maandag 30 september 2013

Een veelbewogen taptoe.

Twee jaar geleden had ik een blog met dezelfde titel.
Twee jaar geleden liepen we ook de taptoe in Rotterdam.
Ons orkest wisselt namelijk af met het FanfareKorps van de Nationale Reserve. Dit jaar hadden we een show, die ons goed lag. Niet dat we de vorige niet konden lopen, maar eerlijk gezegd, de voorkeur ligt toch wel bij deze show. Ik hoef niet meer als een gek over het veld te dwalen, op zoek naar mijn linkerbeen en collega's waar ik in burgerkleding geen enkele moeite hoef te doen om ze te herkennen, maar die er in ceremonieel tenue allemaal hetzelfde uitzien.

Echter deze show wordt gekenmerkt door gaten. Een collega die het helaas heftig aan zijn rug kreeg bijvoorbeeld. Jammer voor hem, want misschien is een taptoe niet je hoogste hobby, maar zo'n week in Rotterdam is altijd weer gezellig. Bijkletsen met oude bekenden. Het ouwe jongens krentebrood idee.
Maar ook jammer voor ons. Want hij had een vrij groot solo-optreden.
En hier wil ik een hele grote pluim op de kolbak van Martijn plaatsen. Twee dagen voor de taptoe begon, kreeg hij de broodnodige informatie om die solo over te nemen. En hij stond er. 8 keer mijn zijn bakkes vol in beeld. En hij speelde de sterren van de hemel in dat spotlicht. Met camera's op zijn snuit. In de hitte. Op dat kurkdroge (want met doek beklede) veld. En hij speelde geniaal.
Ik geef het je te doen. Gaaf dat er in onze trompetsectie iemand zit die de sterren van de hemel kan soleren.

 We kregen een nieuwe kolbak. En net als met woningen: nieuwe kolbakken kunnen kinderziektes hebben. Om die kolbak zit een band met zilveren ringetjes. En die band zit aan twee haakjes. Maar als die band te lang is (en dat waren ze) dan schuift die langzaam maar zeker naar beneden. Zo kon het gebeuren dat Daan, onze nieuwe saxofonist, tijdens de show de weg kwijtraakte, omdat die band naar beneden zakte, en precies op zijn ogen eindigde. Ook ondergetekende raakte tijdens een van de finales even lichtelijk in paniek toen die band voor zijn ogen belandde. De binnenkant van die nieuwe mutsen is ook eventjes wennen. Als je hem te vast knoopt, zakt hij niet diep genoeg, en is een klein zuchtje wind al voldoende om het ding af te doen waaien, als je hem te los knoopt, dan zakt het ding bij iedere stap verder over je ogen, tot aan je neus aan toe.  Kortom: alles voor het plaatje, zelfs als het plaatje er wat geestelijk gehandicapt uitkomt.

Daarover gesproken: bij elke taptoe zitten er wel minder valide mensen. Die worden al dan niet met rolstoel en begeleiders aan de rand van het taptoe veld geparkeerd, en hebben de avond van het jaar.
Voor ons is het soms schrikken als die mensen niet helemaal reageren zoals we verwachten.
Tijdens het signaal taptoe stonden wij naast dat groepje, en met dat het stil werd, klonk het prrrrrrrrfffffflttttrrrrrrpppprrrrrrtttttffffrrrrrrttttttt. En bij de andere muziekjes was het zeg maar ook niet echt stil.
Maar vooral die scheet (?) was toch wel hilarisch. Niet dat de veroorzaker ervan er veel aan kon doen, maar als je het niet verwacht, werkt het toch op de lachspieren.

Oude contacten even aanhalen. Gezellig samen roken, filosoferen over de ondoorgrondelijke wegen van de baas, en een aanbod krijgen om mee te mogen naar Malta. Niet gek. En wederom dit jaar met raad en daad bijgestaan door de mensen van het ceremonieel. Klaas, Angelique, Roel en Garib.
Die er voor zorgden dat wij (even los van de kolbak) toch weer spic en span het taptoeveld konden betreden.
Ook op andere punten werd het heel gezellig. Maar dat heb ik van horen zeggen, en er was een beetje drank bij betrokken. Iets met een grote-boem-speler van een collega-orkest.

De finale dit jaar was lekker kort en krachtig. Geen ellenlange verhalen, geen ouverture 1812 die door de dirigent tot moes gehakt werd, maar gewoon. Kort en krachtig.
Heerlijk.

Toch blijft het lastig: zo'n ceremonieel tenue. Want je koppel moet met gesp recht hangen. Maar aan dat koppel hangt een zwaard. En dat zwaard (pardon, moet zijn: klewang) weegt nogal wat. Dus dat trekt, waardoor het koppel ook scheef trekt.
En dan is er een tasje. Aan een bandelier. Of hoe zo'n schuin over 1 schouder hangende riem ook heten moge. En je kolbak. En je befje. En je handschoenen.
En als je je befje vergeten bent, dan moet je je dus weer helemaal uitkleden. Dus klewang los, bandelier los, jas los en uit, want anders krijg je dat befje met geen mogelijkheid goed op zijn plaats.
Alles weer omhangen, weglopen. Verrek, bijna beneden, zwaard vergeten. Terug naar boven. Gelukkig maar, want ook mijn marsenboekje lag er nog. Handschoenen die eerst helder wit waren, lijken de vlektyfus te hebben, ook maar een nieuw paar vragen.
En die schoenen. Daar zitten veters van paar meter in, dus driemaal rond je enkels en hopen dat ze niet toch los laten, want met gewone veters is dat onhandig, maar met extra lange veters terwijl je een show moet lopen, is het vragen om desastreuze gevolgen. Daar weet Ido sinds een paar jaar alles vanaf.
Maar ons pak is wel vet gaaf. Met alle witte accenten in het blacklight, licht dat prachtig op in het donker. Dus moet je niet in je neus gaan pulken want dat valt dan, heel raar, toch op. 

