donderdag 26 april 2018

Ik ben een roker.

Opeens heb je het: je wordt damper.
Ik damp.
Jij dampt.
Hij dampt
Wij dampen.
Jullie dampen.
Ik heb gedampt.

Goddampt.




Er zit een soort treurigheid in. Ik kan niet stoppen met roken, dus vervang de sigaret maar door een e-smoker. Een verdamper. Waar damp uitkomt met een soort van tabakssmaak.
Treurig, want als roker kan ik me nog verschuilen achter het aloude "tegendraadse" van een sigaret.
En ook dat een sigaret gewoon lekker is, wat al die anti-rook schlemielen ook menen te kunnen beweren. Roken is niet vies, dat wordt voorgehouden door die honden van de anti-rookbrigade.
En in plaats van dat ik met een peuk in mijn handen de gezelligheid opzoek, sta ik nu te hannesen met een e-smoker. Ondanks dat de tuit van die e-smoker de maat heeft van een filtersigaret, is het niet helemaal een oude vertrouwde lucky. 

En toch...
En toch kreeg ik steeds meer moeite met die gortdroge bek, die half afgestorven smaak in mijn waffel. Ik kreeg ook steeds meer moeite met alle andere zooi die in sigaretten zitten. En eerlijk gezegd ook steeds meer moeite met het feit dat ik wel moet roken van de staat, maar dat nergens meer mag. Ik moet roken van de staat, want met 3000 weggerookte euro's, lever ik een substantiele bijdrage aan de schatkist.
Ik mag het nergens, want overal loeren die extremisten van de anti-rook lobby.

Hoe dan ook:

Bij mijn werk op Schiphol ontmoette ik een oudere collega die in het rookhok verwoed aan een e-sigaret aan het trekken was. En hij vertelde vol enthousiasme over het ding. Hoe prettig het wel niet was, over het feit dat niemand er wat over kon mekkeren. Over hoe relatief onschadelijk het voor de omgeving is. Over het feit dat het lekkerder is. En veel goedkoper.
In eerste instantie deed ik of ik geboeid luisterde. Mijn eerdere ervaring met zo'n ding was niet denderend.
Je moest namelijk bij een van die varianten in één teug helemaal door-inhaleren. Wat bij mij leidde tot een longverscheurende hoestbui. Ik blafte bijkans mijn complete herseninhoud naar buiten.
Dus al die hallelujah verhalen over deze e-smoker nam ik voor mezelf met een enorm dikke korrel handgewonnen Himalaya-zout.
Tot ik van de man de kans kreeg om het te proberen.
En verdomdampt...
Het rookte als een gewone peuk. Er zat een (zelfs voor mij) appetijtelijk smaakje aan.
Ik hoefde niet te hoesten als een malle. Het ging vanzelf.
En toen rekende hij me voor wat ik ongeveer per week kwijt zou zijn aan dit apparaat tegenover mijn huidige tabaksverbruik.
Van 56 euro per week naar 6 euro per week. En dan krijg je alleen maar wat nicotine en waterdamp binnen. Dus je krijgt minder, maar je betaalt ook minder. 50 euro per week. Minimaal.
Goed, de initiele aanschaf is prijziger dan een pakje sigaretten, maar daar hebben we het niet over.
Hiermee was de masterclass "dampen" gedaan, want de collega moest met zijn ritten beginnen. Jammer, want het leverde me bij bestelling toch wat dubio's op.

 Okee, ik moest wat schroom overwinnen. Zeker omdat de winkel waar mijn collega zo hoog over opgeeft, zichzelf ikrookgezond noemt.
Ik geloof nooit dat een sigaret (e of non-e) nu echt het toppunt van gezondheid is.
En dan sta je buiten niet aan een sigaret te lurken, maar aan een stalen pijp met een brander, vocht en een batterij erin.
Het voelt toch wat besmuikt allemaal.
Maar....
Vanmorgen ben ik de dag begonnen met een kop koffie, zonder sigaret. Wel met e-smoker.
Mijn pakje sigaretten dateert alweer van 2 dagen geleden. Ik rook er nog wel uit. Pro forma, en weet niet of ik nu nooit meer sigaretten koop, of dat ik het bij de e-smoker hou.
Na de avondmaaltijd was mijn genot een paar hijsen van de e-smoker. Damper. Ik damp. En die hijsen komen best aan, want ik geloof dat ik me in de nicotine hoeveelheid vergist heb. Met pure nicotine, heb ik geloof ik minder nodig dan een sigaret. Dus een paar hijsen van mijn damper (ook dit klinkt enigszins vreemd, uit mijn mond) zijn voldoende voor een tevreden roker.

