zondag 31 augustus 2014

iconen.

Een maandje terug of zo, werd ik lid van een online community. "Iconen uit de jaren '70, '80 en '90".
En dat ging dan om auto's.
Omdat ik zelf in eerste instantie niet vond dat mijn auto (Volvo S40, '98) daarbij hoorde, stelde ik mezelf netjes voor en gaf meteen aan dat ik niet in het bezit was van een auto die tot de doelgroep behoorde.
De communitybaas was dat met me eens.

Tijdens en na mijn vakantie ben ik daar eens over gaan nadenken, en eigenlijk ben ik het oneens met mezelf.
De Volvo S40 is wel degelijk een icoon uit de jaren '90. En niet alleen deze volvo. Maar ook bijvoorbeeld een Opel Vectra. Een opel Omega. Een Volkswagen Passat en een Citroen Xantia (en Xsara). De BMW 3 en 5 series. Diverse modellen van MB.
Waarom zouden deze suffige, burgerlullerige auto's in vredesnaam iconen zijn? Het zijn ten slotte suffe, burgerlullerige auto's. Je ziet ze, en je draait er je nek niet voor om. Het zijn geen koppendraaiers.
Het zijn wel auto's waarvan je de kofferdeksel opent, je flikkert er een paar koffers en tassen in, je smijt de (al dan niet aanwezig) kinderen op de achterbank (en voor kinderen, lees: huisdieren), je koppelt (al dan niet aanwezig) de caravan aan, flikkert moeder de vrouw (met de nodige egards, ten slotte beheert zij de fouragementen voor de reis) op de bijrijdersstoel, je geeft gas en bent weg.
Of: je pakt je aktenkoffertje, dreunt opgewekt humeurig de voordeur achter je dicht, stapt in en rijdt naar je werk. Die auto doet het toch wel.
Niet bepaald het toonbeeld van enthousiast ontwerpen, die jaren '90. Het was functioneel. Maar het was wél onderscheidend. Want toen kon je nog duidelijk het verschil zien tussen een volvo en een opel. Tussen citroen en volkswagen.
Nu, veel later, is dat verschil veel minder. Volkswagen en Audi en BMW. Ik zie nauwelijks de verschillen nog. Het lijkt allemaal op elkaar. x prijs = x strekkende meter auto. En op de parkeerplaats bij de Aldi vind ik het wonderbaarlijk dat mensen zich niet vergissen in welke auto ze betreden.

En wat is nu het leuke? Dat ik nog steeds tussen al het eenheidsblik met vrij grote regelmaat van die burgerlullerige jaren '90 auto's voorbij zie komen.
Ik draai er inmiddels mijn nek wél voor om. En denk bij mezelf:"Hey wat leuk, een oude Vectra, (of BMW of Volvo of Citroen)". Die auto's zijn dus schijnbaar zo goed gebouwd dat ze het wél kunnen. Ettelijke 1000den kilometers onverstoorbaar meegaan. Auto's die blijkbaar ook bij hun baasjes al dan niet zo zeer in de smaak vallen dat ze er toch voor kiezen om onderhoud te blijven geven, in plaats van zich aan te sluiten in de file der eenheidsworst.

En er zijn natuurlijk talloze mensen als ik, die het simpelweg niet op kunnen brengen: nieuwe (electrische of plastic) auto voor de deur. Want de buurman heeft er ook een. Nee, een arme student als ik, is al bij als hij in zijn huishouden 2 auto's en een caravan kan betalen. En bovendien: er is nog dat subjectieve stukje, smaak. Ik ben nu eenmaal een paar jaar te laat geboren. Auto's uit de jaren 80 en 90 bekoren mij meer. Ik vind ze mooier. Trompetten ook, trouwens...

Ergo: voor mij hoort Boris (de Volvo) wél in het rijtje iconen uit de jaren '90. Mooi? Mwa, ik vind van wel. Maar vooral een toonbeeld van betrouwbare burgertruttigheid.







maandag 25 augustus 2014

Vakantie en nieuwigheden.

