donderdag 26 januari 2017

Update

Het is weer twee jaar geleden, dus ik mag weer. Ik mag weer een bril gaan kopen. De verzekeraar vindt dat ik elke 2 jaar recht heb op een nieuwe bril. Als ik tussentijds ineens iets aan mijn ogen krijg, heb ik pech, maar elke twee jaar mag ik 250 euro stukslaan op een bril.
Houzee.
Bij de specsavers aangekomen, bleek het volslagen onduidelijk te zijn of ik wel of geen recht had op vergoeding, of dat ik moest voorschieten of dat ze zelf konden declareren.
Ik had telefonisch contact gehad, dus ik wist van wel.
Maar op mijn mooie, niet zo goed ziende, bruine ogen, wilden ze dat niet zonder meer van me aannemen.
Vervolgens volgde er een heel gegoochel met getallen, prijzen en nog meer prijzen, terwijl ik toch vrij duidelijk was in mijn boodschap: 250 euro, bril en zonnebril, precies zoals jullie dat daar aanbieden.
Maar goed, veel vijven en zessen later, kon ik dan toch eindelijk een bril gaan uitzoeken.
De lezers onder u die mij vaker gezien hebben, of zien, weten dat ik getooid met een min of meer rechthoekige bril rondloop. De afgelopen twee jaar dus met een bril van het roemruchte merk Emporio Armani. Vet hip.
Ik wilde eigenlijk in dit montuur mijn zonneglazen hebben. Want, zo redeneerde ik, dat is goedkoper. Ik hoef dan geen montuur te kopen.
Hahahahaha, nee meneertje, zo werkt dat niet. We sturen al die brillen op naar Hongarije, want daar worden ze geslepen. Dat scheelt hier heel veel werk.
En dus kan uw bril wel naar Hongarije, maar dat is bijna even duur, als hier een montuurtje uitzoeken.
Okee.
Daar stond ik dan, met mijn goede consuminder plannetje.
Het uitzoeken van een bril in mijn eentje, is al geen sinecure. En toen ik nog vrijgezel was, had ik ook oprecht de hulp nodig van een brillenboer(in).
Want je wordt dan losgelaten in zo'n brillentent, maar die brillen, hebben om de een of andere reden geen glazen in mijn sterkte. Dus zelfs als ik heel hard knijp, zie ik nog niet of het model dat ik uitzocht met bril op, ook daadwerkelijk goed staat op mijn hoofd. Dus ik voer blind (haha, woordspeling) op de expertise van de verkopende brillenman/vrouw.
De laatste keer was net voor Jente geboren was, dus kon Ilse met mij mee. Ook fijn, want die ziet de zaken vrij helder (weer zo'n lullige woordspeling).
Deze keer moest dus Jente ook mee. En omdat Jente zo haar eigen idee heeft bij de invulling van de term "shoppen", was het bril op, razendsnel naar Ilse draaien, in de hoop dat die niet net aan het voorkomen was dat Jente alle brillen uit de schappen trok om die blindelings door de winkel te gooien. En als ze dat dan wel deed, en daarvoor berispt werd, zette ze het op een brullen.
En dan weer het volgende montuur. Nee, met zo'n ondernemend kind gooi je geen hoge ogen in zo'n brillentent.
Bij een aantal monturen, wist ik zelf al vrij snel dat dit het niet was, in enkele andere gevallen kreeg ik te horen dat ik leek op Harry Potter. En in een extreem geval zelfs dat ik met die bril op een minion leek.
Ik wilde namelijk best wel eens wat anders. Ik wilde iets ronders. En volgens de brillenboerin was dat wat ik wilde, toevallig net hip. Ja, het zal. Over het algemeen loop ik erbij als iemand die de mode wel ergens heeft horen luiden, maar een blinde vlek (ik blijf maar bezig met die woordspelingen) heeft voor de plaats van de klepel. Ergo: mode en wat hip is, interesseert me om de dooie dood niet.
Maar goed, een soort van semi-ronde bril met weinig tierelantijntjes is het geworden. Van het merk.... Osiris. Dus lang niet zo hip als mijn Armani bril. Maar toch, ronder dus hipper.
Om vervolgens dus met mijn waanzinnig hippe bril in mijn veel minder hippe, maar desalniettemin zeer geliefde, gekoesterde, oude, maar zeer betrouwbare madame Jeanette (aka Citroën C5) te stappen.
Een rondere bril. Het zal met name voor mijn omgeving erg wennen worden. En nee, ik wens niet verward te worden met Harry Potter. Of een minion. Mijn minion-shirt gaat vanaf dat moment ook in de ban, om te voorkomen dat ongewenste gelijkenissen al te zeer in het oog springen.

