woensdag 21 december 2011

inentingen...

Ik dacht vanmorgen: ik breng Claus even naar de dierenarts, voor zijn entingen. Niesziekte, vlooien, wormen. Dat soort aangelegenheden. Want het is niet ondenkbaar dat ik Claus vroeg of laat toch voor een weekje naar een pension moet brengen.

Dus ik haalde zijn reismand tevoorschijn. Claus, heeft enkel slechte ervaringen met de reismand. Telkens als hij in die reismand moet, gebeuren er vreselijke dingen. Er wordt een thermometer in zijn kont gepropt, hij krijgt venijnige prikken, en andersoortige ellende in zijn ogen, neus en lijf. Dus als ik begin te rammelen met die reismand, neemt Claus de benen.
Mijn auto staat een eindje verderop. Want in mijn straat geldt een parkeerverbod. Dus het leek mij handig, om eerst Claus in die mand te proppen, dan de auto te halen. Zodat ik zo kort mogelijk fout geparkeerd sta.
Dat proppen ging niet helemaal zoals ik dacht. Ik zette de mand neer, keek om me heen waar Claus was, en weg was hij. Niet ongelogen: ik heb dat beest door het hele huis moeten achtervolgen. De aanhouder wint, en uiteindelijk lukte het om Claus te vangen, en in zijn mand te doen. Poppetje gezien, kastje dicht, en ik kon de auto voorrijden. Bij binnenkomst, bleek dat Claus het écht niet eens was met deze gang van zaken. Het deurtje was uit het mandje gedrukt, en twee van de scharnieren van dat deurtje bleken onherstelbaar beschadigd. Dus moest ik weer door het hele huis die kat achterna. Gelukkig had ik nog verhuistape.

Waar Claus bij mij dat mandje met geen stokslagen in te dwingen is, bij de dierenarts, is hij er met geen stokslagen uit te dwingen. Hij ziet de man, weet al wat er gaat komen (niet veel goeds) en verrekt het om dat mandje uit te komen. En als hij er dan uit is, dan gaan zijn nekharen overeind, zijn oren plat naar achter, en er volgt een concert van geblaas, gemauw, gesis, gemiep en gegrom. En dat voor 1 prikje, wat nagels knippen en een paar druppeltjes in zijn neus. Nee, de dierenarts is zijn vriend niet. Terwijl het toch een aardige man is.
Ik hoop dat het nieuwe mandje beter bestand is tegen het wilde beestengedrag van Claus. Dat heeft hij in elk geval niet van mij.

En ik hoop ook dat hij niet heel erg boos gaat zijn als ik hem naar een pension breng. Mijn ma gaat hollend achteruit. Het hart begint last te krijgen van de kanker. En dit levert vocht op. Vocht dat niet meer wordt afgevoerd. En daarbij komt een steeds grotere hoeveelheid doodsangst en paniek. En omdat dit voor mij ook allemaal nieuw is, weet ik niet zo goed hoe ik daarmee om moet gaan. Ik vind dat lastig. Negeren kan ik het niet. Maar op een gegeven moment is het bijna onmogelijk om nog iets terug te zeggen. Ik zou het ook allemaal niet weten.
Merry Christmas dan maar? Dat klinkt ook weer zo zuur. Gelukkig nieuw jaar. Of een prettig uiteinde. Wens dat een kanker patient maar eens toe. De cynicus in mij staat te juichen.
Iemand zei me eens, dat ik het leven moet nemen met een lach. En dat lukt me steeds vaker weer een beetje. Maar kanker hangt als een zwaard van damocles boven mijn hoofd. En Claus? Die moet dan toch heel even naar een pension. Anders zou ik het ook niet weten...

zaterdag 17 december 2011

Guitig.

