zondag 24 februari 2013

Mijn praatje voor in een vrouwenblaadje



Een column van een man in de Flair, kan dat?

Okee, ik geef het toe. Ik kom snoeihard uit de kast. IK (man, 32, militair-musicus, buschauffeur, docent, samenwonend met vriendin, poes en hond) lees de flair.

Er zijn als man heel veel redenen om een vrouwenblad te lezen. De belangrijkste reden is om erachter te komen hoe vrouwen precies in elkaar zitten. Waarom ze reageren zoals ze reageren. Waarom er hints gegeven worden. Waar het misgaat in de communicatie.
Want een meisje versieren, is een makkie. Een verkering onderhouden, is ook nog wel te doen. Maar om samen te wonen, en de relatie samen tot een goed einde te brengen (dus eigenlijk geen einde), is andere koek.

Toen ik mijn vriendin pas had, maakte ik wel eens gekscherende opmerkingen over de inhoud van haar kledingkast. En over de hoeveelheid schoenen.
Het feit dat dat allemaal zou meeverhuizen, en welke consequenties dat dat zou gaan hebben als we gingen samenwonen, had ik waarschijnlijk ergens heel diep weggestopt.  
Toen we eenmaal samen in een huisje woonden, beging ik de ongelooflijke stommiteit om wat meer kastruimte te claimen voor mijn kleren. We wonen krap, en hebben dus niet al te veel ruimte voor kasten. Een iets eerlijker verdeling dan 90% voor haar en 10% voor mij leek mij niet meer dan redelijk.
Dit resulteerde echter tot mijn wilde verbijstering in een confrontatie waarbij harde woorden vielen en kleding door de lucht zeilde, om te eindigen in een zak voor de Derde Wereld.

Hints. Ook zoiets. Ik liep met mijn meisje door de stad. Want ik moest iets kopen bij de V&D of zo’n soort tent. Uiteraard heeft meer dan de helft van de stad doorlopend uitverkoop, dus mij vallen al die lokkende borden bij die winkels niet op. Naast me hoorde ik mijn vriendin echter opgewekt zeggen dat die winkel daar uitverkoop had, en wel hele leuke kleding had hangen.
Omdat ik bezig was met hetgeen ik wilde kopen, reageerde ik met een tam: “Oh”, om onverdroten mijn weg naar de V&D te vervolgen.
Het was echter de bedoeling dat ik hier dus pas op de plaats had gemaakt, om de betreffende uitverkoop winkel te bestormen, de kleding te betasten, besnuffelen, bepassen en betalen.
Aangezien dit zo niet gezegd werd, had ik geen link gelegd met de mededeling over de winkel, en de eventuele wens om kleding te kopen (die mijns inziens niet noodzakelijk is, gezien het feit dat de kast verdeling nu ongeveer 75% voor haar om 25% voor mij is).

Om er dus achter te komen hoe een vrouw denkt, scheur ik elke dinsdag als eerste de wikkel van de flair af (waarbij ik op moet passen dat in mijn enthousiasme ik niet de flair samen met de wikkel aan snippers scheur). En verslind ik alle verhalen. Alle tips die gegeven worden, probeer ik tot me door te laten dringen. Want heel misschien, kan ik dan eindelijk zeggen: ik word wijzer!

Stomme overheid.

Laatst op het nieuws: de overheid wil verzorgingshuizen opdoeken. En de mensen die er nog zitten, dienen eerst hun spaarcenten op te maken. Bedragen van 2200 euro per maand worden reeds genoemd.
Uiteraard is dit van de zotte. Deze ouwetjes hebben Nederland weer helpen opbouwen, en zijn net eventjes te oud voor het meewerken aan het ontstaan van de crisis.
Wat er vervolgens gebeurt, stuit me echter evenzeer tegen de borst. Voldane en dikgevreten ouwe lijken die lopen te verkondigen dat ze liever hun hele bezit erdoor jagen, dan dat ze het spenderen aan hun eigen verzorging.
Let wel: ik blijf vinden dat die verzorgingshuizen moeten blijven.
Maar die oude mensen, met al dat geld op de bank. Die zijn vroeger dus in de gelukkige omstandigheid geweest, dat ze door hard werken een flinke appel voor de dorst konden sparen. "Voor de oude dag", noemen ze dat. Maar dan is die oude dag aangebroken, en dan willen ze het nog liever over de balk smijten dan het te gebruiken voor het doel die het had. Liever teren ze op de maatschappij.

