woensdag 31 mei 2017

De bakker en jente.



Een poos terug was er op twitter (en dus facebook) een trending topic over de vaak bizarre reacties van mogelijke opdrachtgevers op de prijzen die freelancers/zzp'ers voor hun diensten vragen. Vaak zó bizar, dat je in de lach zou schieten, als het niet volslagen schaamteloos en schandalig is.
Ik kon er in de regel ook wel om lachen, en zelfs om bovenstaande discussie, moest ik een dag later grinniken. Dit is dus een aanvraag die ikzelf binnenkreeg.
Tijdens deze discussie kreeg ik toch een wat rare smaak in mijn waffel.
Blijkbaar heb ik geen liefde voor kunst en cultuur. Want mijn jarenlange studie, mijn investeringen in instrumenten en tijd om er op te studeren, mag ik niet terugverdienen. Nee, na al die jaren en al dat geld die ik in mijn beroep heb gepompt, moet ik net als die "respectabele en gerenommeerde muzikanten" maar genoegen nemen met een onkostenvergoeding.
Ik vraag me dan oprecht af wie deze "respectabele en gerenommeerde" musici zijn. Want respectabel vind ik het niet. Als je tegen onkosten vergoeding je talent weggeeft, je harde werken voor een fooi te grabbel gooit, heb je in elk geval geen zelfrespect, en al helemaal geen respect voor je collega's die wél een eerlijke prijs willen voor hun diensten. Gerenommeerd? Ach, ik denk dat het om wat (lokaal) beroe(r)mde straatmuzikanten moet gaan, die geen huur of hypotheek hoeven te betalen. Die hun kinderen vanuit een kartonnen doos naar het plaatselijke achterstandsschooltje brengen. Of van die buurt-sufferdjes die ook op een viooltje of blokfluitje kunnen krassen en pepperen, en dit (zeer tegen wil en dank van hun omgeving) nét eventjes iets te vaak en met iets te veel walgelijk enthousiasme doen.
Toegegeven: ik heb een flinke prijs eraan geplakt. Dit omdat ik op dat moment nog niet zeker wist of ik zou kunnen, en als dat niet zo was, ik mijn collega's niet zou willen opzadelen met een snabbel van lik-mijn-vestje. En als ik wel had gekund, had ik toch een aantal dingen moeten verplaatsen of verzetten.
En ik had ook zeker over de prijs willen praten, maar om er gelijk maar de helft vanaf te halen, is niet alleen een devaluatie van mijn prijs, maar eerlijk gezegd meet deze arrogante dame zich een nogal aanmatigende mening aan over de kwaliteit van mijn werk. Mijn werk, mijn investeringen zijn dus blijkbaar maar de helft waard voor haar. De helft zo goed. Ja, daahaag, juf, ga je lekker? Of de kwaliteit die een eventuele collega zou kunnen bieden. Die 150 euro, betekent (na aftrek van belastingen en reiskosten) dat ik niks over zou houden. En dan Jente maar op een houtje laten bijten omdat ik zoveel liefde voor kunst en cultuur heb.
Dus koos ik ervoor om eenzijdig geen reactie meer te geven op deze ranzige organisatie, en gewoon lekker met Jente te spelen die middag.

