zondag 27 januari 2019

Bussen en katten

Reisgids tegen wil en dank.
Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Is helemaal niet erg. Overkomt de beste. Op Schiphol is de stelregel dat mensen zo kort mogelijk in de bus moeten zitten, en dat is een regel waar ik me zo veel mogelijk aan hou. Ten slotte komen de mensen niet voor een busreis, maar voor een vliegreis. (Even tussendoor: soms verwachten mensen niet dat ze eerst nog even met de bus moeten, en dan zie je ze vaak vreselijk overdreven rollen met hun ogen, en hoor je ze bewonderenswaardig diep zuchten. Ze zuchten nog net hun longen niet uit hun karkas zo diep, ik vind dat grappig). Maar goed, het kan voorkomen dat alle betrokken partijen iets te snel willen werken om het de reiziger zo comfortabel mogelijk te maken, en dan kan het voorkomen dat iemand in die keten zich vergist. Niks aan te doen, het blijft mensenwerk.
Zo ook gisteren. Ik zou een vlucht afrijden van een grote, niet nader te noemen luchtvaartmaatschappij, en die begonnen al met 10 minuten vertraging te boarden. Maakt niet uit, dat haalt de piloot in de lucht wel weer in, dacht ik.
Dat dacht ik, want toen ik af moest rijden, en om de kop van de pier een lusje moest maken om op de juiste route te komen, werd ik door de collega van de volgende bus staande gehouden. De mededeling luidde ongeveer als volgt: "Ze zijn vergeten de crew te informeren dat het toestel gaat vertrekken, dus die zijn er nog niet. Je moet heeeeeel erg langzaam rijden". Zo zout heb ik het nog niet eerder gehad. Dat de crew door omstandigheden wat later komt, oke. Dat is niet nieuw. Maar dat ze in de haast om een vliegtuig op tijd weg te krijgen, gewoon die hele crew maar vergeten, is toch wel een dingetje. Een vliegtuig vliegt nu eenmaal gewoon niet zonder piloot. Dat wil zeggen: technisch zal het mogelijk zijn, maar we zijn nog steeds erg gehecht aan het feit dat een vliegtuig op zijn minst voorzien wordt van mensen die weten wat ze met zo'n enorm vliegend apparaat aan moeten. Geeft toch een fijn en veilig gevoel, lijkt me zo.
Oke, nu wilde het toeval dat tussen de gate en het vliegtuig erg weinig afstand zit. Een gevalletje van 3 keer niezen, en je bent er. Ik kan wel heel langzaam rijden, maar als ik die afstand in 20 minuten moet rijden, sta ik zowat stil.
Daarbovenop kreeg ik vanuit de regie te horen, dat het nog wel even kon duren, en dat ik desnoods maar een toeristische rondleiding over Schiphol moest maken.
De meneer die het dichtste bij mij stond, had alles meegekregen, en moest erom grinniken. In mijn beste Engels (ten slotte weet ik niet van welk pluimage en welke afkomst mijn passagiers zijn) legde ik uit dat ik tot mijn spijt moest mededelen dat het vliegtuig in goede staat was, maar dat de crew nog niet aanwezig was, en ze op kosten van hun luchtvaartmaatschappij een gratis rondleiding op Schiphol aangeboden kregen, ingaande per direct. En dat ik hoopte dat ze zouden genieten van het uitzicht. Dat leidde gelukkig tot algehele hilariteit in de bus (er zijn, ongelooflijk genoeg, mensen die dan helemaal door het lint kunnen gaan, maar deze lading passagiers zag er de humor wel van in) en ik kon inderdaad een klein rondje Schiphol doen.
Toen ik bijna zover was, dat ik kon vertellen over het mortuarium van Schiphol (Ik was op dat punt nog even met mezelf in discussie of dat nu wel een goede "bezienswaardigheid" zou zijn, voorafgaand aan een wintersport-vakantie-vlucht) kreeg ik na ongeveer 30 minuten te horen dat de crew was gearriveerd. Dus hoe dan ook waren mijn passagiers 'saved by the bell'...
Bij het uitstappen kreeg ik van veel mensen te horen dat ze het leuk hadden gevonden.


