woensdag 21 oktober 2020

Cheers Corona

 Dit vergeet ik in elk geval nooit meer.

Mijn lijf heeft al heel wat truckjes uitgehaald om me dingen mede te delen. Sommigen waren zeer terecht. Anderen waren rap opgelost.
De meest duidelijke is hoofdpijn. Dat krijg ik enerzijds van stress, anderzijds als mijn bril niet meer goed is.
Intense vermoeidheid om dingen aan te geven, en een lekkende neus en kriebelende keel als ik verkouden ben, alles om die bacillen, virussen of andersoortige niet-lichaamseigen troep af te voeren.

Een heel aantal jaren geleden alweer merkte ik een zekere vorm van gehoorverlies op.
Omdat ik verder nergens last van had, ging ik langs de huisarts, die me doorverwees naar de KNO arts.
Die zou wel eventjes in mijn neus kijken wat er precies aan het handje was met mijn oren.
Dat leek mij raar, maar soit, het is haar vak.
Dat was het moment dat we er achter kwamen dat mijn neusholte, zelfs in leeg gesnoten toestand nauwelijks begaanbaar is voor standaard medisch wapentuig. Ze kwam er niet doorheen.
Ik hoestte van de pijn, en een beetje hoestsel kwam op haar bovenlip terecht. (Dit was nog in de tijd voor corona, toen kon alles nog). Ik stelde voor dat ik een mondkapje droeg, zodat zij in alle rust en zonder dat ze ongewild door mij besproeid werd verder kon met haar martelende onderzoek.
Ze was blij met een patient die daadwerkelijk intelligent meedacht.
Maar ook met mondkap op, kwam ze niet verder in mijn neusholte, waarop ze haar supervisor ging halen.
Die kwam, deed veel minder beschaafd en liefdevol met mijn neus, en toen mijn gevloek van de pijn hem te zeer tegen zijn onsympathieke borst stuitte, blafte hij me toe dat ik op mijn taalgebruik moest letten.
Het feit dat de oorzaak van dat taalgebruik aan zijn eigen hardhandige geprik lag, kwam niet in hem op.
Maar hij kwam, zag en overwon, want hij ontdekte wel dat mijn neusholte bezopen klein was, en mijn neusamandelen bezopen groot. Zo groot dat ze mijn gehoorgangen blokkeerden.
Dus die moesten weg. En zo geschiedde.

Fast Forward naar 2020.
De afgelopen paar dagen ben ik door Jente aangestoken. Of door Ilse. Hoe dan ook: de afgelopen dagen lekte er snot, en hoesten was ook weer iets waarmee ik in een straal van 150 meter iedereen achter de bosjes deed springen van ellende.
Verkouden. Of erger.
Ilse wist mij te melden dat neusverkoudheid een heel erg goede reden is om een afspraak te maken met de ggd voor een coronatest.
En omdat ik in sommige opzichten een erg brave inborst heb, en vooral ook wil weten dat als ik het heb, ik niemand ga besmetten, maakte ik al snuffend en puffend een afspraak.
Het meisje aan de telefoon was bijzonder vriendelijk en loodste me door de bureaucratische rompslomp heen. En de afspraak was gemaakt.
Met meteen de mededeling dat we (Ilse moest gisteren al een test ondergaan) vanaf dat moment in quarantaine moesten. Niet meer naar buiten, Jente thuis houden. 

Oh crud. Ergens wel logisch natuurlijk, maar daar had ik even niet op gerekend. Braaf mijn werkgevers gebeld (die me niet meer willen zien, tot ik een negatieve uitslag krijg, en terecht). En dat is dan dat.

Dus vanmorgen was het zover. Ik mocht met de auto naar de teststraat.
Dat is hier in Almere heel netjes geregeld. Naast het politiebureau, dus iedereen met een openstaande schuld in welke vorm dan ook, en ziek is, kan meteen door naar de politie om een en ander, af te handelen.
Een lief meisje wachtte me op, vroeg of ik alles wat ik nodig had, bij me had en zou me doorverwijzen als ik door kon rijden.
Dat deed ze en in de werkelijk waar enorme partytent kon je met je auto, zo naast de balie. Alwaar ik mezelf kon aanmelden.
Iedereen was even lief en aardig, en na de formaliteiten mocht ik doorrijden naar de tweede balie (het was bijna net zo als bij de McDrive.
En toen herinnerde ik me dus bovenstaande verhaal, en begon ik er al een stuk minder zin in te hebben.
De verpleegkundige die zijn stokjes en staafjes in me zou steken, legde vriendelijk uit wat hij zou gaan doen, en toen mocht ik beginnen met het wattenstaafje.
Dat ging in mijn keel. Dat ging behoorlijk zachtzinnig, maar toch net even dieper dan ik prettig vond.
Mijn lijf vond het nodig om groots en meeslepend te kokhalzen. Maar echt.
Met de tranen in mijn ogen van die ongewenste anti-peristaltische reactie bood ik mijn verontschuldigingen aan, waarop een der verpleegkundigen reageerde dat het vrij normaal was.
En toen kwam het ergste nog. Die stok in mijn neus.
Ik zweer het: die ging zó enorm diep dat ik hem aan mijn hersenstam voelde kietelen. En hoe absurd klein mijn neusholte ook is, dit staafje was zó smal en klein dat die er iets makkelijker doorheen schoof. Echter niet zonder mijn neusholte-haren eens stevig op te schudden. Ik heb nu nog kriebel in mijn neus van alle haren die zich onder protest weer in hun natuurlijke kapsel bewegen.
Ik had eigenlijk verwacht dat ik een spuitende bloedneus zou krijgen en dus de rest van de dag bezig zou zijn om de bloederige resten van mijn mooie creme-witte leren interieur te poetsen, maar gelukkig is dat niet aan de orde.

En nu dus thuis in afwachting van de uitslag zitten te zitten.
Stiekem vind ik dat ook wel spannend. Want stel ik heb covid. Dan ben ik toch wel de vleesgeworden HOAX. Dan heb ik iets waarvan velen beweren dat het niet bestaat. Dat er niks aan het handje is.
Granted: misschien heb ik er geen last van. Misschien alleen maar mild. Maar toch: je hebt een virus in je lijf dat in potentie behoorlijk heftig kan zijn (understatement).
Mocht ik nog mensen kennen die niet in covid geloven: als het zo is dat ik positief test op covid, dan zijn jullie allen van harte uitgenodigd om eens lekker met mij te komen tongen.
Want als het dan toch niks is, moet dat kunnen.
Eens zien hoeveel van die mensen mij daadwerkelijk komen tongen.
Oh, en als die toch komen, neem even wat levensmiddelen mee, want gedurende die tijd blijf ik uiteraard thuis zodat ik geen onschuldigen kan besmetten

Dit geschreven hebbende: oh well. Het is nog geen weekend.

vrijdag 16 oktober 2020

Een week om wel of niet te vergeten

 Het was een gekke week zo.
Ik had noodgedwongen de beschikking over een leuke leenauto, met een automaat. Dat resulteerde erin dat ik de eerste dagen mezelf erop betrapte dat ik regelmatig met mijn linkervoet op zoek was naar het koppelingspedaal. Totaal onnodig, want zeker vroeg in de ochtend, merkte ik dan tot mijn verbijstering dat dat die auto zelf wel reed.
Na het afleveren van Bonny (mijn nieuwe veerbollen 'ride') had ik last van het omgekeerde fenomeen. Mezelf bijna wanhopig afvragen waarom die auto zoveel toeren maakte, en maar niet harder wilde. Oh ja... Schakelen. Moet ik nu weer zelf doen.
Mijn nieuwe auto, terug bij de veerbollen dus, voelt als thuiskomen. Ze was niet helemaal gepland, want ik had in mijn hoofd dat ik nog even door zou gaan met de c4, maar dat bleek om meerdere redenen niet verstandig. Goed, bekend verhaal.
Maar de stoelen (elektrisch te verstellen, én van wit leer) zitten als gegoten. Het zachte veercomfort is niet alleen in Almere met alle (door de duivel zelf ontworpen en nog beroerder aangelegde) drempels heerlijk, maar ook op de snelweg een waar genot. En wat ik een leuke bonus vind: de deuren zijn geisoleerd. En dat betekent dat als je ze dicht doet, je geen blikkerige "klapok" hoort, maar een zeer voorname "doep".
Oke. Grrrrooooote blij dus.
Ik heb vriendje Ken plechtig moeten beloven om deze auto zo origineel mogelijk te laten. Ik heb blijkbaar de naam dat ik elke auto ombouw naar mijn smaak... Deze auto is echter van zichzelf al zo mooi dat ik nu erg weinig behoefte heb om haar te gaan pimpen. Hoewel....
De hoes rondom de versnellingspook is door vorige eigenaren dusdanig aangevreten dat die afbreuk doet aan het beeld. Dus ik ga Ilse eens lief aankijken, in de hoop dat zij voor mij van leer weer een nette pookhoes maakt. En de batterij van de afstandbediening was in dermate deplorabele staat dat ik die ook maar heb vervangen door een nieuw exemplaar. Nu doet die het ten minste en klappen de spiegels weer in als ik de auto op slot gooi.
Maar voor de rest: puike auto om te zien, en zeker met de velgen die ik heb, staat er echt een kloeke, mooie auto. Geen reden dus om haar te verfraaiien. Hoewel ik wel zit te denken aan wat vrolijke stickers... Als Ken niet kijkt. Of zo...
Nee. Heus nog niet.

Het gekke is dat als ik op de bus rij, ik geen enkele last heb van wisselen van schakel naar automaat. Blijkbaar (en dat is maar goed ook) is zo'n bus zó anders, dat ik daar meteen weet dat ik een automaat heb, en dus maar twee pedalen tot mijn beschikking.

Gesproken over die bus: Er gebeurt erg weinig op Schiphol. Dat kan ook haast niet anders. Dus heb je leuke gesprekken met collega's. Om de verveling tegen te gaan. En merk ik ook een bepaald soort saamhorigheid. Niks klefs, maar toch even dat ene stapje extra zetten voor elkaar. Toch even net dat extra vriendelijke woordje.
We moeten er samen doorheen, en dat proberen we dan ook. Ook de werkgever, die ook wel in de gaten heeft wat en hoe, probeert er het beste van te maken. Ten minste, dat is mijn idee.
En dat betekent wel dat ik net even wat minder bezorgd over het platform rij. Bezorgd over mijn toekomst daar. Etcetera.
Zo kon het gebeuren dat ik van de week bijna, maar zeer ongewenst, een passagier voor zijn bakkes mepte. (Nota Bene: het was mis, ik heb de beste man niet, herhaal: NIET geraakt).
Er is namelijk een afhandelaar met wie ik het prima kan vinden. Een kerel die ik verder bij naam niet ken, en verder niks van weet. Anders dan dat ik hem sinds 2018 al regelmatig tegenkom bij het in en of uitstappen van de passagiers. En al sinds het begin is er die collegiale klik. Even snel een gebbetje tussendoor. Even snel elkaar bijpraten. Even snel informeren naar de stand van zaken bij elkaars werk.
En vooral lekker geinen.
Ik kwam hem dus bij het uitstappen bij het vliegtuig tegen, en meteen weer even kletsen. Even grappen en grollen.
Ik was de laatste bus, en mijn taak was dan ook om middels een wijds armgebaar de stewardess duidelijk te maken dat alle passagiers afgeleverd zijn.
Ik had tijdens het geinen al in de gaten dat de allerlaatste passagier nog even stond te treuzelen, en beslist geen haast had om naar boven te klimmen.
Maar goed de man zette zich blijkbaar in beweging, ik keek omhoog, de stewardess keek naar mij, en ik maakte mijn weidse armgebaar naar boven.
Waarbij ik dus nooit kon vermoeden dat de laatste passagier zó dicht langs me zou stiefelen dat ik hem op nog geen millimeter zou raken met mijn grootse gebaar.
Hij kon de wind van mijn beweging door zijn haar voelen gaan, en het had niet veel gescheeld of ik had zijn mondmasker ongewild afgerukt.
Gelukkig is net mis niet raak. Dus geen gewonden, en het bijna-slachtoffer kon er (net als de stewardess en de afhandelaar) smakelijk om lachen.

Ik ga toch weer even in op het fenomeen "mening".
Ik denk inmiddels dat iedereen wel weet dat een mening hebben en geven een recht is. Maar nog niet iedereen begrijpt dat daaraan ook plichten zitten. Sterker nog: men lijkt het geven van een mening als plicht te zien, en de ontvanger van de mening heeft volgens hen de plicht om die mening klakkeloos en als feit aan te nemen. En dan het liefst in katzwijm te vallen van bewondering.
En o wee als je het niet eens bent met de gegeven mening. Dan krijg je nogal wat te verduren. En nog O Wee'er als je met een mening en argumenten komt om de opponent ongelijk te geven. Dan krijg je te horen dat jij de opponent zijn mening niet gunt. Want blijkbaar mag de opponent wél zijn mening geven, maar als jij hem ongelijk geeft, gun jij de ander zijn mening niet. Raar.
Degene onder mijn lezers die mijn fb pagina volgen, hebben misschien wel gezien dat ik van de week even gigantisch in de over-drive ging.
En wat mij eigenlijk het meeste tegenstaat in de meningen van dat "viruswaanzin-volk" is, dat als de discussie scherper wordt en ik steeds minder meega in de naar mijn mening volstrekt waanzinnige stellingen die er door hun geponeerd worden, er ineens gezegd wordt hoe lief zij wel niet zijn. (Zijn ze niet). Hoe goed zij het bedoelen allemaal (doen ze niet) en hoe respectvol zij wel niet blijven in de discussie (blijven ze niet).
Prima. Ik heb een dikke huid, en kan heel wat hebben. Ik deel het namelijk ook uit. Maar dat er dan vervolgens op zo'n zalvend toontje wordt gezegd dat iedereen die het oneens is met "viruswaanzin" een ander zijn mening niet gunt, en per definitie geen respect heeft voor een andere mening, en een andere mening niet kan accepteren, stuit me tegen de borst. Het is namelijk schijnheilig, hypocriet en laf.
Ook dit is maar mijn mening.


zaterdag 10 oktober 2020

Auto's en pindakaas.


