dinsdag 27 december 2016

Geleuter.

Ik heb een klein moreel dilemma.
En dat dilemma zit in kerstkaartjes, of beter: de tekst erop.
Je wenst iemand middels zo'n kerstkaartje fijne feestdagen en een gelukkig 2017. Klinkt leuk. Is leuk. Om te geven en om te krijgen.
Maar ik sta er toch niet helemaal achter. Want de mensen die zo'n kaartje van ons ontvangen, wens ik niet alleen het beste voor 2017, maar ook 2018. En 19 en 20. Ik wens ze het beste voor de rest van hun leven, en dus is 2017 veel te beperkt.

Want het had niet veel gescheeld of ik was een paar dagen geleden van de brienenoordbrug in Rotterdam af gereden.
En dat had niks te maken met andere verkeersdeelnemers. Hoewel: misschien toch een beetje. Ik haalde een vrachtwagen in, en direct nadat ik die vrachtwagen voorbij was, kreeg ik een enorme klap van de wind, waardoor ik bijna de macht over het stuur verloor. Gelukkig was het niet druk, dus ik kon via een paar rijbanen de controle wel weer terugkrijgen. Ik was er totaal niet op bedacht. Die trucker moet waarschijnlijk wel even met zijn hoofd geschud hebben.

Was ik dus bijna dood.
En had ik nooit meer de mogelijkheid gehad om mensen alle goeds voor 2018 en verder te wensen.
Zou het toch jammer zijn als ik de mensen niet een mooi 2018 (en verder) had kunnen wensen.

Het voordeel aan de beperking van kerstkaarten is wel: als ik mensen ineens niet meer lust, kan ik gewoon een kaartje met de beste wensen voor het komende jaar niet meer sturen. Dan wens ik diegene gewoon niet meer het beste voor het volgende jaar. Stik er maar in. Dat idee.

Tegenwoordig heeft PostNL concurrentie van facebook en twitter. Veel makkelijker is het om de kerstwens gewoon online te pletteren, al dan niet voorzien van kazige (familie)foto's. Ja, ook daar hebben we wel eens aan meegedaan. Met van die foute truien en zo.
Ik moet zeggen: hier ben ik dan wel weer een behoorlijk traditioneel ingestelde ouwe lul, ik vind kaartjes gewoon mooi om te krijgen en te sturen.
Geeft ook enig cachet aan het interieur, zullen we maar zeggen.

Maar goed. Misschien moet ik volgend jaar gewoon zelf een kerstkaart ontwerpen met de tekst: Fijne kerstdagen, en ik wens je het beste voor 2018 en verder. Of zo. Dan kan ik voor het volgende jaar die beste wensen voor volgende jaren gewoon weglaten. Want die had ik dan al gewenst, en dan is er ruimte voor andere, leuke teksten of figuren.

Overigens en Nota Bene: ik ben lichtelijk koortsig, lichtelijk ziekjes, dus deze blog kan een beetje geinfecteerd zijn met wat geraaskal van iemand die teveel snot in zijn neus heeft, en last heeft van compleet afgevulde holtes, en oogleden die een eigen leven leiden, en vooral op elkaar willen donderen.

De kerstdagen hebben we doorgebracht in Oosterhout, bij Breda. Met vader, zuster, nichtje, vrouwlief en Jente.
In een huisje. Van alle gemakken voorzien, en in sommige gevallen van een open haard, zo kwijlde de folder.
Nadat ik me de hele maand december verheugd had op een huisje met open haard, viel het dus nogal tegen dat juist ons huisje geen open haard had.
Ons huisje had wel meer gebreken.
Zo was het ronduit ouwe meuk. Stoelen en banken die in de jaren '60 van 2 eeuwen geleden nog in de mode waren. (Met brandgaten erin, maar dat even terzijde). Schoongemaakt door iemand die waarschijnlijk niet in de gaten had, dat de stakingen in die branche al voorbij waren. Ik zal niet al te diep in gaan op interessante schimmelculturen in badkamer en toilet. Ik zal ook niet al te diep ingaan op vetlagen in de keuken, die echt niet in 2 jaar tijd zó dik hebben kunnen worden. En ook zal ik niet ingaan op de ranzige bagger die op de bubbelstralers van het bubbelbad zat. Ook zal ik niet te moeilijk doen over een bescheiden spinnenkolonie die er een thuis had gevonden.
Ik kan de naam van dit park best noemen, want de winst is binnen, en met klachten doet men daar toch niks: Roompot, de Katjeskelder in Oosterhout.
Als je hygiëne wil, moet je daar wellicht niet naar toe. Ik denk dat Rob Geus er nog nachtmerries van zou krijgen.
Maar als ik alleen maar ga lopen jammeren over hoe slecht het was, doe ik de hele vakantie toch wel ernstig te kort.
Want het was gezellig. (Even los van het feit dat iemand mij daar dus weer een kanjer van een verkoudheid cadeau gaf). We hebben ontzettend lekker gegourmet, gewokt, frieten gegeten (om de een of andere reden zijn Chinese restaurants in Oosterhout op tweede kerstdag dicht of absurd lastig te bereiken).  En waarschijnlijk sleep ik kilo's meer mee naar huis, dan toen we gingen.
En ik heb zowel mijn vader als mijn zus overgehaald om niet 1, niet 2, niet 3 en zelfs geen 4, maar wel 8 of 9 potjes Kolonisten van Catan te spelen. Waarvan ik er slechts 2 verloor, maar dat doet niet ter zake. Ze vonden het een geweldig spel.
Mooi ook om de generatiekloof te zien. Waar de oudere generatie puur voor zichzelf speelde, en weinig tot geen interesse leek te tonen voor handelen, of samen spelen, was het de jongere generatie die dat dus wel deed. Toch wel een interessant gegeven....
Overigens mag ik daar wel aan toevoegen dat van de twee keer dat ik verloor, ik in één ook echt een loeder was, want doordat ik het geluk tegen had, werd ik een wat slechte verliezer. Maar dat mocht de pret niet drukken, want zuslief was zo 'hooked' aan dat spel dat het zwaard van damocles in de vorm van 'mens-erger-je-niet' al snel verdween als sneeuw voor de zon.
Jente is er gruwelijk verwend, waarbij de favoriet een poppenwagen was. Trots als een aapje stapte Jente ermee door het huisje. Echter niet met de bedoeling om er haar pop of haar broer Knijn in te vervoeren, maar gewoon, om erachter aan te stappen, en door de kamer te racen.
Het was een prima tijd om even lekker te relaxen. Even lekker wat minder te doen. En hoe fijn: als je met meer volwassenen bent, is er altijd wel iemand die heel even ingrijpt als Jente in haar jeugdige onschuld iets doet wat echt niet de bedoeling is.

Toch nog even wat beroepsmatig reutelen.
11 jaar geleden kocht ik van Hans Govaart (Brassimport, een helaas ter ziele gegane onderneming in trompetten en aanverwante parafernalia) een geweldig mondstuk. Toen nog niet op de hoogte van de exacte maat, bleek het een perfect mondstuk voor me te zijn. Hans wist met zijn kennis over trompetten wat ik nodig had, gaf me het mondstuk mee, en ik kon weer vooruit.
De afgelopen 11 jaar heb ik met veel plezier en gemak op dit mondstuk gespeeld. Ik heb andere mondstukken bespeeld, en zelfs een mondstuk voor mezelf laten maken, maar toch kwam ik altijd weer terug bij dit GR mondstuk. Altijd weer. Als een oude vriend, met wie het goed tafelen is, greep ik toch weer terug naar mijn vertrouwde potje.
Tot ik het ding in een vlaag van verbijsterende lompheid (zelfs voor mijn doen) op de grond liet pletteren. Snel kijken, maar de rand was goden zij dank onbeschadigd. Het uiteinde echter was niet meer rond. Bijna vierkant.
En toen kwam ik er dus achter dat een beschadigd mondstuk gewoon slecht speelt. Hij paste nog maar ternauwernood in mijn trompetten, en in mijn nieuwe c trompet bleek het ding gewoon dramatisch te zijn geworden.
Heel Nederland afgezocht naar een nieuw exemplaar. Niet te krijgen. Toen via Pfeiffer maar een heel erg gelijkend mondstuk gekocht. Die bood ze met een lekkere korting aan, nieuw.
En als sneeuw voor de zon verdwenen veel van de problemen met mijn nieuwe trompet. En past het weer allemaal goed.
Er is wel wat verschil, maar het speelt weer als vanouds, en dat is toch wel heel erg fijn.
Mijn oude GR 66L heeft het 11 jaar heel erg goed bij me gedaan, maar in verband met technische onbruikbaarheid moet ik er toch maar afstand van doen. Mijn nieuwe GR 66C** (wat dit allemaal betekent, weet ik niet en boeit me niet, want het speelt subliem) moet het de komende 11 jaar en liefst langer maar met me uit gaan houden.
 Ik zal proberen een beter baasje te zijn, en hem niet te laten pletteren op een prachtige marmeren vloer.

Wellicht komt er nog een blog, maar voor nu wens ik alle lezers (wederom) een prima jaarwisseling toe (en dit is dan weer een mooi compromis in verband met mijn geleuter in de eerste alinea's).





zondag 18 december 2016

Hard geworden zacht.



Als ik met het kwintet van het TkKMar op pad ga, is er altijd wel tijd voor diverse lachbuien, gezelligheid en onverwachte aangelegenheden.
En het jaarlijkse optreden in het Marechausseemuseum in Buren bevatte alle drie deze componenten.
Buren bij Kaarslicht. Ik doe het nu voor de 6e of 7e keer.
Het schilderachtige dorpje Buren, wordt nog schilderachtiger gemaakt door de straten te verlichten met potten gevuld met waxine lichtjes, fakkels en andere brandbare spulletjes.
Bezoekers volgen de kaarsen en onderweg komen ze langs diverse muzikale, geestelijke en fysieke 'versnaperingen'.

De locatie, hoewel prachtig, is niet echt optimaal voor het spelen van een concert. De deuren staan wagenwijd open, dus spelen is altijd weer "op hoop van stemming". Zwaar, want qua akkoestiek niet helemaal jofel.
We hebben er staan spelen terwijl het buiten sneeuwde, en vroor dat het kraakte (en binnen dus ook). We hebben er gespeeld terwijl het regende. Eigenlijk alle beroerde weersomstandigheden zijn langsgekomen, behalve misschien 35 graden, felle zon en smog, maar goed het gaat om een kerstconcert, dus dat ligt ook niet echt geheel in de lijn der verwachtingen.
Maar de sfeer onderling en de sfeer die bezoekers meebrengen, zijn echt superleuk. En los daarvan is het Marechaussee museum, gevestigd in het oude weeshuis, echt wel een heel mooi karakteristiek pand, met een ruime verzameling aan Marechaussee-gerelateerde zaken, die best wel de moeite is om eens te bezichtigen.

Sinds 3 jaar hebben we met het kwintet besloten om voorafgaand aan dit optreden lekker uit eten te gaan in een restaurant om de hoek. Lekker genieten van een zeer intieme sfeer. (Het restaurantje is zó klein, dat het gevoel van intimiteit nog vergroot wordt door het feit dat je a) nauwelijks door het restaurant kan lopen zonder de borden van de andere gasten mee te sleuren en b) dat je, als je eenmaal zit, praktisch bij elkaar op schoot zit, en moet eten met je armen door die van je buurman/vrouw gehaakt).
We hebben elk jaar een beetje haast. Want om 1930 begint het feest, en om 1700 sluit het dorp. En dan willen we dus ook wel om 1700 uur eten.
Reserveren is een vereiste op die dag, dus ik reserveer ook voor die tijd.
Toen we gisteren binnenkwamen, werden we in eerste instantie vakkundig genegeerd door het personeel. Daar sta je dan. Met je neus op de borden van etende gasten. En als er een ober langs moest met voedsel, stond je met je neus in de borden van gasten. Er zal maar een ongelukkig snotje op het verkeerde moment je neus uitvallen. Dat idee.
Toen we eenmaal mochten gaan zitten, werden we opnieuw genegeerd. En de obers die langskwamen, hadden zeer specifieke taken. De ene was er voor het brengen van de drankjes, maar die mocht beslist geen orders aannemen. Daar was ook zeer zeker niet over te onderhandelen. De ander was er voor het bezorgen van het eten, maar die deed zeker niet aan het ophalen van de glazen. Naja, in mijn ogen inefficient, want als elke ober gewoon alle taken kon doen, hadden er ook minder mensen hoeven rondlopen.
Om even door te zeuren: voor het eerst in die drie jaar, was ik niet zo heel erg blij met hetgeen er geserveerd werd.
De stoofpeertjes leken direct vanuit de vriezer, via de "defrost" van de magnetron, op tafel gezet. Normaal vind ik stoofpeertjes heerlijk, maar deze kwamen gewoon uit een blikje van de lidl. Weinig smaak, en de nattigheid was dun, ijskoud en lafjes.
De kip met spek. Tja. Ik moet bekennen: daar had ik me veel van voorgesteld. Maar dat lag ook wel aan mij. Dat bleken gewoon goedkope kipworstjes van de Aldi te zijn. Je kent het wel: van die wat wazig uitziende vingertjes, waarvan je maar moet hopen dat wat er in zit, ook daadwerkelijk kip is, en niet de restanten van een verdwenen kat of zo. Die worstjes bevatten ongelooflijk veel resten kraakbeen. Waardoor je bij het kauwen de rare sensatie kreeg alsof je kaken ineens uitgerust zijn met schokbrekers. Je denkt lekker te kunnen kauwen, maar je kaken krijgen een terugslag, omdat kraakbeen zich nu eenmaal niet echt lekker laat vermalen tussen je kiezen. Zoals Jurgen dit zou noemen: hard geworden zacht. 
Gelukkig heeft Pepe weinig gevoel voor smaak, dus die wilde mij wel afhelpen van mijn worstjes en at ze genoeglijk op.
Toen we af wilden rekenen, werden we niet genegeerd, dat kon vrijwel meteen.
Ik overdrijf een beetje, want het meisje dat de gerechten uitserveerde was heel lief, vlot en zag er nog best leuk uit ook. Maakt ook wat goed, toch?
Toen we ons gingen omkleden voor aanvang van het concert, viel het me op dat mijn vest meurde alsof we in de keuken van het restaurant hebben zitten eten. 

