vrijdag 27 maart 2020

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down.
Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten trots deelde via het welbekende platform.
Ik doe dit, omdat veel vrienden en familie nu niet bepaald om de hoek wonen, en als ze dat al deden, ze er nauwelijks wat van meekrijgen omdat het advies is om niet bij elkaar de deur plat te lopen.
Zo blijven we toch een beetje op de hoogte van elkaars wel en (helaas ook aanwezige) wee.

Ik moet bekennen: mijn respect voor ouders met meer dan één kind, neemt hand over hand toe. Jente is lief, en is mijn alles. Maar Christus te paard, wat een energie. Wat een tomeloze bemoeizucht. Het is goed dat haar neusje niet zo lang is, want anders was het nu danig afgesleten van alle zaken waar ze hem tegen wil en dank toch in weet te proppen.
Inmiddels heb ik daar wel enigszins gebruik van weten te maken, door haar dan maar te laten helpen met alle klussen waar ik dan nu eindelijk aan toe kom.
En ik merk dat het ook best leuk is om "thuis-onderwijs" te geven. Leuk, maar ook weer zo vermoeiend. Niet dat Jente vaak stout is, of narrig. Maar gewoon omdat ze halverwege een oefening ineens over heel iets anders begint te ratelen, en ik vaak net niet zo vief ben om haar dan zonder horten of stoten te kunnen volgen. En dan hebben wij er maar 1. Je zal er meer hebben. Je zal juf of meester zijn en 30 van die apen moeten dresseren.
Dus waar al die mensen de tijd vandaan halen om allemaal challenges te doen, allemaal muzikale zaken op het net te kwakken, ik weet het niet. Ik heb het niet.
Ik vind alle klussen in combinatie met een kind al challenging genoeg. Eigenlijk.

Een van die klussen was de tuin. Daarmee ben ik best een hoop opgeschoten. Mijn lijf is echt nog niet gewend aan fysieke arbeid, want na dag 1 van de tuin kreeg ik van mijn lijf de onuitgesproken (maar niet ongemerkte!!!) vraag of ik helemaal gek geworden ben. Wat ik in vredesnaam allemaal niet denk, om met allemaal zakken zand te slepen, met planten te hannesen, veelvuldig te bukken, en dan ook nog verwachten dat ik soepeltjes in de avond nog even een loopje ga maken met vrouw en kind? Ik zal je krijgen, kreng. Hier: spierpijn voor je enthousiasme, etterbak!. (Overigens: om alle opmerkingen voor te zijn: we laden elkaar in de auto, rijden naar afgelegen plekken, waar weinig mensen zijn, zodat we niet in contact komen met eventueel besmette mensen).
Hoe dan ook: onze eerste maaltijden met kruiden uit eigen tuin, zijn reeds gekookt. De thijm en de rozemarijn doen het prima. En smaken uitstekend.
Maar goed, er moesten ook normale boodschappen gedaan worden, en tijdens de laatste strooptocht, op zoek naar zaken die ons huishouden nu eenmaal verbruikt, zag ik dat de plaatselijke grutter een rolcontainer met allemaal boompjes had staan. Omdat ik was afgeleid door het feit dat er een heel erg vriendelijk manneke winkelwagens stond te ontsmetten en uit stond te delen aan nieuwe klanten, liep ik er nogal aan voorbij, maar toen ik eenmaal weer buiten stond, vielen die bomen mij wederom op. En verhip als het niet waar is: er stond een kersenboom bij. Ik begon spontaan te jubelen (en dat moet voor de winkelbediende ter plaatse een onthutsend en beangstigend gezicht zijn geweest) want ik wil al sinds ik in Almere woon, mét tuin een kersenboom.
Mijn ervaringen met bomen van die supermarkt zijn goed. De eerste kerstboom die wij er kochten, staat met wortel en al in de voortuin, en groeit elk jaar een centimeter of 5. Dus ik vond het de gok wel waard om voor minder dan 10 euro een klein, pril kersenboompje te kopen.

Een ander klusje waar ik me mee bezig heb gehouden: mijn tafel. Onze tafel. Die staat nu prachtig in de woonkamer te pronken, en ik zit er met mijn pc'tje aan te tikken.
Ook hiervan heeft mijn lijf veel gevonden. Vooral toen ik het ding ging schuren, dat combineerde met een peuk. Ik heb zo hard zitten hoesten, dat er een politiehelikopter over kwam vliegen om te kijken of er niet ergens een zeehondencreche was gedumpt.
Na alle lijmen, kitten en verplaatsingen van grond, hebben mijn handen enorm veel eelt gekregen. Maar wat vervelender is: mijn vingerafdrukken zijn veranderd. Er zit zelfs na dagelijks vele malen wassen met zeep, gewoon nog allemaal zooi in die kleine reliëfjes. Mijn linker wijsvinger heb ik per abuis met secondelijm vast geplakt op een hobbyprojectje van karton, en die is dus nu gewoon spiegelglad geworden. Nu heb ik niet bepaald de intentie om opgepakt te worden, maar mijn telefoon heeft er dus moeite mee.
Ik heb mijn rechterduim ingegeven voor de vingerafdruk-ontgrendeling van mijn Samsung. En, omdat ik nu eenmaal ook linkshandig ben, mijn linker wijsvinger.
Juist. Die twee vingers zijn door de laatste weken dus wat beschadigd geraakt. En meneer Samsung vindt daar dus ook wat van.

Zo kan het dus gebeuren dat ik in de avond vaak even buiten sta uit te puffen. Tevreden terug kijkend op een dag hard klussen. Genieten van wat ik gemaakt heb.
Zo kan het dus ook gebeuren dat ik in een mister Bean achtige slapstick belandde.
Jente's opa en oma, mijn schoonouders, behoren tot de risicogroep. En dus hebben we die mensen al een poos niet meer gezien. In real life, that is.
Want dagelijks wordt Jente via facetime door opa voor gelezen. Dagelijks is er even wat contact. Gezellig en fijn.
Ik had dus mijn genietmomentje na het eten, en stond buiten bij de voordeur. Even te kijken naar mijn auto (welke ik als hobby klusje voor een deel blauw heb gespoten, en waarmee ik dus echt ongelooflijk in mijn sas ben).
Ik ben de laatste tijd wat winderig. Ik denk dat dat komt omdat ik gezonder eet. Of omdat ik meer gas opsla in mijn lijf. Weet ik veel. Ik ben gewoon ongelooflijk winderig.
En omdat ik toch in mijn uppie buitensta, besloot ik een van die winden eens de vrijheid te geven.
Knetterend. Erg lang. Erg meeslepend. De buren zijn ten slotte op vakantie.
Precies op dat moment, staat Ilse achter mij. Met Jente. (Die dus recht in de vuurlinie belandde). Al facetimend met haar ouders die nog aan het eten waren. Want die wilden mijn vers gespoten auto wel even bewonderen.
Ilses timing om naar buiten te komen, kon niet beroerder. Ik had echt niet verwacht dat zij al videobellend met haar ouders, achter mijn rug zou opduiken, op exact dat moment dat ik onmenselijk hard aan het ruften sloeg.
Ik durf die mensen nooit meer onder ogen te komen.
Nu heb ik geluk, want met corona nog door Nederland zwervend als een dodelijk spook, zal dat er voorlopig niet van komen, maar ik denk dat ik eerder van schaamte doodga, dan van corona.