Voor alle zekerheid: iemand die dampt (en dus blijkbaar dampgedrag vertoont) is gewoon een roker die minder teer en andere troep tot zich neemt. En ik beschouw mezelf gewoon als roker.
Maar wellicht behoor ik nu tot het hipsterras dat hip is omdat ik gezond ongezond doe. Ofzo.

Ondanks dat dat hele dampen dus geen schadelijke of stinkende rook produceert, maar gewoon waterdamp, blijf ik buiten roken. En liefst ook een beetje uit Jentes zicht.
Maar er zal nooit, maar dan ook helemaal nooit meer een anti-rook-terrorist aan mij kunnen vragen of ik dat stinkstokje uit wil doen, omdat hij er *kuch-kuch* zoveel last van heeft.
Opbokken, zeg ik dan. Je stinkt zelf.

Zitten er dan geen nadelen aan?
Jawel: je moet alles opnieuw uitvinden. Wat is lekker? Je kunt de weerstand instellen etc etc. Dus meer keuzestress. Zoals ik al zei: de masterclass dampen was iets te kort.
Ik moest op de gok een smaakje bestellen, en de tabakssmaak, hoewel behoorlijk lijkend, is geen lucky die dus gewoon heel lekker is. Ik vind het zelfs wat lafjes, en ben dus veroordeeld tot wederom goed zoeken naar een smaak die me lekker lijkt. Wederom: keuzestress.
Het ding werkt op een batterij. En die moet je met een snoer laden. Dus je moet er een hele administratie van bijhouden.
Wat doe je erin, wanneer is het op? En ga zo maar door. Er zit een coil in. Zo noemen ze dat ding dat, aangestuurd door de batterij dat sapje (de nicotine en smaakhoudende stof) tot damp dampt. Die coil heeft een beperkte levensduur. Dus die moet je tijdig vervangen. Maar ook daar heb je weer keuzes. Op 1,4 of 1,6 ohm. En wat kies je dan?


Tot nu toe ben ik behoorlijk positief. En bijkomend voordeel: ik zal op termijn nooit meer peuken hoeven weggooien.

Dus tot op dit moment een behoorlijk tevreden damper.
Volgend jaar om deze tijd ben ik waarschijnlijk dik rijk van alle peuken die ik niet meer hoefde te roken, omdat ik mijn nicotine op goedkopere en efficientere manier binnenkrijg.

Joechei.

Tot zover mijn avonturen als dampende vent.



vrijdag 20 april 2018

Random emotioneel geleuter en gekkigheid.

