maandag 28 november 2011

Ik ben dus heel veel verhalen aan het schrijven. En ergerlijk gehinderd door een nauwelijks meer functionerende 'e' toets, probeer ik hilarische verhalen af te wisselen met eerlijke ervaringen. Ervaringen met de liefde, met kanker, met muziek, met mezelf.
Valt me nu pas op: de 'e' toets is een veelvuldig gebruikte toets. Een groot percentage van onze taal bestaat uit de 'e'.
En als je dan veel schrijft, of in dit geval dus: typt, dan moet je de 'e' vaak aanslaan.
Soms doet hij het meteen, maar zonet, tijdens het typen van het woordje meteen, liet deze klote-toets het weer afweten. Bij het woordje 'weer' ook, trouwens. En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Dus dat doe ik maar niet. Schrijven is lijden.
Blogs schrijven ook, trouwens.
Afgelopen zaterdag kreeg ik bezoek van een oude vriendin (ze is helemaal niet zo oud!) en haar vriend. Ik had lekker voor ze gekookt, en ook het toetje, keihard ingevroren sinaasappelen, die bij het serveren bijna op de vlucht sloegen, viel in goede aarde (bijna letterlijk dus). Heel gezellig zitten pimpelen. (Die wijn is goddelijk, ik heb gelukkig nog een fles staan) en kletsen, over mijn toekomstige verlof. Ik kan nu al bijna nergens anders meer aan denken. Nog 1 of 2 maanden, en dan heb ik een klein maandje verlof.
De plannen zijn legio, en er komt steeds meer duidelijkheid in.

Gisteren een afspraak met Syl. Daar zag ik huizenhoog tegen op. En het begin vond ik ook echt heel moeilijk. Gelukkig was ze zo intelligent om op een andere plaats af te spreken dan Tiel of Den Helder. Gewoon op een open plek. We zijn in een turks/arabisch restaurantje beland, om daar 'na' te praten. Toen ik haar voor het eerst zag, moest ik de neiging om te vluchten heel erg wegstampen. Maar gaandeweg ging het alsmaar beter, en goddank was dit zo'n gesprek waarbij geen emmers met modder noodzakelijk waren, en er hoefde niet met het mes op tafel gediscussieerd te worden. We hebben alles kunnen zeggen. Heel informeel, heel vriendschappelijk.
De spullen die nog hier liggen: ach, dat komt wel.
Ik heb haar na afloop naar haar kazerne gebracht. Wanneer we elkaar weer zien? Ach, ook dat komt wel.
Er is weer een stukje afgesloten, en ondanks het feit dat dat niet makkelijk is (geweest), heb ik er meer vrede mee gekregen.
Ze komt in mijn mapje: dierbare vrienden. En daar kan een mens er niet genoeg van hebben.

Terug naar kanker. Er zijn inmiddels 3 maanden voorbij. En mijn moeder leeft nog. Nou ja. Leven. Dat is misschien al te positief gesteld. Een douche voor haar is als een week lang sporten voor mij. Een fikse uitdaging.

En verder? Oh ja! Werken. Ik zou heel graag willen. Ik moet ook. Maar... Naja. Ook dat komt wel.
Eerst ook maar eens wat rust in de tent.

dinsdag 15 november 2011

Vluchtgedrag

Niemand ontkomt eraan in het leven. Ook ik niet. Soms maak je compleet verkeerde beslissingen, en wil je weglopen voor de consequenties. Omdat die net niet lekker lopen. Of omdat je dat niet had voorzien, of niet had willen voorzien. Of soms omdat het leven je dingen op je bord werpt, waar je gewoon niet meer overheen kan kijken.
Mijn moeder werd nu ruim een jaar geleden veroordeeld tot een lang en slepend ziekbed. Zo onmenselijk als het maar kan. Kanker. Kanker is een ziekte die vluchtgedrag heel erg stimuleert. Niemand wil kanker krijgen, en geloof me, niemand wil kanker in zijn directe omgeving.
Toen ik eraan begon, wist ik niet wat ik nu weet. Toen ik eraan begon, was ik vrijgezel. En totaal niet voorbereid op wat komen zou. Ik kan me herinneren dat ik in het begin eens in tranen uitbarstte bij een collega, "misschien gaat ze wel dood". Ik liep op een kazerne in Den Haag, in tenue, en de tranen biggelden langs mijn smoel.
Met lood in mijn schoenen, reed ik telkens op en neer naar Limburg. En telkens als ik er was, wilde ik er weer weg. Ik wilde niet in die kankerbende zijn. Ik wilde niet in het ziekenhuis zijn. De stilte, de pijn, de ellende, de mislukte infusen. Ik wilde niet zien hoe mijn moeder aftakelde van een zelfstandige vrouw, tot de restanten die er van zijn overgebleven, anno nu.
Maar, kon ik haar alleen laten? Nee, natuurlijk niet. Ik wilde WEG. Het voelde en voelt telkens als een onterechte straf, die ik toch moet ondergaan. Ja, maar voor mijn ma is het erger. Die gaat dood.

