maandag 27 november 2017

van Baerlestraat pt.2

Een kleine herinnering.
Ze heet Cynthia. Een hele leuke, jonge meid uit Purmerend. En samen brachten we vele uren door in de catacomben van het conservatorium in Amsterdam. (Niet altijd samen, overigens).
Niet dat zij nu zo muzikaal was, maar dat maakte niet uit. Ik had op mijn beurt letterlijk én figuurlijk niet veel kaas gegeten van het fenomeen catering.
Zij werkte in de kantine van het conservatorium, en ik kwam er vaak. (Hoofdvak kantine, niet voor niks voor en door mij uitgevonden). In de vroege ochtend, als ik nog brak was van de late avond ervoor, kwam ik beneden. En met mijn ongestreken, verkreukelde smoel wist ik nauwelijks verstaanbaar uit te brengen dat ik koffie wilde.
En koffie kreeg ik. Vers gezet. 30 cent. Of 50 cent. Zoiets. En die kreeg ik dan van Cynthia. Die me breed lachend vroeg of het laat was geworden.
Met die koffie stiefelde ik naar het rokersgedeelte van de kantine. Dat kon toen nog. Men was er niet zo vol van haat tegen rokers dat die maar naar buiten verbannen werden.
Soms, als het rustig was, kwam ze erbij zitten. We kletsten dan wat over het weer. Over het feestje. Over haar kinderen. Over van alles en nog wat. Meestal ontdooide ik dan wel wat, en was ik klaar voor het eerste college (kak-theorie) of les (trompet) of gewoon wat zelfstudie.
Na een paar uurtjes was het tijd voor de lunch.
Voor een paar euro (minder dan 5, dat weet ik zeker) kon ik een paar lekkere echt vers gemaakte broodjes kopen. En weer werd er naar me gelachen. Grapjes gemaakt.
Uiteraard werkte ze daar niet alleen. Ze had collega's, oudere dames. Die alle hoofdvak-kantine-studenten bij naam kenden, en wisten wat we speelden, hoe het ging enzovoort enzovoort.
Samen met deze collega's maakte Cynthia de kantine (die in de kelders lag, dus het meest vochtige deel, en ook het meest ongezellige deel van het conservatorium was ) tot een gezellige ruimte. Waar lekkere geuren hingen (ik ben er ooit wel eens op gewezen dat roken wellicht was toegestaan, maar die al te geurige kretek sigaretten toch maar liever niet, de bakkerij 3 panden verderop klaagde over stankoverlast), waar bijtijds gezellige kerstversiering werd opgehangen, en waar alle aankondigingen van wat minder voor de hand liggende feestjes werden opgeplakt. Kortom: Cynthia en haar lieve collega's maakten een dag aan het conservatorium nog draaglijker.

Het CVA had ook een dependance. Vlak bij het station. Het zeemanshuis. Daar kwam ik minder vaak. Vond het een ontzettend onprettige tent. Ondanks dat de mensen die het bestierden er best goed te pruimen waren.
Ook de kantine was een slag ongezelliger dan in de van Baerlestraat. Niet alleen kwam dat door de ruimte, ook de dame die daar de soeplepel zwaaide, was op zijn zachtst gezegd dubieus. En het volgende voorval zorgde ervoor dat ik er alleen maar fabrieksmatig ingepakte eetwaar kocht.
Dat zat zo:
Ik kwam in het Zeemanshuis voor een lesje algemene muziekleer, en na die les stegen er heerlijke geuren op uit de kantine. Op mijn vraag wat daar zo lekker rook, kreeg ik te horen: mosterdsoep (en fluisterend: van Unox).
So far so good, en een lesje algemene muziekleer maakte mij behoorlijk hongerig. En een lekker mosterdsoepje met een broodje, dát ging er wel in.
De juffrouw schepte een kom vol, kwakte een homp brood ernaast, en ik ging lekker zitten smikkelen.
Tegenover me zat Ruud, of Kees. Weet ik niet meer.
De soep wordt zelden zo heet gegeten als dat ze wordt opgediend, dus een beetje soppen met dat brood en wat napraten over de les en voorbespreken van de komende les, tot de soep een min of meer eetbare temperatuur had.
Ik tilde de lepel uit de kom en wilde die charmant naar mijn wijd openstaande mond leiden, toen mijn tafelgenoten me wat raar aankeken. Dat wil zeggen: hun blik richtte zich op mijn soeplepel, die nog een beetje droop. Een beetje lang bleef doordruipen. Ik keek ook maar eens naar mijn lepel.
En de rillingen liepen niet eens spontaan meer over mijn rug. Mijn keel ging onomkeerbaar dichtzitten.
Van mijn lepel, tot in mijn soepkom hing een lange, grijs-zwarte haar. In de kleur van de lange, toch wat onverzorgde, grijszwarte haren van de kantine juffrouw.
En langs die haar droop dus de soep van mijn lepel terug de kom in.
Ik wil eerlijk bekennen: ik vind banaan oneetbaar ranzig, maar die soep heb ik ook niet opgegeten.
Toen ik er een opmerking over maakte, leek de kantine juffrouw niet in het minst verbaasd. Ze wilde me nog afschepen met een nieuwe kom, maar ik heb maar gekozen voor een voorverpakte roze koek. Wel zo veilig.