En zo worstel je je door een show heen. Dan denk je klaar te zijn, lekker naar huis. Maar dat denkt iedereen. Dus file rijden, de parkeerplaats af. Tegen een 50 kilometer lange omleiding aanhikken. Stoplicht, 2 baans naar rechts. Groen, opgassen. De juffrouw links naast me, nam de bocht wel heel erg krap. Zo krap, dat onze spiegels een heel innig moment hadden. Mijn spiegel ontzet. Haar rechter deur beschadigd. Gezien het niet mijn fout was, en mijn spiegel nog functioneert, geen verzekeringswerk. Wel jammer van mijn zonnebril die in alle geirriteerde consternatie verloren ging. Maar dat kan ik die ouwetjes niet kwalijk nemen. Die stonden al van schrik te bibberen.

Mag allemaal de pret niet drukken.
Ik vond het best weer gaaf om te doen, zelfs ondanks het verkouden geblaf dat ik overhield aan de laatste carpool actie met vriendje Martijn.

Back to business as usual.


dinsdag 24 september 2013

Muziek en jeugdsentiment.

Muziek. Dat is toch een leuke bezigheid. Vrij vaak. Vorige week moest ik een big band overnemen van vriendje Michiel. Iets met door elkaar heen lopende agenda's.
Een repetitie, voorzien van net even te weinig partituren, en dan vrijdag het concert. Tijdens de repetitie heb ik lekker kunnen zeuren over timing, frasering, dynamiek.
Probleem bij het concert was: ik zou het net aan niet halen. Geen probleem, ze begonnen wel zonder me.
Eenmaal gearriveerd, belandde ik van de ene in de andere verbazing. Het publiek, zat daar duidelijk niet voor de muziek. Want er werd veel gesproken. De ene spreker wisselde de andere af, voor een kwis, waarbij het doel was geld in te zamelen. De big band zou ter afwisseling wat spelen.
Jammer was alleen dat het publiek als een stelletje aardappelzakken achter hun tafeltje zaten. Zozeer murw geluld door de diverse sprekers, dat het zelfs niet meer in staat was om zelfstandig op het idee te komen om te applaudisseren voor de band, die daar vreselijk hun best zaten en stonden te doen.
Totaal onverdiend. Want de band speelde voor zijn leven. Spannend genoeg allemaal, met een nieuwe zangeres (complimenten), nieuwe drummer (complimenten) en een nieuwe dirigent (ach, vooruit: complimenten). En ze speelden prima.
Gelukkig waren de bandleden niet voor een gat te vangen. Tussen het spelen door, was er gelukkig meer dan genoeg tijd om grappen te maken, moppen te tappen en lekker te ouwehoeren.

Inmiddels is ook de taptoe begonnen in de Ahoy.
Ik constateer: een kopje koffie uit een klein papieren wegwerp bekertje kost 1,79. Een cola uit een iets kleiner plastic wegwerpbekertje kost hetzelfde.
Let wel: dit kost het mij, voorlopig, niet want we kregen wat consumptiemunten. Maar de vrek in mij constateert dus dat de organisatie voor ons orkest 13 munten de man inkoopt. Ik ga even uit van 45 mensen. Dat zijn 585 munten. Dat is ruim 1047 euro. Maar er zijn meer bands.
Eerlijk gezegd verwacht ik van 1,79 toch een grotere kop koffie, en al helemaal een normale hoeveelheid cola. De standaard horeca hoeveelheid, en niet een afgeknepen minibekertje.
Wellicht een tip voor de organisatie: beding normale hoeveelheden drank per munt, en niet van die afgeknepen pisbeetjes.
Dus hebben vriendje Martijn en ik maar weer geregeld dat er op onze kleedkamer een senseo komt te staan. Dan kunnen mensen zelf pads meenemen, en hun munten bewaren voor fris en bier, ipv ze aan koffie te verspillen.
Los daarvan is het wel tof om weer in de Ahoy een taptoe te mogen wegwandelen. Martijn gaat een dikke solo weggeven tijdens onze show, en ik heb de repetitie gehoord, en het klonk waanzinnig goed.
Wel jammer is dat je er als roker niet veilig bent voor overvliegende beesten. Tijdens het lange wachten wilde ik even genieten van een welverdiend saffie. Als enige. Op een vrij groot leeg dakterras. En uiteraard moest er één enkele vogel overvliegen. Geen zwerm, maar 1 enkele mus. Die precies op het moment dat hij over mij heen vloog, meende te kunnen poepen. En jawel: raak! In mijn nek en op mijn schouder. Dat overkwam me voor het laatst toen ik een jaar of 9 was. Dus puur kijkend naar de statistieken, zal ik wel weer aan de beurt zijn geweest. Het was natuurlijk een giller voor alle mensen die mij mopperend en vloekend bezig zagen. Maar nog leuker was het, als het een ander was geweest die gezegend werd door deze mus.

Stiekem heb ik er wel weer zin in.
Ook een beetje bijkletsen met long-time-no-see mensen uit de diverse bands. En uiteraard staat er weer een spelletje junglespeed op het programma. Kijken of ik Thomas weer met een houten klos op zijn bek kan rossen.

 Soms maakt Facebook wat jeugdsentiment in me los.
In Schin op Geul was er niet zo veel. Heel vroeger zat er een supermarktje. Aan de andere kant van het dorp een bakker. Een frituur. Flink wat hotels, en een paar restaurants. Drie of vier kroegen. Twee campings en een viezig bungalow-parkje, waar je ook kon bowlen, en voor de dare-devils, die het aandurfden om tussen de drollen van toeristische peuters te zwemmen, was er ook een zwembadje bij.
Een station waar 4 perrons waren. Want Schin op Geul was overstap station voor het boemeltje naar Aken. Dat werd later anders. Toen ging er een stoomtrein rijden. Sindsdien lijden alle koeien er aan astmatische bronchitis.

