vrijdag 28 februari 2020

Blunderend bestaan

De afgelopen week was een week waarin ik mijn "blonde" zelf een paar keer goed ben tegen gekomen. Niet zozeer in de spiegel, want als ik daarin kijk, moet ik bekennen dat ik de 40 echt wel begin te naderen, gezien de hoeveelheid oud-blonde haren die zich in mijn snor en sik menen te moeten manifesteren, maar meer op het praktische vlak.

Dat begon eigenlijk zondag al, toen ik (na het tikken van de vorige blog) opgewekt verder ging klussen aan mijn kar. Gewoon omdat het kan, gewoon omdat het leuk is.
Er zitten aan de voorzijde van die kar, een paar beugels, waarvan ik niet zo goed wist of weet, wat daar nu de functie van was of is. Als ik die weghaal, dan zit ik met 4 gaten in de bak, die ik dan weer dicht moet stoppen. Maar als ik ze laat zitten, ziet het er wat maf uit. Ik verzon ter plekke dat ik met een stuk op maat gezaagde plank, een soort van treeplankje zou kunnen maken. Misschien om een gasfles op te zetten, misschien om weet ik veel wat.
Dus van de oude, zelfgemaakte, modellenkast een plank getrokken, en die op maat gezaagd voor de kar. Daar kwam wel wat meetwerk bij kijken, want de nieuw geplaatste steunpoot en de uitgang van de elektra, zaten danig in de weg.
Maar dat lukte, en om het hout te beschermen tegen weersinvloeden, die plank goed en lekker dik ingesopt met verstevigende verf.
Gaatjes boren in de beugels en de plank en vast maken maar.
Zou je zeggen.
Wat ik echter volslagen vergat, was dat de hendel van de steunpoot niet alleen vast moest kunnen, maar ook los. Het staat namelijk erg slordig als je met een omlaag gedraaide steunpoot, alle stenen uit de straat trekt.
En met de plank op zijn plaats, kreeg ik die hendel van de steunpoot dus totaal niet losgedraaid. Zelfs niet een beetje, nee gewoon helemaal niet.
Gevalletje van kak tot de derde macht.
Veel uren bezig geweest met met dat pokke-plankje om hem uiteindelijk maar weg te donderen.

Een andere blunder was dat ik in de avond even lekker een peukje ging roken buiten. Op zich is dat roken een blunder apart, maar voor het eerst in mijn leven van nu ruim 38 jaar heb ik mezelf buitengesloten.
Ik stap naar buiten, en omdat de voordeur op het laatst voor standje "dicht" een beetje klemt, liet ik hem voorzichtig dicht glijden, tot klem. What could possibly go wrong? Ik steek mijn peuk op, en dat mislukte vanwege een windvlaag. Vanwege die windvlaag hoor ik achter me een "plop-klik". Deur dicht. Kut. Even voelen. Kuttediekut. Nog even voelen. Kuttediekutterdekut. Geen sleutels bij me. En mijn telefoon ligt binnen op te laden.
Op zich zou dat helemaal geen probleem zijn, ware het niet dat Ilse haar dagelijkse 10.000 stappen aan het maken was en Jente lekker lag te knorren.
Sta ik daar, op mijn roze nepcrocs van 7 jaar oud, zonder jas in de bittere kou. Vooruit, dan toch maar eerst eens die peuk roken. Ik sta er toch. En hete rook is altijd warmer als het buiten koud is, dan geen rook.
Je ziet wel nog eens wat. De overbuurvrouw die in die tijd 2x buiten kwam staan om te roken. De overbuurpoes die zich verbijsterd afvroeg waarom ik hem niet weg-shoo'de (wat ik altijd doe, omdat de deur als die wel klemt (het kreng) door overbuurpoes te openen is, waarop hij zich tegoed gaat doen aan het allergievoer van Colette. Op zich vind ik dat niet erg, ik vind het zelfs komisch als hij dat doet, want het levert een verbijsterde en diep verontwaardigde Claus op, die dat zelfde kunstje bij praktisch alle andere katten uithaalt. Maar aangezien dat anti-allergie voer niet heel goedkoop is, stel ik er wel een paar grenzen aan.
Ik had in theorie ook even om kunnen lopen, over het hekje heen klimmen, en via de achterdeur naar binnen. Maar in het donker, met mijn volronde postuur over een niet al te stevig hek klimmen, leek me een recept voor fysieke en mentale ellende die nog jaren (door de buurt) zou naschokken. 
Ik bekijk mijn aanhanger, en fantaseer een beetje door over hoe het verder moet met mijn aanhanger. En met mezelf.
Er is mij opgedragen veel leuke dingen te doen, dit was er niet een van.

