vrijdag 28 april 2017

Een vies verhaal.

Als iemand nog nooit trompet heeft gespeeld, zul je hem eerst moeten vertellen hoe hij geluid uit het ding krijgt.
In het geval van hele jonge kinderen zeg ik altijd maar dat ze een "poepie" met hun mond moeten laten. Stom natuurlijk, want veelal zijn die kinderen van de leeftijd dat poep en pies nog vreselijk hilarisch zijn, en de irritatie bij pa en ma tot ongekende hoogte kunnen doen stijgen. Maar het dekt wel de lading, en dus meestal is er instant "succes". Komen die kinderen dolenthousiast thuis om aan papa en mama te vertellen dat ze "poep" mochten roepen tijdens de les. Ik zie de omhooggetrokken wenkbrauwen van papa en mama gewoon voor me. Zijn ze net zover dat het random roepen van poep en pies tot straf leidt, en dus al redelijk verminderd zijn, wordt er op trompetles de opvoeding pijnlijk ondermijnd.

Heel soms vind ik dat ik wel wat trompet kan spelen thuis. Gewoon omdat het kan. Gewoon om even wat voor te bereiden. Even de routine te handhaven of wat leuke nieuwe dingen in te studeren.
Ik confronteer Jente niet heel vaak met mijn trompet. (Wél met muziek, maar dat geheel terzijde).
Toch weet ze de trompet altijd wel eruit te filteren als er muziek aanstaat, en ze weet ook heel goed dat ik trompet speel.
Dus als ik mijn trompet tevoorschijn haal, dan is ze er als de kippen bij. "Ook doen". "Samen doen". "Zelf doen".
Dan zit ik maar wat geluiden te maken, en drukt Jente enthousiast de ventielen in. Geweldig leuk vind ze dat.
Als ik mijn trompet van mijn lippen haal, en het is niet genoeg voor madam, dan pakt ze het ding vast, en duwt het terug naar mijn mond. Ik was namelijk volgens haar nog niet klaar, en zij ook niet. Altijd even oppassen, want ze snapt nog niet dat het aanzetten met enig beleid dient te gebeuren. Dit om te voorkomen dat je een tand door je lip krijgt of dat je je voortanden achter je huig moet gaan zoeken.
Ze wil soms ook zelf spelen.
In de regel stopt ze dan het mondstuk zó diep in haar mond dat er a) geen geluid uitkomt en b) dat ik bang ben dat mondstuk (en trompet) via de natuurlijke weg haar lijfje zullen moeten verlaten. Heel snel terugtrekken kan ik dan niet, want ik ben bang dat ik dan met het mondstuk ook haar tanden uit haar mond trek. Ten slotte zijn die dreumes-tandjes nu eenmaal geen partij voor een mondstuk van messing.
Omdat ze de techniek van het ademen in combinatie met trompet spelen nog niet echt snapt, ademt ze uit door het mondstuk, maar ook in. En ook dat vind ik toch wat griezelig, want ondanks dat ik mijn trompet regelmatig schoon (laat) houd(en), is het niet de schoonste. Hij is niet nieuw. En als ze dan heel erg inademt, door dat mondstuk, ben ik bang dat er zacht geworden hard, of hard geworden zacht haar strot invliegt. Moet er niet aan denken. Leg maar eens op de eerste hulp uit waarom er donkergroene klodders in haar luchtpijp zitten. 
Maar goed, alles ging goed. Tot ik haar dus voor ging doen dat ze een "poepje" met haar mond moest maken. Eerst zonder trompet. Dat lukte best aardig.
Toen een paar keer geprobeerd met trompet. Lukte niet, want ze douwde weer dat mondstuk tot aan haar stembanden naar binnen.
Nog een een keer voorgedaan.
Toen leek het Frankje (per ongeluk) te vallen.
Jente haalde diep adem, ik hield de trompet vlak bij, en ze liet inderdaad een poepje met haar lippen. Maar helaas: ze is ook een beetje verkouden. En nog helaser: de lucht kwam niet alleen door haar mond naar buiten, maar ook met volle kracht door haar neusje. En met de lucht kwam er uit haar neusje een werkelijk verbluffende hoeveelheid snot. Zoveel dat mijn mondstuk (ik speel aardig groot) compleet dicht gekoekt zat met die ellende.
Met een gul gebaar en een vriendelijke lach gaf ze de trompet weer aan mij:"papa doen!".
Ik ben niet vies van mijn dochter. Echt niet.
Ik kan volgemestte luiers zonder kokhalzen verschonen, zelfs als de kak tot haar nek komt.
Ook ben ik serieus niet te beroerd om haar snotterige snoetje schoon te boenen als de pegels in het groen tot haar kin (en verder) hangen, maar om vrijwillig op een door haar volgesnoten mondstuk te spelen, gaat me wel een straat of wat te ver.
Dus papa ging toch maar even niet spelen op dit mondstuk. Eerst de bagger eruit schudden, en dan in een pannetje kokend water, om de bacillen dood te koken.
Ten slotte is het mijn voornemen om dit jaar niet meer verkouden te worden. We weten immers allemaal dat één verkeerde hoestbui het einde kan betekenen van je auto.

