maandag 29 december 2014

Van alles veel...


Het staartje van 2014
24 december ontmoette ik, zeer tegen mijn zin, een dame die al dagen ziek was. De griep had. Ik ontmoette haar, omdat ik de kerstdienst op Schiphol zou begeleiden, samen met Paul. Dus daar was geen houden aan. Ik had persoonlijk liever gezien dat ze thuis was gebleven.
Maar goed, zij bleef niet thuis, en stak mij vol goede wil, aan. En gisteren was ik dus de spreekwoordelijke klos.
Eigenlijk eergisteren al.
Koud en kleumend, heel de dag rillerig en landerig. De repetitie uitgespeeld, en toen was het ook echt klaar.
De volgende dag, ook een repetitie, maar die heb ik maar gecancelled. Sneeuwbuien achter mijn ogen, dikke pijnlijke holtes, liters snot die ik uitbaggerde en uiteindelijk het hartverscheurende hoesten, waardoor taaie verkoudheidsbagger zich uit mijn luchtpijp losrukt.
Bent u inmiddels al naar het toilet gerend?

Gisternacht dus maar vroeg te bed gegaan. Volgens de echtgenote wilde ik om 0200 uur nog douchen, en vond zij dit -terecht-  geen goed idee. Ook omdat we onverwachte logees hadden, die meer dan 6 uur vertraging opliepen. Hun vliegtuig moest eerst nog even op en neer naar Malaga alvorens het in staat was om de gestrande reiziger naar Amsterdam te brengen. Dat was dus mijn zus, die daardoor niet met de trein naar het donkere zuiden meer kon, en dus met dochter en al hier kwam crashen.

Vandaag voel ik me al weer een beetje mens. Het stomen (met mijn hoofd onder een doek, boven een pan heet water met Vicks, ik vind het een ellende, want overal -zelfs daaruit waar je het niet kon vermoeden- komt vocht van divers kaliber)  leverde in elk geval een enorme hoeveelheid extra lucht op, waardoor ik samen met de vrouw kon zorgen voor een lekkere pan verse snert, een nieuwe plafondlamp die wat meer chique toevoegt aan ons minihuisje (meer dan een rijstpapierenlamp van die Zweedse Boevenbende) en een dikke rubberen anti-slip badmat.
Onze douchebak is op zich nog niet eens heel erg glad, maar wel idioot koud. Ga je lekker onder een warme douche, dan kun je maar beter wel dikke wollen sokken dragen, want onze douchebak lijkt een soort van 2e vrieskist te zijn. Pas als het warme douchewater over je lijf klettert, wordt die bak ook een beetje warm. Dus daarom dacht ik slim te zijn en er gewoon een lekkere dikke anti-slip mat neer te leggen. Vooralsnog heb ik gezien dat de maat die wij kozen volgens mij aan de krappe kant is. Maar als we een beetje kunstig heen en weer hippen, denk ik dat we met redelijk warme voeten de douche kunnen in- en uitlopen.

Wat ik, even terugkomend op de griep waar ik een tik van kreeg, zo lafhartig vind, is dat het letterlijk in de laatste dagen van het jaar moet gebeuren. Ik had zo de hoop dat ik 2014 af kon sluiten zonder extra ziekigheden. Ik had natuurlijk al mijn stuit, die weggesneden werd. En daarmee vond ik het wel prima. Maar dat ik nu nog aan de citrosan, de advil en de kleenex moet, vind ik stuitend. En griep, zoals wij griep noemen (het is geen influenza, waaraan je dood kan gaan) maakt een man tot een zielig, snotterend hoopje ellende. In elk geval deze man. Want komt ook bij dat je met dergelijke zaken, gewoon niet echt lekker aan het spelen bent.

Maar het uitzieken heeft gewerkt, en ik ga er dus vanuit dat ik de komende tijd (want ik ben roker) nog behoorlijk wat zal blaffen, maar wel weer lekker fit zal zijn.

Fit genoeg om te beseffen dat dit de laatste blog van 2014 zal zijn. 

Ik wens alle lezers, vriendjes, vriendinnetjes, collegae, geinteresseerden, ongeinteresseerden en overige lui een heel beste jaarwisseling toe (laat dat vuurwerk maar, kost klauwen met geld) en een heel erg fijn 2015. Waarin eenieder van alles veel krijgt dat hij wenst.

Tot volgend jaar!!!



zaterdag 20 december 2014

We'll always have Paris.

In 2008 haalde ik (pas) mijn rijbewijs, en sindsdien heb ik het openbaar vervoer als reiziger vaarwel gezegd.
Slechts eenmaal maakte ik een uitzondering, toen mijn auto een dringende reparatie behoefde, en toen moest ik van Tiel naar Schin op Geul. Hel op aarde was dat, want waar ik normaal gesproken 2 uur moest rijden, was dat nu bijna het dubbele.
Dus was het ook redelijk onwennig toen ik gisterenmorgen op de tram stapte naar het centraal station.
Een redelijk volle spitstram. En omdat het ook nog in een nieuwe stad was, was het allemaal onduidelijk. Omdat ik met de auto gewend ben om ruim op tijd te vertrekken, en mijn vertrouwen in de RET niet zo hoog was, dat ik het aandurfde om al te strak te plannen, had ik op het centraal station nog ruim de tijd om uit te zoeken waar de Thalys zou vertrekken, een boekje te kopen voor onderweg en nog een voorraadje sigaretten, want die zijn in Frankrijk bezopen duur.
Ook de reis met de Thalys ging vloeiend en vlotjes. Boekje erbij, beetje kletsen met Mattie en de 2,5 uur van Rotterdam naar Parijs waren in een poep en een zucht voorbij. De Thalys gaat behoorlijk rap, maar jammer is wel, dat je dan vrij weinig ziet. En dat komt niet alleen maar door de strategisch geplaatste geluidswallen. Het flitst letterlijk aan je voorbij.

Uiteraard ging het overstappen op de Parijse metro niet vlekkeloos. De metro die we moesten nemen, aan de hand van een wat ongelukkig opgestelde reisbeschrijving, bleek propvol te zijn. In Japan zouden we met geweld naar binnen gedrukt worden, in dit geval moesten we zelf bijna geweld gebruiken. Knus is het dan wel. Warm ook.
Maar uiteindelijk kwamen we er zonder kleerscheuren en zonder gerold te zijn uit, en wisten we zelfs de kerk te vinden alwaar we 's avonds een concert zouden spelen.
We hadden flink wat tijd over, dus besloten we maar een ommetje door de buurt te maken. Een leuke buurt, kan niet anders zeggen. De prijzen voor een appartement met 2 kamers met een oppervlakte van minder dan een postzegel, rijzen hier de pan uit. 450.000. Makkelijk. En dan moet je ook nog behoorlijk strak kunnen inparkeren. Of je zet je auto gewoon in een andere auto. Zodat je met twee smarts ook nog gewoon op 1 parkeerplaats kan staan. Niet gelogen: ik zag een redelijk nieuwe Ferrari (toch geen heel goedkoop autootje) die onder de parkeerschade zat.
 Mooi parkje, alwaar ik heel even, heel erg egogeil ging spelen op een houten bruggetje bij een waterval. Puur voor de foto. Je bent musicerende toerist, of niet.
Een heerlijke hamburger verder en we konden gaan repeteren.

In het hotel wachtte ons een verrassing. Uw nederige stukjesschrijver kreeg namelijk niet één kamer, maar twee kamers aangeboden. Nummer 1 samen met Mattie, nummer 2 alleen. Omdat wij beiden verwoede snurkers zijn, was de keuze niet moeilijk. Met 2 stuks lompe bagage stiefelde ik naar mijn kamer, om daar minimaal 10 minuten op zoek te moeten naar het licht. Dat licht ging alleen maar aan als je de sleutelkaart in een daartoe bestemde gleuf duwde. Maar die gleuf was in het donker niet te vinden. Behoorlijk onhandig. Vooral ook omdat ik ontdekte dat donker, gewoon zwart is, en dat ik zelfs de deurklink niet kon vinden zonder licht.
Dus bij het weer verlaten van de kamer, moest ik kiezen: de gleuf zoeken, of de deur. Dat kostte me weer een paar minuten...

Het concert zelf was een feestelijk geheel van een goed en stemmend zingend koor, een fijne dirigent, fantastische solisten en fijne collega's. De omgeving van de kerk was, zeker in het donker erg mooi en sfeervol te noemen. Voor dergelijke snabbels teken ik vaker. Lekker kunnen spelen, en als dank een razend enthousiast publiek, en koor. Dat is goud! En dat mag nog in Parijs ook.
Na afloop slaagde ik er in om bij het borrelen telkens de resten van de wijn ingeschonken te krijgen. Dat betekende dus veel wijnen door elkaar en dat bleek een onbehoorlijk koppige combinatie te zijn. Na 4 glazen was ik (wellicht door de vermoeidheid) behoorlijk kachel, en moest ik alle zeilen bijzetten om niet onverhoeds door rondvliegend verkeer geraakt te worden.

De naborrel in het hotel was kort maar gezellig, kort want in tegenstelling tot de rest van het orkest/koor/aanverwanten moest ik de Thalys van 7:25 hebben om op tijd in Nederland te zijn voor het laatste kerstconcert van dit jaar. Ik kan gaan lopen mopperen op de late avondmaaltijd, waarbij we voor 20 euro een half vol bakje half lauwe aardappelpuree met gehakt kregen. Of voor 9 euro een clubsandwich die op zijn zachtst gezegd incompleet was (geen chips, geen patat, geen gezonde dingen ertussen). Maar het is een Ibis hotel, dus je betaalt weinig voor de kamer, en de hoofdprijs voor smakeloos voer, dat je slachtvarkens nog niet geeft.

De terugreis was mooi. In het donker met de taxi (die geheel tegen Parijse principes in spotgoedkoop was) naar Gare du Nord. Alwaar ik bij het afrekenen van een kopje koffie niet één, maar twee zwervers van me af moest jagen. Ook hier: de omgeving in het donker tegenover de Mairie en een paar gedenkstenen voor de gevallenen had een bijzondere sfeer.
En ook hier ging het mis in het voordeel van ondergetekende. Aangezien het kaartje van de Thalys geen onderscheid maakte tussen eerste en tweede klas, maar wel duidelijk een plaatsaanduiding bevatte, mocht ik dus mooi eerste klas van Parijs naar Rotterdam. Een heerlijk zachte stoel, lekker breed en voor mij alleen.

Zo is het het leven van een muzikant toch mooi. Prima betaalde klus, effe op en neer naar Parijs, gezelligheid en mooie muziek, waar je je als musicus met hart en ziel in kan storten.
Morgen mag ik zelf even instorten, want vermoeiend was het wel.



woensdag 17 december 2014

Verhuizen, verandering, en kerst in aantocht.

We hebben precies de juiste dag uitgezocht: zaterdag was het een beroerde dag, het regende. Maandag was het een beroerde dag, het regende. Maar zondag was het een prima dag: het regende niet, en de temperatuur was zo, dat je wel warm werd, maar niet ging zweten van de klamme hitte en noeste arbeid.
We zijn over. We mogen ons officieel Rotterdammer noemen. Nou ja... Dat moet natuurlijk nog een beetje groeien, want als Rotterdammer kom ik net kijken, zeg maar.
Ik heb inmiddels heel wat verhuizingen achter mijn naam staan. En toch zal ik me bij elke verhuizing weer blijven verbazen.
Want ondanks dat het huis in Tiel niet eens zo gek veel groter is, hadden we heel veel moeite om alle dozen en spullen op een ordelijke manier in het nieuwe huis kwijt te kunnen. Gelukkig is dit huis dusdanig ingedeeld, dat we niet veel moeite hoeven doen om alle spullen, na wat logisch denkwerk (vooral van Ilse), toch een plaatsje te geven.

Nadat we het hele appartement van laminaat voorzien hadden (dank aan Fokke, Michiel, Matthijs en Niels voor het meedenken, meemeten, meebukken, meezagen) en een paar likken verf (dank aan Anneke voor het meekwasten) en schoonmaken (dank aan Matthijs, Anneke, Michiel voor het inademen van kokhalsopwekkende amoniakdampen) konden we over. Overigens: de IKEA is kut. Ik was namelijk het bonnetje kwijt van laminaat. En dus wilden ze de drie pakken die ik over had, niet innemen. Die drie pakken waren nog helemaal dicht, gesealed en wel, IKEA stond er levensgroot op, maar neeeeee, meneertje, dat kan niet zonder bon. Toen ik vroeg hoe ik dat dan moest koppelen aan klantvriendelijkheid wist de trut achter de balie het ook niet. De pest is wel, als ik ooit schade krijg moet ik weer naar die Zweedse boevenbende...
Er was zelfs een autoverhuurbedrijf open op zondag, dus met een knokploeg van in totaal 6 mannen en vrouwen waren we in 2 keer over. En nee, de verhuiswagen is geen enkele keer compleet overbeladen geweest. Echt niet, dat leek maar zo. De trouwe, trage Iveco had gewoon wat moeite met hellingen van meer dan 1%.
Als we Fokke, Mignon, Bob, Paul, Anneke en Sonja niet hadden gehad, zou het denk ik een stuk minder snel zijn gegaan. Dat weet ik ook eigenlijk wel zeker.

Er resten na een verhuizing altijd wel dingetjes die nog (beter) moeten. Zo is het kraantje van de wasmachine door een ezel zonder inzicht tegen de muur geramd. Het eindstuk zit zo dicht in een hoek, dat je er nauwelijks een kraantje op kan maken. En bovendien lekt het. En dat is dan weer zonde van het laminaat.
Ook moeten er nog wat dingen in de muur geboord worden, maar ik heb dan even een spanningszoeker nodig, want om nu in een electrakabel te boren, vind ik wat jammer. Ik heb al eens mogen ervaren hoe 220 volt door mijn lijft voelt, en dat is niet voor herhaling vatbaar. Echt niet.
Maar inmiddels lig ik lekker onderuitgezakt op de bank, dit epistel te tikken, en dus kan ik ook wel zeggen: hey geslaagd! Met dank aan alle voorgenoemde mensen! Ik word een Rotterdammer.
De buren zijn leuke mensen, en dat scheelt enorm. Buurjongentje is een geinig ventje, die zijn nieuwsgierigheid niet onder stoelen of banken steekt, en heel aandoenlijk (nadat hij keurig netjes aanbelde) even komt inspecteren of we er wel echt netjes wonen, en er geen troep van maken.

