zondag 13 januari 2019

Update.

Het is een terugkerend dingetje en met name sinds Jente er is, maar nog niet helemaal 100% los kan lopen zonder dat het op niet al te lange termijn vol-le-dig uit de klauwen escaleert, is het helemaal lastig.
Een nieuwe bril kopen. Elke 2 jaar mag het, en dus ben ik sinds Jente er is aan mijn derde paar toe.
Ik liet Jente thuis, in de veronderstelling dat de moderne technologie mij wel zou verbinden met Ilse, die dan via whatsapp wel haar mening zou geven over de brillen die ik haar digitaal op mijn snoet presenteerde.
Met mijn eigen bril op, kon ik behoorlijk goed zien of ik een specifiek montuur leuk vond. Deze zette ik dan op, en omdat er in zo'n montuur geen glazen op sterkte zitten, trok ik de meest gekke bekken, omdat een bril op nul-sterkte nu eenmaal erg vervelend loert.
Gelukkig kon Ilse daar doorheen kijken en kon zij me adviseren in welke modellen ik wél en welke modellen ik vooral niet moest nemen.
Ik wilde dolgraag echt iets anders dan het soort vierkant-rechthoekige montuur dat ik normaal gesproken kies. Dus rond. Een complete Harry Potter achtige, ronde bril, daar waren we snel over uit: dat wordt hem niet. Ik heb volgens Ilse niet een hoofd dat vraagt om een rond brilletje. Het maakt me teveel Youp van 't Potter of Harry Hek, en ondanks dat dat best aardig is, is het toch niet helemaal wat mij 'mij' maakt.
Of we zijn beiden gewoon teveel gewend aan het soort montuur dat mijn gezicht opfleurt. Dat kan ook.
Uiteindelijk kwamen we per Whatsapp tot een tweetal mooie monturen, die ik apart liet leggen, want ik kon gelijk opgemeten worden.
De uitkomst was niet daverend. Er was nauwelijks voor- of achteruitgang in mijn ogen, maar mijn brillenglazen waren na 2 jaar wel dermate versleten en bekrast dat een nieuwe bril wel noodzakelijk was.
Ik kan ook niet helemaal voorkomen dat er krassen op komen helaas. Als ik aan het rijden ben op Schiphol, rij ik heel erg vaak van directe (en laagstaande) zon naar het donker en omgekeerd. Dus moet ik vaak vlot en tijdens het rijden van bril wisselen, en dan is het zaak om dat snel te doen, anders maak ik brokken. En met de kostprijs van een gemiddelde Boeing of Airbus in gedachten, is dat niet echt iets waar ik heel veel behoefte aan heb.
De oogmeet-meneer wilde de betreffende monturen even erbij hebben, want dan kon hij de glazen aftekenen op mijn ogen. De eerste die ik opzette, vond hij toch wel erg krapjes. En hij liep even weg om ermee te rommelen. Zodat het wat beter en comfortabeler zat.
Het tweede gekozen montuur bezorgde de meneer een dikke grijns. En hij vroeg me om even wat beter in de spiegel te kijken. En toen zag ik het ook.
Dat montuur was veel en veel te klein voor mijn hoofd. Doordat het montuur zo smal was, vormden de pootjes een soort van wig, naar mijn oren toe, waardoor het leek alsof ik een veel te dik hoofd heb.
Alsof ik een soort van bijziend (en streng) varken ben. Dat was ons beiden niet echt opgevallen. Wellicht kon ook Ilse niet helemaal door mijn gekkebekkentrekkerij heen kijken.
Dus op aandringen van de toch wel zeer meelevende opticiën toch maar gekozen om dit montuur te laten voor wat het is.
Het zijn niet de duurste monturen geworden, maar wel van het merk 'converse'. Nu kan ik wel heel hip tegen de baas zeggen dat mijn werkschoenen niet bij mijn bril passen, dus dat ik echt mijn 'all stars' moet dragen, om een beetje modieus voor de dag te komen als ik de passagiers ophaal. Het oog wil ook wat, nietwaar? 

Het is een donkere tijd. En dat bedoel ik meer letterlijk dan figuurlijk. De nachten zijn lang, de dagen zijn kort. En dat betekent dat ik als ik naar mijn werk ga, ik in het donker vertrek. En als ik pech heb, ik in het donker ook weer thuiskom.
Tijdens een van die ritten, viel het me niet zo op, want het was donker, vond een of andere enorme vogel het leuk om een onbedaarlijk grote kledder poep op mijn raam te deponeren. Op het raam van de bestuurdersdeur.
In het donker viel dat niet op, maar het blijft niet donker, en toen zag ik dus wel dat mijn linker raam besmeurd was met zo'n enorme schuin naar beneden uitgelopen witte vogelkledder. Okee, soit. Kan gebeuren.
Pas toen ik bij de kazerne kwam realiseerde ik me dat die vogel me een nogal nare streek had geleverd. Mijn raam moest namelijk omlaag, om mijn pas voor de lezer te houden. En daarna weer omhoog.
Ja...
Jaha... Daar zit je dan. Met bange voorgevoelens over de afloop van dit kleine debacle, liet ik het raam zakken, en hield ik mijn pas tegen de lezer. Met nog meer bange voorgevoelens deed ik het raam dicht. En jawel. De witte kak werd door het raam-rubber over mijn hele ruit uitgeveegd en gesmeerd. Joepieeeee.
En als ik nu een witte auto had, okee. Maar op een donkerblauw-metallic auto valt witte poep gewoon echt op.

Binnenkort ga ik zelf mijn auto weer een beurt geven. Nee, dat doe ik niet zelf, dat doe ik samen met een maatje. Is het al tijd voor een beurt? Welnee. Die kan nog zeker 15.000 kilometer wachten. Maar nu heb ik even de tijd, en kan ik zelf op een brug de olie doen en dat soort zaken meer. Dit wederom onder kundige leiding van vriendje Bram, wat garant zal staan voor een goede beurt een leerzame dag, en veel onbeschaamde lachbuien en humor op en over het randje.
Nu gaan we ook wat extra deeltjes schoonmaken, en gaan we een brute sportuitlaat monteren.
Een echte Sebring.
Dat heeft natuurlijk totaal geen functie, want mijn auto is helemaal geen sportwagen. Ze zal er geen PK meer door krijgen, ze zal geen seconde eerder bij de 100 km/u wezen. Ze zal er niet stoerder door gaan brullen bij het sportief optrekken (dat ik toch al niet doe).
Maar het gaat er wél echt bizar mooi uitzien. Twee van die pijpjes in rvs ipv een enkel pijpje. 
Ik heb daar nu al veel zin in.






maandag 7 januari 2019

Update. Terug naar de dagelijkse beslommeringen.

