zondag 30 augustus 2015

Dank aan Alex voor de buikpijn...

Stel je voor...

Je mag met een compact symfonie orkest meespelen op alle populaire festiviteiten in Amsterdam.
Hoe gaaf. Ik heb nog voor het seizoen begon, gespeeld op het Grachtenfestival, op de Sail en op de uitmarkt.

Gisteren dus de uitmarkt. In hartje Amsterdam, in het Vondelpark. VondelCS heet de gelegenheid alwaar AVROTROS haar hoofdkwartier heeft.
Toen ik nog gewoon student was, en geen verantwoordelijkheden had, zat ik daar regelmatig op of om die plek. Met meisjes te flirten, koffie of bier (naar gelang het tijdstip) te drinken en gewoon lekker te relaxen in het zonnetje. VondelCS heette toen nog gewoon Fertigo, en in de kelders zat het filmmuseum. Nu dus niet meer.
Wij waren heel erg op tijd bij de repetitielocatie, en vonden dat we een kopje koffie wel verdiend hadden. En een ontbijtje ook. Heerlijke croissant met marmelade. En toen nog een kopje koffie. Toen we ons bedachten dat we dus wel even moesten kijken of er gerepeteerd zou worden, want het wilde maar niet drukker worden op het terras. Dus waren we alsnog te laat op de repetitie. Schande! Sorry Johan...

Bij dit project speelde ik weer eens samen met Loes. Een leuke meid, die een mooie noot trompet kan spelen. Tijdens deze repetitie vond Loes het nodig om eens diep te bukken, en daarbij kraakte haar rug zó enorm hard, dat ik zelfs de pijn voeld. Ondanks dat ze heel wat jaartjes jonger is dan ik, leek het er toch even op dat ze dit niet zou overleven. Dat geluid... BRRRR alsof iemand doelbewust zijn eigen botten aan het breken was. Maar ze heeft het overleefd. En dat met mij aan haar zijde. Ik zeurde harder over haar rug dan zijzelf.

Wij speelden daar een soort van Maestro na. [Maestro is een competitie van de publieke omroep waarin bekende(?) Nederlanders zich volstrekt voor lul zetten, terwijl ze doen alsof ze het leuk vinden om een orkest te dirigeren].
In het kader van "wat-heeft-AVROTROS-u-komend-seizoen-te-bieden" waren wij daar. Wij mochten af en toe wat spelen, onder de bezielende leiding van een iets in onbruik geraakte "bekende zanger".
Deze man zong zelf ook wat mee, althans, dat probeerde hij met wisselend succes uit alle macht, en mocht min of meer willekeurig wat mensen uit het publiek trekken om ook een poging tot dirigeren te wagen.
Dat dirigeren van willekeurige mensen viel nog best wel tegen. Want het is onnoemelijk moeilijk om als musicus exact dat te doen wat onbevoegde, onbekwame mensen staan te doen. Wij kennen die mopjes wel, en zijn heel erg geneigd om de dirigent dan maar te negeren, en gewoon mooie muziek te spelen. Maar dat mag dus niet. Dus eigenlijk is het voor het orkest ook heel moeilijk. Het was wel bijzonder om te zien dat de mensen met de meeste zelfvertrouwen (allemaal mannen, en allemaal deden ze belachelijk overdreven) er het minst van bakten, terwijl de mensen die wat stonden te schutteren (het is ook niet makkelijk als je continu door een in onbruik geraakte zanger onderbroken wordt in je concentratie) het er het beste af brachten.

En dit dus 4 keer.

AVROTROS had in haar wijsheid besloten om de muzikanten van heerlijk brood te voorzien (geen supermarktbrood, maar dik gesneden en van een knapperige korst voorzien bruin brood) en goed beleg. Daar hebben we ontzettend van gesmuld. En omdat we in de brandende zon stonden (ik heb een rood verbrand v-halsje in mijn borst staan) was er meer dan genoeg drinken en schaduw voorhanden.
Ook de regiedame was haar gewicht in goud waard, want uw nederige stukjesschrijver was uiteraard vergeten enkele partijen uit te printen.

