zondag 23 december 2018

Het is zondagochtend, en ik ben door mijn vrouw en Jente (om uiteenlopende en schuldeloze redenen) uit bed gebonjourd.
Ik zit aan mijn koffie, en de eerste peuk zit erin. Langzaam begin ik te ontdooien, en mezelf een heel klein beetje mens te voelen.
Vanuit mijn plek aan tafel heb ik zicht op onze kerstboom.
Onze boom, die ik redelijk casual, zonder al te veel zoekwerk uit de schappen van de plaatselijke grutter heb getrokken. (Die plaatselijke grutter is de Deen. En hulde voor de kerstbomen van de Deen, want het eerste boompje dat ik daar ooit kocht, staat inmiddels 2 jaar later nog steeds levend en gezond in de voortuin. Toch leuk).
Een niet al te hoge boom met een lekker dik buikje. Lijkt op zijn baas dus.
Waar veel mensen enorme bomen in huis halen en strak in het gelid zetten, en het ding op de millimeter nauwkeurig versieren met ballen en andere snuisterijen die voor het betreffende jaar door de commercie als hip zijn bestempeld, staat die van ons er toch wat povertjes bij.
Wat ik me bij aanschaf niet realiseerde: het boompje is zo krom als een banaan. De piek wijst letterlijk 10 uur aan. Om hem nog enigszins recht te zetten, heb ik klosjes onder de emmer geplaatst, en dat heeft in zoverre geholpen dat het nu geen 9 uur meer is dat de piek aanwijst. Of zelfs 8 uur.
Het uiteindelijke optuigen gaat ook zonder militaire precisie. Lichtjes werden er letterlijk in gedrapeerd, en aangezien Jente heel graag haar steentje wilde bijdragen, hangt alle onhippe (want niet door de commercie goedgekeurde kleuren, vormen en snuisterijen) troep er wat maf door elkaar heen in. En de zilveren slinger... Laat ik het erop houden dat die in samenwerking met de boom een eigen leven leidt. Het is bijna griezelig, maar ik zie elke keer als ik naar ons boompje kijk een afwijking in hoe die slinger hangt. Geen grote veranderingen, eerder van die kleine geniepige. Als je niet ff niet kijkt, lijkt die hier een takje lager, en daar een takje hoger te zijn gaan hangen.
Of het is poes Colette die daar een aandeel in heeft, het zou me niet verbazen.
Jente vond het prachtig om de boom samen met papa op te tuigen. En van de week had ze met opa en oma bij een of andere plantengrossier nog een paar geweldig (lelijke) passende paddestoelen van steen uitgezocht. In het rood. Ik vrees dat mijn door jeugdtrauma's verkregen wens tot een zilver versierde kerstboom bij Jente tot een gedwongen stop komt. Jente is veel kleurrijker dan haar vader.
Gelukkig maar.
Het is dan weliswaar een door Fred van Leer afgekeurde, smakeloze boom. Het is wel onze boom. En hij brengt sfeer en gezelligheid mee. En in tegenstelling tot de nu volgende herinnering, staat (letterlijk) het ding zijn mannetje in ons huishouden van lompe huisdieren, en kleine kinderen.