Sinds wij Colette toevoegden aan onze kleine veestapel, was het regelmatig duidelijk: Claus is de baas. En aldus joeg en mepte hij Colette het hele huis door. Grof geschut werd daarbij niet geschuwd.
En Colette, toch al de meest vriendelijke, maar ook de kleinste van die twee moest zich maar schikken in de rol van ondergeschikte.
Een paar weken geleden kwam Claus ineens thuis met een behoorlijk groot abces op zijn kop. En dat ding deed hem pijn. Zeer tegen wil en dank, toch maar weer dat reismandje tevoorschijn gehaald, en Claus bij kop en kont erin gepropt. Dat klinkt heel zielig, maar er is werkelijk geen andere manier om Claus in dat mandje te krijgen. Als hij het ziet, vertrekt hij, en kun je het uitzoeken. Hij weet namelijk wat er gaat gebeuren, als dat mandje tevoorschijn komt, en hij weigert er vrijwillig aan mee te werken. De tijd dat hij zich met kattenkruid liet paaien is net aan niet voorbij, maar hier trapt hij toch echt niet meer in.
Dus we moesten hem met lichte dwang en op hoop van ongeschonden zege hem in die mand zien te werken.
De dierenarts keek ernaar en haalde het abces leeg en weg. Voor straf kakte hij zijn reismandje nog even vol. En als boosheid te ruiken was, had hij ons heel erg heftig bestraft.
Maar goed, we kregen pilletjes mee, en ik was de aangewezen persoon om die te geven. Dat lukte vrij aardig, helaas is het nu wel zo, dat telkens als ik Claus vriendelijk een aai over zijn bol wil geven, hij mij argwanend aankijkt, en een paar meter verderop gaat zitten.
En met dat akkefietje lijkt het erop alsof er een verschuiving heeft plaats gevonden. Want ineens is het niet meer Colette die lukraak alle hoeken van de kamer te zien krijgt door toedoen van Claus, maar is het Claus die zich serieus moet verdedigen tegen een woeste Colette. Het is niet meer Claus die heel casual Colette te kennen geeft dat ze op moet lazeren, het is Colette die Claus weg mept van dat lekkere stukje warme bank.
Toen we nog in Rotterdam woonden, was Claus heer en meester van de wijk, en elke poes of kater die dat ter discussie wilde stellen, had een hele taaie en zeker een kwaaie aan hem. Soms kwam hij thuis met verwondingen, maar hij leek altijd wel de winnaar te zijn.
Nu zijn we een paar jaar verder, en de vechtlust zit er nog steeds, alleen lijkt het erop dat hij niet meer zo krachtig is als toen. We hebben zelfs al eens gezien dat hij het moest afleggen tegen een andere kat.
En het begint ook op te vallen dat hij niet meer zo snel en soepel is als het aankomt op het traplopen en het springen op de bank. Alles lijkt in een rustiger tempo te gaan.
Nu is Claus al vanaf 2010 bij me, en toen was hij al vier of vijf, dus hij is ook alweer een jaar of veertien. Best een leeftijd voor een kater. Alleen lijkt hij soms niet altijd door te hebben dat hij wordt ingehaald door zijn leeftijd.
Enerzijds vind ik het wat sneu voor hem. Altijd heer en meester geweest, en nu moet hij zich steeds vaker verdedigen tegen een steeds feller wordende Colette en uiteraard wat hij buiten tegenkomt.
Anderzijds is het ook wel een beetje de natuur.
Claus is natuurlijk een beetje een schooier. Altijd al geweest. Hier in de buurt, is hij een bekende, want overal waar een kattenluikje zit, gaat hij naar binnen om de aanwezige kattenbrokken op te eten. En als er geen kattenluikje is, maar alleen een vermoeden van woonachtige kattenliefhebbers, gaat hij voor de deur zitten, net zo lang tot hij een snoepje, een aai of een knuffel krijgt. Zo weet dus heel de buurt wie hij is, en wordt hij door heel de buurt ook (aan mensen dan) vriendelijk bejegend (en vetgemest). Geen wonder dat hij alleen maar thuis is, als Ilse hem daar vriendelijk toe uitnodigt.
Een van de overburen heeft op die manier een hele fijne band met hem opgebouwd. En zelfs een hokje voor hem buiten gezet. (Dit deed ze toen wij er nog niet zolang woonde, en Claus op verkenning ging, en bij hun bleef hangen, om wat voor reden dan ook). En gisteren kwam die overbuurvrouw even langs. Ze ging verhuizen, en wilde een klein cadeautje voor Claus achterlaten. En ze was haast in tranen, zozeer zou ze Claus gaan missen. Ik vond het aan de ene kant erg lief en vriendelijk van haar, aan de andere kant moest ik op mijn tong bijten om niet te zeggen dat ze hem voor een tientje mee mocht nemen. Maar ik denk dat dat nogal harteloos had geklonken. En wie ben ik om vriendelijkheid te bestraffen met cynisme, nietwaar?
En daarmee is voor mij het weekend alweer begonnen.

zondag 20 januari 2019

Update :)

Het is zondagochtend, en ik zit tevreden beneden. Mijn weekend is begonnen. Dat komt omdat ik mijn weekend verplaatst heb naar de zondag en maandag. Enerzijds om Ilse te ontlasten, anderzijds om onze portemonnee te ontlasten, want kinderdagopvang is gewoon duur. Dus op deze manier bespaar ik wat geld, hoeven we werk-roostertechnisch niet al te moeilijk te doen, en als bijkomend voordeel: ik zie Jente nog eens. En dat is ook een leuk ding.
Jente wordt al bijna vier, en binnenkort gaat ze naar school. Ze mag eventjes gaan wennen, een paar daagjes in de week, en dan is het ook echt zover.
Ik wil niet zeggen dat ik het spannend vind allemaal. Maar uiteraard heb ik wel al honkbalknuppels klaar liggen, voor als ze thuis komt met verhalen over kindjes die haar pesten. Die kindjes (of liever gezegd: de ouders van de betreffende kindjes) zijn voor mij.
Ook heb ik een opblaasjas voor haar gemaakt, die moet ze aantrekken, en als ze dan tijdens té woeste spelletjes dreigt te vallen, dan blaast die jas zich op, zodat ze zich niet bezeert. Een soort van wandelende airbag. Super praktisch.
Ilse zat even door de digitale schoolgids te praten, en wist me te melden dat Jente ook op schoolreis zou gaan. Mijn eerste reactie was gelijk om te zeggen dat daar niks van in kwam. Ze is pas vier, en nog veel te jong om 3 dagen in het wild te gaan kamperen of naar Walibi te gaan, en dan uit zo'n achtbaan te mieteren. En die juffen en meesters, hoe moeten die al die kinderen in de gaten houden, en zo barstte ik uit in een gemopper en geknotter, tot ik dus beschaamd mijn waffel weer sloot. Loslaten. Het komt wel goed. Ilse had overigens hetzelfde.
Over Jente gesproken: we zaten van de week even gezellig met ons drietjes op de bank. Dat wil zeggen: ik zit zelden op de bank, want ik ben er vaak wat te "doenig" voor. Niet zozeer onrustig, maar gewoon, dat er teveel zaken zijn waar ik dan toch even iets mee wil, kan of moet. En dan sta ik weer op, en ga ik iets anders doen.
Jente was samen met Ilse ergens naartoe geweest, en had haar schoentjes nog aan, Ilse lag bij te komen op de bank, en samen zaten ze naar iets op de tv te kijken. Hoewel Ilses aandacht even bij mij lag, Jente haar aandacht lag bij haar schoen, en mijn aandacht ging uit naar de twee meiden, want ik was zelf nog niet zo heel lang thuis.
Ik wilde iets gaan zeggen tegen Ilse, maar voor ik mijn gedachten goed geordend had, registreerde mijn ogen dat Jente haar voetje in een bizar onnatuurlijke houding omhoog gevouwen lag. Dus mijn gedachten stokten even, mijn vrees voor het volgende tafereeltje werd bewaarheid: madammeke begon, met haar schoen nog om haar voeten, haar voetzolen te likken.
En dus, in het kader van 'dingen waarvan je niet gedacht had ze ooit te zullen zeggen': Jente, niet aan je schoenzolen likken, dat is heel erg vies! Bah! Weer wat nieuws.
Weer wat nieuws: diezelfde avond ging Jente naar bed. Dat op zich is natuurlijk niet nieuw, maar omdat ik de volgende ochtend extreem vroeg op moest, wilde ik me even douchen. Ik was net klaar, had nét de kraan dicht, toen Jente de badkamer binnen kwam. Ze moest een plas. Ik stapte in mijn vol(le) (ronde) glorie de douche uit, toen Jente met een iets te ondeugende blik riep: "papa, waar is je piemel nou?"
Vanuit de overloop hoorde ik Ilse niet een beetje besmuikt giechelen. En zelf wist ik op dat moment niet veel meer te zeggen dan dat ik die per ongeluk met het douchen had af- en doorgespoeld.
Wat moet je dan?

