donderdag 16 april 2026

Pareltjes en andere shenanigans.

Pareltjes van het Platform.
 
Vluchten hebben vaak een heel divers karakter. 
Er is een verschil tussen een vlucht van een prijsvechter en een vlucht van een "flag-carrier". 
Dat verschil komt bijvoorbeeld tot uiting in de souplesse van de afhandeling. 
Maar ook aan het publiek merk je de verschillen vaak wel. 
Dat is nu eenmaal een gegeven. De mensen die een vlucht naar een zo goedkoop mogelijk all-in-reservaat boeken, waar ze zich 9 dagen lang louter verplaatsen tussen hun lakentje aan de zonne-grill en het ongelimiteerd vreten in een sfeerloos buffet-restaurant, zijn nu eenmaal niet de mensen die een zakelijke vlucht naar de overkant van het Kanaal boeken. 
Dat merk je vooral aan de reactie op een busrit naar de terminal. Soms verbaasd. Soms ronduit ontevreden gemekker. Tot ze erachter komen dat de busrit dusdanig is, dat een wandeling van die afstand, simpelweg fysiek niet meer haalbaar is na een vakantie die louter bestond uit verkolen in de zon en grazen in het naastgelegen buffet-weiland. 
De doorgewinterde veel-vlieger ziet die bus, stapt in en laat zich lethargisch vervoeren. Of maakt een "ouwe-jongens-krentenbrood-babbeltje" met de dienstdoende bus-coureur. Altijd gezellig. 
Maar het is niet altijd de standaard. 
Zoals de prijsvechter-vlucht, waar ik een jonge gozer vervoerde die als een complete spraakwaterval zijn hele familiegeschiedenis in minder dan 3 minuten aan me vertelde, gelardeerd met vele "bro's", "swa's" en meer straat-taal, en dat afgesloten met een "box-ouwe!!!" van formaat. (Jente zou hiervan smullen, of 'cringen'). 
Of de gesoigneerde Italiaanse passagier die mij zijn ticket onder (en bijkans ín) mijn neus duwde, en verklaarde dat hij recht had (ja, zo zei hij het echt) op een rit naar een of ander hotel. 
Ik gaf aan dat ik hem dat recht niet zou ontnemen, maar dat hij wél eerst even de grens moest passeren, en buiten de terminal op zoek moest naar de shuttle voor dat hotel. 
Even later probeerde hij dat bij een andere collega nogmaals, die hem hetzelfde antwoord gaf. 
De vlucht voor een blauwe maatschappij die ik afhandelde naar een als een zakenbestemming bekendstaande bestemming had een paar passagiers die zich aan het rijtje "next-level-buitennissig" toe kan voegen. 
Ik weet niet meer precies welke bestemming het was, maar het was zo'n luxe oord. Luxemburg, of Geneve. Zoiets. Allemaal min of meer frequente vliegers. Weinig opzienbarend. Allemaal redelijk conservatief gekleed. Kalm. Zoals ik een rit graag heb. 
Degenen die er tot mijn verbijstering uitsprongen: een jong koppeltje. Slungelig joch, de puisten der pubertijd nog net niet helemaal tot rust gekomen. Petje mode-verantwoord achterstevoren nonchalant op het hoofd geparkeerd. Korte broek lieten een paar magere spillebenen zien, die in de schemering haast licht gaven omdat ze door de verse lentezon nog lang niet genoeg mode-verantwoord hadden kunnen bijbruinen. 
Het meisje, vele malen verder, iets minder hipster gekleed, naveltruitje, zo'n badstoffen broek en UGG's. 
Who am I to judge. 
Ze liepen kirrend en giebelend naar boven. Wellicht hun eerste vakantie samen? Het was ergens ook wel aandoenlijk. 
Het was ergens ook wel aandoenlijk, tot het meisje besloot tot een actie die ik tot nu toe toch wel tot de meest vreemde vind horen, sinds de vorige niet minder dan bizarre uiting van liefde die ik in het openbaar mocht zien: Terwijl het joch voor haar omhoog stapte, hief zij haar arm omhoog, strekte haar wijsvinger, om die vervolgens, met dodelijke precizie,  (behoorlijk diep) in het achterste van haar vriendje (en ik hoop bij god dat het ook echt haar vriendje was) te proppen. 
En dat niet één keer. 
De beste jongen reageerde er niet echt op. Alsof ze het dagelijks doet. In het openbaar. 
De vorige, echt bizarre "liefkozing" waar ik tegen wil en dank getuige van mocht, dan wel moest zijn, was ook weer een heel schattig koppeltje, wachtend in de rij voor de trap, waarbij het meisje 'en plein public' de puisten in de nek van haar vriendje begon uit te duwen. Aan het afvegen van haar handen aan het shirt van de beste jongen te zien, met wisselende opbrengst.
Ja. Oke. 
Mogelijk wanen dit soort mensen zich zelfs in het openbaar onbespied, en realiseren zij zich niet dat er op een luchthaven nauwelijks tot geen plekken zijn waar een camera geen zicht heeft. Misschien een vreemd soort fetisj. Nogmaals: wie ben ik om te oordelen.
Laat ik het er op houden dat onze lieve heer, heel erg vreemde kostgangers heeft.