Het is niet alleen mijn aanhanger die onder mijn hobbymatige klusdrift lijdt. Ook mijn auto komt aan de beurt. Daar heb ik op sommige punten wat hulp bij nodig. Zoals de elektra, en de voorbumper.
Andere zaken kan ik zelf wel.
Zo besloot ik om een aantal delen van mijn auto aan de buitenzijde te gaan "wrappen".  Voordeel is dat het voordelig is, goed zelf te doen, en als het niet meer bevalt, is het eenvoudig te verwijderen. En anders na 3 jaar wel.
Oke, dus een paar bussen van die spuit-wrap besteld. Voor de hele auto moet ik dus wachten op de nieuwe bumper. Maar omdat ik toch wat wilde oefenen, besloot ik om de naafkapjes van de zomervelgen al eens aan een spuitbeurt te onderwerpen.
Schoonmaken en spuiten maar.
De eerste laag leek er toch best mooi op te zitten. En vanmorgen ging ik voor de tweede laag.
Ziet er best wel heel erg tof uit, moet ik zeggen.
Maar omdat ik geen werkplek heb waarop ik die kapjes ook daadwerkelijk rechtop kon zetten (spuiten met een spuitbus werkt nu eenmaal het beste als je die bus rechtop kan houden), besloot ik in een split-second om die dingen dan maar gewoon zelf vast te houden.
Jawel, je leest het goed: ik hield die kapjes in mijn hand terwijl ik ze ging spuiten.
Wat voor intense vlaag van ongehoorde stupiditeit er in mijn brein was gevaren, kan ik met geen mogelijkheid meer achterhalen, maar ik pakte die kapjes op en begon ze, in mijn handen, te spuiten.
Ja.
Ja, dat was absoluut niet slim. Dat was zelfs voor mijn doen een treurig dieptepunt van onnadenkendheid. Ik moet wel zeggen: mijn hand zag er net zo prachtig blauw-metallic uit als de naafkapjes.
Toch iets om niet nog eens te doen.
Hoe dan ook ben ik met de kleur erg tevreden, en ik denk dat het heel tof gaat staan.

Soms blunderen we ook samen. Ilse en ik.
Blijkbaar (hoe slecht ben ik als vader als ik dat soort dingen dus gewoon nooit weet?) werden er vandaag de rapporten uitgedeeld.
Voor elk kindje in de klas een mooi mapje met daarin het rapport. Ik vind dat zelf wat overdreven voor een kleuterklas, maar soit. Het is ook wel goed als je tussentijds op de hoogte wordt gehouden over het welvaren van je kind in de klas, en wat de juf ervan vindt.
Maar voor Jente lag er geen mapje.
En omdat ik bij het kersdiner ook al bijna tot huilens toe met dat kind aan het leuren was, op zoek naar haar plekje (had gemarkeerd moeten worden met een door haar zelf gemaakte placemat, die simpelweg kwijt was, waardoor er op het allerlaatst een plekje alsnog gecreeerd moest worden, en ik steeds knorriger werd van alle gillende kinderen, en kriskras door elkaar heen beukende ouders die hun kind ook niet kwijt konden of juist al kwijt waren) werd ik toch een beetje argwanend. Ze zullen toch niet weer mijn kind vergeten zijn?
Dus de juf even aan haar jasje getrokken, en die gaf als uitleg dat haar rapportmap waarschijnlijk bij ons thuis was. Ik werd een beetje rood. Van schaamte dus.
Ja, zulke ouders zijn we dan ook. Een mooi rapportmapje, dat verschijnt eerst op de kast (om mee te pronken) en verdwijnt dan vervolgens in de kast.
Uit zicht, dus ook geen idee meer dat we dat hadden, of dat er zelfs maar rapporten zouden zijn, zo vlak na de kerst.
Nu, we doen dit voor het eerst, dus ook daarin zullen we onze weg wel vinden.

