maandag 23 februari 2015

Open Brief aan de directeuren van voetbalclubs.

Geachte Heren,

Ik val maar gelijk met de deur in huis: U bent niet verantwoordelijk. In elk geval niet praktisch en ook niet juridisch. U treft geen enkele blaam! Zo, dat is gezegd.
Maar persoonlijk vind ik (net als veel mensen overigens) dat u moreel gezien, wel degelijk een bepaalde verantwoordelijkheid te nemen hebt, ten slotte wordt uw naam misbruikt.
Vergelijk het maar met die hordes priesters van de katholieke kerk die zich massaal vergrepen aan onschuldige misdienaartjes. Daar kan de kerk weinig aan doen, maar ze staan daar wel, onder de vleugels van de kerk, met de bijbel in de hand een onschuldig jongetje te verkrachten.

Zo is het ook met die zogenaamde supporters die uw naam (hetzij rechtstreeks van uw club, hetzij indirect via de supportersvereniging) bezoedelen. Want (om maar even een voorbeeld te nemen) "de Feyenoord" supporter is helemaal geen beest. De Feyenoordsupporter is gewoon een mens van vlees en bloed die -al dan niet samen met zijn kinderen- wil genieten van een mooie pot voetbal.
Maar lees vooral niet selectief, want voor Feyenoord kan ik in principe willekeurig welke voetbalclub noemen, allemaal hebben jullie last van misbruikers.

De kerk pakte dit soort dingen altijd tergend traag op, bijna alsof ze het wel prima vonden zo. En pas als de beerput te ver open ging, werd de betreffende smeerlap priester ergens naar een missiepost in Afrika gestuurd, of gewoon een dorp verderop, alwaar hij opgewekt verder kon misbruiken preken.
De eerste reactie van de voorzitter van de supportersvereniging was ook zo: hij kon het niet inschatten, hij wist er niks van. Ja, daaaaag. Je ziet de beelden, je hoort van de schade, dan moet je je tong breken door de snelheid waarmee je stelt dat dat soort lieden, geen supporters zijn van jouw club. En dat jij en jouw club daar helemaal niks mee te maken heeft.
Dat moet je meteen doen, want als je eerste reactie zó slap is, dan blijft er een soort van unheimlich (zoals de Duitsers zouden zeggen) gevoel knagen. Bij jezelf, maar ook bij eenieder die dit hoorde. Niet slim dus.

Maar goed, hoe hou je dit soort mensen tegen. Ik heb inmiddels begrepen dat het volk dat die schade aanrichtte, vaak niet eens in het bezit was van kaarten voor de wedstrijd.

Oei... Dan heb je een probleem. Want er staat wel jouw naam op, bij die rellen, bij die schade. En of je het nu wel of niet leuk vindt, dat is een pr-ellende waar je niet vanaf komt.

Los van het feit dat voetbal blijkbaar niet alleen het sportieve in mensen losmaakt, maar ook het laagste van het laagste.
In het topvoetbal gaan miljoenen om. En het absurde is, dat iedereen (dus alle belastingbetalers, tegen wil en dank) daaraan meedoen. Persoonlijk heb ik niks met voetbal. Ik woon vlak bij een stadion, en hoor op wedstrijd dagen het gejuich, en dat is mooi om te horen, dat massale geschreeuw dat meegevoerd wordt door de wind. Maar verder gaat mijn interesse niet. Helaas moet ik wel meebetalen aan alle schade die zogenaamde supporters toebrengen aan de mede door mij betaalde straatmeubels enzovoorts, enzovoorts. En dat is waar jullie inkomen.
Met alle miljoenen die opgestreken worden, is het vergoeden van de in uw naam (nogmaals: onterecht, ik weet het!) veroorzaakte schade een peuleschil. Nu doen zelfs compleet onschuldige basisschool kinderen een duit in dat zakje. Maar dat moet toch wel een beetje beneden jullie stand zijn.

