woensdag 24 juni 2015

Over haringen, nagels en werkgevers.

"Marnix, doe het niet, dit doe je ieder jaar weer, en elk jaar weer is het een teleurstelling voor je".
Zo sprak mijn bourgondische ziel.
Ik stond namelijk in de Albert Heijn tegen een stapeltje verpakte vissen aan te kijken, die trots werden bestempeld als "Hollands Nieuwe".
Ik koos (zoals elk jaar) ervoor om mijn bourgondische stem te negeren, want geen zin om naar de visboer te lopen, en gooide een verpakking in mijn winkelmandje.
Bij thuiskomst heb ik, brave huisvader die ik ben, eerst de boodschappen uitgepakt, de spaarzegels in hun boekje gelikt, en toen was het tijd om de innerlijke mensch te verwennen, met twee Hollandse Nieuwe. Vacuum voorverpakt, met een klein extra bakje voor de uitjes.
Voordat ik zelfs maar in de buurt van een smulpartij kwam, moest ik eerst zien hoe ik die verpakking open kreeg. By Jove, wat een klantonvriendelijke kutverpakking. Je hebt er bijkans massavernietigingswapens voor nodig om bij het zo felbegeerde visje te komen. Een huis-tuin-en-keukenmesje komt nauwelijks door het folie heen, en zelfs de keukenschaar beet zich bot op dat verdraaide plastic.
En dat bleek dus al een veeg teken voor de haring.

Laat ik voorop stellen: de haring was niet vies.
Maar er is totaal geen enkele reden te verzinnen waarom deze haring "Hollandse Nieuwe" zou heten.
De echte Hollandse Nieuwe is dit seizoen lekkerder dan het vorige seizoen. Vetter, malser, bijna wat delicaat van smaak, en het smelt bijna als boter op de tong. En als de visboer (mijn favoriet zit in Sliedrecht) ermee bezig gaat om ze voor je schoon te maken, dan lijkt het alsof ze nog een beetje in leven zijn. Heerlijk. Smullen.
Deze haring van de Albert Heijn, zal 1, 2 of misschien zelfs 3 jaar geleden best Hollands Nieuwe zijn geweest. Maar nu is het gewoon een harinkie dat je in de winter ff snel als tussendoortje op de markt achterover slaat. Deze haring was matig vet, net zo mals als de verpakking waar hij in opgesloten was, niet delicaat van smaak, en smelten op de tong deed hij zeker niet. Zag eruit als een dooie vis, in plaats van een heerlijke haring.

Mijn bourgondische ikje, is er dus een die ik jaarlijks weer negeer, en dat zou ik dus niet meer moeten doen.
Ik vind dat de Albert Heijn eigenlijk strafbaar is. Want ouwe haring (nogmaals: het ziet eruit als haring, het smaakt als haring, maar lekkere hollandse nieuwe is het niet) is geen Hollands Nieuwe. Ze doen veel goed bij de Appie, maar ze zouden met hun tengels van haring af moeten blijven. Dat kunnen ze gewoon niet.

Iets heel anders.

Een paar weken geleden, lukte het mij om zonder ongelukken Jente's nageltjes te knippen. Die dingen lijken harder te groeien dan het wichtje zelf. Want vandaag werd mij door mijn betere helft gevraagd of ik heel even met de nagelschaar weer wat lange nagels wilde knippen. Dit tijdens het voeden, want dan zat ze er het rustigst bij.
Als proactieve vader wilde ik dit best. Hoppa, de schaar erin!
Bij mezelf neem ik genoegen met een beetje kluifwerk. Ja, ik weet het, ranzig, maar veel sneller. Even in het hoekje een scheurtje bijten, dan de nagel voorzichtig afscheuren, in de prullenbak en klaar.
Maar om nu mijn tanden in Jente's nagels (of vingers) te zetten, gaat me dan toch een stapje te ver. Bovendien zul je dan net zien dat er een of andere goochem met een mobiel lulijzer met camera klaar zit om dergelijk vreemde beelden het wereldwijde web op te slingeren.
Dus ik pakte de nageltang, en omdat Jente lekker aan het sabbelen was, zag ik mijn kans schoon: middelvingertje: knip! Wijsvingertje: knip! Duimpje: knipAUWWUWUWWWWWWWWWWAAAAAAAHHHHHHHHHHH! Kut, dus toch niet zorgvuldig genoeg gekeken of ik niet een velletje meenam.
Verdwenen was de wens tot sabbelen, en bij nadere inspectie van haar duimpje zag ik een heel klein rood streepje. Geen bloed, maar gewoon een heel klein rood streepje.
Met een van schuldgevoel weeige onderbuik, liep ik naar buiten om te roken. Jente werd immers getroost door Ilse.
Normaal ben ik heel alert op die zaken, want het laatste wat ik wil, is Jente pijn doen. En dit deed, getuige het aanhoudende gehuil, pijn. Het arme wurm.