Goed. Ik hoop dat ik alle blunders nu wel een beetje begaan heb voor deze week, maand en jaar. En dan wens ik u allen een prettig weekend. 


zondag 23 februari 2020

(Lees)(Ver)voer

Om Ilse een beetje te ontzien, hebben we besloten om voortaan weekboodschappen te doen.
Dat ging heel even goed, totdat ik dus aan de beurt was om voor een week boodschappen te doen.
Ik hield me nauwelijks aan de vooraf opgestelde maaltijden, en keek wel naar de houdbaarheidsdatum op de producten, maar blijkbaar sloeg ik die informatie niet dusdanig op, dat ik er ook daadwerkelijk meer mee deed, dan het product ongeacht die datum in de winkelkar te flikkeren.
Dat resulteerde erin dat de door ons drietjes toch wel zeer gewaardeerde maiskolven weg konden flikkeren. Dat er een paar aardappels zwart waren van binnen. En dat sommige groenten een soort van zacht-geworden-hard waren.
Vleesjes die spontaan begonnen te draven in hun plastic schaaltjes als ik ze uit de koeling nam.
Oke, die bonus is best leuk, en kan best schelen, maar heeft dan wel als nadeel dat de houdbaarheid erg kort is, en als je dan die bonus artikelen ongegeten weg kan flikkeren, is het toch best een dure aangelegenheid.

Maar ja.
Het is natuurlijk erg "yupperig" of "alleenstaanderig" om elke dag naar de plaatselijke grutter te banjeren voor je avondprakkie. Bovendien, als je het goed doet (en dat is dus niet zoals ik het deed) is het goedkoper om weekboodschappen te doen, dan om elke dag maar weer de Deen of Appie plat te lopen.
En met twee hoofden der huishouding die beiden niet bijzonder gestructureerd zijn, is het juist prettig om op maandag al te weten wat je vrijdag om 17:30 uur in de pan mikt.

Maar goed, dat ging dus grandioos mis, en mijn allerliefste betere helft stelde voorzichtig voor om dan maar weer "Hello Fresh" te bestellen. Dat is een soort van maaltijdbezorger, die de ingrediënten bezorgt waarmee je zelf een gezonde, verse maaltijd kan maken.
Wij hadden reeds eerder een abonnement bij die firma, en uiteindelijk heb ik die stop gezet, omdat het "fresh" gedeelte van de naam totaal niet overeenkwam met mijn idee van versheid. Ik bedoel: als de paksoi zelfstandig de koelkast uit hipt, en de tomaten inmiddels uit eigen beweging zichzelf tot een ouwelijke gazpacho hebben omgetoverd, terwijl de bezorging de dag ervoor was, en voor 4 dagen was, vind ik daar toch wel wat van. Bye-bye-fresh dus, wat mij betreft.
Jammer alleen en buitengewoon ironisch dus, dat ik het zelf niet heel veel beter doe.
Goed, dus we gaan het weer proberen, voor een dag of 3 per week, zodat we meer rust en ruimte hebben om aan ons zelf te denken en te werken. En voorwaar: dat kan geen kwaad, zou ik zo zeggen.

