zondag 23 december 2018

Het is zondagochtend, en ik ben door mijn vrouw en Jente (om uiteenlopende en schuldeloze redenen) uit bed gebonjourd.
Ik zit aan mijn koffie, en de eerste peuk zit erin. Langzaam begin ik te ontdooien, en mezelf een heel klein beetje mens te voelen.
Vanuit mijn plek aan tafel heb ik zicht op onze kerstboom.
Onze boom, die ik redelijk casual, zonder al te veel zoekwerk uit de schappen van de plaatselijke grutter heb getrokken. (Die plaatselijke grutter is de Deen. En hulde voor de kerstbomen van de Deen, want het eerste boompje dat ik daar ooit kocht, staat inmiddels 2 jaar later nog steeds levend en gezond in de voortuin. Toch leuk).
Een niet al te hoge boom met een lekker dik buikje. Lijkt op zijn baas dus.
Waar veel mensen enorme bomen in huis halen en strak in het gelid zetten, en het ding op de millimeter nauwkeurig versieren met ballen en andere snuisterijen die voor het betreffende jaar door de commercie als hip zijn bestempeld, staat die van ons er toch wat povertjes bij.
Wat ik me bij aanschaf niet realiseerde: het boompje is zo krom als een banaan. De piek wijst letterlijk 10 uur aan. Om hem nog enigszins recht te zetten, heb ik klosjes onder de emmer geplaatst, en dat heeft in zoverre geholpen dat het nu geen 9 uur meer is dat de piek aanwijst. Of zelfs 8 uur.
Het uiteindelijke optuigen gaat ook zonder militaire precisie. Lichtjes werden er letterlijk in gedrapeerd, en aangezien Jente heel graag haar steentje wilde bijdragen, hangt alle onhippe (want niet door de commercie goedgekeurde kleuren, vormen en snuisterijen) troep er wat maf door elkaar heen in. En de zilveren slinger... Laat ik het erop houden dat die in samenwerking met de boom een eigen leven leidt. Het is bijna griezelig, maar ik zie elke keer als ik naar ons boompje kijk een afwijking in hoe die slinger hangt. Geen grote veranderingen, eerder van die kleine geniepige. Als je niet ff niet kijkt, lijkt die hier een takje lager, en daar een takje hoger te zijn gaan hangen.
Of het is poes Colette die daar een aandeel in heeft, het zou me niet verbazen.
Jente vond het prachtig om de boom samen met papa op te tuigen. En van de week had ze met opa en oma bij een of andere plantengrossier nog een paar geweldig (lelijke) passende paddestoelen van steen uitgezocht. In het rood. Ik vrees dat mijn door jeugdtrauma's verkregen wens tot een zilver versierde kerstboom bij Jente tot een gedwongen stop komt. Jente is veel kleurrijker dan haar vader.
Gelukkig maar.
Het is dan weliswaar een door Fred van Leer afgekeurde, smakeloze boom. Het is wel onze boom. En hij brengt sfeer en gezelligheid mee. En in tegenstelling tot de nu volgende herinnering, staat (letterlijk) het ding zijn mannetje in ons huishouden van lompe huisdieren, en kleine kinderen.

Het was ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw. Mijn ouders waren nog net niet zo ongelukkig met elkaar dat ze al aan een echtscheiding dachten, maar het scheelde niet veel. Het scheelde gedurende de eerste 10 jaar van mijn leven continu niet veel, maar dat ter zijde.
Wij gingen kerst vieren in Velp, bij mijn omaatje.
Dat betekende dat wij achterin de Opel Kadett zaten te ruzieen over wie waar moest zitten en waar wiens kont echt niet meer mocht komen, want mijn/haar plek. Als mijn ouders ons geruzie zat waren, gingen alle ramen dicht, en werden er halfzware sigaretten opgestoken. Dat kon toen nog zonder dat de anti-rook-maffia tot veel fysieker moord en doodslag overging. En stil werden we er wel van. Groen ook.
Mijn omaatje (het liefste mens op de wereld, waarvan ik het meest geleerd heb over het leven en over liefde, trouw en menselijkheid, ik mis haar nog dagelijks, want ze was de wijsheid in eigen persoon, ondanks dat ze nooit een universiteit van binnen heeft gezien) woonde in een klein huisje, maar met een voorkamer en een achterkamer. En in die voorkamer werden spelletjes gedaan, daar werd gegeten, daar werd ruzie gemaakt (door mijn ouders, of door mijn zus en mij als het zo uitkwam) en daar werd dus ook de kerstboom opgetuigd. In mijn herinnering veel groter dan die wij nu hebben. En hij werd ook op een hogere plek gezet, namelijk bovenop een bureau.
Dat voorkamertje was bijzonder klein, want er stond een kast, een bureau, een grote fauteuil, een tafel en meerdere stoelen. En als de broers van mijn moeder ook op bezoek kwamen, moesten de tuindeuren open, anders dan raakte de zuurstof echt op. Zeker met twee halfzware shag rokende volwassenen.
Maar goed.
Dat boompje stond trots te pronken op dat bureau. (Het was nog in de tijd dat die ellendige lichtsnoeren nog niet bestonden. Echte kaarsjes waren er, die met de hand in de fik gingen. En wij dus altijd bij de deur zaten, en er minimaal 2 emmers water klaarstonden om eventueel over-enthousiaste kaarsen meteen uit te doven door er een emmer water overheen te flikkeren).
Oma was bezig met de tomatensoep, en mijn moeder snauwde tegen mijn vader dat de boom scheef stond. Ik kan me niet herinneren dat mijn moeder anders dan snauwend tegen mijn vader sprak. (En vice versa, denk ik).
"Die boom staat scheef!!!"
"Die boom staat NIET scheef!!!!"
"Die boom staat WEL scheef, KIJK DAN!!!!"
"OKE!"
Zoiets.
Maar verder gebeurde er op dat moment weinig. Behalve dan dat de sfeer niet best was. Onze hond, en de hond van mijn oma waren al lang en breed naar de achterkamer vertrokken, en zus en ik hielden ons koest.
Oma kwam binnen met de tomatensoep. Ik kan me niet herinneren of het zelfgemaakte was, of van unox, wél kan ik me herinneren dat het prima soep was.
En met haar persoonlijkheid wist ze elke sfeer te verbeteren. Of die nu goed of slecht was, als mijn oma binnen kwam, was het altijd fijn.
Anyway. Lekker, soep! En er begon een onverdroten geschuif van mijn bord naar mijn mond.
Zonder enige waarschuwing vooraf: RUIUIUIIIIISSSS-VLEDDER!!!! RINKEL!!!! Daar donderde de boom, met versiering en al, over mijn vaders nek, op tafel. In zijn en in elk geval ook in mijn soep. Goddank hadden we de kaarsen nog niet aangestoken, anders was het hele huis in een voortijdige crematie voor alle betrokkenen veranderd.
Mijn moeder begon te juichen:"Hebben we toch nog ballen in de soep". Nu, 30 jaar later denk ik dat dat niet zozeer humor was omdat de situatie nu eenmaal heel erg "mister Bean" was, maar meer omdat ze gelijk had: die verrekte kutboom stond gewoon scheef.
Dat maakte de sfeer, in elk geval tijdelijk niet veel beter.
Gelukkig kon oma er ook hartelijk om lachen (ze had een ijzersterk gevoel voor humor. En kon gruwelijk goed relativeren. Ze maakte twee wereldoorlogen mee, ze verstopte Joden in haar huis, terwijl haar buren ingekwartierde SS'ers hadden, hoezo is een omvallende kerstboom een probleem?). En wij, nadat we van de eerste schrik bekomen waren, ook.
De mooiste herinnering wat kerst betreft, ligt ook in Velp. Om de een of andere reden was kerst in Velp ook altijd wit. Er lag altijd sneeuw. En dan gingen we met Oma de bossen in. Lekker dik aangekleed, knerpende sneeuw onder onze voeten, en dan de onvermoeibaarheid waarmee onze oma kilometers aflegde (ze moet toen al in de 80 zijn geweest) en de schier onuitputtelijke voorraad aan sprookjes en verhalen die ze tijdens die wandelingen wist te vertellen.
Heerlijk.

In mijn eigen huisje staat de kerstboom om bovenstaande reden ver verwijderd van tafel (zelfs als de zwaartekracht het ding niet omver krijgt, hebben we 2 lompe katten en een Jente die op hun tijd hun best doen om dit te doen gebeuren). Ik heb er namelijk een hekel aan om tijdens het eten gestoord te worden door vallende dingen in het algemeen en vallende kerstbomen in het bijzonder. Zeker als die in mijn eten terecht komen. Weinig zo smakeloos en vies als een verpletterde kerstbal die je tussen je liflafjes vandaan moet peuteren. Om nog maar te zwijgen van een paar dennennaalden die in de whiskey-bavarois zijn beland, en het geheel totaal oneetbaar maken.
En ook zijn wij met de moderne tijd meegegaan, en hebben ledlampjes in de boom, in plaats van kaarsen.
Tussen kaarsen en led, zaten nog die elektrische lampjes die om wat voor reden dan ook, en zelfs als je ze bijzonder netjes oprolde, toch elk jaar weer tot hysterische wanhoop leidde als je ze moest ontwarren om ze netjes in de boom te draperen. En als er één kapot was, moest je ze allemaal testen omdat, als er één kapot was, het hele snoer het niet deed. De hel dus.
De nu aanwezige ledjes hebben in elk geval het knoop-probleem niet (of Ilse beschikt over meer geduld dan ik, dat zou kunnen, in theorie), en dat maakt het toch een stuk vreedzamer allemaal.

Ik wil mijn trouwe lezers bedanken voor hun interesse. Van sommigen weet ik dat ze mijn blogjes als tijdverdrijf op het toilet gebruiken. Maar het blijft soms verrassend uit welke hoek de reacties komen. Van mensen van wie ik dacht dat ze überhaupt niet kunnen lezen, tot mensen die ik nauwelijks ken, die ineens tegen me beginnen te praten over mijn schrijfsels.
Vind ik leuk.
Ik wens jullie allen een mooi kerstfeest. En mocht ik tussen nu en 2019 geen kans meer zien om wat gekkigheid uit te tikken ook alvast een prettige jaarwisseling. Een gelukkig nieuwjaar wensen doe ik in de volgende blog weer.

Bye Bye beauties and beasts. 








zondag 16 december 2018

Kerstconcert 1

Het was zo'n dag waarvan je bij het opstaan al vermoedt dat het een aparte dag zal zijn.
De hoofdpijn waarmee ik wakker werd, was van het dodelijke soort. Niet bewegen met mijn hoofd, want dat triggert de kabouter met de ploeg tot het maken van diepe voren in mijn hersens.
Ik werd dus ook onbedaarlijk blij toen ik in de keuken een verloren gewaande strip advil aantrof. Advil is voor mij een soort van magische superaspirine, die snel en langdurig werkt.
Gezien het feit dat ik gisteren één van de twee kerstconcerten van 2019 zou spelen, vond ik dat ik het recht had om een van die wondersnoepjes achter mijn knoopsgaatje te slingeren.

En een aparte dag werd het.
Omdat ik vermoedde dat het concert wel eens langer zou kunnen duren dan de hoeveelheid minuten muziek (ten slotte: als een club als "the Lions" zoiets organiseert, willen ze vaak net zoveel praatminuten hebben als de muzikanten aan speelminuten gebruiken), had ik een verzoek tot carpoolen ingediend bij mijn collega's. En gelukkig: vriendje Martijn wilde mij wel oppikken. Of ik maar naar Houten wilde komen.
En aldus vertrok ik, laat in de vroege middag om mij bij hem te voegen voor de reis naar Oirschot.
Geheel gedachtenloos legde ik deze rit af, en dat had ik beter niet kunnen doen. Ik reed namelijk gedachtenloos naar de carpoolplek die altijd voor tripjes met de kapel gebruikt wordt, de carpoolplaats bij de Meern. Bij de Starbucks en de Burger King.
Toen ik die parkeerplaats opdraaide, realiseerde ik me dat me echt gezegd was dat ik naar Houten moest komen.
Martijn is namelijk ook een wiskunde docent, en die mensen zijn altijd 100% logisch. En het is niet logisch om een carpoolplek te kiezen die op de route naar het westen gaat, terwijl je naar het zuiden gaat om een concert te spelen. Maar ja, ik ben geen logisch mens, en aldus geschiedde.
Uiteindelijk troffen we elkaar bij Everdingen.
Gelukkig hadden we behoorlijk tijd genomen om er te komen, want ik was niet de enige die gedachtenloos een afslag verkeerd nam.
Kan gebeuren.
Mijn foute kersttrui kon bij de soundcheck gelukkig op veel warme hilariteit van mijn immer lieve collegae rekenen. En dat doet goed. Het is dan ook wel een ultiem foute kersttrui.

Het concert zelf was een aaneenschakeling van hilariteiten. Dat begon eigenlijk al met het hoge "skyradio"gehalte van alle kerstmuziek. Deze kerstmuziek deden we in enkele gevallen samen met een (iets te) close harmony meiden groepje die ervoor kozen om alles in het Nederlands te zingen.
Chestnuts in het Engels is al nauwelijks te beren, in het Nederlands met soms micro-tonaliteiten waar ze in India helemaal blij van worden, is het iets waar mijn ruggengraat nu nog van bij moet komen. Maar al met al was het een show waar het publiek van smulde, en dat is het allerbelangrijkste natuurlijk.