Haar huisarts, ik noem geen namen, maar ik vind niet dat hij een pluim verdient. Het schijnt normaal te zijn dat huisartsen hun patienten die in die toestand zitten, regelmatig bezoeken. Vaak wel 2 keer per week. De man kwam alleen om de griepprik te geven, en dat zelfs nog na het verzoek van mijn ma. Loopt dan te zaniken over de hoge werkdruk, en is weer weg. Verder komt hij nooit. Ook vluchtgedrag. Wellicht heeft hij maar 1 patient met kanker in zijn bestand, en hij is nog zo jong, dat dit waarschijnlijk zijn eerste is. Hij heeft zelfs nog nooit euthanasie gedaan. Zul je net zien; is dat nodig, komt hij met adrenaline in zijn spuit ipv het benodigde spul... Of zo.


Halverwege deze periode kreeg ik een relatie. Die kabbelde voort. Ondanks de verschillen. Als we eerst wat meer tijd hadden genomen om elkaar echt goed te leren kennen, waren we waarschijnlijk nooit verder gekomen dan vriendschap. Maar we wilden beiden meer. Wellicht voor mij ook goed. Maar het was ook een soort vlucht. Een vlucht in geluk. In liefde. Even wat afleiding van al die kanker. Die relatie hield, ondanks wederzijdse liefde, geen stand. Het ging uit. Wederom voelde het alsof ik iets verloor, zonder daar grip op te hebben, zonder er iets mee te kunnen doen. En ik vluchtte wederom. Ik vluchtte naar de sportschool.
Ho! Wacht! Maar dat is een positieve vlucht. Ik trap, ren, push- en sit mezelf up naar, verlossing van negatieve energie. Het verdriet is inmiddels minder rauw, minder tranen, minder ellendig. Maar nog steeds zeurend aanwezig.


Dan komt het verzoek van mijn moeder. Sinterklaas komt eraan. En het is 99% zeker de laatste keer dat we het kunnen vieren. Mijn hoofd staat er totaal niet naar. Ik kan me goed voorstellen dat mijn ma het wel wil vieren. Maar ik zit in mijn hoofd zo vol van allemaal dingen, die totaal niks met welke feestdagen dan ook te maken hebben, dat het vieren van Sinterklaas me totaal onzinnig lijkt. Totaal ongepast. Moet ik me daar overheen zetten? Ja, waarschijnlijk wel. Maar die berg, die is zo hoog. Dus ik probeer weer te vluchten. Dat kan niet. Want er moet uiteindelijk een antwoord komen. En ik denk dat ik spijt krijg, als ik het niet doe.

De angst ook om alleen te zijn met kerst. Ja, hallo, verman jezelf eens. Ze is nog niet dood. Nee. Ze is nog niet dood. Maar ik ben een doemdenker. En om dat van me af te zetten, vlucht ik weer.

Het gebrek aan ervaring met al deze dingen (Nou ja, ik heb wel vaker werkeloos thuis gezeten, en deze keer heb ik het financieel een stuk breder). (Nou ja, het is niet de eerste relatie die verbroken werd, en deze keer ging het er vriendschappelijk en liefdevol aan toe). ( Dus eigenlijk is het een combinatie van deze drie dingen waar ik geen ervaring mee heb) nekt me. En welke kant ik ook opga, welke afslag ik ook wil pakken. Er liggen hoe dan ook beren op de weg. Ik moet er doorheen. Dus vluchten kan ik niet. Moreel niet. Maar praktisch ook niet. Hoewel, ik vlucht regelmatig weg. Naar een droomwereld, waar ik Marnix ben. Waar ik niet te maken heb met kanker, liefdesverdriet en de wens om te werken. Waar alles goed is. Ik vlucht weg in mooie muziek. In kleine dingen als huishoudelijke zaken, het installeren van een gasstel. Maar ook in herinneringen.

