zaterdag 31 augustus 2019

Over flexibiliteit gesproken.

Een goede vriend zei me eens, nog niet zo heel lang geleden,:" Marnix, jij bent zo flexibel als een eikenhouten deur. Dat vind ik ook zo mooi aan je".
Oke... Dank voor dit wat dubieuze compliment, denk ik.
Ik moet toegeven: hij heeft ergens wel gelijk. Als ik vind dat ik in mijn recht sta, en dat recht wordt aangetast, of grenzen worden bij mij overschreden, dan gaan mijn hakken heel erg diep in het zand, mijn kont gaat tegen de krib, en meer van zulks. Daar waar ik mij toch wel een beetje laat voorstaan op mijn flexibiliteit, is dat het eerste dat het onderspit delft als ik voor mezelf moet opkomen.
Het zou dus eerlijker zijn om te stellen dat ik onbehoorlijk flexibel ben, maar dat als de grens bereikt is, er in mij geen greintje elasticiteit meer te vinden is.

En als ik vermoeid thuiskom van een lange werkdag vol bijzondere affaires. Dan is mijn flexibiliteit ook niet helemaal meer wat het zou kunnen zijn.
Zoals net, toen we Jente naar bed brachten. Ik had madammekes tanden gepoetst, en haar pyamaatje aan getrokken. En Ilse tilde ons wurm eventjes op voor een knuffel. In die beweging gaf ze me met haar elleboog een fikse dreun op mijn kop. Vraag me niet waarom en hoe, maar ik was eventjes niet flexibel genoeg, en ik voelde niet alleen die elleboog tegen mijn schedel aan hengsten, het directe gevolg was dat mijn tanden ook al onzacht met elkaar in aanraking kwamen. Normaliter zou ik, net als u, in de lach schieten maar nogmaals: het was een lange, avontuurlijke dag, dus ik was even minder meegaand dan andere dagen.
En het was een avontuurlijke dag. Dat begon er mee dat het uitzonderlijk druk was vanochtend. Ik heb weinig momenten rust gehad, behalve toen ik smeekte om een Whiskey-Cola. Dat werd met gegniffel aanvaard. Dat had moeten zijn Whiskey-Charley, en dat betekent dat je even een sanitaire stop moet maken.
Waar de blaas van vol is, zullen we maar zeggen...

Ik ben bijzonder gezagsgetrouw. Ik leef over het algemeen de letter van de (mij bekende) wetten na. Daarom krijg ik ook alleen maar verkeersboetes, en dan hoofdzakelijk snelheidsboetes. En niet eens heel erge boetes. Dus zie: ik ben heus flexibel.
Waar bij mij dan wel de hakken van in het zand gaan: Er is een dame regelmatig op radio en tv. Die mag bij Q-Music kakelen en bij RTL Boulevard op tv reutelen. Laten we haar voor het gemak maar gewoon even Marieke Elsinga noemen.
Zij zat heel casual en nonchalant, bijna trots te kakelen op de radio dat ze recent nog wat gestolen had. Jawel: een bierglas. Ik ging er vanuit dat er nog wel iets zou volgen dat het een grap was. Ten slotte, ben je radio DJ, en dus moet je volgens mij niet casual en nonchalant trots gaan lopen roeptoeteren dat je een bierglas hebt gejat. Maar er volgde niet dat het een grap was. Er volgde wel een heel omstandige uitleg over waarom ze moest jatten. Het was warm in Baskenland. Het biertje smaakte goed, en het glas was heel bijzonder. Dus vond ze het een goed idee om samen met haar vriendin weg te lopen, met dat glas.
Nu weet ik toevallig dat haar kompaan Mattie Valk, heel erg veel verdient bij Q-Music, en schat ik in dat mevrouwtje Elsinga ook met een redelijk (boven?) modaal salaris naar huis gaat. En als het al niet bovenmodaal is, vult ze dat aan met meer kansloos geblaat bij RTL. Dat ze dan het lef heeft om een bierglas van een hardwerkende ondernemer te jatten, is simpelweg walgelijk. Kansloos reutelen kan deze juffrouw wel, dus het had voor haar geen enkel probleem moeten zijn om dat bierglas voor een beetje fooi te kopen.
Maar om dan met haar salaris te gaan jatten? En er dan quasi trots over te pochen op de radio? Dan heb je volgens mij alle afslagen van fatsoen gemist. Stel je voor, ik zou haar auto jatten. Dan zou de wereld te klein zijn voor teefje Elsinga. Past dan wel weer goed bij Mattie(naaier) Valk die zijn vorige kompaan Wietze de Jager op een onfrisse, wansmakelijke manier weg wist te werken bij Q.
Ik ben daarin zo flexibel als de eerder genoemde eikenhouten deur, dus exit Q-Music in de ochtend. Op naar Slam.

