donderdag 29 september 2016

Ziek zijn en gezondheid.

Dat ik ziek ben (nou ja, de "griep", lees: heftige verkoudheid) levert me wat tijd op om me op mijn andere hobby te storten. Namelijk blogjes tikken.

En omdat ik ziek ben, ben ik ook nog eens in staat om veel op facebook rond te neuzen. Mijn voyeuristische neigingen los te laten, zeg maar.
En zo kwam ik op de pagina van The Green Happiness terecht. Die zijn al veelvuldig in het nieuws geweest, omdat ze zogenaamd wetenschappelijk allemaal diëten voorschotelen, die mensen gezond houdt, die kanker op afstand houden en die balans toevoegen aan je ongebalanceerde leven.

Dat kan, daar is niks mis mee, talloze van die "vreetkenners" die claimen die wijsheid in pacht te hebben, en meestal lach ik ze stilletjes uit. Want al lui die dat propageren, of eraan meedoen, zien er in mijn ogen maar schraal, ongezond bleek en ongelukkig uit. Ik vind oprecht dat dat soort mensen gewoon eens een stukje lekker gebakken vlees moeten eten. Wie daar ongelukkig van wordt, spoort bij mijn weten niet. (Let wel: ik heb het niet over vegetariers, maar over dit soort doorgeslagen volk).

Hoe dan ook: de dames achter dit groene geluk brachten hun "wetenschappelijke" boeken met nogal wat aplomb (prachtig woord!) in de media, en vrijwel direct waren er echte wetenschappers die hun kennis, en wetenschappelijke onzin compleet fileerden, en met de grond gelijk maakten. En terecht. De dame die meende Sylvia Millecam te kunnen redden, bleek ook een vieze charlatan.

Nou zal ik niet meegaan in die hele hetze voor of tegen deze twee blije smikkelchicks, maar wat mij in die discussie opviel, is dat de voorstanders er nogal rare denkbeelden op nahouden.

Namelijk: het nieuwe boek zou aan de poten van unilever zagen, en dus moest dat met de grond gelijk gemaakt worden. Wat een volslagen, bezopen argument. Unilever zal geen cent minder verdienen omdat er een stuk of wat onzekere, 30-jarige huisvrouwen een nieuw boekje uitproberen. Dat mensen dit als argument aandragen waarom een boek met wetenschappelijke nonsens wordt gefileerd, betekent alleen maar dat de volgers van deze twee gezond-eten-tutjes zelf niet al te kritisch, of zelfs maar intelligent zijn. Of het zijn van die waardeloze complottheoristen. Ik heb nog aluminium hoedjes in de aanbieding.

Er wordt door de mensen die The Green Happiness een warm hart toedragen, totaal kritiekloos voorbijgegaan aan het feit dat een kip niet menstrueert. Helaas heeft het bij mij tot gevolg gehad dat ik geen ei meer kan eten zonder te denken aan een goed gevulde tampon. Bedankt meiden van het groene geluk. Echt! Super! Niet alleen verkopen jullie wetenschappelijk gezien totale flauwekul, maar het bederft ook nog eens ongewenst mijn eetlust.Waarom las ik dit ook alweer? De verkoudheid moet een tijdelijke hersenverweking bij me hebben veroorzaakt... Tijdelijk bij mij, geheel in tegenstelling tot de mensen die klakkeloos alles geloven van deze twee ingevallen happy-snacky-mutsen.

Ook zo'n mooie: er werd gezegd: je bent zelf verantwoordelijk voor wat je ermee doet. Ehhhh ja, dat is waar. Maar gezien het feit dat de meeste lezers van dit soort wetenschappelijk totaal gefaalde onzinboeken, niet echt heel erg snugger zullen zijn, maar wel in totale blinde adoratie alles zullen doen dat smikkel en smekkel beweren in dat boek, kun je toch wel stellen dat ze een zekere verantwoordelijkheid (al was het maar moreel) dragen voor het feit dat er onder de lezers van dit boek een enorme hausse zal ontstaan in vitamine B12 gebrek. 

Over moreel gesproken: hoe moreel zijn deze dames, die wetenschappelijke lulkoek voor waar verkopen, liegen over big-registraties, maar wel met grote blije grijnzen 70 euro voor 1 boekje vangen? Ik geloof niet dat ik dit allemaal heel erg moreel vind. Ondanks dat er zoiets bestaat als het recht op eigen domheid, vind ik dat de voedsel en warenautoriteit dit boek uit de handel moet halen, gewoon om domme mensen tegen zichzelf te beschermen.

Wat voor mensen zijn het toch die die dames van groen geluk, ondanks de wetenschappelijk bewezen onzin en de abjecte leugens, toch nog blijven volgen en steunen. Als je al wetenschappelijk verklaart dat een ei kippenmenstruatie is, dan moet je als lezer toch de rest van dat boek als de sodemieter terugsturen, of in de open haard flikkeren? Als je hoort dat er gelogen wordt over BIG-registraties, dan kun je toch op je vingers natellen dat dat niet het enige is, waarover wordt gelogen?
Ik vind oprecht dat iedereen die rauwe groente wil eten, en denkt dat een ei kippenmenstruatie is, dat helemaal zelf moet weten. Knaag aan een rauwe sperzieboon. Breek je tanden op een ongekookte maiskolf. Zie maar dat je een rauwe opperdoezer goed verteerd krijgt. Maar hang er in vredesnaam niet allemaal van die absurde fantasieverhalen omheen. En doe het ook je kinderen niet aan, die zijn nog onschuldig, en kunnen er allemaal niks aan doen.
 Maar ik maak me vooral zorgen om de extra kosten die dat gaat genereren. Ondervoedde mensen, mensen met een vitamine B12 tekort, noem maar op. Zo houden we de zorgpremies wel hoog ja.

Dit veganistische principe is natuurlijk niet nieuw. Met enige regelmaat kom ik van die mensen tegen die vinden dat ik ook maar minimaal vegetarier moet worden, maar eigenlijk veganist. En alle argumenten tegen het eten van vlees (zowel valide als totaal van de pot gerukte argumenten) worden aangevoerd.
Maar als ik kijk naar het soort mens dat veganist is, en ook naar het soort mens dat achter Smikkel en Smekkel van de groene blijdschap staat, dan valt me op dat dat allemaal van die bleke, ingevallen menselijke restanten zijn, die heel vaak op heel erg zure manier iemand van hun gelijk willen overtuigen.
Ze zullen vast heel gezond zijn en zo, maar in mijn gedachte zie ik dan zo'n uitgemergeld paard met haar zure gezicht aan een rauwe snijboon knagen, en dan krijg ik een klein lachstuipje.
Ik kan innig tevreden glimlachend en genietend aan een lamskotelet of plofkip zitten. Omdat ik dat a) heerlijk vind en b) ik liever op de natuurlijke manier aan mijn vitamine b12 kom, en niet via allemaal toegevoegde preparaten. (Wat dergelijke diëten nog veel duurder maakt).

Dus ondanks mijn huidige verkoudheid, voel ik mezelf eigenlijk toch wel prima. En daar dank ik de dames van dat groene clubje dan weer voor.




woensdag 28 september 2016

Hobby, ziek zijn en werken.