Het was ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw. Mijn ouders waren nog net niet zo ongelukkig met elkaar dat ze al aan een echtscheiding dachten, maar het scheelde niet veel. Het scheelde gedurende de eerste 10 jaar van mijn leven continu niet veel, maar dat ter zijde.
Wij gingen kerst vieren in Velp, bij mijn omaatje.
Dat betekende dat wij achterin de Opel Kadett zaten te ruzieen over wie waar moest zitten en waar wiens kont echt niet meer mocht komen, want mijn/haar plek. Als mijn ouders ons geruzie zat waren, gingen alle ramen dicht, en werden er halfzware sigaretten opgestoken. Dat kon toen nog zonder dat de anti-rook-maffia tot veel fysieker moord en doodslag overging. En stil werden we er wel van. Groen ook.
Mijn omaatje (het liefste mens op de wereld, waarvan ik het meest geleerd heb over het leven en over liefde, trouw en menselijkheid, ik mis haar nog dagelijks, want ze was de wijsheid in eigen persoon, ondanks dat ze nooit een universiteit van binnen heeft gezien) woonde in een klein huisje, maar met een voorkamer en een achterkamer. En in die voorkamer werden spelletjes gedaan, daar werd gegeten, daar werd ruzie gemaakt (door mijn ouders, of door mijn zus en mij als het zo uitkwam) en daar werd dus ook de kerstboom opgetuigd. In mijn herinnering veel groter dan die wij nu hebben. En hij werd ook op een hogere plek gezet, namelijk bovenop een bureau.
Dat voorkamertje was bijzonder klein, want er stond een kast, een bureau, een grote fauteuil, een tafel en meerdere stoelen. En als de broers van mijn moeder ook op bezoek kwamen, moesten de tuindeuren open, anders dan raakte de zuurstof echt op. Zeker met twee halfzware shag rokende volwassenen.
Maar goed.
Dat boompje stond trots te pronken op dat bureau. (Het was nog in de tijd dat die ellendige lichtsnoeren nog niet bestonden. Echte kaarsjes waren er, die met de hand in de fik gingen. En wij dus altijd bij de deur zaten, en er minimaal 2 emmers water klaarstonden om eventueel over-enthousiaste kaarsen meteen uit te doven door er een emmer water overheen te flikkeren).
Oma was bezig met de tomatensoep, en mijn moeder snauwde tegen mijn vader dat de boom scheef stond. Ik kan me niet herinneren dat mijn moeder anders dan snauwend tegen mijn vader sprak. (En vice versa, denk ik).
"Die boom staat scheef!!!"
"Die boom staat NIET scheef!!!!"
"Die boom staat WEL scheef, KIJK DAN!!!!"
"OKE!"
Zoiets.
Maar verder gebeurde er op dat moment weinig. Behalve dan dat de sfeer niet best was. Onze hond, en de hond van mijn oma waren al lang en breed naar de achterkamer vertrokken, en zus en ik hielden ons koest.
Oma kwam binnen met de tomatensoep. Ik kan me niet herinneren of het zelfgemaakte was, of van unox, wél kan ik me herinneren dat het prima soep was.
En met haar persoonlijkheid wist ze elke sfeer te verbeteren. Of die nu goed of slecht was, als mijn oma binnen kwam, was het altijd fijn.
Anyway. Lekker, soep! En er begon een onverdroten geschuif van mijn bord naar mijn mond.
Zonder enige waarschuwing vooraf: RUIUIUIIIIISSSS-VLEDDER!!!! RINKEL!!!! Daar donderde de boom, met versiering en al, over mijn vaders nek, op tafel. In zijn en in elk geval ook in mijn soep. Goddank hadden we de kaarsen nog niet aangestoken, anders was het hele huis in een voortijdige crematie voor alle betrokkenen veranderd.
Mijn moeder begon te juichen:"Hebben we toch nog ballen in de soep". Nu, 30 jaar later denk ik dat dat niet zozeer humor was omdat de situatie nu eenmaal heel erg "mister Bean" was, maar meer omdat ze gelijk had: die verrekte kutboom stond gewoon scheef.
Dat maakte de sfeer, in elk geval tijdelijk niet veel beter.
Gelukkig kon oma er ook hartelijk om lachen (ze had een ijzersterk gevoel voor humor. En kon gruwelijk goed relativeren. Ze maakte twee wereldoorlogen mee, ze verstopte Joden in haar huis, terwijl haar buren ingekwartierde SS'ers hadden, hoezo is een omvallende kerstboom een probleem?). En wij, nadat we van de eerste schrik bekomen waren, ook.
De mooiste herinnering wat kerst betreft, ligt ook in Velp. Om de een of andere reden was kerst in Velp ook altijd wit. Er lag altijd sneeuw. En dan gingen we met Oma de bossen in. Lekker dik aangekleed, knerpende sneeuw onder onze voeten, en dan de onvermoeibaarheid waarmee onze oma kilometers aflegde (ze moet toen al in de 80 zijn geweest) en de schier onuitputtelijke voorraad aan sprookjes en verhalen die ze tijdens die wandelingen wist te vertellen.
Heerlijk.

