vrijdag 27 maart 2020

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down.
Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten trots deelde via het welbekende platform.
Ik doe dit, omdat veel vrienden en familie nu niet bepaald om de hoek wonen, en als ze dat al deden, ze er nauwelijks wat van meekrijgen omdat het advies is om niet bij elkaar de deur plat te lopen.
Zo blijven we toch een beetje op de hoogte van elkaars wel en (helaas ook aanwezige) wee.

Ik moet bekennen: mijn respect voor ouders met meer dan één kind, neemt hand over hand toe. Jente is lief, en is mijn alles. Maar Christus te paard, wat een energie. Wat een tomeloze bemoeizucht. Het is goed dat haar neusje niet zo lang is, want anders was het nu danig afgesleten van alle zaken waar ze hem tegen wil en dank toch in weet te proppen.
Inmiddels heb ik daar wel enigszins gebruik van weten te maken, door haar dan maar te laten helpen met alle klussen waar ik dan nu eindelijk aan toe kom.
En ik merk dat het ook best leuk is om "thuis-onderwijs" te geven. Leuk, maar ook weer zo vermoeiend. Niet dat Jente vaak stout is, of narrig. Maar gewoon omdat ze halverwege een oefening ineens over heel iets anders begint te ratelen, en ik vaak net niet zo vief ben om haar dan zonder horten of stoten te kunnen volgen. En dan hebben wij er maar 1. Je zal er meer hebben. Je zal juf of meester zijn en 30 van die apen moeten dresseren.
Dus waar al die mensen de tijd vandaan halen om allemaal challenges te doen, allemaal muzikale zaken op het net te kwakken, ik weet het niet. Ik heb het niet.
Ik vind alle klussen in combinatie met een kind al challenging genoeg. Eigenlijk.

Een van die klussen was de tuin. Daarmee ben ik best een hoop opgeschoten. Mijn lijf is echt nog niet gewend aan fysieke arbeid, want na dag 1 van de tuin kreeg ik van mijn lijf de onuitgesproken (maar niet ongemerkte!!!) vraag of ik helemaal gek geworden ben. Wat ik in vredesnaam allemaal niet denk, om met allemaal zakken zand te slepen, met planten te hannesen, veelvuldig te bukken, en dan ook nog verwachten dat ik soepeltjes in de avond nog even een loopje ga maken met vrouw en kind? Ik zal je krijgen, kreng. Hier: spierpijn voor je enthousiasme, etterbak!. (Overigens: om alle opmerkingen voor te zijn: we laden elkaar in de auto, rijden naar afgelegen plekken, waar weinig mensen zijn, zodat we niet in contact komen met eventueel besmette mensen).
Hoe dan ook: onze eerste maaltijden met kruiden uit eigen tuin, zijn reeds gekookt. De thijm en de rozemarijn doen het prima. En smaken uitstekend.
Maar goed, er moesten ook normale boodschappen gedaan worden, en tijdens de laatste strooptocht, op zoek naar zaken die ons huishouden nu eenmaal verbruikt, zag ik dat de plaatselijke grutter een rolcontainer met allemaal boompjes had staan. Omdat ik was afgeleid door het feit dat er een heel erg vriendelijk manneke winkelwagens stond te ontsmetten en uit stond te delen aan nieuwe klanten, liep ik er nogal aan voorbij, maar toen ik eenmaal weer buiten stond, vielen die bomen mij wederom op. En verhip als het niet waar is: er stond een kersenboom bij. Ik begon spontaan te jubelen (en dat moet voor de winkelbediende ter plaatse een onthutsend en beangstigend gezicht zijn geweest) want ik wil al sinds ik in Almere woon, mét tuin een kersenboom.
Mijn ervaringen met bomen van die supermarkt zijn goed. De eerste kerstboom die wij er kochten, staat met wortel en al in de voortuin, en groeit elk jaar een centimeter of 5. Dus ik vond het de gok wel waard om voor minder dan 10 euro een klein, pril kersenboompje te kopen.

Een ander klusje waar ik me mee bezig heb gehouden: mijn tafel. Onze tafel. Die staat nu prachtig in de woonkamer te pronken, en ik zit er met mijn pc'tje aan te tikken.
Ook hiervan heeft mijn lijf veel gevonden. Vooral toen ik het ding ging schuren, dat combineerde met een peuk. Ik heb zo hard zitten hoesten, dat er een politiehelikopter over kwam vliegen om te kijken of er niet ergens een zeehondencreche was gedumpt.
Na alle lijmen, kitten en verplaatsingen van grond, hebben mijn handen enorm veel eelt gekregen. Maar wat vervelender is: mijn vingerafdrukken zijn veranderd. Er zit zelfs na dagelijks vele malen wassen met zeep, gewoon nog allemaal zooi in die kleine reliëfjes. Mijn linker wijsvinger heb ik per abuis met secondelijm vast geplakt op een hobbyprojectje van karton, en die is dus nu gewoon spiegelglad geworden. Nu heb ik niet bepaald de intentie om opgepakt te worden, maar mijn telefoon heeft er dus moeite mee.
Ik heb mijn rechterduim ingegeven voor de vingerafdruk-ontgrendeling van mijn Samsung. En, omdat ik nu eenmaal ook linkshandig ben, mijn linker wijsvinger.
Juist. Die twee vingers zijn door de laatste weken dus wat beschadigd geraakt. En meneer Samsung vindt daar dus ook wat van.

Zo kan het dus gebeuren dat ik in de avond vaak even buiten sta uit te puffen. Tevreden terug kijkend op een dag hard klussen. Genieten van wat ik gemaakt heb.
Zo kan het dus ook gebeuren dat ik in een mister Bean achtige slapstick belandde.
Jente's opa en oma, mijn schoonouders, behoren tot de risicogroep. En dus hebben we die mensen al een poos niet meer gezien. In real life, that is.
Want dagelijks wordt Jente via facetime door opa voor gelezen. Dagelijks is er even wat contact. Gezellig en fijn.
Ik had dus mijn genietmomentje na het eten, en stond buiten bij de voordeur. Even te kijken naar mijn auto (welke ik als hobby klusje voor een deel blauw heb gespoten, en waarmee ik dus echt ongelooflijk in mijn sas ben).
Ik ben de laatste tijd wat winderig. Ik denk dat dat komt omdat ik gezonder eet. Of omdat ik meer gas opsla in mijn lijf. Weet ik veel. Ik ben gewoon ongelooflijk winderig.
En omdat ik toch in mijn uppie buitensta, besloot ik een van die winden eens de vrijheid te geven.
Knetterend. Erg lang. Erg meeslepend. De buren zijn ten slotte op vakantie.
Precies op dat moment, staat Ilse achter mij. Met Jente. (Die dus recht in de vuurlinie belandde). Al facetimend met haar ouders die nog aan het eten waren. Want die wilden mijn vers gespoten auto wel even bewonderen.
Ilses timing om naar buiten te komen, kon niet beroerder. Ik had echt niet verwacht dat zij al videobellend met haar ouders, achter mijn rug zou opduiken, op exact dat moment dat ik onmenselijk hard aan het ruften sloeg.
Ik durf die mensen nooit meer onder ogen te komen.
Nu heb ik geluk, want met corona nog door Nederland zwervend als een dodelijk spook, zal dat er voorlopig niet van komen, maar ik denk dat ik eerder van schaamte doodga, dan van corona.

Oh ja, en wat met mijn licht autistische inborst toch tot verbijstering zou kunnen leiden: we hebben ons huis anders ingedeeld. Praktischer. Normaal gebeuren dit soort dingen alleen als ik (lang) weg ben, door toedoen van mijn betere helft (voor wie ik nog een standbeeld wil laten beitelen, omdat ze me gedurende de afgelopen tijd alle ruimte gaf voor mijn klusdriften). Dit keer was de nieuwe tafel de directe aanleiding.
Ik heb het normaal gesproken niet zo op veranderingen. En meestal geef ik dan kater Claus als argument, want die heeft er (vind ik) grote moeite mee dat zijn huis verbouwd wordt.
Maar in dit geval, met nieuwe tafel, die door betere poten, veel minder ruimte in beslag neemt, was ik het ermee eens om de bank een kwartslag te draaien.
Heel gehannes, maar het staat. En het heeft als extra voordeel dat de looproute door de kamer nu enigszins anders is, waardoor we de vloertegels op een andere plek belasten en de slijtage dus een stuk gelijkmatiger gaat.
Wie er in dit geval dus wél echt last van had, en niet omdat ik dat ter plekke verzon: jawel kater Claus. Die was zó gruwelijk ontdaan door het verplaatsen van de bank (en daarmee zijn geliefde plekje op het katten-krab-meubel) dat hij nog woester dan normaal poes Colette alle hoeken van de nieuw ingerichte woonkamer liet zien.

Goed.
Mooi.
Het weekend begint, hoewel ik met deze dagen eigenlijk geen flauw benul heb dat het weekend is.

Stay safe allemaal. Doe wat RIVM zegt, en zorg goed voor jezelf.


zaterdag 21 maart 2020

Marnix, de cynist tot in de kist.

Ik ben weer trots op Nederland. Want wederom heeft Nederland mijn mild-cynische ziel niet teleur gesteld.
Integendeel zelfs. Met dank aan Nederland kon ik mijn cynische hart weer ophalen.

Het begon er mee dat er ineens een landelijk applaus moment moest komen voor alle mensen in de zorg. "Laat horen hoezeer WIJ onze zorgmedewerkers respecteren". En dit in verschillende bewoordingen. Zo werden we gesommeerd om onze handen beurs te klappen. Want we hebben allemaal respect voor onze zorgmedewerkers.
Goed, ik had dus eerst even een teiltje nodig.
Ik roep al jaren dat zorgmedewerkers niet mishandeld dienen te worden. Dat zorgmedewerkers meer salaris zouden moeten krijgen.
Maar ja. Met de komst van allemaal rechtse rukkers en hun walgelijke gegeil op de marktwerking, is dat iets dat niet zomaar lukt.
Nee, een applausje. Dát is de beloning van jarenlang studeren, specialiseren en zorgen voor de medemens in moeilijkere perioden.
Dat is geen respect, dat is afkopen van een kutgevoel dat men ook wel weet dat die zorgmedewerkers meer verdienen dan dat ze krijgen.

Mijn respect krijgen ze niet. Niet middels een applausje. Mijn respect hebben ze. Al jaren. En daar hoef ik dan weer mijn handen niet voor beurs te klappen. Mijn respect zit er in dat ik braaf luister naar de dokter. Beleefd ben, en niet ga lopen schelden en tieren aan de balie als er iets me niet zint. Ik ga geen arts lopen meppen omdat ik niet de pillen krijg, die ik volgens facebook google het internet zou moeten krijgen. En als de arts me iets vertelt wat me niet welgevallig is, dan ga ik er eerst over nadenken. En als de afspraken voor de zoveelste keer uitlopen, ga ik niet dreigen met de dood, maar dan slik ik mijn ergernis in, want er zijn vast urgenter zaken dan mijn hoofd, buik of zo.

Wat ik werkelijk te bizar vind is dat Nederland loopt te roeptoeteren en loopt te klappen voor de mensen in de zorg, want respect (ik kan dat woordje niet meer horen zonder oprispingen te krijgen), maar vervolgens en masse naar een park, naar de markt, en van alles doet om maar dat covid19 te verspreiden. Hoe is dat te rijmen met het applaus van een paar dagen eerder?
Hoe respectvol naar de zorg mensen is het om ze op te zadelen met nog meer werk? (Want we weten allemaal dat overuren alleen voor die frauderende boevenbende van de belastingdienst leuk is).
Heeft dat klapvee dan per ongeluk hun hoofden tussen hun handen gestoken toen ze met hun josti-band klapfeestje begonnen?

Mijn cynische ziel nam hier in eerste instantie grijnzend kennis van. En toen bedroefd. Juichend de ondergang tegemoet.

Zorgmedewerkers doen precies dat, wat er van ze verwacht wordt, ook in moeilijke tijden. Het lijkt me een bere-zwaar maar prachtig beroep. Ik heb daar bewondering voor. Ik zou het niet kunnen. Niet willen ook. Vandaar dat ik voor een ander beroep heb gekozen.
En dat is precies ook mijn punt. Het is een bewuste keuze geweest om dat vak te gaan doen.
Net zoals het de mijne was toen ik muziek ging doen. Net zoals het de mijne was om op Schiphol te gaan werken.
Op Schiphol, waar wij als eerste, zonder veel kennis, en in het begin zonder veel voorzorgsmaatregelen in aanraking kwamen met dat covid19 virus. Terwijl Nederland carnaval vierde, terwijl Nederland verder zonder enig benul kennis nam van een virus in China, hadden wij, Schiphol medewerkers er al (on)bewust mee te maken.
Zijn wij helden? Ikzelf: zeker niet. Mijn collega's: zeker wel. Verdienen wij extra respect? Ik? Nee. Mijn collega's: absoluut.
Wat mij betreft krijgt iedereen die het land draaiende houdt, zijn/haar werk doet in tijden van grote gezondheids crises, respect.
Maar de beste manier om dat te betuigen, is geen applausje op faceboek zetten, om vervolgens als een volslagen bosmongool alle adviezen in de wind te slaan. Maar de beste manier om dat te betuigen, is om jezelf wél aan alle adviezen te houden. Zodat we straks allemaal weer verder kunnen.