Er gelden een aantal spelregels, zo rondom dat hele busvervoer. Velen daarvan hebben te maken met veiligheid. En een veilige rit, is een soepele rit. Vandaar dat het hele werk verpakt is in procedures, afgelakt met protocollen en versierd met aanvullende regels. En iedere betrokkene, zowel betaald als betalend dient zich eraan te houden. 
En dat gaat niet altijd even soepel, dat is niet altijd uit onwil, vaak ook uit onkunde. 
De laatste keer dat ik in moest grijpen bij een wat onprettigere zaak, was mijns inziens gewoon pure onwil. 
Het is namelijk niet toegestaan om eten en drinken mee te nemen de bus in, richting vliegtuig. Ten eerste omdat er nooit iemand knoeit, maar wij als chauffeurs toch telkens de restanten op moeten ruimen. En daar is geen tijd voor, de volgende vlucht staat al te trappelen. En om de een of andere reden vinden de meeste passagiers de prullenbakjes die die bus heeft, vaak te veel moeite. Heel gek, ik zou nooit bij die lui thuis willen komen. 
Hete dranken hebben als nadeel dat áls het valt, het met 60 graden over iemand heen lazert, en dat doet gewoon pijn. Frisdranken doen datzelfde, maar overlaadt de onschuldige passant met plakkerige suikertroep. Ook een beperkt genoegen, als je een reis in de lucht voor de boeg hebt. 
Ergo: het is gewoon niet toegestaan, en in de gate dient het gate-personeel daar actief op te letten. 
Dat gebeurt zelden, vaak komen mensen met complete maaltijden naar buiten. En die moet ik dan weer naar binnen sturen, of anderzins ongelukkig maken met hun eigen gebrekkige voedings-planning. 
Van de week kwam er weer een argeloze passagier naar buiten met een enorme emmer aan frisdrank. Ik roloogde maar weer eens. Het was een niet te missen halve liter gieter vol met frisdrank. En direct daarna een passagier grazend van een stokbrood waar de meeste Fransen een week van kunnen eten. Die laatste meldde ik dat het brood deugdelijk verpakt wel mee mocht, maar de beste man was sneller dan Max Verstappen, en voor ik uitgesproken was, had hij dat stuk brood als een stofzuiger geinhaleerd. De passagier met de emmer frisdrank vroeg of ze het mocht overgieten in een afsluitbare beker. 
Uiteraard. Dan kan het niet in de rondte spetteren als ik onverhoopt een minder prettige manoeuvre moet maken. 
Toen de gate-agent naar buiten kwam om me richting het vliegtuig te zenden, sprak ik haar aan. Dat een bus geen restaurant is, en voedingsmiddelen toch echt, heus niet mee de bus in mogen. Al jaren niet. 
Dat had ze niet gezien. 
Hoevaak ik die wel niet hoor. Ik kan ze per dienst op de vingers van al mijn collega's al niet meer tellen. 
Dus zo vriendelijk als ik kon, gaf ik aan dat het toch echt om een flinke emmer frisdrank ging, en dat ze mogelijk eens een bezoekje aan een opticiën moest overwegen. 
Aiiii.... 
Uiteraard was dat tegen het zere been van het wichtje, dat .vond dat ik op mijn woorden moest letten. 
Ik schoot in de lach. Een kind van net 20 die mij, na haar eigen weigering om haar werk volledig te doen, gaat vertellen dat ik op mijn woorden moet letten. 
Maar goed, heel veel nut om te discussieren met zoiemand heeft het niet, dus ik wenste haar een fijne dag, en vertrok. 
En ik kreeg gelijk, een opticiën zou echt geen overbodige luxe zijn, want het kind meende te moeten klagen, over een chauffeur in een ouwe, witte bus. Terwijl mijn bus toch echt nieuw en groen is. Een gesprek hierover met onze regisseur was dan ook erg vermakelijk. 