Oh ja, en wat met mijn licht autistische inborst toch tot verbijstering zou kunnen leiden: we hebben ons huis anders ingedeeld. Praktischer. Normaal gebeuren dit soort dingen alleen als ik (lang) weg ben, door toedoen van mijn betere helft (voor wie ik nog een standbeeld wil laten beitelen, omdat ze me gedurende de afgelopen tijd alle ruimte gaf voor mijn klusdriften). Dit keer was de nieuwe tafel de directe aanleiding.
Ik heb het normaal gesproken niet zo op veranderingen. En meestal geef ik dan kater Claus als argument, want die heeft er (vind ik) grote moeite mee dat zijn huis verbouwd wordt.
Maar in dit geval, met nieuwe tafel, die door betere poten, veel minder ruimte in beslag neemt, was ik het ermee eens om de bank een kwartslag te draaien.
Heel gehannes, maar het staat. En het heeft als extra voordeel dat de looproute door de kamer nu enigszins anders is, waardoor we de vloertegels op een andere plek belasten en de slijtage dus een stuk gelijkmatiger gaat.
Wie er in dit geval dus wél echt last van had, en niet omdat ik dat ter plekke verzon: jawel kater Claus. Die was zó gruwelijk ontdaan door het verplaatsen van de bank (en daarmee zijn geliefde plekje op het katten-krab-meubel) dat hij nog woester dan normaal poes Colette alle hoeken van de nieuw ingerichte woonkamer liet zien.

Goed.
Mooi.
Het weekend begint, hoewel ik met deze dagen eigenlijk geen flauw benul heb dat het weekend is.

Stay safe allemaal. Doe wat RIVM zegt, en zorg goed voor jezelf.


zaterdag 21 maart 2020

Marnix, de cynist tot in de kist.

Ik ben weer trots op Nederland. Want wederom heeft Nederland mijn mild-cynische ziel niet teleur gesteld.
Integendeel zelfs. Met dank aan Nederland kon ik mijn cynische hart weer ophalen.

Het begon er mee dat er ineens een landelijk applaus moment moest komen voor alle mensen in de zorg. "Laat horen hoezeer WIJ onze zorgmedewerkers respecteren". En dit in verschillende bewoordingen. Zo werden we gesommeerd om onze handen beurs te klappen. Want we hebben allemaal respect voor onze zorgmedewerkers.
Goed, ik had dus eerst even een teiltje nodig.
Ik roep al jaren dat zorgmedewerkers niet mishandeld dienen te worden. Dat zorgmedewerkers meer salaris zouden moeten krijgen.
Maar ja. Met de komst van allemaal rechtse rukkers en hun walgelijke gegeil op de marktwerking, is dat iets dat niet zomaar lukt.
Nee, een applausje. Dát is de beloning van jarenlang studeren, specialiseren en zorgen voor de medemens in moeilijkere perioden.
Dat is geen respect, dat is afkopen van een kutgevoel dat men ook wel weet dat die zorgmedewerkers meer verdienen dan dat ze krijgen.

Mijn respect krijgen ze niet. Niet middels een applausje. Mijn respect hebben ze. Al jaren. En daar hoef ik dan weer mijn handen niet voor beurs te klappen. Mijn respect zit er in dat ik braaf luister naar de dokter. Beleefd ben, en niet ga lopen schelden en tieren aan de balie als er iets me niet zint. Ik ga geen arts lopen meppen omdat ik niet de pillen krijg, die ik volgens facebook google het internet zou moeten krijgen. En als de arts me iets vertelt wat me niet welgevallig is, dan ga ik er eerst over nadenken. En als de afspraken voor de zoveelste keer uitlopen, ga ik niet dreigen met de dood, maar dan slik ik mijn ergernis in, want er zijn vast urgenter zaken dan mijn hoofd, buik of zo.

Wat ik werkelijk te bizar vind is dat Nederland loopt te roeptoeteren en loopt te klappen voor de mensen in de zorg, want respect (ik kan dat woordje niet meer horen zonder oprispingen te krijgen), maar vervolgens en masse naar een park, naar de markt, en van alles doet om maar dat covid19 te verspreiden. Hoe is dat te rijmen met het applaus van een paar dagen eerder?
Hoe respectvol naar de zorg mensen is het om ze op te zadelen met nog meer werk? (Want we weten allemaal dat overuren alleen voor die frauderende boevenbende van de belastingdienst leuk is).
Heeft dat klapvee dan per ongeluk hun hoofden tussen hun handen gestoken toen ze met hun josti-band klapfeestje begonnen?

Mijn cynische ziel nam hier in eerste instantie grijnzend kennis van. En toen bedroefd. Juichend de ondergang tegemoet.

Zorgmedewerkers doen precies dat, wat er van ze verwacht wordt, ook in moeilijke tijden. Het lijkt me een bere-zwaar maar prachtig beroep. Ik heb daar bewondering voor. Ik zou het niet kunnen. Niet willen ook. Vandaar dat ik voor een ander beroep heb gekozen.
En dat is precies ook mijn punt. Het is een bewuste keuze geweest om dat vak te gaan doen.
Net zoals het de mijne was toen ik muziek ging doen. Net zoals het de mijne was om op Schiphol te gaan werken.
Op Schiphol, waar wij als eerste, zonder veel kennis, en in het begin zonder veel voorzorgsmaatregelen in aanraking kwamen met dat covid19 virus. Terwijl Nederland carnaval vierde, terwijl Nederland verder zonder enig benul kennis nam van een virus in China, hadden wij, Schiphol medewerkers er al (on)bewust mee te maken.
Zijn wij helden? Ikzelf: zeker niet. Mijn collega's: zeker wel. Verdienen wij extra respect? Ik? Nee. Mijn collega's: absoluut.
Wat mij betreft krijgt iedereen die het land draaiende houdt, zijn/haar werk doet in tijden van grote gezondheids crises, respect.
Maar de beste manier om dat te betuigen, is geen applausje op faceboek zetten, om vervolgens als een volslagen bosmongool alle adviezen in de wind te slaan. Maar de beste manier om dat te betuigen, is om jezelf wél aan alle adviezen te houden. Zodat we straks allemaal weer verder kunnen.

Inmiddels heb ik geen werk meer op Schiphol. Vanwege alle lockdowns komen er al een hele poos weinig vluchten meer aan, en is er voor uitzendkrachten simpelweg geen werk meer. Vandaag mocht ik bij gratie van geluk nog een dienstje doen, en dan zit ik thuis.
Ik snap waarom. Ik heb twee ritten gedaan. Kisten die normaal met 100 man vertrekken, vertrekken er nu met 10. Als die al op komen dagen. Schiphol, normaal, in goede tijden een bruisende, dynamische omgeving, waar de routes per uur zomaar ineens kunnen veranderen, waar mensen veranderen in makke schapen, maar waar ikzelf als mens tot rust kom, en geniet van het puzzelen met bussen, trekkers, vrachtwagens, gebouwen en vliegtuigen. Waar ik geniet van de omgang met collega's. Dat Schiphol, is nu een onherkenbaar oord geworden. Het is er stil. Het bruist niet meer. Het is bijna surreëel.
Als dit allemaal achter de rug is, kom ik er terug. Dat weet ik nu al. Ik zal het missen. 

Oh, en voor alle bedrijven die afhankelijk zijn van chauffeurs voor hun leveringen: laat die mensen een plas doen. Heus: ze zullen hun remsporen zelf verwijderen, en hun handen netjes wassen. Ook dat is respect.