De nieuwe directeur van het Marechaussee museum wilde eigenlijk non-stop muziek. Maar dat is met een koperkwintet eigenlijk niet te doen. Ik ben zelf niet echt een officiele prater, dus in aankondigingen ben ik niet zo goed (ik schrijf er liever over, maar dat gaat wat lastig bij een live-concert). En omdat we dus redelijk non-stop spelen, moeten we wel wat pauzeren. En dat was niet helemaal zoals de directeur het voor zich zag. Op zich ook wel logisch. Want als wij pauzeerden, liepen de mensen weg.
Dit jaar speelde er daarom een ensemble als wij zouden pauzeren.
Het effect daarvan was dat er minder mensen wegliepen als wij gingen pauzeren. Maar niet veel.
Als wij speelden, zag het zwart van de mensen.
Mensen die oprecht "bravo!!!" brulden als we klaar waren met een liedje.
Mensen die er geen bezwaar tegen hadden als wij speelden terwijl zij praatten (lees: krijsten) tegen elkaar.
Mensen die een soort van dansje deden.
Mensen die, als wij pauze hadden, op onze stoelen plaats namen, onze glaasjes water omstootten, en niks deden om dat op te ruimen, of te vervangen.
Mensen die met een fototoestel tussen het ensemble kwamen staan, als wij wilden inzetten.
Mensen die met of zonder geluisterd te hebben een daverend applaus gaven.

Het was, kortom,  een waardige afsluiter van 2016 voor wat betreft de kapel. 

Nog een paar werkzaamheden om het jaar helemaal af te sluiten, en ik kan ook uitpluggen.

Ik weet niet of er nog een blog volgt, 2016 was niet echt een jaar waarin ik veel inspiratie had om te tikken. Dat had te maken met heel veel dingen, waaronder een verhuizing, en een bovengemiddeld hoog aantal reisjes naar de diverse buitenlanden. En ook heb ik een heel aantal leuke nieuwe mensen mogen ontmoeten.
Ik wil iedereen vanaf deze plek alvast een goed kerstfeest wensen en het allerbeste voor 2017.

(Maar wellicht volgt er nog een blog, je weet t nooit met die inspiratie van tegenwoordig, en dan wens ik iedereen gewoon weer het beste ;) ).







vrijdag 16 december 2016

Lompheid.

Met een zak aardappelen mepte ik Ilse per ongeluk tegen haar hoofd. Daags erna zei ze haar huur op, en trok bij mij in.
Een goed jaar later (we waren net wel of niet getrouwd) klopte Ilse mij tegen mijn harses en molde definitief mijn oh-zo-hippe bril.
Er is geen wiskundediploma nodig om te beseffen dat ons kind dus ook last krijgt van dezelfde lompheid.
En jawel.
Inmiddels overweeg ik niet alleen een toque maar ook een kuisheidsgordel aan te schaffen. En dat laatste niet zozeer voor Jente, als wel voor mezelf aangezien ik begrepen heb dat die dingen van staal gemaakt zijn.
De keren dat Jente met haar knuisjes of haar voeten in mijn edele delen trapte, kan ik niet meer op de vingers van twee handen tellen, en dan ben ik nog optimistisch. En nee, dat doet ze niet expres, en als ze al eens boos is, dan kan ze onmogelijk weten wat de impact van haar verkeerd geplante ledematen is. En zie maar eens in beschaafde termen uiting aan je pijn te geven. Dan zijn woorden als "sapperloot" toch niet helemaal toereikend. Voor zover er in mijn keel ruimte is om meer geluid voort te brengen dan gekreun van de pijn.
Ze is net als de meeste andere kinderen dol op lezen. En de wens om voorgelezen te worden maakt ze kenbaar door met een boekje naar ons toe te hobbelen.
Dat boekje wordt dan zonder enig gevoel voor mededogen op, tegen of in je gezicht geprakt. Lezen, kreng!
En owee als het niet snel genoeg gaat: dan gaat madam met het boekje zwaaien, waardoor de voorlezer het risico loopt zijn (kunst) gebit te verliezen.
De i-pad draagt ook de littekens van een iets te enthousiaste Jente, die het ding tegen de grond kwakte, in de hoop dat er dan een Woezel of een Pip uit gekropen kwam.
De poezen zijn inmiddels redelijk veilig. Claus hield en houdt afstand, en mept van zich af als dat levensgevaarlijke kind te dicht in zijn buurt komt. Zielig voor haar, maar zielig voor Claus als hij het niet doet.
Colette, het scharminkel is wat minder bang, en laat zich soms verleiden tot stoeien. Dat is nog best sneu, want per stoeipartij zien we de staart van Colette langer worden, en de vacht uitrekken tot proporties waar een gezonde leeuw jaloers op zou zijn. Maar het kan ook anders: dan horen we tevreden gespin en gekraai, en dan zijn Colette en Jente rondjes om elkaar heen aan het kruipen, en elkaar kopjes aan het geven.
Ook het eten gaat met dezelfde lompheid. Zeker sinds ze ontdekt heeft dat ze met van alles kan gooien. Het verdwijnt in haren, ogen, oren, kleren en soms met meer geluk dan wijsheid in haar mond. En als ze het niet blieft, dan verdwijnt het met een mooie boog op de grond (waar soms een kat zich er tegoed aan doet).

Zelf had ik laatst ook wat lomps, waarvan ik hoop dat het een beetje in de vergetelheid verdwijnen zal.
Ik had er een lange dag op zitten, toen we in de avond nog een concert moesten spelen. Dus vele uren lang stil zitten op een stoel, en dan inzetten.
Toen het dan eindelijk pauze was, en er applaus kwam, mocht het orkest gaan staan. Omdat ik nogal de neiging heb om met mijn voeten onder mijn stoel te zitten, kwam ik dus ook vanuit die positie omhoog. En daardoor drukten mijn kuiten zo hard tegen de zitting van de stoel dat die met een doffe klap omviel. Aangezien mijn stoel de enige was die was gaan liggen, kon ik ook niet doen alsof mijn neus bloedde. Niet te negeren lag die stoel namelijk achter mij. En zo heel druk op het podium was het ook niet dat ik anderen de schuld kon geven.

Een ander lompigheidje was niet zozeer helemaal mijn schuld, als wel dat ik toch min of meer verantwoordelijk gehouden zal kunnen worden voor een eventuele rode muggenplaag in mijn huis.
Het is namelijk heel leuk om levend voer in mijn vissenbak te gooien. De vissen vinden het leuk, Ilse en Jente vinden het leuk, en ik eigenlijk ook wel.
Dus koop ik zo af en toe een zakje levende watervlolarven. Die gooi ik erin en de vissen en kreeft hebben een culinair feestje.
Van de week leek het me leuk om larven van de rode mug in die bak te gooien. Dat zou leuk kleuren met de rest van de bak, zo leek me.
Jammer alleen was dat die larven meteen naar de bodem doken, en de vissen dreven erbij en keken er naar.
En die larven wroetten zich tussen de grindkorreltjes en verdwenen uit beeld.
Een paar vissen hebben zich er rond aan kunnen eten, de kreeft heeft een poosje heel erg enthousiast in de bodem zitten wroeten, maar ik vrees dat we van de zomer een ware rode muggenplaag in huis gaan hebben.
Dat doen we dus niet meer. De volgende keer worden het weer gewoon watervlooien, want die kunnen (naar ik hoop) niet opgroeien tot creaturen die ons het leven zuur maken.



maandag 12 december 2016

Verkeers- en geluidsperikelen.

Afgelopen week dompelde ik mezelf onder in de wondere wereld van de klassieke kerstmuziek.
Een Messiah, en een Weihnachts. Händel en Bach.
Om op de concertlocaties te komen, maak ik uiteraard gebruik van mijn (ruim) 13 jaar oude Madame Jeanette. In de volksmond ook wel Citroen C5 Break, 2.0 16V genaamd. Maar dat laatste bekt wat minder soepel, dus gewoon Madame Jeanette.
Het laatste concert was in Oudewater. Het dorp waar de kunstenaar Jan Montyn geboren is.
De heenreis was werkelijk prachtig.
Vlak na Utrecht werd ik door Garmin de snelweg afgestuurd, om vervolgens ettelijke kilometers over een heel erg oud veendijkje te rijden.
Spannend, want deze route had ik echt niet verwacht, en het dijkje was op de meeste plaatsen maar nét breed genoeg voor mijn auto. Er waren elke 100 meter weliswaar passeer-plaatsen gecreëerd, maar dan moeten de medeweggebruikers wél zo clever zijn om daar gebruik van te maken.
Gelukkig deden ze dat ook, en nog gelukkiger kwam ik geen 12-tons combinaties tegen, want dan had ik de keuze tussen een 1,5 meter lager gelegen weiland of een sloot.
Los daarvan: het was werkelijk prachtig om daar te rijden. Nederland kent zulke mooie plekjes, en ik ben oprecht blij dat ik deze route naar Oudewater kon nemen. Om te genieten van mooie omgevingen, hoeft men echt niet met een vliegtuig 1000-den kilometers verderop te gaan kijken. Gewoon eens in de auto stappen, en de mooie stukken land, liggen bijna letterlijk voor het oprapen.
Oudewater zelf is een klein dorpje met smalle straatjes en oude huisjes en gebouwen. Ziet er allemaal heel erg leuk uit. En het heeft een heel erg leuk eethuisje, dat echt leuke sfeer uitstraalt (voeding voorafgaand aan een concert is waanzinnig belangrijk, en als dat in goede ambiance gebeurt, is dat alleen maar een pluspunt).
Alleen, als je niet bekend bent in het dorp, doet de verkeers-inrichting niet altijd even logisch aan. Zo dacht ik oprecht dat mijn Garmin vreselijk in de war was, toen die me over een wel heel erg smal en fragiel ogend bruggetje leidde.
Dat zag er zó smal en fragiel uit (mede met dank aan de extra versmalling die er was aangebracht) dat ik voor het eerst in mijn leven ben uitgestapt om te kijken of ik daar uberhaupt doorheen paste. Dat leverde me uiteraard getoeter op van locals die zich ongetwijfeld ergerden aan weer zo'n toerist die het allemaal niet weet, en het voelde ook echt ongelooflijk knullig, maar ik heb al genoeg schade aan mijn auto, dat dat me even niet zoveel kon schelen. 
Liever 3 seconden later thuis zonder schade, dan 3 uur later thuis zonder auto. Denk ik dan maar.
Uiteraard paste het wel, en kon ik mijn weg (met een klein beetje schaamtezweet op voorhoofd en rug) vervolgen.

Gesproken over schaamte.
Ik sta nogal ambivalent tegenover banden. Een beetje vrouwelijk wellicht. Maar soms vind ik het belachelijk om meer dan 100 euro voor een band uit te geven. Ten slotte kun je tweede hands vaak meer dan prima banden kopen, voor echt een fractie van de prijs. En dat inclusief montage en balanceren.
Omdat ik meende dat ik Madame Jeanette eens lekker op kon fluffen met een setje lichtmetaal, kocht ik er prima banden bij. Tweede hands, 80%, en perfect gebalanceerd door de bandenboer. Ik was helemaal het heertje, en de auto reed er fantastisch op.
Dat is inmiddels een jaar en 50.000 kilometer geleden.
De voorbanden waren reeds eerder aan vervanging toe. Want slecht uitgelijnd, waren ze scheef afgesleten. Op advies van velen, besloot ik tot de aanschaf van twee gloedjenieuwe Michelin banden. En inderdaad: de voorkant reed heerlijk comfortabel, stil en stabiel.
Na een goeie 40.000 kilometer begon de achterkant wat instabiel te worden, en zeker lawaaierig.
Nu moest ik dus afgelopen vrijdag naar de jongens van Ronald van Rootselaar voor de schade (ontstaan door een ietwat lompe BMW bestuurder), en omdat ik zekerheid wilde, vroeg ik ze gelijk om even te kijken of mijn achterbanden, zoals ik verwachtte, aan vervanging toe waren, en indien ja; of ze die dan wilden vervangen voor dezelfde set als die ze voor er eerder al om hadden gelegd.
Aan het einde van de dag was de schade-expert klaar, en kon ik de auto weer ophalen.
Alex, de monteur liet me de oude banden zien. Helemaal enthousiast liet hij zien hoe gelijkmatig en egaal de banden tot op de draad toe versleten waren. Aan de uitlijning of balancering lag het niet. Die was perfect.
Vervolgens kreeg ik een hele vriendelijke uitbrander van hem, want de oude banden waren niet zozeer een kwestie van afkeur, maar van wachten op een glijpartij, met een potentiele afloop die niet noodzakelijkerwijs in mijn voordeel zou zijn (vrij naar de Japanse keizer na de atoomaanval van de USA).
Normaal gesproken ben ik van het veilige rijden, zeker met mijn dochter achterin. Maar toen ik zag in welke deplorabele staat de oude banden verkeerden, voelde ik toch wel wat schaamte op mijn wangen verschijnen.
Ik moet daarbij wel aangeven: de oude (dus tweedehands) banden hebben het voortreffelijk gedaan. Maar nu ik merk hoe stil, comfortabel de auto rijdt (ik kan klaverbladen gewoon weer op volle snelheid ronden) heb ik mezelf voorgenomen om de volgende keer iets vlotter te zijn met het plaatsen van nieuwe banden.
Want mopperen op medeweggebruikers kan ik erg goed, maar het is natuurlijk nogal hypocriet om te doen, als je zelf gevaarlijk bezig bent met versleten sloffen voor je eigen kar.

