dinsdag 31 december 2013

Gelukkig Nieuwjaar!!!!!









Ik hou van 1 januari, want er ligt een nieuw, bijna blanco jaar voor je, waarin je allemaal verrassingen krijgt. Sommige dingen weet je al wel, maar sommige dingen zijn echt nieuw.
Het einde van dit jaar heeft me een aantal verrassingen opgeleverd waar ik nog een beetje van zit na te daveren.
-Een voorgenomen huwelijk. Hoe tof is dat.
-Een nieuwe club om les te geven. Overgenomen van een vriendje. Nieuwe impulsen. Nieuwe kinderen om met alle vrolijkheid te doordrenken met muziek en plezier.
-Het einde van mijn carriere als beroepschauffeur. (Hoewel... Carriere... Die anderhalve keer per 7 weken dat ik mocht rijden, tegen een betaling van omgerekend 3 euro netto per uur, is nauwelijks beroeps te noemen, laat staan een carriere).
-De ene deur is nog niet dicht, of de andere wordt met grote kracht opengesmeten: meteen nadat ik geen buschauffeur meer mocht zijn, werd ik benaderd met de vraag of ik een opleiding wil doen tot rijinstructeur. Vervoer en mensen vind ik fascinerend. Plus dat ik het met mijn muziek een prachtige combinatie vind. Begin van het komende jaar start ik ermee.
-Ik ben gevraagd of ik vast wil meespelen in een bestaand en professioneel koperensemble. Met allemaal leuke mensen, die op hoog niveau toffe concerten willen spelen.

Mijn aanstaande is een kruidje-roer-me-niet. Zo is inmiddels in 1 jaar tijd het hele huis wel 3 keer van indeling veranderd.
We begonnen met slapen op de grote slaapkamer. Toen moest het vanwege de ruimte, de zolder worden waar we gingen slapen. Maar dat bleek niet handig, dus moesten we terug naar beneden, naar de kleine slaapkamer. Maar dat was ook niet prettig genoeg, dus moesten we weer naar de grote slaapkamer. Daar waar we ons samenwonen ook begonnen, zeg maar.
Onze woonkamer is ook al diverse malen in verschillende gradaties van uiterlijk veranderd.
Nu staat de bank op een heel andere plaats.

Claus, onze brave, afstandelijke theemuts-kater, beziet deze veranderingen telkens met enig misnoegen. Colette, onze wat minder brave spring-in-het-veld poes ziet deze veranderingen wel zitten. De boekenkast is inmiddels hoog genoeg, en nu kan ze vanaf het plafond iedereen gadeslaan.

2013 was ook het jaar dat mijn moeder helemaal niet meer heeft meegemaakt. Raar idee. Helaas is opvoeding vaak besmettelijk, en dus heb ik weinig met het hele oud en nieuw gebeuren. De enige reden dat ik met oud en nieuw precies om 0:00 uur wakker ben, is dat het onnozel is te willen slapen terwijl Nederland de crisis bezegelt met het verstoken van 65 miljoen aan vuurwerk.
Deze oud en nieuw is wel de eerste oud en nieuw die ik mee ga maken in mijn eigen huis. Nooit eerder was dit in mijn volwassen leven het geval. Ik was bij vrienden, ik was in Limburg, ik was bij exen, ik stond op het podium, maar nooit daar waar ik me het fijnste voel: in aanwezigheid van mijn eigen bed.
Ik ga dus dit jaar voor het eerst meemaken hoe Claus en Colette op vuurwerk reageren. Zouden ze onder het toilet kruipen van angst? Of zouden ze de gordijnen aan repen trekken...

Ons menu voor vanavond is wel al bedacht:
Zelfgemaakte ravioli.
Met kip-tomaat-parmezaan vulling, met champion-knoflook-sherry vulling, en met spinazi-feta vulling.

Dat zou een mooi laatste avondmaal van 2013 zijn.

Ik wil alle lezers van mijn blog wederom bedanken voor het (mee)lez(v)en. Voor moeite van het reageren, en het voorhouden van spiegels. 
En voor allemaal een mooi 2014.
Dat we ons maar weer met volle teugen mogen verbazen en verblijden in de kleine en grote dingen des levens.







donderdag 26 december 2013

Open brief aan Giel Beelen.

Hallo Giel,

als eerste wil ik je op tweede kerstochtend oprecht feliciteren met jouw en jullie prestatie.
Het is niet niks. Een paar dagen zonder vast voedsel keihard werken.
En met deze hardcore commercieele Ramadan hebben jullie wel bereikt dat er weer een flink aantal mensen geholpen kunnen worden. Dat is uiteraard een heel erg mooi gegeven.
Hulde daarvoor.

Giel, deze hele eerste alinea is geschreven uit de grond van mijn oprechte hart. Maar ook ik ben toch een van die mensen die niks gedoneerd heeft. Ik ben een van die cynici waarvan jij zegt dat dat gefuckt moet worden.
 En ook dat vind ik een kleine hulde waard aan jouw adres, want blijkbaar is het je opgevallen dat er nogal wat mensen cynisch worden als er weer ettelijke miljoenen het land verlaten.

Ik hoop oprecht dat je deze open brief verder leest, en niet geirriteerd wegklikt, of negeert. Want ik wil je graag uitleggen waarom ik (en met mij velen) cynisch worden als er zoveel geld het land verlaat.

Ik zag een trotse foto voorbijkomen van een DJ die zijn broekriem nog verder kon aanhalen. Hij was afgevallen.
De hardwerkende vader die in de rij bij de voedselbank staat, omdat hij toch zijn kroost moet voeden, zal daar zo het zijne van denken.
Mijn eigen gedachte: waarom laat je zoveel geld het land verlaten terwijl er hier, op nog geen 10 kilometer bij jou vandaan zo veel goeds gedaan kan worden met dat geld? Waarom niet eerst in eigen land de problemen oplossen?

Ik denk aan een hospice, waar vrijwilligers keihard en belangeloos werken om stervende mensen een zo menselijk mogelijk einde te geven. Met een fractie van dat geld kan er weer voor een paar jaar een beroepsverpleegkundige worden ingehuurd voor de broodnodige medische ondersteuning. Kunnen kamers in een hospice weer worden schoongemaakt, en kunnen hospices worden uitgebreid.
Waarom laten jullie zoveel geld het land verlaten, terwijl dichtbij stervende mensen die hulp zo goed kunnen gebruiken?

Ik denk aan Vluchtelingenwerk Nederland. Een organisatie die vluchtelingen helpt integreren. En niet alleen door middel van het wijzende vingertje, maar ook met raad en daad mensen bijstaan. Wegwijs maken in Nederland, door bureaucratische instellingen heen loodsen om te voorkomen dat ze verdwalen in ons land van papier en formulier.
Ook deze instelling leeft op giften.

Ik denk aan alle non-profit culturele organisaties die concerten geven. Muziekverenigingen die optredens verzorgen op allerhande locaties. Die onze (culturele) identiteit in stand houden, en willen uitdragen, maar het steeds moeilijker krijgen.
Juist deze verenigingen maken Nederland tot wat het is.

Waarom willen jullie zo dolgraag andermans problemen oplossen, maar lijken jullie totaal geen oog of oor te hebben voor de schrijnende problemen die we in eigen land hebben? Is dat een soort van struisvogelpolitiek? Als we het negeren, dan is het er niet?
Of is het het goedkoop afkopen van dat onprettige gevoel. "Ik heb een paar euro gelapt, dus ik kan me met kerst weer lekker volvreten".

Dan toch iets over jullie trots, toen het glazen huis weer open ging: Vol trots kwamen jullie naar buiten, jij twitterde: "Fuck het cynisme, Nederland bedankt!"
Dat het jou ook opviel dat er cynisme heerst, vind ik goed. Ik hoop wel dat je er iets mee gaat doen. Want alleen maar afgeven op dat cynisme is veel te makkelijk.
De mensen die werkzaam zijn bij een van de voorgenoemde instellingen doen dit vaak al jaren. En niet een paar dagen per jaar, maar een paar dagen per week. Mentaal en fysiek zwaar (vrijwilligers) werk waar weinig meer dan waardering van de directe omgeving tegenover staat. Voor hun geen optredens van Racoon. Voor hun geen daverende applausen en mediageilheid. Daar doen ze het niet om. Maar een steuntje in de rug van hun organisatie zou meer dan welkom zijn.
Vergeleken daarmee is een paar dagen vasten voor het goede doel een lachertje. Dit zeg ik, ondanks het respect dat ik echt oprecht voor jou en jullie heb.

Daarom hoop ik dat jij en jullie volgend jaar met Serious Request ook eens wat "terug gaan doen" voor Nederland.
Zamel met even veel vuur en passie eens zoveel geld in voor de verschillende goede doelen in Nederland.
Help een hospice, een muziekvereniging en noem het allemaal maar op.

Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Het is mijn wens dat Serious Request de wereld verbetert, en bij Nederland begint.

Hartelijke groeten,

Marnix Coster.







zondag 22 december 2013

22-12-1948

22-12-1948.

In een armoedig gezinnetje in de Amsterdamse Jordaan (jaja: vroeger was de Jordaan nog een volksbuurt, en niet dat van juppen en expats vergeven luxe-reservaat dat het nu is) werd een hoogzwangere vrouw naar het Onze-Lieve-Vrouwe-Gasthuis gebracht. Er moest bevallen worden. En dat is op zich best knap voor een vrouw die 9 maanden eerder al een zoon ter wereld bracht. Maar ja, het was oorlog geweest, het land was in opbouw, en er was nog geen groots aanbod aan uitgaansgelegenheden, dus werd er meer gefeest tussen de lakens, wat ook al weer leidde tot meer geboortes.
Bij die geboorte kwam mijn moeder ter wereld.
De hygiene was toen zelfs in ziekenhuizen niet zo strikt als tegenwoordig, want een verpleegster die mijn moeder waste, waste zichzelf niet echt denderend, waardoor ze mijn moeder een huidinfectie bezorgde, die ertoe leidde dat een arts zich liet ontvallen dat ze nieuwjaarsdag niet zou halen.

Dat kleine, zieke baby'tje haalde in elk geval kerst wel. En zeer overtuigend zelfs.
Tijdens kerstavond kwam de dominee het kerstverhaal vertellen aan alle hoogzwangere vrouwen, alle net bevallen vrouwen en alle baby's. Destijds was meneer de dominee nog een echte autoriteit. Als hij sprak diende iedereen stil te zijn. Baby's incluis.
Meneer de dominee was net met zijn verhaal begonnen, of er klonk ergens uit een wieg al een overtuigend gehuil. Daar was de dominee niet op bedacht. Wie waagde het om hem, dé dominee van dienst, te onderbreken met irrelevant en irritant gejammer? Bijna uit zijn concentratie gebracht ging hij verder met zijn verhaal.
Maar nee. Nog maar een paar zinnen verder in zijn verhaal, werd hij wederom onderbroken. Dapper probeerde hij door te reutelen, maar de baby in kwestie was minstens net zo dapper.
Uiteindelijk wist de dominee niks beters te doen dan de baby in kwestie uit de zaal te laten verwijderen. Zodat hij in alle rust het kerstverhaal kon vertellen.

Dit verhaal is echt gebeurd, en heb ik gehoord van mijn moeder, die het weer van haar moeder had gehoord.
Ik zie hier een pracht van een parallel met het werkelijke kerstverhaal.

Uiteraard had de somberende arts ongelijk, en haalde mijn moeder nieuwjaarsdag wel. Sterker nog: ze haalde nog vele nieuwe jaren.

Even verder mijmeren: ze leefde nog lang. Helaas overleed haar moeder veel te jong, en kwam ze terecht bij een totaal van de pot gerukte oma. Dat de kinderbescherming haar en haar broers bij die oma plaatste is een schande en een blijk van totale incompetentie geweest.
Een ongelukkige jeugd, gespeend van liefde en vol van mishandelingen volgde. Gebrekkig voorbeeld doet gebrekkig volgen. Ze trouwde met de verkeerde man, kreeg 3 kinderen, waarvan er een dood was bij de geboorte, scheidde, voedde ons op met alle liefde die ze in zich had (en dat was veel) stapelde daarbij liefdevol fout op fout, maar kreeg het wel voor elkaar om telkens weer op te staan.
Geen tegenslag of ze stond weer op. Totdat ze niet meer op kon staan. Totdat het leven haar definitief in de steek liet.
Maar zolang ze kon, stond ze weer op. En dat is iets waar ik toch wel veel respect voor heb.
Die eeuwige volharding. Dat koppige niet op willen geven. Het eigenwijze doordouwen, tot er weer een muur was waar ze omheen moest, in plaats van erdoor breken.

 22-12-2013

Vandaag zou ze 65 geworden zijn.
Dat feest moet ze missen.

Maar ik ben in veel opzichten een kopie van haar. En vooral de koppige eigenwijsheid van haar leeft voort.

De kerst komt er weer aan. De tweede kerst zonder dat ik afreis naar Limburg. Het is al minder rauw.
Vorig jaar voelde ik me een beetje schuldig. Omdat het leven wel doorgaat. Dit jaar voel ik me niet schuldig meer. Maar het voelt toch nog een beetje raar.
Alsof ik iets vergeet. Alsof ik iets zou moeten doen. Maar ik kan er dan toch de vinger niet goed opleggen wat dat dan zou moeten zijn.
De drukte van alle kerstconcerten maskeert dat gevoel maar ten dele.