Gesproken over treinen. Er zat een heel bijzonder winkeltje in Schin op Geul. Zo bijzonder, dat mensen ervoor uit Scheveningen naartoe kwamen. Een modeltreinen winkel. En ze hadden alles. En ze konden overal aan komen. Een heel klein winkeltje waar de nieuwe en tweedehands modeltreinenparafernalia letterlijk huizenhoog opgestapeld stond. Niemand die er de weg kon vinden, behalve de eigenaren.
Het station lag naast de kerk. Op het hoogste punt van het dorp. Liep je over het voetpaadje naar beneden, dan was het eerste dat je zag dat treinenwinkeltje. Van de familie Vleugels.
Toen ik 8 werd, kreeg ik van mijn ouders een starter setje van Marklin. Een locomotiefje, twee wagonnetjes, en een setje rails, met transformator. En omdat mijn moeder mijn moeder was, nog wat extra rails, wagonnetjes en wissels.
Verguld was ik ermee. Sindsdien bracht ik al mijn spaargeld, zakgeld en verjaardagsgeld naar dat winkeltje. Ik was er al vaste kijker, maar sinds ik mijn eigen treinbaan had, was ik er ook vaste klant.
Als het zakgeld was, ging ik steevast naar huis met wat railsjes. Of een goedkoop wagonnetje (á 3,50 gulden, voor mij een heel bedrag, en ik weet zeker dat de eigenaren er voor mij nog wel een gulden afsnoepten, zodat ik het wagonnetje, blij als het letterlijke kind, toch mee naar huis kon nemen).
Ik kwam er inmiddels zó vaak, dat de eigenaren mij soms ook behoedden voor al te zotte aankopen. "Marnix, daar heb je er al te veel van, doe dat maar niet, neem deze".
Zo kon het gebeuren dat ik met mijn treintje wilde gaan spelen. De boel opbouwen. Mooie banen verzinnen. Maar.... Het treintje reed niet. Het lampje in mijn transformator brandde wel. Dus de stroom was niet uitgevallen. Maar wat ik ook deed, het locomotiefje wilde niet vooruit. In wanhoop stapte ik op mijn fietsje. Straat uit, berg op, links af. Naar de winkel. Ik legde hakkelend van het nahijgen mijn probleem uit. De lieve man achter de balie snapte mijn probleem niet, maar zou zijn fiets pakken, om bij mij thuis te kijken wat het zou kunnen zijn.
Bij mij thuis, op mijn kamertje aangekomen, zag de man het probleem. Ik had de draadjes naar de rails verkeerd om aangesloten. -KlikKlik- En het was geregeld. Met het schaamrood op mijn kaken bleef ik verbijsterd achter. Hoofdschuddend moet de man weggefietst zijn.

Dat winkeltje leverde overigens nog flink wat hilariteit op. Het had flink gesneeuwd, en voor mij uit liepen een paar toeristen, de berg van het station af. En waar ik al op hoopte, gebeurde: deze toeristen verloren de grip op het paadje, als domino steentjes vielen, en gleden ze zomaar naar beneden.
De eerste die beneden landde, riep vervolgens in onvervalst plat Gronings:"Maar als je beneden bent, wordt t beter, want dan krijg je Vleugels". 

Later, verhuisde deze winkel. Ik weet niet precies waarheen. Zakelijk waarschijnlijk een goeie beslissing. En weer wat later hing ik mijn treinen aan de wilgen. Geen tijd, geen plaats, geen zin en geen geld meer voor over. Maar altijd als ik langs dat pand loop, glimlach ik een beetje. Ik zie dat kleine manneke weer voor me, die kwijlend in de etalage keek, en door de winkel liep. Zakgeld brandend in mijn zak.

Die herinnering kwam zomaar in me op. Want op faceboek plaatste iemand een link naar een makelaarssite. Het pand waarin dat winkeltje zat, wordt inmiddels verkocht.

Een van de eigenaars, of werknemers van dat winkeltje, ben ik weer heel veel later, zeg maar ongeveer ruim een jaar geleden tegen gekomen. In het hospice, waar Larissa en ik afscheid kwamen nemen van de vrijwilligers en de verpleging. Hun taak zat erop. En deze lieve dame, was precies 3 dagen na het overlijden van mijn moeder in het hospice vrijwilliger geworden.
Overigens was dat dezelfde dame die het onvolprezen juweliersechtpaar Stan en Marie-José aanraadde voor de ringen die we hebben laten maken.

Bijzonder, hoe zoiets kan lopen.


woensdag 18 september 2013

Het antwoord van de gemeente Tiel, en mijn antwoord daarop.

Omwille van de goede smaak, heb ik de naam van de betreffende ambtenaar eruit gelaten. Verder heb ik de brief wel 1 op 1 gekopieerd. Ik zag er verder geen persoonlijke zaken instaan.
De ambtenaar in kwestie heeft mijn brief in hoofdstukken opgedeeld, en waarschijnlijk naar eer en geweten beantwoord.

Geachte heer Coster,



Aantal flipjes
Er wordt bewust maar 1 flipje per adres gegeven, omdat het juist niet de bedoeling is dat iedereen met meerdere voertuigen op de drukste dag (zaterdag) van en naar huis gaat rijden. Dit veroorzaakt onnodige verkeersdrukte, terwijl er al heel veel verkeersdrukte is. Wij verwachten als gemeente Tiel dat mensen tijdens dit éne weekend zelf ook creatief meedenken en hun eigen maatregelen nemen, zodat zij maar met één voertuig zich verplaatsen. Hierin maakt het niet uit hoeveel parkeervergunningen er op een adres geregistreerd staan.
(u kon het Hema-strookje er trouwens gewoon afknippen, dat hadden meer mensen gedaan en dat was geen probleem).
 
Afgesloten gebied
Van te voren is duidelijk gecommuniceerd welke gebieden op welke tijden afgesloten zijn. In hoofdlijnen zijn de routes beschreven. Het is aan de inwoners zelf om specifieke informatie op te zoeken over de voor hen geldende situatie. Hiervoor is het verkeersbesluit en zijn de tekeningen op de website van de gemeente Tiel gepubliceerd. Hierin kan men per straat uitzoeken wat er aan de hand is.
 
Uw opmerkingen "dat noch de gemeente Tiel, noch de organisatie van een fruitcorso, noch een verkeersregelaar het recht heeft om mij de toegang tot mijn huis te ontzeggen" is onjuist. Als een wegbeheerder (in dit geval de gemeente Tiel) een hek met daarop een verkeersbord C1 plaatst (algehele geslotenverklaring), dan heeft elke automobilist zich hieraan te houden, bewoner of geen bewoner. Dan geldt gewoon de wegenverkeerswet. De verkeersregelaar doen hierbij gewoon hun werk. Als u door rijdt begaat u een overtreding, hier is niets goed aan te praten!
 