Prettig weekend.

zaterdag 14 maart 2020

Pest-pokken-tyfus-corona.

Dat corona begint me danig de keel uit te hangen. 
En dan niet het feit dat het heerst, want ik ben zover ik weet, nog niet besmet. Dat het heerst, kan ik niks aan doen. 
Maar alles erom heen, ik weet niet meer hoe ik het moet omschrijven. 
Met een sardonisch gevoel van opperste verbijstering sla ik gade hoe heel Nederland (mezelf uitgezonderd, uiteraard) totaal van de pot gerukt is door dat corona. Letterlijk, want er is bijna geen toiletpapier meer te krijgen, en geen brood meer. 
Ondanks dat wijze mensen meermaals aangeven dat hamsteren onnodig is, zijn de sociaal volstrekt incapabelen uit hun tokkie-holen getrokken om het hard werkende mensen onmogelijk te maken om gewoon normale weekboodschappen te doen. 
Brood is inmiddels zo schaars geworden, dat je een tent moet opzetten bij de plaatselijke grutter om nog kans te maken op wat brood. En dan loop je nog het risico op een vechtpartij met de lokale lamzak, die vindt dat jouw ene brood in zijn, met 20 exemplaren gevulde karretje hoort.
Inmiddels hoop ik wel dat de Albert Heijn het lef heeft om, als deze ellende achter de rug is, zijn "Hamstereeeeeeeeeeeeeeeeen!!!!!-reclame" gewoon weer op de buis gooit. Gewoon om die asociale lamzakken eraan te herinneren dat ze dat zijn. Asociale lamzakken. Dat zou een mooie cynische afsluiter zijn van deze hele episode waarin het mensdom zich weer eens van zijn meest duistere kant heeft laten zien.

Ondertussen vond die idioot van een Trump het nodig om richting de Europese Unie te sneren dat die er niet genoeg aan deed, en dat het de schuld was van de EU dat corona zich naar de VS kon verplaatsen. Jaaaaaaajaaaaa. Sowieso vind ik dat iemand die dat hele kleine beetje zorg dat voor zijn bevolking haalbaar was, opdoekte (Obama-care), en van zijn land wat dat betreft een bananenrepubliek maakte, zijn bek moet houden over de gezondheidszorg elders in de wereld. Maar hoe moet de EU voorkomen dat rondreizende Amerikanen dat virus oppakken? Als ze dat risico willen vermijden, moeten Amerikanen misschien gewoon in Amerika blijven (sowieso geen gek idee). Grappig was daarbij overigens wel alle Amerikaanse besmettingen uit Azie kwamen, en niet uit Europa.
Jammer dat geen enkele Europese leider die Amerikaanse vetnek een grote bek terug gaf. Heel jammer.
En dit soort onwaarheden vind je ook terug in heel veel meningen die mensen als feit presenteren. Dat corona helemaal niet erg is, maar bangmakerij. Of dat corona door de pharmaceuten bedacht is. Of de woorden van mensen die ervoor geleerd hebben, zoals virologen, biologen en artsen, tot pulp redeneren met zogenaamd redelijke vragen. Bewust twijfel zaaien en angst zaaien.
En dan gelardeerd met argumenten waar iemand van de alu-hoedjes-brigade serieus nog een punt aan kan zuigen.

Toen ik vanavond even naar de supermarkt ging om sigaretten te halen, (en stiekem in de hoop dat er brood zou liggen) kon ik nog net uit de voor 99% lege schappen 2 pakjes roggebrood trekken. Voor de rest was al het brood op. Wij eten morgen dus afbak-pistoletjes, croissantjes en roggebrood.
Ik wist ook nog de hand te leggen op 2 pakken müsli, 1 pak houdbare melk.
En toen kreeg ik van een of andere ouwe taart de mededeling dat ik me moest schamen dat ik hamsterde. Ik keek naar mijn halflege mandje, vervolgens naar haar vollere kar. Deed dat nog eens. En toen werd ik toch even heeeeel erg onvriendelijk. 2 pakjes roggebrood, voor een gezin. 2 doosjes müsli. En dat al hamsteren noemen, terwijl zijzelf met een volle kar langs de kassa moest, vind ik op zijn zachtst gezegd een zaak van:"Bemoei je met je eigen zaken, en hou vooral je bek". Ik heb zulks gezegd, op een toon en met een volume waar heel erg duidelijk uit bleek dat ik verder geen discussie toe zou laten. Ik overwoog nog om die ouwe vlaai in haar bakkes te hoesten, maar ik heb iets meer fatsoen in mijn donder, dus dat heb ik maar achterwege gelaten. Wel moest ik (nadat ik had afgerekend) ineens niezen, en ik kon het niet laten: ik heb overdreven hard, nat en boers in mijn elleboog staan bulderen. Ouwe taart mocht van mij best even schrikken.

Ik zie ergens wel een voordeel als roker. Ik weet namelijk vrij zeker dat mijn volgeteerde longen zo vies zijn, dat dat virus bij binnenkomst al gelijk rechtsomkeert maakt, en vlucht voor die troep.

Maar goed: is er ook leuk nieuws?
Ja. Ik ga morgen samen met Jente een beginnetje maken met project "eettafel" Jente, Ilse en Marnix proof maken.
De opstelling is nu zo dat er twee grote poten zitten, die halverwege onder tafel met elkaar verbonden zijn. Met een enorme massieve plank. Staat stevig, maar telkens als ik Ilse of Jente een corrigerende schop onder tafel wil geven, stamp ik mijn scheenbeen bont en blauw. Dat is niet de bedoeling.
Bovendien heeft het ook als nadeel dat onze luxe, leren eetstoelen niet lekker onder tafel passen, en dat die combinatie meer ruimte in beslag neemt dan wenselijk is.
Als ik nu dat lompe onderstel vervang voor 4 dikke, stevige poten, kunnen de stoelen onder de tafel, en kan ik mijn corrigerende werk als "heer des huizes" uitvoeren zonder dat ikzelf richting het coronaziekenhuis moet voor een open beenbreuk.
Een vriendje vroeg me of hij mijn bouwtekeningen mocht zien. Daarop bleef ik even stil. Ik had de maten gemeten, en voor de rest zit het plan in mijn hoofd. Niet de beste voorbereiding misschien, maar met de kapstok en de vitrinekast, de aanhanger nog vers in mijn geheugen en handen, denk ik dat ik er wel kom. Ten slotte heb ik die ook allemaal gebouwd zonder tekening.
Is het wijs om Jente mee te laten helpen? Geen flauw benul. Als ze aan het eind van de dag haar vingers of tenen er niet heeft afgezaagd, en haar haren niet tussen de verschillende delen heeft vastgelijmd, was het een goed idee. Uiteraard zal ik dan foto's delen van de fuck-ups. En als het wel goed gaat, zal ik foto's delen van de mooie nieuwe tafel.

Mooi. Over ons bijdehante boefje gesproken: die ligt nu in een tipi in de woonkamer te kamperen. De tipi kreeg ze voor haar verjaardag. Vet gaaf. We hadden alleen niet verwacht dat ze er meteen mee wilde kamperen. Gelukkig was ze nog niet zo zelfredzaam om dan maar meteen buiten te kamperen, want ze kan de tuindeur nog niet zelfstandig open maken, en krijsende kleuter in het holst van de nacht, schijnt toch niet zo goed te zijn voor je reputatie in de buurt.
Gaan mensen daar weer over kletsen.

