zaterdag 25 mei 2019

Ik ben maar een toeterende buschauffeur.


Er was eens een saxofoon-mevrouw. Een zeer begaafde muzikante. Een van die talenten die zelf dermate goed is, dat ze aan een conservatorium gaat lesgeven. Die mevrouw nam een snabbeltje aan, ergens in een grote bekende zaal. Ze nam het snabbeltje aan, wetende dat ze er geen cent voor zou krijgen.
Dat is een bewuste keuze, neem ik aan. Ik ga er vanuit dat grote zalen geen contracten laten tekenen door mensen die incapabel zijn.
Achteraf voelde de saxofoonmevrouw zichzelf gebruikt, en vond ze het een schande dat concertzalen niet betalen.
Dat is inderdaad raar, maar daar teken je voor. Dat weet je dus. Op dat moment had je moeten weigeren.
Kom op, je bent een van Nederlands grootste saxofoontalenten, je bent docent aan een conservatorium, en je klaagt achteraf over iets waar je op voorhand al niet voor had moeten tekenen, en aan had moeten beginnen.
Maar goed, voortschrijdend inzicht, ik neem aan dat deze dame zich inmiddels wel realiseert dat die stunt niet echt een goed voorbeeld is voor haar jonge studenten, die ook allemaal als beroeps hun geld willen verdienen. 

Het vervolg is een ware tsunami aan berichten van en over musici die allemaal een keurig net salaris willen. En persoonlijk ben ik van mening dat dat niet onterecht is.
Kranten schrijven artikelen over uitgemergelde musici, die niet van hun vak kunnen leven omdat de betaling niet echt overhoudt.
Er worden "platforms" (platformen?) opgericht waarin alle onderbetaalde musici hun verhalen delen, en naar buiten brengen.
Verhalen, de één nog schrijnender dan de andere komen aan het licht. De verontwaardiging is groot.
En die verontwaardiging kent geen grenzen.
Mensen die kritische vragen stellen, mensen die kanttekeningen plaatsen, worden niet gewaardeerd. Die worden met neerbuigendheid en absoluut misplaatste arrogantie "terecht gewezen". Of gewoon dom persoonlijk beledigd.

Laat ik nogmaals duidelijk maken: ik ben absoluut voor een fatsoenlijke betaling voor musici, en ik ben absoluut voor een goede structurele subsidie voor cultuur in het algemeen en muziek in het bijzonder. Maar ik weiger om gedachtenloos en kritiekloos met de wolven naar de maan te huilen, puur omdat anderen dat doen.
Ik verbaas me in hoge mate over het gebrek aan zelfreflectie. Want de eerder genoemde saxofoon-mevrouw is zeker niet de enige die wel eens wat voor niks doet. Of voor veel te weinig geld.
Ik gok erop dat 90% van de musici wel eens wat doet voor te weinig geld.
En zo hou je in stand dat organisaties wegkomen met onderbetaling. Dat ligt echt bij de musici. Als die ALLEMAAL het vertikken om voor een bosje konthaar en een snickers te komen spelen, gaat de prijs vanzelf wel omhoog.
Ik verbaas me ook een beetje over het gebrek aan creatieve oplossingen. Die onderbetaling is niets nieuws. Ik heb ze zelf als docerend en uitvoerend musicus regelmatig mogen meemaken.
Maar ik zie geen enkele werkbare oplossing bij mijn collega's verschijnen. Sterker nog: het begint een beetje te lijken op die sketch van Hans Teeuwen: "LalalaGELD!!!" Er wordt niet gespecificeerd wie er dan met meer geld op de proppen moet komen, wie dat moet betalen, maar er moet meer betaald worden. Ja, de staat wordt uiteraard genoemd, want met 25 miljoen extra subsidie kan elke musicus een net salaris krijgen.