De terugreis stond in het teken van rare gebeurtenissen.
Toen wij een bescheiden sprintje wilden trekken ten einde de tram te halen, slaagde Alex erin om zeer oncharmant, zeer pardoes, maar gelukkig zonder al te erge verwondingen ter aarde te storten. Daarbij rolde hij zo lomp en zo ver door dat hij bijna met hoorn en al aan de andere kant van het tramperron onder de tram belandde. Mijn enige (en dit kwam puur door opperste verbijstering) reactie: "gaat het? kom op, we stappen in".
Het rare is dat ik normaal gesproken onbedaarlijk in de lach schiet als iemand valt. Dat soort dingen zijn nu eenmaal een klein kadootje. Deze keer lachte ik niet. Ik zag ineens vlak voor mij een wazige schim over het perron rollen. Het hele voorafgaande struikeltraject heb ik gewoon gemist, en daar baal ik best van.

Goddank vonden we een zitplaats en kon Alex zijn toch wat genante manier van doen even verwerken. Om even later, bij onze eindhalte gewoon verder te gaan met zijn toch wat rare gedragingen.
De auto stond bij het metrostationnetje Uilenstede. Want daar is het gratis parkeren. Metrostationnetje Uilenstede kenmerkt zich doordat het ver boven de grond is, en om naar Uilenstede te komen, moet je een scherpe bocht maken, en vervolgens langs een paar bosjes lopen.
Hier was het dat Alex zijn spullen bij de prullenbak zette, en de bosjes indook. Hij moest plassen.
Op zich is dat best een natuurlijke gang van zaken. Hoogst komisch was wel dat hij een fel gele broek aanhad, die nogal contrasteerde met de donkere bosjes waar hij instond.
Sterker nog: vanwege dit contrast was het enige dat men zag, 2 in het fel geel gestoken billen, die uit de donkere bosjes staken.
De voorbijgangers moesten er smakelijk om lachen. Ik ook...







zondag 23 augustus 2015

Wat rariteiten.

Wat idioterieën.

Het seizoen is bijna weer begonnen. De meeste lesroosters zijn gemaakt, ik ben smachtend aan het wachten op het positieve oordeel van de weledelgestrenge heren doktoren, dat ik heus wel weer mag autorijden.
Want ook het snabbelen begint weer. Ik mocht de afgelopen dagen namelijk op diverse bekende locaties en festiviteiten spelen, en ik was zelfs life op de radio (radio 4) dat was gisteren, vrijdag en dus inmiddels al niet meer heel erg actueel, maar toch. Meteen daarna speelden we op het grachtenfestival en vandaag dus op de sail.
En omdat ik dus niet mag rijden, is vriendje Alex zo lief om mij op te pikken van huis, en mij ook weer thuis af te leveren. En bij dat afleveren, maakten wij wederom kennis met wat idioten. Een juffrouw te voet, die met donkere kleren, vond dat het een heel briljant idee was om over te steken. Door het rode licht. Als ik niet gebruld had, was ze op en over Alex zijn auto gevlogen. Nu zagen we gelijk al dat de vrouw bijzonder onaantrekkelijk was, dus wat dat aangaat, zou de wereld er niks aan verloren hebben, maar toch. Het zou werkelijk zonde zijn van de auto. Die auto die het bij Rotterdam bijna niet overleefde omdat een belgische trucker er een wel heel bizarre rijstijl op na hield. Van bumperkleven, tot rechts inhalen, tot het letterlijk van de weg proberen te rijden van alles en iedereen die zich aan de maximale snelheid van 70 wenste te houden...