Onze wasmachine heeft al eens de geest gegeven. Dit was tijdens operatie "Red de badkamer, red het huis". Toen, om onverklaarbare redenen, besloot Indesit om toch maar weer te gaan werken. Fijn, zo dachten we. Dat scheelt.
Gisteren besloot meneer Indesit om deze stunt nogmaals uit te halen. Alle lichtjes gaan op standje knipper, en het apparaat verrekt het om te doen waarvoor ik hem gekocht heb. Dit was (net als de vorige keer) nadat we een kookwas deden.
Blijkbaar is kokend reinigen een soort van doodssteek voor normaal functioneren bij meneertje Indesit.
Gelukkig kregen we het aanbod om een nieuwe wasmachine als verjaarskado te krijgen voor Ilse en mijn verjaardag samen.
Dat is fijn.
Dus meneer Indesit lomp van de trap af sodemieteren (eindelijk, het mag!!!) en een nieuwe laten komen.
Op het wereldwijde web zoeken naar een kwalitatief goede vervanger. Blijkt dus dat in de testen geen enkele Miele voorkomt. Wel Bosch, Siemens, AEG, Samsung en LG. En uit alle testen blijkt dat de beste uit de test, niet meer dan een 7 krijgt. Blijkbaar is middelmatigheid troef. En mijn vooringenomen idee dat Miele de beste is (waar reclame al niet goed voor is: Miele, er is geen betere) bleek dus niet te kloppen, want Miele kwam niet één keer voor zelfs maar een middelmatige 7 in aanmerking.
Dan vraag ik me af of de consumentenbond heel erg laks test, of dat wasmachinefabrikanten gewoon genoegen nemen met middelmatigheid.
Hoe dan ook: Indesit gaat naar een oud ijzer handelaar die zijn winst zal zien oplopen door het gewicht van het betonblok.

Niet alleen de wasmachine geeft de geest, de computer doet dat, na bijna 6 jaar ook. Ik moet bekennen: ik heb nog nooit zo lang met een pc gedaan. Nadat mijn moeder was gaan hemelen, deed de vorige hetzelfde. Dus tijdens de afwikkeling van de crematie en shizzle moest ik ook nog ff een nieuwe laptop kopen.
Maar dit exemplaar heeft een veel geniepiger manier om dood te gaan. Hij is ongelooflijk traag aan het worden. (Alsof ik met windows 95 werk). En soms besluit het ding om gewoon maar uit te vallen. Terwijl ik met de administratie bezig ben. Terwijl ik een blog aan het tikken ben. Terwijl ik 's ochtends glazig voor me uit zit te staren, met een kop koffie in mijn handen.
Terwijl Ilse bezig is met dingen voor haar opleiding. Gewoon eigenlijk altijd als het net niet uitkomt, het loeder.
Ik kreeg eigenlijk de printer niet werkend op mijn account. Dus mijn eerste reactie was: het werkt niet, het raam uit met die k-u-t-printer. Maar ik verdenk inmiddels gewoon deze computer van muiterij. En ook hier begint mijn redeloze agressie om falende apparatuur die klauwen met geld kost, het te winnen van gezond verstand. Weg met dat kreng. Ik schop hem het raam door. Ik leg hem op straat, en ga proberen om er met spinnende banden overheen te rijden. Ik verzuip hem in mijn aquarium (zielig voor de vissen). Gebruik hem als trampoline voor Jente. Met alle fysieke kracht tegen de tegelvloer.
Gelukkig is Ilse vrij vaak in de buurt, en die snauwt mij dan op mijn plaats. Want het is natuurlijk veel gezond verstandiger om het allemaal niet te doen. Er eventueel naar te laten kijken door iemand die er echt verstand van heeft. Of gewoon het ding heel vreedzaam, zonder diepe haatgevoelens te vervangen.
En daar heeft ze gelijk.
Maar toch.
Het kan zo vreselijk opluchten om zo'n geniepige loeder-pc gewoon keihard aan stukken te smijten. Net als vloeken. Zeer ongepast, maar het lucht gewoon meer op dan het toch wat tamme "sapperloot" als je je teen stoot tegen de massief houten tafelpoot. 
Als er in het nieuws verschijnt dat er een laptop op onverklaarbare wijze kilometers lang door de lucht vloog, en daarbij het vliegverkeer op Lelystad Airport totaal ontregelde, weet u dat het gezonde verstand het uiteindelijk toch moest afleggen tegen de opluchting van iets driestere acties.


vrijdag 20 januari 2017

Zomaar wat geraaskal.