Zoals zoveel mensen heb ik er in mijn leven geen gewoonte van gemaakt om op huwelijksreis te gaan. Ik maak er ook geen gewoonte van om te trouwen (hoewel mijn uitspraak dat je één, vooruit: twee keer trouwt in je leven toch echt wel profetisch bleek te zijn, met dank aan Reinier Sijpkens en mijn vrienden van DSWO).
De huwelijksreis zelf was al wel helemaal in kannen en kruiken, maar zoals dat in ons leven schijnt te gaan; dat ging niet helemaal door.
De barrelrace kwam te vervallen. Dus besloten we maar na het tournee door noord-Frankrijk, maar  een lekker weekje verwennerij te nemen in de Limousin (redelijk richting het zuiden van midden-Frankrijk) en in Normandie (dat is de westkust van dat land).

Tussen deze reizen in, besloot ik de buurman ter wille te zijn, en onze tuin van het onkruid te ontdoen. Dat daarbij één venijnige (ja, echt: het was er 1) brandnetel zijn eigen mening had, en mijn arm te grazen nam, nam ik maar voor lief. Inmiddels kijkt het zonnetje (welk zonnetje?) ons huisje weer in, en lijkt onze tuin, zittend achter het raam, en kijkende omhoog, een waar paradijsje. Als ik ga roken, zie ik uiteraard de ellende die onze tuin nu eenmaal is.

Maar goed, het werd tijd om de beesten bij hun respectievelijke verzorgers achter te laten, en eventjes onszelf te laten verwennen. De eerste plek was dus in de Limousin. Vlak bij het stadje Limoges, hadden wij een hotelletje geboekt, of een chambre d'hotes, bij een zeer vriendelijk Brabants echtpaar.
De eerste 600 kilometer reed ik, en de laatste 200 deed Ilse. Tijdens die laatste 200 kilometer maakte de tankmeter een wat desperate indruk. Boris, de volvo, lustte wel een slokje. De dorpjes die wij na de snelweg moesten doorkruisen hadden in enkele gevallen helemaal geen pomp, maar in de meeste andere gevallen zag de pomp er niet alleen onbemand, maar ook totaal onbruikbaar uit. Met samengeknepen billetjes wisten we ergens een plaatselijke Elan te vinden, die open was en waar benzine nog rijkelijk stroomde.

Na aankomst bij ons B&Beetje kregen we even de tijd om ons op te frissen, een wijntje weg te klokken en even te landen. Niks dan lof voor Theo en Von. Gezellige Brabanders die gastvrijheid tot een heel nieuw niveau brengen.
Een avondmaaltje om je vingers bij op te vreten. Voor mij vlees, en voor Ilse iets vegetarisch. En dat met een klasse als ware het een sterrenkok. Dit dus gedurende twee avonden. De tweede avond kregen we vis. Ook niet te versmaden. De omgeving van Limoges is prachtig. Het is dat ik niet van wandelen hou, anders waren we waarschijnlijk veel uit wandelen gegaan. Maar zonder hond, is er ook geen noodzaak tot wandelen, dus namen we de auto naar diverse bezienswaardigheden: Limoges, met naar het schijnt een station dat tot de 10 mooiste ter wereld behoort, en Oradour, dat door de SS werd afgeslacht in een waar moordpartijtje. Limoges staat bekend om zijn porselein, dus ik kon het niet laten om de souvenir-jagende-toerist uit te hangen en twee koffiekopjes te kopen. Met schotel.