Ik ben niet altijd zo ad-rem. 
Twee keer dat ik redelijk "off-guard" gepakt werd door mijn passagiers. 
De eerste was een streng uitziend heerschap die de niet meer helemaal lege bus bekeek, en me nors vroeg waar de businessclass was. Nu vind ik persoonlijk het hele concept van businessclass nogal overrated op kleine regionale vliegtuigjes, maar goed, mensen betalen ervoor en verwachten ook wel dat ze dan met meer égards vervoerd worden. Een service die het busvervoer nu eenmaal niet heeft en kan leveren. 
Geen bus-inessclass dus. Omdat die specifieke vraag me al zeker 4 jaar niet meer gesteld werd, stond ik toch even met mijn mond vol tanden. Ik wees naar een van de deuren, en meldde dat de man alle vrijheid had om een deur naar zijn smaak te kiezen, en een vrije stoel naar keuze mocht gaan bezitten. Dat was niet helemaal zoals hij het (terecht?) voor zich had gezien, maar gelukkig realiseerde hij zich dat hij ook erg weinig keus had, wilde hij toch nog bij zijn vliegtuig komen. 
De tweede was een vlucht naar Scandinavië. Die vluchten vind ik altijd wat dubbel. Ik vind het heerlijk om gewoon lekker in mijn eigen bubbel te zitten, en lekker rustig, zonder al te veel gedoe mijn werk kan doen. En het publiek op die Scandinavische vluchten is over het algemeen totaal niet communicatief. Geen boe of bah. Geen teken van herkenning van een andere menselijke vorm, wandelen ze, mij straal negerend, voorbij om mijn bus te enteren. Prima. Ik vind het wat onbeleefd om de chauffeur die jou veilig bij je vliegtuig moet rijden, straal te negeren, maar aan de andere kant: het beschermt mijn stembanden tegen versnelde slijtage. 
Daarom raakte ik ook in een staat van "fight or flight" toen een vriendelijke oude heer met zijn gezicht onder de klep van mijn pet (nog op mijn hoofd) opdook om me te vragen of hij goed was voor de vlucht naar Linkoping. 
Nu klinkt Linkoping in het Zweeds niet als Linkoping, en met het enorme accent in het Engels van de lieve man, klonk het eerder alsof hij me mededeelde dat hij voornemens was om me te lynchen, dus mijn hele lijf begon zich op te pompen om ervoor te zorgen dat ik heelhuids en ongeschonden bij mijn gezin terug te keren. 
Er is namelijk een nagenoeg onoverbrugbare kloof tussen de gebruikelijke Scandinavische mentaliteit om de buschauffeur straal te negeren, en letterlijk dwars door alle grenzen van mijn aura onder de klep van mijn pet met me te willen praten. Ik schrok mezelf de tering, gelukkig kon ik nog wel aan het vriendelijke gezicht van de man zien, dat hij waarschijnlijk niet echt van plan was om me te lynchen, maar het was een heel erg aparte en ongemakkelijke ervaring. Vooral omdat ik me opmaakte voor het gevecht van de eeuw op airside.  

