zaterdag 25 mei 2019

Ik ben maar een toeterende buschauffeur.


Er was eens een saxofoon-mevrouw. Een zeer begaafde muzikante. Een van die talenten die zelf dermate goed is, dat ze aan een conservatorium gaat lesgeven. Die mevrouw nam een snabbeltje aan, ergens in een grote bekende zaal. Ze nam het snabbeltje aan, wetende dat ze er geen cent voor zou krijgen.
Dat is een bewuste keuze, neem ik aan. Ik ga er vanuit dat grote zalen geen contracten laten tekenen door mensen die incapabel zijn.
Achteraf voelde de saxofoonmevrouw zichzelf gebruikt, en vond ze het een schande dat concertzalen niet betalen.
Dat is inderdaad raar, maar daar teken je voor. Dat weet je dus. Op dat moment had je moeten weigeren.
Kom op, je bent een van Nederlands grootste saxofoontalenten, je bent docent aan een conservatorium, en je klaagt achteraf over iets waar je op voorhand al niet voor had moeten tekenen, en aan had moeten beginnen.
Maar goed, voortschrijdend inzicht, ik neem aan dat deze dame zich inmiddels wel realiseert dat die stunt niet echt een goed voorbeeld is voor haar jonge studenten, die ook allemaal als beroeps hun geld willen verdienen. 

Het vervolg is een ware tsunami aan berichten van en over musici die allemaal een keurig net salaris willen. En persoonlijk ben ik van mening dat dat niet onterecht is.
Kranten schrijven artikelen over uitgemergelde musici, die niet van hun vak kunnen leven omdat de betaling niet echt overhoudt.
Er worden "platforms" (platformen?) opgericht waarin alle onderbetaalde musici hun verhalen delen, en naar buiten brengen.
Verhalen, de één nog schrijnender dan de andere komen aan het licht. De verontwaardiging is groot.
En die verontwaardiging kent geen grenzen.
Mensen die kritische vragen stellen, mensen die kanttekeningen plaatsen, worden niet gewaardeerd. Die worden met neerbuigendheid en absoluut misplaatste arrogantie "terecht gewezen". Of gewoon dom persoonlijk beledigd.

Laat ik nogmaals duidelijk maken: ik ben absoluut voor een fatsoenlijke betaling voor musici, en ik ben absoluut voor een goede structurele subsidie voor cultuur in het algemeen en muziek in het bijzonder. Maar ik weiger om gedachtenloos en kritiekloos met de wolven naar de maan te huilen, puur omdat anderen dat doen.
Ik verbaas me in hoge mate over het gebrek aan zelfreflectie. Want de eerder genoemde saxofoon-mevrouw is zeker niet de enige die wel eens wat voor niks doet. Of voor veel te weinig geld.
Ik gok erop dat 90% van de musici wel eens wat doet voor te weinig geld.
En zo hou je in stand dat organisaties wegkomen met onderbetaling. Dat ligt echt bij de musici. Als die ALLEMAAL het vertikken om voor een bosje konthaar en een snickers te komen spelen, gaat de prijs vanzelf wel omhoog.
Ik verbaas me ook een beetje over het gebrek aan creatieve oplossingen. Die onderbetaling is niets nieuws. Ik heb ze zelf als docerend en uitvoerend musicus regelmatig mogen meemaken.
Maar ik zie geen enkele werkbare oplossing bij mijn collega's verschijnen. Sterker nog: het begint een beetje te lijken op die sketch van Hans Teeuwen: "LalalaGELD!!!" Er wordt niet gespecificeerd wie er dan met meer geld op de proppen moet komen, wie dat moet betalen, maar er moet meer betaald worden. Ja, de staat wordt uiteraard genoemd, want met 25 miljoen extra subsidie kan elke musicus een net salaris krijgen.

En toen ik verzeild raakte in een discussie erover, was er een orgelvriendje, die heel erg erudiet wist te verwoorden wat er mis was met het hele systeem. Te veel conservatoria, die niet zozeer talent opleiden, maar zoveel mogelijk studenten aannemen, omdat dat goed is voor de inkomsten van school en docent. Wat er daarna met die studenten gebeurt, zal een conservatorium worst wezen. Lekker les gaan geven voor een paar knaken in Schubbekutteveen, en een paar halfgaar betaalde snabbeltjes in de omgeving van Pikketrekkiestan. Of je gaat iets anders doen, boeit niet. Het conservatorium heeft zijn subsidie voor jou binnen. Bedankt en we horen nog wel van je. Of niet. Ook best. Doei. (Ten minste, dat zijn mijn ervaringen met het CVA, en ja, dat zal ook wel aan mij liggen. Of niet).

Maar ja. Wat als je nu niet kan rondkomen van je vak?
Laat ik eens een parallel trekken met het gewone leven.
Pietje wordt weggesaneerd bij de bank. Want zijn functie is niet meer nodig. Dan krijgt hij van het UWV of van zijn baas een heel scala aan mogelijkheden aangereikt tot omscholing. En dan gaat hij wat anders doen.
Auw, die doet pijn, nietwaar? Maar het is wel de realiteit. En ik zie persoonlijk niet zo in, waarom de realiteit niet ook op zou gaan voor een muzikant die niet in zijn inkomen kan voorzien.
Ik ga nog meer zout in die wond strooien: waarom zou iemand anders verantwoordelijkheid moeten nemen voor het inkomen van Mark-Marie le Musicien? Ik vind het bijzonder om te denken dat iemand anders maar moet zorgen dat ik goed betaald word.
Dat dien ik zelf te doen.
Bovendien is de muzieksector er tot op heden niet in geslaagd om de politiek ervan te overtuigen dat de bezuinigingen echt desastreus zijn. Voor de werkgelegenheid, maar sowieso vind ik cultuur iets belangrijks, dat is essentieel voor een maatschappij. Talloze onderzoeken die al lang hebben aangetoond dat cultuur van essentieel belang is voor een samenleving. Maar het is wel aan de sector zelf om veel meer tot de politiek door te dringen. En dat lijkt maar niet te lukken. En zeker niet nu er alleen maar over geld gepraat wordt.