Een paar weken terug werd de behoorlijk luxe en mooie auto van zuslief door een trucker met Oost- Europees kenteken aan puin gereden.
Ondergetekende kon wel juichen. Niet zozeer vanwege dat droevige feit, maar wel omdat ik haar dan in een nog mooiere auto kon hijsen.
Omdat ik qua zoeken en vinden van auto's net iets (maar niet veel) onderlegder ben, maar er zeker weten veel meer plezier in heb om mijn bescheiden netwerkje in te schakelen, leek me dat een mooi plan.
Ik kwam uiteindelijk met de deal dat zuslief voor een net bedrag mijn auto zou overnemen, en ik snel op zoek zou gaan naar een ander voor mezelf. Zuslief in een Citroën, ik een andere Citroën, iedereen blij.
Behalve Ilse, want die vond het een onzalig plan.
Mijn enige voorwaarde was wel: mijn auto krijgt dan eerst een beurt en een nieuwe APK, dan weet je zeker dat het goed zit.
Zuslief kocht echter een Toyota Yaris. En je bent een volslagen grafdebiel als je daar minder dan neutraal tegenover staat. Een Toyota Yaris is gewoon een goede en betrouwbare auto. Maar qua uiterlijk is het natuurlijk huilen met de pet op. Je zou er erectiestoornissen van krijgen als je daar te vaak naar moet kijken.

Inmiddels was het hoe dan ook tijd voor een beurt aan mijn eigenste Citroën. Ze zat bijna aan haar kilometers, de APK zou ook bijna mogen, en na het vervangen van een wiellager rechts, was nu links aan de beurt, want dat gaf ze middels een enorme bak herrie tijdens het rijden aan.
Kortom: op naar vriendje Ken met het ding. Ten slotte komt ze uit zijn stal, hij heeft haar afgeleverd en de vorige wiellager vervangen en dat heeft hij prima gedaan allemaal.
Dus afgelopen week toog ik naar de Klomp om mijn auto in te leveren.
En al gauw kwam er een telefoontje dat me niet bijzonder goed uitkomt. Niet alleen was het wiellager dood, ook de schokbrekers aan de achterzijde waren niet best, samen met de remmen achter. (Dat is nog normaal, zij het misschien wat achterstallig onderhoud van de vorige eigenaar). Maar het ergste was dat er rammels uit de versnellingsbak kwamen. Dat gaat de komende kilometers nog wel goed, maar er komt een moment dat je bak naar zijn grootje gaat. En dan wordt het onprettig duur. Te duur.
En dan moet je toch ook de kosten van het grote onderhoud en vervangen van te lang meegegane delen meerekenen. Alsof je een emmer leegschudt.
Op dit moment van mijn leven, een paar weken later, zit ik daar echt niet op te wachten. Nog steeds onzeker wat mijn buschauffeurs-bestaan betreft, en zo nog wat meer kopzorgen, was ik eigenlijk helemaal niet bezig met een andere auto, of zelfs maar hele hoge kosten aan welke auto dan ook.
Vriendje Ken zou vriendje Ken niet zijn als hij niet meedacht. En niet om me ergens heen te duwen. Maar gewoon meedenken. Hij weet ook wel dat we niet de klanten zijn die om de 4 jaar een nieuwe auto kunnen kopen. Ons budget is altijd erg strak. Hij voelde zich toch wat vervelend, omdat die auto uit zijn stal kwam. Tja, maar ja. Ook hij, als begenadigd monteur kan nu eenmaal niet door staal en ijzer heen kijken.
Een jaartje of zo terug vertelde hij trots over zijn omzet. Hele nette cijfers. En dit jaar, op dit moment, met mij als klant, liet hij zien waardoor dat komt. Hij handelt niet alleen om winst te maken, maar ook naar de menselijke maat. Eerlijk. Niet voor de snelle euro's, maar ook voor kleine klanten, zoals er zoveel zijn. Hij laat je niet barsten, hij helpt je daadwerkelijk verder. Zoals ik loyaliteit naar hem voel, doet hij dat andersom ook. Ten minste zo voelt dat. En dat is onbetaalbaar. En zo kom je dus aan een omzet om trots op te zijn. Ik moet hem maar eens gaan pushen om hier in Almere een zaak te openen.
Dus ging ik nagenoeg blind in op zijn voorstel om het allemaal wat behapbaarder te maken. Qua kosten, maar ook als Citrofiel. Hij bood me een inruil aan, met een C5. Een oudere, weliswaar. En met wat meer kilometers, maar omdat het zijn oude auto is, ook goed onderhouden en bijgehouden. En met leuke gimmicks zoals een dimmende binnenspiegel (miste ik toch wel een beetje), veerbollen (miste ik heel erg. Hoe goed de C4 ook reed, hier in Almere is elke auto zonder veelbollen een stuiterbak, een hobbelpaard) en een elektrisch verstelbaar, wit leren interieur. In een zwarte auto is dat pure porno. Bijna net zo mooi als rood leer in een rode auto (sorry Ken). 

Goed, dus volgende week maar even een andere auto halen. Terug op het nest van de C5' en. Mijn vierde c5. De 3e met de 2.0 liter motor, de 2e sedan en de eerste zwarte auto. Ik noem haar "Black Beauty".
Intimi zeiden dat ik haar origineel moet houden, en er niet teveel aan moet tweaken. Dat beloof ik niet. Kan niet.

Vandaag mocht ik een vroege dienst rijden op het platform, en dat ging allemaal dikke prima. Het valt wel echt op dat als een vliegtuig propvol mensen aankomt, die veel sneller leegloopt dan wanneer er maar een paar mensen inzitten. 30 mensen doen er naar verhouding veel langer over om uit een vliegtuig te komen dan 90.
En met het afnemen van de aantallen passagiers, lijkt het wel alsof de hoeveelheid handbagage toeneemt. Ik zie soms reizigers letterlijk amper vooruit komen door alle tassen die ze om en aan zich hebben hangen.
Of struikelen over een losgeraakte riem of tas.
Bij thuiskomst besloot ik dat ik zelf pindakaas ging maken. Dit naar aanleiding van een filmpje dat ik keek tijdens een van mijn stand-by momenten op het platform. Een hele blije jongeman stond daar voor te doen hoe dat in zijn werk ging, en omdat de blije jongeman heel blij was en aanstekelijk liet zien hoe het moest, besloot ik dat ik dit bij thuiskomst ook ging proberen.
Zij het met wat voorbehoudens, ten slotte is de zelf gemaakte bramensap ook een teleurstelling van 1,5 liter geworden.
Ik kocht een halve kilo doppinda's en wat cashews en wat walnoten, en begon opgewekt te pellen.
Mijn opgewektheid werd snel minder want een halve kilo pinda's pellen is gewoon een ongelooflijke tyfusklus.
Hoe dan ook: uiteindelijk had ik een hoeveelheid gepelde noten waar een aap van zou watertanden (mijn eigen dochter ook, trouwens) die ik zonder al te veel plichtplegingen in de keukenmachine kwakte. Dit samen met een gulle kwak honing, een snuf zout, wat zonnebloemolie om het nog smeuiïger te maken en op het einde besloten om er een flinke snuf speculaaskruiden door te doen.
En verdomd als het niet waar is: het is gewoon belachelijk lekker. Dat is de betere pindakaas. Nog lekker warmachtig van het blenderen, kon ik het niet laten om er een witte boterham stevig mee te besmeren. Wat was dat smullen.
En daar heb ik nog een hele bak van staan. Volgende keer ga ik een beetje experimenteren met sambal of met kokos.

Morgen mag ik weer een paar ommetjes maken over het platform, dus echt weekend heb ik niet. Ik pak maar gewoon alles wat ze me geven kunnen, in de hoop dat het toch allemaal niet zo erg wordt als dat ze zeggen dat het wordt. Gelukkig zijn de diensten wel lekker vroeg, zodat ik nog wat aan mijn dag heb. Dat is fijn want ons kleine draakje heeft vakantie, en dan maak ik daar ook nog wat van mee.

Genoeg geschreven nu, ik wens eenieder een mooi weekend toe.

zaterdag 3 oktober 2020

Hersenspinsels

 

 

 

 

 Het is dierendag vandaag. Joechei. Vandaag verwen ik onze kleine veestapel met een extra lekkertje, een iets vriendelijker achter de huig gepropte pil, en probeer ik de lompe en drammerige knuffelwens van Colette iets vriendelijker af te slaan. (Figuurlijk in dit geval dus).
Het is dierendag vandaag, en ik heb de roompaté extra lekker op mijn boterham gesmeerd, met een beetje zout, peper en uienpoeder. En vanavond ga ik uit respect mijn steak tartar extra lekker kruiden en met veel respect rosé bakken. Zodat ik er extra van geniet. Ook op mijn bord zal ik het niet nalaten om extra lief te zijn voor "mijn dier".
Ik wens dat eenieder eens goed gaat zijn voor dieren. Zowel levend, als op het bord. Laat uw dier niet overmatig lang in de pan liggen, tenzij u er een stoofschotel van maakt. Niets zo zonde als een biefstuk die volstrekt droog ligt te bakken. En een zwarte laag aan de schnitzel is werkelijk niet te hachelen. Op dierendag verdient ook uw eetbare dier consideratie.

Gisteren had ik een bijzonder leuke start van de dag. Via "gezichtenboek" meldde ik me namelijk aan voor een testrit in een hele nieuwe auto. Voor alle mensen die zich aanmeldden zou er een schaalmodel van de betreffende auto klaar staan, en naar keuze een drankje en een koekje. En natuurlijk de testrit.
Ik meldde mij aan (het gaat natuurlijk om Citroën), want ik verzamel de miniaturen, omdat ik simpelweg geen geld of ruimte heb om alle modellen in het groot te kopen of te stallen.
De ochtend was werkelijk heel erg leuk georganiseerd. Bij binnenkomst werd ik vriendelijk te woord gestaan, en kreeg meteen de sleutel mee. Omdat het niet om aankoop ging, mocht ik gelijk zelfstandig de weg op en zelf lekker alles uitvogelen. Dus ik heb de auto lekker even laten werken, en het bleek dus ook echt een heel erg dikke prima auto te wezen. Maatje kleiner dan ik nu heb, maar met het gevoel dat je een maatje groter rijdt.
Na afloop van deze rit was ik in zoverre verkocht: als ik ooit rijk ben, staat deze wel erg hoog op de verlanglijst.
Er volgde een heel erg leuk en gezellig gesprek met de verkoper waarbij we het over het wel en wee van het merk hadden en nog veel meer zaken. En samen met het beloofde schaalmodel (toevallig een replica van exact die kleur die ik bereden had) keerde ik huiswaarts.

Ik keerde huiswaarts, want we zouden als gezin gezamenlijk warm lunchen, omdat ik een sluitdienst had op Schiphol. Dat betekent dat je tot 2400 uur aanwezig bent. Na 2130 vertrekken er geen vluchten meer, ze komen niet meer aan. En dat betekent dat je tot 2400 uur calamiteiten zit af te wachten. Die zijn er gelukkig zeer zelden. De laatste kist die binnenkomt, komt om 2345 aan (gepland) en als die geland is, mogen we weg. Voor ongeplande landingen zijn er andere ploegen. En omdat we die sluitdienst met 3 man doen, hadden we de tijd om lekker te kletsen, te lachen en goeie en leuke discussies. 

 Een van de discussies ging over vrijheden. De collega met wie ik de discussie voerde, (een prima kerel verder) is van mening dat een mening hebben en mogen verkondigen een groot goed is. Een van de belangrijkste verworvenheden van de vrije wereld.
Sterker nog: hij vind dat die vrijheid zover moet gaan als het in de Amerikaanse grondwet is vastgelegd: "Freedom of Speech".
Dat betekent volgens hem letterlijk dat er geen belemmering zou moeten zijn om alles eruit te gooien.
Je raadt het al: ik ben het daarmee vreselijk oneens.
Dat wil zeggen: ik heb niks tegen de vrijheid van het hebben van een mening. Ik heb wel iets tegen het feit dat iedereen, zonder filter die vrijheid misbruikt om onfatsoenlijk te zijn, om mensen bewust en opzettelijk te kwetsen, en om onwaarheden als feiten te presenteren.
Ik vind, kortom, dat er aan het recht van die vrijheid de plicht zit om na te denken over hoe je die mening verkondigt, en dat er ook een zekere argumentatie aan ten grondslag ligt. En, een hele grote dosis fatsoen.

Dit is denk ik niet nieuw, ik heb vaker verkondigd dat ik een aantal voorbehouden heb op die zogenaamde vrijheid van meningsuiting.

Die ongelimiteerde "freedom of speech" heeft een paar hele nare gevolgen gehad in de geschiedenis.
En ook nu nog zie ik een aantal heel erg griezelige zaken ontstaan.