Status-update mbt de aanhanger.
Van de week was ik eindelijk zover dat ik het idee had dat de kar klaar was.
En klaar was hij. Althans in technisch opzich, voor zover mijn expertise dat kan overzien.
As is goed, verlichting nieuw, dus goed. Waterdicht, dus erg goed. Een heel erg lelijke, maar van ongekende creativiteit getuigende handgreep om de (behoorlijk zware) deksel op te tillen, zonder dat je je rug breekt, of je vingers tot moes perst om ze tussen deksel en bak te wringen, ten einde met je vingertoppen (die dan inmiddels gereduceerd zijn tot bloederige stompjes) de klep te lichten.
En met een flink stuk pvc regenpijp een constructie voor mijn tuinhek gemaakt, zodat de kar ook daadwerkelijk de weg op kan.
Jubelend van trots trok ik de aanhanger de tuin uit, koppelde hem aan mijn auto, en begon de verlichtings-check.
K.A.K.
K.U.T.
G.V.D.
T.E.R.I.N.G.J.A.N.T.J.E.
E.N. M.E.E.R.V.A.N.Z.U.L.K.E.M.O.O.I.E.T.E.R.M.E.N.
!!!!!!
Doet het niet.
Voordat ik mijn hele blasfemische repertoire eruit begon te braken, meldde Ilse (die voor de feestelijke te-weg-lating van mijn kar naar buiten was gekomen) dat het wellicht verstandig zou zijn om de kar even aan haar auto te koppelen, om uit te sluiten dat het inderdaad aan de nieuwe verlichting zou liggen.
Aldus gedaan, en inderdaad: het lag niet aan de kar, want aangesloten op de auto van Ilse, deed de verlichting het uitstekend.
Dus ligt het aan Charley. Ja, zo zout had ik het niet kunnen verzinnen.
Gelukkig krijgt Charley aanstaande week haar nieuwe mooie bumper, dus mag vriendje Ken zich daar meteen op storten.
Het goede nieuws is dus dat ik voor 99,99% klaar ben met de kar.
Het laatste restje bestaat uit de onderkant in de teer zetten, en meer en meer versiering erop aan brengen. Toch maar eens naar de sloop binnenkort. Of, als ik toch bij vriendje Ken ben, hem lief aankijken of hij nog wat heeft staan-liggen waar ik me aan mag vergrijpen.

Bij deze is mijn weekend begonnen.
Ik wil de trouwe volger van mijn volstrekt buitenissige bestaan wederom in het zonnetje zetten. Ten slotte presteert u het al een behoorlijke tijd om mijn zielenroerselen tot u te nemen, zonder moorddadig te worden of anderszins lelijk te doen tegen me.
Goed weekend allen!


zondag 16 februari 2020

12 klusjes en bijna net zoveel ongelukken.

Toen ik besloot om een aanhanger te kopen, welke een opknapper zou moeten zijn, zodat ik lekker een beetje mijn hoofd kon leegklussen, leek het me leuk om af en toe wat vorderingen te laten zien op mijn persoonlijke smoelenboek-plek.
Alles bij elkaar leek het een leuk en leerzaam project, waarbij esthetiek minder van belang was, dan technische zaken.
En leuk en leerzaam was, en is het.
Inmiddels 3 weken verder, en mijn aanhanger is zo goed als klaar.
Wat je echter niet op die foto's ziet, zijn de verwondingen aan vingers, de spierpijn op plekken waar je niet verwacht dat je er ooit spierpijn zou hebben, laat staan dat je vermoedde dat er überhaupt spieren zitten.
En wat ook niet zichtbaar is: de talloze fouten die ik maakte, moest oplossen en die me dus weer een stap terug gooiden in het hele proces.

Fout nummer 1: De aanhanger is te breed om door het tuinhekje te passen. Gelukkig waren Ilse en ik sterk genoeg om het karretje over het tuinhekje te tillen. Fout 1a: Nu ik dus bijna klaar ben, en de dakkoffer semi-permanent op de kar gemonteerd is, kunnen we het optillen ervan wel vergeten. Prachtig. Op een witte kentekenplaat na, is het ding dus "street-legal", krijg ik hem voorlopig de weg niet op, omdat ik hem de tuin niet uit krijg. En aangezien zowel Ciara, als Dennis nog niet sterk genoeg waren om het tuinhekje weg te blazen, zal ik daar zelf wat mee moeten doen.