Eenmaal terug in de kantine van de van Baerlestraat, deelde ik dit verhaal met de meiden/dames die daar werkten, en konden we er smakelijk ;-) om lachen.

Inmiddels ben ik een aantal keren terug geweest op het conservatorium. Niet meer in de van Baerlestraat, dat is inmiddels een hotel geworden waar je als gast meer dan 1000 euro per uur moet aftikken om er te logeren. Maar wel het nieuwe conservatorium. Tot mijn verdriet werkten Cynthia en haar collega's er niet meer. De catering is in handen gekomen van een bedrijf dat van armlastige studenten koudweg 1,80 voor een kopje machinekoffie vraagt, en minimaal 4,50 voor een lullige sandwich. Het personeel is hip gekleed, spreekt geen Nederlands en is nauwelijks zo persoonlijk geinteresseerd en menselijk als de kantinedames van de van Baerlestraat.
Niet in alles verbeterd dus, dat conservatorium. Hoewel ik meteen geloof dat de kans dat je er dikke zwart-grijze haren in je soep aantreft, ook met 100% gedaald is.

Een klein ander dingetje:

Sinds ik een CPAP heb, heb ik eigenlijk niet echt noemenswaardig last meer van slaapapneu. Joechei.
Maar als ik verkouden ben, loop ik het risico dat ik mijn masker volhoest, of volnies, of dat de watervallen uit mijn neus mijn masker afvullen, en dat ik alsnog stik.
Dus dat is een klein dingetje. Maakt niet uit, hou je toch.
Gevolg is wel dat ik als ik dan verkouden ben, ik ook overdag meer slaap nodig heb. Eventjes bijtukken.
Die kans heb ik niet altijd, en dan wil het wel eens voorkomen dat ik op momenten dat het wel kan, gewoon even wegzak.
Dit gebeurde me de laatste keer dat ik in de houding werd gezet. Er moesten binnen het TKKMAR wat medailles uitgereikt worden, er moesten wat mensen bevorderd worden en er werd afscheid genomen van wat mensen.
We werden in de houding gezet, en de hoge heer nam het woord. En nam dat behoorlijk ruim. Ik sukkelde weg. Staand en wel zakte ik in een kort hazeslaapje.
En ben dan wel zo lucide dat ik op mijn benen blijf staan. Toch prettig. Maar wel slapend. Tot ik, omgeven door grinnikende mensen aan mijn arm werd geschud. Ik bleek ook staand slapend te snurken. Niet heel charmant. Wel komisch.

Inmiddels is de waterval van mijn neus opgedroogd. Net op tijd, want het is een behoorlijk drukke periode. 





zondag 19 november 2017

De burgerlijkheid compleet



Tot een jaar of 5 geleden, zou ik je hartelijk hebben uitgelachen, als je me gezegd had dat ik over 5 jaar een huiseigenaar zou zijn, met 1 kind, 2 katten, een aquarium, een 5-deurs linnenkast, 2 gezinsauto's voor de deur, een caravan in de stalling, en als kers op de taart een buffetkast.