Er zijn ook talloze mensen die minder goed betaalde banen hadden. Of minder geluk hadden, en dat geld niet zomaar eventjes hebben liggen. Die hebben veel meer moeite met die 2200 euro. En dan maar hopen dat er mantelzorg voorhanden is. Uit eigen ervaring, weet ik namelijk dat dat verrekte lastig kan zijn.

Mijn oplossing: iedereen gaat wat meer betalen. En dat naar rato van vermogen of inkomen. Ik kan weinig tot geen begrip opbrengen voor mensen die hun hele leven lang werken en sparen voor hun oude dag, en het dan vervolgens klaarspelen om alsnog op diezelfde maatschappij te gaan teren. Iets waar ze bij hun werkende leven waarschijnlijk diep op neerkeken.

Ik snap ook wel dat het zuur is, maar we leven niet meer in de oorlog. En geld kun je nu eenmaal niet mee het graf in nemen. Misschien is het ook wel zo dat de kleinkinderen ook maar moeten leren om hard te werken voor het geld, in plaats van dat ze niet kunnen wachten tot opa en oma het hoekje om zijn, om de erfenis te kunnen incasseren.

Onafhankelijkheid, dat is een groot goed. Zelfs als je voor je verzorging al afhankelijk bent, mag je daar beslist voor betalen. Bejaarde billen wassen, wordt nu tegen veel te geringe betaling overgelaten aan jonge mensen. Misschien moeten al die rijke ouwetjes zich dat eens wat beter realiseren, terwijl ze van de pleepot, naar de geldpot worden getild.

Nogmaals: laat die verzorgingstehuizen met rust. Onze bejaarden verdienen beter dan dat. Maar kom met een eerlijk en zinvol plan om het betaalbaar te houden. En dat kan op veel betere manieren dan domweg opdoeken.

Stomme overheid.

zaterdag 16 februari 2013

Het is bij de beesten af.

Vanmorgen vroeg. Ergens diep in mijn onderbewuste (want ik sliep) raakte ik danig van de kook, en begon woest tegen Ilse aan te duwen. Blijkbaar had ik in mijn slaap besloten dat ik te weinig ruimte kreeg in bed.
Daarop begon Ilse (heel terecht) te mekkeren dat ik haar kussens had gejat. Om dit recht te zetten gooide ik, nog steeds niet wakker, al mijn kussens op haar hoofd. Gezelligheid ten top dus.

Maar ik kan niet verantwoordelijk gehouden worden, ik sliep ten slotte nog.
Uiteindelijk ontwaakte ik volledig, en een beetje grommerig stommelde ik naar beneden, om mijn eerste bakje koffie te nuttigen.

Beneden aangekomen, waande ik mezelf in een slagveld. Een hele vuilniszak (die in de gang stond om de volgende ochtend in de container gedumpt te worden) was door de beesten compleet gedesintegreerd. Alles wat wij in de afgelopen week als overtollig, niet lekker, of over de datum zijnd hadden weggeworpen, lag verspreid door de voorkamer en de gang.
Uiteraard kwamen de aanstichters ervan vrolijk naar me toe gehuppeld voor een aai over de bol, en wellicht een lekkertje.

Ik ben niet zo dat ik mezelf in de vroege ochtend zomaar over zulke schelmenstreken kan heenzetten.
Mijn doel was: een kop koffie en een peuk. En van dit voornemen werd ik weerhouden, omdat ik eerst de troep die die krengen hadden gemaakt moest opruimen. Voor een vriendelijke aai over een beestenbol had ik geen tijd, zin en interesse.
Woest was ik.
En dan dat hypocriete, schijnheilige vrolijk doen.
Ik besloot ter plekke dat ik de hond en de kat niet ging aaien, vanwege hun criminele gedrag, en dat ik de door hun veroorzaakte troep niet ging opruimen voor ik werkelijk was ontdooid middels een kop koffie en de peuk.

Dieren hebben blijkbaar geen korte termijn geheugen. Althans, dat denken wij. En om die reden vinden wij dat straffen van een daad die ze zo recent gepleegd hebben, onnuttig is. En laat dat nu wel heel erg goed van pas komen.
Een dier kan dus een misdaad plegen, en zonder straf ermee wegkomen. Hij zet zijn onschuldigste ogen op. Ontkent met zijn vrolijke gedrag opgewekt dat hij een wandaad heeft begaan, en ik moet er voor opdraaien.

