maandag 31 oktober 2016

Over Jente, 50+, SGP en Iphones.

Ik denk dat ik een betonnen bril moet gaan kopen, want Jente lijkt op Ilse. En beiden hebben een ongezonde voorkeur om die lompheid op mijn bril te richten.

De eerste keer dat mijn bril ongenadig met Jente haar onbesuisdheid in aanraking kwam, was toen ze nog niks anders kon dan liggen, eten, poepen en huilen. En dus graaien. Tijdens het luier-verversen is dat niet handig. Zo kippig als een kip zonder kop een volle poepluier vervangen voor een schone is nu eenmaal geen kattenpis.
De tweede keer was toen ze haar vers geleerde high-five wilde demonstreren. Die landde dus niet met haar hand tegen mijn hand, maar tegen mijn hoofd. Bijna bril kwijt.
En zonet de derde keer. Jente vindt het (zoals alle kinderen) leuk om te kopieeren. Daar leren ze van. En als er applaus klinkt, dan is het helemaal het einde om mee te juichen en in haar handjes te klappen.
Ik draaide voor haar een filmpje van een of andere gekke Chinees die op een sheng het liedje van Super Mario speelde. En aan het einde van dat liedje wordt er op dat videootje geklapt. Dat is een kolfje naar Jente's handje (letterlijk en figuurlijk).
Na 61x was ik het liedje zat, en Jente moe genoeg voor haar tussendoorse tussenslaapje. Dus tijdens het applaus draaide ik haar om. Dat had ik beter niet kunnen doen, want Jente stapte niet zomaar van haar voornemen af om te mee te applaudisseren, en dus belandde mijn hoofd tussen haar applaus. Zo enthousiast als ze mepte (wel 3x voor ze in de gaten had dat er een obstakel tussen haar handjes zat), zo beduusd was ze toen ik haar uitlachte.
En toen dus maar moe op bed gelegd.

Uit het nieuws:
De 50+ partij is boos. Dat is op zich geen nieuws, die zijn al boos als je ze vriendelijk goeiemorgen wenst. Ik bedoel: die mensen hebben boos zijn tot nieuwe kunst verheven, en zijn boos dat ze daar geen subsidie voor krijgen.
Ze zijn boos omdat de AOW leeftijd weer omhoog gaat. Van 67 naar 67 en 9 maanden of zo. Een futiele verhoging.
En die arme mensen waren nog nauwelijks bekomen van de vorige verhoging. (Overigens wel lekker goedkoop: met dit soort maatregelen komen we door alle woedebuien vanzelf van onze senioren af. Ze sterven allemaal aan door boosheid veroorzaakte hartaanvallen).
Ik snap wel dat het niet zo leuk is dat je langer moet werken, maar ja. Met het feit dat we als mens steeds ouder worden, moet het allemaal voor de (veel kleinere) jongere generatie wel betaalbaar blijven.
Wat ik echter te ranzig voor woorden vind is dat veel pensionado's blijven werken. En daarmee doel ik op een praktijk die ik vorig jaar hoorde: als vrijwilliger (dus onbetaald) lijndiensten gaan rijden. Om maar niet achter de geraniums te hoeven plakken of zo. En dat zal in andere branches ook wel gebeuren.
Dus linksom zitten ze te zeiken dat ze niet langer willen werken, rechtsom naaien ze de jongere generatie door gratis en voor niks werk te gaan doen, waarvoor een jongere gewoon betaald zou worden.
Als je dan toch niet achter de geraniums wil zitten, ga dan werken voor geld.
Dus nee, ik ben totaal voor verhoging van de AOW-leeftijd.

De SGP is ook boos. Want het zelfverkozen levenseinde wordt mogelijk, of is inmiddels mogelijk.
En dat is niet van de Heere, dus is het fout. Op zich, voor dat standpunt heb ik nog wel begrip. Ten slotte zijn die lui bij de SGP nogal van de Heere, dus logisch dat ze moeite hebben met de vrijheid van het zelfverkozen levenseinde.
De komende verkiezingen had ik eigenlijk besloten om wel te gaan stemmen. Want terwijl onderbuik-denkend-Nederland en masse gaat stemmen op hetzij de pvv, hetzij Denk, denk ik dat mijn stem maar eens naar een relatief weinig kwalijke partij moet gaan. En mijn oog viel daarbij op de SGP. Niet dat ik noodzakelijkerwijs achter al hun standpunten sta (in tegendeel zelfs), maar de laatste lichting politici, vind ik nog niet eens zo heel verkeerd. 
Maar deze foto deed mij toch besluiten om mijn stem te herzien.
Het bijbel-hoofdstuk over naastenliefde, is bij de maker van deze sneue poster niet blijven hangen, hè, wat jammer. Terug naar de zondagsschool met die gek!
Dit is puur bedoelt om stemmen te roven van de PVV. Meer niet. En dat op zich is een mooi streven.
Hoewel ik me afvraag of het aardappels-met-dikke-jus-gehaktbal-bloemkool-en-al-die-moslims-zijn-eng-en-vluchtelingen-pikken-onze-banen-en-rijden-in-nieuwere-auto's-dan-ons-want-dat-staat-op-facebook-volk nu wel op de SGP gaat stemmen. Ik weet eigenlijk wel zeker van niet. En dat weet de SGP ook. Des te ranziger is deze poging.... Ik zal dus niet op de SGP gaan stemmen, want blijkbaar is de SGP ook van plan om vrijheid van godsdienst aan banden te leggen, tenzij het om henzelf gaat. Griezelig. Uitermate griezelig.