Ik wens u allen een goed, en corona-vrij weekend toe. En mocht u de behoefte voelen om te gaan hamsteren: doe het niet. Op straffe van mijn eeuwige afkeuring, welke ik zoals u weet, bijzonder goed kan verwoorden. 


zaterdag 7 maart 2020

Feestelijke kleren

Ik ben zo modieus ingesteld als een garnaal. Merkkleding zegt me weinig tot niks. Schoenen uitgezonderd: ik loop heerlijk op Nike's en All Stars, maar voor de rest zal het me de spreekwoordelijke worst wezen welk merkje mijn bevallige derrière siert.
Terug naar mijn jonge jaren. In Heerlen kocht ik vaak mijn broeken bij de Jeans Centre. Een kledingconcern dat hoofdzakelijk spijkerbroeken verkoopt. (Met zo'n naam verwacht je het bijna niet).
En de dames daar waren altijd bereid om dat stapje extra te zetten. Toen ik op mezelf ging wonen, en als ik dan broeken nodig had, had ik het geluk dat er in elke woonplaats wel zo'n winkel zat. En in elke Jeans Centre waren daar die jonge leuke meiden die mij (twee voor de prijs van één) wel aan een goed passende, lekker zittende en mooi staande broek hielpen. Al moesten ze er tien keer voor op en neer lopen.
Maar welk merkje er op die broeken zat, weet ik niet. En het boeide me ook niet.
Het boeit me nog steeds niet.
Wat me wel boeit: word ik prettig geholpen?
Bij het kopen van schoenen heb ik dat inmiddels opgegeven: de gemiddelde medewerker in een schoenenzaak is te belazerd om een klant te begroeten, en heb het lef niet om te vragen of ze een bepaalde maat hebben, want voor je bent uitgesproken, krijg je een bot NEE. Of dat dan werkelijk zo is, of dat de puistige tiener (m/v) liever op instagram of zo zit, zal nooit duidelijk worden.
Dus ik ken mijn maat nu wel, en een bestelling bij zalando of zo, is zo geplaatst.
Bij broeken vind ik dat dan wat enger. En dan moet ik dus eens in de zoveel tijd ergens heen om een nieuwe broek te kopen. De horror, want de muziek in dat soort winkels is vaak net mijn stijl niet. En dan moet ik gaan lopen stuntelen met de diverse maten, en dan toch weer een andere maat, maar die hebben ze natuurlijk net weer niet, dus moet ik een ander model uitzoeken, maar dat andere model in exact dezelfde maat, valt dus net weer kleiner, dus moet ik op zoek naar net weer een grotere maat, die dus........ Ondertussen wordt de verkoper ongeduldig, staan er 212 mensen in de rij voor net even te weinig pashokjes, en verlaat ik na 15 minuten gedemotiveerd het strijdtoneel, om bij de kaasboer maar even wat heerlijke troostkaas te kopen.
Sinds ik in Almere woon, heb ik batavia-stad ontdekt. Een soort van Lelystadse koopgoot voor allerhande qua prijs volslagen uit de klauwen geëscaleerde merkkleding. Maar dan goedkoop, want het heet "outlet".
Als ik daarheen rij, en vervolgens 2 broeken koop, 1 trui en twee paar sokken, ben ik nog voordeliger uit (incl benzine en 3 euro parkeren) dan wanneer ik diezelfde meuk in Almere koop.
En als bijkomend voordeel: de verkopers daar hebben passie voor hun vak. Nemen de tijd voor je, en geven ook gericht en goed advies.
En als je op maandag rond 10 uur gaat, is het er lekker rustig, en heb je geen last van allemaal gespuis dat je op staat te jagen omdat zij ook van de verkoper zijn kennis en de pashokjes gebruik willen maken.
En dat brengt bij mij dan weer het "Jeans Centre-gevoel" terug. Vraag me overigens niet wat het merkje is van mijn broeken, want dat weet ik niet. Iets met New Zealand. Geen idee of dat een groot merk is, of niet.

Waar ik echter sinds kort wél kennis van genomen heb: happy socks.
Happy socks zijn intens vrolijk gekleurde, "gedesignde" sokken, met leuke, opgestickselde figuurtjes, poppetjes of andere tierelantijntjes.
Deze sokken vielen mij op bij collega's, omdat je ze vanwege hun design simpelweg niet over het hoofd kan zien. De fleurigheid straalt je tegemoet (al dan niet samen met een doordringende zweetgeur, als de betreffende voeten net ff te lang in hun kisten hebben gez(w)eten).
En toen bleek dat veel meer collega's die dingen dragen. Ik droeg louter zwarte sokken. Ik ben net wel zo sociaal ingesteld dat ik besef dat witte sokken niet kunnen, op geen enkele manier, maar voor de rest... Ook hier zal het me jeuken.
Tot ik dus die happy socks ontdekte.
Die krengen zijn dus echt duur. Soms tot wel 15 euro per paar. Ik heb nog nooit sokken gekocht die meer dan 3 euro per paar waren. Kak, wat nu? 15 euro is me echt te gortig.
Navraag leerde dat die happy socks niet alleen maar fris, fruitig en fleurig zijn, maar ook nog eens behoorlijk lang meegaan. Dát is alweer een extra argument om toch eens op zoek te gaan naar een paar leuke paren.
En ook dat lukt best, in zo'n outlet.
Ik ben dus voor wat betreft mijn voeten toch wat veeleisender geworden, dan voor de rest van mijn lijf.
Happy Socks, als tegenhanger voor de toch wat verfrommelde ziel in mijn hoofd.
Wie weet als de bodem vrolijk is, dat de top mee gaat doen.