Is dit een slappe mentaliteit? Zijn deze gedachten zwakheid? Ik durf daar geen oordeel aan vast te knopen. Ik weet wel dat ik niet echt vlucht. Ik doe mijn uiterste best om mijn hoofd boven water te houden. In eerste plaats voor mezelf. Maar ook voor mijn ma. Ook voor de mensen die me steunen. Dat ben ik ze verplicht. Maar mezelf vooral.

En ik weet, dat als dit allemaal achter de rug is, ik ooit zal kunnen zeggen: ik heb dit gecheft. Ik heb dit kunnen mannen. Dus soms neem ik al een voorproefje op die som. En ben ik al een heel klein beetje trots.

zondag 13 november 2011

Klein leed

In de categorie klein leed.

Nachtmerries. Over seks met een vrouw waar ik bij bewustzijn al geen band mee zou willen hebben. Het was een zeer realistische droom, dus ik zal de details besparen. Maar ik werd wakker met het gevoel dat ik als de sodemieter moest vluchten. Wat ik dus ook meteen deed, en compleet verwilderd in mijn kamer rondkeek waar ze was. Struikelend over mijn schoenen, besefte ik dat ik 1) een nachtmerrie had en 2) mijn schoenen niet meer lukraak door de kamer dien te slingeren voor ik in bed stap. Je zal maar een nachtmerrie krijgen...

Een spastische (?) nou ja, in elk geval gehandicapte man, die in het donker op zijn scootmobiel niet in de gaten had, dat hij met zijn scootmobiel nooit door de wegopbreking zou kunnen komen. De straat was opgebroken, en deels afgezet. De klinkers (jaja, in Tiel kent men nog straten die van klinkers (van die rode baksteen achtige stenen, ik weet de naam even niet) lagen lukraak op plekken die de doorsteek voor iemand die niet ter been is, gewoon onmogelijk maakte. Heldhaftig als de man was, deed hij dit toch, en reed zichzelf dus vast. Geen beweging meer in te krijgen. Temeer daar hij dus in een zanderig gat reed. Omdat ik het wat lomp vind om dan stug door te lopen, alsof er niks aan de hand was, ging me wat ver, dus samen met mijn bezoek, de man weer aan het rollen gebracht. Te-ee-ring, wat zijn die scootmobielen zwaar zeg. Het is dat ik al spierpijn had, anders was ik waarschijnlijk opgenomen vanwege een verrekte rugspier of zo. Gelukkig hoefden we het niet alleen te klaren. Een turks of marokkaans gezin schoot ook te hulp.

Ik eet sinds een week of wat enorm veel appels. Jona Gold. Lekker friszuur en stevig. Er was een week, dat ik leefde op appels, koffie, brood en soep. Mijn maag hield niks binnen. Omdat ik voel dat de winter er aan komt, neem ik vaak van die vitamine pillen in. Om eventuele tekorten aan te vullen. Ik wil niet ziek worden. Welnu, de periode van die pillen is weer aangebroken, en nu valt me pas echt op, hoe smerig dat die dingen smaken. Je moet ze met water innemen, en aldus leg je ze op je tong, en dat is exact het punt waar het misgaat. Die dingen smaken naar iets dat net even te lang dood achter de koelkast lag. Er zijn ook bruistabletten in de handel, die dan smaken naar sinaasappel. Nou weet ik niet of de fabrikanten hun eigen pillen wel eens proeven, maar bij dat soort bruispillen heb ik altijd het idee dat die mensen nog nooit een echte sinaasappel ophebben.
Dus je moet bij aanschaf kiezen tussen, chemische sinaasappelsmaak, of muizenlijken smaak. Soms lukt het me om die pillen zonder kokhalzen met water weg te spoelen. Soms lukt dat niet, en is de lijdensweg langer, want dan gaat die pil door het water in je mond ronddrijven. Meer appels? Ja, goed plan.