Fout nummer 2: Een set metaalboortjes kopen van 1,69 per 6 verschillende diktes. Dit is dan ook serieus een stomme fout, want ik ben door diverse vriendjes en eigen ervaringen erop gewezen dat goed gereedschap het halve werk is. Die ene boor die ik los voor 5 euro kocht, is nog steeds niet versleten, en doet het fantastisch, van de set van 1,69 euro, vlogen de afgebroken eindes me diverse malen om de oren.

Fout nummer 3: die is herhaaldelijk voorgekomen. Te snel willen werken. En dus meetfouten maken. Ik wilde een steunpoot op de dissel maken. Makkelijk met inladen, want de kar blijft dan horizontaal staan. Steunpoot gekocht, en er toen pas achter komen dat dat eigenlijk heel onhandig is, want de dissel is een vierkante ijzeren buis, waarin je dus nooit de klem voor die poot kan monteren, zonder dat je de constructie gevaarlijk verzwakt. Prima, monteer ik hem gewoon aan de voorkant van de bak.
Toen ik de zaak had voorgeboord, en de klem wilde monteren, kwam ik erachter dat ik op die plek, de steunpoot nooit zou kunnen bedienen. Het hefboompje, dat gemaakt is van solide ijzer, wilde met geen mogelijkheid wijken voor de in tact gelaten (en dus heel erg sterke) dissel. So-de-ju.
Snel een andere plek gekozen, snel geboord, en jawel: nog een halve centimeter te krap. Gelukkig heeft het hefboompje een rubber handgreep en toen ik die verwijderde, bleek het nét wel te kunnen.
Dus zal ik de rest van het bezit van mijn aanhanger gestraft worden met het bedienen van een ruw ijzeren hefboompje. Niet dat dat trouwens zoveel uitmaakt, door het vele klussen zijn mijn handen bijna net zo ruw geworden.
Maar ik zat dus wel met 1 gat teveel (het andere gat zit keurig netjes verstopt achter de klem).
Fout 3a: Te snel genoegen nemen met dat wat ik vinden kan. Zo wilde ik minimaal 2 extra slotjes op de deksel. Gewoon, omdat ik één slotje te weinig vind. Zeker met het extra gewicht van de dakkoffer erop. Omdat die dingen blijkbaar lastig te vinden zijn (in elk geval daar waar ik zoek), nam ik genoegen met twee net niet passende slotjes. Eierkistsluitingen heten die. Dat is een beugel, met een hefboompje. Die beugel kun je met het hefboompje omhoog (open) of omlaag (dicht) doen. Dat beugeltje valt uit of in (al naargelang je opent of sluit) een haakje.
Het haakje bevestig je op de deksel, het beugeltje met hefboompje op de onderzijde. (De kar zelf dus, in dit geval).
Makkelijk zat. Maar goed.
Ik dacht dus dat ik die haakjes wel even met een hamer in de juiste maat zou kunnen kloppen. Dat was makkelijker dan dat ik 12 meter verderop naar mijn bankschroef zou lopen om hem daar stevig te klemmen. De eerste klap is een daalder waard, maar in dit geval koos ik ervoor om die daalder niet nog eens uit te geven, en naarstig de halve straat af te speuren naar het haakje, dat door die klap uit mijn handen werd geslagen en 10 meter verderop in de tuin van de overburen eindigde. Nogmaals: snel willen werken en aangeboren lui zijn, is niet altijd een hele beste combinatie.

