vrijdag 15 mei 2026

Een week vol maffe strapatsen.

 Ik ben absoluut tegen. Dat klinkt negatief, maar zo voel ik het. 
Ik ben tegen het immigratiebeleid. Dat klinkt nog steeds heel erg negatief. 
Ik vind dat het immigratiebeleid één grote grap is, die niemand die ook maar enigszins bij zijn volle verstand is, nog serieus kan nemen. Mensonterend. Ontworpen door clowns, uitgevoerd door zatlappen en natnekken. 
Dit soort politieke statements worden hier in mijn huishouden nogal grammig onthaald, dit is één van de zeldzame zaken waar mijn betere helft en ik het fundamenteel over oneens zijn. 
En voor ik nu door al mijn wat "linksere" vriendjes ontvriend en ontvolgd word: nee, ik ben niet tegen het opvangen van vluchtelingen. Echt niet. Mensen in nood, die hierheen komen, omdat hun land aan puin gaat, en ze hun leven niet zeker zijn: hierheen halen. Of laten komen. 
Wij zijn rijk genoeg om dit soort mensen op te vangen, te voeden, te kleden, te helpen. Tot ze weer terug kunnen, of tot ze dusdanig tot rust gekomen zijn, dat ze hier een glorieuze toekomst tegemoet kunnen gaan, als brave belasting-betaler.
Waar ik echter wél tegen ben: de huidige procedure. Oneindig inefficient, totaal gespeend van elke menselijkheid en oncontroleerbaar gierend uit de klauwen geëscaleerd.
Tijd, geld en ruimte verslindende onzin. 
Goed, dat dus even gezegd hebbende, kan ik toegeven: in dit specifieke opzicht, ben ik dus eigenlijk gewoon een abjecte, rechtse bal. 
Ik heb namelijk ergens diep van binnen, best wel begrip voor het feit dat er mensen zijn, die als soort van hoofdeloze kippen hun grote roerganger Wilders napraten. 
Ik snap dat, want het grote en menselijke plaatje is best lastig te doorzien. En als je dan zo'n empathieloze hork als een Geert Wilders hoort praten, die feiten niet van fabels kan onderscheiden, lijkt het inderdaad alsof "de buitenlander" de schuld is van alles wat er in Nederland niet goed gaat. 
En horkje Wilders praat graag. En veel. Scheldt ook graag. En veel. Liegt ook graag. En heel erg veel. Want dat levert hem de stemmen op. 
Geen wonder dus dat de protestacties steeds grimmiger worden. 
Want ja. Nederland wordt zogenaamd onveiliger door al die buitenlanders, toch? 
Ja. 
Nou.... 
Nee. 
Afgelopen week gebeurde er iets waar ik hartelijk om in de lach zou hebben willen schieten, omdat de ironie werkelijk waar te mooi was om waar te zijn. 
Er wordt namelijk door die ultra-orthodoxe PVV-FVD en ander zogenaamd christelijk-rechts gespuis nogal eens geroepen dat Nederland onveilig wordt door al die buitenlanders. "Onze dochters kunnen niet meer naar buiten",  zo stond een kort-pittig-kroketje ooit eens tegen de verslaggever van POW-Ned te huilstruiken. 
En om dat te onderstrepen, togen een aantal mentaal minder valide ariërs naar het AZC van Loosdrecht om daar eens lekker een brandje te stichten. En niet alleen dat: ze hielden de brandweer tegen die de boel kwam blussen. 
Ik herhaal: in een poging Nederland veiliger te maken, besloten een stel mentaal minder valide ariërs om brand te stichten. 
Bij mijn weten is brandstichting een strafbaar en crimineel feit. 
Bij mijn weten, wordt Nederland niet veiliger door brandstichting. 
Ik geloof nooit dat ik mijn dochter nu met geruster hart de straat op stuur, wetende dat de NSB'ertjes van Wilders de straten afschuimen, om nog eens ergens een AZC in de hens te zetten, in een poging om wat asielzoekers te vermoorden. 
Kortom: ironie om van te smullen. 
U snapt het: ik heb geen goed woord over voor dat tuig. 
Dat dat hele immigratiebeleid grondig op de schop moet: helemaal mee eens. Dat dat blijkbaar gepaard moet gaan met brandstichting: te walgelijk voor woorden. 