Alweer een blog? Of ik niks beters te doen heb zeker? Voor ene P. L. te S, betekent het alleen maar meer pret op het toilet. Heeft-ie wat te doen.
Maar goed, ik wilde gisteren dus sowieso al een blog tikken over hoe het reilt en zeilt in mijn leven, maar er kwam iets tussendoor dat ik urgenter kwijt wilde.
Terug dus naar ons steeds minder Jan-Steense-huishouden.
Vrijdag kochten wij bij die Zweedse Boevenbende een kast, welke we thuis middels een configurator al helemaal samengesteld hadden. Die configurator is serieus een nieuw middel om klanten af te schrikken die geen Ilse Coster heten, en zelfs als ze wel zo heten, is het een onding.
Maar we hadden uiteindelijk de kast zoals hij ons het beste leek. Veel deuren, in hoogglans en niet mat (het moet behalve praktisch, rustgevend en ruimtebesparend ook mooi zijn, en dat mag best 30 euro per deurtje duurder zijn), wat lades.
Het bleek uiteindelijk een bestelling ter grootte van veel pakketten te zijn, die door de bezorger keurig netjes vóór in het tijdvak bezorgd werd. Leuke gozers.
Het bouwen zelf ging eigenlijk van een leien dakkie. Duurde wel heel de dag. Maar aan het eind van de dag stond er een kast waar wij heel gelukkig mee zijn.
Die avond genoten we van de lichte ruimte. Het feit dat alle donkere delen nu uit de kamer zijn, maakt dat zelfs als er geen licht aanstaat, de kamer toch heel licht voelt. En doordat het gesloten kasten zijn, lijkt het alsof er minder rommel in de kast staat.
Die avond voelden we ons moe, maar tevreden.

Dat staat in schril contrast met hoe ik me nu voel. Ik heb namelijk al twee dagen ongelooflijk last van algehele stijfheid. Van het continu bukken, schroeven, tillen. De meest bizarre bewegingen maken om die dichtgelijmde en stugge kartonnen verpakkingen open te krijgen, zonder dat je schade maakt aan de hoogglans deurpanelen.
Ik ben stijf op plaatsen waarvan ik echt had kunnen zweren dat je op die plekken nooit stijf zou kúnnen worden. En o wee als ik door die stijfheid heen ga bewegen. Dan krijg ik dermate spierpijn, dat zelfs de garnalen van schrik uit het aquarium springen en onder de nieuwe kast kruipen. Mijn rechterpols is zelfs zo erg dat ik bang ben dat ik die tijdens alle schroefbewegingen van het klussen een soort van schroefdraadverbinding tussen mijn hand en mijn arm heb gerealiseerd. En pijnlijk...
Als Jente een te woest spelletje wil doen, met veel geschreeuw van haar kant, valt ten minste niet op dat ik het uitjoel van de pijn.

Over mijn garnalen gesproken: omdat we er ook achter kwamen dat het grote aquarium toch voor ons huisje en inrichting een beetje te veel ruimte in beslag neemt, besloot ik op eigen houtje om toch maar terug te gaan naar het kleine bakkie waar het allemaal dankzij mijn onvolprezen echtgenote mee begon. Want dat kleine bakkie zou bovenop de kast kunnen, zonder dat er instortgevaar zou ontstaan omdat de kast niet berekend is op een dermate groot gewicht.
Dus ging ik vanmorgen met Jente via de gemeentewerf (heel gek: de gemeente Almere houdt geen rekening met afvalophalen met de maand december, dus we zitten met een papiercontainer van een hele maand plus alle feestdagen-pak-papier en kadokartonnen. En daarbovenop nog zeker 30 kilo enorme kartonnen kastverpakking van de Ikea en als je dat buiten laat liggen, krijg je gegarandeerd een boete voor vervuiling, maar afval ophalen, ho maar...) naar mijn viswinkel, om aldaar nieuwe zut te kopen voor mijn nieuw in te richten bak.
Tot grote hilariteit van de winkelier liet ik Jente een beetje haar gang gaan, en commentaar leveren op alle mooie vissen "Het stinkt hier papa".
"Ik wil die vis, papa" (wijzend naar een exemplaar dat volgens mij model stond voor Jaws van Steven Spielberg, en vervolgens stug volhouden dat dat heus wel in papa's 30 liter nanobakje zou passen).
Maar ze mocht ook meehelpen met het uitzoeken van plantjes, en dat deed ze dan ook bijzonder serieus.
Vervolgens kregen we bijna ruzie, want ze wilde per se een plant die ik liever niet wilde, en zij wel, en ik niet en toen werd het pruilen, haar stemmetje ging omhoog en het volume van "die wil ik, DIE WIL IK" etc ook en kwam de lieve meneer tussenbeide door wat stekjes mee te geven. Oef, brulpartij afgewend. 
En toen was het zaak om het water te mengen, de plantjes te planten, en de vissen (2) en garnalen (zoveel als mogelijk) te vangen. En die krengen zijn dus echt ongelooflijk snel, en niet van zins om mee te werken met een soepel lopende verhuizing. Uiteindelijk denk ik zeker te weten dat ik alle garnalen heb weten te verplaatsen.
En nu huizen ze dus in een mooi, charmant, klein doch smaakvol nanobakje.

Voorlopig zijn we alweer een stap dichterbij een georganiseerd bestaan. "I'm talking progress, here!" (Quote van Dennis Hopper als 'Deacon' in de film Waterworld).

Er is een pamfletje in omloop, een vertaling van een Amerikaans pamfletje, waarin een bepaald soort Gristenen aantonen dat hun religie net zo min een erg liefdevolle religie is, als waarvan ze andere religies beschuldigen.
Het staat bomvol homohaat, (volgens mij in contradictie met dat wat hun grote voorganger, Jezus Christus dicteerde) krankzinnigheden (homofilie zou te genezen zijn) en veroordelingen (daar waar de bijbel stelt dat het aan God is om te oordelen).
Los daarvan: er is inmiddels wel aangetoond dat niet alles dat uit Amerika komt, automatisch ook goed is. (Leuk detail: dat Nashville-vodje is getekend in een centrum dat "gaylord-centre heet. Over ironie gesproken).Dit is weer zo'n voorbeeld. Ze zetten zichzelf daarmee totaal buiten spel, en de klok binnen hun gelederen niet 10 maar 300 jaar achteruit.