Ook in de categorie klein leed: crematie muziek uitzoeken. Iets met harpen, gitaren en trompetten. Het mogen geen gebrande cd's zijn, want als de nazi's van de buma daar achter komen, wordt je opgeknoopt, gevierendeeld en vermoord. Of je krijgt een boete van een paar duizend euro. 
Nu ben ik de laatste tijd erg weinig bezig geweest met CD's dus ik moet nog even de kast induiken op zoek naar wat mooie trompet-cd's. (Ja, gitaar en harp muziek, heb ik principieel niet in mijn kast staan. Trompet daarentegen weer wel). De eerste cd was die met bugler's holiday erop. Misschien niet de meest geschikte voor een crematie. Hoewel... De volgende cd is er een met allemaal moderne werken erop. Geen piepkrak modern, maar... Weet je, ik kap er ook weer mee. Mijn hoofd staat er ook gewoon niet naar. Het komt goed.

donderdag 10 november 2011

Kerkklokken, donkere weggetjes en bijnabotsingen

Gisteren was wel een aardige dag weer. Allemaal kleine rommeldingetjes gedaan. Zoals naar de juwelier. Het slotje van mijn armbandje is stuk en dat moest gerepareerd worden. Omdat ik Tiel niet echt ken, kostte het me een half uur lopen (jaja, buiten de sportschool om, dus!!) om bij een juwelier te komen.
Denkende dat de schuifdeuren zich automatisch voor me openden, stevende ik af op het binnenste van de winkel. Toen ik met mijn neus de deur net niet raakte, besefte ik dat er een veiligheid was in gebouwd. Die deuren gingen dus niet meteen open. Nou ja, gelukkig stond ik op tijd stil (wat niet gezegd kon worden van mijn aanvaring met Thomas tijdens de laatste medaille uitreiking, want toen lette ik niet op, en liep zomaar tegen hem aan), en kon ik, nadat de eigenaar de deur opende, mijn groots geplande entree maken.
Het vervangen van het veertje in het slotje, is niet zo denderend duur, dus opgelucht wilde ik het pand verlaten, tot ik besefte dat ik niet wist waar ik ergens was. Ik had maar een beetje lopen dwalen door het dorp om die toko te vinden, dus nadat ik het adres had opgeschreven, kon ik weer gaan.

Het gaat slecht hier in Tiel. Regelmatig hoor ik een priester of pastoor aan de kerkklokken rammelen. Dat gaat dan vaak een half uur achter elkaar door. Eerst was ik er stellig van overtuigd dat het om een ludieke actie ging, om mensen meer naar de kerk te krijgen. Maar ik kwam er achter dat er telkens als die klokken geluid worden, er iemand begraven wordt. Dus best vaak, in de afgelopen weken. En mekkerend hierover, besef ik me eens te meer dat ik gewoon lekker aan het werk moet.

Toen ineens, een gesprek met Syl. Een heel fijn gesprek met Syl. Een waar ik heel erg van opknapte. Voor even? Maar het was goed haar even gesproken te hebben. De eerste ex met wie ik niet meteen hele nasty gesprekken voer, waarbij modder niet genoeg op voorraad is, maar gewoon een open en eerlijk gesprek.
Ze vroeg: "kan ik dan helemaal niks fout doen bij jou?" Nee, dat kan ze niet.

Gisteraaf even bij Willy en Vincent langs geweest. Willy is een oud-collega van de Kmar, en een vreselijk tof wijf. Even er gewoon gezellig uit zijn. En gezellig was het best wel. Tot ik naar huis moest rijden. Binnendoor. God, wat was ik blij dat ik geen bier op had. Want die weg was zo vreselijk donker en slingerig, dat ik zonder alcohol ook wel van de weg had kunnen raken.

Vanmorgen maar even naar de kapel geweest. Ik moet toch werken, zo af en toe. Bij mijn auto aangekomen, bleek dat een of andere hansworst zijn busje zo vlak voor die van mij had gezet, dat ik er niet met goed fatsoen uit kon. Dat wil zeggen, in eerste instantie dacht ik dat ik achteruit er wel uit kon. Maar achteruit bleek een minuscule drempel te zijn, die eindigde in een verlaagd soort mini perkje, waar ooit een boom stond. Nu lag er alleen nog modder. En in die modder, kwam ik dus klem te zitten. Mijn auto belandde met de onderkant op de drempel, en was niet meer voor of achteruit te bewegen. Daar stond ik dan. Goddank hoefde ik niet lang te wachten. Een vriendelijke jongeman, met een auto, was bereid om mij er even uit te trekken. (Goddank ooit voor Syl's autootje een sleepkabel gekocht. Kwam dat ding ook nog eens van pas. Had alleen nooit kunnen dromen dat het voor mezelf was...