Maar goed. We waren vandaag wederom in Amsterdam, voor een paar korte concertjes op en rondom het podium op Java-eiland. Tussen al die grote bootjes. Hele toffe club met jonge mensen. En dan zonder dirigent een paar (delen uit) complete symfonieen weghakken. Mooi man! Een Mendelssohn, een stukkie Beethoven en wat Mozart.
Op zich denk ik dat we best een mooie prestatie neergezet hebben. Ga er maar aanstaan. Je bent bezig met het 4e deel van Mendelssohn's 35e symfonie, en dan loeit er zo'n scheepshoorn. Het hele orkest is dan dus gewoon totaal kansloos. Ik zag dat mijn lieve collegae speelden. Uit alle macht. Het leek net een stille disco. En toen die vermaledijde kapitein eindelijk zijn bek weer hield, bleken we toch allemaal tegelijk bij de eindstreep te belanden.
Volgende week nog een keer tijdens de uitmarkt. In het Vondelpark. Het is toch denk ik wel 8 jaar geleden dat ik daar voor het laatst rondslenterde. 
Sinds ik afgestudeerd ben (en voor mijn gevoel is dat rond de tijd dat de Spanjaarden hun verlies van Nederland eindelijk inzagen) heb ik weinig echt klassieke muziek meer gespeeld. Mijn klassieke ervaring houdt een beetje op bij het begeleiden van koren. Op zich niks mis mee. Maar hoe tof is het dan om weer eens een echte symfonie te spelen. Al is het maar een symfonie waarin je als trompettist alleen maar natuurtonen moet spelen (dat kan ik de componist nauwelijks kwalijk nemen) en wat is het lastig. Bij een fanfare ben je als trompettist gewoon non-stop aan het spelen, en dat is soms erg zwaar. Maar dit is heel andere koek. Heel subtiel na 135 maten rust (en je dus niet vertellen, of de pech hebben dat er een lompe scheepskapitein doorheen lawaait, waardoor je je que van de violen mist) een paar piano nootjes spelen die onbelangrijk lijken, maar in feite zeer belangrijk zijn (het publiek komt ten slotte voor de trompetten, dat is een vast gegeven).

Toen ik weer thuis was afgeleverd, had mijn betere helft het eten net niet klaar. Dus toen het wel klaar was, zakte ik in een stoel en wilde om fatsoensredenen even wachten met aanvallen tot Ilse klaar was met Jente op bed leggen. So far, so good zou je zeggen.
Ik lette dus niet echt op mijn omgeving en mijn hart sloeg ettelijke slagen over toen Colette haar blijdschap om mijn thuiskomst wilde tonen door op mijn schoot te springen met als oogmerk zich door mij eens goed te laten knuffelen.
Alleen had Colette niet in de gaten dat ik mijn volle bord met eten op schoot had. En haar sprong resulteerde dus in een snoekduik met haar snoet en 2 voorpoten vol in mijn pasta met koolrabi, champions en kaas. Dat was een zeer slechte zaak voor 2 individuen. Colette werd door mij van schoot gesakkerd, en ik was eventjes volslagen de weg kwijt. Eigenlijk al onderweg om compleet hysterisch dan maar weer een pizza te bestellen, want ik wil geen halve kattenvacht hoeven eten... Gelukkig realiseerde ik me bijtijds dat een kattenhaar zo links en rechts in mijn eten niet direct zal leiden tot mijn vroegtijdige dood, dus dat ik best mijn bordje alsnog leeg kan eten.

 Ik begin inmiddels behoorlijk thuis te geraken in vrouwen-aangelegenheden. Zo ben ik laatst naar de plaatselijke grutter gestuurd voor maandverband.
Dat kan gebeuren. Ilse kon even niet, en ik kon het me best veroorloven om eventjes op een neer te trippelen naar de supermarkt. Er moest wat maagvulling komen, en dus wat onderbroekvulling.
Omdat ik als rechtgeaarde, stoere vent, toch niet al te lang voor dat schap wilde staan turen, op zoek naar de juiste verpakking bloedbedjes (je moet ergens een grens trekken, als man) had ik van te voren gevraagd wat het dan precies wezen moest. Die-en-die, mét vleugels. Prima. Ik wil best een pakje papieren Boeings uit de schappen meenemen.
Zo gezegd zo gedaan.