En dan nog een nieuwtje.

"Labbekakken met bijstand moeten aan de slag".
Deze verheffende uitspraak komt van niemand minder dan Hans de Boer.
Hans de Boer is voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW.  Hans de Boer noemt het merendeel van bijstandsgerechtigden labbekakken en slappelingen, die maar asperges moeten gaan steken in het zonnetje, met de radio aan. En hij vraagt zich af wat daar mis mee zou zijn.
Klik hier voor het artikel.
Nou, beste Hans, ik weet niet of u het is opgevallen, maar a) het aspergeseizoen is bijna voorbij, b) zo denderend veel zon was en is er niet, en c) de salarissen voor dergelijk werk, zijn van dien aard dat het minder oplevert dan een uitkering.

Daarover gesproken: wat fijn dat u een dergelijk stupide en ongepaste uitspraak durft te doen. Zijn het niet uw vriendjes die voor dat soort werk het liefst een roedeltje oostblokkers inhuren omdat die nog goedkoper zijn dan een uitkering? Schijnheilige gek! Plus dat je een grote groep mensen heel erg tegen de schenen schopt, die wel graag willen werken, maar door UW clubje van werkgevers vaak niet eens uitgenodigd worden voor een gesprek. Hans de Boer, je bent je functie onwaardig!

Hans de Boer heeft zich met deze uitspraken niet alleen totaal onmogelijk gemaakt als voorzitter van een werkgeversorganisatie, maar erger nog: dit is zó vreselijk belachelijk, dat als VNO-NCW ook maar enig verstand heeft, ze deze joker de Boer als de wiedeweerga lozen. Laat hem maar een uitkering trekken. De labbekak.
 Overigens: los van de stupiditeit van deze ezel, wil ik hem wel bedanken voor het inmiddels toch wat in onbruik geraakte woordje labbekak. Dit woord ga ik te (on)pas gebruiken, want het bekt zo lekker.



vrijdag 5 juni 2015

Mijn eerste papa-dag.

Door ettelijke fuck-ups die buiten mijn macht lagen, was ik vandaag thuis. Ik was niet geheel alleen thuis, zo af en toe kwamen Colette en Claus even kijken wat ik ervan bakte, om misprijzend het pand weer te verlaten als ons wurm, Jente het weer op een brullen zette.

Dat zat zo: vandaag zou ik naar het ziekenhuis gaan voor een neurologisch kastje en een gesprek. Daarbij zou ik Jente meenemen, want door een onvoorstelbaar toeval, was het verjaarskadootje dat ik Ilse gaf ,een cursus kinder-ehbo, ook vandaag.
In de ideale wereld, zou dit ook zo gegaan zijn, ware het niet dat mijn ziekenhuisbezoekje niet doorging, en ik dus voor het eerst in mijn leven alleen met ons wurmpje thuis zou zijn.
Ik had stiekem best opgezien tegen het meenemen van Jente naar het ziekenhuis. Ik zou vast met maxicosi en al struikelen. Maar goed, dat kun je dan beter bij een ziekenhuis doen, dan thuis.

Hoe dan ook: Ilse vertrok goedgemutst naar haar cursus en ik bleef, toch wel een beetje met knikkende knieen alleen achter met onze dochter.
Onze dochter huilt veel. Ze heeft last van reflux, dus regelmatig stromen er waterige klodders kwark haar mondje uit. Dat dit pijnlijk is, kan ze op geen enkele andere wijze kenbaar maken, dan door een keel op te zetten, en dat doet ze dan ook vlijtig. Gisteravond kregen we gelukkig van een huisarts wat medicatie mee, en daarmee is de ergste ellende over.

Maar ja....

De eerste helft van de ochtend heb ik heel gemoedelijk (nou ja, een beetje onwennig) met mijn dochter op schoot gezeten. Tot mijn zenuwen zo deerlijk hunkerden naar een peuk, dat ik haar op mijn allervoorzichtigst in haar box legde, (ze sliep) om op mijn tenen sluipend naar buiten te gaan om op het balkon een rokertje op te steken. Telkens wel met de oren gespitst.... En jawel: het brandalarm onze dochter ging af. Blijkbaar wakker geworden, en trof niemand om zich heen, waande zich alleen, en begon te krijsen.
Hup, peuk weg, op mijn sloffen de keuken door, en passant een (lege, gelukkig!!) pan van het fornuis gestoten, op mijn teen, AUW!!!! vloekend en tierend de bocht naar de gang nemen, mijn sloffen verliezend, mijn teen bijijijijijna stotend tegen het gangkastje, de deur door en daar ligt mijn dochter, in de box. Ze ziet (hoort) me aankomen, zet haar liefste snuitje op, huilt wat na, begint te lachen en vervolgens zit ik weer een uurtje met haar op schoot, heel genoeglijk tot mijn zenuwen weer aangaven dat.... Jente eerst weer huilt....

