zaterdag 26 november 2016

Pech, en toch maar weer kleding-gerelateerd gelamenteer.


De grille in de bumper verwoest, kentekenplaat krom, bumper krom en ontwricht.
Dat was de opbrengst van een vrijdagmorgen.
En als ik 3 minuten later was geweest, was er niks aan de hand.

Zoals wel vaker, was het aan mij de taak om Jente op het KDV af te leveren. En dan moet er van alles even snel. Even snel douchen, even snel Jente aankleden, even snel die fles erin, even snel mijn spullen bij elkaar graaien, even snel de ruiten krabben, en gas erop!
Ik reed het krappe, donkere parkeerplekje van het KDV op, moest een beetje manoeuvreren, om hem achter een BMW te parkeren, graaide Jente uit de auto en liep rap naar de deur toe.
De eigenaar van de BMW kwam inmiddels het KDV uit, stapte in en reed achteruit. Terwijl ik Jente aan de leidster overhandigde, hoorde ik een doffe, pijnlijke klap. Met een ruk draaide ik me om, en zag dat de bestuurder van de BMW de kont van zijn auto in mijn voorbumper geparkeerd had. Vloekend overhandigde ik Jente (die uiteraard wat schrok) aan de leidster, en ging kijken naar de schade.
Gelukkig: de bestuurder van de BMW nam gelijk zijn verantwoordelijkheid, en nam meteen (ondanks zijn haast) de tijd om alle gegevens uit te wisselen.
In eerste instantie leek de schade mee te vallen. Bij madame Jeanette. De BMW had een hele lelijke deuk opgelopen.
Maar toen ik bij daglicht wat foto's ging maken, bleek hoe lelijk de klap toch wel was. Bovenstaande is de opbrengst.
Toegegeven: ik ben niet de meest trouwe poetser van het ding, maar inmiddels heb ik met een maatje zelf het onderhoud en reparaties (indien nodig, want nodig is er eigenlijk maar heel erg weinig) ter hand genomen. Het is mijn auto, en ik ben er ontzettend blij mee, en trots op. Zelf gekocht, van zuurverdiend geld. Zelf onderhouden, en zelf op de weg houden. Geen lease voor mij, het is mijn eigendom. En dan natuurlijk mijn wat malle voorliefde voor het merk.
Dus ik was best even van slag. Tuurlijk, de schade (die geschat wordt op een 600 euro) valt best wel mee, als je kijkt naar hoe sommige auto's er bij staan na ongelukjes. Maar toch. Het deed wel even pijn.
En het zette me wel weer even met twee benen op de grond. Het is daar krap. En het is daar donker. En onoverzichtelijk. Dus het had mij ook kunnen gebeuren. Het is vroeg, je moet toch op tijd op je werk zijn, en dan gebeurt dat. We zijn allen mensen, en ook die meneer had al een hele poos zijn rijbewijs. En is heus niet bewust en moedwillig met zijn ook niet al te goedkope BMW op mijn auto ingereden. En gelukkig, de man nam gelijk zijn verantwoordelijkheid en de schuld op zich. Deed niet moeilijk.
Dus nadat ik er een flink dagdeel mee heb lopen tobben, heb ik het toch op de een of andere manier van me af kunnen zetten.
Het had veel erger kunnen zijn. Laat ik daar maar niet op doorfantaseren...
Maar als ik straks de ruiten ga krabben, denk ik dat als ik de schade weer zie, dat ik toch heel even een klein krampje voel...
Wat ben ik blij dat ik een tussenpersoon heb, die me rustig en professioneel door de hele rompslomp heen loodst. Die luistert, me duidelijk vertelt wat ik doen moet, en die orde aanbrengt in de chaos die ontstond toen ik bij het schadebedrijf was (die hele andere informatie gaf, waardoor ik in verwarring raakte en bijna dingen deed die niet handig waren). Die me behoedde voor te snel afspraken maken, en eerst de verzekeraar van de tegenpartij aan het woord te laten komen.
Dat is goud waard. Ik het iedereen aanraden. Waarom zou je zelf gaan lopen rotzooien met verzekeringen, als je via een tussenpersoon kan werken. Die je werk en shit uit handen neemt? (Ik kan het iedereen aanraden: de Noord, in Sliedrecht. En nee, ik krijg geen geld voor deze reclame, maar ik ben gewoon blij dat ze er (voor mij) zijn, en me al een aantal jaren per maand flink geld besparen). 

