donderdag 27 november 2014

Een 'vergeten' herinnering.

Zomaar ineens een herinnering.

Ik loop door de Appie. Er moet een brood komen, want mensen eten nu eenmaal brood. Dat ligt besloten in de orde der dingen. Meestal pak ik dan zo'n kiloknaller. 2 of 3 broden voor de prijs van 1. Godzijgedankt dat dat nog wel mag van de clubjes van verantwoordelijke eetersch.
En ik loop dan gedachtenloos verder. En ik zie in mijn ooghoeken de halfjes krentenbrood. Je weet wel: dat gele, met die zwarte, kleverige druppels erin.

En dan valt hij ineens in.

Het is 1989 of daaromtrent. Een koude winter, in het pittoreske Velp. Ik ben uit logeren bij mijn oma. Als kleine jongen, mocht ik soms alleen, zonder ouders, uit logeren. Bij oma. Poeteke noemden wij haar, hetgeen in het Indonesisch iets als 'witje' betekent. Ze had, toen ze gouvernante werd bij mijn overgrootouders, namelijk ravenzwart haar.
Dit is echt waar, nog van voor de tijd dat Sneeuwwitje gemeengoed werd onder kleuters.
Hoe dan ook: mijn oma zorgde voor het ontbijt. En dat bestond niet uit degelijke bruine plakken brood met kaas. Niks ervan. Als wij kwamen logeren, werd de plaatselijke grutter leeggetrokken. Alle verwennerijen werden aangesleept. Ze was toen al dik in de 80 en schuwde een stevige wandeling naar "het dorp" niet, als het erom ging kadootjes en verwennerijen voor ons te halen.
Oude kaas, muisjes, gestampte muisjes, hagelslag, rosbief, ham, en noem maar op.
En krentenbrood. Want dat was ook verwennerij.
Een beetje besmuikt werd dat verse krentenbrood zonder verder veel plichtplegingen in de rooster geflikkerd.
Mijn oma deed altijd alsof dat eigenlijk een zonde was. Maar het was wel werelds lekker, in de ogen van een 8-jarige. Belegd met oude kaas, of pindakaas was zo'n bruin uitgeslagen, warme plak krentenbrood een ware traktatie. Ook voor mijn oma. Smullen kon ik daarvan, en dan niet één plak, nee, wel 4!!

Pas veel later realiseerde ik me waar die gene vandaan kwam.
Voor mijn oma, die 2 wereldoorlogen meemaakte, en in de laatste oorlog vier Joden onderdak verschafte, terwijl haar buren SS-ers ingekwartierd hadden, was voedsel iets heiligs. Dat was kostbaar, want wat honger was, had zij aan den lijve meegemaakt. Wat armoede was. Goed en vers voedsel verspilde men niet in een broodrooster. Dat was iets voor oud brood.
In de jaren net na de oorlog, was het nog steeds redelijke armoe troef in Nederland. Behalve dan voor mijn overgrootvader, die als schout-bij-nacht van de Marine tot de bovenlaag van de bevolking hoorde. Sterker nog: hij had een huishoudster. En dus ook het geld om op zondagochtend vers krentenbrood te halen (dat kon toen, bij de Haagse bakker), om dat te roosteren. Voor de huishoudster was dat als vloeken in de kerk. Ten slotte was zij huishoudster en dus niet behorende tot de bovenlaag.
Mijn oma nam dit gebruik over. Maar dus wel altijd wat stiekem... Wat besmuikt.

Een jaar of 25 later, zit ik hier in een huis dat in verregaande staat van ontbinding verkeert. Niet alleen de constructie is op sterven na dood, ook de inrichting neemt vormen aan van net na een bombardement. Verhuizen is rommel.
De herinnering die me inviel bij de broodafdeling... Zou het...???

Ontbijttijd. Ik open de verpakking en laat, toch wel een beetje stiekem (waar je mee omgaat, wordt je mee besmet) 2 plakken vers krentenbrood in de rooster zakken. Als het apparaat "tring" doet, zie ik dat het goed is: precies bruin genoeg geworden, precies warm (oppassen dat je niet je fikken brandt aan de heet en kleverig geworden krenten) genoeg. Oude kaas erop, en.... Ja!! Heel even ben ik weer dat 8-jarige mannetje. Heel even zie ik het rommelige hutje van mijn oma voor me, en kijk ik uit op een besneeuwde tuin, waarin vogels hun voertjes uit het huisje komen pikken. De smaak, het gevoel. Het is er nog. Na 25 jaar, is een 'vergeten' herinnering weer levend.
Ik ga dit vaker doen!

Voor iedereen: gewoon eens proberen. Niet te lang laten roosteren, dat krentenbrood, want het is veel bevattelijker voor verbranding dan gewoon brood.
Eet smakelijk! :)








maandag 24 november 2014

Memorabele Messiahs

Ik ben toch wel een beetje blasé. Want de Messiah komt elk jaar wel weer voorbij, en tot mijn schande moet ik toegeven dat ik in de meeste gevallen, de details gewoon niet onthou.
Van sommigen wel.