In mijn eigen huisje staat de kerstboom om bovenstaande reden ver verwijderd van tafel (zelfs als de zwaartekracht het ding niet omver krijgt, hebben we 2 lompe katten en een Jente die op hun tijd hun best doen om dit te doen gebeuren). Ik heb er namelijk een hekel aan om tijdens het eten gestoord te worden door vallende dingen in het algemeen en vallende kerstbomen in het bijzonder. Zeker als die in mijn eten terecht komen. Weinig zo smakeloos en vies als een verpletterde kerstbal die je tussen je liflafjes vandaan moet peuteren. Om nog maar te zwijgen van een paar dennennaalden die in de whiskey-bavarois zijn beland, en het geheel totaal oneetbaar maken.
En ook zijn wij met de moderne tijd meegegaan, en hebben ledlampjes in de boom, in plaats van kaarsen.
Tussen kaarsen en led, zaten nog die elektrische lampjes die om wat voor reden dan ook, en zelfs als je ze bijzonder netjes oprolde, toch elk jaar weer tot hysterische wanhoop leidde als je ze moest ontwarren om ze netjes in de boom te draperen. En als er één kapot was, moest je ze allemaal testen omdat, als er één kapot was, het hele snoer het niet deed. De hel dus.
De nu aanwezige ledjes hebben in elk geval het knoop-probleem niet (of Ilse beschikt over meer geduld dan ik, dat zou kunnen, in theorie), en dat maakt het toch een stuk vreedzamer allemaal.

Ik wil mijn trouwe lezers bedanken voor hun interesse. Van sommigen weet ik dat ze mijn blogjes als tijdverdrijf op het toilet gebruiken. Maar het blijft soms verrassend uit welke hoek de reacties komen. Van mensen van wie ik dacht dat ze überhaupt niet kunnen lezen, tot mensen die ik nauwelijks ken, die ineens tegen me beginnen te praten over mijn schrijfsels.
Vind ik leuk.
Ik wens jullie allen een mooi kerstfeest. En mocht ik tussen nu en 2019 geen kans meer zien om wat gekkigheid uit te tikken ook alvast een prettige jaarwisseling. Een gelukkig nieuwjaar wensen doe ik in de volgende blog weer.

Bye Bye beauties and beasts. 








zondag 16 december 2018

Kerstconcert 1

Het was zo'n dag waarvan je bij het opstaan al vermoedt dat het een aparte dag zal zijn.
De hoofdpijn waarmee ik wakker werd, was van het dodelijke soort. Niet bewegen met mijn hoofd, want dat triggert de kabouter met de ploeg tot het maken van diepe voren in mijn hersens.
Ik werd dus ook onbedaarlijk blij toen ik in de keuken een verloren gewaande strip advil aantrof. Advil is voor mij een soort van magische superaspirine, die snel en langdurig werkt.
Gezien het feit dat ik gisteren één van de twee kerstconcerten van 2019 zou spelen, vond ik dat ik het recht had om een van die wondersnoepjes achter mijn knoopsgaatje te slingeren.

En een aparte dag werd het.
Omdat ik vermoedde dat het concert wel eens langer zou kunnen duren dan de hoeveelheid minuten muziek (ten slotte: als een club als "the Lions" zoiets organiseert, willen ze vaak net zoveel praatminuten hebben als de muzikanten aan speelminuten gebruiken), had ik een verzoek tot carpoolen ingediend bij mijn collega's. En gelukkig: vriendje Martijn wilde mij wel oppikken. Of ik maar naar Houten wilde komen.
En aldus vertrok ik, laat in de vroege middag om mij bij hem te voegen voor de reis naar Oirschot.
Geheel gedachtenloos legde ik deze rit af, en dat had ik beter niet kunnen doen. Ik reed namelijk gedachtenloos naar de carpoolplek die altijd voor tripjes met de kapel gebruikt wordt, de carpoolplaats bij de Meern. Bij de Starbucks en de Burger King.
Toen ik die parkeerplaats opdraaide, realiseerde ik me dat me echt gezegd was dat ik naar Houten moest komen.
Martijn is namelijk ook een wiskunde docent, en die mensen zijn altijd 100% logisch. En het is niet logisch om een carpoolplek te kiezen die op de route naar het westen gaat, terwijl je naar het zuiden gaat om een concert te spelen. Maar ja, ik ben geen logisch mens, en aldus geschiedde.
Uiteindelijk troffen we elkaar bij Everdingen.
Gelukkig hadden we behoorlijk tijd genomen om er te komen, want ik was niet de enige die gedachtenloos een afslag verkeerd nam.
Kan gebeuren.
Mijn foute kersttrui kon bij de soundcheck gelukkig op veel warme hilariteit van mijn immer lieve collegae rekenen. En dat doet goed. Het is dan ook wel een ultiem foute kersttrui.

Het concert zelf was een aaneenschakeling van hilariteiten. Dat begon eigenlijk al met het hoge "skyradio"gehalte van alle kerstmuziek. Deze kerstmuziek deden we in enkele gevallen samen met een (iets te) close harmony meiden groepje die ervoor kozen om alles in het Nederlands te zingen.
Chestnuts in het Engels is al nauwelijks te beren, in het Nederlands met soms micro-tonaliteiten waar ze in India helemaal blij van worden, is het iets waar mijn ruggengraat nu nog van bij moet komen. Maar al met al was het een show waar het publiek van smulde, en dat is het allerbelangrijkste natuurlijk.