Volgens mij hebben dieren wel degelijk door dat ze iets stouts doen. En maken dankbaar misbruik van onze misvatting dat ze het toch niet meer weten.

Maar ja. Dan is alles opgeruimd. De kat komt even kroelen. De hond probeert allerliefst een likje te geven (ik laat hem meestal maar in de waan dat het lukt, want een natte hondentong over mijn gelaat is zelfs na de koffie niet mijn meest favoriete manier van gewassen te worden), en dan kan ik ook wel weer grijnzen om dat stel opgeschoten fauna bij elkaar.

De zaterdag is begonnen!


vrijdag 15 februari 2013

Een klein feestje(s)

Een klein feestje.

Gisteren had ik een snabbeltje in Amsterdam. Vriendje Martijn was ziek, en vroeg of ik voor hem kon spelen. Het ging om een straatachtig orkest dat een balkan-versie van een Amsterdamsch Volksliedje ging spelen in de stadsarchieven.

Het was om twee redenen een waanzinnig feestje:

1) De mensen die speelden waren allemaal toppers. Er moest 1 liedje gespeeld worden, en dat was om de dooie dood geen simpel deuntje meer. En iedereen speelde voor zijn leven. Heel inspirerend. Vooral ook omdat iedereen mee ging dansen tijdens het spelen.

2) Het feestje van herkenning. Allemaal mensen met wie ik ooit gestudeerd heb, en al in geen jaren meer gezien heb. Te gek hoe ze zich ontwikkeld hebben, en om te horen wat ze allemaal zijn gaan doen. De meesten van hen zijn allemaal goed terecht gekomen. En maken naam met de diverse ensembles, of als freelancer die veel gevraagd worden.
De meesten waren toen nog erg jong (ik ook trouwens) en zijn vreselijk leuk opgedroogd.

Ook dat we als volslagen pubers moesten ontsnappen om te kunnen eten (dit met dank aan een totaal overspannen regelneef op het archief) was te leuk om niet te doen.

Op de heenreis was er al het een en ander aan verkeersellende voorspeld, maar het viel reuze mee.
De terugreis was enger. Want door de smalle en zeer gladde straatjes in het centrum van Amsterdam rijden met een achterwiel aangedreven auto is zeg maar bobsleeen voor gevorderden.
Het begon met een bocht naar links, die toch wel heel erg zwabberig was, en het volgende obstakel bleek een typisch Amsterdams grachtenbruggetje te zijn. Aan weerszijden van dat bruggetje stonden twee betonnen palen, om te voorkomen dat vrachtverkeer het bruggetje terminaal zouden verwoesten.
Nu is het op zich geen probleem om met een auto die paaltjes links en rechts van je te houden, maar als dat bruggetje spiegeltjes glad is, dan moet je hopen dat de kont die paaltjes niet gaat omhelzen en kussen. Dat bruggetje liep stijl omhoog en daarna, uiteraard, ook weer stijl omlaag, met weer twee van die paaltjes.
Het omhoog rijden ging aardig. Bij het omlaag rijden, voelde ik de grip verdwijnen. Bijna letterlijk met mijn hart in mijn keel, en dichtgeknepen ogen ben ik naar beneden gerold. Goddank ging alles goed. En met meer geluk dan wijsheid ben ik niet in de gracht gestort, en heb ik geen paaltjes vernield.
Op de snelweg leek alles tot Vianen goed te gaan. Net na het knooppunt gaf men een signalering dat men langzamer moest rijden. Hetgeen de helft van de weggebruikers deed. En de andere helft (ik denk dat die geen ijzel hadden, op die banen) niet. Ik weet niet wat gevaarlijker was. Me aan de geadviseerde snelheid houden, of doen alsof er geen ijzel was en doorgassen.

Hoe dan ook, ik kwam veilig, schadeloos en levend thuis van een toffe gig.