Het is winter.
De bomen zitten onder een prachtig wit rijp, en ik ben al wakker, aangekleed en beneden. Mijn oma heeft toch nog wat meer werk om zichzelf dag-vaardig te maken. We gaan namelijk lekker wandelen door een prachtig en ijskoud "Beekse Bos". En dan bij terugkomst een lekkere kop warme chocomel, met koekjes erbij.
Ik ben al beneden, heb het tafeltje gedekt, en de sneetjes krentenbrood liggen klaar om in de broodrooster (ik heb gecontroleerd, er zitten geen muizen in -zie eerdere blog) gepropt te worden.
Omdat het nog eventjes duurt, en er verder voor een knul van 12 weinig te doen is in het popperige, propperige huisje van mijn oma, sla ik de Libelle maar open.
(Ik zou trompet kunnen gaan spelen -die moest ten slotte mee, maar mijn oma heeft ondanks haar leeftijd gevoelige oren-, maar de plafonds zijn van dien aard dat het beter is om dat niet te doen. Ten slotte: ik wil wel dat mijn oma beneden komt, maar dat dan op de gebruikelijke manier, via de trap, en niet dwars door een instortend plafond).
De Libelle is een blad met een zekere doelgroep. 99% van de advertenties gaat over cremes tegen rimpels en andere smurrie om het uiterlijk van de oudere vrouw op te peppen, dus de doelgroep is lelijke, oude vrouwen. Deze redenatie kon overigens de goedkeuring van mijn oma niet wegdragen, ondanks dat ze er hartelijk om moest lachen.
Wat er wél in die libelle staat: Jan, Jans en de kinderen. Of, zoals mijn oma als Franstalige Zwitserse zou zeggen: Jean, Jeanne et les enfants. En dat was altijd erg leuk.
Niet altijd even voorspelbaar, wel vaak erg geestig. En knap getekend door meneer Jan Kruis.
 Sinds ik bij mijn oma deze strip heb leren kennen, heb ik hem altijd even opgezocht, en ja, soms zelfs een paar albums gekocht. Gewoon omdat Jan, Jans en de kinderen herkenbaar zijn. Charmant. De kneuterige kleinburgerlijkheid was herkenbaar en als voorbeeld van hoe ik het later niet wilde (en wellicht toch kreeg). 
Los van de inhoud van de verhalen: Jan, Jans en de kinderen staan voor mij altijd een beetje symbool van hoe fijn het altijd was bij mijn oma. Warme herinneringen aan een geweldig mensje die leerde wat vertrouwen, en compromisloze liefde, naastenliefde en humor was.
Dus als ik dan weer eens een stripje van Jan Kruis las, was het ook altijd met een warm soort gevoel op de achtergrond.
Jan Kruis is overleden.
En dat vind ik jammer. Hoewel de man natuurlijk ook wel de leeftijd had om te mogen hemelen, is het wel de aanstichter van een van de wat vrolijker herinneringen uit mijn jeugd.
Als er een hemel is, weet ik zeker dat Jan daar flink wat humor en kleur zal brengen.

Wie er ook is gaan hemelen deze week:
Michiel de Kreeft. Michiel de Kreeft moest vervellen, deed dat niet handig, kwam klem te zitten tussen zijn oude en nieuwe velletje en stierf van pure verbazing. (En als hij op mij lijkt: van pure frustratie dat het niet even snel en goed kon).
Mijn vissen konden niet blijer zijn. Wat een ruimte hadden ze ineens. Ze konden gewoon overal zwemmen zonder bang te zijn om ineens gegrepen te worden. Ook de planten krijgen hierdoor een eerlijke kans, want Michiel de Kreeft had als hobby ongepast tuinieren.
Gelukkig heb ik inmiddels een heel erg lang pincet gekocht, waardoor ik niet van mijn hand tot mijn oksel die bak in hoef om dat kadaver te grijpen. Ik kan nu heel casual met dat pincet dat dooie dier beetpakken en naar het toilet transporteren.
Met de nieuw bekomen vrijheid van vis 1 - vis 12 bedacht ik me dat een 2e poging tot garnalen wel eens leuk zou kunnen zijn.
Dus mijn water bij de locale aquarium-specialist laten checken (bleek perfect) en maar een paar garnalen uitgekozen.
Gele deze keer. Want dat zou zo lekker opvallen.
Dan laat je ze in hun transportzak rustig even acclimatiseren, en dan kun je ze vrij laten. Zakje openknippen en floeps, daar gaan ze.
Meteen tussen de planten, in en onder de natuurlijke schuilplaatsen en dus uit beeld.... Leuk man, garnalen, echt, je ziet er zoveel van.
Serieus: ik vind het dan wel tof dat mijn bak zo vol leven zit, dat de planten uitschieten, en dat het gewoon een soort van kijkdoos is, waar je goed moet zoeken om specifiek leven te vinden. Ook die garnalen vindt je wel, maar dat vergt wat meer zoekwerk.
Maar omdat het een levende bak is, is het ook geen uur hetzelfde. De slakken die zich langzaam verplaatsen. Vissen die lekker zwemmen, planten die ineens een groeispurt krijgen, garnaaltjes die zich te goed doen aan de voedingsmiddelen die de vissen niet blieven, een koppeltje algeneters die haasje over spelen. Prachtig.

Het jaar is goed begonnen, moet ik zeggen.
Niet alleen wordt het waanzinnig druk met muziek maken. Ook ga ik mijn oude hobby (bus chauffeur zijn) weer oppakken.
Mijn beroepsdiploma was door Randstad totaal verwaarloosd, en ook wilden ze geen werk voor me zoeken of vinden. Nadat ik niet één, niet twee en ook geen 10 keer maar wel 100 keer met ze gebeld heb, gemaild heb, kwam ik tot de conclusie dat die hobby dan maar diende te vervallen. Maar met een ander uitzendbureau ben ik nu bezig om te kijken of ik met dat rijbewijs toch nog wat kan.
Een assessment van wel 3 uur (online, thuis te maken. Ik lieg niet, 3 uur lang naar mijn laptop koekeloeren en allemaal bizarre vragen beantwoorden, en allemaal rare figuurtjes en linken leggen tussen allemaal ogenschijnlijk totaal niet bij elkaar passende woorden of zinnen. De nut hiervan ontgaat me een beetje, maar allez, ik speel het spel gewoon mee, want het kan zomaar leiden tot een nieuwe hobby). een paar gesprekken en ik hoop dus in Amsterdam op de stadsbus te gaan karren.
Hoe gaaf zou dat zijn. Het is nog te combineren met mijn muzikale leven ook.
Maar het zou wel handig zijn als een dag -gewoon tijdelijk, niks vasts- 32 uur zou tellen. Dan kan ik Jente af en toe zien, mijn vrouw gedag kussen en dat soort zaken meer.

