woensdag 24 oktober 2018

Een soort van pre-kerst

Ik zat tegenover een jongedame die uiterst elegant een stuk worst in haar mond liet glijden...
Dat was het einde van een paar dagen vakantie in een vakantiehuisje op een vakantiepark in Lunteren. (Deze opening op expliciet verzoek van één der betrokkenen).
Lunteren, dat ligt bij Ede, en dat ligt weer vlakbij de plek waar ik ooit anti-kraak een compleet legeringsgebouw van de kazerne mocht bewonen. Jawel, die kazerne waar ik mijn klank- en luisterrijke loopbaan bij zijne Majesteits Koninklijke Marechaussee begon.
Hoe dan ook.
Dat begon maandag aansluitend aan mijn heel erg vroege dienst op Schiphol. Gelijk door naar de bos- en lommerrijke omgeving van Lunteren om even met wat oude vriendjes wat gezelligheid, kinderen, jacuzzi's, sauna's en voedsel te delen.
Gelijk door....
Men zou voor de grap mijn gezicht eens moeten zien, als ik de hoeveelheid koffers, tassen, kratten en zakken aanschouw die mijn onovertroffen en onvolprezen Ilse klaar zet als we 2 nachtjes en 3 dagen weg gaan. Misschien ligt het allemaal wel aan mij, dat kan. Misschien ben ik gewoon wat reizen betreft nog niet zo ingesteld op het reizen met een gezin. Ik hou ervan om zo min mogelijk mee te nemen. Misschien komt mijn onstuitbare verbijstering en als ik eerlijk ben, mijn wanhoop vandaan bij het zien van de aanstaande volksverhuizing van het gezin Coster-van der Wal. En mijn verbazing en wanhoop wordt elke keer weer weggewuifd met een liefdevol:"je wil er niet zonder zitten". Dat we vervolgens naar mijn idee meer dan 2/3 niet gebruiken, is absoluut irrelevant, en ik durf het inmiddels ook niet meer aan te stippen. Ik troost me met de gedachte dat de achterbak van mijn auto zo groot is, dat ik niet eens hoef te passen en meten.
En dus: gezellig werd het.
Boswandelingen naar het geografische middelpunt van Nederland, tafels vol goed en lekker voedsel, knabbels en vele gezellige praterijen over kinderen die elkaar vol op de waffel pakten (ja, echt, ook op die leeftijd al. Ja, even verbijsterend als vertederend).
Kinderen die elkaar van het enige fietsje afmepten. Die elkaar troostten als er weer een gat in een hoofd gevallen werd. Kinderen die massaal blèrden als er niet meteen voedsel/snoep/drinken/weetnietwatmaarwilhettochenwilhetsnel ter beschikking gesteld werd.
Wat is het dan fijn te weten dat onze struggles met Jente toch wel een redelijke algemeniteit zijn.
En de collectieve zucht van verlichting als alle kinderen ein-de-lijk op hun bed lagen (al dan niet te slapen).
Dan werden de flessen prosecco/amaretto/whiskey/bier open geslagen en werd het voor de volwassenen eventjes heel erg gezellig.
Herinneringen ophalend aan dat ene orkest waarvan we allemaal deel uitmaakten, en waarvan in elk geval ikzelf via via te horen heb gekregen dat ik echt nooit, al zijn alle andere trompettisten in de wereld morsdood, meer welkom ben. En ik zou niet weten wat ik zo ongelooflijk verkeerd heb gedaan, anders dan dat ik jarenlang gratis en voor niks mijn talent (op trompet en als sectieleider) ter beschikking heb gesteld aan de dirigent (en organisator). 
Dat heeft gelukkig niet kunnen voorkomen dat de ouwe vriendenclub gewoon ff in de herfstvakantie een huisje huurt, met een open-haard om eens eventjes lekker gezellig te doen.
Het gezellig doen werd op een gegeven moment wel erg melig toen we om praktische redenen (en ook enigszins uit gemakzucht) kozen om met de hele bups te gaan gourmetten/steengrillen.
Alle kinders werden zorgvuldig buiten bereik van de bakplaat gehouden, maar binnen bereik van brood, paprika en komkommer.
En de volwassenen die dichtbij het apparaat zaten konden hun goddelijke gang gaan met vlees, vis, garnalen en andere gezonde levensmiddelen.
Tot er iemand op het idee kwam om gewoon maar kerstmuziek op te zetten, om het gourmet-feestje compleet te maken.
Kan best, het is ten slotte al vrij vroeg donker, en zo werd de sfeer nog beter.