Fout 4: té netjes en té fancy willen zijn. De verlichting was bij aanschaf al redelijk brak, en daarbij was de draad te kort. Dus weg ermee. Ik opteerde in eerste instantie voor een simpel lichtbalkje. Maar dat is wel ontroerend lelijk. Tot ik ergens op het wereldwijdeweb een prachtige aanbieding vond van een setje LEDS. Tegelijkertijd besloot ik dat ik de aanhanger toch niet ga schilderen voorlopig. Ik vind het juist wel wat charmants hebben. Dat slordig afgewerkte, ouwe uiterlijk. Bovendien: met de hoeveelheid stickers en emblemen dat ik erop ga plakken, maakt het uiteindelijk vanzelf niet meer uit welke kleur er onder zit. Maar dat maakt voorlopig wel dat die hippe, fancy LED-verlichting een soort van vlag op een modderschuit is.  Die verlichting zou plug & play zijn, en dat was het ook. Al was het "plug" deel ook weer zoiets dat ik al vallende en opstaande moest monteren.
Vanuit de caravan had ik geleerd dat bedrading die je slecht ophangt, over het asfalt gaat slepen. En dat is per definitie een ramp voor de werking van je verlichting. Bij de caravan kocht ik wel de goedkoopste lichtbak, en liet de bedrading door de ramen naar voren lopen.
Bij de aanhanger wilde ik dat dus ook. Voor mij geen risico op kapot geslepen draden. Dus keurig netjes (met zelf gemaakte malletjes!!!) de gaten voor de verlichting voorgeboord, en de draden keurig netjes via de binnenzijde van de bak naar voren laten lopen.
Kwam dat extra gat uit fout 3 toch nog goed van pas. Hoewel... Omdat dat gat veel te klein was om die stekkers door te duwen, moest ik die wat uitboren. En ook dat lukte, de stekkers gingen er dikke prima doorheen. Alleen zit ik dus nu met een nog groter gat aan de voorzijde, dat door het boren ook nog eens scherp is geworden. Dus loop ik alsnog risico op een kapot geschuurde draad. Ik ben nog bezig met een oplossing daarvoor.

Maar ondertussen, is de bak zo goed als klaar. Er zijn nog een paar zaken die moeten voor we ermee op vakantie kunnen. De bodem ga ik lekker dik in de teerverf kwasten, de kabel van de verlichting moet netjes verder klaar, er komt nog een rubber mat in de bodem aan de binnenkant, en een stevige handgreep om de toch wel erg zware deksel wat makkelijker op te tillen. Dan kan ik alle esthetica gaan doen. Emblemen, stickers etc erop die de bak helemaal naar mijn zin maakt. En natuurlijk het tuinhek aanpassen aan de breedte van de kar, anders heb ik er niks meer aan dan een soort leuke tentoonstelling in de voortuin.

Ik moet mijn vrouw echt wel diep op mijn knietjes bedanken voor het feit dat ze (niet zonder knorren) accepteerde dat ik mijn zin in een leuk hobby-klusproject zonder veel plichtplegingen en met haar hulp in de voortuin heb geparkeerd. Uiteindelijk zal ze inzien dat het juist voor de vakantie een zeer welkome aanvulling op ons assortiment is.

Er zat dus best wel veel onlogica in dit (doorlopende) project. Maar dat kom ik tegenwoordig wel meer tegen in mijn leven.
Bijvoorbeeld.
Ik kreeg een melding in het dashboard van mijn bus: "Please return to drivers' seat".
Die melding kan je alleen maar zien als je in je stoel zit. Waarom dan nog het verzoek om in die stoel te gaan zitten? Ik ben wel serieus gewicht aan het verliezen, maar ik gok erop dat ik niet zó licht ben geworden dat de sensoren in de stoel mij niet meer kunnen waarnemen.
Als je niet in je stoel zit, sta je buiten je bus, en kun je die melding niet lezen. Dus is die ook nutteloos.
Of het zou moeten zijn dat de busfabrikant er vanuit gaat dat chauffeurs regelmatig tijdens het rijden uit hun stoel opstaan om een dansje te doen of zo. 
Kortom: veel vragen, die ook bij collega's tot hilariteit leidde.
Het zal wel, mij maken ze de kop niet gek(ker dan die al is). Lekker sturen dus, gniffelend om gekke meldingen, waarvan je eigenlijk zou vermoeden dat ze eerder in een Citroën voorkomen, dan in een bus.

Op deze stormachtige dag is mijn weekend ook begonnen, en wens ik u allen een goede toe.


zaterdag 1 februari 2020

Lompheid.