Parkeervergunning
Een parkeervergunning heeft niets te maken met een afgesloten weg. Het geeft u geen extra rechten, dan mensen zonder deze parkeervergunning. Als de afsluiting betekent dat u niet meer bij u in de straat kunt parkeren, dan is het inderdaad juist dat er niets anders op zit dan een stukje te lopen en de auto ergens anders neer te zetten.
 
Rechten en plichten
U heeft het over rechten en plichten. Die heeft u uiteraard. Echter, gaat het mij te ver dat u niet voor deze ene dag uw eigen rechten iets meer naar de achtergrond kan verschuiven ten behoeve van het algemene belang. Want ten behoeve van Tiel als stad worden deze evenementen georganiseerd. Hieraan beleven veel mensen wél plezier. Het hoort voor u helaas bij het 'culturele erfgoed' van de gemeente Tiel. Wij proberen alles (ook voor u als bewoner) zo goed mogelijk te regelen. Dit veroorzaakt inderdaad soms lastige situaties, maar geeft u nog niet het recht om alles wat in uw ogen impotent, amateuristisch en achtelijk is geregeld als zodanig te benoemen. Hier zal ik dan ook verder niet op ingaan. Dit geldt overigens ook voor uw suggestie mee te willen denken voor volgend jaar, gezien uw bewoordingen en instelling in dit hele verhaal.
 
 
Vriendelijke groet,
 
WERT YUIOP
Ambtenaar. 
 
 
Hieronder mijn antwoord, ik weet nog niet of ik die ga versturen, of dat ik het erbij laat.
Geachte meneer WERT YUIOP
Met belangstelling en enige verbazing heb ik uw antwoord gelezen. Maar omdat ik op een aantal punten geen antwoord heb gekregen, probeer ik te reageren op uw schrijven.
Hoofdpunt 1: het aantal Flipjes.
Het zou misschien een idee zijn, om heel Tiel af te sluiten voor verkeer behalve voor bewoners en hulpdiensten. Dan is er geen sprake van onnodige verkeersdrukte. Parkeerplekken zat buiten de stad. Creatief meedenken is leuk, maar als mensen 2 auto's hebben, is dat vaak omdat mensen die samenwonen toch op heel andere plekken werken. Anders hadden we hier uberhaupt al geen twee auto's. Het niet creatief meedenken is geen kwestie van onwil, maar van onmacht.
Hoofdpunt 2: Afgesloten gebied.
Van te voren is nauwelijks duidelijk gecommuniceerd welke gebieden afgesloten zijn. En het verschil met vorig jaar en dit jaar is dat ik vorig jaar wél thuis kon komen en dit jaar eigenlijk niet.
En dat is wat mij slecht beviel. En daarin sta ik niet alleen, maar daar kom ik straks nog op terug. Waarom kon het vorig jaar wel, en dit jaar niet?
Dat ik inderdaad in overtreding was, klopt. En mocht het zover komen: als ik een bekeuring ervoor krijg, zal ik die gewoon betalen. Maar eerlijk gezegd: de centrum bewoners worden op deze manier wel hard geraakt. Desondanks wil ik best het algemeen belang dienen. Kom ik ook straks op terug.
Hoofdpunt 3: Parkeervergunning. Goed om te weten dat het me geen extra rechten geeft. Graag zou ik dan van u vernemen in hoeverre ik dan volgend jaar een boete kan verwachten als ik gedwongen word elders te parkeren, waar mijn vergunning niet geldig is? Want wederom: voor het algemeen belang wil ik best wat over hebben, maar als me dat op een parkeerboete komt te staan, ga ik toch mijn hoefjes schrap zetten.
Hoofdpunt 4 Rechten en Plichten.
Ik ben meer dan bereid om mijn eigen situatie naar de achtergrond te verschuiven voor het algemeen belang. Maar om dit te benoemen, vind ik eerlijk gezegd behoorlijk kinderachtig. Ik gaf aan dat ik regelmatig in het weekend werk. Dat is ook voor het algemeen belang. Want iemand die werkt betaalt belasting. Laten we het s.v.p. niet op die toer gooien. Dat lijkt me niet nodig.
Uiteraard beleven er veel mensen plezier aan deze evenementen, ik ben geen dwaas. Maar de mensen die ik sprak in het centrum, laten een ander geluid horen. En het lijkt me toch best een goed ding om daar ook naar te luisteren. Los daarvan: de woorden "achterlijk" en "impotent" heb ik niet gebruikt. Laten we elkaar geen woorden in de mond leggen, ook dat staat niet zo netjes.
Over het algemeen ben ik zeer begaan met culturele erfgoederen.(Ik ben niet alleen part-time beroepschauffeur, ik ben ook part-time beroepsmusicus, zeg maar bi-professioneel) En vind oprecht dat deze evenementen ook volgend jaar zeer zeker weer plaats moeten vinden. Maar zo onredelijk is het toch niet als ik vraag om wat meer rekening te houden met de bewoners van het centrum gebied?
Ronduit schokkend vind ik het te lezen dat u iemand die oprecht wil meedenken over verbeteringen voor iedereen, af te serveren onder het motto: "hij klaagt, dus heeft geen instelling". Dat lijkt me helemaal geen goede manier van omgaan met mensen die wellicht iets onprettigs voor zichzelf kunnen en willen ombuigen naar iets goeds in het door u zo gelauwerde algemeen belang.
Ik hoop dat u dit laatste als een ironisch grapje bedoelde, zoals ook een aantal van mijn bewoordingen toch erg ironisch waren.
In afwachting van uw reactie, verblijf ik nogmaals met hoogachting,

Marnix Coster

PS: U mag als aanhef heus Marnix gebruiken ;)
PS2: wellicht is het een beter idee om een keer samen te gaan lunchen (of koffie te drinken) en dit verder te bespreken. Elkaar recht in de ogen kijken werkt vaak beter, en bepaalde uitspraken kunnen dan beter ingeschat worden. Zomaar een ideetje :)
 
 
 
 

zondag 15 september 2013

Brief aan de gemeente Tiel

Tiel, 15-09-2013
Betreft: Appelpop en fruitcorso 2013.

LS,

Mijn naam is Marnix Coster. En allereerst: ik stuur deze mail naar het algemene email-adres van de gemeente Tiel, ik hoop dat u zo vriendelijk wil zijn om deze door te sturen naar de betreffende ambtenaar/wethouder.