Uit het nieuws:
Minister Schultz wil appen op de fiets strafbaar stellen...
Ha
Ha
Ha
Ha
Ha
Wat een grap, ik lach me slap.
Bij wet dienen fietsers deugdelijke verlichting te voeren. Doen ze zelden tot nooit. In deze donkere tijd van het jaar moet ik maar hopen dat ik ze op tijd zie. Blijkbaar wil een fietser liever niet gezien worden, of doodgereden worden. Een andere reden kan ik niet verzinnen voor dergelijk stupide gedrag. En ja, ik hoop oprecht dat ik ze op tijd zie, want het is zo zonde van mijn auto als er een afdruk van zo'n half-aap in mijn motorkap gestanst wordt.
Bij wet dienen fietsers zich te houden aan fietspaden en verkeerslichten. Doen ze zelden tot nooit. Met een aan arrogantie-grenzende doodswens, negeren ze opgewekt alle voorrangsregels. En maar hopen dat de automobilist wel op tijd stil staat.
En nu dus bij wet niet meer met het 06-lulijzer spelen tijdens het fietsen. Alsof ze zich daar dan wel aan gaan houden. Er is al nauwelijks capaciteit om alle andere overtredingen van fietsers te bekeuren. Laat staan voor zo'n nieuwe wet. Kan dus niet gehandhaafd worden en is dus per definitie een lachertje.
Maar lieve minister, ik heb een beter idee: neem fietsers hun beschermde status af, als ze de leeftijd van 15 hebben bereikt. Vanaf 15 jaar mag je geacht worden de regels te kennen. En als ze toch onder auto's komen omdat ze zich niet aan de regels houden, laat ze gelijk opdraaien voor hun eigen medische kosten.
Dat is eerlijker tegenover de andere weggebruikers, en waarschijnlijk leren ze het dan wél.

Als straf voor het feit dat ik zo vreselijk genoten heb van de afgelopen muzikale week, kreeg Jente gisteren van Paul een aantal speeltjes.
Een pianootje, en een autobus waaruit een liedje komt als ze er mee speelt.

 Dit liedje:

"De wielen van de bus die draaien rond
Draaien rond, draaien rond
De wielen van de bus die draaien rond
Als de bus gaat rijden

De deuren van de bus gaan open en dicht
Open en dicht, open en dicht
De deuren van de bus gaan open en dicht
Als de bus gaat rijden

De wissers van de bus gaan heen en weer
Heen en weer, heen en weer
De wissers van de bus gaan heen en weer
Als de bus gaat rijden

De lichten van de bus gaan aan en uit
Aan en uit, aan en uit
De lichten van de bus gaan aan en uit
Als de bus gaat rijden

De toeter van de bus gaat toet toet toet
Toet toet toet, toet toet toet
De toeter van de bus gaat toet toet toet
Als de bus gaat rijden

De mensen in de bus gaan op en neer
Op en neer, op en neer
De mensen in de bus gaan op en neer
Als de bus gaat rijden

De mama’s in de bus die kletsen maar
Kletsen maar, kletsen maar
De mama’s in de bus die kletsen maar
Als de bus gaat rijden

De kindjes in de bus gaan hobbel, hobbel, hobbel
Hobbel, hobbel, hobbel
Hobbel, hobbel, hobbel
De kindjes in de bus gaan hobbel, hobbel, hobbel
Als de bus gaat rijden

De pappa’s in de bus die slapen maar
Slapen maar, slapen maar
De pappa’s in de bus die slapen maar
Als de bus gaat rijden

De baby’s in de bus gaan op en neer
Op en neer, op en neer
De baby’s in de bus gaan op en neer
Als de bus gaat rijden

De buschauffeur zegt dag, dag dag
Dag dag dag, dag dag dag
De buschauffeur zegt dag dag dag
Als de bus gaat rijden"

En dat dus urenlang, als Jente met dat ding gaat spelen.
Nu ben ik jegens mijn dochter niet bijzonder gewelddadig aangelegd, maar de eerste die nog komt met een geluidsproducerend cadeau voor mijn dochter, wordt standrechtelijk geëxecuteerd. Door middel van verdrinking in mijn aquarium. Of met een bot mes. Of met een pianokruk. Of met een speelgoedbus.



vrijdag 9 december 2016

Messiah in White Satin.

Er zijn een aantal stukken waar trompet inzit waar veel trompettisten niet echt op zitten te wachten.
Mijn persoonlijke lijst bestaat uit praktisch alles van Verdi, Paulus Passion van Mendelssohn en nog meer van die urenlange werken waar je als trompettist niet veel meer doet dan rusten tellen.

Je telt hoofdzakelijk rusten.
Vervolgens moet je na ruim een uur een keer inzetten.
Je zit op een net iets te oncomfortabele stoel.
Je instrument is koud.
Je instrument is redelijk ontstemd, want de kerk waar je speelt, is niet voorzien van een verwarming die op zijn taak is berekend.
Je loopt dus het grootste risico dat de noot die je in gaat zetten, niet helemaal zuiver meer is. En daar is weinig aan te doen, want als je hem speelt, is het reeds te laat. Vervolgens krijg je (tot mijn verbazing ook van beroepsmusici, die mijns inziens beter zouden moeten weten) allemaal loos kritiek dat het vals is. Ja.... Hallo... Alsof ik heb verzonnen dat ik onder dergelijke lullige omstandigheden eens een liedje moet inzetten in zo'n stuk.

Onder deze categorie valt dus ook de Messiah van mijnheer Händel. Prachtig stuk. Dat vond mijnheer Händel zelf ook, want elk deeltje wordt tot in den treuren herhaald.
En voor de pauze, zit je als musicus een dikke anderhalf uur op je stoel. En specifiek: voor de pauze zit je als trompettist een dikke anderhalf uur op je stoel, waarvan je precies 4 minuten wat mag spelen. En daarna moet je dus weer in een soort van coma wegzakken, tot je mag opstaan om daadwerkelijk pauze te houden. (Ter verdediging van mijnheer Händel: als het glorieus en vrolijk moet zijn, schrijft hij trompetten voor. Daaraan kun je volgens mij vermoeden dat die hele Messiah geen vrolijk mopje is, want dat komt precies 5 keer voor, gedurende bijna 3 uur.)

Afgelopen week mocht ik een Messiah spelen, voor de Evangelische Omroep. Dat betekende dus een week met veel wachten, en af en toe wat nootjes schieten.
Alles wat ik hierboven over de Messiah schreef, ging ook voor deze editie op, met dat verschil dat ik een waanzinnig gezellige sectie had, en het orkest voor de (mijn) verandering eens onder leiding stond van een dirigent die wel een bepaalde visie had, en dat kon uitdragen. Een dirigent die gewoon voor de verandering eens geen moeite had met koor en orkest. Een dirigent die zijn vak gewoon verstaat. Ook wel eens fijn.
Met dat verschil dat het orkest en koor gewoon ontzettend goed speelden. Dat heb ik in de afgelopen jaren, bij andere orkesten veel erger meegemaakt. Erg prettig ook.
En met dat verschil dat ik nu nog een beetje buikpijn heb van het lachen.  Mijn collega, Maurice, speelde niet alleen een heel mooie aria, maar was in staat om met weinig woorden met grote regelmaat mij een enorme lachstuip te bezorgen. Vaak door net op ongepaste momenten iets te hard iets te zeggen of te doen, dat eigenlijk net niet kon.
Typisch van die gevalletjes waar je bij had moeten zijn.
Het feit dat het zo gezellig was, en dat het kwalitatief goed was om mee voor de dag te komen, maakt alle bovenstaande punten eigenlijk al geen issue meer.

Wat ik erg grappig vond: iedereen moest voor de concerten langs de visagisten. Dus ook ik. Want er werden tv-opnames gemaakt, en dan moet iedereen er op zijn paasbest uitzien. Dus ook ik.
Kansloze missie als je het mij vraagt, want ik had al weken geleden naar de kapper gemoeten. Mijn haar had last van verregaand escapisme. Of een paar volt teveel door mijn lijf, dat kan ook.
Aanvankelijk dacht ik nog dat ze een grapje maakten, maar nee. Ik moest in zo'n stoel plaatsnemen. Die dame dacht daar de eerste avond het hare van, pakte een poedertje en een kwast en bepoederde uitgebreid de inhammen op mijn voorhoofd. Wellicht om de kaalslag aldaar nog wat te accentueren. (Kale mensen zien er altijd wat intelligent uit, zeker in mijn geval). Dat was het dan ook. Met een opgemaakt voorhoofd kon ik nog net een peuk roken, voor we het compleet witte podium moesten betreden.
De tweede dag van de opnames, waren de visagistes veel serieuzer. Mijn voorhoofd werd niet alleen bepoederd, maar ook mijn wangen, en er werd heel achteloos met een potlood een streep door mijn wenkbrauwen gezet. Heel casual. En er werd ook een spulletje op mijn haar gespoten, waardoor dat plat zou gaan liggen. Want zo zei de dame:"de camera gaat daar dwars doorheen".  Juist.
En om nu te zeggen dat het veel beter was: Nee. Zoals ik al zei: kansloze missie.
Sowieso. Er zaten best wat appetijtelijke meiden in het orkest, maar ik durfde spontaan niet meer te zeggen dat ze er leuk uitzagen. Ik bedoel: de meeste vrouwen hebben al die make-up niet nodig. Dus als je dan zegt dat ze er na de visagie mooi uitzien, is dan toch een beetje alsof je bedoelt dat ze voor de visagie er uitzagen als een stel trollen.

Door de aankleding van het geheel (helaas: met de muziek werd niet echt rekening gehouden, want het koor en orkest zaten mijlenver uiteen, en ook het orkest was nogal verbrokkeld opgesteld, waardoor stemming en samenspel alleen maar lastiger werden) zagen we eruit alsof we op gingen treden op het Sensation-White feest. Alles was (in elk geval de eerste dag) sneeuw-wit. We kregen een witte broek (welke voor mij een marteling was, aangezien het een slim-fit broek was, die ik dus al nauwelijks over mijn kuiten kreeg, en toen dat eenmaal gelukt was, bleek het onmogelijk om dat ding met goed fatsoen dicht te krijgen. Iets met het overschatten van maten), de stoelen waren wit, de microfoons waren wit, het podium was wit, alles was wit.
Om het podium te beklimmen had men provisorisch trapjes gemaakt. Maar die waren wel elk een halve meter hoog.
Zie daar maar eens charmant op of af te klimmen als je broek zo strak zit, dat elke stap of ademhaling de doodssteek kan betekenen voor het ding.
Dat lukte dus niet. Gelukkig hadden we het zo voor elkaar dat de cameraman even ergens anders ging wieberen met dat ding, zodat wij na ons eerste liedje redelijk op het gemakje voorzichtig en zo charmant mogelijk het podium konden verlaten.

Maar wat was het leuk. En wat heb ik gelachen. En wat was het eten lekker! Elke avond weer de lekkerste gerechten opgediend gekregen. En niet 1, maar wel twee keer mogen opscheppen.
Zo wil ik elke dag wel een Messiah in white satin spelen.

Morgen staat met hetzelfde orkest een Weihnachts op het programma. Meer te spelen, iets andere trompetsectie, maar desalniettemin: ik verheug me er nu al op.





zaterdag 3 december 2016

Koelkasten en andere zaken.

Toen ik in Ede woonde, had ik geen koelkast, dus die moest er komen. Omdat ik aan een tafelmodelletje wel genoeg had, kwam er een tafelmodelletje van de kringloop winkel. Dat was voor toen een prima oplossing: het werkte, kostte niet veel en was handig verplaatsbaar.
Dat dingetje heeft de verhuizing naar Tiel goed doorstaan.
Maar ja. Het leven gaat verder, en omdat er een vrouw in mijn leven kwam, die ook bepaalde zaken wilde koelen, bleek dat mijn kleine tafelmodelletje toch niet helemaal afdoende was.
Op marktplaats ermee, want het kleine koelkastje was nog helemaal prima.
Werd opgehaald door een bezorgde moeder, die het ding voor haar pas studerende dochter wilde hebben.
Inmiddels zal het apparaat wel vol schimmel en andere ellende zijn laatste dagen slijten in een door studenten totaal verwaarloosde keuken, waar meer ratten en ander ongedierte zit, dan gezonde voedingsmiddelen.
Daarvoor in de plaats kwam een werkelijk gigantische koelvries-combinatie van Bosch. Ook uit de kringloop winkel. Deze keer niet omdat we ons geen nieuwe konden permitteren, maar de keuken in Tiel was een samenraapsel van multiplex, mdf en spaanplaat, en de electra was zó sleets dat ik wilde voorkomen dat het huis korte metten zou maken met een nieuwe Amerikaanse koelkast.
Dus liever een wat goedkopere optie, die het nog een paar jaar uit zou houden.

En dat deed de Bosch dus ook.
Deze Bosch overleefde maar liefst 2 verhuizingen, waarbij we (toegegeven) niet heel erg secuur met hem omgingen.
De Bosch had ook zo zijn eigenaardigheidjes. Het afwater-gaatje verstopte zó snel, dat er zich wekelijks hele plassen water op de bodem vormden. Vooral in de ochtend niet prettig als je even snel het pak melk tegen je mond zette. In eerste instantie dacht ik dan dat ik het pak melk te vroeg kantelde, en er dus melk over mijn kleren gulpte, (dit is me serieus meermaals gebeurd, zowel met melk als met koffie: met je slaperige hoofd denken dat de tuit of je beker al aan je lippen is, en dus het geheel kantelen ten einde een lekkere slok te nemen, maar dat dan blijkt dat je mond nog enkele centimeters verderop zit...) maar dat was dus dat water dat niet meer weg wilde stromen.
Dat was nog wel op te lossen met een trekveer. Geen flauw benul waar die veer uitkwam als ik hem helemaal door dat gaatje roste, maar het hielp wel. Tijdelijk. Zelfs meermaals uitsoppen hielp niet.