Ik heb ooit besloten om Jente niet actief aan te moedigen om muziek te maken. Ik vind oprecht dat als ze dat wil, ze in ons huis meer dan voldoende mogelijkheden heeft om te pielen op piano, viool, trompet, diverse percussie-troep en er staat ergens nog een viool. Die vrijheid heeft ze (als ze oud genoeg is om die dingen niet te slopen). Maar ik wil toch voorkomen dat ik haar ga dwingen om te oefenen. Pas als ze zeker weet dat er iets een hobby moet worden, dan ga ik haar stimuleren, maar eerder niet. En dwingen al helemaal niet. Ze mag gewoon kind zijn.
Maar ze heeft wel lol in die trompet. Misschien toch eens een betonnen exemplaar kopen waarmee ze kan klooien. Als iemand nog een trompet heeft die Jente-proof is (combinatie van lompheid van papa en mama), hou ik me aanbevolen.








maandag 17 april 2017

Paasmis

Het is altijd weer even spannend. Navigeren en parkeren op Schiphol.
Weliswaar hadden we toestemmingskaarten gekregen, om op een plek te parkeren, waar dat officieel alleen aan heel erg officiële personen in officiële hoedanigheden is voorbehouden, maar dan bén je er nog niet.
Ik krijg altijd een beetje bultjes als ik naar Schiphol moet. Ander soort verkeersborden, weggetjes die niet in mijn navigatie vindbaar zijn, aanwijzingen die veel te laat komen, zodat je rare capriolen uit moet halen en dan uiteindelijk verbodsborden die je opgewekt dient te negeren omdat je wél op een plek mag staan, waar het gewone publiek niet mag staan. En dan toch met het zweet op mijn voorhoofd staan te tobben omdat je net zal zien dat die parkeerkaart toch niet geldig is, en je van wat stugge parkeerbeheerders ook geen enkele vorm van meedenken of coulance hoeft te verwachten.

Maar verder hou ik van Schiphol. Dat is een wereld op zich, en als ik er doorheen loop vallen mij altijd de compleet lege blikken op van mensen die in een soort van trance lijken te verkeren vanwege de jet-lag. Het "vluchtige" karakter ervan spreekt me heel erg aan.
De vrolijkheid om vakanties en terugkerende mensen, de berusting van transferpassagiers. Ja, zelfs de behoorlijk ranzige prijzen voor een broodje met een sapje.
Het intrigeert me. Ik voel me er thuis, en dat is precies wat Schiphol wil, want mensen die zich thuis voelen, besteden er (teveel) geld.