Zoals jaren geleden. Mijn eerste keer op eerste, onder leiding van Nicolas Mansfield. Een geweldige dirigent, een showpik tot en met, en een ontzettend aardige man. De manager van het orkest, altijd even motiverend:"het moet wel goed zijn". Ja... Fijn man, fijn dat je me nog even inwrijft dat ik dit voor het eerst doe. Fijn dat je de druk er nog even lekker oplegt.
Maar het ging goed. Dat lag trouwens niet aan het instrument, want dat ging zeker niet goed. Vlak voor de inzet van het duet met de bariton gaven mijn ventielen er de brui aan. Dus toch wel een beetje emotioneel griste ik de trompet uit de handen van mijn collega naast me, en uit boosheid, speelde ik een nagenoeg perfect duet.

Ook jaren geleden. In Enschede, een meezing Messiah. Niemand verwachtte dat die door zou gaan, want koning winter hield het land in zijn greep, en de verwachting was dat het orkest niet door de sneeuwbuien heen zou komen. Het onverwachte gebeurde wel, en het koor, solisten en orkest waren compleet. Op de terugweg echter ging het echter volslagen mis. Ik glibberde over de met sneeuw volgebaggerde wegen naar huis, en anderhalf uur later was ik nog niet op de helft, maar wel bij een tankstation. In de hoop daar wat te kunnen eten, gleed ik het terrein op. De uitbater had slecht nieuws: hij was door de sneeuw niet bevoorraad, en ik kon er dus niks te eten krijgen. Wél een gratis kop koffie. Met een kop koffie op het dashboard naast me ging ik weer op weg. Pure concentratie om die topzware berlingo de snelweg weer op te krijgen. Toen dat gelukt was: hehe lekker koffie! En ik greep de koffie bij de deksel, tilde hem naar mijn mond, en begon vreselijk te vloeken. De beker liet namelijk het deksel los, en een kledder bijna kokend hete koffie landde onbarmhartig in mijn kruis. Letterlijk gillend van de pijn moest ik dus mijn auto aan de kant zien te krijgen. Sindsdien doe ik dus ook nooit meer een dekseltje op de koffie.

Wat minder lang geleden: een Messiah met een koor in Arnhem. De dirigent laat zich het beste omschrijven als een kruising tussen een zwerver, een hells angel en een rockster. Maar wat was hij enthousiasmerend. Wat motiveerde hij. Hoezo trompetten zacht? Bulderen!!! Het koor moet maar een tandje meer geven. En een enorme kennis van zaken, en een enorm goeie wil. Ik deed dit voor het eerst niet op de kleine piccolo, maar op de wat grotere D-trompet. Zenuwen had ik wel, en blijkbaar zozeer, dat ik te hard in mijn trompet kneep. De triggerring liet hierdoor los, en zo kon het gebeuren dat toen ik het podium afliep (na een prima duet) ik eruit zag alsof ik halverwege de Messiah in de echt was verbonden.

Toen volgenden er jaarlijks Messiahs, waarvan ik alleen nog maar weet dat iedereen hard zijn best deed. Meestal met koren en dirigenten die op zijn zachtst gezegd van een uitdaging houden. En daar blijft het dan ook (pijnlijk genoeg) bij.

Dit jaar. Messiah nummer zoveel. Omdat ik fijne collega's heb, kon ik vanwege een (naar ik hartelijk hoop) kortstondige winterblessure (die nog niet over is) de eerste partij overdragen aan Frank.
Dit jaar was wél weer een memorabele Messiah.
Niet zozeer muzikaal gezien (hoewel ik een veer in Franks reet wil steken vanwege het feit dat hij zomaar eventjes die eerste partij speelt, en verrekte goed ook). Maar meer de totale slappe lach die we kregen tijdens de repetities.
Maar het allerergste was deeltje 15. Heel soms hebben dirigenten leuke ideeen. Zoals dat deeltje 15. Die dan voorschrijft dat de trompetten vanuit de verte moeten klinken. Leuk. Wij zouden buiten de zaal wachten op de cue. De deuren openen, ons deeltje spelen, en weer rustig wachten op de pauze.
De cue was het super zachte strijkdeeltje. Daarop opende ik de deur, die helaas niet goed in de scharnieren hing. Dwars door dat fijnzinnige vioolmelodietje hoorde het publiek dus een geschraap dat door merg en been ging. Toen moesten twee trompettisten dus alle zeilen bijzetten om de lachbui te onderdrukken en op tijd in te zetten. Maar we waren er! En goed hoorbaar. Na afloop moest die deur dus weer dicht...

Ik zeg: op naar 2015. Messiah nummer zoveel. En naar ik hoop weer met toffe en goeie collega's. Waarbij we weer mooi muziek mogen maken, al dan niet gelardeerd met een hoop lol.



vrijdag 21 november 2014

Mooi Woord.

In de categorie mooie woorden, en met dank aan vriendje/collega Martijn.
SAKKER!

Volgens het woordenboek is sakker een vervoeging van het werkwoord sakkeren, hetgeen foeteren, vloeken, mopperen of tekeergaan betekent. 
Heilig schennende woorden bezigen. Dat idee.

