zondag 24 november 2013

Een weekje muziek, bus en minne reportertjes.

De afgelopen week was een volle week. Spelen, lesgeven, bus knorren, spelen. Spelen.
Dat bus knorren was wel weer even een belevenis.
Ik mocht mijn rit namelijk afsluiten met een nieuwe (nou ja, voor mij nieuw) bus. Een heusche Volvo. Met minder dan 1 ton op de teller, dus eigenlijk gewoon nieuw. Het was de laatste rit van mijn dienst, en gelukkig was de collega die ik afloste er nog, want anders had ik niet geweten hoe ik het ding aan de rol had moeten krijgen. En gelukkig was die collega zo vriendelijk om mij in drie minuten tijd een spoedcursus volvo te geven, waarbij hij afsloot met: let op! Hij is 13 meter in plaats van 12. Dat dat zo was, ontdekte ik bij de eerste draai, waarbij ik een stoeprandje meenam.
Die volvo is zo nieuw dat er ook op diverse plekken knoppen voor de stoel zitten, waar ik dus eigenlijk niet aan wilde komen, maar omdat ik wat lomp instapte, toch aan zat. En dus de rest van de rit met mijn knieeen in mijn nek moest rijden, omdat mijn stoel tot het absolute dieptepunt zakte. En ik het ding met geen mogelijkheid meer omhoog kreeg. Gelukkig duurde de rit maar 3 kwartier, anders was ik zo krom als een hoepel uitgestapt.

Het spelen was ook leuk. Voor een kwintet optreden had ik deze keer onverwachte hulp van vriendje Martijn. Die had een heel programma samengesteld, en deed tussendoor ook de aankondigingen van de stukken. Wat hij ook deed: een stuk programmeren met de piccolotrompet. Ik speel al tijden niet echt meer piccolo trompet en had bij dit stuk besloten om de boel gewoon lekker hoog weg te knallen. Paste best. Alleen toen het concert er eenmaal was, bleek Martijn toch een piccolo te hebben geregeld. Op de dag zelf, moest ik dus maar zien hoe ik het concert op piccolo wist te overleven. Mokkend, morrend en mopperend slaagde ik daar toch best aardig in. Uiteraard liet ik mijn zenuwen de vrije (overdreven) loop. Maar het concert was best geslaagd. 

Uit het nieuws:
 Diplomaten kunnen doen waar ze zin in hebben. Want de diplomatieke onschendbaarheid houdt in dat ze hier een moord kunnen plegen, en fluitend weg kunnen lopen, want ze zijn diplomaat.

Een paar weken geleden kwam dit zinnetje al eens langs bij rtl4. En toen voelde ik al een vaag soort irritatie opborrelen. Tuurlijk is het in principe waar. Maar ik geloof niet dat bijvoorbeeld China een moordlustige ambassadeur naar een ander land zou sturen. Waarom niet? Simpel: dat is slecht voor de zaken. Dat is slecht voor China, dat is slecht voor Nederland. Dus waarom zouden ze.

Dat een diplomaat ook maar een mens is, die af en toe zijn kinderen achter het behang kan plakken (want kinderen zijn soms vervelend, en hebben vaak een straffe opvoeding nodig) kan ik me ook wat bij voorstellen.

Dan kom je al snel uit bij pownews. Die een vermeende diplomaat aansprak op het fout parkeren van een auto. Als ik pownews bekijk, krijg ik schaamrood op mijn kaken. Dat is Nederland op zijn smalst. En op zijn foutst.
De reporter (journalist? Nee, dat vind ik een te eervolle titel voor dat schorem) is er een ware meester in om retorische vragen te stellen. Waarbij de toon en de manier waarop eigenlijk alleen maar een antwoord ten nadele van de ondervraagde kan opleveren. Als hij geen antwoord krijgt, of een antwoord krijgt dat niet past in zijn bekrompen, trieste denkwereldje, doet hij er nog een stapje bij. Dan gaat hij insinueren, en beledigen. Geheel tegen alle fatsoensregels in, probeert hij de ondervraagde te intimideren tot het geven van een antwoord dat wel gewenst is.
En uiteindelijk kunnen er klappen volgen. Geheel terecht. Journalisten moet je niet slaan, maar pownews valt niet onder journalistiek.
En dan gaat de reporter huilen. Hij is geslagen. Ach en Wee!!! Die stoute diplomaatjes toch!
Het moet maar eens afgelopen zijn met die diplomatieke onschendbaarheid!!!111one!!1