De reden dat ik jaarlijks ten minste 1 maal naar Schiphol reis, is mijn baas. Die leent mij namelijk jaarlijks wel 1, maar soms ook 2 keer uit aan het luchthaven pastoraat. Want Schiphol heeft een luchthavenkerkje en daar zijn op zeer regelmatige basis diensten voor reizigers en medewerkers. En zo één a twee keer per jaar wil de pastor/predikant/dominee die dienst opgeleukt hebben met live muziek.
Dus, ik ben zeer tegen de mogelijkheden mijn eigen navigatie in, wél op de daartoe aangewezen plek aangekomen, dan sta ik voor het volgende dilemma. Ga ik in pak of ga ik in burger? In pak is het handigst, want het voorkomt dat ik kilometers door Schiphol moet dwalen met een pakkentas, trompetkoffer en lessenaar. Maar ik ben geen bevoegd opsporings-ambtenaar (hetgeen dat pak wél doet vermoeden). Ik ben niet opgeleid om ook maar iets te kunnen doen voor mensen die in nood zijn, en als de pleuris uitbreekt, sta ik daar met mijn bek vol (of waarschijnlijker: met mijn bek zonder) tanden.
Ga ik in burger, dan moet ik dus mezelf ergens omkleden. En dat is in het luchthavenkerkje geen echt serieuze optie. En half in pak, dat mag heel officieel niet. Daar moet de hogere legerleiding nog maar eens over nadenken. Over die uitzonderlijke situaties.
Ondanks dat wij werkzaam zijn bij de KMAR, is het uitgesloten dat wij zomaar naar dat gebedscentrummetje kunnen lopen. Nee, dat is achter de douane, dus geldige veiligheidsonderzoeken of niet: we moeten ons officieel aanmelden, een pas krijgen, en we mogen niet naar het toilet, zonder dat een van de medewerkers met ons meegaan.
Een vorige keer wilde Ilse mee met Jente, maar dat was uitgesloten, want we zouden dan de mogelijkheid hebben om Jente achter de grens te verkopen. Nu vond ik het grappig om de toenmalige luchthaven dominee een beetje te choqueren door te zeggen dat ik dat eigenlijk wel van plan was, en of hij niet toch wat kon regelen, maar hij trapte er niet in.

Hoe dan ook: dit jaar was het vriendje Martijn die met mij de paasmis zou doen, en na veel gedoe rondom inschrijven, pasjes krijgen, wandelingen maken wel of niet in pak, kwamen we aan in het nog steeds tijdelijke gebedscentrum.
Een kerk van 6 vierkante meter groot. Eigenlijk is het gewoon een kantoorruimte met wat religieus getinte versieringen en kasten vol met bijbels, korans, torahs en andere gebedsboeken in praktisch alle talen van de wereld.
Dat kan daar dus ook gewoon: alle geloven die daar komen om te bidden. Naast en door elkaar. Gewoon met respect voor elkaar. Niet zeiken, niet lelijk doen, maar gewoon bidden en verder niks.
Maar het is wél maar 6 vierkante meter.
Afgelopen keren dat ik er speelde, was het niet heel erg druk bezocht. Veelal transfer passagiers en wat medewerkers. Maar op kerstavond is er weinig animo voor reizen, geloof ik.
Soms waren er zelfs meer vrijwilligers van het gebedscentrum dan echte toehoorders aanwezig.
Dat maakt het spelen in elk geval praktisch, want we hoeven geen gekkigheid uit te halen, om te voorkomen dat we de eerste rij gelovigen totaal doof blaffen, zelfs als we uitzonderlijk zacht spelen.
De afgelopen paasmis, was het uitzonderlijk druk. Zo druk heb ik het nog nooit gezien daar.
In een ruimte van 6 vierkante meter stonden en zaten gewoon 30 mensen op elkaar gepakt te luisteren naar het verhaal van de pastor. En te luisteren naar de muziek. En mee te zingen met de muziek die we speelden.
Voor mij dit jaar geen afgeladen kerk in een duur deel van de stad. (Hoewel Schiphol uiteraard wel een kunstmatig duur gehouden stuk van het land is). Maar in elk geval geen enorme kerk die afgeladen zit (en waar zijn al die mensen op andere momenten?) maar een kerk van een paar vierkante meter die afgeladen vol zit. De vrijwilligster die bij de deur zat, moest op een gegeven moment buiten zitten, want het was helemaal vol. Vol met mensen die toch even tussen de vluchten door even een misje wilden bijwonen. Van alle nationaliteiten. Afrikaans tot Engels. Amerikanen en scandinaviers.
En na afloop heel veel gezellige en vriendelijke mensen te woord gestaan.
Dat was nog eens een dankbare klus.
Want ondanks dat het een behoorlijk digitale, economische en dynamische wereld is, dat Schiphol, is er toch tijd voor wat bezinning.
Stiekem denk ik dat dit een leukere manier is van een kerkdienst opluisteren is, dan nogal blasé weer voor een of andere hippe-kijk-mij-eens-met-pasen-en-kerst-naar-de-kerk-gaan-dienst.

