu toch wat exposed, en dat is voor haar reden om zonder te vragen gewoon maar te graaien. En dan boos worden als wij haar een standje geven. Bij alle afgedankte spullen, die ik de tuin in wil slepen, dien ik verantwoording af te leggen aan madammeke, die al deze sloperijen maar niks vindt. Wat dat betreft lijkt ze wel op mij. Ook niet zo erg van de veranderingen. En o wee als ik even iets zwaars in mijn handen heb, dat ik snel naar buiten wil hebben, en dus geen behoefte heb aan een praatje over wat het is, hoe het is, en waarom het is, dan is het weer een drama voor Jerry Springer of dr. Phil.
Kortom: een keuken vervangen, terwijl je in het bezit bent van een kind van vier... Dat doe je niet voor je plezier.
En gaan we met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet nog eens doen. Al was het maar omdat we maar één kind hebben, en we er vanuit gaan dat de keuken langer dan 10 maanden meegaat.

Maar ondanks alle ellende die een nieuwe keuken met zich meebrengt, is het volgende week zaterdag natuurlijk wel ongelooflijk fijn om te kunnen zeggen dat we zelf de keuken gesloopt en ingebouwd hebben.

Over trots gesproken:
Ik heb het al eerder gemeld, denk ik, maar ik ben onbedaarlijk trots op mijn vrouw, die besloten heeft om niet langer te janken over haar gewicht, en conditie, maar er daadwerkelijk wat aan te doen.
Dus, zij heeft voor zichzelf een schema op laten stellen en is dat gaan doen. En nu rent ze dus achtereen 25 minuten. Een hoeveelheid die ik nooit zou (willen) (kunnen) halen.
Maar ze doet het wel maar mooi.
Ondanks alle heuvels die ze sowieso al moet overwinnen om weer een beetje op haar gemakje aan het werk te komen, rent ze toch met regelmaat zo veel, dat ze die grenzen ook maar even doorbreekt.

Dit geschreven hebbende, begint hier mijn weekend, hoewel er nog best wel wat keukengepruts te realiseren is, en ik morgen op eerste paasdag gewoon aan het werk moet.

Prettige pasen allemaal. 



zaterdag 13 april 2019

Leesvoer.

Gisteravond had ik een concert in het immer pittoreske Zierikzee.
Een primeur, want ik was nog nooit in Zierikzee geweest.
Zierikzee ligt in Zeeland, maar gevoelsmatig had het Nieuw Zeeland kunnen wezen. Wat een monstertocht. Net als je denkt:"He wat fijn, ik ga de snelweg af, dan zal ik er wel bijna zijn", zie je in je navigatie staan dat je nog minimaal een uur over allemaal B-wegen moet om er te komen. Waar je dan volgens de borden wél, maar volgens je voorganger nét geen 80 of 100 mag.
Ik moest eigenlijk in Almere al tanken en een sanitaire stop maken, maar ik dacht het wel te redden tot Zierikzee. Dat klopte op zich wel, maar gedurende de rit raakte mijn tank net zo snel leeg als mijn blaas vol, dus uiteindelijk stond ik aan de rand van Zierikzee al hippend van de plasdrang mijn auto vol te gooien.
Daar zit een bepaalde ironie in, je gooit je auto vol met vloeistof, terwijl je jezelf bijna niet meer kan inhouden om de vloeistof te lozen.
Ik rende dus na het tanken het winkeltje in, en vroeg of ze een wc hadden. De juffrouw zag dat ik echt op knappen stond, en liet me gelukkig eerst van hun (brandschone!!!) wc gebruik maken, voor dat ze me lastig ging vallen met de financiële verplichtingen welke nu eenmaal bij het tanken horen. 
Daarna was het gezellig kibbelingen eten (een must, want het avondeten dat geregeld was, was niet als zodanig te kwalificeren, pure armoe) met vriendjes Louis, Jurgen, Kobus en Paul. En daarna een kopje koffie op een terrasje onder een broodnodige straalkachel. Broodnodig, want hoewel onze intentie van een terrasje heel leuk was, wilde de temperatuur nog niet helemaal meewerken.
Het concert was weer eens fijn samenspelen met mijn trompetvriendjes, en ik begin mijn nieuwe trompet steeds beter te begrijpen. En zij mij. Er zitten veel minder momenten in dat ik een bepaalde noot bedoel, terwijl er een ander uit komt vliegen.
Fijn, zo lust ik er nog wel een paar. Zeker omdat de mengeling van de verschillende talenten in onze sectie ervoor zorgt dat we elkaar aanvullen, versterken en er een mooie mengeling ontstaat.