Deze kritische opmerkingen en gedachten werden niet bijzonder positief onthaald. Sterker nog: de mensen die kritisch waren (waaronder ik dus) werd op zeer neerbuigende wijze gemeld dat "het wel wat meer inhield". En daarmee was de reactie ook over. Ik hoop oprecht dat de neerbuigendheid, de arrogantie van zo'n reactie, niet tekenend is voor die hele ploeg mensen. Want dat is precies waar je een Wilders, een Bodet, een Halve Zeilstra gruwelijk mee in de kaart speelt. "Die elitaire, linkse hobby".  Natuurlijk is het dat niet, maar je kunt je als musicus echt geen arrogantie permitteren in deze samenleving die door middel van populistisch rechts zijn eigen cultuur naar het crematorium draagt. Die arrogantie is echt funest voor de sector.
Een andere violist sprak me aan op het feit dat ik iets anders ernaast was gaan doen. Ik was maar een toeterende buschauffeur, en moest daarom maar mijn bek houden, want muziek maken was toch wel iets heel bijzonders. Tja. Met zo'n houding kweek je volgens mij niet echt respect of bewondering bij je potentiele publiek. Niet zozeer omdat deze hufter-violist tegen mij begon te fulmineren, maar omdat hij diezelfde arrogantie ook in de rest van zijn intermenselijke contacten zal hebben.
En andere "collega" sprak van een teleurstelling voor collegamuzikanten (Overigens: deze collega was wel heel respectvol naar mij toe verder).  Tja. Teleurstelling misschien wel, alleen maar met de wolven naar de maan te huilen, brengt niemand verder. Sterker nog: ik ben ervan overtuigd dat juist discussie kan leiden tot nieuwe inzichten. Maar daar wil men niet aan, heb ik het idee. En dat vind ik verbijsterend voor een groep mensen die juist van vernieuwing en creativiteit leeft.

Maar ik heb misschien wel een oplossing die werkbaar is: ten eerste van de 10 conservatoria er 6 of 7 opdoeken. Het werkveld in Nederland is simpelweg nauwelijks groot genoeg. De 3 of 4 die er overblijven, kunnen dat best opvullen. Voer dan aan de hand van de te verwachten vacatures een numerus fixus in, zodat je nooit meer opleidt dan waar er werk voor is.
Vervolgens maken we het beroep musicus een beschermd beroep, met een register. Net zoals bijvoorbeeld een verpleegkundigen register. Mensen die afgestudeerd zijn, en in dat register staan, moeten als eerste werk krijgen, en een goede beloning. Mensen die niet in dat register staan, moeten niet meer uitgenodigd worden voor werk.
Ik heb dit tot zover uitgedacht, maar misschien zijn er mensen die hiermee verder willen. Nogmaals: creatief en in oplossingen denken. 

Maar goed, nu ik deze gedachten (let wel: het zijn gedachten, want ik ben nog niet zover dat ik mijn definitieve mening vast gesteld heb, anders dan dat ik van mening ben dat mijn collega musici iets opener in deze hele discussie zouden moeten staan) van me af heb gezet, is het tijd om mijn laatste avontuur van het platform te noteren.

We schrijven ergens rond het middaguur. Een vliegtuig naar het Midden Oosten zou vertrekken. Een goeie vlucht vol mensen, en ik was de laatste bus, voor ongeveer 47 reizigers.
Tijdens het instappen, raakte ik aan de praat met een stewardess. Een ouwe rot in het vak, een dame van tegen de 50, die alles al wel gezien had, maar toch open stond voor input van een redelijk verse chauffeur, en een dame met wie het gewoon gezellig kletsen was.
Tijdens dat praten liep de bus voller en voller. Dat ontging een van de reizigers niet. Sterker nog, zijn onmin ging vrij rap over in protest.
Hij was het er maar niet mee eens. De stewardess en ik keken in de bus (het bekende plaatje van mensen die in de deuropening blijven stilstaan als zakken zand, en weigeren om de bus daadwerkelijk verder te vullen), en zagen eigenlijk geen probleem. Bovendien: het waren er ongeveer 47, en die bus zou er 60 moeten kunnen herbergen. Dat laatste is inderdaad allerminst jofel, dus Schiphol houdt 50 als max aan, de vliegmaatschappij haalt daar vaak nog wat vanaf ook.
Dus naar onze mening viel het allemaal best mee.
Maar meneer was het er niet mee eens, en liet dit steeds luidruchtiger merken. Overdreven met zijn mobiel foto's nemen van de in zijn ogen onveilige situatie. Mijn naam willen weten omdat hij een klacht wilde indienen (my name is 133, it's written on the bus), en uiteindelijk wilde meneer niet mee. Hij greep zijn vrouw, en stapte opzichtig uit.
Dat was de stewardess wat te gortig, en die zei met de meest vriendelijke, doch dodelijke wolvenglimlach, dat dat wat haar betreft helemaal oké was, en dat meneer van haar best op eigen kosten zijn vlucht mocht omboeken naar volgende week.
Hierop gaf ze mij het teken te vertrekken, en ik rende naar mijn stuur. Waarop de man nogal schutterig zijn vrouw en zichzelf in de bus prakte. Er bleek nog zat ruimte te zijn.

Dit geschreven hebbende, begint nu mijn weekend.








zondag 19 mei 2019

Wat gereutel

"Mijn papa is niet eng, hij is gek".
Met deze tekst ging mijn dochter zich bemoeien met een gesprek tussen twee knulletjes van ongeveer haar leeftijd, die het blijkbaar over enge mensen hadden. En spuit 11 dacht meteen dat het over mij ging.
Los van het feit dat ze me niet eng vindt, vind ik het gek dat ze dan wel de link legt, als het over enge mensen gaat. Gelukkig vindt ze me niet eng, maar wat ik er precies van vind dat ze me gek vindt, weet ik nog niet.
Ons kleine spruitje heeft blaasontsteking. En dat is vooral voor haar heel naar, want ze voelt minder goed wanneer ze moet plassen, en het gebeurt dan ook best wel vaak dat ze toch ineens wat al te vroegtijdig een plaslozing heeft, terwijl ze haar kleren nog aan heeft, en totaal niet in de buurt is van iets dat op een toilet lijkt.
Die blaasontsteking leverde haar een antibiotica-kuurtje op, waarbij we dus al onze creatieve methoden moeten loslaten om het haar te laten slikken. Het is een spulletje dat door de melk mag, of door de yoghurt, of zoiets. Maar dat kan natuurlijk weer niet verhullen dat het spul gewoon heel smerig is.
We moeten al onze culinaire creativiteit aanwenden, maar ook ons geduld. Want ik snap maar al te goed dat dergelijke medicijnen niet lekker zijn.
En het mag ook best met een paar dagen over zijn, want mijn geduld met uitgespogen klodders kwark met gele medicijn is niet best, maar bij elke hap 2 handen en 2 voeten voor haar gezicht wegrukken, en dan ook nog eens haar onderkaak naar beneden forceren, is ook voor niemand goed.
Los daarvan wordt het kind moddervet als ze elke keer dat ze haar medicijn inneemt een lekkertje mag.
Zou dat misschien de reden zijn dat ze me gek vindt?
Als ouder ben je misschien van nature erg te spreken over de (vermeende) intelligentie en talenten van je kind, en ik ben daarin geen uitzondering. Jente is intelligent. Bijdehand en heel lief.
En een week geleden mocht ze van mij een boekje meenemen, ter ere van moederdag. Het werd een Donald Duck, want zo redeneerde ze: dan kan jij me voorlezen terwijl ik plaatjes kijk.
Leek mij een prima plan, ware het niet dat ik gaandeweg die Donald Duck toch wel een beetje achter de beperkingen kom. Een donald Duck avontuur heeft wel erg veel personages, en dan lukt het maar matig om alle personages goed tot hun recht te laten komen en Jente geboeid te houden. Misschien toch wat te ingewikkeld nog.
Ik heb er van genoten in elk geval.

