zondag 27 september 2015

Een veel bewogen taptoe deeltje zoveel...

Dit is de derde blog over de taptoe op een rij. Een weekje taptoe in de Ahoy.
Waar ik voorgaande jaren zat te jeremiëren over de waanzinnige prijs van een klein kloterig plastic bekertje cola, zal ik dat dit jaar niet meer doen. Ik kan er toch niks aan veranderen. En bovendien had ik met Jurgen besloten dat ik niet boos zou worden. Dit is een heeeeel klein beetje mislukt. Ik stond niet echt te schuimbekken van woede, maar een kleine stemverheffing heb ik wel moeten doen.
 Het was weer als vanouds. Bijkletsen met toffe collega's van de andere orkesten, een paar kaartjes leggen tijdens de vele uren wachten (de term wachtmeester komt ergens vandaan), vele schunnige verhalen, uitzinnige lachbuien en mooie shows hebben we gelopen.

Het begon allemaal op de maandag. De dag dat ik besloot om eindelijk, voor het eerst sinds mijn afstuderen in 2007, weer eens met de fiets naar mijn werk te gaan.
De heenreis was pure horror. Het opstijgen was al een bijna wiskundig probleem, en toen dat eenmaal gelukt was, moest ik diep nadenken over de vervolgstappen. Ohja... die trappers rond laten draaien. En loos. Op de heenreis slaagde ik er niet alleen in om 3 keer verkeerd te rijden (waarbij ik in een enkel geval op de busbaan belandde, een u-bocht wilde maken en oog in oog stond met een verbijsterde buschauffeur) ook de diverse omleidingen die er waren tussen hier en de Ahoy waren een lust voor de voorbijganger. Voor mij was het minder prettig, maar uiteindelijk kwam ik, totaal afgepeigerd, hijgend als een paard dat ontsnapt was uit een slagerij, aan in onze kleedkamer.
Mijn fiets (een zeer feminien exemplaar, voor deze bijzondere gelegenheid van Ilse geleend) sprak ook niet echt tot aller verbeelding, het ding is namelijk aan alle kanten roze.
De terugrit ging heel wat soepeler. Maar gezien de ellende van de heenreis was dat ook niet eens heel erg moeilijk.

Vriendje Jurgen was er nogal op gebrand om mij boos te krijgen. Waarom weet ik eigenlijk niet zo goed, volgens mij ben ik veel aimabeler als ik gewoon mijn normale lompe ik ben, maar goed sommige mensen zijn gewoon wat raar. En alle beledigingen, bedekt of openlijk, liet ik van mijn hangende schouders (zo'n ceremonieël tenue is zwaar) afglijden. Tot het moment kwam dat ik even een klein irritatiepuntje van me af moest zetten. Een paar mensen waren een paar andere mensen aan het stangen, en toen verhief ik heel even mijn normaal zo zoetgevooisde stem om even te laten merken dat de gang van zaken mij niet aanstond. Uiteraard was Jurgen niet de aanstichter ervan (dus heel sec gezien, heeft hij gefaald in zijn pogingen mij kwaad te krijgen) maar wel toehoorder. Hij blij, ik opgelucht, dus blij. Ergo: lucht geklaard.

Op de woensdag was het ook even tijd dat we met het kwintet zouden repeteren voor een nagenoeg onmogelijk optreden. Veel muziek die niet meteen voorhanden was. In alle vroegte zou ik een dienstwagen meenemen om eerst het kwintet te halen, en dan naar de Ahoy om te repeteren. Goddank was ik vroeg. Want de dienstauto dient men te ontsluiten met de personeelspas. So far so good. Maar als je die dienstwagen te lang open laat staan, wil hij dus niet meer starten. Alles geprobeerd, tot ik in wanhoop tegen mijn collega uitriep dat we maar naar de Ahoy gingen marcheren. Gelukkig was PePe zo bijdehand om die kaart tegen de lezer te houden, in plaats van (wat ik als logisch beschouwde) de sleutel te gebruiken om te starten.
Die dienstwagen was overigens een nieuwe Renault Clio waarvan de airco stuk was. Toen ik zag dat het om een Clio ging, belde ik maar eens met de organisatie. Want 5 man, plus instrumentarium in een Clio.... Nou dat zag ik toch niet zo zitten. Maar volgens de meneer van de organisatie kon ik gewoon een ander voertuig reserveren. Dus ik maar een nieuwe reservering gemaakt. Ik kijk in de mail... Jawel... nog een Clio. Uiteindelijk paste het allemaal zeer krap aan. Om beurten ademhalen was zeg maar een vereiste, en Ruben moest continu zijn adem inhouden, anders waren PePe en Lidia door de kieren van de auto naar buiten geperst. Alleen moesten we niet alleen de ruiten buiten wissen, maar ook binnen, want de airco was stuk. Wel gaaf dat een van de verlaagde tunnels in Rotterdam centrum door de regen zo vol stond met water, dat toen ik erin reed, het water echt mega hoog opspatte, waardoor we even een duikbootsensatie hadden.