Daarna reden we door naar Normandie. Ook hier niks dan lof voor onze gastheer en -dame. Ook zij zijn sterren in culinair plezier, en ook zij weten wat het fenomeen 'je ergens thuis voelen' betekent.
Normandie. Ook hier vele mooie dingen gezien in de omgeving. En ontzettend veel lol gehad met de gasten en de dieren van de B&B.  (De haan spande de kroon, want die liep letterlijk over de rode loper te paraderen met zijn prachtige veren).
Saint Malo, een oude piraten stad leent zich bij uitstek voor mooie wandelingen over de stadsmuur, en de weggetjes langs de kust, zijn vaak adembenemend. Caen, stad van Willem de Veroveraar leverde ons een keur aan lekkere chocolaatjes op, en we kwamen weer eens wat zwervers tegen. Die zien we hier in Tiel niet zoveel.

Toen we terugreden naar Nederland besloten we om de tolwegen maar eens te vermijden. Dat lijkt in eerste instantie heel erg leuk, en je komt door dorpjes waar je het bestaan niet van had kunnen vermoeden. (Alleen al vanwege het feit dat er ineens, out of the blue, een dorpje opdoemt). Maar.... Na een paar uur dit soort routes gereden te hebben, kreeg ik heel sterk het gevoel dat we zigzaggend van oost naar west, nauwelijks in noordelijke richting opschoten. En Normandie-Tiel is een kleine 5 uur als je over de snelwegen gaat, dus als je dat niet doet, ben je de volgende dag nog niet thuis.

Bij thuiskomst viel me ineens op dat er een nieuwigheidje is. Heel hip: een emmer koud water over je hoofd flikkeren, als steunbetuiging aan de stichting ALS. Oja, de echte steun is natuurlijk dat je geld doneert, maar dit doe je dus nadat je eerst die emmer koud water boven je hoofd hebt omgekeerd.
Dan ben je dus een held. Een natte held. Als je dat gedaan hebt, mag je anderen nomineren. Die moeten dan binnen een x-aantal uren ook een emmer koud water over hun hoofd gooien, want anders...
Nu ben ik nog niet genomineerd, en ik denk te weten hoe dat komt. Men zal mij terecht inschatten als iemand die zulks niet doet. Ik vind het namelijk helemaal niet prettig als ik een ultimatum krijg in de trant van: jij-moet-een-emmer-water-over-je-kop-gieten-en-als-je-dat-niet-doet-dan-krijgt-Pietje-bier/wijn/vreten-van-je-en-oja-doneer-ook-wat-geld-aan-stichting-zus-en-zo.
Ik pas dus inderdaad. De herfst komt eraan (die is er al) en dan word ik vanzelf wel nat. Sommige mensen maken er echter wel een hele show van, en dat is dan wel leuk om te zien.

Het nieuwe seizoen is bijna begonnen, en binnenkort begint er voor mij ook weer iets wat ik al heel lang niet gedaan heb: naar school gaan. Hoewel ik nog geen rooster gezien heb, denk ik dat ik een heel lekker druk jaar ga krijgen.
Morgen de eerste leerlingen.
Eens kijken of er nog een beetje geoefend is.


vrijdag 8 augustus 2014

Een nieuw pareltje in mijn huishouden.

Vandaag heb ik voor de eerste keer in 33 jaar een stofzuiger gekocht.
De voorgaande stofzuigers waren krijgertjes.
Toen ik op mezelf ging wonen in een studentenhuis dat geplaagd werd door veel, maar niet door overmaat aan huishoudelijk werk, kreeg ik van mijn moeder een stofzuiger. Een zanussi. Of zoiets.
Vele maanden stond dat ding stof te vergaren (en dan niet op de manier waarop het bedoeld was, maar hij stond uiteindelijk zelf onder een laagje stof), en soms was er iemand die de geest kreeg en het ding daadwerkelijk eens ging uitproberen.
Langzaamaan groeide er in ons studentenhuishouden iets dat ook daadwerkelijk op huishouden ging lijken, en van lieverlee kreeg onze stofzuiger steeds meer emplooi.
Maar met 3 mannen, die allemaal op de een of andere manier toch niet helemaal de stofzuiger behandelden zoals het hoort, kende de Zanussi een voortijdige dood.
Een opvolger kwam in huis. Een Daewoo. Daewoo, eens in Nederland bekend doordat ze de Opel Kadett gingen nabouwen, en als goedkoop Koreaans autootje op de Europese markt zetten. Dit Daewoo leverde dus ook stofzuigers. Het was deze stofzuiger die met mij mee naar Ede ging. En die veel zuigwerk voor zijn wielen kreeg, want met een huis van meer dan 100 m2 in een bosrijke omgeving en een kat, die zijn kattenbak nog wel eens als basis gebruikt voor het schoppen tegen kattengrit en uiteraard nog wel eens wat haren wil verliezen, is een stofzuiger gebruiken een must.