Vanaaf komt Tirza. Ook alweer zo'n vriendin van jaren. Wordt vast gezellig.
Morgen sportschool en lesgeven. Yeah. T wordt wat met me.

dinsdag 8 november 2011

Een weekend en verder...

Zo.
Dit is poging 3 van vandaag om een blog te schrijven. Enerzijds blijf ik vinden dat ik niet alleen maar zwartgallige dingen op moet schrijven, anderzijds: wederom, waarom niet? Van me afschrijven is goed.
Maar goed. Op naar afgelopen weekend. Ik was naar Limburg afgereisd. Daar veel gesproken over de dingen. Over Syl, over de naderende dood van mijn ma, over mijn zoektocht naar werk. Over de dood. Geen leuke onderwerpen, maar bespreken moesten we ze toch.
En natuurlijk kwamen we uit bij mijn huwelijk. Neenee, ik ga niet trouwen. Ten minste, voor zover ik nu kan overzien, heeft mijn toekomstige bruid zich nog niet aangediend, dus van trouwen is voorlopig geen sprake. Maar wel dat er dan vast iemand is, die totaal niet kan zingen, en dat dan toch gaat doen. Dat gaf enige aanleiding tot wat grijnzen. En grijnzen gaat me heel moeilijk af de laatste tijd. Overigens: wie dat is, die persoon die totaal niet kan zingen, laat ik even in het midden. Maar als ze deze blog leest, zal ze vast een glimlach van herkenning niet kunnen voorkomen.

Gesprekken die over de dood gaan, zijn soms erg bizar. Dan zie je een terminaliteitsverklaring. En die staat op 3 maanden. Tja, die zijn nodig, voor bijvoorbeeld opnames in een hospice. Maar daaronder staat dan dat die verklaring 100 jaar geldig is. Ik herhaal: 100 jaar geldig. Ik snap de reden dat er een geldigheid aan wordt verleend. Het kost stukken van mensen, om telkens zo'n verklaring te maken. Artsen-uren zijn niet bepaald goedkoop. Maar het cynisme dat er onbedoeld achter zit, is natuurlijk te mooi om waar te zijn. Je sterft binnen 3 maanden, maar daar krijg je 100 jaar de tijd voor.
Maar verder, ik vraag me steeds vaker af, hoe ik het toch voor elkaar ga krijgen om deze hele periode ongeschonden te doorstaan.

Dan is daar de sportschool. Anderhalf uur lang krachttraining, conditietraining, en cardio. Inmiddels ben ik wel aan wat spierpijn toe. Maar dat is goed. Dat is prettig. Deze keer maakte ik niet de fout om te zeggen dat ik iets wel redelijk kan. Ik ga er telkens met open vizier heen. Ik moet er mijn conditie verbeteren. En ik probeer er heel wat op te steken. Maar ik moet toch telkens wel mezelf opzij zetten. Want voor iemand als ik is het geen gewoonte om op een sportschool rond te rennen. Hoewel het dat natuurlijk wel wordt.

Toen ik thuis kwam van Limburg, trof ik the Goonies en American Pie the wedding aan, liggend op de grond, in plaats van staand in de kast. En ook mijn theorie boeken voor mijn D rijbewijs lagen buiten de kast. Ik geloof dat Claus zich verveelde, een boek ging lezen, maar toch maar besloot om American Pie te gaan kijken.
Waarom ik die DVD's in de kast heb staan? Don't even ask...

vrijdag 4 november 2011

Van alles veel. En daar een beetje van.

Van alles veel, en daar een beetje van. Toen ik ooit, een jaar of anderhalf geleden begon met bloggen, verzon ik deze titel, omdat ik geen betere wist. Profetisch genoeg lijkt me zo. Van alles veel. Veel emoties. Heel veel emoties. Heel veel stress. Heel veel hooi op mijn vork. Maar ook heel veel mooie momenten gehad, in die anderhalf jaar van bloggen.Die mooie momenten vergeet ik zeer zeker niet. Dat zou iedereen om me heen, maar ook mezelf tekort doen.  En daar een beetje van. Tja, verzin dat zelf maar.