Toen Ilse besloot bij mij in te trekken, en het met een huwelijk en een kind op komst heeeeel erg serieus dreigde te worden in mijn leven (de caravan die er overigens niet geheel chronologisch of zelfs maar logisch al was, laat ik even buiten beschouwing), moest er ook een heuse linnenkast komen. We konden onze kleding toch echt niet langer in de lundia kast proppen. Logisch ook, want een lundia kast is een open-planken-kast, die niet bepaald berekend of zelfs maar bedoeld is voor kleding.
En die linnenkast, dat was toch wel ff een dingetje.
Dat ik mijn vrouw zwanger had gemaakt, oke. Soit. Kan gebeuren. Maar die linnenkast. Dit deed mij denken aan een verhaal van Pieter Cornelis Koolhoven, die die linnenkast perfect wist te omschrijven als veroorzaker van koudwatervrees bij een aanstaande bruidegom, die zijn vrijheid ziet wegvliegen... (Geef mij maar een hond, van PC Koolhoven, een wat bedaagd maar uitzonderlijk leuk boek om te lezen, ook voor hondenhaters).
Alsof ik inderdaad met de aanschaf van die kast mijn vrije-jofele-jongehonden-leven opgaf.
5 deuren. Want ik wilde veel leggen (lees: proppen). Ilse wilde veel hangen (lees ook proppen, want we hebben zoveel kleding dat zelfs 5 deuren eigenlijk niet afdoende zijn), en we wilden ook nog mandjes voor het kleine grut.

Goed, Jente was krap aan 1,5 jaar oud, en tot onze blijdschap en verbijstering kregen we een hypotheek voor een huis. En dus vertrokken we met kind, poezen, vissen, en linnenkast naar Almere.  (Die linnenkast, is een PAX van Ikea. Achterlijk duur, maar van hetzelfde schijt-mdf als de billy, dus eigenlijk niet gemaakt om te verhuizen, ondanks dat je voor die onzin 100-den euro's moet aftikken. Prijzen waarvoor je zou mogen verwachten dat het allemaal juist net wat chiquer is dan mdf. Gaat helemaal nergens over, bij die Zweedse boevenbende).
Ons leven leek helemaal compleet.
Maar ja. Ook in de keuken was het zo dat we niet echt heel veel ruimte over hadden. Want 1 bakblik is natuurlijk niet voldoende. En 2 ovenschalen ook niet.
Gelukkig had ik 15 jaar geleden al een paar prachtige expedit kasten gekocht (dat was dus in de tijd dat de Ikea nog student-muzikant-ondermodaal-vriendelijk was). Want dat was praktisch. Echt mooi waren ze diverse verhuizingen en verplaatsingen verder niet meer. Maar nog steeds sterk genoeg.
Echt mooi in het interieur (toch al een allegaartje van brocante, zelfgemaakt en modern) passen deden de trouwe expedits ook niet. Maar ze voldeden.
Tot ik op een goeie dag vond dat het echt niet meer kon. De woonkamer leek dicht te slibben, die kasten waren eigenlijk net niet praktisch genoeg, en er moest maar eens een mooie buffetkast komen.
Deze wens leefde bij ons samen al een poosje. Maar zelfs op marktplaats zijn die krengen godsonmogelijk duur. Maar echt. 900 euro voor een stapel hout. Met glazen paneeltjes in de deuren. Dat glas zal dan wel swarofskie kristal zijn. Anders is 900 euro voor een kast echt best heel erg veel geld.
[Ik heb net even een peukje staan roken, en onder het roken bedacht ik mij dat die 900 euro zo gek nog niet is. Als ik het zelf had moeten bouwen, zou ik waarschijnlijk eerst voor 900 euro aan hout dusdanig verruïneerd hebben dat het rijp was voor de open haard van mijn schoonouders, en dan zou er dus nog geen kast hebben gestaan. Los van het feit dat ik er simpelweg geen tijd voor zou hebben gehad].
Tot we er vandaag eentje op marktplaats zagen staan. In de Zaanstreek. Voor een prijs die we ervoor wilden betalen. Pik-in. Tis winter!
Om daar te komen, bleek geen sinecure. Ik vond Garmin bij tijd en wijle echt ellendig disfunctioneren, de kaarten van meneer Steve Jobs, doen het zo mogelijk nog erger. We hebben de complete ring van Amsterdam, maar ook die van Zaandam gezien, en die heeft niet eens een ring, dus kun je nagaan.
En fin, we kwamen aan, en de koop was snel rond. Maar groot! Zwaar! De tering.
Gelukkig was er een hele lieve jongeman die wel even die twee kastdelen samen met mij in de gehuurde aanhanger wilde zetten.