En toen ik verzeild raakte in een discussie erover, was er een orgelvriendje, die heel erg erudiet wist te verwoorden wat er mis was met het hele systeem. Te veel conservatoria, die niet zozeer talent opleiden, maar zoveel mogelijk studenten aannemen, omdat dat goed is voor de inkomsten van school en docent. Wat er daarna met die studenten gebeurt, zal een conservatorium worst wezen. Lekker les gaan geven voor een paar knaken in Schubbekutteveen, en een paar halfgaar betaalde snabbeltjes in de omgeving van Pikketrekkiestan. Of je gaat iets anders doen, boeit niet. Het conservatorium heeft zijn subsidie voor jou binnen. Bedankt en we horen nog wel van je. Of niet. Ook best. Doei. (Ten minste, dat zijn mijn ervaringen met het CVA, en ja, dat zal ook wel aan mij liggen. Of niet).

Maar ja. Wat als je nu niet kan rondkomen van je vak?
Laat ik eens een parallel trekken met het gewone leven.
Pietje wordt weggesaneerd bij de bank. Want zijn functie is niet meer nodig. Dan krijgt hij van het UWV of van zijn baas een heel scala aan mogelijkheden aangereikt tot omscholing. En dan gaat hij wat anders doen.
Auw, die doet pijn, nietwaar? Maar het is wel de realiteit. En ik zie persoonlijk niet zo in, waarom de realiteit niet ook op zou gaan voor een muzikant die niet in zijn inkomen kan voorzien.
Ik ga nog meer zout in die wond strooien: waarom zou iemand anders verantwoordelijkheid moeten nemen voor het inkomen van Mark-Marie le Musicien? Ik vind het bijzonder om te denken dat iemand anders maar moet zorgen dat ik goed betaald word.
Dat dien ik zelf te doen.
Bovendien is de muzieksector er tot op heden niet in geslaagd om de politiek ervan te overtuigen dat de bezuinigingen echt desastreus zijn. Voor de werkgelegenheid, maar sowieso vind ik cultuur iets belangrijks, dat is essentieel voor een maatschappij. Talloze onderzoeken die al lang hebben aangetoond dat cultuur van essentieel belang is voor een samenleving. Maar het is wel aan de sector zelf om veel meer tot de politiek door te dringen. En dat lijkt maar niet te lukken. En zeker niet nu er alleen maar over geld gepraat wordt.

Deze kritische opmerkingen en gedachten werden niet bijzonder positief onthaald. Sterker nog: de mensen die kritisch waren (waaronder ik dus) werd op zeer neerbuigende wijze gemeld dat "het wel wat meer inhield". En daarmee was de reactie ook over. Ik hoop oprecht dat de neerbuigendheid, de arrogantie van zo'n reactie, niet tekenend is voor die hele ploeg mensen. Want dat is precies waar je een Wilders, een Bodet, een Halve Zeilstra gruwelijk mee in de kaart speelt. "Die elitaire, linkse hobby".  Natuurlijk is het dat niet, maar je kunt je als musicus echt geen arrogantie permitteren in deze samenleving die door middel van populistisch rechts zijn eigen cultuur naar het crematorium draagt. Die arrogantie is echt funest voor de sector.
Een andere violist sprak me aan op het feit dat ik iets anders ernaast was gaan doen. Ik was maar een toeterende buschauffeur, en moest daarom maar mijn bek houden, want muziek maken was toch wel iets heel bijzonders. Tja. Met zo'n houding kweek je volgens mij niet echt respect of bewondering bij je potentiele publiek. Niet zozeer omdat deze hufter-violist tegen mij begon te fulmineren, maar omdat hij diezelfde arrogantie ook in de rest van zijn intermenselijke contacten zal hebben.
En andere "collega" sprak van een teleurstelling voor collegamuzikanten (Overigens: deze collega was wel heel respectvol naar mij toe verder).  Tja. Teleurstelling misschien wel, alleen maar met de wolven naar de maan te huilen, brengt niemand verder. Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat juist discussie kan leiden tot nieuwe inzichten. Maar daar wil men niet aan, heb ik het idee. En dat vind ik verbijsterend voor een groep mensen die juist van vernieuwing en creativiteit leeft.