Geregeld krijg ik vragen: hoe is het met de studie.
Tja....
Dat is een teleurstelling geworden. Een diepe teleurstelling. Ik had namelijk vanaf juni dit jaar onwijs veel zin om mijn masterdiploma te gaan halen. En met de belofte van rekening houden met mijn werk, en flexibiliteit werd ik binnen gehengeld.
Helaas, bleek in september dat de beloofde flexibiliteit niet in verhouding stond met de geboden flexibiliteit. Sterker nog: codarts vond dat ik maar werk moest opzeggen. Op mijn reactie dat ik dan de studie ook niet kon betalen, kreeg ik te horen dat ik dan maar eens goed moest nadenken.
En dat heb ik gedaan. Het kon niet. Dus ben ik maar gestopt. Teleurgesteld. Maar mijn ervaring met het CVA is dat je niet tegen instituten moet gaan knokken. Want dat verlies je altijd. Die zijn er niet voor de student, die zijn er voor zichzelf. Dus bij Codarts ga ik die strijd niet aan. Ik neem mijn verlies. En ga opgewekt verder.

Gelukkig zijn er muzikaal gezien wel leuke nieuwe ideeen en dingen om te doen. En als ik eenmaal gesetteld ben, ga ik vast wel weer lessen nemen, bij mijn gewenste docent, om in elk geval aan mezelf te blijven knutselen.

Inmiddels de woonkamer bekijkend (die kan ik in zijn geheel bekijken, zelfs zonder mijn hoofd te bewegen, als ik mijn ogen van rechts naar links beweeg, heb ik al een mooi panoramashot van mijn woonkamer) zit ik me af te vragen of ik nog ergens ruimte kan maken voor een hele kleine kerstboom. Het staat wel heel erg gezellig, maar als de poes het in haar kop krijgt, en de boom valt, is er meteen ook wel veel dat kapot gaat.  Nog los van het feit dat ik niet zou weten waar die boom NIET in de weg staat. En natuurlijk of ze bomen verkopen die zeg maar op de vensterbank passen.
Of ergens bovenop een kast. Of net naast de televisie, of op de leuning van de bank.
Dit jaar speel ik wederom in Harderwijk tijdens de kerstdienst. Dat is een gezellige bijeenkomst. En dan door naar huis om een lekkere maaltijd te klussen. We wilden eigenlijk met oud en nieuw ergens een huisje of appartementje huren, maar gezien het budget op is gegaan aan verhuizen, denk ik dat we mooi hier blijven. In Nederland. 

Tot de volgende!


dinsdag 9 december 2014

Klussen en rariteiten.

Met het verhuizen naar ons nieuwe stulpje, komt er ook iets nieuws in mijn leven. Namelijk een "eigen" huis.
Hiervoor woonde ik in studentenkamers en anti-kraak. En nu dan eindelijk een "eigen" huis. Met 33 jaar wordt het misschien wel eens tijd dat ik volwassen word... Niet?
Uiteraard is het huis niet van mij, want vanwege onze financiën is het zo dat we wél 500 euro aan huur mogen en kunnen betalen, maar een hypotheek van 500 euro, neeeeeee zeg, de bank zou het niet durven. Hoe halen we het in ons hoofd. 
Maar goed. Wat we dan ook niet hebben, is het risico op dure reparaties op eigen kosten, duur onderhoud op eigen kosten, het gemeentelijke extraatje van onroerende zaken belasting en dergelijke.
Want dat wordt allemaal voor ons gedaan.
En natuurlijk hangt er geen uitzetting boven ons hoofd, omdat de eigenaar het huis wel of niet wil slopen/verhuren/versieren/renoveren/etcetera.
Afgelopen week begonnen met het op smaak brengen van de woning. Laminaatje uitgezocht, verfje en behangetje en gaan.
Het laminaat:
Met dank aan schoonvader, Niels en woensdag Michiel gaat dat van een leien dakje. Uiteraard niet zonder dat we 1 of 2 planken door onoplettendheid aan gort hebben gezaagd, maar hey, al doende leert men. Omdat we niet de tijd hadden om ons degelijk voor te bereiden en te sparen voor duur laminaat, moesten we genoegen nemen met Ikea laminaat, met de welluidende naam: Slätten. Wij hebben slätten in elke kamer van ons huis. Overigens strekt het tot aanbeveling om als je een pan op laminaat laat vallen, dat je ervoor zorgt dat de scherpe rand het laminaat niet als eerste raakt. Uiteraard moest dat dus bij ons wel gebeuren, en dan sta je tóch even grimmig te wezen.
Het verven:
 Dat had wat meer voeten in aarde. Ilse had (met mijn instemming) gekozen voor gebroken wit. Prima verder. Maar ik zag in alle oprechtheid dus geen verschil tussen de oude en de nieuwe laag verf. Ilse wel, en tot onze frustratie sloeg ik bij het verven dus regelmatig plekken over, terwijl ik er heilig van overtuigd was, dat ik ze wel geverfd had. 
Het behangen:
Leuk patroontje uitgezocht voor dat wat de kinderkamer worden moet. Jammer alleen dat de combinatie muur, lijm en behang totaal niet werkt. De muur was wat grofkorrelig, en tijd om helemaal egaal te maken hadden we niet. Al doende leert men. Dus toch maar een emmer verf erover. Onze slaapkamer, daarvan besloten we maar om niet met behangen te beginnen. Meteen maar wit erover.
Van laminaat leggen ga je stinken als een dooie bunzing, dus om te voorkomen dat mijn leerlingen mijn meur over de longen moesten nemen,  stapte ik gister voor het eerst onder onze nieuwe douche. Heerlijk. Lekker wassen zonder me af te vragen wie er op de benedenverdieping óók een douche kan nemen.

Als woensdag het laminaat af is, datum prikken, vrachtwagentje huren en slepen maar. De buren (boven en naast) zijn aardige mensen. Hebben begrip voor het feit dat er wat in een huis gebeuren moet, dus klagen niet over het lawaai dat we maken.

Er moet tijdens het klussen ook regelmatig even gepauzeerd worden. En al pauzerende keek ik eventjes op gezichtenboek, en kwam langs een pagina met de titel: "Liquid mother love".
Van de titel kreeg ik al een weeig gevoel. Dat kon niet anders dan ranzig zijn.
En ik kreeg gelijk. De persoon achter deze pagina maakt medaillons van 925 zilver, waarover ze gedroogde moederkoek of gedroogde moedermelk plakt.
De reacties van (blijkbaar jonge of minder jonge moedertjes) waren dolenthousiast. Zó enthousiast dat ik eigenlijk voor het eerst in mijn leven geen fris tegengeluid durfde te laten horen.
Ik heb heel wat ranzige filmpjes gezien, maar het idee dat een jonge moeder de placenta van haar spruit bewaart, droogt en opstuurt naar "Liquid Mother Love" om er een medaillon van te maken, daar werd (en word) ik serieus misselijk van.
Mijn fantasie slaat op hol. Het piepjonge gezinnetje komt thuis van de bevalling. En voor ze op bed gaat, stopt de jonge moeder de verse placenta in de vriezer, voor later. 
De jonge vader gaat al rap weer aan het werk. Komt moe thuis. Omdat vrouwlief nog voor pampus ligt, en verzorgd wordt door de kraamhulp, moet papa zelf maar even koken. Moegewerkt graait hij in de vriezer, ontdooit zijn biefstukje, warmt de piepers en de bloemkool op en gaat smaakvol zitten eten. Hoewel... Dat biefstukje smaakt toch wel raar. Om niet te zeggen ranzig. Langzaam daalt het besef bij hem dat hij geen biefstukje aan het eten is. Zijn maag draait zich om, en de placenta verlaat voor de tweede keer (zij het deze keer via antiperistaltische weeen) een warm lijf, om ergens in de oceaan tot vissenvoer te worden.

Ik vraag me oprecht af wat is er in vredesnaam lief of leuk om met resten gedroogde moederkoek rond je nek rond te lopen. En vooral: waar zijn de rationelen in de omgeving van die mensen die dit een prachtig sieraad vinden? Welke onverlaat laat zijn partner dit doen? Heeft die persoon dan zo'n sterke maag? Je zal als vent maar tegenover je vrouw zitten, aan de goulash, en telkens weer geconfronteerd worden met dat moederkoekmedaillon (dat ook nog dezelfde kleur lijkt te hebben als goulash). Gelukkig is mijn Ilse net zo rationeel als ik. Het enige dat ik met die moederkoek wil, is het losknippen van mijn kind. En daarna mag het gewoon de prullenbak in. Of gebruikt worden voor onderzoek. Maar het zal niet aan een stukkie 925 zilver om de nek van mijn vrouw belanden.

Nog een paar snabbels en concerten en 2014 is definitief afgesloten.
Nog een tweetal kerkdiensten, en een tweetal concertjes. En dan maar zien wat 2015 muzikaal te bieden heeft.






zondag 7 december 2014

Mark Rutte, het beschimpte parmantje.

Mark Rutte.
Die arme Mark. Hij deed het zo vreselijk lief, die hele MH17 affaire. Boos piepte hij tegen mannen die vele malen machtiger waren, dat ze als de sodemieter iets moesten doen. Wat, dat wist hij niet. Maar ze moesten iets doen, want Nederland was laaiend.

En nu wordt hij wederom beschimpt. Niet vanwege zijn vertederende optreden tegen buitenlandse kwaaie pieren, maar omdat hij even dacht werkelijk slim te zijn.
Schaamteloos jatte hij de min of meer nieuwe inkomstenbron van artiesten, nadat hij door zijn bezuinigingswoede, toch wel veel cultuur kapot maakte.
Namelijk: crowdfunden. En dat dan voor kankerpatienten.

Het idee is simpel. Pietje heeft kanker, opent via facebook een crowdfund-pagina, stuurt de hele wereld foto's en verslagen en smeekt mensen om zijn leven te redden.

Maar ja. Pietje was bij gezondheid ook al niet zo'n succes. En heel erg hard gaat het crowdfunden dus ook niet. Eigenlijk is tante Toos de enige die 20 euro gedoneerd heeft. Maar dat is niks bijzonders, tante Toos geeft Pietje elk jaar 20 euro. Maar voor de rest denken de meeste van zijn facebook-contacten eigenlijk: "Opgeruimd staat netjes, ik ga die rotzak geen cent geven".
Een paar maanden later sterft Pietje. En pas weer een paar maanden daarna kan hij begraven worden, want hoopvol als hij was, had hij geen uitvaartverzekering en dus moest de familie nog even crowdfunden voor een begrafenis. Want dat is de participatie-maatschappij van Mark Rutte.

Marielle heeft ook kanker. Marielle is een frisse jonge meid van begin 20. Ook zij probeert met crowdfunding haar behandeling bij elkaar te bedelen. Haar vele vriendinnen storten geld, en haar vele aanbidders doneren ook, onder het motto: voor wat hoort wat, als ze straks beter is....
Binnen een maand is het bedrag bij elkaar. Maar helaas. Er zijn inmiddels zoveel crowdfunding pagina's dat je de goeie niet meer van de wat minder goeie kan onderscheiden. De eigenaar van Marielle's crowdfunding-pagina zit inmiddels lekker op de bahama's met een goed boek en twee lekkere en gezonde mokkeltjes aan zijn zijde.
Ook dat is de participatie-maatschappij van Mark Rutte.

En dat allemaal onder het mom van: de zorg wordt onbetaalbaar.
Juist. Daar heb ik wel een mening over.
Dat de zorg onbetaalbaar wordt, ligt niet aan de verpleging. Want voor zover die er nog is, verdienen ze niet genoeg. Ook de artsen zijn niet zo gek duur.
Het probleem begon toen de 'manager' het ziekenhuis binnenstapte. Deze man zei vervolgens tegen de verpleegkundigen dat ze minder tijd moesten spenderen per patient. En vervolgens dat er minder verpleegkundigen nodig waren, want zijn salaris moest ook betaald worden. En omdat hij het niet meer alleen kon, moesten er meer managers komen. Dus nog meer verpleegkundigen moesten weg.
Naja, bekend verhaal.

De zorg wordt onbetaalbaar.
Dus worden de premies hoger. Want de managers op verzekeringskantoren moeten uiteraard een fabelachtig salaris krijgen, om andere managers te vertellen dat er in het ziekenhuis nog meer bezuinigd kan worden.
En natuurlijk moet de winst van de verzekeraar veilig gesteld worden. En omdat dat zo is, moet de consument maar weer dieper in de buidel tasten, voor nog minder zekerheid.
Tja. Zo komt de naam verZEKERing wel erg in het gedrang. Het enige waar je ZEKER van bent is dat je moet betalen. Maar wat je ervoor krijgt, daarvan is ZEKER dat het minder is als het vorige jaar.



Mark Rutte. Dat povere parmantje. Toen hij begon met zijn afbraak-beleid in de cultuur, was ik een van de enigen die vond dat er best wat bezuinigd kon worden.
De meesten stonden op hun achterste benen, en op zich ook wel terecht. Het is nu eenmaal niet leuk als flapdrol III in Den Haag beweert dat jij maar iets anders moet doen. En dat jouw baan niet belangrijk is.
En nu claimt hij dat de cultuursector maar eens verontschuldigingen moet aanbieden.
Die krijgt hij uiteraard niet. In elk geval niet van mij.
Want nog steeds vind ik dat de toenmalige bezuinigingen NIET goed waren, en ook NIET goed zouden uitpakken. En daarin heb ik gelijk gekregen. En nog steeds worden er meer artiesten opgeleid naar een werkveld toe dat veel te klein is.

Regeren is vooruitzien. Met het aantreden van Paars I, is die traditie, net zoals de traditie dat Zwarte Piet bij Sinterklaas hoort, overboord gezet. Er worden stomme beslissingen gecombineerd met bijna schandalig beleid.
En dan vragen ze zich daar in Den Haag af, waarom mensen steeds minder interesse lijken te hebben in de politiek.

Als Nederland zo doorgaat, dan hebben we straks geen enkele vorm van bestaan meer, anders dan dat we slaven (met de Zwartepieten discussie in mijn achterhoofd; excusez le mot) worden van de economie. Geen zorg, geen cultuur, geen onderwijs. 
Ik hoop dat we straks wakker worden. En de hele huidige politieke clownsbende eruit gooien. En vervangen door menselijke mensen. Die de waarde van zorg, onderwijs en cultuur wel inzien. Want een land dat die drie peilers van menselijkheid steeds meer in het gedrang laat komen, is geen eerste wereldland. Maar een derde wereldland.