Over Jente gesproken: we staan weer op de camping. Het is hemelvaart en pinksteren (ik krijg dus van de spellingschecker een rood lijntje onder pinksteren, en niet onder pinkster, maar aangezien het niet pinkster is, maar pinksteren, vind ik dat raar. Iemand uitleg?), en dus staan we op de camping.
Het is er ongelooflijk heet. Een paar dagen boven de 30 graden geweest. En dus ben ik aan het redderen. Jente heeft dezelfde ongelooflijk witte en dunne huid. Dat betekent vaak insmeren, (vindt ze niet superfijn) bedekkende kleding aan (het arme kind. Bloedje heet, en niet eens bijna bloot kunnen rondbanjeren) en continu door vader of moeder uit het zonnetje gerukt te worden en in de schaduw gezet.
Zeer tegen haar zin, want het speeltuintje bevindt zich in de volle zon. En juist dat speeltuintje is zo leuk. Ik heb om Jente te beschermen tegen zonnebrand nodig: een toque (om mezelf te beschermen tegen trappelende beentjes als ik mijn spruit uit de zon trek) een handdoek (om het gutsende zweet van mezelf af te drogen als ik Jente uit de zon heb getrokken) een liter water (om de vochthuishouding in mijn lijf weer op peil te krijgen nadat Jente weer veilig in de schaduw is afgeleverd). Zonnebrandcreme uiteraard.  En dat dus een aantal malen per dag.
Voor de mensen die zeggen dat ik Jente moet laten wennen aan de zon: gelul van een dronken aardbei (of in elk geval van iemand die niet weet waar die over kletst). Inmiddels weet ik uit eigen en zeer pijnlijke ervaring dat de zon voor mensen met mijn (en dus haar) huid een killer is. 2e graads brandwonden, grote lekkende blaren, zwart geworden en afstervende huid. Dat is haar deel als we haar niet in de schaduw houden, veelvuldig insmeren, en kleertjes aanhouden. En ik ben niet bereid om enig risico te nemen: die pijn wil ik haar niet aandoen. Toen ik 14 was, was het al gruwelijk pijnlijk, maar met dat pas 2 jaar en een paar maanden oude huidje wil ik daar niet aan. Gewoon niet.
Maar het gaat nog best goed allemaal.
Hoewel: Jente doet een middagslaapje. Dat hoort, als peuter. En vaak vindt ze het wel fijn als Ilse of ik nog een paar minuutjes bij haar liggen/zijn voor ze in slaap valt. Zo ook in ons 34 jaar oude caravannetje. Ik ging naast haar liggen, genieten van het rustige momentje, genieten van mijn prachtige dochter. En toen ze haar oogjes dichtdeed en in slaap sukkelde, schoof ik voorzichtig achteruit, om even wat orde in de chaos te scheppen. (Een peuter en twee niet al te georganiseerde volwassenen, levert een hoop troep op in een caravannetje). Toen ik mijn achterste naar de bedrand schoof, zakte die met luid gekraak een paar centimeter naar beneden. Uiteraard heeft dit met ouderdom te maken, als ik kijk naar hoe die steunlat is gescheurd, kán dat simpelweg niet anders. Maar erg complimenteus van ons caravannetje is het niet, nee.

Dus toch weer wat te klussen. Altijd leuk.






zondag 21 mei 2017

Kattengejank.