Maar ik heb misschien wel een oplossing die werkbaar is: ten eerste van de 10 conservatoria er 6 of 7 opdoeken. Het werkveld in Nederland is simpelweg nauwelijks groot genoeg. De 3 of 4 die er overblijven, kunnen dat best opvullen. Voer dan aan de hand van de te verwachten vacatures een numerus fixus in, zodat je nooit meer opleidt dan waar er werk voor is.
Vervolgens maken we het beroep musicus een beschermd beroep, met een register. Net zoals bijvoorbeeld een verpleegkundigen register. Mensen die afgestudeerd zijn, en in dat register staan, moeten als eerste werk krijgen, en een goede beloning. Mensen die niet in dat register staan, moeten niet meer uitgenodigd worden voor werk.
Ik heb dit tot zover uitgedacht, maar misschien zijn er mensen die hiermee verder willen. Nogmaals: creatief en in oplossingen denken. 

Maar goed, nu ik deze gedachten (let wel: het zijn gedachten, want ik ben nog niet zover dat ik mijn definitieve mening vast gesteld heb, anders dan dat ik van mening ben dat mijn collega musici iets opener in deze hele discussie zouden moeten staan) van me af heb gezet, is het tijd om mijn laatste avontuur van het platform te noteren.

We schrijven ergens rond het middaguur. Een vliegtuig naar het Midden Oosten zou vertrekken. Een goeie vlucht vol mensen, en ik was de laatste bus, voor ongeveer 47 reizigers.
Tijdens het instappen, raakte ik aan de praat met een stewardess. Een ouwe rot in het vak, een dame van tegen de 50, die alles al wel gezien had, maar toch open stond voor input van een redelijk verse chauffeur, en een dame met wie het gewoon gezellig kletsen was.
Tijdens dat praten liep de bus voller en voller. Dat ontging een van de reizigers niet. Sterker nog, zijn onmin ging vrij rap over in protest.
Hij was het er maar niet mee eens. De stewardess en ik keken in de bus (het bekende plaatje van mensen die in de deuropening blijven stilstaan als zakken zand, en weigeren om de bus daadwerkelijk verder te vullen), en zagen eigenlijk geen probleem. Bovendien: het waren er ongeveer 47, en die bus zou er 60 moeten kunnen herbergen. Dat laatste is inderdaad allerminst jofel, dus Schiphol houdt 50 als max aan, de vliegmaatschappij haalt daar vaak nog wat vanaf ook.
Dus naar onze mening viel het allemaal best mee.
Maar meneer was het er niet mee eens, en liet dit steeds luidruchtiger merken. Overdreven met zijn mobiel foto's nemen van de in zijn ogen onveilige situatie. Mijn naam willen weten omdat hij een klacht wilde indienen (my name is 133, it's written on the bus), en uiteindelijk wilde meneer niet mee. Hij greep zijn vrouw, en stapte opzichtig uit.
Dat was de stewardess wat te gortig, en die zei met de meest vriendelijke, doch dodelijke wolvenglimlach, dat dat wat haar betreft helemaal oké was, en dat meneer van haar best op eigen kosten zijn vlucht mocht omboeken naar volgende week.
Hierop gaf ze mij het teken te vertrekken, en ik rende naar mijn stuur. Waarop de man nogal schutterig zijn vrouw en zichzelf in de bus prakte. Er bleek nog zat ruimte te zijn.