Onze nieuwe keuken is een waar kook-paradijs in vergelijking met de vorige. Ik blijf dat elektrisch koken maar behelpen vinden, maar inductie werkt eigenlijk bijna hetzelfde als gas. De hoeveelheid van buiten verkoolde, en van binnen nog stijf bevroren lappen vlees of vega is tot een absoluut nulpunt gedaald, en daar ben ik wel blij mee. Ten slotte kost het telkens een hoop geld om biefstukken, varkenshazen en kipfilets weg te flikkeren.
Maar we zouden ons niet zijn, als er niet ook wat zou zijn achtergebleven onder het motto: moet nog ff.
De vensterbank bij het keukenraam is er zo-een. Schoonbroer had aangeboden om er van "resin"te maken. Die zouden we dan kunnen opvullen met zaken naar onze keuze, in een kleur naar onze keuze.
Ik werd al helemaal blij, en begon het vensterbankje in gedachten al te vullen met Citrofiele parafernalia. Toen ik deze gedachten steeds enthousiaster wordend kenbaar maakte, zag ik Ilses snoetje steeds minder enthousiast worden.
Sietse redde zowel mij als Ilse, en zei dat met een maximale dikte van 1 centimeter er weinig parafernalia in zou kunnen.
Insecten of andere dieren of planten vond ik weinig appetijtelijk, en bestek erin verwerken had ons beider voorkeur niet. En omdat we dus nog steeds aan het nadenken zijn over vensterbank-vulling, is er nog geen vensterbank. Eind van dit jaar moet die toch wel eens af zijn, hoop ik.

Over vega gesproken: de gemeente Amsterdam gaat bij vergaderlunches en andere maaltijden standaard geen vlees meer eten.
Uit kostenbesparing kan ik dit toejuichen. De hele overheid (met uitzondering van de ambtenaren die daadwerkelijk iets uitvoeren, zoals vuilnismannen, politieagenten, militairen, weginspecteurs en zo) kan behoorlijk besparen als ze niet meer continu vlees weg zitten te stampen. Ze doen niks om het te verbranden, dus kunnen ze net zo goed op een blaadje sla en een schijfje komkommer knagen.
Aan de andere kant: dit plan komt uit de koker van de Partij voor de Diertjes, en alleen al daarom ben ik tegen.
Mijn aversie ertegen zit erin dat vleeseten aan niemand opgedrongen wordt. Als je geen vlees blieft, pak je een plak kaas, of een schijfje tofoe. Maar nu is het dus zo (en dat valt me steeds meer op) dat het vegetarisch eten dus continu wél opgedrongen moet worden. Zoals dus in de gemeente Amsterdam. En dat vind ik persoonlijk een beetje gortig. De Beestenpartij had eerst ingezet op compleet veganistisch, maar gezien het feit dat iedereen er dan uit komt te zien als een humeurig, uitgeteerd paard, leek het de gemeente beter om dat niet te doen. Er moet toch wel een bepaalde uitstraling uitgaan van het personeel, en veganisten voldoen dus blijkbaar niet aan dat ideaal.
Samen met de ridicule wens om geen brandstofmotoren meer toe te laten in de stad, heb ik weer een reden om niet in Amsterdam te wonen of werken. En het was zo'n mooie stad.




donderdag 9 mei 2019

Tabee Riki, mijn uitSchot-vriendje

Riki,

 Het nieuws dat je gestorven was, kwam weliswaar niet onverwacht, maar overviel me wel. 
Want we zouden nog afspreken. Je zou nog naar het platform komen. We zouden nog met ons clubje van vier gaan eten.
Wat rest zijn herinneringen. Dierbare herinneringen.

Ik kwam groen als gras (in elk geval op het platform) en wist me nog niet zo goed een houding te geven. Jij was iets minder groen, maar wist je veel beter een houding te geven. Onze eerste momenten samen in de kantine, zat ik een bak lofsla naar binnen te douwen, en een paar wasa-crackers met ham. Jouw gezicht sprak boekdelen. Je lachte me op heel eigen wijze uit, scheurde een stuk van je zelf gemaakte zalm-sandwich af want je had het idee dat ik door dat gezonde dieet, niet bijzonder fit achter het stuur zou kruipen.
En dat klopte, want nog geen kwartier later vroeg ik je om advies. "Rij maar achter me aan, ik laat t je wel zien".
En zo werd er een vriendschap gesmeed, die voor mij het begin van mijn carriere op het platform vormde.
Een vriendschap die bestond uit slap kletsen, maar ook serieus. Uit onbedaarlijke lachbuien. Bizarre verhalen uitwisselen. Gekke stunts, en belevenissen op het platform. Zoals die keer dat jij zelfs de regie in de stress kreeg doordat je je telefoon ging halen. Ja, je was even vergeten te melden dat die op tafel thuis, en niet in de kantine lag. Maar ja, de regie zei dat je het ding maar even moest halen, dus dat deed je. Vervolgens kon niemand bus 116 vinden. Toen je eindelijk weer terug kwam, met je telefoon, kreeg je einde dienst. Kon je weer naar huis.

Je had een geniaal talent om blijmoedig te accepteren. (Niet iets met de kids, kwam nooit aan je kids, want als je daarover vertelde, zwol je nek op en kreeg je een onaangenaam tintje). Blijmoedig dat te aanvaarden wat het leven voor je in petto had. En je kon vreselijk genieten van juist die hele kleine dingen. Een lekkere boterham. Een lekkere maaltijd. Of gewoon een gezellig kwartiertje in de kantine.

Ik zou door kunnen gaan met jeremiëren over dat de tijd die ik je heb mogen kennen te kort was, en over hoe klote het is dat ik niet vaker langs kon komen.
Maar jij was ook iemand die mij continu eraan herinnerde dat het niet om kwantiteit maar om kwaliteit gaat.
Een kleine zalm-sandwich is veel smaakvoller dan een grote bak lofsla (ik schiet weer in de lach als ik jouw gezicht, vertrokken van afgrijzen, zie staren naar die enorme bak met wit-groene blaadjes).
Een lachbui om een smakelijk verhaal over je belevenissen in Schotland en Europa, is veel mooier dan uren bij elkaar zitten en uiteindelijk wat ongemakkelijk elkaar aan te staren.
En als ik dit realiseer, moet ik glimlachen. En dan stel ik me voor hoe jij door de hemel dendert met de hemelse bus, met een koelkast vol zelfgemaakte lekkernijen. De hemelse reiziger zal dikker worden dan jij en ik samen.
En dan weet ik ook weer dat het heel onverstandig is om overdreven emotioneel te worden. Want ik zie je ertoe in staat om boos met hemel-bus 116 naar beneden te stormen, om hier te komen spoken.
Ik vind het wel verdrietig, je had echt recht gehad op meer.
Maar je hebt indruk op me gemaakt. En ik denk op meer mensen. En ik zal me je dan ook herinneren als de enorm fijne vent die je bent.
En als ik ooit aan de poort klop, verwacht ik een mooie rondleiding van je. Met een zalm-sandwich.

