zaterdag 4 juli 2026

Ochtendstond en rariteiten

 De start van de dag is een belangrijke. Vooral ook hoe je hem start. 
Ikzelf geef er de voorkeur aan om dat in alle stilte te doen. Geen mensen die aan mijn kop beginnen te ratelen, en de grenzen van mijn geduld tot het uiterste weten te rekken. 
Maar gewoon kalme, vredige rust. 
Koffie.
Fluitende vogeltjes. 
Het zicht op de kruiden, of knoflook, of prachtige zonnebloemen die ik zelf kweek.
Het zonnetje dat op menslievende temperatuur mijn verkreukelde smoelwerk wat opwarmt, terwijl ik worstel met mijn aansteker om die eerste peuk op te steken. 
Dát gebeurt me dus niet vaak. 
Nagnoeg 95% van alle ochtenden ben ik altijd wel als eerste wakker. 
En heel soms ook nog dusdanig veel vroeger (dan gewenst) dat ik in alle rust mijn eerste kopje koffie kan tappen. 
Dan stommel ik naar buiten. Maar de vogeltjes, die zijn stil. Op wat lelijk krassende eksters na. Ik heb de schurft aan die beesten. Ze zitten in de boom bij de parkeerhaventjes van de auto's, en kakken derhalve die auto's onder alsof het hun persoonlijke toilet is. 
Het zonnetje laat zich niet zien. Niet omdat het daar nog niet de tijd voor is, maar omdat er een drenzerige regenwolk voor hangt. 
De kruiden, gaan goed. Maar de knoflook is geoogst en de daarna geplantte boontjes geven nog geen teken van leven. De zonnebloemen komen op, maar er is er momenteel maar één die ook daadwerkelijk een bescheiden bloem laat zien. 
De aansteker die ik van tafel griste, weigert alle dienst, en binnen hoor ik het vredige gebrom van de nespresso die mijn koffie tapt, ruw onderbroken worden door gerinkel en een klap. Ja. Want dat kreng trilt soms zó erg dat het kopje (half gevuld met die wonderolie) eraf trilt en met daverend geweld naar beneden dendert, en in die ondergang de halve keuken bespettert met koffie. 
(Soms niet) binnensmonds vloekend als een bootwerker druk ik mijn peuk uit, laat de teringzooi de teringzooi, tap een nieuw kopje, en voor ik daadwerkelijk het gevoel heb dat ik over menselijke eigenschappen beschik, moet ik tegen mijn natuurlijke staat van ochtend-ontbinding knokken, want Jente is beneden. 
Vrolijk kletsend over wat ze gedroomd heeft, wat ze gisteren gemaakt heeft, en wil ze me van alles laten voelen en doen. 
En dan moet ook Jente zich klaar maken voor de dag. 
En dat gaat en moet veel sneller, want Jente heeft steeds vaker wél het talent om uit te slapen. Soms ziet Ilse hoezeer ik moet vechten tegen alle elementen die mijn humeur tot een dodelijk wapen maken, en maant ze Jente tot iets meer kalmte, soms ziet ook Ilse dit niet. Ik moet dan mijn tanden tot hun wortels toe afknarsen om als een ware boer met kiespijn te grimlachen, en in elk geval een poging te doen alsof ik net als de rest van het huishouden, met een jubelende stemming en mijn goede been uit bed ben gerold. 
Dus in alle rust wakker worden: het zit er voor mij niet altijd in. 
Ik ontbijt met cornflakes. 
Cornflakes zijn namelijk erg neutraal, ze worden niet al te klef met een plons melk, en met een paar scheppen suiker, is het voor mijn verschrompelde bakkes één van de weinige zaken die niet ogenblikkelijk zorgen voor anti-peristaltische ellende, zo in de vroege morgen. 
Ik ontbijt met tanden langer dan de allerlangste brandweerslang. 
De cornflakes van meneer Kellogg's zijn het beste: Dun, knapperig, smaken naar niks, en zijn zó weg. 
De cornflakes van 's lands grootste hamsteraar doen er niet voor onder, en voor iemand die ontbijten sowieso een voortzetting van een nachtmerrie vindt, net zo goed. Dun, knapperig, smaken naar niks, en zijn zó weg. 
Beiden met vier scheppen suiker en het is acceptabel, en dat is wat ik nodig heb. 
Toen kwam mijn eega met een pak eigen-merk cornflakes thuis van de Jumbo. Een supermarkt, die wij niet in onze buurt hebben, en ik moet zeggen: dat is geen gemis. 
Ilse was daar op doorreis, en omdat er cornflakes op haar lijstje stonden, nam ze een pak mee. Prima. 
Dacht ik. 
Naar mijn mening moet cornflakes dus naar niks smaken. Je maakt het acceptabel met melk, suiker en dan knikker je dat door je strot naar binnen. 
Ik kan me zelfs herinneren dat wij in Velp dat kregen met vers geperste sinaasappelsap. En in die herinnering was dat een ware traktatie, maar mogelijk is dat vooral ook vanwege de sfeer die mijn oma sowieso wist te kweken. 
Hoe dan ook: ik moest ontbijten, opende dat pak Jumbo cornflakes, en tot mijn (walgende) verrassing steeg er een wat muffe geur op uit dat pak. 
Aangezien die zooi gedroogd is, en er geen schimmelwolken opstegen of anderszins levende entiteiten uit dat pak kropen, ging ik er vanuit dat het goed was. 
Gooide mijn schaaltje vol, flikkerde er wat scheppen suiker over en een kledder melk, zette mij aan tafel en nam een hap. 
Mijn god, wat een enorm ranzige barf in een bakje. 
De jumbo is er in geslaagd om cornflakes een smaak te geven. En dat bedoel ik beslist niet positief. 
Die gribuszooi van de Jumbo smaakt dus gewoon naar karton. Ik weet nu hoe karton smaakt. Het is serieus een marteling voor je smaakpapillen, die spontaan krijsend afsterven zodra je een hap van die bende neemt. Zelfs suiker kan niet maskeren hoezeer de Jumbo intens faalde. 
Ik snap oprecht niet waarom je karton-smaak aan cornflakes zou toevoegen en hóe ze dat gedaan hebben. Het is serieus knap hoezeer een bedrijf iets op de markt kan brengen dat zo gruwelijk onheilsspellend smaakt dat je spontaan begint te geloven in het bestaan van duisterder zaken dan de duivel zelf. De Jumbo moest blijkbaar meer geld verkwisten aan hun wielrenclubje dan aan acceptabele cornflakes. Wat een treurniswekkende troep. 
Kokhalzend van pure walging werk ik dat bakje weg. Ten slotte moet mijn lijf wel enige brandstof hebben om mijn ochtendhumeur aan de kant te blijven duwen. 
Ik moet ten slotte nog werken... 

Ik moest dus werken, en het wordt zo zoetjes aan weer wat drukker. 
De spitsjes lopen wat meer in elkaar over, en dat betekent dat we wat constanter aan het rijden zijn. 
Ervaren als ik ben, weet ik dat ik tijdens die spitsen niet moet gaan lopen zeuren, tenzij ik zie dat er zaken wat soepeler zouden kunnen, omdat het systeem soms dingen doet, die niet altijd even logisch zijn. 
Een van die dingen was, dat het systeem te veel bussen aanmaakte voor een vlucht, en omdat ik vond dat ik als goede werknemer soms toch iets van iniriatief moet tonen, vroeg ik de regie of het voor zo weinig passagiers wel noodzakelijk was om zoveel bussen in te zetten, en of ik niet wat beters zou kunnen doen, dan afwachten tot ik gegarandeerd zou horen dat ik niet nodig was. 
Kwestie van pro-actief zijn. 
De regie waardeerde mijn pro-activiteit, mompelde iets onverstaanbaars, en vond dat ik maar lekker moest gaan genieten van een kop koffie. 
De spits was voorbij en we konden rustig afdieselen. 
Niet helemaal wat ik voor ogen had, maar het leverde me van alle kanten wat sardonisch gegrinnik op. 
Ook een manier om een stand-by te krijgen. 
Denk ik ook eens pro-actief te zijn. Werd het een pro-passief. 
En kwam ik toch weer een pareltje tegen. 
Een dame in mijn bus, die blijkbaar vanuit haar achtergrond behoorlijk wat kennis had over het reilen en zeilen op een luchthaven. 
We raakten aan de praat, en het was niet eens een opzienbarend gesprek. Maar wél weer zo'n gesprek waar je als ietwat cynische chauffeur weer een dagje op voort kan. 
Dat was het gevolg van een van mijn favoriete TC'ers die de onfortuinlijke mededeling kwam doen dat er helaas een 5-tal minuten aan kink in de kabel was gekomen. Die TC'er is een topper, altijd vriendelijk en vrolijk. En als hij een minder fijne mededeling komt doen, klinkt het altijd alsof hij je persoonlijk een uitnodiging komt doen voor een legendarisch feest. Die man is geweldig. 
De dame achter mij hoorde het, en zo ontspon zich een gesprek over vriendelijkheid, wonen, vrije tijd en de belangrijke zaken in het leven. 
De 5 minuten werden er 3, en dat betekende wederom een meevaller voor alle betrokkenen. 
Zo kan het dus ook.

Als deze 5-daagse erop zit, moet ik nog een serie van 3 dagen, nog een serie van 3 dagen en als laatste nog een van 2 dagen, en dan heb ik vakantie. 
Dus in totaal nog 10 dagen werken, en dan hebben we vakantie. 
Dit jaar voor het eerst geen vast omlijnde plannen, omdat de ADHD ons allemaal grondig in de weg zat, en voorlopig is me dat prima. 
In zoverre dat ik een paar daagjes naar Engeland ga. Naar mijn pa. Eventjes gezellig "ouwe jongens krentenbrood". Uiteraard knoflook halen voor komend seizoen. 
We hebben in een vlaag van alles verterende duo-adhd dus een vouwwagen gekocht, en ik merk dat ik met alle zaken die eraan komen deze vakantie (want uiteraard zijn er wél vast omlijnde plannen, alleen hebben die met vakantie geen bliksem te maken) totaal geen ruimte in mijn hoofd heb voor vakantieplannen met de klapkar. 
We kochten dat ding, want voor zo weinig geld, zo'n puike klapkar, is natuurlijk een buitenkansje. Maar ja. We wilden de zomer eigenlijk lekker op ons domeintje doorbrengen. 
En we willen de badkamer gerenoveerd hebben. 
En eigenlijk hebben we ook helemaal de auto niet om naar Frankrijk af te zakken met een klapkar, want de Panda is een wondertje op wielen, maar mijns inziens totaal ongeschikt om vele duizenden kilometers te rijden met een klapkar door de heuvels van onze zuiderburen. 
Dus ik vermoed zomaar dat de zomer weer eens anders zal verlopen dan ik voorzie. En ik probeer nu al te anticiperen op het onverwachte dat zich naar verwachting zal openbaren. 

Nog eventjes een weekendje werken. 
Ik wens eenieder een prima toe. 