Een paar deuren verder zit de apotheek. En daar moest ik wezen omdat we wél de lusten, maar voorlopig even geen extra "lasten" willen, en daartoe adviseerde de dokter een spiraaltje.
De apotheker wilde mij zomaar eventjes 160 euro laten aftikken. Alsof je een emmer leeggooit.
160 euro voor een klein, minuscuul draad-achtig dingetje. (En dit is nog exclusief de kosten van het door de apotheker opgedrongen gesprekje).
Dat gingen we toch maar eventjes niet doen, dus met een pakje condooms met banaansmaak en "ribbels en bobbels" keerde ik huiswaarts.
Een week of wat ging voorbij. Thuisgekomen van een snabbel voor de "Gayparade voor iedereen die Gaastra draagt (dank aan Tim Hofman) kreeg ik werkelijk waar bezopen nieuws.
Want op het moment dat er een doorverwijzing is voor de gyneacoloog, is er van 160 euro geen sprake. Dan is het ineens een consult, en dat gaat al dan niet van je eigen bijdrage af.
Mijn bek zakt los. Mijn broek zakt af (deze uiting van verbijstering is overigens dan wel weer erg to the point). Mijn klomp breekt. Schiet mij maar lek.
En meteen vraag ik me af welke snuiter er binnen zo'n verzekeringsmaatschappij dit verzonnen heeft. En hoe zo'n man/vrouw geniet van zijn seksleven, in de wetenschap dat zijn plannetje dus totaal averechts werkt. Misschien is dat juist wel een extra stimulans. Dat zoiemand extra hard klaarkomt terwijl hij denkt": hahahahaaaaaaaaaa lekkerrrrrrr!!!! De premies gaan omhoog olee oleeeeeeeeeeeeee".  En zijn arme vrouw, die zich ook geen spiraaltje kon veroorloven, zucht maar wat en draait zich droevig op haar zij...

Volgende week begint het allemaal weer zo zoetjes aan. En het mag ook weer.
Vakantie is een mooi ding, maar soms moet er ook gewoon gewerkt worden.




dinsdag 18 augustus 2015

No kids allowed? Geen azijnzeikerds toegelaten!

Sinds een aantal jaar is het verboden om in kroegen, restaurants en cafés te roken.
Daar was toen een boel heisa om. Horecabazen steigerden, want hun omzet zou kelderen en het was al zo moeilijk.
Inmiddels zijn we wat verder qua jaren, en het viel allemaal wel mee. De meeste horeca is er niet door failliet gegaan. Sommigen onder hen lieten een mooie rokersruimte installeren, anderen deden gewoon de terrasverwarming aan. En de rokers? Die pruttelden wat, en gingen wel of niet meer uit, of gingen met de gezellige mensen (u weet wel: een tevreden roker is geen onruststoker) naar de rookruimte of het (verwarmde) terras en gingen daar tevreden en genoeglijk hun rokertje doen.

Mijn eigen gevoelens hierbij: ik vind het enerzijds bullshit om niet meer te mogen roken in een kroeg. Uitgaan-pilsje-peukje-shoarma-bij-Achmed. Hoort allemaal onlosmakelijk bij elkaar.
Anderzijds: mensen die astma hebben, zitten nu in een stoffig, naar mensenzweet en verschaald bier stinkend zaaltje elkaar hoestend aan te staren. Praten kan toch niet, want inmiddels is het volume dusdanig opgeschroefd dat verstandige mensen inmiddels professionele oordoppen nodig hebben om niet doof te worden na 1 avondje uit.
Goed. Dus rokers zijn alsnog in het voordeel. Plus dat buiten zitten op een terrasje in het zonnetje met een witbiertje en een peuk nog steeds mogen. En de mensen die last hebben van rook, kunnen lekker, zonder rooklucht binnen zitten. Ik zeg goed opgelost.

Tot zover hoor je me dus niet klagen over het rookverbod in de horeca.

Sterker nog: daar hoor je me helemaal niet over klagen, het zal me jeuken. Want eerlijk gezegd: ik heb mijn buikje een beetje vol van de horeca. (Mooie woordspeling, niet?)
Als ik zie wat ik aan absurde bedragen dien af te tikken voor een zielig glaasje cola of bier, en dan personeel dat niet in staat is om fatsoenlijk Nederlands te praten, of zelfs maar te onthouden dat er een schaaltje extra friet moet komen... Tja. Of van die restaurants die tot drie keer toe met half gare schnitzel aankomen, zonder dat de kok of manager zich komt verontschuldigen over het slappe werk... Tja. En dan maar zeuren dat er minder mensen komen.

Vanmiddag las ik dat er een actiegroep is begonnen om horecagelegenheden op te roepen om kinderen te weren. Want overlast van huilende, misdragende kinderen/ouders is hemeltergend.
Hun slogan: "Van sterrenrestaurant tot shoarmatent, je komt er pas in als je 12+bent". Deze actiegroep noemt zichzelf No Kids Allowed.