Over Jente gesproken:
Ik zie om me heen mensen beginnen aan hun 2e kind. En heel af en toe krijg ik dan de vraag wanneer ik aan nummer 2 ga beginnen. Want dat zou zo leuk zijn voor Jente.
Ja, ho eens. Leuk voor Jente. Maar ik moet zeggen: ik vind Jente heel erg lief, en ik zou geen seconde meer zonder haar willen (ze logeert dit weekend bij opa en oma, en ik mis haar dwingelanderij een beetje, haar vrolijkheid, haar kattenkwaad, haar geklets, haar gelach, haar gekke trekjes, naja ik mis haar gewoon). Maar om nu te zeggen dat ik er een tweede bij wil: nee.
Ten eerste: ons huis heeft 2 slaapkamers. Daar zou met passen, meten, breken en zagen wel een derde bij te maken zijn. Maar we hebben net de badkamer verbouwd. Ik vind het goed zo.
Ten tweede: onze caravan kan prima twee volwassenen en 1 kind hebben, maar kind nummer twee zou dan op het dak moeten. Of onder de caravan. Past niet. Dus dan moet er een losse tent mee (ik mag officieel niks in die caravan laden). En een baby leg je nu ook weer niet in een los tentje. Dat is zielig. Liggen wij lekker warm te snurken in de caravan, ligt die baby heel de nacht te jengelen in de kou. Dat doe je toch ook niet echt van harte, lijkt me.
Ten derde: we doen zo gradueel de baby kleren van Jente weg. Die gaan naar het Leger des Heils, vluchtelingen of andere organisaties/mensen die behoefte hebben aan kinderkleedjes. Dus we hebben helemaal geen kleding voor een tweede kind. En om Jente lekker warm in te pakken in de winter, maar een broertje of zusje in een paardendeken over straat te sleuren... Daar gaan de buren vast wat van vinden.
Ten vierde: Reken maar eens uit wat een dagje pretpark kost. Nu is dat nog te overzien. Van die kosten kan ik een week eten. Als er dan een tweede komt, ben ik gelijk mijn maandsalaris kwijt. Zeker aangezien ik niet overal gratis koffie krijg.

Ach, ik zit mezelf ook maar te verdedigen. Helemaal niet nodig. Als er nog een kind komt, zal dat gegarandeerd ook rode haren hebben, en om vriendje Jurgen te quoten: er zijn al genoeg van die mutanten.










zondag 15 januari 2017

Bärenscheisse.

Ik heb dus gisteren geleerd dat dat magistrale mopje van Bach, niet louter en alleen voor de kerst bedoeld was.
Hoewel het "Weihnachts" in "Weihnachtsoratorium" toch redelijk slaat op de kerstperiode, zijn de laatste 3 delen toch meer nieuwjaarsliedjes. Deze informatie kreeg ik, toen ik gisteren trots meldde dat ik al heel vroeg in het jaar een Weihnachts zou gaan spelen.
Dit met dank aan de betreffende dirigent, die zich vol bezieling op zijn taak stortte.

De heenreis verliep voorspoedig, en ik liep aardig voor Peter with the Short Familyname met mijn geleende paraplu. De voorspelde winterse buien bleven in elk geval in Dordrecht uit.
Na de repetitie was het plan om lekker te gaan smikkelen, alvorens wij het gerepeteerde ten uitvoer zouden gaan brengen.
Dat plan viel toch wel redelijk in het water, aangezien er nergens plek was voor 3 hongerige trompettisten en een paar koorleden. Nergens, behalve bij een dependance van de Beren.
De Beren is een keten van (bezorg)restaurants die sateetjes, biefstukken, varkenshazen, vissen en camemberts bakken en al dan niet bezorgen. (Dit laatste doen ze met scootertjes waarop jonge, stoere mensen met een helm met berenmuts erover heen zitten).
Omdat dit eigenlijk een chique soort fastfood is, kregen we een plaatsje, en konden we eten.
De kaart meldde likkebaardend dat bij alle gerechten frietjes werden geserveerd van Lamb Weston (okee) en een frisse salade.
Om niet meteen onze hele gage op te vreten, kozen de meesten van ons voor het sateetje.
De frietjes waren prima. Het sateetje zelf was simpele pindasaus van Wijko, (blijkbaar denken ze bij de beren dat mensen tegenwoordig toch niet het verschil weten of kunnen proeven tussen een satesaus of pindasaus) maar een kniesoor die daar op let, maar die frisse salade...
Die frisse salade was een soort van rauwkost. En iedereen die echt verse rauwkost heeft gezien, weet dus dat dat spul lekker stijf, stuk, knapperig en vers is.
De frisse salade die wij in een klein schaaltje geserveerd kregen, hing niet eens meer op half zeven. Half zes misschien. De plakjes kool, wortel en dat soort zut hingen verbruind over elkaar heen, lafjes dood te wezen in hun schaaltje. Die frisse salade zal zijn leven 3 dagen geleden wel als fris zijn begonnen, maar 3 avonden en klanten die het niet bliefden verder, nam ik er ook afscheid van zonder er een hap van genomen te hebben. Ik moest nog een concert spelen, en met het oog op wat er voor en achter me zat, durfde ik een diarree-aanval toch maar niet te riskeren. Vanavond denk ik dat de volgende klant het weer als "fris" op zijn bord zal krijgen.
Toen ik daar een opmerking over maakte tegen het bedienende personeel, kreeg ik 2 antwoorden.
1: Ja meneer er zit een soort mayonaise op. Ik kon wel janken. No way dat daar mayonaise op zit, want als dat echt zo was, zou het na 3 dagen meuren als de poorten van de hel.
2: maar die meneer daar, heeft het ook keurig opgegeten. Mijn bek zakte los. Dus ik moest maar net zoveel lef (of domheid) in mijn donder hebben, en indigestie riskeren omdat de kok van de Beren te lui is om een fatsoenlijke frisse salade te maken. Vanwege de kans op schimmelvorming hebben we deze frisse salade omgedoopt tot: gorgonzosalade.
Maar goed, de bitter lemon en de frietjes waren best lekker. Die hebben ze dan ook zelf niet hoeven maken.
Ik begrijp nu wel ineens waar de uitspraak:"Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt" vandaan komt. Rechtstreeks bij de Beren...

