Het zou pas écht verrassend zijn geweest als ze me wél hadden aangenomen....
De afgelopen periode ben ik, los van alle andere besognes, bezig geweest met een sollicitatie naar een baan die me oprecht heel erg leuk en uitdagend leek.
Een baan waar ik, vind ik zelf, ook echt wel geschikt voor was geweest en waar ik een heleboel kwaliteiten mee naartoe had genomen.
Het begon met een simpele advertentie op Facebook, men zocht mensen die als centralist bij de RAV zouden willen werken.
De hele beschrijving, maakte me enthousiast, maar ja; ik ben ik en dus ging ik er al vanuit dat ik geen kans zou maken. Ik kom niet uit de zorg en ben de laatste jaren op operationeel niveau erg goed en ervaren. Maar op die positie zou ik als een compleet groentje beginnen.
Goed, met dat in mijn achterhoofd, heb ik dat bedrijf gemaild, uitgelegd wie ik was, wat ik doe, en waarom ik interesse heb om te solliciteren. Met daaraan de vraag of het überhaupt zin zou hebben om te solliciteren.
Ja, ik moest dat maar doen, zo werd me mede gedeeld.
En op basis van die sollicitatiebrief, mocht ik op gesprek komen. Leuk en aardig. Op basis van dat gesprek, wilden ze me uitnodigen voor een meekijkdag. Zoals ze dat noemden. Ook leuk. Heel erg leuk zelfs.
Op basis van die meekijkdag, werd ik doorgestuurd voor een 'assessment'. Minder leuk.
Helemaal niet leuk. Je wordt er als een citroen compleet uitgeperst in een tempo en met een kracht dat je vermoedt dat niet alleen het sap geperst wordt, maar de schil ook.
Een assessment is hoop tijd steken om dingen "te leren" die ik zelf ook wel had kunnen vertellen, als ze me de juiste vragen zouden stellen.
Maar goed, blijkbaar is het voor alle partijen beter om zoiets uit te besteden. Vooral voor de partij die zo'n assessment afneemt. Want het levert een boel geld op. Of zo. Voor het lijdend voorwerp voegt het vrij weinig toe. Dat is te zeggen: als het lijdend voorwerp een beetje kan spiegelen, een beetje open staat voor zelfreflectie en kritiek, weet hij of zij al lang wat er uit zo'n assessment komen kan.
Na afloop van dat assessment voelde ik me als die kleddernat geworden theedoek die nodig uitgewrongen moest worden. En ook werd.
Maar: mooi. Want op basis daarvan mocht ik nogmaals een meeloopdag doen. Dat was op beider verzoek, want tja; ervaring in de zorg en in zo'n meldkamer had ik nog steeds niet.
Heel toffe en positieve ervaring. Het begon er bijna op te lijken dat ze wel iets in me zagen. Zelfs met gebrek aan ervaring.
Want waarom zou je iemand zoveel tijd laten besteden als ervaring toch belangrijker is?
En toen kwam het belletje: Aan de motivatie lag het niet, in tegendeel zelfs, maar mijn gebrek aan ervaring nekte me, en er waren ook wat niet gespecificeerde 'dingetjes' uit dat assessment gekomen.
Op zich snap ik best dat een bedrijf kiest voor de meest geschikte kandidaat. Heus. En ik vind het best wel een eer dat ik, zonder ervaring, toch zo lang geschikt bleef.
Aan de andere kant: als ervaring dan zo belangrijk is, had ik me minimaal 8 uur kunnen besparen, en heel pessimistisch (iets dat zou blijken uit dat assessment): 16 uur.
Want ik ben in alle 24 uur die ik in touw ben geweest voor die sollicitatierondes, niet ineens veel ervarener geworden. Dan ben ik wél eigenwijs genoeg (en ook dát vond de assessment-meneer) om te stellen dat die paar niet verder gespecificeerde puntjes uit dat assessment, niet zo heel erg belangrijk zijn. Want die werden niet voor niks tijdens het afsluitende gesprek niet verder benoemd.
Niet geschoten is altijd mis, zo luidt het spreekwoord.
Een van mijn vriendjes verwoordde het als volgt: "Wat suf. Dan geven ze een klap geld uit aan een "assessment", om je te laten struikelen op iets waar ze al die tijd al van wisten dat dát het belangrijkste zou zijn: ervaring. Dat is geld wegsmijten".
Een ander zei: "onervaren is niet per definitie een tekortkoming. Ze moeten je toch opleiden, en zonder ervaring hadden ze je kunnen kneden".
Een derde zei: "Ach, ze hebben een fijne collega misgelopen, en wij houden een fijne collega".
Het was daarmee dus ook een wat minder leuk telefoongesprek. Ik ben verder niet boos of knorrig geworden, dat heeft helemaal geen zin.
En ik moet zeggen: uit dat assessment bleek dat ik een neiging tot pessimisme zou hebben. Ik vind dat persoonlijk niet echt waar. Hooguit realisme. En mijn realisme had me al behoed voor te voorbarige blijdschap of me te zeer verheugen op een nieuwe baan. Komt dat zogenaamde pessimisme toch van pas. Nietwaar?
Er waren mensen die het, vanuit hun standpunt, veel hoger opnamen dan ik. En die misschien wel terecht vonden dat ik door moest vragen naar meer uitleg.
En dat ga ik dus niet doen.
Het punt is: ik heb best wel veel tijd en energie gestoken in dit avontuurtje, en dit is de uitkomst. De uitkomst ligt vast. De beslissing is genomen. Niet leuk, maar het is een voldongen feit. Als ik nu verhaal zou gaan halen, ga ik een strijd aan die geen andere uitkomst zal gaan geven. Nogmaals: men heeft hun keuze gemaakt. Dat daar geen 24 ingezette uren overheen hadden hoeven gaan, vind ik stiekem ook wel een feit, maar kan ik ergens nog wel billijken ook. Ondanks dat mijn mening daarover toch wel tweesporig is.
Ik heb hoe dan ook wel betere dingen te doen dan als een Don Quichotte tegen windmolens te gaan vechten.
Ik zou het wel mooi vinden dat ze me later eens terugbellen om me aan te bieden om de tijd en de reiskosten voor dat 'assessment' te vergoeden.
Dus ach: ik zou verbaasder zijn geweest als ik wél was aangenomen.
Ja, maar vind ik mijn huidige werk dan niet meer leuk? Nee, dat is het niet. Ik werk nog steeds op een heel erg unieke plek, met heel erg unieke mensen. En tijdens dit hele proces, zat ik toch ook wel een beetje in mijn maag met het idee om die unieke plek en die unieke mensen achter te laten.
Ik vind mijn werk ook echt wel te gek. Zij het dat er best een hoop dingen zijn die beter zouden moeten en mogen gaan.
Op elke werkplek is wel wat aan te merken.
Aan de andere kant merk ik ook dat mijn theoretische werkgeheugen veel minder wordt aangesproken. En dat ik in mijn werk de zingeving en verdieping misschien een beetje mis. En dat ik daardoor getriggerd wordt om verder te kijken, aangezien mijn huidige werk nu juist dat niet kan geven, simpelweg omdat dat er niet is.
En dat juist de zorg en ook in mindere mate het onderwijs mij juist triggeren om dus wel allemaal gekke avonturen zoals een sollicitatie aan te gaan. Want dat zijn per definitie de plekken waar zingeving en verdieping voor mij tot hun/mijn recht zou komen. Of zo.