Lees die slogan nu eens een paar keer door, voor jezelf. Nog even los van de betekenis, want daar kom ik straks wel aan toe. Dit is toch gewoon lullige rijmelarij. Er zit totaal geen ritme in. Het grooved als een doorgesnoven heroinehoer. De reclamelul die dit verzonnen heeft, moeten ze ontslaan. Dat is toch een slogan van lik mijn vestje.

Relaterend aan mijn eigen situatie: met ons kind naar een sterrenrestaurant vind ik geen goed idee, want ik denk dat meneer Rabo dat financieel niet goedkeurt, en dat meneer Coster zelf niet heel erg aan genieten toekomt, als er om de haverklap een dochter is die toegekoerd moet worden. Maar als, dan.
De mcDonalds vind ik om gezondheidsredenen nog even niet aan de orde. Los van het feit dat ik Jente nog niet zo snel een Big Tasty in haar mondje zie schuiven: ik wil haar nog niet helemaal bederven voor ze goed en wel op de rails staat. Dus eerst maar eens wat gezonde en lekkere prakken zelf maken, voor ik haar blootstel aan de gebakken/gefrituurde luchten van de Mac.
Maar als ik naar een simpel eetgelegenheidje wil, waar een biefstuk nog een biefstuk is, een friet nog een friet en salade nog lekker vers en knapperig, dan lijkt het me geen onmogelijkheid dat ik met mijn vrouw en kind gewoon aan tafel ga.
Dat het mijn zaak is, dat ik mijn kind koest hou (een baby huilt, welkom in de echte wereld) en later dat ik ervoor zorg dat mijn kind zich gedraagt (een kind is geen voor te programmeren computer, welkom in de echte wereld) lijkt me evident.
 Meer wil ik er dan ook eigenlijk niet over kwijt. Dat er ouders zijn die hun kinderen niet meer opvoeden, maar dat aan school of straat overlaten, is heel erg jammer. Maar als de horeca en masse op de oproep van deze azijnzeikerds ingaat, dan is het heel sneu, maar dan gaan veel jonge gezinnen lekker naar het park. Waar het wel gezellig is. Waar de azijnzeikerds het niet voor het zeggen hebben. Waar mensen nog menselijk mogen zijn. In plaats van geconfronteerd te worden met gespuis dat niet zozeer overlast ervaart, maar overlast WIL ervaren.

Ik stel voor om een anti beweging te starten. En dat dan gewoon in het Nederlands, want de noodzaak om een Engelse naam te geven aan een beweging in Nederland die in Nederlandse horeca kinderen wil weren, stuit me ook al tegen de borst. Misschien zijn het wel buitenlanders, het zou in elk geval die belachelijk slechte slogan verklaren.
De naam van mijn anti-beweging: Geen Azijnzeikerds Toegelaten!
Alleen maar toegankelijk voor mensen die zich weten te gedragen, en vooral: mensen die niet in een hutje op de hei horen, omdat ze overal overlast van willen hebben.
Ik ken een heel erg leuk eettentje in Den Bosch. Wellicht zouden zij interesse hebben om lid te worden van mijn tegenbeweging.
Maar niet alleen horeca mag lid worden: iedereen mag lid worden. Laten we met ons allen eens wat toleranter worden. Of beter: laten we met ons allen eens stoppen met overlast willen ervaren, van wat dan ook.
Een van de levenslessen die ik leerde van collega Jurgen (ja, daar issie weer) is: maak je niet zo druk (en dit dan in het onvervalscht Brabants). Leef en laat leven. En anders: de hei is groot: bouw er een hut, en maak dat je wegkomt.






dinsdag 11 augustus 2015

Over de was en over vooruitgang.

Een zomer waarin je geen vakantie plant, is natuurlijk een zomer van thuis zijn. En om meer dan 1 reden kan dat eigenlijk niet zoveel kwaad.
Jente is nog erg jong, en dus heel gevoelig voor prikkels. Ikzelf moest het een en ander wennen en aanpassen in mijn leven, en ook dat doe ik eigenlijk liever thuis in mijn eigen bed dan ergens in de caravan.
Dus zitten we lekker thuis te relaxen, met zo her en der een dagje uit.

Dat thuis zijn, heeft als voor of nadeel dat ik me ook actief bezig hou met dingen rondom en in het huis. Zo heb ik de berging achtergelaten alsof er een bom ontplofte, want we gingen de tent op marktplaats zetten. De animo ervoor is onderweldigend. (Koop dat ding nu, lieve lezers, het is echt een mooie tent, maar hij neemt teveel ruimte in in de berging).
En ik hou me bezig met de was.