Een paar weken geleden kreeg ik van de gemeente een brief met een sticker. In die brief werd vermeld dat het fruitcorso en appelpop er weer aankwam. Leuk, dacht ik nog. Men zou proberen de overlast te beperken, maar het was niet helemaal uit te sluiten dat bewoners van het centrum enige overlast zouden kunnen ervaren. Iets van die strekking stond er. Als doekje voor het spreekwoordelijke bloeden, kreeg elk huishouden een sticker. Waarmee wij toch onze straat in en uit zouden kunnen rijden. En er werd een kaartje met een theoretische route bijgevoegd.
Wat mij gelijk al op- en tegenviel: er was maar 1 sticker bijgevoegd. In mijn oneindige naiviteit ging ik er vanuit dat dat een vergissing uwerzijds moest zijn geweest, want er staan op mijn adres twee auto's met een parkeervergunning, niet slechts één.
Gelijk maar even met de gemeente gebeld. Een vermoeide, onvriendelijke dame stond mij te woord.
Ik vroeg haar om een tweede sticker, aangezien er ook voor 2 auto's een parkeervergunning wordt betaald. Maar dat was blijkbaar heel dom van mij. Per huishouden werd er maar 1 sticker gegeven, en voor de rest moesten we maar improviseren. (Ergo: bek houden en niet zeiken, zo kwam deze dame over.)

Fijn... Vorig jaar was de overlast inderdaad aanwezig, maar niet heel erg. Ik kon, met een beetje mikken en prikken, inderdaad gebruik makend van de flipje sticker, naar mijn werk EN weer terug.
Vorig jaar was het inderdaad ook een beetje rumoerig. Zuipende, lallende, zwalkende en kotsende jongeren die van appelpop genoten. (Overigens: over verkeersveiligheid gesproken, wellicht is het een idee om wat meer agenten in te zetten: laveren door die losgeslagen meute is doodeng, zelfs als part-time beroepschauffeur).

Enige overlast... Juist. Als u verstaat onder enige overlast, dat mensen hun huis niet meer uit en/of in kunnen, vraag ik me af wat de vergrotende trap van enige overlast dan wel is. Een orkaan? Een nucleaire ramp?
Want dit jaar was de hele organisatie wat betreft het corso een blijk van totale incompetentie.
Amateurisme ten top.
De verkeersregelaars waren een aanfluiting. Ja, ze waren beleefd (ik uiteindelijk niet meer), maar ze kwamen niet uit Tiel. Waren niet bekend. Wisten van niks. Uiteindelijk, na veel omwegen en op goed geluk een paar dranghekken passerend, kon ik het dorp uit.
Toen ik klaar was met werken, en terug naar huis, bleek dat onmogelijk. Die routes, die theoretisch begaanbaar waren, waren dat niet. En nog meer verkeersregelaars die van niks wisten. De flipje sticker, daar had ik er inderdaad geen twee van gehoeven. Improviseren was ook al niet aan de orde. Zegge en schrijve 1 enkele aanwijzing voor wat betreft de flipje sticker, op de route naar mijn huis. En dat was het dan. Maar die route stopte, zomaar ergens. Verder mochten we niet. Op mijn vraag of ik mijn auto dan maar op de openbare weg moest laten staan, werd uiteraard raar gekeken. Ik moest maar klagen bij de organisatie. Toen ik zei dat ze die dan maar eens voor me moesten bellen, bleven ze met hun mond vol tanden staan. Ook wijzen op die verder dus blijkbaar belachelijke en nutteloze flipje sticker, was zinloos. Ik mocht er best door, maar het was afgesloten.

Uiteindelijk ben ik de snelweg maar weer opgegaan, om het via Tiel-West te proberen. Helaas, ook hier geen succes. Ruim een uur verder, besloot ik dat noch de gemeente Tiel, noch de organisatie van een fruitcorso, noch een verkeersregelaar het recht heeft om mij de toegang tot mijn huis te ontzeggen.
En dat is wat er in de praktijk gebeurde. De beloofde routes waren dicht. De beschamende flipje sticker bleek even nutteloos als zonnebrandcreme gebruiken rond middernacht, en verkeersregelaars die niet eens in staat waren om mij te vertellen hoe ik dan wél thuis moest komen.
Ik ben een afzetting voorbij gereden. Let wel: hierbij ben ik niemand te na gekomen, heb ik niemand schade toegebracht, en is er op geen enkele wijze iemand in gevaar geweest.
Twee rotondes verder raakte ik met een agent aan de praat die (hoe kan het ook anders) niet uit Tiel kwam, en mij ook verder niks kon vertellen. Ja, hij kon mij vertellen dat ik mijn auto maar ergens in een wijkje moest zetten, en dan maar naar huis moest lopen.
Ik denk vooruit, dus vroeg meteen aan hem hoe dat dan zat met mijn parkeervergunning, die wel specifiek voor mijn straat bedoeld is.
Nou, daar kon de lieve jongen mij geen vrijstelling voor geven.
Ergo: ik mag niet naar mijn huis, en als extraatje loop ik kans op een boete omdat ik ergens gedwongen word te parkeren waar ik geen vergunning voor heb.

Hallo? Zijn we er nog? Ik ben een inwoner van Tiel, betaal mijn gemeentebelastingen (voor drie personen, terwijl er maar 2 wonen, maar over die rare vorm van overheidsdiefstal zal ik u nu niet lastig vallen) én betaal voor een parkeervergunning. Mag ik als inwoner misschien heel boos zijn dat het dit jaar toch wel heel erg een feestje was voor de niet-inwoner?
Mag ik concluderen dat het corso door volslagen amateurs is opgezet dit jaar, waarbij de belangen van de bewoners van het centrum totaal genegeerd zijn?
Leuk voor de gemeente dat er een paar centen verdiend worden met het fruitcorso en appelpop, maar als ik dit volgend jaar weer moet meemaken, mag ik dan bij de gemeente een declaratie sturen voor een gedwongen opgenomen vrije dag?
Ik misgun de gemeente zijn feestje absoluut niet, maar ik misgun mezelf mijn werk en inkomsten ook niet. En het schandalige tekortschieten van de organisatie om mijn huis bereikbaar te houden, ondanks dat er uit de brief van de gemeente iets anders beloofd was, schoot me totaal in het verkeerde keelgat.
Dit moet volgend jaar anders.