Ik ga door. En hou een herinnering in mijn hoofd van een jeugd waarin ik met alle liefde ben groot gebracht. Dat is een ding dat ik wel kan doen. Dat is een ding dat mijn moeder verdiend heeft.
Met een lach en een traan.
Het is geen pijn meer van gemis, maar wel met een zeker gevoel van weemoedigheid ga ik de kerst in.







woensdag 18 december 2013

Dag Ozzy...

Ozzy, het hondje dat 8 jaar lang bij Ilse een fantastisch leven had, is er niet meer.  Het arme dier was zo ziek geworden dat verder laten leven gelijk stond aan meer lijden, en een veel pijnlijker dood, dan het heft zelf in handen nemen.
Ilse heeft hem 8 jaar lang verzorgd, lief gehad, vertroeteld, verwend, mee op reis genomen, uitgelaten, boos op geweest, opgevoed (tegen beter weten in, want tekkel). Talloze verhuizingen, wat minder vriendjes en een schare katten waren zijn deel. En dat alles slikte hij, want Ilse was erbij.

Iets later dan Ilse zelf, kwam Ozzy in mijn leven. Ozzy was er nu eenmaal niet bij toen we elkaar ontmoetten in Frankrijk.
Zijn entree in mijn leven leverde gemengde gevoelens op: ik ben gek op honden, maar zat nu niet bepaald te wachten op een hond in mijn leven.
Maar ja. De hond was een part of the deal.
Na verloop van tijd wenden we aan elkaar. Ozzy, Claus, Ilse en ik. En het wennen aan ging over in waarderen. Ik raakte toch wel erg gehecht aan dat wat scharminkelige mormel. En zijn gekkigheid. Zijn onhandige pogingen tot kattekwaad. Zijn wat megalomane machismo. Zijn trouw, en vriendelijkheid. Zijn onhebbelijkheden. Die toch ook wel weer grappig waren.

Ik ben loeitrots op het feit dat Ilse een moeilijke, zware keuze heeft gemaakt. Want een lief vriendje van jaren in laten slapen is zwaar. Is moeilijk.
Maar ook op het feit dat ze een moeilijk hondje een fantastisch leven heeft gegeven. Geen cent heeft bespaard op zijn leventje.

We zullen hem missen. Dit geinige monstertje. Maar als er zoiets is als een dierenhemel (als jongetje geloofde ik hier heilig in: alle dieren kwamen daar terecht, en het zou ze daar aan niks ontbreken) dan is hij daar al in goed gezelschap van alle andere dieren die inmiddels mijn leven hebben verrijkt.

Dag Ozzy....

zaterdag 14 december 2013

Over een wisselweek, en verzekeringen




 Wisselweek.
Een mooie term. Want er gebeurde van alles.
Sinds een week mag ik mij vol trots aankondigen als nieuwe klein koper docent bij fanfare Prins Hendrik in Aalst. Aan mij de moeilijke, maar uitdagende taak om vriendje Anton op te volgen. Leuke leerlingen.
Ook wat droevig nieuws. Aan de samenwerking tussen mij en Arriva is een einde gekomen. Want de agenda's bleken best lastig combineerbaar. Een aangezien ik tot veel bereid ben, maar niet tot het stelen uit mijn eigen portemonnee, bleek er geen verdere interesse in mijn persoontje te zijn.
Maar dichtgeslagen deuren openen altijd weer ergens anders een nieuwe.

Ook is het spelend weer druk. Van een Weihnachts in Castricum naar een Brixi in Den Haag. Van kerstliedjes in Vaassen, naar een ijzig koude en ellenlang durende beediging in Apeldoorn.
Bijna 1000 kilometer in 1 weekend. Maar wel heel gezellig met collega's die ik eigenlijk wel vaker zou willen zien en mee samenspelen.

Over verzekeringen.

In een nog niet zo heel erg ver verleden landde ik nog wel eens in discussies over verzekeringen. Over gezondheid. Over donor zijn.
In die discussie kwam het erop neer dat een bepaalde groep mensen vond dat rokers niet zo moesten zeuren. Hun longkanker hadden ze aan zichzelf te wijten. Dus hun zorgpremie moest maar omhoog.
En op zich, ik kan me bij die gedachtengang wel iets voorstellen.
Iemand die willens en wetens het risico loopt op ziekten, is misschien niet zo heel slim bezig.

Het mooie is wel dat ik een aantal parallellen zie, die ik hier toch even wil aanstippen.
Er zijn namelijk talloze andere riskante dingen, die mensen doen, waar ik niks aan heb, of last van heb, en waar wij ook met ons allen voor opdraaien.

Ik noem bijvoorbeeld vuurwerk.
Ook dit jaar weer talloze etterbakjes die de straat opgaan met tassen vol vuurwerk. Lekker stoer knallen. En liefst met zo zwaar mogelijke bommen. En als het even kan zo illegaal mogelijk, want dat is wel de ultieme stoerigheid.
Lekker geen rekening houden met oudjes die zich lam schrikken, en dieren die van ellende onder het toilet kruipen.
En owee als er vingertjes of oogjes verloren gaan. Dan is het huilen geblazen. En moet de hele samenleving nogmaals last ondervinden van deze etterbakjes. Want reken maar dat de zorgpremie niet dekkend is voor de operaties die volgen.

Ik noem fietsers.
Gisteren nog twee stadswachten nota bene. Na het concert wilde ik even bij een dorps pompstationnetje een flesje water halen. Vriendje Nando had zo mooi gespeeld dat ik er een droge bek van kreeg. Om dat pompstationnetje op te rijden, moest ik een fietspad oversteken. Links kijken, rechts kijken, pad was vrij, dus opstomen maar. Jammer alleen dat vanaf het pompstation twee fietsers zonder te kijken, zonder hun poot uit te steken zich frontaal voor mijn auto gooiden. Zomaar het fietspad op. Piepende remmen. Van fietsers en mij. Goed kijken: jawel hoor: twee stadswachten! Figuren waar ik sowieso al weinig mee op heb. En nu wederom een blijk van waarom: het uniform is heel stoer, maar basale regels en omgangsvormen en communicatie in het verkeer is al te moeilijk of te veel gevraagd. Maar owee als het een aanrijding was. Dan was het huilen. Maar wel een vermanend vingertje naar mij opsteken. Alsof ik kan anticiperen op het zwalkende kutgedrag van stadswachten die nota bene beter zouden moeten weten.
En ook hier is de verzekeringspremie echt niet dekkend voor de ellende.

Maar als ik dit soort dingen dus aangaf in de discussie, werd mij verweten dat ik appels met peren vergeleek. Want roken heeft iedereen last van!!!11!!!!one!1

Dus blijkbaar mag iemand die levensmoe is op de fiets wel potentiele doodswensen uitvoeren, en mag een etterbakje met vuurwerk wel op de maatschappij teren als het misgaat, maar een roker niet.

Of misschien moeten we gewoon accepteren dat mensen nu eenmaal domme dingen doen, en niet zo mauwen over de onkosten die dat met zich meebrengt.


zondag 1 december 2013

December...



Ik omschreef mezelf eens als onbeschaamd voyeur van het grote spektakel dat Leven heet. Deze omschrijving is niet van mijzelf, maar van Thea Beckmann. (Uit: de trilogie over de 100 jarige oorlog in Frankrijk. Dit is serieus leesvoer voor kinderen, maar ook volwassenen. Kopen, die boeken! Flikker die ellendige pleesteesjon en andere kompieoeterspellutjus het huis uit en laat kinderen weer lezen!)
En lange tijd was dat ook zo. Ik gaf en geef, niet gehinderd door enige vorm van subtiliteit, commentaar op alles wat er langskomt. Maar dat impliceert ook wat anders: het impliceert dat ik, gezeten op een prachtige troon, het leven aan me voorbij zie trekken, zonder er bewust deel van uit te maken.
En dat is dus absoluut niet zo. Zelfs niet toen mijn leven 'stilstond' omdat ik bezig was met kanker.
Dat het leven sindsdien in een absurde stroomversnelling is geraakt, voelt nog steeds heel raar.  Trouwen, huizen kijken, nieuwe kansen op de arbeidsmarkt voor 2 personen.

Het is 1 december. Het begin van een maand waarvan een wijze sportinstructeur ooit zei: het gemis, dat gat, dat blijft open. Dat blijft zichtbaar. Dat blijft voelbaar.
December. De maand van Sinterklaas en ZWARTE!!!!! Piet. De maand van veel optredens. De maand van kerst, oud en nieuw. Maar ook de maand waarin mijn moeder 65 jaar zou zijn geworden.
Mijn moeder had het al helemaal bedacht: het moment dat ze 65 jaar werd, zou de bijstandsuitkering en de aow samenvallen. En dat zou een maand van extra inkomen betekenen. Na een levenlang armoedig dubbeltjes omdraaien, had ze besloten dat dat een moment van extra feest zou worden. Een moment waarop ze alle registers open zou trekken. En zich geen zorgen meer zou maken of het allemaal wel kon. Ze zou er een groot feest van maken.

Dat liep een klein beetje anders. Het leven was zozeer een vijand geworden, dat de dood (hoe angstwekkend ook) kwam als een vriend.

Ik zie nog regelmatig posters voorbijkomen, waarop staat dat als je ze kopieert, je mensen met kanker steunt. En als je dat niet doet, ben je een harteloos wezen.
Om te kotsen. Werkelijk waar, om te kotsen.

Onderstaande tekst was mijn antwoord:

Ik deel dit toch wel. Niet omdat ik dit zo'n geweldige poster vind, maar omdat ik iedereen in mijn vriendenlijst (en ver daarbuiten) wil proberen te overtuigen van het feit dat dit vies, goedkoop sentiment is. Iemand die aan kanker lijdt, wil helemaal niet maar 1 ding. Tuurlijk: het overwinnen van kanker staat op nummer 1. Maar met het overwinnen van kanker alleen ben je er nog niet. Mijn moeder moest het vaak in haar eentje opknappen. Uiteraard waren wij er zo vaak als maar kon, en zelfs als het niet kon, waren we er toch. Maar, de omgeving kan ook veel doen. "Ken" je iemand uit je omgeving die kanker heeft? Re-post dit dan NIET. Daar heeft diegene geen flikker aan. Maar ga eens bij hem of haar langs. Vraag hem/haar naar zijn/haar verhaal. Bied aan om te helpen, waar je maar kan. Kanker hebben, kan een heel erg eenzaam proces zijn. Ga eens naar een hospice. Men zit daar verlegen om vrijwilligers die steun aan kankerpatienten willen geven. Mensen die echt willen steunen, in plaats van alleen maar zoete plaatjes ronddelen om een beetje sentiment te kweken. Ook de directe omgeving van een kankerpatient is gebaat bij steun. Gelukkig had ik dat. Zowel hier op facebook als in het echte leven. En die steun haalde ik NIET uit de rondgedeelde plaatjes als onderstaande, maar uit vriendelijke, liefdevolle woorden, uitgesproken of uitgetypt door mensen. Dat doet veel meer goed, dan het lezen van dit soort holle woorden. Lieve facebookvrienden: ergens snap ik dat jullie op deze manier steun willen betuigen. Maar een echt bericht, op facebook, of per telefoon doet de patient, of de omgeving veel meer goed dan dit. Zeker omdat er ook nog zo'n quasi beschuldigende tekst bijstaat in de trant van: "wie dit niet ronddeelt, heeft geen hart" --einde citaat van mezelf.

Uiteraard, kan men zich afvragen wat IK dan doe om kankerpatienten wél te steunen. 
Het eerlijke antwoord: ik kan het niet. Ik heb ruim 1,5 jaar lang gesteund. Gezorgd. Me zorgen gemaakt, bijna 90.000 kilometer gereden, dus 4500 liter diesel verstookt. Tot het moment dat het me brak, en ik tóch verder bleek te kunnen. Ik ben er nog niet aan toe om weer met kanker in aanraking te komen. Misschien komt dat ooit weer. Maar nu nog niet. 

December. Een soort van gatenkaasmaand. En ondanks dat ik mezelf als redelijk nuchter beschouw, borrelt er iets. Het gevoel dat ik een drempel over moet stappen. Maar als ik die drempel eenmaal over ben, dan is het ook goed. Dan besef ik weer wat ik wel heb. En dat ik daar best trots op ben ook. 

Het leven, dat ik zo graag bekijk, heeft mij toch veel mooie dingen toebedeeld. 

Om december maar eens wat kleur te geven: wat dachten we van een lekkere, in de oven  gebakken visschotel, met groene bloemkool, verse doperwten en zelf gebakken en gekruide potatowedges? 
Met als voorafje een gevulde tomaat, en als dessert een kaasplankje en lekker zelfgemaakt likeur-ijsje? 


Ik heb al wel zin in kerst!


 
 





zondag 24 november 2013

Een weekje muziek, bus en minne reportertjes.

De afgelopen week was een volle week. Spelen, lesgeven, bus knorren, spelen. Spelen.
Dat bus knorren was wel weer even een belevenis.
Ik mocht mijn rit namelijk afsluiten met een nieuwe (nou ja, voor mij nieuw) bus. Een heusche Volvo. Met minder dan 1 ton op de teller, dus eigenlijk gewoon nieuw. Het was de laatste rit van mijn dienst, en gelukkig was de collega die ik afloste er nog, want anders had ik niet geweten hoe ik het ding aan de rol had moeten krijgen. En gelukkig was die collega zo vriendelijk om mij in drie minuten tijd een spoedcursus volvo te geven, waarbij hij afsloot met: let op! Hij is 13 meter in plaats van 12. Dat dat zo was, ontdekte ik bij de eerste draai, waarbij ik een stoeprandje meenam.
Die volvo is zo nieuw dat er ook op diverse plekken knoppen voor de stoel zitten, waar ik dus eigenlijk niet aan wilde komen, maar omdat ik wat lomp instapte, toch aan zat. En dus de rest van de rit met mijn knieeen in mijn nek moest rijden, omdat mijn stoel tot het absolute dieptepunt zakte. En ik het ding met geen mogelijkheid meer omhoog kreeg. Gelukkig duurde de rit maar 3 kwartier, anders was ik zo krom als een hoepel uitgestapt.

