maandag 16 juli 2012

Een telefoontje


“U bent verbonden met de voicemail van de familie Coster. Laat uw boodschap achter na de piep”.

Hoi, met mij. Heb al een poosje niks van me laten horen, en je nam de telefoon steeds niet op. Dus dan maar je voicemail inspreken.
Er is de afgelopen weken veel gebeurd. Tijdens je crematie, waarvan ik hoop dat je de CD wel mooi vond, kwamen er veel mensen op ons af. Soms totaal onbekenden. Maar ook mensen waarvan ik niet gedacht had dat ze zouden komen. Ik moest bij sommigen echt heel diep nadenken. Achteraf leek het wel een beetje in een roes te gaan. Heeft ook te maken met het tempo waarin we alles achter de rug wilden hebben. Ik heb uiteindelijk gekozen voor wel opbaren. Want hoezeer jij dit ook niet wilde, uit angst dat je er lelijk bij zou liggen, je lag er prima bij. Beter dan in de afgelopen twee jaar. Eindelijk weer wat rust op dat snoetje van je.
Wat ik achteraf heel jammer vond, was dat C. het opgaf. Hij kon niet tot het einde met je meelopen. Voelde zich beroerd. En nog veel jammerder, dat M. zomaar ineens verdwenen was. Op zich wel knap dat een man van toch meer dan twee meter lang er in kan slagen om, zonder dat het iemand opvalt, te verdwijnen. Lis en ik stonden dus uiteindelijk met ons tweeen bij de oven. Ik had je dit anders gegund. Had ik moeten gaan zoeken?
Eigenlijk nog steeds te ontdaan om echt heel erg emotioneel te zijn, liepen we achter de uitvaart mevrouw aan, naar de oven.
 De meneer die de oven bediende, legde uit hoe het zou gaan, en op mijn teken zou hij het proces starten. Ik had het misschien maar half begrepen, want ik zei vrij vlot al, dat hij zijn gang kon gaan. En dat deed hij. Wat een noodgang. Dat deurtje ging open, de kist werd er met een rotvaart in geschoven. Bijna oneerbiedig snel (alsof ze bang waren dat je zou ontsnappen) viel het deurtje weer omlaag.
Poppetje gezien, kastje dicht. Dat idee.
Een paar dagen later, kwam de mevrouw van het ontruimingsbedrijf. Je had gelijk. Een hele lieve, menselijke vrouw. De container kwam voorrijden, en ze gingen aan het werk.
Later hoorde ik dat S. een paar keer naar het huis is gelopen, om te vertellen dat ze voorzichtig moesten doen met de spullen. Heel vertederend. Ik denk dat de cultuurverschillen toch parten spelen. Maar telkens als ik in Limburg ben, ben ik bijna verplicht om met ze mee te eten. Heel lief. Dat wel.
Intussen moesten wij voorkomen dat jij (ja, JIJ) een boete van 400 euro moest betalen voor het onverzekerd rondrijden op je spartamet. (Het feit dat je dood bent, betekent volgens het RDW niet automatisch dat je niet meer zou kunnen rijden). Ondanks de treurige bureaucratie, heb ik dat meisje aan de telefoon lachend verteld dat ik ze succes wenste bij het innen van de boete. Het zal je werk maar zijn…
Fast forward: Een week geleden. Ik kocht een BMW. Ik weet wel dat jij behoudend bent wat auto’s betreft. Maar nu was het een redelijk makkelijke keuze. Het is in de kosten een goedkopere auto dan waar ik eerst in reed. Achteraf: hoe gaaf zou het zijn als ik je echt in een luxe slee nog een keer mee uit rijden had kunnen nemen.
En nieuwe kansen dienen zich aan. Ik krijg met een beetje goeie wil 12 leerlingen erbij. Ik heb dit aangenomen van een landmachtcollega die overstapt, en dus geen tijd meer heeft. Toch maar besloten dat ik meer met muziek wil. Je had toch gelijk, al die tijd, ik ben meer musicus dan ik mezelf toedichtte. Bovendien: met de uren die ik kan maken op de bus, zal ik voorlopig nooit echt een goeie chauffeur kunnen worden. En qua inkomen schieten die acht uurtjes op een bus natuurlijk ook niet op.
Daarnaast ga ik heel heel heeeeeeel erg misschien mijn vrachtwagenrijbewijs halen. Om breder inzetbaar te zijn voor de kapel.

We hadden samen nog plannen gemaakt, om nog eens een reis te ondernemen. Dat is er nooit van gekomen. Had je nu nog geleefd, had ik je in de BMW (is toch net even luxueuzer dan een citroen) meegenomen. Maar nu moet ik dat maar doen, met jou ergens in mijn achterhoofd. Als we je gaan uitstrooien, mag je alsnog mee. Ik hoop dat je, waar je ook bent, op zijn minst tevreden zal zijn over hoe we het allemaal aangepakt hebben. Talloze dingen die we misschien anders hadden kunnen of moeten aanpakken. Maar we hebben ons best gedaan.
Het leven gaat door. De wereld draait door. En ik dus ook. Ja, niet dat ik doordraai, maar ik ga ook door bedoel ik. Maar ik mis je wel. Ik zou zo graag…….