Ik had eigenlijk half en half beloofd dat ik niet meer zo vaak over dameskleding zou praten.
Na twee jaar huwelijk, wat samenwonen, en een flink aantal relaties met vrouwen van zeer divers pluimage, ben ik inmiddels wel gewend aan kilo's kleding, schoenen die niet per paar, maar per rek worden gekocht en dan nog mekkeren dat er te weinig is.
Ik ben eraan gewend geraakt dat mijn mening over kleding wordt gevraagd. Ik kan goed laveren tussen eerlijk zijn (en vervolgens een boze reactie krijgen) en stroop smeren (meen je dit nu of zeg je dit alleen maar om er vanaf te zijn).
In 80% van de gevallen lukt het me om op het juiste moment "ohhh" en "ahhh" te koeren als er weer een pakketje snoezige kleedjes voor Jente arriveert. (Terwijl ik inwendig kreun, omdat ik hoogstwaarschijnlijk in het begin heel veel moeite zal hebben met het ontwarren van die rare lappen, en een boos worstelende Jente er maar half goed in krijg, of dat ik die lappen ondersteboven en binnenstebuiten om haar lijfje drapeer).
Maar gisteren (ja, gisteren, dus nadat ik de verwonding van madame Jeanette moest verwerken) kreeg ik toch wel het meest rare "verwijt" ooit naar mijn kop geslingerd. Raar, want ik kan er maar niet aan wennen dat alle vrouwen álles onthouden, behalve Ilse, want die onthoudt niet zo veel.
Het was vlak voor bedtijd, en ik ging nog even een laatste peukje roken.
Dat doe ik buiten.
Achter mij ging de deur open.
"Heb jij een minnares op bezoek gehad?"
"...."
"Er hangt hier een blauwige damesjas"
"Is die niet van Rick, die hier net gerepeteerd heeft?"
"Nee, het is een dámesjas".
"is die dan niet van jou, de laatste keer dat ik keek, leek je me toch echt wel heel vrouwelijk?"
"Nee, ik heb geen blauwe jas, is hier echt geen vrouw op bezoek geweest, de afgelopen dagen? Deze jas hangt hier zomaar ineens, en ik zou niet weten van wie die is".
"... Ik ook niet, ik koop zelden damesjassen".
Deur dicht.
Raar verhaal. Ik rookte verder, en wilde een spelletje bubbles op mijn telefoon spelen, toen de deur weer openging.
"Ik weet het weer! Die heb ik ooit eens in de uitverkoop gekocht, weet je nog wel, toen ik die en dat en zus en zo ook kocht".
"...facepalm..."
Maar ondertussen wel eerst denken dat ik zo dom zou zijn om een minnares haar jas hier te laten hangen.









maandag 21 november 2016

Eten, Jente, en muzikale missers.

In de categorie keuken-gepruts:

Ik ben er absoluut goed in om ideetjes die ik in de keuken heb, totaal te laten mislukken. Tot zover niks nieuws. Verhalen over zwartgeblakerde biefstukken in overvloed. Vis die voor de tweede keer sterft in mijn pan, komt vaker voor dan me lief is, en ook bloemkool heb ik tot mijn schaamte al meermaals bruin-zwart zien worden.
Maar een bal gehakt, lukt me eigenlijk altijd wel. En altijd goed. En elke keer vind ik dan ook van mezelf dat ik mezelf overtroffen heb.
Zoals vandaag.
Men neme een halve kilo half om gehakt. Een eitje (deze keer geen ketjap, want Jente moest ook meesmullen) wat zout (weinig, want ik vind dat er al meer dan voldoende zout in het hedendaagse voer zit) en een beetje peper.
Een klein handje van dit mengsel apart, omdat ik Jente haar smaakpapillen niet nu al wil bederven met overdadige hoeveelheden knoflook, gember en uien.
Dan vervolgens een flink stuk gemberwortel afsnijden, schillen en gewoon door de knoflookpers heen douwen. (Komt er veel gembervocht mee? Prima! Lekker laten gaan. Geeft nog meer smaak af). 4 of 5 tenen knoflook volgen dat voorbeeld. Een uitje erdoor hakken, geeft ook weer een lekkere bite. Goed mengen. En met goed mengen, bedoel ik ook goed mengen. Zodat er niet allemaal lucht in de bal blijft zitten.
Dan pak je een plak kaas. Bij voorkeur jong, maar belegen of oud kan ook. Snij die in vieren, want voor 3 personen maak je 4 ballen. Gewoon omdat het kan.
Elke kwart plak, snij je weer verder tot je van alle kleine lapjes een mooi stapeltje kan maken.
Pak nu een gulle hand gehakt, en draai een balletje. Niet te mooi, want in het midden van die bal, prik je met je vinger een gaatje, waarin je een stapeltje kaas doet. Mooi dichtmaken en lekker draaien en rollen.
4 ballen klaar? In de boter ermee, dicht laten schroeien en dan op een gematigd pitje gaar laten worden.
En echt gematigd, want wat je niet wil, is dat de buitenkant zwart is, en dat aan de binnenkant de kaas nog niet eens aan smelten heeft gedacht.