Toch ben ik best flexibel.
De parkeerplekken op Schiphol voor de medewerkers zijn niet bijzonder breed. In tegendeel. Dan heb je 3 soorten mensen.
1) De soort die zijn auto midden in zo'n vak zet. No harm done.
2) De soort die met een monsterlijk grote wagen komen, die gewoon niet in zo'n vak past.
3) De soort die zijn auto gewoon tegen of over de lijn aanzet, en het aan een ander overlaat om zijn of haar auto ernaast te krijgen. Of niet. Of maar moet zien hoe hij/zij überhaupt in zijn auto komt.

Vandaag had ik de pech dat zowel links als rechts soort nummer 3 was komen te staan. Uiteraard controleer ik dan eerst of ik schade heb opgelopen van dit soort minder sociaal acceptabele wezens, want in dat geval maak ik foto's. (Tot op heden is me dit, met meer geluk dan wijsheid bespaard gebleven).
Ik was eigenlijk al moe. En dus begon ik blijk te geven van weinig flexibiliteit. Vooral verbaal. Want om nu tegen een auto te trappen, gaat me dan toch wat ver, zeker in die hitte. Maar een paar forse krachttermen aan de diverse adressen van onverlaten, vond ik wel kunnen.
Maar alsof de bliksem insloeg, kreeg ik een waanzinnig idee: mijn achterklep kan open. Jawel... Die was gerepareerd, en daar heb ik toch wel heel de vakantie veel gemak van gehad.
Dus ik, met mijn volronde, romige lichaam via mijn achterklep naar binnen. De banken los, over de bank heen gekropen en achter mijn stuur weten te komen.
Ik was wel echt godsonmogelijk blij met de privacy shades aan de achterruiten, want ik schaam me wel heel diep voor de potsierlijkheid waarmee mijn geklauter gepaard moet zijn gegaan, maar mooi dat ik zonder mijn deuren te kunnen gebruiken, én zonder ellende te veroorzaken aan mijn auto, achter mijn stuur wist te geraken. Hatseee hoezo niet flexibel? Dat ik het laatste restje vocht verloor aan nodeloze zweterij, is volslagen bijzaak. Ik zou het als aap helemaal niet gek doen.

Dit geschreven hebbende begint mijn weekend, zij het slechts voor 1 dag, want ik was zo flexibel dat ik best een commando-overdracht kon doen voor de allerhoogste generaal van de KMar, en dat op een doordeweekse maandag. Zie, het valt eigenlijk best mee met mij.
Ik wens de rest van de mensheid een prettig weekend toe. 





zaterdag 24 augustus 2019

Een goed idee, en een machteloze ridder.