Inmiddels heb ik geen werk meer op Schiphol. Vanwege alle lockdowns komen er al een hele poos weinig vluchten meer aan, en is er voor uitzendkrachten simpelweg geen werk meer. Vandaag mocht ik bij gratie van geluk nog een dienstje doen, en dan zit ik thuis.
Ik snap waarom. Ik heb twee ritten gedaan. Kisten die normaal met 100 man vertrekken, vertrekken er nu met 10. Als die al op komen dagen. Schiphol, normaal, in goede tijden een bruisende, dynamische omgeving, waar de routes per uur zomaar ineens kunnen veranderen, waar mensen veranderen in makke schapen, maar waar ikzelf als mens tot rust kom, en geniet van het puzzelen met bussen, trekkers, vrachtwagens, gebouwen en vliegtuigen. Waar ik geniet van de omgang met collega's. Dat Schiphol, is nu een onherkenbaar oord geworden. Het is er stil. Het bruist niet meer. Het is bijna surreëel.
Als dit allemaal achter de rug is, kom ik er terug. Dat weet ik nu al. Ik zal het missen. 

Oh, en voor alle bedrijven die afhankelijk zijn van chauffeurs voor hun leveringen: laat die mensen een plas doen. Heus: ze zullen hun remsporen zelf verwijderen, en hun handen netjes wassen. Ook dat is respect.

Prettig weekend.

zaterdag 14 maart 2020

Pest-pokken-tyfus-corona.

Dat corona begint me danig de keel uit te hangen. 
En dan niet het feit dat het heerst, want ik ben zover ik weet, nog niet besmet. Dat het heerst, kan ik niks aan doen. 
Maar alles erom heen, ik weet niet meer hoe ik het moet omschrijven. 
Met een sardonisch gevoel van opperste verbijstering sla ik gade hoe heel Nederland (mezelf uitgezonderd, uiteraard) totaal van de pot gerukt is door dat corona. Letterlijk, want er is bijna geen toiletpapier meer te krijgen, en geen brood meer. 
Ondanks dat wijze mensen meermaals aangeven dat hamsteren onnodig is, zijn de sociaal volstrekt incapabelen uit hun tokkie-holen getrokken om het hard werkende mensen onmogelijk te maken om gewoon normale weekboodschappen te doen. 
Brood is inmiddels zo schaars geworden, dat je een tent moet opzetten bij de plaatselijke grutter om nog kans te maken op wat brood. En dan loop je nog het risico op een vechtpartij met de lokale lamzak, die vindt dat jouw ene brood in zijn, met 20 exemplaren gevulde karretje hoort.
Inmiddels hoop ik wel dat de Albert Heijn het lef heeft om, als deze ellende achter de rug is, zijn "Hamstereeeeeeeeeeeeeeeeen!!!!!-reclame" gewoon weer op de buis gooit. Gewoon om die asociale lamzakken eraan te herinneren dat ze dat zijn. Asociale lamzakken. Dat zou een mooie cynische afsluiter zijn van deze hele episode waarin het mensdom zich weer eens van zijn meest duistere kant heeft laten zien.

Ondertussen vond die idioot van een Trump het nodig om richting de Europese Unie te sneren dat die er niet genoeg aan deed, en dat het de schuld was van de EU dat corona zich naar de VS kon verplaatsen. Jaaaaaaajaaaaa. Sowieso vind ik dat iemand die dat hele kleine beetje zorg dat voor zijn bevolking haalbaar was, opdoekte (Obama-care), en van zijn land wat dat betreft een bananenrepubliek maakte, zijn bek moet houden over de gezondheidszorg elders in de wereld. Maar hoe moet de EU voorkomen dat rondreizende Amerikanen dat virus oppakken? Als ze dat risico willen vermijden, moeten Amerikanen misschien gewoon in Amerika blijven (sowieso geen gek idee). Grappig was daarbij overigens wel alle Amerikaanse besmettingen uit Azie kwamen, en niet uit Europa.
Jammer dat geen enkele Europese leider die Amerikaanse vetnek een grote bek terug gaf. Heel jammer.
En dit soort onwaarheden vind je ook terug in heel veel meningen die mensen als feit presenteren. Dat corona helemaal niet erg is, maar bangmakerij. Of dat corona door de pharmaceuten bedacht is. Of de woorden van mensen die ervoor geleerd hebben, zoals virologen, biologen en artsen, tot pulp redeneren met zogenaamd redelijke vragen. Bewust twijfel zaaien en angst zaaien.
En dan gelardeerd met argumenten waar iemand van de alu-hoedjes-brigade serieus nog een punt aan kan zuigen.

Toen ik vanavond even naar de supermarkt ging om sigaretten te halen, (en stiekem in de hoop dat er brood zou liggen) kon ik nog net uit de voor 99% lege schappen 2 pakjes roggebrood trekken. Voor de rest was al het brood op. Wij eten morgen dus afbak-pistoletjes, croissantjes en roggebrood.
Ik wist ook nog de hand te leggen op 2 pakken müsli, 1 pak houdbare melk.
En toen kreeg ik van een of andere ouwe taart de mededeling dat ik me moest schamen dat ik hamsterde. Ik keek naar mijn halflege mandje, vervolgens naar haar vollere kar. Deed dat nog eens. En toen werd ik toch even heeeeel erg onvriendelijk. 2 pakjes roggebrood, voor een gezin. 2 doosjes müsli. En dat al hamsteren noemen, terwijl zijzelf met een volle kar langs de kassa moest, vind ik op zijn zachtst gezegd een zaak van:"Bemoei je met je eigen zaken, en hou vooral je bek". Ik heb zulks gezegd, op een toon en met een volume waar heel erg duidelijk uit bleek dat ik verder geen discussie toe zou laten. Ik overwoog nog om die ouwe vlaai in haar bakkes te hoesten, maar ik heb iets meer fatsoen in mijn donder, dus dat heb ik maar achterwege gelaten. Wel moest ik (nadat ik had afgerekend) ineens niezen, en ik kon het niet laten: ik heb overdreven hard, nat en boers in mijn elleboog staan bulderen. Ouwe taart mocht van mij best even schrikken.

Ik zie ergens wel een voordeel als roker. Ik weet namelijk vrij zeker dat mijn volgeteerde longen zo vies zijn, dat dat virus bij binnenkomst al gelijk rechtsomkeert maakt, en vlucht voor die troep.

Maar goed: is er ook leuk nieuws?
Ja. Ik ga morgen samen met Jente een beginnetje maken met project "eettafel" Jente, Ilse en Marnix proof maken.
De opstelling is nu zo dat er twee grote poten zitten, die halverwege onder tafel met elkaar verbonden zijn. Met een enorme massieve plank. Staat stevig, maar telkens als ik Ilse of Jente een corrigerende schop onder tafel wil geven, stamp ik mijn scheenbeen bont en blauw. Dat is niet de bedoeling.
Bovendien heeft het ook als nadeel dat onze luxe, leren eetstoelen niet lekker onder tafel passen, en dat die combinatie meer ruimte in beslag neemt dan wenselijk is.
Als ik nu dat lompe onderstel vervang voor 4 dikke, stevige poten, kunnen de stoelen onder de tafel, en kan ik mijn corrigerende werk als "heer des huizes" uitvoeren zonder dat ikzelf richting het coronaziekenhuis moet voor een open beenbreuk.
Een vriendje vroeg me of hij mijn bouwtekeningen mocht zien. Daarop bleef ik even stil. Ik had de maten gemeten, en voor de rest zit het plan in mijn hoofd. Niet de beste voorbereiding misschien, maar met de kapstok en de vitrinekast, de aanhanger nog vers in mijn geheugen en handen, denk ik dat ik er wel kom. Ten slotte heb ik die ook allemaal gebouwd zonder tekening.
Is het wijs om Jente mee te laten helpen? Geen flauw benul. Als ze aan het eind van de dag haar vingers of tenen er niet heeft afgezaagd, en haar haren niet tussen de verschillende delen heeft vastgelijmd, was het een goed idee. Uiteraard zal ik dan foto's delen van de fuck-ups. En als het wel goed gaat, zal ik foto's delen van de mooie nieuwe tafel.

Mooi. Over ons bijdehante boefje gesproken: die ligt nu in een tipi in de woonkamer te kamperen. De tipi kreeg ze voor haar verjaardag. Vet gaaf. We hadden alleen niet verwacht dat ze er meteen mee wilde kamperen. Gelukkig was ze nog niet zo zelfredzaam om dan maar meteen buiten te kamperen, want ze kan de tuindeur nog niet zelfstandig open maken, en krijsende kleuter in het holst van de nacht, schijnt toch niet zo goed te zijn voor je reputatie in de buurt.
Gaan mensen daar weer over kletsen.

Ik wens u allen een goed, en corona-vrij weekend toe. En mocht u de behoefte voelen om te gaan hamsteren: doe het niet. Op straffe van mijn eeuwige afkeuring, welke ik zoals u weet, bijzonder goed kan verwoorden. 


zaterdag 7 maart 2020

Feestelijke kleren

Ik ben zo modieus ingesteld als een garnaal. Merkkleding zegt me weinig tot niks. Schoenen uitgezonderd: ik loop heerlijk op Nike's en All Stars, maar voor de rest zal het me de spreekwoordelijke worst wezen welk merkje mijn bevallige derrière siert.
Terug naar mijn jonge jaren. In Heerlen kocht ik vaak mijn broeken bij de Jeans Centre. Een kledingconcern dat hoofdzakelijk spijkerbroeken verkoopt. (Met zo'n naam verwacht je het bijna niet).
En de dames daar waren altijd bereid om dat stapje extra te zetten. Toen ik op mezelf ging wonen, en als ik dan broeken nodig had, had ik het geluk dat er in elke woonplaats wel zo'n winkel zat. En in elke Jeans Centre waren daar die jonge leuke meiden die mij (twee voor de prijs van één) wel aan een goed passende, lekker zittende en mooi staande broek hielpen. Al moesten ze er tien keer voor op en neer lopen.
Maar welk merkje er op die broeken zat, weet ik niet. En het boeide me ook niet.
Het boeit me nog steeds niet.
Wat me wel boeit: word ik prettig geholpen?
Bij het kopen van schoenen heb ik dat inmiddels opgegeven: de gemiddelde medewerker in een schoenenzaak is te belazerd om een klant te begroeten, en heb het lef niet om te vragen of ze een bepaalde maat hebben, want voor je bent uitgesproken, krijg je een bot NEE. Of dat dan werkelijk zo is, of dat de puistige tiener (m/v) liever op instagram of zo zit, zal nooit duidelijk worden.
Dus ik ken mijn maat nu wel, en een bestelling bij zalando of zo, is zo geplaatst.
Bij broeken vind ik dat dan wat enger. En dan moet ik dus eens in de zoveel tijd ergens heen om een nieuwe broek te kopen. De horror, want de muziek in dat soort winkels is vaak net mijn stijl niet. En dan moet ik gaan lopen stuntelen met de diverse maten, en dan toch weer een andere maat, maar die hebben ze natuurlijk net weer niet, dus moet ik een ander model uitzoeken, maar dat andere model in exact dezelfde maat, valt dus net weer kleiner, dus moet ik op zoek naar net weer een grotere maat, die dus........ Ondertussen wordt de verkoper ongeduldig, staan er 212 mensen in de rij voor net even te weinig pashokjes, en verlaat ik na 15 minuten gedemotiveerd het strijdtoneel, om bij de kaasboer maar even wat heerlijke troostkaas te kopen.
Sinds ik in Almere woon, heb ik batavia-stad ontdekt. Een soort van Lelystadse koopgoot voor allerhande qua prijs volslagen uit de klauwen geëscaleerde merkkleding. Maar dan goedkoop, want het heet "outlet".
Als ik daarheen rij, en vervolgens 2 broeken koop, 1 trui en twee paar sokken, ben ik nog voordeliger uit (incl benzine en 3 euro parkeren) dan wanneer ik diezelfde meuk in Almere koop.
En als bijkomend voordeel: de verkopers daar hebben passie voor hun vak. Nemen de tijd voor je, en geven ook gericht en goed advies.
En als je op maandag rond 10 uur gaat, is het er lekker rustig, en heb je geen last van allemaal gespuis dat je op staat te jagen omdat zij ook van de verkoper zijn kennis en de pashokjes gebruik willen maken.
En dat brengt bij mij dan weer het "Jeans Centre-gevoel" terug. Vraag me overigens niet wat het merkje is van mijn broeken, want dat weet ik niet. Iets met New Zealand. Geen idee of dat een groot merk is, of niet.