Zoals reeds eerder gemeld: ik heb dus een nieuwe bril. En dat vind ik altijd leuk. Markeert toch weer een periode van twee jaar. En je krijgt er toch een wat ander hoofd van. Niet lelijker, niet knapper. In mijn geval uiteraard wel, en ook een intelligentere uitstraling. Ik weet het zeker.
Nu draag ik het ding sinds donderdag, en ik heb in real life, gewoon 0 aan reactie gehad. En ik weet zeker dat deze bril heel erg anders is als de vorige. De vorige was namelijk wat rechthoekiger, deze is veel ronder.
Gewoon geen reactie. Spijtig.
Er kleeft ook een ander nadeel aan deze bril, hoe mooi ik hem ook vind. De brillenmevrouw, heeft op mijn verzoek de bril echt goed op mijn smoel afgesteld. Niks is hatelijker dan een bril je die continu weer omhoog moet schuiven. En bij mijn vorige bril, moest ik hem continu omhoog schuiven. Als je dat niet doet, ben je met je hoofd achterover, met je ogen omlaag aan het loensen om toch nog wat te zien, maar voor de buitenwereld ziet dat er dan toch wat zwakbegaafd uit.
Dus lekker strak, mevrouw, dat voelt beter.
En dat deed ze. Dat deed ze erg goed. Want mijn bril blijft op zijn door mij gewenste plaats zitten.
Maar dat komt wel met een prijskaartje. Dat is namelijk dat mijn rechter oorschelp nu wat aan het schrijnen is, omdat mijn oor dus nu serieus aan de bak moet om mijn bril omhoog te houden. Links heeft er minder last van, maar rechts, is serieus een protest begonnen.
Maar ik moet zeggen: ondanks dat de sterkte niet beter of slechter is geworden; een nieuwe bril, zonder krassen of vetvlekken, kijkt wel lekker weg.

Zoals gezegd: ik zit tevreden beneden, want mijn weekend is begonnen. Gisteravond al.
Ik ben, en dat is niet onbekend, al was het maar omdat mijn ronde behuizing daar blijk van geeft, een lekkerbek. Hou van lekker (gezond, maar vooral veel) eten.
En gelukkig heb ik een aantal vriendjes die dat ook doen. Een van die vriendjes is Adriaan. Die zich aan het bekwamen was, en is, in het overheerlijke en edele vis-eten, bereiden, fileren etc.
Hij werkt in een vis-speciaalzaak, en schept er genoegen in om klanten naar huis te sturen met een heerlijk stuk vers gefileerde vis. Met alle bijbehorende tips om de lekkerbek (klant) nog meer te laten genieten van zijn of haar vers aangeschafte stukje vis.
Omdat een goed stukje vis, ook spek voor mijn bek is, en omdat we nodig eens moesten bijkletsen, werd het tijd om ons weekend eens gezamenlijk in te luiden met bijkletsen, vis eten, gezelligheid.
En, omdat een stukje kennis-overdracht altijd leuk is, zou hij haring meenemen.
Wat was dat leuk om te doen. Een haring schoonmaken. In het begin wat onwennig, want zo'n dood, glibberig lijf opensnijden, van ingewanden ontdoen, de huid afstropen en de graten eruit halen, is nog niet zo makkelijk. In tegendeel zelfs. Soms voelde het alsof dat beest nog leefde, en zich tot het uiterste verzette. Gelukkig was het beest werkelijk dood. En konden we, met wat oefening mijnerzijds, genieten van een paar overheerlijke haringen. Dit als amuse, want de hoofdmaaltijd bestond uit voor Ilse en Jente werkelijk waar twee enorme lekkerbekken. (Ter vergelijk, de lekkerbek was ongeveer even groot als Jente) en voor ons een pan mosselen om U tegen te zeggen. Met vers gebakken frietjes.
Gesmuld hebben we. En gelachen. En gekletst. En gesmuld. En gesmuld. En gelachen.
Zo begin je het weekend goed.



zondag 13 januari 2019

Update.

