maandag 27 februari 2017

Jente de sloper...

Het is zondagochtend. Ik ben behoorlijk uit mijn hum, want ik heb min of meer noodgedwongen de nacht zonder mijn geliefde darth-vader masker doorgehaald.
Dat zit zo:
Vrijdag was ik al niet echt lekker; zaterdag begon de hoest en de neus, en zaterdagavond was ik gewoon verkouden. Boem.
En mijn neus deed verwoede pogingen om een flinke waterval na te spelen.
Dat slaapt behoorlijk vervelend. Je voelt aan de kriebel in je neus dat er een druppel dunne snot naar buiten kruipt.
Dat soort druppels zijn echt mega-frustrerend, want het gaat irritant langzaam. Niet effe snel in een mooie rappe lijn naar buiten. Nee, die druppel moet elk plekje in je neus waar hij langskomt eventjes kriebelen.
Als je geen cpap draagt, is het een kwestie van in je half slaap je neus langs je kussen halen, want voor de vlekken hebben we een pracht van een nieuwe wasmachine. Maar als je wél een cpap hebt, dan moet je dus eerst dat ding uitzetten. (Anders waait het permanent ín Ilses haar). Dan dat masker los, dan een zakdoek vinden, snuiten (ondanks het gekriebel toch een beetje subtiel, anders wordt Ilse wakker, en als ik echt een beetje doorjank, dan Jente ook), masker weer vast, cpap weer aan, en dan slapen, ware het niet dat er nu een druppel in je linkerneusgat je leven zuurmaakt.
Ergo: hel!
Dus maar zonder cpap slapen, als ik verkouden ben, ben ik toch niet te genieten, dus dan maakt een nachtje beroerde slaap ook geen donder meer uit.
Jente was zondag ook al lekker vroeg wakker, Ilse nog niet en dus was het mijn beurt om Jente mee naar beneden te nemen. Haar tussen haar speelgoed te zetten, en beetje gezellig kletsen, spelen, en pap voor haar maken.
En dat dus met een wat gaar hoofd vol van snot, slijm en een slecht humeur.
Jente kan daar weinig aan doen, en bovendien een lach van haar is in staat om mijn allerslechtste humeur te doen smelten.
Dat wil zeggen, als het bij spelen, kletsen en eten blijft.
Dat deed het gisteren dus niet.
Jente heeft namelijk de laatste tijd de onbedwingbare behoefte om met van alles en nog wat te smijten. God mag weten waar dat kind het vandaan haalt, maar inmiddels begint het vervelende, destructieve vormen aan te nemen.
Dat ze af en toe eens een boontje door de lucht laat schieten, alla. Hinderlijk, maar niet iets dat niet met een hygienisch doekje niet weg te werken is.
Dat ze met speelgoed smijt, dat daar niet voor bedoeld is, is hinderlijker. Want in de regel smijt ze met speelgoed dat daar niet voor gemaakt is, maar wel lekker stuitert, en ik ben bang dat ze nog eens met haar woeste gedrag dwars door de met glas bekleedde binnendeur heen gaat.
Bovendien maakt het gewoon een takkeherrie, en daar zit papa op de vroege morgen niet op te wachten.
En geloof me: we proberen haar elke keer weer te corrigeren. Haar te wijzen op haar stoute gedrag. En dan is het kind de personificatie van Oost-Indisch doof. Dus dan gooien we haar in haar stoel, en in een hoek. Echt veel indruk maken doet het nog niet. En eerlijk gezegd: we hopen dat het een fase is.
Gisteren dus. Ik was niet lekker, hoestig, snotterig. En Jente heel vrolijk.
En uiteraard weer lekker losbandig. En haar losbandigheid bereikte een hoogtepunt. Of dieptepunt. Het is maar net hoe je het bekijkt.
Op de een of andere manier waren we vergeten een groot longdrinkglas op te ruimen. Zoéén van de Ikea, zo'n hele dikke, 8 hoekige, weet je wel.
Zoéén waarvan je stiekem aanneemt dat het van veiligheidsglas is, en dus niet kapot kan.
Nou....
Het kan kapot hoor.
 Ik was bezig met een bord pap voor Jente, en ik hoor een gigantische klap.
Ik kijk, en zie dat de hele vloer voor de bank bezaaid is met scherven.
Kut.
Ik heb een probleem. Want niet alleen de vloer vóór de bank glinstert prachtig van ons verruineerde glas, ook naast de bank en richting de keuken liggen scherven in alle soorten en maten.
Ik loop op blote voeten, en mijn slippers liggen bij de tuindeuren. Ook onder het glas.
Als een soort van strip-twisterende Houdini, slaag ik erin om zonder mijn voeten te verwonden bij mijn slippers te komen, en ze uit te kloppen. Woedend ben ik. Kwaad mopperend en zo geciviliseerd mogelijk vloekend graai ik Jente van de bank, gooi haar over mijn schouder en stamp naar boven.
Hoppa, op bed met dat kind.
Aangezien het Ilse was die haar glas limonade vergat op te ruimen, had ik moreel geen bezwaar tegen mijn lawaaiige entree op de bovenverdieping, en mijn net zo lawaaiige exit.
Woedend ben ik niet alleen op Ilse omdat ze vergat op te ruimen, maar ook op mezelf, dat ik dat glas over het hoofd zag, terwijl ik weet dat Jente om een voor ons onbegrijpelijke reden overal maar mee wil smijten.
Woedend over het feit dat ik dus nu de hele vloer kan gaan schoonmaken, opruimen en alle kieren en gaten kan gaan controleren op kleine geniepige pest-scherfjes, die zo klein zijn dat je ze makkelijk over het hoofd ziet, tot ze je verwonden.
De scherven lagen tot op de bank en op de hocker (wat een woord. Vroeger heette zoiets een poef, maar nu heet het, hipster-verantwoord: hocker. Uitgesproken terwijl je doet alsof je een kokende aardappel tussen tong en strot hebt zitten en je eigenlijk wil kokhalzen omdat je een rottende garnaal ruikt).
Omdat ik nog wel de tegenwoordigheid van geest had om te beseffen dat ik niet meteen de stofzuiger erop moest zetten (iets met het beschadigen van je motor) moest ik dus eerst op handen en knieen om alle scherven met blik en veger bij elkaar te vegen. En dan pas met de stofzuiger tekeer gaan. 
Inmiddels loop ik weer met blote voeten door het huis. En heb ik alles wat ook maar enigszins breekbaar is, buiten grijpafstand van Jente gezet.
En toch vond ik net nog een scherf. Drie tot vier keer met de stofzuiger de hele vloer gedaan, en nog een scherf aantreffen. Alsof dat kreng zich verstopt had, om alsnog de kans te krijgen mij, mijn dochter, mijn vrouw of mijn twee katten al dan niet dodelijk te verwonden.