Als Ilse kleding koopt, moet ik toegeven: in 99 van de 100 gevallen staat het haar beeldig. Voor zover mijn mening als min of meer geinteresseerde daadwerkelijk van waarde is, ik vind 99 van de 100 dingen bij haar prima staan.
Maar vrouwenkleding heeft 1 groot nadeel: als het om hun lijven zit, is het prima en ziet het er charmant en smaakvol uit (ten minste in het geval van Ilse, als ik op straat kijk, zie ik vaak dingen waarvan ik me beter niet kan afvragen waar het te koop is en vooral waarom), maar als het uit de wasmachine komt, is het een kluwen van onduidelijke lappen, waar ik kop noch staart aan kan ontdekken. Lapje links, strookje rechts, ritsje zus en klittenbandje zo. Ik kan vaak niet eens zien of ik het kledingstuk wel rechtop hou, en of het niet toevallig binnenstebuiten zit.
Kortom: bij het opvouwen van de was, doe ik maar wat. Ik probeer de kleding in min of meer rechte vlakken in het vierkant op te vouwen, zodat mijn onzekerheid met betrekking tot het betreffende stukje stof niet te duidelijk is.
Vervolgens komt het opbergen ervan. Dat heb ik opgegeven.
Bij mijn kleding is het heel duidelijk: een broek is een broek en een shirt is een shirt. Maar aangekomen bij de stapel van Ilse, moet ik al snel bekennen: ik onthou het simpelweg niet. En dat komt omdat ik geen flauw benul had van wát ik aan het opvouwen was. Dus kan ik ook niet bepalen of het een jurkje, een rok, een shirt een blouse of een combinatie van dat alles, of gewoon iets heel anders, waarvan ik het bestaan zelfs in mijn donkerste dromen niet had kunnen vermoeden.

Bij Jente is het een beetje hetzelfde.
Er zijn rompertjes.
Er zijn shirtjes
Er zijn rokjes
Er zijn broekjes
En er zijn combinaties van bovenstaande.
Vooral de zogenaamde overslagrompertjes zijn een aanslag op mijn gemoed. Die moet ik namelijk om Jente heen wikkelen, zodat ik geen dingen over haar hoofdje hoef te sjorren. En op zich vindt ze dat fijner. Maar daar zitten dan weer op de meest rare plaatsen drukknopen, om het ding dicht te houden. Soms vind ik die kutknoopjes in één keer. Meestal moet ik zoeken, en moet ik bekennen: dicht is dicht, en als er 1 knoopje ontbreekt: het zij zo. 
Of van die jurkjes, met meerdere laagjes, waarin in de onderkant ook een rompertje zit. Ik heb het al eens gepresteerd om dat ding ondersteboven over haar hoofdje te sjorren. Uiteraard geheel tegen madams zin. En toen het eindelijk voor mijn gevoel op zijn plek zat, ontdekte ik die knoopjes, die zo erg lijken op de sluiting beneden van een rompertje.... Dus dat kreng weer over haar hoofdje uit (nog grotere woedebui bij Jente) even binnenstebuiten en ondersteboven draaien en klaar.
En net als je denkt: Hehe... Papa bezweet, maar het kind heeft ten minste schone kleren aan..... *Kwaaaarkkkkkaaaaahhhh*  en dan landt er een lading kinderkots om U tegen te zeggen over haar schone jurk-romper-shirt-achtig-broekje. En het enige schone is een shirt-achtig-jurk-broek-rompertje die niet over haar hoofd moet maar juist van onder af......

Gesproken over Jente:
Ze ontwikkelt. Ze groeit. Als ik in de ochtend op tijd ben, en zij is net wakker, dan kom ik haar kamertje op en dan ligt ze (meestal overdwars) al naar me te lachen. Eerst heel ingetogen, maar naarmate ik verder haar deur open doe en binnenkom gaat haar glimlach over in een gulle grijns tot grote lach. Ze strekt al kirrend haar armpjes uit en ik pak haar op. Dan hebben we even een geluksmomentje samen.
Als we al wakker zijn, begint haar onrust. We leggen haar op haar rug, en zelf rolt ze op haar buik. Soms schrikt ze daarvan en barst ze in tranen uit. Vaak niet, en is ze wat in de rondte aan het tijgeren. Echt vooruitkomen doet ze nog niet, maar dat komt.