De Daewoo was er nog steeds toen ik in het Tielse ging wonen, en kreeg aanvulling toen Ilse bij mij introk. Aanvulling in de vorm van een Condel stofzuiger.
De daewoo overleed, nadat een van zijn wielen afbrak. (Ik hoop maar dat de auto's van Daewoo toch wat sterkere assen hebben). Na 100den kilometers achter mij aan te hebben gerold en gezogen, brak het rechter wiel met een luide kreun af. Verbijsterd stond ik de nog loeiende Daewoo aan te kijken. De hoeveelheid opgezogen kattenharen, waren genoeg om een trui van te breien, en over te houden voor een zachte matrasvulling.
Niets is zo frustrerend als een gebrekkig functionerend apparaat. Zeker als het om een stomvervelende klus gaat als stofzuigen. Dus niet zozeer weemoedig als wel geërgerd over dit falen van de Daewoo, bracht ik hem naar zijn laatste rustplaats: de milieustraat van Tiel.
Gelukkig hadden we de Condel nog.
Nou ja... Gelukkig.

De Condel is zeg maar een B-merk van een B-merk, en daar weer een C-merk van. Het kopen van stofzuigerzakken, leverde elke keer weer stress op, want ik moest telkens weer hopen dat die specifieke zakken nog wel gemaakt worden.
Uiteindelijk begon de Condel ook kuren te vertonen. Allereerst brak de slang af. Dat was met wat ducttape nog wel te repareren. Maar daar bleef het niet bij.
De wielen waren weinig koersvast. In plaats van braaf achter mij aanrollen, zwalkte de Condel als een dronken lor achter me aan, regelmatig kantelend, omdat ik toch echt een andere route had bepaald dan hij. En uiteraard rolde hij dan op zijn power-knop, waardoor de onverlaat stopte met zuigen.
Ook de zuigmond viel uit elkaar. Een van de schroefjes die het geheel bij elkaar hield, was afgebroken, en uiteraard ogenblikkelijk opgezogen door de stofzuiger, die uiteraard die éne keer niet was omgerold. En om tussen de katten- en hondenharen te gaan wroeten op zoek naar 1 schroefje, is mijn eer te na.

Nog maandenlang heb ik met stoom uit mijn oren van irritatie met de Condel talloze haren en andere ongerechtigheden opgezogen.
Uiteraard hadden mevrouw Coster en ik regelmatig gesprekken over nieuwe stofzuigers, maar om deze theorie in daden om te zetten kostte me tot vandaag.