Met snijbonen, en vastkokende aardappels in "wedges" (wat volgens mij gewoon een hip woord voor partjes is) gesneden, gekookt en gebakken, zet je in een mum van tijd een prima maaltijd op tafel.
Dit is overigens alleen waar, als je in de middag je ballen al maakt en bakt, want anders gaat het alsnog mis, en koken de snijbonen tot snot en zijn de aardappelen geschikt om een BBQ mee aan te maken en eindig je dus met een vrolijk aanbellende pizzakoerier.

Jente heeft het goed naar haar zin op het kinderdagverblijf. En inmiddels vind ik mijn weg er ook wel. Soms is het me niet helemaal duidelijk waar ik dat kind moet afleveren, maar soit. 
Waar ik mij soms wat ongemakkelijk bij voel, is dat dit kinderdagverblijf bestierd wordt door meisjes van volgens mij nog geen 20 jaar oud.
Ik kan me niet voorstellen dat er ook maar één exemplaar rondloopt die zelf al moeder is. Kom ik daar binnen geklost met mijn lompe persoonlijkheid en Jente onder mijn arm (of inmiddels klautert ze zelf manmoedig en opgewekt die trap op), staar ik in het gezicht van de leidster, die wel 20 jaar jonger lijkt. Heel soms bekruipt me de neiging om te vragen of ze hun eigen luier al verschoond hebben, zo jong zijn ze.
Maar goed, ze zullen het wel weten daar.
Wat ze er in elk geval niet weten, is dat een Boeddha beeld geen goede versiering voor een kdv is.
Jente liep er met Ilse langs, wees, en zei vrolijk:"papa". Nu weet ik wel dat Boeddha een godheid-achtige is, en dat het op zich egostrelend is, ware het niet dat Jente geen weet heeft van godheden en andere vormen van heiligen. Die ziet gewoon een zittende, dikke vent, en denkt" Dat lijkt op papa! Papaaaaa!"
En met die enthousiaste uiting van eerlijkheid kan ik het dan vervolgens doen... En haar dan toch liefhebben. Mooi ding...

Muzikale missers deeltje zoveel.

Vrijdag en zaterdag hadden we met de kapel concerten in Oosterbeek. Ter gelegenheid van de 70ste airborne wandeltocht.
Heel vet, heel leuk, want we hadden een aantal steengoeie solisten.
Een van die liedjes heet Remembrance. Omdat het een liedje is dat over een gevallen strijder gaat.
In dat liedje werd gezongen, en uiteraard begeleid. En ik moest opstijgen, naar het orgelbalkon, want versnipperd over dat liedje was het mijn taak om het signaal last post te spelen. Dwars overal doorheen. Maar wel op nauwgezette momenten.
Best een gaaf effect, als het goed gaat.
Omdat het licht er wel aanwezig was, (ik kon mijn noten goed lezen) maar niet overdadig, vroeg ik na de soundcheck aan de roadie of ik iets meer licht kon krijgen.
Dat heb ik geweten.
Want eenmaal opgesteld tijdens het concert, floepte er van onderaf een schijnwerper aan, die zodanig gepositioneerd was, dat hij tussen mij en de dirigent scheen. Ergo: ik had geen schijn van kans, en kon die hele dirigent (toch geen kleine man) gewoon niet zien. Eén keer proberen, leverde me gelijk duizend schitterende zonnen op in mijn twee ogen.
En omdat tellen op die afstand wel enigszins werkt, maar niet afdoende, was ik aangewezen op gehoor, en omdat je dan altijd achterloopt, op een sterk improvisatievermogen.
Zo van: Hier zou wel eens een inzet kunnen zitten.
Oh, dat klinkt toch wel raar. Misschien was het toch niet hier dat ik moest inzetten.
Nog eens proberen te kijken... Weer alleen maar oogverblindend (letterlijk) licht.
Hoppa! Hier dan maar... Jaaaaa, volgens mij zit ik goed....
Kortom: horror...