Wie ook vrolijk was:
Jente. Mijn eigen kleine offspring, die haar eerste lustrum vierde. 5 jaar is ze geworden, die kleine gup.
En we zouden een heusch kinderfeestje doen. Er zouden maar liefst vier vriendjes komen. 1 mannetje en 3 vrouwtjes. Omdat wij volwassenen zijn, en dus controle moeten (en wellicht ook willen) houden over 5 volstrekt losgeslagen kotertjes, had Ilse allemaal activiteiten bedacht en gepland. En inkopen voor gedaan. Want je kunt die kinderen wel uitnodigen: als je ze vervolgens op de bank naar Woezel en Pip gaat laten kijken, is misschien ook niet echt een jofel idee.
Alle planning bleek volslagen nutteloos. Die kinderen kwamen binnen. Deden keurig hun schoenen en jasjes uit, en vervolgens werd er gespeeld, gedard, (een beetje gehuild, want toch wel spannend allemaal, aangezien het niet alleen voor Ilse, mij en Jente een eerste kinderfeestje was, maar voor alle andere kinderen ook) gesnoept, gedronken, gespeeld, groepjes gemaakt en vooral niet gedaan wat wij allemaal bedacht hadden.
Sta je daar toch even voor Jan met de korte Achternaam met al je goeie gedrag.
Hoewel: de sleutelhangers die we bedacht hadden te gaan maken, zijn gemaakt. Zij het voor de helft door Ilse, oma en mijzelf. En de cupcakes zijn versierd. Zij het niet opgegeten. En uitrazen in het speeltuintje hebben ze ook.
Dat vond ik stiekem nog het engste. Zeker toen Ilse met één der blagen naar de wc moest, en ik in mijn eentje de controle moest zien te houden over 4 meisjes. Ik had op een gegeven moment het gevoel dat mijn nek in staat was om 180 graden te draaien. Dat moest ook wel, want de ene ging rechts, de ander ging links, en waar er twee op de schommel wilde, ging een ander van de glijbaan, en nummer vier had het onzalige idee opgevat dat het heel erg verstandig zou zijn om over allemaal grote, ruwe keien te gaan klauteren. Aangezien de twee op de schommel geduwd wilden worden, en nummer 3 een handje nodig had om boven te komen en ik zag dat nummer 4 wel heel erg wiebelig op zo'n kei stond te balanceren, wist ik even niet meer zo goed hoe ik mijn lijf dusdanig moest positioneren dat ik de schommel kon duwen, het handje kon geven aan degene richting glijbaan en toch op tijd kon zijn als nummer vier voorover met haar tanden op de volgende kei zou gaan vallen.
Ik keek net in de spiegel, en mijn snor heeft er toch wat grijze haren bij.
Uiteindelijk ging het allemaal goed, had Jente een prachtig feestje, en is ze heel erg verwend.
Toen het bedtijd was voor ons wurm, had ze helemaal rooie koontjes van moeheid en tevredenheid.
Het eerste kinderfeestje. Ik had er best wel tegenop gezien. Ik ben nu eenmaal niet de creatieve, happydepeppie vader die allemaal geniale kinderfeest-ideetjes uit zijn mouw schudt.
Ik heb vaak al moeite om mijn eigen dochter te begrijpen, laat staan andere kinderen (die ik helemaal niet ken).
Dus toen de schoonouders hier even koffie kwamen leuten, toch schoonmoeders lief aangekeken of zij misschien het derde paar ogen en oren wilde wezen.
Ilse vond dat in eerste instantie niet zo nodig, maar we waren toch wel heel erg blij dat ze er was.
Al was het maar omdat zij wel, en wij nog niet zoveel ervaring met kinderen hebben.
Maar we hebben het gechefd, en het was best leuk. Niet iets om dagelijks te doen, wel iets om jaarlijks te doen, vooral ook omdat Jente er enorm van genoten heeft.

Ik zit dus op de ochtend van deze dag (mijn eigen verjaardag) het eerste deel van deze blog te tikken (inmiddels heb ik mijn eigen verjaardag gevierd met een paar leuke lui (en voor de leuke lui die er niet bij konden zijn: wat in een goed vat zit, enzo), met een kop koffie. Het is nog vreselijk vroeg en buiten dus nog donker. Binnen is het schemerig.
Omdat we de tent danig wilden versieren voor het heusche kinderpartijtje, had Ilse een heliumtank gekocht om ballonnen mee op te blazen, die dan zo leuk tegen het plafond stijgen.
Ja, we hebben het effect op onze stemmen geprobeerd, ja, het klonk vreselijk geestig. Ja, daar zijn opnames van en NEE die zijn niet voor extern gebruik.
Desondanks moet ik toegeven dat het effect van helium op die ballonnen niet denderend was. De meeste ballonnen waren in no time geslonken tot eikeltjes zo groot. En als ze niet slonken, dan zakten ze als oude, muffe schimmelige cheesecakes naar beneden.
Zo ook het exemplaar dat tijdens het tikken van het eerste deel van deze blog, vlak langs mijn hoofd zweefde.
Letterlijk als in die scenes uit de film IT.
Het liep me serieus ijzig langs mijn ruggengraat naar beneden. Vooral ook omdat ik alles verwachtte, maar niet dit.

Wat ik ook niet verwachtte was dat Jente (die inmiddels naar beneden was gekomen) zomaar, out of the blue, verklaarde verliefd te zijn op het schoolvriendje dat op haar partijtje was. Niet alleen zei ze verliefd op hem te zijn, neenee, ze HOUDT van die jongen.
Mijn koffie vloog over tafel, want ik proestte hem van schrik uit. Daar ben ik nog helemaal niet aan toe. Aan vriendjes van mijn dochter.

Jente en ik zijn vreselijk verwend. Ik heb veel leuke dingen gekregen, en voor Jente kunnen we inmiddels een soort van tuinkelder gaan uitgraven om haar speelgoed in op te slaan. Play-doh in hoeveelheden dat ze het laatste potje hoogstwaarschijnlijk pas opent als ze dement in het bejaardenhuis opgesloten wordt.
Strijk-kralen, zó veel dat het bijna schandalig is, zoveel plastic is ervoor geproduceerd.
Hoewel, ook Ilse en ik daar erg veel lol aan beleven. Ik heb inmiddels een leuk Citroën logootje gemaakt en op mijn telefoonhoes gelijmd, Ilse heeft een bloem gemaakt en Jente een ster.
Die ster leidde nog even tot grote hilariteit bij alle volwassenen toen Jente opgewekt aan het bezoek vroeg om zijn/haar handen op te steken als hij/zij "haar sterretje" wilde zien.
Bijna alle volwassenen hadden bij het sterretje toch even een heel ander beeld dan Jente zelf.
Jente had het vol trots over haar van strijkkralen gemaakte sterretje. Maar ja. Leg maar eens uit dat volwassenen nu eenmaal net even anders denken dan onschuldige kinderen.

Hoe dan ook: ik heb voldoende voer voor een leuk nieuw project: project eettafel. Ik merk dat ik beter tot rust kom als ik lekker met mijn handen bezig ben. En ik dank Ilse op mijn blote knietjes dat ze ook hier weer (zij het net zo schoorvoetend als met mijn aanhanger) mij de ruimte geeft.

Ik wil allen bedanken voor de felicitaties en u een prettig weekend wensen.


vrijdag 28 februari 2020

Blunderend bestaan

De afgelopen week was een week waarin ik mijn "blonde" zelf een paar keer goed ben tegen gekomen. Niet zozeer in de spiegel, want als ik daarin kijk, moet ik bekennen dat ik de 40 echt wel begin te naderen, gezien de hoeveelheid oud-blonde haren die zich in mijn snor en sik menen te moeten manifesteren, maar meer op het praktische vlak.

Dat begon eigenlijk zondag al, toen ik (na het tikken van de vorige blog) opgewekt verder ging klussen aan mijn kar. Gewoon omdat het kan, gewoon omdat het leuk is.
Er zitten aan de voorzijde van die kar, een paar beugels, waarvan ik niet zo goed wist of weet, wat daar nu de functie van was of is. Als ik die weghaal, dan zit ik met 4 gaten in de bak, die ik dan weer dicht moet stoppen. Maar als ik ze laat zitten, ziet het er wat maf uit. Ik verzon ter plekke dat ik met een stuk op maat gezaagde plank, een soort van treeplankje zou kunnen maken. Misschien om een gasfles op te zetten, misschien om weet ik veel wat.
Dus van de oude, zelfgemaakte, modellenkast een plank getrokken, en die op maat gezaagd voor de kar. Daar kwam wel wat meetwerk bij kijken, want de nieuw geplaatste steunpoot en de uitgang van de elektra, zaten danig in de weg.
Maar dat lukte, en om het hout te beschermen tegen weersinvloeden, die plank goed en lekker dik ingesopt met verstevigende verf.
Gaatjes boren in de beugels en de plank en vast maken maar.
Zou je zeggen.
Wat ik echter volslagen vergat, was dat de hendel van de steunpoot niet alleen vast moest kunnen, maar ook los. Het staat namelijk erg slordig als je met een omlaag gedraaide steunpoot, alle stenen uit de straat trekt.
En met de plank op zijn plaats, kreeg ik die hendel van de steunpoot dus totaal niet losgedraaid. Zelfs niet een beetje, nee gewoon helemaal niet.
Gevalletje van kak tot de derde macht.
Veel uren bezig geweest met met dat pokke-plankje om hem uiteindelijk maar weg te donderen.