zaterdag 27 juni 2026

Stuntjes

 Loedermoeder. Een term die moeders vooral zichzelf en andere moeders geven, als er iets niet helemaal gaat zoals de Margriet of Libelle of een ander soort blad voor onzekere vrouwspersonen vinden dat het moet gaan. 
Loedervader. Zelfde principe, maar dan (niet geheel verrassend) gericht op de vader die iets doet dat niet het geëigende paadje volgt. 
Zowel Ilse als ik hebben best wel eens wat stunts uitgehaald ten aanzien van onze dochter, die in die categorie zouden kunnen horen. 
En guess what: ons kind leeft nog steeds. Is behoorlijk gezond en een lekkere wijsneus die af en toe het bloed van onder onze nagels weet te tappen. Om nog geen kwartier later weer lekker charmant (en dus lomp) even aanhankelijk komt doen. 
Er zijn ook zaken die we gezamelijk niet helemaal conform de algemene richtlijnen van het verbond der worstelend en bovenkomende ouders doen. 
Het is einde van het schooljaar. Groep 7 zit er al weer bijna op. En boy, wat was het een klote jaar. Allemaal etterbakjes in de klas die het voor de standaard klasgenoot al verstierden, maar voor Jente, met haar ietwat anders aangelegde bedrading, helemaal. Etterbakjes waarvan ik de ouders, gewoon uit principe een opvoedcursusje uit mijn handboek op zou willen dringen. Iets met grof geweld. Tegen de ouders. Niet tegen hun kansarme kroost. 
Heel wat gesprekken gehad, heel wat verregaande plannen gesmeed, die uiteindelijk, Goden-zij-dank, toch niet door gingen. 
Deze week het schoolreisje. En dan was het dat ook wel. 
Maar goed. 
Het was vaderdag. En mijn eega had met haar vooruitziende blik er al voor gezorgd dat ik een leuk presentje in ontvangst mocht nemen. En Jente had een verzameling witte stenen beschilderd, die er behoorlijk geestig uit zien. Die krijgen uiteraard een plekje in mijn vitrine. 
Vaderdag. We gingen naar ons domeintje. Want er was ook een bijeenkomst voor nieuwe en aspirant-tuinders. 
Nee, ik zal niet ingaan op de inhoud daarvan, want dat heb ik al eens beschreven, lees gewoon de boekjes van Hendrik Groen maar. 
Na afloop moest ik een kleine 110 dakpannen verplaatsen, want die had ik tijdelijk op de parkeerplaats geparkeerd. Niet voor het huisje zelf, maar om er (heel rustiek, heel Frans en heel erg "cottage") wat moestuin of plant-tuin bakken van te maken. 
Die avond aten wij met mijn schoonouders een lekkere portie Chinees, toen het mijn schoonvader inviel om eens vol lof te zijn over het rapport van Jente. Het eindrapport. 
Dat zat in haar schooltas, of wij het al gevonden hadden. 
Wij wisten van niks. 
Hakkelend stamelden wij: Huh?!?! Rapport?? Wanneer dan? Hoe dan? 
Aiiiii
Wij hadden dus blijkbaar totaal gemist dat de rapportmap weer mee naar school moest, zodat het eindrapport erin gestoken kon worden. 
Wij hadden totaal gemist dat, bij gebrek aan map, dat rapport in een insteekhoes terecht was gekomen.
En Jente, is Jente. Die was dat gewoon helemaal vergeten. Vooral ook omdat er maar liefst één (1) hele "M" op haar rapport was beland. 
Men doet niet meer aan cijfers, en de "M" staat voor "Matig". 
Daar was ze niet blij mee. Sterker nog: de keren dat ze aan dat rapport dacht, dacht ze alleen maar aan die éne "M". 
Verder was alles Voldoende, Ruim Voldoende en Goed. 
Compleet gemist. Dat hele rapport. 
Dan sta je als ouder ook ineens met je neus gedrukt op het feit dat dit geen schoonheidsprijs voor betoonde interesse in je kind zou verdienen. 
De tering. Wat slecht. 
Bij thuiskomst, die avond, graaiden wij het rapport erbij, we lazen het door. Met groeiende en gloeiende trots. 
Wat een kut-jaar heeft ons kind achter de rug. En wat een pracht van een rapport. Die ene "M"? Voor een piepklein onderdeel van taal. Spelling geloof ik. 
Toen ze weer begon te mekkeren over die éne "M", zei ik streng dat ze niet moest mekkeren, maar juist trots moest zijn. 
Ilse was veel cleverder (zoals wel vaker) en zei dat als er 1 O(nvoldoende) zou verschijnen, wij haar uit eten zouden nemen. 
Dit onderstreept wel dat ze doorzettingsvermogen heeft. Want ondanks alles, doet ze haar ding. En laat zich dus misschien wel wat rondschudden, maar haar doel is duidelijk. Vooralsnog. 
Dat heeft er uiteindelijk ook in geresulteerd dat haar tweede voorlopige advies een prettige verandering liet zien. Vorig jaar was het voorlopige advies VMBO-TL - HAVO. Dit jaar was het voorlopige advies HAVO-VWO. 
En daar zijn wij verheugd mee, want onze inschatting is dat Jente best wel HAVO zou kunnen doen. Dan kan ze lekker kind zijn. Ze kan lekker al doende leren, op haar bek gaan en weer opstaan, zonder dat ze op de toppen van haar tenen moet lopen. 
Als ze over een poosje nog steeds docent wil worden, is dat met HAVO een wat kortere weg dan als ze begint op VMBO. 
Bovendien is ze wat dat betreft echt een mooie mix van Ilse en mij. Ilse heeft HBO gedaan, maar heeft absoluut een veel pienterder denkniveau. Ik heb HBO gedaan, maar kwam daar met te veel hangen en wurgen en ongelukkig vandaan. 
Dus wellicht is Jente dat mooie gemiddelde van ons twee, en kan zij makkelijker (en met mogelijk wat meer inzicht) haar doelen bereiken.
En voor de rest: heeft ze ons. 
Ik ben in elk geval mateloos trots op haar. Wat een beest. 
Meestal lees ik mijn blogs voor, als Jente meeluistert, bij deze doe ik dat niet. Jente is niet zo van de complimenten, dus zal ik dit haar besparen.

2026
Ik realiseerde het me niet, maar dit is een jaar van een aantal jubilea. 
In december zijn we 12,5 jaar getrouwd. Voorwaar een mooi, maar niet al te lastig bereikt jubileum. Het ging eigenlijk best wel vanzelf.
Een heel ander jubileum, veel meer bitterzoet: het is een heel lustrum geleden dat ik definitief stopte als muzikant. 
5 jaar geleden raakte ik voor het laatst mijn trompet aan, ik borg hem op, bracht hem naar de berging, en ik heb het ding sindsdien niet meer aangeraakt. 
Dat is niet helemaal waar. 
Toen ik een poosje terug in de berging was, zag ik de koffer, en ik besloot het ding eens uit te pakken. 
Om de een of andere niet-herleidbare reden, liggen de bijbehorende mondstukken thuis, dus erop spelen kon sowieso niet, en was in het kader van de nationale veiligheid ook een slecht plan geweest. Die trompet leek me in prima staat verder, en omdat ik wel wat meer te doen had, dan mijmeren, verpakte ik hem weer en vertrok. Niet de minste behoefte voelend om er iets meer mee te doen dan er een blik op werpen. 
Inmiddels heb ik wat hulp gezocht om bepaalde trauma's met betrekking tot de diepere oorsprong van die trompet eens in kaart te brengen, vooral ook omdat ik wil voorkomen dat ik onbewust en vooral ongewenst delen uit mijn opvoeding in praktijk breng bij het grootbrengen van mijn dochter. 
5 jaar geleden ging ik dus weg bij Defensie. Is mijn leven nu zoveel beter geworden? 
Ja. 
En nee. 
Mijn oud-collega's mis ik. Het waren bijna allemaal leuke lui, met wie de omgang altijd erg makkelijk ging. Maar ook weer niet, aangezien musici vaak tegen te weinig waardering, te veel van zichzelf en hun omgeving eisen. Dat maakt het lastig. En ik merk dat ik dat tot op heden nog steeds wel doe. Ik werk nagenoeg foutloos, en stiekem verwacht ik dat anderen om me heen dat ook doen. Maar omdat bij mijn huidige werk andermans fouten mijn werk niet aantasten (in tegenstelling tot het werken in orkestverband, waar dat wel zo is), heb ik moeten leren om dat los te laten. 
Dat neemt niet weg dat ik qua collega's en sociale omstandigheden eigenlijk even zo tevreden ben. Als mijn oud-collega's meegekomen waren, was het net zo, zo niet mooier geweest. Maar ja. Om nu een heel orkest achter het stuur van een bus te zetten, gaat misschien wat ver. 
Wat werk zelf betreft ben ik er absoluut op vooruit gegaan. Ik ben zeker geen gepassioneerde buschauffeur. Maar het hele takenpakket met alle uitdagingen en alle gekkigheidjes past me veel beter. Ik heb relatief gezien veel meer krenten in de pap, dan bij mijn werk als muzikant. 
Bovendien: als ik klaar ben, wandel ik de poort uit, en hoef er geen seconde meer mee bezig te zijn (work in progress, want je neemt altijd wel iets van werk mee naar huis en vice versa. Ook iets dat aandacht blijft behoeven). Dat was als musicus wel anders. Want ik moest altijd wel met die verrekte hoerentrompet bezig zijn. Toegegeven: op routine kwam ik een heel eind, maar niet all-the-way, zeg maar. 
Men zegt altijd dat het gras bij de buren echt niet groener is, tenzij het kunstgras is, of gespoten. En daar ben ik achter gekomen: dat klopt. 
Defensie was al niet de meest menselijke, empathische werkgever. Maar daar kon je bij het middenkader nog het geluk hebben dat je leidinggevenden de boel probeerden te breken voor je. Dat geluk heb ik gehad, bij defensie. Maar vaak ook en zeker op het laatst was het gewoon armoe troef, wat leidinggevenden betreft. 
Daarin ben ik er absoluut niet op vooruit gegaan. Want waar defensie dan niet afhankelijk was van winsten, kosten en aandeelhouders, mijn huidige werk is dat wel, en die factoren zijn vele malen belangrijker dan de mensen die met hun werk zorgen voor die aandeelhouders en winsten. 
Dat is geen aanname mijnerzijds, dat is simpelweg de ervaring die ik in die vijf jaar heb opgedaan. Ik ben een onkostenpost, en omdat ik een menselijke onkostenpost ben, met een mening, vinden ze me vaak maar lastig. 
Dus inmiddels geleerd dat het beter is om onder te duiken, mijn werk te doen met veel plezier en voor de rest: ik ga lekker naar huis. Genieten van dat wat het belangrijkst is in mijn leven: en dat is alles behalve werk. 
Hierin heb ik gelukkig op mijn werk een aantal "leermeesters" gevonden die me een beetje coachen in de richting van het "onder duiken".  Kerels die hun werk goed doen, en zich voor de rest focussen op andere dingen. En die doen het toch niet onaardig, naar ik zo zie. Laat ik dan hun maar als voorbeeld nemen.
Dat klinkt cynisch, maar ik beschouw het allerminst als achteruit-gang. Het heeft me veel geleerd. En langzaam begint dat wat ik leerde ook daadwerkelijk in te dalen. 
En dat is waar ons domeintje zo'n ongelooflijk goede leerschool blijkt te zijn, in nagenoeg alles. Geduld, doorzetten, en vooral: genieten. Genieten van de mooie dingen, van de missers, de fouten en de onvolkomenheden. Genieten van de tijd. 
Dat had nooit gekund als ik muzikant was gebleven, en doodongelukkig in dat vak, en er toch hoe dan ook tijd in had moeten steken, buiten de betaalde tijd. 
Dus ja: ik ben er in die vijf jaar op vooruit gegaan. 
Want de rust die ik nodig had en heb, heb ik gekregen. En daarmee dus ook de ruimte om mijn rugzak maar weer eens leeg te gaan halen, en weer eens ordentelijk in te pakken. 
En dan gaat er vast wel weer wat ruimte ontstaan voor iets nieuws? 
Wie weet. 

Iets nieuws in elk geval, is dat ik met alle goedbedoelde en enthousiast (veel te enthousiast, het is een leercurve) geplantte kruiden, eigenlijk niet zo goed weet wat ik ermee aanmoet. 
De vorige eigenaar van ons domeintje had Citroenmelisse geplant. Een lekker en gezond kruid, met als extraatje dat je er nooit meer om verlegen zal zitten: het ding plant zich sneller voort dan een roedeltje konijnen. 
Ikzelf deed daar nog oregano bij, en ook dat is niet echt van het subtiel blijvende groen. 
De salie die ik plantte blijft aardig op één plek, maar ontploft daar net zo goed. 
De enige struikjes die echt beschaafd blijven, zijn de tijmstruikjes en de rozemarijn. 
Die zullen volgend jaar de feestvreugde wel op komen leuken. Vooral de citroentijm verheug ik me op, samen met de dragon, want dat zijn mijn favorieten, naast de knoflook, uiteraard. 
Goed, een heleboel gezonde, zelf uitgezette kruiden. Veel te veel. Ik kan niet álles naar die meuk laten smaken. Dat kan ik mijn meiden niet aandoen. 
Verloren laten gaan, vind ik ook zonde. 
Dus kwam ik zwetend als een os en meurend naar zijn stal, thuis, nadat ik wat handenarbeid had verricht. 
Met een zooi kruiden. 
Vers geplukte kruiden ruiken heerlijk. Maar als je ze dan in de oven droogt (ja, dat is compleet knetter), gaat die geur het hele huis door. En vooral de citroentijm en dragon verspreiden een heerlijke frisse geur. 
Dus de volgende keer dat ik er weer ben, neem ik weer wat mee, dat ga ik dan ook drogen, gelukkig heb ik een collega die wel wat van me wil. 
Ja, maar je moet planten wat je nodig hebt. 
Goeie tip, die je op veel plekken leest, als je aan kruiden gaat beginnen. 
Het ding is alleen dat ik wel één takje dragon kan planten. Dikke prima. Maar één goeie zomer, goeie grond en dat éne takje.... Enfin. U snapt het. 
Kortom: ik voel me soms net Neville Longbottom uit Harry Potter. Sociaal wat awkward, maar goed met kruiden (verwerking). 

Het behoeft geen verdere introductie: de zomer. En die heeft behoorlijk ongenadig toegeslagen. Het is dusdanig warm, dat het huisje op ons domeintje niet minder dan een volledig operationeel crematorium is geworden. 
Ik ging er een paar keer naar toe om wat kleine dingetjes te doen. Dingetjes waarvan ik achteraf dacht: dát had ook op een minder heet moment gekund. Mijn lijf werd een soort hete gletsjer waar het zweet in bulderende stromen vanaf denderde. Om vervolgens even naar binnen te gaan voor een koel drankje. 
Het koelkastje, op gas, is namelijk als dat éne Gallische dorpje uit Asterix en Obelix: dapper houdt dat kleine kreng als enige de boel, in elk geval aan de binnenkant koel. Er lagen zelfs van die bevroren limonade staafjes in. 
Maar verder: niet te doen. Dan maar in de schaduw gaan zitten puffen, en hopen dat de zweetstromen een beetje opdrogen. (En gedroogd zweet meurt zo lekker scherp, dus hopen dat er niemand langskomt om aan me te snuffelen). 
Want bij gebrek aan goede stroom, is het installeren van een ventilator die daadwerkelijk iets menselijks doet, een utopie. 
Kleren draag ik alleen voor de vorm, en zodra het kan, wil ik die warme lappen van mijn lijf hebben. Zweten op zich is al vervelend. Maar als die half lauwe, klamme lappen dan nog om mijn lichaam gedrapeerd zitten, is het helemaal ongemakkelijk. 
Komt iets bij dat, had je me dit een jaar geleden verteld, ik nooit voor mogelijk gehouden had. 
Ál mijn korte broeken zijn te groot geworden. Er kan nog een Marnix naast. 
De meeste van mijn korte broeken, gaan dicht met een veter. Of touwtje. Was destijds blijkbaar hip. Geen riem nodig, gewoon de touwtjes aansnoeren en gaan met die banaan. 
Maar ja. Er zit een eind aan die touwtjes, en dan zitten ze op hun strakst. Dat wil niet noodzakelijkerwijs zeggen dat die broek dan ook over mijn kont blijft zitten. Want als er te veel ruimte zit, glijdt die zonder pardon naar beneden, waardoor ik er nogal bescheten uit zie. Stuntelend met mijn broek. 
Op zich heb ik het idee losgelaten dat ik volledig gekleed buiten moet zijn. Ook niet als ik in de voortuin mijn planten water sta te geven. Eventuele passanten die gek genoeg zijn om in deze hitte hun hondje uit te laten, verdienen het zicht op mijn blote bast, en anders moeten ze als ze langs ons huis lopen, maar even tegen de zon in kijken of zo. 
Maar om nu bezig te zijn met het bewateren van mijn planten, terwijl ik ineens mijn broek op mijn enkels voel glijden, gaat zelfs mij wat ver. Ik draag over het algemeen keurige boxershorts, al dan niet voorzien van een gezellige print, maar om de hier pas woonachtige buurvrouw met haar twee peuters nu gelijk te confronteren met dat soort aanblikken, lijkt me sociaal gezien wat minder wenselijk. Krijg je ook weer zo'n imago van. 
En heel veel eten, lukt met deze hitte sowieso niet. Met het spulletje dat ik voor diabetes spuit, was de eetlust al nihil, maar deze hitte doet daar dus nog een schepje bovenop vanaf.
Ik zou bijna overwegen om te stoppen met roken, en op die manier weer een beetje richting mijn ouwe, corpulente zelf te komen. Al was het maar een kilootje of 7. 