Het is een terugkerend dingetje en met name sinds Jente er is, maar nog niet helemaal 100% los kan lopen zonder dat het op niet al te lange termijn vol-le-dig uit de klauwen escaleert, is het helemaal lastig.
Een nieuwe bril kopen. Elke 2 jaar mag het, en dus ben ik sinds Jente er is aan mijn derde paar toe.
Ik liet Jente thuis, in de veronderstelling dat de moderne technologie mij wel zou verbinden met Ilse, die dan via whatsapp wel haar mening zou geven over de brillen die ik haar digitaal op mijn snoet presenteerde.
Met mijn eigen bril op, kon ik behoorlijk goed zien of ik een specifiek montuur leuk vond. Deze zette ik dan op, en omdat er in zo'n montuur geen glazen op sterkte zitten, trok ik de meest gekke bekken, omdat een bril op nul-sterkte nu eenmaal erg vervelend loert.
Gelukkig kon Ilse daar doorheen kijken en kon zij me adviseren in welke modellen ik wél en welke modellen ik vooral niet moest nemen.
Ik wilde dolgraag echt iets anders dan het soort vierkant-rechthoekige montuur dat ik normaal gesproken kies. Dus rond. Een complete Harry Potter achtige, ronde bril, daar waren we snel over uit: dat wordt hem niet. Ik heb volgens Ilse niet een hoofd dat vraagt om een rond brilletje. Het maakt me teveel Youp van 't Potter of Harry Hek, en ondanks dat dat best aardig is, is het toch niet helemaal wat mij 'mij' maakt.
Of we zijn beiden gewoon teveel gewend aan het soort montuur dat mijn gezicht opfleurt. Dat kan ook.
Uiteindelijk kwamen we per Whatsapp tot een tweetal mooie monturen, die ik apart liet leggen, want ik kon gelijk opgemeten worden.
De uitkomst was niet daverend. Er was nauwelijks voor- of achteruitgang in mijn ogen, maar mijn brillenglazen waren na 2 jaar wel dermate versleten en bekrast dat een nieuwe bril wel noodzakelijk was.
Ik kan ook niet helemaal voorkomen dat er krassen op komen helaas. Als ik aan het rijden ben op Schiphol, rij ik heel erg vaak van directe (en laagstaande) zon naar het donker en omgekeerd. Dus moet ik vaak vlot en tijdens het rijden van bril wisselen, en dan is het zaak om dat snel te doen, anders maak ik brokken. En met de kostprijs van een gemiddelde Boeing of Airbus in gedachten, is dat niet echt iets waar ik heel veel behoefte aan heb.
De oogmeet-meneer wilde de betreffende monturen even erbij hebben, want dan kon hij de glazen aftekenen op mijn ogen. De eerste die ik opzette, vond hij toch wel erg krapjes. En hij liep even weg om ermee te rommelen. Zodat het wat beter en comfortabeler zat.
Het tweede gekozen montuur bezorgde de meneer een dikke grijns. En hij vroeg me om even wat beter in de spiegel te kijken. En toen zag ik het ook.
Dat montuur was veel en veel te klein voor mijn hoofd. Doordat het montuur zo smal was, vormden de pootjes een soort van wig, naar mijn oren toe, waardoor het leek alsof ik een veel te dik hoofd heb.
Alsof ik een soort van bijziend (en streng) varken ben. Dat was ons beiden niet echt opgevallen. Wellicht kon ook Ilse niet helemaal door mijn gekkebekkentrekkerij heen kijken.
Dus op aandringen van de toch wel zeer meelevende opticiën toch maar gekozen om dit montuur te laten voor wat het is.
Het zijn niet de duurste monturen geworden, maar wel van het merk 'converse'. Nu kan ik wel heel hip tegen de baas zeggen dat mijn werkschoenen niet bij mijn bril passen, dus dat ik echt mijn 'all stars' moet dragen, om een beetje modieus voor de dag te komen als ik de passagiers ophaal. Het oog wil ook wat, nietwaar? 

Het is een donkere tijd. En dat bedoel ik meer letterlijk dan figuurlijk. De nachten zijn lang, de dagen zijn kort. En dat betekent dat ik als ik naar mijn werk ga, ik in het donker vertrek. En als ik pech heb, ik in het donker ook weer thuiskom.
Tijdens een van die ritten, viel het me niet zo op, want het was donker, vond een of andere enorme vogel het leuk om een onbedaarlijk grote kledder poep op mijn raam te deponeren. Op het raam van de bestuurdersdeur.
In het donker viel dat niet op, maar het blijft niet donker, en toen zag ik dus wel dat mijn linker raam besmeurd was met zo'n enorme schuin naar beneden uitgelopen witte vogelkledder. Okee, soit. Kan gebeuren.
Pas toen ik bij de kazerne kwam realiseerde ik me dat die vogel me een nogal nare streek had geleverd. Mijn raam moest namelijk omlaag, om mijn pas voor de lezer te houden. En daarna weer omhoog.
Ja...
Jaha... Daar zit je dan. Met bange voorgevoelens over de afloop van dit kleine debacle, liet ik het raam zakken, en hield ik mijn pas tegen de lezer. Met nog meer bange voorgevoelens deed ik het raam dicht. En jawel. De witte kak werd door het raam-rubber over mijn hele ruit uitgeveegd en gesmeerd. Joepieeeee.
En als ik nu een witte auto had, okee. Maar op een donkerblauw-metallic auto valt witte poep gewoon echt op.