Als je als componist muziek schrijft voor een film, kun je voor trompet alle vormen van dempers voorschrijven. Maakt niet uit. Je kunt zelfs de trompettist voorschrijven dat hij geen tijd heeft om van demper te wisselen, de opname-technici knippen en plakken wel, en monteren het onder de film. No harm done. Dit is echter bij life-concerten een no-go. Want dan kan dat niet. Er wordt tijdens life-concerten nu eenmaal niet geknipt en geplakt. Iets waar je als arrangeur ter dege rekening mee dient te houden, als je dergelijke muziek gaat bewerken.
Dat deed de arrangeur van een van de liedjes niet. Die nam gewoon alles klakkeloos over.
En dan kom je als trompettist onbedaarlijk in de problemen. En ons probleem werd verdubbeld door het feit dat het podium waar we op zaten, 10 centimeter voor de voorpoten van onze stoelen, eindigde.
Tijdens de soundcheck, toen de prestatiedruk nog niet heel hoog was, leverde dat één of misschien twee keer een demper op, die de diepte opzocht van de ruimte onder ons podium. Gelukkig was er een collega op derde bugel die gniffelend onze demper wel weer wilde retourneren.
Tijdens het concert echter, toen de prestatiedruk wél gierend omhoog ging, gingen er meer dempers de diepte in.
VLEDDER!! Daar donderde rechts van mij een demper.
KLAFATS!!! Links van mij een demper.
RABENG!!!! Kut, dat was die van mij.
RINKELDEKINKEL!!! En tot grote verbijstering en vooral hilariteit van ons allen, verliet de stempomp van de trompet van Rianne zijn natuurlijke habitat, en eindigde net even te ver om stiekem en nonchalant dat ding weer op te rapen. (Dit uiteraard los van het feit dat daar ook helemaal geen tijd voor was).
De collega die ons eerst al grijnzend te hulp schoot, was om praktische redenen niet beschikbaar (hij had wel wat anders aan zijn hoofd,  namelijk zijn bugel) maar gelukkig was er een "Lions-bons" die zich niet per sé om die reden achter de coulissen ophield, en telkens half kruipend onze dempers en andere gevallen voorwerpen aan wilde reiken. Gezien het feit dat hij daarmee ook recht in onze vuurlinie kroop, grenst onze dankbaarheid jegens deze man aan het walgelijke, maar ook ons medelijden met zijn oren kent geen grenzen.
Volgende keren hopen wij toch dat dergelijk onhebbelijk arrangement onze lessenaar niet bereikt.
Hoewel het in theorie nog mogelijk zou kunnen zijn, dat wij als sectie gewoon collectief onhandig zijn.

Toch hadden we een leuke avond. Fijne collega's onder elkaar. Lekker lachen. Lekker samen muziek maken, en elkaar stimuleren om lekker te vlammen op het podium.
En achteraf nog even gezellig nakletsen.

Nog één kerstconcertje te gaan. Met collega Rianne, in het ieniemini gebedscentrumpje van Schiphol. Een kerstdienstje voor de reizende gelovige, die op dat moment nog geen vliegtuig hoeft te halen.
Altijd een bijzonder dienstje, omdat de ruimte zó klein is, dat er altijd iemand gehoorschade oploopt, zelfs als we niet spelen.
Maar ook altijd gezellig.
Van te voren nassen bij de Burger King, en achteraf wat gluhwein achterover slaan met een stuk kerstbrood.
En dan komt 2018, een dodelijk vermoeiend jaar zo zoetjes aan tot een eind. En hoop ik dat we in 2019 toch echt een goede mogelijkheid vinden om onze batterijtjes wat beter en permanenter op te laden. Dat we van Iphone-kwaliteit naar Motorola-kwaliteit gaan.

De tijd zal het leren.



zondag 9 december 2018

update.