Een nieuwe mijlpaal. 
Sinds een poos schuimt Jente de straten af op haar fietsje. Ze fietst zelfstandig de wijk door. Gaat zelfstandig naar school. Vertrekt zelfstandig naar vriendinnetjes, om te spelen. (Dat heet dan 'chillen', en geen spelen). 
Daar moest ik al best wel aan wennen. Heb ik eindelijk een fiets naar mijn zin, hoef/mag ik niet meer mee om haar te begeleiden, want ze schaamt zich nog net niet dood. 
Daar is een nieuwe dimensie bij gekomen. 
Éen van haar vriendinnen woont een wijkje verderop. Dat is een heel eind dus. Niet zozeer voor mij persoonlijk. Maar als vader word ik al een beetje wee in mijn benen als ze 2 straten verderop gaat dan haar school. Laat staan een hele wijk. 
Het betreffende vriendinnetje stapt ook zonder morren op haar fiets om hierheen te komen, dus dat Jente dat omgekeerd ook doet, is niet meer dan normaal. 
En als het schemerig wordt, stapt Ilse op de fiets om het kind niet alleen door de schemering terug te laten fietsen. 
En dat doen de betreffende ouders dus ook. 
"Vier frikandellen had ik op!!! En twee grote-mensen-porties friet". Waar ze het laat, mag Joost weten. Maar ze is weer veilig thuis. Ik kan weer opgelucht ademen. Nadat ik heb aangeboden om toch maar een tikkie te betalen voor die bezopen hoeveelheid vette blerf.
In de ochtend, als ze naar school fietst, dan wil ze graag dat ik buiten sta, om haar uit te zwaaien. Kwekkend en kakelend komt ze de brandgang uit, en al kletsend fietst ze de straat en mijn zicht uit. 
Haar kleren kiest ze zelf. Toegegeven: ik ben wellicht niet de meest mode-bewuste figuur op aarde, dus hier heeft ze wellicht gewoon gelijk. En geheel onder (mijn) het motto "Boeit me niet", trekt ze bewust 2 verschillende sokken aan, want dat is vrolijker. 
Ze bakt zelf eieren, en maakt zelf de noodles klaar waar ze zo dol op is. 
Naar de supermarkt gaat ze ook. Niet om boodschappen te doen ("jullie moeten voor me zorgen, ik ben het kind hier"), wél om flesjes in te leveren om van dat geld wat snoep te kopen. 
En heuse pré-puberale meisjes drama's. "Die zei dit-en-dit tegen Pietje, en toen deed Pietje zus-en-zo tegen Klara en toen gingen wij van-zus-en-dit-naar-zo-en-dat". 
En ondertussen zit ik me af te vragen waar toch dat onschuldige dreumesje is die zo lekker kon pruttelen. 
Gelukkig mag ik wel nog af en toe lol met haar maken. 
En het liedje "Dochters" van Ben Saunders en Marco Borsato komt in me op. Een zekere brok in mijn keel kan ik niet voorkomen. Het gaat zo fucking snel. Het zal wel aan mij liggen dat ik haar tempo niet bij kan houden, maar ze groeit en ze groeit. 
En mijn sentimentele ziel heeft moeite met de ongelooflijke snelheid waarmee dat blijkbaar allemaal moet. Misschien moet ik me omscholen tot verkeersagent, puur om de vaart eruit te houden. 