Ik durf het bijna niet te benoemen: maar Willem Engel, die een telefoonnummer van een verzorgingshuis online zet. Met daarbij de opmerking dat ze tóch weer dat doen, dat volgens hem niet goed is. Namelijk de bezoektijden even on hold zetten, vanwege Covid.
En, je raadt het al: er zijn "Engeltjes" die dan met bedreigingen en doodsverwensingen naar dat verzorgingshuis bellen.
Lijkt me echt "the way to go". Nu kunnen bezoekers er even niet heen vanwege gezondheidsredenen, straks kunnen bezoekers er niet heen, omdat de beveiliging eerst moet controleren of er geen idioten met kapmessen tussen zitten die het verplegend personeel aan mootjes willen hakken.
Is meneer Engel verantwoordelijk voor deze walgelijke ongein? Ik ben juridisch niet goed genoeg onderlegd om daar een antwoord op te geven. Moreel: ja, zeker. Meneer Engel weet verdomd goed dat  een groot deel van zijn volgelingen wat primitiever in elkaar steekt en dus heel primitief zal reageren. Sterker nog: dat is exact wat hij wil, anders had hij dat telefoonnummer niet openbaar aan zijn "Engeltjes" gedeeld.
En dan heb ik het niet over de doodsbedreigingen en intimidaties bij de GGD en ander zorgpersoneel.
Dat is namelijk ook die eerder genoemde "freedom of speech".
En dan heb ik het nog niet over de fysieke mishandelingen die zorgpersoneel te verwerken krijgt, bespuwingen of klappen.
Die hele Willem Engel klopt van geen kant. En gelukkig lijkt het erop dat meer mensen dat in gaan zien. Dat je om de een of andere reden tegen de maatregelen bent: prima. Maar sta de maatschappij en de (wereld)bevolking niet in de weg bij het bestrijden en overwinnen van een pandemie.
Als je na het lezen van deze link Klikje. nog steeds achter meneer Engel en zijn methoden staat, gaat er mijns inziens toch iets niet goed in de samenleving. Dan keur je dit dus goed.
Dit is namelijk geen strijden voor de waarheid of voor vrijheid. Dit is simpelweg terreur zaaien om je mening of wensen door te drukken. En dan hoeft er voor mijn toekomst en vrijheid en die van mijn dochter niet gevochten te worden. Want dat is niet het soort toekomst of "vrijheid" die ik mijn dochter of mezelf gun.
Oh, het is natuurlijk allemaal niet waar, want mainstream media. Tja. Dat zal zo zijn, maar ook daar trap ik niet in. De geschiedenis wijst namelijk uit dat bepaalde griezelige groeperingen ook hun eigen mediakanalen gebruikten en gebruiken om de "waarheid" te verspreiden, en we weten allemaal wat voor types dat dat zijn.

Dus ja, ik maak me wel zorgen. Niet per sé om covid, wel wat het met de maatschappij doet.

Een en ander kan niet voorkomen dat ik straks mijn vrije zondag lekker ga gebruiken om een kinderstoeltje van Jente af te lakken, en lekker te gaan relaxen. Jente is uit logeren bij opa en oma, dus ik kan wel een paar kleine klusjes aanpakken, of gewoon lekker niks doen.

Ik wens u allen een goed weekend, en veel wijsheid.

vrijdag 25 september 2020

Update: Prettig weekend!

 -bril professioneel laten reinigen.
-nieuw horlogebandje kopen
-paar sokken.
-spa rood

Bovenstaande was het boodschappenlijstje waarmee ik naar het centrum van Almere Stad vertrok. Meestal doe ik mijn boodschappen hier om de spreekwoordelijke hoek, en mijd ik winkelcentra als diezelfde spreekwoordelijke pest (iets actueler: ik mijd ze als de covid).
Mijn bril is inmiddels bijna 2 jaar oud, en ik kreeg de ranzigheid niet meer goed weggepoetst. Dus toog ik naar de brillenboer aldaar, want die zijn nog zo servicegericht dat je ook bijna 2 jaar na aankoop er gewoon gratis en voor niks je bril kan laten "diepte-reinigen".
Mijn bril was echter zó vies, dat de man vond dat ik maar beter eerst wat andere boodschappen kon gaan doen, en omdat ik die nog had, ging ik, zonnebril op mijn hoofd, door naar de plaatselijke juwelier.
Nu ben ik net even te boertig om zomaar, en zonder meer een juwelier te betreden, met zonnebril op een juwelier enteren, is iets dat ervoor zorgt dat elke medewerker zijn vinger al op de alarmknop heeft staan.
Die vingers gingen er snel af nadat ik vertelde dat mijn bril schoon werd gemaakt bij de brillenboer, en ik zonder bril gewoon niet best zie. Wat zij ook wel begrepen toen ze me zagen knipperen, turen en uiteindelijk van ellende maar weer mijn zonnebril opzette.
Ik legde uit dat mijn horlogebandje na 2 jaar gebruik wel erg sleets was geworden, en dat ik iets anders wilde. Liefst iets van staal, want dat stoffen/canvas-achtige bandje is wel heel tof, maar niet echt gemaakt voor de eeuwigheid.
Nou, dat bleek toch iets te makkelijk gedacht van mij. Zomaar een nieuw bandje in die maat. Alsof ik ze vroeg om me binnen 24 uur op de maan te krijgen. En bijna duurde mijn aanwezigheid zo lang, want de (verder heel erg leuke en joviale) snuiter bleef maar andere filialen bellen.
Intussen zag ik (zonnebril op) een prachtige zilveren zegelring met een pracht van een Lapis Lazulisteen erin verwerkt. Dus mijn aandacht was al snel op andere zaken gefocussed. Een ring, en toen herinnerde ik me ineens dat ik tot ver in mijn 2e pubertijd een oorring had. Altijd spijt van dat die weer uitging, en uiteindelijk kwijt raakte. Ik had een heel ingenieus ringetje, dat open klapte in het midden, en niet met allemaal gefruts door dat gaatje moest.
Dus in een opwelling vroeg ik de juwelenmeneer (die nog helemaal met zijn hoofd met mijn horlogebandje bezig was) of hij ook zulke oorringen had.
Had hij. Ik koos snel een exemplaar, rekende af, en besprak wanneer het door hem zo zwaar bevochten horlogebandje aanwezig zou zijn.
En toen stond ik dus buiten met een oorbel, zonder horlogebandje.
Dat leverde me van mijn vrouw de opmerking op dat het toch wel erg vroeg was voor een midlife crisis. Die heeft het er niet zo op.
Daar kwam bij dat ik mijn sokken glad vergeten was, omdat  mijn schoongemaakte bril zó intimiderend schoon is, dat ik gewoon schrok van de drukte op de donderdagse markt.
Vond ze ook al raar.

En ze was al niet zo blij met me.
Afgelopen maandag ging ik klussen bij een vriendje die een huis heeft gekocht. We zouden de vloer eruit rossen, en meer van dat soort zaken.
Bij hem aangekomen, viel mij op dat er een prachtige vitrinekast hing. Op mijn vraag wat hij daarmee ging doen, was hij kort:"gooi ik weg". 
Zonder verder na te denken, zei ik dat ik hem dan wel mee zou nemen. Hop, in de auto ermee.
En toen realiseerde ik me dat Ilse min of meer een soort van veto had uitgesproken op een derde vitrine in huis. Nu had ik altijd al wel het idee dat dat meer een richtlijn was, dan een absoluut gegeven, maar ik vroeg me de rest van het klussen dus af, wie er in de auto zou gaan slapen.
Ik kwam thuis met de mededeling dat ze niet zo blij zou gaan zijn.
En toen toverde ik dus die vitrine uit mijn hoge hoed.
Ik probeerde het leed te verzachten, maar dat is dan twee keer best wel een flinke onnadenkendheid deze week.

Over ADHD gesproken:
Ik krijg dus medicatie. Maar omdat ik niet in Utrecht of Apeldoorn woon (in Utrecht zit de ggz waar ik verplicht heen moet, en in Apeldoorn zit de huisarts waar ik verplicht heen zou moeten) heb ik dus ook wat zaken lopen in Almere bij de huisarts.
En door deze constructie is het verkrijgen van medicatie gewoon een belachelijke crime.
Want ik moet dus, omdat ik militair ben, mijn medicijnen ophalen in Utrecht.
Of in Apeldoorn.
Nou heb ik dat geprobeerd, maar in Apeldoorn wezen ze me vriendelijk terug naar Utrecht, want ze namen geen recepten aan van Utrecht.
In Utrecht zeggen ze dat ik het maar in Apeldoorn moet ophalen, want dat hoort te kunnen.
Op mijn vraag of die recepten niet gewoon naar Almere gefaxt kunnen worden, werd er beslist nee gezegd. Want ik ben nu eenmaal militair verzekerd, en dus is het goedkoper om maar naar Utrecht of Apeldoorn te komen. Alle reiskosten die ik declareer om aan deze gotspe te voldoen, zijn blijkbaar verwaarloosbaar. Want reken maar dat ik alle reiskosten declareer. Evenals de extra uren die het me kost om aan die teringzooi te komen.
Als het moeilijk en duur moet, weet de overheid zijn werknemers (maar ook de burgers) echt continu nieuwe grenzen van verbazing te laten zien.
Maar als het zo moet, dan maar zo. Schandelijk is het wel, want daarmee staat dus patientzorg niet centraal, maar gewoon botte regelgeilheid.
Uiteraard is het niet allemaal ellende bij defensie. Het is best prima te doen om met een koperkwintet een concertje te spelen. We hebben dan best wel lol, omdat we een leuk programmaatje kunnen spelen.
En mijn nieuwe baas, lijkt een prima kerel waarmee het goed converseren is. 

Morgenavond mag ik weer een dienstje rijden op het platform. Ik maak me toch wel zorgen.
Want ik wil dolgraag werken, en de huidige voortgang van Covid hangt daar als een zwaard van Damocles boven.
Laten we ervoor zorgen, door gezond verstand te gebruiken, en niet als een stel volslagen randdebielen verpleegkundigen uit te schelden en te mishandelen, dat virus eronder krijgen.
Laten we gezond verstand gebruiken. Dat is niet "samen" de overheid onder controle willen krijgen. Daar hebben we de tweede kamer voor, die democratisch gekozen is.
Want heus: het is voor heel Nederland veel beter dat ik niet op straat beland. Echt. Een werkende Marnix is al een opgave voor zijn omgeving. Een werkloze Marnix is nagenoeg onhoudbaar.

Dit geschreven hebbende: prettig weekend allemaal.



vrijdag 18 september 2020

Update: we reutelen wat af.

Juichend bonkte ik mijn collega vanaf 1,5 meter op zijn schouder. Weer gescoord. Wat een held. En zomaar alweer gewonnen.
Maar de airco kan het weer buiten niet goed aan, en dus parelen er zweetdruppels op mijn voorhoofd. En op weg naar de rookkeet besef ik dat er iets totaal ondenkbaars is gebeurd...
Ik heb gesport. Ja ja, ik heb gesport. Ik heb serieus mijn conditie opgewerkt. Ik heb mijn volromige lijf meer laten bewegen dan ik normaal gesproken verantwoord vind. Ik heb iets gedaan waarvan mijn militaire werkgever vindt dat ik het vaker zou moeten doen, omdat het zogenaamd gezond zou zijn.
Ik heb gevoetbald.
Voor de lezer die mij een beetje meer kent: ik heb ge-voet-balt. Jaja, verbaas je daar maar eens over.
En dat met een fanatisme waar de gemiddelde PVV'aanhanger zijn haat tegenover de Islam mee propageert.
En niet zomaar voetbal, nee. Tafelvoetbal.
Tafelvoetbal was een van die zaken waarom ik graag naar "het gemeenschapshuis" van Schin op Geul ging. Ja, ik moest er naar de repetitie van de plaatselijke fanfaar. Maar dat tafelvoetbal was toch ook wel heel erg leuk.
(En ja, dat buurthuis heette tot hilariteit in mijn pubertijd dus echt "gemeenschapshuis".  Daar heb ik dan nooit veel van gemerkt, want erg veel gemeenschap werd er niet gepleegd, hoewel er wel ergens daar ooit een meisje ongetrouwd zou zijn bezwangerd, en dat was dan weer goed voor de roddels in het dorp, en voor meneer pastoor, die zich eindelijk voor een "zonde" geplaatst zag. Het "gemeenschapshuis" heet inmiddels " 't geboew' en dat krijgt alleen iemand uit Limburg rechtstandig zijn bek uit. Dat betekent 'het gebouw', en dat is een heel duidelijke benaming voor iets dat ook daadwerkelijk een gebouw is, hoewel het minder zinnenprikkelend is als "gemeenschapshuis").
Terug naar het tafelvoetbal (gezien het feit dat ik goed ben, het veel deed van de week, ik er toch wel een beetje spierpijn van kreeg in mijn polsen én dat ik ervan ging zweten, is het gewoon een sport): er ontstonden ineens 2 teams, waarbij ook twee managers waren betrokken. Een van de dames speelde met mij, de andere dame speelde met collega A. Ik moet zeggen dat ik niet weet of mijn fanatisme en de daaraan gekoppelde overwinning erg verstandig was. Misschien had ik de tegenpartij beter kunnen laten winnen....