Over muzikale missers gesproken...
Het was 2005, en ik was nog redelijk blasé in mijn overtuigingen. Klassieke trompettisten moesten op een groot mondstuk spelen, want dat levert een mooi, groot en open geluid op. Het nadeel daaraan is natuurlijk dat je wat harder moet werken om dat ook lang vol te houden.
Met dat gedachtegoed in mijn hoofd, toog ik naar een inmiddels helaas ter ziele gegane onderneming: Brassimport. Brassimport, bestond uit 1 man, die allemaal bekende, maar vooral ook onbekende trompetmerken en aanverwante benodigdheden vanuit de diverse buitenlanden naar Nederland haalde. En deze man, Hans (een waanzinnig fijne vent). gaf mij een mondstuk ter probering.
En gelijk ging alles heel makkelijk. Aangezien ik geen flauw benul had van de maatvoering, maar het wél groot aanvoelde, was ik dik tevreden, en ik toog opgewekt, en toen nog 125 Euro armer naar huis. (Inmiddels zijn deze mondstukken 180 euro).
Na pak hem beet 2 jaar kwam ik wederom in Hans zijn toko, en kwam het gesprek op mondstukken. Waarop ik (nog steeds blasé) verkondigde dat ik als klassieke trompettist, het gek vond dat er mensen zo klein wilden spelen.
Hans glimlachte fijntjes, en vroeg me of ik wist waarmee deze maat overeenkomt. Nou, groot, toch?
Het fijne glimlachje werd een brede grijns, en Hans wist mij te vertellen dat ik op een medium grootte speel, al sinds jaar en dag. Daar stond ik even op mijn neus te kijken. Altijd gedacht dat...
Hoe dan ook, de jaren verstreken, en ik heb wat mondstukken geprobeerd. Voor letterlijk duizenden euro's gekocht en weer verkocht. Om toch weer terug te komen, bij mijn goede, oude, trouwe GR. (Gary Radkte, een Amerikaan die deze dingen maakt). Tot ik een paar maanden geleden met mijn lompe gedrag dat ding liet stuiteren.
Gelukkig was de rand niet beschadigd, maar de onderkant was niet helemaal meer rond. Of eigenlijk helemaal niet meer rond.
En voor optimale passing, is het verrekte fijn dat dat ding wél helemaal rond is, want anders krijg je dus dat zo'n mondstuk vanzelf uit je trompet dondert, op een moment en manier dat het je helemaal niet gelegen komt. Hoppa, dat gebeurde dus.
Ik heb 3 reparatiepogingen laten doen, maar ben helaas tot de conclusie gekomen dat mijn goede, oude mondstukje echt overleden is.
Gelukkig verwacht ik elk moment een pakketje binnen van een muziekwinkel die een vergelijkbare maat nog had liggen tegen een zeer gunstig prijsje.
Ik moet dus afscheid nemen van een mondstuk waar ik ruim 10 jaar van mijn leven op speelde, en naar terugkwam. Een mondstuk dat me (zonder alwetend te zijn, zonder opdringerig te zijn) werd aangeraden door iemand die kennis had van zaken, zonder me te willen gidsen.
Een mondstuk dat me door weer en wind (letterlijk) heen trok en het muziekmaken tot een makkie maakte.
Ik hoop dat zijn nieuwe broertje het net zo goed doet, en dat ik in de komende 10 jaar toch wat minder lomp zal zijn...








zondag 13 november 2016

Geduld, Shit.