Waarom zou ik blogs schrijven? Er tegen pleit natuurlijk dat dit niet de blogs zijn, die ik normaal gesproken schrijf. Ze zijn doordrenkt met verdriet, gemis, afscheid nemen. En dat zijn vaak niet de dingen die mensen lezen willen.
Of juist wel. Maar Louis vond dat 'ik' er in zat. Een Marnix die vaak voor de buitenwereld niet echt zichtbaar is. Net zoals toen ik eens een hele mooie trompetsolo speelde. En mensen helemaal verbaasd waren. Vaak horen ze alleen maar lompe dingen. Maar toen ineens een hele mooie ingetogen solo. Ze wisten niet dat ik het in me had. Ikzelf ook niet, trouwens.
Ook fijn dat er veel collega's zijn die niet eens lang praten, maar gewoon even hun hand op je schouder leggen, of heel even zeggen, dat ik maar langs moet komen, als ik even weg wil. Dat is ook goud waard. Want het maakt zo duidelijk dat ik er niet alleen voorsta. Tuurlijk, het verdriet, en het stervensproces, en alles eromheen, ik moet het zelf doen. Zonder Syl aan mijn zijde maar een zeer beperkt genoegen. Ow, wacht, het was sowieso al geen genoegen... Maar vrienden en collega's ze zijn er. En ze zijn er voor mij. Dat maakt van mij een rijk mens. Hoewel de financiele situatie op dit moment wel een impuls kan gebruiken. Ik WIL werken, ik WIL NIET thuiszitten... Maar goed, op naar gisteren...

Gisteren was een raar soort dag. Volop afleiding. Volop even niet denken aan verdriet. Even weg. Dat begon in Wageningen, alwaar ik een gesprek had. Een sollicitatie gesprek voor op de bus. Maar helaas; dat werd niks. In verband met bezuinigingen konden ze mij helaas toch niet gebruiken. Ok. Toen naar Den Haag. Eerst even een bakkie pleur (naja bitter lemon gedronken) en gezellig bijkletsen.
Toen was het tijd voor een medaille uitreiking. Een medaille voor verdiensten tijdens uitzendingen voor politiemensen en Marechaussee mensen.
Het was natuurlijk voor die mensen een best wel indrukwekkend moment. Een stukje erkenning voor wat ze deden. Waarschijnlijk onder de indruk van al die praal in de kerk, stortte er al een vlak na het begin van de toespraak in. Die toespraak werd eerst gehouden door Ivo Opstelten. De minister van Justitie. Die man klinkt echt serieus als Sinterklaas, dus toen hij begon (en ik kon hem van daar niet zien) kreeg ik visualisaties van een Sinterklaas, die aan alle gedecoreerden zou vragen of ze wel zoet waren geweest tijdens hun uitzending, of dat hij beter Piet met de roe langs kon sturen.
En natuurlijk mochten de kindertjes onder de 16 ook een medaille in ontvangst nemen. Want zij hadden het toch een x-aantal maanden zonder pa of ma moeten stellen. Een van die kindertjes (een net-niet-meer baby) kon al kruipende tussen al die hoge mensenbenen de weg niet meer terug vinden, dus hier lag een mooi pr-momentje voor meneer Opstelten. Want de fotograaf stond al op de loer...

 Toen ik gistermorgen in alle godsverlaten vroegte beneden kwam, werd ik zoals gebruikelijk door Claus tegemoed gekwekt. Hij vond het wel leuk. Hoe eerder ik beneden ben, hoe eerder hij zijn voer krijgt. En een aai. En wat aandacht. En omdat hij nu een weekje niet meer kotst, ben ik wel nog steeds erg gespitst op geluiden die een vorstelijke kotspartij aankondigen. En gister morgen was het dan zover. DACHT ik. Ik hoorde vieze geluiden vanaf de bank, en als ik iets niet wil, is het kots op de bank. Kattenharen zijn tot daar aan toe, maar kattenkots, gaat me dan weer een straat te ver. Dus ik vloog overeind, uit mijn burostoel, race naar de bank, al roepend dat hij er als de sodemieter afmoet, en niet moet kotsen op de bank. Verontwaardigd mauwend, sprong hij weg. Er was niks aan de hand... Tja, en zie een beledigde kater maar eens uit te leggen wat je bedoelt.