Waar ik echter sinds kort wél kennis van genomen heb: happy socks.
Happy socks zijn intens vrolijk gekleurde, "gedesignde" sokken, met leuke, opgestickselde figuurtjes, poppetjes of andere tierelantijntjes.
Deze sokken vielen mij op bij collega's, omdat je ze vanwege hun design simpelweg niet over het hoofd kan zien. De fleurigheid straalt je tegemoet (al dan niet samen met een doordringende zweetgeur, als de betreffende voeten net ff te lang in hun kisten hebben gez(w)eten).
En toen bleek dat veel meer collega's die dingen dragen. Ik droeg louter zwarte sokken. Ik ben net wel zo sociaal ingesteld dat ik besef dat witte sokken niet kunnen, op geen enkele manier, maar voor de rest... Ook hier zal het me jeuken.
Tot ik dus die happy socks ontdekte.
Die krengen zijn dus echt duur. Soms tot wel 15 euro per paar. Ik heb nog nooit sokken gekocht die meer dan 3 euro per paar waren. Kak, wat nu? 15 euro is me echt te gortig.
Navraag leerde dat die happy socks niet alleen maar fris, fruitig en fleurig zijn, maar ook nog eens behoorlijk lang meegaan. Dát is alweer een extra argument om toch eens op zoek te gaan naar een paar leuke paren.
En ook dat lukt best, in zo'n outlet.
Ik ben dus voor wat betreft mijn voeten toch wat veeleisender geworden, dan voor de rest van mijn lijf.
Happy Socks, als tegenhanger voor de toch wat verfrommelde ziel in mijn hoofd.
Wie weet als de bodem vrolijk is, dat de top mee gaat doen.

Wie ook vrolijk was:
Jente. Mijn eigen kleine offspring, die haar eerste lustrum vierde. 5 jaar is ze geworden, die kleine gup.
En we zouden een heusch kinderfeestje doen. Er zouden maar liefst vier vriendjes komen. 1 mannetje en 3 vrouwtjes. Omdat wij volwassenen zijn, en dus controle moeten (en wellicht ook willen) houden over 5 volstrekt losgeslagen kotertjes, had Ilse allemaal activiteiten bedacht en gepland. En inkopen voor gedaan. Want je kunt die kinderen wel uitnodigen: als je ze vervolgens op de bank naar Woezel en Pip gaat laten kijken, is misschien ook niet echt een jofel idee.
Alle planning bleek volslagen nutteloos. Die kinderen kwamen binnen. Deden keurig hun schoenen en jasjes uit, en vervolgens werd er gespeeld, gedard, (een beetje gehuild, want toch wel spannend allemaal, aangezien het niet alleen voor Ilse, mij en Jente een eerste kinderfeestje was, maar voor alle andere kinderen ook) gesnoept, gedronken, gespeeld, groepjes gemaakt en vooral niet gedaan wat wij allemaal bedacht hadden.
Sta je daar toch even voor Jan met de korte Achternaam met al je goeie gedrag.
Hoewel: de sleutelhangers die we bedacht hadden te gaan maken, zijn gemaakt. Zij het voor de helft door Ilse, oma en mijzelf. En de cupcakes zijn versierd. Zij het niet opgegeten. En uitrazen in het speeltuintje hebben ze ook.
Dat vond ik stiekem nog het engste. Zeker toen Ilse met één der blagen naar de wc moest, en ik in mijn eentje de controle moest zien te houden over 4 meisjes. Ik had op een gegeven moment het gevoel dat mijn nek in staat was om 180 graden te draaien. Dat moest ook wel, want de ene ging rechts, de ander ging links, en waar er twee op de schommel wilde, ging een ander van de glijbaan, en nummer vier had het onzalige idee opgevat dat het heel erg verstandig zou zijn om over allemaal grote, ruwe keien te gaan klauteren. Aangezien de twee op de schommel geduwd wilden worden, en nummer 3 een handje nodig had om boven te komen en ik zag dat nummer 4 wel heel erg wiebelig op zo'n kei stond te balanceren, wist ik even niet meer zo goed hoe ik mijn lijf dusdanig moest positioneren dat ik de schommel kon duwen, het handje kon geven aan degene richting glijbaan en toch op tijd kon zijn als nummer vier voorover met haar tanden op de volgende kei zou gaan vallen.
Ik keek net in de spiegel, en mijn snor heeft er toch wat grijze haren bij.
Uiteindelijk ging het allemaal goed, had Jente een prachtig feestje, en is ze heel erg verwend.
Toen het bedtijd was voor ons wurm, had ze helemaal rooie koontjes van moeheid en tevredenheid.
Het eerste kinderfeestje. Ik had er best wel tegenop gezien. Ik ben nu eenmaal niet de creatieve, happydepeppie vader die allemaal geniale kinderfeest-ideetjes uit zijn mouw schudt.
Ik heb vaak al moeite om mijn eigen dochter te begrijpen, laat staan andere kinderen (die ik helemaal niet ken).
Dus toen de schoonouders hier even koffie kwamen leuten, toch schoonmoeders lief aangekeken of zij misschien het derde paar ogen en oren wilde wezen.
Ilse vond dat in eerste instantie niet zo nodig, maar we waren toch wel heel erg blij dat ze er was.
Al was het maar omdat zij wel, en wij nog niet zoveel ervaring met kinderen hebben.
Maar we hebben het gechefd, en het was best leuk. Niet iets om dagelijks te doen, wel iets om jaarlijks te doen, vooral ook omdat Jente er enorm van genoten heeft.

Ik zit dus op de ochtend van deze dag (mijn eigen verjaardag) het eerste deel van deze blog te tikken (inmiddels heb ik mijn eigen verjaardag gevierd met een paar leuke lui (en voor de leuke lui die er niet bij konden zijn: wat in een goed vat zit, enzo), met een kop koffie. Het is nog vreselijk vroeg en buiten dus nog donker. Binnen is het schemerig.
Omdat we de tent danig wilden versieren voor het heusche kinderpartijtje, had Ilse een heliumtank gekocht om ballonnen mee op te blazen, die dan zo leuk tegen het plafond stijgen.
Ja, we hebben het effect op onze stemmen geprobeerd, ja, het klonk vreselijk geestig. Ja, daar zijn opnames van en NEE die zijn niet voor extern gebruik.
Desondanks moet ik toegeven dat het effect van helium op die ballonnen niet denderend was. De meeste ballonnen waren in no time geslonken tot eikeltjes zo groot. En als ze niet slonken, dan zakten ze als oude, muffe schimmelige cheesecakes naar beneden.
Zo ook het exemplaar dat tijdens het tikken van het eerste deel van deze blog, vlak langs mijn hoofd zweefde.
Letterlijk als in die scenes uit de film IT.
Het liep me serieus ijzig langs mijn ruggengraat naar beneden. Vooral ook omdat ik alles verwachtte, maar niet dit.

Wat ik ook niet verwachtte was dat Jente (die inmiddels naar beneden was gekomen) zomaar, out of the blue, verklaarde verliefd te zijn op het schoolvriendje dat op haar partijtje was. Niet alleen zei ze verliefd op hem te zijn, neenee, ze HOUDT van die jongen.
Mijn koffie vloog over tafel, want ik proestte hem van schrik uit. Daar ben ik nog helemaal niet aan toe. Aan vriendjes van mijn dochter.

Jente en ik zijn vreselijk verwend. Ik heb veel leuke dingen gekregen, en voor Jente kunnen we inmiddels een soort van tuinkelder gaan uitgraven om haar speelgoed in op te slaan. Play-doh in hoeveelheden dat ze het laatste potje hoogstwaarschijnlijk pas opent als ze dement in het bejaardenhuis opgesloten wordt.
Strijk-kralen, zó veel dat het bijna schandalig is, zoveel plastic is ervoor geproduceerd.
Hoewel, ook Ilse en ik daar erg veel lol aan beleven. Ik heb inmiddels een leuk Citroën logootje gemaakt en op mijn telefoonhoes gelijmd, Ilse heeft een bloem gemaakt en Jente een ster.
Die ster leidde nog even tot grote hilariteit bij alle volwassenen toen Jente opgewekt aan het bezoek vroeg om zijn/haar handen op te steken als hij/zij "haar sterretje" wilde zien.
Bijna alle volwassenen hadden bij het sterretje toch even een heel ander beeld dan Jente zelf.
Jente had het vol trots over haar van strijkkralen gemaakte sterretje. Maar ja. Leg maar eens uit dat volwassenen nu eenmaal net even anders denken dan onschuldige kinderen.

Hoe dan ook: ik heb voldoende voer voor een leuk nieuw project: project eettafel. Ik merk dat ik beter tot rust kom als ik lekker met mijn handen bezig ben. En ik dank Ilse op mijn blote knietjes dat ze ook hier weer (zij het net zo schoorvoetend als met mijn aanhanger) mij de ruimte geeft.

Ik wil allen bedanken voor de felicitaties en u een prettig weekend wensen.


vrijdag 28 februari 2020

Blunderend bestaan

De afgelopen week was een week waarin ik mijn "blonde" zelf een paar keer goed ben tegen gekomen. Niet zozeer in de spiegel, want als ik daarin kijk, moet ik bekennen dat ik de 40 echt wel begin te naderen, gezien de hoeveelheid oud-blonde haren die zich in mijn snor en sik menen te moeten manifesteren, maar meer op het praktische vlak.

Dat begon eigenlijk zondag al, toen ik (na het tikken van de vorige blog) opgewekt verder ging klussen aan mijn kar. Gewoon omdat het kan, gewoon omdat het leuk is.
Er zitten aan de voorzijde van die kar, een paar beugels, waarvan ik niet zo goed wist of weet, wat daar nu de functie van was of is. Als ik die weghaal, dan zit ik met 4 gaten in de bak, die ik dan weer dicht moet stoppen. Maar als ik ze laat zitten, ziet het er wat maf uit. Ik verzon ter plekke dat ik met een stuk op maat gezaagde plank, een soort van treeplankje zou kunnen maken. Misschien om een gasfles op te zetten, misschien om weet ik veel wat.
Dus van de oude, zelfgemaakte, modellenkast een plank getrokken, en die op maat gezaagd voor de kar. Daar kwam wel wat meetwerk bij kijken, want de nieuw geplaatste steunpoot en de uitgang van de elektra, zaten danig in de weg.
Maar dat lukte, en om het hout te beschermen tegen weersinvloeden, die plank goed en lekker dik ingesopt met verstevigende verf.
Gaatjes boren in de beugels en de plank en vast maken maar.
Zou je zeggen.
Wat ik echter volslagen vergat, was dat de hendel van de steunpoot niet alleen vast moest kunnen, maar ook los. Het staat namelijk erg slordig als je met een omlaag gedraaide steunpoot, alle stenen uit de straat trekt.
En met de plank op zijn plaats, kreeg ik die hendel van de steunpoot dus totaal niet losgedraaid. Zelfs niet een beetje, nee gewoon helemaal niet.
Gevalletje van kak tot de derde macht.
Veel uren bezig geweest met met dat pokke-plankje om hem uiteindelijk maar weg te donderen.

Een andere blunder was dat ik in de avond even lekker een peukje ging roken buiten. Op zich is dat roken een blunder apart, maar voor het eerst in mijn leven van nu ruim 38 jaar heb ik mezelf buitengesloten.
Ik stap naar buiten, en omdat de voordeur op het laatst voor standje "dicht" een beetje klemt, liet ik hem voorzichtig dicht glijden, tot klem. What could possibly go wrong? Ik steek mijn peuk op, en dat mislukte vanwege een windvlaag. Vanwege die windvlaag hoor ik achter me een "plop-klik". Deur dicht. Kut. Even voelen. Kuttediekut. Nog even voelen. Kuttediekutterdekut. Geen sleutels bij me. En mijn telefoon ligt binnen op te laden.
Op zich zou dat helemaal geen probleem zijn, ware het niet dat Ilse haar dagelijkse 10.000 stappen aan het maken was en Jente lekker lag te knorren.
Sta ik daar, op mijn roze nepcrocs van 7 jaar oud, zonder jas in de bittere kou. Vooruit, dan toch maar eerst eens die peuk roken. Ik sta er toch. En hete rook is altijd warmer als het buiten koud is, dan geen rook.
Je ziet wel nog eens wat. De overbuurvrouw die in die tijd 2x buiten kwam staan om te roken. De overbuurpoes die zich verbijsterd afvroeg waarom ik hem niet weg-shoo'de (wat ik altijd doe, omdat de deur als die wel klemt (het kreng) door overbuurpoes te openen is, waarop hij zich tegoed gaat doen aan het allergievoer van Colette. Op zich vind ik dat niet erg, ik vind het zelfs komisch als hij dat doet, want het levert een verbijsterde en diep verontwaardigde Claus op, die dat zelfde kunstje bij praktisch alle andere katten uithaalt. Maar aangezien dat anti-allergie voer niet heel goedkoop is, stel ik er wel een paar grenzen aan.
Ik had in theorie ook even om kunnen lopen, over het hekje heen klimmen, en via de achterdeur naar binnen. Maar in het donker, met mijn volronde postuur over een niet al te stevig hek klimmen, leek me een recept voor fysieke en mentale ellende die nog jaren (door de buurt) zou naschokken. 
Ik bekijk mijn aanhanger, en fantaseer een beetje door over hoe het verder moet met mijn aanhanger. En met mezelf.
Er is mij opgedragen veel leuke dingen te doen, dit was er niet een van.