Het bijkletsen met collega's was als vanouds heel gezellig. Vele potjes toepen, die totaal onoverzichtelijk werden door willekeurig wel of niet toegepaste regeltjes, onderbroken door de aankomst of vertrek van spelpartners, of gewoon mensen die kwamen kletsen.
Tijdens een van die gesprekken biechtte een collega op dat zij en een van haar vrouwelijke collega's altijd elkaar inzeepten zonder handen. Nu moet je je voorstellen dat de militaire muziek een redelijk testosterongehalte heeft, en dat vele mannen in dit soort specifieke gevallen toch ernstig goed zijn in beelddenken. Ik vond dit een verfrissende bekentenis.

Ver voor de zomer kreeg ik via-via het bericht dat een van mijn clubjes mee zou gaan doen aan de jeugdmanifestatie rondom de taptoe. Voor het eerst in jaren. Omdat de club qua omvang erg bescheiden was, vond ik het zeer moedig van ze.
Maar ze eindigden op een nette 7e plaats. Toch binnen de top 10. Ik had het niet durven hopen, maar stiekem ben ik toch best wel trots op die kids. HULDE.
 Ook trots ben ik op onze show. Het was een van de weinige echte marsenshows, en zelfs ik kon hem zonder al te veel mankeren gewoon lopen. Maar eenvoud is vaak ook meteen een krachtig iets, en onze show werd door collegae uit binnen en buitenland toch wel zeer gewaardeerd. Veel complimenten over gekregen. En dat doet goed. Dat gaf toch best wel een kick.

Op naar Bremen, alwaar we deze show nogmaals gaan doen, en wellicht op naar Oslo, voor nog een herhaling?

Ik heb een toffe week gehad, met fijne collega's en fijne vriendjes. En dat toch lekker van huis uit.


vrijdag 18 september 2015

Haastige poep is zelden goed.