Als je als componist muziek schrijft voor een film, kun je voor trompet alle vormen van dempers voorschrijven. Maakt niet uit. Je kunt zelfs de trompettist voorschrijven dat hij geen tijd heeft om van demper te wisselen, de opname-technici knippen en plakken wel, en monteren het onder de film. No harm done. Dit is echter bij life-concerten een no-go. Want dan kan dat niet. Er wordt tijdens life-concerten nu eenmaal niet geknipt en geplakt. Iets waar je als arrangeur ter dege rekening mee dient te houden, als je dergelijke muziek gaat bewerken.
Dat deed de arrangeur van een van de liedjes niet. Die nam gewoon alles klakkeloos over.
En dan kom je als trompettist onbedaarlijk in de problemen. En ons probleem werd verdubbeld door het feit dat het podium waar we op zaten, 10 centimeter voor de voorpoten van onze stoelen, eindigde.
Tijdens de soundcheck, toen de prestatiedruk nog niet heel hoog was, leverde dat één of misschien twee keer een demper op, die de diepte opzocht van de ruimte onder ons podium. Gelukkig was er een collega op derde bugel die gniffelend onze demper wel weer wilde retourneren.
Tijdens het concert echter, toen de prestatiedruk wél gierend omhoog ging, gingen er meer dempers de diepte in.
VLEDDER!! Daar donderde rechts van mij een demper.
KLAFATS!!! Links van mij een demper.
RABENG!!!! Kut, dat was die van mij.
RINKELDEKINKEL!!! En tot grote verbijstering en vooral hilariteit van ons allen, verliet de stempomp van de trompet van Rianne zijn natuurlijke habitat, en eindigde net even te ver om stiekem en nonchalant dat ding weer op te rapen. (Dit uiteraard los van het feit dat daar ook helemaal geen tijd voor was).
De collega die ons eerst al grijnzend te hulp schoot, was om praktische redenen niet beschikbaar (hij had wel wat anders aan zijn hoofd,  namelijk zijn bugel) maar gelukkig was er een "Lions-bons" die zich niet per sé om die reden achter de coulissen ophield, en telkens half kruipend onze dempers en andere gevallen voorwerpen aan wilde reiken. Gezien het feit dat hij daarmee ook recht in onze vuurlinie kroop, grenst onze dankbaarheid jegens deze man aan het walgelijke, maar ook ons medelijden met zijn oren kent geen grenzen.
Volgende keren hopen wij toch dat dergelijk onhebbelijk arrangement onze lessenaar niet bereikt.
Hoewel het in theorie nog mogelijk zou kunnen zijn, dat wij als sectie gewoon collectief onhandig zijn.

Toch hadden we een leuke avond. Fijne collega's onder elkaar. Lekker lachen. Lekker samen muziek maken, en elkaar stimuleren om lekker te vlammen op het podium.
En achteraf nog even gezellig nakletsen.

Nog één kerstconcertje te gaan. Met collega Rianne, in het ieniemini gebedscentrumpje van Schiphol. Een kerstdienstje voor de reizende gelovige, die op dat moment nog geen vliegtuig hoeft te halen.
Altijd een bijzonder dienstje, omdat de ruimte zó klein is, dat er altijd iemand gehoorschade oploopt, zelfs als we niet spelen.
Maar ook altijd gezellig.
Van te voren nassen bij de Burger King, en achteraf wat gluhwein achterover slaan met een stuk kerstbrood.
En dan komt 2018, een dodelijk vermoeiend jaar zo zoetjes aan tot een eind. En hoop ik dat we in 2019 toch echt een goede mogelijkheid vinden om onze batterijtjes wat beter en permanenter op te laden. Dat we van Iphone-kwaliteit naar Motorola-kwaliteit gaan.

De tijd zal het leren.



zondag 9 december 2018

update.

Ik heb het afgelopen weekend bewezen dat ook beroepschauffeurs fouten maken. Bizarre fouten. Moedwillig. Of per ongeluk. Maar ook beroepschauffeurs maken fouten.
We moesten maar eens een weekendje weg, zo vonden de schoonouders, en via airbnb had Ilse een leuk onderkomen in Nijmegen geregeld. Aan de Via Gladiola. Die lange straat waar het einde van de Nijmeegse vierdaagse al aardig in zicht begint te komen. Inmiddels ben ik dat adres dus ruim 10 keer voorbij gewandeld.
Het aanrijden van dat adres bleek nogal een listig dingetje te zijn, want je rijdt over een grote, doorgaande weg, en parallel daaraan ligt een soort van fietsstraat, waar deels alleen maar fietsers komen, maar op gezette punten auto's vanaf de doorgaande weg op mogen draaien.
En dan moet je dus voor jouw adres wel de goeie doorgang hebben, anders heb je een nogal lepe uitdaging.
En we hadden de verkeerde. Achteruit terug die drukke doorgaande weg op, leek me een wat al te drieste actie, dus ik besloot om dan maar, geheel tegen alle regelgeving in, een meter of 100 aan fietspad mee te pakken. Puur om te voorkomen dat mijn mooie bolide door aanstormend verkeer totaal aan gort gereden zou worden. En heus, op mijn woord, ik zweer het: er reden geen fietsers op het moment dat ik deze aan complete waanzin grenzende actie uitvoerde.
Toen we onze bestemming naderde sprak Ilse dat we in een soort van kelder zouden logeren, dit weekend.
Ik kreeg al gelijk visioenen afkomstig uit CSI Miami, Criminal Minds en NCIS, maar gelukkig, het bleek een keurig schoon en goed onderhouden onderkomen te zijn, met eigen keuken, toilet, badkamer, slaapkamer en woonkamer, voorzien van alle gemakken.

De eerste avond hebben we niet zo gek veel gedaan, anders dan door de stromende regen naar het dichtstbijzijnde restaurant gewandeld om daar eens even heerlijk te genieten van een trio van wild en voor Ilse een vegetarische quiche zonder vlees.

Zaterdag zijn we, geheel tegen mijn natuurlijke driften in omdat ik de schurft heb aan rondhangen in drukke stadscentra, Nijmegen in geweest. Het centrum dus. En ondanks dat Nijmegen de naam heeft een mooie stad te zijn, moet ik bekennen dat ik er bar weinig aan vond.
Ze hebben er net als in Rotterdam een soort van koopgoot, waar je van alles kan kopen.
En ik moet toegeven: er zijn delen in het centrum echt wonderschoon. Maar dan loop je zo'n prachtige straat uit, om vervolgens serieus oogpijn te krijgen van de welhaast communistische jaren '50 lelijkheid aan beton voor je te zien.
We hebben er leuke dingen gekocht, en fantastische dingen ook niet gekocht. Maar vooral: we hebben er heerlijk rondgelopen, en fijn van elkaars gezelschap genoten.
Een gevalletje van: ik heb net een hele dag met mijn echtgenote doorgebracht, eigenlijk best een leuk mens.

In de avond zouden we naar een film gaan in de bioscoop gaan in het niet-zo-heel-erg-pittoreske dorpje Lent.
En hier beging ik dus mijn tweede intense fout in het verkeer.
Ik draaide de parkeerplaats op, en (tot mijn verdediging) het was er ongelooflijk onduidelijk donker. Dus ik volgde zomaar een baan, waarvan ik dacht, dat die ons zo dicht mogelijk bij de ingang van de bioscoop af zou zetten.
Die baan echter, bleek het voetpad dat de parkeerplaats met de ingang verbond.
Het viel me eigenlijk pas op, toen ik alle auto's aan die baan geparkeerd zag staan. En maar mopperen over al die mensen die voor mijn wielen paradeerden.

Uiteraard kwam daarmee ons fijne weekendje tot een einde.
We reden op ons dooie akkertje naar huis, en tijdens die trip wilde ik een dikke volvo in halen. Ik gaf naar links aan, schoof op, en versnelde. Meneer in de volvo deed dat dus ook. Waarom? Joost mag het weten. Maar die etter bleef maar versnellen, terwijl ik niet eens meer in zijn dooie hoek reed.
Uiteindelijk was ik het zat, en ben ik maar doorgegaan tot hij opgaf. Ik zat toen op de 170.
Fout, ik had dat etterbakje (want in het voorbijvliegen, zag ik dat hij eruit zag als een 17 jarig etterbakje dat onder begeleiding van zijn etterbak vadertje zijn eerste ritjes in een dikke bak mocht maken) natuurlijk ook gewoon kunnen laten gaan. En weer naar rechts kunnen schuiven.
Maar dit soort acties van de medeweggebruikers vind ik altijd schijt-irritant. En nu was het zondag, rustig op de weg voor me, en kreeg ik het van de mongoloide stupiditeit van etterbak-papa en etterbak-ettertje gewoon op mijn heupen.
Mijn intense vermoeidheid zal hier meespelen, of mijn toch al niet in grote getalen aanwezige geduld.

En toen kwamen we thuis.
Ik had door de politie een bewegingsdetector laten plaatsen die aangesloten is op het nummer van de politie. Als er boeven zijn, gaat de bewegingsdetector af, en dan komt de politie er rap aan om de onverlaten op te pakken. Ten minste, dat is het idee erachter.
Of het werkt, kan ik niet zeggen, want er is niet ingebroken. Het idee erachter staat me wel aan.
Maar ja.
Voor thuiskomst, moesten we bellen, zodat de politie het spul ook weer kon weghalen. En aldus te voorkomen dat ze met zwaailichten, toeters en bellen ons zouden komen lichten.
Dat zijn van die momenten dat we echt serieus eventjes de kop erbij moeten houden. En dat is wel een dingetje. In huize Ilse en Marnix.

Inmiddels heb ik ook net eventjes een kerstboom gekocht.
Leuk om met Jente op te tuigen.
Het wederom een keurig boompje geworden. Dik buikje, lange nek. Net als ik. Voelde heel vertrouwd toen ik die uit het rek bij de plaatselijke grutter trok.

Hoewel de airbnb erg mooi was, was het bed niet helemaal ons ding. Erg krap en met een tweepersoons dekbed in plaats van 2 éénpersoons dekbedden was het voor ons weer als vanouds knokken om de deken.
Het was een mooi weekend, we zijn beiden bekaf, maar het heeft ons hopelijk wel goed gedaan voor de langere termijn.


donderdag 6 december 2018

Update.

Ik kom niet graag uit voor mijn zwakheden. Wie wel. Zwakheden camoufleer je. Verdoezel je. Stop je weg met een labeltje: later effe bijpunten.
Een van mijn zwakheden is dat ik het lastig vind om om hulp te vragen. Zeker in situaties, waarvan je wel weet dat je er hulp bij nodig hebt, maar waarvan je ook niet echt duidelijk hebt wat die hulpvraag dan precies moet inhouden. Waar je precies hulp bij nodig hebt.
Mijn accu heeft hetzelfde gedrag als die van mijn gewezen en vermaledijde IPhone. Moeilijk op te laden, en je ziet hem leeglopen waar je bijstaat. Nu goed, een bekend verhaal, ik heb er reeds over geschreven.
Vorige week plugde ik uit. Met een groot gevoel van schaamte en falen vertrok ik halverwege de repetitie naar huis. Op. Jankend.
Gelukkig kon ik op veel begrip rekenen. Ik moest maar ff bijrusten. Oke, dan zie ik jullie over 2 jaar wel weer. Zó moe voelde ik me.
En gesterkt door die steun van mijn collega's/ leidinggevende, kwam ik ook een beetje tot rust. (Mijn collega's zijn hun gewicht in goud waard. Als ze wat zwaarder zouden zijn, zou het zelfs realistisch zijn).
 Het is zeker niet wat het zou moeten zijn. Dat zou ook te mooi zijn. Maar ik wil koste wat kost de gang naar een bedrijfsarts overslaan, en het zelf oplossen. En dat kan zo ook. Hoe dan ook niet zonder hulp, maar ik kan nu nog zelf kiezen voor hulp in plaats van dat het noodgedwongen moet.
En er komt hulp. Dat weet ik. Dat is fijn. Ook die zal geen ijzer met handen kunnen breken, maar misschien net dat stukje toe kunnen voegen waar Ilse en ik baat bij hebben.

Een paar dagen later, was het gisteren. En gisteren was het Sinterklaas. Dat vierden we bij Opa en Oma. Opa had de buurvrouw gecharterd om even op de ramen te bonzen. Want Sinterklaas had het heel druk, dus die had alleen maar tijd om op de ramen te bonzen, en misschien wel wat kadootjes in de gang te zetten.
Aldus zaten we in spanning te wachten. Zou Jente wel zoet genoeg zijn geweest het afgelopen jaar? En jawel: daar klonk het gebons op (en bekant door) de ruiten. Jente gillend van opwinding naar de gang, en daar stonden meer kadoos dan mijns inziens goed is voor zo'n klein hoopje mens.
Maar wat had ze het naar haar zin. Wat was ze uitzinnig van opwinding van barbiepop, alpacaknuffel die groter is dan zijzelf, een paar boeken, wat spelletjes en meer lekkers dan haar mondje in 3 jaar weg zou kunnen kauwen. De blijdschap op haar smoeltje is zelfs door een zeer getalenteerd (woord)kunstenaar met geen pen te beschrijven (tekenen).
Zelf had ik niet zoveel wensen. Eigenlijk maar één.
Mijn muts van enkele jaren oud, was finaal door zijn elastiek heen gegaan. Zakte bij kans over mijn ogen heen, zo slap was dat geworden. (En ja, dat heeft ook met mijn uitzonderlijk dikke kop te maken, om die grap maar vast voor de voeten van Jan met de Lolbroek weg te maaien).
Dus ik wilde een blauwe muts met een pompon erop.
Op het platform van Schiphol kan het bitter koud zijn, en dan is een lekker warme muts toch wel een fijn ding. En omdat ik nog nooit van mijn leven een muts met pompon had, wilde ik dat dolgraag. Vooral omdat ik mannen en vrouwen die een muts met pompon dragen altijd bijzonder aandoenlijk en charmant vind. Mannen en vrouwen die een muts met pompon dragen, kunnen niet anders dan vriendelijke, vrolijke mensen zijn. Dat wilde ik dus ook. En nu heb ik die. Ik heb er helemaal verguld mee.  Hoewel nog niet bewezen is, dat ik vriendelijk of vrolijk ben, maar dat geheel terzijde.
Had ik maar één wens? Nou nee. Maar de wensen die ik verder heb, koop ik zelf wel, omdat het allemaal te specifiek is. En die andere wens...
Laat ik zeggen: het is jammer, en pijnlijk dat ik gewoon te moe was om met alle opwinding van Jente goed mee te kunnen doen. Dat ik eigenlijk wat weinig heb kunnen genieten van haar blijdschap en opwinding over alle kadootjes van de goedheiligman.
Tuurlijk: ik was best blij voor haar. En ik genoot er heel best van. Maar toch op halve kracht. En dat, zo realiseer ik me, is best frustrerend.
Daar heeft ze, als het goed is, niks van gemerkt. Opa en Oma hebben lol voor 10 en pakken veel zaken erg fijn op. Ook die mensen zijn hun gewicht in goud waard, het is alleen jammer dat ze niet wat zwaarder zijn.