Mijn katten zijn lieve beesten. Vooral als ze slapen. Want als ze niet slapen, dan vechten ze elkaar de tent uit.
Dat wil zeggen: Claus doet alles wat binnen zijn macht ligt om Colette de tent uit te vechten. Een oneerlijk gevecht wordt daarbij niet geschuwd, en oneerlijk is het al snel, want Claus is een dikke kater, en Colette een scharminkelig poesje.
Claus ontpopte zich in Rotterdam al tot de terror-kater van de buurt (in het begin toen we er woonden, kwam hij steevast met verwondingen thuis, naarmate we er langer woonden, werd dat minder), terwijl Colette veel vriendelijker was, veel aanhankelijker.
Nu we in Almere wonen, is het eigenlijk van hetzelfde laken een pak. Claus vertrekt voor lange tijd, om andere katten het leven zuur te maken, terwijl Colette veel meer een huispoes is, die iedereen graag te vriend houdt.
Claus vertrekt voor langere tijd van huis, maar komt niet meer onder de verwondingen terug. Wel is ons opgevallen dat het beest dikker is geworden. Los van zijn groeiende buik, doet hij erg levendig en fel, maakt zijn vacht een gezonde indruk, kortom: een blakend gezonde kater. Wij houden het erop dat hij overal waar hij kan naar binnen gaat om kattenvoer bakken leeg te vreten, om vervolgens bij ons thuis op de bank uit te buiken.
Als hij dan thuis is, mept hij eerst Colette nog even de kamer door, als ze hem toevallig in de wegloopt, en vervolgens valt hij op de bank in slaap. Liefst lekker dicht tegen ons aan. Of op bed, tegen het hoofd van Ilse aan. Maar echt last hebben we niet van hem. Als Jente te veel met hem wil spelen (en toevallig is Claus geen speelmaatje) dan geeft hij na ongeveer 5 seconden een mep, een haal of een beet, om duidelijk te maken dat hij er niet van gediend is.
Colette is zoals gezegd een vriendelijk meisje. Ze is bijzonder aanhankelijk en wil graag en vaak knuffelen.
Dat gaat een beetje zoals Ilse is: lomp en onhandig. Want als madam zin heeft om te kroelen, dan kan het haar geen donder schelen dat je net lekker op je telefoon naar je favoriete netflix serie zat te kijken, of heel erg verdiept was in je spannende boek, nee ze moet en zal met haar hoofd onder je kin komen liggen, en dat moet en zal onder je armen door. En stilliggen kan ze niet, dus de kans dat je nog lekker comfortabel kan zitten lezen/kijken is, met Colette in de buurt, niet echt groot.
Colette is lomp en onhandig. En heeft de vervelende gewoonte om dat vooral te zijn als we net allemaal op bed liggen. Dan klinkt er een hoop geraas, gerammel en gestommel, zozeer dat ik uit bed spring, mijn honkbalknuppel pak om een inbreker mijn huis uit te ranselen, maar dan struikel ik over een Colette die zonder schaamte of schuldgevoel zich zo ver mogelijk van de plaats delict verwijdert.
Colette is met Jente veel geduldiger. En veel liefdevoller.
Ook naar andere dieren is Colette wel echt een zeer vriendelijk beestje. Maar ontzettend onhandig en lomp. Als ik trompet ga spelen, moet ik Colette soms echt met geweld op afstand houden, want blijkbaar wekt het geluid van mijn trompet dusdanige affectie gevoelens op, dat ze zich niet kan bedwingen. Ze springt op me, en als ik niet oppas, rost ze zo mijn trompet tot diep in mijn longen.
Kopjes geven doet ze graag en zó enthousiast dat ik inmiddels de blauwe plekken op mijn lijf niet meer kan tellen, en op Jente haar bil zit een blauwe plek waarvan ik het vermoeden heb dat die het gevolg is van een liefkozing van Colette.

Waar onze beide katten echter totaal hetzelfde zijn: als we een wandeling gaan ondernemen naar bijvoorbeeld het speeltuintje, of gewoon een blokje om gaan met Jente, of we gaan boodschappen doen, dan lopen zowel Claus als Colette gezellig met ons mee. Niet "aan de voet" zoals een echte "canis familiaris" zou doen, maar zo links en rechts tuinen, steegjes, of straatjes inschietend, om dan vervolgens zich even later weer bij ons aan te sluiten.
En waar onze beide katten ook hetzelfde zijn: hun totale verbijstering, letterlijk versteend van verontwaardiging en met geen mogelijkheid tot actie te bewegen als er een vreemde poes/kater het terrein, hun territorium betreedt.
Ziedend van woede verstijven ze totaal als een buurpoes/kater ons tuintje doorkruist. Colette wat angstiger, bij Claus meen ik zelfs een zweem van walging op zijn toch al wat norsige kattenkop te zien.
Vanmiddag was het weer raak. Ik zat met Jente op de bank puzzeltjes te maken, toen ze opgewekt riep dat Colette binnenkwam. Ik keek even vluchtig, en zag inderdaad een klein rood poezenbeest door onze woonkamer paraderen. Het gerinkel dat het halsbandje produceerde, viel me eigenlijk pas op, toen ik Claus zag zitten op een stoel. Oren plat, staart dik en als blikken konden doden, was dat rode poezenbeest hartstikke dood geweest. Maar geen kik. Geen actie. Alleen vol walging kijkend naar de rode indringer.
Die zich niet liet intimideren. Doodgemoedereerd banjerde hij door de kamer, snuffelde zo her en der, en nog steeds op zijn dooie akkertje, verliet hij het pand ook weer. Blijkbaar niks aangetroffen dat hem kon bekoren.
 Ik lachte Claus vierkant uit. Dat dat suffe beest, dat zelf overal zijn kostje bij elkaar jat door van andere katten te stelen, niet het lef heeft om een rode indringer het huis uit te meppen, was kolderiek. Vooral dat walgende, verwijtende smoelwerk van het beest.