“U heeft de limiet van de voicemail overschreden. Belt u nogmaals, of toets hekje voor meer opties”….

donderdag 5 juli 2012

Hulde aan mijn auto, en wat losse dingen.

Toen ik drie jaar geleden bij Ronald van Rootselaar mijn tweede auto kocht, kon ik nauwelijks bevatten dat deze man mij altijd aan goeie spulletjes zou helpen. Al gauw daarna kocht ik een betere, nieuwere en mooiere auto. De huidige. Dat was ruim twee jaar geleden. Nooit kon die auto vermoeden dat hij in twee jaar tijd meer dan het dubbele op zijn tellertje zou krijgen. Voorheen geweest van een vrouwke uit Den Helder die er niet zoveel mee reed. In de vijf jaar die hij bestond had hij slechts 80.000 kilometer op de tellen. Nu, is hij 7 jaar en heeft hij 212.000 op zijn klokje.
Dat is zomaar 132.000 kilometer in 2 jaar tijd.
Ik heb een beetje proberen te becijferen en ik denk dat 2/3 daarvan komt direct en indirect op rekening van de ziekte en het sterven van mijn moeder. Dat is 88.000 kilometer. Om en nabij. Dat betekend met het gemiddelde verbruik, dat ik 4500 liter diesel verstookt heb, om mijn moeder te kunnen steunen. Te helpen, te troosten.

Dit alles deed mijn autootje zonder te morren, zonder problemen te maken, zonder mij ooit maar 1 seconde te laten staan. Hij reed mij braaf en betrouwbaar, door immense sneeuwstormen naar ziekenhuizen, door onweersbuien en rukwinden naar het hospice, naar huis en naar de bestralingskliniek.
Slechts 1 keer kon ik hem betrappen op wat humeurigheid, toen wilde ik hem in zijn 3e versnelling de keutenberg opsturen. Dat vond hij niet lekker, want dat is een helling van 22%.

Vele kilometers lang vertrouwde hij erop dat ik hem vakkundig en verstandig door het vaak drukke verkeer zou sturen. En wat moet hij soms doodsangsten hebben uitgestaan als ik eigenlijk te vermoeid weer op pad ging.

Vandaag was voorlopig de laatste keer dat ik naar Limburg afreis. De zaken zijn zover rond, dat in principe alle verdere administratie vanaf nu naar mij wordt gestuurd. Er zijn nog een paar losse eindjes. De woningstichting vindt het normaal om bij een sterfgeval een opzegtermijn van een maand te hanteren. Is dit correct? Ja, ze staan in hun recht. Is dit menselijk? Nee. Op deze manier geven ze maar aan dat ze over lijken gaan, letterlijk, om hun centen te krijgen. Je zou zeggen: voor urgentie gevallen zou het een prima manier zijn om snel aan een woning te komen. Wij hebben vandaag het huis laten leeghalen. En zo blijft het dus ook een maand staan. Prima, door hun houding voel ik me totaal niet verplicht om verder nog enige interesse te tonen. Ik heb aan mijn verplichting voldaan. De rest zoeken ze maar lekker uit.

Over een maand ga ik er weer heen. Er zitten wat mensen die me wél dierbaar zijn. Die wil ik graag weer zien. De as, die willen we op een mooi plekje in Nederland uitstrooien. Als de wind plotseling draait, en wij de as in ons gezicht gewaaid krijgen, is dat een vrij goeie hint over de dingen die we niet goed hebben aangepakt.

Een rare gewaarwording: de overtollige huisraad van je ma, in een container te zien gaan. Telkens willen uitroepen: "Voorzichtig, maak het niet kapot!". De juffrouw van het bedrijf was zeer begaan en zeer lief.

In de afgelopen twee jaar stapelden vermoeidheid, murwheid en emoties zich op. Ik ben even helemaal klaar. Nu is het Marnix-tijd. De resten van mijn leven bij elkaar scharrelen. Ik weet namelijk vrij zeker dat ik twee jaar geleden een leven had. Waarin ik werkte, en nadacht over hoe ik verder wilde. En waarmee. En waarom. Een leven met moeder zonder kanker. Toen de kanker kwam, heb ik daar toch vrij veel voor op moeten geven. Ik heb naar beste kunnen mijn ma gesteund. Nu moet ik gaan wennen aan een leven zonder moeder zonder kanker.

Deze alinea begon ik met het danken van mijn vrienden, de lezers van mijn blogs, collega's en mensen die zomaar ineens even een steuntje in mijn rug gaven. Maar dat heb ik al gedaan. En ik zou niet weten hoe ik al deze mensen zou moeten bedanken.

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...