Dan kom je al snel op het volgen van allemaal opleidingen. Een opleiding als HBO-V of richting docent. Ja. Daar heb ik wel eens naar gekeken.
Ten eerste twijfel ik ten zeerste of ik dat nu op dit moment in mijn leven zou moeten doen. Of ik daar aan toe kom.
Want tijd is een dingetje. Maar ook geld. Ik kan niet zomaar even een paar duizend euro aan een HBO-V opleiding wegknallen. Waar haal ik in godsnaam de tijd vandaan om te studeren? En waar haal ik het geld vandaan om het te bekostigen, naast het bekostigen van een gezin met alle bijkomstigheden.
Datzelfde geldt ook voor een docentenopleiding.
Zelfs als zij-instromer zijn zulke duale opleidingen niet haalbaar met een gezin en een hypotheek.
Mooi gezegd: de keuzes die ik maakte in mijn leven, hebben me gemaakt tot wat ik nu ben en tot waar ik nu sta.
Dat is heel dubbel: want ik heb allerlei unieke banen gehad. Waarbij ik op fantastische plekken mocht komen, met geweldige mensen mocht werken.
De keerzijde is dat ik nu dus even vast ben gelopen. Want ik mag dan weliswaar HBO denkniveau hebben, het papiertje dat dat bewijst is buiten dat wel heel erg beperkte werkveld compleet nutteloos. En alle "ervaringen" die ik daarmee, maar ook daarbuiten op heb gedaan, lijken voor iets anders niet relevant.
Dus ja: hoe nu verder? Sowieso ga ik niet bij welk pak dan ook neerzitten. Ik moet door. Ik wil ook door. En dat zal ook wel gebeuren, linksom of rechtsom. Maar het zet me wel even met beide voeten op de grond, en dwingt me tot enig gefilosofeer, waarbij ik moet waken voor al te veel gefladder van gedachten.
Diezelfde avond kreeg ik een tikje van mijn legendarisch bekend staande ongeduld: naar mijn mening en inzicht waren een aantal van mijn geplantte knoflooktenen voldoende volgroeid om te oogsten.
Aldus begon ik opgewekt met rukken aan het struweel.
In 90% van de uitgerukte oogst, had ik gewoon gelijk. Keurige, flinke bollen. De overige 10% waren nog wat ondermaats.
Aan de andere kant: sommige van die bollen beginnen zelfs knoppen te vertonen. Volgens mij zou daar wel eens zaad uit kunnen komen, maar ik vermoed zomaar dat ze niet lang genoeg leven om dat te zien gebeuren. Ten slotte moet knoflook geconsumeerd worden, nietwaar?
En dat betekent sec gezien dat ik dus inderdaad nog een maandje moet wachten tot de rest eruit kan.
En wat heb ik met de oogst gedaan?
Door de keukenmachine, fijn gehakt en in gevroren tot ik het ga gebruiken.
Al met al toch een succesje te melden.
En het kleine extraatje: de geur die die verse knoflook met zich meebrengt, is al goddelijk lekker, en doet me verlangen naar heerlijk klaargemaakte maaltijden. Laat staan als ik ze echt ga gebruiken.
Waarmee meteen alweer een uitdaging ontstaat:
Ik ben mezelf ergens wel bewust van het feit dat het verorberen van knoflook leidt tot muffe luchten die je omgeving moet zien te verwerken. Het voordeel eraan is dat ik mijn passagiers zelden moet vragen om achter de lijn te gaan staan, ten einde mij een onbelemmerd zicht naar buiten te geven. Het nadeel eraan is dat ik soms geconfronteerd word met opmerkingen van collega's die mijn absolute minimum van 6 tenen knoflook per gerecht wat overdreven vinden.
Bij wie zit dan de uitdaging? Nou, bij die collega's om het nog maar eventjes wat langer te accepteren. En bij mij om blijmoedig te vinden dat dat hun opdracht is. In het kader van "wees empathisch naar je medemens cq. collega's zit de uitdaging er misschien ook wel in dat ik niet zes tenen knoflook in mijn eten doe, maar nog maar vijf. (Hele grote!!!).
Een andere uitdaging betrof Po de Panda.
Ja, ja, ja en ja. Ik wist dat ik van een blokhut op wielen naar een schoenendoos op wielen ging. Heus.
Maar elke keer weer word ik verrast door mijn eigen vindingrijkheid.
Ik heb namelijk in mijn hoofd vastgezet dat ik best goed ben in het maken van functionele kasten. Zo maakte ik een forse en lompe kapstok, een vitrinekast, een keukenkast en ook een compleet ingestortte tuinkast, repareerde ik tot iets dat een atoombom van ome Adolf Putin zou overleven.
Om de wanorde in ons huishoudelijke bestaan een beetje te beteugelen, besloot ik om een kast te maken waarin we de wasmanden op kunnen bergen, die dan weer een veel beter en gestructureerder beeld opleveren.
So far so good.
Die maak ik van hout, en dat hout dat haal ik traditiegetrouw bij de Gamma. Dat heeft er dan weer mee te maken dat het personeel bij de Gamma zo ongelooflijk vriendelijk en persoonlijk is.
De uitdaging zat erin dat ook de Gamma te maken heeft met een personeelstekort, en daardoor niet in staat waren om de door mij gewenste platen op maat te zagen.
Ik kon wél een aanhangertje bij ze huren.
Uiteindelijk lukte het me om, met veel passen en meten al die platen ongezaagd in Po de Panda te schuiven.
Oke, ik moest de bijrijdersstoel op zijn allerverst naar voren persen, het rechter zijraam moest helemaal open omdat de latten 240 centimeter waren, maar het paste.
Het paste, de platen staken tegen het dak bij het voorraam, en daarmee kon ik dus op rechts alleen maar hopen dat het verkeer dat voorrang zou hebben, niet al te snel aan zou komen, want ik kon wel wat zien, maar alleen het hoogstnoodzakelijke. En fietsers horen daar dan toch mijns inziens niet helemaal bij.
En dan lukte het alsnog niet om de achterklep dicht te doen, dus moest ik terug de winkel in om wat snelbinders te halen. (Ik zou toch niet willen dat mijn mooie nieuwe houten platen bij de eerste de beste drempel mijn auto al kotsend zouden verlaten).
Die snelbinders hadden overigens moordneigingen, want toen ik poging 1 ondernam om de achterklep toch enigszins op zijn plek te houden, schoot die los, en suisde met moorddadige snelheid en precisie op nog geen 2 milimeter langs mijn hoofd.
Het bouwen van de kast ging met uitzondering van één treurig verkeerd gezaagde lat, eigenlijk best voorspoedig. Dat wat ik wilde, had ik uitgetekend, uitgerekend, en uitgemeten. Dat wat ik dacht nodig te hebben, was allemaal voorradig bij mijn kornuiten van de Gamma (echt, de Gamma aan de Markerkant in Almere, toppers. Serieus toffe lui).
En meer. Want ik kijk graag youtube-filmpjes van knutselaars die de leukste zaken van hout knutselen. En die werken vaak met zogenaamde 'pocket-hole-joints'. Dat zijn gaten die je met een mal, schuin voorboort in je paneel, waardoor de haakse verbinding steviger en onzichtbaarder wordt.
En laten ze bij de Gamma nu net zo'n setje "pocket-hole" gereedschap in de aanbieding hebben.