Vriendje Martijn speelde de tweede stem, en maakte er op sommige punten met hele tegenmelodieën en versieringen een waar spektakel van, zelfs op het niveau van fluisterstil spelen. En het paasbrood en de koffie smaakten uitstekend.
Een dienst om vaker te doen.





zondag 9 april 2017

Geleuter.


Ik ben een roker. Das al jaren zo, en vele stoppogingen verder en ik rook nog steeds.
Binnen roken, sinds ik Ilse in mijn leven toeliet, is niet meer aan de orde, dat vindt madam vies en nu met Jente erbij heb ik zelf ook niet echt de nijging om haar eens even mee te doen feesten in mijn verslaving. 
Nu ben ik van nature wat laks aangelegd, en dit wetende, vond ik het een wijs plan om in elk geval iets van een asbak in mijn tuin te hebben staan.
Maar ja. Zoals ik reeds stelde: ik ben wat laks. Dus die asbak raakte overvol, de wind kreeg er grip op, dus die asbak kletterde op de grond en peuken waaiden weg.
Zonder Jente, in het tuintje in Tiel, was dat geen heel erg groot probleem. Laat gaan, laat gaan. De honden en katten vreten die peuken toch niet, en dat huisje zou toch gesloopt gaan worden.
In Rotterdam werd het al wat lastiger, want dat was een balkonnetje, en je wil niet dat dat balkonnetje tot een soort van asserige, met peuken bedekte ellende wordt. Een leeg kratje bier bracht uitkomst.
Hoewel: bij de verhuizing van Rotterdam naar Almere moest dat kratje dus wél terug naar de winkel. Al die flessen leeg pulken en omspoelen was een ranzig klusje.
Iets om in Almere niet meer te doen.
In Almere kreeg ik een heuse asbak. Een zware asbak. Van zwaar porcelijn. (Wat is de spelling van porselijn? Bij alle lettercombinaties krijg ik een rood lijntje onder het woord, dat aangeeft dat de spelling niet klopt). De deksel heeft de eerste vorst niet overleefd, en het ding is nauwelijks groter dan mijn mondholte, dus twee keer roken en het ding zit vol.
Ik kreeg ook een tuinhaard. En de roker in mij werd blij. Want die paar peuken, fikken wel mee als ik het ding aan maak.
En inderdaad, ik gebruik het ding dus erg weinig. Want zeker de afgelopen winter, was het niet dusdanig lekker weer buiten, dat ik eens lekker wat planken hout zou verfikken. Maar wel makkelijk om mijn peuken in te schieten.
Vandaag was zo'n lekkere dag dat het zonnetje scheen en de deuren lekker open kunnen. Jente naar buiten, en verrek: gelijk op die tuinhaard af, waar ik dus het hele najaar en de hele winter mijn peuken in heb geschoten.
Toch maar leeghalen. Een hele emmer vol peuken eruit.
Ranzig!
Ran-zig.
Goor!!! De hele winter aan vocht, vermengd met asresten, volgezogen en half afgefikte filters. Verkleefd met Joost-mag-weten-wat, te smerig om aan te pakken. Dat dus ook maar niet gedaan, ik ben wel goed, maar niet helemaal gek. Zelfs door de tuinhandschoenen heen, voelde ik de glibberige narigheid door het "leer" heen komen.
En het leek zo'n praktische asbak....
Nadat ik het ding leeg had, meteen de restanten van mijn huisvlijt erin geflikkerd om de boel eens goed op te stoken.
Mijn huisvlijt is wat kasten betreft even klaar.