Na afloop van het concert kreeg ik dus wél een beetje te maken met dat winterse weer. Iets voorbij Sliedrecht kreeg ik een behoorlijk pittige hagelbui voor mijn kiezen, en heel vervelend werd het toen ik mijn voorgangers voorbeeld volgde door gas terug te nemen, en met 80 verder wilde ploeteren. Mijn achterligger had veel meer haast en zeker veeeeeel minder verstand, want die wilde er met 100 nog wel ff langs. Klotsende oksels, natte wenkbrauwen en bijna 7 kleuren in mijn broek toen ik hem voorbij zag glibberen, glijden en spinnen over die hagelkorrels. Het scheelde bar weinig of hij had mij te pakken. En dat ondanks zijn met asc, esp, abs en ongetwijfeld winterbanden uitgerustte 4wd...
Zo'n sukkel die eigenlijk het geluk dat hij had (hij raakte maar nét aan van de weg, en mistte op een haar na mij en de vangrail) niet verdiende. Maar in dit geval wel, anders was ik ook de lul geweest. 
Bij het klaverblad van de A15 naar de A27 sneeuwde het zo hard, dat ik moeite had met de lijnen op de weg te vinden. Niet zozeer omdat de weg wit was, maar omdat de sneeuwvlokken me het zicht belemmerden. Heel bizarre ervaring. Gelukkig waren er hier geen onnozele halzen die stoer moesten doen. Tot Noordeloos was het echt heel vervelend. Daarna was het een kwestie van rustig aan doorrijden, en geen onnozele dingen doen. Eigenlijk wel relaxed rijden. Max 100, lekker veel afstand van mijn voorligger, die hetzelfde idee had als ik: geen gekke dingen doen, en heelhuids thuiskomen.

Als het op trompetspelen aankomt, hanteer ik het credo: goedkoop is duurkoop. Beter investeren in iets goeds, dat jaren meegaat, dan elke 2 jaar weinig geld neerleggen voor goedkope troep.
Mezelf aan dat credo houden bleek toch wat meer voeten in aarde te hebben.
Toen we de badkamer noodgedwongen moesten aanpakken, wilden we in eerste instantie gewoon de tegels opnieuw leggen, en klaar.
Maar ja. Die op slappe fallussen lijkende kranen, waren wel heel erg lelijk. En staken ook wel erg ver uit de muur.
En om elders lekkages te gaan voorkomen, waren douchedeurtjes ook niet verkeerd. En die belachelijke wasbak in de muur, nam wel de helft van de deuropening in beslag. En als we toch bezig waren, een stortdouche zou geen kwaad kunnen.
Dus wat begon met 1 vierkante meter opnieuw tegelen, voegen en kitten, bleek toch een complete badkamer verbouwing, met douchedeurtjes, nieuwe kraan en stortdouche, nieuwe tegels, nieuw badkamermeubel met wasbak en kraan.
Tijdens onze zoektocht naar budgettair verantwoord spul, liet ik mij regelmatig ontvallen dat de prijzen voor een simpele stortdouche toch echt van de pot gerukt waren.
Meer dan 200 euro voor een stang, een kop en een slang met kopje. Van de zotte, vond ik dat.
Maar de bouwmarkt zou de bouwmarkt niet zijn, als er ook wat goedkopere alternatieven waren.
Dus die meegenomen.
Bij het installeren bleek wel waarom die zo goedkoop was. De kraan bevatte al haarscheurtjes, en uit de stortdouche-kop kwam helemaal geen water.
Terug naar de Gamma. Mijn probleem uitgelegd. De winkelmanager was vriendelijk, meegaand en meedenkend in oplossingen.
Ik heb niet hoeven lullen als brugman, maar ik kreeg gewoon mijn geld terug, en advies over wat dan wel te kopen.
Toch die verrekt dure merkspullen maar, want dat is betere kwaliteit.
Inmiddels is de badkamer af, en kijk ik met trots naar wat ik (met hulp) toch allemaal in vrij korte tijd voor elkaar gebokst heb. Tegels, voegen, kitten, kranen, douchedeuren, badkamermeubelen, afkitten en klaar.
En nu maar hopen dat het ook allemaal geholpen heeft, want als er nu nog lekkage ik, denk ik dat ik in staat ben om het huis op te vreten, en dat zal net als de "frisse" salade van de beren, leiden tot een maag-darm kwaal waar je U tegen zegt.





zaterdag 7 januari 2017

Doet-ie het of doet-ie het niet....