Een auto is toch maar een wonderbaarlijk stukje menselijk vernuft.
En in het geval van Citroën (Andre Citroën was overigens een Nederlander, maar dat geheel ter zijde) een stukje vernuft van vaak ongeëvenaarde schoonheid. Een Citroën fleurt naar mijn onbescheiden mening, het straatbeeld vaak bijzonder goed op. Zeker als ik tussen alle grijze leaseblikjes uit de stallen van de Volkswagen groep rij.
Maar het is niet allemaal koek en ei.
In tegendeel.
Specifiek mijn auto, de C5, staat erom bekend dat het ontwerp van het airco-systeem nogal armoedig is. Sterker nog: ik wens de ontwerper van dit systeem eeuwigdurende jeuk op onbereikbare plekken toe.
Ik rij nu in mijn derde C5, en dit is dan ook het derde exemplaar waarbij een reparatie aan het systeem nodig was.
Afgelopen weekend, gaf de kachelmodule de geest. Hinderlijk bij de warmte van de afgelopen dagen, want ik kon niet beschikken over een lekker koele bries. Hinderlijk ook bij de koude van de afgelopen dagen, want warme lucht blazen was er ook niet bij. Er werd gewoon helemaal geen lucht geblazen.
Deze kachelmodule ging wel met "een BANG!!" Toen ik haar startte, kwam er één hele forse, harde stoot lucht uit de ventilatieroosters (zó fors, dat mijn door de kapper nieuw geknipe coupe 'soleil' meteen uit model vloog), en toen was het over en uit.
Nu weet ik van veel van mijn vrienden dat ze de airco totaal niet gebruiken, omdat ze het een onprettig ding vinden: ik zweer erbij, want koelte in de hitte is toch wel erg prettig. Zeker als je moet filehappen, met een kleine draak achterin. Dus ik vind dat de airco gewoon moet werken.
De huisdealer der C5 rijders, bevestigde mijn vermoeden: het was de kachelmodule die stuk was. (Er is ook nog een andere oorzaak voor het falen van een C5 airco, maar dat was het niet, en kan zomaar nog eens komen, vandaar ook mijn verwensing van eeuwigdurende jeuk aan de ontwerper van dat droevige systeem).
Deze zelfde man, regelde voor mij het gewraakte onderdeel, en ik mocht wederom zelf aan de slag.
"Ik hoor het wel als je hulp nodig hebt".
Ergens is het wat bizar te noemen dat ik, gekleed in mijn nette Schiphol pantalon en overhemd, onder mijn dashboard dook om een onderdeel te vervangen.
Een onderdeel dat zich niet zomaar liet vervangen, want hoewel de schroefjes snel los waren, bleek een van de stekkertjes zich dusdanig vast te hebben gevreten, dat er meer dan alleen maar vriendelijk sjorwerk nodig was.
In dat proces brak ik een stukje stekker af, en ook raakte ik een van de schroefjes kwijt waarmee dat verrekte onderdeel vast zat (je verzint het ook niet dat je voor het vervangen van zo'n module onder je dashboard moet kruipen en dan schuin omhoog diep in de middenconsole moet zijn, met een schroevendraaier, die eigenlijk niet in de ruimte past, terwijl je de interieur beplating moet wegdrukken, en moet vasthouden met je kin zodat je beide handen vrij hebt om te schroeven en te wrikken aan de stekkers).
Maar ik worstelde en kwam uiteindelijk opgelucht boven. Het was volbracht.
Mijn airco doet het weer, getuige het feit dat de ontstane zweetdruppels op mijn lijf allemaal vastvroren toen ik weer naar huis reed.