Over feestjes gesproken.
Over krap 3 weken word ik 32.
En zoals elk jaar heb ik er niet bijster veel zin in. Moet ik er aandacht aan geven, of ga ik gewoon weer doen alsof er niks aan de hand is.
Dit probleem heeft zich natuurlijk al deels opgelost omdat ik nu een vriendin heb, die 'cares'. Maar ja. Nu ikzelf nog.
Ik ontkom er niet aan: het is de eerste verjaardag waarbij mijn moeder geen enkele rol meer kan spelen.
Waar ik vroeger nooit echt veel zin had, en meer voor haar plezier er de minimale aandacht aan besteedde, merk ik nu dat ik nu pas weet wat ik mis. Ga missen.
De vanzelfsprekendheid waarmee mijn moeder aandacht aan die dag gaf, de hardnekkige wens om toch iets te doen voor mijn verjaardag, zelfs toen ze doodziek weg lag te kwijnen, dat is er niet meer.
Dat wist ik natuurlijk al. Maar onder het motto: kop in het zand, en doen alsof het niet bestaat, kon ik het negeren.
Maar mijn vriendin vraagt steeds wat ik voor mijn verjaardag wil. En ik vind het lief. Maar het gevoel dat ik nu bij mijn verjaardag krijg is bitter. Had ik er meer van moeten genieten? Ik waardeerde het allemaal heel erg. Zelfs al was het een beetje tegen wil en dank. Dus heb ik daarmee dan geen recht van zeuren? Ik weet het niet.
Misschien moet ik die dag gewoon negeren, en vluchten naar...
Afwachten en het ondergaan.
Toch maar een feestje?




maandag 11 februari 2013

Het schrijven van Etudes.

In de afgelopen weken heb ik nogal wat etudes geschreven. Voor de niet-kenners: een etude is een speelstukje waarin bepaalde technische aspecten door middel van een voordracht geoefend kunnen worden. Maar wat voor mij als docent boven water staat, is dat er ten allen tijde muziek gemaakt dient te worden. Ook al gaat het om de technische foefjes van het trompetspelen.

Ik begon mooi. A3 formaat muziekpapier. Twee pagina's aan notenbalken naast elkaar, in de gezellige kleur oud geel.
Vaak is het zo dat als ik een blog ga tikken, ik ook best lang aan kan hikken tegen de witte leegte op mijn scherm.
Voor wat muziek schrijven betreft: die notenbalken lachen me soms even genadeloos toe. Mijn doel is om iets leuks op papier te knallen, en dat is soms best lastig.
Al vele malen werd mij gevraagd waarom ik het met de hand doe. Het antwoord is simpel. De opstart voor een nieuwe etude duurt met de hand even lang als digitaal. Maar als de uiteindelijke versie geschreven gaat worden, ben ik met de hand in 10 minuten klaar. Mijn vriendin, die toch echt bedreven is met muziekprogramma's doet er een half uur over om het digitaal te maken. Ergo: de tijd die het kost om iets digitaal te doen is 3 keer zo lang.
Dit nog los van het feit dat ik de kosten voor Finale of Sibelius schandalig hoog vind. Waar ik voor een office pakket 80 euro moet betalen, is dat voor Finale of Sibelius vaak het 3 of 4 voudige. En dat vind ik dus onzin.
Nu had ik toevallig dus een gekraakte (en dus illegale) versie van een van die twee op een pc staan. Ik bleek er geen talent voor te hebben. Dan moest ik iets met mijn nummertoetsen, maar andere dingen weer met de muis, en veranderen of opslaan kon dan weer niet of wel.
Uiteindelijk werd ik dus gek van dat zogenaamd waaan-ziiiiinnnige programma, heb het van mijn pc gesmeten, en keek jaren niet meer om, naar alle melodieen die in mijn hoofd sluimerden.

Tot dus een week of twee geleden. Ergens in mijn hoofd zei "het": "PiNG!!!!!", en kon ik zo met een vulpen een hele reeks noten achter elkaar op papier zetten. En het leek nog ergens op ook.

Weer zo'n rare keuze. Een vulpen. Als jochie op de basisschool moest ik verplicht met een vulpen leren schrijven. En omdat ik volgens de juf linkshandig was ( jaja, van de 10 keer begon ik 5,5 keer met links, dus moest ik maar links schrijven) moest ik dus mijn hand in een verkrampte houding zetten, om niet al te veel te vlekken.
Dat dit dan weer ten koste van de leesbaarheid ging, werd me vaak vreselijk aangerekend. Want de inkt van een vulpen, is nu eenmaal niet snel droog, en schrijven met een balpen, waarmee ik niet vlekte en comfortabel kon schrijven, mocht niet. Ergo: hel op aarde. (Flauwe woordspeling, want ik zat op een streng Christelijke basisschool).
Maar inmiddels ben ik geen kind meer, en vind ik hoe dan ook wel dat een vulpen, zelfs met mijn hanepoten toch het mooiste resultaat geeft. Ook voor het muziek schrijven. Juist voor het schrijven van muziek.