Een andere blunder was dat ik in de avond even lekker een peukje ging roken buiten. Op zich is dat roken een blunder apart, maar voor het eerst in mijn leven van nu ruim 38 jaar heb ik mezelf buitengesloten.
Ik stap naar buiten, en omdat de voordeur op het laatst voor standje "dicht" een beetje klemt, liet ik hem voorzichtig dicht glijden, tot klem. What could possibly go wrong? Ik steek mijn peuk op, en dat mislukte vanwege een windvlaag. Vanwege die windvlaag hoor ik achter me een "plop-klik". Deur dicht. Kut. Even voelen. Kuttediekut. Nog even voelen. Kuttediekutterdekut. Geen sleutels bij me. En mijn telefoon ligt binnen op te laden.
Op zich zou dat helemaal geen probleem zijn, ware het niet dat Ilse haar dagelijkse 10.000 stappen aan het maken was en Jente lekker lag te knorren.
Sta ik daar, op mijn roze nepcrocs van 7 jaar oud, zonder jas in de bittere kou. Vooruit, dan toch maar eerst eens die peuk roken. Ik sta er toch. En hete rook is altijd warmer als het buiten koud is, dan geen rook.
Je ziet wel nog eens wat. De overbuurvrouw die in die tijd 2x buiten kwam staan om te roken. De overbuurpoes die zich verbijsterd afvroeg waarom ik hem niet weg-shoo'de (wat ik altijd doe, omdat de deur als die wel klemt (het kreng) door overbuurpoes te openen is, waarop hij zich tegoed gaat doen aan het allergievoer van Colette. Op zich vind ik dat niet erg, ik vind het zelfs komisch als hij dat doet, want het levert een verbijsterde en diep verontwaardigde Claus op, die dat zelfde kunstje bij praktisch alle andere katten uithaalt. Maar aangezien dat anti-allergie voer niet heel goedkoop is, stel ik er wel een paar grenzen aan.
Ik had in theorie ook even om kunnen lopen, over het hekje heen klimmen, en via de achterdeur naar binnen. Maar in het donker, met mijn volronde postuur over een niet al te stevig hek klimmen, leek me een recept voor fysieke en mentale ellende die nog jaren (door de buurt) zou naschokken. 
Ik bekijk mijn aanhanger, en fantaseer een beetje door over hoe het verder moet met mijn aanhanger. En met mezelf.
Er is mij opgedragen veel leuke dingen te doen, dit was er niet een van.

Het is niet alleen mijn aanhanger die onder mijn hobbymatige klusdrift lijdt. Ook mijn auto komt aan de beurt. Daar heb ik op sommige punten wat hulp bij nodig. Zoals de elektra, en de voorbumper.
Andere zaken kan ik zelf wel.
Zo besloot ik om een aantal delen van mijn auto aan de buitenzijde te gaan "wrappen".  Voordeel is dat het voordelig is, goed zelf te doen, en als het niet meer bevalt, is het eenvoudig te verwijderen. En anders na 3 jaar wel.
Oke, dus een paar bussen van die spuit-wrap besteld. Voor de hele auto moet ik dus wachten op de nieuwe bumper. Maar omdat ik toch wat wilde oefenen, besloot ik om de naafkapjes van de zomervelgen al eens aan een spuitbeurt te onderwerpen.
Schoonmaken en spuiten maar.
De eerste laag leek er toch best mooi op te zitten. En vanmorgen ging ik voor de tweede laag.
Ziet er best wel heel erg tof uit, moet ik zeggen.
Maar omdat ik geen werkplek heb waarop ik die kapjes ook daadwerkelijk rechtop kon zetten (spuiten met een spuitbus werkt nu eenmaal het beste als je die bus rechtop kan houden), besloot ik in een split-second om die dingen dan maar gewoon zelf vast te houden.
Jawel, je leest het goed: ik hield die kapjes in mijn hand terwijl ik ze ging spuiten.
Wat voor intense vlaag van ongehoorde stupiditeit er in mijn brein was gevaren, kan ik met geen mogelijkheid meer achterhalen, maar ik pakte die kapjes op en begon ze, in mijn handen, te spuiten.
Ja.
Ja, dat was absoluut niet slim. Dat was zelfs voor mijn doen een treurig dieptepunt van onnadenkendheid. Ik moet wel zeggen: mijn hand zag er net zo prachtig blauw-metallic uit als de naafkapjes.
Toch iets om niet nog eens te doen.
Hoe dan ook ben ik met de kleur erg tevreden, en ik denk dat het heel tof gaat staan.

Soms blunderen we ook samen. Ilse en ik.
Blijkbaar (hoe slecht ben ik als vader als ik dat soort dingen dus gewoon nooit weet?) werden er vandaag de rapporten uitgedeeld.
Voor elk kindje in de klas een mooi mapje met daarin het rapport. Ik vind dat zelf wat overdreven voor een kleuterklas, maar soit. Het is ook wel goed als je tussentijds op de hoogte wordt gehouden over het welvaren van je kind in de klas, en wat de juf ervan vindt.
Maar voor Jente lag er geen mapje.
En omdat ik bij het kersdiner ook al bijna tot huilens toe met dat kind aan het leuren was, op zoek naar haar plekje (had gemarkeerd moeten worden met een door haar zelf gemaakte placemat, die simpelweg kwijt was, waardoor er op het allerlaatst een plekje alsnog gecreeerd moest worden, en ik steeds knorriger werd van alle gillende kinderen, en kriskras door elkaar heen beukende ouders die hun kind ook niet kwijt konden of juist al kwijt waren) werd ik toch een beetje argwanend. Ze zullen toch niet weer mijn kind vergeten zijn?
Dus de juf even aan haar jasje getrokken, en die gaf als uitleg dat haar rapportmap waarschijnlijk bij ons thuis was. Ik werd een beetje rood. Van schaamte dus.
Ja, zulke ouders zijn we dan ook. Een mooi rapportmapje, dat verschijnt eerst op de kast (om mee te pronken) en verdwijnt dan vervolgens in de kast.
Uit zicht, dus ook geen idee meer dat we dat hadden, of dat er zelfs maar rapporten zouden zijn, zo vlak na de kerst.
Nu, we doen dit voor het eerst, dus ook daarin zullen we onze weg wel vinden.