Ik heb het afgelopen weekend bewezen dat ook beroepschauffeurs fouten maken. Bizarre fouten. Moedwillig. Of per ongeluk. Maar ook beroepschauffeurs maken fouten.
We moesten maar eens een weekendje weg, zo vonden de schoonouders, en via airbnb had Ilse een leuk onderkomen in Nijmegen geregeld. Aan de Via Gladiola. Die lange straat waar het einde van de Nijmeegse vierdaagse al aardig in zicht begint te komen. Inmiddels ben ik dat adres dus ruim 10 keer voorbij gewandeld.
Het aanrijden van dat adres bleek nogal een listig dingetje te zijn, want je rijdt over een grote, doorgaande weg, en parallel daaraan ligt een soort van fietsstraat, waar deels alleen maar fietsers komen, maar op gezette punten auto's vanaf de doorgaande weg op mogen draaien.
En dan moet je dus voor jouw adres wel de goeie doorgang hebben, anders heb je een nogal lepe uitdaging.
En we hadden de verkeerde. Achteruit terug die drukke doorgaande weg op, leek me een wat al te drieste actie, dus ik besloot om dan maar, geheel tegen alle regelgeving in, een meter of 100 aan fietspad mee te pakken. Puur om te voorkomen dat mijn mooie bolide door aanstormend verkeer totaal aan gort gereden zou worden. En heus, op mijn woord, ik zweer het: er reden geen fietsers op het moment dat ik deze aan complete waanzin grenzende actie uitvoerde.
Toen we onze bestemming naderde sprak Ilse dat we in een soort van kelder zouden logeren, dit weekend.
Ik kreeg al gelijk visioenen afkomstig uit CSI Miami, Criminal Minds en NCIS, maar gelukkig, het bleek een keurig schoon en goed onderhouden onderkomen te zijn, met eigen keuken, toilet, badkamer, slaapkamer en woonkamer, voorzien van alle gemakken.

De eerste avond hebben we niet zo gek veel gedaan, anders dan door de stromende regen naar het dichtstbijzijnde restaurant gewandeld om daar eens even heerlijk te genieten van een trio van wild en voor Ilse een vegetarische quiche zonder vlees.

Zaterdag zijn we, geheel tegen mijn natuurlijke driften in omdat ik de schurft heb aan rondhangen in drukke stadscentra, Nijmegen in geweest. Het centrum dus. En ondanks dat Nijmegen de naam heeft een mooie stad te zijn, moet ik bekennen dat ik er bar weinig aan vond.
Ze hebben er net als in Rotterdam een soort van koopgoot, waar je van alles kan kopen.
En ik moet toegeven: er zijn delen in het centrum echt wonderschoon. Maar dan loop je zo'n prachtige straat uit, om vervolgens serieus oogpijn te krijgen van de welhaast communistische jaren '50 lelijkheid aan beton voor je te zien.
We hebben er leuke dingen gekocht, en fantastische dingen ook niet gekocht. Maar vooral: we hebben er heerlijk rondgelopen, en fijn van elkaars gezelschap genoten.
Een gevalletje van: ik heb net een hele dag met mijn echtgenote doorgebracht, eigenlijk best een leuk mens.

In de avond zouden we naar een film gaan in de bioscoop gaan in het niet-zo-heel-erg-pittoreske dorpje Lent.
En hier beging ik dus mijn tweede intense fout in het verkeer.
Ik draaide de parkeerplaats op, en (tot mijn verdediging) het was er ongelooflijk onduidelijk donker. Dus ik volgde zomaar een baan, waarvan ik dacht, dat die ons zo dicht mogelijk bij de ingang van de bioscoop af zou zetten.
Die baan echter, bleek het voetpad dat de parkeerplaats met de ingang verbond.
Het viel me eigenlijk pas op, toen ik alle auto's aan die baan geparkeerd zag staan. En maar mopperen over al die mensen die voor mijn wielen paradeerden.

Uiteraard kwam daarmee ons fijne weekendje tot een einde.
We reden op ons dooie akkertje naar huis, en tijdens die trip wilde ik een dikke volvo in halen. Ik gaf naar links aan, schoof op, en versnelde. Meneer in de volvo deed dat dus ook. Waarom? Joost mag het weten. Maar die etter bleef maar versnellen, terwijl ik niet eens meer in zijn dooie hoek reed.
Uiteindelijk was ik het zat, en ben ik maar doorgegaan tot hij opgaf. Ik zat toen op de 170.
Fout, ik had dat etterbakje (want in het voorbijvliegen, zag ik dat hij eruit zag als een 17 jarig etterbakje dat onder begeleiding van zijn etterbak vadertje zijn eerste ritjes in een dikke bak mocht maken) natuurlijk ook gewoon kunnen laten gaan. En weer naar rechts kunnen schuiven.
Maar dit soort acties van de medeweggebruikers vind ik altijd schijt-irritant. En nu was het zondag, rustig op de weg voor me, en kreeg ik het van de mongoloide stupiditeit van etterbak-papa en etterbak-ettertje gewoon op mijn heupen.
Mijn intense vermoeidheid zal hier meespelen, of mijn toch al niet in grote getalen aanwezige geduld.