Het spelen was ook leuk. Voor een kwintet optreden had ik deze keer onverwachte hulp van vriendje Martijn. Die had een heel programma samengesteld, en deed tussendoor ook de aankondigingen van de stukken. Wat hij ook deed: een stuk programmeren met de piccolotrompet. Ik speel al tijden niet echt meer piccolo trompet en had bij dit stuk besloten om de boel gewoon lekker hoog weg te knallen. Paste best. Alleen toen het concert er eenmaal was, bleek Martijn toch een piccolo te hebben geregeld. Op de dag zelf, moest ik dus maar zien hoe ik het concert op piccolo wist te overleven. Mokkend, morrend en mopperend slaagde ik daar toch best aardig in. Uiteraard liet ik mijn zenuwen de vrije (overdreven) loop. Maar het concert was best geslaagd. 

Uit het nieuws:
 Diplomaten kunnen doen waar ze zin in hebben. Want de diplomatieke onschendbaarheid houdt in dat ze hier een moord kunnen plegen, en fluitend weg kunnen lopen, want ze zijn diplomaat.

Een paar weken geleden kwam dit zinnetje al eens langs bij rtl4. En toen voelde ik al een vaag soort irritatie opborrelen. Tuurlijk is het in principe waar. Maar ik geloof niet dat bijvoorbeeld China een moordlustige ambassadeur naar een ander land zou sturen. Waarom niet? Simpel: dat is slecht voor de zaken. Dat is slecht voor China, dat is slecht voor Nederland. Dus waarom zouden ze.

Dat een diplomaat ook maar een mens is, die af en toe zijn kinderen achter het behang kan plakken (want kinderen zijn soms vervelend, en hebben vaak een straffe opvoeding nodig) kan ik me ook wat bij voorstellen.

Dan kom je al snel uit bij pownews. Die een vermeende diplomaat aansprak op het fout parkeren van een auto. Als ik pownews bekijk, krijg ik schaamrood op mijn kaken. Dat is Nederland op zijn smalst. En op zijn foutst.
De reporter (journalist? Nee, dat vind ik een te eervolle titel voor dat schorem) is er een ware meester in om retorische vragen te stellen. Waarbij de toon en de manier waarop eigenlijk alleen maar een antwoord ten nadele van de ondervraagde kan opleveren. Als hij geen antwoord krijgt, of een antwoord krijgt dat niet past in zijn bekrompen, trieste denkwereldje, doet hij er nog een stapje bij. Dan gaat hij insinueren, en beledigen. Geheel tegen alle fatsoensregels in, probeert hij de ondervraagde te intimideren tot het geven van een antwoord dat wel gewenst is.
En uiteindelijk kunnen er klappen volgen. Geheel terecht. Journalisten moet je niet slaan, maar pownews valt niet onder journalistiek.
En dan gaat de reporter huilen. Hij is geslagen. Ach en Wee!!! Die stoute diplomaatjes toch!
Het moet maar eens afgelopen zijn met die diplomatieke onschendbaarheid!!!111one!!1

En wederom duikt een les van mijn wijze oude moeder op: als klein manneke had ik een scherpe tong. Scherper dan mijn klasgenootjes. Dus het kon wel eens gebeuren dat ik klappen kreeg. Op veel medelijden hoefde ik thuis niet te rekenen. Want: ik moest respect hebben, en met respect omgaan met mijn medemensen. Veel mensen zijn nu eenmaal niet zo scherp van tongriem gesneden, en zullen zich dan ook in wanhoop verdedigen met hun vuisten. En als je het uitlokt, moet je niet zeiken.

Dat is wat ik zo misselijk vind aan pownews. En dat soort minne broddelfiguren. Ze zoeken slachtoffers uit die per definitie verbaal minder sterk zijn. Intimideren, beledigen, insinueren, en zijn dan eigenlijk opgetogen dat ze klappen krijgen. Want dan hebben ze gelijk.

Stiekem moest ik wel lachen dan de diplomaat in kwestie helemaal geen diplomaat is, maar een medewerker die wél vervolgd kan worden. Pownews, you were owned!!!!

Had die medewerker moeten meppen? Nee, tuurlijk niet. Het beste bij dit soort kwallen is: negeren. Gewoon negeren. En als ze je echt lastig vallen: politie erbij halen.
Kan ik me voorstellen dat er gemept wordt: zeker wel.

Nu is het dus weer zondag. Een dag in het teken van: huishouden, en een officepakket opnieuw installeren. Microsoft zuigt paardekloten, maar helaas, we kunnen niet meer zonder.
Gelukkig is Ilse in da house, om te voorkomen (dat als het installeren niet vlekkeloos verloopt) dat ik de pc en officepakket door het raam naar buiten gooi.



dinsdag 19 november 2013

Uit het nieuws!

Uit het nieuws:

De burgemeester van Toronto. Wat een verfrissing. Een drugs- en alcohol verslaafde man. Een man die opgewekt crack gebruikte, openbaar dronken was, discussies over zwarte piet in het voordeel van de laatste beslechtte en vrolijk naar de hoeren ging.
En laatst een gemeenteraadslid omver banjerde. Hij bood desgevraagd zijn excuses aan, maar zei dat het een ongelukje was. Tuuuuuurlijk. Geheel per ongeluk liep hij om de tafels heen, en geheel per ongeluk denderde hij tegen dat (fragiel uitziende) raadslid aan. Hij zal zich bijtijds gerealiseerd hebben dat er camera's waren, want vlak voor dit oude mensje letterlijk op haar achterhoofd viel, ving hij haar nog even halfhartig op.

Amusant. Hoogst amusant. Doet me denken aan een overleg (oorlog) in de Russische Doema. Waar volwassen grijsaards met elkaar op de vuist gingen. Een van deze notabelen greep zijn glaasje water, en strooide dat kwistig over de vechtjassen uit. Om vervolgens een karaf te pakken en zijn glaasje weer bij te vullen. Wat een zelfbeheersing. Ik had waarschijnlijk gewoon meteen die karaf uitgestort.

Nee, dan wij. Zie je Mark Rutte al voor je, die in wilde woede Fleur Agema omver kegelt? Of glaasjes water over de SGP fractie kiept? Onze lieve, beschaafde Rutte niet. Dat is kronkelpolitiek. Maar zelden levend. Zelfs Geert Wilders met zijn grote bek zie ik nog geen leven in de brouwerij brengen.

Ook uit het nieuws.

Er zijn 8000 handtekeningen bij de tweede kamer ingeleverd tegen de school-tv-dokter Corrie. Want die heeft het over seks. En dat doet ze veel te liberaal. En de SGP'ertjes vinden dat niet kunnen. Nee, want beter is het om je kinderen totaal onwetend te houden. Beter is het om allemaal gedwongen huwelijken te arrangeren omdat dochterlief zwanger werd. Ze wist niet beter. En de rest van haar leven zal ze met ongewenst kind en ongewenste man doodongelukkig zijn.
Persoonlijk vind ik dat je mensen die hun kinderen niet, maar hun kippen wél inenten tegen vreselijke ziektes, niet serieus moet nemen, sterker nog: die moet je negeren, doodzwijgen.

Veel over geschreven. Uitgebreid op tv geweest: de orkaan die het leven van velen verwoestte op de Filipijnen.
Uiteraard werd giro 555 meteen opengesteld, want er moest weer gegeven worden. En mensen gaven, inmiddels is de teller de 18 miljoen gepasseerd. Cynisch als ik ben, vroeg ik me af of mensen weer gedachtenloos geld gingen doneren. Gedachtenloos, want volgens mij is het toch redelijk bekend dat de vorige keer dat men de poeplap leegschudde boven 555, er toch ettelijke miljoenen NIET aankwamen op de plaats van bestemming. Aan de diverse strijkstokken (als altviolist krijg je toch altijd maar de zwarte piet toegeschoven) blijven hangen.

Het hoogtepunt: Trijntje Oosterhuis beloofde voor elke 'like' op haar social media één euro te doneren. De lieve schat had zich waarschijnlijk niet gerealiseerd dat dat nogal dom is. Want ook die teller liep behoorlijk op. Meer dan 200.000 likes kreeg ze. Huppetee Trijntje: Aftikken jij! belofte maakt schuld.
Maar helaas: belofte maakt geen schuld, want ze trok de keutel in met een andere belofte: ze zal gul doneren.
Of ze was walgelijk slim, en gebruikte haar social media en deze onverkwikkelijke ramp in haar eigen voordeel: ook negatieve aandacht is aandacht.
De reacties op deze bezopen klucht zijn even hartverwarmend als stupide. Niet gehinderd door enige kennis van de Nederlandse taal, stamelen John en Anita dat ze maar moet dokken, dit uiteraard vergezeld van de meest waardeloze scheldpartijen.

Uiteraard heb ik ook betaald. Twee keer zelfs.
Ja, je leest het goed. Ik heb twee keer betaald. Niet verkeerd voor een cynicus, toch?
Met de (inmiddels weer lang in onbruik geraakte) slogan:"de maatschappij, dat ben jij" in mijn achterhoofd, hield ik mij koest toen de overheid besloot om 6 miljoen euro te doneren. Ik hield ook mijn smoel toen de Europese Unie een duit in de zak deed. En ik sta daar ook helemaal achter.
 Wij kunnen best een arm land een beetje helpen.

Bij deze wil ik dus iedereen die door de 555 bende genegeerd werd, toch een schouderklopje geven. Ook wij hebben betaalt. En dit deden wij zonder de publiciteit op te zoeken. Zonder ons te wentelen in onze goedheid.
Belastingbetaler; mede namens de mensen op de Filipijnen: bedankt!

maandag 18 november 2013

Concertjes in den vreemden

Of ik weer mee wilde doen met een Messiah. Tuurlijk. Mooi liedje, veel rust en een mooie aria.
Het is in Kapelle. Ik had ja gezegd voor ik kon bedenken dat het hier ging om een Kapelle in Zeeland en niet om Capelle aan de IJssel bij Rotterdam.
Zeeland. Dat ligt overal ver vandaan, behalve voor de Zeeuwen, want die wonen er.
De vorige keer dat ik in Zeeland moest spelen, was volgens mij in Domburg. Toen woonde ik nog in Zaandam, en was het een pokke-eind rijden. Ik had nog niet de beschikking over een comfortabele auto, dus na bijna 2 uur stapte ik totaal afgedraaid uit de auto, en toen moesten we het concert nog spelen.
Volgens google-maps was het deze keer maar anderhalf uur rijden. Maar een klein detail: de snelweg erheen was dicht. Minder vol van goede moed dan ik had gewild stapte ik in de auto (deze keer een exemplaar met alle luxe en dienovereenkomstig verbruik) om vervolgens meer dan 2 uur lang onderweg te zijn over al dan niet gebaande paden. De snelweg was dicht, en men had een adviesroute gegeven. Jammer alleen was dat die berichtgeving verre van compleet was, en mij dus over allemaal schimmige provinciale wegen leidde waar men in tegenstelling tot de snelwegen, totaal geen haast wenste te maken. Hoezo 80? 70 is snel zat.
Ondanks dit alles, was ik ruim op tijd. We zouden eerst een generale repetitie doen, dan een lange pauze en dan het concert. Die tijd benutte ik door alvast wat research te doen: waar zit de snackbar? Kapelle had gelukkig een redelijk aanbod aan eetgelegenheden: snackbar 2x, Chinees 1x, onbestemde eetschuur minstens 1x.
Ik had me hoe dan ook wel verheugd op deze Messiah. Want vriendje Gerben, die ik al jaren niet meer gezien heb, speelde ook mee. En niets zo leuk om oude vriendjes weer te zien en bij te kletsen.
Al dan niet onder het genot van een paar mooi gespeelde deuntjes, of gewoon, onder het genot van een bak patat, een berehap met satesaus en een kroket.
Al met al ging het goed. Wel was ik stiekem een beetje jaloers op een collega die op dat moment ook de Messiah aan het spelen was: in Amsterdam. Die bij zijn solo (duet eigenlijk, met een zanger) mocht staan.
Sommige koordirigenten doen dat. Die vinden die partij dusdanig belangrijk, dat de trompettist ook mag staan, of na afloop bij het applaus ook een beetje eer van hun werk krijgen.
Onze Messiah ging goed, maar echt eer van mijn werk had ik niet. Het werd volslagen genegeerd. En dan voel ik me toch wat onzeker. Was het wel goed genoeg? Gelukkig vonden mijn directe collega's het wel mooi. En gelukkig was het wederom een gezellige bijeenkomst met allemaal toffe musici.