Als onze dochter straks geboren is, is mijn wens voor haar, dat ze opgroeit in een land waarin we met ons allen besloten hebben om er een mooi land van te maken. Een land waarin iedereen meedoet, naar wat hij kan. Dat iedereen op waarde geschat wordt. In elk geval zal ik proberen haar wel zo op te voeden.

Zo, dat waren mijn overpeinzingen tussen het verhuizen en spelen door.







donderdag 27 november 2014

Een 'vergeten' herinnering.

Zomaar ineens een herinnering.

Ik loop door de Appie. Er moet een brood komen, want mensen eten nu eenmaal brood. Dat ligt besloten in de orde der dingen. Meestal pak ik dan zo'n kiloknaller. 2 of 3 broden voor de prijs van 1. Godzijgedankt dat dat nog wel mag van de clubjes van verantwoordelijke eetersch.
En ik loop dan gedachtenloos verder. En ik zie in mijn ooghoeken de halfjes krentenbrood. Je weet wel: dat gele, met die zwarte, kleverige druppels erin.

En dan valt hij ineens in.

Het is 1989 of daaromtrent. Een koude winter, in het pittoreske Velp. Ik ben uit logeren bij mijn oma. Als kleine jongen, mocht ik soms alleen, zonder ouders, uit logeren. Bij oma. Poeteke noemden wij haar, hetgeen in het Indonesisch iets als 'witje' betekent. Ze had, toen ze gouvernante werd bij mijn overgrootouders, namelijk ravenzwart haar.
Dit is echt waar, nog van voor de tijd dat Sneeuwwitje gemeengoed werd onder kleuters.
Hoe dan ook: mijn oma zorgde voor het ontbijt. En dat bestond niet uit degelijke bruine plakken brood met kaas. Niks ervan. Als wij kwamen logeren, werd de plaatselijke grutter leeggetrokken. Alle verwennerijen werden aangesleept. Ze was toen al dik in de 80 en schuwde een stevige wandeling naar "het dorp" niet, als het erom ging kadootjes en verwennerijen voor ons te halen.
Oude kaas, muisjes, gestampte muisjes, hagelslag, rosbief, ham, en noem maar op.
En krentenbrood. Want dat was ook verwennerij.
Een beetje besmuikt werd dat verse krentenbrood zonder verder veel plichtplegingen in de rooster geflikkerd.
Mijn oma deed altijd alsof dat eigenlijk een zonde was. Maar het was wel werelds lekker, in de ogen van een 8-jarige. Belegd met oude kaas, of pindakaas was zo'n bruin uitgeslagen, warme plak krentenbrood een ware traktatie. Ook voor mijn oma. Smullen kon ik daarvan, en dan niet één plak, nee, wel 4!!

Pas veel later realiseerde ik me waar die gene vandaan kwam.
Voor mijn oma, die 2 wereldoorlogen meemaakte, en in de laatste oorlog vier Joden onderdak verschafte, terwijl haar buren SS-ers ingekwartierd hadden, was voedsel iets heiligs. Dat was kostbaar, want wat honger was, had zij aan den lijve meegemaakt. Wat armoede was. Goed en vers voedsel verspilde men niet in een broodrooster. Dat was iets voor oud brood.
In de jaren net na de oorlog, was het nog steeds redelijke armoe troef in Nederland. Behalve dan voor mijn overgrootvader, die als schout-bij-nacht van de Marine tot de bovenlaag van de bevolking hoorde. Sterker nog: hij had een huishoudster. En dus ook het geld om op zondagochtend vers krentenbrood te halen (dat kon toen, bij de Haagse bakker), om dat te roosteren. Voor de huishoudster was dat als vloeken in de kerk. Ten slotte was zij huishoudster en dus niet behorende tot de bovenlaag.
Mijn oma nam dit gebruik over. Maar dus wel altijd wat stiekem... Wat besmuikt.

Een jaar of 25 later, zit ik hier in een huis dat in verregaande staat van ontbinding verkeert. Niet alleen de constructie is op sterven na dood, ook de inrichting neemt vormen aan van net na een bombardement. Verhuizen is rommel.
De herinnering die me inviel bij de broodafdeling... Zou het...???

Ontbijttijd. Ik open de verpakking en laat, toch wel een beetje stiekem (waar je mee omgaat, wordt je mee besmet) 2 plakken vers krentenbrood in de rooster zakken. Als het apparaat "tring" doet, zie ik dat het goed is: precies bruin genoeg geworden, precies warm (oppassen dat je niet je fikken brandt aan de heet en kleverig geworden krenten) genoeg. Oude kaas erop, en.... Ja!! Heel even ben ik weer dat 8-jarige mannetje. Heel even zie ik het rommelige hutje van mijn oma voor me, en kijk ik uit op een besneeuwde tuin, waarin vogels hun voertjes uit het huisje komen pikken. De smaak, het gevoel. Het is er nog. Na 25 jaar, is een 'vergeten' herinnering weer levend.
Ik ga dit vaker doen!

Voor iedereen: gewoon eens proberen. Niet te lang laten roosteren, dat krentenbrood, want het is veel bevattelijker voor verbranding dan gewoon brood.
Eet smakelijk! :)








maandag 24 november 2014

Memorabele Messiahs

Ik ben toch wel een beetje blasé. Want de Messiah komt elk jaar wel weer voorbij, en tot mijn schande moet ik toegeven dat ik in de meeste gevallen, de details gewoon niet onthou.
Van sommigen wel.

Zoals jaren geleden. Mijn eerste keer op eerste, onder leiding van Nicolas Mansfield. Een geweldige dirigent, een showpik tot en met, en een ontzettend aardige man. De manager van het orkest, altijd even motiverend:"het moet wel goed zijn". Ja... Fijn man, fijn dat je me nog even inwrijft dat ik dit voor het eerst doe. Fijn dat je de druk er nog even lekker oplegt.
Maar het ging goed. Dat lag trouwens niet aan het instrument, want dat ging zeker niet goed. Vlak voor de inzet van het duet met de bariton gaven mijn ventielen er de brui aan. Dus toch wel een beetje emotioneel griste ik de trompet uit de handen van mijn collega naast me, en uit boosheid, speelde ik een nagenoeg perfect duet.

Ook jaren geleden. In Enschede, een meezing Messiah. Niemand verwachtte dat die door zou gaan, want koning winter hield het land in zijn greep, en de verwachting was dat het orkest niet door de sneeuwbuien heen zou komen. Het onverwachte gebeurde wel, en het koor, solisten en orkest waren compleet. Op de terugweg echter ging het echter volslagen mis. Ik glibberde over de met sneeuw volgebaggerde wegen naar huis, en anderhalf uur later was ik nog niet op de helft, maar wel bij een tankstation. In de hoop daar wat te kunnen eten, gleed ik het terrein op. De uitbater had slecht nieuws: hij was door de sneeuw niet bevoorraad, en ik kon er dus niks te eten krijgen. Wél een gratis kop koffie. Met een kop koffie op het dashboard naast me ging ik weer op weg. Pure concentratie om die topzware berlingo de snelweg weer op te krijgen. Toen dat gelukt was: hehe lekker koffie! En ik greep de koffie bij de deksel, tilde hem naar mijn mond, en begon vreselijk te vloeken. De beker liet namelijk het deksel los, en een kledder bijna kokend hete koffie landde onbarmhartig in mijn kruis. Letterlijk gillend van de pijn moest ik dus mijn auto aan de kant zien te krijgen. Sindsdien doe ik dus ook nooit meer een dekseltje op de koffie.

Wat minder lang geleden: een Messiah met een koor in Arnhem. De dirigent laat zich het beste omschrijven als een kruising tussen een zwerver, een hells angel en een rockster. Maar wat was hij enthousiasmerend. Wat motiveerde hij. Hoezo trompetten zacht? Bulderen!!! Het koor moet maar een tandje meer geven. En een enorme kennis van zaken, en een enorm goeie wil. Ik deed dit voor het eerst niet op de kleine piccolo, maar op de wat grotere D-trompet. Zenuwen had ik wel, en blijkbaar zozeer, dat ik te hard in mijn trompet kneep. De triggerring liet hierdoor los, en zo kon het gebeuren dat toen ik het podium afliep (na een prima duet) ik eruit zag alsof ik halverwege de Messiah in de echt was verbonden.

Toen volgenden er jaarlijks Messiahs, waarvan ik alleen nog maar weet dat iedereen hard zijn best deed. Meestal met koren en dirigenten die op zijn zachtst gezegd van een uitdaging houden. En daar blijft het dan ook (pijnlijk genoeg) bij.

Dit jaar. Messiah nummer zoveel. Omdat ik fijne collega's heb, kon ik vanwege een (naar ik hartelijk hoop) kortstondige winterblessure (die nog niet over is) de eerste partij overdragen aan Frank.
Dit jaar was wél weer een memorabele Messiah.
Niet zozeer muzikaal gezien (hoewel ik een veer in Franks reet wil steken vanwege het feit dat hij zomaar eventjes die eerste partij speelt, en verrekte goed ook). Maar meer de totale slappe lach die we kregen tijdens de repetities.
Maar het allerergste was deeltje 15. Heel soms hebben dirigenten leuke ideeen. Zoals dat deeltje 15. Die dan voorschrijft dat de trompetten vanuit de verte moeten klinken. Leuk. Wij zouden buiten de zaal wachten op de cue. De deuren openen, ons deeltje spelen, en weer rustig wachten op de pauze.
De cue was het super zachte strijkdeeltje. Daarop opende ik de deur, die helaas niet goed in de scharnieren hing. Dwars door dat fijnzinnige vioolmelodietje hoorde het publiek dus een geschraap dat door merg en been ging. Toen moesten twee trompettisten dus alle zeilen bijzetten om de lachbui te onderdrukken en op tijd in te zetten. Maar we waren er! En goed hoorbaar. Na afloop moest die deur dus weer dicht...

Ik zeg: op naar 2015. Messiah nummer zoveel. En naar ik hoop weer met toffe en goeie collega's. Waarbij we weer mooi muziek mogen maken, al dan niet gelardeerd met een hoop lol.



vrijdag 21 november 2014

Mooi Woord.

In de categorie mooie woorden, en met dank aan vriendje/collega Martijn.
SAKKER!

Volgens het woordenboek is sakker een vervoeging van het werkwoord sakkeren, hetgeen foeteren, vloeken, mopperen of tekeergaan betekent. 
Heilig schennende woorden bezigen. Dat idee.

Ik vind het een prachtig woord, zeker uitgesproken door Martijn, want met een elegante, licht Brabantse tongval.

We kwamen erop vanwege het feit dat de repetitie welke wij deze kille morgen zouden gaan doen (ja, het was kil, want ik moest de voorruit van een laagje ijs ontdoen) in het mooie Soesterberg. Onze repetitieruimte was echter door wat communicatieverschillen nog niet open, en derhalve (ook zo'n prachtig woord trouwens) stonden wij te kleumen voor de deur.
Mopperen deden wij. Waarop Martijn zich een welgemeend "SAKKER!" liet ontvallen. Eigenlijk riep hij dus gewoon:"MOPPER!". Maar sakker klinkt mooier.

Sakkeren. Sinds gistermorgen doe ik niet veel anders. Het wordt weer winter, en gedurende dit jaargetijde heb ik nogal eens last van een bovenlip die schraal wordt. Er komt een korstachtig laagje op, en iedereen die iets van koperblaasinstrumenten af weet, weet dat dat funest is voor de te vormen toon.
Bij de repetitie van gistermorgen voelde ik al aan mijn bovenlip dat het mis was. Of eigenlijk: het was meer het gebrek aan gevoel in mijn bovenlip dat mij liet weten dat het mis was. Mijn lip werd nogal gevoelloos, en bij nadere inspectie bleek inderdaad van rechts naar links komt er een klein korstje op. Nee, voor de listige mensch onder ons: het is geen koortslip. Dat is al eens onderzocht en ik ben herpes-simplex vrij. Het is puur een kwestie van de mond die moeite heeft met het verglijden van de seizoenen.
Onpraktisch, want ik moest gisteravond ook op de piccolo een Messiaatje weg zien te spelen. Nu is een Messiah spelen met een dirigent die op zijn zachtst gezegd nooit naar courante uitvoeringen luisterde, en daarom tempi neemt die een factor tien te laag liggen, al geen sinecure, laat staan als je lippen dienst weigeren.
Gelukkig heb ik fijne collegae en ook in dit geval was de collega (Frank) niet te beroerd om dit van mij over te nemen.
Dus zit ik al sinds gisteren te sakkeren op het jaargetijde, mijn lippen en het daardoor ontstane onvermogen om lekker te spelen.
Er komt zo af en toe geluid uit.
Ik weet ook wel: het duurt in de regel een week, max 2 en dan speel ik weer als vanouds.

En dan moet er dus ook verhuisd worden.
We hebben, denken we, iets gevonden. Wij gaan Rotterdam in. Niet helemaal, maar toch wel bijna. En bijna is goed genoeg. Een leuk buurtje, laagbouw, begane grond, 3 kamers plus een kelder alwaar allemaal verkwikkelijke dingen kunnen gebeuren. Waaronder trompetspelen, en wellicht als de wurm groter is, ik alsnog ook met een meisje een prachtige roco treinbaan kan bouwen. Met van die leuke huisjes enzo.
Maar goed. Dan moet er wel weer van alles geregeld en gedaan worden. Inpakken, weggooien, contracten tekenen, inpakken, laminaat.... Ik begin al te zweten en sakkeren als ik er aan denk.
Dus deze kerst zullen wij geen boom hebben. Ik ben bang dat we die niet zouden kunnen terugvinden tussen alle verhuisellende.

En zo ging ik het weekend in. Nou ja... Weekend... 

 

zaterdag 15 november 2014

Huiselijk geneuzel...



Mijn huis in Tiel, waar ik eerst alleen woonde, was een plek waar ik maar moest zien hoe ik het redde in mijn eentje. Een relatiebreuk, lange laaaaange ritten naar een ziek mens, de zorgen erom en het overlijden ervan. Werken, lang werken, langer werken en dodelijk saaie momenten. Altijd was het huis in Tiel MIJN huis. En altijd weer wachtte Claus mij op.
Niet alleen was het huis getuige van alle verdriet, boosheid, angst en frustratie van zijn bewoner. Ook mocht het huis meemaken hoe ik weer opkrabbelde. Ik kreeg er een dame met wie het wél leuk leven was. Sterker nog: zo leuk dat ik niet alleen haar in mijn huis opnam (en en passant met haar trouwde), maar ook haar hond en nog een extra kat. 