Dit issem dan, in vol ornaat, en al helemaal gevuld met mijn Citroën-gerelateerde hobby zooi. En omdat de foto uit een wat ongemakkelijke hoek genomen is, lijkt het alsof hij al helemaal vol staat, niets is minder waar, er is nog plaats voor ongelooflijk veel modelletjes, typeplaatjes, en andere spulletjes.
Ik ben erg trots op dit resultaat, moet ik zeggen. Want nog niet zo heel lang geleden, zou ik dit niet hebben gekund, of gedaan. En nu doe ik het zomaar eventjes. Ook hier weer niet foutloos, maar omdat ik al doende leer, heb ik veel onvolkomenheden (zonder te vloeken!!) toch op een zeer listige manier weten weg te werken. Er zijn zelfs stukjes van madame Jeanette terecht gekomen in en op mijn kast. En het staat echt heel mooi. (Kijk maar even naar de deurtjes).
Een onvolkomenheid is echter totaal aan mijn onoplettendheid in de winkel te danken. En dat kwam weer doordat ik in de winkel afgeleid werd door het winkelwagentje waarmee ik mezelf had opgezadeld.
Ik had namelijk een plank van 240 centimeter nodig, en had er een gehaald van 120 centimeter. Nogal een verschil. Maar het winkelwagentje dat ik bij me had, had de stuurwielen aan de achterkant zitten. En op zich is dat niet zo heel erg, ware het niet dat die stuurwielen niet bijster goed werkten, en ik mezelf daardoor bij kans ernstig zou verwonden, als ik mijn aandacht niet compleet bij het sturen legde.
En dus niet bij de stellingen waarin het door mij begeerde hout lag. Stom.
 Hoewel, zonder te vloeken... De Gamma (en ik neem aan alle andere bouwmarkten ook) gebruikt stickers met barcodes om de prijzen te scannen. En om de maten er nog eens op te zetten. Die stickers plakken met een heel erg weerbarstig goedje. Dat goedje plakt namelijk niet alleen aan hout en papier, maar gaat helemaal in het hout zitten. En fatsoenlijk lostrekken, kun je dus gewoon vergeten.
Dat werkte wel heel even op mijn frustratie-spieren. Sakkerend pakte ik uiteindelijk maar een plamuurmes om die helse papiertjes van mijn kast te schrapen. En zelfs met een ultra scherp plamuurmes wisten die stickers het nog zo bont te maken, dat ik bijna die hele kast met inhoud in de hens had willen steken.
Maar hij staat.
En dat heeft even iets langer geduurd dan ik wilde, want er moest nog een auto naar de sloop.

Daar gaat ze dan. Een ontluisterend beeld. Verdrietig. Maar in ruil voor alle geld die ik in haar stak voor onderhoud, in ruil voor alle tlc die ik haar gaf, deed ze dat wat ze moest doen toen het nodig was: mij en mijn gezin beschermen toen het misging. De sloop bood 125 euro voor "het wrak". Maar vriendje Bram wist beter. Samen hebben we alle onderdelen die nog iets waard waren verkocht. En dat leverde toch iets meer op. Plus nog 95 euro voor de overblijfselen. Madame Jeanette leeft voort in een aantal andere C5'en, een Berlingo en zelfs een Peugeot, heb ik begrepen. (En dus ook in mijn kast). Blij dat ik naar Bram geluisterd heb, die me soms temperde als ik te snel ging, die me een schop gaf als ik te langzaam was en die me van begin tot eind heel veel zorgen uit handen nam.
En wellicht komt er later weer zo'n luxe auto voor in de plaats.