Dit geschreven hebbende, begint nu mijn weekend.








zondag 19 mei 2019

Wat gereutel

"Mijn papa is niet eng, hij is gek".
Met deze tekst ging mijn dochter zich bemoeien met een gesprek tussen twee knulletjes van ongeveer haar leeftijd, die het blijkbaar over enge mensen hadden. En spuit 11 dacht meteen dat het over mij ging.
Los van het feit dat ze me niet eng vindt, vind ik het gek dat ze dan wel de link legt, als het over enge mensen gaat. Gelukkig vindt ze me niet eng, maar wat ik er precies van vind dat ze me gek vindt, weet ik nog niet.
Ons kleine spruitje heeft blaasontsteking. En dat is vooral voor haar heel naar, want ze voelt minder goed wanneer ze moet plassen, en het gebeurt dan ook best wel vaak dat ze toch ineens wat al te vroegtijdig een plaslozing heeft, terwijl ze haar kleren nog aan heeft, en totaal niet in de buurt is van iets dat op een toilet lijkt.
Die blaasontsteking leverde haar een antibiotica-kuurtje op, waarbij we dus al onze creatieve methoden moeten loslaten om het haar te laten slikken. Het is een spulletje dat door de melk mag, of door de yoghurt, of zoiets. Maar dat kan natuurlijk weer niet verhullen dat het spul gewoon heel smerig is.
We moeten al onze culinaire creativiteit aanwenden, maar ook ons geduld. Want ik snap maar al te goed dat dergelijke medicijnen niet lekker zijn.
En het mag ook best met een paar dagen over zijn, want mijn geduld met uitgespogen klodders kwark met gele medicijn is niet best, maar bij elke hap 2 handen en 2 voeten voor haar gezicht wegrukken, en dan ook nog eens haar onderkaak naar beneden forceren, is ook voor niemand goed.
Los daarvan wordt het kind moddervet als ze elke keer dat ze haar medicijn inneemt een lekkertje mag.
Zou dat misschien de reden zijn dat ze me gek vindt?
Als ouder ben je misschien van nature erg te spreken over de (vermeende) intelligentie en talenten van je kind, en ik ben daarin geen uitzondering. Jente is intelligent. Bijdehand en heel lief.
En een week geleden mocht ze van mij een boekje meenemen, ter ere van moederdag. Het werd een Donald Duck, want zo redeneerde ze: dan kan jij me voorlezen terwijl ik plaatjes kijk.
Leek mij een prima plan, ware het niet dat ik gaandeweg die Donald Duck toch wel een beetje achter de beperkingen kom. Een donald Duck avontuur heeft wel erg veel personages, en dan lukt het maar matig om alle personages goed tot hun recht te laten komen en Jente geboeid te houden. Misschien toch wat te ingewikkeld nog.
Ik heb er van genoten in elk geval.

Onze nieuwe keuken is een waar kook-paradijs in vergelijking met de vorige. Ik blijf dat elektrisch koken maar behelpen vinden, maar inductie werkt eigenlijk bijna hetzelfde als gas. De hoeveelheid van buiten verkoolde, en van binnen nog stijf bevroren lappen vlees of vega is tot een absoluut nulpunt gedaald, en daar ben ik wel blij mee. Ten slotte kost het telkens een hoop geld om biefstukken, varkenshazen en kipfilets weg te flikkeren.
Maar we zouden ons niet zijn, als er niet ook wat zou zijn achtergebleven onder het motto: moet nog ff.
De vensterbank bij het keukenraam is er zo-een. Schoonbroer had aangeboden om er van "resin"te maken. Die zouden we dan kunnen opvullen met zaken naar onze keuze, in een kleur naar onze keuze.
Ik werd al helemaal blij, en begon het vensterbankje in gedachten al te vullen met Citrofiele parafernalia. Toen ik deze gedachten steeds enthousiaster wordend kenbaar maakte, zag ik Ilses snoetje steeds minder enthousiast worden.
Sietse redde zowel mij als Ilse, en zei dat met een maximale dikte van 1 centimeter er weinig parafernalia in zou kunnen.
Insecten of andere dieren of planten vond ik weinig appetijtelijk, en bestek erin verwerken had ons beider voorkeur niet. En omdat we dus nog steeds aan het nadenken zijn over vensterbank-vulling, is er nog geen vensterbank. Eind van dit jaar moet die toch wel eens af zijn, hoop ik.