Natuurlijk is het heus niet allemaal koek en ei, in deze romance tussen mens en huis. Want het huis heeft zo zijn nukken. Een cv-ketel die een totaal eigen leven leek te leiden, en uiteindelijk lekgeslagen was. Een badkamer die vanaf het moment dat de dagen korter worden, gaat lekken tot het moment dat de dagen weer langer worden. Een soort van herfst-winter-en-een-beetje-voorjaarsdip voor sanitair. In het voorjaar en de zomer is er nooit een lek....
De vloer die op sommige punten erg zacht is, en een dakraam dat af en toe wat TLC nodig heeft.
Toch een soort van haat-liefde verhouding met deze wankele opstapeling van bakstenen en hout.

Ik wist uiteraard van te voren al dat deze relatie geen lang leven beschoren was. Het is tenslotte anti-kraak. Vastgoedbeheer. En het moment dat we afscheid moeten nemen, nadert met rasse schreden. Eind van het jaar moeten we eruit zijn.
En dan is het gevoel.... Bitterzoet....
Lelijke, pijnlijke en vooral ook hele mooie momenten in dit huis. Vervloekingen over de slechte staat van onderhoud, verbijstering over de bizarre constructies in en om huis en blijdschap over een aanstaand huwelijk en kind.

Dus nu op zoek naar een nieuw huis. En nu iets voor langere tijd, zonder dat er een zwaard (van verhuizing) van Damocles boven onze 3 hoofden hangt.

De ritten over de veel te smalle, in slechte staat verkerende en saaie A15 zal ik in elk geval niet missen. Vooral niet als het gaat om vrachtverkeer dat niet gehinderd door enige vorm van inzicht of zelfs maar rudimentair fatsoen, zich in de spits plompverloren op de linkerbaan propt.
Tiel zelf zal ik ook maar matig missen. De mensen zijn er op zich best aardig. Maar de stad zelf heeft weinig om het lijf. Zoveel te mooier is de omgeving. Waar toch een aantal zeer fijne collega's wonen, waar het goed wandelen is door een prachtige omgeving.

Bij een nieuwe fase in het leven past een nieuwe behuizing. Dat klopt misschien ook wel.
Er zal wederom een hectische tijd aanbreken: veel snabbelen, veel spelen, veel troep, veel verhuizen. En dan ook nog een kind. Maar wel in ons eigen huisje.
Voor mensen die gaan roepen: Koop een huis!!! Ja, heel leuk, en als we een hypotheek konden krijgen, zouden we dat meteen doen. Maar helaas. De realiteit is dat we geen hypotheek kunnen krijgen. We mogen wél een huis huren a 6-700 euro, maar een hypotheek van 500 mogen we niet.
Dus die optie vervalt. Wellicht ooit, maar voorlopig niet.

Mochten er mensen zijn die toevallig een leuk 3 kamer huisje weten voor een schappelijke prijs in de randstad, we horen het graag, en de beloning zal zijn een huisgekookt diner waarin in elk geval een lekker stukje vlees of vis verwerkt zijn.
En uiteraard onze eeuwige dank!










dinsdag 11 november 2014

201 alweer....

Ik meldde het al:
Ik heb zomaar (eigenlijk ongemerkt) 200 blogs geschreven. Dit is nummertje 201. 200 keer een x-aantal alinea's vol met gekkigheid, gechargeerde meningen, emotionele zin en onzin, en avonturen.
Meestal gezeten op een stoel, voorzien van een kop koffie (en in de tijd dat ik nog mocht roken binnen, met een walmende peuk in linker- of rechtermondhoek) soms met tranen in mijn ogen van ellende, soms grinnikend van pret, of voorpret als ik weer bloedstollende zaken het WWW op ging slingeren, zat ik dan te tikken.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het veel meer dan 200 blogs zijn.
Want het begon allemaal op hyves. Ja, u weet wel: de Nederlandse versie van Facebook, met dat pisgele kleurtje. Op die hyvespagina was ook een plekje voor mededelingen die langer waren dan 20 woorden. En toen ik merkte dat het voor mij leuk/prettig was om meer met woorden te doen, kwam ik als vanzelf bij een blogsite uit. Ik gok er zomaar op dat op die blogsite ook een kleine 100 blogs verschenen, voor deze definitief uit de lucht gehaald werd. Stom als ik was, heb ik deze blogs niet gered, en ben ik dus uit het begin van mijn "bloggercarriere" alles kwijt.
Tot op heden vind ik het bijzonder uit welke hoek ik soms reacties krijg. Zelden komen deze reacties via deze blogsite, vrij vaak hoor ik ineens iets terug uit onverwachte hoek. Mensen van wie ik totaal niet verwacht had dat ze mijn onzin zouden lezen. Laat staan volgen.
2014 leek er voor mij een beetje de klad in te komen. Geen inspiratie om iets te schrijven. Ik zit dit jaar ver onder de hoeveelheid die ik voorgaande jaren neer wist te zetten. En omdat ik mezelf ken, weet ik dat het gevaar erin schuilt dat ik helemaal niks meer tik. Dat het vervaagt. Dus afgelopen dagen mezelf maar eens een schop verkocht; en ziedaar: 201 is geschreven!


 Uit het nieuws.
Het COC wil dat scholen investeren in uniseks toiletten. Voor de transgenders.
Veel transgenders voelen zich namelijk niet op hun gemak als ze hun billetjes moeten neervleien op een voor hun ongeschikt toilet, en kiezen ervoor om dus maar niet op school naar het toilet te gaan.
Op zich heb ik voor dit standpunt alle begrip. Ik snap dat het moeilijk moet zijn om naar een voor jou vreemd toilet te moeten gaan.
Maaaaaaaaar....
Verder denkende: jongens/mannen toiletten zijn in de regel veel viezer dan meisjes toiletten. Stinken meer. Als je dan unisekstoiletten neemt, dan zijn dus alle toiletten veel viezer. 
En dan denk ik nog wat verder: de gymles. Moet daar dan ook een uniseks kleedkamer voor komen, om te voorkomen dat iemand iets moet doen op een plek die hem niet aanstaat?
Ik zie dat al helemaal voor me. En vooral ook in wat voor vreselijk vervelende chaos dat zal ontaarden.
 Nog even los van het feit dat scholen hun tijd en geld beter kunnen investeren dan in unisekstoiletten: hoe zit het met weerbaarheid?
Ik snap het ongemakkelijke gevoel wat iemand kan krijgen. Denk ik, want ik ben geen transgender. Maar ik kan me er iets bij voorstellen.
Maar net als in het leven zelf: elke dag weer zijn er momenten dat de mens iets moet doen dat minder prettig is. En ik denk niet dat het een mens sterker maakt, als hij alle lastige dingen zomaar kan vermijden.
Bovendien ligt er denk ik bij scholen een heel andere taak: namelijk pestgedrag de kop indrukken.
Waarom zou een anders-geaarde gepest moeten worden?
Waarom zou je uberhaupt iemand pesten? De pester heeft een bizar minderwaardigheidscomplex, waar hij vanaf geholpen moet worden en de gepeste moet weerbaarder gemaakt worden. Hier is denk ik meer winst te behalen dan in vermijdende zaken te promoten.

Uit mezelf.
Geloof het of niet: ik ben een autoliefhebber. Of beter: ik hou van kilometers vreten. En inmiddels is het op social media 'een gebruik geworden' om, gelijk een ware exhibitionist, "mooie" kilometerstanden te fotograferen, en te plaatsen. Gisteren zette ik mijn oude, trouwe Volvo op 222.222 km. En even nadenkende: ik heb hetzelfde gedaan bij een peugeot 206, bij een Citroen Berlingo, en een Citroen C3. De BMW die ik erna kreeg zette ik op 333.333, en de nissan die erna kwam, overleed voor hij iets leuks kon krijgen. Nu dus de volvo.
Mijn liefde voor auto's zit hem in de sport om zo weinig mogelijk geld uit te geven aan een zo luxe mogelijke auto. Tel daarbij op dat ik te laat geboren ben, want de esthetiek van de meeste moderne auto's gaat volslagen aan mij voorbij. Dus meestal slaag ik er wel in om een passende auto te vinden.
En kan ik dus weer allemaal gekkigheid schrijven over de al dan niet afwezige mankementen van de nieuwste metalen telg van mijn huishouden.

Het laatste concert dat ik speelde, was in Veenendaal. In het plaatselijke theater. De Lampegiet. Voor mij geen heel onbekende plek, al toen ik 19 was, speelde ik er met het NJO, en later met TKKMAR op regelmatige basis.
Ik werd op het laatste moment gebeld, of ik een Paulus kon spelen. En dat paste net aan.
Mooi!
De Lampegiet had echter 1 klein "probleempje": er waren blijkbaar ergens eetbare rekwisieten achter gebleven, want de meneer met altviool voor ons werd belaagd door een vreselijk dikke groenzwarte mestvlieg.  Hetgeen tot nogal wat hilariteit leidde onder ons tellende trompettisten.
Telkens met je stok wapperen omdat die irritante vlieg in je haar landt, is geen gezicht, en moet vreselijk genant zijn.
De trombonist naast me, speelde ergens echter zo'n strakke straalnoot, dat de onschuldige vlieg voor zijn voeten neerviel, nog wat zoemde en terstond overleed.
Opgelost.
Vermakelijk ook in de Lampegiet is een emmertje dat naast het podium hangt. Met daarop de tekst: KOTSEMMER. Die is ook ooit achtergebleven na een cabaretvoorstelling.
Als ik daar ooit weer kom, dan neem ik dat emmertje mee het podium op. Voor een nerveuze collega of zo.














zaterdag 8 november 2014

Wurm wordt meisje.

Vader worden is even wennen aan het idee, denk ik.
Ik weet dit niet, want ik ben niet bewust al eerder vader geworden. Dus op dit moment wen ik aan het feit dat ik vader word van een meisje.
Dat is wel even een pak definitief.

Gisteren was dus het moment daar: de beruchte 20-weken echo. Blijkbaar had ik iets essentieels gemist, want Ilse was toch best wel gespannen, daar waar ik vrij nonchalant het gebeuren maar over me heen liet komen. Niet dat ik zo blasé ben, dat ik alles wat dit betreft allemaal al heb gezien, maar ik was me gewoon van weinig spanning bewust.
Schoonmoeders haakte aan, en twee piepjonge artsen (waarvan de ene verbazingwekkend genoeg toch de middelbare school al wél verlaten had) completeerden de ballotage commissie.
De buik ging bloot, en werd weer een forse kledder gel gemorst, en daar verscheen het levende wurm. Hoofd zag er goed uit, alle ledematen waren compleet, ingewanden allemaal aanwezig, hart klopt goed, aders deden hun werk. Het hoofd heeft wurm overigens van de vader, want dat is iets groter dan gemiddeld. Mijn kop is ook gewoon dik.
Overigens: ik zeg het makkelijker dan het voor de arts was. Want het wurm draaide lustig mee, waardoor sommige onderdelen toch even lastiger te zien waren. Wat dat aangaat, aardt ze prima naar de moeder, die ook niet stil kan zitten of liggen. 
Twee oordelen werden geveld:"Er is geen reden om aan te nemen dat er hele erge mankementen zijn" (ergo, het lijkt erop dat het gezond is). En:"Ik zie schaamlipjes en een baarmoedertje, het is een meisje".

Het wurm is gezond. En daar ben ik onwijs blij mee. Dat is voor ons het allerbelangrijkste. Dat het maar een gezonde en grote meid mag worden.
Maar ja, misschien ben ik wel een beetje bevooroordeeld, want over een zoon had ik allemaal dagdromen: treinbaantjes van Roco of Marklin bouwen. Ik zou hem later "high-fiven" als hij met zijn 10e meisje van de week naar huis zou komen.
Bij een meisje had ik dat soort dagdromen niet. Want, bevooroordeeld als ik ben, een meisje met een treinbaan, dat kan uiteraard wel, maar die link had ik niet gelegd. En als mijn dochter voor de 10e keer die week een hart breekt, dan denk ik dat ik de door mij zo begeerde wapenvergunning wel echt nodig ga hebben. Oja, en nog even los van het feit dat als wurm als jonge puber op mij gaat lijken, ik het dus bijzonder moeilijk ga krijgen. BHtjes kopen en dat soort shit. Hoe moet dat, en moet je als vader weten van je dochter hoe snel of juist niet dat dat groeit, en moet je dan een extra hypotheek nemen als blijkt dat de borstjes van je dochter wekelijks uit hun behuizing groeien? Maar goed, waarschijnlijk zet en zie ik allemaal beren op de weg, terwijl ik gewoon een heel prachtige dochter ga krijgen. Dat is een feit!

De echo was gedaan, dus schoonmoeders, echtgenote en yours truly togen van Rotterdam naar Sliedrecht, om daar bij Loods 5 te gaan lunchen. Ik had nog wat andere afspraken staan, dus de eerste inkoopronde van kleertjes en spullen kijken mocht ik aan me voorbij laten gaan. Even langswippen bij Peter, en toen in de file van de Meern naar Vriezenveen. Flink de tijd om het nieuws eens even op me in te laten werken. En met een grijns van oor tot oor deze keer geen gemauw over bizar slecht weggebruik van iedereen behalve mijzelf, want ik word dus vader van een dochter. Met rood haar. Hoop ik. En als ze de ogen van haar moeder heeft, dan denk ik dat ik vader word van het meest verwende nest van Nederland.

Het concert in Vriezenveen ging als verwacht, heel leuk. En vanavond mag ik een lange Pauluspassie erdoorheen jagen. Gelukkig in de buurt, Veenendaal. het is ook wel eens fijn om niet uren in de auto te zitten voor een concert. En redelijk bijtijds thuis te zijn.

Een dochter....
Ik sta er nog een beetje van te kijken.




woensdag 5 november 2014

Gezondheid!

Zeer regelmatig word ik geconfronteerd met nieuwsberichten die gaan over gezond eten.
Diverse instanties die aan de bel trekken dat product X toch ineens niet gezond is. Of juist wel.
Laatst nog roomboter. Altijd begrepen dat dat ongezond is, want room is dikmaker want vet.
Maar nu ineens is roomboter wel weer gezond.
Of Kokosmelk. Niet gezond. Wel gezond. Niet gezond.
En uiteraard hele verhandelingen over E-nummers.
E-nummers.
Ik ben te lui om na te gaan wat E-nummers zijn. Suiker! Vet! Zout! Chemicalieen!!! Ongezond. Onverantwoordelijk.