Maakt het ook uit. Het is maar een klein ongemakje.
Deze ochtend was Ilse al vroeg weg. En zit ik weer met ons kleine draakje alleen thuis. Te lezen, te stoeien, te spelen.
Dan hoor ik haar jengelen. Ze wil haar pop in de poppenwagen. Doet papa wel even.
Het is niet genoeg... De pop moet ook vast in de riempjes. Doet papa wel even.
Het is nog niet genoeg... De pop was blijkbaar uitgekleed en Jente wil de pop wel netjes gekleed in de wagen hebben (gelukkig, een zedige dochter. Dat valt even mee). Doet papa wel even.
Maar toch niet zonder besmuikt even naar buiten, naar de achterburen te kijken, of er niemand ziet met wat voor gekkigheid de achterbuurman zich bezig houdt.
Het voelt toch wat apart. Mijn dochter aankleden is geen probleem, maar haar pop aankleden... Waarschijnlijk zal het daar niet bij blijven, want Jente wordt groter en dus zal ik wel meer dingen moeten gaan doen. Haar in een prinsessenjurkje hijsen. Of zo. Meespelen met haar kinderfantasietjes.
Die babytijd was zo gek nog niet, geloof ik...


maandag 20 februari 2017

Nieuws...

Het gebeurt niet zo vreselijk vaak, maar soms kun je pech hebben: de bus waarmee je reist, vliegt in de fik.
Dat is op zich heel vervelend, want dan moet je weer aan je baas gaan uitleggen waarom je nu al voor de 6e keer deze week te laat op je werk komt.
Ook kan het gevaarlijk zijn: veel onderdelen van zo'n bus zijn van plastic, en als dat fikt, kun je de rook maar beter niet inademen. Tenzij je zelf rookt, dan lijkt het me niet zo'n bezwaar.
Plus dat dergelijke hitte ook gewoon niet comfortabel is.

In Australië vatte een bus vlam. Best jammer. Vooral voor de drie passagiers die behandeld moesten worden, omdat ze rook hadden ingeademd. (Blijkbaar geen rokers).

Het nieuwsbericht hierover meldde ook dat er een passagier was die om een wel heel bizarre reden die fikkende bus weer in stormde.
De man wilde namelijk, vóór dat die bus helemaal in de as was gelegd, nog snel even uitchecken. Want hij wilde voorkomen dat hij een hogere ritprijs moest betalen.
Juist.
Zeeuwser dan dat kom je het niet meer tegen, geloof ik.
Een brandende bus inrennen omdat je vergeten was om je duttende oma te evacueren, snap ik.
Een brandende bus inrennen omdat je je laptoptas met geheime documenten wil redden, snap ik.
Een brandende bus inrennen omdat je de hond van de buurvrouw had laten liggen, terwijl je eigenlijk beloofd had om niet naar het winkelcentrum te gaan, maar naar het plaatselijke losloopveldje, en het wel heel erg lullig overkomt als je een hotdog aflevert, snap ik ook nog allemaal wel.
Maar uitchecken?
Dus om een paar schamele dollars, riskeer je dat je zelf in een wandelende fakkel verandert. Die man heeft calvinistische roots. Ik weet het zeker.
Overigens: de bus werd tussen twee haltes aan de kant gezet, en dus maakte het uiteindelijk voor de ritprijs niet meer uit. Los daarvan: als ik dat ov-bedrijf was, zou ik alle passagiers compenseren.
Hier het nieuwsbericht.