Een ander zeer ergerlijk kwaaltje van die auto: een uitlaatgasstoring. Dat klinkt allemaal heel erg heftig en total loss en oh-jee-apk-ellende, maar is dat niet.
Dit komt bij een luchtpompje vandaan, die bij de koude start een dotje schone lucht door je uitlaat jaagt, zodat de meetsystemen denken dat je auto heel schoon is, en dus geen uitlaatgasstoring laat zien. Verder heeft dit pompje totaal geen functie, anders dan de argeloze bestuurder zich lam te laten schrikken als er een melding in het dashboard verschijnt. Ook hier verdient de ontwerper jeukende schurft tussen zijn schouderbladen. Wie verzint er nu dat zo'n pomp kapot kan. Waar haal je het vandaan.
Ergerlijk is dan ook dat je continu met zo'n loze storingsmelding rondrijdt, en omdat ik niet van overtollige oranje lampjes hou, heb ik maar een scanner gekocht, zodat ik die storing zelf kan wissen. Ik kan ten slotte niet eeuwig teren op de bereidwilligheid van dealers om mijn auto gratis uit te lezen.
Degene met wie ik ooit al eens zo'n systeem kocht, bleek een laffe onbetrouwbare hond te wezen, dus moest ik even een andere oplossing bedenken.
Die heb ik in huis, en niks te laat, want die ergerlijke onzinnige storing prijkte alweer een paar dagen in mijn klokkenpaneeltje.
Hoewel: uiteraard zul je zien dat die storing vanzelf verdwijnt, nét als je die scanner in huis hebt gehaald. Alsof de duvel ermee speelt. Maar goed, nu heb ik die scanner, en kan ik mezelf een stukje meer helpen.

En dit geschreven hebbende, moet ik vanavond nog een dienstje rijden op mijn geliefde Schiphol, en dan begint mijn weekend.

zaterdag 6 april 2019

Bloopers

"Geniet ervan, je zit straks 3 kwartier tussen de milfs".
Dit aldus mijn echtgenote, vlak voor dat ik mijn sp(r)uit (11) naar haar dansles ging brengen.
Die dansles wordt voor mij steeds ongemakkelijker, want de kleedkamer wordt zo rond die tijd bevolkt door meisjes van alle leeftijden en hun moeders. Kom ik daar aan om vervolgens niet helemaal geroutineerd Jente in haar dans tutu'tje te hijsen.
Als enige man in dat vertrek voel ik me dan toch behoorlijk weggekeken, zeg maar. Ik kan Jente moeilijk in haar eentje die kleertjes aan laten trekken, want dan weet ik zeker dat ze het ding ondersteboven en binnenstebuiten aan heeft. Zeker gezien het feit dat dat een risico is, dat ze bij mij ook al loopt.
Maar goed, strak naar de grond kijkend, loop ik met een geruststellende vader blik achter mijn dochter aan naar de danszaal.
Ik kan Jente dan wel naar voren vloeken. Zij heeft geen notie van mijn gene, en kakelt vrolijk tegen alles wat op haar pad komt.
Hoe dan ook, Jente verzeilt in de danszaal, en ik zak in de hal op een stoel.
Eerste vaderlijke horde genomen, en half en half verwacht ik de politie aan de deur om me mee te nemen wegens walgelijke gluurderij.
Oke, maar geheel tegen de belofte van mijn vrouw in: die milfs waren er niet. Wel waren er allemaal moeders (en een enkele vader) waarbij ik niet de minste behoefte voelde om er tegen te praten, laat staan ze te zien als milf.
De bazin van de dansschool kwam even iets op het mededelingen bord zetten, en raakte in gesprek met de dichtstbijzijnde milf moeder. Waar het precies over ging, ontging me vol-le-dig, want ik was me aan het concentreren op wordfeud en patience, en dat was dan ook precies de reden waarom ik mijn bek had moeten houden.
Hetgeen ik niet deed.
Stom.
Ongelooflijk stupide. 
Want ik ving op dat het om hulp ging bij de dansvoorstelling, en in een poging spontaan en toch sociaal te zijn, viel ik het gesprek binnen met een mijns inziens prachtig aanbod: ik wilde ook best helpen.
3 of 4 paar vrouwenogen keken mij aan, op de manier waarop alleen vrouwen dat kunnen: één wenkbrauw opgetrokken, en dan heel strak kijken. Doodstil.  Mondhoeken naar beneden.
Als je van stilte dood zou kunnen gaan, zou ik daar ter plekke zijn overleden.
Het bleek te gaan om een rol als "hulpmoeder" die de kindjes omkleden, en van een dikke laag make-up voorzien.
Ja.
Nee, daar hebben ze inderdaad hulpMOEDERS voor, geen vaders. En terecht. Maar ondertussen zat ik daar wel, met mijn goeie gedrag even heel erg hard naar Rwanda of Syrië te willen vluchten. Of naar een andere plek waar ik niet meteen levend vermoord zou worden.
Dit lul je ook niet meer recht. Ik bedoel: al mijn goede bedoelingen ten spijt, ik had gewoon wél moeten luisteren, en NIET moeten praten. In plaats daarvan draaide ik het wél en NIET om, met desastreuze gevolgen. In elk geval voor mijn reputatie.
Ik kon mijn tong er wel uitrukken gewoon.
Toen de dansles eindelijk klaar was, wist ik niet hoe snel ik Jente moest omkleden (shirtje binnenstebuiten? Broek achterstevoren? Boeit niet, weg hier, voor ze papa levend villen, of doodknuppelen of voor lange tijd in een gesloten inrichting plaatsen).