Ik weet ook nog wel een paar oplossingen voor het probleem.
1) Je weet dat er hooligans komen. Als het puur om het vechten gaat, zou ik het stadion die ochtend of middag voor die groepen reserveren. Laat ze binnen zonder te fouilleren. Vergrendel de poorten, en pas als het stil wordt, laat je de stewards de resten opruimen. De overlevenden mogen linea recta naar de bak voor moord. 
2) Het gaat om relschoppers die alleen maar de stad van de tegenpartij willen molesteren. Er zijn tal van bedrijven werkzaam in de security die daar wel raad mee weten. Ik noem een Blackwater (Tegenwoordig Academi). Of dat wettelijk gezien mag, weet ik niet, maar je zou kunnen argumenteren dat de kosten en oplossingen die dit bedrijf meeneemt, uiteindelijk goedkoper zullen zijn (ook voor de belastingbetaler) dan het allemaal maar laten gebeuren.

De mensen die dit allemaal overleven, die neem je in dienst. Tegen betaling van wat zakgeld, laat je ze -bewaakt door knoestige sergeants van voorgenoemd bedrijf- de schade opknappen, en andere geestdodende kutklussen opknappen waar we als samenleving, of u als voetbalclub van kan profiteren. En uiteraard, moeten jullie er dan wel voor zorgen dat deze mensen onder verdoving op een zekere plaats een knipje krijgen zodat ze zich in vredesnaam niet voort kunnen planten. En eventuele kinderen onttrek je aan de ouderlijke macht, in een poging te voorkomen dat de volgende generatie kanslozen al staat te trappelen. Ook hier kun je bij de wetgever waarschijnlijk goed aannemelijk maken dat het morele bezwaar niet opweegt tegen toekomstige ellende.

Ik zeg: doen! Niet omdat jullie verantwoordelijk zouden zijn voor het gedrag van een paar enkelingen, maar omdat jullie naam mooier is dan telkens maar weer dat on-affe- gevoel van schade. Van destructie. Van verwondingen. En van vaders die hun kinderen bijna niet veilig naar een voetbalwedstrijd mee kunnen nemen.

Overigens: als muzikant zijnde, weet ik nog wel een oplossing: gebruik meer muziek, en dan geen opzwepende muziek, maar juist rustgevende muziek. Zodat eventueel overtollig testosteron kan worden omgezet in ZEN.

Vriendelijke groet,

Marnix Coster


woensdag 18 februari 2015

Vreemdgaan is best leuk.

In mijn leven als trompettist heb ik nog niet 10% van alle gebouwde trompetten in mijn handen gehad. Misschien zelfs nog geen 5%. En toch heb ik een grote interesse in die dingen. Dat is maar goed ook, met mijn huidige beroep, anders had ik toch een uitdaging.
Wel heb ik aan heel veel merken gesabbeld, gesnuffeld en gespeeld. En zo kom je uiteindelijk bij een bescheiden verzamelingetje van instrumenten die echt bij je passen.
De laatste drie jaar speel ik met groot plezier en veel genoegen op een trompet die mij door het ministerie van Defensie (en daarmee indirect door u, trouwe belastingbetaler want u betaalde, uitgaande van 10 miljoenbelastingbetalers 0,00034 euro) ter beschikking is gesteld. Het mag ook wel met groot genoegen, want ik heb het ding zelf uitgezocht. Een Stomvi. Een robuuste trompet uit het hartstochtelijke, warme, mooie en culinair ondergewaardeerde Spanje.
3 jaar speel ik lief en leed met dat ding. 3 jaar van mooie muzikale momenten. Eresignalen in de regen, kou of brandende zon. Kilometers wandelen tijdens taptoeshows en gave concerten deden we samen. En gelukkig, het is nog lang geen tijd voor de periodieke afschrijving, want het zou zonde zijn als we afscheid moesten nemen. Ik ben, zoals u leest, heel erg blij met mijn trouwe Spaanse (niet meer zo heel erg) schone.

