dinsdag 26 april 2011

Pasen.

Pasen, een feest van de dood (heerlijk, de symboliek) en wederopstanding (zou het?) van Jezus, die genageld aan het kruis stierf voor onze zonden. (Tja).
Mijn pasen begon met een rustige zaterdag, waar wij gezamenlijk (Syl en ik) eerst wat gingen shoppen. Dat ging zo: bij de halfords scoorde ik een setje ruitenwissers, omdat de oude niet meer in staat waren om de geplette insecten van mijn ramen te vegen. Vervolgens wilde Syl de H&M in, waarbij ik aan de rechterkant van de winkeldeur werd geposteerd. Letterlijk en figuurlijk op wacht gezet. En wachten moest ik. Eerst omdat elk shirtje bekeken en bevoeld moest worden. Daarna omdat de vangst afgerekend moest worden bij de kassa. Aan de linkerkant van de winkeldeur, stond een andere vent, die redelijk moedeloos werd van het oeverloze geshop van zijn vrouw/vriendin/minnares/partner. Na enkele sigaretten, en een nutteloze zoektocht naar een nieuwe portemonnee voor mij, was het tijd om verder te wandelen. Tot we bij een een andere winkelketen kwamen. Waar ook "heel even" wat jurkjes gescoord moesten worden. Tot mijn verbazing en bescheiden hilariteit, stond ik weer aan de rechterdeur van de winkel, en dezelfde man die ook bij de H&M stond, stond ook hier weer aan de linkerkant. Een blik van verstandhouding werd uitgewisseld. Tijdens mijn wachttijd voor de deur viel mij op dat er redelijk wat jonge gezinnen door de straat stiefelden. Voorop liep de jonge moeder, al kwetterend, en commanderend, achterop liep de jonge vader de kinderwagen voort te duwen, die overladen was met tassen en dozen, welke ongetwijfeld door moeders op en aan gehangen waren. De uitgebluste en soms wat wanhopige gezichten spraken boekdelen over een gruwelijk weekendje pasen met de schoonfamilie.
Uiteindelijk kwamen we via een mannetje die geitenkaas verkocht, (Dit heerschap had een snor zo lang als de sik van de geiten waar hij zijn kaas van maakte, maar de kaas smaakte bijzonder lekker) bij een winkel waar ik dan eindelijk een nieuwe portemonnee kon kopen. De oude viel uit elkaar, en na het afrekenen had ik geen cent meer over om in mij nieuwe portemonnee te stoppen.
De eerste paasdag werd ik gesommeerd om in mijn bed te blijven liggen. Syl ging even wieberen. Toen ze terugkwam, werd ik voor de tweede keer die dag wakker gemaakt met een heel lekker ontbijtje op bed, en moest ik mijn sportkleren aantrekken. Op de hindernisbaan in mijn achtertuin had ze allemaal paaseieren verstopt die ik alleen maar kon pakken door de betreffende hindernis te nemen. Dat is toch briljant. Iemand die zoveel moeite voor je doet. Overigens: voordat iemand gaat denken dat ik soepeltjes over die hindernissen kwam: nee, dat lukte niet. In sommige gevallen, ging ik er als een lompe olifant op en over, in andere gevallen, was het uberhaupt maar de vraag of ik er op en over zou kunnen. Goddank was er geen fototoestel bij, want ik denk dat ik die hilariteit niet aan had gekund. Toen was het al vrij snel tijd om naar limburg af te reizen. Want hoezeer ik ook niks met pasen heb, het is een feestdag, en aangezien het wel eens de laatste pasen zou kunnen zijn, was het toch wel wenselijk dat ik (we) naar limburg afzakten. (Ik vraag me nu wel af, hoe het zal voelen als ik volgend jaar weer voor de laatste keer pasen in Limburg ga vieren...). Daar aangekomen, heel wat emotionele gesprekken gevoerd, moeders uitgelaten ergens in Mechelen en later nog de keutenberg opgereden. Met 22% toch een redelijk forse helling, waarbij mijn auto voor het eerst begon te bokken toen ik hem in zijn 2 erop wilde jagen. De gevoelens waren toch wel redelijk gemengd toen we terugreden naar Ede.
Inmiddels is het 1015 uur, en ben ik alweer een kleine 5 uur wakker. Ik zou Syl namelijk terugbrengen naar de kazerne in Hilversum. Blijkt dat ze allemaal bewijsmateriaal heeft verzameld om aan te tonen dat ik werkelijk snurk. Het is verschrikkelijk. Ik snurk dus echt. En niet zo zuinig ook. Nu ga ik maar eens beginnen met de rommel opruimen, en wat orde te scheppen in de chaos.