Tabee vriendje. Ik zal je missen. Het was een voorrecht om je te (leren) kennen.


zondag 5 mei 2019

Herinneringen (in de maak).

Ik hoef mijn voorkeur voor een zeker automerk denk ik niet meer toe te lichten. Dus dat zal ik overslaan. Ik was van vrijdag op zaterdag te gast bij een evenement waarbij mijn automerk centraal stond. Een beurs voor liefhebbers, verzamelaars, handelaars en toevallige passanten.
Ik was te gast bij vriendje Bram en vriendje Rik, en ik heb serieus van de eerste tot de laatste seconde genoten.
Het begon allemaal veelbelovend: de gasbarbeque wenste niet erg mee te werken, en het voedsel gaar-kletsen duurde wel erg lang. Gelukkig was er iemand met een elektrische grilplaat, waardoor de rösti toch nog lekker warm werd.
De speciaal voor de koele avond gekregen vuurkorf (2e hands, een klein beetje roest, maar doet het nog uitstekend) bleek niet bestand tegen vuur of hout, en verloor gedurende de eerste avond al de helft van zijn bodem en achterkant. Dat er geen campers, klassiekers, tenten of caravans in de vlammen op zijn gegaan, is serieus een godswonder, met al dat bier.
Drie mannen met een paar biertjes op in één caravan, is vragen om nogal wat flauwe hilariteit, maar ik meende dat de caravan de volgende ochtend toch iets boller stond dan voor we in slaap vielen.
Zo'n beurs is voor een liefhebber als ik een ware oefening in zelfbeheersing. Uiteraard had ik wat dingen die ik wilde (en niet vond) en dingen die ik niet zocht, maar wel vond. Ik kan dan toch best goed schakelen. Onder het motto: dat zocht ik niet, maar is wel lekker, mooi of leuk voor op mijn auto, had ik het dus toch nodig. En heel veel leuke contacten gelegd, bijkletsen met mensen en een rondrit in de nieuwste C5, onder begeleiding van een professionele instructeur, die in het dagelijks leven mensen opleidt voor ambulancediensten en andere specialismen. Dat leverde niet alleen een heel erg leuke rit in een heel erg toffe nieuwe auto op, maar ook een heel tof gesprek.
Ik zou mezelf niet zijn als ik onbedoeld heel erg lomp heb lopen doen.
Ik vind het namelijk ook erg leuk om horloges te bekijken als ik ze tegenkom, en bij een van de stands hadden ze een paar hele leuke Citroën horloges.
Nu heb ik erg weinig met de DS (in de volksmond 'snoek' of 'strijkijzer' genoemd). Dus mijn aanvankelijke blijde verrassing, verdween als sneeuw voor de zon. Ik wees mijn metgezel op dit horloge, en zei behoorlijk hardop en teleurgesteld dat het een tof horloge was, maar dat het eeuwig zonde was, dat er zo'n lelijke snoek op stond. De meneer van de stand, kwam in eerste instantie glimlachend op me aflopen, hoorde mijn snoei(k)harde opmerking, en stapte wat verontwaardigd naar achteren. Waarop mijn metgezel me fijntjes liet weten dat dát nu de stand van de DS club was, en het dus vrij logisch was dat er een snoek zou staan op een horloge dat daar lag. Om eraan toe te voegen, dat ik de mans gevoelens wel eens bezeerd zou kunnen hebben.
Ik voelde me toch wat schuldig. Ik had helemaal niet in de gaten waar ik stond, maar dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat het toch een lange dag was. En ik juist door alle contacten met mensen, alle gave indrukken en zaken die ik wel en of niet gekocht heb, toch wel erg moe was.
Na de afsluitende maaltijd (om de een of andere reden deed de gasbarbeque het nu wél, waarschijnlijk bang geworden voor de hamer die er dreigend naast was gelegd), reed ik met een grote grijns van oor tot oor naar huis, net op tijd om in te schakelen op de herdenking.
Van boven klonk het, ongeveer 3 voor acht: papa, ik moet poepen....

Als je een bevrijdingsdag-defile wandelt, ben je onderdeel van een complete stoet van militairen, burger- en militaire muziekkorpsen, veteranen en legervoertuigen uit lang vervlogen tijden.
Waar Koningsdag en herdenkingsdag een beetje aan me voorbij gingen, moest ik vandaag dus het bevrijdingsdefile wandelen in Wageningen.
Op zich helemaal geen verkeerde dienst. We wandelen wat door afgeladen straten die uitzinnig van dronkenschap de stoet (en vooral veteranen) toejuichten. Een soort verplicht nummertje voor het grote vrijheids-zuip-festijn aanvangt.
Wij marcheerden achter twee reeds lang uit actieve dienst verbannen voertuigen. En er is natuurlijk een reden dat dergelijke voertuigen niet meer in actieve dienst zijn: degene pal voor ons, maakte het ons door zijn manier van rijden toch wel ernstig moeilijk. Ik kan niet helemaal inschatten of de chauffeur zichzelf overschatte, en zijn materiaal onderschatte, maar de hoeveelheid ingeademde ongefilterde diesel en olie dampen leidde tot veelvuldig gemiste inzetten, en benauwdheid. De chauffeur had zijn voertuig dermate niet onder controle dat ik de veteranen die in de bak zaten regelmatig bijna letterlijk gelanceerd zag worden. Dan werd er weer vreselijk schokkend opgetrokken, om gelijk vol gas achter zijn voorganger aan te gaan, om letterlijk seconden later weer vol te moeten remmen. Nog verbijsterend dat die ouwe knoesten geen spoor van overgeef achterlieten. Mijn verbijstering veranderde gaandeweg in ergernis over de dieseldampen die deze hufterchauffeur wist te produceren, maar vooral ook medelijden met de veteranen die achterop die bak zaten. (Probeerden te zitten). Het was niet alsof het jonge gozertjes in de kracht van hun leven waren. 