Het was hoe dan ook wel een latertje. Want van Zeeland weer terug, was weliswaar vlotter, maar toch voor 0100 lag ik niet in bed.
En zondag moest ik voor een dienstbegeleiding naar Dedemsvaart. Samen met vriendje Martijn werden we door de dominee aldaar verzocht om met ons tweeen de dienst extra luister bij te zetten.
We hadden samen een leuk, gevarieerd programma ingestudeerd. En met succes, want het publiek was enthousiast. We mochten onze eigen stukken aankondigen. Wat we echter een beetje over het hoofd zagen: de lessenaars. We hadden bedacht dat het met 1 lessenaar wel ging. Maar 1 van de liedjes was toch wat onhandig gepubliceerd, waardoor 2 lessenaars noodzakelijk waren. Maar ja. Die extra lessenaar was even niet voorhanden, waardoor het toch al enthousiaste publiek begon te applaudisseren tijdens het draaien van de bladmuziek. Het begon allemaal goed genoeg. We hadden wél bedacht dat er in Martijn zijn partij een rustpuntje kwam om de bladzijde om te draaien, maar MIJN partij waren we vergeten. En toen ik hem omdraaide, kreeg ik tot mijn wilde verbijstering een heel ander stuk voor mijn neus. Nee, dat had toch echt veel vlekkelozer gelopen als we wél twee lessenaars hadden gepakt. Gelukkig zijn wij niet voor één gat te vangen, en grijnzend konden we na deze muzikale verwarring gewoon verder spelen alsof er niks gebeurd was.
Leermomentje in logistieke zaken.

Aldus kwam ik wederom laat thuis. Schertsend noem ik mezelf dan ook maar Tinus Trekvogel.
Deze week ook weer druk. Op de rol staat: Sliedrecht, Tilburg, Huizen, Rotterdam, Gorinchem en nog zo wat plaatsen.
Ergens rond kerst zal ik wel wat rustige dagen hebben. Vastroesten zal ik niet snel doen. Dat is zeker.

maandag 11 november 2013

Kleine muzikale missertjes.

Wat wazig keek ik voor me uit. En ergens binnen in me begon het te borrelen; een aanrollende slappe lach. Omdat ik een signaal moest spelen voor de gevallen collegae, had ik geen koraalboekje bij me. Nu ken ik inmiddels de meeste koralen wel uit mijn hoofd, dus ik had aan de collega naast me gevraagd of hij de toonsoorten aan me wilde toefluisteren. Dan moet hij natuurlijk wel de juiste toonsoort doorgeven aan me. En daar ging het mis. Het waren geen 3 kruisen, maar 3 mollen. Dat klinkt nogal... Bijzonder. En ik moest alle zeilen bijzetten om de slappe lach niet tijdens het spelen van dat mooie, ingetogen koraal naar buiten te laten gaan.
Uiteraard wist ik me te beheersen. Want een signaal taptoe is een serieuze aangelegenheid. De nabestaanden, en de overledenen hebben het recht op een mooi, ingetogen signaal. En dat doe ik graag. Dus deze, voor een koraal hilarische misser heb ik uitgebannen.

Een paar weken later.
De dirigent heeft op zijn zachtst gezegd nog nooit naar een opname van het stuk geluisterd dat hij met zijn koor, en het ingehuurde orkest wilde spelen. Een lang, omstandig, onnavolgbaar en wazig cv heeft de man. Dat moet indruk maken. Maar afgaande op de huidige prestaties, zou ik bijna denken dat de persoon van de cv en de dirigent twee totaal verschillende karakters zijn.
De tempo's die de man nam, waren wellicht haalbaar voor het koor, maar een factor 10 te langzaam. Inzetten aangeven deed hij wel, maar ook weer zo onnavolgbaar, dat er niet uit op te maken was, welk tempo hij wilde doen.
De gebaren en bewegingen die hij maakte, hadden niet misstaan bij de auditierondes van So You Think You Can Dance. Ze misstonden wel bij het optreden dat hij met ons wilde verzorgen.

Bij dit optreden was ik echter ook niet helemaal foutloos. Omdat er eerst nog een 3 uur durende repetitie aan vooraf ging (!) had ik besloten om mijn pak (nieuw!!! Dus passend) mee te nemen.
Ik trok mijn pak uit de kast, graaide mijn witte overhemd erbij, ritste de tas dicht, en ging goedgemutst op weg.
Na de repetitie vertrokken we naar een pizzeria in de buurt om een heerlijke spareribs schotel te gaan eten. Buiten zorgde een sukkel voor een heuse verkeersopstopping. De man had zijn auto wel geparkeerd en afgesloten. Echter hij was vergeten om de auto op de handrem te zetten. Bij het minste zuchtje wind, zakte die auto de rijbaan op. Dat leverde een mooi klankspel van diverse claxons op.
Eenmaal ons buikje rond gegeten was het snel tijd om ons om te kleden.
Broek aan. Overhemd aan. Had ik nu echt zoveel gegeten, dat in minder dan 3 maanden tijd mijn overhemd al niet meer over mijn armen paste? En hoe kwam het dat die knoopjes zo gruwelijk strak stonden, sterker nog, dat ik de bovenste knopen niet eens meer dicht kreeg? En die taille lijntjes, dat had ik ook nog nooit eerder gezien bij mijn overhemden. Ik wist helemaal niet dat Ilse ook overhemden had. Hoewel: dat heet dan blouse. Mijn verwarring leidde tot grote hilariteit in de kleedkamer. Terecht, het zag er niet uit. Gelukkig wist ik het een beetje te camoufleren door mijn jasje over mijn witte t-shirt te dragen. Ik hoop dat het niet opviel.

Een weekje eerder: een leuke cantatedienst werd ruw verstoord door mijn doorgaans perfect werkende trompet. Een mooie aria met een bas. Lekker fris tempo. Bijna een walsje. Wat jammer dat tijdens dat duet de ventielen van mijn trompet voorkeur gaven aan een langzamer tempo.
Het kostte me een hele regel aan noten vooraleer ik mijn trompet te kennen had kunnen geven dat hij echt MIJN tempo moest hebben. Gelukkig was de dirigent clever genoeg om me een perfecte inzet te geven, waardoor alleen mijn schaamtevolle rode hoofd uiting gaf aan het feit dat er misschien wel iets mis was gegaan.

Ik oefen thuis wel eens. Altijd met studiedemper, want hoezeer de buurman ook een aardige man is, zijn vrouw draait nog wel eens nachtdiensten in het ziekenhuis, en ik ben de laatste die haar van haar broodnodige slaap wil beroven.
Gezeten in de comfortabele burostoel, begin ik met wat opwarmdingen en etudes en verder leuk speelmateriaal.
Ik moet er goed om denken de deur dicht te doen, want poes Colette vindt dat het uitstekende moment om eens stevig te komen knuffelen. Normaal doet ze dat al meer dan Claus, maar als ik trompet speel, dan moet er bijna agressief geknuffeld worden. Er moet dan over mijn schouders worden geklauterd, tegen mijn trompet geduwd worden, en als zelfs dat niet helpt, dan kiest ze ervoor om zitting te houden op mijn hoofd. Ik snap niet zo goed waarom ze uitgerekend dan de aandachtshoer moet spelen. Zou ze mijn trompetspel niet mooi vinden?




dinsdag 5 november 2013

Belachelijke milieu maatregelen...

Vroeger (ja, soms is vroeger alles beter) had de Albert Heijn bij de kassa van die kleine plastic tasjes liggen. Zodat ik geen grote tas hoefde te kopen om mijn broodjes en mijn bakje kip-kerrie salade in te doen.
Dat is verdwenen. Ist VERBOTEN!!! Want dat zou slecht zijn voor het milieu.
Het resultaat daarvan is dat de verkopen van die grote tassen toeneemt, en die grote tassen zijn van dikker materiaal gemaakt, dus per definitie vervuilender.

Wat schetst mijn verbazing: als ik 4 broodjes wil kopen, heeft diezelfde albert heyn ze per 2 voorverpakt. En wordt ik dus gedwongen om 2 van die zogenaamd vervuilende zakjes plastic mee te nemen. Mijn verbazing wordt nog groter als ik vraag om 4 broodjes in 1 zakje te doen. Dan worden er op onsubtiele wijze 2 zakjes stuk gescheurd, en krijg ik een nieuw zakje om 4 broodjes heen. Dan hebben die vier broodjes dus 3 zakjes gekost. Niemand die daar moeilijk over doet. Als ze bij 1 van die zakjes wat voorzichtiger waren, had het maar 1 zakje gekost.

Maar een klein plastic tasje voor 4 broodjes en 1 bakje kip-kerrie salade is verboden, want vervuilend. 

Een vishandel ergens in den lande gaat zijn vissen niet meer in plastic zakjes meegeven. Want vervuilend. Een loffelijk streven. Maar.... Ik ben een nogal impulsieve consument. Ik besluit vlak voor het lesgeven om even een harinkie mee te nemen. Of een portie kibbeling. Ik zie het al gebeuren: ik moet mijn hand ophouden en dan wordt daar een kledder remouladesaus en een portie hete kibbelingen in gestort. En nu nog zien dat ik in de auto kom, weg kan rijden zonder op te schakelen of te sturen, het verenigingsgebouw openen, en dat allemaal zonder mijn kibbelingen of saus te morsen.
Ondertussen had ik ook een broodje haring besteld, en die is in mijn trompettas beland. Het broodje heb ik wel kunnen terugvinden, de haring niet. Wel nog een paar uitjes, die in mijn mondstukken mapje zijn belandt. Na een paar dagen begint die tas te meuren als de poorten van de hel (quote van Kluun, bedankt voor deze majesteitelijke vergelijking), en jawel, onder de stapel dempers vind ik dan toch mijn haring terug. Helaas is de geur in mijn nieuwe tas getrokken, dus die kan ik weg donderen.

Hoewel: het kan ook grappig zijn: de visboer fileert even een harinkje, hengelt hem door een bakje gesnipperde uien, en gooit hem zo over naar de klant. Degene die het ding met zijn mond weet te vangen, krijgt hem gratis. 

Okee, ik geef toe: ik ridiculiseer het een en ander.
Maar: gezien het feit dat Nederland afval gescheiden inzamelt, waardoor recyclen van plastic zakjes een redelijk eenvoudige taak moet zijn, denk ik dat dit soort maatregelen een beetje consumentje pesten is.
Of is het misschien stiekem zo dat wij wel gescheiden aanbieden, maar dat het uiteindelijk toch gewoon op de grote hoop belandt?

Als veel anderen doen wij hier grote boodschappen in het weekend. En daarvoor hebben wij grote tassen, die we vaker gebruiken. Maar als ik tussendoor iets wil kopen, dan heb ik die niet bij me. Mijn auto is al een afschrikwekkende vuilnisbelt (overigens: aanrader voor iedereen, zelfs de meest hongerige junk durft niet in mijn auto in te breken, zo vreselijk is dat ding na een maand of 2), dus ruimte voor een paar plastic tassen is er niet. En als die er zou zijn, zou ik ze niet meer terugvinden. Als ik dus bij de visboer kom, en ik had mijn eigen zakjes moeten meenemen, dan moet ik helaas met het water in mijn mond, de zaak onverrichter zake verlaten. En dat zou toch zonde zijn.

 Een andere rare vorm van het schoner willen maken van de omgeving: de stad Utrecht wil per 2015 de stad afsluiten voor dieselauto's van 15 jaar en ouder.
Ilse, mijn onvolprezen aanstaande, heeft tegen die tijd een saxo op diesel van 15 jaar oud. Maar ik wil kleiner en goedkoper rijden. Dus ik koop eenzelfde saxo op diesel, maar die komt uit 2001. Zelfde motor, zelfde verbruik, zelfde uitstoot. Mijn auto mag de stad wel in, en die van Ilse niet.
Fabrikanten doen namelijk iets langer als een jaar met een modelletje auto. Dus die grens is nauwelijks met droge ogen te handhaven.

En in dit geval: Er zijn autofabrikanten die al heel erg lang geleden in staat waren om motoren te ontwikkelen die 1/100 reden. Maar dat werd door de brandstofproducenten tegengehouden. Men moest wel verkopen.
Dat is niet meer van deze tijd. Gewoon weer uit het stof trekken, die motoren. Dat is een betere maatregel dan mensen bewust op kosten jagen.

Ik heb absoluut hart voor de natuur. Maar bovenstaande maatregelen kosten de mensen klauwen vol geld, zijn te belachelijk voor woorden, en hebben totaal geen effect.
Daar moeten betere alternatieven voor te verzinnen zijn. 








zaterdag 19 oktober 2013

Een dagje make-up en Zwarte Piet.


Deze middag zouden wij naar een verjaardag gaan. Een verjaardag van het zoontje van een vriendin van Ilse. En om die feestelijke reden, ging Ilse in het mooi en ik in het normaal. En voor Ilse is in het mooi met allemaal smeersels, veegsels en stiftsels aan haar gezicht.
Ik vind oprecht dat Ilse een mooie dame is. Puur. Want ze heeft zo weinig van die troep op. Zeg maar zelden. En dat vind ik mooi.
Dus ik liet me (een weinig subtiel) ontvallen dat ze er voor een vogelverschrikker nog best mooi uitzag. Waarna ik meteen eraan toevoegde dat ik haar naturel veel mooierder vind.

Uiteraard moest de onmin over mijn oprechte mening via de social media verkondigd worden.
En uiteraard waren het hoofdzakelijk vrouwen die mij in het ongelijk stelden. Dat het prachtig was.
Juist.
En allemaal gingen die dames voorbij aan het feit dat mijn expliciete belediging in wezen een compliment is. Puur natuur is het mooiste.  Al die plamuur heeft mijn meisje niet nodig.

Als ik aan al die cosmetica dingen denk die in de winkel voorradig zijn, vraag ik mezelf wel eens af of Nederlandse vrouwen dan echt zo lelijk zijn, dat ze dat moeten afdekken. Want anders verberg je je gezicht toch niet onder lagen faundeesjun, maskaaraa, lipglos, aaiiilaaiiner en weet ik veel wat voor meuk nog meer? Echte schoonheid moet je niet afdekken, die moet je koesteren.