Binnenkort ga ik zelf mijn auto weer een beurt geven. Nee, dat doe ik niet zelf, dat doe ik samen met een maatje. Is het al tijd voor een beurt? Welnee. Die kan nog zeker 15.000 kilometer wachten. Maar nu heb ik even de tijd, en kan ik zelf op een brug de olie doen en dat soort zaken meer. Dit wederom onder kundige leiding van vriendje Bram, wat garant zal staan voor een goede beurt een leerzame dag, en veel onbeschaamde lachbuien en humor op en over het randje.
Nu gaan we ook wat extra deeltjes schoonmaken, en gaan we een brute sportuitlaat monteren.
Een echte Sebring.
Dat heeft natuurlijk totaal geen functie, want mijn auto is helemaal geen sportwagen. Ze zal er geen PK meer door krijgen, ze zal geen seconde eerder bij de 100 km/u wezen. Ze zal er niet stoerder door gaan brullen bij het sportief optrekken (dat ik toch al niet doe).
Maar het gaat er wél echt bizar mooi uitzien. Twee van die pijpjes in rvs ipv een enkel pijpje. 
Ik heb daar nu al veel zin in.






maandag 7 januari 2019

Update. Terug naar de dagelijkse beslommeringen.

Alweer een blog? Of ik niks beters te doen heb zeker? Voor ene P. L. te S, betekent het alleen maar meer pret op het toilet. Heeft-ie wat te doen.
Maar goed, ik wilde gisteren dus sowieso al een blog tikken over hoe het reilt en zeilt in mijn leven, maar er kwam iets tussendoor dat ik urgenter kwijt wilde.
Terug dus naar ons steeds minder Jan-Steense-huishouden.
Vrijdag kochten wij bij die Zweedse Boevenbende een kast, welke we thuis middels een configurator al helemaal samengesteld hadden. Die configurator is serieus een nieuw middel om klanten af te schrikken die geen Ilse Coster heten, en zelfs als ze wel zo heten, is het een onding.
Maar we hadden uiteindelijk de kast zoals hij ons het beste leek. Veel deuren, in hoogglans en niet mat (het moet behalve praktisch, rustgevend en ruimtebesparend ook mooi zijn, en dat mag best 30 euro per deurtje duurder zijn), wat lades.
Het bleek uiteindelijk een bestelling ter grootte van veel pakketten te zijn, die door de bezorger keurig netjes vóór in het tijdvak bezorgd werd. Leuke gozers.
Het bouwen zelf ging eigenlijk van een leien dakkie. Duurde wel heel de dag. Maar aan het eind van de dag stond er een kast waar wij heel gelukkig mee zijn.
Die avond genoten we van de lichte ruimte. Het feit dat alle donkere delen nu uit de kamer zijn, maakt dat zelfs als er geen licht aanstaat, de kamer toch heel licht voelt. En doordat het gesloten kasten zijn, lijkt het alsof er minder rommel in de kast staat.
Die avond voelden we ons moe, maar tevreden.

Dat staat in schril contrast met hoe ik me nu voel. Ik heb namelijk al twee dagen ongelooflijk last van algehele stijfheid. Van het continu bukken, schroeven, tillen. De meest bizarre bewegingen maken om die dichtgelijmde en stugge kartonnen verpakkingen open te krijgen, zonder dat je schade maakt aan de hoogglans deurpanelen.
Ik ben stijf op plaatsen waarvan ik echt had kunnen zweren dat je op die plekken nooit stijf zou kúnnen worden. En o wee als ik door die stijfheid heen ga bewegen. Dan krijg ik dermate spierpijn, dat zelfs de garnalen van schrik uit het aquarium springen en onder de nieuwe kast kruipen. Mijn rechterpols is zelfs zo erg dat ik bang ben dat ik die tijdens alle schroefbewegingen van het klussen een soort van schroefdraadverbinding tussen mijn hand en mijn arm heb gerealiseerd. En pijnlijk...
Als Jente een te woest spelletje wil doen, met veel geschreeuw van haar kant, valt ten minste niet op dat ik het uitjoel van de pijn.

Over mijn garnalen gesproken: omdat we er ook achter kwamen dat het grote aquarium toch voor ons huisje en inrichting een beetje te veel ruimte in beslag neemt, besloot ik op eigen houtje om toch maar terug te gaan naar het kleine bakkie waar het allemaal dankzij mijn onvolprezen echtgenote mee begon. Want dat kleine bakkie zou bovenop de kast kunnen, zonder dat er instortgevaar zou ontstaan omdat de kast niet berekend is op een dermate groot gewicht.
Dus ging ik vanmorgen met Jente via de gemeentewerf (heel gek: de gemeente Almere houdt geen rekening met afvalophalen met de maand december, dus we zitten met een papiercontainer van een hele maand plus alle feestdagen-pak-papier en kadokartonnen. En daarbovenop nog zeker 30 kilo enorme kartonnen kastverpakking van de Ikea en als je dat buiten laat liggen, krijg je gegarandeerd een boete voor vervuiling, maar afval ophalen, ho maar...) naar mijn viswinkel, om aldaar nieuwe zut te kopen voor mijn nieuw in te richten bak.
Tot grote hilariteit van de winkelier liet ik Jente een beetje haar gang gaan, en commentaar leveren op alle mooie vissen "Het stinkt hier papa".
"Ik wil die vis, papa" (wijzend naar een exemplaar dat volgens mij model stond voor Jaws van Steven Spielberg, en vervolgens stug volhouden dat dat heus wel in papa's 30 liter nanobakje zou passen).
Maar ze mocht ook meehelpen met het uitzoeken van plantjes, en dat deed ze dan ook bijzonder serieus.
Vervolgens kregen we bijna ruzie, want ze wilde per se een plant die ik liever niet wilde, en zij wel, en ik niet en toen werd het pruilen, haar stemmetje ging omhoog en het volume van "die wil ik, DIE WIL IK" etc ook en kwam de lieve meneer tussenbeide door wat stekjes mee te geven. Oef, brulpartij afgewend. 
En toen was het zaak om het water te mengen, de plantjes te planten, en de vissen (2) en garnalen (zoveel als mogelijk) te vangen. En die krengen zijn dus echt ongelooflijk snel, en niet van zins om mee te werken met een soepel lopende verhuizing. Uiteindelijk denk ik zeker te weten dat ik alle garnalen heb weten te verplaatsen.
En nu huizen ze dus in een mooi, charmant, klein doch smaakvol nanobakje.

