Er waren eens drie jongetjes. Ze groeiden op in dezelfde buurt. Gingen naar dezelfde school. Hadden ongeveer dezelfde hobby's.
Ze zagen elkaar vrij vaak.
Maar om nu te zeggen dat het vriendjes waren... Nee. Dat niet.
Jongetje A. Was een beetje een een overheersend typje. Misschien zelfs wel een beetje een bullebakje. Jongetje B. en C. waren wat meer (niet opvallend, maar een heeeeel klein beetje meer) ingetogen. Wat minder bullebakkerig. Wat minder overheersend.
Het waren geen wilde slachtpartijen, die A. organiseerde tegen B. en C. Nee, het ging allemaal net tegen het beschaafde aan. Meer van die kleine, subtiele pesterijtjes. Een kut-opmerking hier. Een waterballon daar. Een doortrapte stunt zo links en rechts, die maakte dat A. er beter uit kwam dan B. en C.
De jaren sleepten zich voort, en alle drie de jongetjes groeiden uit tot prima studenten. Je kent het wel: de eerste jaren van de studie economie of zo, werden letterlijk en figuurlijk in de alcohol verzopen, bij zo'n wanstaltige studentenvereniging. En daarna gingen de remmen los om toch nog wat van hun leven te maken. Ze verloren elkaar al lang voor dat moment uit het oog, en geen van drieën had heel veel tijd of behoefte om veel met elkaar bezig te zijn. Ten slotte: de herinneringen aan elkaar waren nu niet echt de meest dierbare.
Ze werden alle drie behoorlijk succesvol. Alle drie werden ze ergens hoge baas. Hele hoge baas.
Jongetje B. werd hoge baas bij Rijkswaterstaat. Jongetje C. kwam terecht bij Prorail en jongetje A. mocht zich na jaren hard zwoegen de baas van 's lands grootste luchthaven noemen.
Zoals ik al zei: behoorlijk succesvol.
De herinneringen waren dan weliswaar vervaagd tot een wat schrijnend gevoel in de blaas, ze waren er nog wel. En B. en C. roken hun kans om eindelijk eens subtiel, doch onmiskenbaar villein wat wraak te nemen.
En dat lukte.
Want als baas van Rijkswaterstaat, kon jongetje B besluiten om tijdens het eerste weekend van het vakantieseizoen, nagenoeg álle snelwegen rondom Amsterdam en richting 's lands grootste luchthaven gewoon dicht te gooien. Zogenaamd vanwege verbeteringen.
Horrorfiles gegarandeerd, vooral voor de werknemers en de reizigers, die gezamelijk in die horrorfiles terecht komen, in de hoop dat ze op tijd zijn voor hun vlucht.
En dat lukte.
Want als baas van Prorail, kon jongetje C. een luchtige duit in datzelfde zakje doen, door te besluiten om tijdens datzelfde weekend één van de belangrijkste treinknooppunten richting 's lands grootste luchthaven op slot te gooien, waardoor reizigers en werknemers, minimaal een half uur, zo geen uren langer onderweg zijn onder omstandigheden waarbij bepaalde historische transporten verbleken.
De wraak is zoet. Zoet van puur en kwaadaardig bederf.
Even serieus.
Aankomend weekend zijn dus daadwerkelijk nagenoeg alle wegen naar Schiphol afgesloten. En ook de treinverbindingen liggen er prachtig uit. In het eerste echte weekend van het vakantie-seizoen.
Welke compleet achterlijke gek verzint dit? Om in één weekend maar gewoon alles dicht te gooien?
En waarom zitten de mensen die dit soort planmatige bullshit uitvoeren, op de plek waar ze dit zo voor elkaar krijgen?
Elke mongool kan toch bedenken dat dit voor heel veel mensen gaat leiden tot van frustratie afgekloven stuurwielen, en andere gezondheidsklachten? Of... Zit er misschien toch meer achter, en is mijn fantasietje, veel minder fantasie???
Ik kan dus met goed fatsoen niet op een normale manier op mijn werk komen, tenzij ze een helicopter voor me laten vliegen.
Met de auto: reken op dik 1 uur extra reistijd, als dat al voldoende is. Waarschijnlijk niet. Met de trein hoef ik er al helemaal niet aan te denken, want heen kost me minimaal een uur extra, terug is simpelweg niet mogelijk.
Ik vind het eigenlijk ook wel bijzonder dat de partijen die alle passagiers vervoeren of op andere wijze in het proces van een luchthaven betrokken zijn, zich muisstil houden. Geen airline, geen luchthaven, geen indirecte partij die voor zijn voortbestaan deels of geheel afhankelijk is van het soepel verlopen rondom die luchthaven, die zijn mond open trekt en tegen Rijkswaterstaat of Prorail zegt dat dit wel echt een absurd debiele planning is. Dat dit soort stunts blijk geven van een schokkend slecht inzicht in planning. Niemand hoor je er over.
Ja, de mensen op de werkvloer. Die zien de bui alweer hangen. Een hoop ellende die gewoon te voorkomen zou zijn, door heel even je gezonde verstand te gebruiken.