Ik heb dus een nieuwe telefoon besteld. Die komt straks binnen. Omdat ik nu eenmaal wat randapparatuur heb gekregen, die specifiek voor dat vruchtenbedrijf gemaakt zijn, vond ik het logisch om dan maar weer een apple te kopen.
Ik herinner me van 2 jaar geleden, dat ik besloot om NOOIT meer een iphone zelf te gaan installeren. Wat heb ik gevloekt, gezweet, gezucht, gesteund en gekreund bij het installeren ervan. Dat bleek zelfs na twee jaar Iphone 4 geen sinecure voor iemand met interesse voor alles behalve voor telefoons en computers.
Ik heb dus toen ik weet niet hoevaak mijn wachtwoord van email, facebook en andere shit moeten vervangen. Want had ik mijn email op de telefoon goed ingesteld, maar was ik vergeten het nieuwe wachtwoord te onthouden, en kon ik dus al die velden weer door. En dat dus niet alleen voor mijn email, maar voor alles waar ik een account voor nodig denk te hebben.
Om nog maar te zwijgen van alle andere zaken. Want Iphone en windows is geen heel gelukkig huwelijk. Grijze haren kreeg ik ervan. Ilse werd afgepoeierd, en ik raakte steeds gefrustreerder. Kortom: een wellicht iets te zware belasting voor een toen nog redelijk vers huwelijk...
Dus deze keer had ik Ilse al ingeseind: joh, er komt een Iphone 7 aan. Hou je maar klaar, want om ellende te voorkomen, lijkt het me een strak plan dat JIJ mijn nieuwe telefoon gaat instellen.
Daar was ze (wellicht nog niet helemaal bekomen van mijn eigen pogingen, nu alweer twee jaar geleden) het helemaal mee eens.
Maar ja; je kent het wel. Ilse moest naar de diabetesverpleegkundige, er moesten boodschappen, het autootje moet voor een nieuwe multiriem, en er moet stage gelopen worden.
Dus in al mijn enthousiasme begon ik alvast mijn accounts te bewerken. Nieuwe wachtwoorden instellen (gezeik, bij al die dingen), en eens kijken of ik een ICloud account had. Heb ik, maar in eerste instantie weigerde dat verrekte ding mijn account te herkennen.
Na wederom wat ingehouden vloekwerk (dat werkt niet, ingehouden, mompelend vloeken. Je frustratie kan er lastiger uit als je moet mompelen of fluisteren. Maar aan de andere kant, zou ik het heel zuur vinden om van de juffen op het kdv te horen dat Jente vloekt als een volleerde bootwerker) lukte het wel. Houzee!!!! Ik leer steeds meer!

Nu heb ik dus een papiertje met daarom mijn wachtwoorden. Waar ik dat moet verstoppen: ik zou het niet weten. Want als ik het dan eens nodig heb, zal je zien dat ik vergeten ben waar ik het verstopt heb... En dus volgt er weer een gefrustreerde zoektocht enzovoorts enzovoorts.

Ik heb veel goeie eigenschappen, maar geduld met consumenten-electronica, pc's, software en dergelijke is er niet één van.




woensdag 26 oktober 2016

Een verloren deksel en een aanranding.

Het is een middag als alle andere dinsdagmiddagen. Ik stap mijn auto uit, en loop naar het gebouw waar ik lesgeef.
Het nieuwe beheer van dat dorpshuis is inmiddels een stuk professioneler, en boden me aan om me uitleg te geven over de kassa, zodat ik zelf mijn koffie aan kan slaan. Dat is toch goud?
Hoe dan ook, de leerlingen kwamen (ik heb er weer twee die examen-kandidaat zijn, en die hadden goed geoefend, en deden hun toonladders net niet helemaal zonder fouten. Een fis in een toonladder van bes, klinkt toch op zijn zachtst gezegd wat apart) en na 4 exemplaren had ik even een korte peukstop.
Naast het gebouw staan wat bomen. Aalst is ten slotte geen uit beton opgetrokken middel-grote stad, maar nog een klein, authentiek dorpje.
Ik kan daarvan genieten. Oude, traditionele woninkjes. Kleine, smalle straatjes. En men kent elkaar er nog, en mij inmiddels ook.
Hoe dan ook: ik stap naar buiten, steek mijn peuk op en loop een beetje heen en weer om warm te blijven. (Het wordt ten slotte alweer herfst, en dus is het buiten roken veel minder lekker dan wanneer je lekker in het zonnetje op een terras zit. De niet rokert heeft zich daar nogal op verkeken, geloof ik).
Mijn oog valt op een van die bomen. En vooral om wat er ín die boom hangt. Een groot blauw ding. Op een meter of zes hoog.
Ik kijk beter, en zie dat het om een flinke deksel gaat van een vuilcontainer.
Verbaasd kijk ik nog eens, gewoon om zeker te weten dat mijn ogen me niet bedriegen, maar het is echt. Er hangt dus op zes meter hoogte een deksel van een vuilcontainer in een boom.
Dat zijn normaal zaken die je alleen ziet in gebieden waar orkanen of tornado's het huishouden doen.
En dan liggen er om zo'n boom dus allemaal andere resten ook.
Maar dit was gewoon een containerdeksel, zonder container die maar een beetje eenzaam hing te hangen op een dikke tak.
Ik heb oprecht respect voor de vandaal die dat ding zo hoog in die boom heeft weten te keilen. Ik stel me zo voor dat er een half dronken, pezige bullebak iemands container omtrapte (daar heb ik dan geen respect voor, want andermans bezit vernielen doe je niet, tenzij je een minderwaardige halfprimaat bent), de deksel lostrok, en vervolgens dat ding met een zwierige maai van zijn op varkenshammen lijkende armen die boom in slingerde.
En vervolgens sta ik me er dus over te verbazen.