Ik kan weer een paar pareltjes van het platform noemen. 
Het was natuurlijk stom van mij, ik had de glijdende schaal niet in de gaten. Dat is een beetje het ding met glijdende schalen, die zie je pas, als het te laat is. 
De warmste dag sinds het bestaan van metingen. En ik moest werken. Shit happens. 
Helaas is het zo dat veel van onze nieuwe bussen één klein probleempje hebben: Om het rijbereik te garanderen, hebben de Duitse ingenieurs bedacht dat het prima zou zijn om de functie van de airco af te knijpen. Met alle goed doorbakken gevolgen van dien. 
Gevolg is dat we zonder mankeren op elke plek van bestemming komen, en dat zowel chauffeur als reiziger goed gaar zijn. 
En dat op de heetste dagen van het jaar. Recept voor ellende. 
Die airco's doen maar wat, zo is onze ervaring. 
Ik had de laatste dienst van de dag, en was helemaal verguld met de desillusie dat mijn bus een werkende airco had. 
Met de tijd, begon die airco steeds laffer en muffer te werken. 
Ik had natuurlijk af moeten stappen, en een andere bus moeten zoeken, maar ik ben ik, en ik vond oprecht dat nog één ritje wel kon. 
Dat klopte. 
Het laatste ritje brak aan, ik liet de mensen uitstappen, en de terminal betreden. Ik voelde al wel wat desoriëntatie. 
Toen ik naar mijn bus terug liep, leek het me verstandig om eventjes pas op de plaats te maken. Eventjes rust. Ik leunde tegen mijn bus, maar aangezien dat wat wankeltjes ging, besloot ik in de deuropening te gaan zitten. 
Ik werd wakker van een vriendelijke, bezorgde stem van een collega die zich terecht zorgen maakte. Heel veel kon ik niet uitbrengen, en dat was het moment dat de regie gebeld werd om de BHV op te trommelen. 
De collega in kwestie gaf me veel water, vooral over mijn gezicht en nek, en ik kwam wat meer bij. 
Toen als eerste de busco arriveerde kon zij gaan, en ruimte maken voor doorgaande vluchten. Fijn dat er een collega was om me even weer bij te brengen. 
De busco nam het over en toen kwam er een BHV'er. Samen lapten ze me op. 
Hitte-stress of zo iets.
Met dank aan al deze mensen, kon ik een paar uurtjes bijkomen, op krachten komen. 
En nog stommer: ik had tintelende handen, en hyperventilatie. Hyperventilatie. Ik was ooit trompettist, als iemand adem kan halen op een efficiënte manier, ben ik het. Dat ik dan toch iemand anders nodig heb, om me te vertellen hoe ik moet ademen, is een beetje ironisch, nietwaar? 
Toen ik weer wat "geland" was, besloot ik, vooral om logistieke redenen, maar gewoon door te werken. Ik voelde me wel weer senang, en terug naar huis gaan, was op dat moment net zo onpraktisch. Om Ilse op te trommelen, leek me met die hitte voor nog minder mensen erg plezant. 
Goed, meer drinken. Ik ga toch iets minder geuniformeerd aan het werk, en ga nog kritischer zijn op de staat van de airco. Het moet wel gezond blijven. 
Hoe dan ook: verguld met de hulp die ik kreeg. Wij staan nogal kritisch ten op zichte van de "Papa's " op het platform, maar in heel erg korte tijd, heb ik nu al 2 heel erg positieve ervaringen met die mensen op gedaan. En los van mijn fysieke stunt, was dat fijner dan ik me realiseerde. 
En onze busco's zijn over het algemeen hun gewicht ook wel in goud waard. 
Maandag moet ik maar weer een bontjas meenemen, ik begreep dat het dan maar 24 graden wordt. 

Dit alles maar geschreven hebbende: ik wens eenieder weer een mooi weekend toe: veel drinken, koelen en relaxen, dan ga ik er weer voor de volle 74% tegenaan. 







donderdag 18 juni 2026

Dat zit wel snor

 Mijn hart stond 2 keer stil, in één dienst, binnen anderhalf uur tijd. 
Ik had, aardig en collegiaal als ik ben, een pendeldienstje over genomen van een collega. 
Doe ik wel eens. Niet vaak, maar vaak genoeg om dus aardig en collegiaal gevonden te worden. Bij tijd en wijle vind ik het nodig dat ik een aardige en collegiale zweem over mijn aanwezigheid heb.
Dat pendeltje, en zeker op die tijd, betekent dat ik gedurende anderhalf uur rondjes aan het dansen ben, want heel veel animo is er dan niet meer voor dat lijntje. 
Tijdens één van mijn rondjes ging mijn telefoon. Ik vind dat ik als buschauffeur niet bellend kan rijden. En ook andersom vind ik het not-done. Krijg je zo'n imago van. Moet je niet willen. Plus daarbij het feit dat het volk dat we vervoeren al klagend aan lijn hangt, als je naar hun smaak eventjes te lang over je ronde doet, laat staan als ze je dan op bellen achter het stuur betrappen. Dan is de boot helemaal aan. Erg prettig volk is het soms niet. 
Dus ik wachtte braaf af tot mijn bus leeg was, en zag dat Jente gebeld had. 
Jente belt nooit, want Jente stuurtm    berichten. Dus alle, maar dan ook écht ALLE alarmbellen gingen af. Talloze horrorscenario's in mijn hoofd. Ilse was vast van de trap gesodemieterd, en haar hoofd stond in een onnatuurlijke hoek op haar nek. 
Ons huis was in de fik gegaan, en Ilse lag als een veel te doorbakken biefstuk achter de deur. 
Er was een vrachtwagen over Ilse heen gereden, en louter haar fiets had het overleefd. 
Kortom: Mijn kind belt, er is ellende. 
Met enigszins trillende handen bel ik haar terug. 
Met dat ze opnam, begon ze meteen te rebbelen. Niet eens een "hoi pap". Nee, gewoon meteen te kakelen alsof er niks aan de hand was. (Doet ze ook als we incidenteel bellen, en we gaan ophangen. Geen "dag pap". Of iets dergelijks aan beleefdheidsfrasen. Gewoon, plop. Weg verbinding).
De horrorscenario's in mijn hoofd, en haar casual stem kwamen op geen enkele manier overeen. En pas nadat ze uitgesproken was, daalde het besef langzaam, heel langzaam dat ze louter en alleen gebeld had om een mopje over Harry Potter te vertellen. 
En dat was ook het enige dat ik ervan meekreeg, het hele mopje ontging me ten ene male. Ik stond in standje Als-een-gek-die-bus-weg-en-naar-huis-met-4-krijsende-banden.
Het bleek om een mopje te gaan. 
De tering. 
Mijn hart zat in mijn keel. 
Het is dan ook best nieuw dat mijn dochter me belt. En meestal is dat om wat zaakjes te regelen. Maar simpelweg gebeld worden door mijn dochter puur voor een mopje, is nieuw. 
Zal ik ook aan moeten wennen. 
Want toen ik eenmaal weer wat gekalmeerd was, moest ik er best om lachen. Niet om dat mopje, dat moet ze me bij gelegenheid nog maar eens vertellen. Maar wel om het idee dat ik schrik van het feit dat mijn dochter me casual belt om mijn dag op te fleuren met een mopje. 

De tweede was ook al lachwekkend, ware het niet dat ikzelf het "slachtoffer" was, dus bij mij duurde het wat langer voor ik erom kon lachen. 
Ik was klaar met mijn avondmaaltje, en bracht mijn spullen naar mijn bus. 
Die had ik naast een brandmuur gezet. 
Voor die brandmuur, heeft men een prullenbak geplaatst. Want rond-dartelende rotzooi is nu eenmaal niet bijster gezond voor vliegtuig motoren waar het in terecht kan komen. 
Met dat ik mijn bus naderde, hoorde ik een welhaast onchristelijk hard geritsel uit die prullenbak. 
Nu zijn ritselende prullenbakken mij niet onbekend, talloze vormen van ongewenste knaagdieren die in die prullenbakken hun eigen avondmaaltje bij elkaar sprokkelen. 
Maar dit geritsel klonk wel serieus veel harder en woester dan ik ooit eerder had gehoord. Veel minder stiekem. Ratten ritselen zachtjes, beslist, maar heel stiekem. 
Dit was gewoon open en bloot, ongegeneerd gewoel, gestommel en gegraaf, door iets dat zich op geen enkele manier stiekem wilde gedragen. 
En als je dan een stamp tegen zo'n prullenbak gaf, dan kwam er vaak met een prachtige, acrobatische sprong een rat uit die langs je heen een goed en veilig heenkomen zocht. 
Omdat mijn nieuwsgierigheid door dit veel woestere gedoe getriggerd was, besloot ik niet om de vertrouwde stamp te geven, maar om eens te kijken wát het was dat daar zo lomp aan het fourageren was. 
Ik naderde voorzichtig, keek eens. 
Ik kwam naderder bij en keek nog eens. 
Nóg een stapje... 
En toen kwam er toch een enorme zwarte vlek recht op me af. 
Vlak langs mijn snufferd vloog het me aan. 
Ik schrok mezelf de tandjes. 
En op 2 meter afstand, op de grond landde het beest. 
Verontwaardigd zat hij me aan te staren, waar ik het gore lef toch vandaan haalde om zijn maaltijd te verstoren. 
Een kauwtje.
Al krassend leek hij te willen melden dat ik op moest sodemieteren, want hij was nog niet klaar met eten. 
Als hij minder goed had gemikt, was die zo mijn bakkes binnen gevlogen en had ik toch nog verse kip als avondmaal gehad. 
Ik stond serieus even te trillen op mijn poten. 
Even verderop stond een collega die deze hele akte op de eerste rang had kunnen volgen, en die smakelijk stond te lachen. 

Ik ben in de ontkenningsfase. Al dik een jaar. Zo niet langer. 
Ik loop namelijk enorm te klootzakken met mijn bril. Ik zie prima. Zolang ik recht vooruit kijk en in de verte kijk. 
Maar inmiddels kan ook ik niet meer ontkennen dat lezen toch serieus een probleem is. Met bril kan ik gewoon niks meer lezen. Ook het tikken van mijn blogs, is een uitdaging. Ik kan blind typen, maar dan blijft het een gok of er ook daadwerkelijk staat wat ik wil. In elk geval grammaticaal. 
Klootvogelen met mijn bril op en af, als ik werkstukjes van hout maak, en dan maar hopen dat de ADHD er niet voor zorgde dat mijn bril in de vuurlinie van mijn zaag lag. 
Boordcomputer lezen in mijn bus? Niet te doen. Mensen foutief ergens afzetten omdat ik simpelweg niet meer kon lezen wat er staat, begint serieus een risico te worden, als ik mijn bril niet even afzet. 
Maar dat scherm zit zover weg, dat ik zonder bril ook niet kan lezen wat er staat. 
Dus dan is de excersitie dat ik mijn bril afzet, naar het scherm toebuig, de informatie opneem, bril weer opzet, krakend weer omhoog kom (ten slotte word ik er niet jonger op) en vervolgens tegen een pilaar aan rij. Of zo. 
Zover is het gelukkig niet gekomen, ik ben namelijk best intelligent. Ik heb helemaal zelf bedacht dat ik eerst de ritopdracht goed bekijk, in me opneem, onthou, en dan pas ga rijden. Dat kan ik. 
Maar goed. Stuntelen met een leesbrilletje is om veel redenen en dan vooral het kwijtraken van het ding niet helemaal praktisch. Bovendien heb ik geen enkel exemplaar gehad dat daadwerkelijk voldeed. Die maakten het probleem alleen maar erger. 
Dus varifocus. 
Ik ben dus 45. Wil mijn motorrijbewijs, én moet dus eigenlijk een varifocus bril. 
De rest van de midlife-crisis heb ik tot op heden nog buiten de deur weten te houden, maar ik kan er maar niet over uit dat dit soort flauwekul mij ook overkomt. 
Vooral ook omdat ik dik 500 euro voor een bril een erg zware straf vind voor deze midlife onzin. 
En de opticieën wist het niet beter te maken. Los van de prijs van zo'n kreng, waar spontaan de schellen van mijn ogen vielen, meldde ze meelevend dat ik minimaal 3 weken zou moeten wennen. Dat zijn dus 21 dagen dat ik dat kreng van pure ellende in de prullenbak zou willen flikkeren. (De bril, niet de opticieën). 
En mezelf kennende, is dat niet ondenkbeeldig.
Met al dit medische modderen, is die midlife-crisis maar half leuk, kan ik dat jonge mokkel ook wel schudden. Dus Ilse zit nog safe. 