Nee, ik kon me niet inhouden, dát moest mee. Vooral omdat ik nóg een kastje wil maken, maar dan één met lades en schuifdeurtjes.
Bon, ik zaagde dus een lat aan snot, want ondanks dat ik goed gemeten had, had ik niet goed gemeten, waardoor er 2 stukken overbleven die beiden niet bruikbaar waren.
Moest ik effe snel met mijn schaapachtige harses weer terug naar mijn Gamma-kornuiten. Even snel.
Effe snel met Po de Panda. Een twee-cilinder autootje zonder turbo. Zie je het voor je?
Ik wel, maar de werkelijkheid is dan toch wat weerbarstiger.
Weerbarstig genoeg voor een asshole-mof uit Duitsland om mij met zijn opgesnolde golfje blèrend in te halen. In een woonwijk, waar je 30 mag. Ik denk dat hij de 50 wel aantikte. Maar asshole-mof móest en zou er voorbij. Reed bijna een van rechts komende fietser voor zijn flikker, en een (ook van rechts komende) auto. De stoere, Duitse zak stront. Van '40-'45 was dat tinnefvolk al niet denderend goed voor de volksgezondheid, en maakten ze ons land niet per se prettiger. Blijkbaar dacht deze Adolf dat nog eens dunnetjes over te doen.
Zijn raam stond open, en ondanks de wat geringe snelheid van mijn auto, zit er best een forse claxon op, en die heb ik maar door zijn raam naar binnen gejaagd. Hij mag best eventjes oorpijn hebben. En voor mijn part overleeft hij zijn stoerigheid niet lang, mits hij er maar geen Nederlanders mee doodrijdt. Dat doet hij maar in Mofrika of zo.
Anyway: de kast staat. Het was hard werken in de hitte, en nog best een kleine puzzel om het kreng boven te krijgen, maar hij staat. En stiekem ben ik daar best trots op.
Daarmee is mijn weekend alweer ten einde. Morgen weer wat toevoegen aan de luchtvaart. Ik wens eenieder een beste voortzetting toe.
zaterdag 30 mei 2026
Knoflook, kasten, kansen, en kanslozen.
vrijdag 22 mei 2026
Overpeinzingen
Ik heb een klein probleem, hear me out:
Op een doorsnee dag, lunch ik thuis. Omdat onze tafel van het type "Jan Steen" is, moet ik her en der wat schuiven om ruimte te maken voor de spullenboel die ik nodig meen te hebben voor mijn eten.
Meestal behelst dat een bord, 2 messen, 2 soorten beleg, en een bescheiden stapeltje boterhammen.
Als ik heel luxe wil doen, komt er een lepel bij en een tweetal zacht gekookte eieren.
Doe ik nóg luxer, dan ook een schilmesje voor mijn fruit.
Over het algemeen kost het verorberen van mijn lunch me niet meer dan 15 minuten, maar het probleem zit in de staart:
Ik ben niet in staat om de restanten in één keer op een logische manier af te ruimen.
Normale mensen stapelen alles op, en balanceren er mee naar de keuken, en in die tocht mikken ze het brood waar het hoort, het beleg in de (koel)kast en de afwas op de (tussentijdse)(eind)bestemming.
Mij lukt dat dus niet.
En omdat het me niet lukt, ben ik veroordeeld tot minimaal 4 keer naar de keuken op en neer lopen om de spullenboel op hun eindbestemming te krijgen.
Het lijkt wel alsof de verbinding in mijn hersens die dit soepel en vloeiend zou moeten regelen, bij mij gewoon permanent buiten dienst is, of zo.
En dan denk ik, zo na de lunch dat ik eventjes mijn blog kan opzetten, maar dan hangt mijn mouw in de vergeten pot jam.
Hoe kan ik het voor elkaar krijgen dat ik, net als alle normale, volgens de kalender volwassen mensen, gewoon mijn lunch af kan ruimen? Heeft iemand daar toevallig een tip voor?
Een andere tip gevraagd:
Ik was even naar ons domeintje. Ik moest namelijk de impregneer-spray hebben omdat ik wat spullen te impregneren heb. Een werkjas. Een paar werkschoenen, en twee paar fijne schoenen, waar ik geen pijn van aan mijn voeten krijg.
En omdat ik, als ik daar ben, eigenlijk door Ilse verplicht even moet relaxen en genieten, toog ik aan de gang om in het voorbijgaan wat onkruid weg te rukken.
Bij dat wegrukken, ontdekte ik iets fenomenaal leuks: onze vijver, welke er pas een maandje ligt, begint weer tekenen van leven te vertonen.
Tussen het onkruid zag ik namelijk een heel klein, piepjong salamandertje zitten.
Heel schattig, heel rustig, leek hij af te wachten tot ik klaar was met het onkruid wegrossen, waar hij zich tussen had verstopt.
Puur om veiligheidsredenen (ten slotte zou het zielig zijn als hij door een wat woeste onkruid-uitruk-beweging gelanceerd zou worden) pakte ik het dier op om hem weg te zetten.
Ook dat liet hij min of meer toe.
Min of meer, want in mijn poging hem bij de vijver te plaatsen, ondernam hij wat (rustige, dat dan wel) pogingen om uit mijn hand te ontsnappen.
Na een paar van die pogingen was ik het zat. Ik probeer dat dier in veiligheid te brengen, maar echt waarderen kan hij het niet. Met een vlugge beweging propte ik hem in mijn mond, en na wat ampele kauwbewegingen slikte ik hem door.
Beter ik dan een lelijke en arrogant rondstampende reiger, nietwaar?
Maar goed: erg lekker vond ik hem niet. Wat muffig. Wat lafjes.
Als iemand een leuk en lekker recept voor salamander heeft, hoor ik het graag.
Grapje... Het dier heb ik lekker naast de vijver neergezet, zodat ik die wat naargeestige klimop verder te lijf kon gaan.
Maar als iemand een tip heeft over hoe ik beter in staat word om te genieten, zonder dat ik mezelf meteen tot fysieke arbeid jaag: heel graag.
In mijn opvoeding is het concept van genieten nooit echt aan bod gekomen. Er moest altijd wel wat, en dat 'wat' moest ook altijd perfect. Dus gewoon lekker op zijn 'elf-en-dertigste' genieten, heb ik nooit echt geleerd. Heeft iemand dé tip tot loslaten? Ook handig voor als mijn kind steeds dieper in de pubertijd zakt.
Het leed dat 'ouder worden' heet.
Ergens in mijn leven, en ik weet oprecht niet meer zo goed wanneer, kwam er een moment dat ik niet meer op kon staan, zonder gekreun of zonder gegrom.
Niet zozeer omdat ik pijn had, maar gewoon omdat dat blijkbaar een fysieke reactie op fysieke arbeid is.
Met mijn geheugen is op zichzelf genomen weinig mis. Ik vergeet wel eens wat, maar geheel at random borrelen er volslagen nutteloze feitjes op van jaren eerder, die ik ooit leerde omdat iets of iemand me overkwam, die me dat meldde of leerde.
Wat wel steeds meer op begint te vallen: mijn lichaam lijkt in een soort harige overgang terecht gekomen te zijn.
Mijn hoofdhaar groeit steeds minder hard, maar mijn nekhaar lijkt elke week een soort van groeispurt te ambiëren.