Wandelen met Jente.
"De cursus geduld oefenen voor beginners, is een halve dag uitgesteld".
Jente in de auto, tasje met lekkertjes en drinken mee en gaan. Uitstappen en lopen maar.
Lopen, maar dan wel om de andere stap stil staan, want er moet in iets geprikt worden. Er moet iets opgepakt worden. Er moet iets bekeken worden.
"Laat maar liggen liefje, dat is een steen".
"Kom maar poppetje, we gaan verder" (als we al 5 minuten hebben staan wachten omdat Jente per se een graspolletje op het pad uit haar hoofd moet leren).
"Bahhhh AFBLIJVEN!!!! Dat is POEP". Waarop ze stralend papegaait dat het POEP is.
Bijna struikelend over haar omdat ze ineens besluit de andere kant op te lopen.
Haar op mijn nek zetten omdat -"papa dagen"- madammetje eventjes te moe is, maar na 10 passen alweer -"zelf mopen"- neerzetten. 
Haar oprapen, want uit boosheid omdat ik haar bij die distels wegtrok, ging ze maar op de grond liggen huilen.
Maar aan de andere kant: alles is nieuw. Alles moet onderzocht worden. En de verbijstering en pret die ze heeft door alle nieuwe dingen, en alle bekende dingen is simpelweg prachtig.
"Kijk is even". En dan wijst ze naar een afgeknapte boom.
"Googol". Als er een vogel uitbreid zijn lokroep laat horen.
"Spinnetje". Tegen alle mieren, kevers, torren, spinnetjes en andere insecten die we tegenkomen.
Na krap een uurtje zijn we afgemat. Wij, Ilse en ik dus. Jente heeft op zich niet echt heel veel last van vermoeidheid.
Ze is wel heel zelfstandig, en ergens vind ik dat jammer. Ik had de hoop om hand in hand met mijn dochter lekker te kunnen wandelen. Maar hand in hand lopen, is niet echt aan haar besteed.
Maar af en toe wel. "Handje geven". Klinkt het dan. En dan wil ze toch -zij het heeeeel even- aan de hand meelopen.
Mooi.
Ik heb een mooie dochter.





maandag 3 april 2017

Operette, klussen, en nog zo wat...