En ik slaak maar weer een diepe zucht.

Je kunt geen voedingsmiddel meer uit de schappen van de plaatselijke grutter trekken, of er is wel weer iemand die met een vermanend vingertje wappert om me te vertellen dat dat toch echt niet gezond is. En onverantwoordelijk.
Tot het nogal beschuldigende: "verantwoordelijke ouders, moeten verantwoordelijk kiezen! En dus niet product X, Y en Z, want daar zitten E-nummers 10, 11, 365 dagen lang per jaar in"...

Ik heb altijd begrepen dat de schijf van 5 gewoon een prima richtlijn is. Fruit, groente, aardappels of rijst, en een stukje vlees.
NEEEEE!!!! Want fruit zus is bespoten met zo, en dat is slecht voor beestje Y waardoor.....
NEEEEE!!! Groente zo is bespoten met zus en dat is slecht voor de opwarming van de aarde. Onee, dat was het lapje koe dat ik vanavond wilde eten. En die noten-vruchten-rijst, die ik best lekker vind, bevat stiekem toch E-nummers. Ja, niet dat er iemand is, die op heldere wijze op de verpakking zet, wat precies een E-nummer is, maar dat geheel terzijde, je moet maar van me aannemen dat E-nummers slecht zijn.

Ergo: een overkill aan bangmakende informatie die de kant van de consument op komt. En soms denk ik: hebben die lui dan werkelijk waar niks beters te doen? Ik werk, op zeer onregelmatige tijden, en ik ben blij dat ik inmiddels gewoon een bepaald ritme heb ontdekt, waardoor ik weer aan mijn normale eetritme kom, zonder dat ik elke 2 dagen de mcDonalds hoef leeg te eten. Ik heb dus ook helemaal geen tijd om me te verdiepen in E-nummers. Of zelfs maar in de voedingswaarde en gezondheid van kokosproducten, boter en andere zooi.

Laat mensen toch zelf bepalen wat ze willen eten. Hou eens op met onnozele bangmakerij en schuld-aanpratende-praatjes over verantwoordelijk kiezen door consumenten. Ik kan helemaal niet verantwoordelijk kiezen, zolang als een bepaald ingredient betitelt wordt als E-1234567879120eneenbeetje. Bij de producent ligt de verantwoordelijkheid om eerlijk en duidelijk te zijn. Die zijn dat niet. En vervolgens zijn er allemaal groepen die om het hardst schreeuwen dat je toch echt dat niet moet kopen, en andere groepen die weer beweren dat het allemaal onzin is.
Dus als normale consument weet ik nog niks.

En daar komt bij: Nederland vergrijst. En niet alleen maar omdat er minder kinderen geboren worden, maar we worden ook ouder.
Dus al die bangmakerij, zal vast wel kloppen enzo, maar als ik lees dat de gemiddelde leeftijd omhoog gaat, zal het met de dodelijkheid van een stukje ontbijtkoek wel meevallen.

Ik neem mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik eet zoveel mogelijk gezond. En ik denk dat iedereen die dat doet, heus niet doodgaat aan een snoepje zo op zijn tijd.
Maar ik hoef niet constant aan te horen dat het allemaal slecht is wat ik vreet. Want eerlijk gezegd: van dat gezemel krijg ik zure oprispingen. En dát is zeker weten niet gezond.


zondag 2 november 2014

Enerverende weekenden

Ik liet me de afgelopen tijd verleiden om ver weg wat concerten te spelen. Oostzaan, Vriezenveen. Dat soort plaatsen.
Met de steeds maar voller lopende agenda, misschien niet het meest handige om te doen, maar hey; ik zeg ja, dus geen gezeur.
Dat betekende dat ik het weekend in zou gaan met een vergadering in Apeldoorn, een repetitie in Vriezenveen, een huwelijksmis in Den Haag en vandaag als afsluiter een operette repetitie in Oostzaan.
Dat is toch al gauw een 630 kilometer.

De vrijdag verliep tot aan de terugreis vrij soepel. Repetitie gespeeld in Vriezenveen, en dan moet je toch al gauw een goeie 1,5 uur tot de carpoolplaats.
Toen bleek dat ik wat vaker mijn telefoon van de trilstand af moet halen. Heel even leek het namelijk mis te gaan in huize Ilse, alwaar een kind groeit.
Ik werd gebeld vanuit de eerste hulppost, waar ik was. En dat ze naar het ziekenhuis in Rotterdam moest. Ter controle. (Voordat jullie nu allemaal gaan bellen voor je het einde van dit stukje hebt gehaald: het is goed gekomen).
Ik meldde mijn vrouw dat ik er binnen 20 minuten zou zijn. Dat werden er 10. Vertel mij dat iets niet goed gaat met het kind of Ilse, en mijn voet heeft de ononderdrukbare nijging om zo diep mogelijk naar beneden te zakken. Dat lijkt me universeel aan het ouderschap. Als er iets mis is met of aan een kind, trap je het gas in en wil je alle slome ellendelingen gewoon voor je wielen vandaan hebben.
Ilse ingeladen, en vol gas (mijn trouwe Volvo gaf geen krimp en deed precies wat ik wilde: namelijk gemiddeld 20-30 kilometer harder dan had gemogen) stoven we naar het ziekenhuis. Het was toen al redelijk ver na 0:00 uur, dus de weg was redelijk vrij. Ik heb zelfs niet hoeven bumperkleven.
Eenmaal aangekomen in het ziekenhuis, werden we naar een kraamsuite gebracht, mijn Ilse werd na bijna een uur in de beugels geholpen, en gelukkig, er was weinig aan de hand. Maar better to be safe than to be sorry. Dat bed, bleek een soort hybride te zijn tussen een bed, een bank, een stoel en een bevaldinges. Met van die steunen waar de aanstaande moeder haar benen in kan leggen. Ziet er zeg maar niet bijzonder charmant uit. Het zal zijn doel best hebben, maar echt bevallig erbij liggen in zo'n kraambed, is er niet bij.

Dus vele malen rustiger konden we aan de thuisreis beginnen. Uiteindelijk was het ver na 04:00 uur dat ik eindelijk op mijn nest lag.

De volgende dag moest ik echter redelijk bijtijds op, want ik had een snabbeltje aangenomen in Den Haag. En hoewel dat pas om 1400 uur was, moest er van te voren gerepeteerd worden, en wist ik dat er her en der wat omleidingen waren, dus ik wilde redelijk vroeg weg. Nog wankelend van vermoeidheid, en nadieselende adrenaline, stapte ik in het autootje van Ilse en reed ik naar het Haagsche. Ik moet oprecht bekennen: ik weet dat ik er gekomen ben. Ik weet ook nog dat ik de remmen van Ilse haar auto heb laten blokkeren, vanwege een juffrouw die niet spiegelde toen ze wilde invoegen, en ik weet ook nog dat ik de auto voor de kerk wel erg oncharmant parkeerde toen ik maar net op tijd aankwam.
Maar vanaf dat punt, weet ik niks meer. Ja, ik weet dat ik alle liedjes speelde, en ik weet ook dat ik tussendoor een paar keer in slaap ben gevallen. En toen was het klaar, en stond ik weer buiten. Ik kreeg wat complimenten her en der, maar voor de rest.... 1 Waas. Te moe.

Dus in de hoop dat ik goed gespeeld heb voor mijn geld, reed ik voorzichtig weer naar huis. Mijn bed was -wat later die avond- ernstig blij me weer te zien. En dat was absoluut wederzijds, moet ik zeggen. Zelden voelden mijn kussens comfortabeler en het matras kon niet lekkerder liggen als gisteravond.

En toen was het grote moment daar.... Ik ga weer eens een operette spelen. Dat is toch zeker 7 jaar geleden. En ik herinner me er voornamelijk de kostelijke momenten in de bak. Gekke muziek, gekke acteurs, gekke dirigenten en gekke musici.
Het is alleen wel weer 100 kilometer heen en 100 kilometer terug. Ik was gelukkig goed bijgerust, en kon dus over een nagenoeg lege A2 richting Amsterdam en Oostzaan. En het was een feest der herkenning. Lekker leuke mopjes hompen en af en toe omdraaien om te kijken of er in het koor nog leuke verfrissing was gekomen. Dat laatste dus niet. Wat mij echter wel verbaasde was de ovatie die ik kreeg naar aanleiding van een gespeeld signaaltje. Zó moeilijk was het echt niet... Blijkbaar wel.
Nog 5 voorstellingen te gaan.

Ik moet hier ook even melden dat mijn vrouw bijzonder goed aanvoelt wat ik nodig heb. Toen ik gisteren totaal afgepeigerd weer thuis kwam, lag er in de koelkast een biefstuk op me te wachten.
En toen ik net thuis kwam, kreeg ik de mededeling dat er vanavond kaasfondue op de tafel komt.
En laat ik nu toevallig op biefstuk en kaasfondue helemaal verzot zijn. Dat betekent wederom een smulpartij als afsluiting van een enerverend weekend.

Het is inmiddels ook al weer twee jaar geleden dat ik mijn aaifoon in ontvangst mocht nemen van meneer T-mobile.
En omdat dit exemplaar mij steeds meer in de steek liet wat batterijduur betrof, maar ik dit toestel nog zeker niet zat ben, dacht ik wijs te zijn, en er een nieuwe accu in te laten zetten door de plaatselijke gsm specialist. Door dit te doen, bespaar ik mezelf een nieuw abonnement, maar kan ik met dit toestel nog minimaal 1 jaar door en een sim only te nemen.

Ik wilde mijn licht opsteken, en liep de plaatselijke phonehouse binnen. Zo'n tent waar ik alle providers kan vergelijken. En die wist mij iets te melden, waar ik een beetje zure oprispingen van krijg: namelijk alle telefoongesprekken kosten minimaal 1 minuut. Of je nu wel of niet 1 minuut spreekt, ze kosten je 1 hele minuut. Dus als je een voicemail krijgt, en je spreekt niet in, ben je toch 1 minuut van de door jou ingekochte belminuten kwijt.
Juist.
Ik ben het hier uiteraard niet mee eens, maar verder vergelijkend waren onderzoek toont aan dat mijn huidige provider nog steeds de goedkoopste is. KPN wil ik niet naar toe. NOOIT!!!! Vodafone is me te duur, Telfort=KPN dus doen we maar niet, en dus blijft T-Mobile over.
Hierover sprekende:

De Rabobank gaat haar prijzen verhogen. Ze willen dat de klant steeds meer zelfservice gaat doen, en om dat te kunnen bekostigen, mag je nog meer betalen.
Dus, toen ik de reclame van SNS hoorde: minder rente op roodstand, meer rente op de betaalrekening en minder kosten aan de bank, dacht ik bij mezelf: waarom in vredesnaam niet. Waarom moet ik meer betalen bij een bank die alleen maar minder service gericht is, en van klanten verwacht dat ze zelf wel alles zullen doen.
Wordt misschien tijd dat ik met de tijd en de consumentenstroom meega. En gewoon meer ga zoeken naar wat voor mij beter is.
Tuurlijk, niet wijzigen is makkelijker. Maar als dit geld bespaard, hou ik meer over om voor mijn kleine meid/jongen te sparen. En dat is ook leuk.




zaterdag 25 oktober 2014

Updatejes.

Een kast.

"Lief, ik heb goed nieuws!!, We gaan een nieuwe kast kopen".
De oude kast, een groot, uit zijn krachten gegroeid en gezakt ding, was ook lelijk. Miste een deur, hing op half 7.
Ilse had er al vaker op gemopperd.
En toen bracht ze haar gemopper in de praktijk. Namelijk: de slaapkamer diende weer verbouwd te worden. En een oude, op half 7 hangende kast laat zich moeilijk verplaatsen. Laat zich niet verplaatsen zonder definitief dood te gaan.

Dus na het nodige gerommel van boven, kwam Ilse blij naar beneden met de mededeling dat we een nieuwe kast gingen kopen.

Eerst wat gezocht, en lang leve de ikea die een kast heeft die dumbass heet. Ik vond die wel heel goed bij Ilse passen. Maar de praktische kant van de zaak (ik zat en zit met een nog niet herstelde wond aan mijn stuit) leidde ons naar de Leen Bakker. Die ook allemaal redelijk betaalbare kasten in de aanbieding heeft. En ook allemaal zo eenvoudig in elkaar te zetten zijn. En ook allemaal zo hoog van kwaliteit is.
Ja, het klopt, de ironie druipt hier in dikke klodders van je beeldscherm.

De pakketten die we meekregen pasten ternauwernood in de auto, en als Ilse zwangerder was geweest, had ze niet meer op de bijrijdersstoel kunnen zitten.
Bij het uitpakken, viel al snel op dat de meegeleverde beschrijving bedoeld is voor mensen met een microscoop, of een andersoortige bril die in staat is tot 1000x vergroting. Over de beschrijving zal ik maar niet uitweiden, die was gewoonweg te summier om snel even een kast in elkaar te flansen.
Bij nadere inspectie bleek: 1 paneel waarbij het spaanplaat niet goed gelamineerd was, 1 paneel waarbij er schade was aan het lamineerwerk, 1 lade die letterlijk al uit elkaar viel, nog voor we hem in elkaar hadden kunnen zetten.

Het bouwproces verliep op zich allemaal wel voorspoedig. Niet snel, niet zonder her en der wat blasfemische beledigingen, maar het liep.
Sterker nog: we waren in staat om die kast in elkaar te zetten zonder elkaar dood te wensen of te maken. En we waren in staat om die kast tegen alle logica in elkaar te zetten in een ruimte waarbij er eigenlijk geen plaats was. Want eigenlijk stond het bed gewoon gruwelijk in de weg.

Bij de afmontage (dat klinkt zo lekker professioneel) bleek dat de jubelende reclame van Leen niet echt klopte. De kast staat, en komt niet meer van zijn plek. Maar zo scheef als een toren van Pisa. Scharnieren die de deuren gewoon niet recht wensen te houden. Schroeven die erin moesten die het Spaanplaat wisten te beschadigen ondanks dat de gaten al voorgeboord waren.