En vandaag, speciaal voor Gerben: als je melk drinkt uit een pak, moet je wel zorgen dat je je pak aan je mond hebt, voor je het kantelt. Anders giet je het ernaast. En witte melk op een blauw tenue. Tja. Ach. Ze zullen vast wel slabbetjes hebben, voor de onhandige recruut...

Op naar het weekend. Even naar Limburg. En op naar morgen. De toekomst. Want die ligt, heb ik besloten, niet in Tiel, niet in dit huis. Maar elders. Maar dat is de toekomst. En daar een beetje van....

woensdag 2 november 2011

update, dcp, en verder?

Het gaat nog steeds niet denderend. Ik sta in regelmatig contact met vrienden, Mieke, Sarah, Sara, Gerben, Lotte, Wilbert en Matthijs. Bij hun kan ik mijn verhaal kwijt, en zij zijn niet de enigen, maar wel de genen die er het eerste bij waren. En er zijn. Het is jammer dat ik nog niet genoeg verdien om hun gewicht in goud te kopen...

Volgens de maatschappelijk werker met wie ik al eerder in contact stond, leek ik niet depressief. Nou, dat is in elk geval al wat. Nee, maar verdriet en depressie zijn twee hele verschillende dingen. Ik ben wel moe, en mijn draagvlak is door het wegvallen van mijn liefde, toch wel drastisch beperkt geraakt. Ik noem dit specifiek liefde. En niet op de persoon. Want wat daar uit verder groeit, of niet, is nog een vraagteken. En die laat ik open.
De man vond het goed als ik eens wat gesprekken met een therapeut zou gaan houden. Enerzijds om de angst voor de toekomst, te handelen, anderzijds om het verdriet te beteugelen. Hoewel dat nu al een heeeeeeeeeeeeeeel, heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel klein beetje beter gaat. Maar dan ook echt maar een heel klein beetje. Nauwelijks waarneembaar. Maar toch.

Maar toch, ben ik vandaag naar de sportschool gegaan. Zoals ik mezelf beloofd had. Omdat ze pas om 900 uur open waren, kon ik van te voren nog even naar de Appie schieten. Want ik vermoedde dat ik afgebeuld zou worden, en na afloop van het sporten geen fut meer zou hebben in tochtje naar de Appie. Het afknijpen viel wel mee. Cardiofitness. Ik moest op een bepaalde hartslag lopen, en met een bepaalde hartslag een aantal dingen, zoals toeren per minuut, of meters lopen. Dat ging vrij aardig. Ik ben geen moment buiten adem geraakt, of geen moment dat ik dacht: "ik stop ermee". Na een uur lang op die apparaten moest ik maar eens even wat sit-ups gaan doen. 60. 3 x 20. Dat was bijna letterlijk appeltje-eitje. Dus dat aan de instructeur gezegd, dat dát voor mij niet zo'n groot probleem is. Nou, dan wist hij nog wel wat. Met mijn voeten in een beugel, van de grond af, in de voorligsteun, en gaan. Godver, ik was af. Dat was het punt dat ik echt even niet meer kon. Naja van 915 tot 1130 toch bezig geweest. Dus maandag verder. Het moet toch.
DCP here I come.
En eerlijk gezegd, ik ben wel moe, maar niet al te. Ik was alleen met mijn suffe hersens vergeten dat ik ook douchespullen mee moest nemen. Dat is een lesje voor de volgende keer. Intake geregeld en klaar.
Vrijdag zou ik spierpijn krijgen. Dus dat wordt een interessante dag. Medaille uitreiking, lesgeven, me voorbereiden op de nieuwe busroutes die ik moet gaan leren. Met zeurende spieren. Die maandag alweer aan de bak moeten, want maandag om 0900 uur sta ik weer in de sportschool. Voor ik naar de huisarts moet. Voor een doorverwijzing voor de therapeut.

Dus met een beetje goeie wil, heb ik morgen nog geen spierpijn, en kan ik zonder kraken, en steunen mijn sollicitatie in Wageningen afhandelen. En dan wellicht volgende week beginnen met routeverkenning, en me weer eens nuttig maken voor de maatschappij. Klinkt allemaal heel stoer. Het moet nog even zo gaan voelen.

Hoera, joechei, driewerf hieperdepiep

Hoera, joechei, driewerf hieperdepiep en meer van zulke exclamaties. Het riool heeft het gehouden. Sterker nog: de problemen bij de gemeent...