En toen kwamen we thuis.
Ik had door de politie een bewegingsdetector laten plaatsen die aangesloten is op het nummer van de politie. Als er boeven zijn, gaat de bewegingsdetector af, en dan komt de politie er rap aan om de onverlaten op te pakken. Ten minste, dat is het idee erachter.
Of het werkt, kan ik niet zeggen, want er is niet ingebroken. Het idee erachter staat me wel aan.
Maar ja.
Voor thuiskomst, moesten we bellen, zodat de politie het spul ook weer kon weghalen. En aldus te voorkomen dat ze met zwaailichten, toeters en bellen ons zouden komen lichten.
Dat zijn van die momenten dat we echt serieus eventjes de kop erbij moeten houden. En dat is wel een dingetje. In huize Ilse en Marnix.

Inmiddels heb ik ook net eventjes een kerstboom gekocht.
Leuk om met Jente op te tuigen.
Het wederom een keurig boompje geworden. Dik buikje, lange nek. Net als ik. Voelde heel vertrouwd toen ik die uit het rek bij de plaatselijke grutter trok.

Hoewel de airbnb erg mooi was, was het bed niet helemaal ons ding. Erg krap en met een tweepersoons dekbed in plaats van 2 éénpersoons dekbedden was het voor ons weer als vanouds knokken om de deken.
Het was een mooi weekend, we zijn beiden bekaf, maar het heeft ons hopelijk wel goed gedaan voor de langere termijn.


donderdag 6 december 2018

Update.

Ik kom niet graag uit voor mijn zwakheden. Wie wel. Zwakheden camoufleer je. Verdoezel je. Stop je weg met een labeltje: later effe bijpunten.
Een van mijn zwakheden is dat ik het lastig vind om om hulp te vragen. Zeker in situaties, waarvan je wel weet dat je er hulp bij nodig hebt, maar waarvan je ook niet echt duidelijk hebt wat die hulpvraag dan precies moet inhouden. Waar je precies hulp bij nodig hebt.
Mijn accu heeft hetzelfde gedrag als die van mijn gewezen en vermaledijde IPhone. Moeilijk op te laden, en je ziet hem leeglopen waar je bijstaat. Nu goed, een bekend verhaal, ik heb er reeds over geschreven.
Vorige week plugde ik uit. Met een groot gevoel van schaamte en falen vertrok ik halverwege de repetitie naar huis. Op. Jankend.
Gelukkig kon ik op veel begrip rekenen. Ik moest maar ff bijrusten. Oke, dan zie ik jullie over 2 jaar wel weer. Zó moe voelde ik me.
En gesterkt door die steun van mijn collega's/ leidinggevende, kwam ik ook een beetje tot rust. (Mijn collega's zijn hun gewicht in goud waard. Als ze wat zwaarder zouden zijn, zou het zelfs realistisch zijn).
 Het is zeker niet wat het zou moeten zijn. Dat zou ook te mooi zijn. Maar ik wil koste wat kost de gang naar een bedrijfsarts overslaan, en het zelf oplossen. En dat kan zo ook. Hoe dan ook niet zonder hulp, maar ik kan nu nog zelf kiezen voor hulp in plaats van dat het noodgedwongen moet.
En er komt hulp. Dat weet ik. Dat is fijn. Ook die zal geen ijzer met handen kunnen breken, maar misschien net dat stukje toe kunnen voegen waar Ilse en ik baat bij hebben.