Mijnheer Rutte heeft ooit eens gezegd dat er in Nederland geen plaats is voor mensen die onze fundamentele waarden en (homo)rechten niet erkennen.
Ik hoop dat meneer Rutte nu de daad bij het woord voegt, en die griezelige van der Staaij en zijn volgelingen als de wiedeweerga het land uit flikkert.

Goddank (pun intended, ik ben niet bijzonder gelovig) zijn er enorm veel predikanten die krachtig afstand nemen van dat zogenaamd christelijke vodje vol met nonsens, anders voorspel ik dat de leegloop van de kerken met een nog veel grotere snelheid plaats zal vinden.

Ik ga nog even genieten van een leuke avond met vrouwlief. 

zondag 6 januari 2019

Bedankt Peter.

Een van mijn trompethelden is niet meer. Peter Masseurs is overleden.
Jaren geleden les van de man gehad. En dan dit bericht. Dat is even slikken.
Maar dan komen de herinneringen. Herinneringen aan prachtige muziek. Waanzinnige lessen.
Een paar ervan wil ik delen. Gewoon omdat het kan.

Toen ik nog student was aan het Amsterdamse Conservatorium, hadden we elke vrijdag orkestspel-lessen van Peter Masseurs. Dat waren lessen bedoeld om repertoire kennis, stijlbesef, en samenspel op topniveau te leren.
Peter Masseurs was toen solo trompettist bij het Concertgebouw orkest. En als er iemand was die energiek, muzikaal, enthousiast en tot in het absurde vakbekwaam ons kon begeleiden en opleiden was hij het wel.
Die lessen stonden bol van kennisoverdracht, een enkele woedebui omdat we het echt niet begrepen, veel humor, maar vooral veel liefde voor het vak, de studenten en muziek.
Prachtige uren waren het, maar ook ongelooflijk uitputtend. Na 1,5 uur waren we doodop, kregen we pauze, en als Peter tijd over had, gingen we erna gewoon nog een uur door.
Uren waaraan ik nu nog met veel liefde terugdenk.
Na een van die lessen togen vriendje John en ik naar de rokerskantine voor een broodnodige shot caffeine en nicotine.
Peter was zeker niet de beroerdste, en kwam mee.
In het beginsel zaten we in stilte, een beetje gaar voor ons uit te staren. Alle informatie die er bij ons werd ingestampt, moesten we even verwerken en een plekje geven. En na te genieten van de humor, en de mooie muziek de we hadden gemaakt.
Toen begon Peter te praten. Waarover het ging, weet ik echt niet meer, maar het was een redelijk serieus gesprek met een gezellige ondertoon. Of andersom.
Ik praatte al vlot mee, John zat nog heel casual wat voor zich uit te staren. En rookkringen te blazen. Dat was zijn talent, naast de vele anderen die vriendje John heeft. Ik heb dat nooit gekund.
En op dat moment kwam dat specifieke talent van John, en het gesprek van Peter en mij samen op een manier die we nooit hadden kunnen voorzien.
Peter sprak John rechtstreeks aan op zijn roken, denk ik, en John draaide zich al kringetjes draaiend naar Peter toe. En in die beweging belandde er dus een perfect gedraaid kringetje (John heeft ze daarna nooit meer zó perfect rond gekregen als toen) al dansend rond de neus van Peter, om daar vervolgens een paar seconden te hangen. Alsof dat rookkringetje even niet wist wat het daar moest, rond die neus.
Normaliter is het zeer onbehoorlijk om rookkringetjes rond de neus van je professor te blazen, maar dit was zó vreselijk onverwacht, ondoordacht en afwijkend dat we alle drie in geschater uitbarstten.

Een andere herinnering.

Het was denk ik in mijn voorlaatste jaar als conservatoriumstudent dat mijn hoofdvakdocent me wat meer vrij liet. Hij had toen denk ik in de gaten dat ik geen standaard symfonieorkestenspeler ben, en dus liet hij me meer de vrijheid om te doen en laten wat ik wilde. Dus ik mocht ook meer lessen nemen bij de mensen bij wie ik dacht dat ik iets kon halen.
Mijn eerste gang was die naar Peter.
Vanwege alle orkestspel-lessen kende hij me al, en vond hij het een heel leuk plan om een paar lessen te geven.
Zijn een op een lessen waren net zo energiek als de groepslessen. Meteen vanaf de eerste minuut vol gas. Om de haverklap werd ik onderbroken voor tips en ideetjes om mijn spel te verbeteren. Om nieuwe inzichten te krijgen.
Heel mooi was dat. Maar Peter was niet alleen verbaal en qua overdracht heel energiek, hij kon ook niet stil blijven staan. Als hij wat uitlegde, als hij vertelde hoe hij iets wilde horen, bleven zijn armen, benen, hoofd en, nou ja eigenlijk hij helemaal, gewoon niet stilstaan.
Armen zwiepten alle kanten op, benen gingen dan meestal mee, soms ook een totaal andere kant op. En dan zat hij mee te brullen als je speelde. Geweldig.
Geweldig, tot hij op een gegeven moment met zijn arm tijdens het spelen, tegen mijn trompet aan knalde, waardoor mijn trompet een millimeter of twee meer dan de bedoeling of prettig was, mijn lippen binnen schoven.
Gedurende enkele seconden bleef het doodstil. Oorverdovend zelfs, na alle herrie die we gezamelijk maakten.
Het leken wel uren.
Je kon een speld horen vallen.
Peter, die normaal een gezonde kleur had, trok bleek weg, en begon te stamelen.
Ik voelde al rap dat het niet lekker was, maar niet onoverkomelijk, dus ik trachtte hem gerust te stellen.
Komt goed, we gaan koffie drinken.
Als ontdaanheid een uiterlijkheid zou zijn, zou Peter het op dat moment zijn geweest.
Ik heb nog een aantal lessen van hem mogen hebben. De meest waardevolle tijdens mijn studie.
En die verliepen gelukkig niet allemaal zo heftig.