Mijn snor en sik, dien ik regelmatig in toom te houden met een badkamer-heggenschaar, omdat ik wel eens het verwijt krijg dat ik "zo'n borstelige snor" heb. En op zich begrijp ik dat wel, sommige haren in mijn snor en sik, hechten erg veel belang aan hun eigen (groei)richting, ongeacht of ik daardoor en -mee volstrekt voor lul loop.
Het nieuwste wapen in het arsenaal van mijn ouder wordende lichaam, waarmee het mij voor gek wil zetten: mijn wenkbrauwen.
Het was altijd een twijfelgeval of het niet een uni-brow was, maar dat heb ik min of meer onder controle middels diezelfde badkamer-heggenschaar.
Nu echter valt mij op dat de individuele haren in die strookjes ook al begonnen zijn aan een bijna niet te controleren opmars naar complete belachelijkheid.
Ergens in een hoek begint zo'n haar te krullen en te buigen, om vervolgens in het midden ofwel omhoog, danwel omlaag te buigen. Waardoor ik er uit zie alsof ik een villeine booswicht ben, of een depressieve Deense Dog.
En die haren zijn dus glad. Pak ik ze met mijn nagels vast, glijden mijn vingers er langs, net aan genoeg grip hebbend om een flinke pijnlijke steek te veroorzaken, maar weer niet genoeg om die dekselse haar eruit te plukken.
Met als extra verrassingseffect: een prachtige krul in dat haartje, waardoor ik er uit zie als een combinatie van een villeine booswicht, depressieve Deense Dog, en een clown.
En hier ontbreekt het me dan toch een beetje aan lef: want ik heb wel eens gezien hoe een Turkse barbier de uitgelopen wenkbrauwen van zijn klanten bijwerkt, zelf durf ik dat dan weer niet.
Zul je net zien: glipt dat kammetje weg, maai ik mijn hele wenkbrauw de vergetelheid in, en groeit dat voor straf niet meer terug. Met één wenkbrauw vrees ik dat ik er nog bizarder uit zie.
En een ander soort probleem cq. uitdaging.
We zijn weer aangekomen bij een-mijn enige vrije weekend.
De roostercommissie heeft op mijn werk wat vreemde beslissingen genomen.
We mogen namelijk sinds een poosje zelf onze dagen inplannen, in een systeem dat op papier erg mooi lijkt.
We geven aan welke dagen we willen werken, en zelfs welke tijden. Het systeem gaat daarover malen, en komt met een uitslag, die gebaseerd is op wat het werk nodig heeft. Maar daar moet je het dan wél maar mee doen.
Lijkt mooi.
Toch heb ik daar niet voor gekozen, ik blijf in mijn eigen patroon.
Enerzijds omdat ik vind dat een goede planner en een goed rooster een investering is in loyaliteit, en kwaliteit en gezondheid.
Anderzijds omdat er te weinig menselijkheid in zit. Als het systeem namelijk beslist dat mijn voorkeuren niet of maar half ingezet kunnen worden, is er niemand bij wie ik terecht kan om te overleggen. Dan is het ook "het systeem", ondanks dat dat systeem ook een eigenaar heeft, die er de baas van is, zou je zeggen.
Om ons toch te overtuigen om voor dat zelfplannen te kiezen, zijn de diensten in mijn rooster veranderd, en nauwelijks ten goede, moet ik daaraan toevoegen.
Toen ik daarover sprak met iemand die er beroepshalve meer van wist, ontkende hij botweg dat dat zo was, en werd zelfs boos. En nee, hij wilde niet in mijn rooster kijken hoezeer ik gelijk had. Ik zou de boel wel aan elkaar liegen. Ik zal ontkennen dat ik die conversatie erg genuanceerd afsloot, ten slotte accepteer ik niet dat mensen mij onterecht betichten van liegen.
Dus tja. Ik vind hier vrij veel van.
Los van dit alles, zit ik toch te twijfelen of dat zelf roosteren niet toch een idee zou kunnen zijn.
Want die 6 weekenden werken, beginnen mij eigenlijk best wel de strot uit te komen. De bijbehorende 5 dagen vrij op rij, zijn me daardoor dus best wel heilig, maar die heiligheid begint een sausje van "schijn" erover te krijgen. Ik wil eigenlijk (misschien heel gek) ook in de weekenden wat meer van mijn gezin kunnen genieten.
En ja, ik "koos" ooit zelf voor dit rooster. Hoewel.... Als je de keuze krijgt tussen ontslag nemen, ziek melden, of minder gaan werken, volgens een nogal bizar rooster, is die keuze makkelijk. Ik koos verkeerd, en had me misschien beter gewoon ziek moeten melden, maar zo zit ik dan toch weer niet in elkaar.
Kortom: best wel wat te overdenken, de komende tijd. Alsof ik niet genoeg te overdenken heb.
Als iemand me wat tips kan geven om overpeinzingen wat te reguleren: heel graag.
Dank voor uw input.
Morgen krijgen we leuk en spannend bezoek. En dan lekker gaan genieten op ons domeintje.
Ik wens u allen een goed weekend toe.
vrijdag 15 mei 2026
Een week vol maffe strapatsen.
Ik ben absoluut tegen. Dat klinkt negatief, maar zo voel ik het.
Ik ben tegen het immigratiebeleid. Dat klinkt nog steeds heel erg negatief.
Ik vind dat het immigratiebeleid één grote grap is, die niemand die ook maar enigszins bij zijn volle verstand is, nog serieus kan nemen. Mensonterend. Ontworpen door clowns, uitgevoerd door zatlappen en natnekken.
Dit soort politieke statements worden hier in mijn huishouden nogal grammig onthaald, dit is één van de zeldzame zaken waar mijn betere helft en ik het fundamenteel over oneens zijn.
En voor ik nu door al mijn wat "linksere" vriendjes ontvriend en ontvolgd word: nee, ik ben niet tegen het opvangen van vluchtelingen. Echt niet. Mensen in nood, die hierheen komen, omdat hun land aan puin gaat, en ze hun leven niet zeker zijn: hierheen halen. Of laten komen.
Wij zijn rijk genoeg om dit soort mensen op te vangen, te voeden, te kleden, te helpen. Tot ze weer terug kunnen, of tot ze dusdanig tot rust gekomen zijn, dat ze hier een glorieuze toekomst tegemoet kunnen gaan, als brave belasting-betaler.
Waar ik echter wél tegen ben: de huidige procedure. Oneindig inefficient, totaal gespeend van elke menselijkheid en oncontroleerbaar gierend uit de klauwen geëscaleerd.
Tijd, geld en ruimte verslindende onzin.
Goed, dat dus even gezegd hebbende, kan ik toegeven: in dit specifieke opzicht, ben ik dus eigenlijk gewoon een abjecte, rechtse bal.
Ik heb namelijk ergens diep van binnen, best wel begrip voor het feit dat er mensen zijn, die als soort van hoofdeloze kippen hun grote roerganger Wilders napraten.
Ik snap dat, want het grote en menselijke plaatje is best lastig te doorzien. En als je dan zo'n empathieloze hork als een Geert Wilders hoort praten, die feiten niet van fabels kan onderscheiden, lijkt het inderdaad alsof "de buitenlander" de schuld is van alles wat er in Nederland niet goed gaat.
En horkje Wilders praat graag. En veel. Scheldt ook graag. En veel. Liegt ook graag. En heel erg veel. Want dat levert hem de stemmen op.
Geen wonder dus dat de protestacties steeds grimmiger worden.
Want ja. Nederland wordt zogenaamd onveiliger door al die buitenlanders, toch?