Een paar dagen later, was het gisteren. En gisteren was het Sinterklaas. Dat vierden we bij Opa en Oma. Opa had de buurvrouw gecharterd om even op de ramen te bonzen. Want Sinterklaas had het heel druk, dus die had alleen maar tijd om op de ramen te bonzen, en misschien wel wat kadootjes in de gang te zetten.
Aldus zaten we in spanning te wachten. Zou Jente wel zoet genoeg zijn geweest het afgelopen jaar? En jawel: daar klonk het gebons op (en bekant door) de ruiten. Jente gillend van opwinding naar de gang, en daar stonden meer kadoos dan mijns inziens goed is voor zo'n klein hoopje mens.
Maar wat had ze het naar haar zin. Wat was ze uitzinnig van opwinding van barbiepop, alpacaknuffel die groter is dan zijzelf, een paar boeken, wat spelletjes en meer lekkers dan haar mondje in 3 jaar weg zou kunnen kauwen. De blijdschap op haar smoeltje is zelfs door een zeer getalenteerd (woord)kunstenaar met geen pen te beschrijven (tekenen).
Zelf had ik niet zoveel wensen. Eigenlijk maar één.
Mijn muts van enkele jaren oud, was finaal door zijn elastiek heen gegaan. Zakte bij kans over mijn ogen heen, zo slap was dat geworden. (En ja, dat heeft ook met mijn uitzonderlijk dikke kop te maken, om die grap maar vast voor de voeten van Jan met de Lolbroek weg te maaien).
Dus ik wilde een blauwe muts met een pompon erop.
Op het platform van Schiphol kan het bitter koud zijn, en dan is een lekker warme muts toch wel een fijn ding. En omdat ik nog nooit van mijn leven een muts met pompon had, wilde ik dat dolgraag. Vooral omdat ik mannen en vrouwen die een muts met pompon dragen altijd bijzonder aandoenlijk en charmant vind. Mannen en vrouwen die een muts met pompon dragen, kunnen niet anders dan vriendelijke, vrolijke mensen zijn. Dat wilde ik dus ook. En nu heb ik die. Ik heb er helemaal verguld mee.  Hoewel nog niet bewezen is, dat ik vriendelijk of vrolijk ben, maar dat geheel terzijde.
Had ik maar één wens? Nou nee. Maar de wensen die ik verder heb, koop ik zelf wel, omdat het allemaal te specifiek is. En die andere wens...
Laat ik zeggen: het is jammer, en pijnlijk dat ik gewoon te moe was om met alle opwinding van Jente goed mee te kunnen doen. Dat ik eigenlijk wat weinig heb kunnen genieten van haar blijdschap en opwinding over alle kadootjes van de goedheiligman.
Tuurlijk: ik was best blij voor haar. En ik genoot er heel best van. Maar toch op halve kracht. En dat, zo realiseer ik me, is best frustrerend.
Daar heeft ze, als het goed is, niks van gemerkt. Opa en Oma hebben lol voor 10 en pakken veel zaken erg fijn op. Ook die mensen zijn hun gewicht in goud waard, het is alleen jammer dat ze niet wat zwaarder zijn.

Omdat ik toch ook iets vrolijks wil schrijven, een kleine beschrijving van een busritje, met een wat bijzondere meneer. Dit speelde ook alweer een ruime week geleden. 

