maandag 26 september 2011

Het verzetten der zinnen.

Het is weer zover. KPN snapt er weer eens de ballen van. Op 9 september gaf ik in goed vertrouwen mijn verhuizing door. Want dat schijnt toch wel een maand te duren. Dit kon via de prachtige site van KPN. En via de site werd mij beloofd dat ik binnen 24 uur gebeld zou worden. Jaja. 24 uur verder, maar een telefoontje; ho maar. 72 uur verder toch maar zelf gebeld. Bijna 30 minuten lang aan de lijn gehangen, het hele proces per telefoon doorlopen, gaf hun systeem op het einde aan, dat er een verstoring was, waardoor mijn verhuizing tóch niet doorgevoerd kon worden. Of ik het later nog eens kon proberen… Tja, omdat ik toch graag internet en tv wil, het later nog maar eens geprobeerd. Door middel  van flink wat pressie op het knulletje aan de andere kant van de lijn, heb ik het verhuisproces tot minder dan 2 weken kunnen terugbrengen. Hun fout, ten slotte. Aldus geregeld, en wederom de belkosten teruggekregen. Ik dacht dat ik nu wel zo’n beetje klaar was met KPN. Niets bleek minder waar toen ik zondagavond een factuur mocht ontvangen van KPN. Waarop tot mijn verbijstering Eredivisie Live en het Plus pakket stonden genoteerd. Beide dingen nooit aangevraagd, beide dingen nooit gewenst.  Maandagochtend meteen maar weer met de klantenservice gebeld. Toch weer 10 minuten aan de lijn gehangen. Een pinnig wijf vertelde me dat ze het eraf zou halen, maar dat ik binnen twee werkdagen terug gebeld zou worden. Mijn scepsis aangaande het terugbellen door de KPN is groot. Dat soort afspraken heb ik nog maar zelden goed nagekomen zien worden. Inmiddels was ik door de houding van dit vrouwke dermate gefrustreerd, dat ik haar meldde dat als deze afspraak niet nagekomen zou worden, het het einde van mijn contract bij KPN zou betekenen. Dat was mijn keuze. Klantvriendelijkheid vind ik bij de KPN ver te zoeken. Je moet al ontzettend zeuren om iets gedaan te krijgen.

Zaterdag ging ik met Syl naar het tuincentrum, want zij had besloten (en uiteraard ben ik het daarmee eens) dat er wat groen in mijn hut moest komen. En groen staat er. De resultaten: 2 mooie rooie bloemen, in pot, waarbij je het water in de kelk moet gieten. Als die dingen bloeien, komen er mooie gele knoppen aan. Die staan in de vensterbank. Er kwam ook een complete boom in mijn huis. Met zo’n intellectueel gevlochten stam. Voor in de hoek, en nu al mag het ding zich in de speelsheid van Claus verheugen. Toen ik net beneden kwam, lag het ding tegen de bank aangeleund. En Claus wist van de prins geen kwaad. Ook een struik varens deed zijn entree. Want dat zuivert de lucht. Hoewel: 2 rokende personen, dat ding krijgt het maar wat druk. Onderwerp van verdere hilariteit in dat tuincentrum was het stellinkje met de vleesetende planten. Uiteraard heb ik er daar ook één van mee naar huis genomen. Zo’n ding met van die stengels, waar dan een vlieg in gaat zitten, naar beneden glijdt, en verteerd wordt door de sappen van die plant. Het begin heb ik maar even geholpen door er wat spinnen (zeer tegen hun wil, maar zeer tegen mijn wil aanwezig in mijn huis) in te drukken. Het mooie resultaat was, dat die spinnen met 5 minuten compleet verdwenen waren.
Mijn huisje staat hier nu echt wel fijn bewoonbaar te zijn. En vriendje Claus kan het hier best vinden,  geloof ik. Tiel op zich is best een leuk dorpje. De mensen zijn hier best vriendelijk.