Of Aalst werd in de nacht van maandag op dinsdag getroffen door een micro-tornado. Iedereen sliep, en door de vleugelslag van een van de vogels van de plaatselijke duivenmelker ontstond er een piepklein tornadootje. Dat vloog de duiventil uit, won iets aan kracht, botste tegen de vuilcontainer aan, en nam en passant dat deksel mee.
Het tornadootje, nu wat verzwaard door die deksel, maakte een boog, vloog tegen de bewuste boom aan, verloor zijn kracht, en verdween in het grote donkere niets, met achterlating van die deksel.

In beide gevallen vraag ik me af, of de eigenaar al weet dat de deksel van zijn geliefde vuilbak in een boom is geeindigd. En zo ja, of hij net zo verbijsterd is als ik. En of hij zich ook afvraagt wat er in vredesnaam gebeurd is.


Wij zijn in het bezit van een luier-emmer. Daarin deponeren wij de vol geplaste of gepoepte luiers. Het ding is gelukkig afsluitbaar, want voordat we die emmer moeten legen, zijn we een week verder en inmiddels weet ik uit ervaring wat voor goddeloze meur de opbrengst van een week kan verspreiden.
Maar om de emmer te legen, moet je even door je knieën, die emmer openen, het zakje lossnijden (snel dichtknopen, anders sterft je neus af), het nieuwe zakje prepareren en de emmer weer dichtdoen.
Dit wat vieze klusje wachtte mij vanmiddag toen ik Jente's luier verschoonde. Soms stel ik het uit, in de hoop dat de overvolle emmer die éne extra luier nog wel zal accepteren. Maar goed. Even mans wezen dan maar.
Ik zette Jente op de grond, en ging op mijn hurken zitten, om deze wansmakelijke doch broodnodige handelingen te gaan verrichten, maar voor ik goed en wel de luier-emmer open had, voelde ik een koud handje in mijn bilspleet verdwijnen.
Als door een wesp gestoken, draaide ik me om, waarbij ik Jente meesleepte in de beweging. Jente hield zich namelijk met haar linkerhand aan mijn broekband vast, zodat ze nog dieper kon toetasten zonder haar evenwicht te verliezen.
Terwijl ze haar handje terugtrok, sprak zij trots:"Hoppa-keeee", en keek me stralend aan.
Juist. Nou kom je bij het verschonen van een luier bij een baby op plaatsen waar een volwassen vrouw terecht van zou gaan krijsen, maar dat een baby, pardon: dreumes, ook wel eens opgewekt bij papa aan en in zijn bilspleet zou gaan graven, is nieuw voor me.
Mijn gewicht is op zich voor mij geen echt issue, maar het is stiekem toch wel fijn te weten dat een broek waar ik eerst geen riem voor nodig heb, nu wel echt een riem nodig heeft. Want de ruimte begint wel erg groot te worden.





maandag 24 oktober 2016

Ronnie de horrorclown.

Het was een lastig tentamen. En Ronnie besefte ter dege dat als hij het niet haalde, hij van de clownsuniversiteit geschopt zou worden.
Twee dagen later kregen ze de uitslag, en Ronnie's grootste angst werd waarheid. Hij had het tentamen "struikelen over helemaal niks" niet gehaald. Alweer niet. Het lukte hem maar niet om over volstrekt niets, zo oncharmant mogelijk te struikelen. Hij had natuurlijk de pech dat zijn ballet-opleiding hem perfect had geleerd hoe hij moest vallen. Ook wel noodzakelijk, aangezien hij niet in staat was om een perfecte pirouette te maken.
Een gesprek met de decaan volgde. En de trieste mededeling dat hij maar moest stoppen met deze oh, zo prachtige opleiding.
Er was geen toekomst voor hem als clown.

Diep depressief verliet hij het pand. De specifiek voor deze opleiding aangestelde clownspsycholoog kon niks voor hem doen. Hij was ten slotte geen student meer, en ook niet werkzaam als clown. Dus kon deze clownspsycholoog hem ook niet de algemeen aanvaardde knal-antidepressiva voorschrijven.

Omdat hij toch inkomen moest hebben om zijn kamertje te betalen, solliciteerde hij bij de McDonalds.
Hamburgers flippen onder toeziend ook van die verrekte rood-wit-gele pokke-clown, die hem elke morgen stond op te wachten met die uitgestrekte arm. Die hem elke ochtend weer herinnerde aan zijn mislukking. Wat haatte hij die clown. En wat haatte hij de docent die hem liet zakken. En de decaan, die hem vanachter dat vreselijke clownsmasker vertelde dat hij, de immer grappige Ronnie, geen toekomst had als clown.

Hij moest een daad stellen. Hij moest de wereld laten weten dat Ronnie de Rollende lach, wel degelijk talent als clown had.
En van zijn eerste hamburger-flip-loontje toog hij naar de plaatselijke fopshop om daar eens even goed te gaan winkelen.
Een nep-kapmes. Een nep-kettingzaag. Een nep-clownspak. Nep-bloed. Dat zou het gaan doen.

Om het effect te vergroten, strooide Ronnie de volgende dag de inhoud van de kattenbak op de keukenvloer uit, en rolde daar in zijn clownspak nog eens goed doorheen. Om het effect te maximaliseren.
Getooid in zijn meurende pak, wit geschilderd gezicht, overdadig bevlekt met het nep-bloed, en zijn nep-kapmes in zijn hand, verliet hij zijn huisje.