Inmiddels heb ik een opzet gemaakt voor etude nummertje 13. Aan muziek papier geen gebrek. Want die A3 vellen hebben ergens onderin een merkstempel staan. En ik vind dat geen porum, dus gebruik ik dat gedeelte als klad, voordat ik het in het 'net' uitwerk.
Er is inmiddels al wat interesse geweest van diverse mensen. Dat is leuk. Wellicht komt het tot uitgave. Je weet het maar nooit. In elk geval denk ik toch weer iets leuks, iets nieuws aan het toch al bijna eindeloze repertoire voor de solistische trompettist toe te voegen.

Dit gezegd hebbende, besef ik dat ik met de hond uit moet. En dat is de plek waar het allemaal gebeurt. Ik loop een beetje in de rondte, de hond kuiert achter me aan, verheft soms zijn poot, soms hurkt hij om zijn grotere behoefte te doen, en dan ineens is ze daar. Een nieuw melodietje. Of een fragmentje. Dan lijn ik de hond aan, ren als een gek naar huis (de hond verbijsterd met me meesleurend, die denkt dat de dood ons op de hielen zit) om daar tot de treurige conclusie te komen, dat het melodietje wat me eerst leuk leek, totaal uit mijn geheugen gewist is.
Of als ik onder de douche sta. Wat wezenloos voor me uit te zingen. Tot ik denk:"verrek, dat moet ik opschrijven". En als ik dan kleddernat mijn bureau onderdruppel, bedenk ik toch dat het eigenlijk helemaal geen leuk melodietje is, en kruip bibberend terug onder de nog stromende douche.
Maar ook schaamteloos leentjebuur doen bij andere componisten. Niet zozeer dat ik hun muziek één op één jat, ik zou niet willen, maar sommige fragmentjes zijn best goed te recyclen.

Schud ik dit zomaar uit mijn mouw? Nee. Ik denk dat de dingen die ik opgeschreven heb, al heel lang ergens in de krullende, grijze massa rondwaarden, maar dat ik nu eindelijk de tijd en rust gevonden heb, om het allemaal eens echt op te schrijven.
Dit gaat allemaal niet zonder vallen, getuige de vele weggegooide kladjes met onzin. Maar inmiddels met beter opstaan, dan ooit.
Het is nog lang niet af, maar ik durf dit wel aan collega's voor te leggen.

Dus wellicht wordt het Marnix 'Duhem' Coster...


zondag 3 februari 2013

Keukenellende

Een beetje kokkerellen. Mooi woord trouwens; kokkerellen. Klinkt als iets dat je eigenlijk niet wil doen, omdat het zo truttig staat, (met alle resten eten van een week) maar toch moet, want anders heb je geen eten. Dat is niet geheel precies wat ik gisteren deed.
Het ging als volgt:
Een week of wat geleden, kocht ik bij 's lands grootste grutter die ook op de kleintjes let, een verpakkinkje biefstuk. Uit de diepvries. Twee stukjes voor 2,50. Mijn vleesliefhebbers-alarmbellen begonnen spontaan te rinkelen. Twee overheerlijke stukjes koe voor die prijs? Bestaat niet.
En dat klopt. Op de verpakking stond weliswaar levensgroot BIEFSTUK, maar in hele heeeele kleine lettertjes stond er: van rundvleesstukken.
Dus waar het in wezen op neerkwam was: aan elkaar geplakte stukken restvlees van de koe, en dit in een vormpje geperst, zodat er een op biefstuk gelijkend stukje vlees uitkwam. Het geheel invriezen en maar zien of er mensen intrappen.
Ik zei de gek.
Hoe dan ook. Gisteren, na het wandelen over de Edesche hei met de hond en Ilse, eventjes snel weekboodschapjes doen en koken maar.
Bloemkool, met een kerrie-knoflook-kaassaus, tamelijk vastkokende piepers, voor Ilse een vegetarisch stukje (waarover later meer) en voor mij dus een van die biefstukken.
Het koken en sich verliep naar behoren.
De piepers waren gaar, de bloemkool was gaar, de saus was (hoewel waterig) klaar, de biefstuk leek gaar en het vegetarische stukje leek niet al te veel hinder te hebben gehad van de verbrandende boter in de pan. Het enige dat op het oog mislukt leek, waren de gebakken uienringetjes. Die bleken niet zozeer gebakken als wel professioneel verkoold te zijn.