Begin van de week kreeg ik de vraag of ik het Ave Maria van Bach/Gounod wilde spelen tijdens de herdenkingsdienst voor een veel te jong overleden collega.
Een collega die ik slechts van het voorbij gaan kende. We wisselden wel eens wat vriendelijkheden uit. Hij met een vriendelijke glimlach op zijn gezicht. Ik met altijd wel iets in mijn handen dat in de vrachtwagen moest, of een peuk.
Verder ging de vriendschap niet. Gewoon collegiaal, in het voorbijgaan.
Toen was hij dood. Zomaar, opeens. 32 jaar.
En moest ik ineens een stuk spelen met behoorlijk wat lading. Voor hem, voor mezelf, voor betrokken collega's die dichterbij stonden dan ikzelf.
En omdat ik ik ben, vond ik daar zo het mijne van.
Omdat ik ik ben, had ik het alweer bijzonder moeilijk met het spelen van een paar "eenvoudige" noten.
Gelukkig was ik niet alleen, maar speelden er 5 bijzonder prettige collega's mee van de kapel. Dat nam niet weg dat het Ave Maria alleen maar met piano gespeeld werd, en ik dus gedurende de 3 minuten van dat stuk er toch behoorlijk alleen voorstond.
Alleen en worstelend met mijn eigen emoties, met de emoties van de betrokkenen. Worstelend met het stuk en de zaal.
Nog steeds kan ik het niet. Me afsluiten voor de emoties van anderen als ik speel.
Nog steeds word ik dan zenuwachtig, emotioneel. En onzeker.
Ik snap wel: het is mijn beroep. En het gekke is: bij praktisch alle herdenkingen en diensten kom ik er goed mee weg. Want staat het veel verder van me af.
Maar als het dichterbij komt op wat voor manier dan ook, ben ik niet in staat om me koud te stellen, en "dat mopje" even te spelen. Het is mijn beroep, maar makkelijk wordt het nooit. Soms zou ik willen dat het dat wel deed. Dat ik gewoon "eventjes" zo'n dienst doet.
Inmiddels ben ik wel overtuigd van het feit dat het misschien ook goed is, dat ik niet koud ben. Maar toch. Maar toch?
Misschien dat iemand me ooit eens uit kan leggen hoe dat nu precies zit, met emotie en muziek maken.

Direct daarna had ik een nogal belangrijke afspraak in Utrecht. Daar komen, was geen probleem.
Daar wegkomen (en hier had ik gezien het tijdstip toch wel wat aan haast) was pure horror.
Mijn navigatie had het idee opgevat dat, als ik op een bepaalde tijd vanuit Utrecht in Rotterdam moest zijn, ik dan het beste heel Utrecht door kon kruisen.
Dat is op zich best, ware het niet dat de navigatie kans zag om op de een of andere manier continu de weg kwijt te raken. En continu nieuwe -zogenaamd snellere- routes te verzinnen, en die dan heel de tijd net even te laat aan te geven. Waardoor ik dus heel de tijd van file naar file aan het rollen was.
Nu heb ik een engelengeduld waar menig heilige een voorbeeld aan kan nemen, maar na 3 keer omrijden, en op de helft van mijn route door half Utrecht, begon ik toch wat ongecontroleerde en zeer onvriendelijke kreten te slaken aan het adres van mijn telefoon. En aan het adres van de mensen die zich mijns inziens totaal onnodig in de file begaven.
En dingen deden die het hele proces van filerijden alleen nog maar lamzakkiger maakte.
Misschien was ik in mijn toch wat ontdane toestand van de hele herdenking niet heel erg op mijn best. Dat kan ook.
Maar vloekend en tierend en de meest obscene dingen uitbrakend op de mensheid in het algemeen en de filerijders in Utrecht in het bijzonder en niet te vergeten mijn vermaledijde en verwarde navigatie, slaagde ik er uiteindelijk in om Utrecht achter me te laten. Om vervolgens, jawel, in de file op de A12 aan te mogen sluiten.
Bij de Meern gaf ik het op. Nog na-ziedend van woede bestelde ik bij de Burger King een dubbele Whopper met kaas en bacon, zonder tomaat, om die daar ter plekke in het zonnetje als een overjarige kannibaal zonder tafelmanieren naar binnen te proppen. Dat was geen eten meer, maar vreten. Verslinden.
De uiteindelijke terugreis ging ook al niet helemaal naar mijn zin. De A6 bij Almere was op diverse plekken dicht en onbegaanbaar, maar ook op de A27 richting Almere vond men het nodig om diverse rijstroken dicht te gooien.
Onder het motto: we knappen de snelwegen maar eens op, inwoners van Almere: u bekijkt het maar. Way to go.
Uiteindelijk kwam ik dus veel later dan mijn aanvankelijke bedoeling was thuis. Moe en mat.