En wederom duikt een les van mijn wijze oude moeder op: als klein manneke had ik een scherpe tong. Scherper dan mijn klasgenootjes. Dus het kon wel eens gebeuren dat ik klappen kreeg. Op veel medelijden hoefde ik thuis niet te rekenen. Want: ik moest respect hebben, en met respect omgaan met mijn medemensen. Veel mensen zijn nu eenmaal niet zo scherp van tongriem gesneden, en zullen zich dan ook in wanhoop verdedigen met hun vuisten. En als je het uitlokt, moet je niet zeiken.

Dat is wat ik zo misselijk vind aan pownews. En dat soort minne broddelfiguren. Ze zoeken slachtoffers uit die per definitie verbaal minder sterk zijn. Intimideren, beledigen, insinueren, en zijn dan eigenlijk opgetogen dat ze klappen krijgen. Want dan hebben ze gelijk.

Stiekem moest ik wel lachen dan de diplomaat in kwestie helemaal geen diplomaat is, maar een medewerker die wél vervolgd kan worden. Pownews, you were owned!!!!

Had die medewerker moeten meppen? Nee, tuurlijk niet. Het beste bij dit soort kwallen is: negeren. Gewoon negeren. En als ze je echt lastig vallen: politie erbij halen.
Kan ik me voorstellen dat er gemept wordt: zeker wel.

Nu is het dus weer zondag. Een dag in het teken van: huishouden, en een officepakket opnieuw installeren. Microsoft zuigt paardekloten, maar helaas, we kunnen niet meer zonder.
Gelukkig is Ilse in da house, om te voorkomen (dat als het installeren niet vlekkeloos verloopt) dat ik de pc en officepakket door het raam naar buiten gooi.



dinsdag 19 november 2013

Uit het nieuws!

Uit het nieuws:

De burgemeester van Toronto. Wat een verfrissing. Een drugs- en alcohol verslaafde man. Een man die opgewekt crack gebruikte, openbaar dronken was, discussies over zwarte piet in het voordeel van de laatste beslechtte en vrolijk naar de hoeren ging.
En laatst een gemeenteraadslid omver banjerde. Hij bood desgevraagd zijn excuses aan, maar zei dat het een ongelukje was. Tuuuuuurlijk. Geheel per ongeluk liep hij om de tafels heen, en geheel per ongeluk denderde hij tegen dat (fragiel uitziende) raadslid aan. Hij zal zich bijtijds gerealiseerd hebben dat er camera's waren, want vlak voor dit oude mensje letterlijk op haar achterhoofd viel, ving hij haar nog even halfhartig op.

Amusant. Hoogst amusant. Doet me denken aan een overleg (oorlog) in de Russische Doema. Waar volwassen grijsaards met elkaar op de vuist gingen. Een van deze notabelen greep zijn glaasje water, en strooide dat kwistig over de vechtjassen uit. Om vervolgens een karaf te pakken en zijn glaasje weer bij te vullen. Wat een zelfbeheersing. Ik had waarschijnlijk gewoon meteen die karaf uitgestort.

Nee, dan wij. Zie je Mark Rutte al voor je, die in wilde woede Fleur Agema omver kegelt? Of glaasjes water over de SGP fractie kiept? Onze lieve, beschaafde Rutte niet. Dat is kronkelpolitiek. Maar zelden levend. Zelfs Geert Wilders met zijn grote bek zie ik nog geen leven in de brouwerij brengen.

