zondag 24 juni 2018

Drukte.


Ik heb het bij de kapel best naar mijn zin. Mijn collega's zijn goede muzikanten, hebben het hart op de juiste plek, en bij 90% is dat hart op zijn minst van zilver.
Oke, er zitten misschien wat bronzen exemplaren tussen, en een enkele met een loden hart, maar gelukkig heb ik hoofdzakelijk te maken met de mensen met een gouden hart.
Top.
Dat hebben we nodig ook, want soms zijn de dagen van dien aard, dat de betaling in geen verhouding meer staat tot de uitgevoerde werkzaamheden.
En dan ben ik toch maar blij dat ik "opgezadeld" ben met fijne collega's die samen met mij de dag doorstaan. En aan het einde van de dag in staat zijn om toch nog een leuk concertje te spelen.
We maken grapjes met elkaar.
We plagen elkaar. Goedmoedig, en soms met een rauw randje. Of gewoon de grens over, omdat we weten dat de grens bij en tegenover elkaar best wel ver weg ligt.
Mijn zwakke punten worden door mijn collega's goedmoedig maar met vlijmscherpe precisie blootgelegd. Mijn gebrek aan geduld met nodeloos geneuzel, is soms een koren op hun molen en reden om mij veelvuldig uit te lachen.
En het feit dat ik niet goed tegen kietelen of prikken kan, al helemaal.
De dingen die dan gebeuren, zouden bij ieder ander gegarandeerd leiden tot het verkrijgen van het #metoo-stempel.
Er wordt soms van wel twee kanten tegelijk in mijn zij geprikt, waarop ik uiteraard de meest onmenselijke kreten slaak (en het liefst doen mijn plaaggeesten dit tijdens een heel emotioneel muzikaal moment, of een moment van stilte tijdens de repetitie).
Ik ben niet onschuldig. In één van deze gevallen gaat het om een vrouwelijke collega die ik soms de meest bloedstollende, ijzingwekkende en vrouwonvriendelijke opmerkingen toevoeg.
Welke zij (dat moet gezegd) met een ijzeren zelfdiscipline opgewekt ontvangt, verwerkt, verwerpt en/of pareert.
Voor de buitenwacht moet dit uiterst bizar zijn. Voor ons is het onze manier van vriendschappelijk met elkaar omgaan. Ietwat raar, maar het maakt mijn werk voor de kapel net ff leuker dan dat het zou zijn zonder die waanzinnige gedragingen naar elkaar.
En dat hebben we nodig, zeker op een dag als gisteren.
Na een werkweek van 5 lange, heeeeeeeeeel erg lange dagen, moesten we zaterdag nog maar eens een hele lange dag doen.
Dat betekende na een veel te korte nacht dat ik mijn wekker met lede oren af moest horen gaan. Mijn ogen ontdoen van de koek van de nacht. Een kop koffie die wel goed deed, maar geen wonderen kon verrichten.
En hop. Want we moesten om 1000 uur in Roermond zijn voor een herdenkingsdienst. Gevolgd door een defile in datzelfde Roermond. En dan door naar Brunssum voor een concert.
Lange, hele lange dag.
Want de meeste herdenkingen zijn niet in een paar minuten voor elkaar. En ook de meeste defilés zijn geen kwestie van 10 meter lopen.
En de tijd die ertussen zit wordt in de regel niet afgemeten in minuten.
Maar we hebben het samen wel maar weer voor elkaar gebokst.

Afgelopen week heb ik afscheid genomen van een clubje alwaar ik als dirigent mijn muzikale kennis groepsgewijs over probeerde te brengen.
Dit clubje zetelde in Rotterdam. Voor mij dus niet echt de meest logische optie, maar een vriendje bestierde het, dus komaan: eens per twee weken 2 uur filehappen op de heenreis, 2 uurtjes dirigeren en weer 1 uur terug.
Dat begon, in combinatie met mijn werk als buschauffeur en mijn werk als TkKMar-musicus toch enigszins op mijn energie-reserves in te teren.
En gaandeweg dit seizoen, begon ik te beseffen dat het eigenlijk gewoon gekkenwerk was.
Dus maar besloten om toch te stoppen.
Mijn dirigenten-einde was een avondvullend programma met deze club waarbij de club diverse leden als begeleidings-orkest zou begeleiden.
En wat deden ze het leuk. Het was zeer zeker geen professioneel niveau, maar het speelplezier, het onderlinge plezier waren ongekend. De typisch Rotterdamse humor. Het was een superleuke avond.
Ik zal met veel plezier terugdenken aan mijn jaartje als "diristructeur" Marnix.