Mijn lompheid (en soms ook fysieke, met name fijn-motorische onhandigheid) is wijd en zijd bekend. Mensen vinden dat geweldig, of lopen met een grote boog om me heen. Ik leef daar nu al bijna 39 jaar mee, en ik heb dat geaccepteerd als een feit. Net zoals zondag altijd na zaterdag en voor maandag komt.
Ik heb dat geaccepteerd, maar dat ging niet altijd zonder slag of stoot (letterlijk en of figuurlijk).
Zo kon het een jaar of 8 geleden gebeuren dat ik mijn wat wild begroeide snuit wat wilde temmen, en mijn baardje wat meer in het gareel ging snoeien.
Wellicht dat ik die ochtend te weinig koffie op had, maar het eindresultaat was dat ik met wilde ogen in de spiegel woedend met mijn vuist aan het zwaaien was. Naar mezelf. Ik had namelijk mijn ringbaardje met een royaal gebaar voor de (linker) helft gedecimeerd.
Dat staat nogal vreemd, dus witheet van woede ratste ik de rest er ook maar af. En aldus voor in elk geval een poosje lang een frisse kop.
Maar goed, ik ben niet alleen lomp, maar ook lui en dus groeide dat baardje er vanzelf weer aan.
Wijzer en voorzichtiger geworden, koos ik in de loop van de volgende jaren telkens een beter en hipper apparaat om mijn gezichtsbegroeiing beter, mooier, en hipperder te onderhouden. Ging best.
Zozeer zelfs dat ik in staat was om een heel hip gecomponeerd baardje met strakke lijnen op mijn gezicht te handhaven.
Stond mij best goed.

Hoe dan ook: de schade en schande uit het verleden waren blijkbaar nog niet groot genoeg, want afgelopen week wilde ik mijn zorgvuldig gekapte smoelstruik een beetje bijwerken, en de lang geworden haren die eigenlijk niet tot dat meesterlijke stukje tuinbouw hoorden, wegwerken. En dat ging de eerste paar minuten erg goed.
Tot die hippe tondeuse besloot dat er nieuwe prik in moest.
Nu wil het dwaze feit dat onze badkamer geen stopcontact heeft, en ik dus aangewezen ben op diverse verlengsnoeren, welke de tondeuse nét niet genoeg ruimte geven om tot de badkamerspiegel te reiken.
Toch eigenwijs zijn, toch doorgaan, en toch net even te snel willen werken, en luttele seconden later: jawel, je raadt het al: ik sta mezelf weer met gebalde vuisten van onbedaarlijke woede en verslagen verdriet aan te staren. De helft van mijn zorgvuldig opgekweekte baardje lag me in de wasbak verwijtend aan te staren.
Kak.
Omdat ik mezelf in een bepaalde levensfase bevind, waarin ik weinig tot geen compassie heb met wat wie van mij vindt, en waarom, (ik ben nog steeds van plan om binnen heel erg kort een helix te plaatsen) besloot ik om de rest van het baardje dan ook maar te snoeien, en alleen een snor en het landingsbaantje op mijn kin te handhaven.
Waardoor ik er nu uitzie als een soort van rooie Ron Jeremy die D'Artagnan speelt in "de Drie Musketiers" geregisseerd door Jochem Meyer samen met Roan Atkinson. Of zo.
Het staat me wel.
Nu moet het me alleen niet gebeuren dat ik mijn snor ook nog halveer, want dan denk ik dat ik de overgebleven haren met mijn aansteker wegbrand en in dat proces gewoon oprook. Kijken of ik daar een bepaald effect van krijg.