Zondag afgereisd naar Limburg. Daar was het emotioneel. 3 maanden, min of meer dat is toch een best wel afgemeten tijd. Goddank was Syl mee. Die snapt dat soort dingen wat beter aan. Ik probeer heel hard om overeind te blijven. Want er komt zoveel op me af. Er moet zoveel gebeuren. In zo weinig tijd. Er blijft bij mij dan zo weinig ruimte over om na te denken over emoties. Mijn collega’s bij de kapel doen alle moeite om me te steunen. Hoewel ik ook hier vaak niet zo goed weet hoe ik het moet zeggen. Wat ik moet zeggen. Want als ik het op mijn manier zeg, dan komt het er vaak (naar mijn idee) gevoelloos, en cynisch uit. Als er een boek was geschreven over hoe men om moet gaan met kanker, had ik het allang thuis liggen. Maar dat blijkt er niet te zijn. Iedereen is anders. Dus kan ik ook niet nagaan of ik het allemaal goed doe. Gelukkig krijg ik dus best wel ruimte. En snappen ze dat ik soms niet helemaal reageer zoals ik zou moeten. Ofzo.

Gister begon de taptoe Rotterdam. Met horten en stoten. En werd ik gebeld, door Randstad. Mijn dienstopdracht in Apeldoorn zit erop, en men wilde het niet verlengen. Slikken. De collega’s waren leuk. De stad is leuk. De ritten zijn leuk. Maar ze wilden me niet, werd mij door een vriendelijke man uitgelegd. Ik was met bovenstaande bezig, dus zo alert om te vragen naar de precieze redenen, was ik niet. Ik vind het toch jammer van de opdrachtgever, dat ze niet zelf naar me toe zijn gekomen om me dit te melden. Ik vind het zelfs nogal lomp. Tussen mei en oktober had ik met Randstad weinig te maken.  Goed, het is mijn baas, maar ik reed natuurlijk een bus voor het bedrijf in Apeldoorn. En op de dag van mijn laatste dienst, wisten ze in Apeldoorn ook wel dat ik niet meer verder bij  ze kon. Nu moet ik nog eens naar Apeldoorn om die spullen terug te brengen. Maar dat initiatief laat ik bij hun. En daar wil ik op zijn minst reiskostenvergoeding voor. Aan de andere kant; nu ik in Tiel woon, is rijden naar Apeldoorn ook niet echt een prettige optie. Dus kan Randstad voor me op zoek naar een nieuwe opdrachtgever. Financieel gezien is het erg jammer. Maar ook dat overleef ik wel. Gelukkig werken er bij Randstad mensen-mensen. Die wel alert reageerden op mijn situatie. “Doe maar rustig aan, en bel in de komende week maar even op, als je daar de rust voor hebt”.

In elk geval: ik ga de komende week, weer wat kilometertjes maken in de Ahoy. Dat verzet de zinnen ook even. 

donderdag 22 september 2011

Verhuizen. Ook dit heb ik al eens zo meegemaakt ja....