Die drukte van de afgelopen weken leidde tot de gekke situatie dat ik dus niet in de gaten had dat mijn eega naar de kapper was geweest. De praktijk zou heel goed kunnen zijn dat ze dus al weken geleden naar de kapper is geweest, maar dat door onze bizar slecht overeenkomende roosters, het haar inmiddels alweer is aangegroeid.
Dat je elkaar in bed tegenkomt, in het donker en maar moet hopen dat de juiste persoon in bed ligt. (Of dat je van vermoeidheid niet per ongeluk bij de buurvrouw in bed kruipt).
Dat ik beneden zit te ontwaken, en tot mijn grote vreugde mijn vrouw naar beneden hoor komen.
"Wat leuk, leef jij ook nog?"
Het zou het geheim van een goed huwelijk kunnen zijn, maar het is toch wel jammer te noemen dat je een leuke meid, met wie je getrouwd bent, alleen nog maar snurkend (ja, mijn lief snurkt ook) meemaakt.

Dat gaan we dus niet meer doen. Werkgever 1 betaalt mij voor 19 uur in de week, werkgever 2 voor 24, en dat is wat ze gaan krijgen. En meer niet. Want ik heb ook nog een gezin te runnen, en mijn gezinsleven bestaat niet alleen maar als we elkaar tussen de oogpurkjes door, wat glazig aan zitten te staren.
Begrijp me niet verkeerd: ik vind mijn banen geweldig. Ik doe ze beiden erg graag. Heb er plezier in. Maar ik ben niet getrouwd, en heb geen gezin om daar nauwelijks wat van mee te krijgen. Ik werk (met plezier) om te leven, en niet andersom.
Deze drukte is dan ook gelijk de reden waarom er even weinig blogs van mijn hand verschenen.
Als je oogleden tot onder je knieen zakken van vermoeidheid, of simpelweg door tijdgebrek, is het lastig blogjes tikken.
En de keren dat ik wel tijd had, was het onmogelijk omdat mijn dochter (en mijn vrouw) toch ook wel prijs stellen op enige vorm van aandacht.
En sinds ik zo modern geworden ben dat ik zelfs mijn bankzaken via de telefoon regel, kom ik ook zelden meer in de buurt van de (steeds verder overlijdende) laptop.
En blogs tikken op een iphone, gaat me dan toch net ff een stap te ver. Los van het feit dat ik dan opnieuw een wachtwoord zou moeten instellen voor deze blogpagina, hetgeen me nu al een borrelend gevoel van woede en ongeduld oplevert...

Dus gingen we vanavond (een paar dagen na dato) maar eens uit eten, om te vieren dat we inmiddels 4 jaar en een beetje getrouwd zijn. Samen. Met ons tweetjes. En daar viel me op dat Ilse na 4 jaar nog steeds een leuk mens is. En als je de kans krijgt om ermee te praten (die ik dus de afgelopen weken wat minder had) is ze nog intelligent ook. En konden we eindelijk eens lekker gezellig de tijd doorbrengen zonder dat we continu door een peuter (hoe lief die ook is) onderbroken worden voor een plas, een puzzel, een... een.... en een.... en nog liever.... en....
Wat hebben we gesmuld. Een dik stuk varkensvlees met een bot. Een vegetarisch stuk brood met groente en noten. En een monsterlijk grote kaasplank als dessert.
En zo duik ik de volgende week in. Met weer heel nieuwe en leuke dingen.






woensdag 6 juni 2018

Mijn dochter en mijn tweede beroep

Flashback:
Ik was een jaar of 5-6, en ik kreeg mijn hoogslaper. Een blankhouten ding van ettelijke duizenden kilo's want "massief" hout.
Het duurde een halve dag om het ding in elkaar te zetten, want ik geloof niet dat mijn beide ouders gezegend waren/zijn met twee voor dat soort zaken goed functionerende handen.
Of er heel erg bij gesakkerd en gevloekt werd, kan ik me niet herinneren.
Hoe dan ook: het bed stond, en het nieuwe matras mocht erin.
Het nieuwe matras mocht erin, en het paste niet.
En toen werd er wel gesakkerd, want dat betekende dat er weer een rit naar Maastricht nodig was om de juiste maat te halen.
Dat blijkt dan een standaard maat te zijn, en omdat er 2 standaard maten zijn, is het handig om te weten welke standaard maat je hebt, anders slaap je standaard op een te klein of te groot matras, wat standaard zou zorgen voor nare nachten.
Hoe dan ook: er kwam een nieuw matras, en ik heb mijn hele jeugd op dat bed geslapen. Het was namelijk een standaard 1 persoons matras, in een standaard 1 persoons maat, ik was niet de langste, en omdat er geen geld was, had ik geen behoefte aan een ander bed.