En over modderen gesproken: ik begon mijn 11 vije dagen met een dijk van een verkoudheid. Aangestoken door Ilse, Jente of allebei. En wellicht in combinatie met een proestende reiziger die te dicht in mijn aura kwam. 
Volle kop, de dikke slijmerige brokken vliegen mijn huisgenoten om de oren als ik hoest, en mijn neus lekt weer eens als een goeie ouwe Citroën DS. Spieren doen pijn, en mijn hoofd ook. 
Kortom: mannengriep, ik ben mijn testament en mijn crematie maar weer eens aan het updaten. 
Ik was de afgelopen maanden bezig met het opkweken van niet alleen knoflook, maar ook van een snor. En ik was best wel trots op mijn streepje struik onder mijn neus. Het begon dus best ergens op te lijken. 
Oké, ik geef toe: er zit meer grijs in dan me lief is, maar ik ben voor mezelf best wel content met wat harigs in mijn gezicht. Een geitensik-streepje-beflapje onder mijn onderlip, en een lekker fout pornosnorretje erboven. Helemaal prima.
Geeft me een beetje een fout aura. Hou ik van. 
Maar met een lekkende neus, vind ik zo'n snor toch een beetje een risico. 
Ik wil er namelijk wel enigszins toonbaar uitzien, en als mijn neus zo lekt, ben ik als de dood dat de ontsnapte vloeistoffen in mijn snor blijven plakken, en dan zo'n ranzig geel-groen achtig korsten-plakkaat onder mijn neus oplevert. Dan gaan mensen zo vol walging naar me staren, en voel ik me gewoon een beetje onzeker. 
Of dat ik vanwege de keelpijn niet voluit durf te niezen, en de dikkige brokjes wat lafjes naar buiten kledderen en nét zichtbaar tussen mijn snorharen plakken, en daar opdrogen. 
Conclusie is dus dat ik nu snorloos door het leven ga. Het beflapje onder mijn lippen heb ik nog. Ik ben nog niet betrapt op hoestsel of snot in mijn geitensik, dus dat is aardig in goede staat gebleven. 
Het is zo intens jammer dat mijn gezichtshaar er net zo lang over doet om acceptabele lengte te krijgen als de knoflook in de tuin. En dat ik daar dus eigenlijk het geduld niet voor heb. Ik ga dus nu enigszins blote-billen-gezicht-erig door het leven. 
Maar goed, dat overleven we ook wel weer. Misschien dat ik ervoor kies om een weelderige baard en snor te laten tattooëren. Vrouwen doen dat vaak met hun wenkbrauwen, waarom zou ik dat niet met snor en baard kunnen.

Mijn betere helft moest dus voor de tweede keer aan een voet geopereerd worden. Iets met een zenuw. Ze hadden haar ene voet een jaar of wat geleden al verholpen, ten tijde van mijn mannengriep moest de tweede voet er aan geloven. 
Helaas, of gelukkig (afhankelijk van of je cynisch of juist optimistisch bent) viel ook dat tijdens mijn 11 vrije dagen. Ik kon dus al snot-spuitend en hoestsel-sproeiend voor haar redderen. 
De operatie ging op zich best aardig, en toen ik het bericht kreeg dat ik haar levend kon op komen halen, stapte ik in Po de Panda, en racete naar het ziekenhuis. 
Ongeveer een uur te vroeg, en dat leverde me een uur gratis parkeren bij het ziekenhuis op. Dat is ook een unicum, zullen we maar zeggen. 
Ondertussen gaat het gewone gezinsleven door. Jente naar school, en na school naar haar creatieve knutsel club. 
Daar gaat ze met een vriendinnetje heen, en meestal weten ze dusdanig op tijd te komen, dat ze kunnen 'shoppen'. Meestal behelst dat een ijsje, waar ze elkaar op trakteren, soms ook wat prullaria uit diverse prullaria winkels. 
Deze keer kwam ze thuis, met een papieren tasje. Gevuld met een zeepje, een speciaal soort thee en nog wat. Als een soort van fruitmandje voor haar moeder. Speciaal voor haar moeder. 
Mijn hart klapte uit mijn borstkas van pure vertedering en ontembare trots. 
11 jaar is dat kind, en zonder dat iemand haar moest instrueren of een hint moest geven, ging ze zelf op jacht naar een paar hartverwarmende hartversterkingen voor en omdat haar moeder in de geplande kreukels lag. En dit dus van haar eigen zakgeld. Vanuit zichzelf. 
Dat is enorm attent, en mezelf kennende, moet ik toegeven dat ze dat niet van mij heeft. Maar ik vind het helemaal geweldig. 

Dit geschreven hebbende, heb ik weekend. En het uwe begint aanstonds ook. Ik wens eenieder een beste toe. 














vrijdag 12 juni 2026

Groen, Roze, Blauw, Grijs en Wit.

 Hendrik Groen schreef er al over: volkstuintjes. Zijn boekjes erover zijn enorm geestig geschreven, en een must voor iedereen die een volkstuin heeft, mensen die mensen kennen die zoiets hebben, of mensen die er meewarig grinnikend naar kijken. 
Rust en Vreugd. En de opvolger: de slag om Rust en Vreugd. 
Voor wat betreft mezelf: ik las die boekjes met dank aan mijn vader, in sneltreinvaart, vóór dat wij als "tuinders" onze eerste Algemene Leden Vergadering meemaakten. 
Men spreekt over tuinders, maar als tuinder ben je lid van de vereniging. 
Dus om het verwarrend te maken, heet het niet de Algemene Tuinders Vergadering. 
Ten teken van onze goede wil, en inzet voor deze vereniging, voldoen wij (of eigenlijk Ilse, want ik ben op zaterdag zelden in staat om aanwezig te zijn) aan onze verplichtingen: Tuindienst. De openbare delen van het park dienen bijgehouden te worden door de leden tuinders. En dus twee keer per jaar een Algemene Tuinder Leden Vergadering. 
En heel officieel ging dat eraan toe. Het bestuur (mensen die ik na het tekenen van de verplichte documenten nooit weer gezien of gehoord heb) zat heel plechtig op een verhoging aan tafels. Links (voor het gepeupel dat aanwezig was, rechts) had men een katheder opgesteld met een hilarisch slecht werkende microfoon.
Mochten leden tuinders het woord willen om het bestuur toe te spreken, dienden zij naar dat katheder te lopen, zichzelf even plechtig voor te stellen met vermelding van het tuinnummer, om vervolgens het bestuur en de overige aanwezigen toe te spreken. 
Ik zei al: die microfoon werkte hilarisch slecht, en veruit het overgrote deel van de sprekers, waren niet voorbereid om te spreken en te kluiven op die microfoon tegelijkertijd. 
Want blijkbaar wilde die microfoon alleen maar verstaanbare klanken produceren als de spreker het ding tot ver achter zijn huig duwde. 
Iets dat met grote regelmaat vergeten werd. 
Op het moment dat de vergadering begon, begon ook het grote feest der herkenning. Nagenoeg alle "vinkjes" werden gezet, met betrekking tot de beschrijving van meneer Groen in zijn boekjes. 
Iedere spreker had wel iets aan te merken op het bestuur, en één ervan zo frequent en langdradig dat één der bestuursleden uiteindelijk uit wanhoop die toch al lachwekkend slecht werkende microfoon simpelweg bij het versterkingspaneel maar gewoon uitzette. 
Aan de ene kant: zoiets had ik kunnen doen. De betreffende man had absoluut op veel punten gelijk. Maar was weinig vatbaar voor het concept achter "efficiënt vergaderen". 
Ik smulde van het vanuit het bestuur geëtaleerde gebrek aan talent om hier op fatsoenlijke wijze een eind aan te maken. 
Als dit om betaalde bestuurlijke functies had gegaan, had ik zeker niet nagelaten om deze stunt (hoe lachwekkend ook) te kwalificeren als "onbehoorlijk bestuur". 
Maar goed, ook deze bestuursleden zijn gewoon vrijwilligers die keihard hun best doen om ons park zo goed mogelijk te besturen. En aangezien het vrijwilligers zijn, kun je ze ook weer niet echt verwijten dat ze geen professionele vergadertijgers zijn, met bijbehorende kwaliteiten. 
Ze doen hun best. 
Sowieso is communicatie van het bestuur wel een dingetje. 
Bij mijn weten, is de laatste keer dat ik de bestuursleden zag of sprak, bij de overdracht van ons huisje geweest. Daarna niet meer. Vind ik raar. Als je nieuwe leden tuinders aan je vereniging toe kan voegen, lijkt het me dat je als bestuur in het begin een vinger aan de pols houdt. Mensen wegwijs maakt. Mensen op positieve manier meeneemt in het dagelijkse reilen en zeilen op je park. 
Niets van dat al. 
Goddank hebben mijn schoonouders ook een tuin, die maken ons wegwijs. En er is een Facebook pagina. Hoewel dat dan ook weer typisch facebook is, met alle oeverloze duizenden meningen en gemekker, welke als "feit" gepresenteerd worden. 
Maakt ons de pis niet lauw, in tegendeel. Hoewel ik net wat te anti-sociaal ben voor verenigingen, en zeker voor dit soort vergaderingen, heb ik mijn hart opgehaald aan de vele herkenningen van totaal kleurloze figuren, tot bestuursleden die juist op heel erg kleurrijke wijze iemand de mond snoeren. En los daarvan: we genieten ons natuurlijk helemaal suf op ons domeintje. 
Als beloning voor het uitzitten van een vergadering die in 30 minuten afgerond had kunnen worden, besloten wij om te kijken of er een pizzakoerier zijn eetwaren zou willen afleveren op dat adres. 
Zowaar vonden we die. 
Omdat Jente godenzijdank de leeftijd gepasseerd is waarop ze een speeltje blieft bij een kinderpizza, konden we voor een wat 'echtere' pizza gaan. 
Sowieso krijgen mijn darmen het op hun heupen als ik Domino's of New York pizza laat komen. En terecht. Zijn best lekker, hoor, daar niet van. Maar alle ultra-processed zooi die er in die wannabe-pizza's gaat, wil mijn lijf sneller uit dan in. En levert me krampen op waarmee ik het glazuur van de pot schijt. 
Doen we niet meer. 
Een echte pizza dus. 
Ik wilde wel weer eens een calzone. 
Ik wilde een calzone. Zo'n dubbelgeklapte, gevulde pizza. Die dan zo lekker bol staat. 
Dat bolle, dat was een beetje mislukt. Ik kreeg iets dat leek op een pastei die een Surinaams bezorg restaurant komt brengen, maar dan in het groot. Maar niks bols aan. Gewoon een homp platgeslagen deeg, beleg erop gemikt en dubbelgeslagen. 
En de kok was blijkbaar vergeten dat er kaas bij had gemoeten, want bovenop lag een plak gesmolten cheddar of zo. Voegde werkelijk niks toe. Geen smaak, zo ontdekte ik, geen aantrekkelijk beeld. Gewoon niks.
"Kut, ik ben de kaas vergeten, weet je wat: hier! Er gewoon bovenop. Kaas, geleverd!"
Ik opende vol verwachting mijn doos. Eindelijk weer eens een echte pizza. Lekker! Zin in!. 
Ik opende de doos, keek naar wat misschien wel de meest inspiratieloze calzone in de geschiedenis van de calzone is, en schoot in de lach. 
Normaliter als eten er wat minder attractief uitziet, kan ik behoorlijk goed ventileren dat die kutzooi mislukt is, of anderzins kut. 
Niet fucken met dat wat mijn maag moet betreden: mijn smaakpapillen én mijn ogen willen wel iets memorabels. In de positieve zin dus. 
Maar deze treurnis in een pizzadoos, deze ongeïnspireerde gevulde deegbal, paste zó enorm goed bij de voorgaande dag, dat mijn sardonische humor het overnam, en me luidkeels liet grinniken. 
En oke, ik was hongerig, dus met een onkarakteristieke hoeveelheid "laisser faire" viel ik aan op mijn calzone, die tot mijn grote verrassing, niet onaardig smaakte. Eigenlijk smaakte die best prima. 
Een echt Italiaanse chefkok had waarschijnlijk eerder zelfmoord gepleegd dan dat hij dit zijn keuken zo laten verlaten, maar soit. De smaak was vele malen beter dan het droevige uiterlijk. 
En uiteindelijk gaat het daarom. 