Over make-up gesproken: Zwarte Piet.
De politiek correcten en de makkelijk beledigden hebben het voor elkaar. De VN gaat zich bemoeien met ons Oud-Hollandsche Sinterklaasfeest.
Hebben die azijnpissers nou werkelijk niks beters te doen? Moet zuurverdiend belastinggeld verspild worden aan een nonsens onderzoek door de VN? De wereld zucht onder een crisis. In het midden oosten wordt gifgas gebruikt tegen ongewapende burgers, hongersnoden liggen op de loer, maar er moet per se een punt gemaakt worden over een friggin' kinderfeestje.

Ik heb in mijn late puberjaren (16-18) een paar sinterklaas feestjes georganiseerd voor kinderen uit vluchtelingen gezinnen. Daar waren nogal wat zwarte en gekleurde mensen bij. Voor de gelegenheid had ik een paar klasgenootjes geronseld die zich ook wel even wilden laten schminken, en even wat gek doen voor die kinderen.
En het is bijna onvoorstelbaar in dit land van klaag maar raak, maar NIEMAND in die hele zaal voelde zich beledigd. NIEMAND!!! Zowel kinderen als ouders vonden het maar een gek feest. Maar er was vrolijkheid. Er werden snoepjes rondgedeeld. En kinderen kregen een kadootje. Maar niemand voelde zich gediscrimineerd. Niemand riep daar dat het een rascistische wandaad was.

(Overigens: de enige die zich beledigd had kunnen voelen daar, was een oude man uit Afghanistan die ik begroette met Achmak, in plaats van Akay (en de spelling weet ik echt niet). Het eerste betekent gek, en het tweede betekent meneer. En ik bedoelde natuurlijk het tweede, maar zei het eerste. De man schoot in een daverende lach, en zijn dochter legde uit, dat ik hem uitschold voor gek, in plaats van meneer. Dat was dan mijn eerste en enige poging tot converseren in het Afghaans).

Dus als een stel vluchtelingen zich al niet aangevallen voelt door zoiets overduidelijk onschuldigs als een kinderfeestje, waarom zouden een paar groenlinkserige politiek kotsenswaardige correctelingen zich er dan aan moeten storen? Omdat het mogelijk om een neger zou KUNNEN gaan? Die zich mogelijk ten gunste van kinderen een beetje gek aanstelt?
Alsjeblieft zeg.

Ik zei het al eerder: het is een stukje cultuurgoed. En voor de mensen die er zo vreselijk tegen zijn: lees je in. Doe onderzoek. Maar negeer de achtergronden niet. Want dat is makkelijk. Zwarte Piet was niet zomaar een slaaf. Hij was een vrijgekochte slaaf. Maar dat komt in het kader van oeverloos zeiken niet zo goed te pas, dus dat slaan we maar lekker over.
Blijf van ons cultuurgoed af. Daar hebben we steeds minder van, en als we om wille van die politieke correctheid ook dit nog gaan afpakken, dan bevinden we ons in een staat van ontbinding, daar moet je niet aan willen.

Overigens: sommige mensen die heel erg voor Zwarte Piet zijn, geven blijk van erg weinig opleiding. Zonder zich te storen aan grammaticale regels, menen zij dus wél allemaal rascistische onzin op het net te kunnen knallen. Uiteraard distantieer ik me daar volledig van. 

zaterdag 12 oktober 2013

Lesgeven

Zoals veel van mijn oud-studiegenoten, en collega's geef ook ik les. In de afgelopen jaren heb ik bij diverse verenigingen en muziekscholen les gegeven, maar ook privé-leerlingen van divers pluimage heb ik onder mijn hoede gehad.

Wat voor mij als docent centraal staat, is dat leerlingen leren spelen, en plezier hebben in het leren. En het musiceren.
Maar ook een stukje discipline. Discipline is niet zozeer het hakken op het oefenen dat leerlingen wel of niet doen. Want dat werkt contra-productief. Ik heb zo mijn eigen maniertjes om leerlingen te laten oefenen. Meestal brom ik eens wat goedmoedig. Of ik zeg onomwonden dat ik koffie ga drinken, en dat ze maar in de les moeten oefenen.

Tijdens het lesgeven kom je de meest gekke dingen tegen.

Ik was nog een jonge docent. Student zelfs nog. En ik gaf les bij een vereniging in den lande. De dirigent van die vereniging was "een zelfbeleerde man, die voor de professionals niet onderdeed". Ik citeer hier de secretaris van de club, die mij aanstelde. Ik moest van deze dirigent dan ook lesgeven uit: "atjoendee". Want daar had de oude dirigent zoveel succes mee. Ik was nog niet zo ervaren en stond nog niet zo sterk in mijn schoenen dat ik rechtstreeks durfde te zeggen dat ik niet uit welke opgelegde methode dan ook wilde lesgeven, en dat ik liever lesgaf uit methodes waar ik wél heil in zag.
Dus dit deed ik stiekem. En met succes, want op een enkeling na, presteerden mijn leerlingen prima.
En die ene die dat niet deed (ze oefende niet, en had weinig talent) leverde me uiteindelijk ook de meeste problemen op. Want haar broer, een trombonist met een bijpassend grote bek, maar ook hier weer zonder talent, en een iets te kort lontje, negeerde tijdens een groepsles alle fatsoensnormen, kwam tegen mij aan staan rijen en in een poging tot intimidatie brieste hij dat hij het een schande vond dat zijn zusje niet vooruit ging. Luisteren naar wat ik te melden had, deed hij niet.
De 'zelfbeleerde' oude baas, vroeg naar de lesmethode, hoorde dat dat niet de door hem verafgoodde 'atjoendee' was, en liet mij spoorslags ontslaan. Dat de rest van mijn leerlingen daar echter veel beter speelden dan die van hem, liet hem siberisch.
Was ik in die tijd de beste docent? Welnee. Als student die totaal geen pedagogische vakken kreeg, en het dus zelf uit moest zoeken, had ik weinig ervaring en weinig in te brengen.
Een van mijn docenten zei ooit eens:"Beginnende docenten en dirigenten, zouden eigenlijk hun leerlingen en orkesten moeten betalen, in plaats van omgekeerd. Want ze hebben nog geen ervaring, en zullen het sneller verkloten dan iemand die ervaren is". Ergens heeft hij wel een punt. Hoewel ik heilig overtuigd ben van het feit dat ik ook toen geen slechte docent was. Nog niet zo goed als dat ik nu ben, en zeker nog niet zo ervaren.

Muziekmaken. Iedereen moet het kunnen, en de mogelijkheid krijgen. Zo ook het meisje van nog geen acht jaar zonder voortanden, met gedragsstoornis. Ik kwam pas achter die gedragsstoornis, toen ze in een vlaag van boosheid om een mislukt nootje, haar trompet door de ramen smeet. De ouders hadden mij uit schroom niet ingelicht. Dus ik was er totaal niet op verdacht geweest. Gewoon goedmoedig brommend gaf ik wat aanwijzingen, die het spelen voor haar wat gemakkelijker zouden maken, om die vervolgens in haar schriftje op te schrijven. Tijdens dat schrijven, was ik dus heel even niet direct met het meisje bezig, toen ik letterlijk van schrik met mijn pen dwars door haar schriftje prikte, omdat ik zo vreselijk schrok van het lawaai. En een trompet die woedend door de ramen wordt gesmeten, maakt veel lawaai. Nog geen halve minuut later staat moeders in het lokaal, haar spruit links en rechts om de oren te meppen. En tegen mij, verontschuldigend:"Sorry, ze heeft een gedragsprobleempje"....
Ja, dat is wel duidelijk... En ik had dit graag wat eerder geweten. Dik kans dat ik dan die onschuldige trompet en die onschuldige ruit had kunnen redden.

Sommige leerlingen die je aanneemt, zijn van een ander kaliber. Dan gaat het om volwassenen. Die het spelen weer oppakken, of met wat lastige problemen zitten. Soms gaat het om wat speeltechnische makkes die best 'eenvoudig' op te lossen zijn. Soms is het wat minder eenvoudig.
Een van die leerlingen is een wat oudere man. Die hard zijn best doet. Letterlijk, want hij speelt alsof iedereen in een straal van 20 kilometer hardhorend is.
Soms probeer ik hem te onderbreken. Toen ik hem vroeg of hij mijn gebrul (want uiteindelijk moet ik brullen om me verstaanbaar te maken) niet hoorde, antwoordde hij monter van wel.
Dat is het moment dat ik toch wel onbedaarlijk in de lach schiet.
Je bent alleen met je docent in een ruimte, je hoort tijdens je spelen je docent bulderen, om over je heen te komen, en je komt niet op het idee, dat het gebulder wel eens tegen jou gericht zou kunnen zijn.
Kijkende onder alle stoelen en tafels kwamen we samen tot de conclusie dat het inderdaad zo was dat ik mijn geroep aan mijn leerling gericht had.

Of die keer dat een leerling vanwege dierendag zijn konijn mee had genomen. Uiteraard ontsnapte het beest tijdens de les, en konden we de rest van de les rennend achter een konijn aan. Uiteindelijk vonden het het totaal in paniek geraakte dier op het toilet terug.

Een enkele keer zit het gewoon echt niet mee. Ik had ooit een leerling die net naar de middelbare school was. Een manneke die van gegoede familie was, waar veel oud (of nieuw) geld zat. Twee hard werkende ouders met inkomens waar een gemiddeld derde wereldland op zou kunnen overleven. Maar ja, wel met banen van 0700-2400.
Het kind zelf wist dat het rijk was, en ook dat het wel talent had. Ik had daar als docent zo mijn eigen ideeen over, maar goed, stimuleren deed ik hoe dan ook wel. Uiteraard tot het moment dat hij koeltjes vertelde dat ik wel een vrijwilliger moest zijn, want in zijn belevingswereld waren de mensen die hij na school ontmoette vrijwilligers die graag iets met kinderen deden.
Een beetje jammer was ook wel dat het kind niet zozeer niet wilde oefenen, hij kon gewoonweg niet.
Op maandag moest hij na school naar hockey, op dinsdag naar huiswerkbegeleiding, op woensdag naar bijspijkerlessen, (want gymnasium was toch wel een beetje te hoog gegrepen, maar ja de ouders vonden toch maar dat gymnasium was toch wel het minste) op donderdag moest hij naar scouting, op vrijdag muziekles, de zaterdag was voor polo en huiswerk, en zondag werd er met familie dingen ondernomen.
Ergo: ik kreeg heel sterk het gevoel dat de ouders zonder blikken of blozen bijna 1000 euro per jaar uitgaven aan de diverse hobbies voor hun spruit, omdat ze simpelweg niet thuis waren. Dat er in al die hobbies, maar zeker in muziek ook een beetje zelfstudie werd verwacht, kwam niet in ze op. Het was gewoon een dure, maar leuke buiten(na)schoolse opvang. Toen ik dat eens bij die ouders aankaartte, kreeg ik te horen dat dat hun zaak was. Prima. Maar niet met mij als docent. Ik heb wel betere dingen te doen, dan mijn tijd te steken in iemand die geen enkele interesse heeft in een mooie hobby als trompettist. Tot mijn verbazing liep het mannetje het volgende seizoen rond bij de pianodocent. Die mij al snel vertelde dat het mannetje nooit oefende...

Maar de 'negatieve' leerlingen zijn uitzonderingen. Over het algemeen heb ik hele toffe leerlingen. Ze hebben niet allemaal talent. En soms moet ik een beetje op ze mopperen. Want heus: niet alle leerlingen oefenen altijd. Maar meestal krijg ik ze met een grap en een grol wel weer aan het werk. En leer ik ze hoe gaaf het is, als ze beter gaan spelen. Dat ze ook gavere muziek kunnen maken. En dan krijg ik vreselijk veel energie van lesgeven.
Als een leerling na lang prutsen een bepaalde moeilijkheid heeft overwonnen.
Als een leerling, met minder aanleg, keihard oefent, en toch acceptabel weet te spelen.
Als een leerling met te weinig motivatie ineens wel weer hard gaat oefenen, en tot mooie prestaties in staat is.
Als ik voor een collega in mag vallen, en allemaal nieuwe truckjes uitleg aan leerlingen. Niet omdat die truckjes echt nieuw zijn, maar omdat ik ze net even anders uitleg.

Dan is lesgeven echt superleuk.
En daar doe ik het voor.


dinsdag 8 oktober 2013

Echte liefde...

Over liefde gesproken.

 Ilse heeft dagelijks haar dr. Phil momentje. Meestal ligt ze dan te slapen. Als ik thuis ben, vind ik het soms leuk om naar die gekke Amerikanen te kijken, meestal doe ik wat nuttigs. Piepers jassen of zo.

Gisteren viel het programma wel op. Er was namelijk een koppeltje dat ook wilde trouwen in de toekomst.
De man in kwestie was nog erg jong. Een jaar of 16, 17. De vrouw in kwestie was wat minder jong. Een jaar of 30.
Een echte cougar dus.
Deze arme vrouw kreeg de hoon van schoonfamilie, dr. Phil en het publiek over zich heen. En stond op het punt om voor 15 jaar de bak in te gaan, vanwege het feit dat ze zwanger was geworden van haar hete jonge hengst.