Ik slaap steeds beter. Hoewel... Dat is onzin. Maar dat apparaat doet wel kleine wondertjes, stap voor stap.
Als ik het masker heb vastgesnoerd, en het apparaat begint te pompen, val ik al rap in slaap. Ik heb niet het gevoel dat ik diep slaap, want meestal "voel" ik wel dat ik iets op mijn hoofd heb, en ook bij het draaien in mijn slaap, merk ik wel degelijk dat ik een masker op heb.
Maar het wakker worden, neemt steeds minder tijd in beslag.
Ik voel me steeds minder verrot in de ochtend, en dat heeft zijn weerslag op de vorige alinea. Ik geniet steeds meer van Jente, en begin ook steeds minder moeite te hebben met haar onpeilbare huilbuien omdat haar tandjes doorkomen.
Dus wat dat aangaat: vooruitgang. Ik zal nog wel meer moeten wennen aan mijn Darth Vader look, maar ik voel me wel al stukken beter.



woensdag 5 augustus 2015

Slapen en oorlog.

Hij is binnen... De CPAP. Oftewel: de apparatuur die mij het slapen weer mogelijk moet maken.
Voor de uitleg moesten we naar Ridderkerk (das 5 minuten rijden) en een uur later stond ik buiten, met het tasje vol dure apparaten en mijn hoofd afgevuld met informatie.
Weken heb ik met smart zitten uitkijken naar dit moment: eindelijk slapen. Echt slapen. En uitgerust wakker worden.

Zo is het dus niet. Een hele aardige jongeman gaf uitleg over het apparaat, en zei dat ik de tijd moest nemen om eraan te wennen. En dat klopt. Wel mooi: de jongen die ons de werking en alle mogelijkheden liet zien, was van huis uit keuken-monteur. Die link ontging ons een beetje, maar in alle rust en vriendelijkheid deed hij zijn werk.

Het masker maakt dat ik eruit zie als een soort van verbleekte Darth Vader, en zo klinkt het ook. Als een verbleekte Darth Vader. De druk die het apparaat levert, zorgt ervoor dat mijn verhemelte niet inzakt, en dat mijn luchtwegen geforceerd open blijven, zodat ik niet wakker word omdat ik bijna stik. Alleen als ik het apparaat te vroeg inschakel, dan ben ik nog niet helemaal onder zeil, en dan wordt de druk te hoog, nog voor ik echt in slaap ben. Dat levert bizarre taferelen op onder dat masker, want omdat ik dan nog wakker ben, heb ik het gevoel dat mijn wangen tot volgevreten hamster-proporties worden opgeblazen.
Uberhaupt, wennen aan dat over mijn hoofd zittende, langs mijn wangen vastgesnoerde masker, terwijl je probeert te slapen, is nog geen sinecure.

En toen Ilse boos op mij werd omdat ik iets doms had gedaan met de wasdroger, lukte het haar niet, waarschijnlijk omdat ik er onder dat masker, schuldig kijkend, er toch enigszins belachelijk uitzag.  Proestend van het lachen, gaf ze mij een veeg uit de pan. Komt toch niet helemaal lekker over...
Bovendien: ik zal Jente nooit uit bed kunnen halen, terwijl ik dat masker opheb, ze zou trauma's overhouden voor de rest van haar leven. Jente huilt, en papa komt als een soort van robocop haar kamer binnenwalsen. Geen goed plan.

Een ander nadeel: de sahara is een oase vergeleken met mijn mond "the morning after". En daar werd ik dus ook vroegtijdig wakker door. Mijn tong plakte aan mijn verhemelte alsof ik op een stuk ducttape aan het knagen was, en als ik zou proberen te spelen... Nou, laat ik het erop houden dat er bitter weinig geluid uit die toeter zou komen. Dit nog los van de ochtendgeur. Want normaal is mijn ochtendgeur al niet om over naar huis te schrijven, met deze droogte is het alsof ik 3 complete bollen knoflook en 2 rauwe uien heb zitten schranzen, zonder de bijbehorende maaltijd... Ik werd er zelf wat onpasselijk van, en dat terwijl ik zelden echt vies ben van mijn eigen meur.