Ik vind het een prachtig woord, zeker uitgesproken door Martijn, want met een elegante, licht Brabantse tongval.

We kwamen erop vanwege het feit dat de repetitie welke wij deze kille morgen zouden gaan doen (ja, het was kil, want ik moest de voorruit van een laagje ijs ontdoen) in het mooie Soesterberg. Onze repetitieruimte was echter door wat communicatieverschillen nog niet open, en derhalve (ook zo'n prachtig woord trouwens) stonden wij te kleumen voor de deur.
Mopperen deden wij. Waarop Martijn zich een welgemeend "SAKKER!" liet ontvallen. Eigenlijk riep hij dus gewoon:"MOPPER!". Maar sakker klinkt mooier.

Sakkeren. Sinds gistermorgen doe ik niet veel anders. Het wordt weer winter, en gedurende dit jaargetijde heb ik nogal eens last van een bovenlip die schraal wordt. Er komt een korstachtig laagje op, en iedereen die iets van koperblaasinstrumenten af weet, weet dat dat funest is voor de te vormen toon.
Bij de repetitie van gistermorgen voelde ik al aan mijn bovenlip dat het mis was. Of eigenlijk: het was meer het gebrek aan gevoel in mijn bovenlip dat mij liet weten dat het mis was. Mijn lip werd nogal gevoelloos, en bij nadere inspectie bleek inderdaad van rechts naar links komt er een klein korstje op. Nee, voor de listige mensch onder ons: het is geen koortslip. Dat is al eens onderzocht en ik ben herpes-simplex vrij. Het is puur een kwestie van de mond die moeite heeft met het verglijden van de seizoenen.
Onpraktisch, want ik moest gisteravond ook op de piccolo een Messiaatje weg zien te spelen. Nu is een Messiah spelen met een dirigent die op zijn zachtst gezegd nooit naar courante uitvoeringen luisterde, en daarom tempi neemt die een factor tien te laag liggen, al geen sinecure, laat staan als je lippen dienst weigeren.
Gelukkig heb ik fijne collegae en ook in dit geval was de collega (Frank) niet te beroerd om dit van mij over te nemen.
Dus zit ik al sinds gisteren te sakkeren op het jaargetijde, mijn lippen en het daardoor ontstane onvermogen om lekker te spelen.
Er komt zo af en toe geluid uit.
Ik weet ook wel: het duurt in de regel een week, max 2 en dan speel ik weer als vanouds.

En dan moet er dus ook verhuisd worden.
We hebben, denken we, iets gevonden. Wij gaan Rotterdam in. Niet helemaal, maar toch wel bijna. En bijna is goed genoeg. Een leuk buurtje, laagbouw, begane grond, 3 kamers plus een kelder alwaar allemaal verkwikkelijke dingen kunnen gebeuren. Waaronder trompetspelen, en wellicht als de wurm groter is, ik alsnog ook met een meisje een prachtige roco treinbaan kan bouwen. Met van die leuke huisjes enzo.
Maar goed. Dan moet er wel weer van alles geregeld en gedaan worden. Inpakken, weggooien, contracten tekenen, inpakken, laminaat.... Ik begin al te zweten en sakkeren als ik er aan denk.
Dus deze kerst zullen wij geen boom hebben. Ik ben bang dat we die niet zouden kunnen terugvinden tussen alle verhuisellende.

En zo ging ik het weekend in. Nou ja... Weekend... 

 

zaterdag 15 november 2014

Huiselijk geneuzel...



Mijn huis in Tiel, waar ik eerst alleen woonde, was een plek waar ik maar moest zien hoe ik het redde in mijn eentje. Een relatiebreuk, lange laaaaange ritten naar een ziek mens, de zorgen erom en het overlijden ervan. Werken, lang werken, langer werken en dodelijk saaie momenten. Altijd was het huis in Tiel MIJN huis. En altijd weer wachtte Claus mij op.
Niet alleen was het huis getuige van alle verdriet, boosheid, angst en frustratie van zijn bewoner. Ook mocht het huis meemaken hoe ik weer opkrabbelde. Ik kreeg er een dame met wie het wél leuk leven was. Sterker nog: zo leuk dat ik niet alleen haar in mijn huis opnam (en en passant met haar trouwde), maar ook haar hond en nog een extra kat. 

Natuurlijk is het heus niet allemaal koek en ei, in deze romance tussen mens en huis. Want het huis heeft zo zijn nukken. Een cv-ketel die een totaal eigen leven leek te leiden, en uiteindelijk lekgeslagen was. Een badkamer die vanaf het moment dat de dagen korter worden, gaat lekken tot het moment dat de dagen weer langer worden. Een soort van herfst-winter-en-een-beetje-voorjaarsdip voor sanitair. In het voorjaar en de zomer is er nooit een lek....
De vloer die op sommige punten erg zacht is, en een dakraam dat af en toe wat TLC nodig heeft.
Toch een soort van haat-liefde verhouding met deze wankele opstapeling van bakstenen en hout.

