zaterdag 1 februari 2020

Lompheid.

Mijn lompheid (en soms ook fysieke, met name fijn-motorische onhandigheid) is wijd en zijd bekend. Mensen vinden dat geweldig, of lopen met een grote boog om me heen. Ik leef daar nu al bijna 39 jaar mee, en ik heb dat geaccepteerd als een feit. Net zoals zondag altijd na zaterdag en voor maandag komt.
Ik heb dat geaccepteerd, maar dat ging niet altijd zonder slag of stoot (letterlijk en of figuurlijk).
Zo kon het een jaar of 8 geleden gebeuren dat ik mijn wat wild begroeide snuit wat wilde temmen, en mijn baardje wat meer in het gareel ging snoeien.
Wellicht dat ik die ochtend te weinig koffie op had, maar het eindresultaat was dat ik met wilde ogen in de spiegel woedend met mijn vuist aan het zwaaien was. Naar mezelf. Ik had namelijk mijn ringbaardje met een royaal gebaar voor de (linker) helft gedecimeerd.
Dat staat nogal vreemd, dus witheet van woede ratste ik de rest er ook maar af. En aldus voor in elk geval een poosje lang een frisse kop.
Maar goed, ik ben niet alleen lomp, maar ook lui en dus groeide dat baardje er vanzelf weer aan.
Wijzer en voorzichtiger geworden, koos ik in de loop van de volgende jaren telkens een beter en hipper apparaat om mijn gezichtsbegroeiing beter, mooier, en hipperder te onderhouden. Ging best.
Zozeer zelfs dat ik in staat was om een heel hip gecomponeerd baardje met strakke lijnen op mijn gezicht te handhaven.
Stond mij best goed.

Hoe dan ook: de schade en schande uit het verleden waren blijkbaar nog niet groot genoeg, want afgelopen week wilde ik mijn zorgvuldig gekapte smoelstruik een beetje bijwerken, en de lang geworden haren die eigenlijk niet tot dat meesterlijke stukje tuinbouw hoorden, wegwerken. En dat ging de eerste paar minuten erg goed.
Tot die hippe tondeuse besloot dat er nieuwe prik in moest.
Nu wil het dwaze feit dat onze badkamer geen stopcontact heeft, en ik dus aangewezen ben op diverse verlengsnoeren, welke de tondeuse nét niet genoeg ruimte geven om tot de badkamerspiegel te reiken.
Toch eigenwijs zijn, toch doorgaan, en toch net even te snel willen werken, en luttele seconden later: jawel, je raadt het al: ik sta mezelf weer met gebalde vuisten van onbedaarlijke woede en verslagen verdriet aan te staren. De helft van mijn zorgvuldig opgekweekte baardje lag me in de wasbak verwijtend aan te staren.
Kak.
Omdat ik mezelf in een bepaalde levensfase bevind, waarin ik weinig tot geen compassie heb met wat wie van mij vindt, en waarom, (ik ben nog steeds van plan om binnen heel erg kort een helix te plaatsen) besloot ik om de rest van het baardje dan ook maar te snoeien, en alleen een snor en het landingsbaantje op mijn kin te handhaven.
Waardoor ik er nu uitzie als een soort van rooie Ron Jeremy die D'Artagnan speelt in "de Drie Musketiers" geregisseerd door Jochem Meyer samen met Roan Atkinson. Of zo.
Het staat me wel.
Nu moet het me alleen niet gebeuren dat ik mijn snor ook nog halveer, want dan denk ik dat ik de overgebleven haren met mijn aansteker wegbrand en in dat proces gewoon oprook. Kijken of ik daar een bepaald effect van krijg.