Het is niet alles koek en ei, na de overname van onze 'Casita Coster'. 
Er is namelijk enorm veel te doen. 
De vijver is lek. Helaas. Echt helaas, want ondanks dat ik het idee van een stroompje heb laten varen, was het een florerend geheel van wilde reptielen, buitenissige insecten en wonderlijk struweel. 
Komt dus een grote bak voor in plaats van dat folie, en dan maar het lichaam goed aan het werk zetten. 
Ondertussen zijn er nogal wat zaken die ook onze aandacht vragen. 
We hebben inmiddels echt al wat zaken de grond in gedaan, die grond wat vorm gegeven. Wat borders geplaatst zodat het voor 3 ADHD zielen overzichtelijk blijft. 
Bij de overgenomen boedel zat ook een picknick-tafel. Je weet wel: zo'n houten set die min of meer in te klappen is. Zit niet lekker. Ligt zeker niet lekker, maar wel praktisch. Tenzij de natuur er meer gebruik van maakt dan de mens. Met wat kunst- en vliegwerk kreeg ik het ding klaar voor ronde 2. En we hebben er al aan gegeten. Toen ontdekten we dat er wat planken van het tafelblad waren los gerot. 
Dat ging ik van de week even aanpakken. 
Ik had een hele planning gemaakt: 
-Tafel opkalefateren. 
-Poot-uien de grond in. 
-Achtergebleven stronk de grond uit. 
-Aarde halen om de aardappel-kweek-zak mee te vullen. 
Dat leek me een mooie besteding van een vrije en zonnige donderdag. 
En zoals dat gaat met planningen van Marnix: dat loopt toch anders. 
We hebben een plekje voor spullen die te zijner tijd afgevoerd moeten worden. Die plek heb ik al eens leeggemaakt, maar inmiddels liggen er weer allemaal zaken die niet te redden zouden zijn. 
Waaronder een kweek-kast annex plantenrek. 
Volledig doorgerot. Compleet onbruikbaar geworden. 
Ik had dus de picknick tafel naar mijn tevredenheid weten te verstevigen, en was op weg om het plekje voor de poot-uien in te gaan richten. 
Mijn oog viel op dat rekje, en in een vlaag van verstandsverbijstering cq. ongebreidelde ADHD in uitvoering, besloot ik om eventjes te kijken of ik dat rekje niet zou kunnen voorzien van een levensverlengende operatie. 
Een paar plankjes op maat om de rotte exemplaren te vervangen, zou me geen uren moeten kosten. 
Voelt u hem ook al aankomen, ja? 
Een paar plankjes, leidde al snel tot 8 planken. Want het was niet alleen het middendeel dat vier verrotte planken had. Van de onderste etage was er ook één die niet meer te redden was. En de top etage hing er ook maar verdrietig bij. Nadat dat allemaal vervangen was, besloot ik de bovenste etage op te fluffen met wat extra randjes, haakjes, en mooi schuin afgezaagde plankjes. 
Klaar, dacht ik. Maar tot mijn ongenoegen, wiebelde het ding. Niet van links naar rechts, maar van voor naar achter. Goed, kan ik ook oplossen. 
Inmiddels was het toch echt achter in het midden van de middag, en was die boomstronk nog steeds zijn dans ontsprongen, en de poot-uien zouden van pure verwaarlozing zelf maar een plekje in de grond gaan zoeken. 
Dus heel snel (te snel voor dat gammele lijf van me) die boomstronk eruit gejakkerd, de aarde neergelegd, wat steentjes erachter om erosie tegen te gaan, mest erover en uien de grond in. 
De aardappelen mogen nog heel even geduld hebben. 
Het is niet voor het eerst dat mijn lichaam me voor knettergek verklaart. (En mijn lichaam laat me dit vooral voelen, als het zou kunnen spreken zou hij het op die misselijke toon van Geert Wilders tegen me sneren). De knokkel van mijn rechter middelvinger raakte gewond door een rondslingerende zaag. 
Het topje van mijn linker ringvinger zag kans om tussen twee planken hout te komen, welke ik aan elkaar wilde schroeven. Vraag me niet hoe, maar het topje zat er tussen, en de accuboor is erg sterk en even empathisch met mijn lichaam als mijn werkgever. Ik heb meerdere splinters uit meerdere vingers moeten pulken, er zat er zelfs één in mijn bil (vraag me niet hoe) en ik zag kans om op een op zijn kopje gelandde schroef te gaan zitten, waar door ik sneller overeind kwam dan de monsterlijke pik van Ron Jeremy in 'Deep Throat'.

Goed. Dit alles maar weer geschreven hebbende, gaan we toch maar weer kijken naar een vouwwagen. Niet dat we een auto hebben waarmee we dat ding zouden kunnen verplaatsen. Die hadden we weg gedaan, omdat het nonsens is om een auto te hebben die een caravan kan trekken, en dat maar één keer per jaar doet, terwijl je de rest van het jaar er wel de wegenbelasting, verbruik en verzekering voor moet betalen. 
ADHD iemand? 
Ik ga het weekend lekker bijkomen op mijn werk, geloof ik. Ik wens eenieder een beste toe. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Pareltjes en andere shenanigans.

Pareltjes van het Platform.   Vluchten hebben vaak een heel divers karakter.  Er is een verschil tussen een vlucht van een prijsvechter en e...