Doet-ie het of doet-ie het niet?
Dat wijsje speelt al een poosje door mijn hoofd.

Mijn wasmachine kocht ik in 2010, toen ik in Ede ging wonen. Een heuse Indesit, die budgettair nog enigszins verantwoordelijk was en niet meer programma's had, dan ik als jonge starter op de arbeidsmarkt en als ex-studentenhuis-bewoner nodig zou kunnen hebben. Die wasmachine maakte vele wassen schoon, en verhuisde  3 x met mij mee. Naar Tiel, naar Rotterdam en naar Almere.  Bij verhuizing nummer 1 was ik die pennen al kwijt waarmee we de trommel vast moeten zetten. Maar goed, hij bleef het doen. Tot dus een paar dagen geleden.
Veel nerveus geflikker van lampjes, veel geluid, maar weinig wol.
En toen, gisteren: patsboem! Hij deed het weer. Voor hoelang weet ik niet. Maar telkens als we hem aanzetten, fluiten we dat wijsje van dat oude tv-programma door ons hoofd. Als hij het opgeeft, ga ik enorm lopen jeremiëren over het feit dat vroeger de Miele's en Siemensen die mijn ouders hadden, gewoon 30 jaar meegingen, maar dat een Indesit van omgerekend dezelfde prijs, het maar 7 jaar volhoudt. Okee, toegegeven, een Indesit is natuurlijk maar een B-merk van een B-merk, maar dan verwacht ik alsnog minimaal 10 jaar. En niet dat zo'n ding na 7 jaar garantieloos, inspiratieloos en roemloos ten onder gaat, en uiteindelijk het leven helemaal laat omdat ik hem uit pure gif niet de trap af sjouw, maar gewoon smijt. Maar goed, zover is het nog niet.
Ilse meldde dat ze laatst eens de wasmachine met azijn had laten draaien. Want dat zou het ding schoonmaken. Ik heb eerder het vermoeden dat al die zure dampen van de azijn niet zo goed waren voor het brein van de Indesit. Als iemand mij elke ochtend water laat drinken, en me opeens azijn voert, dan ga ik ook op tilt.

Het leed met de badkamer is nog niet geleden...
Gisteren onder leiding van een specialist tegels gesneden en gelegd. Maar helaas; toen we vanmorgen wilden gaan voegen, bleek dat de tegels nauwelijks vast lagen. Ze bewogen alle kanten op, en we konden ze er zo uitwippen. Bij nadere bestudering bleek dat op de verpakking in (bezopen) kleine lettertjes stond dat het niet geschikt was voor (badkamer)vloeren. Dat betekent dus een set-back, want de prognose was eigenlijk dat we vanmorgen zouden voegen, afkitten en zondag weer kunnen douchen. Dat gaan we dus niet halen, want we hebben dus nu net pas alle tegels er weer uit, ontdaan van lijmresten, de vloer weer schoon en glad gemaakt, ingesmeerd met primer die nog even een nachtje moet uitharden.
Dus morgen gaan we weer tegelen (gelukkig kunnen we alle gezaagde tegels nog eens gebruiken). Dan maandag voegen, eventueel afkitten, en dan nog zeker 2 dagen alles laten drogen en uitharden voor we eindelijk weer een thuis kunnen douchen.
Nu kunnen we gelukkig bij vrienden douchen, of bij de schoonouders. Maar ja. Dat vergt logistiek toch wat planning, en daardoor zijn we inmiddels 3 van de 4 spenen van Jente kwijt (dat is niet alleen slecht voor Jente's slaapje, maar ook voor onze oren, en toch ook wel een beetje een aanslag op het toch al niet zo denderende humeur).
Ondertussen hadden we dus wel een badkamermeubel bij die Zweedse Boevenbende gekocht, die we al noest in elkaar aan het zetten waren. Dus overal onderdelen van die kast, en verpakkingsmaterialen. En omdat we die kast dus nog niet kunnen plaatsen, staat die in al zijn prachtige glorie vreselijk in de weg te staan op de slaapkamer.
Beneden was Jente haar feestje aan het bouwen, dus u kunt zich een beetje voorstellen dat het stresslevel bij uw niet-zo-nederige stukjes-schrijver tot ongekende hoogte steeg.
Ik zette vrouwlief aan het egaliseren met hamer en beitel (dat is goed voor haar, want dan kan ze mijn agressie over deze kwalijke lijm-vertraging een beetje weg timmeren) terwijl ik al mijn redeloze agressie over die verrekte tegellijm wegwerkte door als een volstrekte gek in de keuken tekeer te gaan. En de woonkamer. En het bureau. En bij de Albert Heijn, maar dat was meer omdat we pannenzegels gespaard hadden, en ik dus nu in staat was om nog zo'n fijne koekenpan te kopen. (En ja, het is ultiem burgerlijk, ik moet er bijna zelf van braken, maar we zijn nog maar 2 keer boodschappen doen verwijderd van pan nummer 3. Pan nummer 1 kreeg ik van de schoonouders, die pan nummer 1 bij elkaar gespaard hadden voor Sinterklaas).
Over sparen gesproken: ik spaar ook koopzegels bij de Appie. Een simpel rekensommetje leert namelijk dat de rente over die koopzegels een stuk hoger is als bij de bank. Just Sayin'.... (En ja, ook hier geldt: het is absoluut maagzuur-opstuwend om toe te moeten geven dat ik aan zoiets kleinburgerlijks doe als sparen bij een grutter. Maar van dit soort zegelboekjes kunnen wij ons leuke vakanties veroorloven, of een nieuw badkamermeubel, of een douchedeur. Of zo).