(Dat vegetarische stukje is een soort compote van broccoli, kaas en god-mag-weten-wat-voor-meuk in een krokant laagje paneermeel. Ik heb die dingen inmiddels vaker proberen klaar te maken, maar telkens niet echt succesvol. De ene keer verbrandt de boter als een gek, waardoor het hele huis niet zo zeer blauw, als wel zwart staat. De andere keer, is het niet de boter die verbrandt, doch wel het stukje zelf. Maar zelden is het gaar, en moet hij (zwart geblakerd of niet) alsnog in de magnetron om de vrieskou eruit te halen. Je begrijpt: pure horror.)

Hoe dan ook: de aardappels op het bord, de bloemkool ernaast, rijkelijk overgoten met een heerlijk smakende, doch verdacht uitziende saus, biefstuk erbij en vegetarisch stukje ernaast, de verkoolde uienringen toch maar weggemieterd, kaarslicht aan en smullen maar.

Nou, dat smullen, was zeg maar, compleet niet aan de orde. Mijn eerste hap biefstuk, toch wel redelijk verwachtingsvol, eindigde uitgespuwd in de prullenbak. Wat een smerige zooi. En gaar, of nu ja, gaar, ik hou van een redelijk rauwe biefstuk, was het wel. Precies zoals op de verpakking stond. Maar gewoon, niet binnen te houden. Smerige textuur van het vlees. Laffe smaak, ondanks de peper.
Voor de eerste keer in mijn bijna 32 jarige leven dat ik een hap biefstuk uitspuug. Biefstuk, met stip op nummer 1 mijn meest favoriete vlees. De rest van het ding heb ik zelfs niet aangeraakt, maar ging meteen de prullenbak in. Volgende keer koop ik weer gewoon een biefstuk van 6 euro per stuk. Dan weet ik ten minste zeker dat ik wel ga genieten van een stukje hoogwaardige koe.

Het feit dat de uienringen ernstige brandwonden hadden, had voor mij een teken moeten zijn. Want ook de aardappelen had ik compleet verkeerd ingeschat. Echt rauw waren ze uiteraard niet meer, maar echt lekker gaar ook niet. De saus, die er matig uitzag, bleek het lekkerste van de maaltijd te zijn (want zeg nu zelf: een bloemkool is ook maar een saai stukje groente).
Maar ja: daar zat ik, met een bord half vol bloemkool met saus, niet te vreten aardappelen en zonder de inmiddels weggemikte biefstuk. Uiteindelijk bracht de brooddoos uitkomst. Een paar sneeen brood met wat worst om de saus mee op te soppen deed me in elk geval de ergste honger stillen.

Wat kan ik teleurgesteld zijn als het eten mislukt. Ik ben absoluut geen topkok. Maar kan wel goed koken. En ik hou van goede ingredienten. Dus lekkere groente, lekker vleesje, en dat alles gewoon goed klaar gemaakt. Als dan blijkt dat zelfs de aardappelen totaal de mist in zijn gegaan, ja, daar keldert mijn humeur zeer danig van.
En waar het nu aan lag? Ja, de biefstuk, die was gewoon slecht. Zonde van het geld, maar goed. Wel een leerpuntje. Zou dit dan een van die kookpartijen zijn, die je gewoon maar moet vergeten? Ik ga mijn best doen.

Later die avond herhaalde dat tafereel zichzelf. Er rustte gisteren geen zegen op mijn pogingen tot voedsel klaarmaken. Zelfs de magnetron-popcorn bleek me niet gunstig gezind, en kwam voor 2/3e verbrand uit het apparaat. Magnetron-popcorn!!!! Elke randdebiel kan dat nog klaar maken. En ik ook trouwens, want alle voorgaande keren ging het gewoon goed.
Enfin, vandaag maar nieuwe ronde, nieuwe kansen.


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...