Mijn persoonlijk mening: Peter was een fantastisch mens. En een fantastische musicus, die hoogstwaarschijnlijk op basis van puur toeval een trompettist was.
Ik vind hem Nederlands beste trompettist ooit. En niet alleen Nederlands, maar ook heel erg ver daarbuiten. Ik ben niet snel idolaat van trompettisten. Heel vaak heb ik het idee dat bij veel trompettisten het ego belangrijker is dan (het talent voor) de muziek.
Altijd als er een concert was met hem als trompettist, zakte mijn bek op mijn knieën. Zo mooi als hij kon spelen. Hij gooide zijn hele ziel en zaligheid in elke noot die hij speelde. Hij is een van de weinige trompettisten die mij echt ooit hebben geraakt. (En dan niet alleen maar letterlijk, maar zeker en vooral ook figuurlijk).
De man was muziek.
Het is uiteraard gelopen zoals het gelopen is, en we verloren uiteindelijk contact.
Ergens is dat heel jammer. Maar gelukkig mag ik mijn herinneringen aan deze warme, hartelijke, tomeloze en muzikale man koesteren.
Ik weet heel erg zeker dat als er een hemel bestaat, dat Peter nu in het hemelse orkest lekker muziek aan het maken is.








dinsdag 1 januari 2019

Een blanco vel, inmiddels niet meer zo blanco.

Het is weer een vers, blanco jaar en dan kan ik mezelf niet helemaal bedwingen. Handenwringend zit ik tegen het witte vel van het jaar aan te kijken. Net zoals ik tegen het witte "vel" van mijn nog behoorlijk lege blog zit te staren.

Maar daar gaat verandering in komen.

Allereerst wil ik u allen van harte welkom heten in 2019. Een jaar waarin ik nieuwe kansen ga krijgen, zoeken en aangrijpen. Een jaar waarin we hopen het 5 jarig jubileum van ons huwelijk te vieren, het jaar waarin mijn dochter 4 wordt, en dus naar school mag (och heden, daar gaan blogs over komen, hou je hart maar vast en op voorhand alvast mijn excuses voor al te emotionele schrijfsels daaromtrent).

Omdat zowel Ilse als ik baat hebben bij rust en orde in de tent, én omdat de huidige inrichting daar niet toe bijdraagt, hebben we raad gevraagd bij iemand die daar veel meer verstand van heeft.
En uiteindelijk zijn we er dus toe gekomen om het berghok boven eens grondig uit te zoeken, en te mesten, en heel veel zaken gewoon weg te gooien.
Dit doen we, om beneden meer rust te krijgen. Want beneden leven we, en de kast die we maakten van fruitkisten, is absoluut leuk en hip, maar levert ook een hoop onrust, rommel en ongemak op.
Dus de kratten deels naar boven, om wat extra bergruimte te maken. Voor de spullen die we niet naar het stort brengen.
Maar goed.
Eerst dus de troep boven eens sorteren.
Heeeeeeeeel veel kilo's aan oude paperassen, en troep die we verhuizingen lang meezeulden, zonder te weten wat we er in vredesnaam mee zouden moeten.
Ik vond bijvoorbeeld 2 paar houten klompen. Twee paar houten klompen die ik als kind van een jaar of 4-5 droeg. Met een royaal gebaar wilde ik ze in de daartoe klaargelegde vuilniszak werpen, toen Ilse ertussen sprong (die kreeg dus bijna letterlijk klop met een klomp) en ze wilde bewaren.
Ja, godallemachtig, we zouden zaken wegflikkeren, niet eindeloos betasten en bewaren.
Maar inmiddels heb ik Jente er op zien lopen, en het ziet er wel snoezig uit. Dus vooruit, bewaren maar.
Gelukkig hebben we ook inmiddels kilo's aan troep weggegooid, en staat er kilo's aan troep klaar om weggegooid te worden.
Bijvoorbeeld een set tentstokken, behorende bij een voortent. Die voortent, behoorde bij de caravan, die we reeds verkocht hebben. De voortent zelf, is tot op heden vermist, maar die stokken wel. Vreemde zaak. Maar goed, die gaan naar de oud-ijzer-verzamelaar. 
Ik vond tussen alle papiertroep ook een kraslot. Een opengekrast kraslot. Waarop zeer duidelijk mijn winst stond: 2 hele Euro's. Helemaal blij wilde ik het lotje in mijn portemonnee stoppen. Ten slotte, de jackpot van de staatsloterij ging ook al aan onze neus voorbij, dus deze opsteker zou een leuk begin zijn voor het nieuwe jaar.
Ik keek nog eens goed, en mijn euforie veranderde in een diepe droefenis. Dat kraslot had namelijk voor 31 december 2017 ingeleverd moeten worden. Jammer dit. Heel jammer.
Ook hebben we niet minder dan 4 kratten aan boeken weggebracht. We hadden er te veel. Waar laat je in vredesnaam 4 kratten boeken?
Het ziekenhuis in Almere heeft een soort van bibliotheek, en we hadden het leuke idee om die boeken daar te doneren.
De vrouw aan de telefoon was best blij toen ik belde.
"Hallo, met Marnix Coster, ik bel om te vragen of jullie blij worden van een paar boeken voor de patientenbibliotheek".
"Nou! Heel graag, als ze een beetje in goede staat zijn, willen we best een paar boeken hebben. Hoeveel boeken gaat het om?"
"4 Albert Heijn kratten vol".
"Oh my GOD!!!! Dat zijn niet een paar boekjes... Dat is echt een beetje te veel. Zou u misschien 2 kratten kunnen komen brengen? Want vier kratten vol, kunnen wij ook niet kwijt. Hihihihi".
"Geen probleem, ik kom er zo aan".
En de rest van de boeken zijn naar de kringloop gegaan.

Alles om ruimte te krijgen voor een nieuwe kast. Met deuren. Een kast die door Ilse op de site van de Ikea met heel veel pijn en moeite is samengesteld, precies naar onze wens.
En met pijn en moeite bedoel ik letterlijk, want die site werkt echt ongelooflijk slecht. En op haar zenuwen.
Gelukkig maar dat Ilse het deed, ik had na 2 keer proberen de site met laptop en al door het raam naar buiten gekeild. Al scheelde het bij Ilse niet weinig, moet ik daaraan toevoegen. Regelmatig zag ik haar ogen vuur spuwen, en die zuiltjes van rook die verdacht dicht bij haar oren omhoog kringelden, waren niet van mijn sigaretten, want binnen rook ik niet.
Het feit dat ook Jente met een angstvallig grote boog om Ilse heen stapte, sprak ook boekdelen. En dan vloekte ze nog niet.
Maar.... We zijn er in geslaagd om een kast samen te stellen waar we blij van worden.
(Ja, bij die zweedse boevenbende, maar soit. Principes zijn er om vanaf te stappen).
(Nee, geen zelfbouw, want daar heb ik nu even geen tijd of energie voor).