Met stijgende verbazing keek ik naar het gesprek dat volgde met de jongeman. Dr. Phil leek heel respecterend om te gaan met de hete hengst, maar het tegendeel was waar. Alles wat de jongen antwoordde, werd van tafel geveegd, want hij was nog geen 18, en dus wist hij niet wat het begrip: "wederzijdse instemming" zou kunnen betekenen.
Voor een psycholoog vind ik dit een curieuze houding. Laat die jongen antwoorden op je vragen, maar ga niet vervolgens al zijn antwoorden van tafel vegen met als argument dat hij te jong is, en de gevolgen niet kan overzien.

Bizar, en 'only in America': de jongeman mag met zijn 15 jaar wel in een auto rijden. De keuzes die hij achter het stuur maakt, kunnen levens veranderen, en verwoesten. Dus een dergelijk grote verantwoordelijkheid mag hij dragen, maar als het op vriendinnetjes aankomt, zou hij onmondig moeten zijn? Raar hoor.

Bovendien: ik zou deze gozer als ik dr. Phil was een dikke high-five geven. Hij slaagt erin om letterlijk het op een oude fiets te leren. En dan ook nog eens een exemplaar dat er niet geheel onappetijtelijk uitziet.

Laat die knul toch leren. Is het raar dat hij op een dergelijke oude vrouw valt (is 30 dan echt oud? Welnee, zelfs voor een 16-17 jarige niet)? Welnee. Zal dit zijn laatste vriendin zijn? Zeker niet. Hij leert ervan, en gaat door met zijn leven.
Is die vrouw raar? Jazeker! Maar welke vrouw van 30 zou er niet een jonge hitsige hengst willen, die haar bespringt wanneer het maar kan.

En let wel: met wederzijdse instemming. Zijn leeftijd is geen reden om hem onbekwaam te maken. En als hij het nu niet weet, is hij zwakzinnig, en moet hij opgenomen worden.
Deze vrouw komt er vanzelf wel achter dat een 'relatie' met een dergelijk jong manneke geen lang leven beschoren is. Ook zij zal er van leren.

Dr. Phil had een manier voor de vrouw om uit de gevangenis te blijven. Wauw. Te gek. En vooral voor dat koppel erg prettig. Want stel je voor: hun liefde is echt. Dan kunnen ze best twee jaar wachten. En vervolgens is hij 18, ze treden in het huwelijk, fokken nog meer kindjes en leven nog lang en (on)gelukkig.
In dit geval is het zo vreselijk mierenneukerig om over die leeftijd te zeuren. Ze doen het toch wel. En om dan met maar liefst 15 jaar gevangenisstraf te dreigen is eerlijk gezegd naar verhouding van de daad (die dus wel met wederzijdse instemming was) absurd.

Maar ja, ook dat kan alleen maar in Amerika...

Raar land. 

vrijdag 4 oktober 2013

Ik ga trouwen??!!

Overweldigend en hartverwarmend. De reacties op mijn voorgenomen huwelijk met Ilse.

Uiteraard wist ik al wat langer van te voren dat het er eens van moest komen. Dus al voor de zomer had ik stiekem contact met Marie-José, om een ring te laten ontwerpen, en maken.
Ik moest echter wel een goeie smoes hebben om zomaar even een paar honderd kilometer te rijden. Die 'smoes' werd me door Nando aangeleverd. Ik ging namelijk heel gezellig BBQ'en bij hem en zijn vriendin. En laat hij nu toevallig om de hoek wonen van Atelje Esbe. Dus kon ik mooi even langsgaan om de ring op te halen, als ik toch lekker ging smikkelen in het zuidelijkste puntje van het land.

Het duurde even. Want de zomer is alweer geruime tijd achter de rug. Ik had met een paar mensen overlegd.
Bijvoorbeeld de dirigent van DSWO. Die zei, niet ten onrechte:"Je kunt een paar reacties krijgen: enerzijds dat het publiek het niet snapt. Je vriendin zingt een liedje over een hoer, en jij vraagt haar ten huwelijk. Ilse kan in ongeloof uitbarsten en je van het podium aflachen of schoppen.".
Dus dat idee heb ik laten varen.
Er was in Frankrijk 1 heel erg goed moment. Ik stond wat te orakelen tegen de vriendengroep, bedacht me dat dit hét moment was, en gelijk viel me in dat ik de ring niet in mijn zak had. En om nu op mijn knieeen te gaan, om vervolgens schutterig overeind te komen en met het schaamrood op mijn kaken te moeten bekennen dat ik de ring vergeten was, gaat me een paar straten te ver. Ik heb ook mijn trots.

Dus zo verschoof het allemaal wat naar de achtergrond.  Wel kreeg ik regelmatig de vraag van Ilse of en wanneer ik haar ten huwelijk ging vragen.
Dat leidde bij mij dan weer tot net-niet-helemaal-binnenpretjes.
Van de week was het weer raak.
"Lief, wanneer ga je me ten huwelijk vragen?"
Dus ik liep naar mijn trompettas, alwaar ik de ring opgeborgen had, en pakte het doosje met ring eruit.
"Nou je het zegt, ik heb hier toevallig een ring, wil je met me trouwen?"

De ring: een mooie prijs, ex reiskosten.
De blik op het gezicht van Ilse, na mijn wat nonchalant uitgevoerde aanzoek: FUCKING PRICLESS!
En voor de rest hoop ik dat we bijtijds mastercard hebben.

Rest nog: de bruidsschat. We zijn er nog niet over uit of dat ik de ouders van Ilse moet betalen. Mijn voorstel was een sixpack heineken en een kratje sinaasappels. Ten slotte is ze al gebruikt.
Aan de andere kant: een vrouw komt meestal met een bruidsschat. Dus dat de ouders van Ilse mij (of mijn familie) een mooi potje geld geven.
Voor beide visies valt wat te zeggen.

Gastenlijsten. Wie wil ik wel, wie niet. Ik moet getuigen hebben. Dus mensen die getuigen zijn dat ik de wettige echtgenoot word van Ilse, en vice versa. Wie?
Naja, het hele circus moet dus opgestart worden.

Oja: ik ben NIET in voor een vrijgezellenfeest als ik:
1) Onmatig moet zuipen
2) verkleed moet gaan in een denigrerend, mensonterend pak. Of beter: als ik verkleed moet gaan.
3) naar een bananenbar of andersoortige uitspanning waar vrouwen van divers, maar in elk geval licht allooi rond lopen, die tegen betaling betast, en gebatst mogen worden, moet gaan.

In andere voorkomende gevallen graag overleggen. Een avondje uit eten, en na afloop gezellig in een leuk café lopen jammeren dat ik voor de laatste keer als vrij man rondloop, vind ik dan wel weer aangenaam.

Alle gekheid op een stokje. Een collega zei dat het wel jammer was dat mijn moeder dit niet meer kon meemaken.
En daarmee zette hij even een pas op de woelige plaats. Want ja. Het is jammer dat mijn moeder dit niet mee kan maken.
Aan de andere kant moet ik realistisch zijn. Als mijn moeder nog geleefd had, was de kans bijzonder groot dat ze nog minder mens was, dan ze was. En dan had ze nauwelijks iets mee gekregen van het hele feest.
Maar toch. Jammer dat ze het niet meer meemaakt. Hoezeer ik ook meen te denken dat ze het met de keuze wel eens was geweest. Verdrietig. Maar er zullen vast nog meer momenten volgen waarvan ik denk: Goh, daar had mijn moeder bij moeten zijn. Maar misschien moet ik daar ook niet al te veel aan denken.
Ik denk dat ik een stukje bruidstaart de hemel inschiet. Of van die bruidssuikers. Die komen hoger.
Met maar 4 of 5 betrokken familieleden is de hoeveelheid familie aan deze kant van de bruiloft aan de magere kant.
De voorgenoemde familieleden zijn betrokken, en maken kwalitatief goed, wat er kwantitatief ontbreekt.

Dus ik ga trouwen. Ik ben verloofd. Dat klinkt toch een beetje apart. Ik ben verloofd. Ik ben verloofd. Ik ben verloofd.
Ok... Goed. Mooie nieuwe stap in het leven. Gevierd in aanwezigheid van vriendjes, vriendinnetjes, familie, met geestrijk vocht en lekkere versnaperingen.
Ergens in de voorzomer. Op een mooie zonnige dag. Zo stel ik me dat voor.




maandag 30 september 2013

Een veelbewogen taptoe.

Twee jaar geleden had ik een blog met dezelfde titel.
Twee jaar geleden liepen we ook de taptoe in Rotterdam.
Ons orkest wisselt namelijk af met het FanfareKorps van de Nationale Reserve. Dit jaar hadden we een show, die ons goed lag. Niet dat we de vorige niet konden lopen, maar eerlijk gezegd, de voorkeur ligt toch wel bij deze show. Ik hoef niet meer als een gek over het veld te dwalen, op zoek naar mijn linkerbeen en collega's waar ik in burgerkleding geen enkele moeite hoef te doen om ze te herkennen, maar die er in ceremonieel tenue allemaal hetzelfde uitzien.

Echter deze show wordt gekenmerkt door gaten. Een collega die het helaas heftig aan zijn rug kreeg bijvoorbeeld. Jammer voor hem, want misschien is een taptoe niet je hoogste hobby, maar zo'n week in Rotterdam is altijd weer gezellig. Bijkletsen met oude bekenden. Het ouwe jongens krentebrood idee.
Maar ook jammer voor ons. Want hij had een vrij groot solo-optreden.
En hier wil ik een hele grote pluim op de kolbak van Martijn plaatsen. Twee dagen voor de taptoe begon, kreeg hij de broodnodige informatie om die solo over te nemen. En hij stond er. 8 keer mijn zijn bakkes vol in beeld. En hij speelde de sterren van de hemel in dat spotlicht. Met camera's op zijn snuit. In de hitte. Op dat kurkdroge (want met doek beklede) veld. En hij speelde geniaal.
Ik geef het je te doen. Gaaf dat er in onze trompetsectie iemand zit die de sterren van de hemel kan soleren.

 We kregen een nieuwe kolbak. En net als met woningen: nieuwe kolbakken kunnen kinderziektes hebben. Om die kolbak zit een band met zilveren ringetjes. En die band zit aan twee haakjes. Maar als die band te lang is (en dat waren ze) dan schuift die langzaam maar zeker naar beneden. Zo kon het gebeuren dat Daan, onze nieuwe saxofonist, tijdens de show de weg kwijtraakte, omdat die band naar beneden zakte, en precies op zijn ogen eindigde. Ook ondergetekende raakte tijdens een van de finales even lichtelijk in paniek toen die band voor zijn ogen belandde. De binnenkant van die nieuwe mutsen is ook eventjes wennen. Als je hem te vast knoopt, zakt hij niet diep genoeg, en is een klein zuchtje wind al voldoende om het ding af te doen waaien, als je hem te los knoopt, dan zakt het ding bij iedere stap verder over je ogen, tot aan je neus aan toe.  Kortom: alles voor het plaatje, zelfs als het plaatje er wat geestelijk gehandicapt uitkomt.

Daarover gesproken: bij elke taptoe zitten er wel minder valide mensen. Die worden al dan niet met rolstoel en begeleiders aan de rand van het taptoe veld geparkeerd, en hebben de avond van het jaar.
Voor ons is het soms schrikken als die mensen niet helemaal reageren zoals we verwachten.
Tijdens het signaal taptoe stonden wij naast dat groepje, en met dat het stil werd, klonk het prrrrrrrrfffffflttttrrrrrrpppprrrrrrtttttffffrrrrrrttttttt. En bij de andere muziekjes was het zeg maar ook niet echt stil.
Maar vooral die scheet (?) was toch wel hilarisch. Niet dat de veroorzaker ervan er veel aan kon doen, maar als je het niet verwacht, werkt het toch op de lachspieren.

Oude contacten even aanhalen. Gezellig samen roken, filosoferen over de ondoorgrondelijke wegen van de baas, en een aanbod krijgen om mee te mogen naar Malta. Niet gek. En wederom dit jaar met raad en daad bijgestaan door de mensen van het ceremonieel. Klaas, Angelique, Roel en Garib.
Die er voor zorgden dat wij (even los van de kolbak) toch weer spic en span het taptoeveld konden betreden.
Ook op andere punten werd het heel gezellig. Maar dat heb ik van horen zeggen, en er was een beetje drank bij betrokken. Iets met een grote-boem-speler van een collega-orkest.

De finale dit jaar was lekker kort en krachtig. Geen ellenlange verhalen, geen ouverture 1812 die door de dirigent tot moes gehakt werd, maar gewoon. Kort en krachtig.
Heerlijk.

Toch blijft het lastig: zo'n ceremonieel tenue. Want je koppel moet met gesp recht hangen. Maar aan dat koppel hangt een zwaard. En dat zwaard (pardon, moet zijn: klewang) weegt nogal wat. Dus dat trekt, waardoor het koppel ook scheef trekt.
En dan is er een tasje. Aan een bandelier. Of hoe zo'n schuin over 1 schouder hangende riem ook heten moge. En je kolbak. En je befje. En je handschoenen.
En als je je befje vergeten bent, dan moet je je dus weer helemaal uitkleden. Dus klewang los, bandelier los, jas los en uit, want anders krijg je dat befje met geen mogelijkheid goed op zijn plaats.
Alles weer omhangen, weglopen. Verrek, bijna beneden, zwaard vergeten. Terug naar boven. Gelukkig maar, want ook mijn marsenboekje lag er nog. Handschoenen die eerst helder wit waren, lijken de vlektyfus te hebben, ook maar een nieuw paar vragen.
En die schoenen. Daar zitten veters van paar meter in, dus driemaal rond je enkels en hopen dat ze niet toch los laten, want met gewone veters is dat onhandig, maar met extra lange veters terwijl je een show moet lopen, is het vragen om desastreuze gevolgen. Daar weet Ido sinds een paar jaar alles vanaf.
Maar ons pak is wel vet gaaf. Met alle witte accenten in het blacklight, licht dat prachtig op in het donker. Dus moet je niet in je neus gaan pulken want dat valt dan, heel raar, toch op. 