Bijkomend voordeel: ik werd weer eens gedwongen om mijn kast fatsoenlijk in te ruimen. En wat kleren weg te donderen omdat ik ze nooit draag.
En nog een voordeel: de deuren kunnen (hoewel scheef) dicht, waardoor de poes niet meer in de kast klimt, en ik dus geen schone kleren uit de kast trek, waarbij ik onder de kattenharen mijn kleding moet zoeken.

Mensen die van nature gezegend zijn met extreem goede ogen, en gezegend zijn met meer geduld als ik (dat is op zich niet moeilijk) en net als wij niet zoveel geven om een scheef deurtje in een kast, die bij opbouw van ellende al half doodgaat, hebben aan de kasten van Leen Bakker een prima keus. Want je betaalt er ook niet bijster veel voor. Maar mensen die ook maar een geringe oogafwijking hebben, of hun gebrek aan geduld voelen borrelen als ze schroefje x niet gelijk kunnen vinden, die moeten Leen Bakker mijden als de pest.

Afscheid.

De afgelopen weken stonden in het teken van een naderend afscheid. Het gaat hier om Noor. Een paar maanden geleden begonnen we vol goede moed met Noor. We wisten dat het hier om een hond met een vreselijk verleden ging. Mishandelingen, opgejaagd worden en nog meer mishandelingen waren haar deel. En toen kwam ze bij ons. Wij wilden haar oprecht een beter leven geven. Een goed thuis.
Maar we bleken uiteindelijk niet in staat om de hond werkelijk veel vertrouwen te geven. Enorm veel in het dier geinvesteerd aan tijd, geld en liefde. Maar het mocht niet baten. De dieptepunten waren de twee keer dat Noor in blinde paniek Ilse tot bloedens toe beet. Dat was voor mij ook gelijk een grens die niet overschreden mocht worden. Blijkbaar matchten wij niet met de hond, en vice versa. We hebben toen besloten om de hond weer terug te geven aan de stichting. Wij konden het dier blijkbaar niet dat geven wat zij nodig had, en ik weiger om met een kind in aantocht ook maar het kleinste risico te nemen dat de hond het kind grijpt. Om welke reden dan ook. 
Hoezeer het ook beter is voor de hond, is het jammer dat wij niet in staat waren om de hond het beste te geven. En dat doet pijn.

Trompet.

Het begint weer lekker druk te worden.
Gisteren moest had ik voor mezelf een primeur te pakken: het spelen van het signaal Taptoe Bereden Wapens.
De KMar is een bereden wapen, en bij interne herdenkingen is het dus ook wel zo logisch dat er een taptoe gespeeld wordt, die betrekking heeft op de bereden wapens, en niet op de infanterie. En dat werd dus gisteren voor het eerst van mij verwacht.
Het is heel erg wennen, want het signaal taptoe infanterie kent iedereen. Maar (nog maar) weinig mensen die het signaal taptoe bereden wapens herkennen.
En ook voor mezelf: jarenlang de taptoe infanterie gespeeld, moet ik mezelf toch overtuigen dat dit veel snellere signaal dezelfde functie en emotie moet oproepen en vergezellen.

 Dit heeft dan ook weer betrekking op een les die ik had, waarin me gezegd werd dat ik minder op kracht en meer op emotie moet gaan spelen.  Mijn docent vertelde me dat ik nogal hard binnen kan komen, en dat ik teveel probeer te redeneren. Voor mezelf begon ik meteen met verklaringen te zoeken, waarop ik halverwege stopte en moest grijnzen.
Ik ga dus de komende tijd proberen om meer van binnenuit te spelen. Meer te vertrouwen op de emotie en van daaruit te spelen, en niet zoveel meer op routine en kracht te vertrouwen.
Dat zal niet van het ene moment op het andere zomaar eventjes lukken. Maar ik denk dat ik er wel uitkom.

Mijn Stuit.
Mijn stuit geneest wonderbaarlijk. En dit gaat gepaard met nogal wat ongemakken. Jeuk. Om er maar eens een te noemen.
En niets is zo erg om gruwelijk jeuk te hebben en niet te moeten krabben.
Ga maar na, hoe naar ziet het eruit als een collega, of vriend of zelfs maar random dude op straat openlijk de jeuk aan zijn stuit (ligt in de buurt van de kont) staat te bestrijden.
Plus dan de verzorging... Gaasje uit de wond trekken. Gaasje in de wond drukken. Dat wordt allengs minder pijnlijk, maar de sensatie is gewoon heel naar.
Maandag 2e nacontrole op de chirurgische poli. Ik hoop dat de dokter dan iets gaat zeggen in de trant van: Je bent genezen, opgedonderd! Of zo.







dinsdag 7 oktober 2014

Over stuiten, overpeinzen.

Na 5 jaar te hebben gekwakkeld met mijn stuit, was het afgelopen donderdag eindelijk zover: het mes erin.
Een fistel bemoeilijkte mijn leven elk jaar in juni en soms wat vaker, en dat was al eens eerder aanleiding tot ziekenhuisbezoek, maar deze keer zou het voorgoed verholpen worden.
De anesthesist wilde mij middels een ruggenprik plaatselijk verdoven, maar eerdere ervaringen met ruggenprikken leerde mij dat er 3 potige broeders nodig waren om mij in bedwang te houden. En toen was ik een schriel 15 jarig mannetje. Nu ben ik zeker niet schriel en ook geen 15 meer.
Dus dat werd een volledige narcose.

Nadat ik bijgekomen was, had ik gelijk het idee dat ik wel naar huis kon, maar omdat ik nog op de verkoeverkamer lag, en zeker niet in staat was tot de hachelijke tocht naar buiten, liet de lieve verpleegkundige zich van haar strengste kant zien, en sommeerde mij te blijven liggen.
Maar eenmaal terug op de verpleegafdeling was er geen houden meer aan. In no-time stond ik naast mijn bed, bedelend om een rookpauze en om een medium-gebakken biefstuk. Die biefstuk kreeg ik niet. Maar wel 2 boterhammen met vlees. Na een uurtje waren ze me denk ik zat, en lieten me vertrekken, mijn armen vol verbandjes, gaasjes en pillen.

So far, so good.

De wond genas wonderbaarlijk goed, de arts was ook best wel tevreden over haar werk. Dus ik dacht al rap dat ik wel aan het werk kon. Zaterdag repetitie, zondag repetitie, maandag een crematie en lesgeven. Dat bleek teveel van het goede. Los van het feit dat een wond op je stuitje maakt dat je erbij loopt als iemand die gedurende langere periode onvrijwillig, snoeihard anaal genomen is, was de druk op de wond van continu zitten, staan, lopen, weer gaan zitten en langere tijd in een auto zitten teveel. Toen ik bij thuiskomst uit de auto stapte, zag ik dat het kussen waarop ik was gaan zitten (goddank dat ik dat kussen op mijn autostoel had gelegd) rood was van het bloed. En de pijn was toch wel behoorlijk heftig.
Dus vandaag op doktersvoorschrift maar weer rust ingelast. En dat doe ik de komende dagen.
Want uiteindelijk is het de bedoeling dat ik ervan genees. En niet dat ik blijf kwakkelen met die stuit.
Alle lof voor mijn Ilse, die mij uitstekend ondersteunt en verzorgt. 

Dit gaf me uiteraard wat tijd om weer eens wat te overpeinzen...

Politie.
Een redelijk recent bericht op de NOS meldde dat in Brabant er nogal wat agenten ontslagen worden. En wel om de volgende reden: ze hebben financiele problemen, en zijn dus mogelijkerwijs chantabel en dus moeten we ze ontslaan. Typische PVV/VVD oplossing. Typisch een oplossing waar totaal niet over nagedacht is. Want volgens mij moet men eerst eens bedenken waarom een agent in de problemen komt. En of dat niet een beetje te maken heeft met het feit dat een agent gewoon teveel verantwoordelijkheid heeft, en dat het bedrag op het salarisstrookje daar totaal niet bij past. Schandelijk weinig.
En in plaats van agenten tegemoet te komen en ze te helpen, douwen ze hem nog verder de ellende in door hem te ontslaan. Logica komt blijkbaar niet van de politiek. Want inmiddels kampt men in Brabant met een tekort aan agenten. Goh, hoe zou dat nu toch komen?

Mijn taalgebruik kent soms nogal kleurrijke momenten. Ik wil namelijk nogal eens uiting geven aan ongemak, boosheid of frustratie. Beter dat ik dat verbaal doe, dan dat ik de vrouw sla, het servies aan stukken smijt, of een van mijn instrumenten door het raam slinger. Verbale uitingen van ongenoegen kosten niks, en luchten toch (een heel klein beetje) op.
Toen ik vanmiddag na een behoorlijk pijnlijk momentje aan mijn stuit een paar bloemrijke krachttermen bezigde, trok mijn vrouw mij na afloop van dit zeer pijnlijke moment (ze is best slim) aan mijn mouw. Ik moest toch een beetje op mijn taalgebruik gaan letten, want als ons kind er eenmaal is, is het blijkbaar niet de bedoeling dat hij/zij allemaal onwelvoeglijke taal gaat overnemen van zijn/haar verder liefhebbende papa.
En ik moet stiekem toegeven dat ik daar wel de redelijkheid van inzie. Hoe schokkend moet het voor de zoete kleuterleidster zijn om een turfje hoog allemaal bootwerkerstaal te horen uitkramen, op het moment dat het kleuren binnen de lijntjes niet helemaal volgens verwachting loopt. En als ze mijn genen ook maar een beetje eer aandoet, zal het kleuren binnen de lijntjes niet haar sterkste punt zijn.
Ergens moet ik grijnzen bij dit idee, maar het lijkt wel alsof ik inmiddels in de verantwoordelijke modus van mijn leven sta, want ook ik vind dit niet echt kunnen.
Dus zal ik voortaan proberen om mijn taalgebruik wat milder te houden. Kijken of POTVOLBLOEMEN!!!, of GIRAFFENEKJES!!!!!
 Net zo prettig oplucht als:  %^*)$!!!@%#!~!~!!!

Als ik dus dadelijk volledig weer operationeel ben, ga ik me lekker voorbereiden op een periode vol met leuke snabbeltjes. De messiahtjes, weihnachtsjes, requiemmetjes, misjes en zelfs een verkorte armed man gaan langskomen. Plus natuurlijk allemaal leuke solostukjes.

Ik heb er wel weer zin in. Met leuke mensen leuke moppies spelen. En wellicht nog wel wat te dirigeren ook.










maandag 29 september 2014

Een veelbewogen taptoe.

Dit is al de derde of vierde keer dat ik een blog schrijf met deze titel. Maar ja. Een taptoe wandelen hoort nu eenmaal bij mijn werk.
Dit jaar was weer iets bijzonders. De Koninklijke Marechaussee bestaat namelijk (evenals het Koninkrijk) 200 jaar. En dus werden er her en der wat laden open getrokken, en kwamen er motoren en paarden te voorschijn.
Ook diverse ceremonieele tenueen, die hoorden bij deze paarden en motoren, werden van stal gehaald.

En het resultaat mocht er wezen: een zogenaamde carrousel van om elkaar heen draaiende motoren en paarden (die in het begin nogal wat spanning hadden. En dit dus op de muziek die wij speelden.
De eerste repetitie van die paarden en motoren ging niet helemaal vlekkeloos: paard 1 gleed een beetje uit, paard 2 kwam zelfs geheel ten val.
Maar uiteindelijk telt het resultaat, en was de show bevredigend te noemen.
Hulde voor mijn collega's en voor de 'paardenmeisjes' en 'motormuizen'. 

Het bleef uiteraard niet bij onze eigen show. We hadden maar liefst 4 items waarin we op kwamen draven, en dat leverde uiteindelijk, zondag middag een ceremonieel tenue op dat stonk als een bunzing die drie dagen dood in de volle zon heeft gelegen. 
Het ruikt nogal, zeg maar.

Tijdens deze taptoe week, waarin we waarschijnlijk gezamenlijk enkele honderden kilometers door de Ahoy hebben gewandeld, gerend, gestrompeld en gestommeld, kwam ik met vriendje Jurgen (1) ergens in een gesprek op het woordje blijmoedig.
De dag erop waren we het alweer vergeten, maar dit tikkende, herinner ik het me weer. Blijmoedig. Ik complimenteerde Jurgen (2) met zijn schijnbare blijmoedigheid. Zeker omdat na 6 dagen onafgebroken in touw zijn voor, door en met collega's een show op de planken te krijgen en te houden,  niet altijd even makkelijk is. Jurgen's (3, ik hou me aan mijn belofte, ik zou Jurgen (4) enkele malen vernoemen in mijn blog) uitstraling kwam mij als blijmoedig voor. En dat vond ik op dat moment (zelf moe en mat zijnde) toch wel opmerkelijk.

Maar uiteindelijk hebben we ons allemaal nogal blijmoedig door de soms best wel pittige week heengeslagen.  En gezellig was het bijna altijd wel. Of het nu in de kleedkamer was, bij een spelletje Jungle Speed tussen de diverse bedrijven door of in het zelf verzonnen café op de kazerne (ik schaam me nog steeds voor het feit dat ik na een bijna struikelpartij een plantenbak tot zitplaats koos), er werd voldoende gelachen.

Opgewekt. Elk jaar weer komen er mensen van stichting zonnebloem of zo. Een heel roedeltje mensen met behoorlijk wat handicaps, die komen genieten van de show die musicerend militair Nederland (en Oman, Belgie, Amerika en Luxemburg) gaven. Mensen die hun feestvreugde niet uiten door te applaudisseren op de meer geeigende momenten, maar gewoon wat klanken voortbrengen, waarvan ik hoop dat het positief bedoeld is. (Overigens viel mij dit jaar een persoon in een rolstoel op. Men had deze man met zijn rug naar het veld gezet. Of dit voor straf was omdat hij te hard loeide, ruftte of boerde, of dat men in de gauwigheid gewoon vergeten was zijn rolstoel goed te zetten, weet ik niet, maar het zag er wat verdrietig uit).
Ze kiezen de momenten vaak wel wat beroerd uit, moet ik zeggen. Net als er een wat intiemer moment is, met wat zachte passages, klinken er vanaf de zijkant scheet geluiden, geloei en gemekker.
Of tijdens het signaal taptoe (dit keer door een collega van de KMKJWF, alle hulde, ik vond dat hij het prachtig speelde), doodse stilte en dan daar dwars doorheen: pffrrrrrrrrrt. En niet zachtjes. Bijna even hard als de trompettist. 
We weten ook allemaal dat deze mensen er niks aan kunnen doen. Ze zijn wat ze zijn, en doen wat ze doen, niet gehinderd door besef van 'hoe het hoort'. Maar dit soort geluiden leidden op het veld wel tot ingehouden hilariteit. We zijn dan inmiddels aan het einde van een pittige week, met veel lopen, veel wachten en veel geleefd worden, dus echt op en top fris en fruitig zijn we niet echt meer.
Dan zie je dus als je goed kijkt wat hoeden, mutsen, helmen en petten ingehouden op en neer schudden van het ingehouden lachen. En als het applaus losbarst, krijgen wij even de gelegenheid om ons ingehouden lachen even hardop te doen.