En we gaan opgewekt verderreutelen over mijn hobby. (Mensen die mijn schrijfsels over citroen zat zijn, scrollen maar beter door naar het volgende stukje, ik denk zo ergens onder de foto's, die ik met gepaste trots hier plemp).
Kijk!
 Mijn rijtje "C" modellen is zo goed als compleet. Er zijn er nog wel een paar die ik wil, maar de basis is er, zeg maar. Het begon met een C5, want daar rij ik zelf in. En toen bedacht ik me dat ik die hele serie wel wilde. Dit bedacht ik me uiteraard voor ik wist wat een geld dit allemaal zou kosten. Maar het is het me best waard geweest. Ze staan er prachtig te shinen.
De modellen op de tweede foto gaan over de door mij lekker lomp aangeduide X-modellen. XM, Xsara (x3) Xantia en saXo. Die laatste hadden we zelf, in het goud ook nog.

 Uiteraard moest ik ook wat 'ouwe meuk' hebben. Een HY schoolbus, de "mille pattes", de vrachtwagenbanden-test-wagen van Michelin, op basis van de good-old snoek. (Hiermee konden op hele hoge snelheid de kwaliteiten van vrachtwagenbanden gecontroleerd worden). Een CX van de tour de France, en natuurlijk de collectie ANWB wegenwacht autootjes. Als voorlopige aanvulling een Visaatje, want die zijn zó gruwelijk lelijk, en zo ontzettend charmant, dat die in één (maar waarschijnlijk meerdere) vorm(en) wel in mijn kastje hoort (te belanden).
En uiteraard moest ik deze hebben. Of eigenlijk: ik heb een maand lang zitten twijfelen. Want ik had ten slotte al een Xsara Picasso. Maar deze was met wat picassiaanse lijnen, alleen de carrosserie en een spuitrobot. Toch wel heel bijzonder, want ze komen niet heel erg veel voor (op marktplaats althans staan ze helemaal niet). Dus uiteindelijk maar in een vlaag van onnavolgbare hebberigheid toch maar tot aanschaf besloten.


Inmiddels kan ik stellen dat ik daar voor bijna 500 euro aan waarde heb staan. Niet dat ik dat ervoor heb uitgegeven, want veel komt van marktplaats af, en was veel goedkoper, maar dat is ongeveer de gemiddelde waarde van wat er staat. En die collectie gaat nog groter groeien, want telkens als ik wat heb, ontdek ik dingen die ik nog niet heb. Met nadruk op "nog".
Welke halvegare, met grof geweld van de pot getrapte gek, geeft er nu gemiddeld 20 euro aan een modelautootje uit? Nou... Ik dus. Kijk nu hoe mooi ze erbij staan. Het geeft me serieus een goed gevoel om mijn "terugtrekhok" in te stappen, en heel even te staan genieten bij de aanblik van al dit miniatuurblik. (Of ze even in een andere opstelling te zetten, die nóg beter is als de vorige). Om nog maar te zwijgen van Jente die, als ik haar op mijn arm even meeneem dit hol van verderf in, in opperste verrukking "mooooooiiiiii" roept, terwijl ze naar die autootjes kijkt. En sinds ze een van mijn modelletjes heeft gekregen om mee te spelen (eigenlijk wilde ik die verkopen, want die paste niet in mijn wens tot schaal 1/43) kan die kast rekenen op onverbloemde aandacht van mijn dochter. Mijn angst dat ik alleen maar met roze tutu's zou kunnen spelen, blijkt tot op heden ongegrond te zijn. (Hoewel ik moet toegeven dat ik dit een heel klein beetje gestuurd heb door haar een autootje te geven, die ik toch al wilde verkopen...).

-Einde gelul over auto's- 

Inmiddels zijn we alle drie al ziek (geweest). Het begon met Jente die een pracht van een verkoudheid (en helaas ook herpes) mee naar huis nam vanuit het kinderdagverblijf. Deze gaf ze liefdevol en gretig aan mij, dus ik was vanaf dinsdag (prinsjesdag) niet lekker, en vrijdag en zaterdag was het over en uit voor mij. Zondag dacht ik behoorlijk opgekrabbeld te zijn, maar maandag kon ik mijn lessen niet afmaken. Dinsdag dacht ik weer les te kunnen geven, maar vandaag zit ik weer thuis, met een dikke keel, een volle, doch lekkende neus, voor Ilse te zorgen, die ik dan op mijn beurt weer heb aangestoken. Eerlijk zullen we alles delen, zo zijn we getrouwd, dus ik vind het niet meer dan redelijk dat ook Ilse haar deel van deze smart ondergaat.
Jente is inmiddels bijna weer overal van af. En is weer helemaal haar vrolijke ikje. Dus met gesmoorde stem klinkt het vaak door het huis dat Jente weer iets niet mag, wat ze wel wil. En probeer maar eens met een van de verkoudheidsgrieperig pijnlijk bonkend hoofd streng te zijn tegen je van verontwaardiging brullende dochter. De hel... (Uiteraard ga ik, als ik weer beter ben, Jente op wat minder poeslieve manier duidelijk maken dat we hier niet van gediend zijn. Verkoudheden en dergelijke moet ze maar lekker voor zichzelf houden, maar niet meer aan haar liefhebbende ouders geven. Ik dacht hierbij aan een pak slaag, of kielhalen onder de kano van mijn schoonouders, of zoals vroeger op kostscholen gebeurde: met haar hoofd in de wc-pot en dan doorspoelen. Andere tips zijn uiteraard welkom...... Grapje: ik ga helemaal niks doen met mijn dochter, anders dan nog eens extra knuffelen als ze weer eens een hoestje laat).
Ilse daarentegen ligt helemaal voor pampus. Keelontsteking, koortslip aanval waar je U tegen zegt, koorts, pijnlijke gewrichten en gewoon algehele malaise. Dus zieltogend op de bank, alle ranzige ziektekiemen uit haar lijf en in de nieuwe bank te zweten.
Dus tijd voor een nieuwe blog.

Ik had een paar weken geleden een snabbel met een koor. En een orkest. Met mijn onvolprezen Calicchio C trompet.
Onvolprezen, want na een aantal jaren ploeteren op stemming kon ik het gewoon niet opbrengen om hem nog langer prettig te vinden spelen. Het geluid was top. Het speelcomfort nog topperder. Maar als ik elke 3 noten moet bijstemmen, corrigeren, of aanpassen, dan gaat de lol er gauw af. En eerst kon ik dat onder een dekentje van liefde wel verstoppen. Maar nu was het ineens over. Waarom zit ik mezelf dit aan te doen. Om nog maar te zwijgen van mijn collega's die verbijsterd aan hun stempomp gaan lopen rukken, terwijl het mijn instrument is, dat sub-standaard is.
Dus op naar Peter. Ik ben zijn eerste klant ooit geweest, en inmiddels heb ik 8 instrumenten bij hem gekocht of laten kopen. Als iemand betaalbare, goeie producten heeft, en dit weet te koppelen aan een persoonlijke, menselijke manier van handelen, dan is hij het wel.
Hij had wel wat staan.
Een mooie glimmende en met goud versierde toeter. En wat stemt die goed. Wat klinkt die fijn. En wat speelt dat lekker. Een instrument waar ik niet meer verbijsterd hoef te zoeken naar een stemmende noot. Een noot die er vals uitkomt, omdat ik zo gewend was om te compenseren, dat ik dat nu ook doe, alleen dan onnodig, waardoor de in eerste instantie zuivere noot, vreselijk vals is.
Normaal doen, normaal lekker spelen, en die noot is gewoon zuiver. En niet vals. Snap je hem nog? Nee? Nou kortweg: het stemt. JOEPIEEEE.!!!!
Zondag, de dag dat ik dacht dat ik beter was, heb ik het instrument heel de dag uitgeprobeerd. In een harmonie orkest. Wellicht niet de meest logische keuze, maar het was wel de meest snelle en effectieve manier om uit te vinden of deze trompet aan mijn verwachtingen kon voldoen. En dat deed hij.
Ik kan dus de komende tijd weer met een gerust hart allemaal dingen gaan spelen, zonder dat ik me moet afvragen of die lage noten niet beter door een hoornist ingevuld kunnen worden. Of trombone.
Nu kan ik het zelf weer doen.
Mits er orkesten zijn die meer betalen dan het absolute minimum jeugdloon van de albert heijn.

De reactie van het management van het eerder door mij aangehaalde orkest, was dat men keuzes moest maken, en compromissen moest sluiten.
Tja... Dat betekent dus, dat de musicus degene is die die compromissen moet sluiten, als hij "werk" wil hebben. En dat vind ik, aan ons adres, na alle jaren dat we al tegen weinig salaris voor dat orkest gewerkt hebben, een schofterige beslissing. Een trap na. Een middelvinger, zo ver uitgestoken, dat hij nog net niet via mijn neus tegen mijn huig stoot.
Ik moet er inderdaad van kotsen.
Accompagnato: bedankt voor die compromissen. Ik haak af, na al die jaren met veel plezier gespeeld te hebben, trappen jullie mij, en alle mensen die er om wat voor reden dan ook wél mee akkoord gaan, keihard tegen de schenen.
Zeer slechte zaak!
Ga jullie schamen!

Desalwelteplus: er komen vast wel andere dingen voor in de plaats. Een dichtgesmeten deur (om welke reden dan ook) opent altijd weer een andere.

Morgen moet ik naar de longarts, om te kijken of mijn slaapmasker het goed doet. Ik hoop maar van wel, want als ik morgen te horen krijg dat ik niet mag rijden, dan ga ik van binnen een heel klein beetje huilen.
Maar het zal vast wel meevallen.








woensdag 21 september 2016

Over orkesten en Jente.

De vorige blog had blijkbaar ontzettend veel impact. Vaker gedeeld dan al mijn vorige blogs samen, en ontzettend veel mooie reacties gekregen. Ik wil eenieder die de moeite nam om de blog te lezen, en er een mooie reactie onder zette, bedanken.
Toch een klein puntje: ik weet wel, dat alles dat wat je op het wereldwijde web knalt, in feite een soort van publiek bezit wordt, maar ik zou het op prijs stellen dat als het voorkomt dat lezers vinden dat een blog gedeeld wordt, die dit eerst even met mij overlegt. Zo hou ik het voor mijn gevoel een beetje bij mezelf. Iets met schijnveiligheid. Of zo.

Terug naar de alledaagse gang van zaken.


Ik heb vaker gezegd: management is de killer voor de werkvloer. Op zich heb ik daar persoonlijk erg weinig ervaring mee. Tot afgelopen maandag.
Een heel aantal jaren heb ik meegespeeld bij een begeleidings-orkest. Een orkest dat zich richtte op de onderkant van de "koren-samenleving". Het moest goedkoop, en liever nog goedkoper. Dat leverde uiteraard voor de musici geen denderende bedragen op, maar het was een leuke aanvulling op mijn inkomen. Geen boterhamworst, maar rosbief op de boterham. Dat idee zeg maar.
En wat meer was: het was nog gezellig ook. De musici waren eigenlijk allemaal gewoon aardige mensen, die samen hun best deden zich niet al te veel van de soms abominabele dirigenten aan te trekken, en er ondanks de vaak wat gammele intonatie van de koorleden een mooi concert van te maken.
Helaas ging dit orkest anderhalf jaar geleden ter ziele.
Dat gebeurt. Inmiddels zijn er andere opdrachten binnengekomen, dus omkomen van de honger doen we godzijdank niet. Jammer vond ik het wel. Ik miste hoofdzakelijk de gezelligheid.
Tot mijn vreugde werd het orkest opnieuw opgestart. Daar had ik wel oren naar. Het nieuwe management beloofde een meer solide basis. Nieuwe naam, nieuw management, zelfde spelers. Dat idee.
Toen ik dus een mail kreeg met de agenda voor de projecten, stuurde ik algauw terug dat ik er daadwerkelijk 2 van de 3 wel kon doen. Leuk, leek me dit, en ik had er ontzettend veel zin in.
Daarop volgde het antwoord. Een antwoord waar ik echt even heel verdrietig van werd. Een antwoord dat ertoe leidde dat ik 2 keer de rekenmachine pakte om het na te rekenen, omdat ik het in eerste instantie gewoon niet kon geloven.
In korte, zakelijke en klare (managers) taal werd ons medegedeeld dat:
- De gage omlaag moest (maar als lokkertje werd erbij gezet, dat die later omhoog zouden kunnen gaan, heel misschien, je weet maar nooit).
- De reiskosten moesten we zelf maar ophoesten. (Dus die moesten we van die omlaag gegane gage nog aftrekken, daar waar we voorheen gewend waren dat we de reiskosten nog los vergoed kregen. Vind ik helemaal geen vreemde eis, reiskostenvergoeding. Ten slotte: je rijdt je auto aan barrels voor een opdrachtgever, dus een bijdrage om dat ding op de weg te houden, is niet meer dan logisch).
- We moesten ZZP'er zijn, of ons via een verloningsburo laten uitbetalen. (Voorheen deed het orkest dit zelf).
-Maar we mochten, indien van toepassing en als doekje tegen het bloeden, wél 6% BTW berekenen.