Speciaal voor het kwintet.
Een guitige blik. Mij werd verteld dat ik ergens in een blog het woordje 'guitig' gebruikte.
Nou schrijf ik zo veel zin en onzin op, dat dit zeer goed mogelijk is. Zin om dit na te zoeken heb ik niet. Dus dan maar een blog waarin dit woordje voorkomt.
Guitig: op een leuke manier ondeugend. Schalks, Olijk.
 Dat is de letterlijke betekenis. En dat kan opgaan voor Paul, Berjan, Triks, Christiaan, Paul en mezelf.

Als we met het kwintet spelen, worden er regelmatig blikken uitgewisseld. Want tijdens het spelen, moet je toch contact met elkaar houden. Dit om te voorkomen dat de ene iets doet waar de ander net niet meer op kan anticiperen. Of op het nippertje juist weer wel. Gisteravond werden er ook weer guitige blikken uitgewisseld. Het kerstrepertoire is toch, hoe je het ook wendt of keert, enigszins beperkt. Mary's Boy Child komt je na anderhalve keer ook wel de strot uit, dus wat ga je doen: juist, je geeft je eigen draai er een beetje aan. Dit met wisselend succes.Vaak heeft het publiek niet in de gaten (die zitten harder te kakelen dan wij spelen kunnen, ergens gaat een mobiel af en kinderen staan op minder dan een meter afstand te krijsen) dat er iemand in het kwintet gewoon compleet iets anders zit te spelen dan er staat, maar het klinkt leuk. Het kwintet heeft het wel in de gaten. Dan worden er wat blikken uitgewisseld. Paul zit achter zijn trombone te grijnzen, Chris zit te zwoegen, Berjan gaat stoicijns door, en Triks wordt rood van het ingehouden lachspelen. Guitig.

Na nummer 1 komt in de regel nummer 2. Tenzij nummer 3 eerst komt. Dat kan gebeuren. Dan is de volgorde ineens 1, 3, 2. Dat moet wel iedereen weten, want als vier mensen met liedje 2 beginnen en de vijfde begint in haar eentje met liedje 3, dan is het resultaat net zo verbijsterend als Geert Wilders in een moskee.
We zijn allemaal mensen, dus we maken ook wel eens allemaal een vergissing. Er was op dat moment nog geen Gluhwein in het spel, dus het was echt gewoon een kwestie van de bladzijde te enthousiast omslaan. Leverde wel weer guitige blikken op.

Bij kerstliedjes is het vaak noodzaak om er wat mee te doen. Want iedereen kent die krengen. Speel maar eens Stille Nacht. Doe maar. Zonder publiek is dat appeltje eitje. Met publiek ook trouwens. Maar als je ook maar een foutje maakt, dan hoort iedereen dat.
Ik had een leerling, en dat was een guitig mannetje. Altijd schalks uit zijn ogen kijken, altijd dát oefenen wat ik hem niet opgaf. Hij kwam in de zomer al met een zelf geoefend liedje. Jawel: stille nacht. In de zomer. Van een leerling kan ik heel wat hebben, maar om in een stikbenauwd oud muziekschool gebouw naar een beginners versie van Stille Nacht te gaan luisteren, terwijl de zon dodelijke hitte verspreidt, vind ik toch wat vergaand. "Is voor kerst", zei hij. Alsof ik het liedje niet zo herkennen. (Nou herkende ik het ook niet, zo vreselijk gammel speelde hij, maar dat is een ander verhaal).
Daarom helpen de meeste arrangeurs een beetje mee. Do you hear what I hear, is daar een voorbeeld van. Een mooi lieflijk Amerikaans kerstliedje. De arrangeur heeft het echter bewerkt, met 'hints van de bolero van Maurice Ravel' erin verwerkt. En van een lieflijk kerstliedje gaat het bijna ongemerkt over in een gewelddadig hakken en klieven in de hoogte, met een enorme hoeveelheid noten. Het publiek weet niet wat het overkomt. Wij de eerste keer dat we het speelden ook niet. Zodat je ook bij een kerstliedje soms weg kan komen met een vrije interpretatie. Die dan weer guitige blikken tot gevolg heeft.