 Ook uit het nieuws.
En wederom zo'n verschrikkelijk stomme, domme, achterlijke anti-held.
Een lulletje rozenwater die in een roze onderbroek op zijn fietsje stapt, en zichzelf laat filmen terwijl hij over de snelweg gaat fietsen.
 "Wie heeft dit ooit gedaan? Niemand. Doe me na, in mijn onderbroek".
Dit is zijn praatje aan het begin van zijn filmpje. Dus, hij verzoekt mentaal niet zo stabiele mensen om ook in zíjn onderbroek dat filmpje na te spelen. Precies waar we op zaten te wachten. Er zijn al zoveel malloten op de snelweg te vinden, laten we daar inderdaad nog maar wat aandacht-tekort-komende ezels aan toevoegen...
Maar... "Doe me na, in mijn onderbroek". Zou dit nu een typo zijn van NU.nl? (Ik ga niet kijken, want dit stuk uitschot belonen met een extra "view", wil ik pertinent niet).
Of bedoelt hij letterlijk: Kom mijn onderbroek lenen (brrrr) trek aan, en ga ook op je fietsje over de snelweg.
Ik vraag me af hoe deze half-primaat gaat reageren als een iets minder oplettende (of gewoon iemand die echt niet meer kan anticiperen omdat je nu eenmaal geen halve gare op een fiets verwacht op een snelweg) automobilist over hem heen rijdt, daar op de snelweg. Gaat hij dan net zo """"stoer"""" zijn en alle schade vergoeden, of is het dan janken? Ik denk dat ik het wel weet: dat soort tuig is heel stoer, maar als het op echte mannelijkheid aankomt, zijn het net kinderen van Jente's leeftijd. Niet in staat om de consequenties van hun daden te overzien. En dat ook niet willen.
Inmiddels weet ik hoe het voelt om een fietser aan te rijden. En ik heb altijd gekwaakt dat ik geen moeite heb om fietsers te raken die zich aan geen enkel verkeersregeltje houden. Die door rood rijden, onverlicht rijden, die geen voorrangsregels willen eerbiedigen.
Uiteraard moest ik dus een fietser aanrijden, die wél voorrang had, die wél op de juiste rijbaan reed. Die, kortom, zich wel aan de regels hield.
En een fietser aanrijden is gewoon kut. Je schrikt jezelf helemaal de tyfus.
Stel nu, je rijdt een fietser aan die op de snelweg rijdt. Dat verwacht je al helemaal niet. Daar sta je dan, helemaal flabbergasted. Inmiddels weet ik dat een menselijk lijf een klap tot 50 km/u verwerken kan. Maar als je met 100 km/u over dat strontvervelende pestjong heenrijdt, dan kan ik me zo voorstellen dat de restanten ernstig gaan lijken op de inhoud van 400 gram half om half gehakt van de Albert Heijn.
En dan ook nog oproepen om dit na te doen...
Dan ben je toch gewoon koning Lemming. Suicidaal, en hopend dat je nog een paar mentaal achtergebleven faalhazen met je meeneemt.
Ik zeg: oppakken, en de rest van zijn leven in een gesloten inrichting, ver van fietsen, wegen, straten en sporen houden. Heb in vredesnaam medelijden met de argeloze automobilist die er ook allemaal niks aan kan doen.
Hier het nieuwsbericht.

Nog zo'n nieuwsbericht dat mijn maagzuur doet borrelen van walging.
in 2011 schoot een waanzinnige gek een paar mensen dood in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn. Heel zuur. Afgrijselijk. Afgrijselijk voor de slachtoffers en nabestaanden.
Inmiddels zijn we 6 jaar verder, en kan dit hoofdstuk nog steeds niet afgesloten worden. Want een stel hebzuchtige advocaten hebben besloten dat na de politie, de staat nu de ouders van deze Tristan van der Vlis aangeklaagd moeten worden, wegen nalatigheid. Omdat zij niet hebben voorkomen dat hij om zich heen begon te schieten.
Alsof je een gek met moorddadige neigingen tegen kan houden.
De ouders van Tristan zijn evenzeer slachtoffer, als de andere nabestaanden. En nu krijgen ze andere ouders (onder leiding van geldwolven van advocaten) over zich heen.
Allemaal om hun verdriet te gelde te maken.
Wat willen die lui bereiken?
Zelfs al graai je de laatste centen van de familie van der Vlis weg, hun nabestaanden komen niet terug. Al breng je die mensen tot een faillisement, die overledenen blijven dood, heus.
Ergens heb ik wel genoeg empathie om me te realiseren dat de nabestaanden bloed willen zien. Ergens snap ik dat op zich wel.
Wat ik echt niet snap, is dat er dan allemaal juristen-gespuis opstaat, en gaat kijken of er (vooral voor zichzelf) een dikke financiele sla uit te slaan is. Dat juristen-gespuis had gewoon moeten zeggen:"lieve mensen, tijd om te proberen dit op een andere manier op te lossen, hier is het nummer van een psycholoog, gespecialiseerd in rouwverwerking". Maar nee, laten we kijken hoeveel duizenden euro's we uit al dit leed en verdriet kunnen peuren.
Dit zijn van die Amerikaanse toestanden. Maar goed, met de mogelijke komst van Wilders, zullen we ook dat soort achterlijkheid naar Nederland halen, en dus past het wel... Helaas.