Over vega gesproken: de gemeente Amsterdam gaat bij vergaderlunches en andere maaltijden standaard geen vlees meer eten.
Uit kostenbesparing kan ik dit toejuichen. De hele overheid (met uitzondering van de ambtenaren die daadwerkelijk iets uitvoeren, zoals vuilnismannen, politieagenten, militairen, weginspecteurs en zo) kan behoorlijk besparen als ze niet meer continu vlees weg zitten te stampen. Ze doen niks om het te verbranden, dus kunnen ze net zo goed op een blaadje sla en een schijfje komkommer knagen.
Aan de andere kant: dit plan komt uit de koker van de Partij voor de Diertjes, en alleen al daarom ben ik tegen.
Mijn aversie ertegen zit erin dat vleeseten aan niemand opgedrongen wordt. Als je geen vlees blieft, pak je een plak kaas, of een schijfje tofoe. Maar nu is het dus zo (en dat valt me steeds meer op) dat het vegetarisch eten dus continu wél opgedrongen moet worden. Zoals dus in de gemeente Amsterdam. En dat vind ik persoonlijk een beetje gortig. De Beestenpartij had eerst ingezet op compleet veganistisch, maar gezien het feit dat iedereen er dan uit komt te zien als een humeurig, uitgeteerd paard, leek het de gemeente beter om dat niet te doen. Er moet toch wel een bepaalde uitstraling uitgaan van het personeel, en veganisten voldoen dus blijkbaar niet aan dat ideaal.
Samen met de ridicule wens om geen brandstofmotoren meer toe te laten in de stad, heb ik weer een reden om niet in Amsterdam te wonen of werken. En het was zo'n mooie stad.




donderdag 9 mei 2019

Tabee Riki, mijn uitSchot-vriendje

Riki,

 Het nieuws dat je gestorven was, kwam weliswaar niet onverwacht, maar overviel me wel. 
Want we zouden nog afspreken. Je zou nog naar het platform komen. We zouden nog met ons clubje van vier gaan eten.
Wat rest zijn herinneringen. Dierbare herinneringen.

Ik kwam groen als gras (in elk geval op het platform) en wist me nog niet zo goed een houding te geven. Jij was iets minder groen, maar wist je veel beter een houding te geven. Onze eerste momenten samen in de kantine, zat ik een bak lofsla naar binnen te douwen, en een paar wasa-crackers met ham. Jouw gezicht sprak boekdelen. Je lachte me op heel eigen wijze uit, scheurde een stuk van je zelf gemaakte zalm-sandwich af want je had het idee dat ik door dat gezonde dieet, niet bijzonder fit achter het stuur zou kruipen.
En dat klopte, want nog geen kwartier later vroeg ik je om advies. "Rij maar achter me aan, ik laat t je wel zien".
En zo werd er een vriendschap gesmeed, die voor mij het begin van mijn carriere op het platform vormde.
Een vriendschap die bestond uit slap kletsen, maar ook serieus. Uit onbedaarlijke lachbuien. Bizarre verhalen uitwisselen. Gekke stunts, en belevenissen op het platform. Zoals die keer dat jij zelfs de regie in de stress kreeg doordat je je telefoon ging halen. Ja, je was even vergeten te melden dat die op tafel thuis, en niet in de kantine lag. Maar ja, de regie zei dat je het ding maar even moest halen, dus dat deed je. Vervolgens kon niemand bus 116 vinden. Toen je eindelijk weer terug kwam, met je telefoon, kreeg je einde dienst. Kon je weer naar huis.