Anti-Kraak wonen. Daar zitten veel voordelen aan. Bijvoorbeeld dat de kosten erg laag zijn. En je komt nog eens op gekke plekken te wonen. Zoals een afgestoten kazerne. Of in het hartje van Tiel. Wat overigens best een leuk stadje is. In een onooglijk klein huisje dat nog net niet op instorten staat. De vorige bewoner was een klusjes man. Zijn aanrecht is van multiplex, maar lang leve de dettol. In de aanloop naar deze verhuizing (volgens Syl doe ik het chaotisch) had ik maar beperkt de tijd om me met de verhuizing bezig te houden. Werk moet ook. Nietwaar? Komt die lieverd naar Ede, om mijn inpakken wat beter te doen, en om het volgende huisje mee te helpen schoon te maken. Ze had haar vrije dagen ook beter kunnen besteden.
Gister was het dan zover. Ik had een busje geregeld. En Mattie zou me helpen met sjouwen. Ik had een planning in gedachten. En die hebben we wonder boven wonder gehaald. 2x op en neer. En alles was over. Sterker nog: we lagen zelfs voor op de planning.
En rijden in zo’n bakwagen, kan ik zelf ook. Blijkt.
Claus, de kat, was op zijn zachtst gezegd NOT AMUSED over deze hele gang van zaken. Hij zag in hoog tempo zijn tempel desintegreren tot een poel van ellende en uit elkaar gerukte meubelstukken. Mauwend, piepend, grommend en gillend uitte hij zijn verontwaardiging. Ik had hem niks gevraagd.  Hij moest als laatste mee. Omdat ik het wat sneu vond om hem met de meubels in de laadbak te keilen, had ik hem in zijn reismand, tussen Matthijs en mij ingezet, op de voorbank. Dat hebben we geweten. Halverwege de rit, brak de hel los. Uit boosheid, stress of gewoon om ons te pesten, poepte hij zijn reismand vol. Voor zo’n klein dier, produceert hij een meur waar een mestkever nog van op de loop zou gaan. Goddank niet op de bekleding van de huurbus, maar in zijn mand. Maar de cabine van dat busje is nogal aan de krappe kant. En de temperatuur lag ook niet bepaald laag, dus de lucht werd per kilometer bedompter.
Omdat ik hem niet kon gebruiken bij het uitladen, had ik hem maar even in de badkamer opgesloten. Ook dat was tegen het zere been. Telkens als ik binnenkwam, werd ik bedreigend toegeblazen.

De wasmachine was als laatste aan de beurt. Matthijs van boven, ik van onder, met een 6-wielig steekwagentje de trap op. Bij de overloop ging het bijna mis. Die wasmachine wilde écht niet naar boven. En wij wilden écht wel dat dat ding in de badkamer zou staan (het zou verboden moeten worden om wasmachines meer dan 1 drempeltje te moeten tillen). Dus kreeg ik bijna 300 kilo aan witgoed op mijn kop.

Nog  een laatste ritje naar Ede, om de steekwagen terug te brengen, de bus in te leveren en met de laatste kleinigheidjes naar  Tiel terug te gaan. Ik was koud de snelweg op gedraaid, of mijn ma aan de lijn. Ze had een brief voor zich liggen. Een brief van de oncoloog. Waarin zwart op wit stond dat de levensverwachting nog maar 3 maanden is. Misschien wat langer, misschien wat korter.
De vorige keer moest ik verhuizen, door sneeuwstormen naar limburg afreizen en een cd opname doen. Dit afgewisseld met mijn rijopleiding voor de bus. Deze keer was ik aan het verhuizen, wacht ik op een eventueel contract bij het busbedrijf, en staat taptoe Rotterdam voor de boeg.
Kijk, ik weet dat anti kraak wonen redelijk wat verhuizingen meebrengt. Ik weet dat voor een uitzendbureau werken, flexibel is, en dat dat zowel voor als nadelen kent. Ik weet dat mijn ma niet heel lang meer leeft, en ik weet ook al tijden dat taptoe Rotterdam eraan komt. Maar waarom moeten al die dingen toch telkens samenvallen. Dat telefoongesprek was nogal emotioneel. Als er op dat moment politie achter me had gezeten, hadden ze me wel van de weg gehaald. Goddank voor vluchtstroken. En goddank voor de afwezigheid van Andre van der Toorn en zijn vriendje Spee.
Ik moet wederom mijn collega’s vereren met mijn schitterende afwezigheid. De komende drie maanden hangen er weer allemaal dingen boven mijn hoofd. En ik weet niet zo goed, hoe en wat. Met behulp van mijn meisje (die het al druk zat heeft) en mijn vrienden (die het al druk zat hebben) en mijn collega’s (die het al druk zat hebben) zal ik het wel overleven. 