Hoe dan ook: het werd al snel woensdag, en dat betekende dat wij met vriendje Michiel en vriendinnetje Nadine en hun zoon als afsluiter nog heel even naar dierenpark Amersfoort togen.
Alwaar we een zwart-witte tijger konden aanschouwen. Wat giraffen. Wat apen. Een wolf. Wat dieren welke (als je het mij vraagt) de vrucht zijn van een Schepper die er genoegen in schepte om met ettelijke borrels achter zijn knoopsgaatje, toch nog eventjes een beest te scheppen waar wij mensen mild grinnikend naar kijken.
Het is vakantie, het is woensdag, dus het was er druk. Helaas waren er ook mensen die bij mij echt niet minder dan pure walging opwekten. Ik was met Jente bezig om aldaar een soort van touwbrug over te steken. Vond ze toch wel spannend. Jammer dat ik nauwelijks de tijd mocht hebben om haar een beetje te bemoedigen. Want een vader snauwde tegen zijn zoon, dat hij er maar langs moest. Terwijl ik toch echt heel erg bezig was om Jente erop te krijgen, EN DUS HEEL ERG IN DE WEG STOND. Nee, Jente en ik werden kundig voorbij gestapt door het snotneusje, en pa wrong zich er verder gewoon langs. Gelukkig langs Jente, anders had meneer die touwbrug vliegend verlaten. Ik heb hem uiteraard gezegd dat ik hem een hork vond, en toen volgde er wat schutterig gejank.
En dat moet dan zijn snotjong opvoeden.... Kansloze generatie on it's way....
Gelukkig heeft Jente er verder weinig van meegekregen, en ben ik dan ook weer te verantwoordelijk om heel krasse daden te overwegen als er niks meer aan de hand is, dan wat gebrek aan fatsoen.
Soit, mijn maag rammelde, Michiels maag rammelde en de dames, plus zoonlief van Michiel wilden even bij de speeltuin kijken.
Wat cola, een hotdog met augurk voor mij, en warme chocomel met hotdog met zuurkool voor Michiel. Jawel: warme chocomel, en een hotdog met zuurkool voor Michiel.
Nu is de man een goede amateurkok, dus je kunt je mijn verbijstering voorstellen. Zoiets als frieten met slagroom, maar goed, wie ben ik.
En uiteraard, net toen wij onze tanden in deze lekkernij zetten, kwamen de dames terug. En vond Nadine het dus nodig om een hapje van Michiel zijn hotdog te nemen, en daar mij bij aan te kijken.

Het was al met al een mooie vakantie. Morgen weer aan het werk.
Dat moet ook gebeuren.





zaterdag 20 oktober 2018

Update

Een reis met Jente is een avontuur op zich, want zo'n kinderbrein bedenkt op de meest onmogelijke momenten dingen die op de meest onmogelijke plekken per se gedaan moeten worden.
En dan moet je je als ouder niet afvragen waarom, want kinderlogica werkt op de een of andere manier niet zoals grotemensenlogica.
Maar we hebben het overleefd. We zijn afgelopen weekend naar mijn vader op het eiland Wight geweest.
Een leuke bijkomstigheid was dat we met de bus naar het vliegtuig werden gebracht, zodat Ilse en Jente konden zien wat papa zoal uitvoert op zijn niet-muzikale werk.
De vlucht zelf ging eigenlijk best goed. Bepakt en bezakt met heel veel kalm-houd-attributen voor onze dochter was er dus weinig meer aan de hand dan dat de start- en landingsbaan van het vliegveld van Southampton mij aan de korte kant lijkt, zelfs voor een cityhopper.
Het eiland is serieus een aanrader voor mensen die van rust houden. Maar ook van wonderschone dorpjes, met wonderschone gebouwen, en straatjes die zó smal zijn dat het al onwaarschijnlijk lijkt dat twee voetgangers elkaar kunnen passeren zonder elkaar te raken, laat staan een bus en een auto, maar ook dat gaat zonder noemenswaardige schade.