Met een beetje goeie wil, dus morgen tegelen. Maandag voegen en kitten, dinsdag douchecabine erin (zo'n chique half-ronde, met chroom en schuifdeuren waardoor we wel het voordeel van een cabine hebben, maar niet het nadeel van een onnodig opgeslokte ruimte), woensdag badkamermeubel op zijn plek (het demonteren van de oude, zeer lelijke was een fluitje van een cent. Dat kon ik zelfs met mijn ogen dicht, zonder dat de badkamer blank kwam te staan, het monteren van de nieuwe is met dank aan een toch wel heel erg compleet afgeleverde kraan en meubel een leuke puzzel, die ik denk ik ook wel goed zal kunnen volbrengen, mits er iemand Jente uit mijn buurt houdt omdat ander alle onderdelen hetzij door elkaar gehusseld worden, nadat ik ze net op volgorde gesorteerd had of in de prullenbak belanden aangezien het Jente's nieuwe hobby is om alle belangrijke spullen van papa en mama in de prullenbak te sodemieteren, Joost mag weten waarom ze dat nu leuk vindt). En dan heel misschien zijn vrienden en familie dan af van dit douchende nomaden gezin. En als er dan nog sprake is van een lek, dan denk ik dat ik dit huis compleet ga afbreken met mijn blote handen. In een vlaag van verstandsverbijstering. Of zo.
Doen ze het of doen ze het niet....

Een apart begin van het jaar, en niet eentje die we heel erg graag over doen.
 


zondag 1 januari 2017

De eerste: een mooie herinnering.



De eerste van 2017, en meteen maar een dierbare herinnering uit de kast trekken, omdat die helaas toch wel erg actueel is.

Toen ik in 2007 afstudeerde als klassiek trompettist, was ik heel even klaar met muziek kopen. Ik moest heel even eerst rust in de tent krijgen. Want er was nog helemaal niet zoveel werk voor me, en ik moest actief op zoek naar inkomsten.
Dus het kopen van bladmuziek was even niet aan de orde.
Maar tijdens mijn studie vond ik het heerlijk om naar Broekmans en van Poppel te wandelen. De van Baerlestraat oversteken, richting het concertgebouw lopen, en dan was je er. (Heel soms, als ik echt geen zin had om te lopen, of het regende pijpenstelen, én er stopte toevallig een tram, dan nam ik de tram naar de volgende halte. Luiheid zat er toen al wel in, geloof ik).
Broekmans had namelijk niet altijd een hele stapel nieuwe muziek voor trompet liggen, maar van de sfeer kon ik enorm genieten.
De geur van (oude) muziekboeken, partituren. Die geur, dat had iets heel specifieks, oude boeken, nieuwe boeken, en soms een beetje ozon als het heel hard regende. Ik hoef niet eens mijn best te doen om die geur weer een beetje "te ruiken". Er stonden (volgens mij niet om decoratieve redenen, want daarvoor misstonden ze en stonden ze in de weg) ook een paar enorme planten.
Er zat altijd een beetje een mal soort spanning in van het zoeken naar niet al te voor de hand liggende muziek voor trompet. Maar ook gevolgd door dat EUREKA-momentje als je vond wat je nu net niet zocht.
De sfeer van al dan niet erudiete oude heertjes en dametjes die op zoek waren naar een specifiek deuntje van Mozart of een modieus moppie van Chopin (dat schept zo lekker op tegen je artistieke vriendjes). Soms een beetje concurrentie met je mede-trompet-student om dat ene werk van Chaines of Tomasi eerder te pakken te krijgen als hij, want er was er nog maar 1 van op voorraad.
Hoewel niet 100% compleet, was het soms toch nog een uitdaging om te vinden wat ik voor mijn trompet zocht. De stapels muziek reikten letterlijk tot het plafond. En de intens vriendelijke mensen waren altijd dichtbij om te hulp te schieten. En dan pakten ze (alsof het niks was) enorme stapels in hun handen en flip-pe-tie-flip-pe-tie-flap, binnen 3 seconden hadden ze het boek te pakken, waar ik al een half uur naar zocht, maar dat zich blijkbaar vakkundig voor mij verstopt had, en ik er dus al een half uur overheen had gekeken. Als ik dan op diverse stapels had staan zwoegen, klonk naast me de vriendelijke, zachte stem van die grote man (ik ben zijn naam kwijt) die me zijn hulp aanbood, als ik maar even wilde zeggen wat ik zocht.
Vervolgens werd mijn nieuwste aanwinst in een dun, bruin papier verpakt, met enkele plakbandjes dichtgeplakt. Dat was ook wel typisch. Dat heb ik nergens anders zien gebeuren. Een nieuw boek, dat niet zielloos in een plastic tasje werd gerost, maar liefdevol in een bruin papiertje werd ingepakt, alsof het een statig cadeau was. Dat papiertje werd er vervolgens in het studielokaal van het conservatorium vlot afgescheurd, want ik kon niet wachten om (muzikaal) aan het nieuwe mopje te gaan knagen.