Het eerste project zou 175 euro betalen. Mijn reiskosten zouden 99 euro zijn. Hou ik nog 76 euro over. Moet nog wat belasting vanaf. En natuurlijk de verloningskosten. Hou ik om en nabij de 30 euro over.
Nou ben ik over het algemeen heel trouw aan mijn clubjes. Of ze nu Continuo heten of Accompagnato. Maar er zitten wel grenzen aan mijn redelijkheid. Ik heb niet jarenlang geleerd aan een conservatorium, ik heb geen uren en uren van mijn leven zitten studeren, ik heb geen 1000-den euro's aan instrumentarium uitgegeven om dan vervolgens een project te spelen, dat maar 30 euro oplevert.
Gezien de klandizie van dit soort begeleidingsorkesten, geloof ik geen seconde dat de gage omhoog zal gaan. Want dit soort klanten, vallen dood op 1 euro, dus als ze gewend zijn aan een "if-you-pay-peanuts-you-get-monkeys-bedrag", gaan ze nooit akkoord met een fatsoenlijke gage. Exit klant dus en/of de musicus heeft maar weer het nakijken... (En als je bedenkt dat de solisten en dirigent heus niet voor 10 euro per avond dat soort projecten doen, kun je je afvragen hoe ze werkelijk denken over het orkest).
Ik heb dus maar terug gemaild dat 30 euro netto voor 3 lange avonden hard werken, een onrealistisch bedrag is, zo je het geen belediging van je musici kan noemen.
Dit soort management, daar baal ik van. Klanten trekken, de musicus moet maar genoegen nemen met een boekenbon of zo, want "we moeten investeren". 
Flikker toch op! Ik heb al geinvesteerd, en als zo'n opdrachtgever niet wil betalen voor kwaliteit, huurt hij maar een amateur-orkestje in. En er zijn talloze mensen die zich "beroepsmusicus" noemen, en misschien nog wel voor minder willen spelen. Laat die dan maar gaan.  Of zeg tegen die koren dat ze een bandje kopen waar de begeleiding onder ingeblikt is. Dat is nog veel goedkoper.

Jammer is het wel. Ik heb altijd erg veel gezelligheid en collegialiteit ervaren binnen deze club mensen. Maar ook hier is het het management dat vindt dat de musicus niet fatsoenlijk betaalt hoeft te worden. En zelf maar zijn reiskosten moet ophoesten. Dat deze managers uit het orkest komen, en zelf beroepsmusici zijn, maakt het alleen nog maar wranger, en eerlijk gezegd: schandaliger. Want ze verwachten wel topprestaties voor die 10 euro per avond.

Op naar iets leukers. 

Jente.

Over mijn hobby (het verzamelen van modellen van het illustere automerk Citroën) heb ik al behoorlijk wat geschreven. Teveel, wellicht.
Inmiddels ben ik al zover dat ik in mijn kast wat aanpassingen moest doen, om ervoor te zorgen dat ook toekomstig bezit er mooi in uitgestald kan worden.
Een van mijn allereerste aankopen was een eend. Een lelijke eend, met een opgerold dakje. Die was wat groter dan de door mij inmiddels zo fel begeerde schaal 1/43. Ook een ander modelletje week af. Dat was namelijk een schaal 1/60.
Beide modellen zijn dan ook rap door mij weer de verkoop in gedaan.
Niet dat dat soepel loopt. Want blijkbaar zijn het geen verzamelwaardige objectjes.
Dus staan deze twee autootjes wat verloren helemaal aan de zijkant. Ver weg van de steeds maar uitdijende 1/43 verzameling.
Als Jente wakker wordt, en ik denk eraan, neem ik haar wel eens mee naar mijn mannen-terugtrek-hol. Dan laat ik haar eens rondkijken, naar mijn verzameling auto's, dempers, muziek, boeken en andere zooi, die ik in mijn kamertje opgeslagen heb.
En als we dan aan zijn gekomen bij mijn verzameling auto's, dan is haar eerste reactie steevast en bewonderend:" mooooiiii, mooooooi!"
Dan smelt mijn vaderhart toch wel een beetje hoor. En zeker als ze dan heel even een modelletje aan mag raken, dan is ze helemaal blij. Uiteraard mag ze niet aan de 1/43 verzameling komen. Dat is letterlijk geen speelgoed. Maar die twee modelletjes die daarbuiten vallen... Ach, ze vindt het prachtig om met de speeltjes van papa te mogen spelen. En ze speelt er niet mee. Ze bekijkt ze aandachtig. Wil ze vasthouden, strekt haar armpje uit en pakt het modelletje waar ze wel aan mag komen. "Mooooi". Ze houdt hem vast, zwaait ermee. Kijkt er eens gelukzalig naar. En van terugzetten, is geen sprake. Als ware het haar lieve broer Knijn (haar favoriete knuffel) wordt het autootje koesterend tegen haar borst aangedrukt.
Wat me met mijn lieftallige echtgenote nog niet gelukt is, lijkt bij Jente wel aan te slaan: voorliefde voor het merk Citroen "kweken".
Ik ben uiteraard niet heel erg serieus. Ik vind dat ze later als ze zelf mag rijden, gewoon zelf moet weten wat en hoe. Net als dat ik vind dat het haar keuze is, of ze wel of niet muziek gaat maken. Of aan sport gaat doen. Hoewel ik wel voorstander blijf van krav maga of judo of thai-boksen. Dat ze zichzelf afdoende kan verdedigen tegen onguur mannelijk volk.









zaterdag 17 september 2016

Het marsenboekje

Het marsenboekje. Een lullig plastic ding, met hetzij marsen erin, hetzij koralen. Een beetje afhankelijk van het soort dienst dat we moeten spelen.
Meestal laat ik het ding voor wat het is. Als het ding uit je handen valt, dan is het gelijk stuk, als het ding nat wordt van de regen, gaat het papier schimmelen en moet er weer een nieuwe voor komen, als er geen harpje op je trompet zit, moet je het ding dus los in je linkerhand houden, en dat gaat alleen maar irriteren. Nee, ik ben er geen fan van. Bovendien de marsen, koralen en signalen die erin staan, ken ik allemaal wel zo'n beetje uit mijn hoofd.
Alleen bij de Last Post vind ik het vaak wel prettig om de muziek erbij te hebben. Niet dat ik die niet uit mijn hoofd ken, maar om de een of andere reden voelt die toch lekkerder als ik daar wel de noten van in de buurt heb. Kijk er altijd maar wat langs. Iets psychologisch.

Afgelopen vrijdag hadden we het koralenboekje nodig, want we zouden de airborne herdenking spelen. Voorafgaand aan die dienst, kregen we de ontstellende mededeling dat er een 20-jarige marechaussee in opleiding die ochtend was overleden. Vlak voor zijn eigen baret-uitreiking werd hij onwel, en overleed niet veel later in het ziekenhuis.
Of er een vrijwilliger was die tijdens een speciaal appèl een signaal taptoe wilde spelen.
Maar eerst dus die airborne herdenking.
In mijn hoofd was ik al bezig met het signaal taptoe, dus was het extra handig dat ik de Last Post in elk geval bij de hand had.

Direct na de herdenking liep ik met een van de onderofficieren mee naar het square, want daar stond iedereen al opgesteld voor dit speciale appèl.
Klasgenoten van de overledene, stafleden, docenten, instructeurs, vrienden en de vader.
Klasgenoten, die wit van schrik, verdriet en onbegrip zagen. Klasgenoten die ongegeneerd hun tranen lieten lopen. Klasgenoten, die het echt niet meer trokken en huilend wegliepen.
Kaderleden die hun ogen niet droog hielden.
Toekomstige collega's die in verbijstering en ongeloof steun bij elkaar zochten, zonder al te zeer uit de militaire formatie te willen breken. 
En de vader.
De vader die er, ondanks dat hij omringd was door verzorging, zo vreselijk eenzaam en verloren bijstond.
De vader, met ogen rood van het huilen. De verbijstering, de botte pijn van dit plotselinge verlies, de complete wanhoop. Alles leek op zijn gezicht om voorrang te strijden.
De vader die die ochtend was opgestaan om zijn zoon trots binnen te halen en te feliciteren met zijn baret.
De vader die nooit de kans zou krijgen om zijn zoon te feliciteren met de geleverde prestatie, met de baret.
De vader die nooit de kans zou krijgen om op een fatsoenlijke manier afscheid te nemen van zijn zoon.
Overal waar ik keek, zag ik rauwe emotie. En dat raakte me. Dat raakte me diep.

Een van de stafleden hield een zeer kort praatje, gaf de commando's "Geeft acht, en Brengt groet!"

Dat was mijn que.
En goddank dat ik dat marsenboekje niet weggelegd had. Ik kan me na een kleine 10 jaar nog steeds niet afsluiten voor andermans emotie. En dit was wel heel erg veel, en heel erg verse, rauwe en ongetemde emotie.
Om mezelf toch een beetje te beschermen tegen dat "geweld", besloot ik om dat boekje toch maar voor mijn neus te houden. Zodat ik tijdens het spelen niet de kans liep om de vader, of wie dan ook aan te kijken. Zodat ik zo mooi mogelijk kon spelen. Dat voelde veilig. Voor mezelf.
Mijn commandant vroeg me later of ik bang was dat ik de signalen door elkaar zou halen. Maar het was puur ter zelfbescherming. Ik heb geen seconde op dat papier gekeken. Dat wil zeggen: ik keek naar de ringband van het marsenboekje.
Ik kan me niet herinneren dat ik eerder zoveel tijd voor een signaal genomen heb. Meestal pak ik een statig tempo, maar niet te langzaam. Deze keer deed ik het voor mijn gevoel heel erg precies een tandje langzamer. Ook maar op gevoel.
Ik hoop oprecht dat de betrokkenen, en nabestaanden er iets aan hebben gehad. Al is het maar een heel klein beetje troost.

Noem me een mietje, noem me een wijf, maar ik was hier totaal niet op voorbereid. En om de een of andere reden ben ik tot best wel laat in de middag nog even van mijn stuk geweest. (Het glaasje wijn bij het avondeten die avond, deed best goed).






dinsdag 13 september 2016

Hitte en bescherming.

Het is warm. Heel warm. Zo warm dat de mussen vrij letterlijk van het dak vallen.

Zoals elke dinsdag, reed ik over de A27 naar Aalst. Dat is heel normaal, want daar geef ik les.
Wat minder normaal is, is dat niet alleen de mussen dood van het dak storten met deze hitte, maar ook zwanen lijken het niet uit te houden. En dit exemplaar koos de linkerbaan van de snelweg als laatste rustplaats.
Erg onhandig. En onprettig ook. Want ik reed met een gangetje van 110 op de rechterbaan, maar de snuiter die mij inhaalde, ter hoogte van die zwaan, kwam er veel te laat achter dat zijn weg door een baal veren werd versperd.
Dus wat doet meneer: ramt zonder pardon (en zonder met zijn ogen te knipperen, of zelfs maar te kijken) zijn auto naar rechts en vloekend van schrik kon ik nog maar net op tijd naar de vluchtstrook om te voorkomen dat madame Jeanette haar zwanenzang (zoek maar op google, woordspeling, persoonlijk vind ik hem wel geslaagd) zou moeten zingen.
Tja. Ik rij ook liever niet over een vers dood beest, maar dit was wel heel rigoureus.

Laat ik heel veel compassie met mijn mede-weggebruiker hebben (wielrenners, fietsers en motorrijders voor een groot deel uitgezonderd), dus besloot ik maar melding te maken van een potentieel gevaarlijke situatie. Ten slotte zal met deze hitte die zwaan niet de enige zijn die niet helemaal meer fris is.
Dat 09008844 nummer, vind ik toch wel een beetje lachwekkend. Je moet dan aangeven in welke plaats je de politie wil spreken. Almere. Of ik voor de zekerheid nogmaals de plaatsnaam wil inspreken. ALMERE!!! Bulderde ik.
FF wachten...
Nog ff wachten...
"ping" Verbinding. Een lieve, doch wederom hardhorende vrouw (vervelende afwijking, voor een telefoniste), vroeg mij tot 3 keer toe wat mijn melding was.
Na de derde keer, gaf ik de moed maar op. En brulde:"A27, ALMERE-UTRECHT, 112,5, DOOD BEEST!!! LINKERBAAN!!!!
Het kwartje leek te vallen, want de vrouw zei dat ze er een team op af zou sturen. 
Heh, mooi.
Helemaal schor van het krijsen richting mijn telefoon bedacht ik me, dat dát wel eens het euvel geweest zou kunnen zijn.
Omdat ik niet betrapt wilde worden met een telefoon in mijn hand, terwijl ik rij, had ik mijn telefoon op schoot gelegd. Speakers aan, en meestal ben ik dan wel verstaanbaar. Maar met een loeiende airco lijkt het me goed mogelijk dat ik gewoon toch niet hands-free had moeten bellen.
Maar dan zul je net zien, ben je al rijdende aan het bellen, met nota bene de politie, word je aan de kant gezet door de politie omdat je met de politie aan het bellen bent over een gevaarlijke situatie, die je zelf ook nog creeert door bellend te rijden.

Bescherming.

Als er iets is, dat je als musicus wil, is het dat je instrumenten goed beschermd zijn. Ik kocht ooit een fonkelnieuwe trompet. Helemaal blij was ik met het ding. En omdat ik nog geen rijbewijs had, ging ik met de trein naar huis. Bij het uitstappen, bleek de conducteur erg veel haast te hebben met het sluiten van de deuren, want er moest een zwartrijder gegrepen worden. Jammer voor mij kwam de tas met daarin mijn nageltjesnieuwe trompet tussen die deuren.
Dat was niet echt helemaal zoals ik me mijn nieuwe trompet had voorgesteld. Nadat ik toch wel enigszins teleurgesteld de zaken met de NS (overigens tot tevredenheid) geregeld had, besloot ik dat ik nooit meer een zachte tas voor mijn geliefde instrumentarium wilde.
(Dit besluit heb ik overigens met wisselende standvastigheid uitgevoerd).
Inmiddels heb ik heel wat koffers en tassen voor mijn trompetten gehad. En weer verkocht/geruild/vervangen.
Met name dat eerste wil ik nog wel eens wat enthousiast doen. Dus kwam ik er laatst achter dat ik een koffer voor 1 trompet mis.
Inmiddels heb ik dat probleem voorlopig opgelost: ik heb een koffer op zicht. Een met de klinkende naam: Torpedo. En inmiddels heb ik ondervonden waarom het ding zo goed past bij het verwoestende imago dat kleeft aan het woord torpedo.
Het ding is een koker, waarin je je trompet schuift. Je ritst hem dicht, en (ik lieg niet) die trompet gaat niet kapot. Er is op zijn minst een aanval met een Noord Koreaanse atoombom nodig om mijn trompet stuk te krijgen in die koffer.
Ik parkeerde mijn auto dicht bij een straat-prullenbak en haalde mijn koffer eruit.
Omdat die laatste beweging niet helemaal goed gemikt was,  zwierde die koffer langs mijn lijf en kwam abrupt tot stilstand tegen die prullenbak. Nu zijn die dingen behoorlijk hufter-proof, maar niet torpedo (trompetkoffer) proof, want er zat een deuk in, waar ik niet heel erg trots op ben. Hoewel...
Bij binnenkomst even controleren hoe mijn instrument dat overleefd had, en geen schrammetje te vinden. Geen deukjes, helemaal niks.
Vet gaaf!
Tja. Dan toch maar mans genoeg zijn om even de gemeente te bellen. Want ten slotte heb ik iets beschadigd, en dan moet je dat oplossen.
"Ach meneer, wat lief dat u belt. Maar das niet erg hoor. Ik wens u een fijne dag".
Okee... Alsof ze me niet serieus namen. Ik was misschien wat serieuzer genomen als ik niet gezegd had dat ik met mijn trompetkoffer een deuk in een prullenbak had gemaakt, maar die gemeente-juf, had overduidelijk geen idee met wat voor potentieel moordwapen ik op pad ben.
Dat betekent dus ook dat ik een nieuwe koffer heb. En dat maakt het seizoen wel weer lekker.
Een beetje de stoere harry uithangen met mijn moordwkoffer.

Met de nieuwe set up van mijn blog, hoop ik dat de lezer het heeft volgehouden tot het eind.
Deze set-up is tot stand gekomen, louter en alleen door de schrijver. Dus ja; ik heb een foto in paint geopend, en daar wat op- en ingeplakt. Ja; ik heb zelf de achtergrond, de titel en de kleur aangepast. Nee; ik heb ik gedaan zonder alle bekende (en minder bekende) (schijn)heiligen af te stoffen. Nee; ik heb geen computer het raam uit gesodemieterd. 
Dus stiekem ben ik best wel trots op mezelf. Eigenlijk. Hoewel die foto nog wel wat beter kan, maar misschien ga ik daar Ilse nog wel eens mee aan het werk zetten. Die is in paint toch wat handiger als ik.
Maar de kleur, en zo vind ik best geslaagd.

Op naar de volgende! 








donderdag 8 september 2016

Walgon Er plus.

Ilse haar autootje werd tijdens een voorkeuring compleet dood verklaard. Te onveilig voor de weg. Iets met remmen, banden, wiellagers en een droge carter. Mijn opmerking:"niet te lang meer mee doorrijden dus...", werd beantwoord met:"Helemaal niet meer mee rijden, is beter".
Dat betekende dus heel erg rap een andere auto kopen. Want ten slotte moet Ilse ook gewoon werken.
Als citrofiel probeerde ik haar nog in de richting van een leuk uitziend klein dubbel chevronnetje te leiden, en had al een paar hele mooie aanbiedingen te pakken. Maar helaas duurden die een dagje langer, en dus zocht en vond Ilse wederom een suzuki... Het werd een Wagon R+. Jawel, die ene. Die ooit door meneer Ron "paardelach" Brandsteder werd aangeprezen...
In de volgende reclame wordt duidelijk waarom ik vind, wat ik vind...
De auto wordt aangeprezen door een man van wie geen enkel weldenkend mens iets aan zou nemen, ik in elk geval zeker niet. Maar het maakt wel duidelijk wat de initiele doelgroep van deze auto was. Mannen van in de 60, die op het punt staan om te gaan scheiden, want ze zijn getrouwd met een kenau.
 Nu deze auto voor de deur staat, moet ik dit nog wat aanvullen: mannen van in de 60 die gaan scheiden, niet heel erg goed overweg kunnen met links of rechts, die last hebben van vocht in knieen, rug en heupen.

De instap is net als gaan zitten op een invaliden toilet. Je denkt lekker te gaan zitten, maar voor dat je tot 'zit' bent gekomen, zit je al. Zo hoog is die. Eenmaal gezeten, zit het best lekker, daar niet van. Maar nogmaals: het proces van zitten gaan, is gelijk aan dat van een invaliden toilet.

De spiegels zijn enorm. Reusachtig. De spiegels van een streekbus zijn er niks bij. Er zal in geen enkel geval sprake kúnnen zijn van een dode hoek. Ik bedoel: je kunt in die spiegels de hele omgeving zien, in een straal van minimaal 100 kilometer om je heen. Sterker nog: als je erin kijkt, kun je zonder al te veel moeite je eigen recente verleden nog terugzien. Veilig... Dat dan weer wel... Maar ja, de doelgroep zit dan ook in de categorie Ron Brandsteder, dus kwaad zal het niet kunnen. Als je al niet in staat bent om een ruzie te beslechten met een stevige pot stomende seks, moet je misschien ook maar niet met een auto met iets mooier vorm gegeven spiegels rijden.

Het autootje is niet lelijk. Dat kan ik oprecht niet beweren. Nee, het ding is gewoon raar. Te kort, te smal en te hoog. Voordeel daarvan is wel, dat als Ilse een drempel neemt, ze geen gas hoeft los te laten, want je zult van zijn levensdagen met je kop het dak niet raken. Dat kan niet. Dat dak zit namelijk zó hoog dat er een piano op zou kunnen lazeren, en je merkt het als inzittende gewoon niet.
Het lijkt een beetje op een kliko met koplampen. Nadeel is daaraan dan wel weer dat ik voortaan niet meer zonder bril de containers aan de weg moet zetten, want ik zou me vergissen en de Wagon R+ aan de straat zetten.
Hoewel: daar staat die al, dus ik hoop dat de vuilnismannen goed opletten welke container ze aan de grijpers van de vuilniswagen hangen...
Ook bij de Albert Heijn wordt het oppassen, want met die kleur (en ik moet zeggen: het is een hele mooie kleur. Waarschijnlijk ook de duurste die voorhanden was, want metallic-lak) zouden ze zomaar kunnen denken dat iemand voor de grap een dakje op een van hun winkelwagens gelast heeft.
Handige opberg vakken heeft het autootje ook. Onder de stoel, zoals Ron voordoet. Dat je daar tijdens het rijden op zich erg weinig aan hebt, maakt niet uit. Het is een zeer praktische ruimte, en voor de doorgewinterde kampeerder is dat een extra pluspunt bij de aanschaf: een afwasteiltje heb je niet meer nodig, die trek je gewoon onder de kont van je passagier vandaan.

Ilse is van dit vriendelijk smoelende hondenhokje pas de tweede eigenaar, en de eerste eigenaar heeft serieus werk gemaakt van het onderhoud van het autootje. De bekleding is waarschijnlijk nooit beslapen door Ron Brandsteder (het ruikt in elk geval niet alsof het beslapen is geweest door welke uitgerangeerde BN'ner dan ook) en de lak ziet er voor een auto van 16 jaar toch erg goed uit.

Ik steek nu wel heel erg de draak met dit autootje. En op zich ook wel terecht. Maar eigenlijk is dit gewoon mijn manier van mijn blijdschap uiten over het feit dat Ilse precies 12 uur zonder auto heeft gezeten. Want ik zag wel hoe moeilijk ze het er mee had, en hoezeer ze ook gehecht is aan de onafhankelijkheid die een auto biedt.
Dus ik hoop gewoon dat deze een langer leven bij haar beschoren is. En dat ze er maar veel veilige kilometers mee mag maken.
En als het me dan niet lukt om mijn voorliefde voor een prachtig automerk als Citroën over te dragen op haar, dan wellicht op Jente...
Je weet t maar nooit.


maandag 5 september 2016

Hersenspinsels.

Verhaaltjes vertellen...

Het lijkt zo makkelijk. Ik ga zitten, klik her en der met mijn muis, en er verschijnt een prachtig, maagdelijk blanke pagina waarop ik al mijn hersenspinsels kwijt kan.
Dit jaar, was de inspiratie even zoek, merk ik bij mezelf. Soms moet je even opladen, voor je weer kan tappen, zeg maar. Het sterkst merkte ik dat voor de verhuizing. Dan klikte ik mijn blog aan. Staarde wat naar die witte vlakte. Zuchtte eens wat. Rammelde eens wat nutteloos op wat toetsen, om te kijken of er iets zinnigers kwam dan ae[roijgaqpojngd[apokf]30tipos;gjnba[psorfk]w-RY7UJ[APODI.
Meestal niet.
Met het verkrijgen van niet één, maar twee hobby's en een kind dat zich continu ontwikkelt, zou je zeggen dat je voer genoeg hebt voor een stevige blog, maar niets is minder waar.
Vaak ontbreken me gewoon de woorden, en een week of twee verkeerde ik in de door mij zelf verzonnen veronderstelling dat mijn blogs minder van kwaliteit werden.

Gisteren kreeg ik echter wederom een leuk compliment over mijn schrijfseltjes. En de vraag of ik het allemaal als boek ga verwerken.
Mijn standaard antwoord is dan: nee, want dan móet ik schrijven. En nu mag het. En los daarvan: ik heb een verhaal gepubliceerd (helaas voor intern gebruik bij defensie) en dat was nog best wel een toer om niet alleen de -dt fouten eruit te halen, maar ook taalmatig gezien correcte zinnen te maken van mijn grappig bedoelde verhaspelingen. (Een redacteur gaat dus niet zonder morren zomaar akkoord met mijn taalmatig toch vaak wel geniale ingevingen).
Vanmorgen ben ik eens gaan tellen, en deze meegerekend zit ik op deze site op 290 blogs. De vorige (een wordpress, die verdwenen was, voor ik de tegenwoordigheid van geest had om alles op te slaan) bevatte er ook iets van dien aard. Dus bijna 600 schrijfsels.
En ik kon het niet laten om toch eens wat terug te lezen.

Mijn hemel, wat heb ik veel ongenuanceerde shit geschreven. Wat heb ik veel emoties los gelaten op die onschuldige witte vlakte.
Zou ik iets veranderen aan mijn schrijfstijl? Nee, uiteraard niet. Maar of dat nu echt allemaal geschikt is voor een boek? Veel van die dingen zijn inmiddels ook hopeloos gedateerd. Ingegeven door de waan van alledag.

Ook het uiterlijk van mijn blog is hopeloos verouderd. Ik rij inmiddels, tot mijn grote verdriet, niet meer op een bus. De collega's die ik daar had, waren ook allemaal toppers. Ik heb blijkbaar het geluk dat ik werk kies waar ik toffe collega's om me heen heb. Het hondje op de foto, Ozzy, is niet meer. Mijn nieuwe hobby's; een vissenbak, mijn favoriete automerk en mijn prachtige dochter Jente, hebben er nog geen plaatsje gekregen.
De trouwe lezer van mijn hersenscheetjes zal inmiddels wel weten: ik moet niet zelf gaan knutselen aan het uiterlijk van mijn blog. Dat gaat me een computer kosten, en ellenlange scheldpartijen. Ilse ook boos, en Jente sidderend achter de gordijnen. Wat technologie aangaat is mijn lontje zo kort dat het hoogst onverantwoord zou zijn om er uberhaupt maar aan te denken.
Het enige dat ik zo zou laten is de titel van mijn blog. Of de naam. Van alles veel en daar een beetje van. Misschien moet ik dat slechts aanpassen. (Als ik er ooit achter kom hoe dat moet). Wordt dan: Van alles veel, en dáár een beetje van. Toch een verschilletje.

Dus heb ik een besluit genomen.

Ik ga de komende tijd mijn verhalen allemaal eens doorwerken. En verwijderen. Definitief? Nee! Maar ik merk dat ik mezelf "push" om jaarlijks toch rond de 50 verhalen te produceren, en ook die druk wil ik niet meer.
En ik merk ook dat ik mijn oude verhalen een beetje zat begin te worden. Dus die ga ik er afhalen, opslaan op mijn computer, en her en der wat aanpassen. Redigeren, zoals dat heet.
De verhalen die te zeer met het nieuws van toen te maken hadden, zullen het waarschijnlijk niet overleven, net als de té emotionele verhalen over de kanker en de dood van mijn moeder. Dat is een afgesloten hoofdstuk. En bagage die ik goed heb opgeborgen en die me niet meer op deze plek moet lastigvallen. Die zal ik ergens diep in de 000111010011100110011111011-codes van mijn pc wegstoppen.
Dan heb ik een blanco blog, vanwaar ik verder kan.

Mocht er dan nog animo voor een bundel van mijn verhalen, kan ik altijd eens kijken hoe en wat, maar ik heb zomaar het vermoeden dat dat wel mee gaat vallen. (De slimme lezer, zou er goed aan doen om gewoonweg alle verhalen te kopieren, uitprinten, nietje erdoor en op marktplaats te kwakken. Ofzo. Succes daarmee ;) ).

Nieuw huis, nieuwe blog. Of zo.

Daaraan gekoppeld een vraag aan mijn lezers (en ik hoop die toch beantwoord te zien): hoe naar leest het als de achtergrond zwart is, en de letters wit (vooropgesteld dat ik dat voor elkaar zou krijgen)?
Voor korte teksten kan het wel, op reclame posters en advertenties doen ze niet anders, maar dat is natuurlijk wel wezenlijk anders dan een blog van een paar honderd woorden.

Mochten er mensen zijn met meer ideetjes: ik hoor ze graag!



zondag 4 september 2016

Avonturen.

Het seizoen is weer begonnen.
Dit betekent in gewone mensen taal: de zomervakantie is weer voorbij, en ik mag weer aan het werk.
Oh ja... Werken... In mijn geval dus trompetspelen, en ja daar heb je toch een zekere conditie voor nodig, want je gebruikt er onder anderen, de meest fragiele en kwetsbaarste spieren in je lijf mee; je lipspieren.
Laat ik in de vakantie met veel dingen bezig geweest zijn, maar niet met trompetspelen. Er moest namelijk nogal het een en ander, en als het dat niet was, had ik gewoon even geen behoefte om muziek te maken. Klip en klaar.