We springen een jaar of 14 terug in de tijd. 2001. Ik was 2e jaars student aan het CVA. En omdat ik de trompet van de fanfare toch eens terug moest geven, kocht ik op voorspraak van mijn docent een eigenste trompet. (Niet heel erg) lang wikken en wegen, en ik had een keuze gemaakt. Een instrument van een vermaarde Limburgse bouwer. Van dat instrument heb ik helaas nooit mogen meemaken of het een blijvertje zou worden. Toen ik het ding eenmaal had, ging ik er uiteraard veel op oefenen, en tijdens een van die sessies ging ik tussendoor even naar het toilet. Ik had er tot dan toe altijd wat moeite mee om mijn instrument mee het hokje in te nemen. Die gasdampen van mij zouden vast niet goed zijn voor de nieuwe aanwinst. Een junk die het CVA was binnengedrongen was bijzonder blij met die gedachtengang, pakte mijn koffertje op, en vertrok. U begrijpt: ik was witheet. Die toeter was koud afgerekend en verzekerd, of een of andere luie, smerige untermensch jat mijn trompet. Later bleek dat die junk mijn toeter had ingeleverd bij Dijkman muziekhandel in Amsterdam. Ondanks dat ik de beschrijving en serienummer bij ze had achtergelaten. Sindsdien ben ik ook boos op Dijkman, want dat zijn gewoon vieze helers. Hun smoes:"als het om inruil gaat, dan kijken we niet naar serienummers". Dat zal wel wezen, maar toch is mijnheer Dijkman een vieze heler. Dus aan alle muzikanten die zichzelf en hun hobby of professie serieus nemen: wegblijven bij Dijkman in Amsterdam!

Er moest dus weer een nieuwe trompet komen, en dit keer was het een instrument dat veel ouder was dan ikzelf. Een Olds.
Het was liefde op het eerste gezicht. Het week in alles af van wat mijn medestudenten kochten. Het was een apart in elkaar gezet instrument, en er zat wat werk aan. Maar vanaf seconde 1 dat ik hem in handen had, was ik er helemaal mee in mijn sas. De meeste van mijn collega's vinden het maar een raar ding. Er zitten wat rare noten op, hij houdt anders vast. Moeite met wennen aan het feit dat het geen uitontwikkelde moderne trompet is, maar een -voor die tijd, gebouwd in 1966- wel een vooruitstrevend ontwerp, met een heel eigen wonderschoon, en heel soms wat rauw geluid.
En wat hebben we samen mooie momenten gehad. De mooiste voorspeelavonden, de gaafste concerten, audities (al dan niet geslaagd). Wat speelde hij fijn. Gedurende 11 jaar speelde ik uitsluitend op de Olds. We leerden elkaar kennen. En waarderen.

Toen ik in dienst kwam bij Defensie, en kreeg ik een instrument van de baas. De Olds, toch wel heel oud, belandde in de kast. Als back-up. En wat later als back-up voor de back-up. Regelmatig was ik even de weg kwijt en zette ik de trouwe Olds op marktplaats te koop. Gelukkig kreeg ik niet het door mij begeerde bod, en dus bleef de Olds in de kast. Een aantal verhuizingen verder, zag ik telkens weer mijn Olds terug. En telkens weer kreeg ik dat warme gevoel als ik er naar keek. Wat hebben we fijn gespeeld samen. Mooie concerten, grappige gebeurtenissen. En wat is hij sterk. Talloze lompe acties van zijn baasje heeft hij overleefd. En meermalen voor langere tijd uitgeleend aan vage bekenden, kennissen en andere mensen. Als hij kon praten..... Dus het besluit genomen: wat er ook gebeurt: die blijft bij mij. Al valt de hemel naar beneden.  Ooit, als daartoe de ruimte is, en ik vergeet het niet, stuur ik hem op naar Amerika voor een complete renovatie.