Zijn eerste slachtoffer was een bejaarde dame, die zó hevig schrok, dat ze ineens haar rollator niet meer nodig had. Ze vloog gewoon voor hem weg.
Schaterend keek Ronnie haar na.
Zie je wel! Hij was heus leuk!
Op naar de speeltuin. Het was nog niet helemaal aan het schemeren, en in het waterige avond zonnetje, zouden er vast nog wel kinderen aan het spelen zijn.
En jawel: er waren wel vier kinderen vrolijk en opgewekt aan het klieren op de schommel en het klimrek. Hij zou ze wel eens even.

Brullend als een maniak stormde hij op het speelveldje af. Maaiend met zijn kapmes, meurend als de poorten van de hel.
Wederom was het effect pure weldaad voor zijn van haat vervulde ziel. Krijsend van angst maakten de kinderen dat ze wegkwamen. Pissend in hun broek van ellende riepen ze om hun papa.

Een toevallige passant belde gelijk het alarmnummer, en goddank was de politie al dichtbij.
De agenten raceten erheen, en wisten Ronnie al snel te omsingelen.
Ronnie, die van haat niet meer helder kon denken, wilde zijn spel voortzetten. Die agentjes waren geen match voor hem. En hey, hij was een clown, dus wie zou een clown nu kwaad willen doen, zelfs al is het een van haat vervulde horrorclown. Toch?
Zwaaiend met zijn nep-kapmes en brullend als een brulaap, liep hij op de agenten af.
Die agent, kon niet onderscheiden of het om een echt of om een nepwapen ging, en sommeerde nog eenmaal om dat mes te laten vallen.
Maar Ronnie kon niet meer. Hij was doorgedraaid. En hij liep door.
Een knal. Alles verzengende pijn.
Toen de agent zich over hem boog, bracht hij reutelend uit:"ze hadden me niet moeten laten zakken. Ik ben best een goede clown".
Reanimatie mocht niet baten. Enigszins gehinderd door het nepbloed, konden ze de kogelwond niet snel genoeg vinden.
Ronnie, de horrorclown is dood.

Ik heb in mijn leven slechts éénmaal een clown van veraf mee mogen maken, en dat was de toen wereldberoemde Oleg Popov. Meer dan omhoog getrokken wenkbrauwen en mondhoeken, wist hij niet bij me te veroorzaken.
Ik vond het een beetje een afknapper.
Sowieso vind ik clowns een beetje een afknapper.
Maar horrorclowns? Kom op zeg. Waardeloze flikkers. Oh, ik zou best goed schrikken, maar ik denk dat als ik mijn "war-face" opzet (vrij naar sergeant Hartman, uit Full Metal Jacket) ik een stuk enger ben. En dit denk ik omdat ik te horen kreeg dat ik het best goed zou doen als rooie horrorclown van Almere. Volgens Jurgen dan, maar die houdt zoveel van me, dat we zijn mening hierover maar met een korreltje zout moeten nemen.
Wat ik me afvraag: een kind dat 's nachts niet meer durft te slapen. Een kind dat 's nachts (weer) in bed plast. Een bejaarde die sterft aan een hartaanval van schrik. Is het dat allemaal waard? En stel je voor, je hoort dat je iemand letterlijk hebt laten doodgaan van schrik. Durf je jezelf dan nog in de spiegel te kijken, als je weer ontschminkt bent?
En stel je voor: de politie schiet een kogel in je flikker, omdat zij niet kunnen onderscheiden of je mes echt of nep is, ga je dan lopen janken over die stoute pliesie?
Vragen, vragen, vragen....

Elke uiting in de media over dit fenomeen is natuurlijk niet slim (deze blog incluis), want het kan sociaal zwakke mensen triggeren om naar een fopshop te gaan en hun talenten te gaan ontdekken.
Maar aan de andere kant, de kans dat de lezer van deze blog zichzelf laf en belachelijk genoeg wil maken, lijkt me ook niet heel erg groot.

Overigens heb ik nog een persoonlijke primeur te pakken: een operette!. Dat is niet heel erg primeurderig, want ik heb in mijn leven vaak zat operettes gespeeld. Tot groot genoegen.
Maar dit keer is het een operette waarin een dansgroepje voorkomt. En de primeur zit erin dat dit dansgroepje dus daadwerkelijk leuk is om naar te kijken. De vellen slepen niet over de dansvloer achter de danseressen aan, maar het zijn jonge frisse meiden. En zie jezelf dan maar te concentreren...
(Overigens: voor al die gesjeesde clowns: bij een operette of musical mag je ook verkleed gaan, alleen bezorg je er dan mensen een leuke avond mee. Zou je kunnen proberen). 



donderdag 20 oktober 2016

Braken en agenda's.

Braken.
Het is niet ieders hobby, zelfs niet van mensen die regelmatig katjelam thuiskomen en de volgende ochtend hun teveel aan alcohol op minder jofele wijze moeten lozen.