Maar ik stop even met klagen. Klagen is een recht, maar er schuilt mijns inziens ook een plicht in. Meedenken! Hoe kan het beter. Uiteraard wil ik graag de daad bij dat woord voegen, en meld ik me bij deze (kostenloos?) aan om mee te brainstormen over het fruitcorso van volgend jaar. De vele mensen die ik tijdens mijn dwaaltocht door de paar open straatjes van het centrum sprak, waren allemaal totaal niet te spreken over het feit dat het voor velen van ons onmogelijk was om ons huis te verlaten, of om thuis te komen.
 Dat kan beter. Dat MOET beter.
Ik hoop binnen zeer korte tijd (laten we woensdag als uiterste reactiedatum nemen) een reactie van u te vernemen. Dit mag gewoon per mail, en uiteraard mag u me gewoon met Marnix aanspreken. Anders voel ik me gelijk zo'n ouwe knar.

In de hoop dat we voor volgend jaar voor de bewoners van Tiel een wél werk- en leefbaar corso kunnen realiseren,

verblijf ik met de meeste hoogachting en een vriendelijke groet,


Marnix Coster

PS: Ik heb die Flipje sticker herhaaldelijk bestempeld als belachelijk. Laat me dit toelichten: dat knallende roze is wel heel erg jaren '80. Zijn er nu echt geen sturm-und-drang stagieres aanwezig op de PR-afdeling?
Verder vind ik het nogal laakbaar dat ik met die sticker verplicht word om reclame te maken voor de HEMA. Volgend jaar, knip ik dat er af. Ik vind niet dat de gemeente of wie dan ook, mij kan verplichten om reclame te maken, voor welk bedrijf dan ook. Tenzij daar een vergoeding tegenover staat uiteraard.


zaterdag 14 september 2013

Welkom Colette.

Ze is me er eentje.
Donderdag gingen we naar het asiel, in Tiel. Want na het treurige overlijden van Catootje, wilden we beiden toch een nieuw maatje voor Claus.
Hoe moeilijk is een asiel bezoek. Prachtige poezen, katers en honden. Meermaals bekroop me de neiging om met 6 beesten onder elke arm de toko te verlaten. Maar ja, dat kan niet. Ten eerste heb ik geen vergunning tot het houden van een asiel, ten tweede zouden die beesten allemaal nooit een goed leven kunnen hebben.
We werden binnengelaten. Eerst bij de kittens. Die al snel rond en over ons heen kwamen spelen en kruipen. Op zoek naar aandacht. Op zoek naar een nieuw baasje.
En er zaten hele leuke tussen. Van die kleine opduveltjes die je gewoon in je jaszak laat glijden om ze mee te nemen, op naar een mooi leven in huize Coster- van der Wal. Maar precies die, die we wilden zat er toch niet echt tussen. Met bloedend hart namen we afscheid van de kittenkamer.
Want er was nog een kamer. De kamer met de al wat oudere poezen en katers. En daar zat ze: een volledig rood poesje. Van 9 maanden. Een beetje verscholen. In een paar weken tijd was ze door de vorige eigenaars afgestaan. In pijn in hun hart, want ze waren dol op het beestje, maar zoonlief bleek allergisch. Toen ging het snel. Naar het asiel, naar de dierenarts om gesteriliseerd te worden, en toen stonden wij voor haar neus. Dit was het.

We konden haar niet gelijk meenemen. Er moesten nog wat papieren worden ingevuld, en dat ging te lang duren, dus gisteren heeft Ilse onze nieuwe aanwinst opgehaald.
Omdat ik om een voor mij onduidelijke reden een naam met een C wilde (wellicht om hem passend te maken bij Claus) en Catootje niet meer kon (er is maar 1 Catootje in ons huishouden, en die kan niet meer om voor de hand liggende reden) werd het Colette.

Haar entree in ons huishouden is overweldigend. Deze dame, die in het asiel nogal schuw was, is hier in huis nu al de boel danig op stelten aan het zetten.
Haar kennismaking met de overige beestenboel was in eerste instantie letterlijk een kwestie van de kat uit de boom kijken. Met een paar kwieke sprongen zat ze boven in de kast. Te blazen naar Ozzy, die heel nieuwsgierig was naar dit nieuwe stukje leven, en te blazen naar Claus, die (nog steeds) te overdonderd was en is om echt boos te reageren.
Haar lenigheid komt goed van pas, maar helaas: erg subtiel is ze daarbij niet. Inmiddels zijn heel wat boeken als ware dominosteentjes naar beneden gedonderd. In veel gevallen tot haar eigen schrik en verbazing.
En ze laat zich de kaas niet van het brood eten. De kattenbak, het voer van Claus, alles wordt beschouwd als zijnde van haar, en Claus heeft het maar te slikken. Tot heuse vechtpartijen is het (nog) niet gekomen. Af en toe een opgeheven poot, zonder nagels. Dat is het. Claus is toch te zeer een theemuts. Of te zeer op harmonie gesteld. Hij gaat ruzie uit de weg, en eet wanneer het kleine felle mormel uit de buurt is.