En dan is het tijd om naar de schoonouders te gaan om oud en nieuw te vieren. Jente inladen, Ilse inladen, spullen inladen en gaan.
Uiteraard, net toen ik mijn eerste biertje naar binnen had geslingerd, kwam mijn aanminnige echtgenote er achter dat ze haar insulinepompje vergeten was. Dus toch nog (het kon nét) even naar huis gieren om dat pompje te halen. Waarbij ik Claus, die zijn kans schoon zag om naar buiten te glippen, naar binnen moest bulderen. (Katten hou ik binnen met oud en nieuw, sinds ik weet dat er verziekte untermenschen rondlopen die het leuk vinden om vuurwerk in katten-anussen te proppen).
Jente lekker op bed, met de belofte haar wakker te maken voor het vuurwerk. Dat leek haar machtig mooi.
En inderdaad, even voor 12 haalden we een nog steeds half slapende Jente uit bed, die rond twaalven even niet meer wist hoe ze het had met alle kletsende-zoenende-drinkende-etende-proostende mensen om zich heen.
Maar naar buiten wilde ze wel. En wat was ze onder de indruk (en zelfs een beetje bang) voor het vuurwerk. Ze wist gewoon niet waar ze moest kijken, hoewel ze uiteindelijk liever in papa's auto zat, om het vuurwerk te zien, maar minder te horen.
Het gevolg was wel dat ze toen wel erg over haar slaap heen was, en het even later toch best een toer was om haar weer in haar bed te krijgen.
Om van vandaag maar te zwijgen.
Ach ja. Wakker worden om 5 voor 12 in de nacht, je doet het maar één keer per jaar. Als het goed is.

Gelukkig nieuwjaar allemaal.






zondag 23 december 2018

Het is zondagochtend, en ik ben door mijn vrouw en Jente (om uiteenlopende en schuldeloze redenen) uit bed gebonjourd.
Ik zit aan mijn koffie, en de eerste peuk zit erin. Langzaam begin ik te ontdooien, en mezelf een heel klein beetje mens te voelen.
Vanuit mijn plek aan tafel heb ik zicht op onze kerstboom.
Onze boom, die ik redelijk casual, zonder al te veel zoekwerk uit de schappen van de plaatselijke grutter heb getrokken. (Die plaatselijke grutter is de Deen. En hulde voor de kerstbomen van de Deen, want het eerste boompje dat ik daar ooit kocht, staat inmiddels 2 jaar later nog steeds levend en gezond in de voortuin. Toch leuk).
Een niet al te hoge boom met een lekker dik buikje. Lijkt op zijn baas dus.
Waar veel mensen enorme bomen in huis halen en strak in het gelid zetten, en het ding op de millimeter nauwkeurig versieren met ballen en andere snuisterijen die voor het betreffende jaar door de commercie als hip zijn bestempeld, staat die van ons er toch wat povertjes bij.
Wat ik me bij aanschaf niet realiseerde: het boompje is zo krom als een banaan. De piek wijst letterlijk 10 uur aan. Om hem nog enigszins recht te zetten, heb ik klosjes onder de emmer geplaatst, en dat heeft in zoverre geholpen dat het nu geen 9 uur meer is dat de piek aanwijst. Of zelfs 8 uur.
Het uiteindelijke optuigen gaat ook zonder militaire precisie. Lichtjes werden er letterlijk in gedrapeerd, en aangezien Jente heel graag haar steentje wilde bijdragen, hangt alle onhippe (want niet door de commercie goedgekeurde kleuren, vormen en snuisterijen) troep er wat maf door elkaar heen in. En de zilveren slinger... Laat ik het erop houden dat die in samenwerking met de boom een eigen leven leidt. Het is bijna griezelig, maar ik zie elke keer als ik naar ons boompje kijk een afwijking in hoe die slinger hangt. Geen grote veranderingen, eerder van die kleine geniepige. Als je niet ff niet kijkt, lijkt die hier een takje lager, en daar een takje hoger te zijn gaan hangen.
Of het is poes Colette die daar een aandeel in heeft, het zou me niet verbazen.
Jente vond het prachtig om de boom samen met papa op te tuigen. En van de week had ze met opa en oma bij een of andere plantengrossier nog een paar geweldig (lelijke) passende paddestoelen van steen uitgezocht. In het rood. Ik vrees dat mijn door jeugdtrauma's verkregen wens tot een zilver versierde kerstboom bij Jente tot een gedwongen stop komt. Jente is veel kleurrijker dan haar vader.
Gelukkig maar.
Het is dan weliswaar een door Fred van Leer afgekeurde, smakeloze boom. Het is wel onze boom. En hij brengt sfeer en gezelligheid mee. En in tegenstelling tot de nu volgende herinnering, staat (letterlijk) het ding zijn mannetje in ons huishouden van lompe huisdieren, en kleine kinderen.