Mijn dochter. Een niet aflatende bron van verbijstering, verbazing, vertedering en liefde. En vooruit: irritatie. Soms. 
Lange tijd zat in haar koppie dat ze konijnen wilde. En eigenlijk wil ze dat nog steeds. 
Nu ben ik alleszins voorstander van het feit dat kinderen leren om verantwoordelijkheid te nemen, alleen ben ik niet overtuigd van het feit dat huisdieren daar een goede leerschool in bieden. En helaas, helaas: het kán niet op mijn rekening gezet worden, aangezien ik allergisch ben voor knaagdieren. En in tegenstelling tot wat er in kinderhoofdjes voor fantasieën zitten: konijnen zijn zelden knuffelig. En als je ze buiten houdt, worden het geen binnen dieren, en binnen... Nies ik me de tering, vooropgesteld dat ik überhaupt nog lucht krijg om te niezen, gezien het feit dat de allergie mijn luchtwegen dicht doet klappen. 
Daarmee dacht ik dit pleit beslecht te hebben... 
Dácht ik. 
Blijkt dat ratten allergie-technisch beter zijn, en dus wilde madammeke wel ratjes. En niet één. En eigenlijk ook niet twee. Het zijn groepsdiertjes, dus er moeten er minimaal, en maar liefst drie komen. 
Met Ilse is ze helemaal naar een of ander knaagdieren-warenhuis gereisd om daar zich te laven aan allemaal knaag- en vliegbeesten. Kooien te bekijken. En zich voor te laten lichten over het wel en wee van ratjes, konijnen etc. 
Een passend hok is met dik 120 euro nog goedkoop. 
Gelukkig meldde Ilse dat ze betaald gaat worden voor klusjes... 
En dan heeft ze drie van die oversized muizen, en blijkt de allergie toch nog te heftig voor die diertjes. 
Goed. Ze zijn er dus nog niet. 
Sardonische doemdenker die ik ben, voorzie ik dat hetzij de ratjes, hetzij uw nederige scribent dezes, op niet geheel daartoe ingerichtte plekken dienen te bivakkeren, gedurende het bestaan van die beesten. 
Nog even los van het feit dat we een poes hebben. Ze is weliswaar niet echt een briljante jaagster, maar ze kreeg het ooit eens voor elkaar om een rondfladderende duif met een werkelijk spectaculaire sprong uit de lucht te plukken. Mocht het gebeuren dat één van die ratten ontsnapt, en toevallig over de tenen van de poes struikelt, hebben we een trauma waar we nog jarenlang EMDR op los moeten laten. 
Driemaal raden wie dan de ellende op mag ruimen, voor zover Colette het niet in haar roofdieren-maag heeft laten glijden. 
Wat dat betreft zou een konijn wel beter zijn. 
Of: een capibara. Maar dat schijnt dan weer verboden te zijn. 
Vind ik oprecht jammer. Al het leuks is verboden. En een capibara is gewoon een enorm leuk beest. 
Maar goed. Ratten dus. 
Moeten we er dus verdomd goed voor zorgen dat het 3 mannetjes worden. Of 3 vrouwtjes. Want anders denk ik dat we in no time Almere trakteren op een rattenplaag waar je u tegen zegt. En dan moet je oppassen voor de Habsburgse kin bij die beesten, want ook bij ratten is inteelt niet per se heel gezond. 
Ik hoop dan maar dat zo'n knaagdieren-groothandel weet hoe je het geslacht van zo'n beest bepaalt, want eerlijk gezegd zie ik mezelf niet echt in staat om dat te doen. Ik weet denk ik wel ongeveer waar het plassertje van zo'n beest zit, maar gezien het feit dat zo'n dier van mij geen harde plasser zal krijgen, en ik niet weet hoe ik dat zou op moeten wekken, kom ik niet verder dan het vriendelijk vragen. En antwoord krijgen, zal wel niet. 
En dan ben je er nog niet, want dan begint het pas: als je dan drie mannetjes hebt (die zijn schijnbaar knuffeliger dan vrouwtjes exemplaren) dan moet je ze dus wél laten castreren, anders vechten ze elkaar de tent uit. En ik meen me te herinneren dat die beesten elkaar ook doodleuk opeten. Oorzaak nummer 2 voor jarenlange EMDR. 
Driemaal raden wie dan de ellende op mag ruimen, voor zover ze de restanten niet in hun kannibalistische maag hebben laten glijden. 
Het schoonmaken van het hok, is dus wel echt haar ding. Want zelfs als het goed gaat, ga ik de goden niet verzoeken. Ver uit de buurt van die dingen, om te voorkomen dat de allergie alsnog toeslaat. 
Plus dat ik weinig fiducie heb in mijn subtiliteit. 
Ik ga minimaal 2 maal per jaar per ongeluk op Colette staan. Meestal haar staart. Ze gilt het dan uit van de pijn, en kijkt me de rest van de dag niet meer aan. Maar zij overleeft het dan nog, mij achterlatend met een roffelend hart, omdat ik me de tyfus schrok van het feit dat zij ergens ging staan waar ze niet had moeten staan. 
Als dat met zo'n rat gebeurt, zijn de gevolgen niet te overzien. 
Oorzaak nummer 3 voor jarenlange EMDR, en dan aangevuld met relatietherapie voor vaders en kinderen. 
Kortom: ondanks het feit dat er nog niet één beest over de drempel is gekomen, maak ik me een heel klein beetje zorgen om de mogelijkheid. 
En dan heb ik het nog niet gehad over de dierenarts rekeningen. Hoewel ik me dan afvraag of zo'n dierenarts uit pure goedertierenheid zo'n dier niet gewoon de nek omdraait, simpelweg omdat 1000-den euro's pompen in de behandeling van een dier van 10 euro, met een levensverwachting van een jaar of 3 toch ook echt een beetje te gortig is. Aan de andere kant: Jente heeft een mooi gevulde spaarrekening, dus mijn zegen zal ze wat dat aangaat ook wel hebben. 
En als ze dan eenmaal dood zijn, heb ik er ook een bestemming voor: toen Claus overleed en in de tuin begraven werd, hadden we op een heel andere plek een zieltogend vijgenboompje staan. Niet lang na het overlijden van Claus besloot ik om dat vijgenboompje pal naast zijn graf te plaatsen. En zonder dollen: die vijgenboom begint nu echt vijgen te produceren. 
Ik vraag me dan wel af of die vijgen naar ouwe poes smaken, maar feit is dat een dood beest in de grond best gezond is voor het struweel. Vele voedingsstoffen die dan los komen. 
Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat een paar ratten onder de kersenboom ook wel eens het gewenste resultaat kunnen geven. 
En gesproken over die kersenboom: we hadden dit jaar maar liefst één (1) hele kers. 
En die ene kers werd zelfs een beetje rood. 
Ik was dus van plan om het ding in te pakken, en te beschermen tegen vogels en ander ongedierte dat mijn kers zou kunnen jatten of aanvreten. 
Toen ik had bedacht hoe dat zou moeten, trof ik die ene kers aan. Op de grond. 
Misschien moet ik alleen al daarom die ratten maar gewoon oogluikend toestaan. Opdat we er later maar opzichtig grote oogsten aan kersen van kunnen krijgen. 

Ik heb een aantal collega's, die ik oprecht en in de positieve zin van het woord "pareltjes" noem. En een daarvan is getrouwd met een kerel, die verrekt handig is, daar een bedrijf in heeft opgezet en een paar jaar geleden ons toilet renoveerde. 
Helemaal mooi. Lekker in een modern en comfortabel toilet zitten kakken, is altijd prettiger dan op een ouwe, niet zo hippe pot. 
Toen al waren we gecharmeerd van het werk van de beste man, zowel qua uiterlijk als qua kwaliteit. Dus was het voor ons betrekkelijk makkelijk: we laten die kerel ook onze badkamer doen. 
Het mooie van zoiemand is dat we niet naar allemaal sanitaire supermarkten hoeven om "inspiratie" op te doen. 
Wij geven aan wat we willen, hij zegt dat dat niet kan, of juist wel, levert de spullenboel en gaat aan de slag. Aan het einde van de rit, hebben wij een toilet dat bij onze smaak past.
Dus wij hebben hem langs laten komen, samen met zijn vrouw want ten slotte: een collega die een pareltje is, is altijd welkom voor een lekkere lunch en wat gezelligheid. 
Maar goed, aangezien we toch wel een wat aparte smaak hebben, besloten we dat wij de tegels uit gingen zoeken, voor de rest kwam er een offerte met zoveel mogelijk standaard spullen, die we op een later moment nog eventueel aanpassen kunnen. 
En dan ontkom je er niet aan: we moeten toch naar zo'n sanitaire supermarkt. De ene walgelijk kitsche tegel na de andere braakopwekkende badkamerkraan. VT-wonen "approved".  
De hel. 
Ik kijk nooit VT-wonen, en als ik die meuk geëtaleerd zie, weet ik gelijk waarom: mijn maag trekt dat niet en mijn ADHD-brein al helemaal niet. Recept voor gelijktijdig projectiel braken en meeslepende spuitpoep. Zo'n winkel. 
En omdat er te veel keuze is, en al die keuze in eigenlijk iets te kleine en iets te magertjes verlichtte showrooms opgesteld staan, gaat mijn brein al na 10 minuten op slot. Komt niks zinnigs meer uit. Ja, ontluchting in de vorm van winderigheid en overige oprispingen. 
Pas na het innemen van een voor mij doen overdosis aan ritalin, lukte het om enigszins coherent aan te geven wat ik vooral niet bliefde. 
Gelukkig mag ik dit niet alleen doen, ten slotte vindt Ilse het ook haar huis en vindt ze dat zij mede moet bepalen wat er wél en vooral niet in komt, en zo stiefelden we, amper een uur verder, trots die tent weer uit. We hebben tegels. 
En we denken dat het best een mooie combinatie van vrolijk en ingetogen is, maar vooral niet te klinisch. Want puur wit, voelt alsof je in een ziekenhuis onder de douche staat, en dat is op zich leuk, maar niet als je thuis bent. 

En over badkamers gesproken: ons huisje heeft ook een badkamertje. En ik had al gemeld dat ik daar een kastje voor zou maken. 
Dat kastje is dus nu bijna af. 
Omdat ik dat van hout maakte, moest ik er wel wat lagen verf overheen sodemieteren. 
Dus terug naar mijn matties bij de Gamma. Beslist geen straf. 
En omdat ik toch ergens wat vrekkig ben, keek ik bij de koopjeshoek voor verf die tegen bodemprijzen weg ging. Vaak hebben ze dat wel. Ook de Gamma heeft van die VT-wonen meuk, en aangezien dat mode is, is het na één jaar al niet meer hip. 
Of gewoon verkeerd gemengd, of te veel gemengd van een bepaalde kleur en dus niet meer voor de volle prijs te verkopen. 
Die verven kun je dus voor een prikkie meenemen, en aangezien het toch maar om ons domeintje gaat, vond ik het de moeite om daar eventjes te neuzen. 
[Nota Bene: die goedkope verf kun je dus niet meer ruilen, om voordehand liggende reden].
Ik neusde, vond een waterbestendige verf, en vertrok, een paar eurootjes maar armer naar huis. 
Ik blubberde de kast eerst in met een witte grondlaag. 
En toen die droog was, en ik na een paar dagen werken weer tijd had voor de toplaag, bekeek ik dat blik eens wat kritischer. 
Ik kwam toen tot de niet verrassende, doch wel enigszins teleurstellende ontdekking dat die toplaag weliswaar geschikt was voor buiten en natte ruimten, maar zeer zeker niet wit was. In tegendeel zelfs. Hij was licht grijs. 
Niet helemaal wat ik in gedachten had. 
En het spul is ook zeker niet geschikt voor de wegwerp kwasten die ik koop, omdat ik te bedonderd ben om die kwasten schoon te maken. Het is namelijk op terpentinebasis, en dat kostte me dus meer rollertjes dan strikt genomen goedkoop is. Want dat spul is zó stug en dik, dat die goedkope wegwerp rolletjes gewoon van hun asje af draaien, en dan halverwege het werkstuk met een doffe, natte klets op de grond ploffen. 
En de kwasten? 
Laat ik volstaan met melden dat als je ze niet meteen in de terpentine zet om schoon te maken, dan heb je een uitgeharde Duitse Steelgranaat waar je je tokkie-buren mee dood kan gooien. 
Daarom heb ik die ook nog maar niet weggegooid. 

Ten tijde van het plaatsen van deze blog, 13-06-2026, is het natuurlijk weer die dag van het jaar. Een jubileumsdag. 12 jaar geleden was het een vrijdag. Vrijdag de 13e. 
12 jaar geleden gaven mijn echtgenote en ik elkaar stralend het ja-woord, tijdens een ceremonie waarvan we nu, 12 jaar verder, nog steeds een lachstuip krijgen omdat de trouwambtenaar zo enorm enthousiast faalde. En dat in combinatie met de aan walgelijkheid grenzende kitschheid van de trouwzaal, was een recept voor ongebreideld amusement.  Het leek wel een slapstick. 
En tot op heden hebben we in al die 12 jaar slechts een paar keer "er iets aan gedaan".  
Meestal omdat het in ons beider hoofden gewoon niet opkwam om op voorhand "wat" te regelen, het verloren ging in de vaart der volkeren. 
Mede ook omdat al die jubilea wel bestaan, maar blijkbaar ook weer geen echte mijlpalen zijn. 
Neem nu dit jaar. Men noemt het een "linnen" jubileum. Linnen. Dat klinkt leuk, maar echt schoon is dat linnen na 12 jaar intensief gebruik niet meer. Kan ook niet, in ons Jan Steense huishouden. En het geeft ook een beetje aan dat het leuk is, maar dat je er nog niet echt bent. Of zo. Linnen. Tja. 
In die 12 jaar hebben we: 
-20 auto's gehad (een ruwe schatting, dit was hobby in combinatie met flink wat pech).
-3 huizen mogen bewonen (badkamer-renovatie aanstaande).
-2 caravans (waarvan 1 actueel)
-2 aanhangers (waarvan 1 te koop)
-3 katten (waarvan er nog één over is).
-Talloze vissen en garnalen in een bakkie.
-2 honden (hoewel de ene al was gaan hemelen voor we het definitieve ja-woord gaven, en de ander uit pure angst alles en iedereen opvrat, en we dat met een kind onderweg toch wat ongemakkelijk vonden)
-1 kind (leeft nog wel). 
-1 lidmaatschap van een volkstuinvereniging (mét bezit van een huisje).
-Ontelbare (medische) uitdagingen aangegaan, overleefd en er over het algemeen niet slechter uitgekomen. 
Maar vooral een onuitputtelijke hoeveelheid liefde, respect, steun en ongebreidelde, terugkerende verbazing.
Doen we niet onaardig, zou ik zo zeggen.
Maar goed, ik moet gewoon werken (ik was weer eens niet vooruitziend genoeg) en toch veel meer zeggend is dat 12,5 jarige jubileum. Koper. En als voormalig koperblazer moet ik toegeven dat dat ergens toch wel meer appelleert aan mijn karakter. Of zo. 
Met als extraatje: zondag 13 december is dan niet alleen ons 12,5 jarig jubileum, het valt ook nog eens samen met 'wereld lichtjes dag'. 
Als dat geen recept is voor een leuk dagje, weet ik het niet meer. 
Eens kijken of we hier wat mee kunnen. 