Soms gaat het niet helemaal zoals het moet. Zo stapte ik gisteren in Ilse haar autootje, want ik wilde door vriendje Ken een offerte voor het laswerk laten maken. Het autootje rijdt sinds de nieuwe motor heel erg prima, en de nieuwe koppeling doet het werk alsof die stiekem van fluweel gemaakt is.
maar eerst moest ik eventjes repeteren met het koperkwintet van de Marechaussee. Want daar heb ik zondag een klein optreden mee.
Dat repeteren was eigenlijk als vanouds: lekker lachen, lekker werken, lekker muziek maken en soms nog meer lachen, tot de tranen in je ogen staan.
Prima dus.
Fijn ook.
Maar ja. Ik reed dus naar Apeldoorn, want in Apeldoorn repeteren wij. Na diverse kamervragen (alweer heel wat jaren geleden) over het feit dat wij als orkest dakloos waren, kregen wij in Apeldoorn een eigen repetitieruimte. Joechei.
Maar vanwege corona is die toch wat te krap om met 55 man 1,5 meter uit elkaar te zitten hompen, dus werd er uitgeweken naar Amersfoort. Een plaats die ook met een "A" begint. Wist ik veel. Ik had pas 2 koppen koffie op, dus heel secuur las ik mijn mail niet, dus toen ik in Apeldoorn aan kwam en er werkelijk niet 1 collega rondliep, kreeg ik een heel erg vaag vermoeden dat het wel eens zo zou kúnnen zijn, dat iedereen op de verkeerde plaats was, en ik (de lulligste niet) dan maar eens moest gaan kijken waar ik dan wél aansluiting zou kunnen vinden bij mijn collegae.
Amersfoort dus.
Gelukkig ben ik altijd dusdanig op tijd, dat ik, als mijn collegae zich allemaal vergissen, ik toch mezelf op tijd bij hun kan vervoegen.
Repetitie was op tijd klaar, en ik reed op mijn dooie gemak naar vriendje Ken, die een kleine offerte zou maken.
En toen kwamen we erachter dat onze zo manmoedig erin gevochten motor niet helemaal de beste keuze was.
Want deze heeft een lekkage aan de koppakking. Helaas.
Gaat niet lang mee, want de olie loopt er best flink uit.
Dat kreng wil maar gewoon de weg niet op, en dat na al die moeite.
Nu maar besloten dat we even niks doen, om onze zinnen even te verzetten, er wacht een toilet renovatie, en we kunnen de Toyota Prius van de schoonouders lenen.
Een Prius voor de deur is niet iets waar ik esthetisch heel erg op zit te wachten, maar soit. Het aanbod is lief.
Om de nachtmerrie erger te maken is zuslief na een pijnlijk ongeval die een einde maakte aan haar mooie, en fijn rijdende Peugeot (ja) weer op zoek naar een auto. Ze heeft een Toyota op het oog. Een Yaris. Zo'n seksloze zakjapanner. Jajaja, kwaliteitbladiebladiefuckingbla. Het oog wil ook wat.
Als het zo is, dat ik eerder ga hemelen dan zij, is ze wat mij betreft onterfd. Voor zover ik iets na te laten heb. Maar dat mijn vader in een Hyundai I10 rijdt, is al iets. Mijn schoonouders in een Prius (allez, zo lief dat ze hem willen uitlenen, en dan ben ik wat minder kieskeurig), maar mijn bloedeigen zus, die 2 Peugeots had, en dan toch niet de liefdevolheid voor mij voelt om in een Citroën gaat rijden, doet me pijn...
Ach ja.

Alle commotie is gezakt. Mijnheer Grapperhaus heeft toch gewoon een boete gekregen, omdat hij zich als een volstrekte aso heeft gedragen. Dit is niet per definitie mijn mening, het is een boemerang van zijn eigen uitspraken. En meer dan terecht dat hij die boete heeft gekregen.
Ook overigens wel mooi getimed. Lekker even laten spartelen, lekker een moeilijke dag in de Tweede Kamer laten ondergaan, lekker in zijn eigen ongeloofwaardigheid laten sudderen. En nu heeft de man alsnog een strafblad. Wedden dat er nu een debat gaat komen of een dergelijk zware crimineel wel als minister van justitie en veiligheid aan kan blijven.
Hoewel dat vraagstuk snel afgehandeld zal zijn. Hoeveel VVD' ers, PVV'ers en FvD'ers zijn er in de loop van de tijd al met stille of minder stille trom vertrokken omdat ze even vergeten waren om door te geven dat ze met hun onfrisse of ronduit criminele activiteiten een minder blanco strafblad hadden dan zou moeten?
Ik geloof dat ik ze niet meer kan tellen. Dus ja, dat zou alsnog een mooie exit zijn voor deze opgezwollen kaalkop.
Als hij slim is gaat hij op de bus. Met Fred Teeven als leermeester komt dat goed. Cursusje bus verhandelen van Fred, en Ferd kan Fred een cursus geven in het negeren van de regels in de bus. En mogelijk passagiers voor aso uitmaken met een prachtig sonoor stemgeluid.

Goed, hoe het ook zij: ik krijg een drukke tijd en ga eens proberen of ik die ongeschonden, en wellicht met pilletjes tegen al te zeer prikkels, kan doorstaan.
Ik wens u allen een mooi weekend. Geniet ervan!

zaterdag 12 september 2020

Gooi maar in mijn pet deel 3

 Gooi maar in mijn pet. Of: je hebt van die dagen.
Ik had een hele vroege dienst, beginnend om 05:45 uur. Dat betekent dat om 03:45 mijn wekker gaat, en ik met mijn koekerige ogen naar beneden strompel voor mijn eerste kopje koffie, mijn ontbijt met veel fruit en een bakje musli en een paar peuken naar binnen prop om de dag zo goed als mogelijk te beginnen.
Dan is het eerder dan me lief is, tijd om mijn sleutels te pakken en op weg te gaan.
Ware het niet dat deze hele routine bleef steken op het vinden van mijn sleutels. Mijn huissleutel was gauw gevonden maar waar had ik nu mijn autosleutel gelaten?
Kwijt. Stomweg kwijt. Nergens te vinden. Vloekend en tierend op die sakkerse sleutel (zachtjes vloekend en tierend aangezien er nog twee gezinsleden lagen te slapen) naar boven en naar beneden gelopen, zoekend op alle plekken waar die sleutel dus niet lag.
De tijd gleed soepeltjes weg, en uiteindelijk ben ik maar naar boven gegaan, met lood in mijn schoenen, om mijn betere helft wakker te fluisteren dat ik mijn dekselse autosleutel kwijt was, en uit nood maar met haar Saxo zou gaan.  Iets dat ook al niet handig was, omdat mijn toegangspas voor Schiphol in mijn auto lag. En zonder sleutel..... En zonder pas geen toegang.... Mijn binnensmondse gevloek werd steeds wanhopiger. Bijna beneden hoorde ik Ilse nog fluisteren dat ik ook even moest kijken of ik mijn sleutel niet in de auto had laten liggen.
Een beetje meesmuilend fluisterde ik dat ik dat zou doen. Niet dat ik dat zou verwachten, ik ben over het algemeen nogal stipt daarop, want ik heb maar 1 sleutel, bij 1 auto, dus daar ben ik wel zuinig op.
Dus ik stapte naar buiten om met de  Saxo naar Schiphol te gaan, en dan maar zien hoe of ik er op zou komen., al dan niet met mijn meest charmante blik ooit de security proberen te verleiden om mij toe te laten.
Ik keek naar mijn auto en zag lichtjes branden in de auto. Da's gek. Ik voel aan de deurkruk, auto gaat open. Hmmmm. En omdat alle controlelampjes branden, zoals ze branden als je de auto op accesoirestand zet, wist ik ook meteen waar mijn sleutel was.
Hoe dan????

Oh ja. Ik had mijn auto gisteren voorzien van statische folie, zodat water niet meer tegen de spiegels bleef staan. En toen ik dat gedaan had, kwam Ilse thuis, en was ik afgeleid en dus geen seconde meer gedacht aan mijn auto, die dus open en bloot, klaar om gestolen te worden heel de nacht heeft staan wachten.
In die auto mijn trompetten ter waarde van een flinke som geld, en een Ipad ter waarde van veel te veel.
Wat voelde ik me een enorme kneus.
Ik reed dus wel heel blij naar Schiphol, om halverwege de rit erachter te komen dat ik mijn jas niet bij me had, en dus ook niet de door Ilse zo mooi gemaakte maskers meehad. Dus moest ik bij het eerste de beste pompstation nog even een pakje wegwerpmaskers halen.  Gelukkig stond de dienstdoende prinsemarij daar lekker koffie te drinken, zodat ik mijn rit naar Schiphol in iets vliegender vaart kon voltooien dan de bedoeling was. Omdat het bij de bus op zaterdag gratis parkeren is op zaterdag, en ik dan mezelf reistijd kan besparen besloot ik om ondanks de door mijzelf al verwachtte drukte er toch heen te rijden. Helaas was het druk, dus in in nog wat vliegender vaart die auto toch maar op de normale parkeerterrein neer gezet, om met de bus weer naar het Tenderplein te komen. En dan daar te zien dat er niet één, maar twee auto's weg gingen.

Nog voor 6 uur in de ochtend zoveel zelf veroorzaakte avonturen zijn niet goed voor een mens. In elk geval niet dit mens. Ik heb dan ook een heel erg drieste poging ondernomen om een overdosis aan koffie in te nemen. Dat lukte, want de eerste 25 minuten stond ik stand-by.

Hoezo, ADHD????

Daar over gesproken: de depressie is in samenspraak met de therapeute "in remissie" verklaard. Dat is fijn. De ADHD, daar heb ik zo mijn gevoelens bij. Want zonder dat ik nu ineens heel anders ben: vallen er wel steeds meer dingen op in mijn gedragingen, die opvallend zijn. Zoals het hele bovenstaande verhaal. Het is geen excuus, maar wel een gevolg van. En zo zijn er meer van die situaties, waarmee ik me soms in mindere mate goed raad weet. Gelukkig zijn er mensen die me dan van tips voorzien. En ja: ik neig ernaar om ook voor hele moeilijke dagen, pilletjes te vragen, zodat ik de dag iets minder afgemat afsluit.
Nu is het eigenlijk heel jameer dat ik in ons huishouden niet de enige ben met ADHD, dus ik kom er niet mee weg om alle gekkigheid van mijn gedragingen en karakter weg te zetten onder de noemer "ADHD. In het begin kon Ilse er nog wel om lachen, inmiddels, als ik dat probeer, krijg ik een verbale uitbrander. Terecht ook wel.

Dan door naar onzekerder toekomst: mijn toekomst op het door mij zo geliefde platform is niet zeker. De nadelen van uitzendkracht zijn.  Mensen reizen nog niet genoeg, en daarom zou het zomaar kunnen zijn dat ik in oktober alweer op straat sta. Dat is verdrietig.
Ik ken nogal wat "groene" mensen die dat toejuichen, want minder vliegen is goed voor het milieu enzo. Die zeggen dan dat ik niet werkloos hoef te worden, want dan ga ik toch in het openbaar vervoer??!!een11!one!111 Ja. Maar ja. Dat is inspraak zonder inzicht, dat leidt tot uitspraak zonder uitzicht. Want ondanks dat je een bus bestuurt, is er op een platform niks hetzelfde als in het ov.  Is hetzelfde als wanneer ik tegen een violist zeg dat hij maar cello moet gaan spelen. Of tegen een monteur van keukens dat hij maar bij een garage auto's moet gaan repareren, want je bent toch monteur? Los daarvan: in het ov liggen de banen ook niet voor het oprapen, en bovendien: mijn passie ligt nu eenmaal meer op Schiphol.
Hoewel ik dus wel op zoek ben naar iets anders. Gewoon omdat ik bezig wil blijven. En misschien ook wel gewoon omdat ik nieuwe dingen wil leren. En als het zo is dat mijn passie even niet mogelijk is, dat de ene gesloten deur ook wel weer een andere opent. En wie weet wat voor mooie dingen daar weer uit komen.
En echt tijd om bij de pakken neer te gaan zitten, heb ik niet. Want er wacht een toilet op renovatie. En dus ook een boel blogs over aan puin geslagen vingers en potten en net verkeerd opgemeten tegeltjes. Of zo.

Hoe dan ook: het is natuurlijk nog geen 100% zekerheid dat ik ook echt weg moet van het platform, dus misschien....

Ik mag vanavond met de schone ouders uit eten omdat ze al heel erg lang getrouwd zijn, en morgenavond mag ik toch weer een lekkere dienst over het platform knallen.
Dit alles geschreven hebbende op een pc die werkelijk het bloed onder mijn nagels vandaan typt, wens ik u allen een goed weekend.

vrijdag 4 september 2020

Ik probeer de wereld te begrijpen, maar soms....

 Gooi maar in mijn pet, ik begrijp de wereld om me heen soms echt niet.
Dat begint bij mezelf, en het was een self-fulfilling prophecy: maar nog geen 3 dagen nadat ik mijn nieuwe pet binnen kreeg (staat me echt goed, getuige de complete afwezigheid van elke vorm van commentaar), vroeg Jente heel casual naar mijn groene pet, dook vervolgens onder tafel, viste mijn groene pet op, en overhandigt hem zonder veel plichtplegingen aan haar verbijsterde vader. Ze heeft er zelfs niet naar gezocht. Dit ligt aan mij, ik ben wel een vinder (ik vind vaak de leukste dingen op plekken waar ik ze niet zoek) maar een zoeker ben ik dan weer niet. Als ik wat zoek, vind ik het niet, en kan ik het beter meteen aan Ilse vragen, dat scheelt ons allemaal een hoop frustratie. Volgende keer vraag ik het aan Jente. Die zoekt ook niet, die vindt gewoon. Mooi is dat.
Niet echt zonde van het geld, want nu heb ik dus twee best dure en kwalitatief goede petten, in plaats van één, en kan ik nog wat afwisselen.