Eenmaal thuis, tijdens en na het inrichten, werd ik nog even gekker. Het was (op zich niet heel erg onverwacht) ineens nóg voller in huis. Dus ik besloot eigenmachtig dat de oude trouwe expedit maar uit elkaar moest, zodat we ruimte hadden om de nieuwe buffetkast in te ruimen.
Buffetkast. Zeg dat woord drie keer achter elkaar. Laat het even over je tong rollen. Buffetkast.
Burgerlijkheid begint ook met bu.
Hij is echt prachtig. Zware kwaliteit ook. Maar toch.
En met het slopen van de trouwe expedit viel me ineens in dat dat ook het allerlaatste meubelstuk is dat me bond aan mijn ruige studentenbestaan. Aan mijn wilde vrijgezellen leven. (Althans, zo hou ik me dat voor, want zo ruig en wild was ik niet. Niet echt. Denk ik).
Nu is, voor zover ik nu kan zien, er niks meer in huis dat ik niet samen met Ilse heb gekocht.
Dus toch met enige weemoed, maar zonder verdriet, keilde ik die oude, trouwe expedit achterin mijn auto. Morgen een ritje naar het stort.

Overigens: dit hele verhaal leverde dus wel een ander probleem op: mijn prachtige aquarium stond op de expedit. En op de buffetkast was er geen ruimte voor mijn woonkamerjuweel. Dit hebben we opgelost door de ene expedit te vervangen door de andere kallax. Een kleinere variant, dat wel. De kallax is de opvolger van de expedit, maar heet anders, en dat gaf ikea de mogelijkheid om de prijzen van die dingen maar eens lekker te verhogen. Zoals ik al memoreerde: boevenbende. Maar ja, zie er maar eens aan voorbij te gaan).

Hoe dan ook: ons huis is er wel echt op vooruit gegaan.





zondag 12 november 2017

Zomaar wat.

Inmiddels is het 18 jaar geleden dat ik naar het conservatorium ging. Ik heb daar best wel wat geleerd, maar zeker niet alles.
Bijvoorbeeld promotie, zakelijk zijn (het hele verguisde ZZP'er zijn). Maar ook omgaan met complimenten, heb ik er niet echt geleerd.
Niet omdat ik ze nooit kreeg, want ik kreeg naast zeer regelmatig de wind van voren, ook best wel wat complimenten.
Het applaus dat je krijgt, is je compliment. Dan buig je, en is het klaar. Hoe je daar verder op sociaal verantwoorde manier mee omgaat, was en is me volslagen onduidelijk gebleven.

18 jaar geleden ging ik naar het conservatorium, en stapte ik in een raar wereldje van vechten om te weinig banen, vechten om klussen die soms minder betaalden dan wat een vakkenvuller bij de Lidl verdient. En klussen waarbij studenten, profs en amateurs naast elkaar speelden.
Niets zo ondoorzichtig als het zijn van musicus. Elke gek mag zich beroepsmuzikant noemen, of ze nu wel geinvesteerd hebben in hun beroep door middel van opleidingen, lessen, masterclasses en fatsoenlijk materiaal, of niet.
Net als dat er mensen zijn mét zo'n papiertje, maar die alsnog niet in staat zijn om een deuk in een pakje boter te spelen.

Hoe dan ook: tijdens mijn studietijd was ik als jonge blaag te gast bij een ensemble dat bestond uit "vergevorderde amateurs", beroepsmensen en een paar studenten. Een van de "leiders" van dat ensemble was een behoorlijk sterk karakter. Kon behoorlijk spelen, voor een amateur, en had het daarbij voornamelijk van zijn ervaring.
Maar hij had als nadeel dat hij vond dat zijn mening, door ervaring wijs geworden, belangrijker was dan andermans (en zeker mijn) mening (in mijn geval omdat ik volgens hem te onervaren was, ondanks dat ik het mogelijk door geleerde kennis misschien wel beter wist).
Boeide me niet zo. Dan geef ik mijn mening niet (gevraagd of ongevraagd), ik speel mijn noten, cash mijn centen en ben weer weg.
Het was verder een beste vent, en hij kon behoorlijk spelen. Dus echt heel erg vreselijk om met hem te spelen was het ook weer niet. Ik had wel met erger gespeeld. Een paar verhuizingen en vele jaren verder, kwam ik de man bij toeval weer tegen bij een heel ander klusje. Gezellig zitten kletsen tussen het muziekmaken door.
Inmiddels doe ik nog maar heel weinig van dit soort klusjes. Amateurorkesten willen liever vaste mensen hebben van goed amateur niveau dan tijdelijke mensen, die beter spelen, maar wel (meer) geld kosten. Begrijp ik ook.