Anyway: speciale vermelding voor Moniek, die ons leven op de kazerne draaglijk maakte door bier en worst in te kopen. En voor Kobus, die mijn """'solo""" mede mogelijk maakte.
Voor de rest uiteraard mijn collega's en de 'paardenmeisjes' met wie het best goed toeven was deze week. 

Er is vast genoeg te mekkeren op deze editie van de taptoe, waarbij ik toch moet vaststellen dat ik de Ahoy toch wel een van de meest onsympathieke tenten van het land vind.
1,85 rekenen voor een zeer klein plastic bekertje slappe cola, blijf ik ridicuul vinden. En als je bedenkt wat de inkoopsprijs is, zouden ze zich dood moeten schamen dat ze niet minstens 2 keer per dag de toiletten schoonmaken. Ik vermoed dat ze 1 keer per week wel voldoende vonden, want uiteindelijk begonnen er onfrisse zaken op het toilet tot leven te komen.

Maar goed. We hebben het weer overleefd. Komende week eindelijk een (hopelijk blijvende) operatie aan mijn stuitje. Dan ga ik onder volledige narcose. Men schaaft dan met een soortement van kaasrasp alle slechte huid weg tot ze gezonde huid tegenkomen, en als ik dan uit mijn narcose bijkom, mag ik weer naar huis. Met een open wond. Dus. Daar heb ik nu al gruwelijk veel zin in.

Komt goed.
Terug naar het gewone leven. Iets met een studie enzo.




woensdag 17 september 2014

....Zwanger gemaakt. En help, ik ben student....

Dus dat.
Inmiddels een paar echo's verder.
Ik ga als brave echtgenoot mee naar de echo's, daar waar ik kan. Het is ten slotte mijn kind, en als het ook maar een beetje mogelijk is met de agenda kom ik mee.
Voor al deze zaken dienen wij ons op tijdstip x te melden op de afdeling. De eerste keer moesten wij ruim 3 kwartier wachten, de tweede keer ruim een half uur, en vandaag een goeie 20 minuten. Er zit dus een stijgende lijn in. Toen ik vanmorgen tegen vrouwlief knorde dat het geen enkele zin heeft om op tijd te vertrekken, vond zij van wel, en dus gingen we ruim op tijd weg.

Gelukkig maar, want dan kan ik onderweg nog eens een pitstop maken, en een rokertje opsteken.

Eenmaal bij de echojuffrouw in het schemerige kamertje, mag Ilse haar buik ontbloten. Er wordt weinig sensueel een forse klodder gel op haar buik gekwakt en vervolgens pakt de echojuffrouw een soort van gummiknuppel waarmee ze onzacht over, op en bijkans in de buik van mijn vrouw gaat zitten wroeten, douwen en poeren. Bijzonder efficient allemaal, en bijzonder onpersoonlijk. Hoewel de echojuffrouw er weinig aan kan doen, en op zich nog best aardig is.

Eerlijk gezegd weet ik me in een dergelijk vrouwelijke omgeving nooit echt een houding te geven. Meestal plof ik op een stoel tot Ilse en de echojuffrouw me zeggen dat ik er heus wel bij mag.
De monitor gaat aan en soms, (als de echojuffrouw een goede bui heeft) ook de boxjes en dan mogen wij de hartslag horen. Dat is best wel gaaf.

Op die monitor is het een gewriemel van jewelste. Enerzijds van de bewegingen die de echojuffrouw maakt met die gummiknuppel, anderzijds leeft er wat in die buik. En dat 'wat' begint redelijk menselijke vormen aan te nemen. Volgens de echojuffrouw is het al een compleet mensje, met armpjes, beentjes, een ruggengraat, een hart, een hoofd (gevuld met hersentjes), handjes, voetjes en overige belangrijke benodigdheden voor het latere leven.
De eerste keren zag ik hoofdzakelijk een garnaal in verse knoflookolie (maar dan in zwart-wit) die nog niet dood was. Maar deze keer kon zelfs ik menselijke vormen waarnemen. En die menselijke vorm beweegt dus. Zozeer zelfs dat de nekplooimeting die we wilden nog niet eenvoudig was. Dit kleine wurmpje is behoorlijk beweeglijk, lijkt op de moeder. Stilliggen ho maar.

We hebben wat foto's van de echo meegekregen en Ilse is in staat om daar ook al een gezichtje in te herkennen. Toen ik dat ook probeerde, schrok ik een beetje van mijn interpretatie, want het gezichtje dat ik meende herkennen had veel weg van een alien uit een slechte SF-film.  Maar het bleek (gelukkig!!!) dat ik verkeerd keek.
De contouren van het wurmpje herken ik goed, maar de details: ik vind het knap dat iemand daar iets uit kan halen.
En dus geloof ik die knappe koppen op hun woord. En ach, zolang het kind later maar niet op mij en wel op zijn moeder gaat lijken, is alles prima.

Afgelopen weekend stond in het teken van een laatste microvakantie. Dit onderbroken door een signaaltje taptoe bij een herdenking in Apeldoorn. Tijdens deze microvakantie werd door ons de nieuwe voortent uitgeprobeerd (voldoet en is mooi), er werd een groots kampvuur aangelegd en er werden liedjes gezongen rondom dit fikkie. De hond had de tijd van haar leven, want mocht hele uren ronddartelen zonder riem, en kwam terug met slechts 1 teek.

En dus was het maandag tijd om mijn eerste schooldag sinds 2007 te ondergaan. Om 930 stond ik als brave 1e jaars masterstudent in de theater zaal van Codarts. Koffie te drinken, peuken te roken en nieuwe gezichten in me op te nemen. En uiteraard nieuwe informatie op te doen.
Aan slechts weinig dingen is te merken dat ik minstens 7 jaar ouder ben dan de rest. Ik kan dus nog best voor student doorgaan. De dag was bedoeld om een eerste opzet te maken van mijn research. En ik moet zeggen: de docenten die aanwezig waren, zijn heel aardig, en de medestudenten (waarvan ik er al een paar ken) ook. Dus ik denk dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Alleen: men verwacht dat ik voor mijn research een blog bijhou. En dat dus niet op deze blogsite, maar via een ander: wordpress. En ik ben al zo faalangstig met nieuwe programma's, sites en aanverwante ellende. Ik vrees dat dit me een laptop gaat kosten, als Ilse niet in de buurt is.
Als werkende, heb ik nog een klein probleem: ik krijg geen studiefinanciering meer, en als ik de studie wil betalen, zal ik moeten werken. Gelukkig denkt men op Codarts met me mee.

Hoe ik dit allemaal moet combineren, is me nog volslagen onduidelijk, maar de eerste tekenen zijn bijzonder gunstig.







maandag 1 september 2014

Help, ik heb mijn vrouw....

Ik moet zeggen dat ik verwacht had Ilse elke ochtend kotsend naar het toilet zou rennen. Ze rent wel erg vroeg in de ochtend naar het toilet, maar dat is voor een standaard huis, tuin en keukenplas.
Ik had ook verwacht dat de zure bommen niet aan te slepen zouden zijn, evenals de haringen.
Ik had heftige mood-swings verwacht, maar het is niet erger dan normaal.

Wel moesten er ineens allemaal bezoekjes gebracht worden aan winkels waaraan ik als "stoere" man toch een beetje een hekel heb: van die winkels waar allemaal van die schattige kleedjes hangen. Waar de prijs van een simpele kast tot astronomische hoogten wordt opgepompt, niet omdat die kast ingelegd is met 24 karaat bladgoud, maar omdat er het woordje 'baby' voorgeplakt is.
De prijzen van babywagens heb ik bekeken, en de moed zonk me in de schoenen. Voor een stalen framepje, 4 wielen en een met lappen bekleed badkuipje betaal je dus meer dan Defensie mij per maand overmaakt.

Maar dat mag de pret niet drukken. Juist.
 Ilse is zwanger. Van mij. Dat dan weer wel, en dat schept een band. Dat betekent namelijk dat ik de komende 18 jaar me verantwoordelijk ga voelen voor datgene wat er ergens in maart volgend jaar uitkomt. Stiekem hoop ik op een mannetje, en dan liefst met rood haar, gewoon omdat er niet genoeg van die mutanten rondlopen. Maar het allerbelangrijkste: het moet gezond zijn.

En dus moet ik me de komende tijd gaan inlezen. Dat is uiteraard een onmogelijke taak, want vrouwen begrijpen is al een mission almost impossible, een zwangere vrouw schijnt nog onmogelijker te zijn. Maar ach, ik ben er mee getrouwd, dus een zwangerschap overleven we ook wel.
Ik moet lezen over maxicosi's (ik kijk naar de prijs en kan wel janken). Over placenta's, over kinderkamers, over hormonen, over luiers, over draagdoeken, over zwangerschapsverloop.
Daarnaast moet ik natuurlijk studeren, en werken. Hoezo alles op zijn tijd?

Maar dat gaat helemaal goedkomen.

Al voor de zomer kreeg ik tijdens een rit naar mijn werk een telefoontje dat ik even mijn appjes moest bekijken. Ik deed dat, en reed van pure verbazing bijna vrachtwagen van de weg (dat kan, want een Volvo wint het uiteraard van een Iveco). De zwangerschapstest wees (dit legde Ilse uit) duidelijk aan dat er sprake was van een zwangerschap.
Met een wat lompige grijns reed ik verder (een totaal overstuur geraakte en toeterende vrachtwagenchauffeur achter me latend) en gaf mijn laatste les van het seizoen.
En toen begon het grote zwijgen. Want de eerste weken schijnt er van alles loos te kunnen gaan in die moederbuik, dus moet je niet met de voorzienigheid spotten en voorlopig je bek houden. Tot nu dus.

En uiteraard kibbelen over namen. Ik wil graag een gezonde Hollandse naam. Jan. Of Kees. Of Karel. Maar die vinden geen genade in de ogen van Ilse. Een Delano komt er niet in. Alexander wel, want dat is mijn tweede naam, en die wordt al generaties lang doorgegeven, en ik zie geen enkele reden om daarmee te stoppen.
Meisjesnamen, moeten we het nog maar eens over hebben. Ook hier ben ik voor een Hollandse naam. Dus geen Shirly of Kimberlie. Vreselijk. Ik moet er niet aan denken.
Niet voor mijn kind in elk geval. (Voor ik straks petsen krijg).

En uiteraard ook al een heel lijstje met verboden muziekinstrumenten.
Harp
Piano
Dwarsfluit
Trompet
Klarinet
Hobo
Viool

Blijft over: Bastrombone.

Verboden sporten:
Hockey
Voetbal
Tennis

Blijft over: cricket (gevetoot door Ilse).

Maar goed. Het schijnt dat een kind voor het eerste jaar nog helemaal niet kan sporten of muziekmaken, dus daarop vooruitlopen heeft geen zin.
 Eerst maar eens zien dat we de komende 6,5 maanden goed doorkomen, maar daar heb ik alle vertrouwen in.

Joepie!




zondag 31 augustus 2014

iconen.

Een maandje terug of zo, werd ik lid van een online community. "Iconen uit de jaren '70, '80 en '90".
En dat ging dan om auto's.
Omdat ik zelf in eerste instantie niet vond dat mijn auto (Volvo S40, '98) daarbij hoorde, stelde ik mezelf netjes voor en gaf meteen aan dat ik niet in het bezit was van een auto die tot de doelgroep behoorde.
De communitybaas was dat met me eens.

Tijdens en na mijn vakantie ben ik daar eens over gaan nadenken, en eigenlijk ben ik het oneens met mezelf.
De Volvo S40 is wel degelijk een icoon uit de jaren '90. En niet alleen deze volvo. Maar ook bijvoorbeeld een Opel Vectra. Een opel Omega. Een Volkswagen Passat en een Citroen Xantia (en Xsara). De BMW 3 en 5 series. Diverse modellen van MB.
Waarom zouden deze suffige, burgerlullerige auto's in vredesnaam iconen zijn? Het zijn ten slotte suffe, burgerlullerige auto's. Je ziet ze, en je draait er je nek niet voor om. Het zijn geen koppendraaiers.
Het zijn wel auto's waarvan je de kofferdeksel opent, je flikkert er een paar koffers en tassen in, je smijt de (al dan niet aanwezig) kinderen op de achterbank (en voor kinderen, lees: huisdieren), je koppelt (al dan niet aanwezig) de caravan aan, flikkert moeder de vrouw (met de nodige egards, ten slotte beheert zij de fouragementen voor de reis) op de bijrijdersstoel, je geeft gas en bent weg.
Of: je pakt je aktenkoffertje, dreunt opgewekt humeurig de voordeur achter je dicht, stapt in en rijdt naar je werk. Die auto doet het toch wel.
Niet bepaald het toonbeeld van enthousiast ontwerpen, die jaren '90. Het was functioneel. Maar het was wél onderscheidend. Want toen kon je nog duidelijk het verschil zien tussen een volvo en een opel. Tussen citroen en volkswagen.
Nu, veel later, is dat verschil veel minder. Volkswagen en Audi en BMW. Ik zie nauwelijks de verschillen nog. Het lijkt allemaal op elkaar. x prijs = x strekkende meter auto. En op de parkeerplaats bij de Aldi vind ik het wonderbaarlijk dat mensen zich niet vergissen in welke auto ze betreden.

En wat is nu het leuke? Dat ik nog steeds tussen al het eenheidsblik met vrij grote regelmaat van die burgerlullerige jaren '90 auto's voorbij zie komen.
Ik draai er inmiddels mijn nek wél voor om. En denk bij mezelf:"Hey wat leuk, een oude Vectra, (of BMW of Volvo of Citroen)". Die auto's zijn dus schijnbaar zo goed gebouwd dat ze het wél kunnen. Ettelijke 1000den kilometers onverstoorbaar meegaan. Auto's die blijkbaar ook bij hun baasjes al dan niet zo zeer in de smaak vallen dat ze er toch voor kiezen om onderhoud te blijven geven, in plaats van zich aan te sluiten in de file der eenheidsworst.