Maar ja. Laat dat nu net een dingetje zijn in de lagen (vlak) boven de werkvloer. Er druppelt veel naar beneden, maar helaas staat men boven de werkvloer schokkend weinig open voor gezond verstand dat naar boven wil...
Het zal wederom een bijzonder weekend worden, wat ik je brom.
Ik heb de afgelopen dagen maar weer eens enthousiast blijk gegeven van mijn menselijke trekjes.
Ook ik mis soms wel eens wat scherpte.
En nee: om dat te demonstreren heb ik geen schade gereden. Heb ik geen mensen op verkeerde plekken afgeleverd, noch heb ik mijn bus de landingsbaan opgereden, waardoor piloten spontaan hun cockpit met zeven kleuren volbaggerden. Het was veel mondainer.
Ik moest op een bepaalde opstelplaats zijn, want mijn vliegtuig zou daar binnenkomen. Het was op dat moment nog aardig rustig, die hele strook opstelplaatsen was op één vliegtuig na, helemaal leeg.
Op de plek waar ik moest wezen, stond een collega. Dat kan. Veel collega's weigeren (tot mijn verbazing en soms milde irritatie, zeker bij drukte) om in hun eigen opstelplaats te wachten. Dat heeft te maken met vroeger. Heel vroeger, toen vliegtuigen nog minder sterke remmen zouden hebben. Dat was ook de tijd dat men poep nog met een lange 'oe' schreef.
Maar goed, omdat ik in een van mijn spaarzame, vriendelijke buien was, riep ik de betreffende collega op om plaats voor me te maken, want over een paar minuten zou daar een kist voor mij binnenkomen.
De collega reed weg, en antwoordde iets, maar dat ging een beetje verloren in de transmissie. Ik dacht er verder niks van en stelde mijn bus keurig in het vak op.
Even later kwam de betreffende collega met een vriendelijke grijns naar me toe. Of er binnen 10 minuten twee toestellen op die opstelplaats afgehandeld zouden worden. Ik keek, en keek nog eens.
Kak op een houtvlot. Ik vergiste me, en in de stellige overtuiging van mijn gelijk bonjourde ik onterecht gewoon een correct geparkeerde collega weg. En dat blijkbaar zo overtuigend dat de beste man maar gewoon aan mijn verzoek voldeed.
De arme man kon dus gewoon de hele ronde rondom die opstelstrook opnieuw doen, en ditmaal gehinderd door 2 arriverende vliegtuigen.
Aiiii.
Gelukkig kon de beste man er later om lachen, te meer daar ik alle moeite deed om me te verontschuldigen. Dat kostte wat moeite: ik werk doorgaans zó goed en foutloos, dat ik me nooit voor dit soort stommiteiten hoef te verontschuldigen, ik moest dus echt even zoeken naar de voor dit soort gelegenheden geschikte woorden.
Een ander iets waarvan ik achteraf dacht: hier had ik iets beter over na moeten denken: ik vond mijn voorruit wat vies.
Nieuwe bus, nog geen grondige schoonmaak gehad.
Ik stapte in die bus bij aanvang van mijn dienst, en de collega van de ochtend (laat ik hem voor het gemak Robin noemen) vond het noodzakelijk om de troep voor de eerlijke vinder achter te laten. Van voor tot achter lagen er van die medische, rubberen handschoenen in die bus. Ik wil niet weten wat er tijdens zijn dienst voor rectale onderzoeken hebben plaats gevonden in die bus. Doktertje spelen op weg naar je all-in resort. Het kan, op Schiphol. Charmant is anders.
Goed, een wat smerige bus dus.
Aan het einde van mijn laatste rit, parkeerde ik het ding, en vertrok om even wat sociale contacten te onderhouden. Vlak voordat we bedankt werden, besloot ik om het voorraam te reinigen, middels de ruitensproeier.
Nu is het zo dat de voordeur van die bus, naar buiten en naar voren opent. Komt dus naast het voorraam terecht. Dan is het een niet bijzonder gelukkige keuze om je ruitensproeier te gebruiken als die deur open staat, want de hele binnendeur krijgt dan de volle laag. Schoon is die wel. Opvallend schoon zelfs.
Dus naar buiten kijken, is geen probleem meer.
En omdat ik zo feilloos ben in mijn werk, merk ik dat mensen er vanuit gaan, dat ik overal verstand van heb.
Het was een binnenkomer, en de trap moest naar het toestel gerold worden. Toen de trap (na veel vijven en zessen) eindelijk stond, voerde ik in mijn scherm in dat we ging instappen, en ik stapte uit. Dat bleek wat te optimistisch. De trap kwam niet op de juiste hoogte, was kaduuk. Ergo: er moest ergens een andere, wél functionerende trap opgedoken worden.
Ik liep terug naar mijn bus, plofte in de stoel en voerde in dat ik toch niet aan het instappen was.
Niet lang daarna kreeg ik via de porto de vraag wat er mis was met die trap.