Wat leek het een goed idee: verhuizen naar Almere.
En op zich: ik ben niet heel erg standplaats-gebonden, ik kan overal wel aarden (met uitzondering van Friesland, Limburg, en Noord-oost Groningen). Ik zeg vriendelijk hallo tegen de buurvrouw, en die doet dat ook tegen mij. En zo hou ik de vriendelijkheid een beetje in de straat.
En op zich: met alle voorzieningen bij de hand, is Almere een handige stad. En met veel groen om ons heen, kunnen we Jente ook iets leren over bomen en vogels.
Niet te vergeten natuurlijk opa en oma die het een waarlijk genoegen vinden om zo af en toe eens op de kleine spruit te passen.
Dat zijn alle voordelen wel zo'n beetje.


Er zijn natuurlijk ook nadelen. Zo moet ik telkens aan veel mensen uitleggen dat Almere heus niet zo erg is, als het lijkt.
Ik bedoel: Weert is erger. Of Voerendaal. Je zal maar in Vlaardingen wonen. Dan valt Almere best wel mee.
Maar goed, dat is meer wat irritatie over wat ik aan mensen moet uitleggen die Almere alleen maar kennen, gezien vanaf de A6. Wat ik uit moet leggen aan mensen die er nooit geweest zijn, maar er wel een mening over hebben.

Wat wél echter een nadeel is: Almere is een stad voor fietsers. En Almere is een 'anti-auto-stad'. Toegegeven: je mag er nog wel in met een wat oudere auto, maar daarmee houdt het ook wel op.
Voorbeeld: er zijn enorm veel fietsbanen aangelegd, die je als automobilist moet kruisen. En daar hebben fietsers dan voorrang. Prima. Op zich geen problemen mee. Jammer is dat die banen nauwelijks verlicht zijn, dus in het donker rij je een fietser zo van zijn fiets af. Want fietsers gebruiken volgens mij principieel geen verlichting. (Degenen die dat wél doen, zijn gewoon te dom om hun verlichting te slopen, denk ik).
Ander voorbeeld: in een straat van krap 400 meter lang, liggen 3 drempels, en nog eens 2 soort van verhoogde voetgangers oversteekplaatsen. En aan het begin en einde van de straat hebben ze iets heel bijzonders bedacht: de kruisingen zijn veel te krap voor een echte rotonde, dus planten we op die kruising een soort van paddestoel van ongelijke kinderkopjes, en die verhogen we, en maken we zo groot, dat je hem niet kan ronden zonder dat chauffeur en inzittenden zeeziek worden.
En terwijl je auto nog nadeint van die "rotonde" rij je al over de volgende drempel heen. Nou, zelfs mijn op ultiem comfort gebouwde sloep, krijgt het dan moeilijk. Laat staan dat je in zo'n stuiterbak van VW rijdt...
Dus wat autorijden betreft is Almere simpelweg een horror.

Een ander nadeel is dat ik inmiddels ontdekt heb dat wonen aan de rand van de randstad qua files een totale ramp is.
De A6 wordt vernieuwd. Dus die is vaak dicht. Daar gaat je rechtstreekse verbinding naar Amsterdam. En dus naar Schiphol, Leiden en Den Haag. Moet je dan omrijden, dan doet iedereen dat, en sta je in de file. Maar je staat ook in de file als de A6 niet dicht zit.
Nou weten mijn lezers vast wel dat ik heel veel goede eigenschappen heb, maar geduld hoort daar niet bij.
Gisteren was ik op weg naar Naaldwijk, en tot mijn aangename verrassing was de A6 gewoon open. Dus ik kon gewoon via Amsterdam naar Naaldwijk.
Hoewel... Mijn navigatie leidde me na de A6 al snel om, want er zou een file staan. Hulde voor google maps op mijn telefoon. Wat dan wel weer jammer is, dat ze het kwijtraakte, en me vervolgens alsnog uit pure onmacht dan maar weer achteraan liet aansluiten in de file, die ze me probeerde te laten vermijden. Het kreng.