Zoals ik al meldde: koningsdag is een beetje aan me voorbij gegaan. Dat heb ik eigenlijk elk jaar, want op de een of andere manier plannen ze het zo onhandig, dat ik altijd wel wat beters te doen heb. Raar, want ik ben toch wel van het "oudemeukisleuk"-principe.
Ik kan me tot giechelens toe vermaken over de ouwe troep die Henk en Anita, gezeten op een uitgezakte camping-stoel voor veel te veel geld proberen te slijten (als nieuw) en uiteindelijk aan het einde van de dag moe en schor geluld toch maar voor een veel lagere prijs te verpatsen, om maar te voorkomen dat ze die ellendige troep weer naar hun zolder moeten verslepen.
Met de huidige stand van zaken in ons eigen huis, kan ik me niet aan het bange vermoeden onttrekken dat wij over een jaar of 10 ook op zo'n vrijmarkt staan. Het idee maakt me week in de maag. Ouwe meuk is leuk, maar mijn eigen ouwe meuk zo te kijk te zetten, voelt een beetje alsof je jezelf niet meer ziet zitten, of zo. Dat is een beetje hypocriet, maar goed, ik heb ook nooit ontkent dat ik dat ben.
Een goede 18 jaar geleden (ik woonde in het toen nog rustige Poelenburg, te Zaandam) was het Koninginnedag. En half Poelenburg had hun zolder, berging, kelder, woonkamer buiten gezet om te zien of de aankopen van het vorige jaar met een beetje winst, te verkopen was. Na elke twee matjes, dekens of serieuzer opgezette kramen stond er een kindje vreselijk een poging te doen om iedereen weg te jagen, om mensen te terroriseren met hun respectieve muziekinstrumenten. De meeste kindjes stonden daar niet alleen, er zat wat onderuitgezakt (om herkenning te voorkomen?) een facepalmende vader of moeder achter. Het was lastig in te schatten wie zich het meest schaamde. Stuntelend kind of besmuikte ouder.
Die ouder die ook al wel in de gaten had dat hun kroost zich (niet gehinderd door enige vorm van muzikaliteit) een halfslachtige poging aan het wagen was om de muzieklessen terug te verdienen.
Ik liep over die vrijmarkt, eigenlijk meer op weg naar de plaatselijke grutter (ook op koninginnedag moet men eten), dan dat ik nu echt heel erg veel interesse had in ouwe meuk of krassende, meppende of hoestende muzikantjes.
Toch viel mij een muzikantje op. Die deed een schrille, trommelvlies- (en zaad)dodende poging tot blokfluit spelen. De reden dat het me opviel, was het feit dat haar oranje hoedje afgezien van één enkel muntstukje leeg was. (Terecht, het klonk als een rituele kraaienslachterij). En het feit dat haar lesboekje op een zeer degelijke, dure en inklapbare lessenaar stond, welke in de winkel boven de 50 euro moet kosten.
En verrek, laat mijn lessenaar nu net de week ervoor overleden zijn.
Ik trok mijn stoute schoenen aan, stapte op het kind af, en deed haar een pracht van een voorstel. Ik zou haar 5 euro geven, en dan kocht ik haar lessenaar.
De vader kwam erbij staan, keek mij wat wazig aan, en ging akkoord. Ik meende enige opluchting bij hem te bespeuren toen ik het boekje van de lessenaar af trok en samen met een briefje van vijf aan het kind gaf. Opgewekt en meer dan geroutineerd klapte ik de lessenaar in, en al (beter) fluitend vertrok ik huiswaarts. De opluchting in de ogen van de directe vrijmarkt-buren van dit kind was zeker overduidelijk aanwezig.
Goede daad dus voor iedereen.



zaterdag 27 april 2019

Keukengepruts. Wat een trots.

Wie mij tien jaar geleden had verteld dat ik over tien jaar op de bank uit zou puffen van drie dagen noest klussen, had ik keihard in zijn gezicht uitgelachen. Ik? Klussen? Man, ik heb 2 linker handen.... No way dat er uit mijn handen iets nuttigs kan komen.
Toch zit ik nu op de bank uit te puffen van drie dagen knallen, bikkelen en puzzels oplossen. De ene uitdaging was nog niet overwonnen, of de andere stond al te trappelen om aan gegaan te worden.
Maar hij staat. Onze nieuwe keuken.
De oude keuken was in de jaren '90 van de vorige eeuw best heel hip. Toen retro net weer een beetje 'in' was.
En ik gok dat die oude keuken, best goed heeft gefunctioneerd.
Maar toen wij erin trokken, had die keuken zijn beste tijd al wel gehad. En we beloofden elkaar dat er rap een nieuwe zou komen. Met dank aan mijn vader lukte dat inderdaad ongeveer drie jaar later dus ook echt.
Ik heb toevallig een vriendje die erg goed kan tekenen. En dit doet voor een keukenzaak. En ik heb een vrouw die qua smaak niet heel erg afwijkt van mij. En die vrouw van mij heeft een handige vader, die weer handige vrienden heeft. En zo kon het gebeuren dat drie dagen geleden onze zeer strakke keuken werd bezorgd. Zeer strak wit, maar met een paar waanzinnig gave details. Zwarte kraan en spoelbak. Een soort van steentjes-mozaïek werkblad. Antraciet-zwarte handgrepen. En een oven die niet stuk is, niet de stoppen uit de meterkast door het dak jaagt van ellende, maar die gewoon functioneert.
Al die mooie tekeningen, en handige vrienden konden niet voorkomen dat het zelf inbouwen van de keuken gewoon een enorme klus is die je aangaat, als je dat nog nooit eerder hebt gedaan.
En ik ben blij dat ik rook, want af en toe stond het huilen mij nader dan het lachen. Frustratie als dat mooi bedachte stukje, toch net ff iets anders moest, omdat het mooi ontworpen afvoertje, toch echt op geen enkele andere manier in het huis gerost wenste te worden.
Frustratie toen we erachter kwamen dat er toch een paar dingen bij de gamma gekocht moesten worden. En uiteraard spierpijn op plaatsen waarvan ik niet wist dat er überhaupt spieren zaten. Want je wringt je nogal eens wat in bochten, als je een keuken inbouwt. Bochten waarvan je van te voren niet wist dat het mogelijk was om die met je lijf te maken. In elk geval niet met mijn volronde lichaam.
Maar hij staat. Ik stink als een bunzing, want mijn hoeveelheid kluskleding is niet berekend op 3 dagen, en ik heb voor mijn gevoel even veel vocht via mijn poriën verloren als via mijn urineweg. Mijn bril is nauwelijks meer doorzichtig, omdat we nogal wat hebben moeten zagen, en het uitpakken van alle (keurig netjes voorgemonteerde) kasten, heeft meer sneeën veroorzaakt dan waar een automutilant van kan dromen.
En dus zaten Ilse en ik voldaan uit te puffen van 3 pittige dagen.
Dagen die ook voor Jente behoorlijk pittig waren. Want ook zij moest in haar vakantie maar accepteren dat haar huis ineens nog veel erger een soort van vuilstort was van gereedschap, tijdelijk geparkeerd keukengerei en verpakkingsmaterialen. Om nog maar te zwijgen van de voor haar onverwacht klinkende herrie van boren, zagen, hakken en vloeken.