Ik snap nog meer niet zo goed.
Het Christen-Democratisch-Appèl (kortweg: cda) wil prostitutie strafbaar stellen. Want, dat zou niet meer van 2020 zijn.
Dus al die bronstige bavianen, die thuis misschien niet dat krijgen wat ze willen, moeten achter het station op zoek naar een dame die dat achterin hun Ford Mondeo, Volkswagen Passat of Opel Insignia wel willen doen.
En ver buiten alle controle, zodat je dus totaal geen zicht meer hebt of die meiden dat uit eigen vrije wil doen, of dat ze uit een of ander armzalig land hierheen zijn gesmokkeld.
Ze vinden het niet van deze tijd. Blijkbaar vindt het CDA het meer van deze tijd om vrouwen veel meer dan nu, bloot te stellen aan meer gevaren dan dat er toch al zijn in die branche. Blijkbaar vindt het CDA het beter als vrouwen ongecontroleerd uitgebuit worden door schimmige pooiers, en als willoos vlees de halve wereld over worden getransporteerd om hier gedwongen allemaal onduidelijke mannen af te werken.
Ik vind het een gotspe. Ik vind het schandalig dat het nog steeds zo is, dat religieuze clubjes als het CDA een dergelijk griezelig stempel mogen drukken op een maatschappij, en op een bepaalde groep (vrouwen) en beroepsgroep (prostitutie). Dit is geen stap voorwaarts, dit is een sprong terug naar de middeleeuwen.

Het huwelijk van meneer Grapperhaus is best wel groot in het nieuws gekomen. De gemiddelde BN'ner zit groen en geel van jaloezie te kijken hoe hun sprookjesdag volslagen in het niets verdwijnt vergeleken met het huwelijk van meneer Grapperhaus.
Dat is dezelfde Bokito die mensen voor asociaal versleet als ze de maatregelen niet volgen. Dezelfde hufter die mensen dikke boetes oplegt als de onderlinge afstand 1,49 meter is, in plaats van 1,50 meter.
Dezelfde man die bij het instellen van die straffen op geen enkele manier naar de menselijke maat heeft gekeken. (En nee, dan ben ik niet mordicus tegen maatregelen).
Wat ik buitengewoon frappant vind, is dat deze meneer een heleboel professionals opzadelt met het beboeten van mensen die zich niet aan de maatregelen houden, er langs pist met een donatie van een paar luizige euro's. Die krijgt geen aantekening op zijn strafblad. Wel krijgt hij een heel erg dik salaris, en straks een heel dikke wachtgeldregeling en een heel dik pensioen. Iets dat een BOA niet krijgt. Iets dat een agent niet krijgt. Iets dat ik als chauffeur niet krijg. Sterker nog: als het zo doorgaat, sta ik straks weer op straat, met een zielige WW. Heb ik wel mensen verzocht om zich aan de regels te houden.
Maar die lul, houdt zich er niet aan, en komt er mee weg. En geloofwaardig... Blijkbaar wel. Ik vind er wat van. Ik vind dat Rutte het in deze crisis nog niet eens heel slecht doet. Maar wat mij betreft had hij meneer Grapperhaus en zijn nieuwe vrouw heel erg lang op huwelijksreis gestuurd. Heeeeeeeeel erg lang.

 Ik snap nog meer niet.
Mijn liefste stuurde me een berichtje dat ze iets gekocht had, dat ik afschuwelijk vind. En ik was helemaal bang dat het een panterprint onesie zou zijn. Een onesie is een Roy Donders huispak dat nagenoeg op geen enkele manier charmant staat. En dat dus met een panterprint.
Dat zou een ultieme nachtmerrie zijn.
Maar het kon nog erger: het bleek geen panterprint onesie te zijn, maar een zebraprint onesie, met een roze hanenkam.
Een onesie. Zebraprint. Roze hanenkam.
Woorden schieten tekort om te beschrijven wat ik voel bij het beschrijven van dit pakje. En van wat ik voel.
Mijn eerste reactie bij het zien van een foto van deze dekselse lap stof, was de vraag of Ilse komend jaar naar Breda gaat voor carnaval. Maar dat was niet zo.
Mijn tweede reactie was dat ze dus nooit meer mag klagen dat crocs lelijk zijn, terwijl ze zichzelf in dat pak hijst.
Ja, maar ik ga heel de winter in dit pak wonen.
Prima, dan zie je er niet alleen uit als een zebra, dan ga je ook ruiken als een zebra. En zo zacht als dat hij nu voelt, hoe stug ruw en stekelig zal die dan voelen. Ook lekker thuiskomen en knuffelen zo.
En als het dan in de winter erop neerkomt dat de boel weer op slot moet, en ik onverhoopt toch weer thuis kom te zitten, zit ik heel de dag tegen een blije zebra aan te koekeloeren.
Dit is dus gekocht zonder dat ik aanwezig was, maar wel in aanwezigheid van de moeder van een klasgenootje van Jente. En niet dat die zegt:"Joh, Ilse, wees nu wijs, koop dit niet. Zonde van je geld. Het staat je prachtig, maar hier doe je jezelf tekort." Nee, die vond het enig staan. Moedigde het stukslaan van 10 hele euro's op dat pakje zelfs aan.
Nee, van de ouders van de vriendinnetjes van je dochter moet je het als vader ook niet hebben.
Doet me een beetje denken aan mijn moeder. Die kwam thuis van de kapper met een permanentje in haar haar.
Helemaal blij was ze. Tot wij haar goed zagen, en haar recht in haar gezicht keihard uitlachten.

Ach, ik gun het Ilse wel. Ik vind wel dat ze dan Jente ook moet halen in haar nieuwe Roy Donders outfit. Gewoon om een statement te maken. 

Soms heb je van die dagen....
....Dat je je dag niet hebt. Ik logde mezelf keurig netjes in, en ging lekker aan de slag. Maar toen realiseerde ik me, dat ik het verkeerde inlog nummer had gebruikt. En dadelijk belde ik met de regie om hen deelgenoot te maken van mijn vergissing, en de eindtijd aan te passen. Van 17:00 uur naar 15:15 uur. Ik had namelijk gewoon verkeerd in het systeem gekeken, zo veronderstelde ik.
Dus dit ook bij de planner van Arriva doorgegeven, die mij vreemd aankeek, en zei dat ik mezelf nooit in had kunnen loggen met het verkeerde nummer, en dat ik toch echt tot 17:00 uur betaald werd, omdat ik geheel correct tot 17:00 uur ingepland stond, en niet tot 15:15 uur zoals ik in mijn verwardheid had gedacht.
Dus moest ik, het schaamrood op mijn kaken, nogmaals de regie bellen om te zeggen dat ik compleet verkeerd zat, en dat ik spijt had van de ellende die ik aanrichtte. Mijn eerlijkheid werd gewaardeerd.
Goed, de dag kabbelde verder (het is te rustig: please lieve mensen: ga lekker reizen, dan houdt u mij van de straat) en op een gegeven moment leek het erop dat een vrachtwagen mijn weg deels blokkeerde.
Dat kan gebeuren, Schiphol is nog steeds in beweging. Ik aarzelde, want ik was precies op een punt dat ik ook nog kon beslissen om simpelweg die hele vrachtwagen te omzeilen, door linkaf een ommetje te maken.
Met dat ik dat besloot, en dus mijn bus naar links kwakte, zag ik dat ik niet goed in mijn spiegels gekeken had, want daar reed Brenda (een van de busco's, met wie het altijd erg gezellig is in het rookhok) die zichzelf helemaal de tandjes schrok, omdat die er terecht van uit zou gaan, dat ze het niet zou kunnen winnen van een 12 meter lange bus.
Goddank ging het goed, en kwamen we er zonder kleerscheuren of andere schades van af, maar haar haren waren toch wel een tintje grijzer, en mijn ego had toch een behoorlijke deuk opgelopen.
Gelukkig konden we er achteraf nog wel om lachen. Vooral omdat ze in eerste instantie dacht dat de dader van dit bijna ongeluk, de enige andere limburger op het platform was.

Dit geschreven hebbende, ga ik u allen een ge-wel-dig weekend toewensen, en er zelf ook maar van genieten.



vrijdag 28 augustus 2020

Gooi maar in mijn pet.

Met grote regelmaat vind ik dat mijn hoofd een deksel kan gebruiken. Dat heeft ermee te maken dat ik veelal kies voor een kort en fris koppie (a.k.a. tondeuse standje kaal) omdat dat onderhoudstechnisch gezien het makkelijkst en goedkoopst is.
Het makkelijkst, want mijn hoofd beschikt over ongeveer 3 kruinen, die in de vroege ochtend met geen mogelijkheid in een sociaal-maatschappelijk geaccepteerde vorm te kleien zijn. Ook niet met (peperdure) haar gel.
Het goedkoopst, want zo door het jaar heen verzamel ik de kadobonnen die ik krijg, en aan het einde van het jaar koop ik (indien nodig) een nieuwe tondeuse, en spaar ik dus de kapperskosten uit.
Het evidente nadeel van een kortgewiekte kop is dat ik in de zomer serieus een pet op moet (ik ben eens dusdanig verbrand dat ik begon te vervellen, en hele lappen opperhuid van mijn kop kon trekken, met daarin allemaal gaatjes van mijn haardos. en jeuken!!!!! Ik kan me herinneren dat ik, nog wonende in een huis met spachtelputz mijn hoofd van pure, jeukende ellende de jeuk op mijn hoofd probeerde te stillen door met mijn kop langs die door mij verder zo verketterde spachtelputz te schuren.
En in de winter is het gewoon net eventjes te fris.
Ergo: een deksel op mijn kop.
Voor wat betreft mijn werk is dat eigenlijk best makkelijk. Defensie betaalt, dus defensie bepaalt. Een baret op mijn knar en ik sta er stoer bij. Of een pet. Of (en dat is wat minder) een kolbak die tijdens het marcheren vaak toch de onhandige wens heeft om verder te zakken dan mijn neus hebben kan, en ik het risico loop dat ik halverwege de militaire wandel-of dans-tocht geen klap meer zie.
Op Schiphol wordt hoofdbedekking ook getolereerd, want er is nauwelijks beschutting tegen de weerselementen, en als je buiten in de zon staat, houdt de pet het een en ander tegen, en als je in de regen staat, zorgt de klep er wel voor dat je bril niet natregent, waardoor je ook gewoon ziet waar je heenrijdt, in plaats van dat je op de gok langs een vliegtuig rijdt, in plaats van er tegenaan.
Ik schrijf getolereerd, want er kleeft een zeker risico aan. Stel die pet wordt door een vileine vlaag wind van je kop gejaagd, en rechtstreeks een motor in geblazen, heb je toch wel een uitdaging van een paar miljoen. Goed vasthouden is het devies.

Je zou zeggen: verstop die drie onmogelijke kruinen dan ook onder die pet. Dat heb ik wel eens gedaan, en dat levert weer heel andere ongemakken op.
Ten eerste moet ik dan de maat van de pet aanpassen. Want die moet dan groter worden gezet. En in de zomer, als het warm is, levert het op dat het onder die pet, in de haarbos, met het zweet van mijn aanschijns, gaat broeien. En dat levert weer jeuk op. Zodat het eruit ziet alsof ik mijn vlooien aan het temmen ben en de luizen aan het opschudden.

Dus een kortgewiekt bolletje, ook onder pet of muts.

En dat komt op zich goed uit, uit alle werelddelen heb ik wel een pet als aandenken aan een leuke (werk)trip. Dus er is altijd wel iets voorhanden om mijn hoofd mee te verfraaien.
Helaas is het zo dat de meeste toeristische petjes kwalitatief gezien weinig voorstellen, dus die belandden al snel als reserve in de kast, en zo kocht ik een paar maanden geleden een heel erg leuke pet. Camouflagekleuren, een kleine Garfield (u weet wel: die dikke, cynische, luie kat. Ja, ik weet het, zeg maar niks, ik doe het zelf wel: past bij mij) voorop, en de eerlijke tekst "I hate mondays" achterop.
Paste dikke prima.
Veel gedragen, nooit commentaar op gehad. Was ook kwalitatief gezien een erg goede pet. Was ook best prijzig. Ik had er 3 toeristenpetjes van kunnen kopen. Dat idee.
Vlak voordat we op vakantie zouden gaan naar Frankrijk, zocht ik dus mijn pet op. Het zou namelijk heel erg zonnig worden, en ik wilde mijn kale bolletje beschermen, ondanks dat we op een zeer schaduwrijke plek stonden. Ik heb het hele huis 3 keer overhoop gehaald, die pet was weg. Goed, ik ben de moeilijkste niet, een zonnehoedje is zo gekocht. Frustrerend is het echter wel. Je koopt iets voor goed geld, en dan neemt het de benen.
Bij thuiskomst mocht ik rap het platform weer op, en om ook daar mijn bolletje te beschermen tegen een toch wat onbarmhartige zon, wilde ik toch dat petje weer hebben. Dus nogmaals, meerdere keren alle huisraad overhoop gehaald, maar mijn Garfield-pet was en bleef zoek.
Nu is Ilse normaal gesproken degene die goed is in dingen vinden, maar ook zij is die sakkerse pet niet meer tegen gekomen.
En ik pijnig mijn geheugen tot in de kleine uurtjes om te achterhalen waar ik dat klereding het laatst heb gelaten.
Nu heb ik als reserve een hele mooie kwalitatief erg goede pet van de taptoe in Finland (ding kostte verhoudingsgewijs niet eens veel, voor die kwaliteit) maar die is pikzwart. En na één dag in de zon op het platform, kan ik zeggen: eens maar nooit weer. Zwart is een erg onhandige kleur, zo in de zon, vlak op je hersenpan.
Dus ten langen leste maar weer eens gaan kijken voor een goede pet. En jawel: ik vond er een. Ik vond er wel meer. Mijn eerste keuze viel op een pet van Bugs Bunny. U weet wel: dat compleet geschifte Looney Tunes konijn. In het crème-wit. Met als tekst erop: "What's up, doc?".  heel erg gaaf, maar met het oog op mijn werkzaamheden als buschauffeur niet heel handig. Je straalt er ook wat mee uit.
De tweede keus was een rode pet, ook met dat geschifte konijn erop (jeugdsentiment, denk ik) maar dan zonder tekst en een wat meer bedachtzame uitstraling. Dat leek me wel wat.
Hoppa, besteld en klaar.
Inmiddels een goeie 4 dagen in huis, en normaliter als je iets vervangt omdat je het kwijt bent, vind je het zomaar weer terug. Omdat je toevallig op een plek komt, waar je niet zocht, waar het kwijtgeraakte ding ook logischerwijze nooit zou moeten kunnen liggen.
Maar tot op heden, is de Garfield-pet gewoon weg.