Je had een geniaal talent om blijmoedig te accepteren. (Niet iets met de kids, kwam nooit aan je kids, want als je daarover vertelde, zwol je nek op en kreeg je een onaangenaam tintje). Blijmoedig dat te aanvaarden wat het leven voor je in petto had. En je kon vreselijk genieten van juist die hele kleine dingen. Een lekkere boterham. Een lekkere maaltijd. Of gewoon een gezellig kwartiertje in de kantine.

Ik zou door kunnen gaan met jeremiëren over dat de tijd die ik je heb mogen kennen te kort was, en over hoe klote het is dat ik niet vaker langs kon komen.
Maar jij was ook iemand die mij continu eraan herinnerde dat het niet om kwantiteit maar om kwaliteit gaat.
Een kleine zalm-sandwich is veel smaakvoller dan een grote bak lofsla (ik schiet weer in de lach als ik jouw gezicht, vertrokken van afgrijzen, zie staren naar die enorme bak met wit-groene blaadjes).
Een lachbui om een smakelijk verhaal over je belevenissen in Schotland en Europa, is veel mooier dan uren bij elkaar zitten en uiteindelijk wat ongemakkelijk elkaar aan te staren.
En als ik dit realiseer, moet ik glimlachen. En dan stel ik me voor hoe jij door de hemel dendert met de hemelse bus, met een koelkast vol zelfgemaakte lekkernijen. De hemelse reiziger zal dikker worden dan jij en ik samen.
En dan weet ik ook weer dat het heel onverstandig is om overdreven emotioneel te worden. Want ik zie je ertoe in staat om boos met hemel-bus 116 naar beneden te stormen, om hier te komen spoken.
Ik vind het wel verdrietig, je had echt recht gehad op meer.
Maar je hebt indruk op me gemaakt. En ik denk op meer mensen. En ik zal me je dan ook herinneren als de enorm fijne vent die je bent.
En als ik ooit aan de poort klop, verwacht ik een mooie rondleiding van je. Met een zalm-sandwich.

Tabee vriendje. Ik zal je missen. Het was een voorrecht om je te (leren) kennen.


zondag 5 mei 2019

Herinneringen (in de maak).