Omdat ik toch ook iets vrolijks wil schrijven, een kleine beschrijving van een busritje, met een wat bijzondere meneer. Dit speelde ook alweer een ruime week geleden. 

Het was een belangrijke man, dat zag je aan alles. Een rijzige gestalte. Een geprononceerd hoofd, kalend. Borst vooruit (en dat kostte, gezien de omvang van zijn buik nogal wat moeite) en kordate bewegingen. Continu in zijn mobiele lulijzer aan het kakelen. Of snauwen.
Ja, snauwen. Want zijn gezichtsuitdrukking tijdens dat gesprek, was niet bijster vrolijk.
En toen dat kind, dat per ongeluk al spelend voor zijn voeten belandde. Het werd nog net niet weggeschopt.
Dure kleren ook. Gesteven maatpak, zo leek het wel. En glimmende loafers aan zijn voeten.
De gate ging open, voor de "sky-priority" members. Of hoe dat ook heten moge. Alle elitepassagiers mogen dan als eerste boarden.
Bij het busvervoer is dat een wat loze kreet, want iedereen neemt plaats in dezelfde bus, en dus moeten alle elitepassagiers alsnog in een volle bus. Maar soit.
De meneer wist niet hoe snel hij alles en iedereen te snel af moest zijn, om als eerste maar in die bus te geraken.
En in de bus, tegen de voordeur aan te leunen, want dat zou kunnen betekenen dat hij als eerste de trap op mag sprinten, zo het vliegtuig in.
Ik moet daar altijd een beetje om grijnzen. Het is zo nutteloos. Dat vliegtuig vertrekt geen seconde eerder dan dat de laatste passagier zit, maar dat is een gegeven waar veel mensen weinig van lijken te snappen.
Wat ik wel vervelend vind is dat mensen die tegen mijn voordeur komen aanleunen, mij het zicht naar rechts ontnemen. Meestal "bonjour" ik die dan ook naar achteren. Ten slotte moet ik wel mijn werk kunnen doen, en als ik van rechts iets mis, is zo'n oversized sardineblik echt niet bestand tegen een bagagetrekker die zich een weg naar binnen baant. Bovendien: de gele lijn op de grond geeft aan waar passagiers niet meer horen te staan, en als ik ze toesta om daar wel te staan, ben ik de klos en mijn baantje kwijt. En dat gaat me nu net eventjes te ver.
Maar goed, ik stond maar te wachten, want we werden niet afgestuurd. En dat wachten werd wat merkwaardig.
De meneer kwam namelijk vragen waarom we niet vertrokken. De bus was toch helemaal vol, nietwaar? En hij als priority-member, zou toch niet zolang hoeven wachten, vond ik ook niet?
Ik zei vriendelijk tegen de man, dat we zouden vertrekken als het vliegtuig klaar was, en dat ik dan een seintje zou krijgen.
Dat bleek niet helemaal het antwoord te zijn dat de man horen wilde, en mopperend ging hij weer tegen de deur staan leunen.
Die bus was overigens met maar 20 man nog lang niet vol, en er zouden er nog zeker 20 bijgepropt worden.
Maar goed, die mensen waren er ook, dus ik kreeg een vrolijke zwaai van de meiden binnen, ten teken dat ik kon vertrekken en de tweede bus op kon roepen.
Nu is het bij die bussen zo dat de voordeur naar binnen klapt als hij open gaat, en dus van binnenuit ook weer dichtklapt. Dus bij het sluiten van de deur, zei ik dat de meneer moest opletten bij de deur, en daarop sloot ik de deur. Komt die er nog bijna tussen.
En toen begon het gelazer pas echt.
Omdat ik dus veilig wil rijden, en daarvoor echt mijn voordeur nodig heb voor het zicht naar buiten, verzocht ik de meneer om naar achter te stappen, achter de gele lijn op de grond.
Het gesprek dat daarop volgde ging ongeveer zo:
Ik: Meneer, zou u achter de gele lijn willen plaatsnemen, ik heb mijn deur nodig om u allen veilig te vervoeren.
Meneer: Ik sta hier prima, en jij kunt makkelijk om me heen kijken.
Ik: Meneer, ik kan niet makkelijk om u heen kijken, u hindert namelijk mijn zicht, zou u naar achteren willen stappen.
Meneer: ik ben sky-priority member. Sky-priority member. Dat betekent dat ik meer rechten heb, en daar betaal ik voor.
Ik: u betaalt dus ook voor veilig busvervoer op schiphol, en daarbij heb ik uw medewerking nodig, en dat betekent dat u toch wel enigszins mijn aanwijzingen moet opvolgen. Zoals op heel Schiphol, overigens.
Meneer: ik heb priority, en ik wens verder niet te debatteren met u. (Zo zei hij dat echt, alsof er een debat nodig is over veiligheid).
Ik (was het helemaal zat): meneer, als u geen prioriteit geeft aan uw veiligheid, en de veiligheid van de andere passagiers, dan laat ik de marechaussee komen, die u met heel veel prioriteit naar een kamertje zullen brengen alwaar u kunt uitleggen wat precies de prioriteit is van uw wens tot het saboteren van het begin van een veilige vlucht, die u overigens in dat geval gegarandeerd zult missen. MIJN prioriteit is namelijk veilig vervoer, en dat staat u letterlijk en figuurlijk in de weg. Ik vertrek pas als u met ongelooflijk grote prioriteit naar achteren schuift.
Dank u.
Ik geloof dat de man een beetje geschokt was door het feit dat een simpele buschauffeur hem letterlijk en figuurlijk op zijn plek zette, maar soms is dat nodig.
En het gekke is: de mensen waarvan je denkt dat ze het slechtste mee zullen werken, zijn de meest aimabele mensen, en de mensen waarvan je denkt dat ze beschikken over enig niveau, blijken gewoon ongelikte beren te zijn.






Uiteraard moest ik hierom grinniken. Ik vraag me soms wel eens af wat er precies in zo'n hoofd omgaat. En wat voor baan en gezinsleven zo'n kerel dan heeft. Of die erg gelukkig is, met hoe het gaat. En wat hij zelf nu vindt van zijn eigen houding. Op dat moment heeft het bitter weinig zin om die discussie met zo iemand aan te gaan, maar ik zou er best wat voor over hebben om zo'n man later nog eens te spreken en hem dat te vragen. Gewoon uit interesse. Hoe kom je er toch op.

Maar goed. Op naar een goede nachtrust. Hoop ik.





maandag 26 november 2018

Veranderingen. (Dit is alweer 401)

Er zal geen studie psychologie nodig zijn om te beseffen dat ik op dit moment even niet zo goed om kan gaan met veranderingen. Mijn toch al lichtelijk autistische karakter, zou serieus door het plafond gaan van ellende als ik nu ineens mijn hele huis zou gaan verbouwen.
Er zal ook geen graad in paragnosme voor nodig zijn, om te bedenken dat er dus echt het een en ander groots veranderde in mijn leven, in de afgelopen vier dagen.
Dat begon vrijdag al.
Ik wilde weten of ik mijn contract mocht verlengen bij mijn grote vrienden van T-Mobile. Dat doe ik het liefst in de winkel. Dan kan ik de verkoper eens diep in zijn of haar ogen kijken, en vriendelijk brommen dat ik elders toch echt goedkoper terecht kan. Dat weet de verkoper daar ook, en we weten allebei dat ik uiteindelijk dat krijg wat ik wil: een nieuwe telefoon, en lagere kosten per maand. Maar dat spelletje speelt nu eenmaal lekkerder in real life, dan via de telefoon.
Maar om nu te voorkomen dat ik naar die winkel ga (zwarte vrijdag, en dus achterlijk druk, zelfs in het centrum van Almere-buiten) om er daar pas achter te komen dat ik nog helemaal niet aan verlengen toe ben, leek het me handig om eerst even te bellen.
Toen ik eindelijk, na veel minuten in de wacht te hebben gehangen (het wachtmuziekje van T-Mobile verdient een serieuze aanbeveling: het is alsof je in de wacht hangt voor een sekslijn, zo zwoel, hitsig en geil klinkt dat wachtmuziekje) was het eerste dat ik tegen die gozer aan de lijn zei dat ik mijn contract wilde opzeggen.
Fuck, dat was helemaal fout. Ik wilde verlengen en weten wanneer enzo. Maar om een of andere onduidelijke reden, verhaspelde mijn brein en mond de diverse zinnen en kwam er totaal het tegenovergestelde uit van wat ik wilde. Gelukkig konden we erom lachen, en kon ik lopend (ja, meer dan 2 (twee) kilometer!!!) naar de winkel om een nieuwe telefoon te kopen.
Ik was al een poos helemaal klaar met de Iphone. Na 2 jaar was het nauwelijks meer een mobiele telefoon te noemen. Continu aan de lader, omdat de batterij bijna letterlijk voor mijn ogen leegliep. En als je hem dan aan de lader wilde prikken, pakte die 9 van de 10 keer niet gelijk, en moest je dus serieus goed kijken of je hem goed ingeplugd had, anders viel die dood aan het snoer.
Het ding werd traag als dikke poep, en ook het feit dat het synchroniseren met de oude laptop een crime pur sang was, werd me steeds meer een doorn in het oog.
Ik meldde de verkoopster vrolijk dat ik klaar was met meneer Appel, en ik graag een Kimchi telefoon wilde. Samsung dus.
Die verkoopster keek mij grijnzend aan, en deed iets wat niemand met kennis van zaken mij eerder flikte: ze vroeg naar mijn eisen en wensen. En raadde vervolgens de Samsung af. En kwam met een Motorola aan. Dat is geen onbekende. Mijn allereerste telefoon was een Motorola, en dat ding kreeg ik zelfs met grof geweld niet stuk. Een valpartij van het balkon 3 hoog, overleefde het ding. Dus ach, God zegene de greep, als ik maar geen Iphone meer hoef. En dus toog ik opgewekt met een Motorola naar huis.
Je gelooft het niet, maar het omzetten van al mijn zut van Iphone naar Android ging eigenlijk zonder maar een lelijk woord te laten vallen. Dit met dank aan een speciaal ontwikkelde app, anders denk ik dat ik alle heiligen die ik ken, afgestoft had, tot de verf verbleekt.

En daar bleef het niet bij.
Van het weekend viel mij op dat het aquarium niet helemaal waterpas stond. De kast waarop we hem gezet hadden, bleek bij nadere inspectie slechts 30 kilo te kunnen dragen. Op zich dom dat we dat niet van te voren gecontroleerd hebben. En mijn aquarium alleen weegt al het dubbele. Geen wonder dat dat kastje uit het lood kwam te staan. Op zich wel hulde voor de Ikea dat dat kastje dus beter presteert dan zij denken.
Ilse waarschuwde me al dat dat niet lang goed zou gaan.
Maar ik was gisteren te moe om erover na te willen denken. Al kon ik met al mijn realisme in mijn hoofd het aquarium diep in de nacht op de plavuizen horen kletteren. En dat zou hoe dan ook tot overenthousiast vloeken, tieren, schreeuwen en schelden hebben geleid.
Maaaaaaar.....
Na een lange werkdag vandaag, kreeg ik een bizarre kolder in mijn kop, en leek het me een fabeltastisch goed idee om het dreigende probleem van een ten onder gaande kast en aquarium te tackelen voor het begon.
En aldus begon er een geschuif en geklooi met meubelstukken.
(En dat dus allemaal uit mijzelf. Vraag Ilse of ik graag iets aan de inrichting verander, en ze zal je zuchtend vertellen dat ik zo eigenheimerig ben als een opperdoezer, en dat verandering in huis, gelijk staat aan nachten aaneengesloten nachtmerries. Meestal weet ik Ilse's enthousiasme tot verandering in te tomen met de opmerking dat al die verandering niet goed is voor Jente. En al helemaal niet voor die arme Claus die na zijn strooptochten door de wijk telkens weer totaal verbijsterd thuis komt en zijn eigen territorium niet meer herkent. Alles om maar aan te tonen dat verandering echt niet nodig is, en alles om maar te voorkomen dat het lijkt alsof ik gewoon niet zo happig ben op verandering). 
Het gevolg is echter wel dat we weer meer ruimte hebben gecreëerd, en dat het aquarium veilig staat.
Omdat het energielevel nog steeds beneden alle peil is (gelukkig ben ik niet depressief of zelfs maar ongelukkig te noemen) heeft met name deze verandering (en eigenlijk meer het harde werken dat erbij kwam kijken) er wel toe geleid dat ik nu dus compleet uitgeteld op de bank deze blog aan het tikken ben.
(Nummer 401 op deze pagina, gepubliceerd. Toch leuk om te weten, nietwaar?)