Sowieso, aangekomen bij navigatie. Mijn auto is van voor het tijdperk dat navigatie standaard in de auto ingebouwd is. En dat scheelt, want nieuwe auto's worden massaal opengebroken, om het complete dashboard te jatten. Dat doen ze bij mij dus niet.
Maar sinds ik een nieuwe telefoon heb, wordt mijn geduld totaal op de proef gesteld. De door mij voor veel geld aangeschafte Garmin navigatie wil dus niet meer werken op mijn nieuwe telefoon.
Dat ligt aan de update van Garmin zelf, die allemaal verbeteringen zou bevatten. En dat klopt, want met deze verbeteringen, sluit Garmin zichzelf na 2 seconden af, en gebruik je dus je telefoon niet tijdens het rijden. Briljant gevonden van Garmin, maar helaas niet het beste idee van Nederland, zeg maar.
Mijn nieuwe telefoon en ik begonnen onze relatie slecht. Het begon er namelijk mee dat als ik willekeurige apps opende, ik daarna met geen mogelijkheid meer weg kon komen uit die apps. Home-knop gaf geen sjoege en de aan/uit-knop ook niet altijd. Gelukkig kwam dat fruitmerk met een update, en die leek dat probleem op te lossen.
Omdat ik een nieuwe telefoon voor absurd veel geld koop, wil ik ook een mooi stevig passend hoesje erom hebben. Dat kon niet online bij T-Mobile, maar de T-Mobile winkel bracht uitkomst. Een mooi safety-glaasje op mijn beeldscherm en een prachtig passend hoesje om mijn telefoon.
En toen begon mijn telefoon kuren te krijgen.
Vooral bij het gebruik maken van diverse navigatie apps besloot mijn telefoon te pas en te onpas om uit te vallen, of mij te vragen of ik echt wilde dat hij uitgeschakeld werd. Ook niet bijster handig om op een bochtige N-weg te moeten frutten aan dat ding.
En niet alleen bij het navigeren, ook op andere momenten viel dat ding uit alsof het software ontwikkeld was door iemand met teveel bier op.
Bellen met T-Mobile, leerde me dat het verstandig is om geen aankopen meer online te doen. Ze willen je best helpen met garantie en zo, maar dan ben je wel 2 weken je telefoon kwijt, en je abonnement moet je wel gewoon doorbetalen. Vond ik niet echt logisch. En ook niet klantvriendelijk, maar zo staat het blijkbaar in de 'wet kopen op afstand'...
KABOOOOOOOMMMMMM!
Het idee viel me letterlijk in als een bom. Die nieuw gekochte hoes, die vond ik behoorlijk strak zitten. Zou het soms...
Met best wel wat moeite die hoes eraf gekregen, en alle problemen verdwenen als sneeuw voor de zon.
Nou ja... Alle.... Nog steeds wat irritatie over het feit dat Garmin op deze manier vind dat updates goed werken.
Dus wie heeft er goeie tips over navigatie. Moet offline werken. Google maps vind ik niet prettig werken. Sygic heb ik geprobeerd, en de test versie, die je krijgt is waanzinnig uitgebreid, maar als je die niet koopt, en alleen de gratis versie pakt, is die nog kaler dan... Waze vond ik niet prettig werken, en kan geloof ik ook niet offline. 
Dus tips: welkom!!!

Ilse roept mij vaak vinnig tot de orde als ik mijn onvrede wat te bruusk uit. Dat ik toch maar aan mijn taalgebruik moet denken. En volledig terecht, want Jente komt nu in de fase dat ze ons uit volle borst na gaat praten.
En dat gaat eigenlijk erg goed. Inmiddels zijn het niet alleen maar losse woorden, maar ook al korte zinnetjes die haar mondje verlaten. En die wij uiteraard trots koerend begroeten.
Ik zorg er dan ook heus zoveel mogelijk voor dat ik het meest bloemrijke taalgebruik toch wel enigszins beperk.
Niet dat dat altijd lukt, want anders hoeft Ilse mij niet zo vaak tot de orde te roepen.
Maar gelukkig: Jente heeft nog niks van mij overgenomen.
Jente liet vandaag met een bijna boosaardige precisie een boek op Ilses teen vallen. Uiteraard per ongeluk. En trots was ik dat Ilse haar gevloek beperkt kon houden tot een gehijg en gesis van de pijn.
Maar op weg naar opa en oma, realiseerde Ilse zich dat ze wat vergeten was, en zei uit de grond van haar hart:"Shit, we zijn de foto's vergeten!".
Waarop er van de achterbank een even hartgrondige:"Shit!" van Jente volgde.
Ilse laat zich ook eens gaan, en meteen pikt Jente het op. Ergens vind ik die ironie om van te smullen.





zaterdag 5 november 2016

Zwarte Piet en Stemapparaat-Gate.