Vandaag speelde ik een concertje in een kerk in Amsterdam. Terug naar de stad waar mijn beroepsmatige muzikanten bestaan een echte start maakte.
We openden het concert na de pauze met de soundtrack van de film "Born on the 4th of July". Een pracht van een stuk, met een pracht van een solistische trompetpartij erin. Op mijn buik geschreven. Maar dan niet echt, want geschreven voor Tim Morrison, een fenomenale speler.
Eigenlijk een draak van een inzet.
Op een noot waar ik ooit op ongelooflijk lullige manier vanaf mieterde toen de koning op 10 meter afstand stond. Heel jammer was dat. Perfect passend bij de opname die Lucky TV er van ging maken. En dan moeten toegeven dat dat ongelooflijk lullig klinkende deuntje ook echt life zo gespeeld was...
Allez, is geweest, denken we niet meer aan.
De inzet tijdens dit concert kwam, ging goed, en het speelde eigenlijk best lekker, zo in dat kerkje.
Na afloop van het concert, maakte ik dat ik buiten kwam. Ik wilde een peuk. Eventjes nadampen. Heb ik nodig. Gewoon even een klein momentje voor mezelf, voor ik weer naar binnen ga, en andere zaken ga doen.
Ik stond buiten te wachten, en kreeg diverse complimenten. Leuk. Ik knik dan vriendelijk, zeg beleefd "dank u wel", en probeer te genieten van mijn sigaretje en wat kwinkslagen met het publiek of collega's. Snel over dat complimentje heen kletsen. Ik zou namelijk niet weten wat ik verder met een totaal onbekende moet bespreken die me een compliment gaf. Nooit geleerd of en hoe je dan zo'n gesprek verder moet voeren. Moet dat wel? Of zeg je dank je wel, en loop je vervolgens weg? Is dat dan niet onbeleefd? Maar wat dan?
Ik doe maar wat. En meestal probeer ik het te ontlopen. Omdat ik er gewoon niet zo goed in ben.
Tot er op een gegeven moment wel 3 collega's naar buiten kwamen stormen, om naar mij te vragen. Er was iemand naarstig op zoek naar me.
Mijn eerste reactie was vragen of het een lekker ding was. Iets met hoop, zotten en vreugde.
Nee, het was geen lekker ding. Hij liep wat moeilijk.
Ja, die man wilde dolgraag en perse met mij praten. Wie het was, konden ze me niet vertellen.
Oei...
Een onbekende die met mij wil praten.
Snel ging ik mijn geheugen af. Heb ik soms iemands vrouw beledigd? Heb ik iemands vrouw afgepakt? Het zal toch niet? Ik kan me ook niet herinneren dat ik in Amsterdam recent nog ontuchtige handelingen heb verricht die ertoe zouden kunnen leiden dat men mij tijdens een concert op gaat zoeken.
Mijn eerste reactie was nogal lomp: heh nee. Laat me eerst ff mijn peukje roken.
Maar toen ik naar binnen wilde vluchten, klonk het in de gang al: "ben jij Marnix?" En toen zag ik hem aan komen lopen. Strompelen.
De eerder genoemde trompettist. Mijn eerste reactie was om mijn hand uit te steken, en hem vriendelijk te schudden, maar die werd niet beantwoord. Wel zag ik een volstrekt uit zijn verband gerukt gezicht. En na het in ontvangst mogen nemen van wat warrige complimenten, vroeg ik wat er met hem aan de hand was.
Zijn antwoord kwam er nogal laconiek uit:"ik heb een hersentumor, en ben aan het doodgaan, ik kan niks zelf meer, maar wel nog naar je luisteren. Ik ben trots op je".
Kak.
Dat gezicht, was dus uit zijn verband gezakt, vanwege chemo. En het warrige verhaal... Naja, tumoren in hersenen staan er ook weer niet om bekend dat ze erg goed zijn voor de kracht van het menselijke brein.
Nogmaals kak. Dit hakte er toch wel in. Het onverwachte van deze ontmoeting, letterlijk op elk vlak.
We moesten naar de bus. Dus heel veel tijd was er niet.
Ik realiseerde me dat ik hem waarschijnlijk nooit weer zou zien. We waren geen vrienden van elkaar. Dus wat zeg je dan bij zo'n afscheid. Weer zo'n moment waarop ik had kunnen bewijzen sociaal aanvaardbaar gedrag te kunnen vertonen.
Tot ziens? Terwijl je hem nooit meer zal zien?
Het beste? Ja, maar ja, je weet dat dat niet meer komt, de man gaat dood.
De mazzel? Ja veel geluk.
Ik heb het maar gehouden bij: groetjes. Wat eigenlijk ook heel raar is.