Ik wist uiteraard van te voren al dat deze relatie geen lang leven beschoren was. Het is tenslotte anti-kraak. Vastgoedbeheer. En het moment dat we afscheid moeten nemen, nadert met rasse schreden. Eind van het jaar moeten we eruit zijn.
En dan is het gevoel.... Bitterzoet....
Lelijke, pijnlijke en vooral ook hele mooie momenten in dit huis. Vervloekingen over de slechte staat van onderhoud, verbijstering over de bizarre constructies in en om huis en blijdschap over een aanstaand huwelijk en kind.

Dus nu op zoek naar een nieuw huis. En nu iets voor langere tijd, zonder dat er een zwaard (van verhuizing) van Damocles boven onze 3 hoofden hangt.

De ritten over de veel te smalle, in slechte staat verkerende en saaie A15 zal ik in elk geval niet missen. Vooral niet als het gaat om vrachtverkeer dat niet gehinderd door enige vorm van inzicht of zelfs maar rudimentair fatsoen, zich in de spits plompverloren op de linkerbaan propt.
Tiel zelf zal ik ook maar matig missen. De mensen zijn er op zich best aardig. Maar de stad zelf heeft weinig om het lijf. Zoveel te mooier is de omgeving. Waar toch een aantal zeer fijne collega's wonen, waar het goed wandelen is door een prachtige omgeving.

Bij een nieuwe fase in het leven past een nieuwe behuizing. Dat klopt misschien ook wel.
Er zal wederom een hectische tijd aanbreken: veel snabbelen, veel spelen, veel troep, veel verhuizen. En dan ook nog een kind. Maar wel in ons eigen huisje.
Voor mensen die gaan roepen: Koop een huis!!! Ja, heel leuk, en als we een hypotheek konden krijgen, zouden we dat meteen doen. Maar helaas. De realiteit is dat we geen hypotheek kunnen krijgen. We mogen wél een huis huren a 6-700 euro, maar een hypotheek van 500 mogen we niet.
Dus die optie vervalt. Wellicht ooit, maar voorlopig niet.

Mochten er mensen zijn die toevallig een leuk 3 kamer huisje weten voor een schappelijke prijs in de randstad, we horen het graag, en de beloning zal zijn een huisgekookt diner waarin in elk geval een lekker stukje vlees of vis verwerkt zijn.
En uiteraard onze eeuwige dank!










dinsdag 11 november 2014

201 alweer....

Ik meldde het al:
Ik heb zomaar (eigenlijk ongemerkt) 200 blogs geschreven. Dit is nummertje 201. 200 keer een x-aantal alinea's vol met gekkigheid, gechargeerde meningen, emotionele zin en onzin, en avonturen.
Meestal gezeten op een stoel, voorzien van een kop koffie (en in de tijd dat ik nog mocht roken binnen, met een walmende peuk in linker- of rechtermondhoek) soms met tranen in mijn ogen van ellende, soms grinnikend van pret, of voorpret als ik weer bloedstollende zaken het WWW op ging slingeren, zat ik dan te tikken.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het veel meer dan 200 blogs zijn.
Want het begon allemaal op hyves. Ja, u weet wel: de Nederlandse versie van Facebook, met dat pisgele kleurtje. Op die hyvespagina was ook een plekje voor mededelingen die langer waren dan 20 woorden. En toen ik merkte dat het voor mij leuk/prettig was om meer met woorden te doen, kwam ik als vanzelf bij een blogsite uit. Ik gok er zomaar op dat op die blogsite ook een kleine 100 blogs verschenen, voor deze definitief uit de lucht gehaald werd. Stom als ik was, heb ik deze blogs niet gered, en ben ik dus uit het begin van mijn "bloggercarriere" alles kwijt.
Tot op heden vind ik het bijzonder uit welke hoek ik soms reacties krijg. Zelden komen deze reacties via deze blogsite, vrij vaak hoor ik ineens iets terug uit onverwachte hoek. Mensen van wie ik totaal niet verwacht had dat ze mijn onzin zouden lezen. Laat staan volgen.
2014 leek er voor mij een beetje de klad in te komen. Geen inspiratie om iets te schrijven. Ik zit dit jaar ver onder de hoeveelheid die ik voorgaande jaren neer wist te zetten. En omdat ik mezelf ken, weet ik dat het gevaar erin schuilt dat ik helemaal niks meer tik. Dat het vervaagt. Dus afgelopen dagen mezelf maar eens een schop verkocht; en ziedaar: 201 is geschreven!