Ik denk dat het fenomeen haasten vandaag een geheel nieuwe dimensie heeft gekregen.
Vanmorgen al vroeg vanuit de schoonouderlijke residentie naar Apeldoorn gereden. Want daar was een herdenking alwaar we Poolse, Britse en Nederlandse helden gingen eren.
So far so good.
We stonden opgesteld om af te marcheren naar het monument, toen er in de onderste regionen van mijn darmen iets vreselijk begon pijn te doen. Komaan, dacht ik nog bij mezelf. Gewoon negeren. Niet aan denken.
Maar het rare is: als je tegen jezelf zegt dat je ergens niet aan moet denken, dan denk je dus de hele tijd dat je niet moet denken aan wat het ook is waar je niet aan moet denken.
Normaal gesproken ben ik niet zo van het faken en het weglaten, maar in dit geval stroomde het zweet van het niet nadenken over mijn wangen, en kreeg ik het niet voor elkaar om alle stemmige koralen mee te spelen. Ik was een beetje bang, dat wat het ook was dat er zich in mijn darmen ophield, er een goede reden in zou zien om toch al te veel haast te maken met het verlaten van mijn lijf. En ik ben dan wel weer koppig genoeg om te blijven staan. Ik moest dat signaal spelen, en daarmee was voor mij de kous af.
Na mijn signaal (serieus alle zeilen moeten bijzetten om de poorten van de hel gesloten te houden) moesten er nog een boel koralen gespeeld worden. Het ging steeds minder lekker. Steeds meer kreeg ik een vluchtdrang. Wegrennen, in blinde paniek, al poep spuitend als een kip zonder kop op zoek naar het dichtst bijzijnde toilet. Na het laatste koraaltje wilde onze dirigent ons keurig afmarcheren, en hij begon met zeggen dat mijn signaal mooi was. Waarop ik nog maar 1 antwoord kon geven: fijn zo: wegwezen nu want ik moet als een gek naar het toilet, ik voel me niet zo lekker!!! Maak haast alsjeblieft.
 En toen werd ik door Paul afgevoerd naar t toilet. Wat het ook was dat me dwarszat, het had zeer grote haast om me te verlaten. Want ik had nauwelijks tijd om jas en pet uit te doen op het toilet. Kantje boord.
Technisch gezien is dit dan dus de eerste keer dat ik ben uitgestapt tijdens een dienst, want we waren nog niet afgemarcheerd.
Toen ik eindelijk klaar was, en naar huis ging, merkte ik dat er een soort van splitsing ontstaan was, want de aandrang werd weer groot er was toch iets geniepigs achtergebleven. En weer pijnlijk. Ik denk dat ik gisteravond toch iets gegeten heb, dat niet helemaal goed correspondeerde met mijn darmstelsel. Het gaspedaal ging telkens iets dieper, en mijn gemopper op trage weggebruikers werd allengs heftiger. Uiteraard dom, want niemand die wist in welke pijn ik verkeerde. Zo tegen de tijd dat ik Rotterdam bereikt had, stond het zweet me wederom duimendik op mijn voorhoofd, en ik was nog niet thuis, of ik moest alles uit mijn handen laten vallen om nog op tijd in goede orde het toilet te bereiken.
En nu zit ik, tussen het toiletteren door, deze blog te tikken. Leerlingen heb ik maar afgebeld, want om nu om de haverklap naar het toilet te moeten, terwijl ik uitleg wil geven, zal voor niemand erg bevorderlijk zijn.

 Er is tijd van komen en van gaan.
Een aantal jaar geleden kwam ik in het bezit van een Olds Ambassador cornet. (Een cornet, voor de onkundige lezer, is een soort van trompet, maar dat klinkt wat wolliger, wat """beschaafder"'''' dan trompet).
Een paar keer per jaar haalde ik het ding uit de kast, want dan werd er om gevraagd. Maar de laatste twee jaar eigenlijk niet meer. Ik heb er eerlijk gezegd ook geen lol in. Cornet spelen. Het is niet echt een ding voor mij. En derhalve ken ik dus talloze mensen die dat vele malen beter kunnen dan ik. Zowel in de brassband scene als ver daar buiten.
Dus was het vandaag, na wat over en weer gemail, tijd om te gaan. Mijn cornet is in handen gekomen van een fanatieke en serieuze amateurmuzikant die er moeite in wil gaan steken om het ding te leren beheersen. Toch met wat weemoed afscheid genomen van het apparaat, want een van je kindjes loslaten is niet makkelijk, heb ik gemerkt.
Maar ja... Het is een cornet.