Afgelopen dinsdag was het de beurt aan mij. Niet vanwege een heel erg feestelijke alcoholrijke maandagavond, maar gewoon, omdat mijn maag in opstand kwam tegen iets dat ik gegeten had.
Dat begon eigenlijk al bij het opstaan. Het was erg vroeg, maar Ilse was al naar haar werk. Jente lag nog lekker te slapen, en ik werd wakker met een wat knellend, onprettig gevoel in mijn buik.
Omdat ik dat niet direct linkte aan een gewelddadig uittredende maaginhoud, liep ik muisstil naar beneden voor mijn eerste kop koffie met een peuk. Heerlijk, als ik dat eerste momentje van de dag even voor mezelf kan hebben.
Die peuk, ging nog wel. De eerste slok koffie zorgde ervoor dat het was onprettige gevoel in mijn buik explodeerde tot een afgrijselijke storm van ellende, die als de wiedeweerga eruit moest.
Ik kwam al kokhalzend nét op tijd aan op het toilet.
En, tja. Ik braak nu eenmaal niet heel erg stilletjes en verlegen. Dat gaat gepaard met geluiden die tot ver in de bovenverdieping van ons huisje reiken. Jente werd er in elk geval wakker van, en zette het op een brullen.
Probeer maar eens tussen kokhalzen, oprispingen en braakpartijen door, geruststellend naar boven te roepen dat alles goed is, en dat je je dochter zo komt halen. Dik kans dat het niet lukt.
Mij in elk geval niet.
Maar goed, toen mijn maag weer wat gekalmeerd leek te zijn, stiefelde ik naar boven, om wat haastig mijn dochter uit bed te plukken, haar te troosten en haar een knuffel te geven. Niet heel handig, ik had (ondanks haar gebrul) beter eerst mijn tanden kunnen poetsen, want met een naar maagzuur en andere blerf ruikende bakkes lukte het me maar matig om haar te kalmeren.

Op naar beneden. Jente was inmiddels wakker genoeg voor haar papje. En nadat ik dat klaargemaakt had, zat ze dat genoeglijk naast me op de bank naar binnen te slobberen. So far, so good.
Tot ze besloot dat ze na het eten eens lekker op papa's buik ging zitten. NOT SO GOOD. Want buikje-lief vond het een prima reden om weer eens lekker in opstand te komen.
Jente als een gek van me af gezet, en een woeste sprint naar het toilet volgde. En uiteraard weer allemaal luid gekreun, gekokhals en gebraak. Wederom schrok Jente hier behoorlijk van en barstte in tranen uit. En ook nu lukte het me niet om, met mijn hoofd diep in de pot, Jente gerust te stellen. 

Inmiddels was ik doodop, mijn benen leken wel van lood en totaal afgeleefd, en mijn stem was nauwelijks meer hoorbaar door alle langsstromende maagzuur. Dus alles wat ik tegen mijn dochter wilde koeren, kwam er uit als een valse kraai met stembandpoliepen.
Toen ik voor de derde maal naar het toilet moest sprinten om daar Villeroy en Boch eens lekker te gaan knuffelen, besefte ik dat ik niet wist hoe alleenstaande ouders dit oplossen: zorgen voor een dreumes van 1,5 jaar terwijl je hoofdzakelijk op het toilet bent om je maag zich via de wat minder natuurlijke weg leeg te laten lopen.
Dat probleem hebben wij gelukkig niet, want toen ik Ilse belde met de mededeling dat ik toch best behoorlijk ziek was, stuurde zij gezwind haar ouders naar ons toe, die Jente op zouden pikken, zodat ik in alle rust hetzij op het toilet of onder de douche kon bivakkeren.
Fijn.
Nou ja. Ik heb dus ook de rest van de dag mijn tijd moeten verdelen tussen toilet, douche en bed.
Die douche was omdat ik een heel klein pietsje verhoging had, en het soms zó koud had, dat ik maar onder de douche ging om even warm te worden. Prettig ook dat het toilet naast de douche staat, zodat ik me alleen maar wat hoefde te bukken om mijn maag maar weer eens te legen tijdens het douchen. Scheelt toch een radeloze run naar de pot, nietwaar?

Inmiddels kwam Ilse thuis, en werd Jente thuis afgeleverd, en kreeg ik de vraag toegeworpen of ik me nog steeds zo voelde als ik eruit zag. Mijn ogen opgezwollen en bloeddoorlopen. Groen als een jong lente-blaadje. En benen van rubber.
Het feest was echter niet over.
Want uiteraard is Jente nog niet zindelijk (daarover hebben we al meerdere moeilijke gesprekken gevoerd) dus die moet nog wel eens een nieuwe luier. Ilse zou dat doen. En dat ging allemaal prima, tot ze naar beneden kwam. Ergens moet ze gedacht hebben dat die laatste traptreden een onbelangrijk detail waren, of dat die laatste treden onbestraft overgeslagen konden worden. Uiteraard een misvatting, want met Jente en al stortte ze nogal lomp en onbehouwen ter aarde.
Gelukkig was Jente ongedeerd, maar Ilse niet. Haar grote teen zwol al ras op tot ongezonde proporties en werd best wel blauw. Geen gezonde kleur, voor een over het algemeen gezond teentje.
Gelukkig bleek, na het maken van een foto, dat de teen niet gebroken was.

Inmiddels ben ik weer helemaal het heertje, hoewel van alle braken ik nog steeds opgezwollen ogen heb, mijn middenrif nog steeds krachtig protesteert als ik hoest, lach, trompet speel of diep inadem en mijn stem nog steeds niet helemaal dat zoetgevooisde geluid produceert dat men van mij gewend is. 
Maar met die dichtgekoekte ogen, kreeg ik regelmatig de vraag of ik mot had met de buurman. Blijkbaar niet erg charmant.