Ook uit het nieuws.

Er zijn 8000 handtekeningen bij de tweede kamer ingeleverd tegen de school-tv-dokter Corrie. Want die heeft het over seks. En dat doet ze veel te liberaal. En de SGP'ertjes vinden dat niet kunnen. Nee, want beter is het om je kinderen totaal onwetend te houden. Beter is het om allemaal gedwongen huwelijken te arrangeren omdat dochterlief zwanger werd. Ze wist niet beter. En de rest van haar leven zal ze met ongewenst kind en ongewenste man doodongelukkig zijn.
Persoonlijk vind ik dat je mensen die hun kinderen niet, maar hun kippen wél inenten tegen vreselijke ziektes, niet serieus moet nemen, sterker nog: die moet je negeren, doodzwijgen.

Veel over geschreven. Uitgebreid op tv geweest: de orkaan die het leven van velen verwoestte op de Filipijnen.
Uiteraard werd giro 555 meteen opengesteld, want er moest weer gegeven worden. En mensen gaven, inmiddels is de teller de 18 miljoen gepasseerd. Cynisch als ik ben, vroeg ik me af of mensen weer gedachtenloos geld gingen doneren. Gedachtenloos, want volgens mij is het toch redelijk bekend dat de vorige keer dat men de poeplap leegschudde boven 555, er toch ettelijke miljoenen NIET aankwamen op de plaats van bestemming. Aan de diverse strijkstokken (als altviolist krijg je toch altijd maar de zwarte piet toegeschoven) blijven hangen.

Het hoogtepunt: Trijntje Oosterhuis beloofde voor elke 'like' op haar social media één euro te doneren. De lieve schat had zich waarschijnlijk niet gerealiseerd dat dat nogal dom is. Want ook die teller liep behoorlijk op. Meer dan 200.000 likes kreeg ze. Huppetee Trijntje: Aftikken jij! belofte maakt schuld.
Maar helaas: belofte maakt geen schuld, want ze trok de keutel in met een andere belofte: ze zal gul doneren.
Of ze was walgelijk slim, en gebruikte haar social media en deze onverkwikkelijke ramp in haar eigen voordeel: ook negatieve aandacht is aandacht.
De reacties op deze bezopen klucht zijn even hartverwarmend als stupide. Niet gehinderd door enige kennis van de Nederlandse taal, stamelen John en Anita dat ze maar moet dokken, dit uiteraard vergezeld van de meest waardeloze scheldpartijen.

Uiteraard heb ik ook betaald. Twee keer zelfs.
Ja, je leest het goed. Ik heb twee keer betaald. Niet verkeerd voor een cynicus, toch?
Met de (inmiddels weer lang in onbruik geraakte) slogan:"de maatschappij, dat ben jij" in mijn achterhoofd, hield ik mij koest toen de overheid besloot om 6 miljoen euro te doneren. Ik hield ook mijn smoel toen de Europese Unie een duit in de zak deed. En ik sta daar ook helemaal achter.
 Wij kunnen best een arm land een beetje helpen.

Bij deze wil ik dus iedereen die door de 555 bende genegeerd werd, toch een schouderklopje geven. Ook wij hebben betaalt. En dit deden wij zonder de publiciteit op te zoeken. Zonder ons te wentelen in onze goedheid.
Belastingbetaler; mede namens de mensen op de Filipijnen: bedankt!