Ik was dus gisteren met vrouw en kind bij de schoonouders. Dat is maar een deel van het verhaal. Want voor het eerst sinds mijn eindexamen heb ik gisteren een concert gespeeld met orgel. Als solist dus, zeg maar. En wat was dat gaaf zeg. We hadden een heel erg afwisselend programma samengesteld. Van Torelli, via Mouret, Langlais en Arutunian naar Saint Saens, Tomasi, Snedecor en Peter Eben.
Veelal hele zware muziek. Zwaar om te spelen, maar in sommige gevallen ook niet al te licht verteerbare kost.
Met name de muziek van Peter Eben was blijkbaar erg lastig in het gehoor liggend. Om mijn lieftallige eega te quoten:"Het was vreselijk, ik zat met samengeknepen billen te luisteren, in de vaste overtuiging dat iemand van jullie zijn voortekens was vergeten".
Maar ja, zoals het klonk, staat het er ook. Dissonanten tot en met. Melodieën die haaks op elkaar staan, en dwars door- en over elkaar heen gaan.
Voor ons was het gewoon goed opletten, en vooral genieten van dat wat we deden, wij waren er al aan gewend door de repetities.
We hadden lol. Lol in de repetities, lol in het concert. Maar ik moet heel eerlijk bekennen: wat was het eng ook. Voor het eerst in ruim 8 jaar weer eens als solist spelen.
Over poepen gesproken: ik deed het zevenkleurig van de zenuwen. Geef mij een orkest, een band of een sectie, en ik weet dat we samen muziekmaken. Ik kan me dienstbaar opstellen aan het collectief. Maar zo in mijn eenzame eentje, met de billen bloot (om maar eens, gezien de huidige toestand, een toepasselijk gezegde aan te halen), ik vind het doodeng. En vroeg me meer dan eens af, of ik dit nu leuk moest vinden. Met regelmaat een rokertje opsteken, vele slokjes water tegen de uitgedroogde mond, gekke opmerkingen makend tegen eenieder en vooral mijn vrouw. Het gebeurde allemaal. Ik hield er zelfs al rekening mee dat ik totaal zou falen, en van schaamte door de kerkvloer zou zakken.
Ik kan mezelf dus zeker niet vrijpleiten van een zekere hoeveelheid dramaqueen-gedrag.
Terwijl het in feite nergens goed voor was, want we hadden ons terdege voorbereid. Ik kon het hele programma goed spelen, en had nog over voor de last-minute wijzigingen die we moesten maken.
Het in niet-zo-heel-erg-grote-getalen-toegestroomde publiek (er zaten 30 man in de zaal, van wie er zeker 10 bij de kerk hoorden) was enthousiast, en kwam zelfs na afloop nog even op ons toe om ons te complimenteren.
Met een veel grotere grijns dan voor het concert, nam ik afscheid. Wat was dat gaaf. Wat was het leuk om weer eens een heel ander soort muziek te maken. Om mensen te laten schrikken. Om ze in slaap te sussen, om ze heel andere dingen dan het geijkte te laten horen.
En waanzinnig om weer te ervaren dat zo'n groot orgel zo geniaal kan mengen met zo'n kleine trompet.
Toen we klaar waren, en alles viel zo lekker op zijn plekje, was ik de zenuwen, de angst van te voren totaal vergeten.
Onderstaand een klein iphone filmpje. Een sfeerimpressietje van hoe het eruit zag, en hoe het klonk. Een stukje Mouret.
 KLIK HIER

Ik ga vandaag de rest van de dag maar vasten. Even mijn buik tot rust laten komen. Want heel charmant voelde ik me niet, toen ik werd weggesleurd. Dus even een dagje minder eten, zal vast de boel goed doen.

Volgende week staat in het teken van de taptoe. En voor het eerst in mijn leven kan ik zeggen: ik ga fietsend naar mijn werk. En ja, dat ga ik ook echt doen. Tenzij het regent. Dan doe ik dat natuurlijk niet.
Fijn weekend allemaal!




dinsdag 15 september 2015

Grenzen.

HOERAAAAAAAAA!
JOEPIEIEIEIEIEIEIEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE.

Ik mag weer rijden. Na drie maanden kniezend naast Ilse gezeten te hebben (Thomas en Alex, bedankt nogmaals voor de liften), mag ik zelf weer sturen.
Na amper een week met mijn Darth Vader masker voelde ik me alweer als herboren, maar ja... Volgens de wetmatigheid van de medische wereld moet je 3 maanden met goed gevolg behandeld zijn, om weer  te mogen rijden. Enerzijds snap ik dat, anderzijds denk ik: ik ben toch geen gemiddelde, ik ben toch geen cijfertje in de statistieken? Maar goed, lange tochten met het openbaar vervoer (hoogst onpraktisch, maar in sommige gevallen zelfs heel gezellig met oud-collega's babbelen) hoeven niet meer.

Ilse (die -en dat blijf ik herhalen- tot de top 3 van de beste chauffeurs van Nederland hoort) bracht mij iedere dinsdag naar Aalst om les te geven. Deed dit zonder morren, zonder mekkeren en met redelijk blij gemoed.
3 maanden was ook wel echt mijn uiterste grens. Toen bij de controle een kleine maand na het beginnen met het masker bleek dat mijn vooruitgang al gelijk 100% was, was ik in de veronderstelling dat ik weer mocht rijden. Maar ik moest wachten. Tot er verbetering was. Tot het duidelijk was dat er echt écht ECHT geen gevaar meer dreigde als ik wel achter het stuur zou stappen.
Helaas moest ik ook heel wat diensten overslaan. Zo ook vandaag. Prinsjesdag. Op zich is het een lange sta-dienst. Maar ik doe liever een lange dienst, dan dat ik om wat voor reden dan ook naar het ziekenhuis moet. Op zich had ik ook wel na de taptoe week naar de longarts kunnen gaan, maar ook aan mij zitten grenzen. Ik moet gewoon lekker kunnen rijden, om naar mijn werk te komen. Om mijn geld te verdienen. Want ov, of afspraken afzeggen, kost geld.