Ik kocht Claus in het asiel in Ede. Dat was in 2010. Hij is altijd een maatje geweest. Een trouwe viervoeter zoals een hond is, maar gewoon een lekker beest, dat altijd wel eventjes mijn gezelschap opzocht. Claus is, net zoals ik geen knuffelaar. Dat wil zeggen: niet jegens mij. Ook nooit geweest.
Colette kwam er bij omdat we dachten dat een vriendje voor Claus leuk was. Specifiek een poesje, specifiek jonger en kleiner, zodat Claus altijd de baas zou zijn. We konden niet vermoeden dat Claus er een genoegen in schept om dit dagelijks te showen.
Ik heb dus gevoelsmatig ook meer met Claus. We hebben best wel wat meegemaakt samen.
Maar sinds Ilse in huis is, en Colette, trekt Claus dus heel erg naar Ilse. Ineens wél knuffelig en aanhankelijk. Bij Ilse. Niet bij mij. De lamzak.
Colette, die veel knuffeliger en aanhankelijker is, heeft veel minder met Ilse, en veel met mij. En heeft ook niet echt in de gaten dat ik niet zo knuffelig of aanhankelijk ben. (Of het zal haar gewoon aan haar kattenkontje oxyderen).

Katten, het blijven rare wezens. Net als mensen trouwens.



maandag 15 mei 2017

Jente en sleutelleed

Het is een redelijk zonnige dag, Ilse is aan het werk, dus ik kan met Jente even naar het speeltuintje hobbelen. Vindt ze heerlijk. Eventjes ronddartelen tussen glijbaan (dat ding is doodeng, allemaal grote gaten die bedoeld zijn voor grotere kinderen om door te klauteren, maar voor Jente een doodsmak kunnen betekenen) en wip. Tussen klauter-keien en andersoortige speeltoestellen.
Maar omdat het zonnig is, en de scholen uit zijn, zijn er nogal wat andere kinderen. Het is er druk. Dat is op zich niet zo'n probleem. Lijkt me.
Ik zeg lijkt, want Jente is veruit de kleinste maar ook degene die het meeste indruk op iedereen maakt, en dat niet geheel positief, moet ik bekennen.
Alleen omhoog klimmen kan ze niet. Daar heeft ze mijn hulp bij nodig. Maar vervolgens begint ze in haar (soms toch nog wat onverstaanbare koeterwaals) alle andere kinderen (die vele malen groter zijn) rond te commanderen. Vooral:"Niet doen, kinduh", schreeuwt ze met enige regelmaat als er een knulletje van een jaar of 4 omhoog wil komen.
"Niet doen, kinduh!" (de "j" is nog even een onmogelijkheid) als het manneke in kwestie zijn bal van de glijbaan wil laten rollen.
"Niet doen, kindhus" als ze erlangs wil... (Een wat beperkt vocabulaire, maar ze komt er toch behoorlijk mee weg, moet ik zeggen).
En of het aan mijn aanwezigheid ligt of niet, al die koters maken dat ze weg komen.

Wat wel heel schattig is: die knullen zijn allemaal vele malen groter, en spelen een ruw soort spelletje voetbal, waarbij regelmatig spelers "uit" zijn. Wat dat precies betekent, weet ik niet, maar het valt wel op dat ze heel erg kundig om Jente (en mij) heen spelen, en elkaar ook erg kundig waarschuwen als de bal of zijzelf te dicht bij Jente (of mij) (of andere dreumesen van Jente's leeftijd en omvang) dreigen te komen.
En dan stank voor dank krijgen als Jente ze gaat rondcommanderen...
Wordt nog wat met dat kind.
 Regelmatig moest ik toch even brommen op Jente dat die bal toch echt niet van haar was, en ze die toch echt wel terug moest geven. Regelmatig even mopperen dat dat knulletje heus wel even op de glijbaan mocht.
Uiteindelijk werd het me toch een beetje te bar, en heb ik Jente maar meegenomen voor een ommetje. Ik ben bang dat ze bekend komt te staan als buurt-terror-tokkie.

En toen maar naar huis.

Om een huis te enteren, heeft men in de regel sleutels nodig. Want gelegenheid maakt de dief.
En om sleutels niet kwijt te raken, is het handig om ze op één plek neer te leggen, hangen, op te bergen. Want het zal eenieder wel bekend voorkomen: de sleutels kwijt zijn, het hele huis overhoop halen, om ze in de vrieskist onder de diepvries-doperwtjes weer terug te vinden.
Of naast de bak met kattenvoer.
Of in de prullenbak (en dan het kind de schuld geven, want die gooit graag dingen weg).
Dus hadden wij al tijdens het eerste klussen in ons huis een rekje tegen de muur geschroefd om sleutels aan te hangen.
Dat rekje was een metalen framepje met daarop een 5-tal pinnen, waaraan je je sleutels op kan hangen. Een soort van ieniemienie kapstokje.
Dat rekje was me al snel een doorn in het oog. Want Ilse heeft veel sleutels, aan grote bossen. En veel reserve-sleutels van mij totaal onbekende gebouwen, auto's, fietsen en noem maar op. Ik heb er een paar.
Mijn autosleutel hangt bijvoorbeeld los. Want ik ben er van overtuigd dat het gewicht van de rest van mijn bos niet bevorderlijk is voor de kwaliteit en levensduur van het contactslot van mijn auto.
Dat is het dan ook wel.
Maar er waren eigenlijk voor al die sleutels niet genoeg pinnetjes. En de pinnetjes die er waren, waren eigenlijk te kort.
U raadt het al: continu flikkerden er sleutels (meestal de mijne) op de grond.
Wat is dan het nut van een sleutelrekje, als ze er toch heel de tijd van af lazeren.
Net als bij de kapstok (nog een project in de nadenk-fase) werd het voortdurende op-geraap van die sleutel me toch te gortig. En ik besloot tot het maken van een sleutelrekje waar we daadwerkelijk ook sleutels aan kunnen hangen, en die er niet bij de minste of geringste scheet vanuit het toilet (ja, daar hangt dat rekje nu eenmaal in de buurt) afdonderen.
Omdat ik een redelijke hang heb naar natuurlijke materialen, kon ik de basis voor dat rekje betrekkelijk eenvoudig maken: men neme een tak van het inmiddels gedroogde snoeihout, zaagt het min of meer op maat, twee gaten boren voor de schroefjes in de muur, en een stuk of 10 schroefhaakjes.
En dan maar met de dremel en een schuurkopje de boel gladjes afschuren. Ten slotte wil ik niet dat als Ilse, Jente of niet in de laatste plaats ikzelf een sleutel pakt, er meteen 20 splinters in de diverse vinger(tje)s verdwijnen.
Dat dremelen is nog wel een dingetje: dat schuurkopje is een soort van busje van schuurpapier met korrel-X en dat busje schuif je op een rubberen dopje, dat op een steeltje zit, die je in de dremel schuift. Plaatje helder?
Omdat er meerdere fijnheden zijn qua schuurkorreldikte, zitten die busjes schuurpapier niet al te vast, je kunt er namelijk in afwisselen, en dat doe je op het zelfde rubberen dopje. Het is dus zaak om er behoorlijk subtiel mee om te gaan. Dan krijg je de mooiste resultaten. Doe je het niet subtiel, dan loop je kans dat je dat busje schuurpapier door je werkruimte lanceert. Ik kon dus minimaal 4 keer op handen en knieën mijn schuurtje door, op zoek naar dat verrekte busje.
Maar goed. We hebben nu een mooi opgeschuurd sleutelrekje tegen de muur, die 10 haken heeft voor alle sleutels, die er niet meer zomaar afdonderen.
En inmiddels betrap ik mezelf erop dat ik ook nogal nonchalant mijn sleutels op tafel gooi als ik thuis ben. Of in mijn broekzak stop, want ik ben als de dood dat ik mijn sleutels aan het haakje laat hangen, nadat ik de deur achter me dicht gooide. En dus met een van vermoeidheid krijsende Jente op mijn arm niet meer naar binnen kan, terwijl het water van de boontjes aan het overkoken is, en de katten elkaar op leven en dood aan het bevechten zijn.






maandag 8 mei 2017

Over (mijn) vrouwen.

Ik ben getrouwd met een vrouw die op zijn zachtst gezegd niet de meest subtiele mens ter wereld is.
Dat wil zeggen: verbaal, schriftelijk en qua karakter is ze dat zeker wel. Een van de liefste vrouwen die ik ken, die alles wat ze zegt met liefde voor medemens zo vriendelijk mogelijk doet. Maar qua motoriek gaat het allemaal wat minder soepeltjes.
Geheel een tegenpool van mij dus, want waar ik qua motoriek mezelf zeer behoorlijk staande weet te houden in het leven, ben ik verbaal/schriftelijk en qua karakter veel minder subtiel.
Ik zou kunnen berekenen wat de kosten zouden zijn van onze respectievelijke gebreken aan subtiliteit, maar ik verkies het om te denken dat haar vorm van lompheid kostbaarder is dan de mijne.
Zelfs die keer dat ik haar met een zak aardappelen tegen haar hoofd mepte, was het niet mijn schuld.
Maar goed.
Een paar maanden geleden, hoorde ik een hartgrondig gevloek uit het toilet komen. Ze had haar geliefde Iphone in de pot laten vallen.
Ik geloof dat dat veel mensen overkomt, maar dat het Ilse zou overkomen, is niet echt geheel tegen alle verwachtingen in.
Okee, kan gebeuren. Aangezien de verzekering zoiets niet dekt, tenzij je je bijverzekerd om dan op het moment supreme tot de ontdekking te komen dat dat soort stunts toch écht van dekking zijn uitgesloten, hebben we ooit besloten dat we niet heel erg zitten te wachten om onze maandelijkse premie ten gunste van de verzekeraar en ten koste van ons op te hogen.
Gevalletje jammer dus.
Meteen naar de stad om "for the time being" maar even de allergoedkoopste smartphone te halen. Er moet natuurlijk in de tussentijd wel getwitterd, gefeestimed, gefeesboekt, gemaild, ge-ept, en gedingest worden.
Een paar dagen later bleek dat ook niet zo'n succes. Eenmaal gewend aan het gebruiksgemak van het fruitige telefoontje, bleek het toch erg lastig om te wennen aan wat anders. Wat minder snel, wat minder geheugen, wat minder mooi beeldscherm en een slechtere camera.
Weg ermee. Het spaarvarken werd stuk geslagen, want er moest een nieuwe Iphone 5 komen.
En roefffff daar ging ze weer naar de stad.
Verguld, blij en compleet platzak kwam ze terug om net zo snel haar nieuwe Iphone te installeren.

Fast-Forward naar het heden, zo ongeveer.

Jente wordt steeds kundiger, ja zelfs gehaaid, in het vinden, pakken, bedienen en spelen met mama's Iphone. Ikzelf ben er erg op gebrand dat ze die van mij niet pakt. Ilse ook, maar Ilse is Ilse, en nét wat minder gehaaid als een Jente die haar zinnetjes ergens op heeft gezet. En dat gaat niet bijzonder subtiel (van wie zou ze dat toch hebben). Dit getuige ook het feit dat de door mij zo duur betaalde Ipad inmiddels geen ongeschonden beeldscherm en hoes meer heeft.
Dat wil ik dus met mijn Iphone niet. Ilse ook niet, maar ja.
En niet alleen Jente is een dodelijk risico voor Iphones, Ilse zelf zie ik ook nog wel eens stunten met dat ding. De keren dat ik die telefoon tegen de vlakte heb zien gaan, kan ik inmiddels niet meer op de vingers van 2 handen tellen, zelfs aan tenen kom ik te kort. Dan krijg ik rillingen.
Ik roep dan voor de vorm nog even dat ze op moet passen, maar ja.
Afgelopen weekend was mijn Ilsje jarig. Dus ik begon al redelijk vroeg met het bij elkaar zoeken van wat presentjes. Op haar lijstje stonden diverse dingen, maar ik miste nog een beetje de verrassing.
Tot ik haar telefoon weer eens tegen de vlakte zag gaan.
Toen bedacht ik me dat het best wel eens een goed idee zou kunnen zijn om haar een hoesje van schokbeton te geven. Een hoesje van een paar centimeter dik. Die haar telefoon zelfs zou redden als die een reis door het riool zou moeten beginnen.
Die gedachte vatte post, en liet niet meer los.
Dus overal zoeken naar het in mijn ogen geschikte hoesje. En nergens te krijgen. Alle 06-lulijzer-winkels gehad. En alle veelbelovende hoesjes tussen de roze-met-diamanten-kitsch-hoesjes bekeken.
Maar niks.
Tot ik bij beversport kwam. Een outdoor-adventure winkel. Gezien het feit dat Ilse niet zo vaak outdoor komt (in elk geval niet zoals Beversport het bedoelt) maar haar telefoon wél continu in dat soort gevaarlijke omstandigheden brengt, was dat mijn laatste hoop.
En jawel!!! Ze hadden hem. Helemaal blij liet ik de winkelmeneer het door mij zo begeerde hoesje thuis afleveren, want ze hadden hem niet op voorraad.
Om dus op haar verjaardag er achter te komen dat ik veeeeeel te snel ben geweest. In mijn absurde blijdschap bestelde ik namelijk het hoesje voor de Iphone 6 en niet de 5.
Is dat iemand dood maken met een blije mus.