maandag 18 november 2013

Concertjes in den vreemden

Of ik weer mee wilde doen met een Messiah. Tuurlijk. Mooi liedje, veel rust en een mooie aria.
Het is in Kapelle. Ik had ja gezegd voor ik kon bedenken dat het hier ging om een Kapelle in Zeeland en niet om Capelle aan de IJssel bij Rotterdam.
Zeeland. Dat ligt overal ver vandaan, behalve voor de Zeeuwen, want die wonen er.
De vorige keer dat ik in Zeeland moest spelen, was volgens mij in Domburg. Toen woonde ik nog in Zaandam, en was het een pokke-eind rijden. Ik had nog niet de beschikking over een comfortabele auto, dus na bijna 2 uur stapte ik totaal afgedraaid uit de auto, en toen moesten we het concert nog spelen.
Volgens google-maps was het deze keer maar anderhalf uur rijden. Maar een klein detail: de snelweg erheen was dicht. Minder vol van goede moed dan ik had gewild stapte ik in de auto (deze keer een exemplaar met alle luxe en dienovereenkomstig verbruik) om vervolgens meer dan 2 uur lang onderweg te zijn over al dan niet gebaande paden. De snelweg was dicht, en men had een adviesroute gegeven. Jammer alleen was dat die berichtgeving verre van compleet was, en mij dus over allemaal schimmige provinciale wegen leidde waar men in tegenstelling tot de snelwegen, totaal geen haast wenste te maken. Hoezo 80? 70 is snel zat.
Ondanks dit alles, was ik ruim op tijd. We zouden eerst een generale repetitie doen, dan een lange pauze en dan het concert. Die tijd benutte ik door alvast wat research te doen: waar zit de snackbar? Kapelle had gelukkig een redelijk aanbod aan eetgelegenheden: snackbar 2x, Chinees 1x, onbestemde eetschuur minstens 1x.
Ik had me hoe dan ook wel verheugd op deze Messiah. Want vriendje Gerben, die ik al jaren niet meer gezien heb, speelde ook mee. En niets zo leuk om oude vriendjes weer te zien en bij te kletsen.
Al dan niet onder het genot van een paar mooi gespeelde deuntjes, of gewoon, onder het genot van een bak patat, een berehap met satesaus en een kroket.
Al met al ging het goed. Wel was ik stiekem een beetje jaloers op een collega die op dat moment ook de Messiah aan het spelen was: in Amsterdam. Die bij zijn solo (duet eigenlijk, met een zanger) mocht staan.
Sommige koordirigenten doen dat. Die vinden die partij dusdanig belangrijk, dat de trompettist ook mag staan, of na afloop bij het applaus ook een beetje eer van hun werk krijgen.
Onze Messiah ging goed, maar echt eer van mijn werk had ik niet. Het werd volslagen genegeerd. En dan voel ik me toch wat onzeker. Was het wel goed genoeg? Gelukkig vonden mijn directe collega's het wel mooi. En gelukkig was het wederom een gezellige bijeenkomst met allemaal toffe musici.

Het was hoe dan ook wel een latertje. Want van Zeeland weer terug, was weliswaar vlotter, maar toch voor 0100 lag ik niet in bed.
En zondag moest ik voor een dienstbegeleiding naar Dedemsvaart. Samen met vriendje Martijn werden we door de dominee aldaar verzocht om met ons tweeen de dienst extra luister bij te zetten.
We hadden samen een leuk, gevarieerd programma ingestudeerd. En met succes, want het publiek was enthousiast. We mochten onze eigen stukken aankondigen. Wat we echter een beetje over het hoofd zagen: de lessenaars. We hadden bedacht dat het met 1 lessenaar wel ging. Maar 1 van de liedjes was toch wat onhandig gepubliceerd, waardoor 2 lessenaars noodzakelijk waren. Maar ja. Die extra lessenaar was even niet voorhanden, waardoor het toch al enthousiaste publiek begon te applaudisseren tijdens het draaien van de bladmuziek. Het begon allemaal goed genoeg. We hadden wél bedacht dat er in Martijn zijn partij een rustpuntje kwam om de bladzijde om te draaien, maar MIJN partij waren we vergeten. En toen ik hem omdraaide, kreeg ik tot mijn wilde verbijstering een heel ander stuk voor mijn neus. Nee, dat had toch echt veel vlekkelozer gelopen als we wél twee lessenaars hadden gepakt. Gelukkig zijn wij niet voor één gat te vangen, en grijnzend konden we na deze muzikale verwarring gewoon verder spelen alsof er niks gebeurd was.
Leermomentje in logistieke zaken.