vrijdag 22 april 2011

Een driekwartsmars en wat geleuter over de spelling...

Hartverwarmend zijn alle reacties, al dan niet in-my-face(book) op mijn vorige blog. Waarvoor mijn dank.
Er zijn mensen die serieus vinden dat ik meer moet schrijven, en daar zit 'm de kneep. Ik heb al moeite met het combineren van mijn levenstaken. En los daarvan: stel je nu eens voor dat ik elke week een stukje MOET schrijven. Ik denk dat ik van pure zenuwen een vingerkramp krijg. Dat ik elke maand een toetsenbord door mijn raam smijt, en krijsend aan mijn monitor zou gaan knagen.

Gisteren en vandaag rustige dagjes beleefd bij de kapel. We zijn bezig met het instuderen van de nieuwe show. Ik moet eerlijk zeggen dat het me alles meevalt. Het valt geleidelijk aan minder op dat ik constant verdwaal. Dit zal ongetwijfeld liggen aan het feit dat iedereen verdwaalt. En ik moet nog wennen aan het marcheren in 3-kwarts maat. Voelt een beetje alsof je plotseling op een kameel zit. Gisterenavond met een collega lekker zitten kletsen, en gegeten bij Juffrouw Tok. Tok, is de enige tekst die een kip uit haar strot krijgt, en derhalve kun je uit de naamgeving opmaken dat bij Juffrouw Tok men kip als specialiteit heeft. Best aardig, niet heel duur, en inderdaad, er ligt een behoorlijke portie kip op je bord. Voor de kinderen een leuk alternatief voor het obligate pannenkoeken restaurant.
(Spellingscontrole is hip: Vroeger was ik gewend om pannekoek zonder n in het midden te spellen, maar blijkbaar vond iemand het ooit belangrijk dat je meerdere pannen nodig had voor 1 pannekoek, waardoor er een n bij werd geplaatst. Dus is de correcte spelling: pannenkoek. Als je het mij vraagt, is dit volslagen lulkoek, welke ezel krijgt er in vredesnaam betaald om te filosoferen over pannekoeken die voortaan met een n in het midden gespeld moeten worden. En wat dan wel weer komisch is: lulkoek krijg van de spellingscontrole geen rood streepje. Lullenkoek, en lullekoek beiden weer wel...)
Het paasweekend ga ik doorbrengen met mijn meisje, en daarna even naar Limburg op en neer. Niet dat ik veel met pasen heb, maar voor je het weet kan het zomaar de laatste pasen zijn die je met je moeder viert. Dus ik heb zo het vermoeden dat de Matteejus Passijoon wel weer voorbij zal gaan komen. Ook daar heb ik weinig mee, moet ik zeggen, maar omdat het van Bach is, mag ik dat niet hardop zeggen, want zelfs de meest doorgewinterde muzikale analfabeet vindt Bach mooi. Goed.
Ik heb weer voldoende verteld.