Voorlopig zijn we alweer een stap dichterbij een georganiseerd bestaan. "I'm talking progress, here!" (Quote van Dennis Hopper als 'Deacon' in de film Waterworld).

Er is een pamfletje in omloop, een vertaling van een Amerikaans pamfletje, waarin een bepaald soort Gristenen aantonen dat hun religie net zo min een erg liefdevolle religie is, als waarvan ze andere religies beschuldigen.
Het staat bomvol homohaat, (volgens mij in contradictie met dat wat hun grote voorganger, Jezus Christus dicteerde) krankzinnigheden (homofilie zou te genezen zijn) en veroordelingen (daar waar de bijbel stelt dat het aan God is om te oordelen).
Los daarvan: er is inmiddels wel aangetoond dat niet alles dat uit Amerika komt, automatisch ook goed is. (Leuk detail: dat Nashville-vodje is getekend in een centrum dat "gaylord-centre heet. Over ironie gesproken).Dit is weer zo'n voorbeeld. Ze zetten zichzelf daarmee totaal buiten spel, en de klok binnen hun gelederen niet 10 maar 300 jaar achteruit.

Mijnheer Rutte heeft ooit eens gezegd dat er in Nederland geen plaats is voor mensen die onze fundamentele waarden en (homo)rechten niet erkennen.
Ik hoop dat meneer Rutte nu de daad bij het woord voegt, en die griezelige van der Staaij en zijn volgelingen als de wiedeweerga het land uit flikkert.

Goddank (pun intended, ik ben niet bijzonder gelovig) zijn er enorm veel predikanten die krachtig afstand nemen van dat zogenaamd christelijke vodje vol met nonsens, anders voorspel ik dat de leegloop van de kerken met een nog veel grotere snelheid plaats zal vinden.

Ik ga nog even genieten van een leuke avond met vrouwlief. 

zondag 6 januari 2019

Bedankt Peter.

Een van mijn trompethelden is niet meer. Peter Masseurs is overleden.
Jaren geleden les van de man gehad. En dan dit bericht. Dat is even slikken.
Maar dan komen de herinneringen. Herinneringen aan prachtige muziek. Waanzinnige lessen.
Een paar ervan wil ik delen. Gewoon omdat het kan.

Toen ik nog student was aan het Amsterdamse Conservatorium, hadden we elke vrijdag orkestspel-lessen van Peter Masseurs. Dat waren lessen bedoeld om repertoire kennis, stijlbesef, en samenspel op topniveau te leren.
Peter Masseurs was toen solo trompettist bij het Concertgebouw orkest. En als er iemand was die energiek, muzikaal, enthousiast en tot in het absurde vakbekwaam ons kon begeleiden en opleiden was hij het wel.
Die lessen stonden bol van kennisoverdracht, een enkele woedebui omdat we het echt niet begrepen, veel humor, maar vooral veel liefde voor het vak, de studenten en muziek.
Prachtige uren waren het, maar ook ongelooflijk uitputtend. Na 1,5 uur waren we doodop, kregen we pauze, en als Peter tijd over had, gingen we erna gewoon nog een uur door.
Uren waaraan ik nu nog met veel liefde terugdenk.
Na een van die lessen togen vriendje John en ik naar de rokerskantine voor een broodnodige shot caffeine en nicotine.
Peter was zeker niet de beroerdste, en kwam mee.
In het beginsel zaten we in stilte, een beetje gaar voor ons uit te staren. Alle informatie die er bij ons werd ingestampt, moesten we even verwerken en een plekje geven. En na te genieten van de humor, en de mooie muziek de we hadden gemaakt.
Toen begon Peter te praten. Waarover het ging, weet ik echt niet meer, maar het was een redelijk serieus gesprek met een gezellige ondertoon. Of andersom.
Ik praatte al vlot mee, John zat nog heel casual wat voor zich uit te staren. En rookkringen te blazen. Dat was zijn talent, naast de vele anderen die vriendje John heeft. Ik heb dat nooit gekund.
En op dat moment kwam dat specifieke talent van John, en het gesprek van Peter en mij samen op een manier die we nooit hadden kunnen voorzien.
Peter sprak John rechtstreeks aan op zijn roken, denk ik, en John draaide zich al kringetjes draaiend naar Peter toe. En in die beweging belandde er dus een perfect gedraaid kringetje (John heeft ze daarna nooit meer zó perfect rond gekregen als toen) al dansend rond de neus van Peter, om daar vervolgens een paar seconden te hangen. Alsof dat rookkringetje even niet wist wat het daar moest, rond die neus.
Normaliter is het zeer onbehoorlijk om rookkringetjes rond de neus van je professor te blazen, maar dit was zó vreselijk onverwacht, ondoordacht en afwijkend dat we alle drie in geschater uitbarstten.