Ik wilde eigenlijk naar de kapper, maar die had geen plaats. Ik moest een uurtje wachten. Dus gedeeltelijk onverrichter zake stiefelde ik weer naar huis. Tijdens deze wandeling kwam ik langs een bepaalde smid uit Haren, en omdat ik toch nieuwe stofzuigerzakken moest hebben, stapte ik kloek deze smidse binnen.
Ik zag de prijzen van zakloze stofzuigers, en bedacht meteen dat ik die toch maar niet wilde. Ook de volautomatische robotzuiger kon mij niet bekoren. Ik heb het ding bij mijn schoonouders gezien, en ik ben niet zo onder de indruk. Ik ben dan ook een ambachtsman, handwerk boven alles!
Wat een prijzen. De duurste daar wisselde voor meer dan 300 euro van eigenaar.
55 euro voor een simpele stofzuiger, waarvan ik op mijn klompen aanvoelde dat ik er binnen 2 weken een grafhekel aan zou hebben, was de goedkoopste. Bovendien was het ding niet krachtig genoeg, zo leerde ik. Voor dierenharen heb je een iets krachtiger variant nodig.
Na een goede 15 minuten college over het wel en wee van dit onmisbare huishoudelijke hulpje keerde ik huiswaarts met een hele hippe (want rode) AEG. Volgens de doos doet een stofje of haartje er 0,06 seconden over om van de grond in de buik van deze AEG te belanden. De krachtigste stand van deze stofzuiger is zó krachtig, dat ik hem nauwelijks kan gebruiken, want de hele vloer komt omhoog als ik hem vol open zet. Dat geeft hoop voor de kattenharen. En bovendien is hij stiller.
Claus, die vlucht als ik de Condel aanzet, beziet de nieuwe aanwinst vol walging. Hij houdt wel van een lekker zacht loopje over kattenharen, dus voor hem hoeft het allemaal niet zo.
De Condel mag zijn laatste zuigmeters maken op de bovenverdieping. Als hij heelhuids de trap op komt. 

Bijkomend voordeel: we hebben weer een mooie verhuisdoos erbij...

Inmiddels ben ik ook geslaagd bij de kapper. Of eigenlijk: is de kapper geslaagd bij mij.
De leeftijd begint toch wel wat sporen na te laten. Mijn buikje wordt steeds hardnekkiger, een paar dagen geleden trok Ilse (redelijk hardhandig) de eerste grijze haar uit mijn hoofd (gelukkig kan ik nu volhouden dat ik (voorlopig) geen grijze haren heb) en de inhammen bij mijn slapen worden steeds dieper.
Om nu mijn haren naar voren te kammen, om dit te maskeren, ziet er niet alleen volslagen josti uit, maar ook een beetje triest.
Dus de kapster heeft op mijn verzoek enkele centimeters haar verwijderd, en nu zie ik er weer fris uit.





zondag 3 augustus 2014

Een sentimentele lofzang op een 30+ caravan.

Onze caravan. Een klein, onooglijk hokje op wielen. Bouwjaar: 198? In elk geval vroeg in de "eighties". Misschien twee jaar jonger dan zijn baasje.
Onze caravan, waarmee ik als chauffeur van de trekkende auto een haat-liefde verhouding heb.
De haat in onze verhouding zit erin dat ik blijf vinden dat 750 kilo achter mijn toch wel geliefde Volvo (en voorheen mijn geliefde BMW) een forse last is. Effe lekker doorgassen naar 130 is er gewoon niet bij. Nog even los van het feit dat de Volvo dat écht niet prettig vindt, ben ik bang dat ik het chassis wél, maar de opbouw van de caravan niet meekrijg.
De liefde zit erin, dat het heerlijk kampeert, zo'n caravan. Het ding is van alle gemakken voorzien: gordijntjes, bankjes, een keukenblokje, een lekker bedje, en een voortent.
Je slaapt in een caravan wat rustiger (want het nachtelijke relatieleven van de buren in hun dunne tentje komt niet door de (unicum!!) dubbelwandigheid van onze caravan heen. Plus dat je boven de grond slaapt en dus geen last hebt van optrekkende kou.