Ja.
Nou....
Nee.
Afgelopen week gebeurde er iets waar ik hartelijk om in de lach zou hebben willen schieten, omdat de ironie werkelijk waar te mooi was om waar te zijn.
Er wordt namelijk door die ultra-orthodoxe PVV-FVD en ander zogenaamd christelijk-rechts gespuis nogal eens geroepen dat Nederland onveilig wordt door al die buitenlanders. "Onze dochters kunnen niet meer naar buiten", zo stond een kort-pittig-kroketje ooit eens tegen de verslaggever van POW-Ned te huilstruiken.
En om dat te onderstrepen, togen een aantal mentaal minder valide ariërs naar het AZC van Loosdrecht om daar eens lekker een brandje te stichten. En niet alleen dat: ze hielden de brandweer tegen die de boel kwam blussen.
Ik herhaal: in een poging Nederland veiliger te maken, besloten een stel mentaal minder valide ariërs om brand te stichten.
Bij mijn weten is brandstichting een strafbaar en crimineel feit.
Bij mijn weten, wordt Nederland niet veiliger door brandstichting.
Ik geloof nooit dat ik mijn dochter nu met geruster hart de straat op stuur, wetende dat de NSB'ertjes van Wilders de straten afschuimen, om nog eens ergens een AZC in de hens te zetten, in een poging om wat asielzoekers te vermoorden.
Kortom: ironie om van te smullen.
U snapt het: ik heb geen goed woord over voor dat tuig.
Dat dat hele immigratiebeleid grondig op de schop moet: helemaal mee eens. Dat dat blijkbaar gepaard moet gaan met brandstichting: te walgelijk voor woorden.
Maar er is ook leuk nieuws:
Ik vertelde al dat wij inmiddels trotse eigenaars zijn van niet één, niet twee, maar maar liefst 3 huizen. Waarvan 1 op wielen.
En die laatste met name zorgt voor nogal wat hoofdbrekens.
Want ja, we hebben wel zo'n ding, maar hoe en wanneer gaan we ermee op vakantie, nadat we dus eigenlijk besloten hebben om dit jaar lekker in ons domeintje de zomer door te brengen.
Het hoe is dan meteen ook de meest prangende vraag, aangezien het wanneer op zich best duidelijk is, en steeds meer vorm lijkt te krijgen: niet of beperkt.
Het "hoe" zit erin dat we weliswaar een trekhaak op Po de Panda hebben, maar dat ik oprecht wat knikkende knietjes voel bij een monstertocht met een 2 cilinder en een sleurhut. Die trekhaak was meer bedoeld voor een bagagewagentje van een kilo of 150 of een fietsendrager. Niet voor een complete sleurhut.
Aan de andere kant: we hoeven en gaan er niet mee naar Zuid Frankrijk, dus wellicht...
We hebben inmiddels wel al een aantal beslissingen kunnen nemen ten aanzien van het ding.
40 jaar oud is ze. 5 jaar jonger dan ik.
En de bekleding was dat ook.
Die typische jaren '80 hoezen en gordijnen, die even charmant, oubollig als sleets zijn.
En hoezeer ik ook van het motto: "ouwe meuk, is leuk" ben, als de matras-inhoud aan de wandel gaat omdat de hoezen sleetser zijn dan de onderbroeken van mijn oma, moet er maar wat anders komen.
En laat dat nu net een kolfje zijn naar de hand van mijn eega. Gewapend met een tweetal naaimachines, een heel setje ritsen en een compleet gestoorde, nieuwe stof maakte zij nieuwe hoezen voor de kussens.
Die stof is felgeel met allemaal kattenhoofden erop.
Je moet er van houden en als je ervan houdt, is het helemaal te gek. En ik persoonlijk vind het te gek. Want het past totaal niet bij de caravan, maar absoluut bij ons.
Het keukenblokje is uiteraard ook 40 jaar oud.
Gemaakt van heel erg zwaar spaanplaat, en met echt ouderwets fineer een houtlook gegeven.
Na 40 jaar gebruik, is het fineer gescheurd, en begint het spaanplaat te verstoffen en te ontsnappen. De opgelijmde randen zitten los, waardoor er nog meer zaagsel verdwijnt.
Ergens is het zonde, want op zich is het keukenblokje zelf nog in best goede staat. Maar in het kader van gewichtsbesparing en omdat we een veel lichtere en meer praktische keukenopstelling hadden, hebben we besloten om het originele keukenblokje eruit te halen, en eruit te laten.
Ik zou in theorie dat keukenblokje kunnen strippen, en er met veel lichter triplex iets nieuws van kunnen maken. Dat blijft theorie, want de komende weken heb ik het druk met heel andere zaken.
Ik ben een loedervader.
Nu ben je dat in de ogen van een prépuberale dochter al snel, maar van de week had ik een moment van (ongewilde) lompheid waar onze groot-mufti Wilders nog een dikke punt aan zou kunnen zuigen.
Jente is een paar weken geleden geheel op eigen initiatief met een vriendinnetje naar een of andere kunst-cursus geweest.
Dit vond ze zó leuk, dat het een terugkerend ritueel is geworden, en zij dus samen na school met de bus naar dat kunstcentrum gaan.
Daar krijgt ze onderricht in creatieve en beeldende vorming.
Hartstikke mooi.
Deze week kwam ze thuis met iets dat ik eigenlijk best wel heel mooi vond. Heel abstract, maar heel creatief.
Ze legde het op tafel, en vertederd, maar vooral ook verwonderd over de ongebreidelde fantasie en het creatieve gebruik van allerlei materialen, zat ik het werk te bewonderen.
Ik vond en vind het serieus knap gemaakt.
Tot ik er dus achter kwam, dat ik vol vaderlijke trots en vervoering de achterkant van het ding aan het bewonderen was, en niet de voorkant. De voorkant was ook een abstract kunstwerk, maar het onderwerp waar het om ging, was met veel minder zichtbare materialen gemaakt. Nog steeds heel knap en creatief, maar...
Goed, laten we het erop houden dat mijn bewondering en trots eventjes verkeerd geprojecteerd waren.
Ik heb het Jente nog niet durven vertellen....
Wij zijn dus getrakteerd op nieuwe bussen.
En na een paar duizend kilometer moet ik zeggen: het zijn fijn rijdende wagens. Wat chauffeurs-comfort betreft vind ik er weinig op aan te merken. Het voelt allemaal wat stabieler.
Dat wil niet zeggen dat het allemaal vlekkeloos is. Zoals bij veel nieuwe dingen, hebben ook wij last van wat kinderziektes.
Een daarvan kwam tijdens de laatste rit van mijn dienst bovendrijven, en ik moet zeggen dat ik niet weet of dit een kinderziekte betreft, of een wat venijnig spook dat zich in die bus genesteld heeft.
Ik kwam met mijn ladinkje passagiers aan bij het toestel, kreeg een enthousiaste duim van de stewardess, en ik opende de deuren, om vervolgens als eerste eruit te springen.
Dat kon makkelijk, want deze vlucht was met 35 passagiers beslist niet winstgevend, denk ik.
Goed, ik sprong mijn bus uit, en met mij de rest van de mensen.
Zo dacht ik.
Direct nadat ik op de grond stond, besloot mijn bus uit eigen beweging, zonder daartoe opdracht gekregen te hebben, en zonder dat dat door mij gewenst was, zijn deuren te sluiten.