Operette spelen.
Dat is een vak apart. Je speelt muziek die door veel liefhebbers van klassieke muziek (en opera) toch wat kazig wordt gevonden. En dat is het ook. Je speelt in een orkestbak, ongeveer 3 meter onder de reikwijdte van de dirigent (dus dik kans dat áls de man/vrouw al wat aangeeft, je het niet ziet, want je was bezig met het lezen van je noten en het hoogteverschil is dusdanig dat je ogen niet zover omhoog kunnen rollen, want er zit nu eenmaal een grens aan de rekbaarheid van die oogspieren).
De meeste dirigenten zijn doodsbang voor orkesten, dus als je al kijkt naar je instrument beginnen ze te stamelen dat je niet te hard moet spelen (Hun koren leren om volume te maken, is ze blijkbaar op het conservatorium niet geleerd), of ze hebben domweg geen idee dat een orkest, hoe geroutineerd ook, toch wel enige aanwijzingen nodig heeft.
Dan krijg je vaak vellen vol (handgeschreven, dus bijna altijd onleesbare) aanwijzingen over het overslaan of juist herhalen van sommige nummers, of dat er in sommige nummers bepaalde regels wel herhaald worden, maar totaal onduidelijk waar dat begint, want de dirigent heeft versie X van de operette en de blazers hebben versie Y, terwijl de strijkers versie Q hebben. En vervolgens totaal uit hun plaat gaan dat het niet in een keer lukt, de schuld steevast bij de musici leggen...
Maar los daarvan: operette spelen, is gewoon heel erg leuk. Want de muziek (hoe kazig ook, en om de een of andere reden vind ik kazige muziek juist heel feestelijk) is lekker simpele gebruiksmuziek. Gemaksmuziek. Gewoon lekker om te spelen. Lekker om naar te luisteren. Het verhaal is zó gruwelijk pretentieus, dat het sarcasme er af druipt. Gewoon een paar uurtjes vertier voor speler en luisteraar.
Ik heb tot nu toe altijd het geluk gehad dat ik met hele toffe collega's in de bak zat. Beroepsmusici die zich niet meer klein laten krijgen door geschifte dirigenten, totaal onverwachte gebeurtenissen die het verloop van de operette in gevaar zouden kunnen brengen. Musici die gewoon goed spelen, en het toch wat schmierende karakter van zo'n operette goed kunnen uitbeelden, zelfs als de dirigent alles boven het allerzachtste volume bestraft met al dan niet zeer onaangename opmerkingen.
Collega's maken en breken zo'n operette. En afgelopen week was het een prima productie.
Met als hoogtepunten: een prima orkest, en een prima publiek. Dat moet gezegd.
Een man die zo vreselijk hard (en nat) hoestte, dat we serieus meenden dat zijn longen in de orkestbak kletterden, in de nek van de bassist. En dit ook zo vaak, dat we serieus de slappe lach kregen. Uiteraard zonder ook maar één inzet te missen. Hooguit met wat meer vibrato dan anders. 
Een vrouw die klonk als een geit wanneer ze lachte. En lachen deed ze veelvuldig.... Wij dus ook.
Je zou zeggen dat de uitvoering een hoog Jan-Boerenfluitjes-gehalte zou hebben. Maar ondanks alle gekheid uit het publiek en ondanks dat we elkaar veelvuldig een plaagstootje toedienden, ondanks dat de dirigent het orkest liever niet wilde horen,  kunnen we trots zijn op een Helena die we alle eer hebben gegeven die haar toekomt.

Ik heb een paar maanden geleden een kast gebouwd. Een mooie, stevige kast van vurenhout. Want ik wilde mijn modellenverzameling in een mooie vitrine kast hebben staan, en omdat vitrinekasten gewoon belachelijk duur zijn, of niet mijn smaak, besloot ik voortvarend zelf maar een kast te gaan bouwen.
Dat ging op de 'al doende leert men'-manier. En het onderstel staat. En is zelfs al in gebruik genomen.
Maar in mijn 'al doende leert men'-fase, had ik op sommige plekken iets te lange schroeven gebruikt. Heel onhandig, want die plekken waren precies waar ook de handgreepjes van de deuren zaten. Dik kans dat je jezelf ontvelt of ontnagelt als je de deurtjes opentrok.
Ik kreeg de tip om die duivels uitstekende puntjes weg te dremelen. Want ten slotte; ik had zo'n mooie dremel met allemaal handige opzetstukjes. Ja, die had ik. Ik had de dremel, maar sinds de verhuizing naar Almere heb ik dat doosje met opzetstukjes en het sleuteltje om de opzetstukjes mee te vergrendelen in de Dremel niet meer gezien.
Ik kon dus niet zo snel even alles verwijderen dat tot verwondingen zou kunnen leiden.
Bovendien: er was het een en ander dat er tussendoor kwam. Iets met een auto-ongelukje enzo...
Dat auto-ongelukje noopte mij vanmorgen om even in het schuurtje te kijken. Uit de oude auto kwamen wat kratten, die ik eigenlijk gewoon 1 op 1 over kon zetten. Mijn oog viel in een van die kratten (figuurlijk) en tot mijn aan walgelijkheid grenzende vreugde, zag ik daar het doosje met dremel-parafernalia liggen pronken.
Geen flauw benul waarom dat doosje niet bij de gereedschappen is meeverhuisd, maar in een krat met auto-benodigdheden, maar dat boeit niet. Als een kind zo blij stormde ik met dremel hebben-en-houden naar boven om die puntjes weg te slijpen en de ruwe zaagranden van de planken wat gladder te schuren.
En uiteraard zit ik dus nu op mijn stoel achter mijn pc de woonkamer door te spieden naar eventueel extra emplooi voor dit ondergewaardeerde apparaatje. Maar voor ik daar aan begin, moet ik wel echt goed overleg plegen met moeder de vrouw, want een boze Ilse is niet echt een ding waar ik op zit te wachten.