 Uit het nieuws.
Het COC wil dat scholen investeren in uniseks toiletten. Voor de transgenders.
Veel transgenders voelen zich namelijk niet op hun gemak als ze hun billetjes moeten neervleien op een voor hun ongeschikt toilet, en kiezen ervoor om dus maar niet op school naar het toilet te gaan.
Op zich heb ik voor dit standpunt alle begrip. Ik snap dat het moeilijk moet zijn om naar een voor jou vreemd toilet te moeten gaan.
Maaaaaaaaar....
Verder denkende: jongens/mannen toiletten zijn in de regel veel viezer dan meisjes toiletten. Stinken meer. Als je dan unisekstoiletten neemt, dan zijn dus alle toiletten veel viezer. 
En dan denk ik nog wat verder: de gymles. Moet daar dan ook een uniseks kleedkamer voor komen, om te voorkomen dat iemand iets moet doen op een plek die hem niet aanstaat?
Ik zie dat al helemaal voor me. En vooral ook in wat voor vreselijk vervelende chaos dat zal ontaarden.
 Nog even los van het feit dat scholen hun tijd en geld beter kunnen investeren dan in unisekstoiletten: hoe zit het met weerbaarheid?
Ik snap het ongemakkelijke gevoel wat iemand kan krijgen. Denk ik, want ik ben geen transgender. Maar ik kan me er iets bij voorstellen.
Maar net als in het leven zelf: elke dag weer zijn er momenten dat de mens iets moet doen dat minder prettig is. En ik denk niet dat het een mens sterker maakt, als hij alle lastige dingen zomaar kan vermijden.
Bovendien ligt er denk ik bij scholen een heel andere taak: namelijk pestgedrag de kop indrukken.
Waarom zou een anders-geaarde gepest moeten worden?
Waarom zou je uberhaupt iemand pesten? De pester heeft een bizar minderwaardigheidscomplex, waar hij vanaf geholpen moet worden en de gepeste moet weerbaarder gemaakt worden. Hier is denk ik meer winst te behalen dan in vermijdende zaken te promoten.

Uit mezelf.
Geloof het of niet: ik ben een autoliefhebber. Of beter: ik hou van kilometers vreten. En inmiddels is het op social media 'een gebruik geworden' om, gelijk een ware exhibitionist, "mooie" kilometerstanden te fotograferen, en te plaatsen. Gisteren zette ik mijn oude, trouwe Volvo op 222.222 km. En even nadenkende: ik heb hetzelfde gedaan bij een peugeot 206, bij een Citroen Berlingo, en een Citroen C3. De BMW die ik erna kreeg zette ik op 333.333, en de nissan die erna kwam, overleed voor hij iets leuks kon krijgen. Nu dus de volvo.
Mijn liefde voor auto's zit hem in de sport om zo weinig mogelijk geld uit te geven aan een zo luxe mogelijke auto. Tel daarbij op dat ik te laat geboren ben, want de esthetiek van de meeste moderne auto's gaat volslagen aan mij voorbij. Dus meestal slaag ik er wel in om een passende auto te vinden.
En kan ik dus weer allemaal gekkigheid schrijven over de al dan niet afwezige mankementen van de nieuwste metalen telg van mijn huishouden.

Het laatste concert dat ik speelde, was in Veenendaal. In het plaatselijke theater. De Lampegiet. Voor mij geen heel onbekende plek, al toen ik 19 was, speelde ik er met het NJO, en later met TKKMAR op regelmatige basis.
Ik werd op het laatste moment gebeld, of ik een Paulus kon spelen. En dat paste net aan.
Mooi!
De Lampegiet had echter 1 klein "probleempje": er waren blijkbaar ergens eetbare rekwisieten achter gebleven, want de meneer met altviool voor ons werd belaagd door een vreselijk dikke groenzwarte mestvlieg.  Hetgeen tot nogal wat hilariteit leidde onder ons tellende trompettisten.
Telkens met je stok wapperen omdat die irritante vlieg in je haar landt, is geen gezicht, en moet vreselijk genant zijn.
De trombonist naast me, speelde ergens echter zo'n strakke straalnoot, dat de onschuldige vlieg voor zijn voeten neerviel, nog wat zoemde en terstond overleed.
Opgelost.
Vermakelijk ook in de Lampegiet is een emmertje dat naast het podium hangt. Met daarop de tekst: KOTSEMMER. Die is ook ooit achtergebleven na een cabaretvoorstelling.
Als ik daar ooit weer kom, dan neem ik dat emmertje mee het podium op. Voor een nerveuze collega of zo.














zaterdag 8 november 2014

Wurm wordt meisje.

Vader worden is even wennen aan het idee, denk ik.
Ik weet dit niet, want ik ben niet bewust al eerder vader geworden. Dus op dit moment wen ik aan het feit dat ik vader word van een meisje.
Dat is wel even een pak definitief.

Gisteren was dus het moment daar: de beruchte 20-weken echo. Blijkbaar had ik iets essentieels gemist, want Ilse was toch best wel gespannen, daar waar ik vrij nonchalant het gebeuren maar over me heen liet komen. Niet dat ik zo blasé ben, dat ik alles wat dit betreft allemaal al heb gezien, maar ik was me gewoon van weinig spanning bewust.
Schoonmoeders haakte aan, en twee piepjonge artsen (waarvan de ene verbazingwekkend genoeg toch de middelbare school al wél verlaten had) completeerden de ballotage commissie.
De buik ging bloot, en werd weer een forse kledder gel gemorst, en daar verscheen het levende wurm. Hoofd zag er goed uit, alle ledematen waren compleet, ingewanden allemaal aanwezig, hart klopt goed, aders deden hun werk. Het hoofd heeft wurm overigens van de vader, want dat is iets groter dan gemiddeld. Mijn kop is ook gewoon dik.
Overigens: ik zeg het makkelijker dan het voor de arts was. Want het wurm draaide lustig mee, waardoor sommige onderdelen toch even lastiger te zien waren. Wat dat aangaat, aardt ze prima naar de moeder, die ook niet stil kan zitten of liggen. 
Twee oordelen werden geveld:"Er is geen reden om aan te nemen dat er hele erge mankementen zijn" (ergo, het lijkt erop dat het gezond is). En:"Ik zie schaamlipjes en een baarmoedertje, het is een meisje".