Het was er een gezellige warboel, en een goeie plek om even bijeen te komen voor een gezellig praatje met medestudenten, collega's en vriendjes.
Vaak ging het in deze volgorde:
-Studeren in het conservatorium.
-Samen even bij Broekmans op zoek naar een nieuwe uitdaging.
-Naar de Smalltalk voor het lekkerste sateetje van de buurt.
-Nog wat studeren.
-Eventueel concertbezoek in het concertgebouw.
-Naar de Lusthof om af te pilzen.
En zo kon het zijn dat ik soms wel 4 keer per week bij Broekmans binnenstapte. En soms hadden ze niks voor me. Dan liep ik met lege handen weer weg. Maar ik werd er evengoed vriendelijk behandeld. Want kijken mocht ook altijd. Geen scheve blikken. Want de dag erna kregen ze wat nieuws binnen, en kwam ik dat nieuws gelijk weer weghalen, bijna nog voor het prijsstickertje erop zat.

Dat Broekmans, in dat mooie pand aan de van Baerlestraat in Amsterdam is niet meer. Weggeconcurreerd door het wereldwijde web.
En nu heb ik toch een beetje spijt. Want nadat ik afgestudeerd was, was er eigenlijk weinig reden om er nog wat te kopen. Ik woonde ook niet echt meer in de buurt, en in het conservatorium had ik niks meer te zoeken.
Zo af en toe belde ik ze (ik vond hun site altijd wat omslachtig) en dan bestelde ik wat. Of ik liet er leerlingen wat bestellen. Ik zal dus waarschijnlijk nooit meer die sfeer proeven, die geur echt ruiken. Want hoewel ik naar hun magazijn in Badhoevedorp kan, of het die sfeer heeft, waag ik te betwijfelen.

Ik snap dat het bedrijf moest verkassen. Een pand aan de (kunstmatig duurgehouden) van Baerlestraat is lastig als je concurrentie dat niet hoeft, want internet. Vakkundig personeel in dienst hebben, is duur. Zeker als de concurrentie gewoon orderpickers in dienst heeft die geen noten hoeven te lezen, maar alleen maar ISBN-nummertjes moeten scannen.
Ondanks dit, waren de prijzen bij Broekmans toch altijd heel eerlijk.
En dan ontkom ik er niet aan om te stellen: dit hebben wij, als musici zelf ook gedaan.
Want zeg nu eens eerlijk: als het via internet voor 3 euro voordeliger kan, wie kiest er dan niet voor die 3 euro minder? En hebben we zelf niet vaak zat voor leerlingen een paar kopietjes gemaakt, want de ouders zitten te mekkeren over 18,50 voor een nieuw lesboek? Even dat stuk uitlenen, zodat een collega er een kopietje van kan maken, in plaats van het zelf te kopen?
Investeringen maken in je hobby of beroep. Het lijkt wel alsof dat een vies woord aan het worden is.
Tijd om te oefenen? Nee, het moet maar op les.
Een goed instrument? Nee, een trompet van 100 euro van de Lidl is ook een trompet.
Een nieuw lesboek? Nee, want je kunt er ook een kopietje van maken.
Aan de andere kant: van de 740 vrienden die ik op facebook heb, van de zoveel 100 collegae denk ik zeker te weten: zelfs als we op maandelijkse basis bij Broekmans hadden gekocht, hadden we dit niet kunnen voorkomen. Het is gewoon de tijd er niet meer voor.
Maar ik blijf het jammer vinden. Een instituut verdwijnt. De herinneringen blijven, en die zijn bij dit bedrijf 100% positief.

2016 is voltooid verleden tijd, en 2017 staat te beginnen. En ik ga meteen al een aantal uitdagingen aan. BHV cursus, EHBO cursus, en wellicht komen er nieuwe uitdagingen op mijn pad. In elk geval ga ik weer een cd-opname doen, en ook in huis is er een uitdaging op ons pad gekomen: de kit in de badkamer laat los.
Dit ontdekten we, toen we met onze brakke hoofden besloten om Jente haar ledikantje te vervangen voor een heus grote-kleine-meiden bed.
In de hoek die grenst aan de badkamer troffen we (naar wat we eerst dachten) schimmel aan. Maar schimmel is eigenlijk nooit roestbruin van kleur. Roest is wel roestbruin van kleur, en laat er in die hoek dus een stalen profiel zitten. Even de badkamer goed bekeken, en jawel: de kit in de hoeken is wel heel erg sleets. Dus dat betekent: schoonmaken, kit los, schoon en droog maken en nieuwe kit.
Voor iemand met 2 linkerhanden, toch een uitdaging van formaat, want ik weet niet eens hoe ik kit moet loshalen.
Ik vermoed dat Jente aan het einde van de week een paar nieuwe scheldwoorden kent.

Hoe dan ook: ik wens iedereen een mooi nieuw jaar toe. Dat alles maar positief mag uitpakken. 


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...