Hulde ook voor Ilse die er de moed in hield als ik het ff niet meer zag zitten, ondanks zeer kundige hulp. Voor het regelen van vele randvoorwaarden, en toch telkens maar weer voor elkaar kreeg om Jente (die in het hele proces kans zag om een nieuwe mijlpaal te bereiken: de eerste keer van de trap lazeren) te kalmeren en bezig te houden.

Hebben we onderdelen overgehouden: ja! Onderdelen waarvan ik hoop dat niet blijkt dat ze van substantieel belang zijn om de keuken staande te houden. Onderdelen waarvan ook eigenlijk wel een beetje gezegd had kunnen worden: RTFM!!!!! Want die hebben we zo af en toe wel gezien, maar net als bij vele gereedschappen: we waren het even vaak kwijt als rijk. En uiteraard net als ik vervanging had gezocht en gevonden, dook het oorspronkelijke stuk benodigde gereedschap weer op.

Hij staat, en functioneert. Het is niet iets waarvan ik zeg: kom, we doen dat binnenkort nog eens. Maar het was leerzaam, en uiteindelijk leuk om trots naar te kunnen kijken, en zeggen: fak dat shit man, heb ik ff gedaan! Morgen nog eventjes de laatste zut opruimen, en we gaan opgewekt door met alledag.

Om bovenstaande heb ik dus dat hele koningsdagfestijn totaal gemist. Ik zag in een flits wel heel even op de tv hoe de koning door een straat in Amersfoort gejaagd werd om allemaal uitzinnige mensen de hand te schudden. En ik hoor in de verte het feestgedruis in het centrum van Almere.

Los van dit alles, was het eigenlijk een lekker rustige week. Wat mij wel opviel was dat de efteling weer eens negatief het nieuws haalde.
Er waren blijkbaar mensen die het nodig vinden om hun liefde voor dieren op een wat onhandige wijze kenbaar te maken.
De efteling heeft namelijk wat knolletjes in dienst die met een vlammende deken een showtje moeten lopen voor allemaal rijk grut, en dat vinden de dierenvriendjes niet zo leuk. Dus bedachten de dierenvriendjes dat het wel eens een goed idee zou zijn om de knollenshow te verstoren.
Gevolg: kindjes over de zeik, knolletjes waarschijnlijk erger geschrokken van het veganistische gepeupel dan van dat hete dekentje, efteling boos, en de veganistische dierenvriendjes hebben een boel vijanden gemaakt. Kortom: NIEMAND blij.
Dat je als dierenvriend vaak meer hebt met dieren dan met mensen, kan ik me voorstellen. Dat je als dierenvriend meer met dieren hebt, dan met het gebruik van gezond verstand, is ook niet echt uitzonderlijk te noemen. Maar dit soort acties doen ze vaker, en er wordt eigenlijk alleen maar meer tegenstand mee opgewekt. Je zou bijna zeggen: dit moeten we anders doen voortaan.
En die tegenstand gaat ver.
Mensen die durven zeggen dat een dergelijke show dier onvriendelijk is, krijgen letterlijk alle vormen van ziektes toegewenst, en hersendiarree en overige hatelijkheden over zich uitgestort. Zó heftig en erg, dat ik me afvraag wie er nu precies getikt is. Die vegan-streaker-dierenactivisten, of de reaguurders daar weer op. (Die overigens vaak hun hersenbraaksel niet eens zonder grammaticale ellende uit hun toetsenbord krijgen). Het zou voor sommige lieden helemaal geen kwaad kunnen om het idee van doeslief wat meer in praktijk te brengen.

En over doe eens lief gesproken: ik wil mijn blog toch een beetje positief afsluiten: gisteravond waren Ilse en ik best wel moe en gaar al, en mijn dochter heeft dan feilloos in de gaten hoe ze dat kan uitbuiten.
Ze vindt het geweldig om in het grote bed te slapen. Liefst tussen papa en mama in, maar als één van ons tweeën opduvelt en ergens anders slaapt, vindt ze dat ook best.
Dus toen het voor haar bedtijd was, vroeg ze met een briljant gevoel voor timing, opportunisme en pure schalksheid of ze in het grote bed mocht slapen.
En wij, sukkels, waren net te gaar om meteen nee te zeggen. Ilse bood al gelijk aan om op ons nieuw aangeschafte logeerbed te slapen (nou ja, nieuw: van marktplaats, dit omdat we besloten dat als mijn vader komt logeren, we hem echt niet meer op een matras op de grond kunnen laten slapen. De man is echt al behoorlijk op leeftijd, en de logeermatrassen hebben we inmiddels ook al weggegooid, dus dat had voor onprettige nachten gezorgd).
Ik kegelde Jente op bed, en toen ik vanmorgen wakker werd, keek ik dus in de stralende, lachende oogjes van mijn dochter. Langzaam wakker worden. En dan haar stemmetje, nog wat timide van de slaap: goeiemorgen papa. Wat knuffelen. Beetje stoeien. Wat kietelen. Ze wil over me heen lopen. En dan naar beneden.
Tja.
Op de een of andere manier zijn dat soort momenten goud. Zelfs als je dan beneden komt in een puinbak omdat de keuken nog niet af is.
Dat soort momenten zijn de geluksmomenten van het vader zijn.

Dat geschreven hebbende, begint nu mijn weekend.


vrijdag 19 april 2019

Keuken gepruts deeltje zoveel.