Fast Forward naar 2018.
Jente is 3 en is inmiddels begonnen aan bed nummer 3.
Haar eerste bed was een in hoogte verstelbaar ledikant. Daar zou ze nu uitgegroeid zijn, maar omdat wij dat voor wilden zijn, kochten we een peuterbed voor haar.
Een standaard peutermaatje.
Een ikea bed, dus licht en door ons (wij zijn inmiddels kampioen ruzie-loos ikea meubelen in elkaar zetten) snel in elkaar gezet. Licht, want gemaakt van mdf panelen.
Die mdf panelen hebben een groot voordeel: het is makkelijk, en goedkoop. Waardoor het bed niet al te prijzig is.
Het nadeel is: het is niet bepaald bestand tegen de manoeuvres die Ilse en ik er soms mee uithaalden. (In geval van logees werd er nog al eens gesleept met dat bed, en dat ging niet bepaald subtiel).
Dus bij een van die gelegenheden gaf dit sneue mdf-meubel definitief de geest, door bij alle schroeven uit te scheuren, waarbij Ilse nog net niet op haar smoel ging.
Gelukkig hadden we reeds een bed gekocht dat een standaard maat had. Een hoogslaper. (l'histoire se répète, zeggen de Fransen dan).
Dit bed is door Ilse zelf, zonder mijn hulp in elkaar gezet. (Ook van MDF, dus inmiddels heb ik de eerste verstevigingen aan moeten brengen).
Een geweldig bed, voorzien van een trapje om omhoog te klimmen, een rekje tegen het uit bed vallen en een heuse glijbaan om 's ochtends opgewekt kirrend en giebelend naar beneden te glijden.
(Dit glijden eindigt in de regel in een huilbui, want vanwege het formaat kamer en formaat bed, eindigt het einde van de glijbaan net even iets te kort op de muur. Omdat wij doorgaans slapen als Jente wil stunten, weten we het niet zeker, maar we geloven dat ze dan telkens met haar smoel tegen de muur landt).
Alleen...
De geschiedenis herhaalt zich, want van alle reserve-matrassen die Ilse gespaard heeft, bleek er niet één fatsoenlijk te passen.
Goed, dat hebben we tijdelijk opgelost door naast een van de niet passende matrassen, tijdelijk een deken te proppen.
Bij ons geen gesakker, gemopper of gedoe.
Maar inmiddels hebben we wel een passend matras gehaald in de standaard maat die blijkbaar op zo'n bed hoort.
En met dat matras kan ze een 25 jaar doen, want er zit 25 jaar garantie op. (Niet dat dergelijke bonnetjes 25 jaar meegaan, maar het gaat om het idee dat ik nu kan zeggen: dan is ze 28, en is het tijd voor een vriendje, met bijpassend 2-persoonsbed).

Ik blijf even in 2018.