Thuis ben ik heel alleen. Eenzaam zelfs.
Ik sta namelijk nogal alleen als het gaat om Zwarte Piet. Die hoort bij Sinterklaas, en zeg nu zelf: roet-veeg-piet, dat klinkt toch niet?
Mijn hang naar tradities, is nu eenmaal een wezenlijk deel van mezelf, en ik ben dus ook tegen het zomaar veranderen van iets dat mooi is.
Mensen die zich daardoor aangevallen voelen: heel jammer, leer ermee leven. De keren dat ik voor rooie, vuurtoren, goudvis of bietenkop werd uitgemaakt, zijn niet meer op de handen van 16,5 miljoen mensen te tellen, en dat het hele jaar door, en niet alleen rond Sinterklaas. Ook discriminatie, ook pesterij. Lekker belangrijk, ben ik hard van geworden.
Dat mijn Sinterklaasfeest er één moet zijn, met de bijbehorende attributen en figuren, heeft voor mij totaal niks met racisme te maken. Totaal niks met slavernij of wat voor abjecte redenen de tegenstanders van Zwarte Piet ook wensen op te hoesten.

Maar goed, zoals gezegd: ik sta er alleen in, want Ilse is fervent tegenstander van Zwarte Piet. Dat wordt nog een uitdaging, en voor mijn geestesoog speelt de volgende scene zich af:

Jente is zichzelf helemaal blij aan het volproppen met marsepijn, pepernoten en chocoladeletters, terwijl ze ondertussen cadeautje na cadeautje uit de verpakking scheurt.
Ilse en ik zitten elkaar vinnig aan te staren, want ik zing alle liedjes waarin een Zwarte Piet voorkomt, terwijl Ilse er continu ROETVEEGPIET doorheen brult.
Jente probeert ons blij te laten zien hoe snel ze pakje nummer 54 openscheurde (ingepakt met ZWARTE PIETEN pakpapier) terwijl Ilse mij woedend aankijkt als ik Jente fijntjes wijs op die vrolijke, gezellige Zwarte Piet.
Ilse roept Jente bij zich om haar ROETVEEGPIET te leren uitspreken, terwijl papa al weken geleden erin geslaagd is om Jente Zwarte Piet te laten zeggen... En zo knagen Ilse en ik ons door dat heerlijke avondje heen.

In de discussies die nu inmiddels al het hele jaar door plaatsvinden, is echter al heel lang geen enkele ruimte meer voor over-en-weer begrip. De tegenstanders komen niet veel verder dan als blinde uilskuikens roepen dat voorstanders racisten zijn. En de voorstanders komen niet veel verder dan het ronddelen van domme plaatjes van domme sites. En daarmee geven ze de tegenstanders dan ook wel weer een beetje gelijk. Eigenlijk.
En aangezien argumenteren aan beide zijden niet echt tot de mogelijkheden lijkt te behoren, meng ik me maar niet meer in die discussie. Want zelfs als je een redelijk antwoord geeft, of een open vraag stelt, krijg je al snel te horen dat je een racist bent, zonder dat er werkelijk een open en prettige discussie mogelijk is. Laat maar dan.

Een van de wat meer prominente tegenstanders (ik ga haar naam niet noemen) vindt iedere blanke een racist, en zelfs als mensen vriendelijk goedemorgen tegen haar zeggen, dan is ze boos. Zij zou bij de SGP of de 50+ partij prima op haar plek zitten, want zij is boos. En net als de 50+ partij heeft zij boosheid tot kunst verheven.
Prima. Wees boos, maar val mij er vooral niet mee lastig.
Maar ze komt ook voortdurend in het nieuws met haar gejank. En haar boosheid. Ik probeer dan altijd weg te zappen. Beter negeren (ja, ik zeg negeren als in: doen alsof ze niet bestaat, voor ik straks een proces aan mijn broek krijg) dan reageren. 

Wat ik wel buitengewoon hilarisch vind, is dat de voorstanders van Zwarte Piet werkelijk álle opgeboerde uitspraken van deze jankjuffrouw delen, analyseren en nog eens delen, en nog eens quoten en nog eens herhalen.
KIJK NU EENS WAT ZE ZEGT!!!!11!1!one!11 HET LAND UIT MET DAT KRENG. We willen dat ze geen podium meer krijgt voor haar blarentrekkende verhalen.
En wat doen ze dus: ze delen alles wat deze jankjuf zegt... Dat vind ik hoogst komisch.
Negeer het mens dan gewoon. Als niemand er meer op reageert, houdt ze vanzelf haar smoel.
En onder het motto van: Negatieve aandacht is óók aandacht, zal deze jankjuf alleen nog maar meer gaan zwetsen, zwammen en janken. En zo houden voor- en tegenstanders elkaar lekker aan het werk...