Het zal de lezer verbazen, mij kennende, maar ik kan heel bedachtzaam zijn. Zó bedachtzaam, dat ik mezelf (en mijn gezin) opzadel met problemen die er niet waren geweest als ik wat minder bedachtzaam was, en wat sneller zou zijn.
Aanstaande donderdag wordt onze nieuwe keuken geleverd, en op verzoek van de electriciën moeten we woensdag de keuken al leeg hebben, zodat hij een extra draad kan trekken, voor de nieuwe groep en groepenkast die erin moet komen.
Omdat ik wél gewoon moet werken, en ik Ilse niet met al het sloop en breekwerk wilde opzadelen, ben ik afgelopen donderdag begonnen met het ontmantelen van de keuken die er nu inzit.
Ruim van te voren, stukje bij stukje, zodat ik (we) in alle rust kunnen werken naar een lege keuken.
We willen ten slotte niet meer rampen veroorzaken, die tegen hoge kosten dan weer hersteld moeten worden.
Mijn angst zat er voornamelijk in dat de muur waaraan de keuken voor een deel is opgehangen, gewoon uit simpele gipsblokken is opgetrokken, en ik wilde dus per se geen hele brokken muur mee trekken als ik de kasten eraf zou halen.
Ilse had zichzelf de rol van "inpakker" toebedeeld. Zij zou de keuken leeghalen, zodat ik hem kon verwijderen. Dit in de stellige overtuiging dat als ik de keuken leeg zou halen, we de komende week alle keuken-instrumenten kwijt zouden raken. En daar heeft ze een punt.
Hoe dan ook: de "L-poot" van de keuken was leeg, en met de voor mij zo onkarakteristieke bedachtzaamheid klauterde ik op een trapje om de eerste boven-kastjes er af te schroeven. In minder dan 5 minuten had ik in de gaten hoe de ophanging werkte, en kon ik mij gaan zitten verbazen over het feit dat onze afzuigkap dus wel degelijk een aan/uit knop heeft, als je hem maar weet te vinden. Boeit niet, kan naar het oud ijzer. Ook zat ik mij te verbazen over het feit dat die afzuigkap op nogal lompe manier verbonden was met de kastjes links en rechts ervan. Dat betekende dat ik dus 2 kastjes en een afzuigkap in 1 keer van de muur zou moeten trekken, in de hoop dat hun gezamenlijke gewicht mij niet van het trapje zou slingeren.
Uiteindelijk besloot ik om dan toch maar wat lompheid in te zetten (elke vezel in mijn lichaam juichte bij dit vooruitzicht) en te beginnen met het rechterkastje los te schroeven van de muur, en vervolgens los te scheuren van de afzuigkap. Heel bedachtzaam allemaal, en in minder tijd dan ik dacht, had ik de hele rij bovenkasten en afzuigkap in de voortuin liggen.
Door met die prachtige tegels. Ook hier weer, zeer bedachtzaam, want gipsen muur, die niet met de tegels in de tuin zou moeten eindigen.
Een klauwhamer deed eigenlijk "the trick". Klauw erachter, kantelen en de tegels vielen mij enthousiast in de armen. En de muur bleef onaangedaan zonder noemenswaardige schade gewoon staan.

Mooi, lekker gewerkt, pik.

Lekker gewerkt, maar als het allemaal zo makkelijk gaat, staan we over een uur al in een galmende ruimte elkaar hongerig aan te kijken, zonder mogelijkheid om eten klaar te maken. Dus maar besloten om het werktempo omlaag te brengen. En rustig alle deurtjes te demonteren, alle hang en sluitwerk te scheiden, want degene die ons komt helpen met het afhangen van de keuken, wil graag alle oud ijzer mee. En in dat proces vond het onderblok, met oven en kookplaat het nodig om alvast los van de muur te komen. Dat is op zich handig, want het scheelt veel lichaamskracht.
We besloten om zo lang mogelijk de kookplaat en het water te laten staan, om ons leven tot de komst en oplevering van de nieuwe keuken zo makkelijk mogelijk te maken.

En ondanks die goede voornemens, is dat toch enigszins mislukt. Een keuken slopen levert nu eenmaal een enorme bende op. Ten minste, in ons huishouden. Alle kast-inhoud staat nu achter de tafel, en in campingkastjes, die op hun beurt ook weer ruimte innemen.
Tel daarbij op dat Jente haar nieuwsgierigheid en zelfstandigheid vaak niet weet in te tomen, en de bende is niet meer te overzien. Jente vind namelijk dat ze af en toe best mag spelen met de accu-schroefmachine, of met de hamer. Ik vind van niet, en dat leidt tot woedebuien. Ook zijn er gaten en kieren ontstaan tussen vloer en keuken, die er eerst niet waren, en blijkbaar minutieus onderzocht moeten worden. Onze vier-jarige speleoloog in spe moet daarbij niet worden onderbroken, want interessant, al die nisjes enzo. En heb niet het lef om haar viezige handjes af te willen vegen.
Jente's snoepgoed ligt nu toch wat exposed, en dat is voor haar reden om zonder te vragen gewoon maar te graaien. En dan boos worden als wij haar een standje geven. Bij alle afgedankte spullen, die ik de tuin in wil slepen, dien ik verantwoording af te leggen aan madammeke, die al deze sloperijen maar niks vindt. Wat dat betreft lijkt ze wel op mij. Ook niet zo erg van de veranderingen. En o wee als ik even iets zwaars in mijn handen heb, dat ik snel naar buiten wil hebben, en dus geen behoefte heb aan een praatje over wat het is, hoe het is, en waarom het is, dan is het weer een drama voor Jerry Springer of dr. Phil.
Kortom: een keuken vervangen, terwijl je in het bezit bent van een kind van vier... Dat doe je niet voor je plezier.
En gaan we met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet nog eens doen. Al was het maar omdat we maar één kind hebben, en we er vanuit gaan dat de keuken langer dan 10 maanden meegaat.

Maar ondanks alle ellende die een nieuwe keuken met zich meebrengt, is het volgende week zaterdag natuurlijk wel ongelooflijk fijn om te kunnen zeggen dat we zelf de keuken gesloopt en ingebouwd hebben.

Over trots gesproken:
Ik heb het al eerder gemeld, denk ik, maar ik ben onbedaarlijk trots op mijn vrouw, die besloten heeft om niet langer te janken over haar gewicht, en conditie, maar er daadwerkelijk wat aan te doen.
Dus, zij heeft voor zichzelf een schema op laten stellen en is dat gaan doen. En nu rent ze dus achtereen 25 minuten. Een hoeveelheid die ik nooit zou (willen) (kunnen) halen.
Maar ze doet het wel maar mooi.
Ondanks alle heuvels die ze sowieso al moet overwinnen om weer een beetje op haar gemakje aan het werk te komen, rent ze toch met regelmaat zo veel, dat ze die grenzen ook maar even doorbreekt.

Dit geschreven hebbende, begint hier mijn weekend, hoewel er nog best wel wat keukengepruts te realiseren is, en ik morgen op eerste paasdag gewoon aan het werk moet.

Prettige pasen allemaal. 



zaterdag 13 april 2019

Leesvoer.