Er zijn in de afgelopen tijd wat mankementen geconstateerd aan onze Wilk. De remmerij moest tot 2 keer toe worden gerepareerd. Niet dat mijn Volvo (of mijn gewezen Bimmer) 750 kg. die doordrukt niet aan zou kunnen, maar veiligheid voor alles.
De kachel. Die deed het niet. En panisch als ik ben voor alles dat met gas te maken heeft, wenste ik het ding niet langer te proberen.
De gordijnen die al sinds het bouwjaar meegaan, beginnen erg sleets te worden. De stof begint te verpulveren, en dat leidt tot glasbekleding die op spreekwoordelijke 18:30 hangt. De vloer, kasten en muren zijn (hoe retro ook) wel erg "outdated".
En de voortent, die ons 4 kampeervakantietjes trouw, maar zeker niet makkelijk, van extra ruimte voorzag, die opslagplaats was voor concertkleding, en dienst deed als koffiebar, ging uiteindelijk roemloos ten onder in een van de stormen die het idyllische st.Pol sur Ternoise aandeden.
Die voortent was me trouwens vanaf het begin af aan een kleine doorn in het kampeer-oog. Een aantal stangen kon niet meer worden strakgetrokken, waardoor de tent niet meer netjes pas kon staan, waardoor stangen verbogen in de wind en naden uitscheurden. Ergo: zijn laatste rustplaats werd een vuilstort in Nord-pas-de Calais.

Inmiddels heb ik over de oude vloer een nieuwe gelegd. Een zilvereiken vloertje. Om dit te kunnen doen, had ik het voornemen om de gaskachel te verwijderen. Mijn voornemen werd steeds verbetener, want met simpel gereedschap is zulks bijna niet goedschiks voor elkaar te krijgen. Het eindigde dus ook in kwaadschiks ruk-, breek- en zaagwerk. Mijn drie 'ventielvingers' (de vingers die ik gebruik om de ventielen van mijn trompet mee te bedienen) dragen nog steeds de littekens ervan.
Maar die kachel ligt inmiddels wel mooi bij het oud-ijzer van de gemeente Tiel.
Het leggen van het vloertje zelf kostte me 3 uur van mijn leven. Maar het resultaat mag er zijn.
De donkerbruine kasten mogen van Ilse en mij een wat frisser uiterlijk krijgen, en (hier is het goed om te noteren dat schoonouders toch wel een hebbelijke uitvinding zijn) de vader van Ilse wil zich er wel aan wagen om dit in de herfstvakantie voor elkaar te boxen.

Het naaien en breien van nieuwe gordijnen en kussenbekleding laat ik met alle vertrouwen en liefde over aan mijn echtgenote. Zij is hier vele malen beter in.

Uiteraard moest er dus een nieuwe voortent komen. Want alleen onze kleine Wilk is wat weinig ruimte. Dus togen wij naar 's lands grootste campingkruidenier, Obelink, alwaar wij ons konden verlustigen aan diverse (on)nodige artikelen. De meneer die ons begeleidde in onze aankoop, kreeg het een paar keer voor elkaar om mijn nekharen te doen rijzen. Zijn minzame houding tegen ons (onervaren) voortent kopers stuitte mij tegen mijn borst. En al helemaal toen bleek dat wij voldoende hadden aan de goedkoopste (maar volgens hem de meest duurzame) voortent die ze in onze maat hadden. Zijn reactie op mijn vraag naar snelspanners op het frame, was bijna letterlijk:"Meneer u koopt de goedkoopste voortent, dan moet u niet aan dergelijke luxe willen beginnen, dat kost dan namelijk teveel centjes". Op een dermate neerbuigende toon, dat ik met het stoom uit mijn oren de bon graaide en op zeer onfatsoenlijke wijze mijn tanden in een ter plaatse aangeschafte Apfelstrudel zette.
Maar goed, mijn Ilse is wat dat betreft veel blijmoediger, en uiteindelijk hebben wij dus mooi wel een fijne nieuwe voortent, waarbij we een stormstok, door een typefout van meneer Obelink, gratis meekregen.

Ons caravannetje zal de komende tijd dus een paar broodnodige moderniseringen krijgen, want hoewel we eerst besloten om het ding weg te doen, blijken we beiden van die sentimentele onbenullen te zijn, die toch wel erg veel waarde hechten aan het wat luxere van een caravan.


Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...