 




dinsdag 14 februari 2017

Marnix de bouwer.

Vaak zat heb ik lopen koketteren met mijn onhandigheid. Vraag mij om een distributieriem van een auto te vervangen, en dik kans dat je auto rijp is voor de sloop.
Vraag mij om een badkamer van lekkages te ontdoen, en ik heb hulp nodig, want ik heb stellig het idee dat ik de lekkage alleen maar erger maak.
Een wasmachine of koelkast repareren? Nou, doe maar niet, want dat is vragen om ellende.
De oude koelkast die we hadden, hebben we dus ook vervangen voor een tijdelijk exemplaar. En dat exemplaar maakt soms geluiden alsof hij helikoptertje speelt.
De wasmachine hebben we, dankzij mijn vader, vervangen voor een exemplaar dat zó stil is, dat we ons afvragen of hij het uberhaupt wel doet.

Maar eigenlijk vraag ik me wel eens af of ik wel zo onhandig ben als ik denk.

Met het opdoeken van mijn "mancave" (ik vind dat zo'n truttig Libelle/mijn geheim/Linda woord. Mancave. Alsof de man in een gezin maar blij mag zijn dat hij zich af en toe even terug mag trekken. De burgerlijke truttigheid van dat soort ongeemancipeerde kutblaadjes druipt van dat woord af, daarom heb ik het omgenoemd naar mannen-terugtrek-hol, gewoon om Libelle/mijn geheim/Linda/andere damesblerf blaadjes- lezende vrouwen te stangen. Er gaat namelijk iets vreselijk ranzigs, iets vreselijk ongeemancipeerds van uit) staan mijn modellen en de Citoën-bank olijk in de slaapkamer te pronken. Niet heel erg optimaal, dat moet ik zelfs toegeven.
Die bank (hoezeer ook gaaf) staat eigenlijk totaal ongepast vreselijk veel ruimte in te nemen. En helaas: vrouwlief wil het ding niet in de woonkamer hebben. Gek genoeg vindt ze hem niet mooi.
Mijn modellen staan in een grote kast op de slaapkamer. Ik krijg nogal eens wat bezoek van vriendjes uit de kringen van de verzamelaars/Citrofielen wereld, en om die mensen nu gelijk mee te tronen naar de slaapkamer, is toch wat "awkward". Ze zullen er maar rare ideeën bij krijgen.
Iemand wees mij op de toch wel heel erg grote, lege muur tussen eettafel en keuken, maar ook hier werd Ilse niet meteen denderend enthousiast.

Omdat ik toch niet helemaal overtuigd was van de huidige locatie van mijn verzameling, ben ik maar eens gaan nadenken. Het idee voor die locatie heb ik van een vriendje die een mooie en bomvolle vitrinekast heeft op de overloop van zijn huis.
Alleen: koop maar eens een vitrinekast. Die krengen zijn gewoon stervensduur als je ze nieuw koopt, en tweedehands zijn ze vaak (altijd) gewoon net niet naar mijn zin. Te hip, of te weinig planken. Te ouwelijk en te duur. Of te beschadigd. En altijd de hoofdprijs, zelfs voor een tweedehands.
Toen ik op een goede wintermorgen naar de voordeur liep, viel mijn oog op wat sloophout dat er lag van onder andere het project "citroen-bank". BOEMMMMM!!!!! Waarom zou ik niet zelf een kast bouwen?
Met een meetlint ongeveer bepaald hoe groot ik het zou willen hebben.
In verband met Jente, kan ik dus niet echt op kinderhoogte modellen stallen, dus de onderkant van die kast moest een dichte kast worden.
Ruwweg gemeten wat dan de hoogte moest worden, wat de maximale breedte mocht zijn, en de maximale diepte (ten slotte wil ik niet dat die kast zó groot wordt, dat diverse deuropeningen geblokkeerd zouden worden).
En toen ben ik, met het sloophout (ook zeker met dank aan de leverancier van de vaatwasser, want dat ding werd ingepakt bezorgd, en in dat verpakkingsmateriaal zaten heel veel hardhouten latten die perfect waren voor het frame) een frame gaan maken.

Eigenlijk wat onhandig, aangezien het een kast is die gemaakt is uit planken, had ik beter eerst de planken op maat kunnen zagen, en die vervolgens met kleine latjes aan elkaar schroeven. Maar goed al doende leert men.
Al doende leert men. Bij het maken van dit frame, had ik niet genoeg aan die hard houten latten, maar gelukkig stonden er in de schuur nog lange, vurenhouten balken. Daarmee uiteindelijk het frame weten af te maken. Staat als een huis.
Vervolgens dus bij de Gamma een stapel planken gehaald.
3.30m is erg lang. Zelfs mijn lange, grote auto krijgt dat niet weggeslikt. Goddank staat er na de kassa bij de Gamma een tafel met een zaag, zodat je je aankopen kunt inkorten. (Wat een slechte baggerzaag, probeer het maar. Het ding is gewoon zó bot, dat je evengoed de achterkant van het ding kan proberen te gebruiken, werkt waarschijnlijk even goed).
Eenmaal weer thuis kwam ik erachter waarom vurenhout redelijk goedkoop is. De knoesten flikkeren eruit als je de zaag (thuis een hele goeie zaag!!!) hanteert, en als je begint te schroeven, splijt het hout.
Al doende leert men: voorboren en het splijten is niet meer een probleem. En zelfs met wat onverwachte spleten: het misstaat niet in een handgebouwde kast. Geeft het juist wat extra "cachet".