donderdag 15 december 2011

Claus en kerst

Mijn huis heeft bovenaan de trap, tegen de muur een radiator. Vraag me niet waarom, mijn overloop boven hoeft niet verwarmd te worden, de buitenmuur wat mij betreft ook niet. Maar het ding zit er wel. En nu heeft Claus dus ontdekt dat dat wel een heel lekker warm plekje is om te gaan liggen. Dat is leuk voor hem. Hoewel ik behoorlijk knorrig kan worden als ik in het vroege donker de trap af wil stommelen voor mijn eerste kop koffie, en dan mijn nek breek over een kat, die lekker ligt te soezen bij de radiator. Lazer ik dus bijna naar beneden, krijg ik van de kat een verontwaardigd gemauw naar mijn hoofd. Ja, welke oetlul gaat er dan ook bovenaan de trap liggen. Het is niet zo dat een zwarte kat in het donker erg opvalt. Misschien toch maar eens een fietslampje op zijn staart lijmen.
Ik wilde eerst een custom kerstkaart maken. Van Claus, met een kerstmuts op. Omdat Claus daar zo zijn eigen mening over had, en die middels zijn nagels erg goed wist over te brengen, moest ik toch naar de Bruna om kerstkaarten te kopen. Dus de status van mijn huwelijk met Claus: er gaat voedsel in, er komt poep uit, ik breek mijn nek over hem, maar als tegenprestatie een leuke kerstkaart maken, zit er niet in... En toch, ik zou Claus niet meer uit mijn leven kunnen doen. Hij is er, en hij blijft er...
Kerstliedjes.
Elk jaar is het weer raak, vanaf begin december blért de autoradio allemaal kazige kerstliedjes. De enige waar ik echt om kan grijnzen is Flappie, van Youp van t Hek. De rest is allemaal te zoetsappig voor woorden. Maar goed, mensen komen in de kerststemming, en om de commercie nog een boost te geven, draait zelfs de gemeente kerstmuziek als muzak.
Vorig jaar ging ik voor het eerst met het kwintet van de KMAR spelen. Kerstliedjes. Voor een optreden in Buren. Het dorpje Buren. Niet bij de buren. Hoewel dat voor mij op hetzelfde neerkomt. Twee keer hoesten en ik ben van Tiel naar Buren gereden.
Vorig jaar hadden we "Oh Dennenboom" op het repertoire staan. Dit lied is toch wel een typisch voorbeeld van Pruisisch drama. Het had door Wagner geschreven kunnen worden. Teutoonser kom je ze niet meer tegen. Luister eerst dit, en dan bijvoorbeeld 'have yourself a merry little christmas' achter elkaar, en je snapt meteen wat ik bedoel. Het absurde verschil tussen die twee deuntjes werkt vaak op de lachspieren, vooral omdat de arrangeur zijn dichterlijke vrijheid gebruikte om er wat signalen tussen te proppen die rechtstreeks uit de Olymische marsen van John Williams hadden kunnen komen. Maar ik moet daarbij meteen toegeven, als je gewoon 'O Dennenboom' speelt, ben je na drie keer inademen ook wel klaar. Dus hij heeft toch wel goed werk afgeleverd, deze arrangeur.
En stiekem is het ook telkens weer gezellig. Om met het kwintet te spelen. Want we beginnen elkaars mimiek goed te begrijpen.
Het optreden zelf is in het kader van "Buren bij kaarslicht". Dat is heel schattig, want dan is vanaf 1700 uur dat dorpje dus dicht. Kom je er niet in. Want overal waar iets kan spelen, speelt iets. Een koor, een fanfare, een dweilkapel, een kwintet, een orgeldraaier met zijn aapje, en ik gok dat zelfs de Cliniclowns er acte de présence geven. Er wordt langs al deze locaties door middel van waxinelichtjes een route uitgestippeld. Wij spelen uiteraard in het museum van de Marechaussee. Omdat deze locaties open moeten zijn (het publiek flaneert van concert naar concert) is het dus steenkoud. Dan spelen we, om er in te komen, dus eerst 'Have yourself a merry little Christmas' en daarna die lachwekkende 'Dennenboom'.
Vorig jaar had het gesneeuwd. En was ik bezig met verhuizen. En zou ik naar Limburg gaan voor een kerstfeest in het ziekenhuis. Dit jaar denk ik dat er geen sneeuw ligt, hoef ik niet te verhuizen en ga ik kerst waarschijnlijk niet in het ziekenhuis vieren. Met een beetje pech wél in het mortuarium, maar in elk geval niet in het ziekenhuis. Dat is een kleine verbetering.
Maar ik denk wel dat het weer gezellig zal worden. We krijgen soep met broodjes. En waarschijnlijk ook weer wat gulle grijnzen zo over en weer.