Inmiddels rij ik weer 3 maanden op de bus. Tot groot genoegen.
Het verschil met rijden in het ov, is dat ik op Schiphol alle tijd heb, om met mijn (ook) hele toffe collega's gezellig te kletsen en te geiten.
Het verschil is, dat de regels en procedures wat omvangrijker zijn dan in het ov.
Maar er zijn geen mensen die je beroven, of bespugen of in elkaar meppen omdat je te laat bent.
Er zijn wél mensen die vliegen spannend vinden. Of totaal onzeker en lethargisch worden zodra ze op de luchthaven arriveren.
Het begint al met het boarden. Als de mensen met de bus naar het vliegtuig gebracht worden, moeten ze soms door een draaideur. Om de een of andere reden is ervoor gekozen om deze deuren niet electrisch te doen, maar handmatig. En dus prijkt er op ooghoogte op die deur een enorme sticker met de tekst "duwen" en daaronder: "push". Op ooghoogte dus. Niet te missen. Zou je zeggen.
En alsnog krijg je dan blikken vol onbegrip van mensen dat die deur niet zelfstandig draait.
Mensen die eerst hun hele voorgevel tegen die glazen deur voor zich prakken, en vervolgens van het paneel achter zich een trap na krijgen, omdat iemand achter ze wél dat bordje las. Bijzonder ongemakkelijke momenten zijn dat voor die mensen, omdat ik dan vaak mijn lachen maar met grote moeite kan verbergen. En vaak heb ik dan de grootste lol met de grond-stewardessen, die dat ook uiterst koddig vinden.
Wat ook opvalt is het volslagen gebrek aan inzicht, en dit dan kudde-matig. Dan heeft men de schok verwerkt dat het boarden via een bus gaat, stappen ze in die bus, om vervolgens IN de deuropening te blijven staan. Die bussen zijn voor 55 mensen ontworpen, maar de eerste 10 maken al dat het lijkt alsof die bus vol zit, door gewoon niet verder te lopen dan exact 1 centimeter van de deuropening. En dan als een stel zoutzakken te blijven staan.
Zit geen kwaaie opzet achter, denk ik, maar het is wel verbazend dat werkelijk niemand op het idee komt dat er wel eens meer dan 10 passagiers mee zouden kunnen gaan. En dan zijn dus nagenoeg 50% van de stoelen nog leeg.
Meestal maak ik dan een grapje in de trant van: die stoelen zijn al betaald, dus het zitten is gratis. Of zo.
Of dat je te maken krijgt met een groepje, die bij het boarden (of bij aankomst) gesplitst worden. Er passen namelijk maximaal 55 man in een bus. Maar omwille van het comfort, houden we 50 aan. Als er dus een vliegtuig komt met 100 passagiers, gaan ze met 2 bussen richting de douane.
Soms heb je dan mensen die domweg op het platform willen blijven, wachten op hun vrienden. Dat is (vanwege de veiligheid) heel terecht verboden.
Dus dan moet je ze met enige aandrang die bus inpraten of terug omhoog, het vliegtuig in.
Meestal gaan ze mee, naar het punt waar we ze Schiphol in brengen.
Dan is het mijn taak om al die 50 personen dus door de deur naar binnen te loodsen, want ook hier geldt: eerst naar binnen, de grens over, en dan pas andere dingen doen, mensen ontmoeten etc.
Dan blijft zo'n groepje een beetje hangen, waarop ik zeg: u moet echt naar binnen. Om vervolgens 20 meter verderop weer te blijven staan. "We wachten op onze vrienden".
"Ja, dat begrijp ik mevrouw, die komen heus over twee minuten met de volgende bus. U moet nu echt heus wérkelijk waar naar binnen. Dat zijn security-regels op Schiphol". Ook dit zal komen door onzekerheid, en wellicht een tikkeltje angst dat vrienden/familie zomaar zonder pardon worden opgevreten door een hongerige piloot op dat grote Schiphol.
En dan heb je nog de wat mindere snuiters. Net ff te veel zonnebank-bruin op hun huidje, net ff te goed gekleed, maar toch net niet. Net ff iets te blond haar, dat niet helemaal bij de rimpels past. Net ff te veel goud (of verguld) aan hun lijf rinkelen. Veel geld, maar bitter weinig verantwoordelijkheidsgevoel of manieren.
Kortom: stereotype "parvenu".
En die gaan dan heel zelfbewust vlak buiten de bus staan roken.
Als ik ze vriendelijk aanspreek, dat dat niet de bedoeling is, kijken ze me aan alsof ik gek ben. En meteen protesteren. Waarom niet. En dat het toch flauw is. En dat het toch moet kunnen. En dat ik me er maar niet mee moet bemoeien en ze met rust moet laten. Want het is onzin, en die regels zullen toch wel zeker niet voor hun gelden. Ik herhaal dat het niet mag, zeg er bij dat het niet míjn regels zijn, maar die van Schiphol, en dat iedereen zich eraan moet houden. 
Met grote moeite, en tenenkrommend langzaam, doen ze uiteindelijk wat ik van ze vraag. (Ik zei het reeds, maar misschien moet ik het uitbreiden: type ongelikte parvenu's).
Ach... Zoveel passagiers, zoveel bijzondere snuiters.
Want er zijn ook mensen die hun spullen vergeten, en dat, als je met ze teruggaat om die spullen weer op te halen, als een kind zo blij zijn en hele verhalen ophangen. En supergezellig zijn.
Of passagiers die je het naadje van de kous vragen over de bus, over hoe het is om op Schiphol te rijden, over hobbies en beroepen.
Gewoon superleuk.
Om dan weer een poosje stand-by te staan en de kantine in te duiken alwaar we over van alles en nog wat kletsen, lachen, geiten, practical jokes uithalen met elkaar. Of gewoon even lekker te genieten van een saffie en een kop (goede!!!)automatenkoffie.
Op Schiphol kun je al werkend 100 jaar worden. Want de werkdruk is er misschien wel hoog, maar alles is goed te behappen. En ondanks dat de procedures heel strikt zijn, is er ruimte voor beginners om fouten te maken. Want die maak ik ook nog wel.
Kortom: naast mijn werk als trompettist, heb ik mijn toffe baan wel gevonden.
Bi-professioneel...

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...