Zo, een hoop gezeur over een pet. Dat moet je maar kunnen. (En als je tot hier gelezen hebt: petje af)

Hoe gaat het nu met de saxo?
Nou, die rijdt. en die rijdt als een (spreekwoordelijke) tiet.
Alleen bij thuiskomst ontdekte ik dat dat kreng toch nog koelvloeistof lekte. We hadden één kleine pakking vergeten. Hoe dat kon gebeuren, gaat mij boven mijn pet. We hadden er echt niet met de pet naar gegooid toen we haar afbouwden, maar blijkbaar waren we vergeten om goed te controleren of alles goed zat.
Dat heb ik van de week opgelost. Nieuwe pakking ertussen, weer flink wat koelvloeistof erin, en ze gaat veilig als de brandweer.
Omdat we in het proces een brakke stappenmotor tegenkwamen, en niet zo snel een vervanging hadden, moesten we dus wel een brakke stappenmotor terugzetten. En dat is goed merkbaar. De saxo schommelt vreselijk in de toeren, en als je op schakelt, gilt ze het uit, en als je bij het stoplicht stopt, wil ze nog wel eens afslaan.
Gaan we ook oplossen.
De Saxo heeft nu namelijk zoveel tijd en energie gekost dat ze dus, zoals eerder gemeld gewoon een oldtimer wordt bij ons. Ze heeft geen keuze. Al is het het laatste wat ik doe. Het is een beetje haat-liefde tussen ons. Alle ellende en alle moeilijkheden: ik haat die kar erom. Maar als ik haar dan bekijk, en ik rij erin, met de airco op standje "bevries het kabbelend kontwater" dan hou ik van haar. Ook omdat ze er voor haar leeftijd nog zeer patent uitziet.
Dus ik ga op diverse plekken maar wat offertes opvragen voor het onvermijdelijke laswerk. Zo'n Saxo wil nog wat roesten. Welke auto uit het jaar 2000 doet dat niet?

Aankomende week begint ook mijn muzikale seizoen weer. Een beetje pepperen met de collega's.
Ik moet zeggen: ook dat begint wel weer te lonken. Hoewel....
Collega R en collega M hebben de onhebbelijke drang om met hun vingers in mijn zij te porren. Gewoon at random. Om mij te horen dames-gillen, want ik kan er dus niet zo goed tegen.
Met het in acht nemen van de coronamaatregelen en dus ook de verplichte anderhalve meter was ik helemaal blij dat me dat voorlopig bespaard zou blijven, tot collega R vond dat ze dan maar een telescopische plumeau moest kopen, om mij corona-proof lastig te kunnen vallen met prikken in mijn zij.
Ik heb er nu al zin in...
Ik denk dat ik maar een nerf-gun meeneem om mijn lieve collega's van me af te houden.
Of een paar zelfgekweekte komkommers, om ze (wat minder corona-proof) mee af te ranselen als het zover komt...
Gaat weer gezellig worden.

Goed, mijn weekend begon gisteren, en eindigt vandaag, want morgen mag ik weer met een maximum van 30 kilometer per uur wat mensen over Schiphol razen.
Ik wens eenieder een prima weekend toe. Blijf verstandig en blijf gezond.

maandag 24 augustus 2020

Over een Varken, een 205 en vooruit: een Berlingo.

Dju, het is geen zaterdag en geen zondag. Mijn voornemen om weer terug te gaan naar weekendse blogs is nu al weer onhaalbaar gebleken.
En dat is de schuld van een Citroën.
Dit is het verhaal van hoe een Peugeotje 205 (ff googlen voor de jonge lezer, dit waren in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw de stadsrakkertjes van dit Franse concern, en eigenlijk best leuk) de saxo voorlopig van de eeuwige snelwegen redde.

Het verhaal begint in mei ergens, of april. Toen Ilse besloot de grote slee te vervangen voor weer een klein stadsautootje. En een eisenlijst die ze had. Er moest toch wel airco inzitten. En het mocht niet teveel kosten.
Dat werd een goeie zoektocht, en zowaar: we vonden een Saxootje met 5 deuren (handiger dan Jente via de opgeklapte voorstoel achterin proppen), centrale vergrendeling met afstandsbediening (lekker als je met volle armen aankomt, Jente onder appèl moet houden, en dat je dus ook niet nog eens met een sleutel moet stoeien) én een volledig functionerende airco. (Hemels in de helse hitte van de zomer).
Het autootje reed prima, en doorstond mijn toch wel wat gebrekkige aankoopkeuring, en aldus vertrokken wij blij naar huis.

Die blijdschap was van weinig lange duur, want we constateerden dat de garagist van de vorige eigenaar ernstig goed was in het schrijven van gepeperde facturen, maar dat het geleverde werk dat op die facturen stond, qua kwaliteit niet in verhouding stond met de prijs. Als het al was uitgevoerd.
Want na een paar maanden werd de saxo door de ANWB thuis afgeleverd, en dat was dat.
Dat was dat, want Ilses geld voor een andere auto was op, en mijn liefde voor deze kleine, leuke, charmante auto was niet getaand, integendeel: ik vond eigenlijk dat ze gewoon de weg weer op moest.
Omdat ik nu eenmaal lid ben van enkele Citroen clubjes/facebookgroepjes, deponeerde ik daar mijn dilemma, en in naast het feit dat er gelukkig mensen wilden meedenken in opties om de auto op de weg te krijgen en houden, waren er ook reacties van mensen die onze billy (zo heet de saxo) al helemaal in stukken aan het hakken waren, omdat er heus wel onderdelen waren die mooi op hun auto zouden passen.
Deed een beetje aasgierend aan.
Maar goed, we gingen eerst op vakantie, om daarna de opties (die van prijs varieerden van 50 euro en een bosje konthaar voor de auto bij verkoop, tot ver in de 2000 euro voor een complete revisie) eens goed te overdenken.
Intussen waren er twee kerels die ons gemijmer hadden gevolgd en kippenvel kregen van alle mensen die in gedachten al met een snijbrander de saxo aan het opdelen waren. Laat ik ze Sjoerd en René noemen, zo heten ze namelijk ook.
Sjoerd en René namen contact op, want ze vonden dat die saxo gewoon in ons bezit moest blijven, en gewoon moest gaan rijden. En vol bravoure begonnen we met het plannen van de klus.
Van beide heren kreeg ik een boodschappenlijstje mee: koppelingsset, distributieset, flink wat sappen, en als bij toeval slaagde Sjoerd erin om bijna letterlijk voor een bosje konthaar een vervangend motorblok te regelen. En bijna lukte het ons daadwerkelijk om de week erop te beginnen, ware het niet dat de onderdelen anderhalve week later pas geleverd zouden worden, en we dus pas afgelopen zaterdag konden beginnen. 

Dat beginnen had nogal wat voeten in aarde, want Billy moest natuurlijk van Almere naar Zuid Holland. En kon dat niet meer op eigen kracht. Auto-ambulance huren. Sjoerd wilde best wel komen vanuit Brabant om voor auto-ambulance-chauffeur te spelen, aangezien wij geen van beiden een aanhanger-rijbewijs hebben, maar dat zou voor mij toch echt wel de laatste oplossing zijn. Dat zou een beetje belachelijk worden. Gelukkig vond ik een collega (laat ik hem Ronald noemen, want zo heet hij ook. Gouden gast) bereid om zijn vrije zaterdagochtend te versjteren met het transporteren van Billy.
Door het rare deur-beleid van autoradam, konden we helaas pas ver na de gereserveerde huurtijd vertrekken, en ik moest van Ilse haar aandeel in deze hele operatie nog vermelden: zij heeft de auto, toen die op de ambulance stond hoogst persoonlijk, als een heuse sjor-koningin vast gesjord. Met sjorbanden dus.
Na een langdurige, doch gezellige en vooral veilig en verantwoord uitgevoerde rit, konden we dan eindelijk gaan beginnen.
Het demonteren van de motor ging nog wel aardig. ik denk dat we ongeveer 3 kwartier hebben lopen knoesten aan dat ding, en toen hing die in de takel. Wat waren we trots. En schoon. En blij.

Dat duurde niet heel lang. Want toen we de motoren naast elkaar hielden, bleek dat Citroën wel zei dat de motoren hetzelfde waren volgens kenteken en motorcode, maar dat dat ook alleen maar in theorie zo is. De praktijk was heel anders, veel weerbarstiger en veeeeeel frustrerender.
Wat volgde waren uren hard zwoegen, veel vloeken, totale verbijstering die grensde aan hondsdolheid, meerdere malen complete verslagenheid en regelrechte doodswensen aan Citroën in het algemeen en de Saxo in het bijzonder. 

We hebben het inlaatspruitstuk moeten customizen, omdat de injectoren anders niet zouden passen. Die pasten toch al niet, dus die hebben we ook moeten aanpassen. En dat heeft ongeveer de hele dag geduurd.
We hebben zitten worstelen met de passing van de motor op de versnellingsbak. Die leek niet te passen. Alles stelde die Saxo in het werk om maar niet gerepareerd te worden. Ze smeet ons brakke sensoren toe, krokant geworden bouten, en veel, heel veel ellende met de koeling.
Voor elk probleem dat opgelost werd, wist dat "varken" er 2 of 3 op te hoesten, puur en alleen om ons te kwellen.
Tegen elke stap verzette Billy zich hevig.
Het kreng.

Gelukkig was er ook tijd om elkaar op te peppen met vrolijke verhalen. Verhalen over een Berlingo, die als ze niet gesloopt zou zijn, nu in een gesloten inrichting zou zitten. Verhalen over een Xsara die zo geniaal goed rijdt, dat het voelt alsof je in een 6 cylinder rond rijdt. (Dit kan ik overigens geheel beamen, ik heb in de betreffende Xsara gereden, en het is een godenvervoermiddel. Zo ongelooflijk goed afgesteld dat het lijkt alsof je in een van de meest luxe en dure auto's ter wereld rijdt, zo verfijnd en krachtig. Daar zijn heel wat uren in gaan zitten, en je kunt stellen dat je gek bent om zoveel tijd en geld in een wegwerp-auto als een Xsara te steken, ik vind het getuigen van grote klasse dat je het doet).
We hebben regelmatig in een scheur gelegen over elkaars gekke verhalen. Kortom: ouwe jongens krentenbrood. Een soort van technisch hengstenbal. Heel eventjes onderbroken door een pizza. Want ja. We waren al glad vergeten te lunchen. En op een gegeven moment was ik in staat om een stevige hap uit Sjoerd of René zijn billen te nemen. Zo hongerig was ik.

Maar om 2400 uur waren we moe gestreden. Het laatste stukje: de thermostaat wilde maar niet aangesloten worden. Ik keek op, en zag 2 lijkbleke koppen van vermoeidheid. En ik denk dat er in totaal 3 lijkbleke koppen van vermoeidheid stonden. Eigenlijk toch maar twee, want het hoofd van Sjoerd zat onder de zwarte vlekken van het slijpen aan het inlaatspruitstuk. Een soort van rijst-met-krenten-hond.
Na alle gevechten, na alle verzet, na alle smerige kolerestreken die de Saxo ons lapte, en die we allemaal hadden weten op te lossen, bleek het een lullige thermostaat te zijn die ons die zaterdag de das om deed. Zo optimistisch als we waren dat ik in de avond met de saxo naar huis zou rijden, zo kapot waren we tegen middernacht.
Besloten werd dat ik bij Sjoerd zou crashen, met OV naar huis zou gaan en we komende week dat laatste stukje zouden doen.
Ik had het genoegen dat ik heel even in Sjoerds auto mocht rijden (de hierboven al genoemde beul van een Xsara). En dat was maar goed ook, want tijdens die rit ging het licht naast me ineens keihard aan.
"Hey pik, morgen is van de Ven open, we gaan gewoon daar om 10 uur staan, en we slopen alle thermostaathuizen uit alle Citroens en Peugeots die we kunnen vinden". Dus René gevraagd of dat kan, en of hij het zag zitten. En hoppa.
Slapen, wakker worden, koffie erin slingeren en volgas naar van de Ven.
Daar aangekomen, bleek het onderdeel dat we nodig hadden, te zitten in een oud, al deels uit elkaar getrokken Peugeootje 205 te zitten. Die had dat stukje thermostaat er nog inzitten dat wij nodig hadden.
Vol blijdschap, goede moed en vaart gingen we terug naar René, rosten het onderdeel erin, afbouwen en klaar. Even de boel opruimen, en met gepaste en verzorgde rijstijl (andere motor moet wel weer even ingereden worden, samen met de nieuwe koppeling) naar Almere. Doodmoe was ik.

Er blijven een paar puntjes ter verbetering. Zo waren we in de gauwigheid vergeten om een pakking te proppen bij de thermostaat. Die lekt dus nog steeds, maar niet meer zo heftig als eerst, en dat is snel opgelost. Gaan we deze week naar kijken. Ook zijn er een stappenmotor die de ombouw niet wenste te overleven, en dus zorgt voor een schommelend toerental, en nog een klein sensortje niet helemaal fris meer. Ook makkelijk te vervangen.
Maar we hebben gewonnen. 