Uiteraard heb ik me bij het opmeten van de wat meer cruciale delen vergist: De deurtjes bijvoorbeeld waren eigenlijk iets te kort. Korter dan ik me had voorgesteld, korter dan ik in eerste instantie had opgemeten. Blijkbaar had ik iets anders in mijn hoofd dan ik had opgemeten.
Al doende leert men: dan verplaatsen we toch een dwarsbalk een beetje. Dan lijkt het net alsof het geen meetfout is.

Al doende leert men: schroeven gebruiken die een fractie te lang zijn... Jammer is dat. Dan steken er dus twee van die geniepige punten uit. Die moeten we (als ik alle onderdelen weer gevonden heb) maar wegdremelen met de dremel. 

Inmiddels is dus de onderkant van de kast klaar, heb ik niet één, niet twee, maar wel tien splinters uit mijn beide armen kunnen pulken, maar hij staat. En veel gebruik gemaakt van technieken die ik ooit bij het vak "techniek" op de middelbare school, leerde. Of die ik van technischere mensen om me heen oppikte.
Of gewoon, afgekeken van oude meubels, die ik zo her en der aantref.

Toegegeven: het kan vele malen mooier. Ik heb bijvoorbeeld gebruik gemaakt van vurenhout, ipv de duurdere houtsoorten. Ik heb geen houtlijm gebruikt, louter schroeven (en inmiddels ben ik erachter gekomen dat schroeven van 3 euro voor 100 kilo, echt ondingen zijn, die je al sloopt als je met een handschroevendraaier in je handen er naar kijkt), want vurenhout is (waarschijnlijk net als alle andere houtsoorten) niet heel erg recht.
En als ik wat meer discipline had gehad bij het opmeten en het zagen, was het allemaal misschien nét ff wat rechter.
Maar zo ruw en met zijn kloeke voorkomen, heeft het ook wel iets "pionier-achtigs". Of zo.

Er staat nu dus een prima zware en stevige kast op de overloop, die door het overmatige (en wellicht in de ogen van échte meubelmakers onlogische) gebruik van hout en schroeven nog met geen 10 sloopkogels te slopen is.
Omdat ik op een enkele platte kast mijn modellenverzameling alsnog niet kwijt kan, moet er nog een stellage bovenop met heeeeel erg veel planken. En daar ga ik de komende maand over broeden. Hoe ik dat wil gaan aanpakken. En het geheel eindigt (speciaal voor Ilse, want ik hou wel van een houten uiterlijk) met een mooie whitewash eroverheen

Deze kast was ook een beetje een test. Want....
We hebben in de muur in de gang beneden een kapstok. Wie heeft er nu geen kapstok. Maar onze kapstok is zo'n lullig metalen haakjes-rekje. In de muur geschroefd, die dat eigenlijk niet echt aankan. Bovendien is die kapstok te klein voor alle volwassen jassen die eraan gehangen worden, dus het ding hangt niet eens meer op half 7, maar op half 6.
En dat terwijl ik juist wel van zo'n robuuste houten kapstok hou, met veel hang mogelijkheden.
Dus een lange roede met veel knaapjes eraan, veel plankruimte erboven voor van die mandjes, en veel plankruimte eronder om veel schoenen kwijt te kunnen.
Deze kast heeft me in dat opzicht ook het zelfvertrouwen gegeven dat ik niet alleen een toonbare kast kan maken, maar dat een kapstok ook wel gaat lukken.
En wat meer is: ik vind het ook echt ontzettend leuk om te doen. Heel bevredigend.

Hoewel... Mijn lijf is het daar niet helemaal mee eens. Ik zit dit epistel namelijk te tikken met behoorlijk wat spierpijn. Ik heb tijdens het bouwen van die kast namelijk spieren aangesproken, die tot dan toe redelijk weinig emplooi hadden. En nu, vanwege veelvuldig zagen, schroeven vanuit wat rare posities ineens vol aan de bak moesten. Ook de plekken op mijn armen waar ik splinters uit heb getrokken, voelen behoorlijk geirriteerd aan.
Maar in het algemeen: ik ben behoorlijk blij met en trots op het resultaat.





vrijdag 10 februari 2017

In de categorie "OEPS".