dinsdag 13 december 2011

Verkouden

Verkouden zijn. Niks ergs aan. Beetje hoesten, beetje snotteren. Beetje benauwdheid op de longen, wie kent het niet.
Claus is hier inmiddels aan gewend, en voor zover het hem iets kan schelen, laat hij niet merken dat hij schrikt van mijn bulderende gehoest. Instinctief speelt hij niet met mijn gebruikte zakdoeken, daar waar hij normaal wel graag met een propje speelt.
Ergens vind ik het nogal zouteloos van mijn lichaam. Al vanaf september ben ik bezig met het vreten van appels, sinaasappels, hele struiken broccoli, bloemkolen, bonen, gezonde dingen als lof, paprika, tomaten, sla en noem al die gezonde teringbende maar op. Dit aangevuld met elke dag zo'n ultiem ranzige vitamine pil. Daarnaast ben ik voor mijn conditie naar de sportschool aan het gaan. En dan nog verkouden worden. Ik ben er eigenlijk niet zo van gediend. Maar ja.

Als je longkanker hebt, in een laat stadium, dan wordt zeer sterk afgeraden om met verkouden mensen om te gaan. Want zeker in dat laatste stadium is je lichaam niet echt bezig met het bevechten van verkoudheidjes. Het is bezig met de laatste strijd tegen de kanker. Die het toch wel verliest. Maar een simpele verkoudheid kan tot de dood leiden.
Vandaar dat doktoren zeggen dat mensen die verkouden zijn weg moeten blijven.
Maar de wijkverpleegkundigen dan? Die kunnen het ook onder de leden hebben. Moeten die dan maar wegblijven, en mijn ma niet meer verzorgen?
In dit geval: ik had het al onder de leden toen we sinterklaas gingen vieren. Dus het is goed denkbaar, dat ik mijn moeder een pracht van een verkoudheid heb gegeven. Surprise avond was nog nooit zo verrassend...


Had ik dan maar thuis moeten blijven? Moet ik dan maar wegblijven, terwijl er in Limburg een mensje dood ligt te gaan, die vreselijk veel behoefte heeft aan mijn aanwezigheid? En wat cynischer: wat maakt het uit, dood gaat ze toch wel.
Voor mij is die verkoudheid al vervelend. Sporten gaat niet zo lekker, spelen wordt wat kortademig, en het hoesten is ronduit irritant.
Mijn moeder daarentegen... Haar longen, die toch al vol zitten door een fikse tumor, komen nog voller te zitten. Met verkoudheidstroep. Waardoor ze terecht het gevoel krijgt dat ze stikt. Die paar longblaasjes die het nog doen, worden nu geteisterd door een klein kloterig virus.
Nu heeft ze wel een apparaatje gekregen waaruit ze snuifjes spul kan nemen, die de longblaasjes met geweld open kan maken. Dat helpt. Maar niet in de nacht. Dan lopen de longen vol, en wordt ze helemaal panisch wakker. Ze stikt. En om 0400 uur, gaat bij mij de telefoon. Meer dan wat brommen kan ik niet. Blijkbaar stelt haar dat gerust.
Gelukkig was afgelopen weekend een goeie vriendin mee. Die nog even afscheid wilde nemen van mijn ma. Een heel lief gebaar, al was de aankomst situatie een beetje maf. Die had bij dat snuifjes apparaat nog wel een paar tips.