Een jaarlijks terugkerend fenomeen is het kopen van een agenda.
Ik ben namelijk wat dat betreft een vreselijke pietlut. Het moet niet te groot (want zonder gezeur in mijn koffer passen). Niet te klein (want met mijn handschrift zou dat leiden tot totale chaos). Er moet één week per bladzijde zijn, en niet meer of minder (ivm grootte van de agenda). Het moet er zakelijk uitzien, dus geen franje of kleurtjes. (Zie maar eens een fatsoenlijk geproportioneerde agenda te vinden, die er zakelijk uitziet, en praktisch in gebruik is. De meeste agenda's die de goeie maat hebben, zijn van die fleurig, kleurige pokke-boekjes waar alleen een puberend meisje nog opgewekt van wordt en aangezien ikzelf degene ben die fleurig en kleurig is, hoef ik geen concurrentie van mijn agenda. En als ze dan weer lekker zakelijk zijn, dan zijn ze weer niet in de goeie maat. Van die binnenzak-boekjes die je bij elke hoest of scheet weg ziet waaien).
Dit dacht ik dus vorig jaar te hebben opgelost door het kopen van een ordner agenda. Zo'n mooie klapper in het leer, waar je dus jaarlijks een nieuwe vulling in kan doen.
Ik kocht de meest simpele, gestandaardiseerde, maar wel chique in het leer gebonden agenda. Een beetje duur, maar in de uitverkoop met een of andere kortingsbonnen actie toch nog best betaalbaar.
Helemaal de koning te rijk was ik er mee, want nu zou ik nooit meer moeite hebben met het vinden van de juiste agenda. Gewoon een nieuwe jaar-vulling kopen, en klaar is Marnix.
Toch?
Nou nee.
Want bij de boekhandel hier in Almere bleken er niet één, maar wel 100 van die vullingen te koop. En had ik net mijn agenda niet bij me.
Op goed geluk de goedkoopste maar meegenomen. Ik meende de naam te herkennen.
Thuis de wikkel eraf om hem in mijn agenda te passen, en... Jawel... Pokke! Paste niet. En met een kapot gescheurde wikkel kan je hem niet ruilen. Slim gedaan van dat soort winkels. 
Uiteindelijk in Sliedrecht zo'n navul setje gekocht. Met allemaal flapjes, klepjes en nodeloze info erbij, die ik met een groots en zwierig gebaar wegdonderde, want niet nodig.
Maar wel een handige insteekhoes voor mijn lesroosters, en een inzet boekenlegger om bij de huidige week te steken. (Dat zeer nuttige ding miste ik in mijn vorige agenda).
Voor volgend jaar dus: die vermaledijde klapper mee, om te voorkomen dat ik de verkeerde maat koop.
Over op digitaal (via mijn telefoon) wil ik nog niet. Met mijn vorm van digibetisme is dat vragen om totale ellende, chaos en echtscheidingen. En laat ik daar met het oog op eventuele toekomstige kotspartijen nog even niet aan willen denken.




zaterdag 15 oktober 2016

Jente.

Je wordt er als jonge ouder regelmatig op gewezen: Pas op met hete dranken en je kind. Een welgemikte graai, en je kind heeft een probleem. En jij ook.

Dus braaf volgden wij alle raadgevingen keurig netjes op. Koffie en thee ver buiten bereik van grijpgrage Jente-armpjes.
Heel soms gebeurde het nog wel dat we nét op tijd waren om de koffie of thee uit haar grijpbereik te redden, maar over het algemeen gebeurde er dus vrij weinig.
Tot dat ene moment dat het wel mis ging.

Jente proefde vandaag voor het eerst noten-vruchten-rijst met geroerbakte (of roer-gebakte?) groenten met wat verse gember en een scheutje ketjap.
Dat ging niet helemaal zonder slag of stoot. Dat wil zeggen: 90% van de door mij met alle liefde bereidde maaltijd belandde op de grond. (We hebben een logeer-hond, dus die kwam niks te kort).
Zonde, want zowel Ilse als ik smulden ervan.
Dus omdat ik het vermoeden had dat Jente van die paar rijstkorrels die haar slokdarm wel wisten te bereiken niet echt met een voldaan gevoel naar bed zou gaan, maakte ik toch maar een potje warm. (Gemaksvoer, maar wel lekker praktisch bij dit soort avondmaaltijden) Een potje spaghetti bolognese (waarbij ik me oprecht afvraag wat die doperwten daarin te zoeken hadden, aangezien in geen van mijn kookboeken bij dit gerecht wordt gerept over doperwten, maar dat is een heel ander onderwerp).
En dat ging er in als zoete koek.
En niet alleen in haar mond, maar ook in haar haren. En in haar truitje. En in haar broek. En op de grond. En, omdat ze moest niezen tijdens het voeren, ook in mijn gezicht. En in mijn trui.

Kortom: tijd om de maaltijd de maaltijd te laten. Even een kopje koffie drinken, en dan Jente in bad.
Dat kopje koffie drinken we meestal zittend op de bank. En daar ging het dus mis.
Beiden keken we even niet heel secuur toe, en beiden waren we even vergeten om het verse kopje troost buiten Jente's bereik te houden.
Pats! Klonk het achter me.
waAAAAAAAAAAHHHHHHHHHHHHHHHHHHH!!!! Klonk het achter me.
En jawel. Mevrouw had een kopje koffie te pakken weten te krijgen, en dat zonder pardon op de grond gekegeld. Kopje stuk, koffie over de witte tegels, en een geschrokken Jente die zich met haar schrik geen andere raad wist, dan maar een keel op te zetten.
Gelukkig geen hete koffie over haar lichaam(sdelen), dus geen nachtelijke rit naar het brandwonden centrum in Beverwijk.
Op naar het bad. 