Het is niet alleen mijn aanhanger die onder mijn hobbymatige klusdrift lijdt. Ook mijn auto komt aan de beurt. Daar heb ik op sommige punten wat hulp bij nodig. Zoals de elektra, en de voorbumper.
Andere zaken kan ik zelf wel.
Zo besloot ik om een aantal delen van mijn auto aan de buitenzijde te gaan "wrappen".  Voordeel is dat het voordelig is, goed zelf te doen, en als het niet meer bevalt, is het eenvoudig te verwijderen. En anders na 3 jaar wel.
Oke, dus een paar bussen van die spuit-wrap besteld. Voor de hele auto moet ik dus wachten op de nieuwe bumper. Maar omdat ik toch wat wilde oefenen, besloot ik om de naafkapjes van de zomervelgen al eens aan een spuitbeurt te onderwerpen.
Schoonmaken en spuiten maar.
De eerste laag leek er toch best mooi op te zitten. En vanmorgen ging ik voor de tweede laag.
Ziet er best wel heel erg tof uit, moet ik zeggen.
Maar omdat ik geen werkplek heb waarop ik die kapjes ook daadwerkelijk rechtop kon zetten (spuiten met een spuitbus werkt nu eenmaal het beste als je die bus rechtop kan houden), besloot ik in een split-second om die dingen dan maar gewoon zelf vast te houden.
Jawel, je leest het goed: ik hield die kapjes in mijn hand terwijl ik ze ging spuiten.
Wat voor intense vlaag van ongehoorde stupiditeit er in mijn brein was gevaren, kan ik met geen mogelijkheid meer achterhalen, maar ik pakte die kapjes op en begon ze, in mijn handen, te spuiten.
Ja.
Ja, dat was absoluut niet slim. Dat was zelfs voor mijn doen een treurig dieptepunt van onnadenkendheid. Ik moet wel zeggen: mijn hand zag er net zo prachtig blauw-metallic uit als de naafkapjes.
Toch iets om niet nog eens te doen.
Hoe dan ook ben ik met de kleur erg tevreden, en ik denk dat het heel tof gaat staan.

Soms blunderen we ook samen. Ilse en ik.
Blijkbaar (hoe slecht ben ik als vader als ik dat soort dingen dus gewoon nooit weet?) werden er vandaag de rapporten uitgedeeld.
Voor elk kindje in de klas een mooi mapje met daarin het rapport. Ik vind dat zelf wat overdreven voor een kleuterklas, maar soit. Het is ook wel goed als je tussentijds op de hoogte wordt gehouden over het welvaren van je kind in de klas, en wat de juf ervan vindt.
Maar voor Jente lag er geen mapje.
En omdat ik bij het kersdiner ook al bijna tot huilens toe met dat kind aan het leuren was, op zoek naar haar plekje (had gemarkeerd moeten worden met een door haar zelf gemaakte placemat, die simpelweg kwijt was, waardoor er op het allerlaatst een plekje alsnog gecreeerd moest worden, en ik steeds knorriger werd van alle gillende kinderen, en kriskras door elkaar heen beukende ouders die hun kind ook niet kwijt konden of juist al kwijt waren) werd ik toch een beetje argwanend. Ze zullen toch niet weer mijn kind vergeten zijn?
Dus de juf even aan haar jasje getrokken, en die gaf als uitleg dat haar rapportmap waarschijnlijk bij ons thuis was. Ik werd een beetje rood. Van schaamte dus.
Ja, zulke ouders zijn we dan ook. Een mooi rapportmapje, dat verschijnt eerst op de kast (om mee te pronken) en verdwijnt dan vervolgens in de kast.
Uit zicht, dus ook geen idee meer dat we dat hadden, of dat er zelfs maar rapporten zouden zijn, zo vlak na de kerst.
Nu, we doen dit voor het eerst, dus ook daarin zullen we onze weg wel vinden.

Goed. Ik hoop dat ik alle blunders nu wel een beetje begaan heb voor deze week, maand en jaar. En dan wens ik u allen een prettig weekend. 


zondag 23 februari 2020

(Lees)(Ver)voer

Om Ilse een beetje te ontzien, hebben we besloten om voortaan weekboodschappen te doen.
Dat ging heel even goed, totdat ik dus aan de beurt was om voor een week boodschappen te doen.
Ik hield me nauwelijks aan de vooraf opgestelde maaltijden, en keek wel naar de houdbaarheidsdatum op de producten, maar blijkbaar sloeg ik die informatie niet dusdanig op, dat ik er ook daadwerkelijk meer mee deed, dan het product ongeacht die datum in de winkelkar te flikkeren.
Dat resulteerde erin dat de door ons drietjes toch wel zeer gewaardeerde maiskolven weg konden flikkeren. Dat er een paar aardappels zwart waren van binnen. En dat sommige groenten een soort van zacht-geworden-hard waren.
Vleesjes die spontaan begonnen te draven in hun plastic schaaltjes als ik ze uit de koeling nam.
Oke, die bonus is best leuk, en kan best schelen, maar heeft dan wel als nadeel dat de houdbaarheid erg kort is, en als je dan die bonus artikelen ongegeten weg kan flikkeren, is het toch best een dure aangelegenheid.

Maar ja.
Het is natuurlijk erg "yupperig" of "alleenstaanderig" om elke dag naar de plaatselijke grutter te banjeren voor je avondprakkie. Bovendien, als je het goed doet (en dat is dus niet zoals ik het deed) is het goedkoper om weekboodschappen te doen, dan om elke dag maar weer de Deen of Appie plat te lopen.
En met twee hoofden der huishouding die beiden niet bijzonder gestructureerd zijn, is het juist prettig om op maandag al te weten wat je vrijdag om 17:30 uur in de pan mikt.

Maar goed, dat ging dus grandioos mis, en mijn allerliefste betere helft stelde voorzichtig voor om dan maar weer "Hello Fresh" te bestellen. Dat is een soort van maaltijdbezorger, die de ingrediënten bezorgt waarmee je zelf een gezonde, verse maaltijd kan maken.
Wij hadden reeds eerder een abonnement bij die firma, en uiteindelijk heb ik die stop gezet, omdat het "fresh" gedeelte van de naam totaal niet overeenkwam met mijn idee van versheid. Ik bedoel: als de paksoi zelfstandig de koelkast uit hipt, en de tomaten inmiddels uit eigen beweging zichzelf tot een ouwelijke gazpacho hebben omgetoverd, terwijl de bezorging de dag ervoor was, en voor 4 dagen was, vind ik daar toch wel wat van. Bye-bye-fresh dus, wat mij betreft.
Jammer alleen en buitengewoon ironisch dus, dat ik het zelf niet heel veel beter doe.
Goed, dus we gaan het weer proberen, voor een dag of 3 per week, zodat we meer rust en ruimte hebben om aan ons zelf te denken en te werken. En voorwaar: dat kan geen kwaad, zou ik zo zeggen.

Status-update mbt de aanhanger.
Van de week was ik eindelijk zover dat ik het idee had dat de kar klaar was.
En klaar was hij. Althans in technisch opzich, voor zover mijn expertise dat kan overzien.
As is goed, verlichting nieuw, dus goed. Waterdicht, dus erg goed. Een heel erg lelijke, maar van ongekende creativiteit getuigende handgreep om de (behoorlijk zware) deksel op te tillen, zonder dat je je rug breekt, of je vingers tot moes perst om ze tussen deksel en bak te wringen, ten einde met je vingertoppen (die dan inmiddels gereduceerd zijn tot bloederige stompjes) de klep te lichten.
En met een flink stuk pvc regenpijp een constructie voor mijn tuinhek gemaakt, zodat de kar ook daadwerkelijk de weg op kan.
Jubelend van trots trok ik de aanhanger de tuin uit, koppelde hem aan mijn auto, en begon de verlichtings-check.
K.A.K.
K.U.T.
G.V.D.
T.E.R.I.N.G.J.A.N.T.J.E.
E.N. M.E.E.R.V.A.N.Z.U.L.K.E.M.O.O.I.E.T.E.R.M.E.N.
!!!!!!
Doet het niet.
Voordat ik mijn hele blasfemische repertoire eruit begon te braken, meldde Ilse (die voor de feestelijke te-weg-lating van mijn kar naar buiten was gekomen) dat het wellicht verstandig zou zijn om de kar even aan haar auto te koppelen, om uit te sluiten dat het inderdaad aan de nieuwe verlichting zou liggen.
Aldus gedaan, en inderdaad: het lag niet aan de kar, want aangesloten op de auto van Ilse, deed de verlichting het uitstekend.
Dus ligt het aan Charley. Ja, zo zout had ik het niet kunnen verzinnen.
Gelukkig krijgt Charley aanstaande week haar nieuwe mooie bumper, dus mag vriendje Ken zich daar meteen op storten.
Het goede nieuws is dus dat ik voor 99,99% klaar ben met de kar.
Het laatste restje bestaat uit de onderkant in de teer zetten, en meer en meer versiering erop aan brengen. Toch maar eens naar de sloop binnenkort. Of, als ik toch bij vriendje Ken ben, hem lief aankijken of hij nog wat heeft staan-liggen waar ik me aan mag vergrijpen.

Bij deze is mijn weekend begonnen.
Ik wil de trouwe volger van mijn volstrekt buitenissige bestaan wederom in het zonnetje zetten. Ten slotte presteert u het al een behoorlijke tijd om mijn zielenroerselen tot u te nemen, zonder moorddadig te worden of anderszins lelijk te doen tegen me.
Goed weekend allen!


zondag 16 februari 2020

12 klusjes en bijna net zoveel ongelukken.

Toen ik besloot om een aanhanger te kopen, welke een opknapper zou moeten zijn, zodat ik lekker een beetje mijn hoofd kon leegklussen, leek het me leuk om af en toe wat vorderingen te laten zien op mijn persoonlijke smoelenboek-plek.
Alles bij elkaar leek het een leuk en leerzaam project, waarbij esthetiek minder van belang was, dan technische zaken.
En leuk en leerzaam was, en is het.
Inmiddels 3 weken verder, en mijn aanhanger is zo goed als klaar.
Wat je echter niet op die foto's ziet, zijn de verwondingen aan vingers, de spierpijn op plekken waar je niet verwacht dat je er ooit spierpijn zou hebben, laat staan dat je vermoedde dat er überhaupt spieren zitten.
En wat ook niet zichtbaar is: de talloze fouten die ik maakte, moest oplossen en die me dus weer een stap terug gooiden in het hele proces.

Fout nummer 1: De aanhanger is te breed om door het tuinhekje te passen. Gelukkig waren Ilse en ik sterk genoeg om het karretje over het tuinhekje te tillen. Fout 1a: Nu ik dus bijna klaar ben, en de dakkoffer semi-permanent op de kar gemonteerd is, kunnen we het optillen ervan wel vergeten. Prachtig. Op een witte kentekenplaat na, is het ding dus "street-legal", krijg ik hem voorlopig de weg niet op, omdat ik hem de tuin niet uit krijg. En aangezien zowel Ciara, als Dennis nog niet sterk genoeg waren om het tuinhekje weg te blazen, zal ik daar zelf wat mee moeten doen.

Fout nummer 2: Een set metaalboortjes kopen van 1,69 per 6 verschillende diktes. Dit is dan ook serieus een stomme fout, want ik ben door diverse vriendjes en eigen ervaringen erop gewezen dat goed gereedschap het halve werk is. Die ene boor die ik los voor 5 euro kocht, is nog steeds niet versleten, en doet het fantastisch, van de set van 1,69 euro, vlogen de afgebroken eindes me diverse malen om de oren.