Mijn ma is terecht doodsbang. Bang voor de dood. Bang voor alleen doodgaan. Maar ik hoor haar ook steeds vaker zeggen dat het zo voor haar niet meer hoeft. Na meer dan drie maanden begint de rek er een beetje uit te gaan. Na meer dan anderhalf jaar ziek te zijn geweest, is de kracht om nog langer ziek te zijn, op. Ziek zijn. Daar kun je ziek van worden. Ze wil geen pijn meer. Geen pillen meer, die haar lichaam niet meer verwerken kan, ze wil de angst niet meer. De ongemakken. Nauwelijks tot niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Ze is niet aan bed gekluisterd, maar aan huis. Dat heet mobiel. En letterlijk klopt dat. Maar figuurlijk.
Wat mij betreft....


Gisteren zag ik een lief dametje collecteren voor het Kankerbestrijdingsfonds. Ik gaf niks. Men heeft de kanker bestreden, en het resultaat was een half jaar, wellicht langer, verlenging van het leven. Maar de condities waaronder dat gebeurde waren absoluut miserabel. Als er nu een stichting was die zich zou toeleggen op onderzoek van hoe we de pijn en de ongemakken kunnen bestrijden, zouden die mijn laatste dubbeltje krijgen. Maar een stichting die alleen maar interesse heeft om het leven te rekken, zonder te kijken naar wat voor leven dat je rekt. Ik vind het gezegend. Maar niet van mijn geld.


Wat is het eerste dat ik ga doen als dit achter de rug is? Stoppen met roken!. Ik heb de ellende die het KAN opleveren gezien, en het is het me niet waard. Op die manier wil ik niet gaan. Echt niet. Dus wellicht levert dit toch nog iets positiefs op.

vrijdag 9 december 2011

sinterklaas en ander nieuws.

Sinterklaas.
De opbrengst: een paar sokken, een houten bord met daarop de tekst: SMILE, IT CONFUSES PEOPLE, een en een speeltje voor de kat.
Dat bord wilde ik eerst op mijn hoedenplank neerzetten, maar de kans dat dat rechtop blijft staan, is niet zo groot. Maar hoe leuk zou het zijn, om dat bord daar wel te hebben staan. Dat mensen me inhalen, en mij met mijn humeurige kop achter het stuur zien zitten.
Dat speeltje van Claus. Zoiets had ik al eens zelf voor hem gekocht. Een stokje, met daaraan een touwtje, met daar weer aan een soort knuffelbeestje, met een belletje. De bedoeling is dat je dat ding dan een beetje uitdagend voor hem laat bungelen, of voor hem uitsleept. Bij de vorige, vond Claus het touw veel leuker dan het knuffeltje. Dus het knuffeltje lag er na een paar weken al af. En pas toen het touw echt helemaal kapot gekloven was, naja. Ik heb het maar in Ede achtergelaten (uiteraard wel in de vuilnisbak).
Het nieuwe speeltje, daar is Claus een beetje bang voor. Het gaat hier om een kerstkalkoen speeltje, waarvan de staart er zeer dubieus uitziet. Maar dan ook echt heel erg dubieus. Nu vraag ik me af of dat de weerzin van Claus heeft opgewekt, of dat die er meer in gelegen is dat het nieuw is, en dus per definitie eng.