En los van de gezelligheid met "opa-Adje" was voor Ilse het hoogtepunt haar rendez-vouz met een paar aai-schuwe alpaca's. Nu we die dingen dus in hun volle glorie hebben gezien, hoop ik oprecht dat er een einde komt aan het telkens wederkerende gezeur om die beesten (want ohzoschattigdiemoetenwehebbenpastbestindetuinahhhhtoeeistochleukahhhhhh). Die dingen zijn gewoon te groot voor in onze voor- en/of achtertuin. En aangezien we al niet in staat zijn om de katten langer dan een nacht binnen te houden, ben ik heel bang dat die beesten dus ook door de buurt gaan zwerven op zoek naar een alpacabak of een robbertje vechten met de plaatselijke buurtalpaca.
Jente's hoogtepunt was steentjes gooien in het zeewater vanaf het strand. En dat deed ze met verve, tenzij het om een steen was ter grootte van iets dat ze eigenlijk zelf niet kon tillen. Dan moest papa eraan te pas komen om die steen de zee in te mieteren. Ach zolang ze het maar naar haar zin had.
Een herinnering kwam boven.
We stonden met een tent in de ardennen. Aan een vijver, het laatste lege plaatsje op de camping. Na een nacht stevig regenen, bleek ook waarom dat plekje leeg was: het vijvertje stroomde over, en al snel dreef de tent terug richting uitgang van de camping. En binnenin die tent dreven onze kleding en speelgoed. Kortom: pure horror.
Want een paar dagen later had ik nog steeds maar 1 droog setje kleren. Een trainingspak.
En omdat uiteraard het vijvertje weer binnen zijn oevers stond, en ons speelgoed ook van de nattigheid niet aan te pakken was, besloot ik dat het leuk zou zijn om platte steentjes over het water te laten stuiten.
In dat spelletje, vergat ik op een gegeven moment dat steentje los te laten op het moment dat dat moest, waarop ik mezelf met steentje en al die vijver in kwakte.
Tot zover dus mijn laatste droge kleding. Het was mijn zus die me het water uittrok, echter was daar mijn ellende nog niet over: mijn ma was wit-heet van woede. Niet zozeer van schrik dat ik bijna verzopen was, maar vooral vanwege die natte kleding. Links en rechts werd ik om de oren gemept.
Verder was het best een leuke vakantie, hoor.
En daar moest ik dus aan denken toen ik Jente met die steentjes bezig zag. Helemaal trots als een steen daadwerkelijk in het water verdween, en kirrend van pret wegracen als er een golf te dicht bij haar op het strand landde.
Omdat het einde strandseizoen was, en er dus honden op het strand waren toegestaan, was het in sommige gevallen extra goed opletten. "Nee, Jente-pop, laat die bruine steen maar liggen, die is lang niet zo prettig om in het water te gooien, als je denkt".

Bon-vivant die ik ben, lag mijn hoogtepunt in een bezoekje aan de Garlic-farm. Een groot bedrijf waar men knoflook teelt die in heel Europa gretig aftrek vindt. (En dus ook in Italie, Frankrijk en Spanje).
Maar vooral ook de winkel die erbij hoort. Een winkel waar men knoflook in letterlijk ontelbare bewerkingen te koop heeft.
Ik heb er diverse soorten knoflook-mayonaise gekocht. (Zwarte knoflook mayonaise, geroosterde knoflook mayonaise met limoen).
En geroosterde knoflook-jam. Misschien voor de niet-kenner letterlijk ongelooflijk lekker.
Knoflook zout, pasta, kaas en wat al niet meer.
Inmiddels ook al in de diverse gerechten gebruikt. Dus ik vrees dat ik de komende tijd niet zo denderend populair zal zijn bij mijn omgeving.

En dan komt er uiteraard in mijn blog weer een momentje waarop ik heel even blij mag zijn met mijn hobby: ik ben een jager-verzamelaar. Ik jaag op en verzamel miniaturen van het illustere merk Citroen, en in die hoedanigheid liep ik laatst een paar modellen tegen het digitale lijf van marktplaats.
Modellen die voor zover ik weet in het echt nooit verder zijn gekomen dan het prototype stadium, maar desalniettemin wel erg mooi zijn.
Modellen ook waar verzamelaars bereid zijn om hoge bedragen voor neer te leggen. En deze werden mij tegen heel lage bedragen verkocht. (Reden is evident: er zitten geen originele verpakkingen meer bij, waardoor het voor de luxere verzamelaar een reden is om er vanaf te zien: enerzijds vanwege de kans op transportschade, anderzijds omdat ze daarmee dus incompleet zijn, maar dat boeit mij weer niet, want ik zet ze toch zonder verpakking in de vitrine).