Het was ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw. Mijn ouders waren nog net niet zo ongelukkig met elkaar dat ze al aan een echtscheiding dachten, maar het scheelde niet veel. Het scheelde gedurende de eerste 10 jaar van mijn leven continu niet veel, maar dat ter zijde.
Wij gingen kerst vieren in Velp, bij mijn omaatje.
Dat betekende dat wij achterin de Opel Kadett zaten te ruzieen over wie waar moest zitten en waar wiens kont echt niet meer mocht komen, want mijn/haar plek. Als mijn ouders ons geruzie zat waren, gingen alle ramen dicht, en werden er halfzware sigaretten opgestoken. Dat kon toen nog zonder dat de anti-rook-maffia tot veel fysieker moord en doodslag overging. En stil werden we er wel van. Groen ook.
Mijn omaatje (het liefste mens op de wereld, waarvan ik het meest geleerd heb over het leven en over liefde, trouw en menselijkheid, ik mis haar nog dagelijks, want ze was de wijsheid in eigen persoon, ondanks dat ze nooit een universiteit van binnen heeft gezien) woonde in een klein huisje, maar met een voorkamer en een achterkamer. En in die voorkamer werden spelletjes gedaan, daar werd gegeten, daar werd ruzie gemaakt (door mijn ouders, of door mijn zus en mij als het zo uitkwam) en daar werd dus ook de kerstboom opgetuigd. In mijn herinnering veel groter dan die wij nu hebben. En hij werd ook op een hogere plek gezet, namelijk bovenop een bureau.
Dat voorkamertje was bijzonder klein, want er stond een kast, een bureau, een grote fauteuil, een tafel en meerdere stoelen. En als de broers van mijn moeder ook op bezoek kwamen, moesten de tuindeuren open, anders dan raakte de zuurstof echt op. Zeker met twee halfzware shag rokende volwassenen.
Maar goed.
Dat boompje stond trots te pronken op dat bureau. (Het was nog in de tijd dat die ellendige lichtsnoeren nog niet bestonden. Echte kaarsjes waren er, die met de hand in de fik gingen. En wij dus altijd bij de deur zaten, en er minimaal 2 emmers water klaarstonden om eventueel over-enthousiaste kaarsen meteen uit te doven door er een emmer water overheen te flikkeren).
Oma was bezig met de tomatensoep, en mijn moeder snauwde tegen mijn vader dat de boom scheef stond. Ik kan me niet herinneren dat mijn moeder anders dan snauwend tegen mijn vader sprak. (En vice versa, denk ik).
"Die boom staat scheef!!!"
"Die boom staat NIET scheef!!!!"
"Die boom staat WEL scheef, KIJK DAN!!!!"
"OKE!"
Zoiets.
Maar verder gebeurde er op dat moment weinig. Behalve dan dat de sfeer niet best was. Onze hond, en de hond van mijn oma waren al lang en breed naar de achterkamer vertrokken, en zus en ik hielden ons koest.
Oma kwam binnen met de tomatensoep. Ik kan me niet herinneren of het zelfgemaakte was, of van unox, wél kan ik me herinneren dat het prima soep was.
En met haar persoonlijkheid wist ze elke sfeer te verbeteren. Of die nu goed of slecht was, als mijn oma binnen kwam, was het altijd fijn.
Anyway. Lekker, soep! En er begon een onverdroten geschuif van mijn bord naar mijn mond.
Zonder enige waarschuwing vooraf: RUIUIUIIIIISSSS-VLEDDER!!!! RINKEL!!!! Daar donderde de boom, met versiering en al, over mijn vaders nek, op tafel. In zijn en in elk geval ook in mijn soep. Goddank hadden we de kaarsen nog niet aangestoken, anders was het hele huis in een voortijdige crematie voor alle betrokkenen veranderd.
Mijn moeder begon te juichen:"Hebben we toch nog ballen in de soep". Nu, 30 jaar later denk ik dat dat niet zozeer humor was omdat de situatie nu eenmaal heel erg "mister Bean" was, maar meer omdat ze gelijk had: die verrekte kutboom stond gewoon scheef.
Dat maakte de sfeer, in elk geval tijdelijk niet veel beter.
Gelukkig kon oma er ook hartelijk om lachen (ze had een ijzersterk gevoel voor humor. En kon gruwelijk goed relativeren. Ze maakte twee wereldoorlogen mee, ze verstopte Joden in haar huis, terwijl haar buren ingekwartierde SS'ers hadden, hoezo is een omvallende kerstboom een probleem?). En wij, nadat we van de eerste schrik bekomen waren, ook.
De mooiste herinnering wat kerst betreft, ligt ook in Velp. Om de een of andere reden was kerst in Velp ook altijd wit. Er lag altijd sneeuw. En dan gingen we met Oma de bossen in. Lekker dik aangekleed, knerpende sneeuw onder onze voeten, en dan de onvermoeibaarheid waarmee onze oma kilometers aflegde (ze moet toen al in de 80 zijn geweest) en de schier onuitputtelijke voorraad aan sprookjes en verhalen die ze tijdens die wandelingen wist te vertellen.
Heerlijk.

In mijn eigen huisje staat de kerstboom om bovenstaande reden ver verwijderd van tafel (zelfs als de zwaartekracht het ding niet omver krijgt, hebben we 2 lompe katten en een Jente die op hun tijd hun best doen om dit te doen gebeuren). Ik heb er namelijk een hekel aan om tijdens het eten gestoord te worden door vallende dingen in het algemeen en vallende kerstbomen in het bijzonder. Zeker als die in mijn eten terecht komen. Weinig zo smakeloos en vies als een verpletterde kerstbal die je tussen je liflafjes vandaan moet peuteren. Om nog maar te zwijgen van een paar dennennaalden die in de whiskey-bavarois zijn beland, en het geheel totaal oneetbaar maken.
En ook zijn wij met de moderne tijd meegegaan, en hebben ledlampjes in de boom, in plaats van kaarsen.
Tussen kaarsen en led, zaten nog die elektrische lampjes die om wat voor reden dan ook, en zelfs als je ze bijzonder netjes oprolde, toch elk jaar weer tot hysterische wanhoop leidde als je ze moest ontwarren om ze netjes in de boom te draperen. En als er één kapot was, moest je ze allemaal testen omdat, als er één kapot was, het hele snoer het niet deed. De hel dus.
De nu aanwezige ledjes hebben in elk geval het knoop-probleem niet (of Ilse beschikt over meer geduld dan ik, dat zou kunnen, in theorie), en dat maakt het toch een stuk vreedzamer allemaal.

Ik wil mijn trouwe lezers bedanken voor hun interesse. Van sommigen weet ik dat ze mijn blogjes als tijdverdrijf op het toilet gebruiken. Maar het blijft soms verrassend uit welke hoek de reacties komen. Van mensen van wie ik dacht dat ze überhaupt niet kunnen lezen, tot mensen die ik nauwelijks ken, die ineens tegen me beginnen te praten over mijn schrijfsels.
Vind ik leuk.
Ik wens jullie allen een mooi kerstfeest. En mocht ik tussen nu en 2019 geen kans meer zien om wat gekkigheid uit te tikken ook alvast een prettige jaarwisseling. Een gelukkig nieuwjaar wensen doe ik in de volgende blog weer.

Bye Bye beauties and beasts. 








zondag 16 december 2018

Kerstconcert 1

Het was zo'n dag waarvan je bij het opstaan al vermoedt dat het een aparte dag zal zijn.
De hoofdpijn waarmee ik wakker werd, was van het dodelijke soort. Niet bewegen met mijn hoofd, want dat triggert de kabouter met de ploeg tot het maken van diepe voren in mijn hersens.
Ik werd dus ook onbedaarlijk blij toen ik in de keuken een verloren gewaande strip advil aantrof. Advil is voor mij een soort van magische superaspirine, die snel en langdurig werkt.
Gezien het feit dat ik gisteren één van de twee kerstconcerten van 2019 zou spelen, vond ik dat ik het recht had om een van die wondersnoepjes achter mijn knoopsgaatje te slingeren.