Ik was afgelopen week niet de enige die een blooper van formaat had.
Het is weer de tijd van herdenkingen. Van kleine herdenkingen bij de poort in het Apeldoornse, tot grote herdenkingen bij Madurodam. Dat is één van de taken van een militair orkest.
De kleinere herdenkingen omvatten soms maar één enkele trompettist, en bij toerbeurt nemen we in onze sectie de honneurs waar. Zo mocht ik afgelopen vrijdag een kleine herdenking spelen bij de hoofdpoort. Een herdenking die "georganiseerd" werd door een groep 8 van een lokale basisschool, die dan een monument "geadopteerd" hebben. Eigenlijk meer vertederend dan plechtig. Want een paar van die kinderen mogen dan amechtig mompelend in de microfoon een zelfgeschreven gedichtje opdreunen, en er wordt kwistig met giechels gestrooid, omdat het toch ook allemaal wat surreeel moet zijn voor die kinders.
Het geheel krijgt wat militair vertoon mee, door het opstellen van wat eenheden aan militairen, en een heuse parade commandant die al die stoere mannen in de houding zet, acht laat geven, een groet laat brengen, en een heuse militaire muzikant die dan een signaal speelt en een vlag die gehesen wordt.
De protocollen zijn allemaal een beetje hetzelfde, en omdat dat zo is, is het afwerken van zo'n herdenking gewoon een leuk tussendoortje. Ik hou wel van een signaaltje taptoe zo op zijn tijd, zeker bij dit soort zaken.
En fin, de ceremonie kabbelde rustig voort, en het bloemstuk werd heel plechtig door twee kids op zijn plek gelegd. Ik ging al wat rechter op staan, want de paradecommandant zou dadelijk een paar bevelen geven. GEEF ACHT, BRENGT ERE-GROET. En dat is dan mijn que om het signaal in te zetten, minuut stilte uit te tellen, signaal voorwaarts, en het Wilhelmus. Allemaal in één ruk achter elkaar.
Tot de minuut stilte ging alles precies volgens protocol.
Ik was ongeveer halverwege de helft van de minuut, toen ik tot mijn grote verbijstering de parade commandant hoorde roepen: IN DE HOUDING STAAN, OP DE PLAATS RUST.
Verbijsterd keek ik om me heen, me afvragend of ik in een soort van black-out-roes alles al gespeeld had. Ik zag de opgestelde eenheden braaf de commando's volgen, maar hier ben ik dan toch echt een individuele denker, en ik vertikte het om een fout commando op te volgen. Bovendien: ik was nog steeds de minuut "stilte" aan het doortellen.
De betrokken officieren die ik bekeek, zag ik woest "nee" knikken, en nog net niet in real life een enorme facepalm maken.
De parade commandant kreeg zijn blooper door, en zette vervolgens iedereen weer in de houding, gevolgd door de ere-groet, en toen was ik het zat. Die hele minuut stilte was aan gort gecommandeerd, ik maak er een einde aan. Signaal voorwaarts en een Wilhelmus erachteraan, en maar hopen dat de gozers die de vlag moeten hijsen wél bij kennis waren.
Het Wilhelmus werd door de schoolkinders braaf en ongeevenaard vals meegekwaakt (hulde voor het meekwaken, dat doet het Nederlands elftal ze niet na, de slampampers), en de ceremonie was ten einde.
Tenzij de paradecommandant uit een soort van medelijden die jongens in de rust wilde zetten (in de houding staan, met een ere-groet, is nu eenmaal best lang, zeker als je dat moet doen tijdens een signaal taptoe, gevolgd door 1 minuut stilte, gevolgd door signaal voorwaarts, gevolgd door het Wilhelmus), heb ik ze zelden zo zout gegeten, moet ik bekennen.
Maar ach. Daaruit blijkt maar weer dat ook bij ons er gewoon mensen van vleesch en bloed werken.

Dit geschreven hebbende, begint nu mijn weekend. 

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...