Maar er is ook leuk nieuws: 
Ik vertelde al dat wij inmiddels trotse eigenaars zijn van niet één, niet twee, maar maar liefst 3 huizen. Waarvan 1 op wielen. 
En die laatste met name zorgt voor nogal wat hoofdbrekens. 
Want ja, we hebben wel zo'n ding, maar hoe en wanneer gaan we ermee op vakantie, nadat we dus eigenlijk besloten hebben om dit jaar lekker in ons domeintje de zomer door te brengen.
Het hoe is dan meteen ook de meest prangende vraag, aangezien het wanneer op zich best duidelijk is, en steeds meer vorm lijkt te krijgen: niet of beperkt.
Het "hoe" zit erin dat we weliswaar een trekhaak op Po de Panda hebben, maar dat ik oprecht wat knikkende knietjes voel bij een monstertocht met een 2 cilinder en een sleurhut. Die trekhaak was meer bedoeld voor een bagagewagentje van een kilo of 150 of een fietsendrager. Niet voor een complete sleurhut.
Aan de andere kant: we hoeven en gaan er niet mee naar Zuid Frankrijk, dus wellicht... 
We hebben inmiddels wel al een aantal beslissingen kunnen nemen ten aanzien van het ding. 
40 jaar oud is ze. 5 jaar jonger dan ik. 
En de bekleding was dat ook. 
Die typische jaren '80 hoezen en gordijnen, die even charmant, oubollig als sleets zijn. 
En hoezeer ik ook van het motto: "ouwe meuk, is leuk" ben, als de matras-inhoud aan de wandel gaat omdat de hoezen sleetser zijn dan de onderbroeken van mijn oma, moet er maar wat anders komen. 
En laat dat nu net een kolfje zijn naar de hand van mijn eega. Gewapend met een tweetal naaimachines, een heel setje ritsen en een compleet gestoorde, nieuwe stof maakte zij nieuwe hoezen voor de kussens. 
Die stof is felgeel met allemaal kattenhoofden erop. 
Je moet er van houden en als je ervan houdt, is het helemaal te gek. En ik persoonlijk vind het te gek. Want het past totaal niet bij de caravan, maar absoluut bij ons. 
Het keukenblokje is uiteraard ook 40 jaar oud. 
Gemaakt van heel erg zwaar spaanplaat, en met echt ouderwets fineer een houtlook gegeven. 
Na 40 jaar gebruik, is het fineer gescheurd, en begint het spaanplaat te verstoffen en te ontsnappen. De opgelijmde randen zitten los, waardoor er nog meer zaagsel verdwijnt. 
Ergens is het zonde, want op zich is het keukenblokje zelf nog in best goede staat. Maar in het kader van gewichtsbesparing en omdat we een veel lichtere en meer praktische keukenopstelling hadden, hebben we besloten om het originele keukenblokje eruit te halen, en eruit te laten. 
Ik zou in theorie dat keukenblokje kunnen strippen, en er met veel lichter triplex iets nieuws van kunnen maken. Dat blijft theorie, want de komende weken heb ik het druk met heel andere zaken. 

Ik ben een loedervader. 
Nu ben je dat in de ogen van een prépuberale dochter al snel, maar van de week had ik een moment van (ongewilde) lompheid waar onze groot-mufti Wilders nog een dikke punt aan zou kunnen zuigen. 
Jente is een paar weken geleden geheel op eigen initiatief met een vriendinnetje naar een of andere kunst-cursus geweest. 
Dit vond ze zó leuk, dat het een terugkerend ritueel is geworden, en zij dus samen na school met de bus naar dat kunstcentrum gaan. 
Daar krijgt ze onderricht in creatieve en beeldende vorming. 
Hartstikke mooi. 
Deze week kwam ze thuis met iets dat ik eigenlijk best wel heel mooi vond. Heel abstract, maar heel creatief. 
Ze legde het op tafel, en vertederd, maar vooral ook verwonderd over de ongebreidelde fantasie en het creatieve gebruik van allerlei materialen, zat ik het werk te bewonderen. 
Ik vond en vind het serieus knap gemaakt. 
Tot ik er dus achter kwam, dat ik vol vaderlijke trots en vervoering de achterkant van het ding aan het bewonderen was, en niet de voorkant. De voorkant was ook een abstract kunstwerk, maar het onderwerp waar het om ging, was met veel minder zichtbare materialen gemaakt. Nog steeds heel knap en creatief, maar... 
Goed, laten we het erop houden dat mijn bewondering en trots eventjes verkeerd geprojecteerd waren. 
Ik heb het Jente nog niet durven vertellen.... 

Wij zijn dus getrakteerd op nieuwe bussen. 
En na een paar duizend kilometer moet ik zeggen: het zijn fijn rijdende wagens. Wat chauffeurs-comfort betreft vind ik er weinig op aan te merken. Het voelt allemaal wat stabieler. 
Dat wil niet zeggen dat het allemaal vlekkeloos is. Zoals bij veel nieuwe dingen, hebben ook wij last van wat kinderziektes. 
Een daarvan kwam tijdens de laatste rit van mijn dienst bovendrijven, en ik moet zeggen dat ik niet weet of dit een kinderziekte betreft, of een wat venijnig spook dat zich in die bus genesteld heeft. 
Ik kwam met mijn ladinkje passagiers aan bij het toestel, kreeg een enthousiaste duim van de stewardess, en ik opende de deuren, om vervolgens als eerste eruit te springen. 
Dat kon makkelijk, want deze vlucht was met 35 passagiers beslist niet winstgevend, denk ik. 
Goed, ik sprong mijn bus uit, en met mij de rest van de mensen. 
Zo dacht ik. 
Direct nadat ik op de grond stond, besloot mijn bus uit eigen beweging, zonder daartoe opdracht gekregen te hebben, en zonder dat dat door mij gewenst was, zijn deuren te sluiten. 
Dat leidde tot de dwaze situatie dat ik buiten werd gesloten, en mijn passagiers binnen. We stonden elkaar verbijsterd aan te staren, de passagiers en ik. 
Van buiten kon ik de deur openen, maar voor ik in kon stappen, sloot dat kreng ongevraagd de deur weer.
Uiteindelijk kon ik naar binnen glippen, maar deze nieuwe bussen hebben niet zoals de oude bussen een reset-knop. En als die er is, mogen wij hem vooral niet weten, want stel je voor je lost de problemen snel even op. 
Uiteindelijk ben ik er toe over gegaan om de hele luchtdruk er maar af te gooien. Want passagiers die met hun smoel tussen de deur beklemd raken, is ook maar slechte reclame voor de luchthaven en de fabrikant.  
Ik meldde de passagiers wat ik van plan was, en wat ik er van vond. En grinnikend konden zij hun vliegtuig enteren. Hopend dat de deuren van hun vliegtuig wat minder een eigen leven zouden gaan leiden. 

Goed, hoe dan ook: ik werk nog even een weekendje door en wens eenieder een heel fijne toe. 


 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Een week vol maffe strapatsen.

 Ik ben absoluut tegen. Dat klinkt negatief, maar zo voel ik het.  Ik ben tegen het immigratiebeleid. Dat klinkt nog steeds heel erg negatie...