Ik noemde al subtiliteit. Ze lijkt haar baasje wel. Subtiel is ze niet. Kopjes geven doet ze graag. En hartgrondig. Bijna hardvochtig. Lijkt meer op een ram die een kopstoot uitdeelt. Maakt niet uit waar ze je raakt, haar affectie zal ze tonen. Boem. Tegen je hand. En als ze aandacht wil, dan krijgt ze het ook. Voor het slapen gaan, lees ik graag nog even. Vergeet het maar. Als het moet, duwt ze mijn boek weg, en ze zal haar kopje komen geven. Is het niet over het boek heen, dan wel onder het boek door. En als mijn hoofd het enige is dat boven de deken uitsteekt, dan krijg ik een dat kopje wel. Boem, tegen mijn oor. Boem tegen mijn neus. Boem in mijn mond, als het moet. Slaap ik al? Jammer dan! Heeft ze totaal geen medelijden mee. Haar gespin is luid. Zeer luid.
En in het verkrijgen en geven van al die affectie dringt ze die arme Claus naar de achtergrond. Die wantrouwt het allemaal nog een beetje, en vertoonde zich slechts eventjes op bed. Ik zorg er uiteraard wel voor dat hij geen aandacht tekort komt. Want ten slotte is hij de heer des huizes.
Ozzy is inmiddels van zijn verbijstering bekomen. En komt wat meer voor zichzelf op. Colette dient zich wel aan wat regeltjes te houden, en hij maakt duidelijk dat ze uit zijn plaats moet blijven. En van zijn voer moet blijven. En dat mag hij. Ook Ozzy heeft bepaalde rechten, bepaalde privileges. En die mag hij best beschermen, ook tegen een klein eigenwijs opdondertje. Dat doet hij dan ook. Als ze te dicht bij zijn bak komt, is het grommen. Als ze te dicht in zijn plaats komt, is het grommen. Ze moet het maar leren.
Ook ik heb grenzen. Vanmorgen maakte ze me wakker door op jacht te gaan naar mijn tenen. Gelukkig zat er nog een deken overheen, anders had ik nu tien bloedende tenen. Daar heb ik duidelijk gemaakt dat er een grens ligt. Dan duw ik haar van bed af. Eerst dacht ze dat ik wilde spelen, maar uiteindelijk heb ik haar bij haar nekvel van bed gezet.

Ik denk dat als iedereen hier aan elkaar gewend is, dat Claus er heus een leuk speelmaatje aan heeft. Ik hoop het. Claus is altijd wat gereserveerd geweest, maar inmiddels gaat het met Ozzy en Claus ook vele malen beter.
Onze harten heeft ze gestolen.

Uiteraard had Colette eerst een andere naam. En ik dacht niet bijzonder goed na toen ik met Colette kwam. Want in mijn vriendengroep op facebook, komt ook een Colette voor. Een aardige dame die viool speelt. Dus ik moet goed onthouden dat ik geen name-tag doe, als ik over onze Colette begin, want dat zou voor de dame in kwestie wel vervelend worden.





zondag 8 september 2013

Guilty pleasures.

Guilty pleasures.

Een van mijn vele guilty pleasures is om marktplaats af te struinen. Ik blijf toch een beetje snuffelen naar een leuke toeter voor erbij, wellicht een vervanging voor mijn trouwe BMW die toch wat moeite heeft met het trekken van de caravan, ik kijk regelmatig naar wat er op modelspoorbouw-gebied te koop is, en horloges, tablets en noem maar op.
Vaak is het lezen van al die advertenties ook een lust voor de ziel. De taalvaardigheid van vele verkopers doet vermoeden dat menigeen zelfs de lagere school al als een onneembare hindernis moeten hebben ervaren.
Het toppunt was een gozer die de resten van een afhaalmaaltijd van de chinees aanbood.

Inmiddels al weer ruim een jaar geleden, werd het huis van mijn moeder leeggehaald, en in het afgelopen jaar, liep ik zo af en toe aan tegen bepaalde dingen die ik niet had. En dan constateerde ik wat spijtig dat ik dat wel in mijn moeders huis had liggen, maar ja...

Boeken bijvoorbeeld. Als jongetje las ik graag boeken van Thea Beckman (die het gelukkig wel heelhuids tot Tiel gered hebben). Maar ook van Evert Hartman. (Die het helaas NIET tot Tiel gered hebben). Als ik tegenwoordig in een boekwinkel kom, spied ik wel eens rond, om te kijken of er toevallig boeken van deze auteurs staan. Maar helaas. Het zijn allemaal nieuwe (en vast eigentijdsere) auteurs die ik verder niet ken. En omdat ik wel een milde vorm van jeugdsentimentaliteit heb, maar niet kinds ben, voel ik me niet geroepen om eigentijdse auteurs te kopen.
Maar wel die van mijn jeugd. De bovengenoemde twee. En als het even kan, liefst ook nog Anke de Vries erbij.
En voel ik me dus toch een stomme hork, dat ik destijds zo makkelijk die boeken de container in heb laten mieteren. Zonde.

Maar goed, daar is marktplaats dus ook goed voor. Ik ga straks weer eens kijken of ik voor een prikkie een paar van die boekjes op de spreekwoordelijke kop kan tikken.

Een andere guilty pleasure van mij is het kopen van spaarzegels bij de albert heyn. Hoe leuk is het om bij het afrekenen met een beetje besmuikt gezicht te zeggen dat je graag zegeltjes wil. Van die zegelboekjes zijn we toch maar mooi op vakantie geweest.
En het voldane gevoel als je weer zo'n boekje vol hebt gevreten, gezopen, gelikt en geplakt. 

En een van mijn laatste stiekeme pleziertjes is: zo eens in de paar maanden koop ik een kraslot. Voor twee euro. En dan kom ik thuis, en grap ik tegen Ilse dat ik ons huis voor 2 euro heb gekocht. Meestal vang je bot. Want de organisatie achter die krasloten wil ook winst maken. Soms win ik eens een eurootje. Of twee. De hoofdprijs, die likkebaardend op die krasloten staat, ben ik nog niet tegengekomen.
En dan zit er een tussen... De grootste prijs die ik ooit met een kraslot gewonnen heb. Het feest kan losbarsten, mijn facebook puilt uit van de vriendschapsverzoeken, en we hebben het koopcontract voor ons nieuwe huis, en de nieuwe BMW al op tafel liggen, want ik heb. Wel. Tien. Hele. Euro's. Gewonnen. 10 EUROOOOO HOERAAAAAAAAAAAA!!!!!!!!!!! SLINGERS, BIER, PARTYSNACKS!!!!!
Juist. Dat zijn 5 krasloten. Dat is 1,5 pakje sigaretten, een kratje bier, en 1/6e van een tank benzine.
En dat lot ligt nu hier op tafel, want zo besmuikt als ik ben, wanneer ik het kassameisje om zegeltjes vraag, zo bescheten ben ik als het aankomt op het innen van de door mij gewonnen 10 euro. Misschien moet ik gewoon 5 krasloten kopen, en hopen op de hoofdprijs. Misschien moet ik gewoon 1,5 pakje sigaretten kopen, en dan DE prijs op de toonbank leggen...

Uit het nieuws: Zeer Guilty, maar de pleasure ontgaat me volkomen.