Vandaag een vrije dag. Dat is ook wel eens fijn. De kans genomen om eindelijk eens naar de kapper te gaan.
Dat zit namelijk zo: ik ga zelden naar de kapper. Pas als ik het zelf niet meer te beloeren vind, ga ik naar de kapper.
Ik ga naar de kapper, want omdat ik zo graag rekening hou met de wensen van mijn betere helft, haal ik er niet meer zelf de tondeuse over.
Enerzijds heb ik er gewoon vaak het geld niet voor over, anderzijds is het de tijd.
Dus op het moment dat ik mijn drie kruinen zat wordt, en het lange haar zelfs met de inhoud van 2/3e pot gel niet meer te beteugelen is, bel ik de kapper of ze alsjeblieft tijd voor me heeft, want dat rooie struikgewas op mijn schedel begint me danig de keel uit te komen (figuurlijk dus).
De kapper was dit keer een jonge meid die heel stilletjes mijn warrige grasmat terugsnoeide tot acceptabele proporties.
En wat was ze een verademing. Meestal zak ik in zo'n stoel weg, en moet ik noodgedwongen vriendelijk kletsen over zaken waar ik helemaal niet over wil praten. Dan hoor ik mezelf de meest stupide dingen beweren, gewoon om beleefd te doen.
(De mensen die mij kennen, zullen dit met enige verbazing lezen, maar laat ik het uitleggen: ik ben in mijn lompheid ook wel enigszins pragmatisch. Ik ben namelijk degene die geknipt wil worden. ZIJ is degene met de schaar, waarmee ze mijn hoofd een afzichtelijker aanzien kan geven door teveel, te weinig of totaal verkeerde delen van mijn lijf af te knippen. Ik moet dus echt ook een beetje aan mijn eigen veiligheid denken hier).
Dit meisje had weinig interesse om over koetjes en kalfjes te praten. Maar in relatieve stilte liet ze haar schaar knippen, en deed ze precies wat ik wilde.
Heerlijk. Geen slap geouwehoer, maar degelijk, ingetogen knipwerk en een vriendelijke glimlach toen ik mijn tevredenheid uitte.
Ik viel er bijna bij in slaap. En ik zie er weer min of meer toonbaar uit.

En omdat ik een vrije dag had, kon ik ook weer eens uitgebreid boodschappen doen.
Uiteraard lekker eten gehaald, maar totaal vergeten dat mijn flesje BBQ-saus op is.
Volgens google is het echter kinderlijk eenvoudig om zelf BBQ-saus te maken, zelfs met weinig ingredienten in huis.
En dat was het.
Ik heb mezelf totaal niet aan het recept gehouden, dat google mij voorschotelde (en in navolging van deze zoekactie vrees ik nu dus dat ik doodgespamd ga worden met reclame voor sauzen van Calve en Remia) maar wat is die saus lekker geworden.
Ik heb me niet aan het recept gehouden, en uiteraard ook totaal niet onthouden wat ik uberhaupt gedaan heb.
Kak.
Ik ga het toch proberen.
Nodig:
Restje ketchup.
Pakje gezeefde tomaten.
Ui
3 knoflook tenen.
Een enorme hoeveelheid witte basterdsuiker (kan ook bruin)
Een hele grote scheut stroop
Een forse scheut balsamico azijn (gewone azijn kan ook, maar de gewone azijn staat bij ons in het schoonmaakmiddelen kastje, dus ik ging er vanuit dat het schoonmaak azijn is).
Een heeeel grote scheut honing.
Zout
Peper
Cayennepeper.

Fruit de uitjes, heel fijn gesnipperd en de knoflook tot ze glazig zijn, in een royale hoeveelheid olie.
Gooi daar de ketchup in en als je daar te weinig van hebt, de gezeefde tomaten. Een lekkere strooi zout en peper en een gulle hoeveelheid cayennepeper.
Dan de azijn, de suiker en de honing (stroop kan en moet ook, voor het donkere kleurtje). Proef goed en vaak. Tomaten kunnen behoorlijk bitter zijn en dan is het lekker om dat met veel zoet te compenseren. Honing is er erg goed in, maar in dit geval had ik niet genoeg om die hoeveelheid lekker zoet te krijgen.
Dat geheel lekker een beetje laten inkoken. En vervolgens in een leeg ketchupflesje overdoen.
Pas op: veel van die ketchupflesjes hebben een verkleinde opening, en de uitjes zijn weliswaar fijn gesneden, maar hebben toch moeite om door die geknepen opening te komen. Het effect is dan dat van die knallende spuitpoep, maar dan als BBQ-saus op je bord.
Het mooiste succes eraan is dat Ilse het de lekkerste saus vond die ze ooit at.
En verdomd: het is ook gewoon een lekkere saus.
Eindelijk eens een succesje op de door mij verfoeide electrische kookplaat.
Want de kookplaat en ik, dat is een lompe combinatie. Ik snap de werking gewoon niet. De hitte blijft veel te lang hangen, waardoor het voorkomt dat een lekkere lap vlees aan de buitenkant knoert-hard verbrand is, maar aan de binnenkant even bevroren als de ziel van Geert Wilders.