En er zijn natuurlijk talloze mensen als ik, die het simpelweg niet op kunnen brengen: nieuwe (electrische of plastic) auto voor de deur. Want de buurman heeft er ook een. Nee, een arme student als ik, is al bij als hij in zijn huishouden 2 auto's en een caravan kan betalen. En bovendien: er is nog dat subjectieve stukje, smaak. Ik ben nu eenmaal een paar jaar te laat geboren. Auto's uit de jaren 80 en 90 bekoren mij meer. Ik vind ze mooier. Trompetten ook, trouwens...

Ergo: voor mij hoort Boris (de Volvo) wél in het rijtje iconen uit de jaren '90. Mooi? Mwa, ik vind van wel. Maar vooral een toonbeeld van betrouwbare burgertruttigheid.







maandag 25 augustus 2014

Vakantie en nieuwigheden.

Zoals zoveel mensen heb ik er in mijn leven geen gewoonte van gemaakt om op huwelijksreis te gaan. Ik maak er ook geen gewoonte van om te trouwen (hoewel mijn uitspraak dat je één, vooruit: twee keer trouwt in je leven toch echt wel profetisch bleek te zijn, met dank aan Reinier Sijpkens en mijn vrienden van DSWO).
De huwelijksreis zelf was al wel helemaal in kannen en kruiken, maar zoals dat in ons leven schijnt te gaan; dat ging niet helemaal door.
De barrelrace kwam te vervallen. Dus besloten we maar na het tournee door noord-Frankrijk, maar  een lekker weekje verwennerij te nemen in de Limousin (redelijk richting het zuiden van midden-Frankrijk) en in Normandie (dat is de westkust van dat land).

Tussen deze reizen in, besloot ik de buurman ter wille te zijn, en onze tuin van het onkruid te ontdoen. Dat daarbij één venijnige (ja, echt: het was er 1) brandnetel zijn eigen mening had, en mijn arm te grazen nam, nam ik maar voor lief. Inmiddels kijkt het zonnetje (welk zonnetje?) ons huisje weer in, en lijkt onze tuin, zittend achter het raam, en kijkende omhoog, een waar paradijsje. Als ik ga roken, zie ik uiteraard de ellende die onze tuin nu eenmaal is.

Maar goed, het werd tijd om de beesten bij hun respectievelijke verzorgers achter te laten, en eventjes onszelf te laten verwennen. De eerste plek was dus in de Limousin. Vlak bij het stadje Limoges, hadden wij een hotelletje geboekt, of een chambre d'hotes, bij een zeer vriendelijk Brabants echtpaar.
De eerste 600 kilometer reed ik, en de laatste 200 deed Ilse. Tijdens die laatste 200 kilometer maakte de tankmeter een wat desperate indruk. Boris, de volvo, lustte wel een slokje. De dorpjes die wij na de snelweg moesten doorkruisen hadden in enkele gevallen helemaal geen pomp, maar in de meeste andere gevallen zag de pomp er niet alleen onbemand, maar ook totaal onbruikbaar uit. Met samengeknepen billetjes wisten we ergens een plaatselijke Elan te vinden, die open was en waar benzine nog rijkelijk stroomde.

Na aankomst bij ons B&Beetje kregen we even de tijd om ons op te frissen, een wijntje weg te klokken en even te landen. Niks dan lof voor Theo en Von. Gezellige Brabanders die gastvrijheid tot een heel nieuw niveau brengen.
Een avondmaaltje om je vingers bij op te vreten. Voor mij vlees, en voor Ilse iets vegetarisch. En dat met een klasse als ware het een sterrenkok. Dit dus gedurende twee avonden. De tweede avond kregen we vis. Ook niet te versmaden. De omgeving van Limoges is prachtig. Het is dat ik niet van wandelen hou, anders waren we waarschijnlijk veel uit wandelen gegaan. Maar zonder hond, is er ook geen noodzaak tot wandelen, dus namen we de auto naar diverse bezienswaardigheden: Limoges, met naar het schijnt een station dat tot de 10 mooiste ter wereld behoort, en Oradour, dat door de SS werd afgeslacht in een waar moordpartijtje. Limoges staat bekend om zijn porselein, dus ik kon het niet laten om de souvenir-jagende-toerist uit te hangen en twee koffiekopjes te kopen. Met schotel.

Daarna reden we door naar Normandie. Ook hier niks dan lof voor onze gastheer en -dame. Ook zij zijn sterren in culinair plezier, en ook zij weten wat het fenomeen 'je ergens thuis voelen' betekent.
Normandie. Ook hier vele mooie dingen gezien in de omgeving. En ontzettend veel lol gehad met de gasten en de dieren van de B&B.  (De haan spande de kroon, want die liep letterlijk over de rode loper te paraderen met zijn prachtige veren).
Saint Malo, een oude piraten stad leent zich bij uitstek voor mooie wandelingen over de stadsmuur, en de weggetjes langs de kust, zijn vaak adembenemend. Caen, stad van Willem de Veroveraar leverde ons een keur aan lekkere chocolaatjes op, en we kwamen weer eens wat zwervers tegen. Die zien we hier in Tiel niet zoveel.

Toen we terugreden naar Nederland besloten we om de tolwegen maar eens te vermijden. Dat lijkt in eerste instantie heel erg leuk, en je komt door dorpjes waar je het bestaan niet van had kunnen vermoeden. (Alleen al vanwege het feit dat er ineens, out of the blue, een dorpje opdoemt). Maar.... Na een paar uur dit soort routes gereden te hebben, kreeg ik heel sterk het gevoel dat we zigzaggend van oost naar west, nauwelijks in noordelijke richting opschoten. En Normandie-Tiel is een kleine 5 uur als je over de snelwegen gaat, dus als je dat niet doet, ben je de volgende dag nog niet thuis.

Bij thuiskomst viel me ineens op dat er een nieuwigheidje is. Heel hip: een emmer koud water over je hoofd flikkeren, als steunbetuiging aan de stichting ALS. Oja, de echte steun is natuurlijk dat je geld doneert, maar dit doe je dus nadat je eerst die emmer koud water boven je hoofd hebt omgekeerd.
Dan ben je dus een held. Een natte held. Als je dat gedaan hebt, mag je anderen nomineren. Die moeten dan binnen een x-aantal uren ook een emmer koud water over hun hoofd gooien, want anders...
Nu ben ik nog niet genomineerd, en ik denk te weten hoe dat komt. Men zal mij terecht inschatten als iemand die zulks niet doet. Ik vind het namelijk helemaal niet prettig als ik een ultimatum krijg in de trant van: jij-moet-een-emmer-water-over-je-kop-gieten-en-als-je-dat-niet-doet-dan-krijgt-Pietje-bier/wijn/vreten-van-je-en-oja-doneer-ook-wat-geld-aan-stichting-zus-en-zo.
Ik pas dus inderdaad. De herfst komt eraan (die is er al) en dan word ik vanzelf wel nat. Sommige mensen maken er echter wel een hele show van, en dat is dan wel leuk om te zien.

Het nieuwe seizoen is bijna begonnen, en binnenkort begint er voor mij ook weer iets wat ik al heel lang niet gedaan heb: naar school gaan. Hoewel ik nog geen rooster gezien heb, denk ik dat ik een heel lekker druk jaar ga krijgen.
Morgen de eerste leerlingen.
Eens kijken of er nog een beetje geoefend is.


vrijdag 8 augustus 2014

Een nieuw pareltje in mijn huishouden.

Vandaag heb ik voor de eerste keer in 33 jaar een stofzuiger gekocht.
De voorgaande stofzuigers waren krijgertjes.
Toen ik op mezelf ging wonen in een studentenhuis dat geplaagd werd door veel, maar niet door overmaat aan huishoudelijk werk, kreeg ik van mijn moeder een stofzuiger. Een zanussi. Of zoiets.
Vele maanden stond dat ding stof te vergaren (en dan niet op de manier waarop het bedoeld was, maar hij stond uiteindelijk zelf onder een laagje stof), en soms was er iemand die de geest kreeg en het ding daadwerkelijk eens ging uitproberen.
Langzaamaan groeide er in ons studentenhuishouden iets dat ook daadwerkelijk op huishouden ging lijken, en van lieverlee kreeg onze stofzuiger steeds meer emplooi.
Maar met 3 mannen, die allemaal op de een of andere manier toch niet helemaal de stofzuiger behandelden zoals het hoort, kende de Zanussi een voortijdige dood.
Een opvolger kwam in huis. Een Daewoo. Daewoo, eens in Nederland bekend doordat ze de Opel Kadett gingen nabouwen, en als goedkoop Koreaans autootje op de Europese markt zetten. Dit Daewoo leverde dus ook stofzuigers. Het was deze stofzuiger die met mij mee naar Ede ging. En die veel zuigwerk voor zijn wielen kreeg, want met een huis van meer dan 100 m2 in een bosrijke omgeving en een kat, die zijn kattenbak nog wel eens als basis gebruikt voor het schoppen tegen kattengrit en uiteraard nog wel eens wat haren wil verliezen, is een stofzuiger gebruiken een must.

De Daewoo was er nog steeds toen ik in het Tielse ging wonen, en kreeg aanvulling toen Ilse bij mij introk. Aanvulling in de vorm van een Condel stofzuiger.
De daewoo overleed, nadat een van zijn wielen afbrak. (Ik hoop maar dat de auto's van Daewoo toch wat sterkere assen hebben). Na 100den kilometers achter mij aan te hebben gerold en gezogen, brak het rechter wiel met een luide kreun af. Verbijsterd stond ik de nog loeiende Daewoo aan te kijken. De hoeveelheid opgezogen kattenharen, waren genoeg om een trui van te breien, en over te houden voor een zachte matrasvulling.
Niets is zo frustrerend als een gebrekkig functionerend apparaat. Zeker als het om een stomvervelende klus gaat als stofzuigen. Dus niet zozeer weemoedig als wel geërgerd over dit falen van de Daewoo, bracht ik hem naar zijn laatste rustplaats: de milieustraat van Tiel.
Gelukkig hadden we de Condel nog.
Nou ja... Gelukkig.

De Condel is zeg maar een B-merk van een B-merk, en daar weer een C-merk van. Het kopen van stofzuigerzakken, leverde elke keer weer stress op, want ik moest telkens weer hopen dat die specifieke zakken nog wel gemaakt worden.
Uiteindelijk begon de Condel ook kuren te vertonen. Allereerst brak de slang af. Dat was met wat ducttape nog wel te repareren. Maar daar bleef het niet bij.
De wielen waren weinig koersvast. In plaats van braaf achter mij aanrollen, zwalkte de Condel als een dronken lor achter me aan, regelmatig kantelend, omdat ik toch echt een andere route had bepaald dan hij. En uiteraard rolde hij dan op zijn power-knop, waardoor de onverlaat stopte met zuigen.
Ook de zuigmond viel uit elkaar. Een van de schroefjes die het geheel bij elkaar hield, was afgebroken, en uiteraard ogenblikkelijk opgezogen door de stofzuiger, die uiteraard die éne keer niet was omgerold. En om tussen de katten- en hondenharen te gaan wroeten op zoek naar 1 schroefje, is mijn eer te na.

Nog maandenlang heb ik met stoom uit mijn oren van irritatie met de Condel talloze haren en andere ongerechtigheden opgezogen.
Uiteraard hadden mevrouw Coster en ik regelmatig gesprekken over nieuwe stofzuigers, maar om deze theorie in daden om te zetten kostte me tot vandaag.

Ik wilde eigenlijk naar de kapper, maar die had geen plaats. Ik moest een uurtje wachten. Dus gedeeltelijk onverrichter zake stiefelde ik weer naar huis. Tijdens deze wandeling kwam ik langs een bepaalde smid uit Haren, en omdat ik toch nieuwe stofzuigerzakken moest hebben, stapte ik kloek deze smidse binnen.
Ik zag de prijzen van zakloze stofzuigers, en bedacht meteen dat ik die toch maar niet wilde. Ook de volautomatische robotzuiger kon mij niet bekoren. Ik heb het ding bij mijn schoonouders gezien, en ik ben niet zo onder de indruk. Ik ben dan ook een ambachtsman, handwerk boven alles!
Wat een prijzen. De duurste daar wisselde voor meer dan 300 euro van eigenaar.
55 euro voor een simpele stofzuiger, waarvan ik op mijn klompen aanvoelde dat ik er binnen 2 weken een grafhekel aan zou hebben, was de goedkoopste. Bovendien was het ding niet krachtig genoeg, zo leerde ik. Voor dierenharen heb je een iets krachtiger variant nodig.
Na een goede 15 minuten college over het wel en wee van dit onmisbare huishoudelijke hulpje keerde ik huiswaarts met een hele hippe (want rode) AEG. Volgens de doos doet een stofje of haartje er 0,06 seconden over om van de grond in de buik van deze AEG te belanden. De krachtigste stand van deze stofzuiger is zó krachtig, dat ik hem nauwelijks kan gebruiken, want de hele vloer komt omhoog als ik hem vol open zet. Dat geeft hoop voor de kattenharen. En bovendien is hij stiller.
Claus, die vlucht als ik de Condel aanzet, beziet de nieuwe aanwinst vol walging. Hij houdt wel van een lekker zacht loopje over kattenharen, dus voor hem hoeft het allemaal niet zo.
De Condel mag zijn laatste zuigmeters maken op de bovenverdieping. Als hij heelhuids de trap op komt. 

Bijkomend voordeel: we hebben weer een mooie verhuisdoos erbij...

Inmiddels ben ik ook geslaagd bij de kapper. Of eigenlijk: is de kapper geslaagd bij mij.
De leeftijd begint toch wel wat sporen na te laten. Mijn buikje wordt steeds hardnekkiger, een paar dagen geleden trok Ilse (redelijk hardhandig) de eerste grijze haar uit mijn hoofd (gelukkig kan ik nu volhouden dat ik (voorlopig) geen grijze haren heb) en de inhammen bij mijn slapen worden steeds dieper.
Om nu mijn haren naar voren te kammen, om dit te maskeren, ziet er niet alleen volslagen josti uit, maar ook een beetje triest.
Dus de kapster heeft op mijn verzoek enkele centimeters haar verwijderd, en nu zie ik er weer fris uit.





Een frisse update.

Week twee van de relatieve lock-down. Inmiddels heb ik mij uit pure verveling gestort op allemaal klussen, van welke ik de eindresultaten t...