Ik hoef mijn voorkeur voor een zeker automerk denk ik niet meer toe te lichten. Dus dat zal ik overslaan. Ik was van vrijdag op zaterdag te gast bij een evenement waarbij mijn automerk centraal stond. Een beurs voor liefhebbers, verzamelaars, handelaars en toevallige passanten.
Ik was te gast bij vriendje Bram en vriendje Rik, en ik heb serieus van de eerste tot de laatste seconde genoten.
Het begon allemaal veelbelovend: de gasbarbeque wenste niet erg mee te werken, en het voedsel gaar-kletsen duurde wel erg lang. Gelukkig was er iemand met een elektrische grilplaat, waardoor de rösti toch nog lekker warm werd.
De speciaal voor de koele avond gekregen vuurkorf (2e hands, een klein beetje roest, maar doet het nog uitstekend) bleek niet bestand tegen vuur of hout, en verloor gedurende de eerste avond al de helft van zijn bodem en achterkant. Dat er geen campers, klassiekers, tenten of caravans in de vlammen op zijn gegaan, is serieus een godswonder, met al dat bier.
Drie mannen met een paar biertjes op in één caravan, is vragen om nogal wat flauwe hilariteit, maar ik meende dat de caravan de volgende ochtend toch iets boller stond dan voor we in slaap vielen.
Zo'n beurs is voor een liefhebber als ik een ware oefening in zelfbeheersing. Uiteraard had ik wat dingen die ik wilde (en niet vond) en dingen die ik niet zocht, maar wel vond. Ik kan dan toch best goed schakelen. Onder het motto: dat zocht ik niet, maar is wel lekker, mooi of leuk voor op mijn auto, had ik het dus toch nodig. En heel veel leuke contacten gelegd, bijkletsen met mensen en een rondrit in de nieuwste C5, onder begeleiding van een professionele instructeur, die in het dagelijks leven mensen opleidt voor ambulancediensten en andere specialismen. Dat leverde niet alleen een heel erg leuke rit in een heel erg toffe nieuwe auto op, maar ook een heel tof gesprek.
Ik zou mezelf niet zijn als ik onbedoeld heel erg lomp heb lopen doen.
Ik vind het namelijk ook erg leuk om horloges te bekijken als ik ze tegenkom, en bij een van de stands hadden ze een paar hele leuke Citroën horloges.
Nu heb ik erg weinig met de DS (in de volksmond 'snoek' of 'strijkijzer' genoemd). Dus mijn aanvankelijke blijde verrassing, verdween als sneeuw voor de zon. Ik wees mijn metgezel op dit horloge, en zei behoorlijk hardop en teleurgesteld dat het een tof horloge was, maar dat het eeuwig zonde was, dat er zo'n lelijke snoek op stond. De meneer van de stand, kwam in eerste instantie glimlachend op me aflopen, hoorde mijn snoei(k)harde opmerking, en stapte wat verontwaardigd naar achteren. Waarop mijn metgezel me fijntjes liet weten dat dát nu de stand van de DS club was, en het dus vrij logisch was dat er een snoek zou staan op een horloge dat daar lag. Om eraan toe te voegen, dat ik de mans gevoelens wel eens bezeerd zou kunnen hebben.
Ik voelde me toch wat schuldig. Ik had helemaal niet in de gaten waar ik stond, maar dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat het toch een lange dag was. En ik juist door alle contacten met mensen, alle gave indrukken en zaken die ik wel en of niet gekocht heb, toch wel erg moe was.
Na de afsluitende maaltijd (om de een of andere reden deed de gasbarbeque het nu wél, waarschijnlijk bang geworden voor de hamer die er dreigend naast was gelegd), reed ik met een grote grijns van oor tot oor naar huis, net op tijd om in te schakelen op de herdenking.
Van boven klonk het, ongeveer 3 voor acht: papa, ik moet poepen....

Als je een bevrijdingsdag-defile wandelt, ben je onderdeel van een complete stoet van militairen, burger- en militaire muziekkorpsen, veteranen en legervoertuigen uit lang vervlogen tijden.
Waar Koningsdag en herdenkingsdag een beetje aan me voorbij gingen, moest ik vandaag dus het bevrijdingsdefile wandelen in Wageningen.
Op zich helemaal geen verkeerde dienst. We wandelen wat door afgeladen straten die uitzinnig van dronkenschap de stoet (en vooral veteranen) toejuichten. Een soort verplicht nummertje voor het grote vrijheids-zuip-festijn aanvangt.
Wij marcheerden achter twee reeds lang uit actieve dienst verbannen voertuigen. En er is natuurlijk een reden dat dergelijke voertuigen niet meer in actieve dienst zijn: degene pal voor ons, maakte het ons door zijn manier van rijden toch wel ernstig moeilijk. Ik kan niet helemaal inschatten of de chauffeur zichzelf overschatte, en zijn materiaal onderschatte, maar de hoeveelheid ingeademde ongefilterde diesel en olie dampen leidde tot veelvuldig gemiste inzetten, en benauwdheid. De chauffeur had zijn voertuig dermate niet onder controle dat ik de veteranen die in de bak zaten regelmatig bijna letterlijk gelanceerd zag worden. Dan werd er weer vreselijk schokkend opgetrokken, om gelijk vol gas achter zijn voorganger aan te gaan, om letterlijk seconden later weer vol te moeten remmen. Nog verbijsterend dat die ouwe knoesten geen spoor van overgeef achterlieten. Mijn verbijstering veranderde gaandeweg in ergernis over de dieseldampen die deze hufterchauffeur wist te produceren, maar vooral ook medelijden met de veteranen die achterop die bak zaten. (Probeerden te zitten). Het was niet alsof het jonge gozertjes in de kracht van hun leven waren. 