Maar ik speel dus al tijden op mijn Stomvi, en laatst moest ik een concertje spelen, waarbij een collega vroeg of ik een trompet te leen had. Had ik. Mijn oude, trouwe Olds kreeg een paar druppels olie, en mocht mee. De collega in kwestie vond de eerste noten wat vreemd, en hij kreeg dus mijn Stomvi om op te spelen. Zelf zou ik het concert doen op mijn Oldsje. Hoewel ik dus al jaren gelukkig ben met de Stomvi, voelde de 'eerste' noten sinds jaren op de Olds als thuiskomen. Ging als de spreekwoordelijke brandweer. Ik had geen last van "vreemde" noten, of wennen aan het aparte design. En zelfs de groene handen van het ruwe messing, waren me niet vreemd.
Vreemdgaan met een oude liefde... Het was fijn... En ik heb me voorgenomen om dat vaker te doen. Heeft-ie wel verdiend.







vrijdag 13 februari 2015

Prettig Weekend!

Het blijft een lastig ding. Zo'n signaal taptoe. Of als de mensen erom vragen: een signaal Last Post.
Ook vandaag weer iemand de laatste eer mogen bewijzen. En hopen dat de nabestaanden uit signaal taptoe infanterie een beetje troost kunnen putten. Ik denk dat dat eerste in elk geval wel gelukt is, getuige het compliment van een van de hoogste Kmar officieren.

Sinds kort is het de bedoeling dat ik binnen de Marechaussee bij officiele gelegenheden het Signaal Taptoe 'bereden wapens' speel, want de Marechaussee is een bereden wapen. Daar zit logica in.
Maar goed, ik had wat contact met de officier die de verbindingsman was tussen mij en de nabestaanden en de uitvaartondernemer, en ik vroeg hem dus ook welk signaal de mensen horen wilden, en wat de Marechaussee daarvan vond. Ergo: de klant is koning, kiest u maar.
En dat had ik beter niet kunnen doen, want ons nieuwe gebruik, is nog niet tot alle lagen van de Marechaussee bevolking doorgedrongen, en ik werd doorverbonden met de uitvaartondernemer, die al helemaal van niks wist, en mij paniekerig doch dringend verzocht "het goede" signaal te spelen.
Aldus geschiedde.

Inmiddels heb ik mijn eerste werkweek met Winston Churchill (aka Ford Mondeo) erop zitten.
Het was een week waarin ik aan veel andere zaken moet wennen. Ondanks dat hij bescheiden gemotoriseerd is (een 1.8 16klepper) heeft hij toch wel wat kracht in het vooronder zitten. De motor wordt volgens de papieren in staat geacht om 125 paarden te mobiliseren. Dat in combinatie met een versnellingsbak die niet op de gok werkt (de versnellingsbak van de Volvo kwam van Renault, en was altijd een beetje gokken waar dat verrekte 3e verzet precies zat) en toch een ander aangrijpingspunt heeft, leidde ertoe dat ik echt mezelf moet aanwennen om rustig weg te rijden. Anders trek ik hier de klinkers (ja, wij hebben een straat met klinkers, en niet met asfalt) uit de straat. Ook moet ik nog een beetje wennen aan de draaicirkel. Het ding is breder, en langer dan de volvo, en ligt ook een stuk vaster op de weg. Maar even straatje keren, zal wat meer tijd nodig hebben, voor ik dat vloeiend doe.
Ook alle luxe is aan boord, hoewel ik wel vind dat Ford onbehoorlijk gierig was met het uitdelen van zonnekleppen. Die zijn gewoon te klein. Als ik de zonneklep omlaag doe, dan heeft dat nauwelijks effect, als de zon links staat, in het midden staat, of rechts staat. Een zonwerende band voor de voorruit is geen overbodige luxe. De airco doet het, de voorruit verwarming doet het, de cruisecontrole is een beetje ruzie maken met de knoppen op het stuur, maar doet het.
Een ander puntje: er zit zo'n knus klein opbergvakje links naast het stuur, onder de verlichtingschakelaar. Leuk, handig ook! Alleen heeft de vorige eigenaar het klemmetje dat het klepje dichthoudt, opgevreten, want dat ontbreekt. Want te pas, en vooral ook te onpas ploft dat klepje met een vermoeide tik tegen mijn knie. Mijn voorlopige oplossing, ducttape, hielp precies tot halverwege de straat. Een grote reep ducttape hielp tot de oprit van de snelweg. Dus ik ga er binnenkort twee schroefjes en een haakje in schroeven, zodat het ding dicht blijft als ik dat wil, en toch ook open kan.
Waar ik wel helemaal mee in mijn sas ben: een echte bekerhouder, die bekers houdt. En dat x 2. En, vele malen ingenieuzer: boven de binnenspiegel zit een klepje waar ik mijn zonnebril in kan opbergen.
 Ganz im Algemeine ben ik positief over deze auto. Het verbruik is beter dan dat van de volvo. Die kwam op goeie dagen tot 1/14, maar meestal niet verder dan 1/13. Winston doet het met een nette 1/15. Dat is fijn. Wel is de tank wat kleiner, maar boeie.