Badderen is voor Jente iets heel dubbels. Volgens mij vindt ze het prima om lekker een beetje te kliederen met water. Maar kom niet op het onzalige idee om haar haren te wassen, want dan weet ze de galmende akoestiek van onze badkamer ten volle te benutten. Uit ervaring weet ik dat ze dan tot het einde van de straat te horen is.
Die spaghetti moest er toch uit. Je kunt zo'n kind toch niet met een kop vol beschimmelde pasta naar een kdv brengen. Dat meurt, en het ziet er niet uit. Gaan ze denken dat je er niet goed voor zorgt, en dan krijg je de kinderbescherming aan de deur. Wat zullen de buren dan wel denken.
Dus nee, dat koppie moet toch echt schoon.
En dan begint het gelazer. Eerst even mijn oordoppen in, want gegil in de badkamer doet pijn aan mijn gevoelige oren, en dan een bekertje pakken om voorzichtig haar hoofdje nat te maken met water.
Zodra ze dat bekertje ziet, begint ze al te piepen. Niet gehinderd door enig besef van hygiëne, wil ze gewoon geen nat koppie krijgen. Papa is de baas, dus het koppie wordt nat. En er gaat ook shampoo in. Van die niet prikkende Zwitsal shampoo. Die -omdat Jente gewoon niet stil kan zitten- voor een groot deel in mijn trui gaat zitten. (Op zich wel een aparte geursensatie: pasta bolognese, met doperwten en Zwitsal shampoo in 1 trui. Als je daar niet helemaal zen van wordt, weet ik het ook niet meer).
Goed. De haartjes zijn gewassen, meteen maar even uitspoelen.
Dit doe ik met opzet, dan blijft ze aan één stuk door huilen, in plaats van dat er een pauze tussendoor komt. Ook hier weer om de buurt te ontzien: ik wil liever niet dat ze denken dat ik mijn dochter twee keer achter elkaar alle hoeken van de badkamer in ransel.

Hehe, fijn Jente is schoon. Niet helemaal. Haar tandjes moeten nog gepoetst worden. Waar ik bij het haren wassen nog redelijk wegkom (het vergt soms even wat vouw- en grijpwerk om alle ledematen onder controle te houden, en vooral om te voorkomen dat ze vanwege alle glibberigheid van badschuim en shampoo niet letterlijk in een hoek van de badkamer belandt) is het bij het tandenpoetsen échte strijd.
Brullen, schoppen, krijsen, draaien, meppen, worstelen, boxen, en nog meer krijsen.
En toch moet het gebeuren. Papa is de baas.
Maar Jente ook. Wat kan dat kind zich in de meest bezopen bochten wringen om maar niet die tandenborstel in haar giechel te krijgen.
Vaak doen we het samen. Een van ons houdt Jente in een nekklem, terwijl de ander met die tandenborstel in Jente's mond tekeer gaat. Snel raggen, want haar linkerarmpje is nog een beetje gladjes van het badschuim, dus die kan elk moment losschieten, tegen mijn mond aan. Of die van Ilse.
Ondanks al het tegen-gestribbel, lukt het uiteindelijk wel om haar mond enigszins toonbaar en fris ruikend te krijgen. (Parodontax, heerlijke tandpasta, en net als met eten ben ik van mening dat je ook zo jong mogelijk moet wennen aan volwassen tandpasta!).

En dan is het tijd om ons kleine boefje haar pyamaatje en slaapzakje aan te trekken.
Nog eventjes stoeien en kietelen, zodat ze al schaterend na alle doorstane ellende lekker op bed kan ploffen.
Wij zitten inmiddels beneden, aan een nieuwe bak koffie. Door de babyfoon horen we nog wat geklets, een beetje gezang (ja, Jente zingt zo af en toe al een heus liedje, dat zal ze van haar moeder hebben, want haar vader zingt als een schorre uil met poliepen op zijn stembanden) en dan is het stil.

Jente...
Wat is ze leuk en lief...
Ook als ze niet slaapt. 

maandag 10 oktober 2016

Muzikale missers.

Muzikale missers.