Om dan toch even af te sluiten met een klein bizarrigheidje.
Als je je auto parkeert, zet je hem op de handrem. Althans, sommigen doen dat. Er zijn ook mensen die de auto in de eerste versnelling zetten. Weer andere mensen maken gebruik van de natuurlijke glooiing van de plaats waar ze hun auto zetten, maar dat is meer een kwestie van geluk.
Sommige mensen zijn te laat, of te dom en doen geen van allen. Kwakken hun auto neer in een parkeervak, stappen uit, vliegen naar hun (eind)bestemming en dat is dat.
Dat is dat, ware het niet dat ze beter wél hun auto op de handrem of in de versnelling hadden kunnen laten staan.
Zo kon het gebeuren dat ik samen met wat collega's huiswaarts keerden na een lange en leuke werkdag op de bus, en wij bij het parkeerterrein geconfronteerd werden met een auto die midden op de rijbaan stond. Stil stond. Zonder eigenaar in de buurt. Das gek.
Even kijken: jawel, op slot. En inderdaad: handrem omlaag, en versnellingspook in zijn vrij. Een heel kleine glooiing in het wegdek, was voldoende om die auto naar het midden van de weg te laten rollen. Had die vent (vrouw?) nog geluk dat de glooiing niet eindigde bij de volgende rij auto's. De ellende zou niet te overzien zijn geweest.
Wij zijn niet de lulligste (en ook niet geheel altruïstisch, want wij moesten door dat laantje ook weer naar de uitgang) duwden wij die auto (een volkswagen golf. Zo zie je maar: mensen die niets met auto's hebben, rijden in een Golfje ;) ) terug zijn vak in, legden een steen voor de wielen, en schreven een briefje voor de eigenaar, met daarin de tip om volgende keer toch maar wél de handrem of versnelling te gebruiken, aangezien niet iedereen heel voorzichtig met andermans auto omgaat als die midden op de rijbaan blijft hangen.
Nu ja, we blijven allemaal mensen.

maandag 19 november 2018

Zul je minder over me denken?

Als mensen vragen hoe het gaat, kun je 2 dingen doen.
1) "Het gaat goed". En dan over tot de orde van de dag. Vaak voelt dit sociaal wenselijk. En vaak ook het makkelijkste, want je hoeft dan niet uit te leggen waarom het eventueel niet goed gaat.
Dat dat in wezen een energie-rovend antwoord is, komt pas veel later in je op. Je bent namelijk op een negatieve manier toneel aan het spelen.
Dit mocht ik ervaren in de periode tot en tijdens 2012, toen ik 2 huishoudens moest runnen. Alleen vrienden en directe collega's wisten het. Maar verder. Sociaal wenselijk doen, want ik heb niet echt het idee dat een voorbijganger, of (vage) bekende heel erg op je levensverhaal zitten te wachten. Of er zelfs maar tijd voor hebben.
2) "Het gaat niet goed", en dan hopen dat de vrager niet van spijt zijn tong afbijt, want hij/zij had niet echt gerekend op een droevig levensverhaal. En dan twee mensen onbevredigd achterlaten. Of zo.

Het gaat goed. Alweer een klein half jaar is dat mijn antwoord in de meeste "koetjes-en-kalfjes-gesprekken" die ik voer.
Het gaat op zich ook wel goed. Ik heb een heel erg toffe baan op Schiphol, waar ik veel en vriendschappelijk met mijn collega's optrek. Het werk is leuk, en na de werkdag flikker ik de bus op zijn plek en ga ik naar huis. Fluitend erheen (niet letterlijk, want de vroege uurtjes blijven voor mij iets buitenaards, en voor ik daadwerkelijk mensen kan ontvangen in mijn bus, moet en zal ik meer koffie slurpen dan medisch gezien verantwoord is), en fluitend naar huis. Weer een gezellige dag met toch wel hard werken achter de rug.
Ik heb een leuke baan bij de kapel. 
Maar...
Het gaat stiekem toch niet zo goed. Ilse zit nu alweer een geruime tijd ziek thuis, en doet haar uiterste best om haar burn-out te boven te komen. Dat is geen sinecure. Energielevel om van te janken. Een soort van oplaadbare batterij, die maar niet boven de 40% wil opladen.
En dus komt er, los van mijn werk, nogal wat werk op mijn bord. Als ik thuiskom van een lange dag sturen of spelen, moet ik (als ik pech heb) nog koken. Vaatwasser inruimen (really: wij doen wat fout. Elke dag moeten we de vaatwasser compleet dichtmetselen om alle afwas erin te krijgen), troep opruimen.
En wat me nog het meeste verdriet doet: als ik thuiskom, en Jente helemaal blij op me afrent om te knuffelen en te stoeien, moet ik serieus alle zeilen bijzetten om mijn tandvlees (waar ik heel de tijd op liep) op te rollen, en haar even de aandacht te geven die ze verdient. Waar ze recht op heeft. En dan dus neerzakken op een stoel. En dan moet ik dus vaak mezelf net ff te streng toespreken: Jente kan er niks aan doen, ze is pas 3.
Ilse doet keihard haar best, en ik verwijt haar uiteraard niks. Ziek is ziek. En alle lof voor haar, dat ze ondanks haar eigen burn-out, haar best doet om te doen wat ze kan. En toch te re-integreren. Maar ik merk, net als in 2012 dat twee banen, 1 huishouden en de zorgen om mijn zieke vrouw bij mij ook zijn tol beginnen te eisen.
Toen mijn moeder aan het overlijden was, had ik dit ook. Hoewel: blijkbaar (en helaas kan ik die vergelijking maken) minder heftig als nu. Wellicht omdat het nu om mijn eigen gezin gaat. De vrouw van wie ik hou, en mijn dochter op wie ik stapelgek ben. Toch letterlijk en figuurlijk dichterbij, want als ik van Limburg weer naar huis ging, kon ik deels gewoon de deur achter me dicht flikkeren.
Dus moet ik toegeven dat ik van mijn eigen situatie in 2012 bitter weinig geleerd heb. Of in elk geval te weinig heb zien aankomen, dat ik bij dit soort toch wel maximale belasting het niet helemaal zelf kan. En dus ergens wat tools, tips, tricks vandaan moet halen, om nog eventjes door te zetten.
Door te zetten voor mezelf, voor Ilse en voor Jente. Maar ja... Hoe dan?

Het is dus een worsteling hier thuis. Om overeind te blijven.

Ik heb ooit bewust de keuze gemaakt om mijn lesgeven in te ruilen voor een baan op Schiphol. Dat heeft me niet meer tijd opgeleverd. Wel meer financiele ruimte. Hoewel... De salaris-omstandigheden blijven hetzelfde: niet werken, is niet verdienen.
En in principe werk ik als chauffeur meer uren, dan als docent.
Dat ik met die ruil blijkbaar en verbazend genoeg toch ook ongemerkt mijn carriere als freelance trompettist opgaf, viel me later pas op, toen mijn agenda wat dat betreft leeg bleef.
Zó leeg, dat ik na veel nadenken toch maar mijn piccolo-trompet verkocht heb. Ik speel er toch niet meer op.
Niet zonder weemoed heb ik het ding weggedaan. Geen Bach meer. Geen Haendel meer. Toch een hoofdstuk van mijn leven dat afgesloten lijkt. Ik hou de deur op een kier, maar moet realistisch zijn. Met de hoeveelheid studenten die conservatoria op de steeds krapper wordende markt uitbraken, zal dat er ook niet beter op worden.
Maar aan de andere kant: ook geen handengewring omdat ik die snabbels toch wel nodig heb om het einde van de maand te halen. Geen snabbels meer waarbij je boekhoudkundig toch wel erg optimistisch, of gewoon erg dom moet zijn, om jezelf voor te houden dat je na aftrek van de reiskosten en belastingen, meer verdient dan een gemiddelde vakkenvuller van 13 bij de lidl.
Wel levert dit me de mogelijkheid op om de leuke dingen met meer plezier te doen. Filmmuziek, operette. Dat betaalt ook niet denderend (of zelfs helemaal niet) maar het kan allemaal wel. Omdat ik er niet meer van afhankelijk ben.

Kortom: veel om over na te denken, als ik er de energie voor heb. En ik hoop snel een paar handvaten te hebben om te voorkomen dat ik straks finaal door het ijs ga.
Zou erg fijn zijn.
Gelukkig heeft Ilse iets, waarmee ze me heeft aangestoken: een soort van blijmoedigheid om het toch een beetje te accepteren.
Een soort van Luctor et Emergo 2.0

Bed roept.



 





zondag 11 november 2018

Voedselnijd

Het staat echt supermooi op de verpakking. "Kinderen vinden het heerlijk!!!".
Dus ik blij als een kind (pun intended) die zak zoete aardappelen in mijn mandje geknikkerd.
Het plan was namelijk om een lekkere stamppot te maken van onder andere zoete aardappelen. En ik was helemaal blij dat die mededeling erop stond.
Want het eten van Jente houdt niet over.
"Ik lust dat niet".
"Dat wil ik niet."
"Ik wil niet eten."
"Ik wil alleeeeen macajonie".
En dus flikker ik al een paar maanden haar bord vaak maar half of minder leeggegeten in de kliko. De daar huizende entiteiten smullen al een paar maanden van overheerlijke verse groenten, vlezen en andersoortig voedsel. Als de katten de kliko open zouden kunnen krijgen, zou zelfs de buurt-terror-kater Claus te weinig energie hebben om al die beesten uit de tuin te jagen en te houden.
Ik durf best te stellen dat haar eigenwijsheid bij haar moeder vandaan komt. Ik heb het mijne ten slotte nog.
Maar dat ze nu al (voor mijn gevoel) maanden leeft op boterhammen met worst, hagelslag of pindakaas, omdat ze de rest niet lust, komt echt niet van mij. Of haar moeder, for that matter. Ik ben op drop en bananen na, een hele makkelijke eter. Ik hou van lekker en veel (of omgekeerd) eten. Ilse is ook best makkelijk. Ondanks dat ze vegetariër is, want hou haar een lekkere verse rookworst of goudbruin gefrituurde frikandel voor, en je ziet zelden een blijere vrouw.
Ik weet soms echt niet waar ik goed aan doe.
Bestraffen? Er een spel van maken? Niks meer te eten geven tot haar bord leeg is? Alles al geprobeerd, en niks werkt. Ze wil gewoon niet eten. Ja, vlak voor ze naar bed moet. Dan heeft de draak ineens wel honger. Maar niet in haar bord inmiddels koud geworden eten. Nee, dan blieft madam toch wat anders.
Ja dahag. En dat levert ons weer een huilpartij op waar de honden (en ik) geen brood van lusten (no pun intended, want ook dat brood krijgt ze dus niet).
Inmiddels zit ik dus met mijn handen in het haar (niet tijdens het eten, of koken, want dat is niet zo hygienisch), omdat ik niet weet waar ik goed aan doe.
Verder is het best een leuk kind, eigenlijk. En herken ik er best veel van mezelf in, gelukkig.

En nu ik het toch over goudbruin gefrituurde frikandellen heb...
Ik kwam laatst thuis, en toen trof ik op het aanrecht een frituurpan aan. Een hele nieuwe.
Ik heb ooit eens voor mezelf besloten dat het beter zou zijn om geen frietenpan in huis te hebben. Dit omdat mijn aangeboren luiheid voorkomt dat ik al te vaak naar de snackbar loop, en als ik geen bruin te bakken fruit in huis heb, ik toch sneller voor het gezonde kies. (De snackbar ligt 50 meter verder van mijn huis dan de supermarkt, en ja: dat is een argument om voor de supermarkt te kiezen ipv de snackbar).
Maar goed, die beslissing stamt uit een tijd dat mijn gewicht dichter tegen de 150 kilo zat dan tegen de 100 kilo. Die beslissing is een beslissing uit de tijd dat ik nog geen vrouw, kind, 2 auto's, 2 katten en ettelijke waterdieren had.
En aangezien de frituurpan reeds betaald was, had ik er verder ook weinig tegenin te brengen. Ik bedoel: terugbrengen is zonde, buiten gooien is zonde, niet gebruiken is zonde en om vanwege een aankoop zonder overleg een echtscheiding aan te vragen, gaat zelfs mij een brug te ver. Dus we hebben een frietenpan in huis.
Aan mij de opdracht om frituurvet, frieten en andere zut te halen, om onze nieuw verworven frietenpan uit te gaan proberen.
Dat allemaal in huis hebbende, ben ik dus wel een beetje bang dat we het ding vaker gaan gebruiken dan voor mijn lichaam gezond is. Want het is zo lekker makkelijk.
Te weinig gebruiken levert overigens ook een zeker risico op: als het ding in de hoek staat, loop je natuurlijk de kans dat een verdwaald insect op de geur afgaat, denkt dat er verrukkelijkheden in liggen, en vervolgens sterft aan een hartvervetting. En omdat wij toch iets te nonchalant in het leven staan, krijgen wij dus een goudbruin gefrituurde spin of bromvlieg tussen de frietjes. Iets waar ze in Afrika hoogstwaarschijnlijk minder moeilijk over doen, dan hier in Almere.
Inmiddels hebben we het ding dus al gebruikt, en ik moet toegeven: de frieten komen er precies goed knapperig (zonder tand-verwoestend hard te zijn) en goudbruin (zonder dat ze op de bbq als kooltjes gebruikt kunnen worden) uit. En met de door mij uit Engeland meegenomen zeezout met knoflookvlokken smaken ze ernstig lekker.
En inmiddels met de vanavond klaar gemaakte stamppot met kibbeling en inktvisringetjes ben ik tot de conclusie gekomen dat ook hier de frietenpan beter was geweest dan de oven waarin ik ze had klaargemaakt.
En dus: welkom risico op verder overgewicht dan me stiekem lief is, maar ik kan wel een beetje zelfdiscipline opbrengen om het ding niet vaker dan 3 keer per week aan te zetten. Denk ik.








zaterdag 3 november 2018

Mijn doorsnee dag.