woensdag 7 september 2011

Kanker, the sequel

Vorige winter ging ik door sneeuwstormen naar Limburg op en neer. God, wat was ik 'blij' dat mijn ma in het ziekenhuis werd opgenomen. Dan werd er ten minste goed voor haar gezorgd. Dus kon ik iets rustiger aan doen. Iets meer mijn tijd overal voor nemen. Dat heb ik gedaan. Dit werd mij als raad gegeven door een geestelijk verzorger van Defensie, een erg goeie kerel, die zei: Marnix, er komt nog een tijd dat je het heel druk gaat krijgen, en dat het heel zwaar gaat zijn.
En die tijd kwam. Nu. Er breekt dus nu weer een periode aan waarin ik veelvuldig naar het zuiden af moet zakken. Het ziekenhuis is klaar met mijn moeder. Uitzaaiingen links en rechts, en niemand die er meer iets aan kan doen.

(Achteraf gezien, hebben alle bestralingen en chemo's een jaar uitstel verleend. Een jaar, met veel pijn, veel onzekerheid, en nauwelijks kwaliteit van leven. Is het dat waard geweest? Hele lastige vraag. Ik ga hem niet beantwoorden. De medische wetenschap gaat namelijk niet over kwaliteit van leven. Ik hoorde gisteren een verhaal, daar gaat je mond van loshangen. Er werd een kindje geboren. Een kindje met nauwelijks hersens. Vrij letterlijk. Alleen een hersenstam, en wat inhoud, maar lang niet zoveel als nodig was. Dit werd helaas pas ontdekt na de termijn waarop abortus nog mogelijk is. Toen het kindje geboren werd, bleek het toch te leven. Naja, het bleek niet dood te zijn. Op de vraag van het ouderpaar, of er geen euthanasie mogelijk was, werd door een medisch college vergaderd. En lang vergaderd. De uitkomst: Nee, actieve euthanasie mocht niet. Ja, laten versterven mocht wel. Dit was de uitspraak. Voor de goede orde; een spuitje, waarop vrij pijnloos, en snel de dood volgt, mocht niet. Maar het kindje, dat toch een hongerprikkel kent, mocht wel versterven. Dus zonder voeding blijven. En dus hongerig gaan hemelen. Dus: Nee, een pijnloze snelle dood is medisch gezien fout, maar lang lijdzaam versterven is medisch gezien beter. Uiteindelijk is het kindje toch eerder gestorven, aan andere oorzaken dan honger, maar het gaat om de uitspraak zelf. Welke idioten verzinnen dit nu, dan ben je als medisch college toch volslagen, compleet met grof geweld van de pot gerukt? Nu heeft mijn moeder wel hersens, en ze is los van de methadon, nog best wel bij de tijd, maar ook hier vraag ik me af, of het leven rekken om het rekken van het leven, nu altijd wel de beste optie is. De menswaardigheid komt mij teveel in het geding.)