De klok leert me dat het inmiddels etenstijd is. Omdat ik nog niet zoveel vertrouwen heb in mijn fijne, babygerelateerde motoriek moest ik Jente dus huilend in haar box leggen, de afgekolfde melk ontdooien, tijdens het ontdooien af en toe wat troostende woordjes in haar richting koeren, en wat vingers op neusjes leggen (Roefke, als je dit leest, haar neusje is een beetje als die van jou, charmant en vragend om beroerd te worden door mijn wijsvinger) en lief naar haar lachen. Toen het eerste flesje op was, moest ik als de wiedeweerga een flesje met melkpoedermelk maken, want madam was nog niet voldaan. Dus wederom dat blerende kind in haar box, flesje tappen, in de verwarmer, ondertussen proberen om onze dochter op afstand tot kalmte te hebbeledabelidoe'en, en uiteindelijk was ze voldaan, en ik badend in het zweet (het was echt warm) doodmoe.

Gelukkig sliep ze snel in, waardoor ik het aandurfde om haar even te slapen te leggen om mijn naar nicotine hunkerende lijf tegemoet te komen. Dus ik legde haar op haar allervoorzichtigst in haar box, (ze sliep) om op mijn tenen sluipend naar buiten te gaan om op het balkon een rokertje op te steken. Telkens wel met de oren gespitst.... En jawel: het brandalarm onze dochter ging af. Blijkbaar wakker geworden, en trof niemand om zich heen, waande zich alleen, en begon te krijsen. Hup, peuk weg, op mijn sloffen de keuken door, en passant een (lege, gelukkig!!) pan van het fornuis gestoten, op mijn teen, AUW!!!! vloekend en tierend de bocht naar de gang nemen, mijn sloffen verliezend, mijn teen bijijijijijna stotend tegen het gangkastje, de deur door en daar ligt mijn dochter, in de box. Ze ziet (hoort) me aankomen, zet haar liefste snuitje op, huilt wat na, begint te lachen en vervolgens zit ik weer een uurtje met haar op schoot, heel genoeglijk.

Tot mijn maag aangeeft dat ook ik hongerig ben, maar wonder boven wonder, ik kan haar even in de gootsteen leggen, om zelf even wat brood met gebakken ei naar binnen te proppen.

Dat is uiteraard niet waar, ik heb haar wel in haar wipstoeltje gelegd, daar een slinger aan gegeven, zodat ze in slaap gewiegd werd, zodat ik even de tijd had om een paar boterhammen te maken.

Gelukkig lijkt de medicatie tegen de reflux te werken. Ze heeft minder pijn, en lijkt ook minder over te geven. Dus ik kon ook heel erg op het gemakje een paar flauwe films kijken, met Jente hetzij op schoot, het zij naast me op de bank.

Toen Ilse thuiskwam, was ik afgepeigerd, serieus.... Je doet geen flikker, behalve zorgen voor het kind, maar dat blijkt toch meer energie te vreten dan ik had kunnen vermoeden. Voor een kind zorgen is echt vermoeiend. En toen moest er nog gekookt worden. Dus snel maar even wat aardappelen aan gort gekookt (makkelijker om puree te maken), een heerlijke varkenshaas met honing in de oven, en voor Ilse een kaasgehaktbal. Dat gelardeerd met een flinke struik broccoli, en een groot glas zelf (dus écht verse) geperste sinaasappelsap.

Ik stel me vast aan en shit, en alle andere vaders ter wereld zullen dit vast niet herkennen, maar ik begin steeds meer respect te krijgen voor mijn vrouw die vaker mama-dag heeft dan ik papa-dag!
Maar ik wil dit serieus vaker doen, want het beviel me opperbest. Want als ik dan beloond wordt met een lachje van mijn dochter, vergeet ik spontaan dat ik de belastingdienst nog wat geld schuldig ben.

dinsdag 2 juni 2015

Vlieland... Een korte opsomming.