Het is koud. Echt van die Nederlandsch-herfstige waterkou. Een dikke jas aan, de verwarming in mijn bus op standje bak-en-braad, om te voorkomen dat ik aan mijn stoel vastvries en om de reiziger een comfortabel gevoel te geven.
Mijn bus is leeg, en over de radio komen de nieuwsberichten. Een eigenaar van een kinderdagverblijf dreigt om de prijzen te verhogen. Met het verbod op de Stint, na dat afgrijselijke ongeval in Oss, moet hij auto's kopen en huren, en die prijzen dienen natuurlijk voor 100% bij de klant op het bord te landen.
Ik ben enigszins gepikeerd door dit nieuws.
Wat ik me daarbij dan als eerste afvraag: dit soort plotselinge en spontane acties vanuit de overheid (die mij overigens dan weer heel erg op paniekvoetbal en "straatje schoonvegen" lijken omdat er in eerste plaats bij toelating op de weg te weinig onderzoek is gedaan), behoren volgens mij tot het ondernemersrisico, waar een klant verder weinig mee te maken heeft.
Verder weiger ik per definitie te geloven dat de prijzen met de komst van de Stint ineens omlaag zijn gegaan. Ik weiger te geloven dat toen de kosten voor de ondernemer omlaag gingen, de klanten daar van mee konden profiteren. Met name dit laatste geeft mij een wat duister gevoel...
Klanten klagen al heel lang dat de kosten voor een KDV de pan uit vliegen. En dit klopt op zich ook wel. En als het KDV waar Jente zit, die kosten aan ons zou doorrekenen, zou ik aan mijn kant ook gaan rekenen. Want als het erop neer gaat komen dat ik moet werken om louter en alleen KDV te betalen, kan ik beter minder werken, want dan maak ik minder kosten.
Mij komt deze specifieke KDV eigenaar een beetje als een lijkenpikker over. Letterlijk en figuurlijk.

Het blijft koud, en het regent. Mijn eerste ritje gaat van een vertrekpier naar een vliegtuigopstelplaats. De meeste reizigers laten het allemaal gebeuren. Op één na. Die zag ik binnen al geagiteerd rondlopen. Een paar keer naar de stewardessenbalie, om te vragen wanneer het boarden zou beginnen. Maar dat begint echt pas als het vliegtuig klaar is. Hoofdschuddend liep hij rond. Het stoom kwam nog net niet uit zijn oren.
Maar eindelijk werd het bericht gegeven dat het boarden zou beginnen, en de man wist niet hoe snel en hard hij zijn ellebogen moest gebruiken om maar als eerste in de bus te kunnen zijn. Hij zag echter over het hoofd dat de draaideur niet elektrisch werkt, en stootte dus nogal hard zijn smoel. Woest gaf hij de deur een zwiep, en stormde de bus in, om precies in de deur-opening te blijven staan. De remsporen van zijn zolen staan nog in bus 117, 2e deur.
Moest hij daar 5 minuten staan wachten. En opzij stappen voor de andere 50 passagiers, was er niet bij. Hij bleef maar woest om zich heen kijken.
Tijdens dat ritje, hoorde ik het bericht dat er een dodelijk ongeval was op de A58, en dat de politie 45 mensen bekeurd zijn voor het filmen of fotograferen ervan. Waarschijnlijk waren die nitwits even vergeten dat foto's of filmpjes maken met je mobiele lulijzer ook valt onder het vasthouden van je telefoon tijdens het rijden.
Niet alleen dat, maar ook waren er mensen die 600-700 meter langs de snelweg zijn gaan wandelen om op hun dooie akkertje de laatste minuten van het slachtoffer en de ongelooflijke ravage op hun gevoelige plaatje te zetten voor het thuisfront.
Niet alleen de maker van de Stint is failliet, ook deze zielloze net-niet-mensen zijn failliet. Geestelijk en moreel failliet. Zouden die hufters dat tijdens hun aankomende verjaarspartijtje durven vertellen? Dat ze wel 600 meter hebben gelopen om een dodelijk ongeluk te filmen. Wat een wapenfeit in de familie. Of zou er in hun omgeving iemand zijn die deze sneue sukkels tot de orde roept. Die de lokale afdeling van de GGZ belt om deze sub-vorm van het menselijke bestaan af te voeren, en voor heel erg lang op te sluiten?

Ik kwam aan bij het beoogde vliegtuig, en het regende nog steeds pijpenstelen. Het beleid (en dus regel) is dat je bij regenval maar 1 deur van de bus opent, en dan de passagiers per 5 naar buiten laat gaan. Dit om te voorkomen dat de passagier onnodig natregent. En om het ontvochtigingssysteem (airco) van het vliegtuig niet onnodig te belasten.
Ik stond erg knap (al zeg ik het zelf) met de voordeur bij de trap van het vliegtuig geparkeerd. Een van mijn betere instekertjes.
En opende dus slechts 1 deur. De voordeur. Na de eerste groep van 5 uitstappers hoorde ik ergens achterin iemand balken. Echt letterlijk balken. Het klonk ongeveer zo: "Iaannatoplee. Wajoedoodoodoo". 
Omdat ik enig gevoel voor decorum heb, vond ik het niet nodig om terug te balken. Dan krijg je zo'n raar imago bij de rest van de passagiers. En ik ging er terecht vanuit dat de balker wel langs zou schuifelen. En dat deed hij. Hij was de eerste in de voorlaatste groep van 5, en snauwde mij iets toe. En vervolgens duwde hij mijn arm opzij, en rende naar het vliegtuig. Om vervolgens in de stromende regen te moeten wachten tot de vorige groep het vliegtuig in was. Nog bozer keek hij naar beneden, en ik staarde vrolijk grijnzend terug.
Bij elke regen-rit, zitten er wel zulke mensen tussen. Ze doen maar. Hun natte kleding. Sneu voor het personeel en de mensen waar ze naast zitten, maar niet mijn probleem.
Een van de laatste passagiers was een vrouw van in de 30. Ze had een kind bij zich, en een kinderwagen. Ik hield haar even tegen, en zei haar dat ze dadelijk met haar kind naar boven zou gaan, en dat ik haar kinderwagen en koffertje wel zou regelen, als ze dat goed vond. Dankbaar keek ze me aan, en zei dat ze het fijn vond dat ze niet in de regen hoefde te wachten met haar dreumes. Toen ze de deur van het vliegtuig door was, legde ik de kinderwagen naast de trap, en racete met koffer naar boven. Vriendelijk glimlachend wenste ze me een prettige dag. En daar doe je het dan voor. Gewoon wat vriendelijkheid van mens tot mens.

Op de terugweg drukte ik een verkeerde knop in, en kreeg ik ineens een heel andere radiozender te horen. Decibel.
Q-music is eigenlijk mijn station. Het flauwe, slappe geleuter van de DJ's vind ik soms best te pruimen, en ze draaien vaak leuke muziek. Maar Decibel maakte iets in mij wakker.
Ik kreeg 20 minuten stand-by. Er kwam even geen vlucht binnen, en ik mocht heel even naar het plein om een warm bakkie koffie te halen en een peuk te roken. Decibel draaide op dat moment Equador, van Sash. Mijn grijns die niet verdwenen was na het natte pak van de balkende meneer, werd groter. Mijn muzikale jeugdsentiment kwam gewoon op standje burengerucht uit het enkele boxje van de bus. Heerlijk. Snel bus wegzetten, koffie uit het apparaat sleuren, peuk oproken alsof de dood me op de hielen zat, en racen terug naar mijn bus, precies op tijd voor Charley Lownoise en Mental Theo.
Jammer dat Decibel een beperkt bereik heeft.
Op weg naar Apeldoorn voor een diploma-uitreiking, valt net na Garderen het laatste liedje definitief weg in geruis.

Ik ga even een dagje weekend vieren. Even lekker bedenken wat voor pastagerecht ik vanavond ga koken.
Ook leuk.



woensdag 24 oktober 2018

Een soort van pre-kerst

Ik zat tegenover een jongedame die uiterst elegant een stuk worst in haar mond liet glijden...
Dat was het einde van een paar dagen vakantie in een vakantiehuisje op een vakantiepark in Lunteren. (Deze opening op expliciet verzoek van één der betrokkenen).
Lunteren, dat ligt bij Ede, en dat ligt weer vlakbij de plek waar ik ooit anti-kraak een compleet legeringsgebouw van de kazerne mocht bewonen. Jawel, die kazerne waar ik mijn klank- en luisterrijke loopbaan bij zijne Majesteits Koninklijke Marechaussee begon.
Hoe dan ook.
Dat begon maandag aansluitend aan mijn heel erg vroege dienst op Schiphol. Gelijk door naar de bos- en lommerrijke omgeving van Lunteren om even met wat oude vriendjes wat gezelligheid, kinderen, jacuzzi's, sauna's en voedsel te delen.
Gelijk door....
Men zou voor de grap mijn gezicht eens moeten zien, als ik de hoeveelheid koffers, tassen, kratten en zakken aanschouw die mijn onovertroffen en onvolprezen Ilse klaar zet als we 2 nachtjes en 3 dagen weg gaan. Misschien ligt het allemaal wel aan mij, dat kan. Misschien ben ik gewoon wat reizen betreft nog niet zo ingesteld op het reizen met een gezin. Ik hou ervan om zo min mogelijk mee te nemen. Misschien komt mijn onstuitbare verbijstering en als ik eerlijk ben, mijn wanhoop vandaan bij het zien van de aanstaande volksverhuizing van het gezin Coster-van der Wal. En mijn verbazing en wanhoop wordt elke keer weer weggewuifd met een liefdevol:"je wil er niet zonder zitten". Dat we vervolgens naar mijn idee meer dan 2/3 niet gebruiken, is absoluut irrelevant, en ik durf het inmiddels ook niet meer aan te stippen. Ik troost me met de gedachte dat de achterbak van mijn auto zo groot is, dat ik niet eens hoef te passen en meten.
En dus: gezellig werd het.
Boswandelingen naar het geografische middelpunt van Nederland, tafels vol goed en lekker voedsel, knabbels en vele gezellige praterijen over kinderen die elkaar vol op de waffel pakten (ja, echt, ook op die leeftijd al. Ja, even verbijsterend als vertederend).
Kinderen die elkaar van het enige fietsje afmepten. Die elkaar troostten als er weer een gat in een hoofd gevallen werd. Kinderen die massaal blèrden als er niet meteen voedsel/snoep/drinken/weetnietwatmaarwilhettochenwilhetsnel ter beschikking gesteld werd.
Wat is het dan fijn te weten dat onze struggles met Jente toch wel een redelijke algemeniteit zijn.
En de collectieve zucht van verlichting als alle kinderen ein-de-lijk op hun bed lagen (al dan niet te slapen).
Dan werden de flessen prosecco/amaretto/whiskey/bier open geslagen en werd het voor de volwassenen eventjes heel erg gezellig.
Herinneringen ophalend aan dat ene orkest waarvan we allemaal deel uitmaakten, en waarvan in elk geval ikzelf via via te horen heb gekregen dat ik echt nooit, al zijn alle andere trompettisten in de wereld morsdood, meer welkom ben. En ik zou niet weten wat ik zo ongelooflijk verkeerd heb gedaan, anders dan dat ik jarenlang gratis en voor niks mijn talent (op trompet en als sectieleider) ter beschikking heb gesteld aan de dirigent (en organisator). 
Dat heeft gelukkig niet kunnen voorkomen dat de ouwe vriendenclub gewoon ff in de herfstvakantie een huisje huurt, met een open-haard om eens eventjes lekker gezellig te doen.
Het gezellig doen werd op een gegeven moment wel erg melig toen we om praktische redenen (en ook enigszins uit gemakzucht) kozen om met de hele bups te gaan gourmetten/steengrillen.
Alle kinders werden zorgvuldig buiten bereik van de bakplaat gehouden, maar binnen bereik van brood, paprika en komkommer.
En de volwassenen die dichtbij het apparaat zaten konden hun goddelijke gang gaan met vlees, vis, garnalen en andere gezonde levensmiddelen.
Tot er iemand op het idee kwam om gewoon maar kerstmuziek op te zetten, om het gourmet-feestje compleet te maken.
Kan best, het is ten slotte al vrij vroeg donker, en zo werd de sfeer nog beter.

Hoe dan ook: het werd al snel woensdag, en dat betekende dat wij met vriendje Michiel en vriendinnetje Nadine en hun zoon als afsluiter nog heel even naar dierenpark Amersfoort togen.
Alwaar we een zwart-witte tijger konden aanschouwen. Wat giraffen. Wat apen. Een wolf. Wat dieren welke (als je het mij vraagt) de vrucht zijn van een Schepper die er genoegen in schepte om met ettelijke borrels achter zijn knoopsgaatje, toch nog eventjes een beest te scheppen waar wij mensen mild grinnikend naar kijken.
Het is vakantie, het is woensdag, dus het was er druk. Helaas waren er ook mensen die bij mij echt niet minder dan pure walging opwekten. Ik was met Jente bezig om aldaar een soort van touwbrug over te steken. Vond ze toch wel spannend. Jammer dat ik nauwelijks de tijd mocht hebben om haar een beetje te bemoedigen. Want een vader snauwde tegen zijn zoon, dat hij er maar langs moest. Terwijl ik toch echt heel erg bezig was om Jente erop te krijgen, EN DUS HEEL ERG IN DE WEG STOND. Nee, Jente en ik werden kundig voorbij gestapt door het snotneusje, en pa wrong zich er verder gewoon langs. Gelukkig langs Jente, anders had meneer die touwbrug vliegend verlaten. Ik heb hem uiteraard gezegd dat ik hem een hork vond, en toen volgde er wat schutterig gejank.
En dat moet dan zijn snotjong opvoeden.... Kansloze generatie on it's way....
Gelukkig heeft Jente er verder weinig van meegekregen, en ben ik dan ook weer te verantwoordelijk om heel krasse daden te overwegen als er niks meer aan de hand is, dan wat gebrek aan fatsoen.
Soit, mijn maag rammelde, Michiels maag rammelde en de dames, plus zoonlief van Michiel wilden even bij de speeltuin kijken.
Wat cola, een hotdog met augurk voor mij, en warme chocomel met hotdog met zuurkool voor Michiel. Jawel: warme chocomel, en een hotdog met zuurkool voor Michiel.
Nu is de man een goede amateurkok, dus je kunt je mijn verbijstering voorstellen. Zoiets als frieten met slagroom, maar goed, wie ben ik.
En uiteraard, net toen wij onze tanden in deze lekkernij zetten, kwamen de dames terug. En vond Nadine het dus nodig om een hapje van Michiel zijn hotdog te nemen, en daar mij bij aan te kijken.