FFW naar het heden:
Vorige week (is eigenlijk al verleden) begon Bosch met een grootscheepse oefening in afsterven. Ineens was hij zomaar uit. Alsof hij geen stroom meer pakte. Een paar keer in en uit het stopcontact trekken, leek te helpen. Maar toen er uit de aan/uit-knop een vonk kwam, hield ik het voor gezien. Dat leek me niet zo veilig.
Dus Ilse en Jente in mijn auto geladen, en naar een kringloop.
We zouden ook kunnen kiezen voor een nieuwe koelkast, maar omdat we volgend jaar een nieuwe keuken willen, vind ik het zonde om nu 600 euro voor een nieuwe, hipper dan hippere koelkast te kopen. In een complete keuken, zit namelijk vaak al zo'n nieuwe, hipper dan hippere koelkast. (En als je dan vervolgens je paar maanden oude, hipper dan hippere koelkast wil verkopen, krijg je van die smoezelige lui aan de telefoon die voor een appel en een ei denken te scoren. Van dat tuig dat een ander een poot uit wil draaien, zo is mijn ervaring).
De eerste kringloop die we vonden, bleek gesloten en/of verhuisd.
Bij de tweede keken we naar een geschikt model, ik pakte mijn portemonnee om het ding af te rekenen.
Dat bleek niet zo eenvoudig. Want er moest eerst een belletje gedaan worden naar een klant die misschien wel interesse had. En die klant had interesse. De baliejuffrouw meldde me dat het ding verkocht was, en negeerde me vervolgens compleet.
Dat ze het ding onder mijn neus verkocht aan iemand die nog niet betaalde, terwijl ik daar ter plekke wilde afrekenen, vond ik raar, maar netjes van de verkoper. Maar dat ik vervolgens volslagen genegeerd werd, en dat er niet gewezen werd op andere koelkasten, vond ik raar. En bijzonder onvriendelijk naar mij als klant.
Weg daar. Ik was al enigszins geïrriteerd door de falende koelkast, laat staan dat ik heel veel tijd wilde doorbrengen in een winkel waar klanten botweg genegeerd worden.
Bij de tweede kringloop stuitten we op een man, die ons na het binnenkomen meldde dat ze gesloten waren. Oh... vandaar dat de deur nog open was...
Ik ben niet snel nijdig, maar dit was toch wel de druppel. Ik ben nu van mening dat kringloopwinkels (die toch behoorlijk dik gesubsidieërd worden), in Almere gewoon volkomen KUT zijn.
Onverrichter zake keerden we huiswaarts. Toch maar de stekker van Bosch er weer in doen, en verrek: hij lijkt het wel weer te doen.
Gisteren echter, was de koelkast weer uit. Sakker! Uiteraard net na sluitingstijd dat het ding zijn laatste zuchtje koude lucht uitblaast.
Marktplaats openen en even rap kijken naar een koelkast die in elk geval een vriesvak heeft, die ik nu nog kan ophalen. En die was er.
Een Zanker. Een of ander Duits C merk. Maar hij was niet duur, en de verkoper klonk aan de telefoon aardig.
Ook bij het ophalen, was de man heel behulpzaam en vriendelijk. Nu ga ik niet uit van garantie, of zelfs maar een lange levensduur van het ding.
Maar Bosch heeft het toch 3 jaar uitgehouden.
En deze Zanker hoeft het maar een paar maanden uit te houden.
Bij Zanker denk ik wanker. En dat betekent zoiets als rukker.
Zanker staat nu op de plek van Bosch, tot rust te komen. Vanavond, als we thuis zijn van een avondje Snieklaas, zullen we hem inrichten.
Bosch staat buiten in de vrieskou, met alle spullen erin, om toch enigszins koude en ingevroren spullen te houden.
Daarna mag iemand hem komen ophalen. Voor het oud ijzer. Bosch heeft ons ondanks al ons gebrek aan secuur gebruik en verhuizen, toch nog lang gediend.

Een kleine, doch trotse update wat betreft mijn dochter: Toen ik haar vroeg of ze automonteur wilde worden, zei ze vrolijk:"Ja!". Toen ik haar vroeg of ze Citroën wilde zeggen, kwam er iets uit dat erop leek...
Zo indoctrineer je je kind...

Een andere update in mijn huis, is tegelijk een upgrade.
Toen ik 35 werd, kreeg ik van mijn betere helft een aquarium. Een nano-bakje. Heel leuk, en zeker toen het in Almere echt goed ging draaien, was en ben ik er helemaal mee in mijn sas. Het voegt zoveel sfeer toe in je huis.
Maar een klein nadeel: 30 liter is niet veel. Is zelfs heel weinig. En mijn vissenbestandje werd door meneer Kreeft (Michiel genaamd) stelselmatig opgepeuzeld. Ook mijn planten leken elke maand vernieuwd te moeten worden, want wortelschieten wilden ze maar niet, en ook hier had Michiel de Kreeft de onweerstaanbare drang tot moorddadigheid.
Dus half en half was ik bezig met kijken of en hoe dat anders kon.
Gelukkig zit hier in de buurt een aquariumzaak. Die vroeg me ten eerste of ik voedingsbodem had voor de planten. Aangezien ik er van uit ging dat het om dat gewone bodemgrind ging, antwoordde ik met ja. (Deze vraag kreeg ik vaker, dus ik zag geen reden om een ander antwoord te geven).
Maar toen de man doorvroeg, en mij wees op echte voedingsbodem voor planten, viel mij de bek los. Nooit ook maar 1 seconde stil gestaan bij het feit dat plantenvoedingsbodem iets anders was dan het standaard grind als bodembedekker. Je kunt je voorstellen hoe dom dat ik me voelde.
Toen het gehad over het feit dat Michiel de Kreeft zichzelf meerdere malen fèteerde op een feestmaal van vis, planten, en het kleine bakje.
Na voor mijn doen lang nadenken (toch wel 10 minuten), besloot ik toch tot de aanschaf van een grotere bak. En die gelijk maar eens even goed inrichten. Dus met plantenvoedingsbodem, planten, nieuwe planten, en allemaal gavigheden.
Toen dat liep, ben ik mijn vissenbestand wezen uitbreiden. Met hele kleine gevlekte rasboraatjes, een paar extra algeneters, en een paar extra neontetra's.
En wat ziet het er mooi uit. Wat is het sfeervol. En wat is het rustgevend om daar naar te kijken, zoekend naar waar de beestjes zich verstopt hebben.
Ilse was in eerste instantie wat teleurgesteld. Want het zou niet goed genoeg zijn, haar verjaardagskado.
Ik redeneerde anders: het gaat niet om de grootte van het verjaardagskado, ze heeft me een hele toffe en mooie hobby gegeven, waar ik onwijs veel plezier van heb. Dus het is absoluut goed genoeg. Hoeveel plezier kan je iemand geven? Ik ben er echt helemaal mee in mijn sas.



zaterdag 26 november 2016

Pech, en toch maar weer kleding-gerelateerd gelamenteer.


De grille in de bumper verwoest, kentekenplaat krom, bumper krom en ontwricht.
Dat was de opbrengst van een vrijdagmorgen.
En als ik 3 minuten later was geweest, was er niks aan de hand.

Zoals wel vaker, was het aan mij de taak om Jente op het KDV af te leveren. En dan moet er van alles even snel. Even snel douchen, even snel Jente aankleden, even snel die fles erin, even snel mijn spullen bij elkaar graaien, even snel de ruiten krabben, en gas erop!
Ik reed het krappe, donkere parkeerplekje van het KDV op, moest een beetje manoeuvreren, om hem achter een BMW te parkeren, graaide Jente uit de auto en liep rap naar de deur toe.
De eigenaar van de BMW kwam inmiddels het KDV uit, stapte in en reed achteruit. Terwijl ik Jente aan de leidster overhandigde, hoorde ik een doffe, pijnlijke klap. Met een ruk draaide ik me om, en zag dat de bestuurder van de BMW de kont van zijn auto in mijn voorbumper geparkeerd had. Vloekend overhandigde ik Jente (die uiteraard wat schrok) aan de leidster, en ging kijken naar de schade.
Gelukkig: de bestuurder van de BMW nam gelijk zijn verantwoordelijkheid, en nam meteen (ondanks zijn haast) de tijd om alle gegevens uit te wisselen.
In eerste instantie leek de schade mee te vallen. Bij madame Jeanette. De BMW had een hele lelijke deuk opgelopen.
Maar toen ik bij daglicht wat foto's ging maken, bleek hoe lelijk de klap toch wel was. Bovenstaande is de opbrengst.
Toegegeven: ik ben niet de meest trouwe poetser van het ding, maar inmiddels heb ik met een maatje zelf het onderhoud en reparaties (indien nodig, want nodig is er eigenlijk maar heel erg weinig) ter hand genomen. Het is mijn auto, en ik ben er ontzettend blij mee, en trots op. Zelf gekocht, van zuurverdiend geld. Zelf onderhouden, en zelf op de weg houden. Geen lease voor mij, het is mijn eigendom. En dan natuurlijk mijn wat malle voorliefde voor het merk.
Dus ik was best even van slag. Tuurlijk, de schade (die geschat wordt op een 600 euro) valt best wel mee, als je kijkt naar hoe sommige auto's er bij staan na ongelukjes. Maar toch. Het deed wel even pijn.
En het zette me wel weer even met twee benen op de grond. Het is daar krap. En het is daar donker. En onoverzichtelijk. Dus het had mij ook kunnen gebeuren. Het is vroeg, je moet toch op tijd op je werk zijn, en dan gebeurt dat. We zijn allen mensen, en ook die meneer had al een hele poos zijn rijbewijs. En is heus niet bewust en moedwillig met zijn ook niet al te goedkope BMW op mijn auto ingereden. En gelukkig, de man nam gelijk zijn verantwoordelijkheid en de schuld op zich. Deed niet moeilijk.
Dus nadat ik er een flink dagdeel mee heb lopen tobben, heb ik het toch op de een of andere manier van me af kunnen zetten.
Het had veel erger kunnen zijn. Laat ik daar maar niet op doorfantaseren...
Maar als ik straks de ruiten ga krabben, denk ik dat als ik de schade weer zie, dat ik toch heel even een klein krampje voel...
Wat ben ik blij dat ik een tussenpersoon heb, die me rustig en professioneel door de hele rompslomp heen loodst. Die luistert, me duidelijk vertelt wat ik doen moet, en die orde aanbrengt in de chaos die ontstond toen ik bij het schadebedrijf was (die hele andere informatie gaf, waardoor ik in verwarring raakte en bijna dingen deed die niet handig waren). Die me behoedde voor te snel afspraken maken, en eerst de verzekeraar van de tegenpartij aan het woord te laten komen.
Dat is goud waard. Ik het iedereen aanraden. Waarom zou je zelf gaan lopen rotzooien met verzekeringen, als je via een tussenpersoon kan werken. Die je werk en shit uit handen neemt? (Ik kan het iedereen aanraden: de Noord, in Sliedrecht. En nee, ik krijg geen geld voor deze reclame, maar ik ben gewoon blij dat ze er (voor mij) zijn, en me al een aantal jaren per maand flink geld besparen). 

Ik had eigenlijk half en half beloofd dat ik niet meer zo vaak over dameskleding zou praten.
Na twee jaar huwelijk, wat samenwonen, en een flink aantal relaties met vrouwen van zeer divers pluimage, ben ik inmiddels wel gewend aan kilo's kleding, schoenen die niet per paar, maar per rek worden gekocht en dan nog mekkeren dat er te weinig is.
Ik ben eraan gewend geraakt dat mijn mening over kleding wordt gevraagd. Ik kan goed laveren tussen eerlijk zijn (en vervolgens een boze reactie krijgen) en stroop smeren (meen je dit nu of zeg je dit alleen maar om er vanaf te zijn).
In 80% van de gevallen lukt het me om op het juiste moment "ohhh" en "ahhh" te koeren als er weer een pakketje snoezige kleedjes voor Jente arriveert. (Terwijl ik inwendig kreun, omdat ik hoogstwaarschijnlijk in het begin heel veel moeite zal hebben met het ontwarren van die rare lappen, en een boos worstelende Jente er maar half goed in krijg, of dat ik die lappen ondersteboven en binnenstebuiten om haar lijfje drapeer).
Maar gisteren (ja, gisteren, dus nadat ik de verwonding van madame Jeanette moest verwerken) kreeg ik toch wel het meest rare "verwijt" ooit naar mijn kop geslingerd. Raar, want ik kan er maar niet aan wennen dat alle vrouwen álles onthouden, behalve Ilse, want die onthoudt niet zo veel.
Het was vlak voor bedtijd, en ik ging nog even een laatste peukje roken.
Dat doe ik buiten.
Achter mij ging de deur open.
"Heb jij een minnares op bezoek gehad?"
"...."
"Er hangt hier een blauwige damesjas"
"Is die niet van Rick, die hier net gerepeteerd heeft?"
"Nee, het is een dámesjas".
"is die dan niet van jou, de laatste keer dat ik keek, leek je me toch echt wel heel vrouwelijk?"
"Nee, ik heb geen blauwe jas, is hier echt geen vrouw op bezoek geweest, de afgelopen dagen? Deze jas hangt hier zomaar ineens, en ik zou niet weten van wie die is".
"... Ik ook niet, ik koop zelden damesjassen".
Deur dicht.
Raar verhaal. Ik rookte verder, en wilde een spelletje bubbles op mijn telefoon spelen, toen de deur weer openging.
"Ik weet het weer! Die heb ik ooit eens in de uitverkoop gekocht, weet je nog wel, toen ik die en dat en zus en zo ook kocht".
"...facepalm..."
Maar ondertussen wel eerst denken dat ik zo dom zou zijn om een minnares haar jas hier te laten hangen.









maandag 21 november 2016

Eten, Jente, en muzikale missers.