Het wurm is gezond. En daar ben ik onwijs blij mee. Dat is voor ons het allerbelangrijkste. Dat het maar een gezonde en grote meid mag worden.
Maar ja, misschien ben ik wel een beetje bevooroordeeld, want over een zoon had ik allemaal dagdromen: treinbaantjes van Roco of Marklin bouwen. Ik zou hem later "high-fiven" als hij met zijn 10e meisje van de week naar huis zou komen.
Bij een meisje had ik dat soort dagdromen niet. Want, bevooroordeeld als ik ben, een meisje met een treinbaan, dat kan uiteraard wel, maar die link had ik niet gelegd. En als mijn dochter voor de 10e keer die week een hart breekt, dan denk ik dat ik de door mij zo begeerde wapenvergunning wel echt nodig ga hebben. Oja, en nog even los van het feit dat als wurm als jonge puber op mij gaat lijken, ik het dus bijzonder moeilijk ga krijgen. BHtjes kopen en dat soort shit. Hoe moet dat, en moet je als vader weten van je dochter hoe snel of juist niet dat dat groeit, en moet je dan een extra hypotheek nemen als blijkt dat de borstjes van je dochter wekelijks uit hun behuizing groeien? Maar goed, waarschijnlijk zet en zie ik allemaal beren op de weg, terwijl ik gewoon een heel prachtige dochter ga krijgen. Dat is een feit!

De echo was gedaan, dus schoonmoeders, echtgenote en yours truly togen van Rotterdam naar Sliedrecht, om daar bij Loods 5 te gaan lunchen. Ik had nog wat andere afspraken staan, dus de eerste inkoopronde van kleertjes en spullen kijken mocht ik aan me voorbij laten gaan. Even langswippen bij Peter, en toen in de file van de Meern naar Vriezenveen. Flink de tijd om het nieuws eens even op me in te laten werken. En met een grijns van oor tot oor deze keer geen gemauw over bizar slecht weggebruik van iedereen behalve mijzelf, want ik word dus vader van een dochter. Met rood haar. Hoop ik. En als ze de ogen van haar moeder heeft, dan denk ik dat ik vader word van het meest verwende nest van Nederland.

Het concert in Vriezenveen ging als verwacht, heel leuk. En vanavond mag ik een lange Pauluspassie erdoorheen jagen. Gelukkig in de buurt, Veenendaal. het is ook wel eens fijn om niet uren in de auto te zitten voor een concert. En redelijk bijtijds thuis te zijn.

Een dochter....
Ik sta er nog een beetje van te kijken.




woensdag 5 november 2014

Gezondheid!

Zeer regelmatig word ik geconfronteerd met nieuwsberichten die gaan over gezond eten.
Diverse instanties die aan de bel trekken dat product X toch ineens niet gezond is. Of juist wel.
Laatst nog roomboter. Altijd begrepen dat dat ongezond is, want room is dikmaker want vet.
Maar nu ineens is roomboter wel weer gezond.
Of Kokosmelk. Niet gezond. Wel gezond. Niet gezond.
En uiteraard hele verhandelingen over E-nummers.
E-nummers.
Ik ben te lui om na te gaan wat E-nummers zijn. Suiker! Vet! Zout! Chemicalieen!!! Ongezond. Onverantwoordelijk.

En ik slaak maar weer een diepe zucht.

Je kunt geen voedingsmiddel meer uit de schappen van de plaatselijke grutter trekken, of er is wel weer iemand die met een vermanend vingertje wappert om me te vertellen dat dat toch echt niet gezond is. En onverantwoordelijk.
Tot het nogal beschuldigende: "verantwoordelijke ouders, moeten verantwoordelijk kiezen! En dus niet product X, Y en Z, want daar zitten E-nummers 10, 11, 365 dagen lang per jaar in"...

Ik heb altijd begrepen dat de schijf van 5 gewoon een prima richtlijn is. Fruit, groente, aardappels of rijst, en een stukje vlees.
NEEEEE!!!! Want fruit zus is bespoten met zo, en dat is slecht voor beestje Y waardoor.....
NEEEEE!!! Groente zo is bespoten met zus en dat is slecht voor de opwarming van de aarde. Onee, dat was het lapje koe dat ik vanavond wilde eten. En die noten-vruchten-rijst, die ik best lekker vind, bevat stiekem toch E-nummers. Ja, niet dat er iemand is, die op heldere wijze op de verpakking zet, wat precies een E-nummer is, maar dat geheel terzijde, je moet maar van me aannemen dat E-nummers slecht zijn.