Gisteravond had ik een concert in het immer pittoreske Zierikzee.
Een primeur, want ik was nog nooit in Zierikzee geweest.
Zierikzee ligt in Zeeland, maar gevoelsmatig had het Nieuw Zeeland kunnen wezen. Wat een monstertocht. Net als je denkt:"He wat fijn, ik ga de snelweg af, dan zal ik er wel bijna zijn", zie je in je navigatie staan dat je nog minimaal een uur over allemaal B-wegen moet om er te komen. Waar je dan volgens de borden wél, maar volgens je voorganger nét geen 80 of 100 mag.
Ik moest eigenlijk in Almere al tanken en een sanitaire stop maken, maar ik dacht het wel te redden tot Zierikzee. Dat klopte op zich wel, maar gedurende de rit raakte mijn tank net zo snel leeg als mijn blaas vol, dus uiteindelijk stond ik aan de rand van Zierikzee al hippend van de plasdrang mijn auto vol te gooien.
Daar zit een bepaalde ironie in, je gooit je auto vol met vloeistof, terwijl je jezelf bijna niet meer kan inhouden om de vloeistof te lozen.
Ik rende dus na het tanken het winkeltje in, en vroeg of ze een wc hadden. De juffrouw zag dat ik echt op knappen stond, en liet me gelukkig eerst van hun (brandschone!!!) wc gebruik maken, voor dat ze me lastig ging vallen met de financiële verplichtingen welke nu eenmaal bij het tanken horen. 
Daarna was het gezellig kibbelingen eten (een must, want het avondeten dat geregeld was, was niet als zodanig te kwalificeren, pure armoe) met vriendjes Louis, Jurgen, Kobus en Paul. En daarna een kopje koffie op een terrasje onder een broodnodige straalkachel. Broodnodig, want hoewel onze intentie van een terrasje heel leuk was, wilde de temperatuur nog niet helemaal meewerken.
Het concert was weer eens fijn samenspelen met mijn trompetvriendjes, en ik begin mijn nieuwe trompet steeds beter te begrijpen. En zij mij. Er zitten veel minder momenten in dat ik een bepaalde noot bedoel, terwijl er een ander uit komt vliegen.
Fijn, zo lust ik er nog wel een paar. Zeker omdat de mengeling van de verschillende talenten in onze sectie ervoor zorgt dat we elkaar aanvullen, versterken en er een mooie mengeling ontstaat.

Een auto is toch maar een wonderbaarlijk stukje menselijk vernuft.
En in het geval van Citroën (Andre Citroën was overigens een Nederlander, maar dat geheel ter zijde) een stukje vernuft van vaak ongeëvenaarde schoonheid. Een Citroën fleurt naar mijn onbescheiden mening, het straatbeeld vaak bijzonder goed op. Zeker als ik tussen alle grijze leaseblikjes uit de stallen van de Volkswagen groep rij.
Maar het is niet allemaal koek en ei.
In tegendeel.
Specifiek mijn auto, de C5, staat erom bekend dat het ontwerp van het airco-systeem nogal armoedig is. Sterker nog: ik wens de ontwerper van dit systeem eeuwigdurende jeuk op onbereikbare plekken toe.
Ik rij nu in mijn derde C5, en dit is dan ook het derde exemplaar waarbij een reparatie aan het systeem nodig was.
Afgelopen weekend, gaf de kachelmodule de geest. Hinderlijk bij de warmte van de afgelopen dagen, want ik kon niet beschikken over een lekker koele bries. Hinderlijk ook bij de koude van de afgelopen dagen, want warme lucht blazen was er ook niet bij. Er werd gewoon helemaal geen lucht geblazen.
Deze kachelmodule ging wel met "een BANG!!" Toen ik haar startte, kwam er één hele forse, harde stoot lucht uit de ventilatieroosters (zó fors, dat mijn door de kapper nieuw geknipe coupe 'soleil' meteen uit model vloog), en toen was het over en uit.
Nu weet ik van veel van mijn vrienden dat ze de airco totaal niet gebruiken, omdat ze het een onprettig ding vinden: ik zweer erbij, want koelte in de hitte is toch wel erg prettig. Zeker als je moet filehappen, met een kleine draak achterin. Dus ik vind dat de airco gewoon moet werken.
De huisdealer der C5 rijders, bevestigde mijn vermoeden: het was de kachelmodule die stuk was. (Er is ook nog een andere oorzaak voor het falen van een C5 airco, maar dat was het niet, en kan zomaar nog eens komen, vandaar ook mijn verwensing van eeuwigdurende jeuk aan de ontwerper van dat droevige systeem).
Deze zelfde man, regelde voor mij het gewraakte onderdeel, en ik mocht wederom zelf aan de slag.
"Ik hoor het wel als je hulp nodig hebt".
Ergens is het wat bizar te noemen dat ik, gekleed in mijn nette Schiphol pantalon en overhemd, onder mijn dashboard dook om een onderdeel te vervangen.
Een onderdeel dat zich niet zomaar liet vervangen, want hoewel de schroefjes snel los waren, bleek een van de stekkertjes zich dusdanig vast te hebben gevreten, dat er meer dan alleen maar vriendelijk sjorwerk nodig was.
In dat proces brak ik een stukje stekker af, en ook raakte ik een van de schroefjes kwijt waarmee dat verrekte onderdeel vast zat (je verzint het ook niet dat je voor het vervangen van zo'n module onder je dashboard moet kruipen en dan schuin omhoog diep in de middenconsole moet zijn, met een schroevendraaier, die eigenlijk niet in de ruimte past, terwijl je de interieur beplating moet wegdrukken, en moet vasthouden met je kin zodat je beide handen vrij hebt om te schroeven en te wrikken aan de stekkers).
Maar ik worstelde en kwam uiteindelijk opgelucht boven. Het was volbracht.
Mijn airco doet het weer, getuige het feit dat de ontstane zweetdruppels op mijn lijf allemaal vastvroren toen ik weer naar huis reed.

Een ander zeer ergerlijk kwaaltje van die auto: een uitlaatgasstoring. Dat klinkt allemaal heel erg heftig en total loss en oh-jee-apk-ellende, maar is dat niet.
Dit komt bij een luchtpompje vandaan, die bij de koude start een dotje schone lucht door je uitlaat jaagt, zodat de meetsystemen denken dat je auto heel schoon is, en dus geen uitlaatgasstoring laat zien. Verder heeft dit pompje totaal geen functie, anders dan de argeloze bestuurder zich lam te laten schrikken als er een melding in het dashboard verschijnt. Ook hier verdient de ontwerper jeukende schurft tussen zijn schouderbladen. Wie verzint er nu dat zo'n pomp kapot kan. Waar haal je het vandaan.
Ergerlijk is dan ook dat je continu met zo'n loze storingsmelding rondrijdt, en omdat ik niet van overtollige oranje lampjes hou, heb ik maar een scanner gekocht, zodat ik die storing zelf kan wissen. Ik kan ten slotte niet eeuwig teren op de bereidwilligheid van dealers om mijn auto gratis uit te lezen.
Degene met wie ik ooit al eens zo'n systeem kocht, bleek een laffe onbetrouwbare hond te wezen, dus moest ik even een andere oplossing bedenken.
Die heb ik in huis, en niks te laat, want die ergerlijke onzinnige storing prijkte alweer een paar dagen in mijn klokkenpaneeltje.
Hoewel: uiteraard zul je zien dat die storing vanzelf verdwijnt, nét als je die scanner in huis hebt gehaald. Alsof de duvel ermee speelt. Maar goed, nu heb ik die scanner, en kan ik mezelf een stukje meer helpen.

En dit geschreven hebbende, moet ik vanavond nog een dienstje rijden op mijn geliefde Schiphol, en dan begint mijn weekend.

Ik ben maar een toeterende buschauffeur.

Er was eens een saxofoon-mevrouw. Een zeer begaafde muzikante. Een van die talenten die zelf dermate goed is, dat ze aan een conservatorium...