Eenmaal thuis van het vieren van Sinterklaas besefte ik 2 dingen: 1) ik had er zeer tegenop gezien. Mijn kop stond en staat niet bepaald naar feestelijkheden, om meerdere redenen.Maar het was wel goed dat ik het toch gedaan heb, want:  2) Dit is met 99% zekerheid de laatste keer dat ik Sinterklaas vierde. Ditzelfde geldt ook voor kerst. Het wordt op die manier een beladen periode. Een vriendin zei me: Marnix, je bent een tobber. En dat klopt. Ik probeer er van te genieten. En het is oppassen voor al te veel zwartgalligheid.

Eenmaal thuis bleek ik een dijk van een verkoudheid opgelopen te hebben. De dunne muren van mijn huisje trillen vrolijk mee, als ik weer eens een hoestbui heb. Vandaag zou ik naar de sportschool gaan, maar dat doe ik toch maar niet. Ik heb heel even te weinig lucht over.

Een ander ding aan mijn huisje in Tiel: toen het een paar dagen geleden stortregende, bleek het dakje van mijn toilet redelijk lek te zijn. En lekte het zo hard, dat ik bijna de associatie had dat dat hoekje van mijn huis gewoon geen dak had. Het druppelde niet, nee het stroomde gewoon naar binnen. Redderen met emmers en pannen, bleek niet te werken, want in de hoek waar het naar binnen stroomde, staat ook een radiator. Dus een emmer of pan kon er helemaal niet bij. Gebiologeerd stond ik te kijken naar dit bijzondere tafereel. Nog nooit eerder had ik een dermate groot lek mogen aanschouwen. Een beetje jammer was ook dat de verwarming niet aan wilde slaan. De druk op de ketel was onder de 1 bar. Dus die moest bijgevuld worden. Geen leuke klus, als je in de vroege ochtend wakker bent, koffie wil, en zo snel mogelijk een warm huis wil. Ik kan stellen dat die dag geen bijzonder goed begin had.

Er gloort ook hoop voor deze man. Ik beschouwde mezelf nooit echt als planten man. Echt groene vingers heb ik nooit gehad, en ook niet de interesse erin. Maar goed, er kwamen planten in huis. En ze zijn nog niet dood. De varen staat er wat droogjes bij (krijgt wel water) de boom (geen kerstboom) heeft inmiddels een paar nieuwe takken gekregen. De vleesetende plant, leeft ook nog (Claus is nog een maatje te groot voor hem) en de twee struikjes die ik in de vensterbank heb staan, zijn ook nog steeds niet dood. En dat voor iemand die beweerde dat planten bij hem altijd doodgaan... Niet slecht toch?

Toen ik deze blog begon te tikken, bleek halverwege mijn toetsenbord geen sjoege meer te willen geven. Ik tikte er lustig op los, maar er verschenen geen lettertjes. Nu heb ik al een beetje problemen met de e toets, dus ik werd een heel klein beetje knorrig. Op het moment dat ik het ding door het raam naar buiten wilde flikkeren, viel mijn oog op een klepje onder het toetsenbord. En op dat klepje stonden 2 batterijen getekend. Verrek! Zou het?.... Klepje open, gelukkig bleek ik nog aaa-batterijtjes te hebben, en jawel! Het toetsenbord doet het weer als tevoren. Dus helaas nog wel met een lauw functionerende e toets.

Eens kijken wat er gebeurt als je de e toets overslaat:
Ton ik dz blog bgon t tikkn, blk halvrwg mijn totsnbord gn sjog mr te willn gvn. Ik tikt r lustig op los, maar r vrschnn gn lttrtjs. Nu hb ik al n btj problmn mt de  tots, dus ik wrd n hl klin btj knorrig. Op ht momnt dat ik ht ding door ht raam naar buitn wild flikkrn, vil mijn oog op n klpj ondr ht totsnbord. n op dat klpj stondn 2 battrijn gtknd. Vrrk! Zou ht?.... Klpj opn, glukkig blk ik nog aaa-battrijtjs t hbbn, n jawl! Ht totsnbord dot ht wr als tvorn. Dus hlaas nog wl mt n lauw functionrnd  tots.

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...