Hoe dan ook: nog één weekendje werken. Het uwe is begonnen, hierna mag ik wederom gaan genieten van 11 dagen vrij. En dan heb ik niet eens vakantie. 
Ik wens u een beste toe. 








donderdag 4 juni 2026

Knutselen en pure verdorven ranzigheid.

 Adèle zong het al: "It's like raiaiaiaiaiaiaiainnnnn, on your wedding dayyyyyyyy". "Isn't it ironic". 
De afgelopen weken was het natuurlijk best droog. Defensie kwam daar ook achter toen ze ettelijke hectaren heide in brand schoten. 
Om mijn voedzame struweel in leven te houden, moest ik dus met grote regelmaat wat water bijvoeren. 
En dat was een uitdaging. Want in de achtertuin hebben wij een kraan. Aan de voorzijde niet. We hebben ook een pracht van een tuinslang, met zo'n multifunctionele sproeikop. Heel hip. Alleen mooi dat die slang ongeveer 2 meter tekort komt. Ik kan er niet mee in de voortuin komen. Gelukkig maar, want met zo'n slang door je woonkamer om de voortuin te kunnen sproeien, is vragen om lekkage op plekken waar je dat allerminst blieft. 
Een gieter hadden we ook niet. Ja, zo'n klein lullig huiskamer-gietertje waar net geen centiliter water in kan. 
Dus liep ik te redderen met een maatbeker. Voor de knoflook, de appelboom, de fruitjes, de kruiden en mijn vers geplantte zonnebloemen en vergeet-me-nietjes, moest ik al gauw 5 keer op en neer. 
Tot een van mijn meiden besloot om die maatbeker te gebruiken om een vies geworden fietszadel-hoes erin te weken. 
Ik heb het toen nog met een andere bak geprobeerd, maar elk ander stuk gereedschap dat ik daarvoor gebruikte, voelde lulliger aan dan de vorige. 
Dus hoppakee, op naar de Gamma om wat planken te halen (voor een andere klus, niet om een gieter van te maken) en daar een gieter kopen. 6 piek voor een 10 liter gieter. Mooi. 
Rap naar huis, want dit is een week waarin ik veel in mijn eentje moet doen, dus ik moest me al luierend voorbereiden op die situatie. 
Glimmend van trots parkeerde ik de auto waar hij hoort, en de nieuwe gieter 'for the time being' op de klapkar. 
Ik moest namelijk wat boodschappen uitruimen om daarna helemaal in mijn sas het struweel te gaan bewateren. 
Uiteraard loopt het leven anders: met dat ik vol goede moed aan die slag wilde gaan, begon het uitgelaten te regenen. Om de rest van de dag niet meer te stoppen. En dus staat die mooie, nieuwe gieter voorlopig compeet nutteloos nat te worden aan zijn buitenkant in plaats van zijn binnenkant. 

Wij moesten dus wat. 
En dat 'wat' was buitenshuis en uiteraard gedurende de voor vele gezinnen zo verafschuwde 'ochtendspits'. Kind moet naar school, met alle uitdagingen. U kent het wel. 
Daarbovenop moest schoonvader even verplaatst worden naar een dorp verderop en nog zo wat. 
Dus mijn betere helft vertrok redelijk spoorslags en daarna had ik even een paar momentjes rust, alvorens ik ging doen wat ik moest. 
Na het bouwen van de kast voor boven, was het volgende op mijn lijstje om een bedframe te maken voor de klapkar. We vermoedden terecht dat Jente toch nog even liever niet in een tentje buiten zou willen slapen, terwijl wij lekker liggen te snurken in de klapkar. De opdracht luidde dus: maak een framepje zodat ons kind toch binnen kan slapen, terwijl dat eigenlijk net niet past. 
De Gamma wrijft zich in de handen van pure vreugde als ze een witte Panda hun parkeerplek op zien rijden. Ze rollen nog net de rode loper niet voor me uit. 
Ik moest dus al een gieter, en wat planken. 
Die planken hebben dus als nadeel dat ze eigenlijk niet goed in mijn auto passen. 
Mijn oorspronkelijke plan was om dus die spullenboel te halen en dan via 's lands grootste kruidenier weer naar huis te gaan. Bij het uitzoeken van het hout concludeerde ik dat ook deze planken niet in mijn auto zouden passen, en dat ik dus toch eerst naar huis zou gaan, omdat ik het niet echt een prettig idee vind om mijn auto met geopende ramen te parkeren. 
Ondertussen had Ilse gemeld dat zij alle sleutels had meegenomen, maar niet haar huissleutels. Of ik thuis wilde zijn als zij thuis zou komen. 
En zo hielden we elkaar op de hoogte van onze respectieve vorderingen. 
Tot ik dus de planken en de gieter in mijn auto propte en tot mijn onuitsprekelijke vreugde merkte dat die planken wél pasten. Helemaal blij appte ik Ilse dat ik toch via de supermarkt naar huis zou gaan. Dit maakte de communicatie lekker onoverzichtelijk, maar ik ging er vanuit dat ik toch wel thuis zou zijn voor ik Ilse binnen moest laten. 
Eind goed, al goed. Toch? 
Nou.... Niet helemaal. 
Thuis gekomen, nog helemaal euforisch van het feit dat ik alle benodigdheden in één rit had weten te volbrengen, graaide ik in mijn broekzak naar mijn sleutels. 
Links. Rechts. 
Ik heb meestal broeken en vesten aan met meerdere zakken. Linksboven, rechtsonder. Rechtsboven, linksonder. Linkervestzak, rechtervest..... Godverdegodver. 
Waar zijn mijn fucking sleutels. 
Kakkedetouwtering... 
In mijn haast om naar mijn favoriete winkel te gaan, mepte ik dus (net als Ilse) de voordeur dicht zonder mijn sleutels mee te nemen. 
Hoe groot is die kans? Dat beide sleutelbewaarders van het huis hun sleutels binnen laten liggen. 
Maar voordat ik en plein public mezelf volstrekt te schande zou maken met een verbale scheldkannonnade waar nog jarenlang over gesproken zou worden, bedacht ik me dat we Jente via de achtertuin naar school laten fietsen, en dat er mogelijk een kleine kans was, dat ik niet alleen vergeten was mijn sleutels mee te nemen, maar dat ik óók vergeten was om de deur achter Jente op slot te gooien. 
Met het angstzweet in grote stromen richting mijn bilnaad wandelde ik door de brandgang, de achtertuin in, langs de brandnetels, en bijna verlegen probeerde ik de achterdeur. 
Die was los. 
Een juichkreet kon ik niet tegenhouden. 
Wordt er toch nog schande gesproken over nummer 49. 

Goed, het bedframe voor de klapkar was gereed, en Ilse verbleef een paar dagen in ons huisje. Lekker rustig voor haar, en ook ik kon eventjes wat rust nemen. 
Dat is uiteraard een relatief begrip, zoals uit voorgaande alinea's blijkt. 
Ilse liet zich ontvallen dat het badkamerkastje in ons huisje een vreselijk onding is, er past net niks echt lekker in, en....
"SAY NO MORE!!!!"
Met de opgedane ervaring van voorgaande kasten, en de overgebleven stukken hout, maak ik in een oogwenk een ander kastje! 
Ik stond (nog net niet) te likkenbaarden. 
Laten we in een eerdere episode het keukenkastje uit de klapkar gesloopt hebben. En ik had het lumineuze idee om de railtjes van de schuifdeurtjes (en andere kleine parafernalia) te bewaren. Zouden altijd van pas kunnen komen. 
Bijvoorbeeld voor de gangkast die er uiteindelijk toch niet kwam. 
Hoe dan ook: ik had best wel wat hout over, dus vol goede moed ging ik aan de gang. Maatvoering werd een klein dingetje. Want bij gebrek aan duimstok of rolmaat, kreeg ik de volgende maten door: 3 A4'tjes lang, 2 A4'tjes breed en een half A4'tje diep. 
Of was het nu andersom? En waarom dan? Superduidelijk.
Ik flikkerde de twijfel mijn hoofd uit en begon met het zagen van de planken. 
Dát ging top. 
En zo eindigde ik met 4 planken, van dezelfde diepte. 2 voor de horizontale en 2 voor de verticale buitenkant. En toen moest ik dus die railtjes erin krijgen. Niets makkelijker dan het jezelf zo makkelijk mogelijk maken: ik pakte een van de planken, hield het railtje erop tekende de maat aan en zaagde het geheel op maat van de plank. Ook weer helemaal perfect. 
Superstrak. Ik hou daarvan. Helemaal top.
Ja, wel jammer dat ik in mijn haast en enthousiasme de verkeerde plank had gepakt om dat railtje voor op maat te zagen. 
Met als gevolg dat dat kastje dus een kwartslag gedraaid in onze badkamer komt te hangen. Scheelt maar 5 centimeter. 
Een plank voor het midden was zó gemaakt. 
En de deurtjes? 
Ja, ik heb alles netjes in elkaar, alleen die deurtjes... Ik had op zich wel plaatmateriaal, maar niet genoeg en ook niet dun genoeg. Want die deurtjes moeten dus in railtjes schuiven. 18 milimeter dikke plaat, is te dik. Dus ik moet nog eventjes een klein plaatje halen. En wat latjes ter afwerking. En dan kan die in de verf, en heb ik wederom een praktische en leuke kast in elkaar gedraaid. 
Lachen man, hobbies. 

Een andere hobby die zo zoetjes aan tot een hoogtepunt komt: de knoflook. 
In weerwil tot alles wat iedereen zegt: ik heb het overgrote deel de grond uit getrokken. 
9 maanden moet je over het algemeen wachten. Dat is regel 1. 
Maar als het loof doodslaat en slap wordt, zijn ze rijp. Dat is regel 2. 
En die gaan niet altijd goed samen. 
Kortom: het moet op gevoel, en laat ik nu eens een gevoelsmens zijn. Ja, je zou het niet zeggen. 
Hoe dan ook: de tweede 'batch' heb ik ook maar uit de grond getrokken. Mooie bollen. Waar ik de vorige 'batch' verhakseld heb, en ingevroren, heb ik deze lekker te drogen gehangen. Met als hoop dat ik wat tenen overhou om door te poten. 
Wat mij dit groeiproces opviel: er kwamen aan een aantal stengels een soort van knoppen. 
Mijn redenatie was: weg met die knoppen, want ze remmen de groei van de bollen. 
Uiteraard was dat voordat ik las dat die knoppen zogenaamde broedbollen bevatten, en die broedbollen, zitten vol met zaadjes die je weer kan doorplanten. Oke, die doen er 2 jaar over om goeie bollen op te leveren, maar goed, zo kweek je je eigen voorraad. 
Dus, hoppa.... Met een royaal gebaar kwakte ik waardevolle knoppen de groenbak in. Ook daar moet je mij voor zijn. 
Gelukkig was er één knop die mijn ongebreidelde verspillings-drang ontsprong. Die koester ik alsof het in een vitrine thuis hoort. 
Want ja: als je gratis knoflook kan krijgen, moet je het niet zo nonchalant behandelen. 
Die mag dus met de laatste 'batch' de grond uit, drogen en op een speciaal plekje later weer in geplant worden. 

Zoals gezegd: mijn betere helft nam de mogelijkheid om lekker eventjes wat "her-time" te genieten. Jente en ik rooiden het samen wel. 
Hoewel: ze gaat steeds meer haar eigen gangetje. 
En 99% van de keren gaat dat goed. En hebben we het gezellig samen. 
Die ene % was niet eens ongezellig, doch wel volstrekt onaangenaam. 
Zoals het een kind betaamt, heeft ze een rijke fantasie en bijbehorende verzameling aan attributen die ze her en der vindt en mee meent te moeten nemen. 
Die attributen worden vervolgens naar goed kunstzinnig gebruik verwerkt in knutsels. Of stomweg vergeten. En dat laatste is een uitdaging. 
Mevrouw vond namelijk een complete schelp. En een, door een niet hongerig genoege meeuw gedemonteerde, krabbenpoot. Die moesten uiteraard mee, want ja, een hele schelp en een gedemonteerde krabbenpoot. Je zal het maar net nodig hebben... 
Helaas was er in dit geval geen sprake van goed kunstzinnig gebruik, maar van stomweg vergeten. 
In een tas. 
Die ze wekenlang niet aanraakte. 
Ja, tot dus deze ochtend, en zowel zij als ik ons kokhalzen niet in kon houden. Rottende schaaldieren. Of restanten daarvan. Wát een meur. Zelfs de geur van vers drogende knoflook kon dat niet beteugelen of maskeren. 
Mijn arme maag maakte meer salto's dan Adriaantje gedurende alle seizoenen van Bassie en Adriaan. 
Ik heb geen seconde geaarzeld: weg met die tas. Geen haar op mijn hoofd die er zelfs maar aan denkt om die tas te legen, en mijn handen te verwoesten met het aanraken van die gorigheid. De uitgelopen lichaamssappen en rottende visrestanten waren in de stof van dat tasje getrokken, schimmelend, geurend, en gewoon weer tot leven gekomen. 
Weg ermee. En nee, ik ga niet aan Ilse vragen of ze die tas wil wassen. Dat doe ik haar niet aan. Om nog maar te zwijgen van het feit dat ik ervan overtuigd ben dat onze wasmachine van pure ellende dan ook maar doodgaat. 