Een andere herinnering.

Het was denk ik in mijn voorlaatste jaar als conservatoriumstudent dat mijn hoofdvakdocent me wat meer vrij liet. Hij had toen denk ik in de gaten dat ik geen standaard symfonieorkestenspeler ben, en dus liet hij me meer de vrijheid om te doen en laten wat ik wilde. Dus ik mocht ook meer lessen nemen bij de mensen bij wie ik dacht dat ik iets kon halen.
Mijn eerste gang was die naar Peter.
Vanwege alle orkestspel-lessen kende hij me al, en vond hij het een heel leuk plan om een paar lessen te geven.
Zijn een op een lessen waren net zo energiek als de groepslessen. Meteen vanaf de eerste minuut vol gas. Om de haverklap werd ik onderbroken voor tips en ideetjes om mijn spel te verbeteren. Om nieuwe inzichten te krijgen.
Heel mooi was dat. Maar Peter was niet alleen verbaal en qua overdracht heel energiek, hij kon ook niet stil blijven staan. Als hij wat uitlegde, als hij vertelde hoe hij iets wilde horen, bleven zijn armen, benen, hoofd en, nou ja eigenlijk hij helemaal, gewoon niet stilstaan.
Armen zwiepten alle kanten op, benen gingen dan meestal mee, soms ook een totaal andere kant op. En dan zat hij mee te brullen als je speelde. Geweldig.
Geweldig, tot hij op een gegeven moment met zijn arm tijdens het spelen, tegen mijn trompet aan knalde, waardoor mijn trompet een millimeter of twee meer dan de bedoeling of prettig was, mijn lippen binnen schoven.
Gedurende enkele seconden bleef het doodstil. Oorverdovend zelfs, na alle herrie die we gezamelijk maakten.
Het leken wel uren.
Je kon een speld horen vallen.
Peter, die normaal een gezonde kleur had, trok bleek weg, en begon te stamelen.
Ik voelde al rap dat het niet lekker was, maar niet onoverkomelijk, dus ik trachtte hem gerust te stellen.
Komt goed, we gaan koffie drinken.
Als ontdaanheid een uiterlijkheid zou zijn, zou Peter het op dat moment zijn geweest.
Ik heb nog een aantal lessen van hem mogen hebben. De meest waardevolle tijdens mijn studie.
En die verliepen gelukkig niet allemaal zo heftig.

Mijn persoonlijk mening: Peter was een fantastisch mens. En een fantastische musicus, die hoogstwaarschijnlijk op basis van puur toeval een trompettist was.
Ik vind hem Nederlands beste trompettist ooit. En niet alleen Nederlands, maar ook heel erg ver daarbuiten. Ik ben niet snel idolaat van trompettisten. Heel vaak heb ik het idee dat bij veel trompettisten het ego belangrijker is dan (het talent voor) de muziek.
Altijd als er een concert was met hem als trompettist, zakte mijn bek op mijn knieën. Zo mooi als hij kon spelen. Hij gooide zijn hele ziel en zaligheid in elke noot die hij speelde. Hij is een van de weinige trompettisten die mij echt ooit hebben geraakt. (En dan niet alleen maar letterlijk, maar zeker en vooral ook figuurlijk).
De man was muziek.
Het is uiteraard gelopen zoals het gelopen is, en we verloren uiteindelijk contact.
Ergens is dat heel jammer. Maar gelukkig mag ik mijn herinneringen aan deze warme, hartelijke, tomeloze en muzikale man koesteren.
Ik weet heel erg zeker dat als er een hemel bestaat, dat Peter nu in het hemelse orkest lekker muziek aan het maken is.








dinsdag 1 januari 2019

Een blanco vel, inmiddels niet meer zo blanco.

Het is weer een vers, blanco jaar en dan kan ik mezelf niet helemaal bedwingen. Handenwringend zit ik tegen het witte vel van het jaar aan te kijken. Net zoals ik tegen het witte "vel" van mijn nog behoorlijk lege blog zit te staren.

Maar daar gaat verandering in komen.

Allereerst wil ik u allen van harte welkom heten in 2019. Een jaar waarin ik nieuwe kansen ga krijgen, zoeken en aangrijpen. Een jaar waarin we hopen het 5 jarig jubileum van ons huwelijk te vieren, het jaar waarin mijn dochter 4 wordt, en dus naar school mag (och heden, daar gaan blogs over komen, hou je hart maar vast en op voorhand alvast mijn excuses voor al te emotionele schrijfsels daaromtrent).