Stel je voor: je speelt een off-stage partij. Dat kan gebeuren. Dan heb je een partij die erom vraagt dat je het orkest verlaat, naar een balkon loopt, om van veraf een paar noten te spelen.
Op zich geen probleem. Moet kunnen. Een signaal taptoe is lastiger.
Maar er zit een hele show van licht en beelden omheen, dus als je op je plaats gaat staan, is het donker. De organisatie beloofde trouwhartig, dat als we moesten spelen, er een spot op onze snuit gericht zou worden. Ook dikke prima.
Zo ook afgelopen zaterdag. Wij zouden de signalen spelen zoals ze voorkomen in de muziek van Hymn to the Fallen (een soundtrack uit de muziek van de film Saving private Ryan).
Om op ons plekje te komen, moesten we een vreselijk takke-end lopen, een trap beklimmen, en gaan staan. (Compleet buiten adem... )
En inderdaad: zoals beloofd, de spots gingen aan, en we konden ons eerste signaal uit het stuk vlekkeloos spelen. Mooi. Nadat we klaar waren, ging de spot uit, en konden wij even in de "eerste rust" gaan staan.
Het stuk kabbelde rustig verder, en wij rechtten onze ruggen om het tweede signaal te spelen.
Nog 7 maten. 6... 5.... 4.... Hmmmm, die spot mag wel eens aan. 3.... 2... Het wordt ongemakkelijk, want we hadden er niet echt op gerekend dat we het tweede signaal uit ons hoofd moeten spelen, en lezen wat er staat kan niet echt heel charmant. Zou hij nog aangaan? Hoop toch maar van wel. 1 maat.... Nou, dan toch maar inzetten, op hoop van zege.
In het volslagen donker, slaagden we erin om onze tweede set signalen toch goed te laten klinken.
En uiteraard, vlak nadat we onze laatste noot hadden gespeeld: jawel: de spot ging aan. Daar sta je dan, een beetje voor jan joker in het spotlicht, niks te doen.
En door, want we moesten ook nog het slot signaal spelen. Inmiddels was de nutteloze spot weer uit.
En terwijl we wachtten op onze laatste inzet, hoorden we een kleine 3 meter verderop een hoop gekraak. Starende in het wat schemerige licht van de beamer zagen we hoe een oude, kale man een zak chips open trok, om zich eens op zijn dooie akkertje te goed te gaan doen aan Lays Finest paprika chips. *SKRAAAKSKRONTJSKRONSJJJ* klonk het naast ons. En dat tijdens een ingetogen stukje muziek over een herinnering aan een oorlog.
Omdat we al wat melig waren over de mislukte spots van zonet, moesten we alle zeilen bijzetten om niet in de lach te schieten. Wat een onbehouwen lompheid van zo'n vent.
Gelukkig ging de spot voor het laatste signaal gewoon wel op tijd aan, en nadat we die ook weer naar behoren hadden laten klinken, moesten we nog behoorlijk vaart maken om op tijd weer terug te zijn voor het volgende liedje.
Eenmaal buiten gehoor van het publiek, in de gangen brulden we het uit van het lachen. En dat was nog niet over toen we weer in het orkest gingen zitten.
De man die naast me zat, vroeg zich af waarom we zo ontzettend de slappe lach hadden tijdens Gabriellas sang.

Ik heb altijd gedacht dat ik mijn trompetlessen redelijk duidelijk geef. Ik herhaal veel, want vaak zit de kracht van het leren musiceren in de herhaling.
Zo leg ik regelmatig uit wat een kruis is, en doet (voor de niet muzikale lezers: dat ziet er zo uit: #) en wat een mol is, en doet (ziet er zo uit: b) voor een noot.
Maar blijkbaar heb ik ook leerlingen met het geheugen van een vergiet, want een van mijn leerlingen kwam op les en begon heel manhaftig zijn liedje te spelen. Waarbij hij alle voorgeschreven kruisen totaal negeerde. Dat klonk dus op zich nergens naar. Die dingen staan er niet voor niks.
En omdat hij in die les die dingen tegenkomt, weet ik dat hij ze eerder ook al heeft gespeeld, dus hij zou toch enigszins van de hoed en de rand moeten weten.
Toen ik hem ernaar vroeg, wist hij niet hoe hij ze moest noemen en sprak de (in muzikale zin uiterst pijnlijke) woorden:"Jamaar ik weet niet wat die hashtags zijn".
Ik weet van mijn collegae dat ze wel eens leerlingen hebben die die dingen zo noemen, maar ik ging er altijd een beetje vanuit dat mij zulks bespaard zou blijven.
Maar helaas...

Jente heeft er een handje van om met de afstandbediening van de tv te spelen, en meestal loopt dat op niets uit, soms (en dat is irritanter) moeten we de hele santekraam opnieuw instellen. Soms is Ilse sneller, en zet dan wat op wat we wél willen zien. En dan komt dokter Pol voorbij. Een Nederlandse veearts die ergens over de grote plas is gaan wonen en werken. En soms moet hij naar een koe, die zwanger is. En om te voelen of het goed gaat, moet die met zijn hele arm bij die koe naar binnen. En dat gaat diep. Ik bedoel: tot aan zijn oksels er in.
Nu heb ik dus sinds kort een nieuwe trompetkoffer. Torpedo heet het ding, en wordt volgens de trotse fabrikant compleet in Amerika gemaakt (voor het gemak zal ik dan maar negeren dat er op de bijgeleverde parafernalia van die koffer net zulke trotse stickertjes staan: made in Taiwan. Ik denk dat de hele wereld heeft gemist dat Amerika Taiwan heeft geannexeerd).
En het ding is goed. Ik bedoel: het is net een echte torpedo. Van buiten zo hard dat je er iemand mee dood kan slaan. Alleen al het ding op je schouders slingeren, is voor de gemiddelde straatboef reden genoeg om zijn snode plannen jegens je persoontje te staken, en schielijk te maken dat hij wegkomt.
En nog mooier: als je die snoodaard een hengst verkoopt met het ding, is hij dood, en je trompet heeft geen schrammetje.
Zoals ik al zei: goed ding!
Maar het is niet alleen maar pais en vree met die koffer. Want er kleeft een groot nadeel aan. Je moet je trompet er namelijk ondersteboven in schuiven. Dus de beker omhoog.
Dat betekent dat je (als je buizen soepel en goed schuiven) het risico loopt dat je een van je buizen kwijt raakt tijdens het transport.
Op zich kan dat niet zoveel kwaad, alleen: je moet dus met je arm helemaal bij die koffer naar binnen. En dat gaat diep! Ik bedoel: tot aan je oksels er in. En dan tussen alle zachtschuimen kussentjes voelen waar of dat verdraaide buisje gebleven is.
Ook heel lullig als het je overkomt als je net iets te laat bent, en je dus als een stoethaspel staat te hannesen om je instrument in volle glorie bij elkaar te grabbelen.
Voel je je net een soort van veearts...




Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...