 Als Citroen dit op de markt had gebracht, weet ik zeker dat ik erin gereden had. Wat een fraaie lijnen, wat een prachtige auto's. Gelukkig ben ik een van de mazzelaars die er in elk geval van kan genieten in mijn vitrine.
Mijn eigen bolide is overigens hoe dan ook een fijn rij-ijzer. Hoewel ze gewoon een eigenwijze Franse bitch blijft, want sinds vanmorgen besloot ze dat de achterklep niet meer open wil.
En het gekke is: normaal gesproken is het alleen het achterruitje dat niet open wil bij die stations, maar bij mij moet dat per se andersom zijn. Dat achterruitje gaat zonder problemen open, maar de hele klep heeft er de brui aan gegeven. Waarschijnlijk gewoon het slotje dat stuk is. Welke achterlijke fabrikant maakt er nu in vredesnaam slotjes die kapot kunnen. Dat kan alleen maar Citroen zijn.
Maar ondanks dit soort onfrisse grappen, blijft het een genot om 's ochtends in te stappen, en inmiddels met deze kou, nog voor ik de straat uit ben, een warme auto te hebben met een veercomfort waar de gemiddelde VW-leaserijder (en ik vermoed dat 80% van Almere zoiets heeft, en dus totaal niet comfortabel door zijn wijk kan rijden in verband met de bijna onmenselijke hoeveelheid drempels in de straten (die dan weer zijn aangelegd omdat het blijkbaar te moeilijk is om in een woonwijk gewoon 30 te rijden voor sommige hufters)) zijn wenkbrauwen in zijn nek legt van jaloezie. Ik heb het overigens puur over het veercomfort, want qua uiterlijk.... Laat ik het erop houden dat smaken verschillen, en dat is maar goed ook, anders zou heel Nederland alleen maar in grijs leaseblik rijden.
En fin. Het is weekend, en dus moet ik morgen werken.
Maar vandaag heb ik samen met Ilse Jente even uitgelaten in het bos. Daar was het namelijk kabouterweek bij staatsbosbeheer, en dat resulteerde in een mooi voorgelezen verhaal door een plaatselijke oma, een mooie wandeltocht door het bos op zoek naar allemaal kabouters, en uiteraard mocht Jente na afloop een mooie kabouter knutselen.
Gezien het feit dat er nogal wat spijkers en lijm bij kwam kijken, gebeurde het merendeel van het knutselen door papa, en dat resultaat laat ik hier toch wel met enige trots zien. Gewoon omdat ik normaliter niet zo van het knutselen met poppenzooi ben. Jente heeft de laatste tijd nogal last van nachtmerries en monsters op haar kamer, en ik hoop dat deze kabouter inderdaad zoals wij haar vertelden, de monsters en nachtmerries wegjaagt, voor ze er last van heeft...

zondag 7 oktober 2018

Aan de klu(n)s

Ik verwijt Ilse nogal eens dat ik thuiskom in een huis dat ik niet meer herken. Dan kreeg ze onbeheersbare neigingen tot veranderingen. (Heel gek, altijd als ik niet thuis was).
Dan stond de bank, de tv, de tafel en stoelen allemaal op een andere plek. Kater Claus was een week lang van slag en poes Colette lag sidderend onder de bank.
Ook Jente leek er moeite mee te hebben. Dwars, huilen, u kent het wel.
Nu wonen we sinds 2016 in ons eigenste huisje, en heb ik dit meermalen mogen ervaren. Soms wat kleine veranderingen die ik niet zo snel herkende, soms wat groter, waar ik dan maar zuchtend mee instemde, vooral ook omdat het toch al gebeurd was, en ik geen energie had om het maar weer terug te veranderen. Bovendien: ook Ilse mag blij leven in ons huisje.
Toen we dit huis kochten, waren er een paar dingen waar we minder enthousiast van werden.
Zo was er naar de keuken toe een half muurtje geplaatst, tussen "woondeel" en keuken. Een muurtje met een zeer afgeronde hoek, die onzes inziens wel erg veel ruimte in beslag nam.
Door dit muurtje leek onze eettafel wel erg groot, en moesten we serieus met stoelen schuiven om van de woonkamer in de keuken te komen. En als we te snel wilden, kon het zijn dat de hoek van de massief houten tafel op erg pijnlijke wijze, heel erg precies in de plek roste, waar wij op de lagere school elkaar het zogenaamde 'ijsbeentje' gaven.
Vaak plannen gemaakt om dat vermaledijde muurtje eens weg te halen.
Maar net zoals de plannen tot schilderen nogal eens wat uitstel kenden, kende ook deze plannen continue vertraging.
Tot ik gisterochtend met mijn eerste bakje koffie en een ongemeen fel ochtend humeur tegen dat muurtje aan zat te kijken. De wulpse ronding ervan. Het houten latje dat als eindafwerking fungeerde (en omdat het een praktisch stukje muur was om Jente met haar rug tegenaan te zetten om haar lengte periodiek te meten). Het enige voordeel van dat muurtje was dat het de zijkant van de niet-inbouwkoelkast afdekte en dat ik er mijn kind-onvriendelijke zooi op kwijt kon, maar dat voordeel eindigde bij de dikte ervan: een wat minder subtiele graai ernaar en alles flikkerde eraf, tussen koelkast en muur, en dus per definitie niet moeiteloos te bergen.
Ergo: ik besloot na een ferme slok koffie dat het tijd was om een muurtje te slechten.
Omdat Ilse en Jente nog lagen te tukken, was er eerst iets anders dat moest en minder lawaaierig was. 
We hebben namelijk nog steeds een fleurige boekenkast gemaakt van veilingkratjes. Maar omdat we veel boeken en prullaria hebben, beslaat die kast ongeveer anderhalve muur (een hoek om, zeg maar) waardoor mijn aquariumkast nogal lullig recht te kamer instaat, en de beschikbare ruimte om de tafel nog kleiner maakt.
Met ferme tred baan ik mij een weg naar mijn gereedschapsschuurtje om zaag, schoevendraaier en andere noodzakelijk tuig te halen om de boeken-fruitkist-veiling-kast in te korten, en mijn aquariumkast te verplaatsen.
Dat klusje was binnen 10 minuten geklaard.
Ilse kwam beneden en ik keek haar blij en breed glimlachend aan. Verwachtingsvol. Ten slotte hadden we het er vaak over gehad om iets met de kast te doen. (Evenals met het eerder gemelde muurtje).
De glimlach werd maar amper beantwoord, en ik vermoed dat Ilse op dat moment voelde wat ik wel eens voelde na een dergelijke ingreep.
Ze leek niet half zo blij als ik verwachtte.
Uiteindelijk ging ze schoorvoetend akkoord met het fait-accompli waarmee ik haar opzadelde, en werd er voor haar monsterlijk grote LP-collectie en de overgebleven kratjes een mooie oplossing gevonden.
En daarmee was het toch echt tijd geworden om het muurtje om te hakken.
Dat had best wel wat voeten in aarde. Aangezien ik niet zo goed wist wat me precies te wachten stond (de vorige bewoner van dit huis was een zeer matige klusjesman die veel bizar (gevaarlijke) zaken voor ons achterliet), begon ik met een kleine analyse. Het was een muurtje van cellenbeton, gelijmd tegen een muurtje van gipsblokken.
Ik zag ook een verankering op de grond, en wat verankering bovenop. De hoop dat we dat muurtje soepel en schadevrij zouden kunnen verwijderen werd daarmee finaal de grond in geboord.
Over op het ouderwetse hak- en breekwerk dan maar, en hopen dat ik niet de hele tussenmuur tussen gang en keuken mee zou rossen.
Dat bleek mee te vallen. Ik blijk dus niet alleen heel erg lomp te zijn, maar in mijn lompheid kan ik ook nog enige vorm van subtiliteit leggen.
Het duurde dan ook niet lang of het gewraakte muurtje lag in 20 stukken aan mijn voeten. Al dat geweld leidde echter ook tot diverse hoestbuien waarbij ik serieus bang was dat niet alleen mijn longen naar buiten zouden komen, maar dat het voelde alsof mijn oogballen mijn bril van mijn neus zouden duwen. Gipsstof is een heel naar goedje als je eigenlijk nog maar nauwelijks hersteld bent van een griepje.
Op de grond had men maar liefst twee verankeringen aangebracht. Met schroeven in de voegen van de vloertegels. Met geen atoombom los te krijgen. Heeft me twee schroevendraaiers gekost, en nog geen beweging in te krijgen. En omdat de achterblijvende muur toch wel wat schade had opgelopen, toog ik naar de plaatselijke kluswinkel om te kijken of men daar oplossingen had voor beide euvels.
Het repareren van de schade aan het gipsen muurtje bleek niet onmogelijk, maar wel lastig.
En voor de vastzittende schroeven had men een pracht van een bitsetje. (Overigens wil ik hier de medewerker van de Gamma aan de markerkant in Almere een dikke pluim geven: op een drukke zaterdagmiddag is die jongen ruim een half uur bezig geweest met de oplossing voor mijn probleem, met duidelijke uitleg en zeer vriendelijk).
Bij thuiskomst bleek mijn eega gewoon, heel casual, bijna met kinderlijke eenvoud, haar eigen lompigheid losgelaten te hebben op die etterige schroeven, en vol trots liet ze zien hoe ze die verdomde verankeringen los had gewrikt, gebikt en getrokken, zonder daarbij schade aan de vloertegels veroorzaakt te hebben.
Dan sta je toch wel even voor lul... Zit ik schroevendraaiers te mollen op die krengen, zonder enig resultaat. Geef ik geld uit voor speciale tools om het voor elkaar te krijgen, doet Ilse het gewoon effetjes.
Aan de andere kant: geef mij maar zo'n vrouw. Die zeg maar het dekseltje wél van het potje krijgt (nadat ik het al losser had gewrikt).
Het stof is opgezogen en het muurtje wacht nog op afwerking, maar bij Zeus, wat levert dit alles een ruimte op in huis.
We hoeven geen halsbrekende toeren meer uit te halen omdat we zonder kleerscheuren langs dat muurtje moeten.
De eerste gewenningsvergissing is ook al een feit. Ik legde altijd mijn sigaretten op dat muurtje, buiten de grijpgrage klauwtjes van Jente, en dat is blijkbaar een ingesleten patroon, want toen ik dat gisteravond deed, moest ik op handen en knieën om alle uit het pakje gelazerde sigaretten weer op te rapen.
Alle veranderingen hebben ons minimaal 2 vierkante meter opgeleverd en dat is op ons kleine huisje best fijn.
Alleen Jente vond het "sshhjjtom" dat het muurtje weg was. Die aversie tegen veranderingen heeft ze denk ik van Claus.













dinsdag 2 oktober 2018

Update

Het is nondepi ook niet eerlijk. Zet ik de afgelopen weken mijn beste beentje voor (letterlijk en figuurlijk) voor mijn beide werkgevers, krijg ik als extra beloning een griepje/verkoudheid om U tegen te zeggen.
Maar echt. Als ik degene tegenkom, die me dat heeft geflikt, zal die ervan lusten!
Alle holtes in mijn hoofd voelen aan alsof ze zijn afgevuld met pur-schuim, dat er alleen via mijn neus uit lijkt te kunnen komen. (Soms verdund, en heel erg plotseling, zodat je eigenlijk hoe dan ook te laat bent met wat voor lap je dan ook als zakdoek denkt te willen of kunnen gebruiken, soms in dikkere vorm, die zó agressief naar buiten komt, dat welke lap je dan ook voorhanden hebt, bij voorbaat al kansloos is, en je dus net zo goed geen zakdoek had kunnen pakken. Hé bah, wat een ranzig verhaal. Maar ja... Zo voelt het dus).
En dan ben ik er nog niet. Het is nu half 9 en ik ben al even wakker. Ik werd wakker met een huig die zo erg is opgezwollen dat praten even geen optie is. Laat staan slikken.
Ik heb dus blijkbaar, ondanks de cpap, enorm liggen snurken (ook dit ten gevolge van de infectie waarmee ik door een of andere onverlaat werd opgezadeld).
Zo erg, dat Ilse uit wanhoop maar beneden is gaan liggen.
En met een opgezwollen huig is niet alleen praten onmogelijk, maar ook slikken. Zie maar eens een bekertje dampende citrosan weg te klokken. Lukt niet. Om nog maar te zwijgen van het doorslikken van een paracetamol. Ik breek die dingen in 2, want om ze op te lossen in water, is voor mijn normaliter fijnbesnaarde smaakpapillen echt een te grote aanslag. Maar een halve paracetamol, die tegen een opgezwollen huig aankleeft, is toch ook een bijzondere vorm van zelfkastijding.
En als ik moet niezen, ben ik bang dat ik op weinig charmante wijze mijn huig in de niesrichting weg zie vliegen.
Mijn ogen doen alsof ze het doen, maar inmiddels heb ik de spellingcontrole van deze blog al tot wanhoop gedreven omdat de watervallen achter mijn ogen maken dat ik niet heel secuur type. 
En dan heb ik nog niet het gevoel dat ik het ergste gehad heb.

De taptoe in de Ahoy. Hij was er weer. En het is goed dat er sommige zaken in het leven gewoon niet veranderen. De leuke zaken niet (het bijkletsen met oude collega's, de kaartspelletjes tijdens het wachten, de grappen en grollen onderling), maar ook de niet leuke zaken niet. De welhaast stuitende krenterigheid van de Ahoy neemt bijna bizarre proporties aan, waarbij ik als enig pluspunt kan noemen dat de koffie in normale hoeveelheden geschonken werd én lekker was. Maar bestel er geen glaasje cola, want dat wat je krijgt voor je geld, is werkelijk om te janken.
Het eten in de Ahoy was over het algemeen erg lekker. Maar wat mij mateloos irriteert, is dat er dan een meisje van 17 voor mij gaat bepalen hoeveel ik mag eten. Kom op, voor de prijs die de Ahoy rekent voor een lunch of avondmaaltijd, zou iedereen onbeperkt moeten mogen vreten. Maar alles op de bon, en alles uitgemeten. Ja, dahaag. Hoppa, opscheppen met die lepel. En niet zo Zeeuws. Om 1700 uur een klein hapje eten, daarmee maak ik de avondshow niet meer mee, hoor.
Dus moest ik af en toe het opschep-meisje vermanend toespreken. 
En als pluspunt kan ik (sommige) beveiligers noemen. Die aan de buitendeur waren naar mijn mening erg aardig en vriendelijk. Die bij de binnendeuren en gangen, waren dat ook, maar wellicht een beetje té serieus.
Zo kon het gebeuren dat ik mijn militaire-muziek-carriere toch wel ongenadig lomp op het spel zette, en dat niet eens gewild.
De beveiligingsknul van tussendeur 1, wilde, ondanks het feit dat ik in ceremonieel tenue liep, met zwaard, bontmuts en trompet, mijn toegangsbandje zien. Mijn gezichtsuitdrukking moest boekdelen spreken, want de beveiliger zei haast verontschuldigend dat hij er toch echt, heus om moest vragen.
De beveiligingsknul van tussendeur 2, bij de trappen, die kende mij van gezicht, en ik riep hem reeds toe, dat ik niet mijn bandje ging opgraven. Ik loop ten slotte niet voor mijn lol in een dik wollen pak, met bontmuts, zwaard en trompet, richting het taptoeveld.
Uiteraard kwam op dat moment de stafdirigent militaire muziek de hoek om, die enkel grijnsde en zei:"Oh nee?"...
Kak, heb ik weer.

We gaan meemaken hoezeer ik in staat ben om deze verkoudheid/griep te weerstaan, en ik de komende week nog overeind blijf.
Het tikken van deze blog duurde naar verhouding erg lang, en dus kan ik tot mijn geruststelling vaststellen dat mijn huig inmiddels geslonken is naar wat minder overmatige proporties. Niet helemaal in oude staat, maar toch, al een beetje.
En de citrosan lijkt te helpen, want mijn hoofd voelt al minder vol dan eerst. Hoewel dit ook te maken zou kunnen hebben met het feit dat ik inmiddels anderhalve keukenrol weg-gesnoten heb.
Ik denk dat we de farmaceutische industrie wel heel blij maken, met de grosverpakkingen asprinedrinks en pillen. Om over keukenrol en zakdoeken maar te zwijgen.
Dus niet alleen een opgezwollen en bonkend hoofd, maar ook een schrale bovenlip.

We worstelen en komen boven.






Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...