Vannacht werd er in een cafe in Enkhuizen rookontwikkeling geconstateerd. Waarop logischerwijze de brandweer kwam kijken of er een brandje te blussen viel.
Om de brandweer ruim baan te geven, werd het uitgaansvolk verzocht de tent te verlaten. En dat is waar het misging. Er ontstonden strubbelingen. Mensen wilden niet, en een achterlijke idioot vond het een goed idee om een brandweerman aan te vallen. Een politieagent voorkwam dit.
Wat. De. Fuck.
 De brandweer komt om mensen te redden, en te voorkomen dat er ellende ontstaat, en een of ander aangeschoten stuk vreten, vindt dat hij dan maar een brandweerman moet meppen.
Ergens staat in de taakomschrijving dat je als brandweerman/politieman/ambulancebroeder mensen moet redden. Maar persoonlijk vind ik dat als mensen niet gered willen worden, je dit ook zeker niet moet doen.
Af laten fikken, en de volgende ochtend de verkoolde resten ergens in een naamloos graf flikkeren. Zulke mensen moeten geen aandacht krijgen bij leven, maar na hun dood zal er niemand zijn die zich dit soort figuren met plezier of liefde herinnert.

Wat hebben sommige mensen toch in hun schedel? Waar halen ze het toch vandaan? Als ik aangeschoten zou zijn (ben ik nooit) zou ik dolblij zijn, dat er nog mensen zijn die wel nuchter zijn, en die hun leven in de waagschaal stellen om het mijne te redden. Maar in plaats daarvan, vallen ze brandweer, politie en ambulance personeel aan.

BLIJF VAN ONZE HULPVERLENERS AF!!!!

Tot zover.




woensdag 4 september 2013

Mooie zomer.

Het is weer voorbij, die mooie zomer.

Afgelopen zondag was voor mij de eerste keer sinds een lange poos dat ik de weg weer op mocht. Betaald. Op de bus.
In een lange poos kan een hoop gebeuren, dus toen ik aankwam, werd ik enthousiast onthaald door een paar collega's.
Omdat ik mijn chauffeurs-zut ter plaatse in mijn kluis bewaarde, moesten ze een beetje gniffelen toen ik onverrichter zake weer uit de kluis ruimte kwam. Mijn kluis wilde niet open.
Nee, die hadden ze gereset.
Mooi. Want in mijn kluis lag mijn geldbak, mijn stempel, de kaartjes.
De passagiers vonden het nog mooier. Want aangekomen bij de beginhalte stapte ik uit, en kon ik iedereen verblijden met het nieuws dat iedereen gratis meemocht.

Als je een maand of twee niet in een bus rijdt, is het de eerste twee rotondes altijd even goed opletten wat je doet. Want voor je het weet schuif je te vroeg naar rechts, en dan neem je een lantaarnpaal mee, of een verkeersbord of zo. Het is toch effe iets anders. Normaal rij je in een auto van een meter of 4, en nu in een bus van 12 meter.

Wel  mooi ook dat er collega's zijn die bij een onverwachte en voor mij onbekende omleiding gewoon even op me wachten, zodat ik achter ze aan kan stormen.

Gisteravond ook weer een late dienst. Heerlijk zijn die. Lekker in het donker hobbelen over de dijken langs de lek. Die lekdijk, tussen Utrecht en Rotterdam, bij zonsondergang is trouwens een verrekt mooie route. Je komt langs en door allemaal pittoreske dorpen, waarbij je goed moet opletten dat je geen gevel van een 16e eeuws gemeentehuis meeneemt. Of een historische lantaarnpaal. Maar als dat gelukt is, dan kan ik echt genieten van zo'n tocht.
Hoewel... Er zat een lijn tussen die ik toch zeker 2 jaar niet gezien heb. En dat is vervelend. Want je zal maar ergens inrijden en er vervolgens achter komen dat dat niet past. Of je zal maar verdwalen. Ik zag ze al voor me. Hysterische passagiers, een zwetende chauffeur en mede-weggebruikers die tot hun grote verbijstering een enorme bus een klein zandweggetje in zien schieten.
Reden genoeg om even op google-maps de route te bekijken. Zag er niet al te ingewikkeld uit. Op google-maps dan. In de praktijk heb ik bij 1 bocht toch even staan aarzelen. Gelukkig was het 1700 uur geweest, mensen wilden naar huis, dus ik had snel de aanwijzing die ik nodig had. Maar om nu te zeggen dat ik die route nu ken? Nee, het is een wonder dat ik goed ben gereden, maar ik heb meer het gevoel dat dat meer geluk dan wijsheid was. 

Een flink aantal jaren geleden, het zal eind oktober geweest zijn, liep ik ergens buiten. Dat kan.
Maar er plofte iets in mijn nek, en omdat ik toch liever geen dingen in mijn nek heb, die ik er niet zelf aanbreng, graaide ik het weg. Dat dacht ik ten minste. Maar dat bleek een van de laatste wespen te zijn. Die nog behoorlijk goed kon steken. Het klerebeest.
Gisternacht, was er ook zo'n figuur. Die tijdens mijn slaap (de vuige klootzak) in mijn hand stak.
Werd ik dus gistermorgen wakker met een dikke hand, een steekwond waar de gemiddelde mug jaloers op zou zijn en jeuk!!! JEUK!!!! Overal aan die hand, behalve daar waar het monster gestoken heeft.
Ik ga een kruip- en vliegverbod instellen voor mijn huis. En elk beest dat dat overtreedt wordt door mij persoonlijk platgestampt. Of gegrild met de electrische vliegenmepper.

Het vorige seizoen heb ik 15 etudes geschreven voor trompet. En dit seizoen ga ik daar vrolijk mee verder. Het doel is om tot 30 te komen.
Inmiddels al best wel wat positieve reacties gehad, en daar ben ik ook wel blij mee.
Vandaag een laatste vrije dag, tijd om ze zelf weer eens even door te spelen. Morgen weer een repetitie bij de kapel.

Het is weer voorbij, die mooie zomer.
Dat moeten ook de eigenaars van de hennepplantage gedacht hebben, die werd opgerold.
Slim bedacht. Een hennepplantage boven een basisschool die 'de Plantage' heet.

Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...