woensdag 27 januari 2016

Jente en Denemarken.

Jente.
Ons Jente-meisje begint een tand te krijgen. Hoezee, dat schijnen ze allemaal te doen, op die leeftijd. Helaas is daarmee de reflux ook weer wat aanweziger, en dat leidde vannacht tot een letterlijk slapeloze nacht. Ons arme wurmpje had het niet meer van de pijn. Huilen tot en met, een bezorgde vader en moeder, die vol medelijden met haar het huis doorgingen, wat flesjes maakten, en dat soort zaken meer. Uiteindelijk viel ze in ons bed in slaap. Op mijn arm. Met dat eerste heb ik geen moeite. Met dat tweede op zich ook niet, ware het niet dat haar slaap dus van 3 tot 7 duurde. En ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om het risico te lopen dat ze wakker zou worden als ik mijn arm terugtrok. Dus werd ik uiteindelijk wakker om 7 uur, met een totaal verdoofde arm. Ik wilde omhoogkomen, en mij ondersteunen met mijn linkerarm. En dat ging dus niet! Het duurde even voor ik doorhad wat er aan de hand was, dus toen ik zover was dat ik mijn koffie wilde gaan zetten, liet ik eerst het kopje kletteren, lukte het niet om mijn gulp te openen op het toilet (dat leidde bijna tot een debacle) en ook een flesje maken, was iets dat alleen maar met de rechterhand kon. (Ja, dit klinkt heel raar).
Inmiddels is het alweer laat in de middag en mijn arm begint weer een beetje mee te doen.
Haar tandje heeft inmiddels in diverse vingers zijn (onuitwisbare) indruk nagelaten. Want er moet nog steeds met grote regelmaat aan mijn vingers gekloven worden. En dus ook met dat ene tandje. En dat ene tandje is me toch een partij scherp. En inmiddels heeft ze ook behoorlijk wat kracht in haar kaken, dus af en toe ben ik niet zo gek blij met de kluiflust van Jente.
Op youtube zijn er nogal wat filmpjes van stoere (getattoeerde) mannen, die het ineens heel moeilijk krijgen met het verschonen van de luiers van hun wurm. Kokhalzend rennen ze weg.
Bij Jente had ik dat probleem eigenlijk niet. Ik vond het niet echt heel erg stinken. Goed, de lucht is geen rozengeur, maar zo erg als ik hetzelf doe, is het niet.
Tot zonet, een half uurtje geleden.
Ons meiske krijgt sinds kort niet alleen vis, kip en groente, maar ik ben ook begonnen met rundvlees. En vandaag was de eerste poepluier van die maaltijd met rund.
Waar ik vroeger altijd wat schampertjes deed over die losers die niet zonder te kokhalzen hun kind kunnen verschonen, ben ik daar nu toch wat van terug gekomen. Wat een meur. Wat een totaal bedorven ellende. Heel even stond ik op het punt om in paniek de dokter te bellen, want die geur, dat kan niet kloppen, er moest haast wel een afgestorven darm ergens klem zitten of zo. Mijn eerste kokhals was een feit. En omdat Ilse naar school is, kon ik niet even wegrennen. En terwijl ik daar met tranen in mijn ogen van het ingehouden kokhalzen aan het friemelen was met billendoekjes, lag Jente met een iets te tevreden lach naar me te kijken.
Maar het is gelukt. Ik heb het overleefd. Volgende keer bind ik gewoon een in rozenwater gedrenkte sjaal voor mijn gezicht. Want ik vind niet dat ik Jente op dieet moet doen.
Ook haar nageltjes zijn behoorlijk scherp en stevig. Dit ondervond ik een week geleden, toen ik naast mijn baardje een schram opliep van een speelse jente, maar ook dwars over mijn slaap. Ik kreeg een paar keer de vraag of ik was aangevallen door iets vals. Om dan ja te zeggen, ging me wat ver, maar een liefdevolle (en lompe, dat heeft ze van haar moeder) aai van Jente, is in de regel een bloederige. Voor ons dan. Nagels knippen doen we wel, maar ik heb het gevoel dat daar alleen maar scherpere nagels van komen.

 Denemarken.
 Denemarken gaat geld en bezittingen van vluchtelingen "innen", zodat ze meebetalen aan hun opvang.
Vele mensen (waaronder de EU en de VN) vinden dit totaal niet kunnen. Staan op hun achterste benen, en spreken er schande van.
En ergens misschien ook wel terecht. Want hoe menselijk ben je als je van iemand die huis en haard verlaat, en 1000den euro's aftikt bij een smokkelaar, vraagt om zijn laatste restje geld, of persoonlijke kleinoden en sieraden af te staan. Getuigt misschien niet van heel veel goede smaak.
Tel dat op bij het trauma dat veel vluchtelingen al hebben, en je hoeft niet heel erg hoogopgeleid te zijn om te beseffen dat die mensen daar niet heel veel gelukkiger van worden.

Een paar dagen verder, en ik heb er een paar dagen over na kunnen denken. Is het nu wel zo'n schandelijke, onmenselijke zaak?
En als ik pragmatisch denk: nee. Eigenlijk vind ik het zo erg niet. Want vluchtelingen kosten de maatschappij nu eenmaal handen vol geld, linksom of rechtsom. Linksom, want we moeten ze opvangen, voeden, baden, en laten integreren. Rechtsom, want denk maar eens aan al die tokkies die menen te moeten rellen, vernielen, slopen, bedreigen, vechten om hun gelijk te halen. (Dat dat volslagen tegen welke democratie dan ook ingaat, ontgaat dit paupervolk volkomen).  Ook dat kost de maatschappij handen vol geld. En geloof maar niet dat dit kansloze kutvolk zelf gaat betalen voor de schade die ze aanrichten, en de politie-inzet die nodig is, want ze zijn ten slotte werkloos en dus verdienen ze geen cent. In elk geval niet genoeg om de schade die ze veroorzaken, te betalen.
Maar even serieus: volgens mij kennen we in Nederland iets als het solidariteits-principe. Iedereen betaalt een beetje, zodat iemand die het niet meer rooit, geholpen kan worden. Waarom zou een vluchteling daar dan niet aan bij kunnen dragen, door zijn geld af te dragen? Dan zijn er in elk geval iets van kosten gedekt. Als je in Nederland komt, dan moet je dus meedoen met dat principe. Meebetalen, zodat iedereen geholpen kan worden.
 Een nadeel dat ik hier zie: als iemand geen asiel of verblijfsvergunning krijgt, moet je dus wel dat geld weer teruggeven, want je kunt het dan niet maken om iemand te laten betalen, en vervolgens later nog berooider weer weg te sturen. Dus dat zal een behoorlijk stempel op de ambtenarij gaan drukken. Ik heb begrepen dat de belastingdienst eenvoudiger moet, dus wellicht dat daar wat uurtjes over zijn, als ze niet meer continu gebeld worden door mensen die er echt geen sikkepit meer van snappen.
En als ze dan net zoals in Amerika (en ik geloof in Belgie) moeten beloven dat ze zich zullen voegen naar en aanpassen aan de wetten en gebruiken van het land, dan maak je meteen stappen met integratie. Zeker als er straffen staan op overtredingen.
Nog een slimmigheidje mijnerzijds: we schaffen het verbod op arbeid af. De asielaanvragen duren afgrijselijk lang, en al die tijd mogen vluchtelingen niks doen. Daar wordt iedereen gek van, dus laat ze in de tussentijd werken. Hoeft niet betaald te zijn, mag ook vrijwilligerswerk zijn. Dan maak je wederom mooie stappen met integratie. En voor de 'Suh-pikkuh-al-onsuh-banun-in-zeikers': nee, want het werk dat ze gaan doen, is in de regel werk waarvoor al dat tuig, te dom of te lui voor is. Ik zie mogelijkheden, en wil best minister van vluchtelingenzaken worden.










dinsdag 26 januari 2016

Inzending voor een verhalenwedstrijd.



Defensie en Samenleving. Toevallige ontmoetingen.

Mijn taken als militair-muzikant zijn als volgt: opluisteren van beëdigingen, commando-overdrachten, concerten spelen zowel binnen als buiten Defensie en het spelen van ere-signalen.

Het was juli 2007, en ik was net afgestudeerd aan het conservatorium. Ik mocht mezelf vol trots beroepsmusicus noemen. Maar zonder werk is dat toch een beetje een loze term. Ik moest mijn hele carriere nog gaan opbouwen.
Om toch een beetje de zomer te gaan vieren, besloot ik mee te gaan met een project-orkest. En daar ontmoette ik toevallig een trompettist die tijdens zijn studie reservist-muzikant was bij het Trompetterkorps van de Koninklijke Marechaussee.
Een paar maanden later wees deze jongen mij op een vacature bij het TkKMar, en ik besloot te solliciteren. Zo werd ik dus ineens ook militair-muzikant.

Een conservatorium opleiding is op zich een mooie opleiding. Ze leren je er goed muziek te maken, en je leert er achtergronden kennen van onze cultuur in het algemeen en muziek in het bijzonder. Waar ze echter geen enkele aandacht aan besteden: signalen. Marsen. Marcheren. Toch wel een behoorlijk belangrijke taak van een defensie orkest.
Mijn eerste pogingen tot het lopen op straat en tegelijkertijd spelen, waren niet al te succesvol, al helemaal niet toen dat ook nog eens moest in het ceremonieel tenue, met een klewang die constant alle kanten, maar vooral tussen mijn benen zwaaide. Maar al doende leert men.

Inmiddels ben ik “bevorderd” tot “hoornblazer van dienst”. Dat houdt zoveel in dat als er een aanvraag komt voor een ere signaal, dat ik als eerste er heen ga. Dit kan van alles zijn. Een kleinschalige herdenking bij een monument in hartje Amsterdam. Een te vroeg overleden collega. Een collega die sneuvelde tijdens zijn uitzending. Een reeds lang gepensioneerde veteraan. Of een grootse herdenking, als die van de TA 1951.
Het is dus niet bepaald toevallig, dat ik dat soort ceremonies speel, maar de aanleiding ervan zijn vaak wel heel toevallig.

Het was 2009. Eind februari, en ik was nog lang geen “hoornblazer van dienst”.
Maar het gruwelijke toeval wilde dat toen TA 1951 neerstortte. Een flinke ramp voor veel passagiers, nabestaanden en betrokkenen.
Al snel bleek er behoefte te zijn aan een herdenkingsdienst. En de muziek daarbij zouden wij, het TKkMar, verzorgen.
Het toeval was nog niet uitgejongleerd met alle betrokkenen, want mijn sectieleider, die wél “hoornblazer van dienst” was, had vrij omdat zijn vrouw dat weekend zou gaan bevallen van een (achteraf kerngezonde) jongen. Of ik dus maar tijdens die dienst het signaal “Taptoe infanterie” wilde spelen.









Dat wilde ik wel.
Op de dag van de herdenking (toevallig mijn verjaardag), stond ik vroeg op om me secuur te scheren en mijn beste dagelijkse tenue aan te trekken. Eenmaal aangekomen te Schiphol, werd ik door de commandant apart genomen, om nog even de laatste details en protocollen van de ceremonie door te nemen met de diverse regisseurs.
Ik kreeg te horen wanneer ik moest uittreden, staan en spelen. De regisseur van de omroep wist mij te melden dat er behalve wat leden van het Koninklijk Huis en ministers, er ook andere hoogwaardigheidsbekleders zouden zijn. De ambassadeur van Turkije zou er zijn, en afgevaardigden van Amerika. Oh ja, en ook nog 400 betrokkenen.
En ik moest vooral niet zenuwachtig worden, maar men verwachtte in Amerika 10 miljoen kijkers via de live-verbinding, in Turkije 6 miljoen en in Nederland ook nog eens 2 miljoen.
Ik knikte, en liep samen met de commandant naar buiten om nog even een peukje te roken. Op deze manier werd ik wel heel erg in het diepe gegooid.
Mijn commandant had het er verder niet over, ik beschouw dat als een groot teken van vertrouwen. Wel viel zijn oog op mijn rechtermouw, waar een rare vlek op zat (tot zover dus mijn beste DT). Dat was op (inter)nationale televisie toch even iets dat niet kon. Of ik maar even iemand anders’ jas kon gaan lenen.
Mijn geschooi om een schone jas leverde niet helemaal op wat ik zocht: het toeval wilde dat iemand een potje zwarte schoensmeer voor me had. Dat bleek afdoende te werken.

De ceremonie begon met wat mededelingen, gevolgd door koraalmuziek, toespraken, koraalmuziek, bloemen leggen, koraalmuziek en toen kreeg ik de knik: ik moest uittreden. Mijn immer lieve collega Jurgen siste me nog snel even toe dat ik vooral niet zenuwachtig moest zijn. En daar stond ik. Recht tegenover de Turkse ambassadeur.
Mijn eerste twee noten had ik gespeeld, en ik keek de zaal in. En zag dat de wangen van de ambassadeur nat waren van de tranen. En ook mensen om hem heen hielden het niet droog terwijl ik speelde. Later heb ik vele malen dit signaal gespeeld, en heb ontdekt dat als mensen breken, ze dat doen net na de eerste twee tonen van dit signaal. Altijd op dat punt. Het verdriet, de onmacht, de pijn kwam en komt altijd bij me binnen. Ik kan me daar slecht voor afsluiten, en ik weet ook niet of het een goed ding zou zijn als ik me ervoor zou afsluiten. Het maakt het spelen niet makkelijker. Maar misschien juist daarom dat ik het wel goed kan brengen. Door me in te leven, en door mee te leven. Ondanks dat ik de betrokken mensen vaak nooit eerder gezien of ontmoet heb.

De ceremonie was afgelopen, en met toch wel wat adrenaline in mijn aderen, wandelde ik naar buiten. Ik wilde toch best wel een peukje. Om uit te stomen, letterlijk en figuurlijk. Samen met wat collegae stapte ik naar buiten, leunde tegen een muurtje, zette mijn pet af en ging met mijn mouw over mijn voorhoofd om het zweet af te wissen. Dit tot grote hilariteit van mijn collega’s die mij in één zwierige zwaai van mijn arm zagen veranderen in een half afgemaakte Zwarte Piet. Glad vergeten dat ik mijn mouw had zwartgemaakt met schoensmeer. Ik weet nu ook waarom die vlek er in eerste instantie in zat.

Tegenwoordig ben ik de “hoornblazer van dienst”, een term die strikt genomen onjuist is, want signalen worden al heel erg lang op (signaal)trompetten gespeeld. De ontmoetingen die ik in die hoedanigheid heb, zijn eigenlijk altijd willekeurig, en emotioneel heel heftig. Mensen zien je liever niet, want het betekent maar één ding: afscheid en verdriet.
Maar het is een taak die ik graag vervul.
Niet dat ik likkebaardend naast mijn telefoon zit te wachten tot ik weer eens een begrafenis of crematie mag opluisteren, zo is het niet. Maar iemand de laatste en zeer verdiende eer geven, is ook voor mij een eervolle taak.
Bijdragen aan een waardig afscheid. Nabestaanden en betrokkenen een afsluiting mogen geven, en wellicht zelfs een heel klein beetje troost, door die ogenschijnlijk “simpele” noten. Dat is een mooie taak, waar ik geheel toevallig ben ingerold, en waarvan ik hoop dat ik hem nog lang mag vervullen.


zondag 17 januari 2016

Einde van een tijdperkje.

Het was maart 2012. Ik zat midden in de "grande finale" die de kanker voor mijn moeder in petto had. En naast de taken die dat met zich meebracht, moest ik gewoon zoals ieder mens werken om de kachel te laten roken.
Vriendje Mattie vond al een poosje dat ik mee moest naar Frankrijk, met DSWO. Een projectorkest. Gewoon voor de lol. Eventjes wat ontspannen.
Heel even spande het erom of ik meekon, want kanker houdt helaas geen rekening met andere plannen, maar moeders stierf keurig netjes op tijd, en ik kon tussen het afwikkelen van de "nalatenschap" door mee naar Frankrijk.
De "opbrengst" van een klein toerneetje: een vriendin-die-vrouw-werd. Een caravan. Een kind. Wonen in Rotterdam.
De  "opbrengst" van een klein toerneetje: een boel leuke contacten, nieuwe vrienden voor het leven.

Fast Forward naar 2016.

Ik heb gisteren mijn laatste concert voor dit orkest gespeeld.
De rek was er een beetje uit.
Los van het feit dat ik nu een brave burger met gezin ben (en dus met dat gezin ook wel eens op vakantie wil) wilde ik eigenlijk op vakantie niet iets doen dat ik door het jaar heen (in de regel betaald) ook al doe.
Voorafgaand aan dit concert werd de vraag gesteld of er iemand zo gek wilde zijn om een oude Amerikaanse slee naar het concert te brengen. Verdere info ontbrak, maar gezien mijn voorliefde voor rijden, oude auto's, grote auto's en gekkigheid, zal het de lezer niet verbazen dat de gek "ikke!" riep.
Dus zaterdag in alle vroegte op (dat lag meer aan Jente dan aan het tijdstip waarop ik werkelijk de auto moest halen) en naar Zeeland. Dat ligt bij Uden, en dat ligt weer min of meer bij Oss, en dat ligt weer op steenworp afstand van Heesch, alwaar mensen het leuk vinden om dooie varkens op te hangen om aan te geven dat ze het ergens niet mee eens zijn. Hoe dan ook: ik verkeerde in de veronderstelling dat ik een knalroze Chevrolet pick-up op zou halen. Die afgang bleef me bespaard. Het bleek om een reclame-auto te gaan voor een stichting die zich inzet voor geld voor onderzoek naar vrouwen-kanker. Levensgrote tekst op die auto: STRIJD MEE TEGEN VROUWENKANKER.
En dan een wat massieve kerel achter het stuur... Tijdens het rijden (het was koud, en op plekken verraderlijk glad) bedacht ik me dat het best lullig zou zijn als ik met die strijdkreet van de weg zou glibberen en die auto finaal in de prak zou rijden. Dan krijg je wel heel rare foto's in de krant.

Het was hoe dan ook wel een belevenis. Ik kreeg bij de garage een beknopte uitleg over de auto, en loos kon ik gaan. Helaas ging de uitleg niet zover dat ze me vertelden waar de ruitensproeier zit (erg lastig, als er pekel gestrooid wordt). Maar dat was maar een detail. Automaat rijden is heerlijk, en het deinen van de auto was niet zozeer het gevolg van comfortabele franse vering, maar gewoon omdat het een oude amerikaan is.
Geweldig hoezeer die auto het geluid van een ronkende V8 weet te produceren. Je denkt dat er een tank door de straat komt, maar het blijkt om een uit de kluiten gewassen SUV te gaan. Die dan weliswaar zeer machtig klinkt, maar als het op presteren aankomt.... Het machtige geluid ten spijt, echt gang maken, ho maar. Wel leuk om dat dan even in een tunnel te doen. Even het gas open. De brullende V8 laat de lucht zover vibreren dat je het in je botten voelt, en het er gewoon heerlijk warm van krijgt.
En dat was geen overbodige luxe, want de verwarming deed het gewoon niet. Lucht pompen wél, maar geen warme lucht. Toch jammer, want ik had er niet aan gedacht om een muts, sjaal en handschoenen mee te nemen. Om maar te zwijgen van de ijzig koude toeters die achter uit de bak kwamen.
Spiegels verstellen? Waarom zou je in je spiegels willen kijken? Die auto is zo intimiderend groot, dat als je richting aangeeft, alles en iedereen in grote paniek aan de kant gaat.
Stuurbekrachtiging, zó soepel dat je moet oppassen dat je niet gaat glijden over de (overigens heerlijk zittende, maar uit 1 stuk bestaande, lederen) bank.
Tanken kon niet in Barneveld. Want in dorpen is het vaak verboden om gas te leveren, in verband met ontploffingsgevaar. Dus uiteindelijk ergens langs de snelweg niet minder dan 60 liter gas erin gegooid. Hoewel... Ik heb dus nog nooit van mijn leven gas getankt, en op het moment dat ik stil kwam te staan bij de pomp, brak het zweet me uit. De eigenaar had wel gezegd waar ik de tankdop kon vinden, maar ik was het glad vergeten. Daar sta je dan. Met te weinig gas, en geen flauw benul waar ik moest wezen om hem af te vullen. Tot ik een snuiter met een wel heel erg verfrommeld kenteken zag langsrijden. KABAMMM!!!! De kennis sloeg ineens weer in als een bom. Het kenteken achter was een klepje, en daarachter zat de vulnippel. Overigens voor een first-timer nog onhandig, want ik moest die klep dus omlaag houden, en vervolgens met 1 hand proberen die slang aan te sluiten. En maar pielen met die hendel die eraan zit. Naar voren paste niet, naar achter wilde niet, ondanks mijn verwoede pogingen. En op zich werd het ook niet warmer, zo buiten in de kou. Uiteindelijk ben ik er in geslaagd om de auto af te tanken, zonder te vergeten die slang weer los te koppelen.
Overigens kreeg ik van meerdere mensen te horen dat er achter staan als ik opstart in elk geval voor de fijnbesnaarde ruiker niet echt genoeglijk was. Zo'n oude auto schijnt best behoorlijk te meuren.
Gelukkig was de auto niet echt snel te noemen, want ik vergat heel de tijd dat de snelheidsmeter in mijlen was aangegeven. 100 mijl had ik niet durven rijden met het ding, want dan zou ik waarschijnlijk de uitlaat naar achterliggers geschoten hebben, maar 50 mijl is ongeveer 80 kilometer per uur, en dat vond ik snel zat.
Uiteindelijk kwam ik om 0100 na het concert thuis, en hoop nu dat het inrij-verbod voor klassieke auto's nog niet voor mijn wijk geldt, anders krijgt de eigenaar een bijzondere prent van de gemeente Rotterdam.
Vanmorgen moest die auto terug, en zouden we doorgaan bij vriendjes op kraamvisite. Helaas: Jente niet lekker, ik niet lekker en Ilse ook niet op haar allerbest.

Maar ik heb met volle teugen genoten van het rijden in die slee, en onderweg ook best wel wat duimpjes gekregen. (En bij een tankstation een wat geirriteerde sukkel in een suzuki alto die er niet snel genoeg langs kon, maar ja...).

In de tussenliggende 4 jaar, heb ik met het orkest op bijzondere en prachtige locaties mogen spelen. Niet altijd even geschikte locaties (ik kan me een "theater" herinneren dat zó laag was, dat de spots op 4 centimeter van mijn hoofd stond, en het geluid een soort van killer-beam werd, en een zaaltje waar het orkest niet met goed fatsoen in kon, maar dat toch deed, waardoor de off-stage partij een soort van prijsschieten op het publiek werd) maar toch, hele toffe concerten.
Mijn standaard ochtend-zin tegen verfomfaaide dames:"Joh, ga je gezicht strijken". Net als ze uit hun tent gekropen kwamen. En de eieren met spek en brie voor het ontbijt (zo rond kwart voor 1 in de middag).
Of een Michiel die ondanks het feit dat hij allergisch is voor schaaldieren, manhaftig mee-at van de paella en toen vervolgens tijdens het concert de bugel van Geerhard volblafte met braaksel, om pas daarna het podium af te stormen naar het toilet. Ons achterlatend met een zure meur, en een bugel vol brokjes.

Het is mooi geweest, en tot mijn genoegen kan ik zeggen: er zat zoveel kwaliteit in het orkest dat ik heel regelmatig de meesten nog wel zal zien om te snabbelen of om gezellig mee te doen.

Op naar de zomer 2016. Eens kijken wat dat brengt.





zondag 10 januari 2016

Marnix' keukengepruts deeltje zoveel...

Het is de laatste tijd een wat ongenoeglijke bedoening in keuken Coster.
Met een magnetron die maar nauwelijks zijn werk doet en een oven die letterlijk een uur nodig heeft om tot 100 graden voor te verwarmen, moet ik de timing voor diverse producten nog meer in acht nemen, of zelfs totaal omgooien.
Voor Ilse is dat niet echt een probleem, maar met mijn toch wat autistische inborst is daar maar lastig op te anticiperen.
Voorbeeld: een bordje havermout opwarmen in de magnetron is niet zo simpel als het lijkt. Soms heb je 2,5 minuut nodig en is het nog half lauw, soms heb je met 2,5 minuut een totaal uitgeharde schaal behanglijm met klonten in je hand.
Ander voorbeeld: 2 flinke rode ponen onder de grill die volgens het recept 7 minuten moesten grillen, waren na een half uur nog niet gaar. En kastanjes die 17 minuten op 230 graden moesten, waren zo godsgruwelijk heet dat ondergetekende er (overheerlijke) blaren aan overhield in zijn mond.
Hoewel dat laatste misschien meer met gulzigheid dan met falende keukenapparatuur te maken heeft.

En omdat het dus ontzettend lastig is om het voorverwarmen een beetje te timen (soms is dat na een half uur nog niet klaar, soms heeft het ding er anderhalf uur voor nodig), leidt dat tot aan pulp gekookte aardappelen, of tot vissticks die geschikt zijn als brikketten in de BBQ, of als aanmaakhoutje in de openhaard (als we die zouden hebben).
En omdat ik mijn teleurstelling dan niet goed kan beteugelen, wil ik nog wel eens wat uitbundig zijn in mijn uitingen ervan. Zozeer dat mijn betere helft wel eens tegen me zegt dat ze het me nooit zal vergeven als Jentes eerste woordje een van mijn verwensingen is. En daar heeft ze op zich wel een punt.

Ik ben op het punt gekomen, dat ik eigenlijk het gebruik van de oven niet meer echt aandurf, tijdens het koken. Ik denk dat een random gebakken cake op zich nog wel lukt, met veel geduld en als ik het niet erg vind dat de cake die ik er vanmorgen om 10:00 uur ingooide, pas morgen om 11:00 uur klaar is. Maar om die oven te gaan gebruiken voor iets dat ongeveer op hetzelfde tijdstip klaar is als de piepers... Nee, dat durf ik niet meer.
Aardappels in de magnetron. Volg ik de aanwijzingen op de verpakking, dan staat er of een ander wattage op aangegeven dan mijn magnetron kan (en dat overkomt me steeds vaker) of het goeie wattage, maar het effect ervan is dat die piepers totaal uitgedroogd, maar kneiterhard van binnen zijn.

Ergo: onze keukenapparatuur is langzaamaan aan het overlijden, en mijn culinair ingestelde ik, kan daar maar moeilijk mee overweg.

Wat ik dan wel weer met veel genoegen doe: Jente's prakjes maken. Dan heb ik tegelijkertijd 4 pannen op het vuur. 1 om de kip te koken, 1 voor een gekookte vis, 1 voor rijst en aardappels en 1 grote voor diverse soorten groente.
Hier maakt het niet echt uit als de groente of aardappels een beetje te doorgekookt zijn. Het moet toch gepureerd worden. Ik probeer het wel te voorkomen, want doorgekookt, betekent ook dat de smaak wat lafjes wordt, maar als het eens wat zachter is dan normaal, krijg ik geen woedeaanval. 
Op het aanrecht staan 12 tot 15 potjes klaar om gevuld te worden met zelfbereide avondmaaltjes. Aardappels met broccoli en kip. Boontjes met rijst en vis. Aardappels met bloemkool en kip, Rijst met bietjes en vis. Dat soort zaken.
Het is culinair misschien niet het meest hoogstaande, maar Jente leert wel echte smaken kennen. Broccoli, boontjes, bietjes, bloemkool. Vis, kip en binnenkort ga ik rund en varken toevoegen.
En misschien ook maar eens beginnen met het bakken van die dingen, in plaats van koken. Ik kookte alles, want dan is het nog niet zo vet, maar ik denk dat ze langzamerhand ook wel een beetje de smaak mag hebben van een gebakken kipje, of koe.
En als ik dan een uurtje heb staan koken, hakken en min of meer prakken, staat er een flinke stapel potten klaar om in de vriezer te belanden.
Zwetend sta ik genietend me verheugen op het gesmikkel van Jente.
Die overigens ontdekt heeft dat kliederen met eten ook heel leuk is. De gekke papa in mij vindt dat wel komisch, en heeft dat zelf als kind vast ook gedaan. Vooral omdat Jente haar prakje naar buiten duwt, om het vervolgens met haar vingertjes weer naar binnen te porren.
De papa die dat dus met bloed (scherpe messen), zweet (een uurtje of wat achter een gasstel staan is heet) en tranen (uit liefde) heeft klaargemaakt, is er wat minder van gediend. Die vindt dat namelijk zonde van de moeite en zonde van dat kostelijke voer. Dus daar zit ik dan. Mijn spruit te voeren, die er opgewekt mee kliedert. Grinnikend streng doen. Dat is toch best lastig, en ik geloof niet dat het echt overkomt, zeg maar.

Mijn allerliefste wens voor mijn verjaardag: een goedwerkende combi-magnetron. Zodat ik dus een goede magnetron heb, en een goede oven, die niet 2 dagen van te voren al aangezet hoeft te worden.
En dat dan gecombineerd met een mooie gaskookplaat (we moeten aan de ruimte in ons kleine appartementje denken).

En laat ik nu over een kleine 2 maanden al jarig zijn. En omdat er mensen zijn die liever kleine geschenkjes geven: een dashcam mag ook. En modelautootjes van het illustere merk Citroen, mag ook. 

Muzikaal gezien staan er leuke dingen op stapel. We mogen weer naar Bremen met de kapel. En dat is tof, want de taptoe in Bremen (Musikschau der Nationen) is altijd erg goed georganiseerd, en aangezien het Duitse leger zijn eigen kookschool schijnt te hebben, is het eten er uitmuntend. Ik ga met een gezellige club op concours, en omdat ik dat schijn te kunnen, is mij de piccolo-partij (komt zelden voor in een fanfare orkest) toebedeeld.
En ik mag met een hele toffe band een albumopname doen. Epica (schijnt heel bekend te zijn). Zoek maar op. Best toffe muziek, best een toffe band.

Ik hoop stiekem dat 2016 culinair gezien in elk geval niet zo doorgaat als dat het begon, want dan zou ik een wel heel erg zwartgeblakerde ziel (figuurlijk en waarschijnlijk ook letterlijk) krijgen.




Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...