Fout nummer 3: die is herhaaldelijk voorgekomen. Te snel willen werken. En dus meetfouten maken. Ik wilde een steunpoot op de dissel maken. Makkelijk met inladen, want de kar blijft dan horizontaal staan. Steunpoot gekocht, en er toen pas achter komen dat dat eigenlijk heel onhandig is, want de dissel is een vierkante ijzeren buis, waarin je dus nooit de klem voor die poot kan monteren, zonder dat je de constructie gevaarlijk verzwakt. Prima, monteer ik hem gewoon aan de voorkant van de bak.
Toen ik de zaak had voorgeboord, en de klem wilde monteren, kwam ik erachter dat ik op die plek, de steunpoot nooit zou kunnen bedienen. Het hefboompje, dat gemaakt is van solide ijzer, wilde met geen mogelijkheid wijken voor de in tact gelaten (en dus heel erg sterke) dissel. So-de-ju.
Snel een andere plek gekozen, snel geboord, en jawel: nog een halve centimeter te krap. Gelukkig heeft het hefboompje een rubber handgreep en toen ik die verwijderde, bleek het nét wel te kunnen.
Dus zal ik de rest van het bezit van mijn aanhanger gestraft worden met het bedienen van een ruw ijzeren hefboompje. Niet dat dat trouwens zoveel uitmaakt, door het vele klussen zijn mijn handen bijna net zo ruw geworden.
Maar ik zat dus wel met 1 gat teveel (het andere gat zit keurig netjes verstopt achter de klem).
Fout 3a: Te snel genoegen nemen met dat wat ik vinden kan. Zo wilde ik minimaal 2 extra slotjes op de deksel. Gewoon, omdat ik één slotje te weinig vind. Zeker met het extra gewicht van de dakkoffer erop. Omdat die dingen blijkbaar lastig te vinden zijn (in elk geval daar waar ik zoek), nam ik genoegen met twee net niet passende slotjes. Eierkistsluitingen heten die. Dat is een beugel, met een hefboompje. Die beugel kun je met het hefboompje omhoog (open) of omlaag (dicht) doen. Dat beugeltje valt uit of in (al naargelang je opent of sluit) een haakje.
Het haakje bevestig je op de deksel, het beugeltje met hefboompje op de onderzijde. (De kar zelf dus, in dit geval).
Makkelijk zat. Maar goed.
Ik dacht dus dat ik die haakjes wel even met een hamer in de juiste maat zou kunnen kloppen. Dat was makkelijker dan dat ik 12 meter verderop naar mijn bankschroef zou lopen om hem daar stevig te klemmen. De eerste klap is een daalder waard, maar in dit geval koos ik ervoor om die daalder niet nog eens uit te geven, en naarstig de halve straat af te speuren naar het haakje, dat door die klap uit mijn handen werd geslagen en 10 meter verderop in de tuin van de overburen eindigde. Nogmaals: snel willen werken en aangeboren lui zijn, is niet altijd een hele beste combinatie.

Fout 4: té netjes en té fancy willen zijn. De verlichting was bij aanschaf al redelijk brak, en daarbij was de draad te kort. Dus weg ermee. Ik opteerde in eerste instantie voor een simpel lichtbalkje. Maar dat is wel ontroerend lelijk. Tot ik ergens op het wereldwijdeweb een prachtige aanbieding vond van een setje LEDS. Tegelijkertijd besloot ik dat ik de aanhanger toch niet ga schilderen voorlopig. Ik vind het juist wel wat charmants hebben. Dat slordig afgewerkte, ouwe uiterlijk. Bovendien: met de hoeveelheid stickers en emblemen dat ik erop ga plakken, maakt het uiteindelijk vanzelf niet meer uit welke kleur er onder zit. Maar dat maakt voorlopig wel dat die hippe, fancy LED-verlichting een soort van vlag op een modderschuit is.  Die verlichting zou plug & play zijn, en dat was het ook. Al was het "plug" deel ook weer zoiets dat ik al vallende en opstaande moest monteren.
Vanuit de caravan had ik geleerd dat bedrading die je slecht ophangt, over het asfalt gaat slepen. En dat is per definitie een ramp voor de werking van je verlichting. Bij de caravan kocht ik wel de goedkoopste lichtbak, en liet de bedrading door de ramen naar voren lopen.
Bij de aanhanger wilde ik dat dus ook. Voor mij geen risico op kapot geslepen draden. Dus keurig netjes (met zelf gemaakte malletjes!!!) de gaten voor de verlichting voorgeboord, en de draden keurig netjes via de binnenzijde van de bak naar voren laten lopen.
Kwam dat extra gat uit fout 3 toch nog goed van pas. Hoewel... Omdat dat gat veel te klein was om die stekkers door te duwen, moest ik die wat uitboren. En ook dat lukte, de stekkers gingen er dikke prima doorheen. Alleen zit ik dus nu met een nog groter gat aan de voorzijde, dat door het boren ook nog eens scherp is geworden. Dus loop ik alsnog risico op een kapot geschuurde draad. Ik ben nog bezig met een oplossing daarvoor.

Maar ondertussen, is de bak zo goed als klaar. Er zijn nog een paar zaken die moeten voor we ermee op vakantie kunnen. De bodem ga ik lekker dik in de teerverf kwasten, de kabel van de verlichting moet netjes verder klaar, er komt nog een rubber mat in de bodem aan de binnenkant, en een stevige handgreep om de toch wel erg zware deksel wat makkelijker op te tillen. Dan kan ik alle esthetica gaan doen. Emblemen, stickers etc erop die de bak helemaal naar mijn zin maakt. En natuurlijk het tuinhek aanpassen aan de breedte van de kar, anders heb ik er niks meer aan dan een soort leuke tentoonstelling in de voortuin.

Ik moet mijn vrouw echt wel diep op mijn knietjes bedanken voor het feit dat ze (niet zonder knorren) accepteerde dat ik mijn zin in een leuk hobby-klusproject zonder veel plichtplegingen en met haar hulp in de voortuin heb geparkeerd. Uiteindelijk zal ze inzien dat het juist voor de vakantie een zeer welkome aanvulling op ons assortiment is.

Er zat dus best wel veel onlogica in dit (doorlopende) project. Maar dat kom ik tegenwoordig wel meer tegen in mijn leven.
Bijvoorbeeld.
Ik kreeg een melding in het dashboard van mijn bus: "Please return to drivers' seat".
Die melding kan je alleen maar zien als je in je stoel zit. Waarom dan nog het verzoek om in die stoel te gaan zitten? Ik ben wel serieus gewicht aan het verliezen, maar ik gok erop dat ik niet zó licht ben geworden dat de sensoren in de stoel mij niet meer kunnen waarnemen.
Als je niet in je stoel zit, sta je buiten je bus, en kun je die melding niet lezen. Dus is die ook nutteloos.
Of het zou moeten zijn dat de busfabrikant er vanuit gaat dat chauffeurs regelmatig tijdens het rijden uit hun stoel opstaan om een dansje te doen of zo. 
Kortom: veel vragen, die ook bij collega's tot hilariteit leidde.
Het zal wel, mij maken ze de kop niet gek(ker dan die al is). Lekker sturen dus, gniffelend om gekke meldingen, waarvan je eigenlijk zou vermoeden dat ze eerder in een Citroën voorkomen, dan in een bus.

Op deze stormachtige dag is mijn weekend ook begonnen, en wens ik u allen een goede toe.


zaterdag 1 februari 2020

Lompheid.

Mijn lompheid (en soms ook fysieke, met name fijn-motorische onhandigheid) is wijd en zijd bekend. Mensen vinden dat geweldig, of lopen met een grote boog om me heen. Ik leef daar nu al bijna 39 jaar mee, en ik heb dat geaccepteerd als een feit. Net zoals zondag altijd na zaterdag en voor maandag komt.
Ik heb dat geaccepteerd, maar dat ging niet altijd zonder slag of stoot (letterlijk en of figuurlijk).
Zo kon het een jaar of 8 geleden gebeuren dat ik mijn wat wild begroeide snuit wat wilde temmen, en mijn baardje wat meer in het gareel ging snoeien.
Wellicht dat ik die ochtend te weinig koffie op had, maar het eindresultaat was dat ik met wilde ogen in de spiegel woedend met mijn vuist aan het zwaaien was. Naar mezelf. Ik had namelijk mijn ringbaardje met een royaal gebaar voor de (linker) helft gedecimeerd.
Dat staat nogal vreemd, dus witheet van woede ratste ik de rest er ook maar af. En aldus voor in elk geval een poosje lang een frisse kop.
Maar goed, ik ben niet alleen lomp, maar ook lui en dus groeide dat baardje er vanzelf weer aan.
Wijzer en voorzichtiger geworden, koos ik in de loop van de volgende jaren telkens een beter en hipper apparaat om mijn gezichtsbegroeiing beter, mooier, en hipperder te onderhouden. Ging best.
Zozeer zelfs dat ik in staat was om een heel hip gecomponeerd baardje met strakke lijnen op mijn gezicht te handhaven.
Stond mij best goed.

Hoe dan ook: de schade en schande uit het verleden waren blijkbaar nog niet groot genoeg, want afgelopen week wilde ik mijn zorgvuldig gekapte smoelstruik een beetje bijwerken, en de lang geworden haren die eigenlijk niet tot dat meesterlijke stukje tuinbouw hoorden, wegwerken. En dat ging de eerste paar minuten erg goed.
Tot die hippe tondeuse besloot dat er nieuwe prik in moest.
Nu wil het dwaze feit dat onze badkamer geen stopcontact heeft, en ik dus aangewezen ben op diverse verlengsnoeren, welke de tondeuse nét niet genoeg ruimte geven om tot de badkamerspiegel te reiken.
Toch eigenwijs zijn, toch doorgaan, en toch net even te snel willen werken, en luttele seconden later: jawel, je raadt het al: ik sta mezelf weer met gebalde vuisten van onbedaarlijke woede en verslagen verdriet aan te staren. De helft van mijn zorgvuldig opgekweekte baardje lag me in de wasbak verwijtend aan te staren.
Kak.
Omdat ik mezelf in een bepaalde levensfase bevind, waarin ik weinig tot geen compassie heb met wat wie van mij vindt, en waarom, (ik ben nog steeds van plan om binnen heel erg kort een helix te plaatsen) besloot ik om de rest van het baardje dan ook maar te snoeien, en alleen een snor en het landingsbaantje op mijn kin te handhaven.
Waardoor ik er nu uitzie als een soort van rooie Ron Jeremy die D'Artagnan speelt in "de Drie Musketiers" geregisseerd door Jochem Meyer samen met Roan Atkinson. Of zo.
Het staat me wel.
Nu moet het me alleen niet gebeuren dat ik mijn snor ook nog halveer, want dan denk ik dat ik de overgebleven haren met mijn aansteker wegbrand en in dat proces gewoon oprook. Kijken of ik daar een bepaald effect van krijg.

Project aanhanger.
Vriendje Bram wist dat goed te verwoorden: Je bent in je hoofd al met 1001 dingen bezig, nog voor je één klus zelfs maar bent begonnen.
En dat klopt.
De ideeën zijn talrijk. Dit is dan ook een van de weinige keren dat ik blij ben met mijn totaal afwezige geheugen. Anders zou ik meer dan 10.000 euro steken in een aanhanger van 20 jaar oud.
Inmiddels ben ik er achter dat ik het ongelooflijk rustgevend vind om ermee bezig te zijn. Ongelooflijk kalmerend om even alleen maar na te denken over hoe ik bepaalde zaken wil verbeteren. En een paar van die dingen zijn ook al gelukt. Sommigen nog niet.
Zo ben ik er achter gekomen dat een steun op die aanhanger weliswaar helemaal niet nodig is (het ding mag ten slotte maar maximaal 750 kilo wegen) maar voor tijdens het klussen er aan, absoluut een must.
Dit is namelijk een ongeremde aanhanger, zonder steun, dus als je daar aan klust, en je zet het ding niet goed vast (en in mijn haast om lekker te gaan klussen na een lange, zware werkdag, zét ik hem niet goed vast) dan rolt die dus zo weg, terwijl ik net wat boor-werkzaamheden aan het verrichten ben.
Dat lijkt me er hoogst komisch uitzien. Een vent die wil gaan boren in een aanhanger, die aanhanger, rolt weg, en de vent hobbelt er al borende en mopperend achteraan. Alsof je een kalf een injectie wil geven.
En die ene steen waarmee ik hem denk te stutten onder de koppeling, flikkert door al dat geweld gewoon om.
Dus...
Ik heb nu inmiddels 3 keer die aanhanger op onzachte wijze in mijn vlees voelen duwen. De wielen zijn al eens onzacht over mijn tenen heen willen gaan, en de deksel viel op de kerstboom, omdat ik er niet op bedacht was dat de zwaartekracht zich ermee ging bemoeien zodra ik de scharnieren los geschroefd had.
Dat wil zeggen: ik had uiteraard wel rekening gehouden met de zwaartekracht, alleen niet met het feit dat die deksel dus blijkbaar zwaarder was, dan ik dacht.
Ik vrees dat heel de straat inmiddels op de hoogte is van mijn zeer uitgebreide en creatieve scheldwoorden repertoire.
Maar dat alles gezegd hebbende: ik ben wel weer een beetje opgeschoten. En ondanks de soms wat onhandige momenten, vind ik wel rust en plezier in deze vakantieklus.
Overigens wilde ik mijn aanhanger in eerste instantie geel verven, om het ding een banaanhangwagen te kunnen noemen, maar gezien het feit dat er toch allemaal mooie versiering op wordt geplakt, lijkt witte hammerite me een betere optie. 