Wat me het meest is bijgebleven is de aanhoudende humor, vasthoudendheid, de onbaatzuchtigheid van een 3-tal mensen om ons bij te staan, en het bloemrijke en creatieve taalgebruik en naamgeving voor de auto. Ik heb er ook veel van geleerd.
Ik moet zeggen dat er in elk geval 3 mensen zijn die nog aan het bijkomen zijn van alle smerige truckjes en rotstreken die Billy "het varken"de Saxo op ons bord kledderde.
Maar het was een machtig mooi weekend. En als deze week voorbij is, en ik de thermostaat definitief gefikst heb, zal Ilse het saxootje weer mogen rijden.
We gaan binnenkort ook wat offertes opvragen voor het grotere laswerk, want ik heb eigenmachtig besloten dat deze Saxo mag blijven. Liefst tot ze de oldtimerstatus bereikt. Want een Saxo met 5 deuren, werkende airco en een afstandbediening, is behoorlijk zeldzaam. En ze ziet er nog prima uit.
Is dat bezopen? Ja, waarschijnlijk wel. Is dat liefde voor het merk? Zeker weten. Een man mag een hobby hebben. En dat ik de vrouw er mobiel mee hou, is mooi meegenomen.

Goed, dit was hem weer.
Sjoerd, René, Ronald (en vooruit: sjor(band)koningin Ilse) Bedankt. Dat de karma maar zo mag terugkeren dat ik iets moois terug kan doen, met de talenten en kennis die ik heb.

Dit geschreven hebbende: is natuurlijk de werkweek weer begonnen, dus ik wens alle strijders op welk front dan ook een goede werkweek toe.


zaterdag 15 augustus 2020

Update: de gebruikelijke zaterdagse klets.

 Het is alweer bijna einde van de vakantie. Sterker nog: mijn vakantie is al ten einde. En omdat het weekend is, nu maar weer de gewoonlijke weekendse blog patronen gaan volgen, anders word ik helemaal gek, en de trouwe lezer ook.
Na 4 maanden te hebben zitten klussen als een malle, en mezelf zitten vervelen, al starende naar onze net niet helemaal hel-witte muren (off-white, ral 9010, omdat alles wat witter is, pijn aan je ogen doet) ben ik dus met vliegende vaart (figuurlijk) weer op het platform begonnen.
En wat ik kan niet genoeg benadrukken hoe fijn het is. Niet alleen dat ik weer kan werken, maar ook het platform zelf. Wat is het fijn om terug te zijn (hopen dat ik nu voorlopig weer kan blijven). Lekker bijkletsen met ouwe collega's. Herinneringen ophalen, en samen hopen op betere tijden.
Want geluk heb ik wel. Er is nog lang niet genoeg verbetering om alles en iedereen terug te halen, en dat is dan toch wel een massaslachting. We missen collega's, en hopen dat ook zij weer terug in kunnen stromen.
Ondertussen zit ik met een grote grijns van oor tot oor achter het stuur van mijn bus te genieten van mijn werk. 

De eerste coronagolf is dus goed voor me geweest. Ik hoop niet op een 2e etc, want daar zitten we met ons allen niet op te wachten. Maar ik denk dat ik er beter uitkom dan dat ik er in ging, en dat is ook iets dat met de verplichte rust te maken heeft gehad. Tijdens het klussen maakte ik mijn hoofd leeg, en kwam tot de conclusie dat mijn passie en talent zich al een poosje richt op het stuur van mijn bus, en op het prutsen in en om huis.
Op vakantie had ik een leuk gesprek met de overbuurvrouw die eigenlijk als eerste heel erg plompverloren de volgende vraag stelde:"Maar vind je het dan niet zonde dat je in wezen over gekwalificeerd met je HBO papiertje op de bus werkt?"
Daar moest ik over nadenken.
En de conclusie daarvan voor mezelf is dat de opleiding wel zegt dat ik HBO werk- en denkniveau heb, maar dat alleen dat erg weinig te maken heeft met of je gelukkig wordt met wat je doet.
Ik verbrand dus voorlopig ook geen schepen achter me, maar ik ga wel steeds meer focussen op zaken die ik kan controleren. Op zaken die goed zijn voor mij als mens. Op zaken waar ik gelukkig van word, en daarmee dus ook mijn gezin.
Deze denkwijze wordt ook ondersteund door mijn betere helft, die van mij de eerst komende 80 jaar geen toestemming krijgt om van mij te scheiden.
Let wel: het lijkt erop alsof ik mijn trompet helemaal de grond in zou willen trappen, maar de eerlijkheid gebied me ook te zeggen dat ik er veel goeie dingen aan heb overgehouden. En als ik op 4 mei dat signaal op een bijzondere plek sta te spelen, geniet ik daar van met volle teugen. En met de collega's een concert neerzetten waar we met trots op kunnen terugkijken, is serieus een mooie zaak. Maar een mens groeit en verandert, en dat soort zaken veranderen mee.
Hoe de toekomst daarin gaat lopen, weet ik niet. En dat hoef ik ook niet te weten, dat blijkt wel zodra het daar de tijd voor is.
Totdat het tijd is voor definitieve veranderingen blijf ik gewoon mijn beide professies uitvoeren naar beste kunnen.

Wat betreft al dat klussen: één van de uitzonderingen daarop, is tuinieren. Nu moesten we wel, dus feitelijk zonder al te veel keuze, heb ik toch het snoeimesje en tuinschepje ter hand genomen.
Samen met mijn onvolprezen wederhelft plantjes uitgezocht en die her en der in de tuin begraven, in de hoop dat er wat uit zou komen.
De zaden 'ter lokking van nuttige insecten zoals bijen en vlinders' doen het goed. Met minder dan een week staken er groene friemeltjes uit de aarde, precies op de plek waar ik ze geplant heb. De zaden die een meloen plant-struik-boom-heg moesten opleveren, blijven echter ongemoeid in de grond zitten. Geen enkel teken van iets dat in de verste verte op een meloen lijkt.
De komkommer echter, is een heel ander verhaal.
Toen we op vakantie gingen, was dat al een struise plant, maar bij thuiskomst moest ik de bessenstruik en de tomatenplant redden uit een veel te innige omhelzing van de komkommer.
De bessenstruik was dusdanig opgegeten door de komkommer, dat ik even het idee had dat de komkommer naar bes zou gaan smaken, maar dat was niet aan de orde. Inmiddels vier komkommers kunnen plukken, en het smaakt heerlijk.
Veel steviger en voller dan de strakke sier-geteelde bezemstelen van de supermarkt. Beetje zout erop en smullen maar.
Ook de braam (die alweer een paar jaar oud is) heb ik een beetje bijgesnoeid. De dikke takken eraf, en ook die gaat als een jekko.
Inmiddels al heel wat mandjes geplukt voor ons gezin, en ook die smaken heerlijk fris-zuur-zoet (de bramen, niet mijn gezin). En ook nog eens gezond.
De munt is heerlijk om een paar bladeren te gebruiken voor een fris watertje of een lekkere salade, en de verse rozemarijn gaat ook supergoed.
Van de andere tomatenplant heb ik nu twee tomaten gezien, lekker vol, rond en groen. Maar door toedoen van kleptomane creaturen met meer poten dan aantrekkelijk is, helaas niet meer voor menselijke consumptie geschikt.

In de nadagen van de hittegolf hebben we eindelijk het rolluik voor Jente's kamer gekregen. Omdat wij dit soort investeringen doen van de meevallertjes als vakantiegeld, eindejaarsuitkering, bonussen en belastingteruggave, was het overlijden van Ilses Saxootje extra zuur. Daar hadden we geen rekening mee gehouden. Maar het rolluik past perfect bij het schilderwerk dat we vorig jaar lieten doen, en levert heel erg veel koelte op in huis, en dat is voorwaar geen overbodige luxe in een huis met een plat dak.
Gelukkig heb ik ergens karmapunten gescoord, want ik word dus, als eerder gemeld, geholpen. En ik hoop dat als dit allemaal weer geregeld is (eigenlijk zou ik vandaag met zwarte handen, armen, benen en hoofd bezig moeten zijn met de levensverlengende kuur voor het Saxootje) die karma weer doorgeven aan iemand die mijn hulp weer kan gebruiken.

Het was me bijna ontgaan: de tweede kamer die wegloopt uit de kamer om te ontkomen aan een stemming over salarisverhoging voor het zorgpersoneel.
Persoonlijk ben ik van mening dat al die klootzakken, die als ze vertrekken een dikkere zak met wachtgeld meekrijgen dan het hele jaarsalaris van een verpleegkundige, gewoon ontslagen dienen te worden. Weglopen voor je taken, is werkweigering, en dient bestraft te worden met ontslag, zonder wachtgeld en zonder pensioen. Zoals we bij defensie zeggen: ONGESCHIKT.
Wat een blamage. Wat een lafheid. Wat een afgrijselijke clowns. Walgelijke smeerlappen die met dit soort wanprestaties hun geld verdienen. Geen goed woord over voor die klootzakken die zogenaamd de stem van de kiezers moeten laten horen.
Maar ik geloof dat dat wel duidelijk is nu.

Dus ga ik door met zeggen: het weekend is begonnen. Ik mag morgen lekker op t platform mijn kunstje vertonen, maar voor alle lezers die nog lekker van de vakantie genieten: fijn weekend allemaal.

woensdag 12 augustus 2020

Tussendoorse update :)

 Ik ben inmiddels weer thuis van vakantie, en ik heb alweer genoeg voer voor een blog.
Niet dat ik achterliep, het moet ten slotte wel een hobby blijven.
Ik ben weer in volle vaart (een slordige 30 kilometer per uur), op mijn zo geliefde platform van Schiphol begonnen, en ik hoop dat Covid zich gedeisd houdt, anders vrees ik voor mijn voortbestaan. Als chauffeur.
Maar wat is het geweldig om weer terug te zijn. Mijn collega's weer te zien. Af te zien in de absurde hitte in de blakerende zon. Mekkeren over rokerstoeslag als we naar ons zin iets te lang in het airco-loze rookhokje zitten.
Wat heb ik het gemist. De gezelligheid, de mensen, het toffe werk. 

Toegegeven: morgen komt er een rolluik voor Jente's raam, en dat is voorlopig de laatste investering in ons huis. Tijdens covid heb ik mijn huis, tot mijn grote vreugde, toch een tonnetje in waarde doen stijgen, met alle klussen enzo.
Maar niet alle klussen gingen goed.
Voor we op vakantie gingen had ik namelijk de stofzuiger gebruikt, en ik vond dat de zak vol genoeg was. Dus die in de kliko geworpen, en onnadenkend genoeg ging ik verder met andere zaken.
Ilse, zich van geen kwaad bewust, pakte vervolgens die stofzuiger om er andere dingen mee te gaan doen. In haar goedheid ging ze er vanuit dat er een zak in zou zitten. In mijn haast, had ik de zak niet vervangen. Ergo: troep in de motor. En rammelen als een gek.
Bij thuiskomst maar eens een poging ondernomen om het rammelen te stoppen. Onder het motto: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan.
Dat bleek een misvatting. Sowieso: die dingen zitten echt compleet gestoord in elkaar. Je krijgt hem niet uit elkaar zonder dat je iets moet verwoesten. Slechte zaak.
Uiteindelijk wel gelukt, maar ik vond niks dat een rammel in de motor zou kunnen veroorzaken.
Ding dichtmaken is ook al een ding. Lukt niet zonder iets te verwoesten. Slechte zaak.
Sindsdien maakt de stofzuiger erg veel herrie, maar de zuigkracht is nihil. En dat is jammer, want ik was fan van onze AEG. Die kon ik in toeren instellen, zodat je voor elk oppervlak de juiste zuigkracht had. Een van de laatsten, voor alle eco-stofzuigertjes verplicht in de schappen liggen, die wél heel zuinig zijn, maar niet consument vriendelijk, omdat je ze dus niet in toeren kan laten varieren.

Er moest nog iets.
Ilse haar autootje bleek toch wel wat meer ziektes onder de leden te hebben dan we hoopten.
De airco en de elektrische ramen, samen met de radio en de remmen doen het erg goed. De motor zelf was minder fris.
Redelijk in zak en as, omdat ook de benodigde pecunia ontbreekt om een hele motor te reviseren, wisten we ons even geen raad.
Die raad kwam er uit onverwachte hoek van Sjoerd en René. Die lazen mijn relaas over onze twijfel en dilemma, en stortten zich boven op ons met aanstekelijk enthousiasme om de Saxo een levensverlengende kuur te geven.
Vanaf moment 1 ben ik begeleid in het aankopen van de onderdelen, het zoeken van een vervangende motor, en alle zooi, en zodra alles binnen is, wordt de Saxo naar de werkplaats gebracht om daar een dagje te kuren.
Welke gek gaat er nu een saxo van 500 euro oplappen.
Ik. Want enerzijds: Wat ik nu heb, daarvan is bekend wat het gaat kosten om het goed op de weg te houden. Als ik wat anders koop voor het budget van de reparatie, loop ik tegen dezelfde, zoniet hogere kosten aan.
Anderzijds: vind maar eens een redelijk goed uitziende Saxo, met werkende airco, 5 deuren, elektrische ramen. Dat is niet te doen. Meestal is het andersom: de airco doet het niet, maar de auto rijdt wel.
Dus met dit saxootje hebben we wel iets bijzonders in handen. En er is me best wel wat aan gelegen om deze auto op de baan te houden, en bij ons de status als oldtimer te laten bereiken. Dat is al over 20 jaar.
Dus ergens in de komende weken zal er een leuke fotoreportage komen over dit project waar ik ongelooflijk veel zin in heb. 