Het was al met al een mooie vakantie. Morgen weer aan het werk.
Dat moet ook gebeuren.





zaterdag 20 oktober 2018

Update

Een reis met Jente is een avontuur op zich, want zo'n kinderbrein bedenkt op de meest onmogelijke momenten dingen die op de meest onmogelijke plekken per se gedaan moeten worden.
En dan moet je je als ouder niet afvragen waarom, want kinderlogica werkt op de een of andere manier niet zoals grotemensenlogica.
Maar we hebben het overleefd. We zijn afgelopen weekend naar mijn vader op het eiland Wight geweest.
Een leuke bijkomstigheid was dat we met de bus naar het vliegtuig werden gebracht, zodat Ilse en Jente konden zien wat papa zoal uitvoert op zijn niet-muzikale werk.
De vlucht zelf ging eigenlijk best goed. Bepakt en bezakt met heel veel kalm-houd-attributen voor onze dochter was er dus weinig meer aan de hand dan dat de start- en landingsbaan van het vliegveld van Southampton mij aan de korte kant lijkt, zelfs voor een cityhopper.
Het eiland is serieus een aanrader voor mensen die van rust houden. Maar ook van wonderschone dorpjes, met wonderschone gebouwen, en straatjes die zó smal zijn dat het al onwaarschijnlijk lijkt dat twee voetgangers elkaar kunnen passeren zonder elkaar te raken, laat staan een bus en een auto, maar ook dat gaat zonder noemenswaardige schade.

En los van de gezelligheid met "opa-Adje" was voor Ilse het hoogtepunt haar rendez-vouz met een paar aai-schuwe alpaca's. Nu we die dingen dus in hun volle glorie hebben gezien, hoop ik oprecht dat er een einde komt aan het telkens wederkerende gezeur om die beesten (want ohzoschattigdiemoetenwehebbenpastbestindetuinahhhhtoeeistochleukahhhhhh). Die dingen zijn gewoon te groot voor in onze voor- en/of achtertuin. En aangezien we al niet in staat zijn om de katten langer dan een nacht binnen te houden, ben ik heel bang dat die beesten dus ook door de buurt gaan zwerven op zoek naar een alpacabak of een robbertje vechten met de plaatselijke buurtalpaca.
Jente's hoogtepunt was steentjes gooien in het zeewater vanaf het strand. En dat deed ze met verve, tenzij het om een steen was ter grootte van iets dat ze eigenlijk zelf niet kon tillen. Dan moest papa eraan te pas komen om die steen de zee in te mieteren. Ach zolang ze het maar naar haar zin had.
Een herinnering kwam boven.
We stonden met een tent in de ardennen. Aan een vijver, het laatste lege plaatsje op de camping. Na een nacht stevig regenen, bleek ook waarom dat plekje leeg was: het vijvertje stroomde over, en al snel dreef de tent terug richting uitgang van de camping. En binnenin die tent dreven onze kleding en speelgoed. Kortom: pure horror.
Want een paar dagen later had ik nog steeds maar 1 droog setje kleren. Een trainingspak.
En omdat uiteraard het vijvertje weer binnen zijn oevers stond, en ons speelgoed ook van de nattigheid niet aan te pakken was, besloot ik dat het leuk zou zijn om platte steentjes over het water te laten stuiten.
In dat spelletje, vergat ik op een gegeven moment dat steentje los te laten op het moment dat dat moest, waarop ik mezelf met steentje en al die vijver in kwakte.
Tot zover dus mijn laatste droge kleding. Het was mijn zus die me het water uittrok, echter was daar mijn ellende nog niet over: mijn ma was wit-heet van woede. Niet zozeer van schrik dat ik bijna verzopen was, maar vooral vanwege die natte kleding. Links en rechts werd ik om de oren gemept.
Verder was het best een leuke vakantie, hoor.
En daar moest ik dus aan denken toen ik Jente met die steentjes bezig zag. Helemaal trots als een steen daadwerkelijk in het water verdween, en kirrend van pret wegracen als er een golf te dicht bij haar op het strand landde.
Omdat het einde strandseizoen was, en er dus honden op het strand waren toegestaan, was het in sommige gevallen extra goed opletten. "Nee, Jente-pop, laat die bruine steen maar liggen, die is lang niet zo prettig om in het water te gooien, als je denkt".

Bon-vivant die ik ben, lag mijn hoogtepunt in een bezoekje aan de Garlic-farm. Een groot bedrijf waar men knoflook teelt die in heel Europa gretig aftrek vindt. (En dus ook in Italie, Frankrijk en Spanje).
Maar vooral ook de winkel die erbij hoort. Een winkel waar men knoflook in letterlijk ontelbare bewerkingen te koop heeft.
Ik heb er diverse soorten knoflook-mayonaise gekocht. (Zwarte knoflook mayonaise, geroosterde knoflook mayonaise met limoen).
En geroosterde knoflook-jam. Misschien voor de niet-kenner letterlijk ongelooflijk lekker.
Knoflook zout, pasta, kaas en wat al niet meer.
Inmiddels ook al in de diverse gerechten gebruikt. Dus ik vrees dat ik de komende tijd niet zo denderend populair zal zijn bij mijn omgeving.

En dan komt er uiteraard in mijn blog weer een momentje waarop ik heel even blij mag zijn met mijn hobby: ik ben een jager-verzamelaar. Ik jaag op en verzamel miniaturen van het illustere merk Citroen, en in die hoedanigheid liep ik laatst een paar modellen tegen het digitale lijf van marktplaats.
Modellen die voor zover ik weet in het echt nooit verder zijn gekomen dan het prototype stadium, maar desalniettemin wel erg mooi zijn.
Modellen ook waar verzamelaars bereid zijn om hoge bedragen voor neer te leggen. En deze werden mij tegen heel lage bedragen verkocht. (Reden is evident: er zitten geen originele verpakkingen meer bij, waardoor het voor de luxere verzamelaar een reden is om er vanaf te zien: enerzijds vanwege de kans op transportschade, anderzijds omdat ze daarmee dus incompleet zijn, maar dat boeit mij weer niet, want ik zet ze toch zonder verpakking in de vitrine).

 Als Citroen dit op de markt had gebracht, weet ik zeker dat ik erin gereden had. Wat een fraaie lijnen, wat een prachtige auto's. Gelukkig ben ik een van de mazzelaars die er in elk geval van kan genieten in mijn vitrine.
Mijn eigen bolide is overigens hoe dan ook een fijn rij-ijzer. Hoewel ze gewoon een eigenwijze Franse bitch blijft, want sinds vanmorgen besloot ze dat de achterklep niet meer open wil.
En het gekke is: normaal gesproken is het alleen het achterruitje dat niet open wil bij die stations, maar bij mij moet dat per se andersom zijn. Dat achterruitje gaat zonder problemen open, maar de hele klep heeft er de brui aan gegeven. Waarschijnlijk gewoon het slotje dat stuk is. Welke achterlijke fabrikant maakt er nu in vredesnaam slotjes die kapot kunnen. Dat kan alleen maar Citroen zijn.
Maar ondanks dit soort onfrisse grappen, blijft het een genot om 's ochtends in te stappen, en inmiddels met deze kou, nog voor ik de straat uit ben, een warme auto te hebben met een veercomfort waar de gemiddelde VW-leaserijder (en ik vermoed dat 80% van Almere zoiets heeft, en dus totaal niet comfortabel door zijn wijk kan rijden in verband met de bijna onmenselijke hoeveelheid drempels in de straten (die dan weer zijn aangelegd omdat het blijkbaar te moeilijk is om in een woonwijk gewoon 30 te rijden voor sommige hufters)) zijn wenkbrauwen in zijn nek legt van jaloezie. Ik heb het overigens puur over het veercomfort, want qua uiterlijk.... Laat ik het erop houden dat smaken verschillen, en dat is maar goed ook, anders zou heel Nederland alleen maar in grijs leaseblik rijden.
En fin. Het is weekend, en dus moet ik morgen werken.
Maar vandaag heb ik samen met Ilse Jente even uitgelaten in het bos. Daar was het namelijk kabouterweek bij staatsbosbeheer, en dat resulteerde in een mooi voorgelezen verhaal door een plaatselijke oma, een mooie wandeltocht door het bos op zoek naar allemaal kabouters, en uiteraard mocht Jente na afloop een mooie kabouter knutselen.
Gezien het feit dat er nogal wat spijkers en lijm bij kwam kijken, gebeurde het merendeel van het knutselen door papa, en dat resultaat laat ik hier toch wel met enige trots zien. Gewoon omdat ik normaliter niet zo van het knutselen met poppenzooi ben. Jente heeft de laatste tijd nogal last van nachtmerries en monsters op haar kamer, en ik hoop dat deze kabouter inderdaad zoals wij haar vertelden, de monsters en nachtmerries wegjaagt, voor ze er last van heeft...

zondag 7 oktober 2018

Aan de klu(n)s

Ik verwijt Ilse nogal eens dat ik thuiskom in een huis dat ik niet meer herken. Dan kreeg ze onbeheersbare neigingen tot veranderingen. (Heel gek, altijd als ik niet thuis was).
Dan stond de bank, de tv, de tafel en stoelen allemaal op een andere plek. Kater Claus was een week lang van slag en poes Colette lag sidderend onder de bank.
Ook Jente leek er moeite mee te hebben. Dwars, huilen, u kent het wel.
Nu wonen we sinds 2016 in ons eigenste huisje, en heb ik dit meermalen mogen ervaren. Soms wat kleine veranderingen die ik niet zo snel herkende, soms wat groter, waar ik dan maar zuchtend mee instemde, vooral ook omdat het toch al gebeurd was, en ik geen energie had om het maar weer terug te veranderen. Bovendien: ook Ilse mag blij leven in ons huisje.
Toen we dit huis kochten, waren er een paar dingen waar we minder enthousiast van werden.
Zo was er naar de keuken toe een half muurtje geplaatst, tussen "woondeel" en keuken. Een muurtje met een zeer afgeronde hoek, die onzes inziens wel erg veel ruimte in beslag nam.
Door dit muurtje leek onze eettafel wel erg groot, en moesten we serieus met stoelen schuiven om van de woonkamer in de keuken te komen. En als we te snel wilden, kon het zijn dat de hoek van de massief houten tafel op erg pijnlijke wijze, heel erg precies in de plek roste, waar wij op de lagere school elkaar het zogenaamde 'ijsbeentje' gaven.
Vaak plannen gemaakt om dat vermaledijde muurtje eens weg te halen.
Maar net zoals de plannen tot schilderen nogal eens wat uitstel kenden, kende ook deze plannen continue vertraging.
Tot ik gisterochtend met mijn eerste bakje koffie en een ongemeen fel ochtend humeur tegen dat muurtje aan zat te kijken. De wulpse ronding ervan. Het houten latje dat als eindafwerking fungeerde (en omdat het een praktisch stukje muur was om Jente met haar rug tegenaan te zetten om haar lengte periodiek te meten). Het enige voordeel van dat muurtje was dat het de zijkant van de niet-inbouwkoelkast afdekte en dat ik er mijn kind-onvriendelijke zooi op kwijt kon, maar dat voordeel eindigde bij de dikte ervan: een wat minder subtiele graai ernaar en alles flikkerde eraf, tussen koelkast en muur, en dus per definitie niet moeiteloos te bergen.
Ergo: ik besloot na een ferme slok koffie dat het tijd was om een muurtje te slechten.
Omdat Ilse en Jente nog lagen te tukken, was er eerst iets anders dat moest en minder lawaaierig was. 
We hebben namelijk nog steeds een fleurige boekenkast gemaakt van veilingkratjes. Maar omdat we veel boeken en prullaria hebben, beslaat die kast ongeveer anderhalve muur (een hoek om, zeg maar) waardoor mijn aquariumkast nogal lullig recht te kamer instaat, en de beschikbare ruimte om de tafel nog kleiner maakt.
Met ferme tred baan ik mij een weg naar mijn gereedschapsschuurtje om zaag, schoevendraaier en andere noodzakelijk tuig te halen om de boeken-fruitkist-veiling-kast in te korten, en mijn aquariumkast te verplaatsen.
Dat klusje was binnen 10 minuten geklaard.
Ilse kwam beneden en ik keek haar blij en breed glimlachend aan. Verwachtingsvol. Ten slotte hadden we het er vaak over gehad om iets met de kast te doen. (Evenals met het eerder gemelde muurtje).
De glimlach werd maar amper beantwoord, en ik vermoed dat Ilse op dat moment voelde wat ik wel eens voelde na een dergelijke ingreep.
Ze leek niet half zo blij als ik verwachtte.
Uiteindelijk ging ze schoorvoetend akkoord met het fait-accompli waarmee ik haar opzadelde, en werd er voor haar monsterlijk grote LP-collectie en de overgebleven kratjes een mooie oplossing gevonden.
En daarmee was het toch echt tijd geworden om het muurtje om te hakken.
Dat had best wel wat voeten in aarde. Aangezien ik niet zo goed wist wat me precies te wachten stond (de vorige bewoner van dit huis was een zeer matige klusjesman die veel bizar (gevaarlijke) zaken voor ons achterliet), begon ik met een kleine analyse. Het was een muurtje van cellenbeton, gelijmd tegen een muurtje van gipsblokken.
Ik zag ook een verankering op de grond, en wat verankering bovenop. De hoop dat we dat muurtje soepel en schadevrij zouden kunnen verwijderen werd daarmee finaal de grond in geboord.
Over op het ouderwetse hak- en breekwerk dan maar, en hopen dat ik niet de hele tussenmuur tussen gang en keuken mee zou rossen.
Dat bleek mee te vallen. Ik blijk dus niet alleen heel erg lomp te zijn, maar in mijn lompheid kan ik ook nog enige vorm van subtiliteit leggen.
Het duurde dan ook niet lang of het gewraakte muurtje lag in 20 stukken aan mijn voeten. Al dat geweld leidde echter ook tot diverse hoestbuien waarbij ik serieus bang was dat niet alleen mijn longen naar buiten zouden komen, maar dat het voelde alsof mijn oogballen mijn bril van mijn neus zouden duwen. Gipsstof is een heel naar goedje als je eigenlijk nog maar nauwelijks hersteld bent van een griepje.
Op de grond had men maar liefst twee verankeringen aangebracht. Met schroeven in de voegen van de vloertegels. Met geen atoombom los te krijgen. Heeft me twee schroevendraaiers gekost, en nog geen beweging in te krijgen. En omdat de achterblijvende muur toch wel wat schade had opgelopen, toog ik naar de plaatselijke kluswinkel om te kijken of men daar oplossingen had voor beide euvels.
Het repareren van de schade aan het gipsen muurtje bleek niet onmogelijk, maar wel lastig.
En voor de vastzittende schroeven had men een pracht van een bitsetje. (Overigens wil ik hier de medewerker van de Gamma aan de markerkant in Almere een dikke pluim geven: op een drukke zaterdagmiddag is die jongen ruim een half uur bezig geweest met de oplossing voor mijn probleem, met duidelijke uitleg en zeer vriendelijk).
Bij thuiskomst bleek mijn eega gewoon, heel casual, bijna met kinderlijke eenvoud, haar eigen lompigheid losgelaten te hebben op die etterige schroeven, en vol trots liet ze zien hoe ze die verdomde verankeringen los had gewrikt, gebikt en getrokken, zonder daarbij schade aan de vloertegels veroorzaakt te hebben.
Dan sta je toch wel even voor lul... Zit ik schroevendraaiers te mollen op die krengen, zonder enig resultaat. Geef ik geld uit voor speciale tools om het voor elkaar te krijgen, doet Ilse het gewoon effetjes.
Aan de andere kant: geef mij maar zo'n vrouw. Die zeg maar het dekseltje wél van het potje krijgt (nadat ik het al losser had gewrikt).
Het stof is opgezogen en het muurtje wacht nog op afwerking, maar bij Zeus, wat levert dit alles een ruimte op in huis.
We hoeven geen halsbrekende toeren meer uit te halen omdat we zonder kleerscheuren langs dat muurtje moeten.
De eerste gewenningsvergissing is ook al een feit. Ik legde altijd mijn sigaretten op dat muurtje, buiten de grijpgrage klauwtjes van Jente, en dat is blijkbaar een ingesleten patroon, want toen ik dat gisteravond deed, moest ik op handen en knieën om alle uit het pakje gelazerde sigaretten weer op te rapen.
Alle veranderingen hebben ons minimaal 2 vierkante meter opgeleverd en dat is op ons kleine huisje best fijn.
Alleen Jente vond het "sshhjjtom" dat het muurtje weg was. Die aversie tegen veranderingen heeft ze denk ik van Claus.