Het was een belangrijke man, dat zag je aan alles. Een rijzige gestalte. Een geprononceerd hoofd, kalend. Borst vooruit (en dat kostte, gezien de omvang van zijn buik nogal wat moeite) en kordate bewegingen. Continu in zijn mobiele lulijzer aan het kakelen. Of snauwen.
Ja, snauwen. Want zijn gezichtsuitdrukking tijdens dat gesprek, was niet bijster vrolijk.
En toen dat kind, dat per ongeluk al spelend voor zijn voeten belandde. Het werd nog net niet weggeschopt.
Dure kleren ook. Gesteven maatpak, zo leek het wel. En glimmende loafers aan zijn voeten.
De gate ging open, voor de "sky-priority" members. Of hoe dat ook heten moge. Alle elitepassagiers mogen dan als eerste boarden.
Bij het busvervoer is dat een wat loze kreet, want iedereen neemt plaats in dezelfde bus, en dus moeten alle elitepassagiers alsnog in een volle bus. Maar soit.
De meneer wist niet hoe snel hij alles en iedereen te snel af moest zijn, om als eerste maar in die bus te geraken.
En in de bus, tegen de voordeur aan te leunen, want dat zou kunnen betekenen dat hij als eerste de trap op mag sprinten, zo het vliegtuig in.
Ik moet daar altijd een beetje om grijnzen. Het is zo nutteloos. Dat vliegtuig vertrekt geen seconde eerder dan dat de laatste passagier zit, maar dat is een gegeven waar veel mensen weinig van lijken te snappen.
Wat ik wel vervelend vind is dat mensen die tegen mijn voordeur komen aanleunen, mij het zicht naar rechts ontnemen. Meestal "bonjour" ik die dan ook naar achteren. Ten slotte moet ik wel mijn werk kunnen doen, en als ik van rechts iets mis, is zo'n oversized sardineblik echt niet bestand tegen een bagagetrekker die zich een weg naar binnen baant. Bovendien: de gele lijn op de grond geeft aan waar passagiers niet meer horen te staan, en als ik ze toesta om daar wel te staan, ben ik de klos en mijn baantje kwijt. En dat gaat me nu net eventjes te ver.
Maar goed, ik stond maar te wachten, want we werden niet afgestuurd. En dat wachten werd wat merkwaardig.
De meneer kwam namelijk vragen waarom we niet vertrokken. De bus was toch helemaal vol, nietwaar? En hij als priority-member, zou toch niet zolang hoeven wachten, vond ik ook niet?
Ik zei vriendelijk tegen de man, dat we zouden vertrekken als het vliegtuig klaar was, en dat ik dan een seintje zou krijgen.
Dat bleek niet helemaal het antwoord te zijn dat de man horen wilde, en mopperend ging hij weer tegen de deur staan leunen.
Die bus was overigens met maar 20 man nog lang niet vol, en er zouden er nog zeker 20 bijgepropt worden.
Maar goed, die mensen waren er ook, dus ik kreeg een vrolijke zwaai van de meiden binnen, ten teken dat ik kon vertrekken en de tweede bus op kon roepen.
Nu is het bij die bussen zo dat de voordeur naar binnen klapt als hij open gaat, en dus van binnenuit ook weer dichtklapt. Dus bij het sluiten van de deur, zei ik dat de meneer moest opletten bij de deur, en daarop sloot ik de deur. Komt die er nog bijna tussen.
En toen begon het gelazer pas echt.
Omdat ik dus veilig wil rijden, en daarvoor echt mijn voordeur nodig heb voor het zicht naar buiten, verzocht ik de meneer om naar achter te stappen, achter de gele lijn op de grond.
Het gesprek dat daarop volgde ging ongeveer zo:
Ik: Meneer, zou u achter de gele lijn willen plaatsnemen, ik heb mijn deur nodig om u allen veilig te vervoeren.
Meneer: Ik sta hier prima, en jij kunt makkelijk om me heen kijken.
Ik: Meneer, ik kan niet makkelijk om u heen kijken, u hindert namelijk mijn zicht, zou u naar achteren willen stappen.
Meneer: ik ben sky-priority member. Sky-priority member. Dat betekent dat ik meer rechten heb, en daar betaal ik voor.
Ik: u betaalt dus ook voor veilig busvervoer op schiphol, en daarbij heb ik uw medewerking nodig, en dat betekent dat u toch wel enigszins mijn aanwijzingen moet opvolgen. Zoals op heel Schiphol, overigens.
Meneer: ik heb priority, en ik wens verder niet te debatteren met u. (Zo zei hij dat echt, alsof er een debat nodig is over veiligheid).
Ik (was het helemaal zat): meneer, als u geen prioriteit geeft aan uw veiligheid, en de veiligheid van de andere passagiers, dan laat ik de marechaussee komen, die u met heel veel prioriteit naar een kamertje zullen brengen alwaar u kunt uitleggen wat precies de prioriteit is van uw wens tot het saboteren van het begin van een veilige vlucht, die u overigens in dat geval gegarandeerd zult missen. MIJN prioriteit is namelijk veilig vervoer, en dat staat u letterlijk en figuurlijk in de weg. Ik vertrek pas als u met ongelooflijk grote prioriteit naar achteren schuift.
Dank u.
Ik geloof dat de man een beetje geschokt was door het feit dat een simpele buschauffeur hem letterlijk en figuurlijk op zijn plek zette, maar soms is dat nodig.
En het gekke is: de mensen waarvan je denkt dat ze het slechtste mee zullen werken, zijn de meest aimabele mensen, en de mensen waarvan je denkt dat ze beschikken over enig niveau, blijken gewoon ongelikte beren te zijn.






Uiteraard moest ik hierom grinniken. Ik vraag me soms wel eens af wat er precies in zo'n hoofd omgaat. En wat voor baan en gezinsleven zo'n kerel dan heeft. Of die erg gelukkig is, met hoe het gaat. En wat hij zelf nu vindt van zijn eigen houding. Op dat moment heeft het bitter weinig zin om die discussie met zo iemand aan te gaan, maar ik zou er best wat voor over hebben om zo'n man later nog eens te spreken en hem dat te vragen. Gewoon uit interesse. Hoe kom je er toch op.

Maar goed. Op naar een goede nachtrust. Hoop ik.





Cheers Corona

 Dit vergeet ik in elk geval nooit meer. Mijn lijf heeft al heel wat truckjes uitgehaald om me dingen mede te delen. Sommigen waren zeer ter...