Er wordt ongelooflijk veel gemekkerd over geenstijl en dumpert. Ik heb mij daar in het verleden ook wel schuldig aan gemaakt, geloof ik.
Ik vind het journaille dat daar werkt van een ongelooflijk laag allooi. En de reacties van het volk dat er komt, is zo mogelijk nóg droeviger.
Maar dat is mijn mening, en in het grote geheel van het leven, is de mening van één mens nu eenmaal niet zo heel erg doorslaggevend.
Maar nu zijn er diverse (al dan niet politiek werkzame) mensen (vrouwen, veelal want geenstijl staat niet bepaald bekend om hun subtiliteit jegens vrouwen) die bepalen dat geenstijl maar geen inkomsten moet hebben uit advertenties.
En de wereld is te klein. Geenstijl begint meteen te janken over persvrijheid (huh??? Persvrijheid? Die komt toch in het gedrang als er daadwerkelijk journalistiek plaatsvindt, hetgeen bij geenstijl toch echt niet aan de hand is) en op de man (nou ja, in dit geval vrouw, want het zijn voornamelijk bekende(re) vrouwen die het gewauwel van die lui zat zijn) spelen.
Allerlei bedrijven en de overheid trekken hun advertenties terug van geenstijl en dumpert.
Want er hoort geen geld verdient te worden door sites die haat, belediging, intimidatie en seksisme een podium bieden.
Ik snap de redenering erachter. Maar ik vind het ook schromelijk overtrokken allemaal. Het is namelijk heel simpel: kijk er niet naar, en geenstijl en dumpert verliezen ook inkomsten uit reclame. Kijk er niet naar en je ergert je niet. Kijk er niet naar en het sterft vanzelf wel uit. Vroeger zei men dat al als er geklaagd werd over wat er op tv kwam:" Er zit een uit-knop op dat ding".  Of:"je kunt wegzappen".
Geef het gewoon geen aandacht.
Want hoezeer de mensen achter geenstijl en dumpert ook aan het janken zijn over persvrijheid: ze varen hier wel bij. Alle aandacht die ze nu krijgen, is ook aandacht. En genereert extra bezoeken.
Persoonlijk heb ik op geenstijl niks te zoeken, maar de filmpjes van dumpert zijn soms echt te komisch. Onder het motto: geen beter vermaak dan leedvermaak, kan ik mezelf best wel even vermaken met de soms bizarre en tot mislukken gedoemde stunts die mensen al dan niet vrijwillig uithalen. En je moet het ze nageven: die filmpjes worden vaak voorzien van gortdroge en komische titels.
En het is dan gewoon zaak om de vele droevige en hatelijke reacties niet te lezen. Dat kan namelijk. Om die reacties te lezen, moet je een ander knopje aanklikken. Bovendien: 99,99% van die reacties is toch al nauwelijks leesbaar door het gebrek aan taalvaardigheid van de "reaguurder". Dus waarom zou je de moeite nemen.
Geenstijl en dumpert is net als Geert Wilders: als het je niet aanstaat, gewoon negeren. Lekker laten wauwelen. Focus je op iets anders. Er is namelijk zoveel leuks in het leven, dat als je je concentreert op het zure, je het risico loopt te veranderen in een zure appel.

De vakantie zit er op, en ik ga me opmaken voor een weekje lesgeven, concertjes spelen, nog een verlaat signaal taptoe en meer van dat.


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...