Op naar het weekend.

dinsdag 19 april 2011

De laatste (?) klap

Tja, het nieuws was al wel bekend. Maar mensen die we zijn, waren we er toch goed in om sommige dingen niet goed te willen onderkennen. Niet goed te willen herkennen. Niet te accepteren ook.
Dus afgelopen maandag alweer naar het ziekenhuis gegaan, om eens te babbelen met wat artsen. En hun oordeel luidde: niks meer aan te doen. Kan niet meer. Verwachting: tussen weken en jaren, en beide zijn hoge uitzondering. Maanden dus. Doe wat je leuk vind, en doe het nu.
Kabammmmm!!! Duizelend zit ik in mijn stoel, de implicaties van dit al, komen druppelsgewijs binnen, en elke druppel doet mijn gemoed verder in het zwart belanden. Met een gitzwart humeur rijden we terug naar huis. Omdat de snelste weg is afgesloten, verdwalen we in Meerssen. Om bij een pannekoekenhuis uit te komen. Nou ja, dan maar pannekoeken vreten. Niet dat dat smaakte, maar daar kon de kok niet veel aan doen.
Mijn moeder gaat dood. En dat gaat niet al te lang meer duren. Dat is zuur. Dat is heel zuur. Want ze is nog een beetje te jong om te gaan. Het feit dat de kanker opgewekt doorkankerde, dwars door chemo's en bestralingen heen, is natuurlijk al een droevig teken. Het ultieme verraad van je lichaam, die zichzelf aan het doodkankeren is. Ik kan me geen voorstelling maken van hoe dat moet zijn. Je eigen lichaam dat opgewekt bezig is, aan een hele langzame zelfmoord. De wanhoop, de machteloosheid, en de wens om te leven. De letterlijke doodsangst.
Wat deed ik? Ik stopte de emotie weg. Daar heeft niemand wat aan, en laat ik me liever concentreren op wat er moet gebeuren. Op de laatste maanden, zo leefbaar mogelijk te maken. Crematie maar eens gaan regelen. Leuke dingen doen. Wat uiteraard leidde tot verwijten dat ik er niet verdrietig om ben, dat ik er niet boos om ben. Natuurlijk ben ik verdrietig, en boos. Ik zie godverdomme mijn leven even tot stilstand komen. Mijn busrijbewijs, waar ik voorlopig erg weinig mee zal kunnen, terwijl ik daar echt wel voor heb moeten knokken. Inkomsten die omlaag zullen gaan, en uitgaven die omhoog zullen gaan. (Ten slotte, leiden al de extra kilometers tot meer beurten, tot meer kosten tot meer....). Ik zie godverdomme dat ik alweer het enige familielid ben die er iets mee kan, en dus wel zal moeten. En ik vraag me dan af, of ik het wel zal kunnen opbrengen, en waar de onvermijdelijke grens van mijn energie, en mijn mentale kracht zal opdoemen.
Dus nee, voor emoties heb ik geen tijd. Want er moet zo ontzettend veel gebeuren, in veel te weinig tijd. Ik had zo gehoopt dat de behandeling zou leiden tot meer tijd, en weer wat rust. Maar in feite gaan we gewoon door. Ik hou me groot, en ik weet dat ik dat niet lang meer zal volhouden, dan barst de bom. Syl, mijn meisje, staat naast me en achter me. En dat doet ze als vanzelfsprekend. Ze is als een engel die werd toegezonden. En ik ben haar dankbaar. En daarnaast heb ik vrienden en collega's, maar de rest is voor mij. En de rest is zo ontzettend veel. Ik hoop maar dat ik alles aan zal kunnen. En goed zal doen.En dat is de enige hoop die ik nog heb.
Dus als ik doordraai: lieve wereld, het spijt me. Maar ik moet niet alleen mezelf op de rails houden, maar ik moet ook nog een wagonnetje naar het onvermijdelijke, droevige eindpunt zien te loodsen.

Goddank voor Syl, mijn vrienden en collega's. Ik zal proberen jullie allemaal zo min mogelijk tot last te zijn.
Deze blog zal langzamerhand veranderen in een soort van dagboek, een ode aan mijn moeder, en de mensen die mij en mijn ma tot hulp zijn geweest.

zaterdag 16 april 2011

Te lang niks geschreven?