In Limburg is een heusche rel ontstaan nadat een recensent zich verbaasde over het gebruik van stemapparaatjes tijdens een concours. En hij noemde dit: "Technische Doping".
Deze discussie bleef gelukkig wat meer open, hoewel de voorstanders van het gebruik van deze apparaatjes veelvuldig hun gevoel voor decorum verloren, en begonnen te mauwen dat er niet over gesproken moest worden. Het was "SBS-journalistiek", of "Sensatiezoekerij".

In het verleden werd er nog wel eens geklaagd over het feit dat rijke verenigingen die op concours gingen, vaak voor vele duizenden euro's aan beroepsmusici inhuurden. Hele secties uit niet nader te noemen professionele orkesten, verdienden op deze manier hun vakantie in een 8 sterren hotel bij elkaar. Deze rijke verenigingen zetten dat beroepspersoneel gewoon op de ledenlijst, en er moest verder maar niets over gezegd worden.
Deze praktijk bestaat tegenwoordig nog steeds.

De stunt om stemapparaatjes aan instrumenten te hangen, is een nieuwe. En zelf beroepstrompettist zijnde, vind ik het verbijsterend dat een dirigent (die ook conservatorium heeft gedaan, denk ik zomaar) dit steunt, en toelaat. Het zit je namelijk alleen maar in de weg. (Stemmen met apparaat kan nuttig zijn, maar tijdens een concert, moet je luisteren naar de muziek om je heen, en hoe jouw noten daar in moeten passen. Als je alles op een digitaal kastje gaat doen, ben je niet meer met het concert bezig, en ben je jezelf dus tegen aan het werken).  Deze mening wordt overigens en gelukkig door veel van mijn collega's gedeeld.
Echter, in één wel zeer bizar geval niet. En die wil ik er ter leering ende vermaeck wel even uitlichten.
Deze dame heeft net als ik een conservatorium diploma. Sterker nog: zij heeft verder geleerd, en heeft dus niet alleen haar bachelor, maar ook haar master diploma in de muziek.
Zij zei naar aanleiding van de recensie: nou, dan gaan we ook onze triggers maar niet meer gebruiken.
(Voor de leek: een trigger is een mechanisme om de valse noten die er nu eenmaal op een koperinstrument zitten, te corrigeren. Een koperinstrument is nu eenmaal een compromis).
Mijn wenkbrauwen, die toch al erg hoog op mijn voorhoofd stonden vanwege alle malle reacties, flikkerden nu bijna van mijn voorhoofd af van verbijstering.
Een beroepsmusicus met nota bene een masterdiploma (die heeft dus niet 4, maar 6 jaar op muziek in het algemeen en haar instrument in het bijzonder geleerd) die zoiets durft te roepen? Die zou wat mij betreft geen snabbel meer moeten krijgen, haar diploma's inleveren, of op zijn minst het schoolgeld van al die jaren terug moeten eisen. Die heeft werkelijk niks geleerd of begrepen over stemmen, intonatie, samenspelen en muziekmaken.

Even los van wat we daar met zijn allen van vinden: waar eindigt het gebruik van hulpmiddelen...
Het begon met inhuren van beroepsmusici, en nu zijn we dus bij het (m.i. nutteloze) gebruik van stemapparaten.
Ik denk dat de volgende stap in-ear metronooms zijn. Want luisteren naar je omgeving en je medemusici hoeft niet meer, vanwege het stemapparaat. En voor een vereniging financieel wel lekker, want met een stemapparaat en metronoom op instrument en lessenaar kun je de dirigent wel afschaffen.
Een andere opmerking die gemaakt werd: op zo'n concours, staan alle neuzen dezelfde kant op, en wil de vereniging pieken.
Juist. Dus als argeloze bezoeker van een normaal concert van je vereniging, krijg je een vereniging die niet per definitie wil pieken? Dan betaal je dus een kaartje voor een vereniging die niet met de neuzen dezelfde kant opstaan. Lijkt me toch een domper. Dat zal dan uiteraard wel niet zo zijn, maar het argument en sich slaat natuurlijk nergens op.





Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...