In de categorie 'goed idee, doen we helemaal niks mee', het volgende.
Zoals wellicht bekend, ik ben een bescheiden verzamelaar van miniaturen. Uiteraard van het illustere merk dat ik niet hoef te noemen. (Overigens ken ik leden van mijn gezin die zouden vinden dat mijn kwalificatie 'bescheiden' zeer ten onrechte is, zij zou het kwalificeren als 'intens verwoed').
En inmiddels zijn er dus 2 vitrines toch best behoorlijk vol gestroomd met prachtige, bijzondere, zeldzame modelletjes. Dat betekent dus niet dat mijn verzamelen stopt. In tegendeel zelfs: er komt steeds meer bij. En steeds vaker kom ik tot de conclusie dat ik een vitrinekast erbij moet zien te krijgen.
Mijn eerste idee was (en dat is dus het idee dat best goed is, maar waar we dus uiteindelijk niks mee doen) om mijn grote aquariumbak (die leeg is, omdat de zwemmende/drijvende/onder water kruipende have is onder gebracht bij mensen die wél in staat zijn tot het deugdelijk onderhouden van een dergelijk veeleisende hobby) om te bouwen tot parkeergarage-diorama. Dit had als voordeel dat de modelletjes stofvrij getoond kunnen worden, en ik dus niet met een zacht stoffertje elk modelletje apart moet ontstoffen, bang voor beschadigingen.
Dus begon ik precies verkeerd om: ik begon te bedenken wat ik allemaal nodig zou hebben om van een lege aquariumbak een parkeergarage te maken. Cardboard, hout, ledstrips, verf. Een zaag, een paar kwasten en eindeloos geduld.
Je zou zeggen dat het op dat laatste zou stranden, want voorzien van eindeloos geduld, ben ik niet.
Toen ik eenmaal in mijn hoofd had hoe het worden zou, vroeg ik mijn betere helft om input, want er waren toch wel wat technische zaken die ik even wilde bespreken.
Toen we daarover uit "gespard" waren, verkondigde ik blij en optimistisch dat die dan mooi zou kunnen prijken op de kast, op de plek waar het aquarium eerder al stond.
Ilses vriendelijke, meedenk-gezicht, betrok ogenblikkelijk.
Met een voorzichtig glimlachje en een vragend "niet, dan?" probeerde ik haar nog blij te maken met deze voorgenomen nieuwe aanwinst, maar zag vrij duidelijk dat ze dat zo niet echt voor zich zag.
Uiteindelijk stapte ik de tuin in voor een saffie, en bekeek het lijdende ombouw-voorwerp, en kwam al gelijk tot de conclusie dat ik op zich wel goed had geredeneerd, maar dat dat aquarium toch écht veel te klein was voor de schaal waarin ik wenste te gaan bouwen. Detail....
Zat ik daar even met mijn mond vol tanden (en een sigaret).
Heel lang duurde de beteutering niet.
Wij hebben namelijk in onze woonkamer, onder de trap een trappenkast. Een trappenkast waarin we alle zooi bewaren die we wel vaak nodig hebben, maar niet noodzakelijkerwijs in het zicht willen hebben liggen.
Nu ligt die zooi vaak wel in het zicht omdat die kast wordt afgesloten met een soortement van harmonica-deur, die er door de vorige bewoner op nogal onsympathieke manier in is gerost. En daar nog steeds de sporen van draagt, en dienovereenkomstig vaak net niet goed of zelfs maar mooi sluit.
Iets ter overdenking.
Als een bliksem sloeg het idee in: ik ros op dezelfde onsympathieke manier dat lelleke gedrocht van een deur het huis uit, en maak zelf een deur. Maar dan een deur met planken en een mooie acrylplaat ervoor. Zodat het een soort van draaiende vitrine wordt.
Dus dat wordt een keer een maat nemen, een mdf of triplex plaat op maat laten zagen, en veel, veeeeel zagen en pielen.
Ook dit idee ziet Ilse een beetje met lede ogen aan. Ze sprak al de angst uit dat we straks alsnog in een huis wonen dat meer op een automuseum lijkt dan op een huis.
Maar ik blijf proberen te overtuigen dat het heus mooi is allemaal.
Als ze maar wil....

Misplaatste riddelijkheid.

Ik moest laatst een vlucht naar een Afrikaans land rijden. Die vluchten zitten altijd goed vol, en vrij vaak met goedgemutste mensen.
Mijn bus raakte al aardig vol, en op een gegeven moment kwam er een vrolijk vriendelijk gezin naar beneden. Helaas met een uitgevouwen kinderwagen. Dat is jammer, dat moeten de stewardessen bij het boarden eigenlijk al tegenhouden, maar niet iedereen is even goed in zijn/haar werk. Dus moest ik het maar opknappen, samen met de stewardess die beneden stond om de boel in goede banen te leiden.
Die mensen naderden de achterdeur van de bus, en ik was net op tijd om ze te onderscheppen. Ik legde op mijn vriendelijkst uit wat de bedoeling was, en waarom. Die mensen reageerden daar goed en vriendelijk op, maar voor ze tot ontmanteling over konden gaan, sprong er een jonge kerel uit, die begon nogal geïrriteerd die kinderwagen naar binnen te hijsen.
Ik zei hem daarop dat dat niet de bedoeling was, maar voelde me niet geroepen om uitleg te geven. Het was ten slotte niet zijn zaak.
Mopper de mopper stapte hij terug, om (toen ik me omdraaide), toch nog snel die verrekte kar de bus in te hijsen.
Dat was het sein voor mijn irritatie-level om te stijgen, dus nogmaals met iets (veel) minder vriendelijkheid gezegd dat hij in moest stappen, en zich er niet mee moest bemoeien. Ik had duidelijk gemaakt wat de regels zijn, en daarmee basta.
Daarop volgde een scheldkannonade (in het Engels) die ik verder maar niet echt herhalen. Ik heb deze misplaatste ridder fijntjes gemeld dat hij een millimeter verwijderd was van het missen van zijn vlucht, en toen trok hij zich terug in de bus.
Dat je als Amerikaan (zo klonk hij in elk geval) vindt dat de wereld van jou is, is één ding. Het feit dat hij met een ontkenning van dat beeld erg slecht om kon gaan, vond ik dan wel weer komisch. Een beetje dat verhaal van Trump, die niet op staatsbezoek in Denemarken wil, omdat ze hem Groenland niet willen verpatsen.