Project aanhanger.
Vriendje Bram wist dat goed te verwoorden: Je bent in je hoofd al met 1001 dingen bezig, nog voor je één klus zelfs maar bent begonnen.
En dat klopt.
De ideeën zijn talrijk. Dit is dan ook een van de weinige keren dat ik blij ben met mijn totaal afwezige geheugen. Anders zou ik meer dan 10.000 euro steken in een aanhanger van 20 jaar oud.
Inmiddels ben ik er achter dat ik het ongelooflijk rustgevend vind om ermee bezig te zijn. Ongelooflijk kalmerend om even alleen maar na te denken over hoe ik bepaalde zaken wil verbeteren. En een paar van die dingen zijn ook al gelukt. Sommigen nog niet.
Zo ben ik er achter gekomen dat een steun op die aanhanger weliswaar helemaal niet nodig is (het ding mag ten slotte maar maximaal 750 kilo wegen) maar voor tijdens het klussen er aan, absoluut een must.
Dit is namelijk een ongeremde aanhanger, zonder steun, dus als je daar aan klust, en je zet het ding niet goed vast (en in mijn haast om lekker te gaan klussen na een lange, zware werkdag, zét ik hem niet goed vast) dan rolt die dus zo weg, terwijl ik net wat boor-werkzaamheden aan het verrichten ben.
Dat lijkt me er hoogst komisch uitzien. Een vent die wil gaan boren in een aanhanger, die aanhanger, rolt weg, en de vent hobbelt er al borende en mopperend achteraan. Alsof je een kalf een injectie wil geven.
En die ene steen waarmee ik hem denk te stutten onder de koppeling, flikkert door al dat geweld gewoon om.
Dus...
Ik heb nu inmiddels 3 keer die aanhanger op onzachte wijze in mijn vlees voelen duwen. De wielen zijn al eens onzacht over mijn tenen heen willen gaan, en de deksel viel op de kerstboom, omdat ik er niet op bedacht was dat de zwaartekracht zich ermee ging bemoeien zodra ik de scharnieren los geschroefd had.
Dat wil zeggen: ik had uiteraard wel rekening gehouden met de zwaartekracht, alleen niet met het feit dat die deksel dus blijkbaar zwaarder was, dan ik dacht.
Ik vrees dat heel de straat inmiddels op de hoogte is van mijn zeer uitgebreide en creatieve scheldwoorden repertoire.
Maar dat alles gezegd hebbende: ik ben wel weer een beetje opgeschoten. En ondanks de soms wat onhandige momenten, vind ik wel rust en plezier in deze vakantieklus.
Overigens wilde ik mijn aanhanger in eerste instantie geel verven, om het ding een banaanhangwagen te kunnen noemen, maar gezien het feit dat er toch allemaal mooie versiering op wordt geplakt, lijkt witte hammerite me een betere optie. 

Vakantie. Ja, dat hebben we ook al geboekt. Want wat heeft het voor zin om een vakantiekar te kopen, om er dan vervolgens niet mee op vakantie te gaan.
En dan daarbij: zowel Ilse als ik hebben het nodig. Als brood, zo nodig.
We gaan uiteraard weer kamperen, op een plek waar Ilse al eens geweest is (en dat is voor haar volgens mij een unicum) namelijk naar een naturisten-camping.
Ik.
Ga.
Naar.
Een.
Naturisten-camping.
OMG.
Maar goed, je hebt niet geleefd, als je niet minimaal één keer in je leven iets doet, waarvan je van te voren niet weet, wat voor trauma's je er achteraf aan overhoudt.
Ik hoop bijvoorbeeld op een plekje achteraf, zodat ik niet te veel geconfronteerd word met mensen wier vrouwelijkheden inmiddels erger zwiepen tijdens het lopen dan mijn mannelijkheid.
Enigszins besmuikt vertelde ik dit aan collega's, die me in eerste instantie letterlijk stom aanstaarden, en vervolgens mij bestookten met alle van vooroordelen getuigende vragen, waar ik tot op heden ook geen antwoord op weet.
Volgens wat meer ingewijden in deze materie, went het vanzelf.
Ik weet wel dat die vakantiekar een bijzonder goede aanschaf was, al was het alleen maar voor alle liters aan zonnebrand die we mee moeten nemen om zowel mijn tere huidje, als die van Jente te beschermen.

Maar goed, voor het zover is, heb ik in elk geval een deeltje van de 16 miljoen reizigers van Schiphol vervoerd, ettelijke noten gespeeld en nog heel veel stommiteiten uitgehaald.

Voor nu is het inmiddels weekend, en dat is in elk geval een goed ding.
Geniet van het weekend, mensen. Voor je het weet, moet je weer werken.




Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...