Dat leidde tot de dwaze situatie dat ik buiten werd gesloten, en mijn passagiers binnen. We stonden elkaar verbijsterd aan te staren, de passagiers en ik.
Van buiten kon ik de deur openen, maar voor ik in kon stappen, sloot dat kreng ongevraagd de deur weer.
Uiteindelijk kon ik naar binnen glippen, maar deze nieuwe bussen hebben niet zoals de oude bussen een reset-knop. En als die er is, mogen wij hem vooral niet weten, want stel je voor je lost de problemen snel even op.
Uiteindelijk ben ik er toe over gegaan om de hele luchtdruk er maar af te gooien. Want passagiers die met hun smoel tussen de deur beklemd raken, is ook maar slechte reclame voor de luchthaven en de fabrikant.
Ik meldde de passagiers wat ik van plan was, en wat ik er van vond. En grinnikend konden zij hun vliegtuig enteren. Hopend dat de deuren van hun vliegtuig wat minder een eigen leven zouden gaan leiden.
Goed, hoe dan ook: ik werk nog even een weekendje door en wens eenieder een heel fijne toe.
vrijdag 8 mei 2026
Shenanigans deeltje veel meer.
Het voelde wat kaal en leeg, maar ik kon dat gevoel niet zo snel plaatsen. Meer zo'n vreemd onderbuikgevoel. En dan niet politiek gezien, zeg maar.
We waren bezig om de laatste spullen te pakken, de troep van een paar dagen vertoefd te hebben in een lucht-bed-en-ontbijt.
Dat betekent dat je de bedden afhaalt, de vuilnisbakken leegt, je koffers pakt en meer van dat soort huishoudelijke klusjes.
Aan het eind gekomen van die hele lijst aan taakjes ging ik nog even zitten, en voelde dus iets kaals.
Ik greep naar mijn pakje sigaretten teneinde er één uit te vissen en op te steken, toen ik mijn rechterhand zag. Het duurde een paar seconden voor ik in de gaten had dat het daar dus mankeerde. Ik zag namelijk niet 2 ringen aan mijn hand, maar nog maar slechts één.
De missende ring was de ring van mijn oma.
Het zweet brak me uit.
Mijn hartslag ging spontaan over op standje Max Verstappen.
Mijn mond en keel werden droog als de Sahara.
Adrenaline spoot als stoom uit mijn oren, als tranen uit mijn ogen en middels verbaal braaksel uit mijn mond.
Niet heel erg zachtjes begon ik te vloeken als een bootwerker die een anker op zijn kleine teen voelde wiebelen.
Als een volslagen getikte begon ik eerst het afgehaalde beddengoed uit de mand te trekken en te bevoelen. Schudden, klapperen, wapperen. (Me te laat realiserend dat als die ring daarin gezeten had, die waarschijnlijk naar een andere niet-herleidbare plek gelanceerd zou worden).
Mijn rugzak keerde ik binnenstebuiten.
Ik controleerde de gereedstaande vuilniszak. En met een grom van complete walging en vernedering opende ik de afvalcontainer om dan daar in godsnaam maar te gaan graven naar die sakkerse ring.
Jente en Ilse zochten mee. Ilse is sowieso veel beter in zoeken en vinden, en Jente is gezegend met een stel ogen waar ik jaloers op ben.
Helaas. Geen ring.
De laatste plaats waar je kijkt, vindt je de spullen die je kwijt bent. Dat is nu eenmaal een gegeven.
En zo vond ik bij het nogmaals omkeren van mijn rugzak, mijn ring terug.
Rinkelend tussen de de slang en het masker van mijn apneu-apparaat.
Mijn hartslag kwam tot rust. Het zweet droogde op (sorry mede-reizigers, de deodorant was al ingepakt), mijn mond en keel kregen spontaan weer wat nattigs, en het adrenalinepeil daalde (mogelijk wat traag) tot acceptabele waarden.
Ik denk zeker te weten waarom die ring daar terecht kwam.
Ik had namelijk het geniale, doch weinig goed doordachte idee dat die ring beter zou staan om mijn pink, in plaats van om mijn ringvinger. En op zich, esthetisch gezien, klopt dat (als een zwerende vinger).
Maar mijn vingers en ringen zijn een wat onhandige combinatie.
Er was een tijd dat ik moeite had met het plaatsen van ringen, want mijn vingers waren wat aan de forse kant. Van die opgepompte knakworstjes. Of eigenlijk meer braadworsten.
Maar sinds mijn onovertroffen diabetesverpleegkundige mij aan een bepaald spulletje hielp dat mijn bloedsuiker spiegel op een correct niveau wist te krijgen, ben ik wel een kilootje of 25 kwijt geraakt. En dat heeft mijn braadworsten terug gebracht naar het niveau van gecontroleerd bewegende struikentakjes.
Ringen zitten niet meer zo strak als dat ze eerst zaten.
En dit akkefietje was niet de eerste ellende die ik daarvan ondervond. Ik vertelde al eens dat ik tot mijn grote schaamte een ring in een toiletborstel-opvang-bak liet kletteren in het ziekenhuis.
Ook heb ik meermaals tijdens het afdrogen van mijn handen, mijn ring(en) er af gedroogd.
Dat leidde er toe dat ik een stoere en mannelijke ketting kocht om mijn ringen aan te hangen. Maar goed, de ringen die ik nu draag, passen dus aardig om mijn vingers, mits ik ze op de vingers hou die die ringen dus ook vast kunnen houden.
Waarom ik toch besloot om de esthetiek voorrang te geven op behoud, zal wel altijd een raadsel blijven. De gedachtengang van deze ADHD'er zijn vaak onnavolgbaar.
Stupide is het wél. Ik besloot om die ring zelf te gaan dragen, om te voorkomen dat die ergens zou verdwijnen op een plek waar ze niet meer te vinden zou zijn. Jente krijgt het ding later als ze daar groot genoeg voor is, en dan wil ik niet dat we er naar op zoek moeten.
Maar dan moet ik dus niet vaker dit soort stunts uit gaan halen! Ik ben benieuwd hoevaak dit me nog gaat overkomen.
Zoals beschreven: mijn handelingen reflecteren niet altijd mijn verder best wel frisse en fruitige verstand.
Mijn verstand vertelt me namelijk best wel vaak dat het niet noodzakelijk is om andermans eigendommen te stelen of te vernielen. Ik zou het soms wel willen, vooral in vlagen van terechte rancune. Maar moraal en mogelijke consequenties weerhouden me van al te drieste acties.
Bovendien: als ik rancune in daden om wil zetten, is het veel bevredigender om de persoon zelf te grazen te nemen dan zijn bezit.
Wat ik dus totaal niet begrijp is dat er untermenschen rondlopen die het momument op de Dam bekladden omdat ze (heel terecht) de schurft hebben aan Netanyahu en zijn bende walgelijke moordenaars.
Ik ben het helemaal met ze eens: meneer Netanyahu heeft erg goed opgelet toen ome Adolf ons leerde hoe je complete volkeren moet afslachten. Meneer Netanyahu zat waarschijnlijk vooraan in de klas, geilend op de schier onuitputtelijke lijst van truckjes om hele populaties te doen verdwijnen.
Als ik niet veel te nuchter was, zou ik een theorie kunnen verzinnen waaruit blijkt dat meneer Netanyahu gewoon een zoon was van ome Adolf.
U ziet: ik ben geen groot fan van dat Israelische monster.