En zo worstel je je door een show heen. Dan denk je klaar te zijn, lekker naar huis. Maar dat denkt iedereen. Dus file rijden, de parkeerplaats af. Tegen een 50 kilometer lange omleiding aanhikken. Stoplicht, 2 baans naar rechts. Groen, opgassen. De juffrouw links naast me, nam de bocht wel heel erg krap. Zo krap, dat onze spiegels een heel innig moment hadden. Mijn spiegel ontzet. Haar rechter deur beschadigd. Gezien het niet mijn fout was, en mijn spiegel nog functioneert, geen verzekeringswerk. Wel jammer van mijn zonnebril die in alle geirriteerde consternatie verloren ging. Maar dat kan ik die ouwetjes niet kwalijk nemen. Die stonden al van schrik te bibberen.

Mag allemaal de pret niet drukken.
Ik vond het best weer gaaf om te doen, zelfs ondanks het verkouden geblaf dat ik overhield aan de laatste carpool actie met vriendje Martijn.

Back to business as usual.


dinsdag 24 september 2013

Muziek en jeugdsentiment.

Muziek. Dat is toch een leuke bezigheid. Vrij vaak. Vorige week moest ik een big band overnemen van vriendje Michiel. Iets met door elkaar heen lopende agenda's.
Een repetitie, voorzien van net even te weinig partituren, en dan vrijdag het concert. Tijdens de repetitie heb ik lekker kunnen zeuren over timing, frasering, dynamiek.
Probleem bij het concert was: ik zou het net aan niet halen. Geen probleem, ze begonnen wel zonder me.
Eenmaal gearriveerd, belandde ik van de ene in de andere verbazing. Het publiek, zat daar duidelijk niet voor de muziek. Want er werd veel gesproken. De ene spreker wisselde de andere af, voor een kwis, waarbij het doel was geld in te zamelen. De big band zou ter afwisseling wat spelen.
Jammer was alleen dat het publiek als een stelletje aardappelzakken achter hun tafeltje zaten. Zozeer murw geluld door de diverse sprekers, dat het zelfs niet meer in staat was om zelfstandig op het idee te komen om te applaudisseren voor de band, die daar vreselijk hun best zaten en stonden te doen.
Totaal onverdiend. Want de band speelde voor zijn leven. Spannend genoeg allemaal, met een nieuwe zangeres (complimenten), nieuwe drummer (complimenten) en een nieuwe dirigent (ach, vooruit: complimenten). En ze speelden prima.
Gelukkig waren de bandleden niet voor een gat te vangen. Tussen het spelen door, was er gelukkig meer dan genoeg tijd om grappen te maken, moppen te tappen en lekker te ouwehoeren.

Inmiddels is ook de taptoe begonnen in de Ahoy.
Ik constateer: een kopje koffie uit een klein papieren wegwerp bekertje kost 1,79. Een cola uit een iets kleiner plastic wegwerpbekertje kost hetzelfde.
Let wel: dit kost het mij, voorlopig, niet want we kregen wat consumptiemunten. Maar de vrek in mij constateert dus dat de organisatie voor ons orkest 13 munten de man inkoopt. Ik ga even uit van 45 mensen. Dat zijn 585 munten. Dat is ruim 1047 euro. Maar er zijn meer bands.
Eerlijk gezegd verwacht ik van 1,79 toch een grotere kop koffie, en al helemaal een normale hoeveelheid cola. De standaard horeca hoeveelheid, en niet een afgeknepen minibekertje.
Wellicht een tip voor de organisatie: beding normale hoeveelheden drank per munt, en niet van die afgeknepen pisbeetjes.
Dus hebben vriendje Martijn en ik maar weer geregeld dat er op onze kleedkamer een senseo komt te staan. Dan kunnen mensen zelf pads meenemen, en hun munten bewaren voor fris en bier, ipv ze aan koffie te verspillen.
Los daarvan is het wel tof om weer in de Ahoy een taptoe te mogen wegwandelen. Martijn gaat een dikke solo weggeven tijdens onze show, en ik heb de repetitie gehoord, en het klonk waanzinnig goed.
Wel jammer is dat je er als roker niet veilig bent voor overvliegende beesten. Tijdens het lange wachten wilde ik even genieten van een welverdiend saffie. Als enige. Op een vrij groot leeg dakterras. En uiteraard moest er één enkele vogel overvliegen. Geen zwerm, maar 1 enkele mus. Die precies op het moment dat hij over mij heen vloog, meende te kunnen poepen. En jawel: raak! In mijn nek en op mijn schouder. Dat overkwam me voor het laatst toen ik een jaar of 9 was. Dus puur kijkend naar de statistieken, zal ik wel weer aan de beurt zijn geweest. Het was natuurlijk een giller voor alle mensen die mij mopperend en vloekend bezig zagen. Maar nog leuker was het, als het een ander was geweest die gezegend werd door deze mus.

Stiekem heb ik er wel weer zin in.
Ook een beetje bijkletsen met long-time-no-see mensen uit de diverse bands. En uiteraard staat er weer een spelletje junglespeed op het programma. Kijken of ik Thomas weer met een houten klos op zijn bek kan rossen.

 Soms maakt Facebook wat jeugdsentiment in me los.
In Schin op Geul was er niet zo veel. Heel vroeger zat er een supermarktje. Aan de andere kant van het dorp een bakker. Een frituur. Flink wat hotels, en een paar restaurants. Drie of vier kroegen. Twee campings en een viezig bungalow-parkje, waar je ook kon bowlen, en voor de dare-devils, die het aandurfden om tussen de drollen van toeristische peuters te zwemmen, was er ook een zwembadje bij.
Een station waar 4 perrons waren. Want Schin op Geul was overstap station voor het boemeltje naar Aken. Dat werd later anders. Toen ging er een stoomtrein rijden. Sindsdien lijden alle koeien er aan astmatische bronchitis.

Gesproken over treinen. Er zat een heel bijzonder winkeltje in Schin op Geul. Zo bijzonder, dat mensen ervoor uit Scheveningen naartoe kwamen. Een modeltreinen winkel. En ze hadden alles. En ze konden overal aan komen. Een heel klein winkeltje waar de nieuwe en tweedehands modeltreinenparafernalia letterlijk huizenhoog opgestapeld stond. Niemand die er de weg kon vinden, behalve de eigenaren.
Het station lag naast de kerk. Op het hoogste punt van het dorp. Liep je over het voetpaadje naar beneden, dan was het eerste dat je zag dat treinenwinkeltje. Van de familie Vleugels.
Toen ik 8 werd, kreeg ik van mijn ouders een starter setje van Marklin. Een locomotiefje, twee wagonnetjes, en een setje rails, met transformator. En omdat mijn moeder mijn moeder was, nog wat extra rails, wagonnetjes en wissels.
Verguld was ik ermee. Sindsdien bracht ik al mijn spaargeld, zakgeld en verjaardagsgeld naar dat winkeltje. Ik was er al vaste kijker, maar sinds ik mijn eigen treinbaan had, was ik er ook vaste klant.
Als het zakgeld was, ging ik steevast naar huis met wat railsjes. Of een goedkoop wagonnetje (á 3,50 gulden, voor mij een heel bedrag, en ik weet zeker dat de eigenaren er voor mij nog wel een gulden afsnoepten, zodat ik het wagonnetje, blij als het letterlijke kind, toch mee naar huis kon nemen).
Ik kwam er inmiddels zó vaak, dat de eigenaren mij soms ook behoedden voor al te zotte aankopen. "Marnix, daar heb je er al te veel van, doe dat maar niet, neem deze".
Zo kon het gebeuren dat ik met mijn treintje wilde gaan spelen. De boel opbouwen. Mooie banen verzinnen. Maar.... Het treintje reed niet. Het lampje in mijn transformator brandde wel. Dus de stroom was niet uitgevallen. Maar wat ik ook deed, het locomotiefje wilde niet vooruit. In wanhoop stapte ik op mijn fietsje. Straat uit, berg op, links af. Naar de winkel. Ik legde hakkelend van het nahijgen mijn probleem uit. De lieve man achter de balie snapte mijn probleem niet, maar zou zijn fiets pakken, om bij mij thuis te kijken wat het zou kunnen zijn.
Bij mij thuis, op mijn kamertje aangekomen, zag de man het probleem. Ik had de draadjes naar de rails verkeerd om aangesloten. -KlikKlik- En het was geregeld. Met het schaamrood op mijn kaken bleef ik verbijsterd achter. Hoofdschuddend moet de man weggefietst zijn.

Dat winkeltje leverde overigens nog flink wat hilariteit op. Het had flink gesneeuwd, en voor mij uit liepen een paar toeristen, de berg van het station af. En waar ik al op hoopte, gebeurde: deze toeristen verloren de grip op het paadje, als domino steentjes vielen, en gleden ze zomaar naar beneden.
De eerste die beneden landde, riep vervolgens in onvervalst plat Gronings:"Maar als je beneden bent, wordt t beter, want dan krijg je Vleugels". 

Later, verhuisde deze winkel. Ik weet niet precies waarheen. Zakelijk waarschijnlijk een goeie beslissing. En weer wat later hing ik mijn treinen aan de wilgen. Geen tijd, geen plaats, geen zin en geen geld meer voor over. Maar altijd als ik langs dat pand loop, glimlach ik een beetje. Ik zie dat kleine manneke weer voor me, die kwijlend in de etalage keek, en door de winkel liep. Zakgeld brandend in mijn zak.

Die herinnering kwam zomaar in me op. Want op faceboek plaatste iemand een link naar een makelaarssite. Het pand waarin dat winkeltje zat, wordt inmiddels verkocht.

Een van de eigenaars, of werknemers van dat winkeltje, ben ik weer heel veel later, zeg maar ongeveer ruim een jaar geleden tegen gekomen. In het hospice, waar Larissa en ik afscheid kwamen nemen van de vrijwilligers en de verpleging. Hun taak zat erop. En deze lieve dame, was precies 3 dagen na het overlijden van mijn moeder in het hospice vrijwilliger geworden.
Overigens was dat dezelfde dame die het onvolprezen juweliersechtpaar Stan en Marie-José aanraadde voor de ringen die we hebben laten maken.

Bijzonder, hoe zoiets kan lopen.


woensdag 18 september 2013

Het antwoord van de gemeente Tiel, en mijn antwoord daarop.

Omwille van de goede smaak, heb ik de naam van de betreffende ambtenaar eruit gelaten. Verder heb ik de brief wel 1 op 1 gekopieerd. Ik zag er verder geen persoonlijke zaken instaan.
De ambtenaar in kwestie heeft mijn brief in hoofdstukken opgedeeld, en waarschijnlijk naar eer en geweten beantwoord.

Geachte heer Coster,



Aantal flipjes
Er wordt bewust maar 1 flipje per adres gegeven, omdat het juist niet de bedoeling is dat iedereen met meerdere voertuigen op de drukste dag (zaterdag) van en naar huis gaat rijden. Dit veroorzaakt onnodige verkeersdrukte, terwijl er al heel veel verkeersdrukte is. Wij verwachten als gemeente Tiel dat mensen tijdens dit éne weekend zelf ook creatief meedenken en hun eigen maatregelen nemen, zodat zij maar met één voertuig zich verplaatsen. Hierin maakt het niet uit hoeveel parkeervergunningen er op een adres geregistreerd staan.
(u kon het Hema-strookje er trouwens gewoon afknippen, dat hadden meer mensen gedaan en dat was geen probleem).
 
Afgesloten gebied
Van te voren is duidelijk gecommuniceerd welke gebieden op welke tijden afgesloten zijn. In hoofdlijnen zijn de routes beschreven. Het is aan de inwoners zelf om specifieke informatie op te zoeken over de voor hen geldende situatie. Hiervoor is het verkeersbesluit en zijn de tekeningen op de website van de gemeente Tiel gepubliceerd. Hierin kan men per straat uitzoeken wat er aan de hand is.
 
Uw opmerkingen "dat noch de gemeente Tiel, noch de organisatie van een fruitcorso, noch een verkeersregelaar het recht heeft om mij de toegang tot mijn huis te ontzeggen" is onjuist. Als een wegbeheerder (in dit geval de gemeente Tiel) een hek met daarop een verkeersbord C1 plaatst (algehele geslotenverklaring), dan heeft elke automobilist zich hieraan te houden, bewoner of geen bewoner. Dan geldt gewoon de wegenverkeerswet. De verkeersregelaar doen hierbij gewoon hun werk. Als u door rijdt begaat u een overtreding, hier is niets goed aan te praten!
 
Parkeervergunning
Een parkeervergunning heeft niets te maken met een afgesloten weg. Het geeft u geen extra rechten, dan mensen zonder deze parkeervergunning. Als de afsluiting betekent dat u niet meer bij u in de straat kunt parkeren, dan is het inderdaad juist dat er niets anders op zit dan een stukje te lopen en de auto ergens anders neer te zetten.
 