Ergo: een overkill aan bangmakende informatie die de kant van de consument op komt. En soms denk ik: hebben die lui dan werkelijk waar niks beters te doen? Ik werk, op zeer onregelmatige tijden, en ik ben blij dat ik inmiddels gewoon een bepaald ritme heb ontdekt, waardoor ik weer aan mijn normale eetritme kom, zonder dat ik elke 2 dagen de mcDonalds hoef leeg te eten. Ik heb dus ook helemaal geen tijd om me te verdiepen in E-nummers. Of zelfs maar in de voedingswaarde en gezondheid van kokosproducten, boter en andere zooi.

Laat mensen toch zelf bepalen wat ze willen eten. Hou eens op met onnozele bangmakerij en schuld-aanpratende-praatjes over verantwoordelijk kiezen door consumenten. Ik kan helemaal niet verantwoordelijk kiezen, zolang als een bepaald ingredient betitelt wordt als E-1234567879120eneenbeetje. Bij de producent ligt de verantwoordelijkheid om eerlijk en duidelijk te zijn. Die zijn dat niet. En vervolgens zijn er allemaal groepen die om het hardst schreeuwen dat je toch echt dat niet moet kopen, en andere groepen die weer beweren dat het allemaal onzin is.
Dus als normale consument weet ik nog niks.

En daar komt bij: Nederland vergrijst. En niet alleen maar omdat er minder kinderen geboren worden, maar we worden ook ouder.
Dus al die bangmakerij, zal vast wel kloppen enzo, maar als ik lees dat de gemiddelde leeftijd omhoog gaat, zal het met de dodelijkheid van een stukje ontbijtkoek wel meevallen.

Ik neem mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik eet zoveel mogelijk gezond. En ik denk dat iedereen die dat doet, heus niet doodgaat aan een snoepje zo op zijn tijd.
Maar ik hoef niet constant aan te horen dat het allemaal slecht is wat ik vreet. Want eerlijk gezegd: van dat gezemel krijg ik zure oprispingen. En dát is zeker weten niet gezond.


zondag 2 november 2014

Enerverende weekenden

Ik liet me de afgelopen tijd verleiden om ver weg wat concerten te spelen. Oostzaan, Vriezenveen. Dat soort plaatsen.
Met de steeds maar voller lopende agenda, misschien niet het meest handige om te doen, maar hey; ik zeg ja, dus geen gezeur.
Dat betekende dat ik het weekend in zou gaan met een vergadering in Apeldoorn, een repetitie in Vriezenveen, een huwelijksmis in Den Haag en vandaag als afsluiter een operette repetitie in Oostzaan.
Dat is toch al gauw een 630 kilometer.

De vrijdag verliep tot aan de terugreis vrij soepel. Repetitie gespeeld in Vriezenveen, en dan moet je toch al gauw een goeie 1,5 uur tot de carpoolplaats.
Toen bleek dat ik wat vaker mijn telefoon van de trilstand af moet halen. Heel even leek het namelijk mis te gaan in huize Ilse, alwaar een kind groeit.
Ik werd gebeld vanuit de eerste hulppost, waar ik was. En dat ze naar het ziekenhuis in Rotterdam moest. Ter controle. (Voordat jullie nu allemaal gaan bellen voor je het einde van dit stukje hebt gehaald: het is goed gekomen).
Ik meldde mijn vrouw dat ik er binnen 20 minuten zou zijn. Dat werden er 10. Vertel mij dat iets niet goed gaat met het kind of Ilse, en mijn voet heeft de ononderdrukbare nijging om zo diep mogelijk naar beneden te zakken. Dat lijkt me universeel aan het ouderschap. Als er iets mis is met of aan een kind, trap je het gas in en wil je alle slome ellendelingen gewoon voor je wielen vandaan hebben.
Ilse ingeladen, en vol gas (mijn trouwe Volvo gaf geen krimp en deed precies wat ik wilde: namelijk gemiddeld 20-30 kilometer harder dan had gemogen) stoven we naar het ziekenhuis. Het was toen al redelijk ver na 0:00 uur, dus de weg was redelijk vrij. Ik heb zelfs niet hoeven bumperkleven.
Eenmaal aangekomen in het ziekenhuis, werden we naar een kraamsuite gebracht, mijn Ilse werd na bijna een uur in de beugels geholpen, en gelukkig, er was weinig aan de hand. Maar better to be safe than to be sorry. Dat bed, bleek een soort hybride te zijn tussen een bed, een bank, een stoel en een bevaldinges. Met van die steunen waar de aanstaande moeder haar benen in kan leggen. Ziet er zeg maar niet bijzonder charmant uit. Het zal zijn doel best hebben, maar echt bevallig erbij liggen in zo'n kraambed, is er niet bij.

Dus vele malen rustiger konden we aan de thuisreis beginnen. Uiteindelijk was het ver na 04:00 uur dat ik eindelijk op mijn nest lag.