De dag begon al wat wazig. Zonder al te veel te krabben, kon ik de reis naar Apeldoorn beginnen. Wel fijn, weinig krabben. Zeg maar gewoon niet krabben. Zicht genoeg. Naja, voor zover dat is, in het donker, maar daar heb ik twee uitstekend functionerende koplampen voor.
Ik draai de rondweg op, en eenmaal 70 km/u rijdend, vliegt er een redelijk groot voorwerp over mijn voorruit, rammelt over mijn dak, en verdwijnt onder de wielen van mijn achterligger. Wat de fuck? Zó dicht reed ik niet op mijn voorganger dat eventuele delen van die auto over mijn auto heen kunnen vliegen.
Maar goed, het was donker, ik kon niet achterhalen of er iets van mijn auto miste, dus toch maar even een vluchthaventje op, om te kijken of ik iets kon ontdekken. Maar zo op het oog miste er niks.
Pas net bij thuiskomst, wist mijn liefste ega mij te melden dat ze (hoe lief) een ruitenkrabber voor me klaar had gelegd bij mijn ruitenwisser. (Dit overigens nadat ze toch het grootste deel van mijn ruit gekrabt had...) Ik was die van mij namelijk kwijt. Maar toen ik instapte, in alle duisternis, was het mij niet opgevallen dat er een ruitenkrabber bij mijn ruitenwisser lag. Dus die is uiteindelijk maar gaan waaien, toen ik snel genoeg reed.

Eenmaal op de kazerne in Apeldoorn lekker met de big band gerepeteerd. Dat is ook wel eens leuk. Big Band. Doe ik niet vaak, dus het is lekker uitdagend om me die timing en geluid goed eigen te maken. Zeker met vriendjes/collega's Jurgen en Martijn die de sectie trekken. Dat is leerzaam. 

 Ik rij de kazerne af. Lekker weekend, dus ik kan gaan klussen aan mijn nieuwe kast.
Rechtsaf, richting de doorgaande weg naar Harderwijk en Ermelo.
Dan moet ik eerst een raar soort dubbel kruispunt over.
Eerst moet ik een 2-richtings fietsbaan over, dus ik rem af, rij nog maar stapvoets. Kijk links, kijk rechts, zie geen fietsers dus ik ga de oversteek maken.
Het volgende punt waar ik moet wachten, is vlak voor die doorgaande weg. Ik trek rustig op (het sneeuwt, en ik heb geen haast) en het volgende dat ik meemaak is dat ik een enorme klap hoor en tot mijn totale verbijstering en grote schrik zie ik een fietser van mijn motorkap afglijden. Vloekend van schrik zet ik mijn auto in de achteruit, om eventuele fiets- en/of lichaamsdelen niet onder mijn auto te laten liggen. Ik stap (nog steeds vloekend van de schrik) uit en trillend op mijn benen (zo voelt dat dus, lood in je schoenen) loop ik naar voren. Half en half verwacht ik een bloederig tafereel, gillend slachtoffer.
Ik kniel neer en goddank is daar een oudere dame die te hulp komt. Het slachtoffer in kwestie gilt niet. Ze is net als ik een beetje groggy van de schrik, loopt wat moeilijk, maar is goed aanspreekbaar. Ze meldt mij en de getuige/behulpzame dame dat het wel gaat, en dat ze maar beter naar huis kan gaan.
Daar zijn wij het niet mee eens, eerst maar eens een veilige plek zoeken, en kijken hoe het werkelijk gaat. En natuurlijk eventuele schadezaken verzekeringstechnisch afwikkelen.
Inmiddels zijn we omgeven door allemaal militaire politie agenten. Dat is het voordeel van iemand van zijn sokken rijden vlak bij een opleidingscentrum van de militaire politie. Er is voldoende blauw voorhanden, en die kwamen dan ook uit alle hoeken en gaten aanstormen.
Nog steeds trillend van schrik leg ik een van de collega's uit wat er gebeurde, maar omdat er geen (ernstig letsel) lijkt te zijn, en ik de zaken toch netjes wil afwerken, besluiten we om thuis bij de lieve getuige/mevrouw even te wachten op de moeder van het slachtoffer.
Het slachtoffer wordt in de auto gezet, een andere collega springt op de fiets, en ik keer mijn auto (nog steeds trillend) en rij er ook maar achteraan.
We worden uiterst vriendelijk en liefdevol ontvangen, in een warme bijkeuken, en worden getrakteerd op koffie. En dan krijg ik even de kans om het slachtoffer de hand te schudden. De getuige/mevrouw was in haar werkzame leven verpleegkundige, dus die had al snel in de gaten dat er niet zo veel aan de hand was, anders dan flink wat blauwe plekken en wellicht her en der wat kneuzingen. En schrik. Vooral heel erg veel schrik. Bij beide partijen.
De moeder van de fietser kwam al vrij rap aan. Bleek van het kaliber "niet snel uit het lood te krijgen". Ze nam de boel in ogenschouw, en vond dat er eigenlijk vrij weinig aan de hand was. (Handig, een verpleegkundige als moeder).
Wel vertelde het meisje dat, toen ze op de grond lag, en ik mijn auto naar achteren zette om mezelf, haar en eventuele hulpverleners de ruimte te geven, dat ze bang was dat ik over haar heen zou gaan rijden. Dus niet alleen rij ik haar van haar sokken, bezorg ik haar ook nog de doodsangst dat ik de klus wel even af zou maken...
Na het doen van ons verhaal, vertrekken we. Ik met achterlating van mijn gegevens. Ik hoop oprecht nooit meer wat van ze te horen, want dan blijft het bij wat blauwe plekken. (Hoewel ik het ook fijn zou vinden om te horen dat het dus goed gaat).
Dit is zo'n ervaring die me lang zal bijblijven en waar ik me de rest van mijn leven me zal afvragen waar die fietser nu in vredesnaam vandaan kwam. Voor wat het mij betreft, kwam ze loodrecht van boven. Ik heb haar niet zien aankomen. Gewoon niet. Ik kijk op dat punt 2 keer links, 2 keer rechts, en nog een keer links. En in alle drie de gevallen dat ik links keek, heb ik die fietser gewoon niet gezien. Niet ver weg, niet dichtbij, gewoon in zijn geheel niet. Tot ze op mijn motorkap landde. Toen zag ik haar. Rijkelijk laat, dat dan wel. 
De hulp die we kregen was waanzinnig. En ik denk dat ik die koffie nu al uitroep tot lekkerste koffie van 2017 (hoewel: Onze nespressomachine heeft ook de geest gegeven. Het ding lekt, en verwarmt niet meer. Daarvoor is dus ook vervanging gekomen, en we hebben dus altijd lekkere koffie tot onze beschikking). Want het was heerlijke koffie, en ook zo noodzakelijk. Letterlijk even bekomen van de schrik.
Ik zal die mensen een bosje bloemen sturen. Gewoon omdat ik waardeer wat ze voor ons gedaan hebben.
Gelukkig was ik dus op spuugafstand van de kazerne, dus toch maar even teruggereden om heel even bij vriendje Paul mijn verhaal te doen, nog wat adrenaline lozen, alvorens ik naar Almere zou rijden.
En dus weer op dat zelfde kruispunt het kunstje moest doen, maar dan het liefst zonder onschuldige fietsers voor hun donder te rijden.