Aldus kwam ik wederom laat thuis. Schertsend noem ik mezelf dan ook maar Tinus Trekvogel.
Deze week ook weer druk. Op de rol staat: Sliedrecht, Tilburg, Huizen, Rotterdam, Gorinchem en nog zo wat plaatsen.
Ergens rond kerst zal ik wel wat rustige dagen hebben. Vastroesten zal ik niet snel doen. Dat is zeker.

maandag 11 november 2013

Kleine muzikale missertjes.

Wat wazig keek ik voor me uit. En ergens binnen in me begon het te borrelen; een aanrollende slappe lach. Omdat ik een signaal moest spelen voor de gevallen collegae, had ik geen koraalboekje bij me. Nu ken ik inmiddels de meeste koralen wel uit mijn hoofd, dus ik had aan de collega naast me gevraagd of hij de toonsoorten aan me wilde toefluisteren. Dan moet hij natuurlijk wel de juiste toonsoort doorgeven aan me. En daar ging het mis. Het waren geen 3 kruisen, maar 3 mollen. Dat klinkt nogal... Bijzonder. En ik moest alle zeilen bijzetten om de slappe lach niet tijdens het spelen van dat mooie, ingetogen koraal naar buiten te laten gaan.
Uiteraard wist ik me te beheersen. Want een signaal taptoe is een serieuze aangelegenheid. De nabestaanden, en de overledenen hebben het recht op een mooi, ingetogen signaal. En dat doe ik graag. Dus deze, voor een koraal hilarische misser heb ik uitgebannen.

Een paar weken later.
De dirigent heeft op zijn zachtst gezegd nog nooit naar een opname van het stuk geluisterd dat hij met zijn koor, en het ingehuurde orkest wilde spelen. Een lang, omstandig, onnavolgbaar en wazig cv heeft de man. Dat moet indruk maken. Maar afgaande op de huidige prestaties, zou ik bijna denken dat de persoon van de cv en de dirigent twee totaal verschillende karakters zijn.
De tempo's die de man nam, waren wellicht haalbaar voor het koor, maar een factor 10 te langzaam. Inzetten aangeven deed hij wel, maar ook weer zo onnavolgbaar, dat er niet uit op te maken was, welk tempo hij wilde doen.
De gebaren en bewegingen die hij maakte, hadden niet misstaan bij de auditierondes van So You Think You Can Dance. Ze misstonden wel bij het optreden dat hij met ons wilde verzorgen.

Bij dit optreden was ik echter ook niet helemaal foutloos. Omdat er eerst nog een 3 uur durende repetitie aan vooraf ging (!) had ik besloten om mijn pak (nieuw!!! Dus passend) mee te nemen.
Ik trok mijn pak uit de kast, graaide mijn witte overhemd erbij, ritste de tas dicht, en ging goedgemutst op weg.
Na de repetitie vertrokken we naar een pizzeria in de buurt om een heerlijke spareribs schotel te gaan eten. Buiten zorgde een sukkel voor een heuse verkeersopstopping. De man had zijn auto wel geparkeerd en afgesloten. Echter hij was vergeten om de auto op de handrem te zetten. Bij het minste zuchtje wind, zakte die auto de rijbaan op. Dat leverde een mooi klankspel van diverse claxons op.
Eenmaal ons buikje rond gegeten was het snel tijd om ons om te kleden.
Broek aan. Overhemd aan. Had ik nu echt zoveel gegeten, dat in minder dan 3 maanden tijd mijn overhemd al niet meer over mijn armen paste? En hoe kwam het dat die knoopjes zo gruwelijk strak stonden, sterker nog, dat ik de bovenste knopen niet eens meer dicht kreeg? En die taille lijntjes, dat had ik ook nog nooit eerder gezien bij mijn overhemden. Ik wist helemaal niet dat Ilse ook overhemden had. Hoewel: dat heet dan blouse. Mijn verwarring leidde tot grote hilariteit in de kleedkamer. Terecht, het zag er niet uit. Gelukkig wist ik het een beetje te camoufleren door mijn jasje over mijn witte t-shirt te dragen. Ik hoop dat het niet opviel.