Waar Ilse gewoonlijk heerlijk inslaapt bij mijn rustgevende gesnurk, had ze het nu wat moeilijk met de oorverdovende stilte. Ze zal regelmatig gedacht hebben dat ik dood was. Maar het apparaat liegt niet...

Na al het opgewekte gemekker over de nadelen van het apparaat, dan nu toch maar even de voordelen...
Ik werd dus voortijdig wakker, maar ik voel me (het is inmiddels 0719) eigenlijk best wel prima. Ik voel me niet overreden door een vrachtwagen, er is geen kudde neushoorns over me heen gedenderd en eigenlijk ben ik best wel lekker, al zeg ik het zelf.
Moet je nagaan wat er gaat gebeuren als ik gewend ben aan dat masker. Dan spring ik zomaar over een huis (zoals een vriendje dat zo mooi zei).
Sterker nog: het is in huis warm, en waar ik gisteren nog als een dood lijk mijn ochtend peuk zou doen, ongevoelig voor de heerlijke koelte buiten, genoot ik er nu van met volle teugen. Zowel van de peuk als van de koele ochtendlucht buiten. Toen Jente vanmorgen haar eerste flesje bliefde, was ik er bij (zonder masker), en ik vond het leuk. Ik was niet (okee, ik geef toe: nauwelijks) humeurig.
Wat een vondst. Gewoon je lekker voelen in de ochtend. Ik wist niet dat het nog kon.
Het is zeker nog geen pais en vree, met dit apparaat, maar de eerste resultaten zijn absoluut bemoedigend te noemen.

Los van mijn slaap, is het oorlog in huize Coster-van der Wal.
Nee, geen zorgen, Ilse is nog steeds mijn geliefde eega, en Jente is iets te jong om zich te moeten wapenen tegen boze Marnixen of Ilses, het is oorlog tegen de plaatselijke fauna. Meer bepaald: muggen.
Jente zit onder de rode vlekken van muggenbeten, en ook Ilse wordt regelmatig lastig gevallen door die krengen. Ondergetekende heeft niks. Maar als ik ergens niet tegen kan, is het wel dat mijn weerloze dochter wordt aangevallen door snaakse zoembeesten.
Een electrische vliegenmepper heeft onder dat volk al heel wat slachtoffers gemaakt, maar ik vertrouw nog steeds op mijn oog-hand-coordinatie. Met succes. Want de afgelopen dagen heb ik er handmatig al een stuk of 8 uit de lucht geplukt. Even doorknijpen, en het bloed van Ilse of Jente tussen mijn vingers door zien druipen. Zeer ranzig, maar ook zeer bevredigend. Weer zo'n kreng dat zich niet meer kan voeden met het bloed van mijn vrouw of dochter. Op de een of andere manier ben ik redelijk immuun voor die beesten. Hun steek doet me niks, muggenbulten heb ik stomweg niet. Blijkbaar zijn Ilse en Jente lekkerder. Maar waar ik wel hels van kan worden: dat hoge, zeurderige zoempje. Steek dan, bitch, zuig al het bloed dat je nodig hebt, maar doe het in stilte! Maar nee, steken doen ze me niet, maar wel dat irritante gezoem.

Nog drie weken vakantie. Een kleine drie weken voor het seizoen weer begint. Wellicht nog een paar dagjes uit. Een paar leuke dingen doen. Maar ook gewoon lekker tot rust komen.
Eerlijk gezegd vind ik het wel welletjes. Het mag van mij nu al beginnen, maar goed. Eventjes pas op de plaats kan geen kwaad.
Jente groeit als kool, haar tandjes lijken door te komen, en daar heeft ze behoorlijk wat last van. Ze begint zich te roeren. Draaien, zowel om haar as, als op haar buik (terug naar haar rug, heeft ze tot haar grote frustratie nog niet onder de knie). Ze wordt groter, en steeds meer van baby naar mens. Haar eerste fruit en groente prakjes eindigen overal behalve in haar buikje. Wat op zich wel weer een koddig gezicht is.

Je hebt niet veel nodig om mooie momenten mee te maken. Dat is goed nieuws. Toch?



Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...