Zoals ik al meldde: koningsdag is een beetje aan me voorbij gegaan. Dat heb ik eigenlijk elk jaar, want op de een of andere manier plannen ze het zo onhandig, dat ik altijd wel wat beters te doen heb. Raar, want ik ben toch wel van het "oudemeukisleuk"-principe.
Ik kan me tot giechelens toe vermaken over de ouwe troep die Henk en Anita, gezeten op een uitgezakte camping-stoel voor veel te veel geld proberen te slijten (als nieuw) en uiteindelijk aan het einde van de dag moe en schor geluld toch maar voor een veel lagere prijs te verpatsen, om maar te voorkomen dat ze die ellendige troep weer naar hun zolder moeten verslepen.
Met de huidige stand van zaken in ons eigen huis, kan ik me niet aan het bange vermoeden onttrekken dat wij over een jaar of 10 ook op zo'n vrijmarkt staan. Het idee maakt me week in de maag. Ouwe meuk is leuk, maar mijn eigen ouwe meuk zo te kijk te zetten, voelt een beetje alsof je jezelf niet meer ziet zitten, of zo. Dat is een beetje hypocriet, maar goed, ik heb ook nooit ontkent dat ik dat ben.
Een goede 18 jaar geleden (ik woonde in het toen nog rustige Poelenburg, te Zaandam) was het Koninginnedag. En half Poelenburg had hun zolder, berging, kelder, woonkamer buiten gezet om te zien of de aankopen van het vorige jaar met een beetje winst, te verkopen was. Na elke twee matjes, dekens of serieuzer opgezette kramen stond er een kindje vreselijk een poging te doen om iedereen weg te jagen, om mensen te terroriseren met hun respectieve muziekinstrumenten. De meeste kindjes stonden daar niet alleen, er zat wat onderuitgezakt (om herkenning te voorkomen?) een facepalmende vader of moeder achter. Het was lastig in te schatten wie zich het meest schaamde. Stuntelend kind of besmuikte ouder.
Die ouder die ook al wel in de gaten had dat hun kroost zich (niet gehinderd door enige vorm van muzikaliteit) een halfslachtige poging aan het wagen was om de muzieklessen terug te verdienen.
Ik liep over die vrijmarkt, eigenlijk meer op weg naar de plaatselijke grutter (ook op koninginnedag moet men eten), dan dat ik nu echt heel erg veel interesse had in ouwe meuk of krassende, meppende of hoestende muzikantjes.
Toch viel mij een muzikantje op. Die deed een schrille, trommelvlies- (en zaad)dodende poging tot blokfluit spelen. De reden dat het me opviel, was het feit dat haar oranje hoedje afgezien van één enkel muntstukje leeg was. (Terecht, het klonk als een rituele kraaienslachterij). En het feit dat haar lesboekje op een zeer degelijke, dure en inklapbare lessenaar stond, welke in de winkel boven de 50 euro moet kosten.
En verrek, laat mijn lessenaar nu net de week ervoor overleden zijn.
Ik trok mijn stoute schoenen aan, stapte op het kind af, en deed haar een pracht van een voorstel. Ik zou haar 5 euro geven, en dan kocht ik haar lessenaar.
De vader kwam erbij staan, keek mij wat wazig aan, en ging akkoord. Ik meende enige opluchting bij hem te bespeuren toen ik het boekje van de lessenaar af trok en samen met een briefje van vijf aan het kind gaf. Opgewekt en meer dan geroutineerd klapte ik de lessenaar in, en al (beter) fluitend vertrok ik huiswaarts. De opluchting in de ogen van de directe vrijmarkt-buren van dit kind was zeker overduidelijk aanwezig.
Goede daad dus voor iedereen.



Cheers Corona

 Dit vergeet ik in elk geval nooit meer. Mijn lijf heeft al heel wat truckjes uitgehaald om me dingen mede te delen. Sommigen waren zeer ter...