Los van dit soort ontmoetingen, had ik dit weekend dus eigenlijk alleen maar leuke concerten, (de eerste was in Sliedrecht, en toen we met de trompetsectie uit eten gingen, hadden we dus het genante moment dat we voor het vinden van het restaurant de googlemaps-app nodig hadden, terwijl het restaurant letterlijk aan de overkant van de straat zat, en letterlijk in het blikveld. Staat heel maf. Ben je 5 minuten met google maps op je telefoon aan het hannesen terwijl het restaurant letterlijk op 10 seconden lopen is) en een sollicitatiegesprek.
Dat gesprek liep aan alle kanten mis, maar dat boeit niet, want ik ben aangenomen.
Ik mag weer op een bus gaan rijden. Oude hobby oppakken, en er nog geld mee verdienen ook.
Moet ik wel eerst een heel traject door, maar dat kan me niet bommen. Ik ga weer lekker sturen. Hoe gaaf is dat.
Ben ik denk ik toch wel gezegend dat ik van 2 hobby's ook daadwerkelijk 2 beroepen kan maken. Niet semi-professioneel, maar bi-professioneel.

Mijn weekend voor deze week begint en eindigt morgen.











zondag 5 november 2017

Contact/Verkoop...


Ik zoek (op verzoek van) een koper voor mijn zus.
Als ze een auto zou zijn, zouden we het (qua leeftijd) over een Citroen CX hebben.
Liefhebbers van dit model, weten de fraaie, stroomlijn van dit model wel te waarderen.
Voor de echte kenners: Het is op sommige punten een kreng om te onderhouden. Liefhebbers noemen dit dan ook geen krengerigheid, maar karakter.

Het kloppend hart van deze dame is een fraaie 2,5 liter mét turbo, op LPG (dit komt ook wel weer terug in het karakter).
Ondanks de leeftijd (met 41 jaar spreken we denk ik wel over een van de vroegste exemplaren) is de kilometerstand nog redelijk laag te noemen (nap verkrijgbaar uiteraard). Is helaas niet door een oud vrouwtje gebruikt, maar de vorige eigenaar is beslist niet heel erg zorgvuldig met haar omgegaan. Ook dit heeft zo zijn weerslag op het wat eigenzinnige karakter.
Ik heb nog geen roest bespeurd, uiteraard wel wat gebruikerssporen, maar voor de leeftijd/kilometerstand ook weer niks vreemds. Met wat liefde en toewijding en eventueel een polijstmachine is dit allemaal wel bij te werken. Serieus laswerk is echt nog niet aan de orde.
Soms rookt het motortje wat, maar daar is mee te leven. Olieverbruik is nihil.
Ze komt goed omhoog bij de eerste start, en lekt nog geen LHM.
De uitlaat is in goede conditie, maar maakt soms en meestal onverwacht wat meer geluid dan wenselijk is. Misschien een gaatje dat niet zo goed gelast is, daar ga ik maar niet naar kijken.
Remmen doet ze erg gretig, schakelen gaat als een mes door de boter, en als je het gas diep intrapt, springt ze voor zo'n grote auto, nog best rap weg.
Voorzien van dubbele morette koplampen, die nog erg netjes zijn, en stoer en trots de wereld in kijken.
60 liter onderbouw gastank, dus de hele kofferbak is bruikbaar.
Voor 33 euro vul je haar helemaal af en rij je met gemak 400 kilometer. Dus nog redelijk goedkoop in gebruik ook. En wegenbelasting-vrij. Bij voorkeur is de nieuwe eigenaar geen handelaar, want die hebben niet zoveel kennis, ervaring en liefde voor dit model. De nieuwe eigenaar moet een liefhebber zijn. Die bereid is om een goeie prijs te betalen, en dit model een mooi nieuw tweede of derde leven te geven (ik heb even niet helder hoeveel eigenaren het ding inmiddels gehad heeft, zoek ik nog op).
De nieuwe eigenaar heeft, gezien het feit dat we het over een niet zo heel erge youngtimer hebben, wel enige technische kennis nodig. Niet alleen om haar netjes op de weg te houden, maar ook om haar garage een beetje in goede staat te houden. Zelf een verwarmde stalling hebben heeft voorkeur. 
Bij aankoop krijg je er een leuke, oranje Saxo van een jaar of 16 bij. Die is conform leeftijd behoorlijk nukkig, maar ook erg lief. Verbruikt nog minder dan de CX, maar dient pas over 2 jaar zich op de openbare weg te begeven.


Berichten graag via mail, met foto en motivatie.










Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...