Een weekje eerder: een leuke cantatedienst werd ruw verstoord door mijn doorgaans perfect werkende trompet. Een mooie aria met een bas. Lekker fris tempo. Bijna een walsje. Wat jammer dat tijdens dat duet de ventielen van mijn trompet voorkeur gaven aan een langzamer tempo.
Het kostte me een hele regel aan noten vooraleer ik mijn trompet te kennen had kunnen geven dat hij echt MIJN tempo moest hebben. Gelukkig was de dirigent clever genoeg om me een perfecte inzet te geven, waardoor alleen mijn schaamtevolle rode hoofd uiting gaf aan het feit dat er misschien wel iets mis was gegaan.

Ik oefen thuis wel eens. Altijd met studiedemper, want hoezeer de buurman ook een aardige man is, zijn vrouw draait nog wel eens nachtdiensten in het ziekenhuis, en ik ben de laatste die haar van haar broodnodige slaap wil beroven.
Gezeten in de comfortabele burostoel, begin ik met wat opwarmdingen en etudes en verder leuk speelmateriaal.
Ik moet er goed om denken de deur dicht te doen, want poes Colette vindt dat het uitstekende moment om eens stevig te komen knuffelen. Normaal doet ze dat al meer dan Claus, maar als ik trompet speel, dan moet er bijna agressief geknuffeld worden. Er moet dan over mijn schouders worden geklauterd, tegen mijn trompet geduwd worden, en als zelfs dat niet helpt, dan kiest ze ervoor om zitting te houden op mijn hoofd. Ik snap niet zo goed waarom ze uitgerekend dan de aandachtshoer moet spelen. Zou ze mijn trompetspel niet mooi vinden?




dinsdag 5 november 2013

Belachelijke milieu maatregelen...

Vroeger (ja, soms is vroeger alles beter) had de Albert Heijn bij de kassa van die kleine plastic tasjes liggen. Zodat ik geen grote tas hoefde te kopen om mijn broodjes en mijn bakje kip-kerrie salade in te doen.
Dat is verdwenen. Ist VERBOTEN!!! Want dat zou slecht zijn voor het milieu.
Het resultaat daarvan is dat de verkopen van die grote tassen toeneemt, en die grote tassen zijn van dikker materiaal gemaakt, dus per definitie vervuilender.

Wat schetst mijn verbazing: als ik 4 broodjes wil kopen, heeft diezelfde albert heyn ze per 2 voorverpakt. En wordt ik dus gedwongen om 2 van die zogenaamd vervuilende zakjes plastic mee te nemen. Mijn verbazing wordt nog groter als ik vraag om 4 broodjes in 1 zakje te doen. Dan worden er op onsubtiele wijze 2 zakjes stuk gescheurd, en krijg ik een nieuw zakje om 4 broodjes heen. Dan hebben die vier broodjes dus 3 zakjes gekost. Niemand die daar moeilijk over doet. Als ze bij 1 van die zakjes wat voorzichtiger waren, had het maar 1 zakje gekost.

Maar een klein plastic tasje voor 4 broodjes en 1 bakje kip-kerrie salade is verboden, want vervuilend. 