dinsdag 2 oktober 2018

Update

Het is nondepi ook niet eerlijk. Zet ik de afgelopen weken mijn beste beentje voor (letterlijk en figuurlijk) voor mijn beide werkgevers, krijg ik als extra beloning een griepje/verkoudheid om U tegen te zeggen.
Maar echt. Als ik degene tegenkom, die me dat heeft geflikt, zal die ervan lusten!
Alle holtes in mijn hoofd voelen aan alsof ze zijn afgevuld met pur-schuim, dat er alleen via mijn neus uit lijkt te kunnen komen. (Soms verdund, en heel erg plotseling, zodat je eigenlijk hoe dan ook te laat bent met wat voor lap je dan ook als zakdoek denkt te willen of kunnen gebruiken, soms in dikkere vorm, die zó agressief naar buiten komt, dat welke lap je dan ook voorhanden hebt, bij voorbaat al kansloos is, en je dus net zo goed geen zakdoek had kunnen pakken. Hé bah, wat een ranzig verhaal. Maar ja... Zo voelt het dus).
En dan ben ik er nog niet. Het is nu half 9 en ik ben al even wakker. Ik werd wakker met een huig die zo erg is opgezwollen dat praten even geen optie is. Laat staan slikken.
Ik heb dus blijkbaar, ondanks de cpap, enorm liggen snurken (ook dit ten gevolge van de infectie waarmee ik door een of andere onverlaat werd opgezadeld).
Zo erg, dat Ilse uit wanhoop maar beneden is gaan liggen.
En met een opgezwollen huig is niet alleen praten onmogelijk, maar ook slikken. Zie maar eens een bekertje dampende citrosan weg te klokken. Lukt niet. Om nog maar te zwijgen van het doorslikken van een paracetamol. Ik breek die dingen in 2, want om ze op te lossen in water, is voor mijn normaliter fijnbesnaarde smaakpapillen echt een te grote aanslag. Maar een halve paracetamol, die tegen een opgezwollen huig aankleeft, is toch ook een bijzondere vorm van zelfkastijding.
En als ik moet niezen, ben ik bang dat ik op weinig charmante wijze mijn huig in de niesrichting weg zie vliegen.
Mijn ogen doen alsof ze het doen, maar inmiddels heb ik de spellingcontrole van deze blog al tot wanhoop gedreven omdat de watervallen achter mijn ogen maken dat ik niet heel secuur type. 
En dan heb ik nog niet het gevoel dat ik het ergste gehad heb.

De taptoe in de Ahoy. Hij was er weer. En het is goed dat er sommige zaken in het leven gewoon niet veranderen. De leuke zaken niet (het bijkletsen met oude collega's, de kaartspelletjes tijdens het wachten, de grappen en grollen onderling), maar ook de niet leuke zaken niet. De welhaast stuitende krenterigheid van de Ahoy neemt bijna bizarre proporties aan, waarbij ik als enig pluspunt kan noemen dat de koffie in normale hoeveelheden geschonken werd én lekker was. Maar bestel er geen glaasje cola, want dat wat je krijgt voor je geld, is werkelijk om te janken.
Het eten in de Ahoy was over het algemeen erg lekker. Maar wat mij mateloos irriteert, is dat er dan een meisje van 17 voor mij gaat bepalen hoeveel ik mag eten. Kom op, voor de prijs die de Ahoy rekent voor een lunch of avondmaaltijd, zou iedereen onbeperkt moeten mogen vreten. Maar alles op de bon, en alles uitgemeten. Ja, dahaag. Hoppa, opscheppen met die lepel. En niet zo Zeeuws. Om 1700 uur een klein hapje eten, daarmee maak ik de avondshow niet meer mee, hoor.
Dus moest ik af en toe het opschep-meisje vermanend toespreken. 
En als pluspunt kan ik (sommige) beveiligers noemen. Die aan de buitendeur waren naar mijn mening erg aardig en vriendelijk. Die bij de binnendeuren en gangen, waren dat ook, maar wellicht een beetje té serieus.
Zo kon het gebeuren dat ik mijn militaire-muziek-carriere toch wel ongenadig lomp op het spel zette, en dat niet eens gewild.
De beveiligingsknul van tussendeur 1, wilde, ondanks het feit dat ik in ceremonieel tenue liep, met zwaard, bontmuts en trompet, mijn toegangsbandje zien. Mijn gezichtsuitdrukking moest boekdelen spreken, want de beveiliger zei haast verontschuldigend dat hij er toch echt, heus om moest vragen.
De beveiligingsknul van tussendeur 2, bij de trappen, die kende mij van gezicht, en ik riep hem reeds toe, dat ik niet mijn bandje ging opgraven. Ik loop ten slotte niet voor mijn lol in een dik wollen pak, met bontmuts, zwaard en trompet, richting het taptoeveld.
Uiteraard kwam op dat moment de stafdirigent militaire muziek de hoek om, die enkel grijnsde en zei:"Oh nee?"...
Kak, heb ik weer.

We gaan meemaken hoezeer ik in staat ben om deze verkoudheid/griep te weerstaan, en ik de komende week nog overeind blijf.
Het tikken van deze blog duurde naar verhouding erg lang, en dus kan ik tot mijn geruststelling vaststellen dat mijn huig inmiddels geslonken is naar wat minder overmatige proporties. Niet helemaal in oude staat, maar toch, al een beetje.
En de citrosan lijkt te helpen, want mijn hoofd voelt al minder vol dan eerst. Hoewel dit ook te maken zou kunnen hebben met het feit dat ik inmiddels anderhalve keukenrol weg-gesnoten heb.
Ik denk dat we de farmaceutische industrie wel heel blij maken, met de grosverpakkingen asprinedrinks en pillen. Om over keukenrol en zakdoeken maar te zwijgen.
Dus niet alleen een opgezwollen en bonkend hoofd, maar ook een schrale bovenlip.

We worstelen en komen boven.






dinsdag 25 september 2018

Jente Spam

Jente-spam op mijn blog.
Ik ben na een uur of 9 op de bus rijden op Schiphol toch wel een beetje gaar.
Dus ik kom thuis, en Ilse is met Jente even de dagelijkse boodschappen doen. Dat vind ik op zich wel fijn, want het betekent dat ik heel even op mijn gemakje met een kopje verse koffie kan landen zogezegd.
Dan komen ze thuis en is het een spraakwaterval tot en met. Heel gezellig. Als ze niet uit haar hum is.
En vandaag is ze dat niet. Wél heeft ze blijkbaar behoefte om 'de baas' te spelen. Wij mogen pas praten als ze met haar 'pakketje' rammelt.
Dat pakketje is een puntenslijper waarin ze een knoop en een haarelastiekje gestoken heeft.
Dan rammelt ze ermee, en mogen we elkaar vertellen hoe onze dag was. Maar als ze weer rammelt, moeten we beslist onze mond houden, op straffe van "bozigheid" van haar. En als we helemaal niet meespelen... Enfin, de trommelvliezen moesten toch nog herstellen van een dagje taptoe repetitie en een dagje Schiphol.
En toen?
Toen werd het tijd om doktertje te spelen.
Vooooooordat u nu meteen de jeugd- en of zedenpolitie op mij afstuurt, dit is nog onschuldig, en ondanks dat ze eigenlijk wel verwacht dat ik een ziekenhuiskleedje aantrek, gaat het niet veel verder dan dat ik me toch moest omkleden, en ik in dat proces best wel even "ziek" op bed wil liggen.
Haar manier van doktertje spelen (voor veel ouders misschien wel bekend) is dat ze de oordoppen van mama's iphone pakt, en met de plug niet heel zachtzinnig ermee in mijn been, buik, arm of (als ik hier geen paal en perk aan stel) in mijn mond te duwen. Dit bij wijze van prik.
Het feest voor haar is natuurlijk helemaal compleet, als ik doe alsof (en vaak is het door haar woeste enthousiasme geen kwestie van doen alsof) het heel erg pijnlijk is.
Dan krijg ik een beetje het gevoel dat het hoe pijnlijker hoe leuker is.
Daarna moet er, gelijk een heuse, echte dokter ook met de stethoscoop geluisterd worden naar mijn buik. Ook hier vervullen de oordopjes van mama's iphone een ware glansrol. Het ene dopje wordt in haar eigen oor gerost, het andere dopje tegen mijn buik.
Om dit proces voor haar zo makkelijk mogelijk te maken, kruipt ze op bed, gaat nonchalant op mijn buik zitten (dit doen de knappe verpleegsters in het ziekenhuis niet, jammer genoeg) en drukt bijkans dat oordopje dwars door mijn middenrif.
Tot hier geen echte onoverkomelijkheden, behalve dan dat ik vergat om haar haar schoentjes uit te laten doen, en ik hiervoor onevenredig zwaar bestraft werd toen ze een van die schoentjes uit het niets (en ik geloof ook wel per ongeluk) in mijn edele delen plantte om haar evenwicht te houden.
De tranen van ellende biggelen nog steeds langs mijn smoel.
Fijn hoor, doktertje spelen...
Het eindigde ermee dat ik moest slapen.
Met dat ik snurkgeluiden maakte, krijste ze nog even:"Slaap je nog?" en:"Je moet wel slapen hoor".
Toen ik zag dat ze de trap weer afliep, riep ze nogmaals dat ik moest slapen. Om daar aan toe te voegen:"Je moet altijd slapen, je mag nooit meer wakker worden".
Okee....
Wellicht toch een carriere als lijkschouwer overwegen voor dat kind.

Ons kleine boefje is sowieso wat directief in bepaalde zaken.
Het spelen van verstoppertje is een kunst op zich bij haar.
Want verstoppertje spelen vindt madammeke erg leuk. Jammer voor haar (en misschien wel prettig voor ons) heeft ze nog niet helemaal in de gaten hoe dat precies werkt. Ze kondigt namelijk erg precies aan waar ik moet gaan staan tellen, en waar zij zich gaat verstoppen. Meestal, doe ik alsof ik dat niet hoor, en ga ik als een lijpe lotje de benedenverdieping door om haar te zoeken. Dan giert ze het uit, omdat ik haar niet kan vinden.
En dus vind ik haar.
Maar ook als ik me moet verstoppen, staat eigenlijk bij voorbaat al vast waar. Ik ben er nog niet uit of ze echt niet in de gaten heeft, dat verstoppertje te maken heeft met moeite doen om te zoeken, of dat het gewoon een villein soort luiigheid is, die maakt dat ze wel wil zoeken, maar daar ook weer geen overdreven hoeveelheid energie in wil steken.
Meestal verstop ik me dus, geheel tegen haar zeer duidelijk uitgesproken wens, ergens anders.
Het is dan wél zaak dat ik haar stemgeluid goed blijf interpreteren, want owee als ze me dan niet vindt, gaat dat 2 minuten goed, maar dan slaat de door boosheid aangewakkerde paniek toe, en om in een onstuitbare huilpartij, waarvoor ik me met alle liefde nog eens zou verstoppen.

Maar verder is ze echt heel lief hoor.


vrijdag 21 september 2018

Update.