De CD opnames van twee weken terug zijn koud achter de rug, of de nieuwe dienen zich aan. En ook daar moet voor worden gerepeteerd. Die opnames zijn eind maart, en die zou ik gaan missen, want de kans is zeg maar vrij groot dat eind maart de kleine Coster zich aandient. Vervanging geregeld en shit, kregen we afgelopen week te horen dat het wel eens half maart zou kunnen worden. Iets met insuline en teveel. Dus een eerdere inleiding en bevalling, daar moesten we ons maar eens op voorbereiden. Dus niet over 6 weken, maar al over 4 weken.
Dus........
Waren we bezig met het repeteren voor de volgende CD opnames, waarin een nogal lastige passage voorkomt. En ik had daarbij even over het hoofd gezien dat er bij die passage stond aangegeven dat het niet al te hard gespeeld moest worden. Kan gebeuren. Dus niet gehinderd door enige subtiliteit walste ik mezelf door die passage heen, waarop vriendje Martijn mij wat cynisch en vooral ook retorisch vroeg:" Zit jij hier lekker muziek te maken, jongen? "... Zo wordt werken dus leuk gehouden.

Over muziek maken gesproken: Een leerling van mij is in de leeftijd dat het hebben van een imago belangrijk is. De manier waarop hij speelde, triggerde mijn irritatielevel, en ik zei hem dat hij wat levendiger moest spelen. Daarop zei hij bijna juichend dat hij zijn imago had gevonden, namelijk het imago van een zoutzak. Dat is natuurlijk koren op mijn molen, want nu ga ik hem elke keer als hij fletsig speelt, zeggen dat hij moet stoppen met de zoutzak uithangen.

Morgen is het Valentijnsdag, en ik heb helemaal niks gekocht. Misschien doe ik dat nog wel, maar misschien ook niet. Een brok Sjokola, of een of andere zoetige knuffel of zo. Misschien dat mijn Valentijnskado wel bestaat uit het feit dat ik al mijn kinderknuffels niet de kliko in gooi.

Hoe dan ook: weekend komt eraan, en ik ga lekker niksen!





zaterdag 7 februari 2015

Nesteldrang, en lucky number 7

De babykamer is lang het domein van Ilse geweest. Dat kwam denk ik omdat ik het allemaal nogal ver-van-mijn-bed vond allemaal.
Dus de inrichting en zo is allemaal een beetje buiten mij om geweest. Op de voor mij zo typische manier gaf ik te kennen dat 'het wel best is zo'.
Vandaag ontkwam ik er niet aan om me toch langer dan 5 minuten in de babykamer op te houden. Want er moest een gordijnrails opgehangen worden. (Waarom was me een raadsel, er hangen prachtige luxaflex). En er moesten allemaal kunstige, knusse bordjes tegen de muur. Want dat staat zo gezellig. Twee planken in de muur, en een of andere zachte, pluchen mobiel in het plafond, zodat het wurm straks tijdens het verschonen wat leuks heeft om naar te kijken.
Ergo; werken met mijn kadaver voor het wurm.
Met minder dan 7 weken te gaan mag het ook wel eens tijd worden dat ik mezelf vertrouwd maak met alle inhoud van die kamer, want het staat nogal lullig als ik de baby moet verschonen, nog niet weet waar de luiers staan, en dus een rompertje om de kinderbilletjes wikkel en totaal niet snap (of door heb dat) waarom het blijft lekken.
Om de een of andere reden, is het nu al een stuk werkelijker. Ik word vader, en verrek: ik begin er lol en zin in te krijgen. Ik durf al voorzichtig te fantaseren over de dingen die we gaan meemaken, alle grappen en grollen die ik ga uithalen met haar. Of zou dat een door de moeder getriggerde nesteldrang zijn?

Dat vertrouwd worden, begon vanmorgen al. Op verzoek van Ilse ging ik toch maar eens proberen om de kinderwagen in de achterbak van de auto te flikkeren. Om dat lompe ding het huis uit te krijgen, is al geen sinecure, maar dan moet het ding dus nog ingeklapt worden en in de achterbak geflikkerd worden.
Dat inklappen lukte best aardig, nadat we per toeval de juiste knopjes beroerden. Het flikkeren in de achterbak, lukte gewoon niet. Eerst linksom, dan rechtsom en uiteindelijk overdwars ging het ding er in. Ik had expres de meeste troep gewoon niet uit mijn auto gehaald, want als we met kind op pad gaan, gaat er meer mee dan alleen die kinderwagen, dus het moest allemaal passen. Passen deed het wel, maar makkelijk was het niet.

Maar ja... Ik zag vanmorgen een auto op marktplaats, waar ik interesse in had. En omdat ik toch een vrij weekend had, dacht ik zo maar dat het geen kwaad kon om even te gaan kijken. Ten slotte, dat bedrijf zit om de hoek, en redelijk dichtbij de supermarkt, dus op weg naar de boodschappen kon er best even een tussenstop gemaakt worden bij het betreffende garagebedrijf. Ik belde de lieve man, half en half verwachtend dat ik een aanbetaling moest doen voor de proefrit. Dat hoefde niet, en dat geeft de burger moed. De auto stond klaar (niet eens achterin, maar gewoon makkelijk te verplaatsen), en we mochten een ritje maken. Het gaat hier om een Ford Mondeo, die flink jonger is dan de volvo, iets meer luxe heeft, veel meer veiligheid en een grote achterklep, zodat ik die vermaledijde kinderwagen al bijna niet meer hoef in te klappen, maar gewoon met kind en al achterin kan sodemieteren, en dan lust die bak nog veel meer. Het ritje verliep in alle rust. Stille motor, soepele motor, geen dingen gevonden die tegen stonden. Zelfs Ilse, die eigenlijk geen andere auto wilde, was positief over dit slagschip. Want een slagschip is het, zelfs als je bedenkt dat het geen stationwagen is, maar een hatchback.
Dat is dan auto nummer 7. Lucky number 7. En omdat Ilse vindt dat een auto een naam moet hebben, hebben we hem (dank Michiel) Winston Churchill genoemd. Het moest namelijk een sjieke naam zijn. De afkorting ervan is WC, en dat slaat dan waarschijnlijk weer op mijn neiging om een auto langzaam maar zeker dicht te laten slibben met allemaal rotzooi. Van CD's tot half afgekloven restanten.
Dat probeer ik te voorkomen. En dan uiteraard het verbod om er in te roken, want de kleine... Dus nu overal naar buiten verbannen...
Toen Ilse akkoord ging met deze auto, stond ik in eerste instantie met mijn mond vol tanden. Wekenlang verzette ze zich tegen een andere auto, en nu ineens, na een zeer positieve proefrit, bij een vriendelijke baas, ging ze zelfs niet morrend akkoord, nee, het was een volmondig ja. Blijkbaar ziet ook zij in dat een veilige en praktische auto toch meerwaarde heeft, om nog maar te zwijgen over het overschot aan trekkracht dat net even lekkerder is om de caravan te trekken dan haar Saxootje.

En dus, een andere auto rijker, maakte ik me op om nog wat klusjes te klaren in de babykamer. Ik blijf me verbazen over het boren in zogenaamd betonnen muren. Wederom met dank aan Michiel had ik deze keer wel de juiste pluggen, en kon ik de plankjes mooi stevig in de muur schroeven. Dat wil zeggen: nadat ik de betonnen resten tussen mijn tanden vandaan peuterde, want dat broze spul vloog letterlijk de muur uit, en om de een of andere reden linea recta mijn (inademende) mond in. Ook lekker, als je de rest van de dag zit te knarsetanden.

Morgen de Volvo leeghalen. Voor het laatst. Of eigenlijk: voor het eerst... Deze keer zonder weemoed. Want hoe fijn de volvo ook rijdt, het is nooit mijn auto geworden. Van de BMW en de Berlingo had ik echt spijt dat ik ze wegdeed. Maar de rest... Ik hoop dat lucky number 7 me weer datzelfde plezier gaat geven.
Ik denk het wel.
En als ik dat gedaan heb, eens kijken of het me lukt om een deur te vernielen door er een kattenluikje in te maken. Ik hou wel een beetje mijn hart vast voor die gekke beesten, maar net als met kinderen: ooit moet je ze de wijde wereld insturen.

zondag 1 februari 2015

Update :)

Heel af en toe nemen wij bij het Orkest van de Koninklijke Marechaussee (tafkaTkKMar, naamswijzigingen zijn er om door te voeren) nog wel eens een CeeDeetje op. Zo ook afgelopen week.
Hoestend en proestend nam ik donderdag plaats op mijn zetel voor 2 dagen, in het wonderschone Soesterberg.
Hoestend en proestend, want ik was nog niet helemaal genezen van de eerste verkoudheid, dus de afgelopen week lag ik weer in de lappenmand, tot dus donderdag.
Op een enkel misverstand na (ik dacht dat de dirigent had afgeslagen, dus ik haalde eens opluchtend mijn neus op. Niet heel handig, aangezien de dirigent NIET had afgeslagen, en mijn gesnurk dus ook luid en duidelijk op de band belandde) ging het eigenlijk best goed.  Met dank aan diverse invallers, een eervolle vermelding voor Martijn die mooi kan spelen, Thomas die dus wél es kan spelen en een hoornsectie die nog nooit zo mooi speelde, onder aanvoering van Lidia. De eerste dag was een redelijk mooie aangelegenheid.
De terugweg echter was een hel op de snelweg. Vanaf Utrecht naar mijn leslokaal in Sliedrecht, heb ik 2,5 uur over gedaan. Ik heb de 5e versnelling niet gebruikt, en de 4e ook maar incidenteel, en dat was waarschijnlijk een vergissing mijnerzijds. Wat een ellende. De KNMI voorziet wat sneeuwvlokken en meteen is het gaspedaal een gevaarlijke vijand van autorijdend Nederland.
Leverde overigens wel een indrukwekkend schouwspel op: de bliksem die insloeg in een windmolen. Die draaiende wieken werden daardoor even heel erg sinister verlicht, en de knipperende rode lampjes aan de top overleden ter plaatse.
De vrijdag stond in het teken van opnames afwerken, en door naar de schoonouders, want er was een verjaardag te vieren. Tijdens dit feestje gaf mijn lijf aan dat het nu echt tijd was voor een fikse pauze, en gisteren heb ik mijn tijd dan ook ruimhartig verdeeld tussen toilet, bed, bank en nog meer toilet. Ik zal de ranzige details besparen, maar het was beslist geen pretje. Na een goede nachtrust van meer dan 9 uur, voel ik me dus ook weer heerlijk verkwikt. Ready to rumble again...

De kraamzorg is langs geweest voor een intake gesprek. Uit dat gesprek kwam naar voren dat we maar liefst 7 klossen nodig hebben voor ons bed. 4 voor de hoeken, 1 voor in het midden, en 2 voor de nachtkastjes. Prima, kan geregeld worden.
Ook krijgen we 49 (ja, 49. Geen 50, geen 48 (makkelijk, want rond getal) maar 49 uren) kraamzorg.
Dit is te verdelen over 8 dagen. Dat betekent dat de kraamzorg elke dag 6,13 uur bij ons thuis is.
Let wel, ik vind het prachtig dat we kraamzorg krijgen. Maar die cijfers... Dat is toch serieus iets waar alleen een burocratische ambtenaar nog een harde plasser van krijgt. Wie verzint zoiets nu.
6,13 uur zorg verlenen aan dat gezin, en wee je gebeente, als je 6,15 uur nodig had...
En als het 6,10 uur was? Mag ik dan 3 minuten op de eigen bijdrage in mindering brengen?
Wat wel weer mooi is: de organisatie zorgt ervoor dat we een zorgverlener krijgen die niet allergisch is voor katten.

Claus en Colette zijn twee stiekemerds. Beiden zijn inmiddels de hort op geweest. Colette wist stiekem te ontsnappen toen ik op het balkon ging roken, en kwam tevoorschijn toen ik de tweede peuk van de dag opstak. Claus vertrok met de noorderzon toen ik de deur open deed voor de schoonmakers van de hal.
En Claus nam het er maar meteen goed van, de halve dag is hij in de buurt op onderzoek uit geweest. De slimme vent wist blijkbaar goed hoe de buurt in elkaar zat, want hij vertrok via de voordeur, en meldde zich braaf via het balkon aan de achterkant. Hij had honger.... Dus nu toch maar -zeer tegen mijn zin- een kattenluikje maken, zodat meneer en mevrouw Poes hun goddelijke gang maar gaan.
Een voordeel: men rijdt hier minder als gekken, en met meer consideratie voor kind en schokbreker dan in Tiel, dus kunnen ze ook redelijk veilig over straat.

Over schokbrekers gesproken:
De voordelen van een BMW boven een volvo zijn evident: meer ruimte (ik heb het over een dikke 5 serie, 6 cylinder, station), meer comfort, meer veiligheid. Vooral dat laatste is onontbeerlijk als ik straks de kleine mee moet nemen.
De nadelen zijn net zo evident: Iets hoger verbruik. En, wat meer is: er kleeft toch wel een bepaald negatief imago aan de door mij bezichtigde Bimmer: meestal zie je in dat soort auto's opgefokte bontkraagjes rondrijden, vaak geflankeerd door een hersenloos blondje, dat voor zich uit zit te staren, wachtend op het onvermijdelijk dodelijke ongeluk dat haar loverboy zal begaan. Dat plus het hoge bumperkleef-gehalte dat aan deze auto's zit.
Oja: nog een nadeel: mijn echtgenote vindt het oprecht een prima idee om de caravan achter haar saxootje te hangen, en dus elke vorm van extra veiligheid en comfort niet van belang.
Gelukkig laat ze me wel in mijn waarde, en lekker dromen over een bimmer, die er vast nog wel komen gaat. Het mag ook een grotere Citroen zijn. Alles wat de veiligheid vergroot voor het kleintje, is mij de investering wel waard...





Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...