Goed. Ik hoop dat ik alle blunders nu wel een beetje begaan heb voor deze week, maand en jaar. En dan wens ik u allen een prettig weekend. 


zondag 23 februari 2020

(Lees)(Ver)voer

Om Ilse een beetje te ontzien, hebben we besloten om voortaan weekboodschappen te doen.
Dat ging heel even goed, totdat ik dus aan de beurt was om voor een week boodschappen te doen.
Ik hield me nauwelijks aan de vooraf opgestelde maaltijden, en keek wel naar de houdbaarheidsdatum op de producten, maar blijkbaar sloeg ik die informatie niet dusdanig op, dat ik er ook daadwerkelijk meer mee deed, dan het product ongeacht die datum in de winkelkar te flikkeren.
Dat resulteerde erin dat de door ons drietjes toch wel zeer gewaardeerde maiskolven weg konden flikkeren. Dat er een paar aardappels zwart waren van binnen. En dat sommige groenten een soort van zacht-geworden-hard waren.
Vleesjes die spontaan begonnen te draven in hun plastic schaaltjes als ik ze uit de koeling nam.
Oke, die bonus is best leuk, en kan best schelen, maar heeft dan wel als nadeel dat de houdbaarheid erg kort is, en als je dan die bonus artikelen ongegeten weg kan flikkeren, is het toch best een dure aangelegenheid.

Maar ja.
Het is natuurlijk erg "yupperig" of "alleenstaanderig" om elke dag naar de plaatselijke grutter te banjeren voor je avondprakkie. Bovendien, als je het goed doet (en dat is dus niet zoals ik het deed) is het goedkoper om weekboodschappen te doen, dan om elke dag maar weer de Deen of Appie plat te lopen.
En met twee hoofden der huishouding die beiden niet bijzonder gestructureerd zijn, is het juist prettig om op maandag al te weten wat je vrijdag om 17:30 uur in de pan mikt.

Maar goed, dat ging dus grandioos mis, en mijn allerliefste betere helft stelde voorzichtig voor om dan maar weer "Hello Fresh" te bestellen. Dat is een soort van maaltijdbezorger, die de ingrediënten bezorgt waarmee je zelf een gezonde, verse maaltijd kan maken.
Wij hadden reeds eerder een abonnement bij die firma, en uiteindelijk heb ik die stop gezet, omdat het "fresh" gedeelte van de naam totaal niet overeenkwam met mijn idee van versheid. Ik bedoel: als de paksoi zelfstandig de koelkast uit hipt, en de tomaten inmiddels uit eigen beweging zichzelf tot een ouwelijke gazpacho hebben omgetoverd, terwijl de bezorging de dag ervoor was, en voor 4 dagen was, vind ik daar toch wel wat van. Bye-bye-fresh dus, wat mij betreft.
Jammer alleen en buitengewoon ironisch dus, dat ik het zelf niet heel veel beter doe.
Goed, dus we gaan het weer proberen, voor een dag of 3 per week, zodat we meer rust en ruimte hebben om aan ons zelf te denken en te werken. En voorwaar: dat kan geen kwaad, zou ik zo zeggen.

Status-update mbt de aanhanger.
Van de week was ik eindelijk zover dat ik het idee had dat de kar klaar was.
En klaar was hij. Althans in technisch opzich, voor zover mijn expertise dat kan overzien.
As is goed, verlichting nieuw, dus goed. Waterdicht, dus erg goed. Een heel erg lelijke, maar van ongekende creativiteit getuigende handgreep om de (behoorlijk zware) deksel op te tillen, zonder dat je je rug breekt, of je vingers tot moes perst om ze tussen deksel en bak te wringen, ten einde met je vingertoppen (die dan inmiddels gereduceerd zijn tot bloederige stompjes) de klep te lichten.
En met een flink stuk pvc regenpijp een constructie voor mijn tuinhek gemaakt, zodat de kar ook daadwerkelijk de weg op kan.
Jubelend van trots trok ik de aanhanger de tuin uit, koppelde hem aan mijn auto, en begon de verlichtings-check.
K.A.K.
K.U.T.
G.V.D.
T.E.R.I.N.G.J.A.N.T.J.E.
E.N. M.E.E.R.V.A.N.Z.U.L.K.E.M.O.O.I.E.T.E.R.M.E.N.
!!!!!!
Doet het niet.
Voordat ik mijn hele blasfemische repertoire eruit begon te braken, meldde Ilse (die voor de feestelijke te-weg-lating van mijn kar naar buiten was gekomen) dat het wellicht verstandig zou zijn om de kar even aan haar auto te koppelen, om uit te sluiten dat het inderdaad aan de nieuwe verlichting zou liggen.
Aldus gedaan, en inderdaad: het lag niet aan de kar, want aangesloten op de auto van Ilse, deed de verlichting het uitstekend.
Dus ligt het aan Charley. Ja, zo zout had ik het niet kunnen verzinnen.
Gelukkig krijgt Charley aanstaande week haar nieuwe mooie bumper, dus mag vriendje Ken zich daar meteen op storten.
Het goede nieuws is dus dat ik voor 99,99% klaar ben met de kar.
Het laatste restje bestaat uit de onderkant in de teer zetten, en meer en meer versiering erop aan brengen. Toch maar eens naar de sloop binnenkort. Of, als ik toch bij vriendje Ken ben, hem lief aankijken of hij nog wat heeft staan-liggen waar ik me aan mag vergrijpen.

Bij deze is mijn weekend begonnen.
Ik wil de trouwe volger van mijn volstrekt buitenissige bestaan wederom in het zonnetje zetten. Ten slotte presteert u het al een behoorlijke tijd om mijn zielenroerselen tot u te nemen, zonder moorddadig te worden of anderszins lelijk te doen tegen me.
Goed weekend allen!


zondag 16 februari 2020

12 klusjes en bijna net zoveel ongelukken.

Toen ik besloot om een aanhanger te kopen, welke een opknapper zou moeten zijn, zodat ik lekker een beetje mijn hoofd kon leegklussen, leek het me leuk om af en toe wat vorderingen te laten zien op mijn persoonlijke smoelenboek-plek.
Alles bij elkaar leek het een leuk en leerzaam project, waarbij esthetiek minder van belang was, dan technische zaken.
En leuk en leerzaam was, en is het.
Inmiddels 3 weken verder, en mijn aanhanger is zo goed als klaar.
Wat je echter niet op die foto's ziet, zijn de verwondingen aan vingers, de spierpijn op plekken waar je niet verwacht dat je er ooit spierpijn zou hebben, laat staan dat je vermoedde dat er überhaupt spieren zitten.
En wat ook niet zichtbaar is: de talloze fouten die ik maakte, moest oplossen en die me dus weer een stap terug gooiden in het hele proces.

Fout nummer 1: De aanhanger is te breed om door het tuinhekje te passen. Gelukkig waren Ilse en ik sterk genoeg om het karretje over het tuinhekje te tillen. Fout 1a: Nu ik dus bijna klaar ben, en de dakkoffer semi-permanent op de kar gemonteerd is, kunnen we het optillen ervan wel vergeten. Prachtig. Op een witte kentekenplaat na, is het ding dus "street-legal", krijg ik hem voorlopig de weg niet op, omdat ik hem de tuin niet uit krijg. En aangezien zowel Ciara, als Dennis nog niet sterk genoeg waren om het tuinhekje weg te blazen, zal ik daar zelf wat mee moeten doen.

Fout nummer 2: Een set metaalboortjes kopen van 1,69 per 6 verschillende diktes. Dit is dan ook serieus een stomme fout, want ik ben door diverse vriendjes en eigen ervaringen erop gewezen dat goed gereedschap het halve werk is. Die ene boor die ik los voor 5 euro kocht, is nog steeds niet versleten, en doet het fantastisch, van de set van 1,69 euro, vlogen de afgebroken eindes me diverse malen om de oren.