Omdat zowel Ilse als ik baat hebben bij rust en orde in de tent, én omdat de huidige inrichting daar niet toe bijdraagt, hebben we raad gevraagd bij iemand die daar veel meer verstand van heeft.
En uiteindelijk zijn we er dus toe gekomen om het berghok boven eens grondig uit te zoeken, en te mesten, en heel veel zaken gewoon weg te gooien.
Dit doen we, om beneden meer rust te krijgen. Want beneden leven we, en de kast die we maakten van fruitkisten, is absoluut leuk en hip, maar levert ook een hoop onrust, rommel en ongemak op.
Dus de kratten deels naar boven, om wat extra bergruimte te maken. Voor de spullen die we niet naar het stort brengen.
Maar goed.
Eerst dus de troep boven eens sorteren.
Heeeeeeeeel veel kilo's aan oude paperassen, en troep die we verhuizingen lang meezeulden, zonder te weten wat we er in vredesnaam mee zouden moeten.
Ik vond bijvoorbeeld 2 paar houten klompen. Twee paar houten klompen die ik als kind van een jaar of 4-5 droeg. Met een royaal gebaar wilde ik ze in de daartoe klaargelegde vuilniszak werpen, toen Ilse ertussen sprong (die kreeg dus bijna letterlijk klop met een klomp) en ze wilde bewaren.
Ja, godallemachtig, we zouden zaken wegflikkeren, niet eindeloos betasten en bewaren.
Maar inmiddels heb ik Jente er op zien lopen, en het ziet er wel snoezig uit. Dus vooruit, bewaren maar.
Gelukkig hebben we ook inmiddels kilo's aan troep weggegooid, en staat er kilo's aan troep klaar om weggegooid te worden.
Bijvoorbeeld een set tentstokken, behorende bij een voortent. Die voortent, behoorde bij de caravan, die we reeds verkocht hebben. De voortent zelf, is tot op heden vermist, maar die stokken wel. Vreemde zaak. Maar goed, die gaan naar de oud-ijzer-verzamelaar. 
Ik vond tussen alle papiertroep ook een kraslot. Een opengekrast kraslot. Waarop zeer duidelijk mijn winst stond: 2 hele Euro's. Helemaal blij wilde ik het lotje in mijn portemonnee stoppen. Ten slotte, de jackpot van de staatsloterij ging ook al aan onze neus voorbij, dus deze opsteker zou een leuk begin zijn voor het nieuwe jaar.
Ik keek nog eens goed, en mijn euforie veranderde in een diepe droefenis. Dat kraslot had namelijk voor 31 december 2017 ingeleverd moeten worden. Jammer dit. Heel jammer.
Ook hebben we niet minder dan 4 kratten aan boeken weggebracht. We hadden er te veel. Waar laat je in vredesnaam 4 kratten boeken?
Het ziekenhuis in Almere heeft een soort van bibliotheek, en we hadden het leuke idee om die boeken daar te doneren.
De vrouw aan de telefoon was best blij toen ik belde.
"Hallo, met Marnix Coster, ik bel om te vragen of jullie blij worden van een paar boeken voor de patientenbibliotheek".
"Nou! Heel graag, als ze een beetje in goede staat zijn, willen we best een paar boeken hebben. Hoeveel boeken gaat het om?"
"4 Albert Heijn kratten vol".
"Oh my GOD!!!! Dat zijn niet een paar boekjes... Dat is echt een beetje te veel. Zou u misschien 2 kratten kunnen komen brengen? Want vier kratten vol, kunnen wij ook niet kwijt. Hihihihi".
"Geen probleem, ik kom er zo aan".
En de rest van de boeken zijn naar de kringloop gegaan.

Alles om ruimte te krijgen voor een nieuwe kast. Met deuren. Een kast die door Ilse op de site van de Ikea met heel veel pijn en moeite is samengesteld, precies naar onze wens.
En met pijn en moeite bedoel ik letterlijk, want die site werkt echt ongelooflijk slecht. En op haar zenuwen.
Gelukkig maar dat Ilse het deed, ik had na 2 keer proberen de site met laptop en al door het raam naar buiten gekeild. Al scheelde het bij Ilse niet weinig, moet ik daaraan toevoegen. Regelmatig zag ik haar ogen vuur spuwen, en die zuiltjes van rook die verdacht dicht bij haar oren omhoog kringelden, waren niet van mijn sigaretten, want binnen rook ik niet.
Het feit dat ook Jente met een angstvallig grote boog om Ilse heen stapte, sprak ook boekdelen. En dan vloekte ze nog niet.
Maar.... We zijn er in geslaagd om een kast samen te stellen waar we blij van worden.
(Ja, bij die zweedse boevenbende, maar soit. Principes zijn er om vanaf te stappen).
(Nee, geen zelfbouw, want daar heb ik nu even geen tijd of energie voor).

En dan is het tijd om naar de schoonouders te gaan om oud en nieuw te vieren. Jente inladen, Ilse inladen, spullen inladen en gaan.
Uiteraard, net toen ik mijn eerste biertje naar binnen had geslingerd, kwam mijn aanminnige echtgenote er achter dat ze haar insulinepompje vergeten was. Dus toch nog (het kon nét) even naar huis gieren om dat pompje te halen. Waarbij ik Claus, die zijn kans schoon zag om naar buiten te glippen, naar binnen moest bulderen. (Katten hou ik binnen met oud en nieuw, sinds ik weet dat er verziekte untermenschen rondlopen die het leuk vinden om vuurwerk in katten-anussen te proppen).
Jente lekker op bed, met de belofte haar wakker te maken voor het vuurwerk. Dat leek haar machtig mooi.
En inderdaad, even voor 12 haalden we een nog steeds half slapende Jente uit bed, die rond twaalven even niet meer wist hoe ze het had met alle kletsende-zoenende-drinkende-etende-proostende mensen om zich heen.
Maar naar buiten wilde ze wel. En wat was ze onder de indruk (en zelfs een beetje bang) voor het vuurwerk. Ze wist gewoon niet waar ze moest kijken, hoewel ze uiteindelijk liever in papa's auto zat, om het vuurwerk te zien, maar minder te horen.
Het gevolg was wel dat ze toen wel erg over haar slaap heen was, en het even later toch best een toer was om haar weer in haar bed te krijgen.
Om van vandaag maar te zwijgen.
Ach ja. Wakker worden om 5 voor 12 in de nacht, je doet het maar één keer per jaar. Als het goed is.

Gelukkig nieuwjaar allemaal.






Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...