Vakantie. Ja, dat hebben we ook al geboekt. Want wat heeft het voor zin om een vakantiekar te kopen, om er dan vervolgens niet mee op vakantie te gaan.
En dan daarbij: zowel Ilse als ik hebben het nodig. Als brood, zo nodig.
We gaan uiteraard weer kamperen, op een plek waar Ilse al eens geweest is (en dat is voor haar volgens mij een unicum) namelijk naar een naturisten-camping.
Ik.
Ga.
Naar.
Een.
Naturisten-camping.
OMG.
Maar goed, je hebt niet geleefd, als je niet minimaal één keer in je leven iets doet, waarvan je van te voren niet weet, wat voor trauma's je er achteraf aan overhoudt.
Ik hoop bijvoorbeeld op een plekje achteraf, zodat ik niet te veel geconfronteerd word met mensen wier vrouwelijkheden inmiddels erger zwiepen tijdens het lopen dan mijn mannelijkheid.
Enigszins besmuikt vertelde ik dit aan collega's, die me in eerste instantie letterlijk stom aanstaarden, en vervolgens mij bestookten met alle van vooroordelen getuigende vragen, waar ik tot op heden ook geen antwoord op weet.
Volgens wat meer ingewijden in deze materie, went het vanzelf.
Ik weet wel dat die vakantiekar een bijzonder goede aanschaf was, al was het alleen maar voor alle liters aan zonnebrand die we mee moeten nemen om zowel mijn tere huidje, als die van Jente te beschermen.

Maar goed, voor het zover is, heb ik in elk geval een deeltje van de 16 miljoen reizigers van Schiphol vervoerd, ettelijke noten gespeeld en nog heel veel stommiteiten uitgehaald.

Voor nu is het inmiddels weekend, en dat is in elk geval een goed ding.
Geniet van het weekend, mensen. Voor je het weet, moet je weer werken.




zaterdag 25 januari 2020

Update-jes.

Depressiegala....
Ik laat dit woord even door mijn mond gaan. Ik proef het, omdat ik me afvraag waarom je een dergelijk "gala"zou organiseren.
Niet om geld te genereren voor mensen die lijden aan een depressie. Dat is duidelijk. Dat geld is heel ergens anders beland. Niet heel erg wonderbaarlijk, ik ben te cynisch om nu werkelijk te geloven dat dat soort "kijk-mij-eens" partijtjes echt iets opleveren ter verbetering van dat- (of die)gene waar zo'n "gala" over gaat.
Schandelijk dat dat geld, komende uit subsidie (dus uw geld, en mijn geld) belandt bij vetnekken als Bram Bakker en Esther van Fenema. Dat soort ranzige parasieten worden weer rijk door het noemen  en uitmelken van mijn ziekte. En daar dan heel dikbuikig over te doen. Je zou zulke mensen een eeuwige en diepe, niet meer te stuiten en onbedaarlijke depressie gunnen.
Ik persoonlijk doe dat wel. Dat is puur principe. Ik ben niet alleen depressief, maar ook buitengewoon rancuneus in sommige zaken.

Ik refereerde net al aan "kijk-mij-eens" partijtjes. Dat doe ik omdat ook tijdens dit ranzige subsidie-slurpende-bobo-feestje ook een stel BN'ers opgetrommeld was om aanwezig te zijn.
Ik moet zeggen dat ik daar sowieso al ontzettend achter loop, want in de regel kijk ik geen tv, dus die namen zeggen mij meestal weinig tot niks.
Ook bij dit depressie-feestje waren wat van die zelf-ingenomen kakelnichten ingehuurd.
Frank Jansen en zijn echtgenote Rogier Smit.
Dat wil zeggen: ze zouden spreken op dit gala, maar hebben zich teruggetrokken, omdat de fraude die ermee gepleegd is, niet iets is waar ze zich aan wilden binden.

En dat is maar goed ook, getuige hun uitspraken in het nieuws, en ik citeer:"Ik ken het woord 'depressie' niet. Ik ben met een goed humeur geboren, ik denk altijd positief en ben altijd positief. We dachten dat wij als positievelingen een enorme positieve bijdrage zouden kunnen leveren aan het Depressiegala."

Toen ik dat las, zat ik achter het stuur van mijn bus te wachten op de volgende kist die ik moest leegrijden, en ik moest serieus, ondanks de kou, mijn deuren opendoen voor frisse lucht. Want ik werd spontaan misselijk van die ranzige BN´ers. Van dit soort "positievelingen" krijg ik als depressieve ras-realist spontaan kokhals- en kotsneigingen.
Dat je alleen al denkt dat je met je BN status (nogmaals; het is mij volslagen onduidelijk waarom twee van die kakelende idioten BN'er zijn als in Bekende Nederlander, met hun uitspraken kan je ze beter Bezopen Nederlander of Belachelijke Nederlander noemen.) mensen blij maakt, getuigt van een volslagen gebrek aan realiteitszin maar dat je denkt dat je iemand die depressief is, blij kan maken door simpelweg de blije aars uit te hangen, is werkelijk waar nog erger dan maagzuur oprispingen tijdens het eten van een enorm lekker klaargemaakte mosselen.
Deze twee mensen vallen bij mij in de categorie: `Inspraak zonder inzicht, leidt tot uitspraak zonder uitzicht`.
Als je niet weet wat depressie is, hou je dan verre van een of ander geldrovend gala dat geld zou moeten genereren voor depressie.

Even los van dat zielige zooitje dieven, heb ik natuurlijk genoeg met mezelf te stellen.
En Ilse dus ook. Mijn respect voor haar is inmiddels niet meer normaal, neemt walgelijke vormen aan, en is in geen enkele munteenheid meer uit te drukken. Ze cheft het toch maar.

Ondanks haar bezwaren, tegenwerpingen en andere negatieve input: ik heb toch een aanhanger gekocht. Een rooie. Een opknapper. (We zijn nu een krappe werkweek verder en nog niet gescheiden). Met als bedoeling om ermee op vakantie te gaan, want ik vind onze beide auto's te klein om er twee weken mee op pad te gaan met alle zooi die een klein gezin voor twee weken nodig denkt te hebben.
En na onze laatste (zeer fijne) vakantie heb ik mezelf beloofd om nooit meer, ook maar 1 meter te rijden met een dakkoffer op het dak, want zelfs een zeer stabiele auto gaat er van zwabberen. De hel.
Dus, omdat ik vond en vind dat we dus voor al die zooi (ik neem echt, heus, werkelijk waar heeeeeeeeeel erg weinig mee, alle bagage komt nagenoeg voor rekening van dames- en kinderkleding, heus!!!) extra ruimte nodig hadden, ging ik met een beetje gezwinde spoed op zoek naar een aanhangertje, waar ik zonder al te zeer gezichtsverlies te lijden, nog een beetje aan kon klussen.
Dus ik zocht en vond, en legde contact met een snuiter in de buurt. Afspraak: maandag. Aldus geschiedde en ik ging naar de beste man toe om het karretje in kwestie eens te bekijken. En wat ik zag, was eigenlijk precies wat ik zocht. Een goedkoop, leuk uitziend klus-karretje, die ik naar mijn zin kan maken, want de basis is goed. Toen kwam het moment van afrekenen, en ik zei dat ik het het liefste even over zou maken, of met een tikkie. Blijkbaar had de vrouw des huizes meegeluisterd, want de man des huizes kreeg vreselijk de wind van voren. Contant moest het wezen en anders niks.
Wat schutterig, zonder zich een houding te kunnen geven stond hij me niet een beetje ongemakkelijk aan te kijken. Ik hielp hem maar uit de brand en zei dat ik dinsdag wel terug zou komen met de centen.
Eenmaal dinsdag meldde ik mij weer, en wikkelden we de zaken af. (Achteraf kan ik die vrouw op zich geen ongelijk geven, maar kom op. Dat had jegens haar echtgenote echt wel vriendelijker gekund, en alleen al daarom kwam ik heel erg in de verleiding om ff snel thuis een paar flappen uit te printen). Bij het aankoppelen bleek dat het kabeltje naar de verlichting erg kort was en dat mijn stekkerdoos wel erg diep onder de bumper hing. Gelukkig was het donker en mistig, en toen we eenmaal met flink wat geweld die stekker toch wisten te pluggen, kwam ik tot de ontdekking dat er slechts 1 lamp stuk was, en dat ik bij de aanschaf van mijn brave Charley, in een staat van onoplettende ontbinding verkeerde, want ik zou gezworen hebben dat ik een witte aanhangerplaat had zien liggen. Dat was echt een dijk van een verbeelding, want die lag er dus niet.
Hop, in het mistige donker zonder witte plaat en met gebrekkige verlichting maar 2 kilometer naar huis. Om er daar achter te komen dat ik mij een klein beetje vergist had, en dat het aanhangertje met geen mogelijkheid de poort door kan, en dat ik Ilse dus nodig had om het ding over het hek te tillen. Dat ging best, behalve dan dat ik haar met de dakkoffer tegen haar oren mepte.
Dat is dus ook onderdeel van het klussen: het tuinhek aanpassen.
Dat klussen ben ik inmiddels mee begonnen. Het antieke imperiaaltje heb ik eraf gehaald, en in stukken gezaagd. Het achterste randje van dat imperiaal heb ik 15 centimeter naar achteren geplaatst zodat de dakkoffer daar tegenaan rust. Om de dakkoffer verder te kunnen bevestigen, heb ik 4 van de 8 gaten alvast in de deksel geboord, zodat de originele bevestigingsbeugels van de dakkoffer gebruikt kunnen worden om het ding goed vast te maken tijdens de lange en mooie (vakantie)reizen die we ermee gaan maken. Verder nog in de pijplijn:  een goede lichtbalk, een mooi neuswiel, en allemaal Citroën plaatjes er tegenaan. Hij moet ten slotte veilig, maar vooral ook naar mijn zin zijn.

Ik moet zeggen dat het klussen aan die aanhanger (telkens een uurtje of een half uurtje als ik thuis kom van slopende CD- opnames of lange dagen op Schiphol, is erg leuk. Erg prettig. Erg kalmerend. Geen haast, en elke keer een klein beetje verbetering of verfraaiing.

Waar ik dan wel weer heel erg gefrustreerd van raakte: het disfunctioneren van mijn telefoon.
De T-mobile mevrouw raadde mij ruim een jaar geleden aan om een motorola te kopen. Want dat was zo goed en beter en best. Ik kwam er om een Samsung te kopen, maar stomme sul die ik was, trapte ik in het enthousiaste blèrverhaal en vooral geen Samsung en vooral wel die stomme motorola te kopen. Goed. Daar was ik na een poos dus echt niet blij mee. Het enige voordeel is dat de maandelijkse kosten erg laag waren vergeleken met welke Eifoon dan ook, en dat ik me veel meer vertrouwd voel met Android.
Maar de motorola zelf.... Wat een draak van een telefoon. Zelfstandig, zonder mijn tussenkomst of zelfs maar toestemming, bepaalde de motorola zelf wel wat de juiste helderheid was. Ook bepaalde de motorola geheel zelfstandig en zonder mijn tussenkomst of wens waar welke app op mijn bureaublad moest staan. Of dat die app uberhaupt wel op mijn bureaublad diende te staan. Zo was ik met grote regelmaat apps kwijt, die ik dan heel ergens anders in die telefoon weer terugvond. Uiterst ongemakkelijk. De volgende stunt van het ding was dat de stekker niet meer in de telefoon wilde blijven zitten. Ook met een andere stekker wilde die telefoon niet meer fatsoenlijk aangekoppeld worden. Nou ja, wilde niet, gebeurde uiteindelijk toch, zij het met grof geweld. En dan was er de accuduur. Die zou volgens de T-mobile mevrouw GE-WEL-DIG zijn. Na drie manden al niet meer. En die extra accu eraan... Die wenste ondanks het geweld waarmee ik de lader aankoppelde, helemaal niks meer te doen.
Alles bij elkaar was ik meerdere malen per dag in staat om het ding door ongeopende deuren of ramen te smijten.
Uiteindelijk realiseerde ik me dat dat mogelijk niet geheel in mijn voordeel zou zijn, en dat ik beter een andere telefoon kon halen. Met hulp van Ilse een betaalbaar exemplaar uitgezocht en die halen bij de T-Mobile winkel.
Dat werd op aanraden van de heren aldaar (de juffrouw die mij de motorola aansmeerde was er gelukkig niet, anders had ik misschien iets te zeer persoonlijke mededelingen gedaan omtrent haar functioneren en mijn mening daarover) toch een Samsung. En wel degene die Ilse me ook aanraadde.
En, geheel in tegenspraak met mijn normale doen als ik een nieuwe telefoon moet installeren, ging dit zonder gescheld, gevloek, geschreeuw en gekrijs. Ja, u leest het goed: het ging ZONDER dat ik allemaal heiligen afstofte. Zonder dat Jente en Ilse sidderend van angst achter de gordijnen kropen. Dat is ook een primeur. En daar ben ik stiekem best wel trots op.