In de categorie keuken-gepruts:

Ik ben er absoluut goed in om ideetjes die ik in de keuken heb, totaal te laten mislukken. Tot zover niks nieuws. Verhalen over zwartgeblakerde biefstukken in overvloed. Vis die voor de tweede keer sterft in mijn pan, komt vaker voor dan me lief is, en ook bloemkool heb ik tot mijn schaamte al meermaals bruin-zwart zien worden.
Maar een bal gehakt, lukt me eigenlijk altijd wel. En altijd goed. En elke keer vind ik dan ook van mezelf dat ik mezelf overtroffen heb.
Zoals vandaag.
Men neme een halve kilo half om gehakt. Een eitje (deze keer geen ketjap, want Jente moest ook meesmullen) wat zout (weinig, want ik vind dat er al meer dan voldoende zout in het hedendaagse voer zit) en een beetje peper.
Een klein handje van dit mengsel apart, omdat ik Jente haar smaakpapillen niet nu al wil bederven met overdadige hoeveelheden knoflook, gember en uien.
Dan vervolgens een flink stuk gemberwortel afsnijden, schillen en gewoon door de knoflookpers heen douwen. (Komt er veel gembervocht mee? Prima! Lekker laten gaan. Geeft nog meer smaak af). 4 of 5 tenen knoflook volgen dat voorbeeld. Een uitje erdoor hakken, geeft ook weer een lekkere bite. Goed mengen. En met goed mengen, bedoel ik ook goed mengen. Zodat er niet allemaal lucht in de bal blijft zitten.
Dan pak je een plak kaas. Bij voorkeur jong, maar belegen of oud kan ook. Snij die in vieren, want voor 3 personen maak je 4 ballen. Gewoon omdat het kan.
Elke kwart plak, snij je weer verder tot je van alle kleine lapjes een mooi stapeltje kan maken.
Pak nu een gulle hand gehakt, en draai een balletje. Niet te mooi, want in het midden van die bal, prik je met je vinger een gaatje, waarin je een stapeltje kaas doet. Mooi dichtmaken en lekker draaien en rollen.
4 ballen klaar? In de boter ermee, dicht laten schroeien en dan op een gematigd pitje gaar laten worden.
En echt gematigd, want wat je niet wil, is dat de buitenkant zwart is, en dat aan de binnenkant de kaas nog niet eens aan smelten heeft gedacht.

Met snijbonen, en vastkokende aardappels in "wedges" (wat volgens mij gewoon een hip woord voor partjes is) gesneden, gekookt en gebakken, zet je in een mum van tijd een prima maaltijd op tafel.
Dit is overigens alleen waar, als je in de middag je ballen al maakt en bakt, want anders gaat het alsnog mis, en koken de snijbonen tot snot en zijn de aardappelen geschikt om een BBQ mee aan te maken en eindig je dus met een vrolijk aanbellende pizzakoerier.

Jente heeft het goed naar haar zin op het kinderdagverblijf. En inmiddels vind ik mijn weg er ook wel. Soms is het me niet helemaal duidelijk waar ik dat kind moet afleveren, maar soit. 
Waar ik mij soms wat ongemakkelijk bij voel, is dat dit kinderdagverblijf bestierd wordt door meisjes van volgens mij nog geen 20 jaar oud.
Ik kan me niet voorstellen dat er ook maar één exemplaar rondloopt die zelf al moeder is. Kom ik daar binnen geklost met mijn lompe persoonlijkheid en Jente onder mijn arm (of inmiddels klautert ze zelf manmoedig en opgewekt die trap op), staar ik in het gezicht van de leidster, die wel 20 jaar jonger lijkt. Heel soms bekruipt me de neiging om te vragen of ze hun eigen luier al verschoond hebben, zo jong zijn ze.
Maar goed, ze zullen het wel weten daar.
Wat ze er in elk geval niet weten, is dat een Boeddha beeld geen goede versiering voor een kdv is.
Jente liep er met Ilse langs, wees, en zei vrolijk:"papa". Nu weet ik wel dat Boeddha een godheid-achtige is, en dat het op zich egostrelend is, ware het niet dat Jente geen weet heeft van godheden en andere vormen van heiligen. Die ziet gewoon een zittende, dikke vent, en denkt" Dat lijkt op papa! Papaaaaa!"
En met die enthousiaste uiting van eerlijkheid kan ik het dan vervolgens doen... En haar dan toch liefhebben. Mooi ding...

Muzikale missers deeltje zoveel.

Vrijdag en zaterdag hadden we met de kapel concerten in Oosterbeek. Ter gelegenheid van de 70ste airborne wandeltocht.
Heel vet, heel leuk, want we hadden een aantal steengoeie solisten.
Een van die liedjes heet Remembrance. Omdat het een liedje is dat over een gevallen strijder gaat.
In dat liedje werd gezongen, en uiteraard begeleid. En ik moest opstijgen, naar het orgelbalkon, want versnipperd over dat liedje was het mijn taak om het signaal last post te spelen. Dwars overal doorheen. Maar wel op nauwgezette momenten.
Best een gaaf effect, als het goed gaat.
Omdat het licht er wel aanwezig was, (ik kon mijn noten goed lezen) maar niet overdadig, vroeg ik na de soundcheck aan de roadie of ik iets meer licht kon krijgen.
Dat heb ik geweten.
Want eenmaal opgesteld tijdens het concert, floepte er van onderaf een schijnwerper aan, die zodanig gepositioneerd was, dat hij tussen mij en de dirigent scheen. Ergo: ik had geen schijn van kans, en kon die hele dirigent (toch geen kleine man) gewoon niet zien. Eén keer proberen, leverde me gelijk duizend schitterende zonnen op in mijn twee ogen.
En omdat tellen op die afstand wel enigszins werkt, maar niet afdoende, was ik aangewezen op gehoor, en omdat je dan altijd achterloopt, op een sterk improvisatievermogen.
Zo van: Hier zou wel eens een inzet kunnen zitten.
Oh, dat klinkt toch wel raar. Misschien was het toch niet hier dat ik moest inzetten.
Nog eens proberen te kijken... Weer alleen maar oogverblindend (letterlijk) licht.
Hoppa! Hier dan maar... Jaaaaa, volgens mij zit ik goed....
Kortom: horror...

Over muzikale missers gesproken...
Het was 2005, en ik was nog redelijk blasé in mijn overtuigingen. Klassieke trompettisten moesten op een groot mondstuk spelen, want dat levert een mooi, groot en open geluid op. Het nadeel daaraan is natuurlijk dat je wat harder moet werken om dat ook lang vol te houden.
Met dat gedachtegoed in mijn hoofd, toog ik naar een inmiddels helaas ter ziele gegane onderneming: Brassimport. Brassimport, bestond uit 1 man, die allemaal bekende, maar vooral ook onbekende trompetmerken en aanverwante benodigdheden vanuit de diverse buitenlanden naar Nederland haalde. En deze man, Hans (een waanzinnig fijne vent). gaf mij een mondstuk ter probering.
En gelijk ging alles heel makkelijk. Aangezien ik geen flauw benul had van de maatvoering, maar het wél groot aanvoelde, was ik dik tevreden, en ik toog opgewekt, en toen nog 125 Euro armer naar huis. (Inmiddels zijn deze mondstukken 180 euro).
Na pak hem beet 2 jaar kwam ik wederom in Hans zijn toko, en kwam het gesprek op mondstukken. Waarop ik (nog steeds blasé) verkondigde dat ik als klassieke trompettist, het gek vond dat er mensen zo klein wilden spelen.
Hans glimlachte fijntjes, en vroeg me of ik wist waarmee deze maat overeenkomt. Nou, groot, toch?
Het fijne glimlachje werd een brede grijns, en Hans wist mij te vertellen dat ik op een medium grootte speel, al sinds jaar en dag. Daar stond ik even op mijn neus te kijken. Altijd gedacht dat...
Hoe dan ook, de jaren verstreken, en ik heb wat mondstukken geprobeerd. Voor letterlijk duizenden euro's gekocht en weer verkocht. Om toch weer terug te komen, bij mijn goede, oude, trouwe GR. (Gary Radkte, een Amerikaan die deze dingen maakt). Tot ik een paar maanden geleden met mijn lompe gedrag dat ding liet stuiteren.
Gelukkig was de rand niet beschadigd, maar de onderkant was niet helemaal meer rond. Of eigenlijk helemaal niet meer rond.
En voor optimale passing, is het verrekte fijn dat dat ding wél helemaal rond is, want anders krijg je dus dat zo'n mondstuk vanzelf uit je trompet dondert, op een moment en manier dat het je helemaal niet gelegen komt. Hoppa, dat gebeurde dus.
Ik heb 3 reparatiepogingen laten doen, maar ben helaas tot de conclusie gekomen dat mijn goede, oude mondstukje echt overleden is.
Gelukkig verwacht ik elk moment een pakketje binnen van een muziekwinkel die een vergelijkbare maat nog had liggen tegen een zeer gunstig prijsje.
Ik moet dus afscheid nemen van een mondstuk waar ik ruim 10 jaar van mijn leven op speelde, en naar terugkwam. Een mondstuk dat me (zonder alwetend te zijn, zonder opdringerig te zijn) werd aangeraden door iemand die kennis had van zaken, zonder me te willen gidsen.
Een mondstuk dat me door weer en wind (letterlijk) heen trok en het muziekmaken tot een makkie maakte.
Ik hoop dat zijn nieuwe broertje het net zo goed doet, en dat ik in de komende 10 jaar toch wat minder lomp zal zijn...








zondag 13 november 2016

Geduld, Shit.

Wat leek het een goed idee: verhuizen naar Almere.
En op zich: ik ben niet heel erg standplaats-gebonden, ik kan overal wel aarden (met uitzondering van Friesland, Limburg, en Noord-oost Groningen). Ik zeg vriendelijk hallo tegen de buurvrouw, en die doet dat ook tegen mij. En zo hou ik de vriendelijkheid een beetje in de straat.
En op zich: met alle voorzieningen bij de hand, is Almere een handige stad. En met veel groen om ons heen, kunnen we Jente ook iets leren over bomen en vogels.
Niet te vergeten natuurlijk opa en oma die het een waarlijk genoegen vinden om zo af en toe eens op de kleine spruit te passen.
Dat zijn alle voordelen wel zo'n beetje.


Er zijn natuurlijk ook nadelen. Zo moet ik telkens aan veel mensen uitleggen dat Almere heus niet zo erg is, als het lijkt.
Ik bedoel: Weert is erger. Of Voerendaal. Je zal maar in Vlaardingen wonen. Dan valt Almere best wel mee.
Maar goed, dat is meer wat irritatie over wat ik aan mensen moet uitleggen die Almere alleen maar kennen, gezien vanaf de A6. Wat ik uit moet leggen aan mensen die er nooit geweest zijn, maar er wel een mening over hebben.

Wat wél echter een nadeel is: Almere is een stad voor fietsers. En Almere is een 'anti-auto-stad'. Toegegeven: je mag er nog wel in met een wat oudere auto, maar daarmee houdt het ook wel op.
Voorbeeld: er zijn enorm veel fietsbanen aangelegd, die je als automobilist moet kruisen. En daar hebben fietsers dan voorrang. Prima. Op zich geen problemen mee. Jammer is dat die banen nauwelijks verlicht zijn, dus in het donker rij je een fietser zo van zijn fiets af. Want fietsers gebruiken volgens mij principieel geen verlichting. (Degenen die dat wél doen, zijn gewoon te dom om hun verlichting te slopen, denk ik).
Ander voorbeeld: in een straat van krap 400 meter lang, liggen 3 drempels, en nog eens 2 soort van verhoogde voetgangers oversteekplaatsen. En aan het begin en einde van de straat hebben ze iets heel bijzonders bedacht: de kruisingen zijn veel te krap voor een echte rotonde, dus planten we op die kruising een soort van paddestoel van ongelijke kinderkopjes, en die verhogen we, en maken we zo groot, dat je hem niet kan ronden zonder dat chauffeur en inzittenden zeeziek worden.
En terwijl je auto nog nadeint van die "rotonde" rij je al over de volgende drempel heen. Nou, zelfs mijn op ultiem comfort gebouwde sloep, krijgt het dan moeilijk. Laat staan dat je in zo'n stuiterbak van VW rijdt...
Dus wat autorijden betreft is Almere simpelweg een horror.

Een ander nadeel is dat ik inmiddels ontdekt heb dat wonen aan de rand van de randstad qua files een totale ramp is.
De A6 wordt vernieuwd. Dus die is vaak dicht. Daar gaat je rechtstreekse verbinding naar Amsterdam. En dus naar Schiphol, Leiden en Den Haag. Moet je dan omrijden, dan doet iedereen dat, en sta je in de file. Maar je staat ook in de file als de A6 niet dicht zit.
Nou weten mijn lezers vast wel dat ik heel veel goede eigenschappen heb, maar geduld hoort daar niet bij.
Gisteren was ik op weg naar Naaldwijk, en tot mijn aangename verrassing was de A6 gewoon open. Dus ik kon gewoon via Amsterdam naar Naaldwijk.
Hoewel... Mijn navigatie leidde me na de A6 al snel om, want er zou een file staan. Hulde voor google maps op mijn telefoon. Wat dan wel weer jammer is, dat ze het kwijtraakte, en me vervolgens alsnog uit pure onmacht dan maar weer achteraan liet aansluiten in de file, die ze me probeerde te laten vermijden. Het kreng.

Sowieso, aangekomen bij navigatie. Mijn auto is van voor het tijdperk dat navigatie standaard in de auto ingebouwd is. En dat scheelt, want nieuwe auto's worden massaal opengebroken, om het complete dashboard te jatten. Dat doen ze bij mij dus niet.
Maar sinds ik een nieuwe telefoon heb, wordt mijn geduld totaal op de proef gesteld. De door mij voor veel geld aangeschafte Garmin navigatie wil dus niet meer werken op mijn nieuwe telefoon.
Dat ligt aan de update van Garmin zelf, die allemaal verbeteringen zou bevatten. En dat klopt, want met deze verbeteringen, sluit Garmin zichzelf na 2 seconden af, en gebruik je dus je telefoon niet tijdens het rijden. Briljant gevonden van Garmin, maar helaas niet het beste idee van Nederland, zeg maar.
Mijn nieuwe telefoon en ik begonnen onze relatie slecht. Het begon er namelijk mee dat als ik willekeurige apps opende, ik daarna met geen mogelijkheid meer weg kon komen uit die apps. Home-knop gaf geen sjoege en de aan/uit-knop ook niet altijd. Gelukkig kwam dat fruitmerk met een update, en die leek dat probleem op te lossen.
Omdat ik een nieuwe telefoon voor absurd veel geld koop, wil ik ook een mooi stevig passend hoesje erom hebben. Dat kon niet online bij T-Mobile, maar de T-Mobile winkel bracht uitkomst. Een mooi safety-glaasje op mijn beeldscherm en een prachtig passend hoesje om mijn telefoon.
En toen begon mijn telefoon kuren te krijgen.
Vooral bij het gebruik maken van diverse navigatie apps besloot mijn telefoon te pas en te onpas om uit te vallen, of mij te vragen of ik echt wilde dat hij uitgeschakeld werd. Ook niet bijster handig om op een bochtige N-weg te moeten frutten aan dat ding.
En niet alleen bij het navigeren, ook op andere momenten viel dat ding uit alsof het software ontwikkeld was door iemand met teveel bier op.
Bellen met T-Mobile, leerde me dat het verstandig is om geen aankopen meer online te doen. Ze willen je best helpen met garantie en zo, maar dan ben je wel 2 weken je telefoon kwijt, en je abonnement moet je wel gewoon doorbetalen. Vond ik niet echt logisch. En ook niet klantvriendelijk, maar zo staat het blijkbaar in de 'wet kopen op afstand'...
KABOOOOOOOMMMMMM!
Het idee viel me letterlijk in als een bom. Die nieuw gekochte hoes, die vond ik behoorlijk strak zitten. Zou het soms...
Met best wel wat moeite die hoes eraf gekregen, en alle problemen verdwenen als sneeuw voor de zon.
Nou ja... Alle.... Nog steeds wat irritatie over het feit dat Garmin op deze manier vind dat updates goed werken.
Dus wie heeft er goeie tips over navigatie. Moet offline werken. Google maps vind ik niet prettig werken. Sygic heb ik geprobeerd, en de test versie, die je krijgt is waanzinnig uitgebreid, maar als je die niet koopt, en alleen de gratis versie pakt, is die nog kaler dan... Waze vond ik niet prettig werken, en kan geloof ik ook niet offline. 
Dus tips: welkom!!!

Ilse roept mij vaak vinnig tot de orde als ik mijn onvrede wat te bruusk uit. Dat ik toch maar aan mijn taalgebruik moet denken. En volledig terecht, want Jente komt nu in de fase dat ze ons uit volle borst na gaat praten.
En dat gaat eigenlijk erg goed. Inmiddels zijn het niet alleen maar losse woorden, maar ook al korte zinnetjes die haar mondje verlaten. En die wij uiteraard trots koerend begroeten.
Ik zorg er dan ook heus zoveel mogelijk voor dat ik het meest bloemrijke taalgebruik toch wel enigszins beperk.
Niet dat dat altijd lukt, want anders hoeft Ilse mij niet zo vaak tot de orde te roepen.
Maar gelukkig: Jente heeft nog niks van mij overgenomen.
Jente liet vandaag met een bijna boosaardige precisie een boek op Ilses teen vallen. Uiteraard per ongeluk. En trots was ik dat Ilse haar gevloek beperkt kon houden tot een gehijg en gesis van de pijn.
Maar op weg naar opa en oma, realiseerde Ilse zich dat ze wat vergeten was, en zei uit de grond van haar hart:"Shit, we zijn de foto's vergeten!".
Waarop er van de achterbank een even hartgrondige:"Shit!" van Jente volgde.
Ilse laat zich ook eens gaan, en meteen pikt Jente het op. Ergens vind ik die ironie om van te smullen.





zaterdag 5 november 2016

Zwarte Piet en Stemapparaat-Gate.

Thuis ben ik heel alleen. Eenzaam zelfs.
Ik sta namelijk nogal alleen als het gaat om Zwarte Piet. Die hoort bij Sinterklaas, en zeg nu zelf: roet-veeg-piet, dat klinkt toch niet?
Mijn hang naar tradities, is nu eenmaal een wezenlijk deel van mezelf, en ik ben dus ook tegen het zomaar veranderen van iets dat mooi is.
Mensen die zich daardoor aangevallen voelen: heel jammer, leer ermee leven. De keren dat ik voor rooie, vuurtoren, goudvis of bietenkop werd uitgemaakt, zijn niet meer op de handen van 16,5 miljoen mensen te tellen, en dat het hele jaar door, en niet alleen rond Sinterklaas. Ook discriminatie, ook pesterij. Lekker belangrijk, ben ik hard van geworden.
Dat mijn Sinterklaasfeest er één moet zijn, met de bijbehorende attributen en figuren, heeft voor mij totaal niks met racisme te maken. Totaal niks met slavernij of wat voor abjecte redenen de tegenstanders van Zwarte Piet ook wensen op te hoesten.

Maar goed, zoals gezegd: ik sta er alleen in, want Ilse is fervent tegenstander van Zwarte Piet. Dat wordt nog een uitdaging, en voor mijn geestesoog speelt de volgende scene zich af:

Jente is zichzelf helemaal blij aan het volproppen met marsepijn, pepernoten en chocoladeletters, terwijl ze ondertussen cadeautje na cadeautje uit de verpakking scheurt.
Ilse en ik zitten elkaar vinnig aan te staren, want ik zing alle liedjes waarin een Zwarte Piet voorkomt, terwijl Ilse er continu ROETVEEGPIET doorheen brult.
Jente probeert ons blij te laten zien hoe snel ze pakje nummer 54 openscheurde (ingepakt met ZWARTE PIETEN pakpapier) terwijl Ilse mij woedend aankijkt als ik Jente fijntjes wijs op die vrolijke, gezellige Zwarte Piet.
Ilse roept Jente bij zich om haar ROETVEEGPIET te leren uitspreken, terwijl papa al weken geleden erin geslaagd is om Jente Zwarte Piet te laten zeggen... En zo knagen Ilse en ik ons door dat heerlijke avondje heen.

In de discussies die nu inmiddels al het hele jaar door plaatsvinden, is echter al heel lang geen enkele ruimte meer voor over-en-weer begrip. De tegenstanders komen niet veel verder dan als blinde uilskuikens roepen dat voorstanders racisten zijn. En de voorstanders komen niet veel verder dan het ronddelen van domme plaatjes van domme sites. En daarmee geven ze de tegenstanders dan ook wel weer een beetje gelijk. Eigenlijk.
En aangezien argumenteren aan beide zijden niet echt tot de mogelijkheden lijkt te behoren, meng ik me maar niet meer in die discussie. Want zelfs als je een redelijk antwoord geeft, of een open vraag stelt, krijg je al snel te horen dat je een racist bent, zonder dat er werkelijk een open en prettige discussie mogelijk is. Laat maar dan.

Een van de wat meer prominente tegenstanders (ik ga haar naam niet noemen) vindt iedere blanke een racist, en zelfs als mensen vriendelijk goedemorgen tegen haar zeggen, dan is ze boos. Zij zou bij de SGP of de 50+ partij prima op haar plek zitten, want zij is boos. En net als de 50+ partij heeft zij boosheid tot kunst verheven.
Prima. Wees boos, maar val mij er vooral niet mee lastig.
Maar ze komt ook voortdurend in het nieuws met haar gejank. En haar boosheid. Ik probeer dan altijd weg te zappen. Beter negeren (ja, ik zeg negeren als in: doen alsof ze niet bestaat, voor ik straks een proces aan mijn broek krijg) dan reageren. 

Wat ik wel buitengewoon hilarisch vind, is dat de voorstanders van Zwarte Piet werkelijk álle opgeboerde uitspraken van deze jankjuffrouw delen, analyseren en nog eens delen, en nog eens quoten en nog eens herhalen.
KIJK NU EENS WAT ZE ZEGT!!!!11!1!one!11 HET LAND UIT MET DAT KRENG. We willen dat ze geen podium meer krijgt voor haar blarentrekkende verhalen.
En wat doen ze dus: ze delen alles wat deze jankjuf zegt... Dat vind ik hoogst komisch.
Negeer het mens dan gewoon. Als niemand er meer op reageert, houdt ze vanzelf haar smoel.
En onder het motto van: Negatieve aandacht is óók aandacht, zal deze jankjuf alleen nog maar meer gaan zwetsen, zwammen en janken. En zo houden voor- en tegenstanders elkaar lekker aan het werk...

In Limburg is een heusche rel ontstaan nadat een recensent zich verbaasde over het gebruik van stemapparaatjes tijdens een concours. En hij noemde dit: "Technische Doping".
Deze discussie bleef gelukkig wat meer open, hoewel de voorstanders van het gebruik van deze apparaatjes veelvuldig hun gevoel voor decorum verloren, en begonnen te mauwen dat er niet over gesproken moest worden. Het was "SBS-journalistiek", of "Sensatiezoekerij".

In het verleden werd er nog wel eens geklaagd over het feit dat rijke verenigingen die op concours gingen, vaak voor vele duizenden euro's aan beroepsmusici inhuurden. Hele secties uit niet nader te noemen professionele orkesten, verdienden op deze manier hun vakantie in een 8 sterren hotel bij elkaar. Deze rijke verenigingen zetten dat beroepspersoneel gewoon op de ledenlijst, en er moest verder maar niets over gezegd worden.
Deze praktijk bestaat tegenwoordig nog steeds.

De stunt om stemapparaatjes aan instrumenten te hangen, is een nieuwe. En zelf beroepstrompettist zijnde, vind ik het verbijsterend dat een dirigent (die ook conservatorium heeft gedaan, denk ik zomaar) dit steunt, en toelaat. Het zit je namelijk alleen maar in de weg. (Stemmen met apparaat kan nuttig zijn, maar tijdens een concert, moet je luisteren naar de muziek om je heen, en hoe jouw noten daar in moeten passen. Als je alles op een digitaal kastje gaat doen, ben je niet meer met het concert bezig, en ben je jezelf dus tegen aan het werken).  Deze mening wordt overigens en gelukkig door veel van mijn collega's gedeeld.
Echter, in één wel zeer bizar geval niet. En die wil ik er ter leering ende vermaeck wel even uitlichten.
Deze dame heeft net als ik een conservatorium diploma. Sterker nog: zij heeft verder geleerd, en heeft dus niet alleen haar bachelor, maar ook haar master diploma in de muziek.
Zij zei naar aanleiding van de recensie: nou, dan gaan we ook onze triggers maar niet meer gebruiken.
(Voor de leek: een trigger is een mechanisme om de valse noten die er nu eenmaal op een koperinstrument zitten, te corrigeren. Een koperinstrument is nu eenmaal een compromis).
Mijn wenkbrauwen, die toch al erg hoog op mijn voorhoofd stonden vanwege alle malle reacties, flikkerden nu bijna van mijn voorhoofd af van verbijstering.
Een beroepsmusicus met nota bene een masterdiploma (die heeft dus niet 4, maar 6 jaar op muziek in het algemeen en haar instrument in het bijzonder geleerd) die zoiets durft te roepen? Die zou wat mij betreft geen snabbel meer moeten krijgen, haar diploma's inleveren, of op zijn minst het schoolgeld van al die jaren terug moeten eisen. Die heeft werkelijk niks geleerd of begrepen over stemmen, intonatie, samenspelen en muziekmaken.

Even los van wat we daar met zijn allen van vinden: waar eindigt het gebruik van hulpmiddelen...
Het begon met inhuren van beroepsmusici, en nu zijn we dus bij het (m.i. nutteloze) gebruik van stemapparaten.
Ik denk dat de volgende stap in-ear metronooms zijn. Want luisteren naar je omgeving en je medemusici hoeft niet meer, vanwege het stemapparaat. En voor een vereniging financieel wel lekker, want met een stemapparaat en metronoom op instrument en lessenaar kun je de dirigent wel afschaffen.
Een andere opmerking die gemaakt werd: op zo'n concours, staan alle neuzen dezelfde kant op, en wil de vereniging pieken.
Juist. Dus als argeloze bezoeker van een normaal concert van je vereniging, krijg je een vereniging die niet per definitie wil pieken? Dan betaal je dus een kaartje voor een vereniging die niet met de neuzen dezelfde kant opstaan. Lijkt me toch een domper. Dat zal dan uiteraard wel niet zo zijn, maar het argument en sich slaat natuurlijk nergens op.





maandag 31 oktober 2016

Over Jente, 50+, SGP en Iphones.

Ik denk dat ik een betonnen bril moet gaan kopen, want Jente lijkt op Ilse. En beiden hebben een ongezonde voorkeur om die lompheid op mijn bril te richten.

De eerste keer dat mijn bril ongenadig met Jente haar onbesuisdheid in aanraking kwam, was toen ze nog niks anders kon dan liggen, eten, poepen en huilen. En dus graaien. Tijdens het luier-verversen is dat niet handig. Zo kippig als een kip zonder kop een volle poepluier vervangen voor een schone is nu eenmaal geen kattenpis.
De tweede keer was toen ze haar vers geleerde high-five wilde demonstreren. Die landde dus niet met haar hand tegen mijn hand, maar tegen mijn hoofd. Bijna bril kwijt.
En zonet de derde keer. Jente vindt het (zoals alle kinderen) leuk om te kopieeren. Daar leren ze van. En als er applaus klinkt, dan is het helemaal het einde om mee te juichen en in haar handjes te klappen.
Ik draaide voor haar een filmpje van een of andere gekke Chinees die op een sheng het liedje van Super Mario speelde. En aan het einde van dat liedje wordt er op dat videootje geklapt. Dat is een kolfje naar Jente's handje (letterlijk en figuurlijk).
Na 61x was ik het liedje zat, en Jente moe genoeg voor haar tussendoorse tussenslaapje. Dus tijdens het applaus draaide ik haar om. Dat had ik beter niet kunnen doen, want Jente stapte niet zomaar van haar voornemen af om te mee te applaudisseren, en dus belandde mijn hoofd tussen haar applaus. Zo enthousiast als ze mepte (wel 3x voor ze in de gaten had dat er een obstakel tussen haar handjes zat), zo beduusd was ze toen ik haar uitlachte.
En toen dus maar moe op bed gelegd.

Uit het nieuws:
De 50+ partij is boos. Dat is op zich geen nieuws, die zijn al boos als je ze vriendelijk goeiemorgen wenst. Ik bedoel: die mensen hebben boos zijn tot nieuwe kunst verheven, en zijn boos dat ze daar geen subsidie voor krijgen.
Ze zijn boos omdat de AOW leeftijd weer omhoog gaat. Van 67 naar 67 en 9 maanden of zo. Een futiele verhoging.
En die arme mensen waren nog nauwelijks bekomen van de vorige verhoging. (Overigens wel lekker goedkoop: met dit soort maatregelen komen we door alle woedebuien vanzelf van onze senioren af. Ze sterven allemaal aan door boosheid veroorzaakte hartaanvallen).
Ik snap wel dat het niet zo leuk is dat je langer moet werken, maar ja. Met het feit dat we als mens steeds ouder worden, moet het allemaal voor de (veel kleinere) jongere generatie wel betaalbaar blijven.
Wat ik echter te ranzig voor woorden vind is dat veel pensionado's blijven werken. En daarmee doel ik op een praktijk die ik vorig jaar hoorde: als vrijwilliger (dus onbetaald) lijndiensten gaan rijden. Om maar niet achter de geraniums te hoeven plakken of zo. En dat zal in andere branches ook wel gebeuren.
Dus linksom zitten ze te zeiken dat ze niet langer willen werken, rechtsom naaien ze de jongere generatie door gratis en voor niks werk te gaan doen, waarvoor een jongere gewoon betaald zou worden.
Als je dan toch niet achter de geraniums wil zitten, ga dan werken voor geld.
Dus nee, ik ben totaal voor verhoging van de AOW-leeftijd.

De SGP is ook boos. Want het zelfverkozen levenseinde wordt mogelijk, of is inmiddels mogelijk.
En dat is niet van de Heere, dus is het fout. Op zich, voor dat standpunt heb ik nog wel begrip. Ten slotte zijn die lui bij de SGP nogal van de Heere, dus logisch dat ze moeite hebben met de vrijheid van het zelfverkozen levenseinde.
De komende verkiezingen had ik eigenlijk besloten om wel te gaan stemmen. Want terwijl onderbuik-denkend-Nederland en masse gaat stemmen op hetzij de pvv, hetzij Denk, denk ik dat mijn stem maar eens naar een relatief weinig kwalijke partij moet gaan. En mijn oog viel daarbij op de SGP. Niet dat ik noodzakelijkerwijs achter al hun standpunten sta (in tegendeel zelfs), maar de laatste lichting politici, vind ik nog niet eens zo heel verkeerd. 
Maar deze foto deed mij toch besluiten om mijn stem te herzien.
Het bijbel-hoofdstuk over naastenliefde, is bij de maker van deze sneue poster niet blijven hangen, hè, wat jammer. Terug naar de zondagsschool met die gek!
Dit is puur bedoelt om stemmen te roven van de PVV. Meer niet. En dat op zich is een mooi streven.
Hoewel ik me afvraag of het aardappels-met-dikke-jus-gehaktbal-bloemkool-en-al-die-moslims-zijn-eng-en-vluchtelingen-pikken-onze-banen-en-rijden-in-nieuwere-auto's-dan-ons-want-dat-staat-op-facebook-volk nu wel op de SGP gaat stemmen. Ik weet eigenlijk wel zeker van niet. En dat weet de SGP ook. Des te ranziger is deze poging.... Ik zal dus niet op de SGP gaan stemmen, want blijkbaar is de SGP ook van plan om vrijheid van godsdienst aan banden te leggen, tenzij het om henzelf gaat. Griezelig. Uitermate griezelig.

Ik heb dus een nieuwe telefoon besteld. Die komt straks binnen. Omdat ik nu eenmaal wat randapparatuur heb gekregen, die specifiek voor dat vruchtenbedrijf gemaakt zijn, vond ik het logisch om dan maar weer een apple te kopen.
Ik herinner me van 2 jaar geleden, dat ik besloot om NOOIT meer een iphone zelf te gaan installeren. Wat heb ik gevloekt, gezweet, gezucht, gesteund en gekreund bij het installeren ervan. Dat bleek zelfs na twee jaar Iphone 4 geen sinecure voor iemand met interesse voor alles behalve voor telefoons en computers.
Ik heb dus toen ik weet niet hoevaak mijn wachtwoord van email, facebook en andere shit moeten vervangen. Want had ik mijn email op de telefoon goed ingesteld, maar was ik vergeten het nieuwe wachtwoord te onthouden, en kon ik dus al die velden weer door. En dat dus niet alleen voor mijn email, maar voor alles waar ik een account voor nodig denk te hebben.
Om nog maar te zwijgen van alle andere zaken. Want Iphone en windows is geen heel gelukkig huwelijk. Grijze haren kreeg ik ervan. Ilse werd afgepoeierd, en ik raakte steeds gefrustreerder. Kortom: een wellicht iets te zware belasting voor een toen nog redelijk vers huwelijk...
Dus deze keer had ik Ilse al ingeseind: joh, er komt een Iphone 7 aan. Hou je maar klaar, want om ellende te voorkomen, lijkt het me een strak plan dat JIJ mijn nieuwe telefoon gaat instellen.
Daar was ze (wellicht nog niet helemaal bekomen van mijn eigen pogingen, nu alweer twee jaar geleden) het helemaal mee eens.
Maar ja; je kent het wel. Ilse moest naar de diabetesverpleegkundige, er moesten boodschappen, het autootje moet voor een nieuwe multiriem, en er moet stage gelopen worden.
Dus in al mijn enthousiasme begon ik alvast mijn accounts te bewerken. Nieuwe wachtwoorden instellen (gezeik, bij al die dingen), en eens kijken of ik een ICloud account had. Heb ik, maar in eerste instantie weigerde dat verrekte ding mijn account te herkennen.
Na wederom wat ingehouden vloekwerk (dat werkt niet, ingehouden, mompelend vloeken. Je frustratie kan er lastiger uit als je moet mompelen of fluisteren. Maar aan de andere kant, zou ik het heel zuur vinden om van de juffen op het kdv te horen dat Jente vloekt als een volleerde bootwerker) lukte het wel. Houzee!!!! Ik leer steeds meer!

Nu heb ik dus een papiertje met daarom mijn wachtwoorden. Waar ik dat moet verstoppen: ik zou het niet weten. Want als ik het dan eens nodig heb, zal je zien dat ik vergeten ben waar ik het verstopt heb... En dus volgt er weer een gefrustreerde zoektocht enzovoorts enzovoorts.

Ik heb veel goeie eigenschappen, maar geduld met consumenten-electronica, pc's, software en dergelijke is er niet één van.




woensdag 26 oktober 2016

Een verloren deksel en een aanranding.

Het is een middag als alle andere dinsdagmiddagen. Ik stap mijn auto uit, en loop naar het gebouw waar ik lesgeef.
Het nieuwe beheer van dat dorpshuis is inmiddels een stuk professioneler, en boden me aan om me uitleg te geven over de kassa, zodat ik zelf mijn koffie aan kan slaan. Dat is toch goud?
Hoe dan ook, de leerlingen kwamen (ik heb er weer twee die examen-kandidaat zijn, en die hadden goed geoefend, en deden hun toonladders net niet helemaal zonder fouten. Een fis in een toonladder van bes, klinkt toch op zijn zachtst gezegd wat apart) en na 4 exemplaren had ik even een korte peukstop.
Naast het gebouw staan wat bomen. Aalst is ten slotte geen uit beton opgetrokken middel-grote stad, maar nog een klein, authentiek dorpje.
Ik kan daarvan genieten. Oude, traditionele woninkjes. Kleine, smalle straatjes. En men kent elkaar er nog, en mij inmiddels ook.
Hoe dan ook: ik stap naar buiten, steek mijn peuk op en loop een beetje heen en weer om warm te blijven. (Het wordt ten slotte alweer herfst, en dus is het buiten roken veel minder lekker dan wanneer je lekker in het zonnetje op een terras zit. De niet rokert heeft zich daar nogal op verkeken, geloof ik).
Mijn oog valt op een van die bomen. En vooral om wat er ín die boom hangt. Een groot blauw ding. Op een meter of zes hoog.
Ik kijk beter, en zie dat het om een flinke deksel gaat van een vuilcontainer.
Verbaasd kijk ik nog eens, gewoon om zeker te weten dat mijn ogen me niet bedriegen, maar het is echt. Er hangt dus op zes meter hoogte een deksel van een vuilcontainer in een boom.
Dat zijn normaal zaken die je alleen ziet in gebieden waar orkanen of tornado's het huishouden doen.
En dan liggen er om zo'n boom dus allemaal andere resten ook.
Maar dit was gewoon een containerdeksel, zonder container die maar een beetje eenzaam hing te hangen op een dikke tak.
Ik heb oprecht respect voor de vandaal die dat ding zo hoog in die boom heeft weten te keilen. Ik stel me zo voor dat er een half dronken, pezige bullebak iemands container omtrapte (daar heb ik dan geen respect voor, want andermans bezit vernielen doe je niet, tenzij je een minderwaardige halfprimaat bent), de deksel lostrok, en vervolgens dat ding met een zwierige maai van zijn op varkenshammen lijkende armen die boom in slingerde.
En vervolgens sta ik me er dus over te verbazen.

Of Aalst werd in de nacht van maandag op dinsdag getroffen door een micro-tornado. Iedereen sliep, en door de vleugelslag van een van de vogels van de plaatselijke duivenmelker ontstond er een piepklein tornadootje. Dat vloog de duiventil uit, won iets aan kracht, botste tegen de vuilcontainer aan, en nam en passant dat deksel mee.
Het tornadootje, nu wat verzwaard door die deksel, maakte een boog, vloog tegen de bewuste boom aan, verloor zijn kracht, en verdween in het grote donkere niets, met achterlating van die deksel.

In beide gevallen vraag ik me af, of de eigenaar al weet dat de deksel van zijn geliefde vuilbak in een boom is geeindigd. En zo ja, of hij net zo verbijsterd is als ik. En of hij zich ook afvraagt wat er in vredesnaam gebeurd is.


Wij zijn in het bezit van een luier-emmer. Daarin deponeren wij de vol geplaste of gepoepte luiers. Het ding is gelukkig afsluitbaar, want voordat we die emmer moeten legen, zijn we een week verder en inmiddels weet ik uit ervaring wat voor goddeloze meur de opbrengst van een week kan verspreiden.
Maar om de emmer te legen, moet je even door je knieën, die emmer openen, het zakje lossnijden (snel dichtknopen, anders sterft je neus af), het nieuwe zakje prepareren en de emmer weer dichtdoen.
Dit wat vieze klusje wachtte mij vanmiddag toen ik Jente's luier verschoonde. Soms stel ik het uit, in de hoop dat de overvolle emmer die éne extra luier nog wel zal accepteren. Maar goed. Even mans wezen dan maar.
Ik zette Jente op de grond, en ging op mijn hurken zitten, om deze wansmakelijke doch broodnodige handelingen te gaan verrichten, maar voor ik goed en wel de luier-emmer open had, voelde ik een koud handje in mijn bilspleet verdwijnen.
Als door een wesp gestoken, draaide ik me om, waarbij ik Jente meesleepte in de beweging. Jente hield zich namelijk met haar linkerhand aan mijn broekband vast, zodat ze nog dieper kon toetasten zonder haar evenwicht te verliezen.
Terwijl ze haar handje terugtrok, sprak zij trots:"Hoppa-keeee", en keek me stralend aan.
Juist. Nou kom je bij het verschonen van een luier bij een baby op plaatsen waar een volwassen vrouw terecht van zou gaan krijsen, maar dat een baby, pardon: dreumes, ook wel eens opgewekt bij papa aan en in zijn bilspleet zou gaan graven, is nieuw voor me.
Mijn gewicht is op zich voor mij geen echt issue, maar het is stiekem toch wel fijn te weten dat een broek waar ik eerst geen riem voor nodig heb, nu wel echt een riem nodig heeft. Want de ruimte begint wel erg groot te worden.





maandag 24 oktober 2016

Ronnie de horrorclown.

Het was een lastig tentamen. En Ronnie besefte ter dege dat als hij het niet haalde, hij van de clownsuniversiteit geschopt zou worden.
Twee dagen later kregen ze de uitslag, en Ronnie's grootste angst werd waarheid. Hij had het tentamen "struikelen over helemaal niks" niet gehaald. Alweer niet. Het lukte hem maar niet om over volstrekt niets, zo oncharmant mogelijk te struikelen. Hij had natuurlijk de pech dat zijn ballet-opleiding hem perfect had geleerd hoe hij moest vallen. Ook wel noodzakelijk, aangezien hij niet in staat was om een perfecte pirouette te maken.
Een gesprek met de decaan volgde. En de trieste mededeling dat hij maar moest stoppen met deze oh, zo prachtige opleiding.
Er was geen toekomst voor hem als clown.

Diep depressief verliet hij het pand. De specifiek voor deze opleiding aangestelde clownspsycholoog kon niks voor hem doen. Hij was ten slotte geen student meer, en ook niet werkzaam als clown. Dus kon deze clownspsycholoog hem ook niet de algemeen aanvaardde knal-antidepressiva voorschrijven.

Omdat hij toch inkomen moest hebben om zijn kamertje te betalen, solliciteerde hij bij de McDonalds.
Hamburgers flippen onder toeziend ook van die verrekte rood-wit-gele pokke-clown, die hem elke morgen stond op te wachten met die uitgestrekte arm. Die hem elke ochtend weer herinnerde aan zijn mislukking. Wat haatte hij die clown. En wat haatte hij de docent die hem liet zakken. En de decaan, die hem vanachter dat vreselijke clownsmasker vertelde dat hij, de immer grappige Ronnie, geen toekomst had als clown.

Hij moest een daad stellen. Hij moest de wereld laten weten dat Ronnie de Rollende lach, wel degelijk talent als clown had.
En van zijn eerste hamburger-flip-loontje toog hij naar de plaatselijke fopshop om daar eens even goed te gaan winkelen.
Een nep-kapmes. Een nep-kettingzaag. Een nep-clownspak. Nep-bloed. Dat zou het gaan doen.

Om het effect te vergroten, strooide Ronnie de volgende dag de inhoud van de kattenbak op de keukenvloer uit, en rolde daar in zijn clownspak nog eens goed doorheen. Om het effect te maximaliseren.
Getooid in zijn meurende pak, wit geschilderd gezicht, overdadig bevlekt met het nep-bloed, en zijn nep-kapmes in zijn hand, verliet hij zijn huisje.

Zijn eerste slachtoffer was een bejaarde dame, die zó hevig schrok, dat ze ineens haar rollator niet meer nodig had. Ze vloog gewoon voor hem weg.
Schaterend keek Ronnie haar na.
Zie je wel! Hij was heus leuk!
Op naar de speeltuin. Het was nog niet helemaal aan het schemeren, en in het waterige avond zonnetje, zouden er vast nog wel kinderen aan het spelen zijn.
En jawel: er waren wel vier kinderen vrolijk en opgewekt aan het klieren op de schommel en het klimrek. Hij zou ze wel eens even.

Brullend als een maniak stormde hij op het speelveldje af. Maaiend met zijn kapmes, meurend als de poorten van de hel.
Wederom was het effect pure weldaad voor zijn van haat vervulde ziel. Krijsend van angst maakten de kinderen dat ze wegkwamen. Pissend in hun broek van ellende riepen ze om hun papa.

Een toevallige passant belde gelijk het alarmnummer, en goddank was de politie al dichtbij.
De agenten raceten erheen, en wisten Ronnie al snel te omsingelen.
Ronnie, die van haat niet meer helder kon denken, wilde zijn spel voortzetten. Die agentjes waren geen match voor hem. En hey, hij was een clown, dus wie zou een clown nu kwaad willen doen, zelfs al is het een van haat vervulde horrorclown. Toch?
Zwaaiend met zijn nep-kapmes en brullend als een brulaap, liep hij op de agenten af.
Die agent, kon niet onderscheiden of het om een echt of om een nepwapen ging, en sommeerde nog eenmaal om dat mes te laten vallen.
Maar Ronnie kon niet meer. Hij was doorgedraaid. En hij liep door.
Een knal. Alles verzengende pijn.
Toen de agent zich over hem boog, bracht hij reutelend uit:"ze hadden me niet moeten laten zakken. Ik ben best een goede clown".
Reanimatie mocht niet baten. Enigszins gehinderd door het nepbloed, konden ze de kogelwond niet snel genoeg vinden.
Ronnie, de horrorclown is dood.

Ik heb in mijn leven slechts éénmaal een clown van veraf mee mogen maken, en dat was de toen wereldberoemde Oleg Popov. Meer dan omhoog getrokken wenkbrauwen en mondhoeken, wist hij niet bij me te veroorzaken.
Ik vond het een beetje een afknapper.
Sowieso vind ik clowns een beetje een afknapper.
Maar horrorclowns? Kom op zeg. Waardeloze flikkers. Oh, ik zou best goed schrikken, maar ik denk dat als ik mijn "war-face" opzet (vrij naar sergeant Hartman, uit Full Metal Jacket) ik een stuk enger ben. En dit denk ik omdat ik te horen kreeg dat ik het best goed zou doen als rooie horrorclown van Almere. Volgens Jurgen dan, maar die houdt zoveel van me, dat we zijn mening hierover maar met een korreltje zout moeten nemen.
Wat ik me afvraag: een kind dat 's nachts niet meer durft te slapen. Een kind dat 's nachts (weer) in bed plast. Een bejaarde die sterft aan een hartaanval van schrik. Is het dat allemaal waard? En stel je voor, je hoort dat je iemand letterlijk hebt laten doodgaan van schrik. Durf je jezelf dan nog in de spiegel te kijken, als je weer ontschminkt bent?
En stel je voor: de politie schiet een kogel in je flikker, omdat zij niet kunnen onderscheiden of je mes echt of nep is, ga je dan lopen janken over die stoute pliesie?
Vragen, vragen, vragen....

Elke uiting in de media over dit fenomeen is natuurlijk niet slim (deze blog incluis), want het kan sociaal zwakke mensen triggeren om naar een fopshop te gaan en hun talenten te gaan ontdekken.
Maar aan de andere kant, de kans dat de lezer van deze blog zichzelf laf en belachelijk genoeg wil maken, lijkt me ook niet heel erg groot.

Overigens heb ik nog een persoonlijke primeur te pakken: een operette!. Dat is niet heel erg primeurderig, want ik heb in mijn leven vaak zat operettes gespeeld. Tot groot genoegen.
Maar dit keer is het een operette waarin een dansgroepje voorkomt. En de primeur zit erin dat dit dansgroepje dus daadwerkelijk leuk is om naar te kijken. De vellen slepen niet over de dansvloer achter de danseressen aan, maar het zijn jonge frisse meiden. En zie jezelf dan maar te concentreren...
(Overigens: voor al die gesjeesde clowns: bij een operette of musical mag je ook verkleed gaan, alleen bezorg je er dan mensen een leuke avond mee. Zou je kunnen proberen). 



donderdag 20 oktober 2016

Braken en agenda's.

Braken.
Het is niet ieders hobby, zelfs niet van mensen die regelmatig katjelam thuiskomen en de volgende ochtend hun teveel aan alcohol op minder jofele wijze moeten lozen.

Afgelopen dinsdag was het de beurt aan mij. Niet vanwege een heel erg feestelijke alcoholrijke maandagavond, maar gewoon, omdat mijn maag in opstand kwam tegen iets dat ik gegeten had.
Dat begon eigenlijk al bij het opstaan. Het was erg vroeg, maar Ilse was al naar haar werk. Jente lag nog lekker te slapen, en ik werd wakker met een wat knellend, onprettig gevoel in mijn buik.
Omdat ik dat niet direct linkte aan een gewelddadig uittredende maaginhoud, liep ik muisstil naar beneden voor mijn eerste kop koffie met een peuk. Heerlijk, als ik dat eerste momentje van de dag even voor mezelf kan hebben.
Die peuk, ging nog wel. De eerste slok koffie zorgde ervoor dat het was onprettige gevoel in mijn buik explodeerde tot een afgrijselijke storm van ellende, die als de wiedeweerga eruit moest.
Ik kwam al kokhalzend nét op tijd aan op het toilet.
En, tja. Ik braak nu eenmaal niet heel erg stilletjes en verlegen. Dat gaat gepaard met geluiden die tot ver in de bovenverdieping van ons huisje reiken. Jente werd er in elk geval wakker van, en zette het op een brullen.
Probeer maar eens tussen kokhalzen, oprispingen en braakpartijen door, geruststellend naar boven te roepen dat alles goed is, en dat je je dochter zo komt halen. Dik kans dat het niet lukt.
Mij in elk geval niet.
Maar goed, toen mijn maag weer wat gekalmeerd leek te zijn, stiefelde ik naar boven, om wat haastig mijn dochter uit bed te plukken, haar te troosten en haar een knuffel te geven. Niet heel handig, ik had (ondanks haar gebrul) beter eerst mijn tanden kunnen poetsen, want met een naar maagzuur en andere blerf ruikende bakkes lukte het me maar matig om haar te kalmeren.

Op naar beneden. Jente was inmiddels wakker genoeg voor haar papje. En nadat ik dat klaargemaakt had, zat ze dat genoeglijk naast me op de bank naar binnen te slobberen. So far, so good.
Tot ze besloot dat ze na het eten eens lekker op papa's buik ging zitten. NOT SO GOOD. Want buikje-lief vond het een prima reden om weer eens lekker in opstand te komen.
Jente als een gek van me af gezet, en een woeste sprint naar het toilet volgde. En uiteraard weer allemaal luid gekreun, gekokhals en gebraak. Wederom schrok Jente hier behoorlijk van en barstte in tranen uit. En ook nu lukte het me niet om, met mijn hoofd diep in de pot, Jente gerust te stellen. 

Inmiddels was ik doodop, mijn benen leken wel van lood en totaal afgeleefd, en mijn stem was nauwelijks meer hoorbaar door alle langsstromende maagzuur. Dus alles wat ik tegen mijn dochter wilde koeren, kwam er uit als een valse kraai met stembandpoliepen.
Toen ik voor de derde maal naar het toilet moest sprinten om daar Villeroy en Boch eens lekker te gaan knuffelen, besefte ik dat ik niet wist hoe alleenstaande ouders dit oplossen: zorgen voor een dreumes van 1,5 jaar terwijl je hoofdzakelijk op het toilet bent om je maag zich via de wat minder natuurlijke weg leeg te laten lopen.
Dat probleem hebben wij gelukkig niet, want toen ik Ilse belde met de mededeling dat ik toch best behoorlijk ziek was, stuurde zij gezwind haar ouders naar ons toe, die Jente op zouden pikken, zodat ik in alle rust hetzij op het toilet of onder de douche kon bivakkeren.
Fijn.
Nou ja. Ik heb dus ook de rest van de dag mijn tijd moeten verdelen tussen toilet, douche en bed.
Die douche was omdat ik een heel klein pietsje verhoging had, en het soms zó koud had, dat ik maar onder de douche ging om even warm te worden. Prettig ook dat het toilet naast de douche staat, zodat ik me alleen maar wat hoefde te bukken om mijn maag maar weer eens te legen tijdens het douchen. Scheelt toch een radeloze run naar de pot, nietwaar?

Inmiddels kwam Ilse thuis, en werd Jente thuis afgeleverd, en kreeg ik de vraag toegeworpen of ik me nog steeds zo voelde als ik eruit zag. Mijn ogen opgezwollen en bloeddoorlopen. Groen als een jong lente-blaadje. En benen van rubber.
Het feest was echter niet over.
Want uiteraard is Jente nog niet zindelijk (daarover hebben we al meerdere moeilijke gesprekken gevoerd) dus die moet nog wel eens een nieuwe luier. Ilse zou dat doen. En dat ging allemaal prima, tot ze naar beneden kwam. Ergens moet ze gedacht hebben dat die laatste traptreden een onbelangrijk detail waren, of dat die laatste treden onbestraft overgeslagen konden worden. Uiteraard een misvatting, want met Jente en al stortte ze nogal lomp en onbehouwen ter aarde.
Gelukkig was Jente ongedeerd, maar Ilse niet. Haar grote teen zwol al ras op tot ongezonde proporties en werd best wel blauw. Geen gezonde kleur, voor een over het algemeen gezond teentje.
Gelukkig bleek, na het maken van een foto, dat de teen niet gebroken was.

Inmiddels ben ik weer helemaal het heertje, hoewel van alle braken ik nog steeds opgezwollen ogen heb, mijn middenrif nog steeds krachtig protesteert als ik hoest, lach, trompet speel of diep inadem en mijn stem nog steeds niet helemaal dat zoetgevooisde geluid produceert dat men van mij gewend is. 
Maar met die dichtgekoekte ogen, kreeg ik regelmatig de vraag of ik mot had met de buurman. Blijkbaar niet erg charmant.

Een jaarlijks terugkerend fenomeen is het kopen van een agenda.
Ik ben namelijk wat dat betreft een vreselijke pietlut. Het moet niet te groot (want zonder gezeur in mijn koffer passen). Niet te klein (want met mijn handschrift zou dat leiden tot totale chaos). Er moet één week per bladzijde zijn, en niet meer of minder (ivm grootte van de agenda). Het moet er zakelijk uitzien, dus geen franje of kleurtjes. (Zie maar eens een fatsoenlijk geproportioneerde agenda te vinden, die er zakelijk uitziet, en praktisch in gebruik is. De meeste agenda's die de goeie maat hebben, zijn van die fleurig, kleurige pokke-boekjes waar alleen een puberend meisje nog opgewekt van wordt en aangezien ikzelf degene ben die fleurig en kleurig is, hoef ik geen concurrentie van mijn agenda. En als ze dan weer lekker zakelijk zijn, dan zijn ze weer niet in de goeie maat. Van die binnenzak-boekjes die je bij elke hoest of scheet weg ziet waaien).
Dit dacht ik dus vorig jaar te hebben opgelost door het kopen van een ordner agenda. Zo'n mooie klapper in het leer, waar je dus jaarlijks een nieuwe vulling in kan doen.
Ik kocht de meest simpele, gestandaardiseerde, maar wel chique in het leer gebonden agenda. Een beetje duur, maar in de uitverkoop met een of andere kortingsbonnen actie toch nog best betaalbaar.
Helemaal de koning te rijk was ik er mee, want nu zou ik nooit meer moeite hebben met het vinden van de juiste agenda. Gewoon een nieuwe jaar-vulling kopen, en klaar is Marnix.
Toch?
Nou nee.
Want bij de boekhandel hier in Almere bleken er niet één, maar wel 100 van die vullingen te koop. En had ik net mijn agenda niet bij me.
Op goed geluk de goedkoopste maar meegenomen. Ik meende de naam te herkennen.
Thuis de wikkel eraf om hem in mijn agenda te passen, en... Jawel... Pokke! Paste niet. En met een kapot gescheurde wikkel kan je hem niet ruilen. Slim gedaan van dat soort winkels. 
Uiteindelijk in Sliedrecht zo'n navul setje gekocht. Met allemaal flapjes, klepjes en nodeloze info erbij, die ik met een groots en zwierig gebaar wegdonderde, want niet nodig.
Maar wel een handige insteekhoes voor mijn lesroosters, en een inzet boekenlegger om bij de huidige week te steken. (Dat zeer nuttige ding miste ik in mijn vorige agenda).
Voor volgend jaar dus: die vermaledijde klapper mee, om te voorkomen dat ik de verkeerde maat koop.
Over op digitaal (via mijn telefoon) wil ik nog niet. Met mijn vorm van digibetisme is dat vragen om totale ellende, chaos en echtscheidingen. En laat ik daar met het oog op eventuele toekomstige kotspartijen nog even niet aan willen denken.




Hoera, joechei, driewerf hieperdepiep

Hoera, joechei, driewerf hieperdepiep en meer van zulke exclamaties. Het riool heeft het gehouden. Sterker nog: de problemen bij de gemeent...