Rechten en plichten
U heeft het over rechten en plichten. Die heeft u uiteraard. Echter, gaat het mij te ver dat u niet voor deze ene dag uw eigen rechten iets meer naar de achtergrond kan verschuiven ten behoeve van het algemene belang. Want ten behoeve van Tiel als stad worden deze evenementen georganiseerd. Hieraan beleven veel mensen wél plezier. Het hoort voor u helaas bij het 'culturele erfgoed' van de gemeente Tiel. Wij proberen alles (ook voor u als bewoner) zo goed mogelijk te regelen. Dit veroorzaakt inderdaad soms lastige situaties, maar geeft u nog niet het recht om alles wat in uw ogen impotent, amateuristisch en achtelijk is geregeld als zodanig te benoemen. Hier zal ik dan ook verder niet op ingaan. Dit geldt overigens ook voor uw suggestie mee te willen denken voor volgend jaar, gezien uw bewoordingen en instelling in dit hele verhaal.
 
 
Vriendelijke groet,
 
WERT YUIOP
Ambtenaar. 
 
 
Hieronder mijn antwoord, ik weet nog niet of ik die ga versturen, of dat ik het erbij laat.
Geachte meneer WERT YUIOP
Met belangstelling en enige verbazing heb ik uw antwoord gelezen. Maar omdat ik op een aantal punten geen antwoord heb gekregen, probeer ik te reageren op uw schrijven.
Hoofdpunt 1: het aantal Flipjes.
Het zou misschien een idee zijn, om heel Tiel af te sluiten voor verkeer behalve voor bewoners en hulpdiensten. Dan is er geen sprake van onnodige verkeersdrukte. Parkeerplekken zat buiten de stad. Creatief meedenken is leuk, maar als mensen 2 auto's hebben, is dat vaak omdat mensen die samenwonen toch op heel andere plekken werken. Anders hadden we hier uberhaupt al geen twee auto's. Het niet creatief meedenken is geen kwestie van onwil, maar van onmacht.
Hoofdpunt 2: Afgesloten gebied.
Van te voren is nauwelijks duidelijk gecommuniceerd welke gebieden afgesloten zijn. En het verschil met vorig jaar en dit jaar is dat ik vorig jaar wél thuis kon komen en dit jaar eigenlijk niet.
En dat is wat mij slecht beviel. En daarin sta ik niet alleen, maar daar kom ik straks nog op terug. Waarom kon het vorig jaar wel, en dit jaar niet?
Dat ik inderdaad in overtreding was, klopt. En mocht het zover komen: als ik een bekeuring ervoor krijg, zal ik die gewoon betalen. Maar eerlijk gezegd: de centrum bewoners worden op deze manier wel hard geraakt. Desondanks wil ik best het algemeen belang dienen. Kom ik ook straks op terug.
Hoofdpunt 3: Parkeervergunning. Goed om te weten dat het me geen extra rechten geeft. Graag zou ik dan van u vernemen in hoeverre ik dan volgend jaar een boete kan verwachten als ik gedwongen word elders te parkeren, waar mijn vergunning niet geldig is? Want wederom: voor het algemeen belang wil ik best wat over hebben, maar als me dat op een parkeerboete komt te staan, ga ik toch mijn hoefjes schrap zetten.
Hoofdpunt 4 Rechten en Plichten.
Ik ben meer dan bereid om mijn eigen situatie naar de achtergrond te verschuiven voor het algemeen belang. Maar om dit te benoemen, vind ik eerlijk gezegd behoorlijk kinderachtig. Ik gaf aan dat ik regelmatig in het weekend werk. Dat is ook voor het algemeen belang. Want iemand die werkt betaalt belasting. Laten we het s.v.p. niet op die toer gooien. Dat lijkt me niet nodig.
Uiteraard beleven er veel mensen plezier aan deze evenementen, ik ben geen dwaas. Maar de mensen die ik sprak in het centrum, laten een ander geluid horen. En het lijkt me toch best een goed ding om daar ook naar te luisteren. Los daarvan: de woorden "achterlijk" en "impotent" heb ik niet gebruikt. Laten we elkaar geen woorden in de mond leggen, ook dat staat niet zo netjes.
Over het algemeen ben ik zeer begaan met culturele erfgoederen.(Ik ben niet alleen part-time beroepschauffeur, ik ben ook part-time beroepsmusicus, zeg maar bi-professioneel) En vind oprecht dat deze evenementen ook volgend jaar zeer zeker weer plaats moeten vinden. Maar zo onredelijk is het toch niet als ik vraag om wat meer rekening te houden met de bewoners van het centrum gebied?
Ronduit schokkend vind ik het te lezen dat u iemand die oprecht wil meedenken over verbeteringen voor iedereen, af te serveren onder het motto: "hij klaagt, dus heeft geen instelling". Dat lijkt me helemaal geen goede manier van omgaan met mensen die wellicht iets onprettigs voor zichzelf kunnen en willen ombuigen naar iets goeds in het door u zo gelauwerde algemeen belang.
Ik hoop dat u dit laatste als een ironisch grapje bedoelde, zoals ook een aantal van mijn bewoordingen toch erg ironisch waren.
In afwachting van uw reactie, verblijf ik nogmaals met hoogachting,

Marnix Coster

PS: U mag als aanhef heus Marnix gebruiken ;)
PS2: wellicht is het een beter idee om een keer samen te gaan lunchen (of koffie te drinken) en dit verder te bespreken. Elkaar recht in de ogen kijken werkt vaak beter, en bepaalde uitspraken kunnen dan beter ingeschat worden. Zomaar een ideetje :)
 
 
 
 

zondag 15 september 2013

Brief aan de gemeente Tiel

Tiel, 15-09-2013
Betreft: Appelpop en fruitcorso 2013.

LS,

Mijn naam is Marnix Coster. En allereerst: ik stuur deze mail naar het algemene email-adres van de gemeente Tiel, ik hoop dat u zo vriendelijk wil zijn om deze door te sturen naar de betreffende ambtenaar/wethouder.

Een paar weken geleden kreeg ik van de gemeente een brief met een sticker. In die brief werd vermeld dat het fruitcorso en appelpop er weer aankwam. Leuk, dacht ik nog. Men zou proberen de overlast te beperken, maar het was niet helemaal uit te sluiten dat bewoners van het centrum enige overlast zouden kunnen ervaren. Iets van die strekking stond er. Als doekje voor het spreekwoordelijke bloeden, kreeg elk huishouden een sticker. Waarmee wij toch onze straat in en uit zouden kunnen rijden. En er werd een kaartje met een theoretische route bijgevoegd.
Wat mij gelijk al op- en tegenviel: er was maar 1 sticker bijgevoegd. In mijn oneindige naiviteit ging ik er vanuit dat dat een vergissing uwerzijds moest zijn geweest, want er staan op mijn adres twee auto's met een parkeervergunning, niet slechts één.
Gelijk maar even met de gemeente gebeld. Een vermoeide, onvriendelijke dame stond mij te woord.
Ik vroeg haar om een tweede sticker, aangezien er ook voor 2 auto's een parkeervergunning wordt betaald. Maar dat was blijkbaar heel dom van mij. Per huishouden werd er maar 1 sticker gegeven, en voor de rest moesten we maar improviseren. (Ergo: bek houden en niet zeiken, zo kwam deze dame over.)

Fijn... Vorig jaar was de overlast inderdaad aanwezig, maar niet heel erg. Ik kon, met een beetje mikken en prikken, inderdaad gebruik makend van de flipje sticker, naar mijn werk EN weer terug.
Vorig jaar was het inderdaad ook een beetje rumoerig. Zuipende, lallende, zwalkende en kotsende jongeren die van appelpop genoten. (Overigens: over verkeersveiligheid gesproken, wellicht is het een idee om wat meer agenten in te zetten: laveren door die losgeslagen meute is doodeng, zelfs als part-time beroepschauffeur).

Enige overlast... Juist. Als u verstaat onder enige overlast, dat mensen hun huis niet meer uit en/of in kunnen, vraag ik me af wat de vergrotende trap van enige overlast dan wel is. Een orkaan? Een nucleaire ramp?
Want dit jaar was de hele organisatie wat betreft het corso een blijk van totale incompetentie.
Amateurisme ten top.
De verkeersregelaars waren een aanfluiting. Ja, ze waren beleefd (ik uiteindelijk niet meer), maar ze kwamen niet uit Tiel. Waren niet bekend. Wisten van niks. Uiteindelijk, na veel omwegen en op goed geluk een paar dranghekken passerend, kon ik het dorp uit.
Toen ik klaar was met werken, en terug naar huis, bleek dat onmogelijk. Die routes, die theoretisch begaanbaar waren, waren dat niet. En nog meer verkeersregelaars die van niks wisten. De flipje sticker, daar had ik er inderdaad geen twee van gehoeven. Improviseren was ook al niet aan de orde. Zegge en schrijve 1 enkele aanwijzing voor wat betreft de flipje sticker, op de route naar mijn huis. En dat was het dan. Maar die route stopte, zomaar ergens. Verder mochten we niet. Op mijn vraag of ik mijn auto dan maar op de openbare weg moest laten staan, werd uiteraard raar gekeken. Ik moest maar klagen bij de organisatie. Toen ik zei dat ze die dan maar eens voor me moesten bellen, bleven ze met hun mond vol tanden staan. Ook wijzen op die verder dus blijkbaar belachelijke en nutteloze flipje sticker, was zinloos. Ik mocht er best door, maar het was afgesloten.

Uiteindelijk ben ik de snelweg maar weer opgegaan, om het via Tiel-West te proberen. Helaas, ook hier geen succes. Ruim een uur verder, besloot ik dat noch de gemeente Tiel, noch de organisatie van een fruitcorso, noch een verkeersregelaar het recht heeft om mij de toegang tot mijn huis te ontzeggen.
En dat is wat er in de praktijk gebeurde. De beloofde routes waren dicht. De beschamende flipje sticker bleek even nutteloos als zonnebrandcreme gebruiken rond middernacht, en verkeersregelaars die niet eens in staat waren om mij te vertellen hoe ik dan wél thuis moest komen.
Ik ben een afzetting voorbij gereden. Let wel: hierbij ben ik niemand te na gekomen, heb ik niemand schade toegebracht, en is er op geen enkele wijze iemand in gevaar geweest.
Twee rotondes verder raakte ik met een agent aan de praat die (hoe kan het ook anders) niet uit Tiel kwam, en mij ook verder niks kon vertellen. Ja, hij kon mij vertellen dat ik mijn auto maar ergens in een wijkje moest zetten, en dan maar naar huis moest lopen.
Ik denk vooruit, dus vroeg meteen aan hem hoe dat dan zat met mijn parkeervergunning, die wel specifiek voor mijn straat bedoeld is.
Nou, daar kon de lieve jongen mij geen vrijstelling voor geven.
Ergo: ik mag niet naar mijn huis, en als extraatje loop ik kans op een boete omdat ik ergens gedwongen word te parkeren waar ik geen vergunning voor heb.

Hallo? Zijn we er nog? Ik ben een inwoner van Tiel, betaal mijn gemeentebelastingen (voor drie personen, terwijl er maar 2 wonen, maar over die rare vorm van overheidsdiefstal zal ik u nu niet lastig vallen) én betaal voor een parkeervergunning. Mag ik als inwoner misschien heel boos zijn dat het dit jaar toch wel heel erg een feestje was voor de niet-inwoner?
Mag ik concluderen dat het corso door volslagen amateurs is opgezet dit jaar, waarbij de belangen van de bewoners van het centrum totaal genegeerd zijn?
Leuk voor de gemeente dat er een paar centen verdiend worden met het fruitcorso en appelpop, maar als ik dit volgend jaar weer moet meemaken, mag ik dan bij de gemeente een declaratie sturen voor een gedwongen opgenomen vrije dag?
Ik misgun de gemeente zijn feestje absoluut niet, maar ik misgun mezelf mijn werk en inkomsten ook niet. En het schandalige tekortschieten van de organisatie om mijn huis bereikbaar te houden, ondanks dat er uit de brief van de gemeente iets anders beloofd was, schoot me totaal in het verkeerde keelgat.
Dit moet volgend jaar anders.

Maar ik stop even met klagen. Klagen is een recht, maar er schuilt mijns inziens ook een plicht in. Meedenken! Hoe kan het beter. Uiteraard wil ik graag de daad bij dat woord voegen, en meld ik me bij deze (kostenloos?) aan om mee te brainstormen over het fruitcorso van volgend jaar. De vele mensen die ik tijdens mijn dwaaltocht door de paar open straatjes van het centrum sprak, waren allemaal totaal niet te spreken over het feit dat het voor velen van ons onmogelijk was om ons huis te verlaten, of om thuis te komen.
 Dat kan beter. Dat MOET beter.
Ik hoop binnen zeer korte tijd (laten we woensdag als uiterste reactiedatum nemen) een reactie van u te vernemen. Dit mag gewoon per mail, en uiteraard mag u me gewoon met Marnix aanspreken. Anders voel ik me gelijk zo'n ouwe knar.

In de hoop dat we voor volgend jaar voor de bewoners van Tiel een wél werk- en leefbaar corso kunnen realiseren,

verblijf ik met de meeste hoogachting en een vriendelijke groet,


Marnix Coster

PS: Ik heb die Flipje sticker herhaaldelijk bestempeld als belachelijk. Laat me dit toelichten: dat knallende roze is wel heel erg jaren '80. Zijn er nu echt geen sturm-und-drang stagieres aanwezig op de PR-afdeling?
Verder vind ik het nogal laakbaar dat ik met die sticker verplicht word om reclame te maken voor de HEMA. Volgend jaar, knip ik dat er af. Ik vind niet dat de gemeente of wie dan ook, mij kan verplichten om reclame te maken, voor welk bedrijf dan ook. Tenzij daar een vergoeding tegenover staat uiteraard.


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...