Zover was het nog niet. Want Jente moest een schone luier. Hoognodig, zeg maar. Het begrip "de pot op kunnen" heeft ze nog niet door, want hoewel ze braaf op het potje gaat als wij haar daarom vragen, zelfs zo rond de tijd dat er poep of plas zou kunnen komen, doet ze haar behoefte of in de luier, of naast het potje waar ze net nog helemaal trots op zat te stralen. Misschien dat ze nog niet de link heeft gelegd tussen pot en poep.
Maar goed, Jente moest een schone luier en dus kon ik Ilse trots tonen hoe ik de kast had afgewerkt.
Nadat ik Jente's tandjes gepoetst had, was het mijn beurt, en toen besloot ik dat het tijd was om mijn tanden te bleken.
Met een thuis-kit.
Een soort spulletje dat de nicotine en de caffeine van mijn tanden brandt, en dat kan zeker geen kwaad, want er zitten best wel wat bruine nicotine en koffievlekken op mijn bijters.
Dus nu zit ik achter de pc, mijn blog te tikken, terwijl ik nog zeker 10 minuten met een spreidklem in mijn mond zit om dat spul zijn werk te laten doen.
Dat ziet er ongeveer zó uit: stel je mijn hoofd voor... Baardje met uitlopers naar mijn bakkebaarden. Rare ronde dopneus, die door zijn formaat precies bij mijn ietwat te dikke kop past. En daarop een bril. Plaatje compleet zo?
Nou in die mond zit een plastic spreidklem, die mijn mond in een soort van ovale O openhoudt. 0 dus, maar dan liggend. Mijn tanden moeten namelijk na aanbrengen van dat spul drogen.
Omdat mijn onderlip door deze klem omlaag wordt gedrukt, en doordat het allemaal nogal openstaat, gaat slikken niet zo heel erg makkelijk, met als gevolg dat mijn baardje doorweekt raakt met naar tandenbleek-spul en kwijl. En inmiddels niet alleen mijn baardje is doorweekt, maar ook mijn shirt. Niet alleen gaat slikken wat onhandig: ik wíl het ook eigenlijk niet, want dat spulletje is behoorlijk bitter. Een soort van grapefruit maar dan tot 1000000 keer versterkt. Niet heel erg lekker, en ik kan me ook niet voorstellen dat het heel erg gezond is... Maar met alle hallelujah verhalen over dit "bleek-je-tanden-thuis-gegarandeerd-resultaat-setje" verwacht ik toch wel dat ik aan het einde van de week zo'n stralende Sandra Bullock lach heb.

Nadat Ilse voor mij wederom een enorme pan stoofvlees maakte, vroeg ze om credits in een blog. Maar ondanks dat haar stoofvlees werkelijk hemels is (alsof er een engel op je tong kakt, en ook in die kleur, maar dat maakt niet zoveel uit) kan ik er gewoon niks grappigs over verzinnen. Dat spul smaakt heerlijk, en is over het algemeen voldoende om een weeshuis voor een week te voorzien van vlees (dus genoeg voor twee warme maaltijden van mij, weeskindertjes hebben in dit specifieke geval gewoon dikke pech). Maar echt grappig is dat gewoon niet.
Smullen met een hoofdletter. Maar toch: bij dezen in de blog vermeld met credits (toch wel een paar, na bijna 5 jaar samen te zijn).





 



Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...