Goed, dit alles maar weer geschreven hebbende, heb ik na mijn vier vrije dagen nog één enkele vrije zaterdag en dan moet ik maar weer wat gaan doen. Ik wens eenieder een best weekend toe. 






zaterdag 30 mei 2026

Knoflook, kasten, kansen, en kanslozen.

 Het zou pas écht verrassend zijn geweest als ze me wél hadden aangenomen.... 

De afgelopen periode ben ik, los van alle andere besognes, bezig geweest met een sollicitatie naar een baan die me oprecht heel erg leuk en uitdagend leek. 
Een baan waar ik, vind ik zelf, ook echt wel geschikt voor was geweest en waar ik een heleboel kwaliteiten mee naartoe had genomen. 
Het begon met een simpele advertentie op Facebook, men zocht mensen die als centralist bij de RAV zouden willen werken. 
De hele beschrijving, maakte me enthousiast, maar ja; ik ben ik en dus ging ik er al vanuit dat ik geen kans zou maken. Ik kom niet uit de zorg en ben de laatste jaren op operationeel niveau erg goed en ervaren. Maar op die positie zou ik als een compleet groentje beginnen.  
Goed, met dat in mijn achterhoofd, heb ik dat bedrijf gemaild, uitgelegd wie ik was, wat ik doe, en waarom ik interesse heb om te solliciteren. Met daaraan de vraag of het überhaupt zin zou hebben om te solliciteren. 
Ja, ik moest dat maar doen, zo werd me mede gedeeld. 
En op basis van die sollicitatiebrief, mocht ik op gesprek komen. Leuk en aardig. Op basis van dat gesprek, wilden ze me uitnodigen voor een meekijkdag. Zoals ze dat noemden. Ook leuk. Heel erg leuk zelfs. 
Op basis van die meekijkdag, werd ik doorgestuurd voor een 'assessment'. Minder leuk. 
Helemaal niet leuk. Je wordt er als een citroen compleet uitgeperst in een tempo en met een kracht dat je vermoedt dat niet alleen het sap geperst wordt, maar de schil ook.
Een assessment is hoop tijd steken om dingen "te leren" die ik zelf ook wel had kunnen vertellen, als ze me de juiste vragen zouden stellen.
 Maar goed, blijkbaar is het voor alle partijen beter om zoiets uit te besteden. Vooral voor de partij die zo'n assessment afneemt. Want het levert een boel geld op. Of zo. Voor het lijdend voorwerp voegt het vrij weinig toe. Dat is te zeggen: als het lijdend voorwerp een beetje kan spiegelen, een beetje open staat voor zelfreflectie en kritiek, weet hij of zij al lang wat er uit zo'n assessment komen kan. 
Na afloop van dat assessment voelde ik me als die kleddernat geworden theedoek die nodig uitgewrongen moest worden. En ook werd. 
Maar: mooi. Want op basis daarvan mocht ik nogmaals een meeloopdag doen. Dat was op beider verzoek, want tja; ervaring in de zorg en in zo'n meldkamer had ik nog steeds niet. 
Heel toffe en positieve ervaring. Het begon er bijna op te lijken dat ze wel iets in me zagen. Zelfs met gebrek aan ervaring. 
Want waarom zou je iemand zoveel tijd laten besteden als ervaring toch belangrijker is? 
En toen kwam het belletje: Aan de motivatie lag het niet, in tegendeel zelfs, maar mijn gebrek aan ervaring nekte me, en er waren ook wat niet gespecificeerde 'dingetjes' uit dat assessment gekomen. 
Op zich snap ik best dat een bedrijf kiest voor de meest geschikte kandidaat. Heus. En ik vind het best wel een eer dat ik, zonder ervaring, toch zo lang geschikt bleef. 
Aan de andere kant: als ervaring dan zo belangrijk is, had ik me minimaal 8 uur kunnen besparen, en heel pessimistisch (iets dat zou blijken uit dat assessment): 16 uur. 
Want ik ben in       alle 24 uur die ik in touw ben geweest voor die sollicitatierondes, niet ineens veel ervarener geworden. Dan ben ik wél eigenwijs genoeg (en ook dát vond de assessment-meneer) om te stellen dat die paar niet verder gespecificeerde puntjes uit dat assessment, niet zo heel erg belangrijk zijn. Want die werden niet voor niks tijdens het afsluitende gesprek niet verder benoemd. 
Niet geschoten is altijd mis, zo luidt het spreekwoord. 
Een van mijn vriendjes verwoordde het als volgt: "Wat suf. Dan geven ze een klap geld uit aan een "assessment", om je te laten struikelen op iets waar ze al die tijd al van wisten dat dát het belangrijkste zou zijn: ervaring. Dat is geld wegsmijten". 
Een ander zei: "onervaren is niet per definitie een tekortkoming. Ze moeten je toch opleiden, en zonder ervaring hadden ze je kunnen kneden". 
Een derde zei: "Ach, ze hebben een fijne collega misgelopen, en wij houden een fijne collega". 
Het was daarmee dus ook een wat minder leuk telefoongesprek. Ik ben verder niet boos of knorrig geworden, dat heeft helemaal geen zin. 
En ik moet zeggen: uit dat assessment bleek dat ik een neiging tot pessimisme zou hebben. Ik vind dat persoonlijk niet echt waar. Hooguit realisme. En mijn realisme had me al behoed voor te voorbarige blijdschap of me te zeer verheugen op een nieuwe baan. Komt dat zogenaamde pessimisme toch van pas. Nietwaar?
Er waren mensen die het, vanuit hun standpunt, veel hoger opnamen dan ik. En die misschien wel terecht vonden dat ik door moest vragen naar meer uitleg. 
En dat ga ik dus niet doen. 
Het punt is: ik heb best wel veel tijd en energie gestoken in dit avontuurtje, en dit is de uitkomst. De uitkomst ligt vast. De beslissing is genomen. Niet leuk, maar het is een voldongen feit. Als ik nu verhaal zou gaan halen, ga ik een strijd aan die geen andere uitkomst zal gaan geven. Nogmaals: men heeft hun keuze gemaakt. Dat daar geen 24 ingezette uren overheen hadden hoeven gaan, vind ik stiekem ook wel een feit, maar kan ik ergens nog wel billijken ook. Ondanks dat mijn mening daarover toch wel tweesporig is. 
Ik heb hoe dan ook wel betere dingen te doen dan als een Don Quichotte tegen windmolens te gaan vechten. 
Ik zou het wel mooi vinden dat ze me later eens terugbellen om me aan te bieden om de tijd en de reiskosten voor dat 'assessment' te vergoeden. 
Dus ach: ik zou verbaasder zijn geweest als ik wél was aangenomen. 

Ja, maar vind ik mijn huidige werk dan niet meer leuk? Nee, dat is het niet. Ik werk nog steeds op een heel erg unieke plek, met heel erg unieke mensen. En tijdens dit hele proces, zat ik toch ook wel een beetje in mijn maag met het idee om die unieke plek en die unieke mensen achter te laten. 
Ik vind mijn werk ook echt wel te gek. Zij het dat er best een hoop dingen zijn die beter zouden moeten en mogen gaan. 
Op elke werkplek is wel wat aan te merken. 
Aan de andere kant merk ik ook dat mijn theoretische werkgeheugen veel minder wordt aangesproken. En dat ik in mijn werk de zingeving en verdieping misschien een beetje mis. En dat ik daardoor getriggerd wordt om verder te kijken, aangezien mijn huidige werk nu juist dat niet kan geven, simpelweg omdat dat er niet is. 
En dat juist de zorg en ook in mindere mate het onderwijs mij juist triggeren om dus wel allemaal gekke avonturen zoals een sollicitatie aan te gaan. Want dat zijn per definitie de plekken waar zingeving en verdieping voor mij tot hun/mijn recht zou komen. Of zo. 
Dan kom je al snel op het volgen van allemaal opleidingen. Een opleiding als HBO-V of richting docent. Ja. Daar heb ik wel eens naar gekeken. 
Ten eerste twijfel ik ten zeerste of ik dat nu op dit moment in mijn leven zou moeten doen. Of ik daar aan toe kom. 
Want tijd is een dingetje. Maar ook geld. Ik kan niet zomaar even een paar duizend euro aan een HBO-V opleiding wegknallen. Waar haal ik in godsnaam de tijd vandaan om te studeren? En waar haal ik het geld vandaan om het te bekostigen, naast het bekostigen van een gezin met alle bijkomstigheden. 
Datzelfde geldt ook voor een docentenopleiding. 
Zelfs als zij-instromer zijn zulke duale opleidingen niet haalbaar met een gezin en een hypotheek. 

Mooi gezegd: de keuzes die ik maakte in mijn leven, hebben me gemaakt tot wat ik nu ben en tot waar ik nu sta. 
Dat is heel dubbel: want ik heb allerlei unieke banen gehad. Waarbij ik op fantastische plekken mocht komen, met geweldige mensen mocht werken. 
De keerzijde is dat ik nu dus even vast ben gelopen. Want ik mag dan weliswaar HBO denkniveau hebben, het papiertje dat dat bewijst is buiten dat wel heel erg beperkte werkveld compleet nutteloos. En alle "ervaringen" die ik daarmee, maar ook daarbuiten op heb gedaan, lijken voor iets anders niet relevant. 
Dus ja: hoe nu verder? Sowieso ga ik niet bij welk pak dan ook neerzitten. Ik moet door. Ik wil ook door. En dat zal ook wel gebeuren, linksom of rechtsom. Maar het zet me wel even met beide voeten op de grond, en dwingt me tot enig gefilosofeer, waarbij ik moet waken voor al te veel gefladder van gedachten. 

Diezelfde avond kreeg ik een tikje van mijn legendarisch bekend staande ongeduld: naar mijn mening en inzicht waren een aantal van mijn geplantte knoflooktenen voldoende volgroeid om te oogsten. 
Aldus begon ik opgewekt met rukken aan het struweel. 
In 90% van de uitgerukte oogst, had ik gewoon gelijk. Keurige, flinke bollen. De overige 10% waren nog wat ondermaats. 
Aan de andere kant: sommige van die bollen beginnen zelfs knoppen te vertonen. Volgens mij zou daar wel eens zaad uit kunnen komen, maar ik vermoed zomaar dat ze niet lang genoeg leven om dat te zien gebeuren. Ten slotte moet knoflook geconsumeerd worden, nietwaar? 
En dat betekent sec gezien dat ik dus inderdaad nog een maandje moet wachten tot de rest eruit kan. 
En wat heb ik met de oogst gedaan? 
Door de keukenmachine, fijn gehakt en in gevroren tot ik het ga gebruiken. 
Al met al toch een succesje te melden. 
En het kleine extraatje: de geur die die verse knoflook met zich meebrengt, is al goddelijk lekker, en doet me verlangen naar heerlijk klaargemaakte maaltijden. Laat staan als ik ze echt ga gebruiken. 
Waarmee meteen alweer een uitdaging ontstaat: 
Ik ben mezelf ergens wel bewust van het feit dat het verorberen van knoflook leidt tot muffe luchten die je omgeving moet zien te verwerken. Het voordeel eraan is dat ik mijn passagiers zelden moet vragen om achter de lijn te gaan staan, ten einde mij een onbelemmerd zicht naar buiten te geven. Het nadeel eraan is dat ik soms geconfronteerd word met opmerkingen van collega's die mijn absolute minimum van 6 tenen knoflook per gerecht wat overdreven vinden. 
Bij wie zit dan de uitdaging? Nou, bij die collega's om het nog maar eventjes wat langer te accepteren. En bij mij om blijmoedig te vinden dat dat hun opdracht is. In het kader van "wees empathisch naar je medemens cq. collega's zit de uitdaging er misschien ook wel in dat ik niet zes tenen knoflook in mijn eten doe, maar nog maar vijf. (Hele grote!!!).

Een andere uitdaging betrof Po de Panda.  
Ja, ja, ja en ja. Ik wist dat ik van een blokhut op wielen naar een schoenendoos op wielen ging. Heus. 
Maar elke keer weer word ik verrast door mijn eigen vindingrijkheid. 
Ik heb namelijk in mijn hoofd vastgezet dat ik best goed ben in het maken van functionele kasten. Zo maakte ik een forse en lompe kapstok, een vitrinekast, een keukenkast en ook een compleet ingestortte tuinkast, repareerde ik tot iets dat een atoombom van ome Adolf Putin zou overleven. 
Om de wanorde in ons huishoudelijke bestaan een beetje te beteugelen, besloot ik om een kast te maken waarin we de wasmanden op kunnen bergen, die dan weer een veel beter en gestructureerder beeld opleveren. 
So far so good. 
Die maak ik van hout, en dat hout dat haal ik traditiegetrouw bij de Gamma. Dat heeft er dan weer mee te maken dat het personeel bij de Gamma zo ongelooflijk vriendelijk en persoonlijk is. 
De uitdaging zat erin dat ook de Gamma te maken heeft met een personeelstekort, en daardoor niet in staat waren om de door mij gewenste platen op maat te zagen. 
Ik kon wél een aanhangertje bij ze huren. 
Uiteindelijk lukte het me om, met veel passen en meten al die platen ongezaagd in Po de Panda te schuiven. 
Oke, ik moest de bijrijdersstoel op zijn allerverst naar voren persen, het rechter zijraam moest helemaal open omdat de latten 240 centimeter waren, maar het paste. 
Het paste, de platen staken tegen het dak bij het voorraam, en daarmee kon ik dus op rechts alleen maar hopen dat het verkeer dat voorrang zou hebben, niet al te snel aan zou komen, want ik kon wel wat zien, maar alleen het hoogstnoodzakelijke. En fietsers horen daar dan toch mijns inziens niet helemaal bij.
En dan lukte het alsnog niet om de achterklep dicht te doen, dus moest ik terug de winkel in om wat snelbinders te halen. (Ik zou toch niet willen dat mijn mooie nieuwe houten platen bij de eerste de beste drempel mijn auto al kotsend zouden verlaten). 
Die snelbinders hadden overigens moordneigingen, want toen ik poging 1 ondernam om de achterklep toch enigszins op zijn plek te houden, schoot die los, en suisde met moorddadige snelheid en precisie op nog geen 2 milimeter langs mijn hoofd. 