Zo, dit geschreven hebbende, begint mijn weekend. Ik wens u hiervan dus ook een heel goed exemplaar toe.



zaterdag 18 januari 2020

Random kletswerk

Afgelopen maandag heb ik afscheid genomen van mevrouw de zielenknijpster nummer 1.
Met deze dame heb ik voornamelijk gewerkt aan het oplossen, het wegmasseren van de ergste, diepste en rauwste randjes van mijn depressie.
Dat heeft uiteraard geholpen. Deels. Een beetje.
Samen met een meneer die ook nog de bevoegdheid heeft om mij te voorzien van wat chemisch geluk.
Wel merk ik dat ik los van mijn hemeltergende vergeetachtigheid, en vervlakking, ook steeds minder goed om kan gaan met prikkels. Een ruimte waarin veel mensen bij elkaar zijn, die allemaal iets willen zeggen, allemaal aandacht willen, rumoer maken, of gewoon simpelweg zoiets triviaals doen als ademhalen, het is me allemaal een beetje te veel. Na de CD-opname met OKMar bijvoorbeeld (en dat twee volle dagen lang, en die best aardig waren om te doen) was ik finaal afgepeigerd. En het is niet eens zo dat die anderen nu zo anders doen. En als het al wel zo zou zijn, is het toch niet echt aan mij om daar wat aan te doen of van te vinden, maar omdat ik nu eenmaal ik ben, en in een bepaalde situatie zit, heeft het sneller en forser een negatieve grip op me dan ik zou willen. Ik reed dus ook bijna met mijn overprikkelde kop de verkeerde kant op. Erg onhandig.
Maar goed, de eerste klap is wel al een daalder waard, en verhip, ik voel me heus een beetje beter.
Nummer 1 gaat mij overdragen aan nummer 2, die met mij in zal gaan op de onderliggende oorzaak van mijn eigen zwarte hond. (Voor de nieuwsgierige lezer, die wil weten wat ik met de zwarte hond bedoel, en die meer wil weten over depressie. )
En dat is iets waar ik tegenop zie. En niet een klein beetje. In tegendeel. Ik zie er huizenhoog tegenop. Want ondanks dat ik weet dat het moet, en dat het de juiste keuze is, moet ik veel verhalen, ervaringen opnieuw vertellen. Weer doormaken. Proberen dat te relativeren en een plekje geven, op een manier dat het niet meer een eigen leven kan gaan leiden.
Ik ben nu nog best in staat om het allemaal een beetje weg te drukken (dankzij mevrouw de therapeute nummer 1 en het chemisch geluk) maar het zal wel eens opgelost moeten worden. Misschien dat het allemaal meevalt, en dat ik mezelf druk maak om niks, maar toch. Het geeft een wat onbestemd gevoel zo.
Gelukkig heb ik nog een dikke week voordat ik mezelf moet melden. Ik hoop dat zielenprikker 2 een stevige schoenen heeft, en een goed gevoel voor humor. Anders rent ze sneller weg dan ik kan praten.

Dus vandaag mijn laatste werkdag van de week gehad, en tijdens een onderbreking in mijn rooster viel ik even in slaap. Dat is niet erg, want ik zat niet in mijn bus, maar in de kantine, op een bank.
Toen ik na een half uurtje weer wakker werd, werd ik begroet door gniffelende collega's die zich in hoge mate zaten te verbazen over mijn bijzonder luidruchtige gesnurk.
En fin, ik zal het wel nodig hebben gehad, zullen we dan maar zeggen.
Wist ik veel dat ik nog een waanzinnige adrenalinestoot te verwerken zou krijgen.
Ik reed goedgemutst naar huis, en werd al rap ingehaald door een hipster-achtige meneer in een stokoude mercedes. De lieve man deed dat weinig subtiel, en niet bepaald "koersvast", zal ik maar zeggen. Ook niet bijzonder tempo-vast, en absoluut niet zeker van de richting die hij moest aanhouden.
Kortom: hij reed als de spreekwoordelijke natte krant, hoewel ik daarmee vermoedelijk de natte krant tekort doe.
Goed, er is een punt op die A6 waar er twee banen links richting Almere Buiten en Groningen gaan, en drie banen rechts, waar je naar diverse andere wijken van Almere kan. En de mercedes meneer bedacht zich erg laat dat hij liever naar links wilde, en propte zich tussen mij en mijn voorligger in.
Inmiddels had ik al gezien dat er links achter mij een volkswagen aangestormd kwam, minimaal met 30 kilometer sneller dan dat ik ging. De mercedes meneer vond blijkbaar zijn eigen actie al niet zo slim, en maakte het alleen maar erger door zonder richting aan te geven, zonder zelfs maar een heel klein momentje in zijn spiegels te kijken, zijn (toch best in fraaie conditie zijnde) oldtimer nóg maar een baantje naar links te smijten. Waar die volkswagen meneer dus al was.
Die alle zeilen bij moest zetten om een nagenoeg onvermijdelijke aanrijding te voorkomen, en daarbij genoodzaakt was om de vangrail van heeeeeel erg dichtbij te bestuderen.
Ik had inmiddels mijn gas zozeer losgelaten dat ik meer afstand had, en van pure schrik trapte ik fors op de rem. Ik zag beide auto's namelijk toch best wel rap dichterbij komen, omdat ze beiden toch wel een beetje de vaart eruit haalden. Ten slotte was ik er op dat moment heilig van overtuigd dat ik, als ik niet ferm zou remmen en uitwijken, ik ook betrokken zou raken bij dat onverantwoordelijke onderonsje.
Dat gebeurde niet, en dat was niet te danken aan beide heren voor mij, echter wel aan een heel erg groot leger aan beschermengelen op de schouders van ongeveer alle automobilisten die op dat moment in de buurt reden van die twee idioten. De volkswagen meneer denderde gewoon door, alsof hij zojuist niet bijna vermorzeld was tussen een oude mercedes en een vangrail, de mercedes meneer slingerde stoïcijns verder, alsof hij niet bijna een alles-verwoestend ongeluk had veroorzaakt.
Mij, en mijn achterliggers in pure verbijstering en schrik achter zich latend.
En alsof dat nog niet genoeg was, kwam ik, aangekomen bij mijn afrit, terecht in een groots en meeslepende hagelbui. Zo groots en meeslepend dat ik toch wat moeite had om mijn auto op koers te houden, over al die ijzige brij, die zo gul uit de hemel kwam kletteren. 

Ik zou mezelf niet zijn als ik niet na een dikke week toch even nog terug zou komen op mijn nieuwe voiture. Charley.
Charley is een uiterst welwillende dame, die er behoorlijk zin in heeft. Trap haar op haar staart, en ze geeft hem van jetje.
Wat ik ook wel een geinige (en met dank aan Jente ontdekte) feature vind: het digitale display (en dat in een auto van 2006 of 2007) licht in het donker geel op, maar overdag wit.
Er kleeft ook een klein nadeel aan een heel andere auto: het overzicht. Het is niet zo dat de auto onoverzichtelijk is, maar ik moet wel wennen aan de andere dimensies ervan. Op zich leidt dat niet tot enge situaties, ik heb ten slotte een nek die gedraaid kan worden, dus ik overzie alles prima.
Maar als ik moe thuiskom, en mijn auto in een van de parkeervakken wil zetten, gaat dat toch net even anders dan bij een station-wagen die langer is.
Omdat ik 99% van de tijd mijn auto achteruit in parkeer, en het juist dan zaak is om goed op te letten hoe je je auto wegzet, om te voorkomen dat je schade rijdt of zo.
Gaat eigenlijk altijd goed, tenzij ik wat vermoeid ben. Dan moet ik vaak een keertje extra steken. Boeiend. Als het maar gebeurt zonder schade te maken.
Maar het kon gebeuren dat ik na een werkdag thuiskwam, mijn auto vloeiend naast die van Ilse parkeerde, en zag dat ik toch een royale twee centimeter er tussen had gelaten. Mooi, Ilse gaat toch niet meer weg vandaag, klaar.
Tot Ilse besloot dat zij de boodschappen ging doen, en even later verontwaardigd aan me vroeg of ik soms dacht dat zij aan twee centimeter voldoende ruimte had om in haar auto te kunnen.
Dus dat is nog eventjes een dingetje om aan te werken.
Verder heb ik een middenarmsteun gemonteerd, als eerste van een heel aantal upgrades.
En ja.
Ik weet dat ik me hier wat woede op de hals haal, maar maandag ga ik kijken bij een aanhanger.
De C4 is namelijk te klein om alle vakantie en kampeer zooi mee te nemen, en ik heb mezelf beloofd om nooit meer met een dakkoffer rond te rijden. Dat was toch wel echt het summum van vreselijk rijden.
Dus om toch enigszins luxe op pad te gaan, de auto niet helemaal vol te stouwen, zodat we ook nog lekker kunnen zitten, besloot ik dat een aanhanger een vereiste was.
Een klein, laag, smal karretje, waar de tent en zo makkelijk in kan.
Ilse was en is het er niet zo mee eens. Want ja, je rijdt langzamer. En ja: het neemt ruimte in in de tuin. Aan de andere kant: de voordelen ervan zijn natuurlijk evident. Dus uiteindelijk ga ik ervan uit dat het hebben van een aanhanger ons huwelijk niet op scherp zal zetten.

Goed dit alles weer geschreven te hebben, begint mijn weekend, en traditiegetrouw wens ik u een goed exemplaar toe.


zondag 12 januari 2020

Update.

JIPPPPIEIEIEIEIEIEKAJEEEEEEEEE

Zo, de ergste blijdschap is er even uitgeschreeuwd. Met een dikke grijs van tevredenheid scheurde ik afgelopen maandag richting Almere.
Ik zat in mijn nieuwe (en nieuwste tot nu toe) auto naar huis, en genoot intens van het vrije gevoel dat het me gaf.
Het heeft even mogen duren, maar het was het wachten waard. Mijn nieuwe bolide is uiteraard een Citroën. Een C4, en ik heb haar Charley genoemd.
Een c4 is wat mij betreft groot genoeg, en heeft een paar leuke gimmicks, zoals een stuur waarvan het centrum niet meedraait.
Dat is een leuke gimmick, maar ook onhandig als je gewend bent om het stuur soms binnendoor vast te pakken.
Dat leverde me nu al een aantal keren een ongemakkelijke confrontatie tussen mijn vingers en het stilstaande middendeel op.
Hoezeer ik ook verkondigde dat de glans er wel wat af was, na de aanrijding, heb ik inmiddels al wat leuke toevoegingen besteld en wordt het toch weer een hobby-ding om de auto helemaal naar mijn smaak te maken.
Ondanks dat de auto qua motorisering niet eens heel heftig uitgerust is, is ze absoluut erg alert en bij de les.
Het enige echt grote nadeel: de vorige eigenaar heeft er een trekhaak op laten zetten. Dat is absoluut een pré en zelfs vereiste (de auto is kleiner, dus voor vakantie moet ik toch echt een klein bagagewagentje erbij kopen, hetgeen dan weer een doorn in het oog is van mijn betere helft), maar degene die die trekhaak erop heeft gezet, heeft mijns inziens gekozen voor het meest lompe, lelijke exemplaar dat er te koop was. Mijn god, wat is die trekhaak lelijk. Nog lelijker dan de tijdelijke voorbumper. (Welke dan weer behoort tot het hobby-gedeelte van de auto).
Maar echt. Degene die voor die trekhaak heeft gekozen, was of blind, of vond het nodig om een verder hartstikke mooi ontworpen auto te verlelijken.
Het is zó lelijk dat ik oprecht steken door mijn ogen voel gaan als ik er naar kijk. En het erge is: het is dan weliswaar een afneembare trekhaak, maar zelfs als je die eraf haalt, blijkt er nog een groteske stang met een plaat zichtbaar.
Welke idioot doet nu zoiets? Ik kan daar met mijn goede smaak voor briljante schoonheid echt niet bij. De enige reden om het ding voorlopig te laten zitten, is dat ik geen parkeersensoren heb. (En natuurlijk de noodzaak ervan tijdens vakanties).