Maar dat betekent niet dat ik vind dat het bekladden van het monument op de Dam daar ook maar iets aan oplost. Meneer Netanyahu grinnikt daarom, en verzint nog een paar plannetjes om wat mensen uit te moorden.
Ik vind dus dat het bekladden van een monument zelfs een nogal laffe daad.
Dat monument is namelijk een monument voor de mensen die een heel andere oorlog niet hebben overleefd. Voor mensen die ervoor hebben gevochten dat wij in alle vrijheid kunnen vinden en roepen dat een man als Netanyahu een walgelijk monster is. Wij mogen roepen dat Geert Wilders een niet te bevatten paardenlul is, en meneer Jetten een smerige huichelaar.
Dat mogen wij, met dank aan de mensen die we eren middels dat monument.
Als je dan vindt dat "Nederland" te weinig doet om de moordpartijen van Israel te stoppen, gooi dan een taart tegen het huichelachtige smoelwerk van Wilders, of Jetten. Spuit hun gezicht vol met die verf. Of beter: neem je spuitbussen mee naar Israel, en ga daar de boel onderkalken. Wellicht dat ze, voor ze je met hun geweren aan puin schieten, nog wel enig respect hebben voor de moed die je hebt.
Maar heb een beetje fatsoen. Met dank aan de mensen die we eren bij dat monument, mag er heel erg veel in dit land. Blijf dus met je graftakken er vanaf.
Vernielen is in wezen gewoon een gebrek aan intelligentie. En lef.
Niet lang nadat we ons huisje betrokken, werden we vroeg in de ochtend geconfronteerd met allemaal geluiden die afkomstig leken van de plantsoenendienst. Een driftig geveeg en geruis van nog niet getemd struweel.
Mooi, zo dacht ik nog, de gemeente neemt de taken van de plantsoenendienst erg serieus.
Niets was minder waar. De jongens van de plantsoenendienst doen hun werk best aardig, maar niet op die tijd en sowieso niet op de plek waar het geluid vandaan kwam: onze tuin.
Dat bleek de buurman van een huis verderop te zijn.
Een heel erg lieve man die het tot zijn missie had gemaakt om alle tuinen in de straat bij te houden.
In ruil daarvoor voerden wij hem vriendelijkheid, dankbaarheid en aanspraak.
De jaren sleepten zich voort, en het fantasieloze struweel bleef in toom dankzij onze noest snoeiende buur.
Totdat de tijdstippen wel erg buitennissig werden. In het pikkezwart van de nacht was de lieve man nog bezig. En vaak ook gehuld in kleding die, als je niet beter wist, niet helemaal gepast was voor het gemiddelde publiek van een vinexwijk.
En ook niet helemaal passend bij het soms bijtend koude winterweer.
De praatjes die we maakten met de buurman werden ook steeds moeilijker. En niet zozeer omdat de man geen aanspraak wilde, maar omdat de de praatjes steeds minder coherent leken te worden.
Een glijdende schaal.
Tot we ons op een gegeven moment af vroegen of we er niet wat mee moesten. Het begon wel erg ongemakkelijk te worden. De uitdossing en de tijdstippen.
Ik werd aangesproken door de overbuurman. Die ons inlichtte over wat er de afgelopen dagen allemaal gebeurd is.
Een kleurrijke man heeft onze straat verlaten. De lieve man zorgde er eigenhandig (tijdmatig ONhandig) voor dat onze straat er keurig bij lag. Dat de tuinen toonbaar waren. Iets waar niet elk huishouden tijd of zin in heeft.
Hij leeft nog, maar dat afgrijselijk onmenselijke alzheimer heeft hem helaas laten struikelen en ingehaald.
En ik vraag me af of ik meer had kunnen doen. Ilse heeft wel eens een kopje koffie met hem gedronken (dat opzichzelf was logistiek meer uitdagend dan dat het klinkt) en ook aangegeven dat ze hem best wel eens een lift kon geven naar waar hij dan ook heen wilde. Een incidenteel maaltijdje werd ook wel eens door ons voor hem geregeld.
Maar toch...
Een beetje spijt ook. Want ook ik zat echt niet altijd te wachten op een praatje. En soms waren de momenten waarop hij besloot onze tuin eens grondig te gaan bijpunten wel erg onhandig, en misschien zelfs wel wat invasief.
Had ik minder afstandelijk kunnen zijn? Ja, wellicht. En als ik alle ins en outs had geweten, had ik maar....
Nu is er door betrokkenen een besluit genomen, waardoor we zeker weten dat de man goed verzorgd wordt.
Je weet pas wat je mist, als het er niet meer is, is nu wel zo'n uitspraak waar ik aan moet denken. Want ondanks de wat aparte verschijning: het is toch best wel stil...
Ik haat alzheimer.
Van de week was mijn beste helft jarig. 46 jaar alweer. Ik zou het haar (veiligheidshalve) niet geven.
En omdat het weer niet eens hondsberoerd leek, wenste zij dat op ons domeintje te vieren.
Ik geef haar groot gelijk. Als het in maart ook eens briljant weer zou zijn, zou ik dat ook overwegen.
En dus togen we met taart, poes, kind en versnaperingen naar de tuin.
Het is lente. Dat is heel duidelijk. Ik heb de eerste passiebloem gesignaleerd, er beginnen knoppen te komen en distels zijn niet veilig voor mijn schopje.
Mijn schoonvader is tijdens ons verblijf in Engeland als een lijpe lotje tekeer gegaan rondom onze vijver, en dat was absoluut naar onze smaak. Met dien verstande: de nieuwe vijver is de helft kleiner, dus een kale krater met water is een behoorlijk accurate omschrijving. Daar moesten dus wat planten omheen.
Ook dat bleek relatief eenvoudig te realiseren. Ergens in onze tuin, bleek een dapper vergeet-me-nietje (spreek dat eens uit op zijn Duits, dan klinkt het ineens een stuk vieziger) op een wat random plaats enorm te willen bloeien. Mooi dat die rond de vijver mocht. En zo had ik meer kleine, leuke, charmante bloemetjes gevonden die rond de vijver een herplaatsing kregen van me.
Maar de tuin van mijn schoonouders is al 7 jaar verder, en dus hadden ze over. We zijn daar aan het scheppen gegaan. Varen, bloem x, plant y. Een kar vol. Alles lekker rond de vijver, zodat we lekker veel kleur krijgen daar.
En uiteraard een vijgenboom. Gewoon omdat die dingen lekker zijn.
Grappig wel: bij veel planten en bloemen kreeg ik de volgende reacties:"Die heb je al, wacht maar af".
Geduld = afwachten. En laat dat nu net niet mijn sterkste punt zijn. Of:"Ja, maar dat is onkruid".
Een heel leuk, charmant, roze-wit-rood-oranje bloempje. Klein, bijna fragiel. En het groeit ook in onze tuin, op plekken waarvan ik oprecht denk dat moeder Natuur ons voor het lapje houdt. En zulks noemt men dan onkruid. Terwijl ik het dus serieus heel leuke bloempjes vind. Leuker dan dat walgelijke klimop ding, dat overal zijn naam eer aan doet, saai groen en intens aanwezig, waar ik het dus totaal niet hebben wil.
En los daarvan: er waren ook allemaal stronken die we in eerdere stadia al tot stronk hadden gedegradeerd. Maar die zaten dus nog in de grond. En die moesten eruit. Gelukkig hebben we de beschikking over maar liefst 3 spades.