En een aparte dag werd het.
Omdat ik vermoedde dat het concert wel eens langer zou kunnen duren dan de hoeveelheid minuten muziek (ten slotte: als een club als "the Lions" zoiets organiseert, willen ze vaak net zoveel praatminuten hebben als de muzikanten aan speelminuten gebruiken), had ik een verzoek tot carpoolen ingediend bij mijn collega's. En gelukkig: vriendje Martijn wilde mij wel oppikken. Of ik maar naar Houten wilde komen.
En aldus vertrok ik, laat in de vroege middag om mij bij hem te voegen voor de reis naar Oirschot.
Geheel gedachtenloos legde ik deze rit af, en dat had ik beter niet kunnen doen. Ik reed namelijk gedachtenloos naar de carpoolplek die altijd voor tripjes met de kapel gebruikt wordt, de carpoolplaats bij de Meern. Bij de Starbucks en de Burger King.
Toen ik die parkeerplaats opdraaide, realiseerde ik me dat me echt gezegd was dat ik naar Houten moest komen.
Martijn is namelijk ook een wiskunde docent, en die mensen zijn altijd 100% logisch. En het is niet logisch om een carpoolplek te kiezen die op de route naar het westen gaat, terwijl je naar het zuiden gaat om een concert te spelen. Maar ja, ik ben geen logisch mens, en aldus geschiedde.
Uiteindelijk troffen we elkaar bij Everdingen.
Gelukkig hadden we behoorlijk tijd genomen om er te komen, want ik was niet de enige die gedachtenloos een afslag verkeerd nam.
Kan gebeuren.
Mijn foute kersttrui kon bij de soundcheck gelukkig op veel warme hilariteit van mijn immer lieve collegae rekenen. En dat doet goed. Het is dan ook wel een ultiem foute kersttrui.

Het concert zelf was een aaneenschakeling van hilariteiten. Dat begon eigenlijk al met het hoge "skyradio"gehalte van alle kerstmuziek. Deze kerstmuziek deden we in enkele gevallen samen met een (iets te) close harmony meiden groepje die ervoor kozen om alles in het Nederlands te zingen.
Chestnuts in het Engels is al nauwelijks te beren, in het Nederlands met soms micro-tonaliteiten waar ze in India helemaal blij van worden, is het iets waar mijn ruggengraat nu nog van bij moet komen. Maar al met al was het een show waar het publiek van smulde, en dat is het allerbelangrijkste natuurlijk.


Als je als componist muziek schrijft voor een film, kun je voor trompet alle vormen van dempers voorschrijven. Maakt niet uit. Je kunt zelfs de trompettist voorschrijven dat hij geen tijd heeft om van demper te wisselen, de opname-technici knippen en plakken wel, en monteren het onder de film. No harm done. Dit is echter bij life-concerten een no-go. Want dan kan dat niet. Er wordt tijdens life-concerten nu eenmaal niet geknipt en geplakt. Iets waar je als arrangeur ter dege rekening mee dient te houden, als je dergelijke muziek gaat bewerken.
Dat deed de arrangeur van een van de liedjes niet. Die nam gewoon alles klakkeloos over.
En dan kom je als trompettist onbedaarlijk in de problemen. En ons probleem werd verdubbeld door het feit dat het podium waar we op zaten, 10 centimeter voor de voorpoten van onze stoelen, eindigde.
Tijdens de soundcheck, toen de prestatiedruk nog niet heel hoog was, leverde dat één of misschien twee keer een demper op, die de diepte opzocht van de ruimte onder ons podium. Gelukkig was er een collega op derde bugel die gniffelend onze demper wel weer wilde retourneren.
Tijdens het concert echter, toen de prestatiedruk wél gierend omhoog ging, gingen er meer dempers de diepte in.
VLEDDER!! Daar donderde rechts van mij een demper.
KLAFATS!!! Links van mij een demper.
RABENG!!!! Kut, dat was die van mij.
RINKELDEKINKEL!!! En tot grote verbijstering en vooral hilariteit van ons allen, verliet de stempomp van de trompet van Rianne zijn natuurlijke habitat, en eindigde net even te ver om stiekem en nonchalant dat ding weer op te rapen. (Dit uiteraard los van het feit dat daar ook helemaal geen tijd voor was).
De collega die ons eerst al grijnzend te hulp schoot, was om praktische redenen niet beschikbaar (hij had wel wat anders aan zijn hoofd,  namelijk zijn bugel) maar gelukkig was er een "Lions-bons" die zich niet per sé om die reden achter de coulissen ophield, en telkens half kruipend onze dempers en andere gevallen voorwerpen aan wilde reiken. Gezien het feit dat hij daarmee ook recht in onze vuurlinie kroop, grenst onze dankbaarheid jegens deze man aan het walgelijke, maar ook ons medelijden met zijn oren kent geen grenzen.
Volgende keren hopen wij toch dat dergelijk onhebbelijk arrangement onze lessenaar niet bereikt.
Hoewel het in theorie nog mogelijk zou kunnen zijn, dat wij als sectie gewoon collectief onhandig zijn.

Toch hadden we een leuke avond. Fijne collega's onder elkaar. Lekker lachen. Lekker samen muziek maken, en elkaar stimuleren om lekker te vlammen op het podium.
En achteraf nog even gezellig nakletsen.

Nog één kerstconcertje te gaan. Met collega Rianne, in het ieniemini gebedscentrumpje van Schiphol. Een kerstdienstje voor de reizende gelovige, die op dat moment nog geen vliegtuig hoeft te halen.
Altijd een bijzonder dienstje, omdat de ruimte zó klein is, dat er altijd iemand gehoorschade oploopt, zelfs als we niet spelen.
Maar ook altijd gezellig.
Van te voren nassen bij de Burger King, en achteraf wat gluhwein achterover slaan met een stuk kerstbrood.
En dan komt 2018, een dodelijk vermoeiend jaar zo zoetjes aan tot een eind. En hoop ik dat we in 2019 toch echt een goede mogelijkheid vinden om onze batterijtjes wat beter en permanenter op te laden. Dat we van Iphone-kwaliteit naar Motorola-kwaliteit gaan.

De tijd zal het leren.



zondag 9 december 2018

update.