En zo komt er langzaam aan een einde aan de veel te korte vakantie. Maandag gaat ons wurm weer naar school. Ze kan niet wachten. Wij ook niet.

Dit geschreven hebbende, wens ik u allen een fijn weekend.





donderdag 15 augustus 2019

Frankrijk, je was geweldig

Ken je dat? Je pakt de laatste spullen voor de vakantie, en tijdens dat pakken, trek je de slang van je apneu apparaat stuk.
KUT!
Snel even met vivisol gebeld, en gelukkig; op weg naar Frankrijk konden we in Tilburg nog even langsrazen om een nieuw apparaat te halen dat op mij werd ingesteld.
Dat ging vrij rap allemaal. Fijn, zulke service.
Het ging zó rap, dat we ook nog even bij het plaatselijke ziekenhuis langs konden, om daar bij de apotheek nog even wat anti-wagenziekte-zaken te halen voor ons kleine madammeke.
Dat ging zó rap, dat we een klein doch essentieel onderdeel van mijn apparaat vergaten. En daar kwam ik dus pas in Frankrijk achter.
K U T.
Bellen met vivisol Nederland leverde nu niks meer op dan dat ze het zouden kunnen nasturen. En dan zou het pas arriveren als ik al lang en breed weer in Nederland terug zou zijn.
Ilse liet zich minder kennen dan ik, en googlede vivisol Frankrijk, en kwam er zo achter dat er een servicepunt op nog geen 10 minuten van ons hotel zat.
Wij daar op de bonnefooi heen, probleem in het Frans, Engels, Hands en Voets uitgelegd. Die mannen keken niet op of om, stapten in een auto en gingen voor mij een compleet maskerset halen. Kreeg ik zomaar mee. Ons kadootje voor Nederland, zeiden ze letterlijk. Nu vind ik vivisol verder een prima bedrijf, maar vivisol Frankrijk deed mij producten ter waarde van 200 euro kado. Wow. Ik heb nog nooit zo lekker geslapen.

Ken je dat?
Je bent lekker op vakantie in Frankrijk, en wil mooie oude kerkjes, kastelen en andere bezienswaardigheden bekijken. Met een overdreven energiek kind als Jente geen sinecure, maar omdat zij lekker lag te knorren in de auto, sprong ik in het dorpje even uit de auto om een kerk/kasteel/de mairie te bezichtigen.
Ik vond het er opvallend druk, maar vrolijk fluitend wandelde ik het terrein op, en nam een kijkje in het kapelletje waar stemmige muziek klonk. Leuk, dacht ik nog.
Drie passen verder zag ik een heleboel mensen.
Op het aanpalende kerkhof.
In zeer stemmige kleding.
Mijn vrolijk gefluit, keerde ogenblikkelijk terug mijn strot in.
Loop ik daar gewoon tussen een begrafenis in vrolijk te flierefluiten. Schielijk trok ik me terug, frommelde mijn nog brandende peuk in mijn broekzak (welke deel was van een zeker weten niet stemmige korte broek) en ik sloop terug naar de auto, om onder het genot van knerpend grind zo zachtjes mogelijk weg te rijden. (Met een sportuitlaat ook al geen succes, kan ik vertellen). De dorpelingen van Liginiac zullen die Nederlandse toeristen inmiddels wel zat zijn.

Ken je dat?
Is je vrouw net voor de vakantie van het gips af, en kan dus min of meer vrijelijk mee op vakantie (volgend jaar neem ik 2 dwangbuizen mee, want de gevaren waar mijn vrouwen zich mee inlaten zijn voor mijn gemoedstoestand niet best, getuige het feit dat er bijna drie grote flessen pastis doorheen gegaan zijn. Ilse maar denken dat het gezellige afzakkertjes waren, voor mij was het brood nodig om tot rust te komen na alle gevaarlijke acties van mijn meiden, waar mijn adrenalinepeil onverantwoordelijk hoog van werd). Krijgt ze het voor elkaar om op zondagochtend toch voor iets heel anders een huisarts nodig te hebben.
Dat is in Nederland al bijna iets om de doodstraf voor te krijgen van de zorgverzekeraar, in Frankrijk leek het me volstrekt onmogelijk.
De campingbazin echter belde heel casual een huisarts op, die ook zomaar heel casual, op zondagochtend even langskwam.
Ik had een t-shirt aan met de tekst "I'm not a morning person". En waarschijnlijk leverde ons dat een rekening op van maar liefst 35 euro. Ook dat is een bedrag waar we in Nederland alleen maar van kunnen dromen.