Superfijn, ik hoef in het schuurtje maar te graaien, en de kans is best groot dat ik een spade in mijn handen heb.
Spade 1, zo kwam ik achter, was echter van bedenkelijke kwaliteit. Als ik er een noest vastzittende stronk mee te lijf wilde gaan, boog die spade gewoon mee, in plaats van dat die de betreffende stronk op lichtte.
Op zich niet bepaald vertrouwenwekkend.
Ik kan er ongewensten mee doodmeppen, fijn. Maar dan moet ik alsnog een andere spade halen om zijn of haar graf mee te graven. Kost weer tijd.
Spade 2: helemaal top. Doet alles. Maar dan moet ik wel de goede pakken, want die lijkt als 2 druppels water op spade 1.
Spade 3: helemaal van metaal gemaakt. Dat leek ons handig, want metaal: dus sterk. Toch?
Goed, ik ging dus tijdens het partijtje van Ilse zo af en toe en her en der aan de slag. Her en der wat in de grond, hier en daar wat uit de grond. En dat ging, los van het kraken van mijn 45-jarige lichaam, best voorspoedig.
Tot ik een stronk tegenkwam, die op zijn zachtst gezegd al niet op de meest makkelijke plek stond. Erom heen stond namelijk een tentje van Jente, en een border-rolletje dat ik vers aan had gelegd, en heel moest blijven. Ik moest dus enige voorzichtigheid betrachten tijdens het woest opgraven van dit staketsel aan wortels en hout.
Dat ging best aardig. Best voorspoedig. Een grote kniptang bood verlossing voor dikke wortels die in onhandige richtingen liepen, en langzaam, heel erg langzaam kwam er beweging in de stronk.
Langzaam, want het kostte enorm veel kracht aan wrikken en wroeten.
Heel erg veel kracht.
Zó erg veel kracht dat op het hoogtepunt van mijn fysieke dwang en drang, dat die enorm sterke, metalen spade met een scherp gekraak, zomaar in 2 stukken brak.
Maar die stronk kwam er niet zomaar uit.
Zo zie je maar weer: moeder natuur is soms (altijd) sterker dan (wat) de mens (maken kan).
Gelukkig was ik op dat moment onbespied, want ik vermoed dat als mensen hadden gezien hoezeer moeder natuur de draak met me stak, ze me hartelijk uit hadden gelachen.
Dus ja: soms zou het echt fijn zijn om niet altijd heel erg Marnix te zijn.
Ik ben geen grote fietser. Ook niet sinds ik een mooie en luxe 'fat-bike-light' heb, is het niet zo dat de kilometers erop vliegen. De kilo's vliegen er ook niet af, maar dat is alleen maar positief, ik heb geen enkele intentie om een levend geraamte te worden.
Maar van de week kondigde Ilse aan dat ze een lekker end wilde gaan fietsen. En ik? Ik had niks beters omhanden, en ach, waarom zou ik niet eens lekker de beentjes aan het werk zetten. Gezellig ook, met mijn vrouw op pad. Als een ware gids loodst ze mij door de duizelingwekkende hoeveelheid straten, bochten, afslagen en hindernissen. Als zij er niet was, zou ik aan het einde van de wijk kansloos verdwalen om nooit meer gesignaleerd te worden.
En lekker fietsen was het.
We fietsten naar de dierendokter, niet omdat we ineens in de overtuiging zijn dat Jente met haar frequente beestachtigheden beter bediend wordt bij de dierenarts, niet omdat Colette iets anders mankeert dan de voortschrijdende ouderdom, maar omdat het dier wél speciaal voedsel nodig heeft, en dat raakte zo zoetjes aan weer op.
Daarna gingen we door naar de 'campingwinkel'.
Die hebben we in Almere ook, en ik moet zeggen dat los van het feit dat ze niet tot de goedkoopsten behoren, het is altijd voordeliger om naar de campingwinkel te fietsen of rijden hier om de hoek, dan naar die arrogante hufters van Obelink ergens tegen de Nederlands-Germaanse grens.
Aldaar liet mijn eega zien welke camper ze wilde, en dat ze mee deed aan een loterij om het ding te winnen.
En vandaar gingen we door naar een plantenwarenhuis ergens in de outback van Almere.
Een hele tocht, waarbij we er mijns inziens nogal stupide uit moeten zien. Fietsend met in elke fietstas in de wind ruisende flora.
Maar goed, dat overleefde de barre tocht, en bij thuiskomst wilde ik eerst wat versnaperingen ter aanvulling van de verstookte energie uit mijn lijf, om vervolgens naar ons domeintje te rijden om het nieuwe struweel in de grond te doen.
Dat lukte allemaal best aardig.
Bij thuiskomst, moest ik mijn fiets nog in de schuur zetten, maar waar ik ook zocht: ik nog de sleutels nergens vinden.
Ilse, met haar zoek-en-vind-kwaliteiten, kon mijn sleutels nergens vinden.
Jente: druk bezig met een slaappartijtje met haar vriendinnetje: geen interesse, geen sleutels.
Het verschil met de hierboven beschreven zoektocht naar de ring: totale acceptatie. Ik wist dat ik ergens een reservesetje had, en ja: ik ergerde me mateloos, maar ik accepteerde dat ik nu eenmaal nog best wel een record had gezet wat betreft het NIET kwijtraken van mijn sleutels. Onhandig was het wel.
Frustrerend ook. Maar geen verbaal braaksel deze keer.
Ilse sommeerde me om toch maar terug te rijden naar ons domeintje, want de enige mogelijkheid was dat ik mijn sleutels daar ergens had verloren.
Dat deed ik. Mijmerend over mijn vermogen om dingen kwijt te raken, even vaak in het volle zicht als gewoon in 'het blauwe niets'.
Auto geparkeerd, parkeerplaats doorzocht en toen mijn wandeling gereconstrueerd. Blik naar de grond, als een slak om geen centimeter te missen.
Na 12 stappen zag ik ze liggen: mijn fietsensleutels.
Ik vrees dat de aanwezige mede-tuinders een nachtmerrie kregen, en nu nog schande spreken van een ongure, ongeschoren vent die slenterend over het paadje liep, een luide juichkreet slaakte, waar alle gaaien, duiven, mussen en roodborstjes spontaan van opvlogen.
Maar ik heb ze. Ik kan weer fietsen. En in geval van diefstal, kan ik de verzekering gewoon twee originele sleutels overleggen.
BAM!
Anyway: mijn korte mei-vakantie zit er alweer op. Ik ga er weer voor de volle 64,67% tegenaan.
Ik wens eenieder een best weekend toe.
vrijdag 1 mei 2026
Relaxen voor een eigenwijze realist.
Groen, Roze, Blauw, Grijs en Wit.
Hendrik Groen schreef er al over: volkstuintjes. Zijn boekjes erover zijn enorm geestig geschreven, en een must voor iedereen die een volks...
-
Ik schrijf vaak over pareltjes van het platform. Dat kan positief en negatief zijn. De negatieve pareltjes, noem ik dus ook cynisch "pa...
-
Het doet gewoon pijn aan mijn oren. En net als ik denk dat grof fysiek geweld de enige uitweg is, wordt het zwart. Ik ben hersendood geklets...
-
11 jaar geleden, op 6 maart werd ik voor het eerst vader (dat wil zeggen: voor zover ik weet, er heeft zich nog niemand gemeld die vindt da...