Mijn auto is mij toch wel heilig, maar een mensenleven is heiliger. Ik heb gedurende die hele tijd geen seconde gedacht aan mijn auto, totdat de fietser zich afvroeg hoe het daarmee zou zijn. Tja, dat was even geen prioriteit. Die schade valt gelukkig ook mee. Alles zit eraan, alles zit stevig vast, geen deuken. Alleen een kras. En die ga ik voorlopig even niet laten maken. Komt wel. Eerst maar eens zien dat alles ook echt goed is, en het niet veel verder gaat dan wat blauwe plekken en een enorme adrenaline boost.

Inmiddels ben ik aan het klussen geslagen. Zoals eerder vermeld: mijn mancave is opgegeven, en mijn (groeiende) collectie modellen heb ik dus tijdelijk naar de slaapkamer verplaatst. Dat was toch niet helemaal naar ons zin, dus besloten om zelf een vitrinekast te bouwen. En inmiddels: het frame voor de basis staat. Planken op maat zagen, zodat ik de zijwanden kan maken, en de deurtjes, en dan is het zaak om de hoogte in te gaan. Beetje bijwerken met krijtverf, zodat ik dat vurenhout een white-wash kan geven, en we hebben in de gang een prachtig display voor mijn modellen.
Hoe hobby's uit de hand kunnen lopen, zeg maar.

Maar nu eerst even de laatste schrik en adrenaline kwijt zien te raken. Ook geen manier om het weekend te enteren. En het is niet eens vrijdag de 13e....






vrijdag 3 februari 2017

Mijn trompet...

Een van de laatste lessen die ik van mijn eerste docent kreeg: nooit spulletjes verkopen. Dat deed ik uiteraard toch, en maar in één enkel geval heb ik daarvan spijt als haren op mijn hoofd. Dat was overigens meer een financiele kwestie.
Het was in de tijd dat mijn moeder aan het creperen was aan kanker. Ik gebruikte mijn piccolo nooit, en had dringend geld nodig. Want om wekelijks meerdere keren naar Limburg te rijden, kost klauwen met geld. Niet alleen aan diesel. (4500 liter diesel verstookt puur aan mantelzorg ritjes, heb ik ooit eens berekend, en die berekening was aan de behoudende kant). Maar omdat de kilometers eraan vlogen (bijna letterlijk) was mijn auto sneller en vaker toe aan beurten, en vervangingen van (dure) onderdelen.
Heel gek, maar omdat ik voor die mantelzorgritjes ook het een en ander moest laten schieten aan werk, verdiende ik dus zeker niet meer geld. Maar ja... Die auto moest wel blijven rijden.
Dus maar een rigoureus besluit genomen: de piccolo gebruik ik het minste, levert bij verkoop het meeste op, ergo: weg met dat ding. Dan kan ik blijven rijden, want om je moeder in haar eentje af te laten sterven is ook weer zo wat.
Met een licht gevoel van wrevel nam ik op een sneeuwerige dag afscheid van mijn kleinste.
En heel veel andere opties had ik niet. Ten minste: ik was me niet bewust van het feit dat er andere opties zouden kunnen zijn. En bedelen om geld of hulp, heb ik nooit echt gekund.