Morfine bleek niet te werken. Dat levert kotspartijen op waar de gemiddelde alcoholist jaloers op zou zijn. Over naar de methadon. Dat is dat spul waar heroine junks mee af proberen te kicken. Het maakt net zo duizelig. Dus de pijn is weg, maar vanwege de brute duizeligheid, blijft de blijdschap over het wegblijven van de pijn even achterwege. Methadon, het is spul met vrij strikte restricties. Want, het schijnt verslavender te zijn dan heroine. Dus alle methadon verpakkingen (en de morfine lollies, die smaken zoals die zoete geel-roze lollies uit mijn kindertijd, heb ik me laten vertellen) liggen her en der in het ziekenhuis bedtafeltje verstopt. Totdat de geleerden het eens zijn over de beste pijn bestrijding.
Het duurt niet heel lang meer. Dat is de inschatting van mijn moeder zelf.
En ik? Waar blijf ik in deze periode?
Voornamelijk in de auto, vrees ik. Mijn nieuwe garage, zal lachen als ik over een kleine 2 maanden voor de volgende beurt op de stoep sta. Maar, ik merk dat het tonen van emoties moeilijk voor me is. Mijn ma zou dolgraag willen dat ik met haar mee huil om het onafwendbare, en veel te vroege einde. Maar mijn traanklieren zijn zo droog als de woestijn. Er komt geen druppel uit. Dat voelt een beetje als tekort schieten.
Ik kan haar steunen. Ik kan praktische zaken goed regelen. Ik kan met haar in de rolstoel (niets is zo schokkend als je ma in een rolstoel moeten zetten, geloof me) haar ziekenhuis kamer ontvluchten. Op zoek naar frisse lucht. Even die bedompte, drukkende, naar niks ruikende, smerige, steriele ziekenhuislucht achter ons laten. Is ook wel lekker tegen de duizeligheid. Even een fris windje opzoeken.
Dan rij ik naar huis. En vliegt spontaan de paniek naar mijn keel. Ja, paniek. Want ik heb nog nooit een ouder dood zien gaan aan kanker. Kan ik dat aan? De huur van haar huis moet opgezegd worden, de zakelijke dingen, zoals gas, water en electra. Verzekeringen, bankzaken, die hut moet leeg. Kan ik dit allemaal wel, en krijg ik hulp? Ja, van Syl, als ze vrij kan krijgen. De crematie zelf, hoe moet dat. Ook dat heb ik nog nooit gedaan. Ik zou niet weten hoe dat in zijn werk gaat. Leef bij de dag, stap voor stap. Ja. Tuurlijk. Ik doe mijn best, en over het algemeen gaat het ook wel. Maar toch. Het knagende gevoel van geen tijd, en fouten maken, blijft aanwezig. En dan ben ik 30. Geen 18 meer. Hoe doe je het goed? Kun je het goed doen? Of moet ik maar gewoon alles op me af laten komen.
En dan zakt die paniek ook wel weer. Als ik met Claus kan spelen. Of 12 meter aan het rollen kan brengen, zonder ongelukken te maken. Of even wat mooie noten spelen op mijn trompet. Of even aan Syl denken. Maar toch.
Diep ademen en weer door. Diep inademen. Hele lange adem.

vrijdag 2 september 2011

Geen repetitie, wel andere zorgen....

Ik mocht van Paul geen blog schrijven over de repetitie van vanmorgen. Dus ga ik niet schrijven over de repetitie die we hadden voor een concert met het politie mannenkoor. Daar is overigens niet bijzonder veel over te schrijven. Sommige van die liedjes zijn zo gortdroog, dat het moeilijk is om niet in de lach te schieten. Zeker als Paul zich vergist bij het in-en-of uitademen. Zeker als Triks de tranen in haar ogen krijgt. En Jan Wijdbeens die zoals zijn naam doet vermoeden, zijn edele delen wel ernstig zichtbaar te drogen hangt.
Dus daar ga ik niet over schrijven.
Laat ik dan maar eens schrijven over de afgelopen paar dagen. Er is weer trammelant in Limburg. Na een relatief rustige periode (naja rust) is er eindelijk gekeken naar de pijn die mijn ma aan het lijden was. Het resultaat is even teleurstellend als droevig. Wederom uitzaaiingen. In de rug. En dit keer is alleen palliatieve bestraling mogelijk. Waar de vorige uitzaaiingen nog verholpen konden worden met wat bestralingen, is dat deze keer dus alleen nog palliatief. Ter bestrijding van de pijn. En dat zegt wat over de verdere overlevingskansen. Niet zo best. Toen dit hele gesodemieter begon, ergens in November, toen het echt losbarstte, stond ik op het punt te verhuizen. En moest ik tussen het verhuizen door, dwars door sneeuwstormen heen op en neer naar Limburg kachelen. Alsof de duvel ermee speelt, ik moet weer verhuizen. Want het gebouw waar ik nu in woon, wordt een studentenhuis voor studenten in Wageningen. En dat op zeer korte termijn. Ik ga iets naar het zuiden. Dat is geen enkel probleem. Maar de timing had van mij toch wel anders gemogen. Zeker ook omdat de Taptoe Rotterdam in dezelfde periode plaats vindt.
Uiteraard moest er ook weer een rekening met de accountant vereffend worden. Want hoewel ik dit jaar moet bij betalen, zijn de kosten van de accountant niet lager geworden. Daar kan zij niks aan doen, maar het wordt dan wel erg krap om te verhuizen, en te leven. Maar ook dat ga ik overleven. Het zou alleen zo fijn zijn, als grote (en pijnlijke) zaken in het leven, elkaar op een normaal tempo zouden afwisselen. In plaats van dat alles samenkomt. Mijn meisje, mijn Syl, die gaat morgen uit een perfect functionerend vliegtuig springen. Want dan heeft ze haar wing. En dat is goed. Leuk voor haar. En als ik haar weer even in mijn armen kan hebben (ik hoop snel) dan kom ik weer eventjes tot rust. En die zal ik nodig hebben. Want het zou wel eens een zware tijd kunnen worden.