Want dat is namelijk wel iets. Hoezeer Charley me qua rijeigenschappen en zo ook bevalt, ik heb wel een paar stappen terug gezet wat gadgets betreft. Behalve parkeersensoren, heb ik ook geen lichtsensoren of regensensoren meer. Op zich geen groot verlies: die lichtsensoren vond ik eigenlijk alleen maar onnuttig, en de regensensoren deden het fantastisch, maar wel wanneer het hen uitkwam, en niet wanneer het mij uitkwam.
Tel daarbij op dat het raam dan ook automatisch dichtgaat (leverde me bij gevolg een paar rare situaties op) en ik vond het toch minder handig dan je zou zeggen. Gelukkig heb ik wél een functionerende airco en functionerende cruisecontrole en een radio die het goed doet. En dat vind ik de belangrijkste comfortverhogende zaken.
Dat plus een motor die zonder bokken, horten en stoten in de file rijdt en die veel vlotter is als de vorige. Ja. Zilveren Charley is wederom zo'n auto waarvan ik hoop dat ze bij me blijft.
Zilver, want het was letterlijk de eerste de beste. En omdat mij zulks ook al werd geadviseerd door vriendje Ken. Zilver is de minst besmettelijke kleur dus met mijn gebrek aan poets-motivatie de meest veilige kleur.

Maar goed, zoals ik al zei: ik ga er rustig aan lekker mee hobby'en. Als eerste ga ik vanmiddag de middenarmsteun monteren die ik besteld heb. 

Ik ben het nieuwe jaar redelijk hoopvol ingegaan, en inmiddels moet ik zeggen dat ik me een stuk beter voel.
De therapie icm wat chemisch geluk lijkt aan te slaan. Hoewel ik daarbij wel moet zeggen: de bij een depressie horende vergeetachtigheid begint inmiddels legendarische vormen aan te nemen.
Botweg vergeten dat ik inmiddels mijn eigen auto heb, gewoon 15 minuten aan het zoeken naar de groene van Ilse. Hele parkeerplaats af gelopen, en toen pas mét de nieuwe, heel andere sleutel in mijn handen me realiseren dat ik minimaal 3x langs mijn auto ben gelopen.
De kerstboom in de tuin zetten, want gisteren moest die richting de plaatselijke supermarkt, waar ze tegen een rijkelijke beloning van 50 cent ingeleverd konden worden.
Maar dit vergeten te melden aan mijn teerbeminde geliefde, dus die kerstboom staat nog steeds op half zeven te hangen in de tuin.
Dat chemische geluk (mijn giechelsnoepjes) halen absoluut de rauwe randen weg, en in combinatie met de op verlichting gerichte therapie, is het absoluut een verbetering van mijn levenskwaliteit, maar ik ben me terdege bewust van het feit dat dit nu pas de eerste slag is die ik "gewonnen" heb. Want er is dan weliswaar een verbetering van mijn levenskwaliteit, de oorzaak ervan moet nog aangepakt worden. En ik vrees dat ik dan echt serieus alle zeilen bij moet gaan zetten om overeind te blijven.
Maar goed, voorlopig heb ik meer lucht en licht en dat is prettig. Vindt Jente ook. Want ik heb vaak toch net ff wat meer energie om met haar te spelen. Of om haar nukkige buien beter op te vangen zonder dat het in slaande ruzie ontaardt.
Wat ook nog niet weg is: de vermoeidheid. Hoewel ook hier minder uitgeput, ik ben vaak gewoon te moe om sociaal geaccepteerd te reageren.
Maar we doen het er maar mee.
Wellicht dat ik bij het einde van dit jaar gewoon weer de lompe, chagerijnige Marnix ben, die iedereen kent. Je weet maar nooit.

Dan is het ook weer die tijd van het jaar, waarin ik samen met Ilse op zoek ga naar een geschikte vakantiebestemming.
Ik zou toch graag weer naar Frankrijk gaan. En dan foto's kijken van kleine campings, routes erheen bekijken en alvast voorgenieten.
Want ik weet één ding heel zeker: na dit jaar, hebben we een vakantie wel verdiend.  Ik wil dit jaar niet zover hoeven rijden (met name de terugtocht vorig jaar vond ik geen groot feest), en ik wil niet meer op een "sportieve camping" staan. Gewoon om te voorkomen dat ik mezelf weer als een unicum etaleer door als een van de zeer weinige campinggasten al rokende en rochelende mijn ochtendkoffie te nuttigen.
En met de door mij voorgenomen aanschaf van een klein bagagewagentje, ga ik gegarandeerd mijn best doen om op de terugweg toch weer het een en ander aan intens meurende kazen (zozeer dat het in de categorie van chemische oorlogvoering valt) mee naar Nederland te smokkelen.

Goed, dit geschreven hebbende, ga ik mezelf maar eens klaarmaken voor de dag. Ik wens u allen een goed weekend.







zaterdag 4 januari 2020

Knallende mening

Het zal geheel aan mij liggen, maar er zijn zaken die ik stomweg niet snap. Misschien ligt dat aan het feit dat ik pas later in mijn leven leerde om verbanden te leggen, of gewoon omdat ik -net als alle anderen- gewoon wat raar in elkaar steek, en dus andere verbanden leg dan wat de logica zou voorschrijven.
Praktisch heel 2019 heb ik (net als veel voorgaande jaren) mogen aanhoren hoe belabberd Nederland er voor staat. Hoe Nederland en Nederlanders tekort komen. Hoe zwaar we het hebben, en hoezeer de overheid/ de vluchtelingen/ de EU/ de boeren/ Gretha Thunberg/ noem maar op, de schuld dragen. En hoezeer het allemaal nog veel erger gaat worden.
Deels kun je het daarmee eens zijn, of niet.
Ik vind het altijd wat afgunstig klinken altijd, maar soit.
Mijn wenkbrauwen schoten echter tegen mijn nek aan van verbazing toen ik hoorde dat Nederland wederom een record heeft gebroken wat betreft vuurwerk. Nederland gaf 77 MILJOEN uit aan vuurwerk. (Ik heb nog spierpijn in mijn wenkbrauwen van pure verbijstering).
Dat nieuwtje staat namelijk volgens mij compleet haaks op alle geklaag over hoe slecht we het hebben. En over hoe slecht het gaat.
En lachend nemen we kennis van het feit dat de schade van al dit vuurwerk-geweld "slechts" 15 MILJOEN bedraagt. Een gemiddeld jaar, volgens verzekeraars.
En dan vraag ik me af of het dan wel zo slecht gaat met Nederland. Als we 77 MILJOEN uit kunnen geven aan vuurwerk, en ons geen seconde afvragen of het nog wel normaal is dat al dat vuurwerk voor slechts 15 MILJOEN aan schade oplevert, kunnen we dan nog wel met droge ogen volhouden dat het allemaal zo ellendig is?

Over vuurwerk gesproken: Er zijn mensen die vinden dat vuurwerk verboden moet worden.
En uiteraard zijn er mensen die vinden dat vuurwerk niet verboden moet worden.
Die twee groepen gaan zelden goed om met elkaars mening. Andermans mening dient te vuur en te zwaard verdedigd te worden. Met argumenten waar iedereen met een beetje meer denkniveau dan dat van een garnaal, spontaan diarree van krijgt. Of niet eens met argumenten, maar gewoon uitgebraakte scheldpartijen, waar zelfs een dokwerker nog een blos van op zijn wangen krijgt.

Persoonlijk vind ik vuurwerk prachtig om naar te kijken. Ik zeg bewust 'kijken' want dat klapvuurwerk dat klinkt alsof er een bom ontploft, vind ik echt ontzettend hersenloos.
Maar ik ben helaas dus wél voor een verbod.
Om de heel simpele reden dat Nederlanders er niet mee om kunnen gaan.
Nederlanders vinden het namelijk doodnormaal dat vuurwerk naar hulpverleners wordt gegooid.
Nederlanders vinden het namelijk doodnormaal dat vuurwerk actief wordt gebruikt om dieren er meer mee te kwellen dan dat normaal gebruik ervan al doet.
Nederlanders vinden het namelijk doodnormaal dat vuurwerk naar andere mensen geflikkerd wordt.
Nederlanders vinden het namelijk doodnormaal om hun vuurwerkresten lekker op straat te laten liggen. Voor de eerlijke vinder (of schoonmaker). 

Ik hoor nu mensen tegen me zeggen dat dat incidenten zijn, en dat het overgrote deel er verantwoordelijk mee omgaat.
Nee, dat is niet zo. Dat wil zeggen: ja, het overgrote deel zal er "verantwoordelijk" mee omgaan (wat is dat precies, dat "verantwoordelijk" omgaan met gevaarlijk, explosief materiaal?), maar nee, nee en nogmaals nee: het zijn geen incidenten meer.
Een incident is dat ergens in het land één enkele idioot met zijn dronken harses een vuurpijl naar de politie of ambulance schiet. Of ergens in het land één enkele, walgelijke vetnek een rotje achter of in een dier propt voor zijn plezier.
En daarna gebeurt het nooit weer.
Dát is een incident. Maar dit soort ongein gebeurt aan de lopende band. En kan dus nauwelijks nog incident genoemd worden.
Ergo: Nederlanders kunnen niet omgaan met iets dat in potentie heel erg mooi kan zijn.

Ik ga mijn woorden toch wat nuanceren: ik ben niet voor een totaal verbod. Ik zou zeggen: laten we die 77 miljoen inzamelen, per gemeente. Die koopt van dat geld goed vuurwerk, en zorgt voor de festiviteiten rondom dat hele oud en nieuw.
Ik gok zomaar dat er dan in elk geval minder schade aan eigendommen en lichamen te verwachten is.

Maar hey: het is maar een mening.

Goed, nu ik dat beladen onderwerp heb behandeld, zou ik bijna vergeten om mijn trouwe lezers (die waarschijnlijk zelf ook vaak pijnlijke wenkbrauwen krijgen van het lezen van mijn stukjes) een goed, beter of best 2020 te wensen.
Bij deze.
Ik heb geen goede voornemens voor dit jaar. Bijna 39 jaar oud, dus de ervaring leert me dat met mijn karakter het beter is om geen goede (of slechte) voornemens te koesteren.
Bovendien: als je dan opgewekt loopt te kakelen dat je een goed voornemen hebt, ben je dus ook gelijk verantwoordelijk voor een goede uitvoering ervan. En als je dan mocht falen, krijg je weer van die opmerkingen (al dan niet goedbedoeld) over je voornemen en dat je moet volhouden en blablabla.
Nee, beter neem ik het leven zoals het komt, en met alle dingen die er nog in het verschiet liggen, is dat al een hele opgave. (Maar allez, dat op zich, kan ook als "goed" voornemen worden beschouwd).
Hoe dan ook: een fris nieuw jaar. Een fris nieuw decennium, in de hoop dat al mijn wensen en plannetjes een goede kans van slagen hebben en/of krijgen.

Mijn weekend begint pas vanavond omdat ik het best vond om een paar avonddiensten te doen op Schiphol.
En dan hoop ik dat de volgende week begint met het ophalen van mijn nieuwe auto. Dat ding is namelijk nu al eigenwijzer dan ik had kunnen vermoeden.
Het begon ermee dat er een onderdeel vervangen moest worden, en dat dat vervangende onderdeel al kapot aankwam. Pech kan je hebben.
Alleen zat daar dus wel kerst en oud en nieuw tussen.
Gisteren was mijn auto klaar, om vandaag opgehaald te worden.
Ik juichen.
Mijn garagist temperde mij: "Ik zei, WAS klaar".  Bleek er een onderdeel van de motorkoeling stuk te zijn gegaan. Maandag nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Het begint een beetje een klucht te worden zo.
Ik hoop dat ik nooit meer aangereden word, want inmiddels ruim een maand verder, en de zaak is nog niet afgehandeld. Ligt aan niemand persoonlijk, dat is het niet. Maar vervelend is het natuurlijk wel.

Dit geschreven hebbende, kijk ik op de klok, en zie dat het half tien in de ochtend is. Wederom een unicum, want zowel Jente als Ilse liggen nog te bed. Met name dat Jente het zo lang volhoudt, is uniek, die is namelijk net als haar vader van het (te) vroege opstaan.
Heb ik even lekker de ochtend voor mezelf.
Ik wens u alleen een heel prettig (eerste) weekend (van het jaar) toe.








Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...