Dat klopt. Ik had weinig leuks te melden. En dat wat er te melden is, kon veelal via Facebook de wereld ingeslingerd worden. Maar goed, wellicht moet ik mezelf wat vaker een schop onder de kont verkopen. Want mensen beginnen te vragen wanneer ik weer eens wat schrijf.
Bij deze dus. 
Ik heb sinds kort (woensdag) mijn Busrijbewijs. HOERA. Dinsdag leek het erop alsof het me wederom niet zou lukken. Ik kreeg nogal wat beroerd nieuws voor mijn kiezen, en dat was zo alomvattend, dat ik mezelf tijdens de les niet meer tot de orde kon roepen. Mijn instructeur, de beste kerel, had in de gaten dat ik niet geconcentreerd was, en zonder er veel woorden aan vuil te maken, liet hij me even razen. De man is geweldig. Overigens: alle instructeurs daar waren geweldig. Van de dokter had ik een lichte betablokker gekregen, en die bleek bij mijn examen wonderwel te werken. Compleet gevoelloos, zenuwenloos en wezenloos heb ik mijn examenrit gereden, en die werd voldoende verklaard.
Ondertussen ben ik ook een vriendin rijker. Sylvia heet ze. Ze is mooi, lief, intelligent, en naja vul de hele verliefde lijst aan zoetigheden maar in.

Afgelopen donderdag had ik een concert met TKKMAR. Collega's maken of breken een avond, maar mijn collega's bij de KMAR zijn allemaal geweldige mensen. Ze weten dat het even wat lastig is in mijn leventje, en ze houden er rekening mee. Bemoedigende woorden, en heel erg fijn samen muziekmaken.

Maar goed, een blog van mij zou een blog niet zijn, als ik niet weer iets heel raars had gedaan. En dat heb ik.
Vrijdag had ik even de kans om tot rust te komen, en mijn rijbewijs aan te vragen in de gemeente Ede. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan, want om bij het gemeentehuis te parkeren, is zeg maar, even makkelijk als het vinden van een parkeerplaats op de Dam in Amsterdam. Maar niets kon mij tegenhouden, en al snel stond ik trots te pronken met mijn hoofd, en tegen de ambtenaar te stoeren dat ik mijn D rijbewijs gehaald had. Na het invullen van de formulieren, nog even snel naar huis. Nou heeft mijn huis vele voordelen. Maar ook een heel erg groot nadeel. Op de plek waar ik meestal wens te parkeren (minder dan 1 meter van mijn voordeur) staan van die lage hekjes, van metaal. En uiteraard, bij het achteruitrijden, zag ik een van die laag-bij-de-grondse kolere hekjes over het hoofd. Een gebonk en protesterend gekraak maakte mij duidelijk dat ik iets niet helemaal goed gezien had. En dat klopte. Ik had mijn achterbumper over dat hekje gereden. En stomme lul die ik was, reed ik daarna naar voren. Waarmee ik mijn rechter achterbumper lostrok van het hekje. Maar ook (onbedoeld) van de auto. Vloekend en tierend heb ik de citroengarage gebeld. (Het vloeken en tieren staakte ik zodra ik iemand aan de lijn kreeg). Goddank kon ik meteen langskomen, zodat voor het weekend dat ding weer vast gezet kon worden. En, de lieve meneer van de garage slaagde er inderdaad in om de bumper weer te zetten. Zonder dat ik moest betalen.
Later pas viel mij de ironie in van dit geheel. Je komt terug van het aanvragen van een rijbewijs, om nog geen 5 minuten later je achterbumper kapot te rijden.

Een lieve vriendin van mij, die in Zuid Afrika zit, verwoordde dit als volgt: life is like a box of chocolates. En dat klopt.
Ik ga eens even kijken of ik dit kan doorlinken naar mijn facebook. Dan hou ik mijn schrijfsels en leven een beetje centraal. En kan ik deze niet zomaar vergeten.
Voor alle trouwe lezers: excuses voor het lange wachten. Ik zal proberen mijn leven te beteren.

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...