Had ik al eens gemeld dat ik mijn werk als chauffeur op het platform van Schiphol echt te gek vind? Ja, vast wel. Het past goed bij me. Ik heb er ongelooflijk veel lol in.
Maar ik herken een valkuil als ik hem zie, dus ook daar moet ik waken voor al te veel nonchalance. Nee, geen zorgen, ik heb nog geen mensen van hun sokken gereden, of vliegtuigen definitief aan puin gebotst (dat zou dan ook wel in het nieuws zijn geweest). Maar een zekere lossigheid is inmiddels wel in mijn werken gekomen. En dat is goed, want het betekent ook dat ik me prettig voel op mijn werkplek.
Te prettig misschien wel.
Want soms doe je dan dingen die dan weer niet helemaal volgens de regels zijn, en dat niet zozeer uit garstigheid om die regels te willen overtreden, maar gewoon, uit nonchalance.
Dat zit zo:
Afgelopen week was het bij Q-music week van de top 500 van de 2000's. Allemaal muziek uit mijn vroege 20'er jaren. Geweldig vind ik dat. Het is dat adolescentie-sentiment niet bestaat, maar dat was het een beetje. Woon-werkverkeer zou mogelijk last kunnen hebben gehad van mijn toch wat ver opengedraaide boxen als er een liedje langskwam met wat vrolijke basdrum erin.
En ook in de bus kan ik er heerlijk van genieten. Uiteraard is het zo dat als er passagiers in de bus zitten, ik mijn radio uit zet. Want de reiziger zou er theoretisch last van kunnen hebben, dus geen muziek. Bovendien, als ik al muziek aan heb staan, is het zacht, want ik moet wel alle porto-berichten kunnen horen, en als er een afhandelingsstop is dan moet ik ook dat auditief en visueel opmerken, en dat gaat gewoon lastiger als Q uit de boxen schalt.
Goed, ik moest een vlucht afhandelen, en die was iets later dan in mijn scherm stond. Geen reden tot paniek, wel reden om mijn bus eventjes te verplaatsen, aangezien er op de plek waar ik aan het wachten was met mijn bus, een ander vliegtuig zou komen. En dus kon ik nog wat langer genieten van de jaren 2000. Ook fijn. Rondje rijden, en mijn kist kwam binnen. Hoppa. Bus erbij, deuren open, vriendelijk wuiven naar de stewardess ten teken dat ik er klaar voor was, en de mensen konden uit- en instijgen. Na nummer 50 zette ik de passagiersstroom stop, en stapte achter de laatste aan, mijn bus in. Om meteen geconfronteerd te worden met mijn eigen nonchalance. Want uit de boxen schalde -in alle opzichten weinig subtiel- het welbekende "Fuck You" van Lilly Allen.
Een beetje raar is het wel. Zeker gezien het feit dat je toch wel een soort van karakteronderscheid kan maken tussen vluchten. En dit was het soort vlucht dat zeker niet echt aansluiting zou vinden bij een liedje waarbij "Fuck You" vaker klinkt dan moreel gewenst is. En juist daarom schoot ik dus in de lach. Ik weet niet of mensen er echt aanstoot aan hebben genomen, maar het drukt mij wel weer met de neus op de feiten. Ik moet dus echt mijn nonchalance wat beteugelen.

Het gewraakte liedje.

Verder was het natuurlijk een vreselijk droevige week. De gebeurtenissen in Oss zijn te afgrijselijk om over na te denken.
Maar nadenken erover doe je toch. Ik zou van mezelf altijd beweerd hebben dat ik dat niet zou doen, omdat ik daar toch wat te nuchter voor ben, maar mijn eigen karakter slaat me dan toch met een zekere wispelturigheid om de oren.
Het zal je kind maar zijn. Wat een een pijn, wat een botte ellende. Alle betrokkenen zullen dit nooit meer kunnen vergeten. Ik kreeg er een brok van in mijn strot. En moest denken aan Jente. Jente, die ook vaak in zo'n Stint wordt vervoerd, en waarvan haar kdv beweert dat ze er veilig mee overweg kunnen. Het zal zo zijn.
Wat mij echter toch enige wrevel bezorgt is dat er direct na die rampzalige reis allemaal mensen opduiken die hun verhalen en ervaringen met die Stint delen. Als "getuigen". Die dan ineens allemaal gaan roepen dat ook zij onveilige ervaringen hadden met het ding. Als die mensen dat meteen na hun ervaring geroepen hadden, en ook zo openbaar, dan was dit mogelijk niet gebeurd, of wel soms? Waarom dan pas na zo'n gruwelijk ongeval? Om ook eventjes publieke aandacht te krijgen?
En wat mijn gevoel van walging echt doet toenemen waren de onderstaande mispunten: (En helaas, hun namen zijn deels weggestreept).

Deze zogenaamde mensen hebben duidelijk geen seconde nagedacht voor ze hun walgelijke hersendiarree openbaar maakten. Voorop gesteld dat het maar helemaal de vraag is of dit soort net-niet-menselijke-verschijningsvormen überhaupt beschikken over het vermogen tot nadenken. En het blijkt maar weer dat mijn eerdere pleidooi voor psychologische keuringen voorafgaand aan het verkrijgen van een social-media-account, echt geen overbodige luxe is.
En het erge is: dit soort ranzige varkens in mensengedaante heeft stemrecht. En -veel griezeliger- het mag zich voortplanten. Hoewel, als je zulke gedachten openbaar maakt, lijkt het mij (en ik hoop het van harte) dat dat voldoende anticonceptie is. Welke vrouw zou zich nu willen laten bevruchten door iemand met de empathische vermogens van een door en door verrotte avocado?

En dan is het inmiddels vrijdag. Er wordt door een of andere bekende columniste een column voorgelezen. Ik hou het nog wel droog. Ik moet ook wel, want ik ben aan het rijden, en rijden met natte, lekkende ogen is nu eenmaal geen heel erg goed idee. En dan doet Q-music er nog ff een schepje bovenop. Dochters van Marco Borsato. En ondanks dat ik geen overdreven fan van Marco Borsato ben en mezelf nog steeds als redelijk nuchtere, gezonde Hollandse jongen beschouw, hakt die er wel in.
Omdat ik me besef dat dat gevoel van weemoed en die trots op je kinderen nu juist iets is dat je met je kinderen wel wil meemaken.

En de ouders in Oss......




zaterdag 15 september 2018

Hypocrisie en trots.

Ik heb een paar nare karaktertrekjes. Wie niet?
Een ervan is dat ik vaak tegen wil en dank erg goed in staat ben om de vinger op de zere plek te leggen.
Zo was er een gelouterde beroepsmusicus die zeer bewust ervoor koos om een gratis lunchconcert te spelen. (Dat is een bewuste keuze, die iedereen mag maken, om wat voor reden dan ook). Alleen voelde deze muzikante zich na afloop nogal naar, omdat ze gratis en voor niks had staan spelen. En ze maakte er dan ook een grote heisa van. En vond dat dit soort organisaties geboycot zouden moeten worden.
Dat zijn de momenten dat ik er met gestrekt been inga (ik ga overigens niet lopen schelden of dreigen of andersoortig lomp doen, ik stel wel aan de kaak wat er volgens mij misging). Want hoe hypocriet ben je, als je met al je talent en ervaring in de muziekwereld, met je volle verstand een overeenkomst aangaat voor een gratis lunchconcert, om vervolgens te gaan lopen janken dat het misbruik is, en dat dat soort dingen geboycot moeten worden?
Uiteraard is het misbruik, maar je laat toch zeker ook misbruik van je maken. Ik was een van de weinigen, zo niet de enige die niet in het gejank trapte, en haar domweg zei dat ze het zelf gedaan had. En dat het op zijn zachtst gezegd dom is om dan achteraf te klagen.
Niet handig, want in de muziekwereld lijkt het bon-ton te zijn om dan als een roedel wolven met de Akela mee naar de maan te gaan janken.
Hypocrisie is me een gruwel. Ik ben het zelf ook, en kom daar eerlijk voor uit.

Een ander naar karaktertrekje van me is dat ik ongelooflijk trots ben. En die trots heeft me soms best wel voor onoverkomelijke problemen gesteld. Zo vind ik het onwijs moeilijk om om hulp te vragen. En dat heeft in het verleden nogal eens geleid tot het groter worden van problemen.
Ik ben trots. Trots op wat ik -ondanks mijn opvoeding, verleden en levenshindernissen- toch bereikt heb. Trots op mijn vrouw, kind en huidige leven. Trots op wie ik ben. Ik kan mezelf aankijken, in de volle wetenschap dat ik er als mens nog niet ben, bij lange na niet zelfs, maar ik werk keihard voor mezelf en mijn gezin.
Die trots leidde overigens ook tot bovenstaande meningsverschil. Bovenstaand werd namelijk openbaar gedeeld, en dan ga ik er vanuit dat als iemand in het openbaar zijn/haar verhaal deelt, het niet erg vindt dat er weerwoord op komt.
Diezelfde trots heeft mij in de afgelopen maand 50 euro gekost.
Ik was namelijk ooit lid van een clubje mensen waarbij ik dacht dat ik me op mijn gemak zou voelen. Waar ik verwachtte het gezellig te hebben. En dat klopte.
Tot ik over diverse zaken van mening bleek te verschillen met enkele mensen. Toen ineens was het minder gezellig.
En, omdat ik uitging van een vriendenclub met dezelfde interesses, ging ik er vanuit dat een andere mening kan en mag. Blijkbaar niet. Het kwam me te staan op ernstige reprimandes en nogal wat laatdunkend gedrag.
Oke, prima. En om de sfeer in de groep niet te laten verzieken door het feit dat ik vind dat mijn mening evengoed telt als andermans mening, besloot ik de groep te verlaten. (Soms moet je verder kunnen denken dan alleen maar je eigen ikje, nietwaar?)
Alleen: In die groep had ik samen met iemand (uit privacy overwegingen zal ik hem S. noemen) een uitleescomputer gekocht. Ik legde 50 euro in. Tja, die ben ik kwijt. Want reken maar dat toen ik vertrok, ik niks hoorde van S. Ik ben namelijk te trots om te bidden en smeken of ik dat geld terug mag. Als de eerlijkheid niet vanuit iemand zelf komt, moet diegene zichzelf maar in de spiegel aankijken, zonder te denken: ik ben een oneerlijk hondsvot.
Het zal zo zijn.
Overigens wil ik daar wel aan toevoegen: ik voel mezelf geen slachtoffer van een ander hier.  Ik ben slachtoffer van mijn te makkelijke vertrouwen, en van mijn eigen trots. Het is niet altijd even makkelijk om Marnix te zijn. Maar gelukkig is het wel zo dat degene die daar het meest "last" van heeft, ikzelf ben.

Maar het was niet allemaal ellende in die "vrienden"groep. Want ik heb er 2-3 erg fijne contacten aan overgehouden. En een ervan is zelfs zo goed, dat ik niet alleen vriendschappelijk door een deur kan, maar ook zakelijk gezien er ongezien een auto zou kopen en laten onderhouden, omdat ik weet dat ik die jongen kan vertrouwen als mijn broekzak. Ik heb er niet voor niks een auto gekocht, en hij is een van de weinigen die ik eraan laat sleutelen. Ken is dan ook een topper.
En dan heeft die groep toch nog iets goeds opgeleverd.
En gelukkig: ik ben ook al jarenlang lid van een vriendengroep waarin ik juist wel geaccepteerd word, omdat ik nu eenmaal ik ben, en wat afwijkend ben. Waarin meningsverschillen geen reden voor laatdunkendheid en achterbaksheid zijn, maar met een drankje en een sigaretje in de hand eens stevig besproken en be-lachen worden. Eigenlijk net zoals dat bij mijn collega-vriendjes van de kapel en de bus gaat.

Een ander (weer wat meer maatschappelijk) pijnpunt.
Religie. Ik ben niet bijster religieus. Echt niet. Ik vind dat eenieder die in god gelooft (of allah, of boeddha of het neerstortende spaghettimonster) dat lekker moet doen. Ik geloof (no pun intended) dat die mensen daar een hoop kracht, troost en vertrouwen uithalen, en dat is mooi.
Ik moet wel zeggen dat ik het vanuit de ultrarechtse kring opvallend stil vind aangaande religie.
Want daar waar vanuit de ultrarechtse "kerk" (pun intended) moslims stelselmatig aangevallen worden op hun profeet die ettelijke duizenden jaren geleden getrouwd schijnt geweest te zijn met een meisje van 9 (dit is niet meer controleerbaar) zijn diezelfde mensen doodstil als het volgende kindermisbruik-partijtje uit de katholieke kerk naar buiten komt (en dit is absoluut wél controleerbaar).
Die balk in de eigen ogen is zó hypocriet, daar kan ik erg weinig mee.
Maar inmiddels heb ik geleerd deze discussies niet meer aan te gaan. Er kan namelijk niks goeds van komen.

De drukke maand is begonnen. En gelukkig heb ik op mijn beide werkplekken enorm veel lol. En tot mijn uitzinnige trots (pun zeer zeker intended hier) is mijn idee om een BBQ te organiseren voor alle chauffeurs van mijn werkgever, overgenomen door de recruiter en gaan wij over een paar weken gezellig genieten van een overheerlijke hoeveelheid geroosterd vleesch.
Ook bij de kapel heb ik het weer ongelooflijk gezellig met mijn vriendjes.
Hoewel ik wel moet waken voor al te veel drukte. Want ik merk in de afgelopen weken dat ik erg enthousiast ben met het inplannen van mijn werk.
Zó zeer dat Ilse soms loopt te mopperen dat ze me toch wel wat vaker wil zien dan alleen maar met mijn oogleden op half zeven, omdat ik vroeger mijn bed uit moet dan sociaal-maatschappelijk verantwoord is.
Jente is nog niet helemaal uit de fase waarin Ilse en ik soms (oke, wat vaker dan soms) tot wanhoop gedreven worden, maar het lijkt erop dat ze wel aan het opkrabbelen is.
Dat gaat ons niet rap genoeg, maar het is fijn te merken dat het wel echt maar een fase is...


[Edit: mogelijkerwijs naar aanleiding van deze blog, heb ik toch alsnog een deel van de "kosten" van de eerder genoemde "vrienden"groep mogen wijzigen. Mogelijkerwijs naar aanleiding van deze blog besloot iemand alsnog in het reine te komen. Dat vind ik netjes en fatsoenlijk, en dus heb ik ook deze blog een beetje aangepast.]


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...