De volgende dag moest ik echter redelijk bijtijds op, want ik had een snabbeltje aangenomen in Den Haag. En hoewel dat pas om 1400 uur was, moest er van te voren gerepeteerd worden, en wist ik dat er her en der wat omleidingen waren, dus ik wilde redelijk vroeg weg. Nog wankelend van vermoeidheid, en nadieselende adrenaline, stapte ik in het autootje van Ilse en reed ik naar het Haagsche. Ik moet oprecht bekennen: ik weet dat ik er gekomen ben. Ik weet ook nog dat ik de remmen van Ilse haar auto heb laten blokkeren, vanwege een juffrouw die niet spiegelde toen ze wilde invoegen, en ik weet ook nog dat ik de auto voor de kerk wel erg oncharmant parkeerde toen ik maar net op tijd aankwam.
Maar vanaf dat punt, weet ik niks meer. Ja, ik weet dat ik alle liedjes speelde, en ik weet ook dat ik tussendoor een paar keer in slaap ben gevallen. En toen was het klaar, en stond ik weer buiten. Ik kreeg wat complimenten her en der, maar voor de rest.... 1 Waas. Te moe.

Dus in de hoop dat ik goed gespeeld heb voor mijn geld, reed ik voorzichtig weer naar huis. Mijn bed was -wat later die avond- ernstig blij me weer te zien. En dat was absoluut wederzijds, moet ik zeggen. Zelden voelden mijn kussens comfortabeler en het matras kon niet lekkerder liggen als gisteravond.

En toen was het grote moment daar.... Ik ga weer eens een operette spelen. Dat is toch zeker 7 jaar geleden. En ik herinner me er voornamelijk de kostelijke momenten in de bak. Gekke muziek, gekke acteurs, gekke dirigenten en gekke musici.
Het is alleen wel weer 100 kilometer heen en 100 kilometer terug. Ik was gelukkig goed bijgerust, en kon dus over een nagenoeg lege A2 richting Amsterdam en Oostzaan. En het was een feest der herkenning. Lekker leuke mopjes hompen en af en toe omdraaien om te kijken of er in het koor nog leuke verfrissing was gekomen. Dat laatste dus niet. Wat mij echter wel verbaasde was de ovatie die ik kreeg naar aanleiding van een gespeeld signaaltje. Zó moeilijk was het echt niet... Blijkbaar wel.
Nog 5 voorstellingen te gaan.

Ik moet hier ook even melden dat mijn vrouw bijzonder goed aanvoelt wat ik nodig heb. Toen ik gisteren totaal afgepeigerd weer thuis kwam, lag er in de koelkast een biefstuk op me te wachten.
En toen ik net thuis kwam, kreeg ik de mededeling dat er vanavond kaasfondue op de tafel komt.
En laat ik nu toevallig op biefstuk en kaasfondue helemaal verzot zijn. Dat betekent wederom een smulpartij als afsluiting van een enerverend weekend.

Het is inmiddels ook al weer twee jaar geleden dat ik mijn aaifoon in ontvangst mocht nemen van meneer T-mobile.
En omdat dit exemplaar mij steeds meer in de steek liet wat batterijduur betrof, maar ik dit toestel nog zeker niet zat ben, dacht ik wijs te zijn, en er een nieuwe accu in te laten zetten door de plaatselijke gsm specialist. Door dit te doen, bespaar ik mezelf een nieuw abonnement, maar kan ik met dit toestel nog minimaal 1 jaar door en een sim only te nemen.

Ik wilde mijn licht opsteken, en liep de plaatselijke phonehouse binnen. Zo'n tent waar ik alle providers kan vergelijken. En die wist mij iets te melden, waar ik een beetje zure oprispingen van krijg: namelijk alle telefoongesprekken kosten minimaal 1 minuut. Of je nu wel of niet 1 minuut spreekt, ze kosten je 1 hele minuut. Dus als je een voicemail krijgt, en je spreekt niet in, ben je toch 1 minuut van de door jou ingekochte belminuten kwijt.
Juist.
Ik ben het hier uiteraard niet mee eens, maar verder vergelijkend waren onderzoek toont aan dat mijn huidige provider nog steeds de goedkoopste is. KPN wil ik niet naar toe. NOOIT!!!! Vodafone is me te duur, Telfort=KPN dus doen we maar niet, en dus blijft T-Mobile over.
Hierover sprekende:

De Rabobank gaat haar prijzen verhogen. Ze willen dat de klant steeds meer zelfservice gaat doen, en om dat te kunnen bekostigen, mag je nog meer betalen.
Dus, toen ik de reclame van SNS hoorde: minder rente op roodstand, meer rente op de betaalrekening en minder kosten aan de bank, dacht ik bij mezelf: waarom in vredesnaam niet. Waarom moet ik meer betalen bij een bank die alleen maar minder service gericht is, en van klanten verwacht dat ze zelf wel alles zullen doen.
Wordt misschien tijd dat ik met de tijd en de consumentenstroom meega. En gewoon meer ga zoeken naar wat voor mij beter is.
Tuurlijk, niet wijzigen is makkelijker. Maar als dit geld bespaard, hou ik meer over om voor mijn kleine meid/jongen te sparen. En dat is ook leuk.




Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...