Ik heb het afgelopen weekend bewezen dat ook beroepschauffeurs fouten maken. Bizarre fouten. Moedwillig. Of per ongeluk. Maar ook beroepschauffeurs maken fouten.
We moesten maar eens een weekendje weg, zo vonden de schoonouders, en via airbnb had Ilse een leuk onderkomen in Nijmegen geregeld. Aan de Via Gladiola. Die lange straat waar het einde van de Nijmeegse vierdaagse al aardig in zicht begint te komen. Inmiddels ben ik dat adres dus ruim 10 keer voorbij gewandeld.
Het aanrijden van dat adres bleek nogal een listig dingetje te zijn, want je rijdt over een grote, doorgaande weg, en parallel daaraan ligt een soort van fietsstraat, waar deels alleen maar fietsers komen, maar op gezette punten auto's vanaf de doorgaande weg op mogen draaien.
En dan moet je dus voor jouw adres wel de goeie doorgang hebben, anders heb je een nogal lepe uitdaging.
En we hadden de verkeerde. Achteruit terug die drukke doorgaande weg op, leek me een wat al te drieste actie, dus ik besloot om dan maar, geheel tegen alle regelgeving in, een meter of 100 aan fietspad mee te pakken. Puur om te voorkomen dat mijn mooie bolide door aanstormend verkeer totaal aan gort gereden zou worden. En heus, op mijn woord, ik zweer het: er reden geen fietsers op het moment dat ik deze aan complete waanzin grenzende actie uitvoerde.
Toen we onze bestemming naderde sprak Ilse dat we in een soort van kelder zouden logeren, dit weekend.
Ik kreeg al gelijk visioenen afkomstig uit CSI Miami, Criminal Minds en NCIS, maar gelukkig, het bleek een keurig schoon en goed onderhouden onderkomen te zijn, met eigen keuken, toilet, badkamer, slaapkamer en woonkamer, voorzien van alle gemakken.

De eerste avond hebben we niet zo gek veel gedaan, anders dan door de stromende regen naar het dichtstbijzijnde restaurant gewandeld om daar eens even heerlijk te genieten van een trio van wild en voor Ilse een vegetarische quiche zonder vlees.

Zaterdag zijn we, geheel tegen mijn natuurlijke driften in omdat ik de schurft heb aan rondhangen in drukke stadscentra, Nijmegen in geweest. Het centrum dus. En ondanks dat Nijmegen de naam heeft een mooie stad te zijn, moet ik bekennen dat ik er bar weinig aan vond.
Ze hebben er net als in Rotterdam een soort van koopgoot, waar je van alles kan kopen.
En ik moet toegeven: er zijn delen in het centrum echt wonderschoon. Maar dan loop je zo'n prachtige straat uit, om vervolgens serieus oogpijn te krijgen van de welhaast communistische jaren '50 lelijkheid aan beton voor je te zien.
We hebben er leuke dingen gekocht, en fantastische dingen ook niet gekocht. Maar vooral: we hebben er heerlijk rondgelopen, en fijn van elkaars gezelschap genoten.
Een gevalletje van: ik heb net een hele dag met mijn echtgenote doorgebracht, eigenlijk best een leuk mens.

In de avond zouden we naar een film gaan in de bioscoop gaan in het niet-zo-heel-erg-pittoreske dorpje Lent.
En hier beging ik dus mijn tweede intense fout in het verkeer.
Ik draaide de parkeerplaats op, en (tot mijn verdediging) het was er ongelooflijk onduidelijk donker. Dus ik volgde zomaar een baan, waarvan ik dacht, dat die ons zo dicht mogelijk bij de ingang van de bioscoop af zou zetten.
Die baan echter, bleek het voetpad dat de parkeerplaats met de ingang verbond.
Het viel me eigenlijk pas op, toen ik alle auto's aan die baan geparkeerd zag staan. En maar mopperen over al die mensen die voor mijn wielen paradeerden.

Uiteraard kwam daarmee ons fijne weekendje tot een einde.
We reden op ons dooie akkertje naar huis, en tijdens die trip wilde ik een dikke volvo in halen. Ik gaf naar links aan, schoof op, en versnelde. Meneer in de volvo deed dat dus ook. Waarom? Joost mag het weten. Maar die etter bleef maar versnellen, terwijl ik niet eens meer in zijn dooie hoek reed.
Uiteindelijk was ik het zat, en ben ik maar doorgegaan tot hij opgaf. Ik zat toen op de 170.
Fout, ik had dat etterbakje (want in het voorbijvliegen, zag ik dat hij eruit zag als een 17 jarig etterbakje dat onder begeleiding van zijn etterbak vadertje zijn eerste ritjes in een dikke bak mocht maken) natuurlijk ook gewoon kunnen laten gaan. En weer naar rechts kunnen schuiven.
Maar dit soort acties van de medeweggebruikers vind ik altijd schijt-irritant. En nu was het zondag, rustig op de weg voor me, en kreeg ik het van de mongoloide stupiditeit van etterbak-papa en etterbak-ettertje gewoon op mijn heupen.
Mijn intense vermoeidheid zal hier meespelen, of mijn toch al niet in grote getalen aanwezige geduld.

En toen kwamen we thuis.
Ik had door de politie een bewegingsdetector laten plaatsen die aangesloten is op het nummer van de politie. Als er boeven zijn, gaat de bewegingsdetector af, en dan komt de politie er rap aan om de onverlaten op te pakken. Ten minste, dat is het idee erachter.
Of het werkt, kan ik niet zeggen, want er is niet ingebroken. Het idee erachter staat me wel aan.
Maar ja.
Voor thuiskomst, moesten we bellen, zodat de politie het spul ook weer kon weghalen. En aldus te voorkomen dat ze met zwaailichten, toeters en bellen ons zouden komen lichten.
Dat zijn van die momenten dat we echt serieus eventjes de kop erbij moeten houden. En dat is wel een dingetje. In huize Ilse en Marnix.

Inmiddels heb ik ook net eventjes een kerstboom gekocht.
Leuk om met Jente op te tuigen.
Het wederom een keurig boompje geworden. Dik buikje, lange nek. Net als ik. Voelde heel vertrouwd toen ik die uit het rek bij de plaatselijke grutter trok.

Hoewel de airbnb erg mooi was, was het bed niet helemaal ons ding. Erg krap en met een tweepersoons dekbed in plaats van 2 éénpersoons dekbedden was het voor ons weer als vanouds knokken om de deken.
Het was een mooi weekend, we zijn beiden bekaf, maar het heeft ons hopelijk wel goed gedaan voor de langere termijn.


Update.

Het is een terugkerend dingetje en met name sinds Jente er is, maar nog niet helemaal 100% los kan lopen zonder dat het op niet al te lange ...