Een vishandel ergens in den lande gaat zijn vissen niet meer in plastic zakjes meegeven. Want vervuilend. Een loffelijk streven. Maar.... Ik ben een nogal impulsieve consument. Ik besluit vlak voor het lesgeven om even een harinkie mee te nemen. Of een portie kibbeling. Ik zie het al gebeuren: ik moet mijn hand ophouden en dan wordt daar een kledder remouladesaus en een portie hete kibbelingen in gestort. En nu nog zien dat ik in de auto kom, weg kan rijden zonder op te schakelen of te sturen, het verenigingsgebouw openen, en dat allemaal zonder mijn kibbelingen of saus te morsen.
Ondertussen had ik ook een broodje haring besteld, en die is in mijn trompettas beland. Het broodje heb ik wel kunnen terugvinden, de haring niet. Wel nog een paar uitjes, die in mijn mondstukken mapje zijn belandt. Na een paar dagen begint die tas te meuren als de poorten van de hel (quote van Kluun, bedankt voor deze majesteitelijke vergelijking), en jawel, onder de stapel dempers vind ik dan toch mijn haring terug. Helaas is de geur in mijn nieuwe tas getrokken, dus die kan ik weg donderen.

Hoewel: het kan ook grappig zijn: de visboer fileert even een harinkje, hengelt hem door een bakje gesnipperde uien, en gooit hem zo over naar de klant. Degene die het ding met zijn mond weet te vangen, krijgt hem gratis. 

Okee, ik geef toe: ik ridiculiseer het een en ander.
Maar: gezien het feit dat Nederland afval gescheiden inzamelt, waardoor recyclen van plastic zakjes een redelijk eenvoudige taak moet zijn, denk ik dat dit soort maatregelen een beetje consumentje pesten is.
Of is het misschien stiekem zo dat wij wel gescheiden aanbieden, maar dat het uiteindelijk toch gewoon op de grote hoop belandt?

Als veel anderen doen wij hier grote boodschappen in het weekend. En daarvoor hebben wij grote tassen, die we vaker gebruiken. Maar als ik tussendoor iets wil kopen, dan heb ik die niet bij me. Mijn auto is al een afschrikwekkende vuilnisbelt (overigens: aanrader voor iedereen, zelfs de meest hongerige junk durft niet in mijn auto in te breken, zo vreselijk is dat ding na een maand of 2), dus ruimte voor een paar plastic tassen is er niet. En als die er zou zijn, zou ik ze niet meer terugvinden. Als ik dus bij de visboer kom, en ik had mijn eigen zakjes moeten meenemen, dan moet ik helaas met het water in mijn mond, de zaak onverrichter zake verlaten. En dat zou toch zonde zijn.

 Een andere rare vorm van het schoner willen maken van de omgeving: de stad Utrecht wil per 2015 de stad afsluiten voor dieselauto's van 15 jaar en ouder.
Ilse, mijn onvolprezen aanstaande, heeft tegen die tijd een saxo op diesel van 15 jaar oud. Maar ik wil kleiner en goedkoper rijden. Dus ik koop eenzelfde saxo op diesel, maar die komt uit 2001. Zelfde motor, zelfde verbruik, zelfde uitstoot. Mijn auto mag de stad wel in, en die van Ilse niet.
Fabrikanten doen namelijk iets langer als een jaar met een modelletje auto. Dus die grens is nauwelijks met droge ogen te handhaven.

En in dit geval: Er zijn autofabrikanten die al heel erg lang geleden in staat waren om motoren te ontwikkelen die 1/100 reden. Maar dat werd door de brandstofproducenten tegengehouden. Men moest wel verkopen.
Dat is niet meer van deze tijd. Gewoon weer uit het stof trekken, die motoren. Dat is een betere maatregel dan mensen bewust op kosten jagen.

Ik heb absoluut hart voor de natuur. Maar bovenstaande maatregelen kosten de mensen klauwen vol geld, zijn te belachelijk voor woorden, en hebben totaal geen effect.
Daar moeten betere alternatieven voor te verzinnen zijn. 








Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...