Het bouwen van de kast ging met uitzondering van één treurig verkeerd gezaagde lat, eigenlijk best voorspoedig. Dat wat ik wilde, had ik uitgetekend, uitgerekend, en uitgemeten. Dat wat ik dacht nodig te hebben, was allemaal voorradig bij mijn kornuiten van de Gamma (echt, de Gamma aan de Markerkant in Almere, toppers. Serieus toffe lui). 
En meer. Want ik kijk graag youtube-filmpjes van knutselaars die de leukste zaken van hout knutselen. En die werken vaak met zogenaamde 'pocket-hole-joints'. Dat zijn gaten die je met een mal, schuin voorboort in je paneel, waardoor de haakse verbinding steviger en onzichtbaarder wordt. 
En laten ze bij de Gamma nu net zo'n setje "pocket-hole" gereedschap in de aanbieding hebben. 
Nee, ik kon me niet inhouden, dát moest mee. Vooral omdat ik nóg een kastje wil maken, maar dan één met lades en schuifdeurtjes. 
Bon, ik zaagde dus een lat aan snot, want ondanks dat ik goed gemeten had, had ik niet goed gemeten, waardoor er 2 stukken overbleven die beiden niet bruikbaar waren. 
Moest ik effe snel met mijn schaapachtige harses weer terug naar mijn Gamma-kornuiten. Even snel. 
Effe snel met Po de Panda. Een twee-cilinder autootje zonder turbo. Zie je het voor je? 
Ik wel, maar de werkelijkheid is dan toch wat weerbarstiger. 
Weerbarstig genoeg voor een asshole-mof uit Duitsland om mij met zijn opgesnolde golfje blèrend in te halen. In een woonwijk, waar je 30 mag. Ik denk dat hij de 50 wel aantikte. Maar asshole-mof móest en zou er voorbij. Reed bijna een van rechts komende fietser voor zijn flikker, en een (ook van rechts komende) auto. De stoere, Duitse zak stront. Van '40-'45 was dat tinnefvolk al niet denderend goed voor de volksgezondheid, en maakten ze ons land niet per se prettiger. Blijkbaar dacht deze Adolf dat nog eens dunnetjes over te doen. 
Zijn raam stond open, en ondanks de wat geringe snelheid van mijn auto, zit er best een forse claxon op, en die heb ik maar door zijn raam naar binnen gejaagd. Hij mag best eventjes oorpijn hebben. En voor mijn part overleeft hij zijn stoerigheid niet lang, mits hij er maar geen Nederlanders mee doodrijdt. Dat doet hij maar in Mofrika of zo. 

Anyway: de kast staat. Het was hard werken in de hitte, en nog best een kleine puzzel om het kreng boven te krijgen, maar hij staat. En stiekem ben ik daar best trots op. 
Daarmee is mijn weekend alweer ten einde. Morgen weer wat toevoegen aan de luchtvaart. Ik wens eenieder een beste voortzetting toe. 













vrijdag 22 mei 2026

Overpeinzingen

Ik heb een klein probleem, hear me out: 
Op een doorsnee dag, lunch ik thuis. Omdat onze tafel van het type "Jan Steen" is, moet ik her en der wat schuiven om ruimte te maken voor de spullenboel die ik nodig meen te hebben voor mijn eten. 
Meestal behelst dat een bord, 2 messen, 2 soorten beleg, en een bescheiden stapeltje boterhammen. 
Als ik heel luxe wil doen, komt er een lepel bij en een tweetal zacht gekookte eieren. 
Doe ik nóg luxer, dan ook een schilmesje voor mijn fruit. 
Over het algemeen kost het verorberen van mijn lunch me niet meer dan 15 minuten, maar het probleem zit in de staart: 
Ik ben niet in staat om de restanten in één keer op een logische manier af te ruimen. 
Normale mensen stapelen alles op, en balanceren er mee naar de keuken, en in die tocht mikken ze het brood waar het hoort, het beleg in de (koel)kast en de afwas op de (tussentijdse)(eind)bestemming. 
Mij lukt dat dus niet. 
En omdat het me niet lukt, ben ik veroordeeld tot minimaal 4 keer naar de keuken op en neer lopen om de spullenboel op hun eindbestemming te krijgen. 
Het lijkt wel alsof de verbinding in mijn hersens die dit soepel en vloeiend zou moeten regelen, bij mij gewoon permanent buiten dienst is, of zo. 
En dan denk ik, zo na de lunch dat ik eventjes mijn blog kan opzetten, maar dan hangt mijn mouw in de vergeten pot jam. 
Hoe kan ik het voor elkaar krijgen dat ik, net als alle normale, volgens de kalender volwassen mensen, gewoon mijn lunch af kan ruimen? Heeft iemand daar toevallig een tip voor? 

Een andere tip gevraagd: 
Ik was even naar ons domeintje. Ik moest namelijk de impregneer-spray hebben omdat ik wat spullen te impregneren heb. Een werkjas. Een paar werkschoenen, en twee paar fijne schoenen, waar ik geen pijn van aan mijn voeten krijg. 
En omdat ik, als ik daar ben, eigenlijk door Ilse verplicht even moet relaxen en genieten, toog ik aan de gang om in het voorbijgaan wat onkruid weg te rukken. 
Bij dat wegrukken, ontdekte ik iets fenomenaal leuks: onze vijver, welke er pas een maandje ligt, begint weer tekenen van leven te vertonen. 
Tussen het onkruid zag ik namelijk een heel klein, piepjong salamandertje zitten. 
Heel schattig, heel rustig, leek hij af te wachten tot ik klaar was met het onkruid wegrossen, waar hij zich tussen had verstopt. 
Puur om veiligheidsredenen (ten slotte zou het zielig zijn als hij door een wat woeste onkruid-uitruk-beweging gelanceerd zou worden) pakte ik het dier op om hem weg te zetten. 
Ook dat liet hij min of meer toe. 
Min of meer, want in mijn poging hem bij de vijver te plaatsen, ondernam hij wat (rustige, dat dan wel) pogingen om uit mijn hand te ontsnappen. 
Na een paar van die pogingen was ik het zat. Ik probeer dat dier in veiligheid te brengen, maar echt waarderen kan hij het niet. Met een vlugge beweging propte ik hem in mijn mond, en na wat ampele kauwbewegingen slikte ik hem door. 
Beter ik dan een lelijke en arrogant rondstampende reiger, nietwaar?
Maar goed: erg lekker vond ik hem niet. Wat muffig. Wat lafjes. 
Als iemand een leuk en lekker recept voor salamander heeft, hoor ik het graag. 
Grapje... Het dier heb ik lekker naast de vijver neergezet, zodat ik die wat naargeestige klimop verder te lijf kon gaan. 
Maar als iemand een tip heeft over hoe ik beter in staat word om te genieten, zonder dat ik mezelf meteen tot fysieke arbeid jaag: heel graag. 
In mijn opvoeding is het concept van genieten nooit echt aan bod gekomen. Er moest altijd wel wat, en dat 'wat' moest ook altijd perfect. Dus gewoon lekker op zijn 'elf-en-dertigste' genieten, heb ik nooit echt geleerd. Heeft iemand dé tip tot loslaten? Ook handig voor als mijn kind steeds dieper in de pubertijd zakt. 

Het leed dat 'ouder worden' heet. 
Ergens in mijn leven, en ik weet oprecht niet meer zo goed wanneer, kwam er een moment dat ik niet meer op kon staan, zonder gekreun of zonder gegrom. 
Niet zozeer omdat ik pijn had, maar gewoon omdat dat blijkbaar een fysieke reactie op fysieke arbeid is. 
Met mijn geheugen is op zichzelf genomen weinig mis. Ik vergeet wel eens wat, maar geheel at random borrelen er volslagen nutteloze feitjes op van jaren eerder, die ik ooit leerde omdat iets of iemand me overkwam, die me dat meldde of leerde. 
Wat wel steeds meer op begint te vallen: mijn lichaam lijkt in een soort harige overgang terecht gekomen te zijn. 
Mijn hoofdhaar groeit steeds minder hard, maar mijn nekhaar lijkt elke week een soort van groeispurt te ambiëren. 
Mijn snor en sik, dien ik regelmatig in toom te houden met een badkamer-heggenschaar, omdat ik wel eens het verwijt krijg dat ik "zo'n borstelige snor" heb. En op zich begrijp ik dat wel, sommige haren in mijn snor en sik, hechten erg veel belang aan hun eigen (groei)richting, ongeacht of ik daardoor en -mee volstrekt voor lul loop. 
Het nieuwste wapen in het arsenaal van mijn ouder wordende lichaam, waarmee het mij voor gek wil zetten: mijn wenkbrauwen. 
Het was altijd een twijfelgeval of het niet een uni-brow was, maar dat heb ik min of meer onder controle middels diezelfde badkamer-heggenschaar. 
Nu echter valt mij op dat de individuele haren in die strookjes ook al begonnen zijn aan een bijna niet te controleren opmars naar complete belachelijkheid. 
Ergens in een hoek begint zo'n haar te krullen en te buigen, om vervolgens in het midden ofwel omhoog, danwel omlaag te buigen. Waardoor ik er uit zie alsof ik een villeine booswicht ben, of een depressieve Deense Dog. 
En die haren zijn dus glad. Pak ik ze met mijn nagels vast, glijden mijn vingers er langs, net aan genoeg grip hebbend om een flinke pijnlijke steek te veroorzaken, maar weer niet genoeg om die dekselse haar eruit te plukken. 
Met als extra verrassingseffect: een prachtige krul in dat haartje, waardoor ik er uit zie als een combinatie van een villeine booswicht, depressieve Deense Dog, en een clown. 
En hier ontbreekt het me dan toch een beetje aan lef: want ik heb wel eens gezien hoe een Turkse barbier de uitgelopen wenkbrauwen van zijn klanten bijwerkt, zelf durf ik dat dan weer niet. 
Zul je net zien: glipt dat kammetje weg, maai ik mijn hele wenkbrauw de vergetelheid in, en groeit dat voor straf niet meer terug. Met één wenkbrauw vrees ik dat ik er nog bizarder uit zie.

En een ander soort probleem cq. uitdaging.
We zijn weer aangekomen bij een-mijn enige vrije weekend. 
De roostercommissie heeft op mijn werk wat vreemde beslissingen genomen. 
We mogen namelijk sinds een poosje zelf onze dagen inplannen, in een systeem dat op papier erg mooi lijkt. 
We geven aan welke dagen we willen werken, en zelfs welke tijden. Het systeem gaat daarover malen, en komt met een uitslag, die gebaseerd is op wat het werk nodig heeft. Maar daar moet je het dan wél maar mee doen.
Lijkt mooi. 
Toch heb ik daar niet voor gekozen, ik blijf in mijn eigen patroon. 
Enerzijds omdat ik vind dat een goede planner en een goed rooster een investering is in loyaliteit, en kwaliteit en gezondheid. 
Anderzijds omdat er te weinig menselijkheid in zit. Als het systeem namelijk beslist dat mijn voorkeuren niet of maar half ingezet kunnen worden, is er niemand bij wie ik terecht kan om te overleggen. Dan is het ook "het systeem", ondanks dat dat systeem ook een eigenaar heeft, die er de baas van is, zou je zeggen. 
Om ons toch te overtuigen om voor dat zelfplannen te kiezen, zijn de diensten in mijn rooster veranderd, en nauwelijks ten goede, moet ik daaraan toevoegen. 
Toen ik daarover sprak met iemand die er beroepshalve meer van wist, ontkende hij botweg dat dat zo was, en werd zelfs boos. En nee, hij wilde niet in mijn rooster kijken hoezeer ik gelijk had. Ik zou de boel wel aan elkaar liegen. Ik zal ontkennen dat ik die conversatie erg genuanceerd afsloot, ten slotte accepteer ik niet dat mensen mij onterecht betichten van liegen. 
Dus tja. Ik vind hier vrij veel van. 
Los van dit alles, zit ik toch te twijfelen of dat zelf roosteren niet toch een idee zou kunnen zijn. 
Want die 6 weekenden werken, beginnen mij eigenlijk best wel de strot uit te komen. De bijbehorende 5 dagen vrij op rij, zijn me daardoor dus best wel heilig, maar die heiligheid begint een sausje van "schijn" erover te krijgen. Ik wil eigenlijk (misschien heel gek) ook in de weekenden wat meer van mijn gezin kunnen genieten. 
En ja, ik "koos" ooit zelf voor dit rooster. Hoewel.... Als je de keuze krijgt tussen ontslag nemen, ziek melden, of minder gaan werken, volgens een nogal bizar rooster, is die keuze makkelijk. Ik koos verkeerd, en had me misschien beter gewoon ziek moeten melden, maar zo zit ik dan toch weer niet in elkaar. 
Kortom: best wel wat te overdenken, de komende tijd. Alsof ik niet genoeg te overdenken heb. 
Als iemand me wat tips kan geven om overpeinzingen wat te reguleren: heel graag. 

Dank voor uw input. 
Morgen krijgen we leuk en spannend bezoek. En dan lekker gaan genieten op ons domeintje. 
Ik wens u allen een goed weekend toe. 





Ochtendstond en rariteiten

 De start van de dag is een belangrijke. Vooral ook hoe je hem start.  Ikzelf geef er de voorkeur aan om dat in alle stilte te doen. Geen me...