Als we dan door Franse stadjes lopen, kunnen we het niet laten om bij de lokale makelaar in de ramen te turen of er iets tussen zit, waar we blij van zouden worden.
En meestal zitten er wel panden bij die in diverse staten van ontbinding verkeren, die we zouden kunnen kopen. En met de stijgende overwaarde van onze woning, zouden we steeds mooier panden kunnen kopen, met steeds minder werk.
Dit jaar liet ook Jente zich horen. Het huis dat wij wel wilden, wilde zij niet (zelfs niet met een roze gevel), en omgekeerd.
Telkens doen we het niet, want ja, Jente is nog maar 5. En we willen haar gewoon hier in Nederland op laten groeien. En hier studeren. En wonen.
Bij thuiskomst dit jaar toch maar even "ik vertrek" ge-binge-watched. Geniaal programma waarin diverse mensen naar diverse buitenlanden vertrekken om daar een totaal onbezonnen, avontuur te beginnen. En alleen al de mate van complete onvoorbereidheid van mensen vind ik werkelijk te zot om los te lopen. Het had allemaal veel makkelijker gekund als mensen zich goed inlezen. Sommigen hebben zelfs nog geen huis of land. Gaan gewoon. En dan maar hopen dat ze iets vinden, niet al te zeer opgelicht worden, en de wetten van het land kennen. Vaak niet. Dat had met voorbereiden voorkomen kunnen worden, zou je zeggen.
Net zo verbazend is het om dan te zien dat ze er vaak wél komen. En dan hebben Ilse en ik zoiets: als zij dat kunnen, zouden wij het ook kunnen.
En dan kriebelt het.
Jente zal er niet om zitten te springen, en dat weerhoudt me. Plus dat ik nu, met alles wat er op het programma staat, niet heel erg veel tijd of energie over heb om te steken in een emigratie naar het door mij zo geliefde Frankijk.

Wie weet ooit.

Ik ga me zo maar eens opmaken voor een late dienst op het platform. Heb ik zin in.

Zet m op allemaal.


zaterdag 8 augustus 2020

bonne vacance

 Ik ging op vakantie en had mijn zus nodig om tot deze blog te komen.
Dat zat zo:
Het was voor mij mijn eerste keer naar een naturisten-camping en ik vond daar wat van. En ik zou ik niet zijn als ik geen kansen rook om mijn herinneringen en meningen te spuien. Maar gelukkig was er een Ilse die daarvan zei dat het verstandiger zou kunnen zijn om die meningen even voor me te houden, en ze later netjes (in alle mogelijke vormen netjes) in een blog te verwerken. Dus besloot ik mijn zus (die net zo ongemakkelijk is bij naturisme, als ik) per app op de hoogte te houden van mijn avonturen, zodat ik niet alles hoefde te onthouden, maar slechts de app terug hoef te lezen.

Bij deze.
Het begon allemaal wat awkward. Ilse was van te voren helemaal lyrisch over de camping en eigenaars, waar zij 12 jaar geleden als vrijwilliger had gewerkt. Lieve eigenaars, mooie camping etc.
Awel: we kwamen aan, kregen aan de balie de info en bouwden lekker op. Gedurende dat bouwen, kwam de eigenaar langs, die zich ineens dus realiseerde dat er een oud-werknemer was neergestreken met inmiddels man en kind. Dus die kwam aan geraced met een golfkarretje. Ilse was op dat moment in de tent bezig, ik droop van het zweet van mijn werkzaamheden buiten de tent, dus vroeg vrolijk of hij een fles drank kwam brengen.
Waarop hij mijn vriendelijk bedoelde poging tot intermenselijk contact bruusk afkapte met "Ik kom voor Ilse". Waarna ik stilviel en hem schaapachtig aanstaarde tot Ilse naar buiten kwam.
Dat was ongemakkelijk. Te meer daar ik nog niet had kunnen wennen aan de mores en merites van een naturistencamping en de man voor mij stond, gekleed in een shirtje en sandalen. Verder niks.
Gelukkig voor hem (en ook wel een beetje mezelf) heeft de man zich gerevancheerd en bleek het een prima gespreksgenoot die best veel boeiende zaken en interessante tips te melden had. Blijkbaar moest het ijs even breken, of is de man net zo sociaal onhandig als ik.

De camping zelf was behoorlijk gemoedelijk. Ik heb er geen seconde naakt gelopen (kon maar niet over mezelf heenstappen) anders dan wanneer ik het zwembad in ging om Jente of Ilse wat te doen afkoelen. Deed ook niemand moeilijk over. Vrijheid blijheid. Dat was fijn.
Dus heb ik nagenoeg de hele vakantie in mijn blote bast rondgelopen, tenzij we van de camping af gingen.
Jente en Ilse hebben wel lekker bloot rondgelopen en vonden het net zo fijn als dat ik het fijn vond om dat niet te doen.
Maar er heerst onder de naturisten een soort van onwillekeurigheid. En die viel mij voornamelijk op in de ochtend, want dan denk ik het best na over de onwillekeurigheid van het leven.
Namelijk: men deed kledingsgewijs maar wat. De overbuurman die liep als het zo uitkwam in een gordijn die hij als een rok om zijn middel drapeerde. Prima. Hij blij, zijn vrouw blij. Misstond hem niet. Maar de buurman rechts naast ons (een heel vriendelijke Fransman) die trok een shirtje aan als hij in de ochtend naar het toilet moest. En ook alleen maar een shirtje. Ja. Dat zag ik vrouwen ook doen. De bovenkant bedekken, en de onderkant niet. Als vrouw kom je daar mee weg, maar als man vind ik dat raar staan. Maar goed: vrijheid blijheid.
En zoals Ilse al voorspelde: het went snel. Al die naaktheid. Mooi is vaak anders, maar goed ik ben ook niet moeders mooiste, dus daarover geen oordeel. Bovendien mocht ik van Ilse niet aan body-shaming doen, want dat is niet aardig. Hoewel er soms echt wel reden was. Ik bedoel: moet je al die littekens wel voor de wereld willen tentoonstellen. En als je lijf net zoveel rek heeft als de totaal versleten elastieken van onze binnententjes, moet je misschien overwegen om... Nu ja.
De eerste keer dat ik in de ochtend brood ging halen dat door de lokale boulanger gebracht werd, kreeg ik even heel erg rare visioenen. (Nogmaals: ik ben wat dit betreft dus niks gewend heh). Maar die lokale bakker was een frisse jonge dame. En op het moment dat ze met haar busje arriveerde, stonden er allemaal (half) naakte mannen in de rij om het brood te halen. Half naakt, waarbij ik dus bedoel: helemaal naakt, of sommigen alleen een shirt aan.
En dan net even te dichtbij gaan staan om de prijzen uit je hoofd te leren.
Arm kind. Moet wel deksels stevig in haar schoenen staan.

Wat mij wel vreselijk tegenviel was het opgelegde gebrek aan privacy. Letterlijk de enige plaats waar geen andere mensen in je bubbel kunnen komen was de wc. Want daar zat een (afsluitbare) deur voor. Hoewel je dan wel moet weten dat beide sloten gebruikt moeten worden, anders staat er alsnog iemand voor je neus, terwijl je net de eerste van een hele serie scheten en keutels richting het riool knalt. Is me 2 keer overkomen. Ook dat is enigszins vreemd. want dan zit ik dus lekker mijn sluitspieren te ontspannen, met alle geluiden en geuren die daarbij horen, staat er ineens een kort-pittige Gerda (ja, daarover later meer) voor mijn neus.
De douches waren niet zo privé. Gewoon een rij buizen uit de muur met tussenwandjes. Nu weet ik dat de NATO standaard wat dat betreft minder is, maar toch. Loop je het douchegebouw binnen, en ben je er getuige van hoe Karel van 68 zijn grijsharige bilnaad staat uit te soppen.

Verder was de camping prima. Het lijkt alsof ik klaag, maar ik heb het reuze naar mijn zin gehad. Jente was 99% van de tijd blij, want veel te spelen met vakantievriendinnetjes, animatie was leuk, zwemmen vond ze heerlijk (en kan ze al behoorlijk goed) dus voor ons was het ook goed.
Dit jaar was het eerste jaar dat we het gevoel hadden dat we niks hoefden. Jente is iets zelfstandiger dus als zij uit spelen (of animatie) ging, hadden wij eventjes rust.
Die animatie leidde tot een heusche circusvoorstelling met alle kindertjes tijdens het open podium op de woensdagavonden.
Uiteraard wilde Jente meedoen. En ze mocht meedoen. De vlinderdans. Geschminked en wel. (Ilse als schmink-mama...). En wat had ze het naar haar zin. En wat was ik beestachtig trots toen ze meteen te hulp schoot toen een klein meisje plat op haar plaat ging tijdens dat dansje, en in tranen uitbarstte. Niks "the show must go on". gewoon haar vriendinnetje oprapen een knuffel geven en motiverend toespreken. Tijdens de voorstelling.  Fuck het publiek, eerst mijn vriendinnetje redden. Mooi kind.
Dat open podium hebben we voor de rest met heel veel respect overgeslagen. Dat kwam hoofdzakelijk omdat we ver van te voren al hoorden dat er een doedelzak mee zou doen. En de enige doedelzak waar ik vrijwillig naar luister is "the badpiper" (zoek op, doet hele gave covers van bijvoorbeeld ACDC). En natuurlijk van een leeglopende doedelzak nadat ik er een mes in stak.
Ik bedoel: de bespeler deed een duetje met een zingmevrouw, en beiden hadden van elkaar niet in de gaten dat ze twee compleet andere liedjes aan het zingen of spelen waren. Of het was gewoon rattenvals. Maar goed, ieder zijn meug.

De plaatselijke supermarchés of hypermarchés zijn elk jaar weer een bron van verwondering. Wat je er allemaal kan kopen. Als je niet oppast, verdwaal je er, of als je alles wil bekijken, heb je aan 2 weken vakantie nog niet genoeg.
Maar omdat voor mij een vakantie niet geslaagd is, zonder dat ik ten minste 1 modelauto heb weten te vinden, was het voor mij een must om elke winkel die eruit zag alsof ze zoiets zouden verkopen, even binnen te stappen.
Bij winkel 4 ergens een kleine 70 kilometer verderop, had ik beet. En meteen maar een paar exemplaren meegenomen, omdat deze in Nederland slecht verkrijgbaar zijn, en ik er vast wel mensen een lol mee kan doen.
Gelukkig verkopen ze er ook drank. Ook onze lievelings: pastis. Bij onze eerste strooptocht, pakte ik een klein flesje, om mee te beginnen, zo dacht ik.
De blik van Ilse toen ik met dat kleine flesje aankwam, deed me denken aan Martien Meiland. Niet dat mijn onbetaalbare wederhelft nu een alcoholica van dat formaat is, maar zelfs zonder wat te zeggen, wist ze me zeer duidelijk te maken dat een kleine fles echt niet afdoende zou zijn.

Ik noemde net al een Gerda. U weet wel: boomer-generatie-vrouwtje met kort pittig haar, dat zelfingenomen altijd meent gelijk te hebben, en mensen aanspreekt alsof iedereen haar bediende is.
Naast onze tent was er door jaren lang oneigenlijk gebruik een pad ontstaan. Een pad dat sommige plekken op de camping sneller bereikbaar maakte.
Een pad dat uitkwam tussen twee andere plaatsen.
Die twee andere plaatsen waren de afgelopen 10 dagen leeg, dus konden wij naar alle hartelust gebruik maken van dat pad. Erg prettig als je je vuilzak omlaag naar de containers wilde brengen, of de zware boodschappen naar de tent, zonder om te lopen.
De laatste dag stonden er ineens tenten. Wat versuft door de hitte liep ik in de richting van dat pad, toen mij door Gerda die er net stond, werd gemeld dat dat geen pad was, en ik maar om moest lopen.
Op zich, helemaal geen onredelijke vraag, hoewel aan onze kant van dat pad, iedereen gewoon langs mocht lopen. Ik doe daar niet moeilijk over. Leven en laten leven, het is vakantie, nietwaar?
Geen onredelijk verzoek, als het redelijk verzocht wordt. Maar zoals ik zei: Gerda kwaakte mij toe, met een stem doordrenkt in verongelijktheid en azijn.
Dat streek mij tegen alle haren in.
Maar goed, nadat ik haar meldde dat er met stroop meer te halen was, dan met azijn, heb ik aan dat verzoek voldaan.
Tot de volgende ochtend wij aan het afbreken waren, en Gerda met haar laffe pannenkoeken-man van de andere kant, ineens langs ons slagveld (we waren aan het afbreken) dat paadje betrad.
Toen heb ik Gerda gemeld dat ze een hypocriete klootzak was. Haar pannenkoekenman stamelde iets over de scheerlijnen, maar daar kom je niet mee weg. Zeker zij niet.
let it go, en dat deed ik. Ik moet zeggen: ik had het simpelweg niet verwacht op vakantie. Loslopende Gerda's. En ik had ze ook nog niet in levende lijve (naakt dus sowieso te veel van dit soort kort-pittige-schimmelkaaskroketjes) meegemaakt.

Onze overburen waren zo lief om terwijl wij de laatste resten inpakten (hulde en shout-out en thumbs-up voor mijn vrouw die inpakken tot een wonderschone kunst heeft verheven) koffie voor ons te maken.

En nu zijn we weer thuis. Dat is ook fijn. Weer mijn eigen douche, toilet, keuken. Heerlijk ook.
Maar het was een onbetaalbaar fijne vakantie. Hadden we nodig.

Maandag mag ik tot mijn grote vreugde weer op t platform gaan rondrijden. Eindelijk.

Blijf allemaal gezond, doe wat de experts zeggen, en we kunnen lekker ons leven leiden zonder dat we weer geconfronteerd worden met allemaal ellende.

Dit geschreven hebbende, wens ik u allen een goed weekend.

 

Cheers Corona

 Dit vergeet ik in elk geval nooit meer. Mijn lijf heeft al heel wat truckjes uitgehaald om me dingen mede te delen. Sommigen waren zeer ter...