Project aanhanger.
Vriendje Bram wist dat goed te verwoorden: Je bent in je hoofd al met 1001 dingen bezig, nog voor je één klus zelfs maar bent begonnen.
En dat klopt.
De ideeën zijn talrijk. Dit is dan ook een van de weinige keren dat ik blij ben met mijn totaal afwezige geheugen. Anders zou ik meer dan 10.000 euro steken in een aanhanger van 20 jaar oud.
Inmiddels ben ik er achter dat ik het ongelooflijk rustgevend vind om ermee bezig te zijn. Ongelooflijk kalmerend om even alleen maar na te denken over hoe ik bepaalde zaken wil verbeteren. En een paar van die dingen zijn ook al gelukt. Sommigen nog niet.
Zo ben ik er achter gekomen dat een steun op die aanhanger weliswaar helemaal niet nodig is (het ding mag ten slotte maar maximaal 750 kilo wegen) maar voor tijdens het klussen er aan, absoluut een must.
Dit is namelijk een ongeremde aanhanger, zonder steun, dus als je daar aan klust, en je zet het ding niet goed vast (en in mijn haast om lekker te gaan klussen na een lange, zware werkdag, zét ik hem niet goed vast) dan rolt die dus zo weg, terwijl ik net wat boor-werkzaamheden aan het verrichten ben.
Dat lijkt me er hoogst komisch uitzien. Een vent die wil gaan boren in een aanhanger, die aanhanger, rolt weg, en de vent hobbelt er al borende en mopperend achteraan. Alsof je een kalf een injectie wil geven.
En die ene steen waarmee ik hem denk te stutten onder de koppeling, flikkert door al dat geweld gewoon om.
Dus...
Ik heb nu inmiddels 3 keer die aanhanger op onzachte wijze in mijn vlees voelen duwen. De wielen zijn al eens onzacht over mijn tenen heen willen gaan, en de deksel viel op de kerstboom, omdat ik er niet op bedacht was dat de zwaartekracht zich ermee ging bemoeien zodra ik de scharnieren los geschroefd had.
Dat wil zeggen: ik had uiteraard wel rekening gehouden met de zwaartekracht, alleen niet met het feit dat die deksel dus blijkbaar zwaarder was, dan ik dacht.
Ik vrees dat heel de straat inmiddels op de hoogte is van mijn zeer uitgebreide en creatieve scheldwoorden repertoire.
Maar dat alles gezegd hebbende: ik ben wel weer een beetje opgeschoten. En ondanks de soms wat onhandige momenten, vind ik wel rust en plezier in deze vakantieklus.
Overigens wilde ik mijn aanhanger in eerste instantie geel verven, om het ding een banaanhangwagen te kunnen noemen, maar gezien het feit dat er toch allemaal mooie versiering op wordt geplakt, lijkt witte hammerite me een betere optie. 

Vakantie. Ja, dat hebben we ook al geboekt. Want wat heeft het voor zin om een vakantiekar te kopen, om er dan vervolgens niet mee op vakantie te gaan.
En dan daarbij: zowel Ilse als ik hebben het nodig. Als brood, zo nodig.
We gaan uiteraard weer kamperen, op een plek waar Ilse al eens geweest is (en dat is voor haar volgens mij een unicum) namelijk naar een naturisten-camping.
Ik.
Ga.
Naar.
Een.
Naturisten-camping.
OMG.
Maar goed, je hebt niet geleefd, als je niet minimaal één keer in je leven iets doet, waarvan je van te voren niet weet, wat voor trauma's je er achteraf aan overhoudt.
Ik hoop bijvoorbeeld op een plekje achteraf, zodat ik niet te veel geconfronteerd word met mensen wier vrouwelijkheden inmiddels erger zwiepen tijdens het lopen dan mijn mannelijkheid.
Enigszins besmuikt vertelde ik dit aan collega's, die me in eerste instantie letterlijk stom aanstaarden, en vervolgens mij bestookten met alle van vooroordelen getuigende vragen, waar ik tot op heden ook geen antwoord op weet.
Volgens wat meer ingewijden in deze materie, went het vanzelf.
Ik weet wel dat die vakantiekar een bijzonder goede aanschaf was, al was het alleen maar voor alle liters aan zonnebrand die we mee moeten nemen om zowel mijn tere huidje, als die van Jente te beschermen.

Maar goed, voor het zover is, heb ik in elk geval een deeltje van de 16 miljoen reizigers van Schiphol vervoerd, ettelijke noten gespeeld en nog heel veel stommiteiten uitgehaald.

Voor nu is het inmiddels weekend, en dat is in elk geval een goed ding.
Geniet van het weekend, mensen. Voor je het weet, moet je weer werken.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...