Aan de andere kant is daar dan de bus, en de trompet, en Claus die voor een prettige afleiding zorgen. Op de bus kom ik steeds meer vermakelijke dingen tegen. Mensen die, omdat ze blijkbaar de verkeersregels niet snappen, en niet snappen dat ik doorrij, als ik voorrang heb, uit woede (over hun eigen falen??) tegen mijn bus gaan trappen. (Niet dat dat zin heeft, want die bus voelt geen pijn, en je laat jezelf wel van je droevigste kant zien, ten overstaan van de omstanders). Maar ook leuke gesprekken met collega's. Over collega's... Routes die ik steeds beter begin te kennen, passagiers die ik steeds vaker terug zie komen, en het leuk vinden om herkend te worden. Nu maar hopen dat mijn contract verlengd wordt in oktober (weer zo'n ding dat in deze periode valt). En natuurlijk de trompet. Bij de KMar gaat alles zijn gangetje. Lekker kletsen met mede musici. We zijn weer begonnen. Show oefenen voor de Taptoe, een kwintet repetitie waar ik dus niks over mocht schrijven, en er bleek zowaar nog een broek te liggen waar ik inpas. (Weer inpas, ik ben afgevallen!!!!!!!!!!!!). Dus moet ik morgen toch werken.
Claus had even last van een restje niesziekte. Hij nieste nogal veel (vandaar de naam, denk ik). Dus ik met het dier naar de dierenarts. Hoewel. Het plan was leuk, maar om Claus in zijn mandje te krijgen, daar was heel wat duw- en propwerk voor nodig. Hij zette alle vier zijn poten en staart schrap om maar niet in dat mandje te hoeven. Maar zonder nageltjes te gebruiken. Dat doet hij niet. Ik kreeg pillen mee (een grote ellende, om die pil in zijn strot te douwen, dat bekkie dicht te drukken, en dan ook nog eens over zijn keel te wrijven) en een zalfje voor in zijn ogen. (Kopje in de houdgreep, met 1 duim zijn linkeroog open trekken, en houden, en dan met diezelfde hand, voorzichtig dat zalfje in zijn oog spuiten. En oppassen dat hij niet beweegt, want anders prik je die hele tube in zijn oog, en dat is ook wat overdreven).  Maar hij is weer levendig. En dat is een prettig teken. Hij drenzelt om aandacht, en kwekt verontwaardigd als hij naar zijn mening geen eten meer heeft. (Ja, ook droge brokjes zijn eten, beste Claus). Maar het is een leuk beestje.

Ach, wie weet hoe het allemaal gaat lopen. Schouders er maar weer onder. Ik doe mijn best. Ik doe serieus mijn best, en nu maar hopen dat ik er ongeschonden doorheen kom.


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...