Ik overwoog om te melden dat de afhandelaar hem niet omhoog kreeg, maar dat leek me voor een open kanaal waarbij alle passagiers mee kunnen luisteren, niet meteen het beste antwoord, dus ik volstond met zeggen dat ik veel weet op airside, maar dat ik geen trapmonteur ben, en dus niet weet wat er kaduuk is aan die trap, en dat ze ergens een ander op zullen gaan duikelen.
Dat leidde overigens ook tot wat hilariteit zo her en der.
Ik was denk ik 27. Het was denk ik de tweede keer dat ik mijn vader ging bezoeken in zijn residentie op wat later in de volksmond van ons gezin "het Eiland" genoemd wordt.
Dat ging toen nog met FlyBe. Zo'n airline die met vliegende sigaren met propellors voor niet al te veel geld naar Southampton vloog. Helaas inmiddels failliet.
Het was hartje winter, en los van het feit dat ik op de terugweg uit de rijdende auto sprong (nee, mijn vader reed niet zó intens slecht dat een sprong naar de dood te prefereren was, maar de auto gleed weg in de met bakken tegelijk uit de hemel komende sneeuw, en met mijn brute helden actie probeerde ik dat autootje (Hyundai i10, dus kleiner dan mijn fiets) op de weg te houden), en op de terugweg tot het moment van landen onduidelijk was waar dat zou gebeuren, ook weer vanwege die sneeuw in Europa, heb ik aan dat bezoekje ook een wat tastbaarder herinnering over gehouden.
Een horloge. Een keurig, strak, enigszins ingetogen horloge. Van het merk Police. Alsof het een voorbode was van mijn latere werkgever: de Marechaussee.
Ik had geen horloge, en gaandeweg mijn leven vond ik een horloge steeds meer een mannelijk en praktisch sieraad.
Ik wilde dus eventjes kijken bij de plaatselijke horloge-detaillist of ze in Engeland een klokje hadden dat mijn oog zou strelen en mijn pols zou sieren.
En dat hadden ze.
Ik was nog vreselijk onervaren. Ik wist totaal niks van die dingen, anders dan wat de goeie merken zouden zijn, die niet al te duur waren. Bij mij dus geen automaten, solars, of merken die horloges maken die duurder zijn dan mijn huidige woning.
Goed, de Police mocht mee naar huis, met dank aan mijn vader, en de tijd tikte ook aan mijn pols gestaag voort.
Ik kreeg een vrouw, die me een leuk horloge kado deed in de tijd dat ik nog helemaal de alfa-haan met een BMW was. Ik gaf mezelf eenzelfde horloge van het wat burgerlijker Citroën, en kwam in bezit van diverse automatische horloges.
Voor een latere verjaardag kreeg Ilse het voor elkaar om samen met wat familieleden mij een pracht van een Timex automaat van Snoopy kado te doen.
En zo bouwde ik ongemerkt een aardige collectie van voor mij bijzondere klokjes op.
En zo kon het ook dat het exemplaar waar dat eigenlijk allemaal mee begon in een vitrinekast belandde. Het glaasje leek mij gescheurd, na veelvuldig dragen en het batterijtje was reeds 3x vervangen. Plus dat ik uiteraard andere exemplaren had.
Tot het moment dat ik in bezit kwam van een automaat uit de jaren '70. Een bijzonder vintage exemplaar. Maar het liep niet lekker meer. Want totaal gebrek aan onderhoud. Een juwelier rekende botweg 600 euro voor een simpele onderhoudsbeurt, en dat vond ik eerlijk gezegd een beetje van de pot gerukt.
Maar er zijn meer van die lui, dus vandaag toog ik met die automaat naar een ander, en die wilde voor een paar euro's het ding eerst wel eens bekijken, en dan een offerte maken in voorkomend geval dat er echt noodzakelijke reparaties zouden komen. En het stellen van het bandje: gratis.
Oh, en met een uurtje mocht ik terug komen, want dan zou hij het batterijtje van de Police ook vervangen hebben. En het gescheurde glas: bleek niet gescheurd. Wel wat bekrast, maar als ik er niet mee zou gaan zwemmen, of douchen, was dat geen probleem. Ik zou het later eens kunnen vervangen, als dat echt noodzakelijk zou zijn.
En zo liet ik de automaat achter, en ging ik huiswaarts met mijn eerste horloge. Het klokje waar het mee begon, dat nu weer levenslustig aan mijn pols tikt. 18 jaar oud, dat horloge, en mijns inziens nog steeds stijlvol, sierlijk, en mooi.
vrijdag 10 april 2026
Uit de tijd.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Uit de tijd.
Er waren eens drie jongetjes. Ze groeiden op in dezelfde buurt. Gingen naar dezelfde school. Hadden ongeveer dezelfde hobby's. Ze zage...
-
Het was de week van veel herdenkingen en vieringen. Elk jaar is dat. En ook dit jaar werd er op mijn werk weer ferm stil gestaan bij het ei...
-
Ik schrijf vaak over pareltjes van het platform. Dat kan positief en negatief zijn. De negatieve pareltjes, noem ik dus ook cynisch "pa...
-
Het doet gewoon pijn aan mijn oren. En net als ik denk dat grof fysiek geweld de enige uitweg is, wordt het zwart. Ik ben hersendood geklets...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten