maandag 25 december 2017

Kerst-misjes deeltje twee. Tot volgend jaar!

Het is bijna 1300 uur, ik ben net thuis van mijn allerlaatste optreden voor 2017.
Gisteren moest ik op Schiphol in het luchthavenpastoraat spelen, vanmorgen gewoon in een kerk in Rotterdam (of all places. Verhuizen is gek: pas als je ergens vandaan verhuist, krijg je er leuke klussen die blijven.)
Die kerstmis op Schiphol is wat bijzonders. Dit komt omdat ik de sfeer van Schiphol, achter de douane, iets bijzonders vind. Er heerst een bepaald soort dynamiek die ik wel kan waarderen. Vandaar ook dat ik mezelf gelukkig prijs dat ik er vanaf volgend jaar mag werken.

De allereerste keer dat we er gingen spelen, begon en ging niet zonder horten of stoten.
De collega met wie ik in eerste instantie zou gaan, stortte ter aarde, tand door zijn lip, en spelen was onmogelijk. Gelukkig was daar collega Paul met wie ik kon gaan.
Het was ook voor het luchthaven pastoraat een nieuw iets, een probeersel. Dus van alle kanten even zien hoe het gaat, om voor later aanpassingen te doen.
We hadden een bepaalde tijd afgesproken waarop wij van de plaza werden opgepikt door meneer de dominee, die ons van de plaza naar achter de douane zou begeleiden. Dit moet. Je komt als gewoon mens, die weinig te zoeken heeft achter de grens, omdat hij niet op reis gaat, niet zomaar achter die grens.
Omdat het tijdstip van de mis naar het idee van onze magen, niet geheel handig was, vroegen we of we misschien eerst even wat konden eten.
Uiteraard kon dat.
Dus Paul en ik keken rond, zagen de Burger King, keken elkaar eens aan, en stoven -achtervolgd door de dominee- naar de balie.
We bestelden een dubbele whopper met kaas en bacon, een grote portie kipnuggets, een grote portie patat en een grote beker cola om het geheel mee weg te spoelen, en gingen zitten.
Gelukkig was onze bestelling er vrij rap.
De dominee bekeek met enige verbijstering de hoeveelheid vette hap, die we van plan waren naar binnen te werken, en bleef wat bedremmeld naast onze tafel staan.
Om vervolgens toe te zien hoe wij in hoog tempo ons eten van ons blad naar onze mond hesen.
Ik weet wat de man op dat moment, in al zijn verbazing moet hebben gedacht:" dat doen we volgend jaar anders".
Gezien de hoeveelheid voedsel, neem ik aan dat de goede man enigszins bang was dat we alsnog te laat zouden komen.
Maar hij onderschatte ons laadvermogen. Wij kunnen in behoorlijk tempo onverdroten schuiven van bord naar mond. Dus we waren op tijd.
En de dominee was bijzonder in zijn nopjes met ons spel. Zozeer dat we een fles wijn van hem kregen als dank.
Het jaar erop werden we aan een heel andere kant van Schiphol verwacht, ver uit het zicht van de Burger King, en werden we getrakteerd op een maaltijd in de personeelskantine. Gezonder. Dat wel.

Inmiddels is er een nieuwe dominee, die ons wél een gratis parkeerplaats aan kan bieden, maar nog geen inzicht heeft in de maag van ondergetekende. Met rammelende buik zo'n mis spelen, gaat prima (dit jaar helaas niet met Paul, maar met Rianne die ook goed speelt, improviseert en gezellig is) maar is niet echt optimaal.
Dat doen we volgend jaar anders.... Toch maar weer een Burger King.

En dan kom je dus toch wat laat thuis (zomaar terug langs de douane kan ook niet) en moet je in alle vroegte op om een misje te spelen in Rotterdam.
Gelukkig waren de snelwegen leeg, en kon ik dus in een behoorlijk tempo doorrijden.
De dominee aldaar is een heel erg leuke en joviale kerel, die niet snel onder de indruk is van dingen die niet helemaal lopen zoals het zou moeten.
Het mannetje dat de kaarsjes zou aansteken, was bijvoorbeeld gewoon niet aanwezig. Moest uit de gang getrokken worden.
Het schijnt een gewoonte te zijn dat de kinderen tijdens zo'n dienst een klein momentje apart hebben. Misschien omdat de uitleg te lang en te moeilijk is, en om tijd te sparen, nemen ze de kinderen apart.
Dat is leuk, maar op het moment dat de uitleg toch niet zo lang blijkt, en veel minder moeilijk dan gedacht, moet er dus wel gewacht worden op die kinders, om samen de dienst uit te zingen (letterlijk en figuurlijk).
Waarop de dominee, die dit in zijn geheel niet verwachtte, zei:" Maakt u zich geen zorgen, ik verwacht de kinderen wel weer terug, hoor!.... Ooit....".
Het was een mooie dienst, en na afloop wist ik niet hoe snel ik terug naar huis moest rijden.
Om dus nu met een kop koffie in mijn handen deze blog te tikken.
Want vrouwlief ging met Jente naar een dierentuin (die open is op eerste kerstdag?).

Trompet met koffer en al in een hoek geflikkerd, is het nu tijd voor een klein weekje rust.

Voor degenen die deze blog pas na kerst lezen: oke.
Voor degenen die tussen het middags en avonds vreetfestijn nog de tijd hebben om tijdens het uitbuiken deze blog te lezen: fijne kerst gewenst.
En voor allen: een ongelooflijk goed nieuwjaar gewenst. Mag er maar veel leuks/fijns/liefdevols/whatever-aan-positiefs op je levenspad komen.

Dank voor het lezen van mijn soms kruidige epistels vol van emotie, onzin en andere gekkigheid.
Dank voor uw tijd.
Dank voor het feit dat u me na het lezen niet meteen een mantel uitveegt.

Tot volgend jaar!

zondag 17 december 2017

Kerstconcertjes

Sommige dingen zijn van terugkerende aard.
Elk jaar zo rond kerst is het beestachtig druk. Om de een of andere reden vinden veel muzikale gezelschappen het nodig om dan hun jaarlijkse kerstconcert te geven.
Dat begon 9 december, en eindigt voor mij op eerste kerstdag.
Ilse wil nog wel eens mopperen op mijn vermaledijde afwezigheid, Jente ziet me met lede ogen vertrekken, de vissen en garnalen kijken mij wat treurig na, vanuit hun bak (die ik een dagje te laat schoonmaak, vanwege de drukte) en Claus mept Colette achter mij aan het huis uit.

Voorgaande jaren speelde ik in Den Haag een kerstconcert in de Badkapel.
Dit jaar mocht ik weer. 
De sfeer van de Badkapel is niet echt goed tot uitdrukking te brengen. Het is een behoorlijk fors kasteel, maar men is er in geslaagd om aan de binnenzijde toch een heel erg intieme sfeer te creëren.
Geen felle lampen, maar juist wat warmere lampen. En als je er binnenkomt, word je er altijd vriendelijk ontvangen, hoe lomp je je auto ook neerzet (bij gebrek aan ruimte tot manoeuvreren). Er werd speciaal voor trompet 2 en 3 koffie gezet (2 kopjes extra, want de dirigent kreeg ook) nadat ik op mijn aller- allercharmantst had gesmeekt om koffie. We hadden tenslotte een uur file gehapt om op tijd aanwezig te zijn. (En het grootste deel van mijn lezers zal inmiddels wel weten dat mijn aller- allercharmantste charme op zijn minst een karikatuur van mezelf is).
Dan moet je een smal trappetje op, via een smal gangetje om je instrumentkoffer en zut boven bij het orgel neer te zetten. Ook heel intiem, bijna schemerig verlicht.
En in de zaal is het (ondanks de forse ruimte) altijd weer een beetje proppen.
Dit jaar zaten we om een mij onbekende reden qua podium een beetje "binnenstebuiten".  De trompetten zaten verlaagd, terwijl de rest van het orkest verhoogd zat.
Dat leverde op dat de dirigent eigenlijk niet echt zichtbaar was, en dat ik bekant bij Loes op schoot moest leunen om de inzet te kunnen zien, die de dirigent gaf.
Maar o wee als de violist voor me een onwillekeurige beweging maakte. Dan was het over met het contact tussen dirigent en mij.
Geeft niet. Kwam allemaal goed. En het kwam goed. De dirigent was lekker duidelijk (voor zover zichtbaar) niet bang voor koper, en liet de boel lekker muziekmaken. Heerlijk. De sectie dit jaar was anders dan alle voorgaande jaren. Maar wel met mensen met wie het bijzonder fijn samenspelen is. En voor het eerst in alle jaren kerstconcerten in de Badkapel, kon ik eindelijk eens carpoolen. Vanuit Ede, Tiel en Rotterdam, is het me nooit gelukt om eens samen te reizen, maar nu vanuit Almere wel. Dat is al heel gezellig.
Na afloop van het concert was er gezelligheid in de vorm van heerlijke grillworst, luxe deegknabbels, exquise kazen en wijn. En natuurlijk even napraten met de sectie, en de mensen.
Een heel aparte sfeer waar ik van kan genieten. Dit is hoe ik me een kerstconcert voorstel.

Heel anders, maar niet minder was het kerstconcert van het afgelopen weekend. In Schagen.
Nooit heb ik me voor kunnen stellen dat ik ooit een Weihnachtsoratorium zou spelen in een sporthal. In een concertzaal: check!
In een kerk: check!
In een gymzaaltje, voor repetitie: check.
In een theaterzaaltje van een dorpshuis: check.
Maar in een enorme sporthal was me nog nooit overkomen.
En vanwege de omvang én ook een beetje de bouw van deze sporthal, kreeg ik een soort van flashback naar de concerten met DSWO in de zomer in Noord Frankrijk. Daar speelden we ook in bezopen grote sporthallen. Ook van die uit hout en plaat opgetrokken halfronde dozen.
En een bijna identieke sfeer. Het grote verschil was dat het hier niet om populaire hap-slik muziek ging, maar om een zeer serieuze Bach.
En de uitvoering was groots.
Ook al weer zo'n fijne dirigent, en de sectie (hoewel ik nog nooit in deze samenstelling heb gespeeld) was te gek. Zelden zo'n mooie aria uit het weihnachts naast me gehoord.
Tweede kerstconcert van dit weekend dus ook al geslaagd.
Fijn om met zulke muzikanten te mogen samenspelen.

Naar Schagen toe kon ik niet carpoolen, en was ik dus solo op weg. De heenreis naar de repetitie was echt helemaal te gek. Dwars door het ingepolderde Noord-Hollandse landschap, met die hele karakteristieke huisjes, over karakteristieke dijkjes. Waterig zonnetje. Prachtig. Genoten van elke kilometer.
De reis naar het concert toe, begon wat met horten en stoten. Het had keihard gevroren, en om te beginnen kreeg ik mijn auto niet open. En dat moest, want mijn ruitenkrabber lag in mijn auto. En de ontdooier-spray ook.
Mijn eerste ingeving: om een beetje tegen de deuren te drukken, zodat het ijs langs de rubbers kraakt, werkte niet. Een pannetje lauw water (nooit heet!!!! Loop je de kans dat je ruiten scheuren!!!!) loste de zaak op.
Goed, toen dat gelukt was, kon ik gaan krabben. Hoewel...
Ik heb blijkbaar vaak pech met krabbers. Dan doen alleen de zijkanten van die krabbers het, en het middendeel niet. Is dat herkenbaar?
En daarnaast: het leek er op sommige plekken op dat ik beter hamer en beitel kon pakken, want dikke druppels aangevroren ellende, die lieten zich niet zomaar van het raam krabben.
Goed, het leek erop dat ik mijn auto vrij had gemaakt, en dus draaide ik de snelweg op.
Pieperdepiepieieieieieieiep. Alarm. Ik ben niet heel snel zenuwachtig als mijn auto een alarmsignaaltje laat afgaan. Maar bleek dus dat ik in mijn pogingen om de auto te openen, ook de achterklep had geprobeerd.
Die dus, bij het warmer worden van de auto wél openging. Op de oprit naar de snelweg. Onhandig.
En vlak daarna begon ze te piepen over een klein olie-gebrek.
En over een gebrek aan ruitenvloeistof.
Waarom toch altijd als het glad is, als het koud is en als je eigenlijk gewoon in alle rust naar een concert wil?
Maar goed, ze is niks te kort gekomen. Ik heb er een half litertje in gegooid, anti-vries ruitenvloeistof, dus ze kan er weer even tegen.

Het was een weekend met mooie concerten. Memorabel. Zo hoop ik ze vaker mee te maken.





donderdag 14 december 2017

Nieuwigheid.

Tijdens mijn studie aan het conservatorium, gaf ik al incidenteel les bij wat clubs. En na mijn studie werd het toch een substantieel deel van mijn werk en inkomsten.
Wat prive leerlingen, muziekverenigingen en muziekscholen.
Sommigen bleven lang, anderen een seizoen, soms 2.

Inmiddels geef ik ruim 10 jaar lang les. En heb ik zeker 80 leerlingen door mijn handen laten gaan. De ene meer succesvol dan de andere. Sommige leerlingen had ik een klik mee, anderen waren wat lastiger om mee om te gaan.
Maar na verloop van tijd begon ik steeds meer te twijfelen. Ik ben in de 30, en ik kan me werkelijk niet voorstellen dat ik over 30 jaar nog steeds lesgeef. Begon er ook tegen op te zien.
Weer een dag. Leerlingen die afbellen. Leerlingen die niet oefenen, leerlingen die het niet kunnen, nooit zullen kunnen. Leerlingen die eigenlijk niet willen.
Is dat dan alles?
Nee, als ik eerlijk kijk zijn er ook leerlingen die het wel kunnen. Leerlingen die komen, zelfs als ze hun handen breken. Leerlingen die naar de tandarts geweest zijn, en met een bloedende waffel aan hun les beginnen. Leerlingen met wie het zo goed klikt, dat je je halve les aan het lachen bent, meer dan dat je speelt. Leerlingen die wel oefenen en je het naadje van de kous vragen.
Maar gaandeweg werd het steeds lastiger voor mij om die positieve dingen ook echt te koesteren. Ik begon te merken dat ik een soort van lesboer werd, en dat elke les een herhaling werd. Soms leerling op leerling, soms week op week.
En toen begon ik me te realiseren dat ik hoogstwaarschijnlijk niet echt een heel erg goede docent ben.
Tuurlijk, ik heb echt wel een paar goede leerlingen afgeleverd. Dat is het niet. Maar een goede docent stelt zijn leerlingen centraal, terwijl ik weg dreigde te glijden in een soort van vervlakking.
Een goede docent weet zijn leerlingen te motiveren. Ik kreeg het lastig met mezelf te motiveren om maar weer een lesje af te draaien.
Tijd om te stoppen dus.
Er zijn talloze trompettisten die ongelooflijk goed les kunnen geven. En dat ook geweldig leuk vinden. Waarom zou ik een arbeidsplaats bezet houden, terwijl ik mezelf geen goede docent vind, terwijl er anderen zijn die vele malen beter geschikt zijn?

Toen herinnerde ik me dat ik ooit, in een grijs verleden mijn busrijbewijs heb gehaald. En ik zag een vacature die perfect bij me paste. Minimaal 24 uur in de week. Op een plek die ik altijd al fascinerend heb gevonden: Schiphol, achter de douane, op het platform.
Razend snel begon ik 1+1 te doen, ik solliciteerde, werd aangenomen, kwam door de veiligheidstest (voor eenieder van mijn lezers: ja, heus: ik ben geen gevaar voor de veiligheid, en ik mag dus psychologisch/medisch/etc in staat worden geacht u veilig van de gate naar het vliegtuig te rijden) en ik kan dus op voor mijn code 95 (diploma verlengen).

Toen kwam dus het moment van ontslag nemen. Na 10 jaar lesgeven, is dat toch een wat aparte gewaarwording.
Verrassing, misschien wel wat teleurstelling. Het is ook een redelijk ongebruikelijk moment om te stoppen, zo met de kerst.
En voor mezelf ook. Nooit meer lesgeven. Aan de ene kant een opluchting. Ook omdat ik weet dat ik nu niet meer het risico loop om mensen slechter te gaan opleiden dan waar ze recht op hebben. Opluchting dat ik niet hoef te doen, waar ik zo tegenop zie.
Aan de andere kant ook wel raar. Nooit meer naar Sliedrecht. Nooit meer naar Aalst. Hoe gaan "mijn kids" het doen. Zullen ze veel hebben gehad aan mijn lessen? Zullen ze zich mij herinneren als een vakbekwame docent? Als een prettige docent? Gaan ze verder?

Ik begin pas op Schiphol in 2018. Dus eerst eventjes rust en pas op de plaats (na kerst, want voor kerst is het te druk).
En mezelf even hergroeperen. Een nieuw ritme zien te vinden. Want op Schiphol is het natuurlijk in 24-uurs diensten. En ik wil ook heel graag weer de trompet als instrument oppakken. Los van het snabbelen dat ik doe, wil ik zelf weer eens een poging wagen om meters op het ding te maken. Even zien of ik los van de routine ook weer in staat ben om weer van die maffe filmpjes op te nemen. Bizarre dingen doen.
Tussen het busrijden en de kapel door.

Al met al: voor mezelf een taaie, doch goede keuze gemaakt, die niet zonder slag of stoot is gegaan.





maandag 11 december 2017

Een fijn weekend.

Toen we (het was hoog zomer) het huis van mijn moeder leeg lieten halen, was ik me niet bewust van kinderen, kinderwensen of de waarde van sommige spullen.
We wilden alles zo snel mogelijk achter de rug hebben, belden een ontruimingsbedrijf en lieten het huis helemaal bezemschoon opleveren.
Stom natuurlijk, want achteraf hadden we veel zooi kunnen verkopen, maar soit.
Stom natuurlijk, want ik had helemaal niet gekeken naar of er nog dingen zouden zijn waavan ik spijt zou krijgen dat ze onherroepelijk zouden verdwijnen.

Inmiddels is Jente bijna 3 en ben ik er in de afgelopen jaren achter gekomen, dat ik toch beter had moeten opletten.
Een heleboel bladmuziek is inmiddels tot kranten gerecycled.
Ettelijke kilo's boeken zijn inmiddels tot toiletpapier verwerkt, en vergaan in de diverse wereldzeeën.
Ik had er wel een paar uitgezocht die ik per definitie mee wilde, maar bij het overgrote deel dacht ik niet na.
Stom dus, want in de loop van de afgelopen 5+ jaar, heb ik regelmatig zitten denken aan boeken die ik niet had weg moeten gooien, omdat het simpelweg mooie (jeugd)boeken waren.
De boeken waar het om gaat, zijn nog lang niet voor Jente geschikt. Ik bedoel, we vinden allemaal dat Jente zo lekker intelligent is, en zo lekker slim en bijdehand, maar lezen, dat kan ze nog echt niet. Het waren wel boeken die ik als tiener bijna letterlijk heb stukgelezen.

Ik heb de afgelopen tijd zo goed als ik kon een lijst gemaakt met boeken die ik heb weggegooid, en die ik dus weer in mijn verzameling wil hebben.
En met dank aan een Sinterklaas in Heerlen, en een ergens in Den Haag (lang leve het kerstpakketgeschenkbonkado) heb ik er inmiddels 4 weer van boven water gehaald. Dat is ongeveer 10% van wat het zou moeten zijn, maar we zijn op de goede weg.
En dan beloof ik mezelf om nooit meer boeken of andere zooi weg te gooien.

Ik moest zaterdag het eerste kerstconcert van het seizoen spelen (en er komen er nogal wat). Dat moest in Veenendaal, en de heenreis was even opnieuw wennen aan het sneeuwrijden. Hoewel er eigenlijk vrij weinig aan de hand was.
Het was een voor mij bijzonder concert. Meestal speel ik kerstconcerten waarbij een heel orkest betrokken is, maar dit jaar bestond het orkest uit een orgel, trompet en een piano.
Dit concert werd door twee koren afwisselend gezongen.
Tot zover niks vreemds. Hoewel...
Ik verbaasde me over de welhaast militaire gang van zaken. Als het ene koor zijn blokje had gezongen, trad de dirigent terug, ik ging op mijn plekje zitten en kwam er een van de leden naar voren, die middels handgebaren het koor een teken gaf dat ze af moesten gaan.
Dan gingen ze, in ganzenpas naar de hun aangewezen plek, en bleven staan, tot het lid (weer middels handgebaren) aangaf dat ze mochten gaan zitten.
Meteen kwam er van het andere koor een lid op, die op diezelfde plek ging staan, en middels handgebaren aangaf dat het koor mocht gaan staan, en wederom met handgebaren, dat ze naar het podium mochten gaan (wederom in ganzenpas).
Kwam heel gedisciplineerd over. Bijna alsof het om een militaire taptoe ging.

Waar ik echter niet op verdacht was: het totale gebrek aan applaus. Dat koor had ongelooflijk zijn best gedaan, echt mooi gezongen vaak, en dan was de reactie van het publiek... Helemaal niks. Doodse stilte. Ik heb dit vaker meegemaakt, en het lijkt me iets religieus. Maar wennen eraan, lukt me niet.
Ook nadat de pianist een solo had gespeeld (prachtig gedaan overigens. Wouter Harbers, volgens mij echt een talent, onthou de naam) wilde ik enthousiast gaan klappen, maar omdat de rest van de zaal bijna apathisch voor zich uit bleef staren, durfde ik dat toch niet helemaal aan.
Het heeft iets heel sinisters. Alsof de zaal almaar zit te wachten tot het gaat beginnen, en dan collectief heeft gemist dat het al begonnen was.

Hoe dan ook de terugweg ging redelijk soepel, en dat was maar goed ook, want ik lag er lekker bijtijds in.
Want zondag zou ik visite krijgen van 2 vriendjes uit mijn Citroën club.
Als je eenmaal bevlogen bent van een auto, wil je ook dat je auto er zo mooi mogelijk bijstaat, leuke nieuwe snufjes toegevoegd krijgt, en wat er voor een liefhebber allemaal langskomt.
En die afspraak hadden we al even geleden gemaakt, niet wetende dat een rit voor hun, die normaal een uur zou duren, door heftige sneeuwval 2 x zo lang zou duren.
En het was een dubbele afspraak: enerzijds lekker gezellig kletsen en smikkelen, anderzijds dus een paar dingetjes op mijn auto monteren.
Ja. Dat werkt natuurlijk niet zo lekker, als het sneeuwt. En hoe rijk ik mezelf ook voel, een eigen garage met brug en andere gereedschappen, zit er eventjes niet in.
Gelukkig was schoonvader zo lief om de carport ter beschikking te stellen, en ons te voorzien van warme dranken en een lekker soepje. Zo konden we de lampen en stootstrips vervangen zonder dat we ter plekke zouden veranderen in menselijke sneeuwpoppen.
Oh ja, en eenmaal op leeftijd, kunnen auto's wat raar gedrag gaan vertonen. Zo was het bij mij regelmatig zo, dat alle alarmlichten aansprongen, alle meters op tilt sloegen, zonder dat daar een reden voor was. Tips die ik kreeg, waren allemaal hetzelfde: het schermpje van je boordcomputer is aan het overlijden.
En bij controle bleek dat ook zo te zijn. Een paar meppen erop, en de verlichting leek stapsgewijs dood te gaan, en gekkigheid uit te willen halen. Dus die ook maar gelijk vervangen. Kijken of dat inderdaad het probleem oplost.
Ik zeg wel dat "we" dat gedaan hebben, maar eigenlijk bestond mijn taak eruit om te zorgen dat er lekker eten was, dat er een ruimte was om even op te warmen, en ervoor zorgen dat ik niet in de weg liep. Want Richard heeft het allemaal voor me gedaan. Samen met zijn onvolprezen vriendin Annika.
Wat was het een gezellige dag. We hebben gekletst, gelachen, geprobeerd de wereldproblemen op te lossen. Lekker gesnacked, en ons verbaasd over de manier waarop sommige mensen omgaan met de sneeuw-ellende.
En mijn auto staat er echt supergaaf bij. Dat dagrijlicht zit op de plek van het oude knipperlicht, en brandt zodra de motor gestart wordt. Als je dan je knipperlichten nodig hebt, gaat het dagrijlicht uit, en doet de knipper wat hij moet doen. En als je dan klaar bent met knipperen, gaat het dagrijlicht weer aan. Echt een heel mooi effect. Jammer dat meneer Appel zijn Aaifoons niet uitrust met wat beter (video)cameraspul, anders dan zou ik een klein videootje maken.
Vanwege het feit dat ik de matte stootstrips door hoogglans vervangen heb, heb ik mede op advies van Annika besloten dat als er nog een spoiler komt, die ook in hoogglans zwart gaat zijn, omdat dan beter past bij de strips.
Het mooie aan dit soort rijdende hobby projecten is, dat je een relatief oude, maar goede auto op de weg houdt, in plaats van hem weg te doen. En dat je dus niet alleen iets moois voor jezelf creëert, maar ook bijdraagt aan duurzaamheid. Want wat is er nu precies duurzaam aan het wegdoen van iets, dat nog functioneert?

Hoe dan ook: ik hoop dat de sneeuw snel gaat wieberen. Ik heb er weinig mee, en zie alleen de nadelen ervan. En ik wil wel gewoon lekker kerstconcertjes spelen, zonder me zorgen te maken of mijn medeweggebruikers niet totaal angstige of overmoedige acties ondernemen die ervoor zorgen dat ik het niet overleef of dat mijn vers gepimpte auto het niet overleeft.








zondag 3 december 2017

Eerzame beroepen, en #metoo.

Ik weet uit ervaring hoe iemand tot een beroepskeuze komt. Zo snap ik in meer of (soms) mindere mate waarom iemand beroepsmuzikant wordt.
Van buschauffeur weet ik dat ook.
Beide trajecten heb ik naar volle tevredenheid doorlopen.

Ik snap ook dat iemand manager wordt. Een pracht van een beroep. Je verdient geld, terwijl in veel gevallen niemand echt goed snapt waar je mee bezig bent. In sommige andere gevallen uiteraard wel.
Filelezer of nieuwslezer op de radio worden, die snap ik ook. Ten slotte heeft Ilse daarvoor gekozen.

Allemaal mooie en eerzame beroepen.
Net als kledingverkoper of varkensboer.

De eerzaamheid van het beroep radio-dj heeft de laatste paar jaren echter wel een forse knauw gekregen.
Ik noem een Giel Beelen die zich life op de radio door een prostitué laat bedienen. (En daarna iets liep te stamelen over hoe leeg dat het voelt.... Ehhh was dat niet de bedoeling, wink-wink-nudge-nudge?)
Of laatst nog een DJ-koppel waarbij de ene Maat een mes in de rug van de ander zet.
En nu werd er een zangeres grondig te kakken gezet op de radio.
Verhaal is duidelijk: jong zangeresje wordt op radio 538 uitgenodigd om eens wat te komen zingen, en bij wijze van grap werd er een "streaker" geregeld die dan zou dansen en weer weg zou wezen.
Het zangeresje schrikt zich de apentyfus, barst terecht in tranen uit en de rest is geschiedenis.

Dit is, me dunkt, niet helemaal een goede manier om met artiesten/musici om te gaan.
We hebben #metoo nog vers in het geheugen zitten. Los van dat feit, ga zo door, en artiesten willen helemaal niet meer op 538 verschijnen. (En zonder artiesten geen radio. Want CD's en spotify aangevuld met youtube, zijn ook middelen om jezelf te promoten. Daar is geen radio 538 voor nodig).
Oh, en persoonlijk vind ik dit soort grappen van een niveau getuigen dat zó diep in een schimmelig moeras gezonken is, dat ik er zelfs op mijn slechtste dag nog niet aan kan tippen.

Maar goed. Voor die ontzettend jofele grap is er dus een "streaker" geregeld. En omdat ik dus bezig ben met mijn 2e beroepskeuze in uitvoering te brengen, én omdat ik over een nogal rijke fantasie beschik, slaat mijn brein op hol.
Hoe wordt men een "streaker".
Ik weet nog hoe ik muzikant werd. Je doet de opleiding (hoewel niet noodzakelijk, iedereen met een instrument mag er zijn geld mee verdienen, daarom heb ik als docent én uitvoerend muzikant ook vaak zoveel werk om andermans ellende op te knappen, het is ten slotte een vak) en je kunt met wat doorzettingsvermogen aan het werk.
Buschauffeur idem. (Ik hoop alleen niet direct collega te worden van ene meneer Teeven. Straks weet hij nog met allemaal onduidelijke uitspraken mijn bus onder mijn kont vandaan te 'dealen'....)
Daarvoor heb je kwaliteiten nodig. Je moet wat inzicht hebben in verkeer, in mensen en in maten. Welke kwaliteiten heeft een "streaker"?
Als muzikant kwam ik voor 50% uit een muzikaal gezin. Wat zou de achtergrond van een "streaker" zijn? Als ik nu zeg dat zijn ouders nudist zijn, ga ik gegarandeerd heibel krijgen.
Ik stel me een wat onzekere jongeman voor. Een redelijk zachtaardig tiepje. Vatbaar voor rare invloeden. Wist met de hakken over de sloot de HAVO af te ronden, maar kon maar niet aarden op het hoger onderwijs. Raakte bevriend met wat vage figuren, die enthousiast vertelden over hoe ze diverse bijeenkomsten verstoorden door naakt rond te hobbelen. En dat ze daarmee de meest leuke meiden wisten te versieren!
En toen was er geen weg meer terug. Hij werd ook "streaker". Omdat hij op zijn tijd wel een frikadelletje lustte, geen vegan. Dat ging hem een stap te ver.
Er is dus een "streaker" geregeld. Is er dan ook zoiets als een "streaker"-agentschap? Zo'n managementbureau dat op aanvraag "streakers" levert? Je betaalt 190 euro per uur, de "streaker" ontvangt 60 euro en het bureau de overige 130 voor overhead?
En maken die dan ook reclame? Of is dat meer iets voor het duisterdere deel van het wereldwijde web?

Uiteraard zijn de reacties niet voor de poes. Zoals ik al zei: het beroep van radio-dj, is niet meer zo eerzaam. Voor de eerzaamheid kun je beter schoenen gaan verkopen (heb ik afgelopen zaterdag een enorm goede ervaring mee gehad, ik vond het bijzonder aangenaam en eerzaam).
Maar er zijn ook wat reacties van nota bene vrouwen die lopen te roeptoeteren dat dit zangeresje niet zo moet janken.
Ha! Dus die hele #metoo-hype waarin schuldige mannen (terecht) aan de schandpaal genageld worden, en onschuldige mannen inmiddels niet meer naar een mooie vrouw durven te kijken uit angst dat ze de cel in ge-#meetoot worden, kan dus blijkbaar voor sommige vrouwen de prullenbak in? Jottem!

Helaas.
Het zangeresje in kwestie gaat samen met de 538 dj, met een verklaring komen. Heel netjes en diplomatiek wordt deze sneue, van weinig klasse getuigende stunt dus met een laagje poedersuiker bedekt.  Waarmee dus ook vanuit die kant het hele #metoo verhaal gewoon wordt weggeschoffeld. Juist vanuit een branche waarin en waaruit het ontstaan is.
Ongelooflijk stom. Ongelooflijk ongeloofwaardig. Want daarmee geeft ze dus inderdaad aan dat het heus niet zo erg is allemaal, met dat #metoo geneuzel. En daarmee geeft ze aan dat het dus heus niet erg is, om compleet onverwacht, totaal gespeend van respect voor je vak en werk als artiest, geconfronteerd te worden met zwengelende zwanzen. Stom. Hier had een prachtig statement uit voort kunnen vloeien. Hier had dat hele #metoo een enorme boost van kunnen krijgen. Maar misschien is de zangeres nog niet zo hip en gevestigd, dat ze denkt dat ze zich alles maar moet laten welgevallen.

Tja....












maandag 27 november 2017

van Baerlestraat pt.2

Een kleine herinnering.
Ze heet Cynthia. Een hele leuke, jonge meid uit Purmerend. En samen brachten we vele uren door in de catacomben van het conservatorium in Amsterdam. (Niet altijd samen, overigens).
Niet dat zij nu zo muzikaal was, maar dat maakte niet uit. Ik had op mijn beurt letterlijk én figuurlijk niet veel kaas gegeten van het fenomeen catering.
Zij werkte in de kantine van het conservatorium, en ik kwam er vaak. (Hoofdvak kantine, niet voor niks voor en door mij uitgevonden). In de vroege ochtend, als ik nog brak was van de late avond ervoor, kwam ik beneden. En met mijn ongestreken, verkreukelde smoel wist ik nauwelijks verstaanbaar uit te brengen dat ik koffie wilde.
En koffie kreeg ik. Vers gezet. 30 cent. Of 50 cent. Zoiets. En die kreeg ik dan van Cynthia. Die me breed lachend vroeg of het laat was geworden.
Met die koffie stiefelde ik naar het rokersgedeelte van de kantine. Dat kon toen nog. Men was er niet zo vol van haat tegen rokers dat die maar naar buiten verbannen werden.
Soms, als het rustig was, kwam ze erbij zitten. We kletsten dan wat over het weer. Over het feestje. Over haar kinderen. Over van alles en nog wat. Meestal ontdooide ik dan wel wat, en was ik klaar voor het eerste college (kak-theorie) of les (trompet) of gewoon wat zelfstudie.
Na een paar uurtjes was het tijd voor de lunch.
Voor een paar euro (minder dan 5, dat weet ik zeker) kon ik een paar lekkere echt vers gemaakte broodjes kopen. En weer werd er naar me gelachen. Grapjes gemaakt.
Uiteraard werkte ze daar niet alleen. Ze had collega's, oudere dames. Die alle hoofdvak-kantine-studenten bij naam kenden, en wisten wat we speelden, hoe het ging enzovoort enzovoort.
Samen met deze collega's maakte Cynthia de kantine (die in de kelders lag, dus het meest vochtige deel, en ook het meest ongezellige deel van het conservatorium was ) tot een gezellige ruimte. Waar lekkere geuren hingen (ik ben er ooit wel eens op gewezen dat roken wellicht was toegestaan, maar die al te geurige kretek sigaretten toch maar liever niet, de bakkerij 3 panden verderop klaagde over stankoverlast), waar bijtijds gezellige kerstversiering werd opgehangen, en waar alle aankondigingen van wat minder voor de hand liggende feestjes werden opgeplakt. Kortom: Cynthia en haar lieve collega's maakten een dag aan het conservatorium nog draaglijker.

Het CVA had ook een dependance. Vlak bij het station. Het zeemanshuis. Daar kwam ik minder vaak. Vond het een ontzettend onprettige tent. Ondanks dat de mensen die het bestierden er best goed te pruimen waren.
Ook de kantine was een slag ongezelliger dan in de van Baerlestraat. Niet alleen kwam dat door de ruimte, ook de dame die daar de soeplepel zwaaide, was op zijn zachtst gezegd dubieus. En het volgende voorval zorgde ervoor dat ik er alleen maar fabrieksmatig ingepakte eetwaar kocht.
Dat zat zo:
Ik kwam in het Zeemanshuis voor een lesje algemene muziekleer, en na die les stegen er heerlijke geuren op uit de kantine. Op mijn vraag wat daar zo lekker rook, kreeg ik te horen: mosterdsoep (en fluisterend: van Unox).
So far so good, en een lesje algemene muziekleer maakte mij behoorlijk hongerig. En een lekker mosterdsoepje met een broodje, dát ging er wel in.
De juffrouw schepte een kom vol, kwakte een homp brood ernaast, en ik ging lekker zitten smikkelen.
Tegenover me zat Ruud, of Kees. Weet ik niet meer.
De soep wordt zelden zo heet gegeten als dat ze wordt opgediend, dus een beetje soppen met dat brood en wat napraten over de les en voorbespreken van de komende les, tot de soep een min of meer eetbare temperatuur had.
Ik tilde de lepel uit de kom en wilde die charmant naar mijn wijd openstaande mond leiden, toen mijn tafelgenoten me wat raar aankeken. Dat wil zeggen: hun blik richtte zich op mijn soeplepel, die nog een beetje droop. Een beetje lang bleef doordruipen. Ik keek ook maar eens naar mijn lepel.
En de rillingen liepen niet eens spontaan meer over mijn rug. Mijn keel ging onomkeerbaar dichtzitten.
Van mijn lepel, tot in mijn soepkom hing een lange, grijs-zwarte haar. In de kleur van de lange, toch wat onverzorgde, grijszwarte haren van de kantine juffrouw.
En langs die haar droop dus de soep van mijn lepel terug de kom in.
Ik wil eerlijk bekennen: ik vind banaan oneetbaar ranzig, maar die soep heb ik ook niet opgegeten.
Toen ik er een opmerking over maakte, leek de kantine juffrouw niet in het minst verbaasd. Ze wilde me nog afschepen met een nieuwe kom, maar ik heb maar gekozen voor een voorverpakte roze koek. Wel zo veilig.

Eenmaal terug in de kantine van de van Baerlestraat, deelde ik dit verhaal met de meiden/dames die daar werkten, en konden we er smakelijk ;-) om lachen.

Inmiddels ben ik een aantal keren terug geweest op het conservatorium. Niet meer in de van Baerlestraat, dat is inmiddels een hotel geworden waar je als gast meer dan 1000 euro per uur moet aftikken om er te logeren. Maar wel het nieuwe conservatorium. Tot mijn verdriet werkten Cynthia en haar collega's er niet meer. De catering is in handen gekomen van een bedrijf dat van armlastige studenten koudweg 1,80 voor een kopje machinekoffie vraagt, en minimaal 4,50 voor een lullige sandwich. Het personeel is hip gekleed, spreekt geen Nederlands en is nauwelijks zo persoonlijk geinteresseerd en menselijk als de kantinedames van de van Baerlestraat.
Niet in alles verbeterd dus, dat conservatorium. Hoewel ik meteen geloof dat de kans dat je er dikke zwart-grijze haren in je soep aantreft, ook met 100% gedaald is.

Een klein ander dingetje:

Sinds ik een CPAP heb, heb ik eigenlijk niet echt noemenswaardig last meer van slaapapneu. Joechei.
Maar als ik verkouden ben, loop ik het risico dat ik mijn masker volhoest, of volnies, of dat de watervallen uit mijn neus mijn masker afvullen, en dat ik alsnog stik.
Dus dat is een klein dingetje. Maakt niet uit, hou je toch.
Gevolg is wel dat ik als ik dan verkouden ben, ik ook overdag meer slaap nodig heb. Eventjes bijtukken.
Die kans heb ik niet altijd, en dan wil het wel eens voorkomen dat ik op momenten dat het wel kan, gewoon even wegzak.
Dit gebeurde me de laatste keer dat ik in de houding werd gezet. Er moesten binnen het TKKMAR wat medailles uitgereikt worden, er moesten wat mensen bevorderd worden en er werd afscheid genomen van wat mensen.
We werden in de houding gezet, en de hoge heer nam het woord. En nam dat behoorlijk ruim. Ik sukkelde weg. Staand en wel zakte ik in een kort hazeslaapje.
En ben dan wel zo lucide dat ik op mijn benen blijf staan. Toch prettig. Maar wel slapend. Tot ik, omgeven door grinnikende mensen aan mijn arm werd geschud. Ik bleek ook staand slapend te snurken. Niet heel charmant. Wel komisch.

Inmiddels is de waterval van mijn neus opgedroogd. Net op tijd, want het is een behoorlijk drukke periode. 





zondag 19 november 2017

De burgerlijkheid compleet



Tot een jaar of 5 geleden, zou ik je hartelijk hebben uitgelachen, als je me gezegd had dat ik over 5 jaar een huiseigenaar zou zijn, met 1 kind, 2 katten, een aquarium, een 5-deurs linnenkast, 2 gezinsauto's voor de deur, een caravan in de stalling, en als kers op de taart een buffetkast.

Toen Ilse besloot bij mij in te trekken, en het met een huwelijk en een kind op komst heeeeel erg serieus dreigde te worden in mijn leven (de caravan die er overigens niet geheel chronologisch of zelfs maar logisch al was, laat ik even buiten beschouwing), moest er ook een heuse linnenkast komen. We konden onze kleding toch echt niet langer in de lundia kast proppen. Logisch ook, want een lundia kast is een open-planken-kast, die niet bepaald berekend of zelfs maar bedoeld is voor kleding.
En die linnenkast, dat was toch wel ff een dingetje.
Dat ik mijn vrouw zwanger had gemaakt, oke. Soit. Kan gebeuren. Maar die linnenkast. Dit deed mij denken aan een verhaal van Pieter Cornelis Koolhoven, die die linnenkast perfect wist te omschrijven als veroorzaker van koudwatervrees bij een aanstaande bruidegom, die zijn vrijheid ziet wegvliegen... (Geef mij maar een hond, van PC Koolhoven, een wat bedaagd maar uitzonderlijk leuk boek om te lezen, ook voor hondenhaters).
Alsof ik inderdaad met de aanschaf van die kast mijn vrije-jofele-jongehonden-leven opgaf.
5 deuren. Want ik wilde veel leggen (lees: proppen). Ilse wilde veel hangen (lees ook proppen, want we hebben zoveel kleding dat zelfs 5 deuren eigenlijk niet afdoende zijn), en we wilden ook nog mandjes voor het kleine grut.

Goed, Jente was krap aan 1,5 jaar oud, en tot onze blijdschap en verbijstering kregen we een hypotheek voor een huis. En dus vertrokken we met kind, poezen, vissen, en linnenkast naar Almere.  (Die linnenkast, is een PAX van Ikea. Achterlijk duur, maar van hetzelfde schijt-mdf als de billy, dus eigenlijk niet gemaakt om te verhuizen, ondanks dat je voor die onzin 100-den euro's moet aftikken. Prijzen waarvoor je zou mogen verwachten dat het allemaal juist net wat chiquer is dan mdf. Gaat helemaal nergens over, bij die Zweedse boevenbende).
Ons leven leek helemaal compleet.
Maar ja. Ook in de keuken was het zo dat we niet echt heel veel ruimte over hadden. Want 1 bakblik is natuurlijk niet voldoende. En 2 ovenschalen ook niet.
Gelukkig had ik 15 jaar geleden al een paar prachtige expedit kasten gekocht (dat was dus in de tijd dat de Ikea nog student-muzikant-ondermodaal-vriendelijk was). Want dat was praktisch. Echt mooi waren ze diverse verhuizingen en verplaatsingen verder niet meer. Maar nog steeds sterk genoeg.
Echt mooi in het interieur (toch al een allegaartje van brocante, zelfgemaakt en modern) passen deden de trouwe expedits ook niet. Maar ze voldeden.
Tot ik op een goeie dag vond dat het echt niet meer kon. De woonkamer leek dicht te slibben, die kasten waren eigenlijk net niet praktisch genoeg, en er moest maar eens een mooie buffetkast komen.
Deze wens leefde bij ons samen al een poosje. Maar zelfs op marktplaats zijn die krengen godsonmogelijk duur. Maar echt. 900 euro voor een stapel hout. Met glazen paneeltjes in de deuren. Dat glas zal dan wel swarofskie kristal zijn. Anders is 900 euro voor een kast echt best heel erg veel geld.
[Ik heb net even een peukje staan roken, en onder het roken bedacht ik mij dat die 900 euro zo gek nog niet is. Als ik het zelf had moeten bouwen, zou ik waarschijnlijk eerst voor 900 euro aan hout dusdanig verruïneerd hebben dat het rijp was voor de open haard van mijn schoonouders, en dan zou er dus nog geen kast hebben gestaan. Los van het feit dat ik er simpelweg geen tijd voor zou hebben gehad].
Tot we er vandaag eentje op marktplaats zagen staan. In de Zaanstreek. Voor een prijs die we ervoor wilden betalen. Pik-in. Tis winter!
Om daar te komen, bleek geen sinecure. Ik vond Garmin bij tijd en wijle echt ellendig disfunctioneren, de kaarten van meneer Steve Jobs, doen het zo mogelijk nog erger. We hebben de complete ring van Amsterdam, maar ook die van Zaandam gezien, en die heeft niet eens een ring, dus kun je nagaan.
En fin, we kwamen aan, en de koop was snel rond. Maar groot! Zwaar! De tering.
Gelukkig was er een hele lieve jongeman die wel even die twee kastdelen samen met mij in de gehuurde aanhanger wilde zetten.

Eenmaal thuis, tijdens en na het inrichten, werd ik nog even gekker. Het was (op zich niet heel erg onverwacht) ineens nóg voller in huis. Dus ik besloot eigenmachtig dat de oude trouwe expedit maar uit elkaar moest, zodat we ruimte hadden om de nieuwe buffetkast in te ruimen.
Buffetkast. Zeg dat woord drie keer achter elkaar. Laat het even over je tong rollen. Buffetkast.
Burgerlijkheid begint ook met bu.
Hij is echt prachtig. Zware kwaliteit ook. Maar toch.
En met het slopen van de trouwe expedit viel me ineens in dat dat ook het allerlaatste meubelstuk is dat me bond aan mijn ruige studentenbestaan. Aan mijn wilde vrijgezellen leven. (Althans, zo hou ik me dat voor, want zo ruig en wild was ik niet. Niet echt. Denk ik).
Nu is, voor zover ik nu kan zien, er niks meer in huis dat ik niet samen met Ilse heb gekocht.
Dus toch met enige weemoed, maar zonder verdriet, keilde ik die oude, trouwe expedit achterin mijn auto. Morgen een ritje naar het stort.

Overigens: dit hele verhaal leverde dus wel een ander probleem op: mijn prachtige aquarium stond op de expedit. En op de buffetkast was er geen ruimte voor mijn woonkamerjuweel. Dit hebben we opgelost door de ene expedit te vervangen door de andere kallax. Een kleinere variant, dat wel. De kallax is de opvolger van de expedit, maar heet anders, en dat gaf ikea de mogelijkheid om de prijzen van die dingen maar eens lekker te verhogen. Zoals ik al memoreerde: boevenbende. Maar ja, zie er maar eens aan voorbij te gaan).

Hoe dan ook: ons huis is er wel echt op vooruit gegaan.





zondag 12 november 2017

Zomaar wat.

Inmiddels is het 18 jaar geleden dat ik naar het conservatorium ging. Ik heb daar best wel wat geleerd, maar zeker niet alles.
Bijvoorbeeld promotie, zakelijk zijn (het hele verguisde ZZP'er zijn). Maar ook omgaan met complimenten, heb ik er niet echt geleerd.
Niet omdat ik ze nooit kreeg, want ik kreeg naast zeer regelmatig de wind van voren, ook best wel wat complimenten.
Het applaus dat je krijgt, is je compliment. Dan buig je, en is het klaar. Hoe je daar verder op sociaal verantwoorde manier mee omgaat, was en is me volslagen onduidelijk gebleven.

18 jaar geleden ging ik naar het conservatorium, en stapte ik in een raar wereldje van vechten om te weinig banen, vechten om klussen die soms minder betaalden dan wat een vakkenvuller bij de Lidl verdient. En klussen waarbij studenten, profs en amateurs naast elkaar speelden.
Niets zo ondoorzichtig als het zijn van musicus. Elke gek mag zich beroepsmuzikant noemen, of ze nu wel geinvesteerd hebben in hun beroep door middel van opleidingen, lessen, masterclasses en fatsoenlijk materiaal, of niet.
Net als dat er mensen zijn mét zo'n papiertje, maar die alsnog niet in staat zijn om een deuk in een pakje boter te spelen.

Hoe dan ook: tijdens mijn studietijd was ik als jonge blaag te gast bij een ensemble dat bestond uit "vergevorderde amateurs", beroepsmensen en een paar studenten. Een van de "leiders" van dat ensemble was een behoorlijk sterk karakter. Kon behoorlijk spelen, voor een amateur, en had het daarbij voornamelijk van zijn ervaring.
Maar hij had als nadeel dat hij vond dat zijn mening, door ervaring wijs geworden, belangrijker was dan andermans (en zeker mijn) mening (in mijn geval omdat ik volgens hem te onervaren was, ondanks dat ik het mogelijk door geleerde kennis misschien wel beter wist).
Boeide me niet zo. Dan geef ik mijn mening niet (gevraagd of ongevraagd), ik speel mijn noten, cash mijn centen en ben weer weg.
Het was verder een beste vent, en hij kon behoorlijk spelen. Dus echt heel erg vreselijk om met hem te spelen was het ook weer niet. Ik had wel met erger gespeeld. Een paar verhuizingen en vele jaren verder, kwam ik de man bij toeval weer tegen bij een heel ander klusje. Gezellig zitten kletsen tussen het muziekmaken door.
Inmiddels doe ik nog maar heel weinig van dit soort klusjes. Amateurorkesten willen liever vaste mensen hebben van goed amateur niveau dan tijdelijke mensen, die beter spelen, maar wel (meer) geld kosten. Begrijp ik ook.

Vandaag speelde ik een concertje in een kerk in Amsterdam. Terug naar de stad waar mijn beroepsmatige muzikanten bestaan een echte start maakte.
We openden het concert na de pauze met de soundtrack van de film "Born on the 4th of July". Een pracht van een stuk, met een pracht van een solistische trompetpartij erin. Op mijn buik geschreven. Maar dan niet echt, want geschreven voor Tim Morrison, een fenomenale speler.
Eigenlijk een draak van een inzet.
Op een noot waar ik ooit op ongelooflijk lullige manier vanaf mieterde toen de koning op 10 meter afstand stond. Heel jammer was dat. Perfect passend bij de opname die Lucky TV er van ging maken. En dan moeten toegeven dat dat ongelooflijk lullig klinkende deuntje ook echt life zo gespeeld was...
Allez, is geweest, denken we niet meer aan.
De inzet tijdens dit concert kwam, ging goed, en het speelde eigenlijk best lekker, zo in dat kerkje.
Na afloop van het concert, maakte ik dat ik buiten kwam. Ik wilde een peuk. Eventjes nadampen. Heb ik nodig. Gewoon even een klein momentje voor mezelf, voor ik weer naar binnen ga, en andere zaken ga doen.
Ik stond buiten te wachten, en kreeg diverse complimenten. Leuk. Ik knik dan vriendelijk, zeg beleefd "dank u wel", en probeer te genieten van mijn sigaretje en wat kwinkslagen met het publiek of collega's. Snel over dat complimentje heen kletsen. Ik zou namelijk niet weten wat ik verder met een totaal onbekende moet bespreken die me een compliment gaf. Nooit geleerd of en hoe je dan zo'n gesprek verder moet voeren. Moet dat wel? Of zeg je dank je wel, en loop je vervolgens weg? Is dat dan niet onbeleefd? Maar wat dan?
Ik doe maar wat. En meestal probeer ik het te ontlopen. Omdat ik er gewoon niet zo goed in ben.
Tot er op een gegeven moment wel 3 collega's naar buiten kwamen stormen, om naar mij te vragen. Er was iemand naarstig op zoek naar me.
Mijn eerste reactie was vragen of het een lekker ding was. Iets met hoop, zotten en vreugde.
Nee, het was geen lekker ding. Hij liep wat moeilijk.
Ja, die man wilde dolgraag en perse met mij praten. Wie het was, konden ze me niet vertellen.
Oei...
Een onbekende die met mij wil praten.
Snel ging ik mijn geheugen af. Heb ik soms iemands vrouw beledigd? Heb ik iemands vrouw afgepakt? Het zal toch niet? Ik kan me ook niet herinneren dat ik in Amsterdam recent nog ontuchtige handelingen heb verricht die ertoe zouden kunnen leiden dat men mij tijdens een concert op gaat zoeken.
Mijn eerste reactie was nogal lomp: heh nee. Laat me eerst ff mijn peukje roken.
Maar toen ik naar binnen wilde vluchten, klonk het in de gang al: "ben jij Marnix?" En toen zag ik hem aan komen lopen. Strompelen.
De eerder genoemde trompettist. Mijn eerste reactie was om mijn hand uit te steken, en hem vriendelijk te schudden, maar die werd niet beantwoord. Wel zag ik een volstrekt uit zijn verband gerukt gezicht. En na het in ontvangst mogen nemen van wat warrige complimenten, vroeg ik wat er met hem aan de hand was.
Zijn antwoord kwam er nogal laconiek uit:"ik heb een hersentumor, en ben aan het doodgaan, ik kan niks zelf meer, maar wel nog naar je luisteren. Ik ben trots op je".
Kak.
Dat gezicht, was dus uit zijn verband gezakt, vanwege chemo. En het warrige verhaal... Naja, tumoren in hersenen staan er ook weer niet om bekend dat ze erg goed zijn voor de kracht van het menselijke brein.
Nogmaals kak. Dit hakte er toch wel in. Het onverwachte van deze ontmoeting, letterlijk op elk vlak.
We moesten naar de bus. Dus heel veel tijd was er niet.
Ik realiseerde me dat ik hem waarschijnlijk nooit weer zou zien. We waren geen vrienden van elkaar. Dus wat zeg je dan bij zo'n afscheid. Weer zo'n moment waarop ik had kunnen bewijzen sociaal aanvaardbaar gedrag te kunnen vertonen.
Tot ziens? Terwijl je hem nooit meer zal zien?
Het beste? Ja, maar ja, je weet dat dat niet meer komt, de man gaat dood.
De mazzel? Ja veel geluk.
Ik heb het maar gehouden bij: groetjes. Wat eigenlijk ook heel raar is.

Los van dit soort ontmoetingen, had ik dit weekend dus eigenlijk alleen maar leuke concerten, (de eerste was in Sliedrecht, en toen we met de trompetsectie uit eten gingen, hadden we dus het genante moment dat we voor het vinden van het restaurant de googlemaps-app nodig hadden, terwijl het restaurant letterlijk aan de overkant van de straat zat, en letterlijk in het blikveld. Staat heel maf. Ben je 5 minuten met google maps op je telefoon aan het hannesen terwijl het restaurant letterlijk op 10 seconden lopen is) en een sollicitatiegesprek.
Dat gesprek liep aan alle kanten mis, maar dat boeit niet, want ik ben aangenomen.
Ik mag weer op een bus gaan rijden. Oude hobby oppakken, en er nog geld mee verdienen ook.
Moet ik wel eerst een heel traject door, maar dat kan me niet bommen. Ik ga weer lekker sturen. Hoe gaaf is dat.
Ben ik denk ik toch wel gezegend dat ik van 2 hobby's ook daadwerkelijk 2 beroepen kan maken. Niet semi-professioneel, maar bi-professioneel.

Mijn weekend voor deze week begint en eindigt morgen.











zondag 5 november 2017

Contact/Verkoop...


Ik zoek (op verzoek van) een koper voor mijn zus.
Als ze een auto zou zijn, zouden we het (qua leeftijd) over een Citroen CX hebben.
Liefhebbers van dit model, weten de fraaie, stroomlijn van dit model wel te waarderen.
Voor de echte kenners: Het is op sommige punten een kreng om te onderhouden. Liefhebbers noemen dit dan ook geen krengerigheid, maar karakter.

Het kloppend hart van deze dame is een fraaie 2,5 liter mét turbo, op LPG (dit komt ook wel weer terug in het karakter).
Ondanks de leeftijd (met 41 jaar spreken we denk ik wel over een van de vroegste exemplaren) is de kilometerstand nog redelijk laag te noemen (nap verkrijgbaar uiteraard). Is helaas niet door een oud vrouwtje gebruikt, maar de vorige eigenaar is beslist niet heel erg zorgvuldig met haar omgegaan. Ook dit heeft zo zijn weerslag op het wat eigenzinnige karakter.
Ik heb nog geen roest bespeurd, uiteraard wel wat gebruikerssporen, maar voor de leeftijd/kilometerstand ook weer niks vreemds. Met wat liefde en toewijding en eventueel een polijstmachine is dit allemaal wel bij te werken. Serieus laswerk is echt nog niet aan de orde.
Soms rookt het motortje wat, maar daar is mee te leven. Olieverbruik is nihil.
Ze komt goed omhoog bij de eerste start, en lekt nog geen LHM.
De uitlaat is in goede conditie, maar maakt soms en meestal onverwacht wat meer geluid dan wenselijk is. Misschien een gaatje dat niet zo goed gelast is, daar ga ik maar niet naar kijken.
Remmen doet ze erg gretig, schakelen gaat als een mes door de boter, en als je het gas diep intrapt, springt ze voor zo'n grote auto, nog best rap weg.
Voorzien van dubbele morette koplampen, die nog erg netjes zijn, en stoer en trots de wereld in kijken.
60 liter onderbouw gastank, dus de hele kofferbak is bruikbaar.
Voor 33 euro vul je haar helemaal af en rij je met gemak 400 kilometer. Dus nog redelijk goedkoop in gebruik ook. En wegenbelasting-vrij. Bij voorkeur is de nieuwe eigenaar geen handelaar, want die hebben niet zoveel kennis, ervaring en liefde voor dit model. De nieuwe eigenaar moet een liefhebber zijn. Die bereid is om een goeie prijs te betalen, en dit model een mooi nieuw tweede of derde leven te geven (ik heb even niet helder hoeveel eigenaren het ding inmiddels gehad heeft, zoek ik nog op).
De nieuwe eigenaar heeft, gezien het feit dat we het over een niet zo heel erge youngtimer hebben, wel enige technische kennis nodig. Niet alleen om haar netjes op de weg te houden, maar ook om haar garage een beetje in goede staat te houden. Zelf een verwarmde stalling hebben heeft voorkeur. 
Bij aankoop krijg je er een leuke, oranje Saxo van een jaar of 16 bij. Die is conform leeftijd behoorlijk nukkig, maar ook erg lief. Verbruikt nog minder dan de CX, maar dient pas over 2 jaar zich op de openbare weg te begeven.


Berichten graag via mail, met foto en motivatie.










zondag 29 oktober 2017

Koorbegeleidingen in wintertijd.

Koorbegeleidingen. Vrij vaak erg leuk, niet altijd vanwege het goede koor, of de uitdagende muziek.
Als voorbeeld: de Elias van mijnheer Mendelssohn. Een draak van een stuk, dat mij als trompettist niet helemaal kan bekoren.
Of de Paulus. Ook al zo'n juweeltje van compositorische onkunde, waar het trompet betreft.
En nieuw binnen in mijn persoonlijke "mwa-lijstje": Het "Saul"-oratorium van mijnheer Haendel.
Het motto leek ook hier weer:"Ha, een mooi triomfantelijk akkoord, laten we dáár eens een trompet gebruiken". Helemaal mee eens, maar als je in een stuk van 3 uur, maar 5 triomfantelijke akkoorden gebruikt, doe je je luisteraars (en je trompettisten) wel wat aan (en tekort).

Eerlijk gezegd: dit soort stukken zijn vast heel erg leuk voor een koor, maar persoonlijk zit ik tijdens al die uren dat ik niks aan het doen ben, vooral te tellen hoeveel euro ik per gespeelde noot krijg. En dat kan in bovenstaande gevallen best nog oplopen.
Grijnzend zit ik dan de zwoegende concertmeester te bekijken, die voor hetzelfde loon een hele avond haar viool aan stukken zit te zagen. Snaren die springen, een strijkstok waar de paardenharen zelfstandig van in een draf schieten om terug te keren bij zijn oorspronkelijke baasje in de wei.
Terwijl mijn trompet alleen maar slijt vanwege het feit dat ik hem toch af en toe warm moet blazen.
Want ja....
Dan heb je na ellenlange maten rust (ik ben eruit: ik krijg 8,76 per gespeelde noot) een inzet, is dat ding koud, en dus vals.
De meeste dirigenten die koren dirigeren hebben totaal geen verstand van orkesten. Zijn er zelfs een beetje bang voor. Laat staan trompetten. Dus op enige vorm van begrip hoef je niet te rekenen.
Dus om stomme opmerkingen en weinig verheffende woordenwisselingen te voorkomen (en omdat je professioneel bent, en dus zo goed mogelijk wil spelen) warm je je instrument op.

Hoe dan ook.

Afgelopen week mocht ik dus dit Saul-oratorium van mijnheer Haendel spelen. De kritische luisteraar en/of Haendel-kenner zal het beslist niet ontgaan zijn: Mijnheer Haendel heeft ongelooflijk zitten plagiëren bij zichzelf. Hele delen uit de Messiah (welke voor trompet vele malen gaver is, helaas heeft hij die briljante delen dan weer niet gekopieërd) komen terug in zijn Saul. (Of omgekeerd, ik ben geen kenner, ik ben een speler).
De kerk was koud. De dirigent was braaf. En de muziek duurde lang. En ik zat op een net niet comfortabele stoel te zitten.
Dat net-niette van die stoel kan me tot waanzin drijven. Moet ik uren lang stil zitten, op een stoel die net niet lekker zit. Ik kan prima zitten op een stoel die volkomen kut is, maar op een stoel die het net niet is, is de ergernis groter, dan wanneer je van te voren weet dat je gewoon van geen kant lekker op een stoel kan zitten. Dan duurt het wachten nog langer, en hoor je gewoon al je gewrichten kraken, knappen, knakken en knisperen als je eens lekker gaat zitten voor je inzet.
De dirigent was braaf, maar had een bijzondere manier van een inzet aangeven. In plaats van met zijn handen en een blik, gooide hij gewoon zijn hoofd in de richting waarvan hij hoopte dat er een inzet zou volgen. Ik bedoel dit half letterlijk. Want uiteraard zat zijn hoofd gewoon nog aan zijn romp. Maar hij deed wel zijn uiterste best om dit te veranderen, met zijn manier van aangeven.
Tijdens dat lange wachten, kon ik de zaken eens goed in me opnemen.
Blijkbaar was een van de heren van het koor verkouden. Sneu, als je met een koor moet optreden, en je strot zit vol. Sneu ook dat hij telkens tijdens de zachtere delen moest hoesten. Zó hard, dat ik meende een complete set longen voorbij te zien vliegen tijdens de hobo-solo. De koster van de kerk zal inmiddels de politie wel hebben ingeschakeld, ten slotte moeten die longen ook weer terug naar de rechtmatige eigenaar.
Er was een recensent aanwezig van een koorblaadje. Zo'n koor is blijkbaar lid van een bond, en zo'n bond geeft dan weer een regelmatig een blaadje uit. En in dat blaadje schrijft dan een kerel over zijn belevenissen tijdens het concert. Ik neem aan dat die longen ook wel beschreven zullen worden, maar dan vanuit de vak-technische kant.
Die recensent hield er trouwens rare ideeën op na. In plaats van met zijn notitieblokje muisstil ergens in de zaal te gaan zitten, ging hij vooraan zitten, om te gaan zitten flirten met de celliste van het orkest. Die daar overigens totaal niet van gediend was, en dit ook duidelijk maakte. Continu over de leuning hangen, meekijken in de partij. Als ik die celliste was, had ik tijdens het vele strijken gewoon mijn stok in zijn oog gepropt. Ten slotte dien je je als recensent enige afstand te bewaren.
Het laatste dat mij opviel (en hier sloeg mijn fantasie op hol, omdat ik toch alleen maar aan het wachten was): De achterste altviool. Ik heb de man niet kunnen betrappen op noemenswaardige tekenen van leven. Goed, hij sloeg heel soms (en altijd te laat) een bladzijde om. En heel soms zag ik de strijkstok iets bewegen. Maar dat zou een hallucinatie mijnerzijds kunnen zijn. Toen bedacht ik me dat als "the Walking Dead" over een symfonie orkest zou zijn gegaan, dat deze man een besmette zombie zou zijn geweest.
Ook een van de solo-zangers viel erg op. Niet zozeer vanwege zijn zangkwaliteiten (zeker niet, de man zong erg goed, mooi en zuiver) maar door zijn stem op zich. Een counter-tenor. (Voor de niet-kenners: een man die vrouwelijk hoog kan zingen).
Hij ging op het solo-schavot staan, trok zijn keel open en begon te zingen in een register waar ik als trompettist alleen maar van kan dromen. Enerzijds vind ik dit soort kerels vermakelijk. Je verwacht het namelijk niet echt. Zoals Simon Cowell ooit zei: het is alsof ik een hond hoor miauwen.  Anderzijds maak ik me dan toch een beetje zorgen. Iets over ongelukjes met een herenfiets en 2 balletjes. Of dat hij helemaal okee is, maar zijn stem gewoon moedwillig zit te verkrachten.

Al met al was het een ongelooflijk leuke avond. Sommige dingen doee je nu eenmaal niet zozeer vanwege de muzikale bevrediging of zelfs maar de financiële compensatie. Sommige dingen doe je omdat je weer eens met een oud studiegenootje kan samenspelen (die overigens zeer goed speelde) en een gezellige avond kan hebben.
Omdat het in de kerk zó ongelooflijk koud was, zijn we direct na afloop naar een verwarmd terras gerend om daar hete chocomel met slagroom te bestellen. En voor erbij geen appeltaart, maar hete loempia's (de keuken was dicht).

Vanmiddag mag ik een heel ander soort koorbegeleiding doen. Een operette. Dat is gewoon feest in de bak. Muzikaal uitdagend, want ongelooflijk lullig opgeschreven partijen, maar tof als het goed samenvalt.

Ik hoor ongelooflijk veel ouders zeuren over de zomertijd, wintertijd en hun kind. Die raakt dan van slag. En dat geloof ik ook wel.
Vannacht was het om 0400 uur bal bij Jente. Die was opgewekt wakker en wilde wel wat. Ilse trapte mij uit bed, en ik ben Jente maar gaan vertellen dat het nog nacht was, en dat ze dus moest doorslapen.
Dat deed ze ook braaf.
Inmiddels is het 0800 uur en ben ik bezig met deze blog te tikken, heb ik al 3 koppen koffie op, en heb sinds 0400 uur niet meer geslapen.
Ik hoop tegen beter weten in dat de politici in Europa nu eindelijk eens gaan handelen in het voordeel van de maatschappij, en die onzinnige zomer en wintertijd eens gaan schrappen. Voegt niks toe.
Maar ja. Politici en handelen in het voordeel van de maatschappij. Dat is geloof ik nog zeldzamer dan een munt van 2,5 euro...











vrijdag 20 oktober 2017

Kapstokgeneuzel.

Het was 2016. Een jaar om nooit meer te vergeten.
We kochten ons huisje, en maakte het ons eigen. Niet veel budget, dus veel dingen moesten verhuisd worden, of met hulp her en der zelf gerepareerd of aangepast en aangepakt worden.
Zo ook de kapstok. Een simpel, flutterig stalen ding, dat al een paar jaar van huis naar huis meeging.
Wel makkelijk te bevestigen: 2 schroeven de muur in, ophangen, en klaar.
Dat viel wat tegen, want de muur was niet geheel bestand tegen de kapstok. Of eigenlijk: tegen alles wat we aan die kapstok hingen. Per persoon 2 jassen, bodywarmers, een tas, mijn dienstjassen. Kortom: na 2 dagen hing het ding scheef, en uiteindelijk was het meer geluk dan wijsheid dat de kapstok niet met jas en al naar beneden lazerde.
Irriteren deed het me wel. Ziet er niet uit. Dat was geen half zeven meer waar die op hing. Half zes komt dichter in de buurt.
En dan daarbij: als je er je jas nog aan wilde hangen, flikkerde die vaak even rap weer naar beneden, als dat wij hem op hadden kunnen hangen. De haakjes hingen er zó lapzwanzig bij, dat het ophangen van mijn jas, een dagelijks meerdere malen terugkerend frustratie-feestje werd.
Als ik mijn jas dan uit arren moede maar over een stoel kwakte, was dat weer tegen het zere been van Ilse, die niet ten onrechte vond dat we daar een kapstok voor hebben (realiteit: zouden moeten hebben).

Ruim 6 maanden aan het tekenen, denken, filosoferen en ook wel een beetje tegen de houtprijs aan aan het hikken geweest.
Want ik wilde het zelf maken. Na mijn modelauto-kast leek me dat het summum van hobby-plezier. (Als ik het erover had, zag ik Ilse een beetje bedrukt kijken. Ik zag haar in gedachten al lijden onder mijn gezweet, gevloek, gezucht, gekap, gehak, geboor, gezaag, gelijm en gescheld. Dat viel uiteindelijk mee, maar aangezien ze niet thuis was, zal ik dit nooit kunnen bewijzen).
Een of andere gezapige kapstok van de IKEA of de Leen Bakker kan altijd. En dan krijg je van die MDF of aluminium onzindingen waar je ook niet echt blij van wordt. Of je moet serieus geld uitgeven, en dan krijg je een hipster-verantwoorde, helemaal "bij jouw levensstijl passende" en voor die paar schroeven, houten latjes, en wat verf veel te dure kapstok. Ik heb ze zien langskomen, voor meer dan 300 euro. Dat gaat me dan ook wel weer een beetje te ver. Sterker nog: in geen 300 jaar koop ik een kapstok van 300 euro. Dat is een principe kwestie.
Gisteren had ik ineens een helder moment. Ik begon te tekenen, te rekenen, Ilses mening en wensen te vragen, nogmaals tekenen en rekenen (dat laatste is wel echt een van mijn tekortkomingen), en ik was er uit. Deels op papier, deels in mijn hoofd was het klaar.
Vanmorgen naar mijn goede vrienden van de Gamma gereden. Al het hout gehaald dat ik nodig dacht te hebben, wat schroeven, een extra potje houtlijm.
En aan de slag.
Set-back 1: ik had 2 planken teveel meegenomen.
Set-back 2: ik bleek het zaagje in mijn elektrische zaag te hebben gemold. Gelukkig had ik er nog 1 liggen.
Set-back 3: door een denkfout, had ik niet 2 planken teveel, maar 1 te weinig meegenomen. (HUH? Ja, echt. Hoe verzin je het...).
Set-back 4: de door mij verzonnen pootjes, bleken toch niet de meest handige optie. Maar daar kwam ik achter toen ze er al lang en breed op zaten, en mijn schroefboor wél in staat bleek om die dingen vast te schroeven, maar om een nog duistere reden niet meer los krijgt.
Set-back.... Ach flikker ook maar op. Door een beetje inventiviteit, creativiteit en een hoop doorzettingsvermogen, ben ik er (ondanks het feit dat mijn rekenkundig, maar ook mijn ruimtelijk inzicht niet bijzonder ontwikkeld zijn) in geslaagd om een mooie, maar vooral ongelooflijk sterke, onwankelbare kapstok in elkaar te zetten.
De bouwtekening zoals ik hem op papier had gezet, bleek uiteindelijk niet meer dan een richtlijn. Leuk om er naast te houden, en vol verbazing naar te kijken. Niks van wat er op papier stond, klopt met hoe het er uiteindelijk staat.
Dat wat ik in mijn hoofd had, was erg leuk. Maar bij vlagen totaal onwerkbaar.
Lang leve de creativiteit, lang leve moed, beleid en trouw.
Waar ik het meest trots op ben: het gefrut dat uiteindelijk nodig was om de bodemplanken mooi (passend) te maken. En het onzichtbaar verankeren in de muur.
Ik ben een hele middag (Jente was bij opa en oma spelen) lekker in de weer geweest met mijn schroefboor, elektrische zaag en soms een hamer om al te eigenwijze planken die echt niet wilden passen, passend te kloppen.
Hierbij moet ik misschien melden dat de mogelijkheid bestaat dat ik nogal wat vulgaire taal heb gebezigd.
Ten slotte moest ik dealen met mijn gebrek aan rekenvaardigheden. Om nog maar te zwijgen van mijn ruimtelijk inzicht. En ook een gat 100% recht boren, is nog best wel een uitdaging. Ook is het zo dat ik nogal wat splinters in mijn tengels te verwerken kreeg. Want dat vurenhout is leuk. Het is stevig, kan tegen een stootje, maar het scheurt snel (boren!) en bij het zagen en boren, komen er nogal wat splinters vrij. Die dan uiteraard heel geniepig op van die rottige plekken in je vel gaan zitten. 
Maar het staat als een huis. Knappe jas, die nu nog op de grond flikkert. Er is ruimte voor veel meer jassen aan en schoenen onder de kapstok.
Ik wil hier meteen bijzetten: IK vind hem mooi. Maar dat heeft eerlijkheidshalve meer te maken met het feit dat ik het zelf, naar eigen smaak, en met redelijk beperkte middelen (en talent) heb gemaakt.
Het is hobby voor mij. De kosten waren 175 euro, en een beetje voor de benzine. Ongelooflijk veel geld voor een kapstok. En ik zou mij nooit inhuren om een kapstok te bouwen.
Maar het is wél mijn kapstok. Mijn bedenksel, mijn bouwsel.
Los van mijn werkhokje in de schuur, is dit project nummer 6 met hout dat ik naar eigen tevredenheid voltooi.
Na afloop ging ik bij mijn schoonouders een hapje mee-eten, en Jente ophalen. Ik had onderweg het gevoel dat het niet alleen wat regenachtig was, maar vooral ook heel erg mistig. Bleek dat al dat zagen ervoor had gezorgd dat mijn bril bijna volledig dichtgekoekt was met zaagsel. Leermoment: aangezien het zagen van planken zonder bril, vragen om afgezaagde vingers, edele delen en tenen is, en het rijden met een met zaagsel overdekte bril, ook niet bepaald verstandig genoemd kan worden, moet ik me dus aanwennen om na het zagen mijn bril eens schoon te poetsen. Want dit gaat natuurlijk nergens over.

Nu ben ik de kamer aan het bestuderen. Wat kan ik nog meer zelf maken. Eetkamer stoelen? Een tafel?
Of misschien gewoon weer eens rustig aan gaan bedenken wat handig, nuttig en leuk is.

Dit weekend ga ik weer lekker operette spelen. Leuk om dergelijke regelmatig terugkerende snabbels te kunnen doen.

Zin in.









vrijdag 13 oktober 2017

Je hebt van die dagen.

Goed. Je hebt zo'n dag dat niet alles zó loopt, als je van te voren gedacht had.
Dat kan gebeuren.
Zo'n dag dat je eigenlijk al niet zo lekker opstond. Die ondanks de koffie toch wat stroperig begint, en je dus continu achter de feiten en jezelf aanrent.
Zo'n dag waarbij je niet alleen door jezelf en de traag lopende feiten gehinderd wordt, maar ook lijkt alles en iedereen erop uit te zijn om de vaart uit jouw dag te halen.
Dat had ik gisteren.

Mijn dag begon gisteren om een uur of 7. En daarmee eigenlijk al een half uur te laat, want ik heb gewoon in de ochtend even mijn tijd nodig. Maar omdat ik dus wat later opstond, miste ik mijn rust en ruimte.
En daarmee begon de hel die donderdag 12 oktober heet.
Om te beginnen waren mijn mede-verkeers-deelnemers ongelooflijk traag, niet-begrijpend en gespeend van elke vorm van verkeersinzicht. Links rijden als dat totaal onnodig is (en ik er langs wil). Invoegen met een tussenruimte waar zelfs een blinde nog van had kunnen zien dat het nauwelijks ging passen. Enfin. Niet echt dat je zegt: wauw, wat een verkeershelden...
Daarna volgde een repetitie met de kapel. Ik wil niet zeggen dat ik echt slecht speelde, maar heel veel reden tot uitzinnigheid was er niet.
Toen moest ik een dikke twee uur wachten, want ik zou met de nieuwe bazen een klein gesprekje hebben.
Dat was een fijn en constructief gesprek, maar het liep wel een half uur uit. En dat halve uur had ik eigenlijk nodig om als een gek naar Almere te rijden, Jente bij het kinderdagverblijf weg te sleuren, haar bij opa en oma af te leveren en door te scheuren naar Rotterdam, alwaar ik interim wat repetities dirigeer.
En dat kwam dus allemaal een beetje in de knel te zitten.
Want ik moest ook nog tanken. En bij het veel te drukke tankstation had een paardenpenis zijn Volkswagen Amaruk bij een pomp gezet, en was koffie gaan drinken. Inmiddels had er zich naast en vooral ook achter mij een hele file gevormd.
En ik kon dus niet tanken. En niemand kon er langs.
Na 3 minuten was ik het zat. Binnen in de zaak kijken, staan er twee van die halve gare hipsters koffie te drinken.
Ik vond dit zo asociaal dat ik niet eens de moeite heb genomen om te doen alsof ik op vriendelijke toon wilde vragen of ze dat lelijke klerehok van een Sjoemeldiesel Amaruk wilden weghalen.
Dat, in combinatie met mijn neutrale gezicht bleek afdoende.
Eenmaal bij het kinderdagverblijf aangekomen, was ik niet de enige ouder die zijn/haar spruit wilde ophalen. En normaal heb ik een engelengeduld, maar na 30 seconden wachten, trok ik Jente achter haar puzzel vandaan ("ik ben BLIJ op jou papa") en nam haar spoorslags mee naar opa en oma.
Die niet thuis bleken te zijn.
Jente op de huisvuil container geparkeerd, en eerst oma, toen opa en toen (beiden namen niet gelijk op, en het zitten op de steeds heter wordende, doch spreekwoordelijke kolen werd onverdraaglijk) Ilse. Jente had al snel door wat ik deed, en wilde dolgraag op het rooie knopje drukken. Dat begreep ik even niet zo snel, dus na een onbevredigend gesprek, begon Jente te krijsen alsof er een hongerige krokodil happen uit haar nam. En nee, ze wenste geen genoegen te nemen met de zwarte "home" toets...
Goed, opa arriveerde, "je ziet er slecht uit". En bedankt...
Ik mikte Jente in zijn autostoel (er moesten nog boodschappen gehaald worden), en ik scheurde weg naar Rotterdam.
Dat wil zeggen: ik scheurde van file via file en nog eens file naar Rotterdam.

En toen, terwijl ik mopperend en scheldend op al die mensen die hun rempedaal voor gaspedaal aanzien, kwam het afgrijselijke bericht dat Anne Faber dood gevonden is.
Relativeert toch een beetje je eigen ongemakkelijke dag.
Zelf vader zijnde van een prachtige dochter, kan en wil ik me niet voorstellen waar die familie nu doorheen gaat.
Een of andere ranzige untermensch heeft op monsterlijke wijze hun dochter geroofd.
Een groot deel van Nederland heeft op de een of andere manier meegeleefd, en doet dat nu nog.
Vaak niet op een manier die ik deel, overigens.
Ik vraag me wel af, of het met sommige van die lui wel helemaal goed gaat. En of sommige van die lui, die zo verdrietig doen, stiekem niet net zoveel neiging tot psychopathie hebben als de dader.
Want alles en iedereen krijgt de schuld. Maar niet de dader. En er is zelfs een mijns inziens nogal walgelijke petitie opgestart. Met een behoorlijk politieke ondertoon. Over de rug van dat meisje.
En de dader word nu al "bedreigd" met net zulke handelingen. Hoe kun je dan stellen dat je beter bent dan die dader. Als je dit al iemand toewenst...
Laat ik heel helder zijn: ik heb geen greintje sympathie voor dat ranzige roofdier. En wat mij betreft mag die tot zijn dood ergens in een piepklein donker celletje zitten.
Maar ik heb evenmin veel begrip of sympathie voor mensen die zo'n griezel hetzelfde toewensen. (En even heel hypocriet: als dit om mijn eigen dochter gaat, zou ik ook op minder geoorloofde wijze wraak wensen).
En wederom de roep om hogere straffen. Want we straffen te weinig.
Die wens snap ik, en steun ik.
Maar we moeten ons wel realiseren dat dit soort untermenschen totaal niet bezig zijn met de straf die ze eventueel krijgen. Dat zit niet in hun aard. En dus zal het ook geen afschrikwekkend voorbeeld zijn.
Hoe dan ook: de schuld ligt niet bij de politiek. Niet bij de rechters, en niet bij de psychiaters (die door een veel slechter en intelligenter beest om de tuin zijn geleid). De schuld ligt niet bij de asielzoekers of de klarinettisten van de harmonie van Schubbekutteveen. De schuld ligt bij de dader. Bij de wezenloze die er bewust voor koos om een onschuldige vrouw op beestachtige wijze te vermoorden.

En na deze overpeinzingen, kwam ik vanmiddag na weer een veel te korte nacht en een lekker dagje werken thuis, om daar een heerlijke stoofpot aan te treffen. In de crockpot alvast voor mij klaar gezet door mijn onvolprezen echtgenote.
Weekend.
Tijd voor leuke dingen.

Je hebt van die dagen...


zondag 8 oktober 2017

Ik had het kunnen weten.

Soms doe je dingen, waarvan je eigenlijk (terwijl je ze nog gaat doen) al weet dat het toch niet heel handig uit gaat pakken.
Bijvoorbeeld.
Ons Coletje, ons klein en mager scharminkel-poesje, is allergisch voor verreweg het meeste kattenvoer. Dat braakt ze half verteerd weer uit. En dan niet netjes op de kattenbak, toilet of buiten, nee dat braakt ze uit daar waar ze toevallig zit, staat, loopt of ligt.
Dat kan de bank zijn. Jente's bed, ons bed, de keuken, naja you get the point.
De geluiden die ze dan produceert, zijn enerzijds te walgelijk om te kunnen omschrijven, anderzijds is het prettig dat ze het doet, want vaak kan ik haar dan ook nog net op tijd buiten in het gras zetten, alwaar ze opgewekt verder kokhalst.
Liever buiten, want buiten in het gras leven dieren en andere organismen die die kots voor mij opruimen. Binnen moet ik het doen (als Ilse er niet is) en ik moet van het opruimen van (katten)braak zelf altijd heel erg kokhalzen. Geef mij maar poep. Dat idee.
Afgelopen zaterdag zat Colette op de krabpaal. Hoog, want dan kan ze de kamer goed overzien. (En ziet ze Claus aankomen, die er een handje van heeft om haar te besluipen en haar vervolgens heel de woning door te ranselen).
Maar onder die krabpaal staan een paar dozen met allemaal kleine speeltjes van Jente.
Goed.
Ik was bezig met wat dingetjes op de computer, en Colette begon te kokhalzen, te walgelijk voor woorden. Een volwassen landloper met een kater (excuseer de matige woordspeling hier) zou er respect voor krijgen. Omdat ik me omdraaide, en in eerste instantie naar de grond keek, zag ik haar niet gelijk.
En toen ik haar zag, realiseerde ik me twee dingen:
1) ik was te laat
2) haar braak zou in de speelgoeddoos van Jente landen, en ik zou dus al die kleine prullaria schoon moeten maken. Ik vind het opruimen van kattenbraak al echt niet te doen, laat staan dat ik half-verteerde en muf-zuur ruikende, nattige brokjes uit de speeltjes van Jente moet gaan peuteren met een saté-prikkertje.
Dus ik stoof erheen, en graaide Colette in haar nekvel, teneinde erger te voorkomen. Ze had nog niks geloosd, maar toen ik haar bij haar nekvel met een zwier van die krabpaal trok, kwam geheel onstuitbaar haar braak eruit.
Die dus ook een heel lang spoor door de kamer trok, op weg naar buiten.
Okee, de missie was deels geslaagd: ik hoefde niet alle speeltjes van Jente schoon te maken.
Nu kon ik een spoor van 3 meter half-verteerde en muf-zuur ruikende blerf gaan opvegen. 
Achteraf had ik dit kunnen vermoeden. Maar ja. Ik moest kiezen tussen twee kwaden. Dus maar voor de minst erge gekozen. 
Vaak doet Ilse dit. Die is wat meer toegerust om ranzigheden te verwerken. Maar Ilse was aan het werk, en ik vind het niet echt kunnen dat ik bij haar thuiskomst lekker op de bank lig te relaxen, en zij nog net niet uitglijdt over de opbrengst van een misselijke poes.
Jente lag in bed, en ik was bang dat ze van mijn gekokhals wakker zou worden. Dat gebeurde gelukkig niet.

Nog zo'n stunt.
We hebben sinds heel kort een nieuwe collega bij het TkKMar. Een frisse meid, die erg mooi trompet kan spelen, maar soms nog heel erg onder de indruk is van alle militaire protocollen en zo.
En ze worstelt regelmatig met het harpje. (Een harpje is een klemmetje waarmee je een marsenboekje op je instrument kan bevestigen, en dat dan in de vorm van een harpje, vandaar de naam).
Dat harpje komt in alle soorten en maten, voor alle soorten instrumenten.
Van de baas kreeg ze een harpje, waarbij het voetje op het instrument geklemd wordt, en vervolgens moet je het harpje met een schroefdraadconstructie op dat voetje draaien.
Maar omdat het ding voor meerdere instrumenten geschikt is, moet je middels een piepklein stel-schroefje dus uren zitten pielen om het ding voor trompet geschikt te maken.
(Dit is dus ook de reden waarom ik de schurft heb aan marsenboekjes. Als ze niet natgeregend liggen te beschimmelen, krijg je ze er ook met geen mogelijkheid fatsoenlijk op. En als je dat wel lukt, moet je veel meer gewicht mee torsen dan strikt noodzakelijk is).
Goed, mijn nieuwe collega was er dus voor de zoveelste keer mee aan het worstelen, en ik besloot haar even te helpen. We moesten ten slotte over 2 minuten opstellen en afmarcheren.
Ik was er bijna met dat kloterige stelschroefje, maar nét niet helemaal. Nou, dan maar een haartje meer kracht zetten. Ergens diep in de krochten van mijn grijze massa, ging er een heeeeeel klein, heeeeeeeeel zacht alarmbelletje rinkelen.
Maar dat was te laat, want dat "haartje meer kracht" bleek teveel te zijn voor het door metaalmoeheid getergde harpje. Dat brak af.
Daar sta je dan met je goeie wil en je collegiale behulpzaamheid.
Ik hou het, vanuit het oogpunt van zelfverdediging maar op metaalmoeheid, sommigen zouden het gewoon een zoveelste resultaat van lompheid noemen.
Uiteraard voor vervanging gezorgd en we hebben (alweer) in de stromende regen een prima dienst gespeeld.

Onze Jente heeft (zoals reeds eerder en vaker gememoreerd) een behoorlijk eigen willetje. Noem het eigenwijs (heeft ze van haar moeder).
Dat is niet altijd een even prettige eigenschap. Vooral niet als je mij bent. Als je dus in de stad even snel een nieuwe trui of nieuwe schoenen of zo wil kopen.
Ik kan dat dus. Even snel nieuwe kleren kopen.
Stom genoeg dacht ik dat het leuk en gezellig zou zijn als Ilse en Jente even mee zouden gaan naar de stad.
Toen we onderweg waren, bleek eigenlijk al dat dat een denkfout was.
En eenmaal aangekomen in de stad, moest er op een speeltje gezeten worden. Er moest naar een glijbaan toe, er moest vooral veel zelfstandig gedaan worden.
Die geveinsde zelfstandigheid komt en gaat, wanneer t madam uitkomt. Want als er gedronken moet worden, moet papa de beker aangeven, zelfs al staat het ding op grijpafstand.
Weg zelfstandigheid.
Maar owee als er leukere dingen zijn dan het kopen van papa's kleren. Dan beslist madammeke eenzijdig dat zij wel even de zaken naar haar kleine handje kan zetten.
Waar ik normaal gesproken aan 3 minuten in een winkel voldoende heb om 3 kledingstukken te kopen, was ik nu met minder dan 1 minuut klaar.
Je schaamt je dood met zo'n krijsende dochter in een winkel. Het is écht genant.
Onverrichter zake dus weer naar de supermarkt (we moesten toch eten hebben). En ons kleine lieve spruitje zag onderweg de enorme glijbaan die de gemeente Almere in het centrum heeft gemaakt.
Precies niet op de route.
Netjes meelopen was er niet meer bij. Krijsen, gillen, op de grond liggen...
Boos worden heeft dan geen enkele zin. Dat weet ik stiekem ook wel. Ze is nog geen 3.
En het dan toch doen. Gewoon omdat ik het zat was. Ik wil gewoon even vlot mijn dingen kopen.
Door de stad lopen, met een van boosheid krijsende Jente, is niet bepaald iets waar ik me op verheugde toen ik vrouw en kind meenam.

Ik had het kunnen weten.

Was het allemaal kommer en kwel?
Zeker niet!
De veluwe in de herfst is echt prachtig, en we zijn met een klein zakje tamme kastanjes weer thuis gekomen.
Straks lekker poffen!




maandag 2 oktober 2017

Nummer 500



Ik had het idee om mijn 500ste blog groots te vieren, maar aangezien de inspiratie tot grote feesten wat laag is dit jaar, doe ik dat maar niet. Het "tjingt" toch wat ongemakkelijk, zo virtueel tegen je beeldscherm, in de hoop dat aan de andere kant iemand dat ook doet.
Bovendien hebben we financieel toch wel wat dompers gehad, die ervoor heeft gezorgd dat de benodigde pecunia voor een dergelijk feestje ontbreken. Ik noem het afschrijven en aanschaffen van maar liefst 3 auto's als voorbeeld.

Het was een week waarvan je je kunt afvragen hoe het in vredesnaam mogelijk is.
Op woensdag was er een herdenking, waar ik niet was. Maar wel had moeten zijn. Ik zat keurig netjes geknipt te worden bij de kapper, terwijl er op dat moment allemaal mensen zenuwachtig aan het rondbellen waren, naar waar ik bleef.
Ik wist van niks. Zat gewoon gezellig met de kapster te keuvelen over halve garen met een rijbewijs en hoe het weer komende zaterdag zou zijn.
En tot op de dag van vandaag weet ik niet waar ik wél had moeten zijn. Ergens op de digitale snelweg heeft die informatie zelfstandig besloten om een afrit te nemen, waar ik niet bij kon.
Donderdag hadden we een herdenking, en had ik per abuis een verkeerd boekje meegenomen.
Ik was in de veronderstelling dat het boekje dat ik wél mee had, het goede boekje was, maar dat was dus niet zo.
Gelukkig bleek collega B. niet voor één gat te vangen, en hij loste mijn faalhazerij groots en meeslepend op, door gewoon net te doen alsof. En de mensen vonden de koralen wederom prachtig.
Zaterdag stonden we met de hele kapel op een atletiekbaan opgesteld.
In de zeikende regen.
2 marsen gespeeld, en vervolgens in rust gezet.
In de zeikende regen.
Te luisteren naar een dappere Pief die het publiek toesprak. En daarbij opgewekt het feit negeerde dat de geluidstechniek hem in de steek liet. Want Pief had veel te melden. En Pief had niet in de gaten dat de regen en het gebrek aan functionerende geluidsapparatuur zijn publiek rap decimeerde.
In de zeikende regen.
Wij stonden er. Een beetje te grinniken.
Gewoon in de lach te schieten om alle 836 coupletten van het Apeldoornsch Volkschlied, gezongen door mensen die er ongelooflijk veel plezier in leken te hebben.
In de zeikende regen.
Maakt niet uit. In geen enkele baan is alles 100% leuk. Want wél leuk is, dat we er samen stonden.
Maar als je dan thuiskomt:"Goh lief, wat heb jij vandaag gedaan?"
"Nou, schattepatatje, ik heb een atletiekbaan geopend.
In de zeikende regen".

En die zeikende regen, maakte even dat ik dacht dat mijn geplande barbecue niet zou doorgaan. Want ik had met een stel geestverwanten afgesproken om samen te komen en lekker te kletsen, lachen en eten.
Dit verwantschap gaat niet over mijn politieke geaardheid, noch mijn seksuele geaardheid, noch mijn religieuze, maar over mijn voorkeur voor Franse auto's, en meer specifiek de C5.
Zet 10 (of meer, naar believen) mensen bij elkaar die niks anders met elkaar delen dan hun specifieke voorliefde voor een bepaalde auto, en je krijgt een ongelooflijk leuke avond, vol met slap geklets, gelach, lekker eten, leerzame momenten en mooie plannen.
Plus natuurlijk mooie prenten van al die bolides bij elkaar. Typisch zo'n bijeenkomst waar je, als je in een C5 rijdt, bij moet zijn.
Die BBQ was in Lage Vuursche.
En volgens Garmin bestaat Lage Vuursche niet. Ik kon wel naar diezelfde straat in Baarn. Maar Lage Vuursche was er gewoon niet.
Zoek het maar uit met je Lage Vuursche.
Volgens de kaarten in mijn Iphone bestond het gewoon wel, en dus heb ik maar wat vliegende MB's van T-Mobile gebruikt om op mijn locatie te komen. Ik ben wat dat betreft behoorlijk eenkennig. Ik wil niet naar Freakin' Baarn als ik in Lage fukking Vuursche moet wezen. Autisme light, zeg maar.
Uiteraard ben ik toch ergens in Baarn verkeerd gereden, maar dat maakt me de pis niet lauw. Ook het feit dat meneer Garmin me bij het verlaten van het terrein, op weg naar huis, via de lange weg wederom door Freakin' Baarn stuurde, kon niet wegnemen dat ik gewoon een topavond had.

Dan wil ik graag afsluiten met een oproep.
Toen ik ruim een jaar geleden (dat is dus 2, want inmiddels ben ik al 2 jaar bezig met mijn aquarium) mijn aquarium kreeg, kon ik niet bevroeden dat ik het uiteindelijk zó goed zou gaan doen.
Mijn trots, mijn huiskamerjuweel, loopt zó goed, dat mijn garnalen fokken als konijnen. Sterker nog: konijnen fokken nog beschaafd. Deze beesten weten gewoon niet van ophouden.
Ik begon met 10 garnaaltjes, en nu kan ik ze met goed fatsoen niet meer tellen. 
Wat hebben garnalen nodig:
Een bak met water, planten en mos, de juiste bacteriën en blerf, en dat allemaal rond de 26 graden.
Kortom: een lekker lopend aquarium.
Deze zoetwater garnalen zijn erg klein (centimeter max) en dus niet nuttig voor consumptie.
Ik heb ze in alle soorten en kleuren.
En zijn gratis af te halen. (Wél uitsluitend aan mensen die aantoonbaar een aquarium hebben, want sommige mensen zijn zó schraal dat ze dan alsnog alleen maar langskomen om die beesten dan in de pan te gooien).
Ik doe er zeker 10 weg.
Roep maar.











zondag 24 september 2017

Vegetariërs en citrofielen.

Er is de laatste tijd nogal wat commotie over het eten van vlees. Die commotie werd heftiger nadat er bepaalde lieden een rechtstreeks vergelijk maakten met de holocaust.
De zogenaamde Godwin.
De slachthuizen worden dan ineens gaskamers genoemd. De boerderijen heten dan concentratiekampen, en diertransport spreekt voor zichzelf. 
En degene die de vergelijking maakt, haast zich meteen te zeggen dat hij/zij heus niet vindt dat een jood/zigeuner/homo vergeleken moet worden met een varken/kip/koe, maar het gaat puur om de omstandigheden.
Jaja.
Gelul van een dronken aardbei natuurlijk, want je kunt de vergelijking niet maken, zonder een rechtstreeks verband met de slachtoffers. Zonder die transporten, concentratiekampen en gaskamers ook geen slachtoffers. Of dat nu om de holocaust gaat, of om een paar kippen.
Los van het feit dat de vergelijking misschien wel of niet compleet mank gaat, vind ik de voorgewende morele superioriteit die eraf spat ("kijk mij eens geen vlees eten, jullie vleeseters zijn de nazi's voor de dieren") echt het toppunt van walgelijkheid.
Bij mensen die dus echt achter dit soort vergelijkingen staan, vraag ik me altijd af of ze wel helemaal recht van de graat zijn, zeg maar.

 Bij mijn weten (correct me if I'm wrong) heeft Nederland geen enorme rijstvelden of soja-plantages. Dus die rommel moet ergens anders geproduceerd worden.
Ergens waar dus plaatselijke fauna plaats moet maken om voor de vegetarische Nederlander de vegetarische maagvulling te telen. Maar blijkbaar tellen die dieren niet mee. Die worden dan weliswaar niet opgepeuzeld, maar of ze heel blij zijn dat hun leefgebied erg veel kleiner word, kun je je afvragen. De vegetarische eter zal dat een spreekwoordelijke worst wezen.
Ergens op een plek waarvan we allemaal ook wel weten dat de mensen die er werken niet helemaal een salaris krijgen dat op het Nederlandse niveau ligt. De vegetarische Nederlander zal dat een worst wezen.
En dan moet dat op een boot naar Nederland. Die boten varen niet op lucht, en stoten dus flink wat ellende uit, om nog maar te zwijgen van het lozen van troep op de oceaan. En de incidentele walvis die zijn kop stoot aan de schroeven van dat bootje, daar hebben we het maar helemaal niet over.
Of per vliegtuig, waarvan we ook allemaal weten dat het niet bijzonder goed is voor het milieu. Maar goed, daar zullen we het dan ook maar niet over hebben, want vleeseters, dát zijn de nazi's.

En uiteraard krijg ik na een dergelijke discussie in het advertentieveld van facebook gelijk een reclame van de fucking Vegetarische Slager te zien. Dat is meer dan mijn toch al door Godwins en andere bedroevende argumentatie-skills geteisterde ziel aan kan.
En eronder allemaal likkebaardende, kwijlende reacties van vegetariërs die het zo heerlijk vlezig vinden smaken.
Ik herhaal, in iets andere woorden: van vegetariërs die het zo heerlijk naar vlees vinden smaken.
Ik herhaal dit nogmaals, in iets andere woorden: vegetariërs die nepvlees van een nepslager zo lekker naar vlees vinden smaken.
HOE DAN? Je bent vegetariër. Je eet geen vlees!
Dus dat vega-volk blieft geen vlees van dieren, maar weet blijkbaar erg goed hoe een lap vlees dient te smaken, wat de textuur is van een heerlijk varkenshaasje of gehaktbal (HOE DAN?) en vindt dat elke rechtgeaarde carnivoor die chemische, met smaakversterkers, kleurstoffen en antibiotica (voor de échte vleessmaak  ;) ) volgepropte vegetarische vlezen moet vreten.
Ja. Nou, nee dus.
Is dit niet gewoonweg het toppunt van doorgekookte hypocrisie? Of van inspraak zonder inzicht, dat leidt tot uitspraak zonder uitzicht?

Zie, dit gebeurt er dus met mensen die een teer zieltje hebben. Ik ben totaal van de kook geraakt.
En dat komt doordat er van mij als nazi wordt verwacht dat ik ga knagen aan een vegetarische lamsbout.
DOES
NOT
COMPUTE.

Dit alles gezegd hebbende: dieren hoeven voor mij niet onnodig te lijden. En griezelige psychopaatjes die in het slachthuis menen een dier nog te moeten pijnigen en mishandelen voor ze verwerkt worden, mogen wat mij betreft met eeuwigdurende jeuk op onbereikbare plekken opgenomen worden op een gesloten afdeling in een dwangbuis (zodat ze niet kunnen krabben). Maar ik zal er mijn schnitzel, biefstuk, worst en fileetjes niet om laten staan. Ik vind het lekker, het is voedzaam en in normale porties gezond. (Al was het maar mentaal, want ik zal mezelf nooit moreel superieur vinden vanwege mijn eetpatroon, noch zal ik op welke wijze dan ook een ander mens tot nazi bestempelen, om wat voor reden dan ook).
En gelukkig: ik ken maar heel weinig vegetariërs persoonlijk die op bovenstaande wijze menen te moeten kwebbelen. De meesten eten hun bloedeloze prakje stilletjes op en genieten daarvan.
Prima. Op dezelfde wijze heb ik ook respect voor vegetariërs die niet als een soort van doorgesnoven jehova-getuigen mij proberen te overtuigen van hun morele superioriteit.

Er is toch iets waar ik een hele kleine disclaimer voor wil opvoeren.

Ilse heeft een nieuwe auto.
Haar auto is tot twee keer toe door onvoorzichtige chauffeurs geraakt. Dit wellicht in het (onwetende) kader van: Is een Suzuki Wagon R+ nóg lelijker te maken?
Het antwoord daarop laat ik in het midden.
Inmiddels heeft dat tot gevolg gehad dat de uitgekeerde schade 2x het aanschafbedrag is.
Mooi.
Ilse voelde zichzelf al een poosje niet meer veilig in dat kleine autootje. Oke, dat snap ik. De achterbank is de kreukelzone, en laat daar toevallig Jente zitten. Dus werd er na de tweede aanrijding uitgekeken naar een iets grotere auto. Gewoon voor het gevoel van veiligheid. 
De nieuwe auto is een Citroën. En ja, ik ben daar als Citrofiel natuurlijk zeer mee in mijn nopjes.
Maar boze tongen beweren dat Ilse geen keuze had, in haar nieuwe auto.
En dat steekt me.
Natuurlijk had ze de keuze.
Elke keuze heeft consequenties, en die heb ik haar ook duidelijk laten weten. Een andere Suzuki, zou leiden tot een Harry Potter-achtige slaapkamer voor haar alleen in de trappenkast.
Een Audi had geleid tot een luchtbed en straalkacheltje in het schuurtje.
Een Volkswagen tot bovenstaande minus het straalkacheltje.
Etc. Etc.
Uiteraard met alle liefde, want ik hou zielsveel van mijn meisje, maar soms moet je gewoon grenzen trekken, en proberen met zachte hand iemand te overtuigen van het feit dat er altijd betere keuzes zijn.
Zonder gekheid: we hebben samen gekeken naar een auto die qua gewicht niet te gek zou worden, maar wél lekker veilig zouden voelen. In dat keuzeproces konden we geen Citroën vinden die ons beiden aansprak. (Mij dus wel, maar goed, het is Ilse's geld en dus ook haar beslissing).
We gingen kijken voor een Ford Focus, maar tijdens de testrit bleek er zoveel te rammelen, piepen en kraken, dat we dat toch niet lekker vonden. Toen tijdens de testrit de motor uitsloeg en niet meer aan ging vanwege een lege accu, was het oordeel geveld: deze Focus ging het niet worden.
Maar geheel uit eigen beweging, zonder dat ik ertoe aanzette of pushte vroeg Ilse zelf of ze een rit mocht maken in een Citroën Xsara Picasso. Een MPV. En die beviel haar, los van de stoel en het feit dat de meters het niet deden erg goed.
En huiswaarts gekeerd, zocht en vond ze zelf een exemplaar dat er beter uitzag. Een testrit bevestigde haar eigen oordeel: rijdt heerlijk. Zit prima. Voelt veilig, voelt goed. Die koop ik.
Ik heb haar nog gevraagd of ze niet heel even moest nadenken. Maar, dit was hem.
Dus nee, ze had de keuze. En als ze wel met een Focus of Honda Jazz was thuis gekomen, was ze me even lief geweest.
Ook vanuit de trappenkast. 














woensdag 20 september 2017

Gezeik

Ik ben voor gelijke behandeling.
Dus ongeacht sekse, geloof, huidskleur, geaardheid, politieke kleur, eetpatroon, enzovoorts, wordt iedereen hetzelfde behandeld, krijgt dezelfde kansen en mogelijkheden.
Ik vind dat best mooi van mezelf.
Een loffelijk streven ook voor iedereen, want daaraan zal je als mens, maar ook als staat moeten werken.

Een paar jaar geleden hoorde ik een verhaal van een vrouw, die vertelde dat ze een paar jaar geleden (dus voor dat ze dat verhaal vertelde, dus inmiddels meer dan een paar jaar geleden) zoveel lol had gehad van een plastuit. Samen met een vriendin had ze een paar van die dingen gekregen of gekocht. Meteen stoven ze naar het dak van een hoog gebouw om daar als een echte man naar beneden te plassen. HIHIHI HAHAHA HUHUHU GNIFFELGNIFFEL GRINNIKGRINNIK.
Okee, zelf heb ik daar weinig mee, heb nog nooit de innerlijke behoefte gehad om van een dak te pissen, want je zal er maar onder komen. Tenzij je Patricia Paay heet, heb je volgens mij als redelijk weldenkend mens erg weinig behoefte om andermans urine over je heen te krijgen, of je eigen urine over iemand anders uit te storten. Maar goed, doe wat je wil, maar val mij er niet al te veel mee lastig.
Omdat ik verder toch wel veel meer aan mijn hoofd had en heb, vergat ik dit verhaal weer. Ik vond het op zijn best, niet de meest bijzondere episode uit het leven van deze dame.

Eergisteren echter hoorde ik op de radio dat er een vrouw was, die een boete voor wildplassen had gekregen, en die weigerde te betalen. Want er was niet genoeg mogelijkheid voor de vrouw om niet wild te plassen.
Als ik als man de nood hoog heb, dan is de reddende boom vaak nabij (nooit in een portiek, dat is een teken van een totaal gebrek aan decorum) maar als oom agent mij betrapt, moet ik eraan geloven. Dan krijg ik (hopelijk nadat ik de nood gelenigd heb) een boete. En ergens ook wel terecht. Als iedereen (man en vrouw) zomaar overal gaat urineren, is de lucht uiteindelijk ook niet meer te harden.
Ik wil meteen toegeven: ik ken de hele zaak niet, ik weet bijna geen achtergronden, anders dan dat de vrouw wildplaste (ik heb toch een beetje moeite met die terminologie. Dat komt omdat ik een beelddenker ben, en dus het woordje wild wat te letterlijk neem. Go figure) daarop betrapt werd en een boete kreeg. Net als een man die zou hebben gekregen. Gelijkheid!

En meteen na deze uitspraak was er een hoop geschamper. De rechter zou wel een man zijn geweest. Nee, de rechter paste gewoon de wet toe. Net als de wetshandhaver.
En toen kwam dat verhaal van de voorgenoemde dame weer bovendrijven. Hoezo zijn er geen mogelijkheden voor de vrouw om te plassen?
Je kunt, als je je ergens hebt laten vollopen, toch eerst even toiletteren voor je het café verlaat? Of je schiet ergens een café in. Of je beperkt je inname. Scheelt ook. Wat er niet ingaat, hoeft er niet uit.
Of je koopt bij BOL.com een paar plastuitjes. 7 stuks voor 3,23 euro.
Is dit oneerlijk: de vrouw moet betalen voor wat plastuitjes? Nee. Dat is niet oneerlijk.
Een gemiddelde vrouw die niet een gezicht als een sloophamer heeft, krijgt per avond heus wel wat drankjes aangeboden van een man die -al dan niet altruïstisch- wil bijdragen aan de feestvreugde. Dus de besparing daarvan, kan dan meteen omgezet worden in wat plastuitjes.
Toen ik dit echter meldde tijdens een verhitte discussie, werd dit totaal genegeerd. Ik verwachtte eigenlijk dat ik allemaal woedend vrouwvolk over me heen zou krijgen, maar blijkbaar is de complete logica van mijn bijdrage zo ongelooflijk voor de hand liggend, dat ik totaal geen reactie kreeg.
En dat is voor het eerst.
Overigens: ik ben een beelddenker: ik vraag me toch af hoe een vrouw zonder plastuitje (die het staande plassen voor een vrouw makkelijker maakt) wildplast. Ik krijg allemaal bizarre beelden op mijn netvlies, die op de vroege morgen even smakelijk zijn als een zure haring die een paar jaar over de datum is.

Een heel ander dingetje.

Gisteren was het weer Prinsjesdag. Na 10 keer kan ik inmiddels een boek schrijven over de organisatie, en over hoe men meent om te moeten gaan met medewerkers, maar dat ga ik vooralsnog even niet doen. Ten slotte is deze blog bedoeld om mensen een glimlach te bezorgen, en niet om ze de put in te praten. 
Prinsjesdag wordt onder andere "verslagen" door ene Xander van der Wulp. Een meneer die voor de camera mag lopen kakelen over van alles en nog wat rondom prinsjesdag.
Een eervol baantje, waarvan je je zou kunnen voorstellen dat je je dan zorgvuldig en volledig voorbereid. Ten slotte wil je geen pleefiguur slaan.
En kakelen deed hij. 
Het voorbereiden heeft deze Xander niet gedaan. Zoveel was wel duidelijk, toen hij een van de militaire orkesten uitmaakte voor hoempapa-band.
Niet alleen sta je volslagen voor lul als je zo'n statement doet, ook haal je de prestatie en de professionaliteit van een aantal van de medewerkers aan dat evenement omlaag. Totaal zinloos. Totaal respectloos.
Goed, deze overbetaalde doch qua kennis en inzicht ondermaatse verslaggever stond dus compleet voor Jan met de korte Achternaam.
Hij probeerde zich er nog uit te redden, maar die poging was zó ongelooflijk kleinzielig, dat hij mislukte nog voor hij zijn excuusjes had kunnen voltooien. 

Op zich kan ik er wel mee lachen. Het is tekenend voor de maatschappij: brullen voor je ook maar enige rudimentaire vorm van kennis hebt over het onderwerp waar je over gaat kwaken. 
De uitspraak:"Inspraak zonder inzicht, leidt tot uitspraak zonder uitzicht" is hier heel erg van toepassing.
Het zou de NOS sieren om voortaan niet alle stagiairs tot verslaggever te bombarderen. Voorkomt toch veel onzin. 










Cheers Corona

 Dit vergeet ik in elk geval nooit meer. Mijn lijf heeft al heel wat truckjes uitgehaald om me dingen mede te delen. Sommigen waren zeer ter...