zondag 15 april 2018

Een mooi weekend.

Concerten spelen is een van de onderdelen van mijn werk als muzikant.
Vaak is de zaal goed verkocht, soms uitverkocht en in een heel enkel geval is er gewoon te weinig PR gedaan, en is de zaal leeg.
Dieptepunt was een jaar of 15 geleden toen we in een zaal speelden waarbij het publiek totaal afwezig was, en alleen het bar-personeel min of meer gedwongen doordat ze nu eenmaal bij die zaal werkten, toehoorder was.

Dit weekend waren we met de kapel in Kerkrade.
Een goed geregeld hotel, met een prima avondmaaltijd, prima hotelkamers. Niks te klagen zover.
Maar ook hier was de PR het ondergeschoven kindje.
We zouden een buitenconcert spelen op de markt.
Die markt herbergt wat horeca met terrasjes, en bij aankomst was dat voor 90% onbezet.
En zelfs toen we gingen opbouwen, bleven de nieuwsgierige toehoorders bijna angstvallig weg.
Het opbouwen was klaar, we hadden nog een goed half uur over, en we besloten de plaatselijke cafehouders maar even blij te maken door ons tegoed te doen aan een lokaal getapt kopje koffie.
En zelfs toen we die soldaat hadden gemaakt, was het marktplein leeg.
De voorzitter van de lokale vereniging waar we voor speelden (weet even niet welke of wat voor vereniging) had zijn praatje keurig netjes voorbereid en op schrift gesteld. Alleen had nagelaten om dit uit zijn hoofd te leren.
Of de lieve man was gewoon niet zo flexibel ingesteld.
Want toen wij in de startblokken zaten om te beginnen, begon hij zijn praatje aan het lege marktplein met de legendarische, en tegelijk hilarische woorden: Dames en heren, wat fijn dat u in groten getale bent gekomen.
Ehhhhh. Hoe dan??? Wie dan??? En vooral: WAAR dan??? Waar is die kudde mensen die in groten getale aanwezig was?
Maar goed, naarmate het concert vorderde bleven er steeds meer mensen staan, kwamen er steeds meer mensen aan, en leek het erop dat we toch een uitverkochte buitenlucht hadden.
Het was leuk spelen, en daarna vlot terug naar het hotel alwaar een bar was waar de keuze reuze was, wat bieren betreft.

Nu moet ik bekennen: ik ben niet zo'n drinker. De laatste keer dat ik alcohol dronk, kan ik me oprecht niet heugen.
Maar vrijdagavond kon ik de verleiding toch niet helemaal weerstaan. Eventjes een paar biertjes met de collega's.
Het werd Weizener. Een soort van blond biertje. Lekker fris, en je drinkt het makkelijk weg.
Iets te makkelijk.
Naar buiten gaan om te roken, werd een waar avontuur, want het lukte me maar matig om de stoel waarop ik mijn achterste wenste te zetelen, goed in de juiste positie te krijgen.
Het lukte me ook maar matig om mezelf in de juiste positie te krijgen om te gaan zitten.
Dat leverde bijna een debacle op, maar ging net goed.
Ook leek het me een uitermate goed idee om mijn eega te melden dat het goed ging. En wat meer zoetige lievigheidjes.
Dat kwam op zijn zachtst gezegd niet helemaal goed over. De teksten die ik typte, kwamen niet helemaal correct mijn toetsenbord uit. In elk geval stond er niet geheel dat, wat ik bedoelde. Ook in een van de app groepen waar ik deel van uitmaak, werd met milde verbijstering gereageerd op de onleesbare lappen tekst die ik hen deed toekomen.
Ter illustratie:

Collega Chiel zag mij stunten met die stoel, om daar vervolgens zonder pardon op in slaap te vallen.
Dus die stuurde mij maar naar bed.
(Grappig: als je het woord bed ziet staan, zie je eigenlijk een mooi gestyleerd bed. Let maar op: bed).
Heus: voor mijn gevoel had ik niet veel gedronken. Twee kleine glaasjes van dat lekkere wittige gerstennat, en 1 grote.
Maar goed, omdat ik zelden tot nooit drink, en omdat ik toch alweer tegen de 40 begin te lopen, kwamen ze toch wat heftiger binnen dan ik verwachtte.
De volgende ochtend, werd ik wakker zonder hoofdpijn, gelukkig. Wel een kop vol watten. Ik zat wat voor me uit te dazen op mijn bed, toen mijn kamergenoot (overigens een hele beste kerel) zich met grote haast naar het toilet spoedde.
Nadat hij daar klaar was, meende ik langzaam aanstalten te kunnen maken om mijn lijf eens onder de douche te hijsen.
Dat langzaam was zo langzaam dat mijn kamergenoot kans rook om nogmaals richting toilet te gaan, om daar dingen en luchten te produceren die werkelijk waar, niet gelogen, niet hadden misstaan in het arsenaal van president Assad.
Dat merkte ik pas toen ik kans kreeg om daadwerkelijk te gaan douchen.
Het woord 'putlucht' dekt de lading gewoon niet, en mijn geurige douchegel was (zelfs in grote hoeveelheden) niet in staat om zelfs maar een heel klein beetje verlichting te geven aan mijn geteisterde reukvermogen.
Waarom dan toch douchen? Nou: ik ben alweer 3 maanden niet bij een kapper in de buurt geweest, en na een nacht met mijn CPAP op geslapen te hebben, vind ik dat ik er niet toonbaar uitzie voor een eetzaal in toch wel een heel erg deftig hotel.
Mijn haar ziet er dan stomweg niet uit. Bovenop mijn hoofd steekt een pluim omhoog die van oor tot oor loopt als een soort van hanenkam, maar dan overdwars.
Het haar dat daarvoor zit, ligt plat naar voren, omlaag, tot het in een belachelijk soort kuifje aan mijn voorhoofd omhoog piekt.
De zijkanten van mijn kapsel staan wijd naar buiten en de achterkant, daar kan ik me gewoonweg geen voorstelling van maken. Wil ik ook eigenlijk niet.
Dus ja, en moet gewoon even gedoucht worden. Anders zie ik eruit als een soort van sociaal zwakbegaafde die per ongeluk uit een gesloten inrichting is vrijgelaten.

De zaterdag hadden we twee lunchconcerten in het kader van de euregionale veiligheidsdag. Of zo.
Lekker gespeeld.
Plezierig gespeeld ook.

De rit naar huis (van Kerkrade naar Almere) werd opgefleurd doordat er een vriendinnetje kwam logeren en vanuit Antwerpen even naar een concertje kwam luisteren en dan mee naar Almere om even een gezellige avond te hebben in Huize Coster-van der Wal.
Heerlijk over kunst gepraat, over interpretatie, werken en zo gesproken en gelachen.

Zo was het toch een mooi weekend.

Inmiddels ben ik al weer een week of drie lekker aan het knorren op Schiphol. En ook dat bevalt me opperbest. Veeeeeeeel leuker dan de lijndienst van het openbaar vervoer.
Leuke collega's, leuk werk. Uitdagend, zonder enorm vermoeiend te zijn.
Ik kom daar echt als chauffeur tot mijn recht.
Morgen mag ik weer lekker drie dagen rijden, en dan van donderdag tot zaterdag weer lekker muziek maken.
Zo maak ik mijn werk week leuk, uitdagend en afwisselend.

Ready to go!!!!


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...