Fout nummer 3: die is herhaaldelijk voorgekomen. Te snel willen werken. En dus meetfouten maken. Ik wilde een steunpoot op de dissel maken. Makkelijk met inladen, want de kar blijft dan horizontaal staan. Steunpoot gekocht, en er toen pas achter komen dat dat eigenlijk heel onhandig is, want de dissel is een vierkante ijzeren buis, waarin je dus nooit de klem voor die poot kan monteren, zonder dat je de constructie gevaarlijk verzwakt. Prima, monteer ik hem gewoon aan de voorkant van de bak.
Toen ik de zaak had voorgeboord, en de klem wilde monteren, kwam ik erachter dat ik op die plek, de steunpoot nooit zou kunnen bedienen. Het hefboompje, dat gemaakt is van solide ijzer, wilde met geen mogelijkheid wijken voor de in tact gelaten (en dus heel erg sterke) dissel. So-de-ju.
Snel een andere plek gekozen, snel geboord, en jawel: nog een halve centimeter te krap. Gelukkig heeft het hefboompje een rubber handgreep en toen ik die verwijderde, bleek het nét wel te kunnen.
Dus zal ik de rest van het bezit van mijn aanhanger gestraft worden met het bedienen van een ruw ijzeren hefboompje. Niet dat dat trouwens zoveel uitmaakt, door het vele klussen zijn mijn handen bijna net zo ruw geworden.
Maar ik zat dus wel met 1 gat teveel (het andere gat zit keurig netjes verstopt achter de klem).
Fout 3a: Te snel genoegen nemen met dat wat ik vinden kan. Zo wilde ik minimaal 2 extra slotjes op de deksel. Gewoon, omdat ik één slotje te weinig vind. Zeker met het extra gewicht van de dakkoffer erop. Omdat die dingen blijkbaar lastig te vinden zijn (in elk geval daar waar ik zoek), nam ik genoegen met twee net niet passende slotjes. Eierkistsluitingen heten die. Dat is een beugel, met een hefboompje. Die beugel kun je met het hefboompje omhoog (open) of omlaag (dicht) doen. Dat beugeltje valt uit of in (al naargelang je opent of sluit) een haakje.
Het haakje bevestig je op de deksel, het beugeltje met hefboompje op de onderzijde. (De kar zelf dus, in dit geval).
Makkelijk zat. Maar goed.
Ik dacht dus dat ik die haakjes wel even met een hamer in de juiste maat zou kunnen kloppen. Dat was makkelijker dan dat ik 12 meter verderop naar mijn bankschroef zou lopen om hem daar stevig te klemmen. De eerste klap is een daalder waard, maar in dit geval koos ik ervoor om die daalder niet nog eens uit te geven, en naarstig de halve straat af te speuren naar het haakje, dat door die klap uit mijn handen werd geslagen en 10 meter verderop in de tuin van de overburen eindigde. Nogmaals: snel willen werken en aangeboren lui zijn, is niet altijd een hele beste combinatie.

Fout 4: té netjes en té fancy willen zijn. De verlichting was bij aanschaf al redelijk brak, en daarbij was de draad te kort. Dus weg ermee. Ik opteerde in eerste instantie voor een simpel lichtbalkje. Maar dat is wel ontroerend lelijk. Tot ik ergens op het wereldwijdeweb een prachtige aanbieding vond van een setje LEDS. Tegelijkertijd besloot ik dat ik de aanhanger toch niet ga schilderen voorlopig. Ik vind het juist wel wat charmants hebben. Dat slordig afgewerkte, ouwe uiterlijk. Bovendien: met de hoeveelheid stickers en emblemen dat ik erop ga plakken, maakt het uiteindelijk vanzelf niet meer uit welke kleur er onder zit. Maar dat maakt voorlopig wel dat die hippe, fancy LED-verlichting een soort van vlag op een modderschuit is.  Die verlichting zou plug & play zijn, en dat was het ook. Al was het "plug" deel ook weer zoiets dat ik al vallende en opstaande moest monteren.
Vanuit de caravan had ik geleerd dat bedrading die je slecht ophangt, over het asfalt gaat slepen. En dat is per definitie een ramp voor de werking van je verlichting. Bij de caravan kocht ik wel de goedkoopste lichtbak, en liet de bedrading door de ramen naar voren lopen.
Bij de aanhanger wilde ik dat dus ook. Voor mij geen risico op kapot geslepen draden. Dus keurig netjes (met zelf gemaakte malletjes!!!) de gaten voor de verlichting voorgeboord, en de draden keurig netjes via de binnenzijde van de bak naar voren laten lopen.
Kwam dat extra gat uit fout 3 toch nog goed van pas. Hoewel... Omdat dat gat veel te klein was om die stekkers door te duwen, moest ik die wat uitboren. En ook dat lukte, de stekkers gingen er dikke prima doorheen. Alleen zit ik dus nu met een nog groter gat aan de voorzijde, dat door het boren ook nog eens scherp is geworden. Dus loop ik alsnog risico op een kapot geschuurde draad. Ik ben nog bezig met een oplossing daarvoor.

Maar ondertussen, is de bak zo goed als klaar. Er zijn nog een paar zaken die moeten voor we ermee op vakantie kunnen. De bodem ga ik lekker dik in de teerverf kwasten, de kabel van de verlichting moet netjes verder klaar, er komt nog een rubber mat in de bodem aan de binnenkant, en een stevige handgreep om de toch wel erg zware deksel wat makkelijker op te tillen. Dan kan ik alle esthetica gaan doen. Emblemen, stickers etc erop die de bak helemaal naar mijn zin maakt. En natuurlijk het tuinhek aanpassen aan de breedte van de kar, anders heb ik er niks meer aan dan een soort leuke tentoonstelling in de voortuin.

Ik moet mijn vrouw echt wel diep op mijn knietjes bedanken voor het feit dat ze (niet zonder knorren) accepteerde dat ik mijn zin in een leuk hobby-klusproject zonder veel plichtplegingen en met haar hulp in de voortuin heb geparkeerd. Uiteindelijk zal ze inzien dat het juist voor de vakantie een zeer welkome aanvulling op ons assortiment is.

Er zat dus best wel veel onlogica in dit (doorlopende) project. Maar dat kom ik tegenwoordig wel meer tegen in mijn leven.
Bijvoorbeeld.
Ik kreeg een melding in het dashboard van mijn bus: "Please return to drivers' seat".
Die melding kan je alleen maar zien als je in je stoel zit. Waarom dan nog het verzoek om in die stoel te gaan zitten? Ik ben wel serieus gewicht aan het verliezen, maar ik gok erop dat ik niet zó licht ben geworden dat de sensoren in de stoel mij niet meer kunnen waarnemen.
Als je niet in je stoel zit, sta je buiten je bus, en kun je die melding niet lezen. Dus is die ook nutteloos.
Of het zou moeten zijn dat de busfabrikant er vanuit gaat dat chauffeurs regelmatig tijdens het rijden uit hun stoel opstaan om een dansje te doen of zo. 
Kortom: veel vragen, die ook bij collega's tot hilariteit leidde.
Het zal wel, mij maken ze de kop niet gek(ker dan die al is). Lekker sturen dus, gniffelend om gekke meldingen, waarvan je eigenlijk zou vermoeden dat ze eerder in een Citroën voorkomen, dan in een bus.

Op deze stormachtige dag is mijn weekend ook begonnen, en wens ik u allen een goede toe.


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...