Een weekendje Vlieland.
Twee jaar geleden waren we er ook, en toen werd mijn nachtrust danig onderbroken doordat een (voor de rest) zeer gewaardeerde collega, (die er niet tegen kan als ik hem voorzichtig mijn medeleven betuig over het degraderen van zijn geliefde voetbalclub, hij doet dan een thomasje) met zijn zeer volle gewicht op mij en mijn bed sprong.
Mijn gemekker daarover heeft vruchten afgeworpen, want dit jaar lag ik alleen op een kamer, met een prima douche.
Maar wat doe je nu tijdens zo'n weekendje Vlieland.
-Hopen dat je de boottocht overleeft, zonder dat je je lekkere ontbijt anti-peristaltisch kwijt raakt.
-Van diezelfde boot afmarcheren, om vervolgens 3 keer het dorp door te denderen.
-Verdwalen? en omlopen naar de toch wel op zeg maar anderhalve steenworp afstand liggende kerk.
-Een herdenking spelen, en ons steeds vaker afvragen hoe we die koralen toch moeten spelen, zonder dat de ademhaling tot voorbij het strottenhoofd komt.
-Onbedaarlijk lachen om de verhalen van de voorgenoemde collega, die ik hier niet zonder meer kan herhalen, want betrokken personen zijn nog in leven.
-Fietsen. Jawel... Ik was min of meer verplicht om te fietsen, want de busdienst van Vlieland komt nu weer net niet bij de sporthal (voor het concert, anders had ik er uiteraard niks te zoeken), lopen is te ver, dus fietsen. Fietsen. In eerste instantie was het opstijgen al een bijna wiskundig probleem, en toen dat lukte, moest ik alle zeilen bijzetten om niet gelijk op mijn bakkes te gaan (dit werd overigens door collega Sander zeer bekwaam voorgedaan). Volgens ervarener fietssters zag het er niet uit wat ik deed, maar dat was niet belangrijk: ik heb gefietst. Ik vond het doodeng. Met die zware trompetkoffer op mijn rug, en dan moest ik ook nog af en toe een hoekje om. En achter elke bocht verwachtte ik full body contact met een tegenliggende fietser, auto, bus of boot. Maar oude vaardigheden mogen dan roestig zijn, ik slaagde er wonderwel in om geen dodelijke ongevallen te veroorzaken. En dat zonder zijwieltjes!!
-Een concert spelen, voor een uitzinnig publiek. Als de spreekstalmeester volgende keer minder spreekt, en meer muziek laat maken, is het helemaal af. Zeg maar.
-Heel erg genieten van Rik, die een prima imitatie van Andre Hazes weggaf. Hulde voor die man!
-Medelijden hebben met een meisje van een jaar of 10. Dat meisje zou namelijk een solo zingen met ons orkest. En tijdens de repetities ging het best goed (ik quote mijn lieve collega:"Dat was echt slecht". En hoe harder mensen de schattigheid van het zangeresje verwarden met muzikaliteit, hoe harder Jurgen begon te mauwen dat het heus niet goed was.) Maar hoe dan ook, op het moment van concert was het meisje verdwenen. Weg. Te zenuwachtig geworden. En dat was best heel sneu, want ze had er toch best hard voor moeten werken en oefenen. 
-Een bizar telefoontje krijgen. Het ging namelijk om onze Colette. Of we haar kwijt waren. Ik werd even nerveus, en wilde al direct mijn lieftallige echtgenote bellen, maar even doorvragen loste een en ander op. Een vriendelijke dame liet de chip in onze Colette uitlezen door een bevriende dierenambulance, en daar kwam ons telefoonnummer uit. En dus belde ze op. Het blijkt dat onze Colette helemaal geen trouw huisdier is, want regelmatig nodigt zij zichzelf uit bij andere mensen. En dat gaat verder dan even binnenwippen. Ze eet er opgewekt uit de voerbakjes mee, en slaapt zelfs in de aanwezige katten- of zelfs hondenmand. De dame in kwestie woont letterlijk bij ons om de hoek, en tijdens een van haar wandelingen heeft Colette dus ontdekt dat er meer huizen zeer katvriendelijk zijn. De uitdrukking zou trouw als een kat, bestaat niet, en nu snap ik waarom.
-Ik heb voor het eerst van mijn leven gesjopt. En dan niet voor mezelf of Ilse, nee, voor mijn dochter. Sta ik daar op Vlieland, bij de plaatselijke middenstand, met mijn stoere aura, een stapeltje meisjeskleding te besnuffelen en bevoelen en te selecteren. Het blijkt dat dat heel normaal is, als man meisjes-baby-kleren te kopen, want de enige die enige gene voelde, was ik. Wellicht zat mijn stoere aura me een beetje in de weg.

Kortom: het was een gezelliger weekend op Vlieland dan de vorige keer. Het eten was dikke prima, hotel was goed in orde, collega's waren weer lekker in vorm op alle vlakken. Alleen toch bizar dat een halve liter witbier meer dan 6 euro kost....

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...