Zul je uiteraard altijd zien: heb je dat ding verkocht: stromen de snabbels op die piccolo binnen. Kut.
Gelukkig was daar Peter. Peter is de man achter Dal Segno, en die wilde mij wel een andere piccolo verkopen. Heel klant- en mensvriendelijk. Op het gemakje. Geen problemen. In alle vertrouwen.
Dus kon ik ook zonder al te veel moeite dat soort snabbeltjes aannemen. Fijn. Zo kon ik toch ook weer verder.

We gaan nog wat verder terug in de tijd. 2001. Ik kocht mijn allereerste, eigenhandig, zelf uitgekozen grote bes trompet. Een Olds. Uit 1966. Zag er niet uit, dat ding. Maar spelen als een tierelier. Alle blanke lak had los gelaten. De sporen van een veelvuldig gebruikt, druk leven zaten erin. Maar qua geluid paste het perfect bij me. Olds was als "thuiskomen".
Ik kan er nog heel veel woorden aan vuilmaken, doe ik niet: die Olds was en is gewoon mijn muzikale maatje.

Fast forward 2014-heden ongeveer.

Olds heeft jaren lang in zijn koffer gezeten. Zo af en toe mocht hij er even uit, om te kijken of het nog wat was. Zelfs een keer een enorme beurt gegeven. Maar heel veel spelen, deed ik er niet mee. De jaren zijn hem aan te zien. En daar komt bij dat ik een allergie heb ontwikkeld voor ongelakt messing/koper.
Een allergie die zich uit in vreselijke darmkrampen en dunne poep. Ik krijg het als ik langer dan een uurtje erop speel. Mijn handen worden groen, gaan tintelen en vervolgens moet ik maken dat ik binnen het uur een rustig toilet vind, want mijn lichaam wil al dat messing/koper zo snel mogelijk kwijt. En heeft daar echt wel tijd voor nodig. Vandaar ook een rustig toilet, want niets is vervelender dan een enkel toilet gedurende een flink deel van de dag bezet houden, omdat je net met je beroep bezig bent geweest. Om nog maar te zwijgen van het nogal genante feit dat in een kerk de meeste toiletten niet gescheiden zijn. Of erger nog: er is maar één toilet. Ga dan eens rustig zitten, terwijl er een hele rij aan dames voor de deur staan te hippen voor hun obligate damesplasje. Voelt toch enigszins raar, zelfs voor iemand als ik, die zich aan dat soort futiliteiten niet snel zal storen.
Maar ja.
Dan heb ik dus een waanzinnig fijn instrument (inmiddels 51 jaar oud) in de kast, waar ik waanzinnig veel fijne muzikale momenten mee heb beleefd, kan ik er niet op spelen.
Wat moet ik er dan nog mee?
Ik heb het instrument een aantal jaar geleden te koop aangeboden (ook omdat mijn moeder maar niet wilde sterven, en ik toch echt een beurt voor een auto moest hebben), maar toen wilde niemand hem hebben.
En ook nu. Ik zit heel erg te aarzelen. Wat moet ik er nog mee. Eigenlijk zou ik hem opnieuw van een laklaag moeten voorzien. Maar wat doet dat met het speelgevoel. Met het geluid.
En als ik er toch niet op kan spelen, waarom zou ik hem dan niet verkopen, liefst aan iemand die er zelf op gaat spelen, en niet aan iemand die er 1000 euro bovenop gooit, om hem met winst te verkopen?
Dit instrument heeft voor mij een enorme emotionele waarde.
Aan de andere kant: een trompet is gewoon een dood stuk metaal, met een bepaalde prijs... En liggend in de kast, gaat die er in elk geval niet beter van klinken. Liggend in de kast heb ik er niks aan, en ook het publiek heeft er weinig aan.
Voor de prijs die ik denk ervoor te kunnen vangen, kan ik enorm veel hele gave Citroën modellen kopen. Een paar leuke vissen voor in mijn vissenbak.
Een paar leuke "add-ons" voor mijn auto, zoals houten inleg.
Of een koffiemachine die geen water verknoeit.
Of...
Maar dan heb ik in mijn koffer een groot gapend gat zitten. Een gat in plaats van mijn eerste, meest waardevolle trompet.
Ik zit dus heel erg te twijfelen. Enerzijds: als de trompet de koffer niet uitkomt, is hij per definitie waardeloos. Anderzijds: de spijt die ik als haren op mijn hoofd ga krijgen, zal onverantwoordelijke proporties aannemen.

Dus....
Verkopen of niet....
Lastig.

Mijn nieuwe bril is een instant succes, al kreeg ik vandaag de tip om de een eventueel volgende foto van grotere afstand te nemen. Dat had ik in eerste instantie al wel gewild, maar ja, bij het maken van een selfie heb je de armlengte als handicap. Ik kon dus simpelweg niet verderaf een foto maken.
Het mooiste compliment over mijn bril kwam van vriendje Jurgen:" Marnix, die bril is rond, en dat past perfect bij de ronde vormen van jouw lijf".
En daar kan ik hem dan weer geen ongelijk in geven.






Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...