We hebben een geweldige vakantie gehad. Jente had een heus vakantievriendinnetje, waarmee ze als een soort van Bonny & Clyde over de camping trok om kattenkwaad uit te halen, mensen vertederen, om fruit en snoep bedelen (alsof ze van ons niet meer dan genoeg fruit en snoep kreeg) en allemaal kattenkwaad uit te halen.
We hebben prachtige dingen gezien, waanzinnige vergezichten over de dammen van de Dordogne. En omdat Jente het naar haar zin had, hadden wij het ook regelmatig erg makkelijk. Dat kazige gezegde klopt in elk geval wel.
De camping zelf was best goed te doen. Hoewel ze zich adverteerden als een "sportieve camping". Dat klopte op zich ook wel. Ik zag continu mamils (middle aged men in lycra) op hun sportfietsje stappen om moeder de vrouw met het kroost achter te laten en eens even lekker een paar uur in de bergen het leven van de locals zuur te maken. Tijdens een van de afwasbeurten stond ik met mijn dikke pens tussen twee magere pannenlatten die aan het opscheppen waren over hun tijden van de Rotterdamse marathon, en gedurende een aantal heel lange en toch wat awkward dagen was ik de enige die met een peuk in mijn mondhoek op mijn slippertjes naar het toiletgebouw banjerde. 
Mijn enige sport was om te ontdekken wat precies de verhouding is tussen Pastis en water om het lekker en toch niet te slap te maken.
De toiletten op deze camping waren schoon. Verdacht schoon. De eerste week had ik het beklemmende gevoel dat ik de enige was die er regelmatig kakte. Zonder geintjes, die toiletten waren zó schoon dat je er bij wijze van spreken uit had kunnen drinken.
Jammer alleen dat het licht aanging op een sensor, buiten het hokje. En als je dan te lang zat te kakken, ging het licht uit, maar niet meer aan, omdat de sensor dus buiten dat hokje hangt.

Mijn auto zat voor de afgelopen twee weken vol. Zo vol, dat ik een deel van de achterbank al thuis liet, en ook maar een schoonmoederkoffer voor op het dak kocht. En nog was de auto propvol.
Op zich liet de auto niet kennen. Alle 4000 kilometers waren een genot. Hoewel: op het laatst vond ze het nodig om weer te strooien met een specifiek kwaaltje: de airco moest eraan geloven. Links bloedheet (lekker, in warm Frankrijk) rechts ijskoud. (Zeker lekker in warm Frankrijk). Ach ja... Dat soort excentriciteit past mij dan ook wel weer.
Maar goed. Een volle auto, die rijdt ook alsof die vol is, en na deze keer heb ik besloten dat mijn auto niet meer zo vol geladen wordt. Er komt een klein aanhangertje. Waarop ik dan de schoonmoederkoffer monteer. Zodat ik gewoon een lekker rijdende auto heb. Want ik rij liever met een aanhanger dan met een afgeladen auto. 
De terugreis deden we in 1 keer. Dat wil zeggen, een keer of 6. Uiteindelijk dus ruim 22 uur wakker geweest, waarvan ik er 11 achter het stuur zat.
En toen we dus rond 0430 thuis kwamen, kon ik het instructieboekje van het vakantiealarm van de politie niet vinden. Maar echt. Gaar als een doorgekookte pieper, nog maar 1 ding willen: naar bed.
En dat bed, daar stond dus dat alarm op. Sakker.

Er zijn mensen die roepen dan het volgende: "Frankrijk, je was geweldig". Of:"Frankrijk, wat was je mooi".
Persoonlijk vind ik dat wat klef. Dat zijn uitspraken die je doet tegen een persoon. Niet tegen een land. Dat praat niet terug. En ik mocht dus van Ilse deze titel ook niet gebruiken, op straffe van iets dat ze nog moet bedenken. Maar dat zie ik dan wel weer....

Dit geschreven hebbende wens ik u alvast een fijn weekend.

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...