Ik kon dus niet bij mijn leerlingen aankomen kakken met mijn gebruikelijke geneuzel over te weinig oefenen, want in dit geval was het duidelijk dat mijn leerlingen mogelijkerwijs meer geoefend hadden in hun vakantie dan ik.
Een van mijn leerlingen had dit blijkbaar in de gaten, want toen ik samen met haar wat inspeel-oefeningen ging doen, sprak zij:"Goh jij hebt anders ook niet heel erg veel geoefend in de vakantie".
Absoluut een uitspraak die eerder eerlijk dan beleefd was... Aangezien het geen nut heeft om een leerling voor eerlijkheid te bestraffen, moffelde ik deze opmerking van haar maar weg onder een hele stapel nieuwe oefeningen.
 Het lesseizoen begon niet zonder slag of stoot. Roosters maken is sowieso elk jaar een ellende, maar daar kwam dit jaar nog bij dat het dak van het verenigingsgebouw in Sliedrecht op instorten staat. Heel sneu. 

Dat betekende ook dat we op donderdag en vrijdag weer gingen repeteren met orkest en koperkwintet. De dirigent gaf me een dag van te voren te kennen dat ik ook mijn piccolo moest meenemen, want die zou ik wel eens nodig kunnen hebben. Fuck... Weinig oefenen, en dan een fanfare repetitie in, daar kom ik in de regel nog wel mee weg. Maar als we dan eerst een zwaar koraal doen, om vervolgens met volslagen verzuurde lipspieren piccolo te moeten spelen... Laat ik het zó stellen: dat deed een beetje pijn.

Nadat ik alles lekker kon laten helen, over de dagen heen, moesten we zaterdag de airbornemars in Oosterbeek lopen. Zeg maar de generale voor de Nijmeegse vierdaagse. 600 meter lopen. Dan Chinees eten en dan nog eens 1500 of 2000 meter lopen. Appeltje-eitje. 
Appeltje-eitje, als je geen trombonist bent. Want als je trombonist bent, dan loop je voor de trompetten. Op zich niet erg. Maar als je dan je marsenboekje laat vallen, dan heb je een probleem. Meestal is er wel iemand zo snel dat hij hem even opraapt, en doorgeeft naar voren. JL niet. PL liet zijn marsenboekje vallen, en JL was zo "aardig" om dat marsenboekje een rotschop naar voren te geven. Dit met als onderliggende gedachte dat PL hem dan zelf wel weer zou kunnen oprapen. Heel vriendelijk, heel collegiaal. De uitvoering echter, was volslagen onder de maat. Zijn rotschop resulteerde in een totaal gedestintegreerd marsenboekje, waaruit de bladzijden woest wegwaaiden.
Op zich al reden genoeg om met ingehouden lachen verder te lopen. Ware het niet dat een van de adjudanten van dienst naar ons toe kwam hobbelen, toen we even stilstonden, met een paar restanten van dit onfortuinlijke boekje. En dan moet je dus PP hebben (die naast PL liep), die zijn lachen net niet in kan houden. Letterlijk niet, want als hij zijn lachen inhoudt, dan staat hij te trillen en te schokken, en klinken er sissende en fluitende geluiden uit zijn mond. Hetgeen ook weer tot hilariteit leidt.

Ik ben een beetje een kluns. Ik kan best wel wat, technisch gezien. Maar zeker niet alles. Zo had ik ooit een autootje, waarvan ik zeker wist, dat ik de kapotte koplamp zelf wel kon vervangen. Dus ik opende de motorkap, ik opende de lichtunit, en uiteraard flikkerde toen het veertje van het klepje uit mijn handen, dwars door de motorruimte heen, in een rioolput, waar ik stom genoeg de auto bovenop had geparkeerd. Stom... Dus met ratelende koplampunit naar de garage gereden, met schaamrood op mijn kaken opgebiecht wat er gebeurd was, en nieuwe lamp erin.
Laatst had ik met mijn 'madame' Jeanette een soortgelijk probleem. De rechterkoplamp was kaduuk. En vele mensen wisten mij te melden dat ik of kinderhanden nodig zou hebben om erbij te komen. Of niet, maar dan moest de hele bumper eraf, en weet ik veel wat. Dus ik reed wat lang door met een half functionerende koplamp.
Tot die het in de avondschemer dus ook begaf. Helemaal zonder lichten rijden, terwijl het al ras donker werd, durfde ik niet. Ook met alleen maar mistlampen rondrijden, wilde ik niet, want ik wist niet of ik daar boetes voor zou krijgen. De ANWB helpdesk bracht uitkomst: ja, voor het rondrijden met mistlampen krijg je een boete. Ja, de wegenwacht kan komen om je koplampen te vervangen.
Mooi. Het gelukkige toeval wilde dat ik bij een MCdrijf stond, dus avondeten was makkelijk geregeld. Ik moest een beetje wachten. En hoe later het werd, hoe meer onduidelijke figuren, het terrein betraden. Van het volk dat met spinnende banden indruk trachtte te maken op andere onduidelijke figuren. Hoewel, spinnende banden... Het leek meer op het oproken van de koppeling dan op het oproken van bandenrubber.
Hoe dan ook: de wegenwachtmeneer kwam, zag en overwon. Hij sloeg (of slaagde?) er zelfs in om beide koplampen te vervangen. Fijn zo. Met twee nieuwe en lieve werkende koplampjes mocht ik mijn weg naar huis vervolgen.

Had ik dus net mijn koplampen door de ANWB laten vervangen, werden ze er bijna uitgereden door een gek op wielen.
Dat zat zo:
Fris gemutst ging ik afgelopen dinsdag op weg naar mijn eerste lesdag in Aalst.
Ik rij bij de werkzaamheden de snelweg op, en zie 100 meter verderop een auto keihard op de remtrappen, en met een noodgang achteruit rijden. Omdat het een oprit was, waar gewerkt werd, kon ik weinig kanten op. Niet links, niet rechts... Anders doen dan keihard op de remmen gaan, en hopen dat de halve gare mij bijtijds zou zien, kon ik niet.
Op dat moment brak het zweet me aan alle kanten uit, begon ik luidkeels allemaal heiligen af te stoffen en hopen op het beste.
Bij mijn remactie kwam ik erachter dat de alarmlichten automatisch aangaan. En dat de remmen het voortreffelijk doen (met dank aan Alex van Ronald van Rootselaar in Zaandam). Op die manier moet je het niet willen ontdekken....
Maar alles sal reg kom, zoals ze in Zuid Afrika plegen te zeggen. En dat deed het. De totale lul reed zichzelf met een rotgang de niet bestaande berm in, en ik ben als de wiedeweerga er vandoor gegaan. Zulke mensen moet je vooral niet lastig vallen met je gedachten en motivaties.

Desalwelteplus: ik ben lekker begonnen, er staat wederom een leuke operette op de rol, en dat is altijd een prima instapper voor een kakelvers seizoen.

Nu Jente nog van de reflux af, en alle tandjes door laten krijgen (want dat is zo sneu...). En we zijn al een heel eind.

Ik kan niet wachten op de zomervakantie volgend jaar.



Cheers Corona

 Dit vergeet ik in elk geval nooit meer. Mijn lijf heeft al heel wat truckjes uitgehaald om me dingen mede te delen. Sommigen waren zeer ter...