Over grenzen gesproken:

Als de taptoe week achter de rug is, ga ik weer eens wat grenzen verleggen. Ik ga namelijk op volleybal. Ja, dat is een sport. Een teamsport.


Zo, is de koffie uitgesproeid? Zit u weer op uw stoel (waar u van verbazing bent afgevallen)? Bent u bekomen van de schrik?
Dat zit zo:
Volgens de dietist valt het allemaal wel mee met mijn overgewicht, maaaaaaaar het zou beter kunnen. Dus niet meer snacken, niet meer snoepen. En meer bewegen.
Op de middelbare school vond ik gymles echt schijtvervelend. Te meer daar ik dagelijks 11 kilometer over de Limburgse heuvels fietste. Alleen volleybal vond ik leuk.
En om toch eens wat te gaan bewegen, vond ik altijd maar lastig. In mijn eentje naar de sportschool, was zeg maar, een hobby waar ik totaal geen genoegen aan beleefde. Eenmaal verhuisd en tot rust gekomen in het Rotterdamse, bedacht ik me dat als ik dan toch iets aan beweging moet doen, waarom dan niet bij een team.
Rotterdam: weest gerust: ik ga me niet aansluiten bij een team dat voor de topnoteringen gaat, ik sluit me aan bij een recreantenteam. En dan niet zozeer vanwege de derde helft, maar gewoon, omdat ik het allemaal wel moet leren. Mijn kennis en kunde van volleybal zijn dermate roestig, dat ik me soms wel eens afvraag wat ik zelfs dat recreantenteam aan ga doen.

Mijn vrienden schoten stuk voor stuk in de lach. Ik zou mijn eigen bal al bij me hebben, en zulk soort complimenten waren mijn deel. Tot een Marianne die me gewoon recht in mijn smoel uitlachte.
En uiteraard willen ze allemaal bij de eerste wedstrijd zijn, om me """"aan te moedigen""". Jaja.
Onnodig te zeggen dat ik dus extreem geheim ga houden wanneer mijn eerste wedstrijd zal zijn.
 Zelfs Ilse gaat dat niet weten, want ik gun mijn vrienden alles, maar niet een avondje lang leedvermaak ten koste van mijn eerste stappen op het volleybal-wedstrijd-veld.

Grenzen.
Europa gooit de grenzen dicht. Al die vluchtelingen, dat kunnen we niet aan. Tot zover de Europese Unie, die niet bij machte is om als een unie te functioneren, en als een unie de problemen aan te pakken en op te lossen.
Talloze meningen, voorzien van de meest stupide argumenten (voor en tegen) komen voorbij op het internet. En tot mijn grote verbijstering, angst en verdriet, vaak gelardeerd met de meest hatelijke, domme teksten, rechtstreeks uit de pen van Adolf Wilders. Of Geert Hitler. Of hoe je die griezelige neo-nazi ook mag noemen.
Ik ben er absoluut voorstander van dat we de ergste gevallen van ellende opnemen. Mensen die uit oorlogsgebieden komen, moet je kunnen helpen. Kunnen we iedereen opnemen en helpen? Nee, dat kan niet, en dat moet niet.
Maar pijnlijk duidelijk is wel dat de EU, waaraan we jaarlijks vele miljoenen moeten geven, niet bij machte is om hier duidelijke procedures voor op te stellen en te volgen.
Allemaal te bang om te poepen als er een kleurling in de buurt komt. 
Ik denk dat het zaak is dat iedereen zich goed realiseert dat het a) allemaal zo'n vaart niet zal lopen, b) niemand een boterham minder hoeft te eten als er wat vluchtelingen opgenomen worden, en c) dat de domme haat, zoals aangewakkerd door Adolf Wilders niemand ook maar iets gaat opleveren. Al die angst en haat, kost alleen maar energie, en niemand wordt er een vrolijker en prettiger mens door.


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...